Toelichting Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 (vastgesteld 20-11-2023)
Tekst van het document
Er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden. Door uitvoering van de quickscan natuurwaardenonderzoek heeft initiatiefnemer voldaan aan de zorgplicht zoals vermeld in Art. 1.11 van de Wnb. 5.7.3
Conclusie
Er worden geen negatieve effecten op de NNN en de Natura 2000-gebieden en beschermde diersoorten verwacht.
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld 5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Raalte heeft het archeologisch beleid verwerkt in de dubbelbestemmingen in haar bestemmingsplannen. Voor het projectgebied geldt geen dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’. Voor de gronden geldt daarom geen onderzoeksplicht. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. 5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart Overijssel, in het plangebied zelf geen rijksdanwel gemeentelijke monumenten. Het naastgelegen restaurant de Bagatelle (Nijverdalsweg 10) is wel een Rijksmonument. Het betreft een 18e eeuws posthuisje. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op waarde of instandhouding van dit Rijksmonument, maar zorgt er juist voor dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt verbeterd. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.8.3
Conclusie
Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Tevens is er geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
5.9
Spoortrillingen
5.9.1
Algemeen
In Nederland is er tot op heden geen wetgeving waarin hinder vanwege trillingen is geregeld. In gevallen waarin in de directe nabijheid van het plangebied een spoor aanwezig is, kan het raadzaam zijn om het aspect hinder door spoortrillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten te onderzoeken en af te wegen. Trillingshinder is een aandachtspunt indien de afstand tot het spoor van minder dan 250 meter bedraagt. Binnen een afstand van 100 meter tot het spoor moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met spoortrillingen en het voorkomen van hinder hierdoor. 5.9.2
Situatie plangebied
In dit geval bedraagt afstand van het plangebied tot de dichtst bijliggende spoorstaaf zo'n 10 meter. Gelet op de korte afstand zijn door Vermeer Expertise trillingsmetingen uitgevoerd om meer informatie te krijgen met betrekking tot de trillingen die vrijkomen van de naastgelegen spoorlijn. De resultaten vergeleken met de SBRB richtlijn. Voor de bouw moet bekeken worden welke invloed de trilling, die vrijkomen van het spoor, kan hebben op de overlast voor de bewoner. Wanneer een nieuwbouw woning wordt gerealiseerd wordt er standaard gekeken naar de ‘Beleidsregel trillinghinder spoor’. De Beleidsregel trillinghinder spoor (Bts) is een beleidsregel over trillingshinder die bedoeld is voor de vaststelling van tracébesluiten voor de aanleg, wijziging of het opnieuw in gebruik nemen van een landelijke
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld spoorweg. De regel is specifiek van toepassing bij spoorprojecten waarvoor een Tracébesluit nodig is. Wanneer er sprake is van nieuwbouwontwikkeling langs het spoor, is er in de meeste gevallen geen sprake van een Tracébesluit-procedure, tenzij er een (integrale) gebiedsontwikkeling is waar een wijziging van het spoor onderdeel van is. Wanneer er geen sprake is van een tracébesluit wordt vaak de SBR-richtlijn gehanteerd. Omdat er voor zover bekend geen Tracébesluit-Procedure aan de orde is, zijn de resultaten langs de SBR-B Richtlijn gelegd. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 9 van deze ruimtelijke onderbouwing. Hierna wordt op de onderzoeksresultaten ingegaan. Onderzoeksresultaten Het gaat om een herhaald kortdurende trilling in een nieuwe situatie. De gebouwfunctie van het te bouwen object is ‘wonen’. Hierdoor moet de streefwaarde in eerste instantie voldoen aan 0,1 mm/sec. om te voldoen aan de eisen van de SBR-B richtlijn. Zoals te zien is de VeffMax in de meetperiode 0.27 mm/sec. Hiermee wordt niet voldaan aan de A1 streefwaarde en moet gekeken worden naar de A2 grenswaarde. Deze A2 (zoals te zien in de tabel in het onderzoeksrapport) is 0.4 mm/sec. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarde en moeten we kijken naar de Vper, de A3 waarde.
Zoals uit de meetresultaten blijkt is de Vper 0.05 mm/sec. Hiermee wordt net voldaan aan de gestelde grenswaarde van 0.05 mm/sec. in de SBR-B Richtlijn. Naar aanleiding van opmerkingen vanuit de zijde van Prorail dat met een Vmax van 0,27 niet wordt voldaan aan de waarde A1 van 0,1. Zijn de trillingen aanvullend gemonitord. Het rapport van deze meting is bijgevoegd in bijlage 10. Hieruit blijkt dat er wordt voldaan aan de SBR-B. Hierbij wordt opgemerkt dat een aantal waardes veroorzaakt worden door passerend verkeer over de spoorwegovergang. Het was niet mogelijk om dit uit de meting te halen. Op basis van het onderzoek wordt voldaan aan de streefwaarden gesteld door de SBR-B Richtlijn en is de nieuwe situatie acceptabel. Zienswijze In de ontwerpfase van de bestemmingsplanprocedure is door Prorail een zienswijze ingediend over het trillingenonderzoek. Er dienen enkele aanpassingen gedaan te worden die oplosbaar zijn.
Om de procedure niet verder te vertragen is voor het aspect trillingen in de bouwregels (artikel 5.2) een voorwaardelijke verplichting opgenomen die als volgt luidt: “binnen een afstand van 100 meter van de buitenste spoorstaaf dient bij gebouwen met een verblijfsfunctie middels een onderzoek naar trillinghinder aangetoond te worden dat met het gebouwontwerp op de betreffende locatie een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillinghinder vanwege spoorverkeer”. Via deze regel is juridisch geborgd dat het trillingenonderzoek wordt aangepast, voordat er gebouwd gaat worden. Prorail heeft op basis hiervan haar zienswijze ingetrokken. 5.9.2
Conclusie
Het aspect spoortrillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.10
Besluit milieueffectrapportage
5.10.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan);
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
•
•
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
5.10.2 Situatie plangebied 5.10.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het plangebied ligt op circa 1,3 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Gelet op de kleinschaligheid van de ontwikkeling en de ruime afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied worden geen significant negatieve effecten (bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie) op de instandhoudingsdoeleinden van deze Natura 2000-gebieden verwacht. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.10.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het bestemmingsplan te herzien. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn.
Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Indien het project wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject en daarmee tevens geen m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit (o.a. 2.000 of meer woningen) wordt vergeleken met de omvang van de ontwikkeling, het bouwen van één kleinschalige bijzondere woonvorm met vijf woningen, wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk aan bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 5.10.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
HOOFDSTUK 6 6.1
WATERASPECTEN
Inleiding
Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt ingegaan op het Europees, nationaal en provinciaal beleid. Ten slotte wordt ingegaan op het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta.
6.2
Vigerend beleid
6.2.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.2.2
Rijksbeleid
Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: • • •
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht.
Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. 6.2.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.2.4
Beleid waterschap Drents Overijsselse Delta
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerprogramma opgesteld. Het beleid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bestaat uit drie delen:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld • • •
Waterbeheerprogramma WDODelta 2022-2027 Gebiedsuitwerkingen WBP 2022-2027 KRW factsheets en achtergronddocument
In de gebiedsuitwerkingen zijn doelen en maatregelen voor de vijf deelgebieden uitgewerkt. De gebiedskenmerken worden beschreven, de ontwikkelingen in het gebied en de doelen en maatregelen zijn uitgebreid toegelicht. Het deel KRW factsheets en het KRW achtergronddocument opgenomen is opgesteld conform de hiervoor opgestelde richtlijnen en gemaakte afspraken.
6.3
Waterparagraaf
6.3.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.3.2
Watertoetsproces
Het waterschap Drents Overijsselse Delta is in een eerder stadium in het kader van het bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr. 24, Schoonhetenseweg 4-6 reeds geïnformeerd over het plan. Voorliggende ontwikkeling voorziet een kleine hoeveelheid extra bouwmogelijkheden (100 m2) ten opzichte van de huidige planologische situatie zoals vastgelegd in het hiervoor genoemde bestemmingsplan. Ten opzichte van de vroegere agrarische situatie is er nog steeds sprake van een forse afname van bebouwing. Hierna is daarom de waterparagraaf uit dit bestemmingsplan één op één overgenomen. Nieuw overleg met het waterschap wordt niet noodzakelijk geacht. Waterhuishouding projectgebied Het project heeft, vanwege het geringe aantal woningen en het feit dat het verharde oppervlak niet toeneemt, in beginsel beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. De locatie bevindt zich niet binnen een beekdal, primair watergebied of een stedelijke watercorridor. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte.
Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem wordt geadviseerd zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kunnen nieuwe peilbuizen worden geplaatst. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 20 à 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast door onder andere te voorkomen dat afstromend hemelwater vanaf het straatoppervlak naar binnen kan stromen. Bij de aanleg van kelderconstructies dient aandacht te worden geschonken aan de toepassing van waterdichte materialen en constructies. Voor het dempen van watergangen / sloten (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld Het plan bevat een rioleringscomponent, want door het plan neemt door aansluiting op de drukriolering het afvalwaterdebiet in het bestaande gemengde- of vuilwaterstelsel toe. Door de uitvoering van het plan neemt de belasting op het bestaande rioleringsstelsel licht toe. Dit levert geen problemen op ten aanzien van de capaciteit van het rioleringsstelsel en de capaciteit van de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
Afvoer hemel- en afvalwater Bij het afvoeren van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromen hemelwater ter plaatse in het milieu moet worden gebracht, dat wil zeggen lozen in de bodem (infiltratie) of in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's geniet daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte, dakhelling, etc.);
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld • • • •
Nadere eisen: burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan plaats en afmetingen van de bebouwing; Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag worden afgeweken van de aangegeven bouwmogelijkheden. Specifieke gebruiksregels: elk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig/toegestaan zijn; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden.
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor een bepaalde bestemming is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene bouwregels (Artikel 8) In dit artikel zijn regels opgenomen voor bouwwerken met afwijkende maten en regels omtrent het overschrijven van bouwgrenzen. Daarnaast zijn er regels opgenomen voor het herbouwen van woningen op bestaande funderingen en de afstand van bebouwing tot de weg.
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 11) Dit artikel beschrijft in welke gevallen burgemeester en wethouders het bestemmingsplan kunnen wijzigen. Overige regels (Artikel 12) In dit artikel wordt aangegeven dat wettelijke regelingen waarnaar in dit bestemmingsplan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. In dit artikel is een parkeerregeling opgenomen.
•
•
•
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In onderstaande paragraaf worden de verschillende bestemmingen nader onderbouwd. Natuur (Artikel 3) De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden en bos, extensieve dagrecreatie, houtoogst en water. Verder zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, parkeervoorzieningen, bruggen, paden, recreatieve voorzieningen en trafohuisjes toegestaan. Op de gronden mag niet gebouwd worden met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde van maximaal 3 meter hoog. Overig - Nutsvoorziening (Artikel 4) De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor nutsvoorzieningen en daarbij behorende erven en parkeervoorzieningen. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Wonen (Artikel 5) De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor maximaal vijf woningen (eventueel i.c.m.
zorg), waaronder begrepen kleinschalige beroepen- en bedrijven aan huis, bed and breakfast en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het maximum oppervlakte voor de woningen bedraagt 360 m2. Voor de bijbehorende bouwwerken geldt een maximum oppervlak van 200 m2. De maximum goot- en bouwhoogte voor de woningen bedraagt respectievelijk 4,5 en 10 meter. Voor de bijbehorende bouwwerken is dit 3 en 6 meter. De dakhelling van de gebouwen bedraagt minimaal 20° en maximaal 55°. In de gebruiksregels is een voorwaardelijk verplichting opgenomen, waarmee wordt geregeld dat het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gebouwen uitsluitend toelaatbaar is indien: •
de landschapsmaatregelen conform de in Bijlage 1 en 2 van de regels opgenomen erfinrichtingsplannen zijn uitgevoerd en in stand worden gehouden;
Waarde – Schoonheetenshofje Artikel 6) De voor 'Waarde – Krasse Knarrenhof' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het creëren en behouden van een bijzonder woonmilieu conform het ruimtelijke concept dat is neergezet is in het Erfinrichtingsplan in Bijlage 1 van deze regels in combinatie met de beschrijving in paragraaf 3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan. In de bouwregels is bepaald dat gronden binnen deze dubbelbestemming niet in aanmerking komen voor het vergunningsvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van erf- en perceelafscheidingen als bedoeld in artikel 2 lid 3 en lid 12 van Bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht, zodat dat luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De kosten voortvloeiende uit de ontwikkeling komen voor rekening van initiatiefnemer. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarin tevens het risico op planschade is meegenomen. Hiermee is het kostenverhaal voor de gemeente volledig verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan op grond van artikel 6.12 Wro achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN
Wettelijk vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
De provincie Overijssel is geïnformeerd over het plan. De provincie heeft gereageerd en aangegeven dat de conceptbeschrijving in de toelichting van het bestemmingsplan versterkt moet worden waarbij ook wordt ingegaan op de sociale samenhang en meerwaarde in de relatie tot de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Het ontwerpbestemmingsplan is met name in hoofdstuk 3 op dit punt aangevuld.
9.1.3
GGD IJsselland
De GGD IJsselland is geïnformeerd over het plan en heeft geadviseerd inzake de gezondheidsrisico voor het plan. Het advies heeft betrekking op de volgende zaken: • • •
Gezondheidsrisico’s geitenhouderij Gezondheidsrisico’s geluid- en trillingshinder trein- en wegverkeer Gezondheidsrisico’s als gevolg van zendmast
Het volledige advies is opgenomen in bijlage 11 van deze toelichting. Resumerend adviseert de GGD het volgende: • •
• •
Weeg de verschillende belangen zorgvuldig af om te bepalen of de gemeente het woon-leefklimaat ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar acht. Informeer nieuwe bewoners over bovengenoemde gezondheidsrisico’s en geef daarbij speciale aandacht aan het feit dat kinderen tot 4 jaar en senioren van 70 jaar en ouder extra gevoelig zijn voor de gezondheidsrisico’s als gevolg van de nabijgelegen geitenhouderij. Neem eventuele zorgen over de nabijgelegen zendmast op voorhand weg door bewoners vroegtijdig hierover te informeren. Zorg voor een voldoende geluidwerende gevel(s), minimaal één geluidluwe zijde en stille slaapkamers.
Op bovenstaande punten is in hoofdstuk 5 van deze toelichting uitvoerig ingegaan. Voor geluid, trillingen en geur zijn tevens nadere onderzoeken verricht die hebben aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- een leefklimaat. 9.1.4
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Het waterschap Vechtstromen is bij de bestemmingsplanherziening “Buitengebied Raalte, partiele herziening nr. 24, Schoonhetenseweg 4-6” reeds geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Op basis van deze digitale toetsing viel deze ontwikkeling onder de korte procedure. Het waterschap gaf hiermee een positief wateradvies. In dit geval is de ontwikkeling vergelijkbaar, er is daarom geen nieuw overleg gevoerd met het waterschap.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
9.2
Overleg omwonenden
Initiatiefnemer heeft de bouwplannen door middel van keukentafelgesprekken aan de direct omwonenden voorgelegd. De laatste gesprekken hebben begin 2023 plaatsgevonden. Uit dit vooroverleg is naar voren gekomen dat de omwonenden geen bezwaren hebben tegen de ontwikkeling.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 5 oktober tot en met 15 november 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een zienswijze ingediend door Prorail. Deze zienswijze had betrekking op het akoestisch onderzoek en trillingenonderzoek. Het akoestisch onderzoek is op basis hiervan aangepast. De aanpassingen in het trillingenonderzoek zijn oplosbaar, maar konden niet tijdig worden verwerkt. Om de procedure niet verder te vertragen is voor het aspect trillingen in de bouwregels (artikel 5.2) een voorwaardelijke verplichting opgenomen die als volgt luidt: “binnen een afstand van 100 meter van de buitenste spoorstaaf dient bij gebouwen met een verblijfsfunctie middels een onderzoek naar trillinghinder aangetoond te worden dat met het gebouwontwerp op de betreffende locatie een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillinghinder vanwege spoorverkeer”. Via deze regel is juridisch geborgd dat het trillingenonderzoek wordt aangepast, voordat er gebouwd gaat worden. Prorail heeft op basis hiervan haar zienswijze ingetrokken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 3
Ontwerpbeschikking Hogere Grenswaarde
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 4
Verkennend en asbest in de bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 5
Beoordeling niet gesprongen explosieven
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 6
Geuronderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 7
Aeriusberekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 8
Quickscan ecologie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 9
Onderzoek Trillingshinder
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 10
Aanvullend trillingshinderonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
69
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
Bijlage 11
Advies GGD
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
70
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
71