CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

ROB Tijs Heeten, deel 1

Raadsvergadering 18 juli 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor uitbreidingsplannen varkenshouderij Heetenseweg 9a-9c, Heeten (bespreekstuk)29.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

63

Deze bedrijfsopzet kan op basis van het zogenaamde “intern salderen” / bestaande rechten” worden gerealiseerd. De genoemde en te bewerkstelligen afname / daling van de stikstofdepositie komt ten goede aan doelstellingen van de N2000-gebieden en zal niet elders worden aangewend. Deze afname kan eveneens worden gezien als een investering in het kader van het KGO-beleid. P

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

64

De varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a is gelegen op ruime afstand van een Natura 2000 gebied (> 2,5 kilometer). Gelet op deze ruime afstand tot een Natura 2000 gebied behoeft in de gewenste situatie, naast de stikstofdepositie, niet voor “significant negatieve effecten” / directe invloed met betrekking tot andere aspecten (o.a. verstoring, water, geluidhinder, lichthinder etc.) te worden gevreesd. Realisatiefase In de gewenste bedrijfsopzet worden nieuwe stallen (stal 6 en 7) alsmede enkele nieuwe bedrijfsgebouwen/bouwwerken gerealiseerd. Daarnaast wordt bestaande stalruimte (stal 1) aangesloten op een gecombineerde luchtwasser. Om te voorkomen dat er als gevolg van de realisatiefase (tijdelijk) een toename van de ammoniakemissie / stikstofdepositie zal optreden, wordt eerst de bestaande stal (stal 1) aangepast en uitgevoerd met de beoogde gecombineerde luchtwasser, alvorens een aanvang wordt gemaakt met de realisatie van de nieuwe stalruimte (stallen 6 en 7) en de realisatie van de overige nieuwe bedrijfsgebouwen/bouwwerken. Als gevolg van deze aanpassing van de bestaande stal 1 wordt de totale ammoniakemissie afkomstig van de veebezetting verminderd met (6.841,3 – 3.992,5 =) 2.848,8 kg. Hiermee wordt eerst de voorgestelde reductie van de ammoniakemissie / stikstofdepositie in de bestaande stalruimte bewerkstelligd, alvorens een aanvang wordt gemaakt met de realisatiefase.

Op basis hiervan kan worden gegarandeerd dat er als gevolg van de realisatie (bouw) en in gebruikname van de nieuwe stalruimte geen sprake is van een (tijdelijke) toename van de ammoniakemissie / stikstofdepositie. Voornoemde kan als voorwaarde in de omgevingsvergunning worden opgenomen.

Soorten bescherming In de Wet natuurbescherming staan beschermingsregels voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Vanwege de inwerkingtreding van deze wet op 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet komen te vervallen. Zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming zijn nu in de Wet natuurbescherming geregeld. Op onderhavige locatie is een Quick scan (natuurtoets) flora & fauna uitgevoerd ten aanzien van de soortenbescherming en gebiedsbescherming (o.a. NNN). Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 9. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn hierna opgenomen:

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

65

Conclusies op basis van de uitgevoerde QuickScan Flora en Fauna: De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’, en het opzettelijk ‘verstoren, beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd2. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren of te doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

66

Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, zoals de toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten vast te kunnen stellen dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied en er nestelen geen vogels. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en vernield.

Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen `doden’ en het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Door het bebouwen en verharden van een deel van het plangebied, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende beschermde dieren af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

7.4 Bodem Ter plaatse van de beoogde nieuwe stalruimte is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is het volgende gebleken: De onderzoekslocatie bestaat uit grasland. In zowel de bovengrond (BM1 en BM2) als in de ondergrond (OM1 en OM2) zijn geen verhogingen aangetroffen. In de grondwatermonsters (PB1 WM1 en PB3 WM1) zijn lichte verhogingen barium aangetroffen. In het grondwatermonster (PB2 WM1) zijn lichte verhogingen barium en nikkel aangetroffen. Tevens is in het grondwatermonster (PB1 WM1) de concentratie nikkel verhoogd aangetroffen ten opzichte van de tussenwaarde. Naar aanleiding van deze verhoging is de bestaande peilbuis opnieuw bemonsterd. Uit het analysecertificaat van het her-monster (PB1 HER Ni) blijkt dat er een lichte verhoging nikkel is aangetroffen in het grondwater.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

67

De verhoging nikkel in het grondwatermonster (PB1 WM1) geeft formeel aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Echter zijn er een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: • In het her-monster van de bestaande peilbuis is slechts een lichte verhoging nikkel aangetroffen; • Er is geen eenduidige bron voor de verhoging aan te wijzen; • Zware metalen worden vaker verhoogd aangetroffen in het grondwater en kunnen van nature verhoogd voorkomen. Tevens kunnen zware metalen in concentratie sterk fluctueren. Algemeen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. De kwaliteit van de bodem en grondwater vormt geen beperking voor het realiseren van nieuwe stalruimte voor dieren. Het betreffende rapport is als bijlage 10 toegevoegd. Activiteit

Maatregel

- gecombineerde biowassers - opslag spuiwater gecombineerde biowassers - chemische luchtwassers - opslag spuiwater chemische luchtwassers - opslag zwavelzuur - opslag ontsmettings- / reinigingsmiddelen - opslag bestrijdingsmiddelen - opslag medicijnen - berging / werkplaats - spoelplaats - opslag dunne mest - opslag dikke fractie - opslag grondstoffen - opslag veevoeder / graan - opslag dieselolie en smeerolie - hal mestscheiding

gesloten proces // vloeistofkerende units dichte kelders gesloten proces // vloeistofkerende-zuurbestendige units productbestendige kunststof spuiwatersilo’s productbestendige wisselreservoirs werkvoorraad in dichte kast werkvoorraad in dichte kast werkvoorraad in dichte kast vloeistofkerende vloer vloeistofkerende vloer opslag in mestdichte kelders / mestsilo’s inpandige opslag / mestdichte vloer dichte productbestendige silo’s dichte productbestendige silo’s dubbelwandige tank / vaten in lekbak gesloten / vloeistofkerende vloer

Gelet op bovenstaande zijn voor alle bodembedreigende activiteiten voldoende maatregelen getroffen. Als gevolg van het toepassen van deze beschermende voorzieningen, zal het risico op bodemverontreiniging gering zijn. Op grond van de Nederlandse Richtlijn Bodemrisico is er hierdoor sprake van een aanvaardbaar verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging (categorie I).

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

68

7.5 Archeologie & Cultuurhistorie Archeologie De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Raalte voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 1, 2 & 3'. Binnen deze dubbelbestemmingen geldt een archeologische onderzoeksplicht bij werkzaamheden c.q. realisatie van gebouwen en bouwwerken. De locatie Heetenseweg 9a te Heeten is niet voorzien van een dubbelbestemming “Waarde-Archeologie”. Ter plaatse zijn derhalve geen archeologische waarden te verwachten en geldt geen onderzoeksverplichting.

Wel geldt bij de uitvoering de bodemingrepen voor de realisatie van de gewenste bedrijfsopzet een algemene zorgplicht ten aanzien van archeologische waarden. Mochten dergelijke archeologische restanten ter plaatse worden aangetroffen dan dient hiervan melding te worden gemaakt.

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat bij het vaststellen van een plan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. Er bevinden zich in het beoogde plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de uitvoering van het project.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

69

7.6

Water

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de Waterschappen Drents Overijsselse Delta, Reest en Wieden, Regge en Dinkel, Rijn en IJssel en Velt en Vecht. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze Waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Gevolg van deze samenwerking is een grotendeels gemeenschappelijk waterbeheerplan. De waterbeheerplannen beschrijven het beleid van de vijf Waterschappen in Rijn-Oost. De hoofdthema's zijn: het waarborgen van veiligheid, het watersysteembeheer en het ontwikkelen van de afvalwaterketen. Ook opgenomen zijn de maatregelen voor het uitvoeren van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Waterbeheer 21e eeuw. De Waterschappen hebben voor het uitvoeren van de KRW-maatregelen een resultaatsverplichting. Het beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta, is beschreven in het Waterbeheerplan en de Beleidsnotitie stedelijk waterbeheer Water Raakt!. De plannen omvatten ook een uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen. De plannen worden verder vormgegeven en uitvoeren in dialoog en in samenwerking met alle betrokken partijen.

Om alle uitdagingen het hoofd te kunnen bieden is er naast aandacht voor water vooral ook ruimte voor water nodig om in de toekomst WestOverijssel veilig en leefbaar te houden. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft meer ruimte voor water nodig om wateroverlast en verdroging te voorkomen waarbij natuurwaarden zich kunnen ontwikkelen. Met de uitvoering van het programma Ruimte om te leven met water wordt gestreefd naar realisatie. Uitvoering heeft de komende jaren prioriteit, vooral van de Kaderrichtlijn water maatregelen waarvoor een resultaatsverplichting geldt. Deze uitvoering vraagt na inrichting van het nieuwe watersysteem om een aangepast beheer en onderhoud. Om ook op de lange termijn doelmatig gestalte te kunnen geven aan het afvalwaterketenbeheer worden nieuwe (zuiverings)technologieën en werkwijzen ontwikkeld en doorgevoerd. Het Waterplan is een beleidsdocument waarin al het water binnen de gemeentegrenzen van Raalte integraal benaderd wordt. Door deze integraliteit vormt het Waterplan een sterke basis voor het streven naar een duurzaam, toekomstgericht watersysteem. Het Waterplan biedt daarnaast een waterkader voor alle beleidsvelden die raken aan het waterbeheer. Het Waterplan heeft geen wettelijke basis, maar vormt een functioneel beleidsdocument.

Het Waterplan richt zich op zowel het watersysteem binnen de bebouwde kernen van de gemeente Raalte als daarbuiten. Het watersysteem buiten de bebouwde kernen is eveneens opgenomen in het waterbeheerplan van Waterschap Drents Overijsselse Delta. De projectlocatie ligt in het stroomgebied Sallandse weteringen. Rond het plangebied liggen primaire A-watergangen (kanaal aan de westzijde + sloot aan de noordzijde) in het beheer van het Waterschap Drents Overijsselse Delta.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

70

Figuur 26: Legger oppervlaktewateren / A-watergangen (bron: Waterschap Drents Overijsselse Delta)

Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. • Watergangen: Het project ligt niet een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire Bwatergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. o Primaire A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): watergangen waar het waterschap verantwoordelijk is voor de inrichting en het onderhoud. o Secundaire B-watergangen (>10 L/s afvoer en <25 L/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): waterschap is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de grondgebruikers zijn verantwoordelijk voor het onderhoud (eigenaar is onderhoudsplichtig). In de B-watergangen is een bepaalde vorm van toezicht door het waterschap mogelijk (schouw). o C-watergangen: hier zijn de grondgebruikers verantwoordelijk voor de inrichting en ze doen zelf het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en het waterschap houdt geen toezicht of onderhoud goed wordt uitgevoerd. Wijzigingen aan het watersysteem Dempen of graven wateren: In de gewenste situatie worden watergangen gegraven en/of gedempt.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

71

Waterveiligheid Beschermen van inwoners tegen overstromingen van binnendijkse gebieden. Waarborgen van het veiligheidsniveau van dijken en beperken van gevolgen overstromingen door een water robuuste inrichting. In de omgeving van de bedrijfslocatie ligt een regionale kering. Deze kering heeft geen beperkingen voor het project. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: • het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • het gescheiden houden van hemelwater; • de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater. Compensatie nieuwbouw uitbreidingslocaties • Bij deze beoordeling is rekening gehouden met minimaal 10% meer neerslag in 2050; • Ontwerp in de dagelijkse beheersituatie: Hoe hoog het waterpeil kan stijgen is afhankelijk van de beschikbare ruimte voor water en de toegestane afvoer.

Om ervoor te zorgen dat bij nieuwe ruimtelijke plannen de versnelde afvoer van water naar het omliggende gebied wordt beperkt, hanteren we een afvoernorm. De te hanteren afvoernorm voor een situatie die 1 of 2 dagen per jaar optreedt is gemiddeld 0,8 l/s/ha. Toetsbui voor extreme neerslagsituatie: Het watersysteem wordt getoetst op basis van een hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden. Er wordt rekening gehouden met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 L/s/ha. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm. Neerslagstatistiek Klimaatscenario Afvoer (L/s/ha) T=1 Afvoer (L/s/ha) T=100 (maatgevend) Maatgevende buiduur (uur) Totale neerslaghoeveelheid (mm) Afvoer via oppervlaktewater (mm) Berging dak/straat/etc (mm) Benodigde berging (mm)

Statistiek volgens Stowa rapport 2015-10 Huidig klimaat +10% 0,8 1,6 48 111 (100,9*1,1) 28 3 80

Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

72

In de gewenste situatie omvat de toename van het verharde oppervlakte in totaal 15.074 m2. Het vrijkomende hemelwater van deze verharding wordt ter plaatse geborgd en kan vervolgens ter plaatse infiltreren. Hiervoor worden ten behoeve van het project een opvangsloot en 2 opvangvijvers gerealiseerd. Deze opvangvoorzieningen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 1.550 m2. Hierbij is een “worst-case” buffer van minimaal 0,8 meter als uitgangspunt gehanteerd. Uit de grondwatertrappenkaart van het Waterschap (Waterbeheerprogramma 2022-2027) blijkt dat in omgeving sprake is van een relatief hoge grondwaterstand. De gemiddelde hoogte van het grondwater (GHG) bedraagt 25-40 cm. en de gemiddelde laagste hoogte van het grondwater (GLG) bedraagt > 120 cm. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek is gebleken dat de grondwaterstand ter plaatse van de beoogde nieuwe stalruimte (maart 2021) 87 cm. bedroeg. De bedrijfslocatie van Tijs Heeten is echter verhoogd uitgevoerd. Bij de realisatie van de bestaande stallen en bedrijfsgebouwen/-woningen is namelijk het peil aangehouden ten opzichte van de naastgelegen Heetenseweg. Deze provinciale weg is, onder meer vanwege het naastgelegen kanaal, veel hoger gelegen dan de omliggende percelen. Ook bij de realisatie van de nieuwe stallen bouwwerken wordt het (verhoogde) peil van de Heetenseweg gehanteerd.

Als gevolg van voornoemde bedraagt de gemiddelde hoogte van het grondwater (GHG), gemeten vanaf het peil op de bedrijfslocatie (voorerf), ongeveer 100-120 cm. Op basis van een buffercapaciteit van minimaal 80 cm. heeft de opvangvoorziening (opvangvijvers en opvangsloot) een minimale capaciteit van 1.240 m3 en voldoet aan de gestelde voorwaarde van (15.074 m2 x 80 mm =) 1.205 m3.

Figuur 27: opvangvoorzieningen hemelwater (bron VanWestreenen Adviseurs)

Grondwateroverlast: ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

73

Ter plaatse kan incidenteel grondwateroverlast plaatsvinden. De nieuwe stalruimtes worden hiertoe voorzien van vloeistofdichte-/mestdichte betonkelders. Daarnaast worden de nieuwe stallen verhoogd uitgevoerd (10 cm boven bestaande bebouwing / ong. 40-50 cm. boven peil). Primair watergebied Overijssel: De primaire watergebieden, zijn door de provincie Overijssel aangewezen als ruimte voor natuurlijke waterberging in extreme situaties om stedelijk gebied te beschermen tegen wateroverlast. Ze worden ruimtelijke beschermd en dienen vrijgehouden te worden van ontwikkelingen die de wateropvangfunctie belemmeren. Deze gebieden zijn relatief laaggelegen en lopen bij extreme neerslag vanzelf onder water. De kuubs die verloren gaan door ophoging van een plangebied moeten elders in het gebied (grenzend aan het huidige waterbergingsgebied) worden gecompenseerd zodat het als zodanig gaat functioneren als waterberging. In overleg met de gemeente moet goed worden gekeken hoe dit planologisch verankerd moet worden. De locatie Heetenseweg 9a is deels gelegen in een gebied dat is aangeduid als “waterbergingsgebied”. Dit gebied valt aan de noordoostzijde van het erf gedeeltelijk over de bestaande bebouwing en bouwvlak alsmede is de beoogde uitbreiding ook gedeeltelijk gelegen in dit bergingsgebied. Zie navolgend figuur.

Figuur 28: situering waterbergingsgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

74

De volgende gebouwen en bouwwerken inclusief verhardingen worden in het waterbergingsgebied gerealiseerd - mestsilo (gedeeltelijk): 475m² - Loods: 150m² - Verlenging biggenstal + stalruimte vleesvarkens (ged.): 8.072m² - Verharding: 1.577m² Totaal: 10.274m² In totaal wordt derhalve 10.274 m2 aan bebouwing/verharding gerealiseerd in het aangeduide waterbergingsgebied. Dit gebied ligt ten opzichte van de omgeving relatief hoog. Tijs Heeten b.v. beschikt in de (directe) omgeving over diverse percelen landbouwgrond. Onder meer aan de noordoostzijde liggen lager gelegen percelen akkerbouwgrond. Ter compensatie van de genoemde bebouwing wordt voorgesteld om het waterbergingsgebied op eigen grond te compenseren, door het genoemde lager gelegen perceel aan de noordoostzijde met een omvang van 15.000 m2 toe te voegen aan het waterbergingsgebied. Bij de voorschriften van de te verlenen omgevingsvergunning wordt de uitbreiding van dit waterbergingsgebied als voorwaarde toegevoegd. Met het ruim opnemen en vastleggen van het besluitvlak op ruimtelijkeplannen.nl en/of na 1 januari 2024 in het Digitaal Stelsel Omgevingswet wordt geborgd dat de compensatie van het waterbergingsgebied juridisch is opgenomen. De Gemeenteraad van Raalte kan dit gebied bij een eerstvolgende wijziging van het geldende bestemmingsplan dan wel het op te stellen Omgevingsplan als zodanig aanmerken.

Als gevolg van deze vergroting van het waterbergingsgebied met een lager gelegen perceel, wordt de aanwezige buffer voor hemelwater niet belemmerd en ruimschoots / afdoende gecompenseerd. Voornoemde is in navolgende figuur met een rode pijl alsmede op de situatieschets behorende bij bijlage 11 weergegeven.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

75

Figuur 34: compensatie waterbergingsgebied (bron: VanWestreenen Adviseurs)

Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. In de gewenste situatie wordt geen watersysteem gerealiseerd c.q. vindt geen lozing op het oppervlaktewater plaats. De opvang van het hemelwater in de gewenste situatie ten behoeve van o.a. de flora en fauna wordt geïntegreerd in de landschappelijke inpassing. Riolering In het projectgebied is geen riolering (vuilwater en/of hemelwater) aanwezig. In de huidige en gewenste situatie wordt bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard (beide bedrijfswoningen) geloosd op de bodem via een IBA (2 x 6 m3). Het bedrijfsafvalwater (schoonmaken van de stallen, spoelplaats etc.) wordt opgevangen in de mestkelders en vervolgens als meststof afgevoerd en uitgereden op landbouwgronden. Externe werking ruimtelijk plan Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. In de gewenste situatie / projectfase worden de waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd. Voor een eventuele tijdelijke grondwateronttrekking (bronbemaling) wordt ten behoeve van de realisatie een melding op grond van de Waterwet ingediend bij het Waterschap.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

76

Watertoets Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Ten behoeve van onderhavig project is op 25 januari 2023 via het digitale loket een aanvraag “digitale watertoets” ingediend bij Waterschap. De uitdraai van deze toets is als bijlage 12 toegevoegd. Grondwater Ten behoeve van de drinkwatervoorzieningen, luchtwassers en schoonmaakwerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van grondwater. Met behulp van een eigen bron wordt het grondwater op een diepte van maximaal 50 meter opgepompt. De locatie aan de Heetenseweg is gelegen in een waterbergingsgebied en ter plaatse is sprake van een relatief hoge grondwaterstand en kwelwater. In de gewenste situatie zal extra grondwater worden opgepompt t.b.v. de nieuwe stallen voor het houden/huisvesten van de vleesvarkens. Gelet op de (ruime) beschikbaarheid van grondwater alsmede de diepte op welke deze relatief kwantitatieve geringe hoeveelheden worden opgepompt, behoeft voor negatieve gevolgen als gevolg van deze aanvullende grondwateronttrekking niet te worden gevreesd.

Voor de opvang van hemelwater zijn ter plaatse geen voorzieningen aanwezig. Daarnaast is het in verband met de ontwikkeling van bacteriën, dierziekten / besmettingsgevaar etc. niet wenselijk om hemelwater (stilstaand water) langdurig op te slaan in een voorziening. Het toepassen van hemelwater als alternatief voor grondwater wordt derhalve niet wenselijk en haalbaar geacht.

7.7

Gebruik grondstoffen en bouwmaterialen

Het gemiddelde energie- en waterverbruik in de gewenste situatie is als volgt: Tabel 5 Energie- en waterverbruik Energiedrager Gas (m3) Elektriciteit (kWh) Water (m3) Dieselolie (L)

Verbruik per jaar 12.000 1.180.000 leidingwater = 1.200 grondwater = 75.000 5.000

In de gewenste bedrijfsopzet worden de daken voorzien van zonnepanelen. Met behulp van deze zonnepanelen kan jaarlijks 1,4 MW worden opgewerkt. Het surplus aan elektriciteit (220.000 kW / = elektraverbruik van gemiddeld 88 huishoudens) wordt op het netwerk ingevoerd. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

77

De warmte voor de stallen wordt verkregen door het toepassen van warmtepompen. Met behulp van deze toepassing kan alle benodigde warmte voor het huisvesten van de dieren worden verkregen. Het aardgas wordt gebruikt voor de beide bedrijfswoningen alsmede in geval van calamiteiten of extreme winterkou. Het waterverbruik is in hoofdzaak bestemd als drinkwater voor de dieren, het schoonmaken van de stallen / voertuigen en het wassen van de lucht in de luchtwassers. Ten aanzien van dit verbruik kunnen geen besparende maatregelen worden getroffen. De stallen worden na de iedere ronde met behulp van water schoongemaakt. De stallen worden hierbij veegschoon gemaakt en vervolgens ingeweekt. Daarna wordt met behulp van een hoge drukreiniger de stal schoongespoten. Door deze wijze van schoonmaken wordt het waterverbruik zoveel mogelijk beperkt. Gelet op voornoemde kunnen in de gewenste bedrijfsopzet geen verdergaande energie- reducerende en waterbesparende maatregelen worden getroffen. Het energie- en waterverbruik voldoen hierdoor aan het gestelde in de Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve varkenshouderij. Duurzaam bouwen Bij de beoordeling van duurzaamheid van materialen wordt onder meer gekeken naar de milieubelasting bij de productie van het product, de hoeveelheid benodigd materiaal en de levensduur.

Daarnaast wordt aandacht besteed aan de milieubelasting bij het afbreken van het product en de mogelijkheid tot recyclen hiervan. Voor de realisatie van de gewenste bedrijfsopzet zullen onder meer de volgende materialen worden gebruikt: •

Staal:

spanten / wapening in de vloeren en kelders

•

Beton:

mestkelders en vloeren / mestsilo

•

Steen:

muren en verharding

•

Hout:

gordingen / deuren

•

Kunststof:

hokafscheiding

•

Geïsoleerde panelen:

dak

•

Glas:

ramen

• PVC: leidingwerk / dakgoten Bij de realisatie van de nieuwe gebouwen zal de nodige aandacht worden besteed aan het materiaal gebruik en zullen alleen duurzame materialen worden toepast.

7.8

Geurhinder

In de onderstaande tabel is de geuremissie van de gewenste bedrijfsopzet opgenomen:

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

78

Stalsysteem Stal

Diercategorie

Aantal dieren

Rav. Code

1

Vleesvarkens

3072

2

Kraamzeugen

3

Geuremissie

BWL / BB code

Omschrijving

OUe per dierplaats**

OUe totaal

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

12,7

39014,4

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

27,9

5468,4

Kraamzeugen

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

27,9

4464

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

10,3

61,8

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

10,3

12051

4

Opfokzeugen

288

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

12,7

3657,6

5

Gespeende biggen

8100

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V5

4,3

34830

6a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)

12,5

44800

6b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)

12,5

22400

7a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)

12,5

44800

7b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)

12,5

22400

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

** geuremissiefactor in odour units per seconde per dier volgens de Regeling geurhinder en veehouderij

233947,2

De totale geuremissie bedraagt in de gewenste bedrijfsopzet derhalve 233.947 Ou. In de navolgende tabel zijn de resultaten van de geurberekening weergegeven.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

79

Uit deze berekening blijkt dat in de gewenste situatie ter plaatse van alle omliggende geurgevoelige objecten wordt voldaan aan de normstelling. Daarnaast is er ten opzichte van de vigerende situatie ter plaatse van alle geurgevoelige objecten alsmede ter plaatse van de 9 aanvullende beoordelingspunten in de directe omgeving, sprake van een ruime afname van de geurbelasting. Ter plaatse van de maatgevende woning Heetenseweg 9 bedraagt de geurbelasting 10,6 Ou (afname -5,1 OU / -32 %) en is er geen sprake meer van een ‘met geuroverbelaste situatie’. De gewenste bedrijfsopzet voldoet derhalve aan de geldende normstelling op grond van de Wet geurhinder en veehouderij. In navolgende overzicht is het leefklimaat ten aanzien van de omliggende woningen inzichtelijk gemaakt op basis van de voorgrondbelasting (V-stacks 2020).

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

80

Woning

GeurNor m

Heetenseweg 9 Heetenseweg 13 Heetenseweg 15 Heetenseweg 6 Oosterenkwe g5 Kom Raalte

14

Geurbelastin g vergund 2015 15,7

Leefklimaat

Leefklimaat

vergund

Geurbelastin g beoogd

slecht

10,6

tamelijk slecht

14

7,1

matig

3,8

redelijk goed

14

7,9

matig

4,2

redelijk goed

14

3,9

redelijk goed

2,2

goed

14

5,0

redelijk goed

3,2

goed

3

1,4

zeer goed

1,0

zeer goed

Kom Heeten

3

0,8

zeer goed

0,4

zeer goed

beoogd

Op basis van de berekende voorgrondbelasting is er ter plaatse van de omliggende woningen in het buitengebied (in een concentratiegebied) in de gewenste situatie sprake van een “tamelijk slecht” tot “goed” woon- en leefklimaat. Ter plaatse van de bebouwde kom is er sprake van een “zeer goed” woon- en leefklimaat. In de gewenste situatie is derhalve in de omgeving sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat. Voor bedrijfswoningen, die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij, geldt een minimaal in acht te nemen vaste afstand van 50 meter (gemeten vanaf emissiepunt). De dichtstbijgelegen bedrijfswoning behorende bij een veehouderij van derden (Heetenseweg 3) is gelegen op een afstand van circa 425 meter.

Cumulatieve stankhinder Met behulp van de cumulatieve geurberekening en beoordeling kan het effect van de gewenste bedrijfssituatie ter plaatse van de omliggende woningen in relatie tot de reeds bestaande “initiatieven” (bestaande intensieve veehouderijen) inzichtelijk worden gemaakt. Binnen een staal van 2 kilometer van de varkenshouderij van Tijs Heeten b.v. liggen 26 veehouderijen van derden. Het betreffen hier intensieve veehouderijen of grondgebonden bedrijven met een intensieve tak (> 100 OU). De betreffende lijst van veehouderij is als bijlage 11 opgenomen. Deze gegevens zijn verstrekt door de gemeente Raalte. Vervolgens zijn deze gegevens samen met de invoergegevens van Tijs Heeten van de gewenste bedrijfsopzet ingevoerd in V-stacks Gebied 2020. De berekeningen zijn uitgevoerd ter plaatse van de eerder genoemde omliggende en maatgevende geurgevoelige objecten in het buitengebied. Uit deze berekening blijkt dat de totale geurbelasting ter plaatse van de omliggende geurgevoelige objecten als volgt bedraagt:

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

81

Tabel 6 Resultaten berekening V-stacks gebied Cumulatiev e geur RecepID X-coor 1 215387 2 215417 3 215515 4 215161 5 214807 6 215088 7 215812

belasting Y-coor 485952 485201 485231 485014 485640 487455 483595

ADRES

GEURBELASTING

% GEHINDERDEN

Heetenseweg 9

11,30

13%

Redelijk goed

Heetenseweg 13

3,82

6%

Goed

Heetenseweg 15

4,22

6%

Goed

Heetenseweg 6

op receptorpunten, zoals berekend lasting [OU/m3] 11.30 Heetenseweg 3.82 Heetenseweg 4.22 Heetenseweg 2.38 Heetenseweg 3.26 Oosterenkweg 1.86 Kom Raalte 1.57 Kom Heeten

9 13 15 6 5

MILIEUKWALITEIT

2,38

4%

Zeer goed

Oosterenkweg 5

3,26

5%

Zeer goed

Kom Raalte

1,86

4%

Zeer goed

Kom Heeten

1,57

3%

Zeer goed

Op basis van de berekende achtergrondbelasting is er ter plaatse van de omliggende woningen in het buitengebied (in een concentratiegebied) in de gewenste situatie sprake van een “redelijk goed” tot “zeer goed” woon- en leefklimaat. Ten opzichte van alle omliggende woningen wordt de geurbelasting ten opzichte van de referentiesituatie verminderd. Ter plaatse van de bebouwde kom is er sprake van een “zeer goed” woon- en leefklimaat.

Geuremissie voerkeuken Het aanmaken van droogvoer vindt plaats in de centrale brijvoerkeuken aan de voorzijde in stal 5. Om eventuele geurhinder bij het aanmaken en opslag van het voer te voorkomen, wordt deze ruimte door middel van een relatief kleine (inpandige) ventilator op onderdruk gebracht. De vuile luchtstroom wordt op deze manier afgezogen en in het centrale luchtkanaal gebracht. Vervolgens wordt deze vuile lucht, alvorens deze in de buitenlucht wordt gebracht, via de gecombineerde luchtwasser in stal 5 geleid en hier gereinigd. Het betreft hier een geringe luchtstroom van maximaal 500 m3 per uur. In stal 5 bedraagt de maximale benodigde luchtverversing t.b.v. de gespeende biggen 162.000 m3 per uur. In deze stal zijn 7 ventilatoren (Stienen SGS-92H-D4S) aanwezig met een totale capaciteit van (7 x 24.970 =) 174.790 m3 per uur. De geïnstalleerde ventilatiecapaciteit is derhalve afdoende voor de benodigde afzuiging van de voerkeuken. De luchtwasser in stal 5 heeft daarnaast eveneens afdoende restcapaciteit (totaal 207.500 m3 per uur) om deze geringe luchtstroom van 500 m3 per uur te reinigen/te verwerken. Voor eventuele geurhinder afkomstig bij het aanmaken en opslaan van het voer behoeft dan ook niet te worden gevreesd. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

82

De aanwezige opslag van voer en grondstoffen (droog) geschiedt in afgesloten productbestendige silo’s. Vanuit deze (bestaande) opslag behoeft niet te worden gevreesd voor geurhinder.

Geuremissie mestopslag De vrijkomende drijfmest wordt in de gewenste situatie opgeslagen in mestkelders onder de aanwezige stallen en in 2 mestsilo’s. De mestkelders zijn gelegen onder de bestaande stallen en voorzien van een emissiearm systeem of de stallucht wordt afgezogen naar de bestaande gecombineerde luchtwassers. De mestsilo’s worden conform de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer afgesloten en voorzien van een doelmatige afdekking met ontluchting. Op grond van het Activiteitenbesluit dient, om geurhinder te voorkomen, ten aanzien van de mestsilo’s een afstand van 100 meter in acht te worden genomen tot een woning van derden. In werkelijkheid bedraagt de afstand tussen de (nieuwe) mestsilo en dichtstbijgelegen woning Heetenseweg 9b ruim 225 meter. Voor eventuele geurhinder afkomstig van de opslag van mest behoeft dan ook niet te worden gevreesd.

Geuremissie loods mestscheiding In de beoogde nieuwe loods wordt een mobiele mestscheider opgesteld. De ruimte heeft een oppervlakte van 50 m2 en een inhoud van 225 m3. Om eventuele geurhinder bij het scheiden van de drijfmest / opslag dikke fractie te voorkomen wordt deze afgesloten ruimte door middel van een relatief kleine (inpandige) ventilator op onderdruk gebracht. De vuile luchtstroom wordt op deze manier afgezogen en vervolgens met een afvoerbuis aangesloten op het centrale luchtkanaal in de naastgelegen stal 5 (biggenstal). Vervolgens wordt deze vuile lucht, alvorens deze in de buitenlucht wordt gebracht, via de gecombineerde luchtwasser in stal 5 geleid en hier gereinigd. Het betreft hier een geringe (periodieke) luchtstroom van maximaal (225 m3 á 5 m3 luchtverversing =) 1.125 m3. In stal 5 bedraagt de maximale benodigde luchtverversing t.b.v. de gespeende biggen 162.000 m3 per uur. In deze stal zijn 7 ventilatoren (Stienen SGS-92H-D4S) aanwezig met een totale capaciteit van (7 x 24.970 =) 174.790 m3 per uur. De geïnstalleerde ventilatiecapaciteit is derhalve afdoende voor de benodigde afzuiging van de loods (& voerkeuken). De luchtwasser in stal 5 heeft daarnaast eveneens afdoende restcapaciteit (totaal 207.500 m3 per uur) om deze geringe periodiek luchtstroom van 1.125 m3 per uur te reinigen/te verwerken.

Voor eventuele geurhinder afkomstig bij het scheiden van de drijfmest / opslag dikke fractie behoeft dan ook niet te worden gevreesd.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

83

7.9 Luchtkwaliteit Fijn stof De emissie van fijn stof (PM10) op basis van de gewenste veebezetting kan op basis van de geldende emissiefactoren (2023) als volgt worden berekend. Tabel 7

Overzicht emissie PM10 gewenste bedrijfsopzet Stalsysteem

Stal

Diercategorie

Aantal dieren

Rav. Code

1

Vleesvarkens

3072

2

Kraamzeugen

3

Fijnstofemissie

BWL / BB code

Omschrijving

Fijnstof g PM10/ dier/jaar***

Fijnstof totaal

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

31

95232

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

160

31360

Kraamzeugen

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

160

25600

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

36

216

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

35

40950

4

Opfokzeugen

288

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

31

8928

5

Gespeende biggen

8100

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V5

15

121500

6a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)

99

354816

6b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)

99

177408

7a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)

99

354816

7b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)

99

177408

** fijn stofemissie (g PM10/dier/jaar) volgens de lijst ‘Emissiefactoren fijn stof voor veehouderij’ op rijksoverheid.nl

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

1388234

De totale emissie fijn stof (PM10) bedraagt in de gewenste situatie 1.388,2 kg/jaar. Ten opzichte van de referentiesituatie is er sprake van een toename van (1.388,2 - 749,4 =) 638,8 kg/jaar. Voor het houden van varkens zijn in het Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen geen grens/drempelwaarden opgenomen.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

84

In de gewenste situatie worden alle stallen uitgevoerd met een emissiearm stalsysteem en worden alle stallen met uitzondering van de kraamstallen uitgevoerd met gecombineerde of chemische luchtwasser met (voor fijn stof) een reductiepercentage van respectievelijk 80% & 35%. In dit hoofdstuk is de emissie en immissie van fijnstof PM10 beoordeeld. Voor PM10 geldt een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m3. Daarnaast geldt dat de 24uurgemiddelde concentratie van 50 μg/m3 niet vaker dan 35 keer (dagen) per jaar overschreden mag worden. Daarnaast geldt er vanaf 1 januari 2015 voor PM2,5 (een fractie van PM10) de grenswaarde van 25 μg/m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. Voor de PM2,5 is verder overigens geen maximaal aantal overschrijdingsdagen vastgesteld. Voor het vaststellen van de PM2,5-factor (gram per dier/ jaar) moet er bij bronnen in de intensieve veehouderij vanuit worden gegaan dat deze 20% van de PM10-factor bedraagt. Jaargemiddelde concentratie PM10 & Overschrijdingsdagen 24-uurgemiddelde grenswaarde Zoals hiervoor beschreven geldt voor PM10 een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie

van 40 μg/m3. Daarnaast geldt dat de 24-uurgemiddelde concentratie van 50 μg/m3 niet vaker dan 35 keer (dagen) per jaar overschreden mag worden. Ten behoeve van gewenste bedrijfsopzet is een luchtkwaliteitsonderzoek met behulp van verspreidingsmodel ISL3a2023 (Geomilieu) uitgevoerd. Onderzocht is of in de gewenste situatie op de beoordelingslocaties, voldaan kan worden aan de grenswaarden zoals deze zijn opgenomen in de Wet Luchtkwaliteit // ministeriële regeling “Beoordeling luchtkwaliteit 2007” (Rbl). In onderstaande tabel is voor de gewenste bedrijfsopzet de berekende PM10-concentratie weergegeven. De volledige fijn stof berekening is als bijlage 28 toegevoegd. Tabel 8 Resultaten ISL3a2021 berekening

Uit de voorgaande tabel blijkt dat op alle beoordelingslocaties ruimschoots kan worden voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m3. De maximale concentratie ter plaatse van de maatgevende woning bedraagt 13,8 μg/m3. Het aantal overschrijdingsdagen betreft 6,0. In de gewenste situatie is er ten opzichte van de huidige/vergunde situatie (ter plaatse van de omliggende objecten) sprake van een lichte afname van de jaargemiddelde concentratie PM10. De emissie van fijn stof kan in onderhavige situatie worden aangemerkt als “niet in betekende mate”.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

85

Cumulatie van fijn stof PM10 Op grond van artikel 73 tweede lid van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 dienen in

sommige gevallen emissiekenmerken van veehouderijen in de omgeving als bron opgenomen te worden in de ISL3a2023-berekening. Dit is enkel van toepassing indien de stallen van deze bedrijven geheel of gedeeltelijk binnen 500 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt van onderhavig bedrijf gelegen zijn, en dan enkel wanneer de totale emissie van zwevende deeltjes / PM10 meer bedraagt dan: •

800 kg per jaar, wanneer het bedrijf waarvoor een aanvraag wordt gedaan meer dan 800 kg zwevende deeltjes per jaar uitstoot, ofwel;

•

500 kg per jaar, wanneer het bedrijf waarvoor een aanvraag wordt gedaan meer dan 500 kg zwevende deeltjes per jaar uitstoot en de achtergrondconcentratie hoger is dan 27 µg/m3.

Binnen een afstand van 500 meter van de stallen van de varkenshouderij van Tijs Heeten b.v. zijn geen veehouderijen van derden aanwezig met een totale emissie van > 500 kg PM10. Gelet op voornoemde wordt voldaan aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit en bestaat er, mede gelet op de geringe emissie en de achtergrondbelasting, geen verdere noodzaak voor een verdere toetsing en/of (cumulatieve) beoordeling. Fijnstof PM2,5 Zoals hiervoor reeds beschreven geldt er vanaf 1 januari 2015 voor PM2,5 (een kleinere fractie van PM10) de grenswaarde van 25 μg/m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. Voor de PM2,5 is geen maximaal aantal overschrijdingsdagen vastgesteld. De berekende PM10-concentraties op de verschillende beoordelingslocaties liggen maximaal op 13,8 μg/m3. In deze PM10-concentratie zit het aandeel PM2,5-concentratie verdisconteerd. De PM2,5-concentratie is immers de kleine fractie van de berekende totale PM10-concentratie. Daarnaast is de PM2,5-factor (gram per dier/ jaar) bij agrarische bronnen slechts 20 % van de PM10-factor.

Nu de berekende totale PM10concentratie op alle beoordelingslocaties maximaal op 13,8 μg/m3 bedraagt en de PM2,5concentratie slechts een kleine fractie (20%) van de berekende totale PM10-concentratie is, zal de totale PM2,5-concentratie ter hoogte van de beoordelingslocaties voor de gewenste situatie ruimschoots lager dan 25 μg/m3 blijven. Daarmee wordt voldaan aan de normering op grond van de Wet luchtkwaliteit. Bij de verwerken van graan met behulp van onder meer de hamermolen en mengers kan stof vrijkomen. Deze werkzaamheden worden inpandig uitgevoerd. De lucht afkomstig uit deze ruimte wordt afgevoerd naar de luchtwasser (stal 5) en hierin gereinigd. Voor de emissie van stof afkomstig van deze werkzaamheden behoeft dan ook niet te worden gevreesd.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

86

NO2 In de gewenste situatie vinden dagelijks, op basis van het akoestisch onderzoek, de volgende aanen afvoerbewegingen plaats: - Vrachtwagens: 12 per dag - Personenauto 7 per dag; Aantal voertuigen per dag = 19 stuks (71% is vrachtverkeer). Met behulp van de NIBM-tool versie 2017 (zie onderstaande afbeelding van de uitdraai) is de NO2 emissie in de gewenste bedrijfssituatie vastgesteld. Uit deze berekening blijkt, dat de emissiebijdrage NO2 van de voertuigen per dag maximaal 0,16 µg/m3 bedraagt. De grenswaarde voor NIBM is 1,2 µg/m3. De bijdrage met betrekking tot de emissie van N02 kan hierdoor ook in de gewenste situatie worden bestempeld als “niet in betekende mate”. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2023

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

19

Aandeel vrachtverkeer

71,0%

NO2 in μg/m3

0,16

PM10 in μg/m3

0,01

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Figuur 28: Worst-case berekening (bron: NIMB-tool)

Overige stoffen Ten aanzien van eventuele overige stoffen / emissies, op welke de Wet luchtkwaliteit van toepassing is, kan worden gesteld, dat mag worden verwacht dat deze emissies ruimschoots voldoen aan de geldende grenswaarden. De emissies van lachgas (N2O) en methaan (CH4) zullen in onderhavige situatie relatief laag zijn. Binnen de veehouderij in Nederland zorgt het rundvee voor de hoogste productie van lachgas en methaan. Daarnaast wordt in onderhavige situatie geen stro toegepast, welke zorgt voor een hoge productie van lachgas. In de gewenste situatie wordt de drijfmest gescheiden in een dikke en dunne fractie. Hierdoor wordt de productie van methaan zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast zijn alle stallen voor het houden van dieren alsmede de voerkeuken, de mestsilo en de loods voor het scheiden van de drijfmest aangesloten op een gecombineerde luchtwasser. Gelet op voornoemde worden de eventuele emissies van lachgas en methaan zoveel mogelijk voorkomen. Aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit wordt in de gewenste situatie voldaan.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

87

7.10 Geluid Om de geluidsproductie afkomstig van de varkenshouderij in de gewenste bedrijfsopzet inzichtelijk te maken is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Geurts Adviseurs / bijlage 13). De gemeente Raalte heeft voor het buitengebied geen geluidbeleid vastgesteld. De te stellen geluidsgrenswaarden dienen te worden vastgesteld aan de hand van de aard van de omgeving (gebiedstypering) conform de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening. Het bedrijf is gelegen in een buitengebied met verspreidliggende woningen en boerderijen. Gelet op de ligging in het buitengebied is de gebiedstypering “landelijke omgeving” van toepassing. Derhalve wordt uitgegaan van de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van respectievelijk 40, 35 en 30 dB(A) voor de dag‐ avond‐ en nachtperiode. Ten aanzien van het maximale geluidniveau LAmax wordt aansluiting gezocht bij de maximaal toelaatbare grenswaarden van 70 dB(A) voor de dagperiode, 65 dB(A) voor de avondperiode en 60 dB(A) voor de nachtperiode. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in de gewenste bedrijfsopzet (Representatieve bedrijfsvoering / RBS) de geluidsbelasting bij de omliggende woningen als volgt bedraagt:

Uit toetsing van de resultaten blijkt dat ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT voldaan kan worden aan de normstelling van 40 dB(A) etmaalwaarde. De geluidbelasting wordt in de dagperiode met name bepaald door de transportbewegingen en laad‐ en losactiviteiten. In de avond‐ en nachtperiode zijn de ventilatoren en bewegingen met personenwagens relevant. Uit de berekeningen blijkt tevens dat aan de maximaal toelaatbare grenswaarden ten aanzien van het maximale geluidsniveau LAmax kan worden voldaan, te weten 70 dB(A) etmaalwaarde. Het piekgeluidsniveau wordt in de dagperiode veroorzaakt door optrekkende vrachtwagens bij de inrit, het laden/lossen van varkens, in de avond door de totale bijdrage van de ventilatoren en in de nachtperiode door het laden van varkens. Maximaal 12 keer per jaar wordt drijfmest afgevoerd uit een van de mestsilo’s met meerdere vrachten op één dag. Hierbij is uitgegaan van maximaal 20 vrachten (40 bewegingen) die mest lad en bij de mestsilo’s. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat bij deze incidentele bedrijfsvoering (IBS) de geluidsbelasting bij de omliggende woningen als volgt bedraagt:

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

88

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: - In de representatieve bedrijfssituatie wordt voldaan aan de geldende streefwaarden; - In de incidentele bedrijfssituatie (maximaal 12 dagen per jaar) is er sprake van een geringe overschrijding van de streefwaarden (max. 2 dB). Indirecte hinder Indirecte hinder als gevolg van aan‐ en afrijdend verkeer is berekend op de voorgevel van de woningen Heetenseweg 9 en 9b. Deze woningen zijn het dichtst nabij de toegangsweg gelegen, waarbij alle voertuigen vanuit deze richting arriveren en in dezelfde richting vertrekken (worst case benadering).

Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde, zoals gesteld in de circulaire "Beoordeling geluidhinder wegverkeer met betrekking tot vergunningen" d.d. 29 februari 1996, van 50 dB(A) voor de dagperiode, 45 dB(A) voor de avondperiode en 40 dB(A) voor de nachtperiode.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

89

7.11 Mest Opslag van mest Op basis van de gewenste bedrijfsvoering komt jaarlijks ongeveer 26.000 m3 drijfmest vrij. De drijfmest afkomstig van de varkenshouderij wordt opgeslagen in mestkelders onder de stallen en in 2 mestsilo’s (totale inhoud opslagvoorzieningen = 25.000 m3). In de gewenste situatie wordt de vrijkomende drijfmest gescheiden in een dikke en dunne fractie. Voor de opslag van de dunne fractie wordt een nieuwe (gesloten) mestsilo met een inhoud van 5.000 m3 gerealiseerd. Het betreffen hier mestdichte kelders en mestsilo’s, die voldoen aan de regels/richtlijnen van het KIWA (BRL2342) en de gestelde eisen / voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De mest wordt door erkende transporteurs (via intermediairs) afgevoerd uit de inrichting. Binnen het bedrijf is er ruimschoots voldoende mestopslagcapaciteit voor minimaal een half jaar, zoals ook wettelijk verplicht is gesteld. De gewenste bedrijfsopzet voldoet aan het gestelde in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Gelet op voornoemde voldoet de opslag van varkensmest aan het gestelde in de “Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij”. Bewerken van mest Tijs Heeten b.v. is niet voornemens om binnen de inrichting mest te gaan verwerken. Wel is het wenselijk om de vrijkomende mest te scheiden in een dikke en dunne fractie (= bewerken).

Op basis hiervan kan worden ingespeeld op de wensen uit de markt en kan een deel van de mest regionaal doelmatig worden ingezet voor het bemesten van de landbouwgronden. Daarnaast kan de gescheiden mest (dikke fractie) ook regionaal worden toegepast in een vergistingsinstallatie t.b.v. de productie van duurzame energie. Om de mest te gaan scheiden wordt een nieuwe hal gerealiseerd. In deze hal worden een mobiele mestscheider geplaatst. Deze mestscheider splitst de vrijkomende drijfmest in een dikke en dunne fractie. Voornoemde is een gesloten proces. De dunne fractie wordt afgevoerd naar een mestsilo en vervolgens per as afgevoerd. De dikke fractie wordt in de hal kortstondig opgeslagen en eveneens per as afgevoerd. Door voornoemde proces in een afgesloten hal te realiseren worden weersinvloeden (wind/neerslag etc.) uitgesloten en worden emissies en eventuele geluidsoverlast voorkomen. Om eventuele emissies van geur en ammoniak zoveel mogelijk te voorkomen, wordt de nieuwe loods (het scheiden van drijfmest / opslag dikke fractie) aangesloten op de luchtwasser in stal 5 (biggenstal).

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

90

7.12 Afvalstoffen & Afvalwater In de gewenste bedrijfsopzet komen de volgende afvalstoffen vrij. Tabel 9

Overzicht afvalstoffen

Afvalstoffen Kadavers Restafval Papier Kapotte lampen KGA Oud ijzer Plastic

Hoeveelheid/jaar

Wijze van opslag

Inzamelaar

80 ton 25 m3 750 kg 50 stuks 100 kg 1.000 kg 250 kg

koeling container dozen doos chemo-box Bak Container

Rendac ROVA Gemeente chemo-depot chemo-depot Oud ijzerhandelaar ROVA

Al het relevante bedrijfsafvalwater dat binnen de stallen vrijkomt wordt opgevangen in de mestkelders. Het afvalwater afkomstig van de spoelplaats wordt opgevangen en afgevoerd naar een mestkelder. Het bedrijfsafvalwater wordt gelijktijdig met de mest afgevoerd en uitgereden over beschikbare landbouwgronden. Het spuiwater van de aanwezige luchtwassers wordt afzonderlijk opgevangen in afzonderlijke kelders (gecombineerde luchtwassers) alsmede in twee productbestendige silo’s (spuiwater chemische luchtwassers). Dit spuiwater wordt vervolgens als meststof afgevoerd en verwerkt door een hiertoe erkende inzamelaar. Het spoelwater van de waterpomp en ontijzeringsinstallatie wordt in de gewenste situatie ongewijzigd geloosd op de sloot ten oosten van de inrichting. Deze lozing bedraagt conform opgave van de leverancier (Remon Service b.v.) in de gewenste situatie ongeveer 25 m3 per maand. Het afvalwater afkomstig van de bedrijfswoningen en sanitaire voorzieningen wordt geloosd op een reeds bestaande IBA (2 x 6 m3). Het niet verontreinigde hemelwater afkomstig van de daken en het erf wordt ter plaatse gebufferd (opvangvijver) en geïnfiltreerd in de bodem. De gevolgen voor het watersysteem en de mogelijke gevolgen voor de bodem (verzuring en eutrofiering) zijn hiermee voldoende gewaarborgd.

7.13 Ontsluiting De varkenshouderij van de initiatiefnemers ligt aan de Heetenseweg. De Heetenseweg is een drukke doorgaande provinciale weg. Ter plaatse van de varkenshouderij zijn momenteel twee inen uitritten aanwezig. Alle vervoersbewegingen kunnen in de vergunde situatie via deze beide inen uitritten plaatsvinden. De beide in- en uitritten / ontsluiting van de varkenshouderij is hieronder visueel weergegeven.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

91

Figuur 30 aanzichtfoto’s ontsluiting varkenshouderij 2022 (bron: Streetsmart)

7.14

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing.

ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten

92

Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

•

de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi);

•

het Registratiebesluit externe veiligheid;

•

het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015);

• het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt);

•

de Regeling basisnet;

• de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Voorliggend plan voorziet niet in het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten. Een nadere verantwoording van het plaatsgebonden risico en groepsrisico is dan ook niet benodigd. Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling niet in het toestaan van een inrichting die als 'risicovol bedrijf' wordt aangemerkt. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=411fec42-8a59-4af7-acc0-1356af352123