ROB Tijs Heeten, deel 1
Tekst van het document
Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in het landelijk gebied. Dit betekent dat de 'stedelijke laag' buiten beschouwing kan blijven. Vanwege het ontbreken van bijzondere eigenschappen binnen de 'laag van de beleving', wordt ook deze laag buiten beschouwing gelaten. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met de gebiedstypen 'Beekdalen en natte laagtes' .
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
35
Figuur 19: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
Figuur 19 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. Beekdalen en natte laagtes Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' In het plangebied zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar. In de jaren zijn de hoogteverschillen onder andere door zandverstuivingen, de ontginning en de ontwikkeling in de landbouw verminderd. Door toepassing van de KGO inspanning word getracht een bijdrage te leveren aan de invulling van de ontwikkeling en verbetering van het oorspronkelijke landschap. Hierbij wordt onder meer het vrijkomende hemelwater opgevangen en ter plaatse gebufferd in een bergingsvijver.
Vanuit deze vijver kan het hemelwater ter plaatse infiltreren in de bodem. Geconcludeerd wordt dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, aangezien ter plaatse van de uitbreiding geen hoogteverschillen meer waarneembaar zijn.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
36
1. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype 'Maten en flierenlandschap. Figuur 20 bevat een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarische cultuurlandschap”.
Figuur 20: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
Maten en flierenlandschap Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding - daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoeven-landschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden.
Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In het geval van voorliggend initiatief is geen sprake van onevenredige aantasting van de landschapswaarden. De voorgenomen ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast in de omgeving, conform de daar voorkomende gebiedskenmerken. Gezien het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
37
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
5.3
Gemeentelijk Beleid
Omgevingsvisie gemeente Raalte De Gemeenteraad van Raalte heeft recent (26 november 2020) de omgevingsvisie “Horizon Raalte 2040” vastgesteld. Deze omgevingsvisie is een strategisch document en geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. In de leefomgeving komen veel functies en belangen bij elkaar. In de omgevingsvisie zijn de spelregels en opgaven opgenomen, om zo richting te geven aan het vinden van een balans tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Voor de landbouw is in de Omgevingsvisie als ontwikkelingsrichting aangegeven: Wij kiezen met technologie, innovatie en experiment voor een toekomstbestendige landbouw die meerwaarde oplevert voor de leefomgeving en het landschap. De visiemakers zien in een zoektocht naar nieuwe verdienmodellen voor de landbouw twee belangrijke richtingen: - het investeren in experiment en innovatie als een oplossingsrichting - een meer kleinschalige productie en natuur inclusieve landbouw, waarbij wordt uitgegaan van de natuurlijke draagkracht van de bodem. Beide richtingen vragen ruimte - letterlijk en figuurlijk. We vinden het belangrijk dat deze ruimte er in onze gemeente is.
Hierbij wordt opgemerkt dat er niet zonder meer ontwikkelruimte moet komen voor het enkel vergroten van de agrarische productie, maar dat er meer aandacht uit moet gaan naar de verbetering daarvan en verbetering van de integrale ruimtelijke kwaliteit. Er moet een balans zijn tussen verschillende belangen in het buitengebied en mogelijkheden voor verbreding van het verdienmodel. In deze omgevingsvisie is daarnaast nog het volgende opgenomen: De agrarische sector is altijd in verandering geweest en agrariërs (ook uit de gemeente Raalte) hebben in het verleden laten zien met innovatie uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Naar ons idee wordt vrij breed gedeeld dat er veranderingen nodig zijn om de Nederlandse landbouw meer toekomstbestendig te maken. Daar wordt in de huidige discussie meestal onder verstaan: meer in balans met grond en omgeving. De discussie rond stikstof is een voorbeeld van de grenzen waartegen we aanlopen. Toekomstbestendig wil wat ons betreft ook zeggen: financieel haalbaar. Wij beseffen heel goed dat veranderingen ondernemers raakt die voor hun inkomen van hun bedrijf afhankelijk zijn.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
38
We weten ook dat bedrijven erg kunnen verschillen en dat kan ook gelden voor hun toekomststrategieën. Voor die verschillen moet naar ons idee ruimte zijn in de gemeente Raalte. In onze visie hebben we het dan ook niet voor niets over nieuwe verdienmodellen die er moeten komen, indien bestaande verdienmodellen wegvallen of minder inkomsten genereren. Kortom: wij zijn het met u eens dat financiële haalbaarheid een belangrijke randvoorwaarde is voor succesvolle veranderingen in de landbouw. We beseffen ook dat deze transitie niet eenvoudig is. We hebben te maken met een complex bestaand systeem waarbij individuele ondernemers, maar ook overheden, niet altijd zelfstandig de mogelijkheid hebben om een andere koers te kiezen. Dit vereist samenwerking tussen de hele agrarische keten en overheden. En het vereist tijd. Deze Omgevingsvisie bevat een visie voor de langere termijn (indicatief: 2040). Niet elke verandering hoeft morgen al te worden gerealiseerd. Wij zijn het met u eens dat we ondernemers de ruimte moeten geven om tot innovatieve oplossingen te komen. Wij sorteren met deze visie dan ook bewust niet voor op één specifieke richting, maar willen in onze gemeente juist de ruimte geven voor uiteenlopende oplossingen.
Met ‘verbeteren van de productie’ bedoelen we dat we, bij uitbreiding van een agrarisch bedrijf, meer verwachten dan enkel een plan voor het bouwen van een nieuwe stal met het doel meer te gaan produceren. Een uitbreiding is naar ons idee een goed moment om ook verbeteringen door te voeren in bijvoorbeeld dierenwelzijn, duurzaamheid, emissies naar de omgeving of maatregelen te treffen die de biodiversiteit op het bedrijf of in de omgeving versterken. Een moment van investeren in een bedrijf beschouwen wij als geschikt moment om de landbouw in Raalte toekomstbestendiger in brede zin te maken. Uitbreiding van onderhavige varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a behoort, gelet op dit gemeentelijke beleidskader, in beginsel tot de mogelijkheden. Onderhavig plan voor de ontwikkeling en uitbreiding van de varkenshouderij is als opiniërend raadsvoorstel besproken in de vergadering van de Gemeenteraad van Raalte op 25 november 2021. Tijdens deze vergadering is gebleken dat een ruime meerderheid van de Gemeenteraad het gestelde in de omgevingsvisie “Horizon Raalte 2040” (d.d. 26 november 2020) ten aanzien van de agrarische sector en de ontwikkeling van de agrarisch bedrijven onderschrijft.
Daarnaast heeft een ruime meerderheid van de Gemeenteraad aangegeven voorstander te zijn van de beoogde en gewenste duurzame ontwikkeling / uitbreiding van onderhavige varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a. Bestemmingsplan De gronden behoren tot het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied Raalte. Dit bestemmingsplan is op 8 juni 2012 door de gemeenteraad vastgesteld en als zodanig ook in werking getreden. Nadien zijn voor het gehele buitengebied enkel correctieve herzieningen en een verzamelplan door de Gemeenteraad vastgesteld. Op 2 juni 2021 is een leesbare versie van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020’ op ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd, waarin de wijzigingen van die correctieve herzieningen en het verzamelplan zijn verwerkt.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
39
In navolgend figuur is een kaartuitsnede opgenomen behorend bij het geconsolideerde bestemmingsplan.
Figuur 21: Kaartuitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2012-2021 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
5.4 KGO & LANDSCHAPPELIJKE INPASSING In de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel is een nieuw instrumenten geïntroduceerd, namelijk de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Op basis van het provinciaal beleid ten aanzien van het KGO-instrument is het mogelijk om gemeentelijk niveau beleidskaders op te stellen. In het provinciale beleid is het volgende opgenomen: Plannen voor de Groene Omgeving kunnen voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. De gemeente Raalte heeft tot op heden geen verdere uitwerking en/of beleid omtrent de uitvoering van de KGO uitgewerkt.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
40
Gelet op voornoemde is Het Oversticht verzocht een advies op te stellen op welke wijze bij de beoogde ontwikkeling van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a landschappelijk kan worden ingepast en (ruimtelijk) kan worden voldaan aan de KGO-inspanning. Het advies van Het Oversticht d.d. 25 maart 2020 en aanvullende advies d.d. 15 februari 2022 in navolging van de buurtdialoog zijn als bijlage 4 opgenomen. In het advies is het volgende aangegeven: Het perceel ligt in het dekzandgebied. De afwisseling van erven (met beplanting), lanen en open ruimtes zijn bepalend. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangesloten bij de kenmerken van dit deelgebied. Bij ontwikkelingen op de erven is het wenselijk in te spelen op het nattere karakter van dit deelgebied door in de beplantingskeuze hierbij aan te sluiten. De opgaven vanuit natuur en water richten zich op het ontwikkelen van natuurlijke oevers direct langs de weteringen en door vasthouden van water in verbrede watergangen. Dit sluit aan bij het sterke functionele en agrarische karakter van het deelgebied. De uitbreiding van het erf betekent, hoewel compact, een forse opschaling. Met name vanaf de noordzijde gezien betekent dit een zichtbare ingreep in het landschap.
Grote agrarische erven komen meer voor in het buitengebied van Raalte, maar bij elke uitbreiding is het wenselijk om een zorgvuldige inpassing te ontwerpen en een aanvullende ontwikkeling van kwaliteit landschappelijk of anderzijds te genereren. De meer rationele blokopzet van de broekontginning is kenmerkend voor dit deelgebied. De huidige beslotenheid door bosschages vormt een contrast met het meer open enk gebied aan de andere zijde van het kanaal. De nieuwe uitbreiding van het erf kan deze kenmerken benutten en versterken. Zowel de basisinspanning en de KGO kan hierop worden ingezet. Aanplant van de overgang van het erf naar het landschap. In aansluiting op de kenmerken van het broeklandschap (bossen, singels en bomenrijen), landschappelijke soorten (hak)hout: o Inpassing aan de zijde van de grote volumes, direct in aansluiting op de volumes en ook in het landschap aansluitend. De eigenaar wil hiervoor de bestaande aanplant aan de noordzijde van de stal benutten. Herplant van soorten is mogelijk tot een bepaalde maat van bomen en struiken. Wij adviseren hiervoor bij een deskundige advies te vragen. De nieuwe aanplant en groei van streekeigen struiken gaat relatief snel. Bij herplant is er (soms na enkele jaren) kans op terugslag of het niet aanslaan van plantmateriaal.
De eigenaar aan de noordzijde en de gemeente hebben in eerdere gesprekken met de eigenaar als wens geuit vrij zicht richting het open broekgebied te willen behouden. Dit is passend om de oorspronkelijke openheid van het broekgebied te laten ervaren. In het advies is hiermee rekening gehouden. Vanuit het eerdere advies in combinatie met de uitkomsten van de participatie doen wij het volgende voorstel. Wij zijn van mening dat er een passend compromis kan ontstaan tussen een optimale inpassing direct nabij de uitbreiding en een versterking van de landschapskwaliteit op enige afstand van de stal. De aanplant op afstand zorgt voor een ‘filtering’, ‘afleiding’ van het zicht op de stal. En draagt daardoor ook positief bij aan het totale beeld. Het perspectief in de open ruimte wordt zelfs meer bijzonder door de aanplant van enkele bomen.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
41
Landschap Op afstand van de stal worden knotwilgen, een els en een wilg aangeplant. Een solitaire boom is al aanwezig. Behoud van zichten is een voorwaarde, anderzijds was het landschap eerder meer aangeplant met struwelen en losse bomen. De wilg en els worden geplant daar waar de sloten (noord-zuid en oost- west) samen komen. Deze locatie geeft op termijn een meerwaarde aan het perspectief in de open ruimte. Langs de sloot, meer aan de westzijde van het perceel, wordt een aanplant van knotwilgen gedaan op ruime afstand van minimaal 8 meter waardoor doorzicht behouden blijft. Deze rij ‘filtert’ het zicht op een deel van de uitbreiding vanuit het noordwesten gezien, de bocht in de weg. Knotbomen stonden er vroeger meer in het landschap. De wilgen kunnen om en om geknot worden zodat er altijd een optimaal doorzicht enerzijds ontstaat, maar ook een ‘filtering’. Erf Het erf wordt ingepast met een singel aan beide zijden (noord en zuid) met inheemse struiken en bomen. Als groenblijvers zijn in het inheemse assortiment niet veel soorten te vinden. Wel kan er voor worden gekozen om struiken te planten met een dichte takkenstructuur, of struiken die kunnen worden geknot/afgezet waardoor ze een compacte dichte structuur krijgen. Het beheer kan gefaseerd worden gedaan. Zo blijft er altijd een ‘groene’ singel aanwezig.
Aarden wallen, een wens van omwonenden, zijn landschappelijk minder passend. Een verhoging met aanplant kan wel worden gemaakt als deze structuur meer onderdeel wordt van het landschap als geheel. Er wordt voorgesteld een verhoging van aarde te maken in een brede zone van 6 meter waarbij het talud geleidelijk oploopt. De randen kunnen dicht worden ingeplant met struiken, de bomen in een driehoeksverband in de middenlijn. Op termijn zal het niet zichtbaar zijn dat deze aanplant is gedaan op een wal. In overleg kunnen we bespreken hoe de wat het beste kan worden ‘opgebouwd’. De insteek is een natuurlijke uitstraling als geheel. De voorzijde van het erf wordt ingepast met een aaneengesloten natuurlijke inbedding waarin de waterberging ligt. De aanplant van bomen en struiken is inheems. De noordelijke toegang wordt alleen gebruikt voor fietsers en wandelaars. Hier wordt een zit/infoplek geplaatst, bereikbaar met een brug over het water. In de gevel van de stal wordt een mogelijkheid gecreëerd om door de wand te kijken naar de varkens. De opening kan niet tot aan de grond transparant worden gemaakt omdat de varkens een stevige onderwand nodig hebben, maar wordt zo laag en ruim mogelijk zodat er een goede inkijk is in de stal. Soorten inheemse bomen: eik, linde, lijsterbes, berk*, wilg*. Els* kan evt op lagere delen (*incluis snelgroeiers die je later kunt dunnen).
Soorten inheemse struiken (niet geheel groenblijvend, maar ook een aantal compacte struiken (dichte takstructuur)): hazelaar, wilde liguster, kornoelje, hondsroos, sleedoorn, meidoorn, veldesdoorn, wilg, krent, vlier. In voorjaar bloeien de struiken en in het najaar komen er bessen (vogels en insecten). ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
42
Figuur 28: Inpassingsplan / KGO compensatie (bron: Het Oversticht)
Initiatiefnemer Tijs Heeten b.v. heeft zich geconformeerd aan dit advies van Het Oversticht. Het advies en de gedane voorstellen zullen dan ook in het kader van de landschappelijke inpassing en de KGO volledig worden uitgevoerd, al zijn hier naar aanleiding van de Omgevingsdialoog kleine aanpassingen op doorgevoerd. Het advies van het Oversticht inclusief de reacties van de Omgevingsdialoog is vervolgens door Natuurbank Overijssel nader uitgewerkt in een plan voor de landschappelijke inpassing (actualisatie 1-9-2023 // bijlage 5). In aanvulling op het advies van het Oversticht worden in het kader van de KGO ten aanzien van de erfinpassing en landschapsversterking nog de volgende aanvullingen doorgevoerd: • Verlengen van de strook met bloem- en faunarijk grasland aan de noordzijde. Deze wordt langs het volledige perceel doorgetrokken (130 x 3 meter); • De gemengde houtsingel aan de noordzijde wordt aan de straatzijde verbreed uitgevoerd; • Langs de aarden wal met gemengde houtsingel aan de noordzijde wordt aan de binnenzijde een bergings-/infiltratie sloot voor hemelwater aangelegd. Dit hemelwater kan ter plaatse infiltreren c.q. worden aangewend voor het verdrogen van de houtsingel op de aarden wal; • Aanleggen van een strook met bloem- en faunarijk grasland aan de zuidzijde. Deze wordt langs het volledige perceel doorgetrokken (70 x 3 meter)
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
43
Hieronder zijn de relevante aspecten uit dit plan weergegeven. Het plan voor landschappelijke inpassing van het erf en landschapsversterking bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Gemengde houtsingel, gedeeltelijk op een wallichaam; 2. Gemengde houtsingel; 3. Bloem- en faunarijk grasland; 4. Aanplant solitaire elzen; 5. Aanplant knotwilgen; 6. Zitplek met informatievoorziening / rustplaats voor fietsers en wandelaars 7. Hemelwaterinfiltratievijvers / opvangsloot. Hierna wordt een verbeelding weergegeven van de erfinpassing en landschapsversterking. Figuur 29: erfinpassing & landschapsversterking (bron: Natuurbank Overijssel)
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
44
Inrichtingsmaatregelen Gemengde houtsingel, gedeeltelijk op een wallichaam Aan de noordzijde van het erf wordt een gemengde houtsingel aangelegd. Het gedeelte naast de nieuw te bouwen stal wordt aangelegd op een zandwal. Deze wal is 6 meter breed en 140 meter lang met een hoogte van ongeveer 1,3 meter hoog. Aan de binnenzijde van deze zandwal wordt een opvangsloot voor vrijkomende hemelwater aangelegd. De zandwal heeft aan de buitenzijde een flauw talud en heeft aan de binnenzijde een stijler talud. Hieronder wordt een doorsnede getoond van de houtsingel op het wallichaam.
Figuur 30: uitvoering aarden wal met beplanting
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
45
Op het hoogste deel van de wal worden boomvormers geplant, aan de buitenzijde worden twee rijen struweelvormers geplant. Aan de binnenzijde van de singel, worden geen struweelvormers geplant. Als boomvormers worden zomereiken, ‘iepen’, ‘linden’ of ruwe berken gebruikt. Er worden als laanboom gekweekte bomen gebruikt met een minimale stamomtrek van 12-14 cm op 1,5 meter hoogte. De bomen worden voorzien van twee boompalen met boomband. Op iedere 25 meter van de singel wordt een boomvormer geplant. Als struweelvormers wordt een gemengde aanplant gebruikt welke bestaat uit hondsroos, wilde liguster, Gelderse roos, vuilboom, veldesdoorn, hulst, wilde lijsterbes, krent, meidoorn en sleedoorn. Er wordt gebruik van driejarig bosplantsoen (80-120cm) en het plantsoen wordt in een plantverband van 1,5 x 1,5 meter geplant. Gemengde houtsingel Langs de zuidoostrand van het plangebied wordt een gemengde loofhoutsingel aangelegd. De singel bestaat uit boom- en struweelvormers en heeft een lengte van 114 meter en een breedte van 5 meter. Als boomvormers worden zomereiken, ‘iepen’, ‘linden’ of ruwe berken gebruikt. Er worden als laanboom gekweekte bomen gebruikt met een minimale stamomtrek van 12-14 cm op 1,5 meter hoogte. De bomen worden voorzien van twee boompalen met boomband. Op iedere 25 meter van de singel wordt een boomvormer geplant.
Als struweelvormers wordt een gemengde aanplant gebruikt welke bestaat uit hondsroos, wilde liguster, Gelderse roos, vuilboom, hazelaar, rode kornoelje, veldesdoorn, hulst, wilde lijsterbes, krent, meidoorn en sleedoorn. Er wordt gebruik van driejarig bosplantsoen (80-120cm) en het plantsoen wordt in een plantverband van 1,5 x 1,5 meter geplant. De bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband. Bloem- en faunarijk grasland Het bloem- en faunarijke grasland zal op spontane wijze ontwikkelen als gevolg van verschralingsbeheer. Er wordt géén bloemenmengsel gezaaid omdat hierdoor vaak niet-passende soorten worden ingezaaid die op natuurlijke wijze niet op de groeiplaats zouden zijn opgekomen. Solitaire zwarte elzen Er worden twee, als laanboom gekweekte zwarte elzen geplant met een minimale stamomtrek van 12-14 cm op 1,5 meter hoogte. De bomen worden voorzien van twee boompalen met boomband. Knotwilgen Langs een bestaande perceelsrand worden 10 knotwilgen geplant. De jonge bomen worden geplant met een onderlinge afstand van 8 meter (hart-op-hart). Er wordt gebruik gemaakt van als knotwilg gekweekte bomen of worden staken gebruikt, welke lokaal vrij komen bij het knotten van knotwilgen.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
46
Solitaire loofbomen Aan de voorzijde van het erf worden 40 solitaire loofbomen geplant. Er worden als laanboom gekweekte bomen geplant met een minimale stamomtrek van 12-14 cm op 1,5 meter boven de wortelvoet. Als plantmateriaal kan gekozen worden uit es, zwarte els, zomereik, winterlinde, paardenkastanje, ruwe iep of fladderiep. De bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband. Zitplek met informatievoorziening Er wordt een zitplek voor passanten (fietsers en wandelaars) aangelegd. Deze bestaat uit een picknickset en een bord met informatie over de varkenshouderij en het erf.
Beheer Gemengde houtsingel De struweelbeplanting in de gemengde houtsingel wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de beplanting periodiek, meestal iedere 8-12 jaar, afgezet wordt, waarna de beplanting weer zal uitlopen. De boomvormers worden daarbij gespaard. Boomvormers op de singel worden bij toekomstige onderhoudsbeurten gedund. De houtsingel wordt in minimaal 2 en maximaal 4 beheerbeurten afgezet met 2 à 3 jaar tussen de verschillende vakken. Solitaire bomen Zowel de solitaire bomen, als de zwarte elzen en de hoogstam fruitbomen, worden niet beheerd. De bomen mogen op natuurlijke wijze uitgroeien tot volwassen bomen. Laaghangende takken die schade of hinder veroorzaken mogen afgezaagd worden. Knotbomen De knotwilgen worden iedere 6-8 jaar geknot om te voorkomen dat de bomen te zware uitlopers krijgt waardoor het gevaar op uitscheuren bestaat. Bloem- en faunarijk grasland Het grasland wordt jaarlijks éénmalig gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Het grasland wordt niet bemest en er worden geen herbiciden op toegepast.
Uitvoering nieuwe stalruimte De nieuwe vleesvarkensstallen worden, gelet op het advies van het Oversticht, als volgt uitgevoerd:
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
47
Volume => meer dan 1 kap (twee schuren / twee geschakelde kapconstructies) Gevels => kleurstelling gelijk aan bestaande stallen en passend in omgeving (=> donker groen); Windveren => geen strakke kleurschakering wit o.i.d. (=> grijs); Dak => kleur die wegvalt tegen de horizon (=> wolkengrijs), al worden deze daken in het kader van de energievoorziening grotendeels voorzien van zonnepanelen); - Voorgevels => toepassen glas en onderbreking (=> voorgevel wordt voorzien van glas d.m.v. ramen en glazen deuren // de voorgevel wordt onderbroken door terugliggend/verspringend deel; - De emissiepunten (uitstroomopeningen van de luchtwassers) worden, ten behoeve van de omgeving c.q. het verminderen van in hoofdzaak de geurbelasting, verhoogd uitgevoerd. Het betreffen hier slechts 3 relatief kleine uitstroomopeningen op een hoogte van max. 16,5 meter. Deze uitstroomopeningen zijn ten aanzien van het gehele bouwplan ondergeschikt, maar kunnen niet als ondergeschikte bouwdelen worden beoordeeld. -
Voornoemde aspecten zijn ook verwerkt in de bouwtekeningen t.b.v. de aanvraag Omgevingsvergunning Wabo onderdeel bouw (zie bijlage 3).
Overige aspecten Daarnaast kunnen ten aanzien van de KGO nog de volgende aanvullen zaken worden aangedragen: • In de huidige bedrijfsopzet is het varkensbedrijf qua energieverbruik voor ongeveer 70% zelfvoorzienend door het plaatsen van 1.250 zonnepanelen. Door de realisatie van de nieuwe stallen kunnen ongeveer 3.000 extra zonnepanelen worden aangebracht. Op basis hiervan is het varkensbedrijf volledig zelfvoorzienend en wordt daarnaast (na aanpassen netwerk door Enexis) een leverancier van duurzame energie. Hierdoor kan een grote bijdrage worden geleverd aan de benodigde energietransitie en doelstellingen ten aanzien van het klimaatbeleid. De benodigde warmte voor het huisvesten van met name de pasgeboren biggen wordt verkregen met warmte uit de al aanwezige luchtwassers. Deze luchtwassers filteren de stallucht van ammoniak, geur en fijn stof. Door het toepassen van warmtewisselaars wordt de verkregen warmte met toepassing van drie warmtepompen geschikt gemaakt om deze toe te passen in de vloerverwarming die aanwezig is in de diverse stallen. Op basis hiervan is de bedrijfsvoering van de varkenshouderij niet meer afhankelijk van aardgas. Ook de nieuwe stalruimte wordt duurzaam verwarmd door het toepassen van dit systeem.
• In de gewenste bedrijfsopzet worden (bovenwettelijke) investeringen gedaan ten behoeve van het welzijn van de dieren (vergroten leefoppervlakte van de vleesvarkens > 0,8 m2); • In de gewenste bedrijfsopzet worden (bovenwettelijke) investeringen worden gedaan ten behoeve van de reductie van geuremissie & stikstofdepositie /ammoniakemissie. Hiertoe worden de volgende reducerende technieken toegepast. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
48
• Het verhoogd uitvoeren van alle emissiepunten van de stallen; • Het verhogen van de uittreedsnelheid van alle emissiepunten van de stallen; • Het toepassen van een aanvullende emissiearm stalsysteem (ICV) in de kelders van de nieuw te bouwen stallen voor vleesvarkens (stal 6 en 7). Voornoemde komt voort uit de doelstelling om in de gewenste situatie ten opzichte van de omgeving, omliggende woningen en nabijgelegen natuurgebieden (NNN en N2000 Boetelerveld), ondanks dat sprake is van een vergroting van het aantal dieren en de mate bebouwing, een afname van de geurbelasting en een afname van de ammoniakemissie/stikstofdepositie te bewerkstelligen. In de gewenste situatie wordt ter plaatse van het maatgevende N2000 gebied Boetelerveld ten aanzien van de stikstofdepositie een afname van 2,21 mol (- 33,4%) bewerkstelligd. Ter plaatse van de maatgevende woning van derden wordt in de gewenste situatie een afname van de geurbelasting bewerkstelligd van 5,0 OU (- 32,1%). Deze “vrijkomende” milieubelasting / stikstofrechten worden in het kader van de KGO niet (elders) aangewend voor bedrijfsontwikkeling. Door de beschreven investeringen in de stallen t.b.v. van de omwonenden & omgeving, het landschap (erfopzet & compensatie), uitvoering stallen volgens de best beschikbare technieken / eisen en het bouwplan (kleurstelling/uitvoering stallen) kan worden gesteld dat door Tijs Heeten b.v.
een ruime (maatschappelijke) bijdrage wordt geleverd. Gelet op voornoemde voldoet het beoogde project en bijbehorende bouwplan aan de gestelde voorwaarden behorende bij het KGO-beleid van de provincie Overijssel en de gemeente Raalte. Als gevolg van deze investeringen kan worden gesteld dat, ondanks een toename van de bebouwing (ruimtebeslag) en aantal dieren, er sprake is van een meerwaarde voor de omgeving & landschap van onderhavige varkenshouderij.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
49
6.
BUURTDIALOOG EN ADVIES GGD
6.1 BUURTDIALOOG Ten behoeve van de beoogde plannen hebben de heer R. Tijs & mevrouw B. Tijs namens Tijs Heeten b.v. de direct omwonenden binnen een straal van 400 meter met een direct zicht op de bedrijfslocatie alsmede de leden van hun buurtgenootschap bezocht en de gewenste plannen nader toegelicht. De volgende omwonenden zijn bezocht: •
Bewoners Heetenseweg 9b
•
Bewoners Heetenseweg 11 en 13
•
Bewoners Heetenseweg 7 & 9
Hieronder is van de bezoeken een korte samenvatting opgenomen: Bewoners Heetenseweg 9b Bezoekdatum: 4 maart 2020 De beoogde plannen en nieuwbouw zijn toegelicht en besproken. Reactie bewoners: Ze begrijpen de keuze om de eigen varkens te willen afmesten op deze locatie. De bewoners geven aan geen bezwaren aan tegen de bouw van de nieuwe stallen. Hierbij is aangegeven en toegelicht hoe we het bedrijf willen inpassen in de omgeving. Hierbij wordt aan de zuidzijde de bestaande groenstrook verbreed. De bewoners geven aan hier akkoord mee te zijn en dat aangezien de stallen niet in hun zichtveld komen, hier minder waarde aan te hechten. Te sprake kwam daarnaast nog een incidentele geuroverlast, die afwijkt van een “normale varkenslucht”. Afgesproken is, dat wanneer dit weer voorkomt, er contact wordt opgenomen om de oorzaak te achterhalen. Bewoners Heetenseweg 11 & 13 Bezoekdatum: 11 maart 2020 De beoogde plannen en nieuwbouw zijn toegelicht en besproken. Reactie bewoners: De bewoners zijn zeer positief over de plannen: “ziet er mooi uit”. De bewoners geven aan geen bezwaren aan tegen de bouw van de nieuwe stallen. Zij ervaren nu geen problemen of overlast van het varkensbedrijf en verwachten hier in de toekomst (gelet op het toepassen van luchtwassers) ook geen last van te hebben.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
50
Bewoners Heetenseweg 9 Bezoekdatum: 9 maart 2020 / 2022 De beoogde plannen en nieuwbouw zijn toegelicht en besproken. Reactie bewoners: Zij kunnen begrijpen dat het familiebedrijf verder wordt ontwikkeld. Zij hebben echter aangegeven hier geen voorstander van te zijn. Dit met name i.v.m. huidige geuroverlast en ze geven aan erg bang te zijn voor meer geuroverlast. Dit zou naar hun mening ook waardevermindering van hun huis kunnen geven. Tijdens het bezoek is aangegeven dat wordt gestreefd om bij de ontwikkeling van het bedrijf ter plaatse van hun woning de geuremissie neutraal te houden of zelfs te verbeteren. Hierbij is aangegeven dat de varkenslucht, die momenteel voor een groot deel afkomstig is uit de bestaande vleesvarkensstal, op een gecombineerde luchtwasser wordt gezet. Hierdoor verdwijnt naar verwachting de overlast van de varkenslucht. Hierbij is ook aangegeven en toegelicht dat door het verplaatsen van de emissiepunten alsmede het verhogen van de uitstroomhoogte en luchtsnelheid wordt geprobeerd om de stankoverlast zoveel mogelijk te verminderen. Verder is gesproken over de landschappelijke inpassing en de samenwerking met Het Oversticht. Hierbij is gevraagd naar hun wensen. Ze bewoners geven aan een bosje of rijen bomen aan hun kant van het landbouwperceel van de familie Tijs niet zien zitten.
Het afschermen van de stallen met een singel van bomen of struiken ervaren ze als positief. Afgesproken is om zoveel mogelijk met hun wensen rekeningen te houden en dat het inpassingsplan van Het Oversticht wordt besproken en afgestemd. In een navolgend overleg met de fam. Tijs en de gemeente Raalte is het plan voor de landschappelijke inpassing en beoogde beplanting nader met deze bewoners afgestemd en zijn hun wensen hierin verwerkt (o.a. aanleg aarden wal naast de nieuwe stallen / geen grootschalige beplanting in de directe zichtlijn). In een later stadium (januari 2023) is het aangepaste plan besproken tussen de heer R. Tijs en de bewoners van de locatie Heetenseweg 9. Dit aangepaste plan is vervolgens door hen akkoord bevonden. Op het adres Heetenseweg 7 woont de vader van één van de bewoners van Heetenseweg 9. Deze man is op respectabele leeftijd en krijgt de benodigde (mantel)zorg van de bewoners van Heetenseweg 9. Gelet op voornoemde is hij niet bezocht en wordt hij geïnformeerd door de bewoners van Heetenseweg 9. In het kader van een goed “noaberschap” worden de omwonenden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen t.a.v. de beoogde bedrijfsontwikkeling. Daarnaast zullen deze omwonenden in kennis wordt gesteld van de verschillende stappen in de vergunningprocedure en ten aanzien van de aanvang van de (bouw)werkzaamheden.
Na het gereedkomen van de beoogde bedrijfsopzet worden zij alsmede ook overige geïnteresseerden uitgenodigd om de nieuwe stalruimtes / bedrijfsopzet te komen bezichtigen tijdens een open dag.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
51
LANDGOED SCHOON HEETEN Onder meer het bosperceel, dat aan de oostzijde aansluitend is gelegen aan het perceel van Tijs Heeten b.v., is in eigendom van de erven Bentinck / Landgoed Schoon Heeten. In dit kader is ook in 2019 en het voorjaar 2020 contact opgenomen met de rentmeesters en de erven van dit landgoed. Aan hen zijn de beoogde ontwikkelingsplannen kenbaar gemaakt en mondeling toegelicht. In dit kader is ook verzocht om, ten behoeve van de gewenste bedrijfsopzet en efficiency, een klein deel van dit bosperceel over te nemen (± 120 m2) en om dit in de directe omgeving ruimschoots en meervoudig te compenseren. Voornoemde eventueel in overleg met Het Oversticht. De erven hebben echter aangegeven, ondanks de afname van de geur- & ammoniakemissie, niet achter de beoogde ontwikkelingsplannen te staan en willen geen medewerking verlenen aan de voorgestelde grondruil. Ondanks meerdere gesprekken en voorstellen blijft helaas een verschil van inzicht bestaan tussen partijen. Tijs Heeten b.v. heeft aangegeven hun mening en standpunt te respecteren en aangegeven dat het beoogde ontwikkeling ook zonder de gewenste grondruil kan plaatsvinden en dat hiertoe de plannen in een aangepast vorm worden doorgezet. De heer Tijs heeft alle 4 erven in mei 2020 persoonlijk bezocht en gesproken.
Hieronder is een korte samenvatting van deze gesprekken weergegeven: Erfgenaam 1: Plannen en grondruil kort besproken. Mevrouw geeft aan dat de erfgenamen geen voordelen zien/krijgen van de voorgestelde ruil. Aangegeven dat sprake zal zijn van een ruime compensatie in grond waarbij ook beplanting zal plaatsvinden en dat daarnaast ter compensatie een financiële vergoeding zal plaatsvinden. Ze geeft vervolgens aan dat het voorstel met overige erfgenamen zal worden besproken, maar dat dit hiertoe ook met hen dient te worden besproken. Vervolgens zal het voorstel (nogmaals) in een vergadering aan de orde worden gesteld. Erfgenaam 2: Plannen en grondruil kort besproken. Mevrouw geeft aan geen voorstander te zijn van de varkenshouderij. Ze geeft aan dit met haar zus te bespreken en vertrekt. Na enige tijd wachter wordt de heer Tijs door een medewerker verzocht om te vetrekken. Erfgenaam 3: Plannen en grondruil kort besproken. Mevrouw geeft aan vroeger verantwoordelijk te zijn geweest voor de landbouw binnen het landgoed, maar is nu niet meer actief betrokken. Ze geeft aan tijdens de wandelingen door het bos wel eens geur afkomstig van veehouderijen te vernemen en ervaart dit als vervelend. Door de heer Tijs wordt aangegeven dat in de gewenste situatie wordt voldaan aan de normen en dat ook geen sprake zal zijn van een toename van de geurbelasting.
Ze geeft nogmaals aan niet meer actief betrokken te zijn binnen het landgoed en verzoekt de heer Tijs zich te wenden tot de overige erfgenamen. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
52
Erfgenaam 4: Plannen en grondruil kort besproken. Mevrouw geeft aan fel tegenstander te zijn van de varkenshouderij. De heer Tijs geeft aan dat met beoogde ontwikkelingsplannen enorme stappen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en duurzaamheid kunnen worden gerealiseerd. Mevrouw wil echter niet verder praten en is tegen iedere vorm van ontwikkeling van varkenshouderijen. In navolging van deze gesprekken/bezoeken is vervolgens door de heer Tijs op 13 mei 2020 per email een voorstel ingediend bij de erven Bentinck en de rentmeester. Helaas is er tot op heden hierop geen reactie verkregen.
6.2 ADVIES GGD In navolging van de Startnotitie en NRD heeft de GGD IJsselland op 4 februari 2021 een advies uitgebracht (bijlage 6). In dit advies is vanuit het belang van de volksgezondheid aandacht gevraagd voor de volgende onderwerpen: 1. De emissie van (fijn)stof en daaraan gerelateerde endotoxinen. Daarbij gaat het vooral om vast te stellen of de grenswaarde van 30 EU/m3 endotoxinen, zoals door de Gezondheidsraad is voorgesteld, niet wordt overschreden ter plaatse van gevoelige bestemmingen (burgerwoning, peuterspeelzaal/kinderdagverblijf etc.). 2. Geurhinder ter plaatse van gevoelige bestemmingen. De GGD hanteert in het buitengebied de volgende advieswaarden: voorgrond 5 en achtergrondbelasting 10 OUE/m3. 3. Geurproductie door mestbewerking (mobiele mestscheider) zou ook meegenomen moeten worden in de berekening van de geurhinder. 4. Geluidhinder: afgezien van een eventuele toename in geluid door de extra verkeersbewegingen die met de voorziene omvang van het bedrijf samenhangen, vormt de achteruitrijsignalering van vrachtauto’s (en mogelijk ook van bulldozers) extra aandacht. Regelmatig rijden deze wagens ook vroeg in de ochtend. Dan kan dit signaal voor veel hinder bij omwonenden zorgen. Een goede routering over het bedrijfsterrein, zodanig dat niet/nauwelijks achteruitgereden hoeft te worden, kan een dergelijk probleem helpen voorkomen.
Hieronder worden betreffende onderwerpen besproken en nader toegelicht: Ad. 1 Fijn stof en endotoxine In de gewenste situatie is er ten opzichte van de huidige/vergunde situatie ter plaatse van omliggende woningen een afname van de belasting met fijn stof (zie ook: MER paragraaf 6.8). Daarnaast wordt, op basis van een worst-case benadering de grenswaarde van 30 EU/m3 ter plaatse van de omliggende woningen van derden (m.u.v. de voormalige bedrijfswoning behorende bij de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9b) niet overschreden (zie ook: MER paragraaf 6.14). ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
53
Ad. 2 Geurhinder In de gewenste situatie is er ten opzichte van de huidige/vergunde situatie sprake van een ruime afname van de geurbelasting, zowel individueel als cumulatief. De genoemde advieswaarden (voorgrond 5 en achtergrond 10 OUE/m3) zijn in onderhavige situatie echter redelijkerwijs niet haalbaar. In de gewenste situatie worden de stallen, met uitzondering van de kraamstallen, uitgevoerd (gecombineerde & chemische) luchtwassers en tevens worden de nieuwe stallen uitgevoerd met een aanvullend emissiearm stalsysteem in de mestkelder (ICV). Daarnaast worden alle stallen uitgevoerd met een verhoogd emissiepunt en een verhoogde luchtsnelheid. Gelet op voornoemde en de ruime afname van de geurbelasting alsmede de afname van de belasting met fijn stof kan worden gesteld, dat in de gewenste bedrijfsopzet alle mogelijke maatregelen zijn getroffen om de geurbelasting zoveel mogelijk te beperken (zie ook MER: paragraaf 6.8). Ad. 3 Mestscheider Het scheiden van mest vindt plaats met behulp van een mobiele scheider en is een gesloten proces (zie ook: MER paragraaf 6.10). De drijfmest wordt gescheiden in een dikke en dunne fractie. De dunne fractie wordt afgevoerd naar een gesloten mestsilo. De dikke fractie wordt na een kortstondige opslag direct per as afgevoerd uit de inrichting. Om eventuele hinder van deze mestscheiding te voorkomen (o.a.
geur en geluid), wordt hiervoor een hal gerealiseerd. In deze hal kan de mestscheider worden opgesteld en kunnen eventuele weersinvloeden worden uitgesloten. Door deze bewerkingen in een afgesloten hal uit te voeren, wordt eventuele overlast als gevolg van deze bewerking voorkomen. Om eventuele emissies van geur en ammoniak zoveel mogelijk te voorkomen, wordt de ontluchting van deze loods voor het scheiden van drijfmest / opslag dikke fractie aangesloten op de luchtwasser in stal 5 (biggenstal). Ad. 4 Geluid en routing In de gewenste situatie worden in tegenstelling tot de huidige situatie geen gespeende biggen meer afgevoerd, maar worden deze ter plaatse gehouden tot een slachtrijpe leeftijd. Vervolgens worden deze vleesvarkens uit de inrichting afgevoerd. Gelet op deze gesloten bedrijfsopzet is er slechts in beperkte mate een toename van de vervoersbewegingen voor de afvoer van de dieren, de aanvoer van veevoeder/grondstoffen en de afvoer van mest. Voornoemde wordt mede ondervangen door het toepassen van efficiënte vrachten. Voor een efficiënte bedrijfsopzet en routing zijn 2 (bestaande) in- en uitritten aanwezig. Daarnaast wordt rondom de nieuwe stalruimte een effectieve verharding aangelegd (noordzijde). Achter deze stallen (stallen 6 & 7) wordt vervolgens een overdekte laadruimte gerealiseerd.
Door deze laadruimte wordt de geluidsemissie beperkt en kunnen de vrachtwagens optimaal manoeuvreren. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat in de gewenste bedrijfsopzet kan worden voldaan aan de geldende geluidsnormering en dat voor geluidsoverlast niet behoeft te worden gevreesd.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
54
Gelet op voornoemde zijn alle onderwerpen zoals aangegeven in de het advies van de GGD IJsselland in de Combi-MER opgenomen. Daarnaast is mede op basis van dit advies zoveel mogelijk rekeningen gehouden met de gestelde aspecten en zijn (voor zover mogelijk) alle maartregelen getroffen om de eventuele negatieve gevolgen voor de omgeving en volksgezondheid te voorkomen. In navolging van de gevoerde buurtdialoog en het advies van de GGD alsmede het principebesluit van het college van B&W van Raalte wordt in de gewenste bedrijfsopzet het “meest milieuvriendelijke alternatief” (MER hoofdstuk 6) toegepast en uitgevoerd.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
55
7. MILIEU- & OMGEVINGSASPECTEN Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage.
7.1 Gewenste bedrijfsopzet De gewenste maximale bedrijfsopzet kan als volgt worden weergegeven: o 1.526 fokzeugen o 8.100 gespeende biggen o 6 dekberen o 288 opfokzeugen o 13.824 vleesvarkens Tijs Heeten b.v. heeft als doelstelling om in de gewenste situatie, mede op basis van de gevoerde omgevingsdialoog met de omwonenden en ondanks een toename van 10.298 vleesvarkens, ter plaatse van de omliggende woningen te voldoen aan de geurnorm & geen ontoelaatbare geurbelasting te veroorzaken. Bij voorkeur resulteert de gewenste bedrijfsvoering in een “meest milieuvriendelijk bedrijfsopzet” met een afname van de geurbelasting op alle omliggende woningen ten opzichte van de huidige situatie & een afname van de stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden. In de gewenste bedrijfsopzet is het wenselijk om de stallen als volgt uit te voeren: • De bestaande vleesvarkensstal (stal 1) wordt aangesloten op een gecombineerde luchtwasser. Deze gecombineerde luchtwasser krijgt een uitstroomhoogte van 14,5 meter en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.); • De bestaande emissiearme stal voor het houden van kraamzeugen (stal 2) blijft ongewijzigd. De centrale afzuiging van deze stalruimte wordt verhoogd naar 8,5 meter en de uittreedsnelheid wordt verhoogd (6,9 m/sec.); • De bestaande emissiearme stal voor het houden van kraamzeugen (stal 3) blijft ongewijzigd.
De centrale afzuiging van deze stalruimte wordt verplaatst en verhoogd naar 9,0 meter en de uittreedsnelheid wordt verhoogd (5,7 m/sec.);
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
56
• De bestaande stal voor guste/dragende zeugen inclusief opfokzeugen en dekberen (stal 4) blijft ongewijzigd. De gecombineerde luchtwasser in deze stal krijgt een verhoogde uitstroomopening (11,5 meter) en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.); • De bestaande biggenstal (stal 5) wordt vergroot met 2 afdelingen. Deze stal wordt voorzien van een gewijzigd type gecombineerde luchtwasser (BWL 2009.12V5). De gecombineerde luchtwasser in deze stal krijgt hierbij een verhoogde uitstroomopening (16,5 meter) en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.); • De beide nieuwe stallen voor de vleesvarkens (stallen 6a+b en stal 7a+b) worden uitgevoerd met een chemische luchtwasser en krijgen een uitstroomhoogte van 16,5 meter en een verhoogde uittreedsnelheid. Daarnaast wordt in deze nieuwe stallen, naast de toepassing van chemische luchtwassers, in de mestkelders nog een extra emissiearm stalsysteem aangebracht (het zogenaamde ICV-systeem // BWL2004.04V2). Als gevolg van deze toepassing worden de ammoniak- en geuremissiefactor per dier in deze stal aanzienlijk verlaagd (BBT++). In de bestaande stallen voor het huisvesten van de kraamzeugen is reeds een emissiearm aanwezig (mestpan in de kelders). Deze stallen bevinden zich tussen de overige stallen.
Gelet op de uitvoering en situering van deze 2 stallen tussen de andere stallen, is het vanwege de eisen op het gebied van brandveiligheid niet mogelijk om ter plaatse een luchtwasser te plaatsen of om deze met een centraal luchtkanaal aan te sluiten op een (bestaande) luchtwasser. Technisch is het hierdoor niet haalbaar om deze stalruimte te voorzien van een luchtwasinstallatie. Ten aanzien van de bestaande stallen voor het houden van de gespeende biggen en guste & dragende zeugen (incl. dekstal & opfok) kunnen, met uitzondering van het verhogen van het emissiepunt en de uittreedsnelheid, redelijkerwijs geen extra verdergaande reducerende maatregelen worden doorgevoerd. In deze bestaande stallen kunnen, zonder grootschalige verbouwingen in de mestkelders, geen extra emissiearme staltechnieken meer worden aangebracht. Deze bestaande stallen zijn / worden daarnaast reeds uitgevoerd met gecombineerde luchtwassers (BBT+). Nu in deze stallen reeds gecombineerde luchtwassers (BBT+) aanwezig zijn en de emissiepunten + uittreedsnelheden verhoogd worden uitgevoerd wordt de geuremissie afkomstig uit deze stallen zoveel mogelijk gereduceerd. Een verdere aanpassing van de bestaande stallen wordt dan ook redelijkerwijs niet haalbaar geacht. In de navolgende tabel is de gewenste bedrijfsopzet / veebezetting nader uitgewerkt:
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
57
Tabel 3 Gewenste bedrijfsopzet
Bovenstaande bedrijfsomvang / veebezetting omvat de maximale mogelijkheden binnen een bedrijfsopzet binnen een bouwvlak van ongeveer 3,5 hectare. Binnen de beoogde bedrijfsopzet van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a te Heeten zullen in de gewenste bedrijfssituatie 4-6 werknemers (FTE) in dienst zijn. In de gewenste situatie is er sprake van de volgende werkzaamheden en activiteiten: • het bedrijfsmatig houden van varkens in een gesloten bedrijfsopzet (fokzeugen + biggen en opfokzeugen + vleesvarkens); ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
58
• • • • • • • • • • • • • • •
het opslaan van veevoeder, grondstoffen / bijproducten, zwavelzuur en spuiwater; het opslaan en aanmaken van droogvoer; het opslaan van dunne mest in de kelders en mestsilo’s; het in gebruik hebben van diverse stallen, een kantoor/kantine, hygiënesluis en 2 bedrijfswoningen; het in gebruik hebben van een centrale voerkeuken; het in gebruik hebben van een afleverruimte en een spoelplaats; het realiseren van nieuwe emissiearme stalruimte voor vleesvarkens en gespeende biggen (2 afdelingen); het toepassen van gecombineerde luchtwassers op de stallen voor kraamzeugen (stal 2 en 3) en een bestaande vleesvarkensstal (stal 1); het toepassen van chemische luchtwassers op de 2 nieuwe vleesvarkensstallen (stal 6 en 7) het realiseren van een bedrijfshal voor het scheiden van de drijfmest (dikke en dunne fractie); het realiseren van extra mestsilo; het realiseren van een ontvangst- / educatieruimte; het vergroten van de voerkeuken en aantal (graan)silo’s; het realiseren van een weegbrug; het realiseren van een trafo incl. noodstroomaggregaat.
Een plattegrondtekening inclusief situatieschets van de gewenste bedrijfsopzet is als bijlage 2 toegevoegd.
7.2 Ammoniakemissie De ammoniakuitstoot van de gewenste veebezetting (4.849,1 kg NH3/jaar) kan op grond van de geldende RAV als volgt worden berekend:
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
59
Tabel 4
Overzicht ammoniakemissie gewenste bedrijfsopzet Stalsysteem
Stal
Diercategorie
Aantal dieren
Rav. Code
1
Vleesvarkens
3072
2
Kraamzeugen
3
Ammoniakemissie Kg NH3 per dierKg NH3 totaal plaats*
BWL / BB code
Omschrijving
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V7
gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
0,45
1382,4
196
D 1.2.13
BWL 2006.08.V1
mestpan onder kraamhok
2,9
568,4
Kraamzeugen
160
D 1.2.13
BWL 2006.08.V1
mestpan onder kraamhok
2,9
464
4
Dekberen
6
D 2.4.4
BWL 2010.02.V7
0,83
4,98
4
Guste en Dragende zeugen
1170
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V7
0,63
737,1
4
Opfokzeugen
288
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V7
0,45
129,6
5
Gespeende biggen
8100
D 1.1.15.4
BWL 2009.12.V5
0,1
810
6a
Vleesvarkens
3584
D 3.2.14
Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)
0,07
250,88
6b
Vleesvarkens
1792
D 3.2.14
Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)
0,07
125,44
7a
Vleesvarkens
3584
D 3.2.14
Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)
0,07
250,88
7b
Vleesvarkens
1792
D 3.2.14
Dubbel GL: ICV systeem chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak BWL 2004.04V2 + chemische emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof LW BWL 2008.08V6 emissiereductie)
0,07
125,44
Totaal:
4849,12
* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens de Regeling ammoniak en veehouderij
gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
In de gewenste situatie worden de (nieuwe) stallen voor het huisvesten van de vleesvarkens uitgevoerd met aanvullend uitgevoerd met een extra (dubbel) emissiearm stalsysteem. Hieronder is de berekening van de bijbehorende ammoniakemissiefactor opgenomen. In de RAV (eindnoot 3) is het volgende opgenomen indien naast het toepassen van een luchtwassysteem in combinatie met een ander emissiearm stalsysteem: 3 De emissiefactor die bij de betreffende luchtwassystemen (en biofilters) staat vermeld, is gebaseerd op de toepassing van het luchtwassysteem bij een traditioneel (niet emissiearm) huisvestingssysteem. Indien het luchtwassysteem wordt toegepast in combinatie met een ander emissiearm huisvestingssysteem – niet zijnde een ander luchtwassysteem --, wordt de emissiefactor van die combinatie als volgt berekend: efc = 0,01 x (100 – rpl) x efa (efc en efa zijn daarbij de emissiefactoren van de combinatie respectievelijk van het andere emissiearme systeem is; rpl geeft het reductiepercentage van de luchtwasser weer). Indien het reductiepercentage van het andere huisvestingssysteem evenwel hoger is dan 70 (efa < 0,3efo, waarbij efo de emissiefactor van overige huisvestingssystemen van de betreffende diercategorie is), dan geldt evenwel: efc = 0,01 x (100 – rpl) x 0,3efo.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
60
Vleesvarkens In de gewenste situatie worden de beide nieuwe stallen voor het huisvesten van de vleesvarkens (stal 6 & 7) uitgevoerd met een ICV-systeem (stalen roosters / emitterend oppervlak per dier is > 0,18 en < 0,27 m2) in de kelders (BWL 2004.04V2) en een chemische luchtwasser (BWL 2008.08V6). De ammoniakemissiefactor van het ICV-systeem (BWL 2004.04V2) bedraagt 1,4 kg per dier per jaar (< 70% reductie) en het reductiepercentage van de luchtwasser BWL 2008.08V6 is 95%. Op basis van de formule efc = 0,01 x (100 – rpl) x efa bedraagt voor deze toepassing de ammoniakemissiefactor 0,07 kg per dier per jaar. ➔ 0,01 x (100 – 95) x 1,4 = 0,07. In de gewenste situatie is er ten opzichte van de referentiesituatie sprake van een ruime afname van de ammoniakemissie (6.841,3 – 4.849,1 =) - 1.992,2 kg. In de gewenste situatie mag op grond van Wav de ammoniakemissie bij het houden van de gewenste veebezetting maximaal 23.427,6 kg bedragen. Nu de ammoniakemissie slechts 4.891,1 kg bedraagt, is de ammoniakemissie in de gewenste situatie ruimschoots lager dan het geldende maximale “ammoniakemissieplafond” op grond van de Wav en het BeHV. In de gewenste situatie wordt de volledige bedrijfsopzet uitgevoerd op basis va BBT++.
De gewenste bedrijfsopzet voldoet hierdoor ruimschoots aan het gestelde in de Wet ammoniak en veehouderij, de “Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij”, de Oplegnotitie bij de BREF en het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij (BeHV).
7.3 Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming / stikstof Binnen 25 kilometer van de varkenshouderij liggen 8 Natura2000 gebieden. De 8 gebieden liggen op de volgende afstand van de bedrijfslocatie: • Boetelerveld : 2,6 kilometer • Sallandse Heuvelrug : 6,7 kilometer • Rijntakken (Uiterwaarden IJssel) : 10,6 kilometer • Vecht- en Beneden Reggebied : 13,0 kilometer • Wierdense Veld : 15,1 kilometer • Veluwe : 16,2 kilometer • Borkeld : 16,6 kilometer • Uiterwaarden Zwarte water & Vecht : 19,3 kilometer De varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a is gelegen op ruime afstand van een Natura 2000 gebied (> 2,5 kilometer). Gelet op deze ruime afstand tot een Natura 2000 gebied behoeft in het MMA, naast de stikstofdepositie, niet voor “significant negatieve effecten” / directe invloed met betrekking tot andere aspecten (o.a. verstoring, geluidhinder, lichthinder etc.) te worden gevreesd. Significant negatieve effecten als gevolg van deze bedrijfsopzet kunnen worden uitgesloten. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
61
Het college van GS van Overijssel heeft voor onderhavige varkenshouderij op 28 november 2014 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend (2014/0327650). De stikstofdepositie op de 8 omliggende Natura2000 gebieden is inzichtelijk gemaakt met het verspreidingsmodel Aerius 2022. In deze Aerius-berekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Veebezetting en emissiepunten zoals beschreven in dit hoofdstuk; • Ammoniakemissie op basis van de nu geldende Rav (4.096,7 kg NH3 / tabel 15); • Vervoersbewegingen op basis van akoestisch onderzoek / 12 vrachtwagens per etmaal (33,4 kg NOx / 1,0 kg NH3); • Verbruik aardgas (max. 12.000 m3 / 9,7 kg NOx); • Verbruik dieselolie (max. 5.000 liter per jaar / 166,3 kg NOx + 1,2 kg NH3; • Ammoniakemissie bestaande mestsilo (2.500 m3 drijfmest / diameter 25 meter / ep 4,5 m.): Emissie mestsilo, conform notitie BIJ12 Omschrijving Mestsilo, diersoort varken
Totale NH3-emissie per jaar (in kg): Diameter m1 25,0
262,52
Oppervlak Gebruiks- Emissiefactor NH3 emissie (g/u/m2)* m2 dagen (kg/jaar) 490,87
365
* berekening op basis van onderzoek van De Bode uit 1987. Het vervluchtingspercentage betreft 15%.
0,407 Totaal:
262,52 262,52
• Ammoniakemissie nieuwe mestsilo (5.000 m3 drijfmest / diameter 36 meter / ep: 5,5 m.): Emissie mestsilo, conform notitie BIJ12 Omschrijving Mestsilo, diersoort varken
Totale NH3-emissie per jaar (in kg): Diameter m1 36,0
544,36
Oppervlak Gebruiks- Emissiefactor NH3 emissie (g/u/m2)* m2 dagen (kg/jaar) 1017,88
365
* berekening op basis van onderzoek van De Bode uit 1987. Het vervluchtingspercentage betreft 15%.
0,407 Totaal:
544,36 544,36
Totale jaarlijkse emissie berekening stikstofdepositie Aerius: •
5.658,2 kg NH3
•
209,8 kg NOx
In de navolgende figuur (uitdraai Aerius-berekening / bijlage 7) is de stikstofdepositie ter plaatse van de 8 omliggende Natura2000 gebieden en de aanvullende 9 beoordelingspunten in de directe omgeving inzichtelijk gemaakt. De hoogste bijdrage vindt plaats op Natura2000 gebied Boetelerveld en deze bedraagt 4,41 mol/hectare/jaar.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
62
Verschilberekening Aerius Vervolgens is met toepassing van het Aerius-model 2022 ook een zogenaamde verschilberekening gemaakt. In deze verschilberekening (zie bijlage 8) is de vigerende situatie conform de geldende vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (2014) opgenomen alsmede de gewenste bedrijfsopzet. Uit deze verschilberekening blijkt dat ter plaatse van de 8 omliggende N2000 gebieden er sprake is van een (ruime) afname van de stikstofdepositie. Ter plaatse van het maatgevende N2000 gebied Boetelerveld is er sprake van een afname van 2,21 mol (- 33,4%). De in de berekening / uitdraai weergegeven “toename” kan op basis van het Aerius-model 2022 worden beschouwd als een “randeffect” (zie bijlage 8). Op 1 (aanvullend) rekenpunt in het achterliggende bos (rekenpunt 4) is sprake van een geringe toename van de stikstofdepositie (+ 1,2 mol). Dit rekenpunt is gelegen direct achter de nieuw te bouwen stallen 6 & 7. Dit rekenpunt / bosgebied wordt ten aanzien van de stikstofdepositie echter niet beschermd op grond van Wet Natuurbescherming en vormt derhalve geen toetsingspunt. Ter plaatse van de overige 8 aanvullende beoordelingspunten in de directe omgeving er sprake is van een (ruime) afname van de stikstofdepositie. De stikstofdepositie van de gewenste bedrijfsopzet vormt op grond van de WNB dan ook geen belemmering om deze variant te realiseren.