ROB Tijs Heeten, deel 1
Tekst van het document
ROB Projectomgevingsvergunning WABO Buitenplanse Afwijking
Tijs Heeten b.v. Heetenseweg 9a 8111 PX HEETEN
Opdrachtgever: Tijs Heeten b.v. Heetenseweg 9a 8111 PX HEETEN Lichtenvoorde, 26 mei 2024 (versie 7) Uitvoerende: De heer ing. B.H. (Barry) Wopereis VanWestreenen Adviseurs te Lichtenvoorde
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
2
Ruimtelijke Onderbouwing (ROB)
Initiatiefnemer Naam Locatie activiteit
: :
Contactpersoon Correspondentieadres
: :
Telefoon Email KvK Kadastrale ligging
: : : :
Hoofdactiviteit
:
Tijs Heeten b.v. Heetenseweg 9a & 9c 8111 PX HEETEN De heer R. (Remko) Tijs (eigenaar) Heetenseweg 9a 8111 PX RAALTE 0572-381806 tijsheeten@gmail.com 70372365 / 000023196297 Gemeente Raalte, sectie F, 505, 908, 2462, 4234, 4235, 4530, 4531, 4707, 5048, 5051 en 5637 Het houden van varkens (fokzeugen met gespeende biggen, dekberen, opfokzeugen & vleesvarkens) Het opslaan van mest en veevoeder + bijproducten
Opteller: VanWestreenen Adviseurs B.V. Ing. B.H. (Barry) Wopereis Varsseveldseweg 65-d 7131 JA LICHTENVOORDE T: 0544-379737 // 06-21586306 E: wopereis@vanwestreenen.nl
Rapportage: Definitief // 26 mei 2024 (versie 7)
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
3
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ...................................................................................................................6 1.1
AANLEIDING EN DOEL .........................................................................................................6
1.2
LEESWIJZER.....................................................................................................................11
2. PROJECTGEBIED ........................................................................................................ 12
3. HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................... 16 3.1
HUIDIGE SITUATIE ............................................................................................................16
3.2
HUIDIGE & VERGUNDE BEDRIJFSOPZET ................................................................................17
3.3
PLANOLOGISCHE SITUATIE .................................................................................................18
4. GEWENSTE SITUATIE / BOUWPLAN (PROJECT) ........................................................... 21 4.1
ALGEMEEN .....................................................................................................................21
4.2
BOUWPLAN ....................................................................................................................23
5. BELEIDSKADER & KGO ............................................................................................... 27 5.1
RIJKSBELEID ....................................................................................................................27
5.2
PROVINCIAAL BELEID ........................................................................................................29
5.3
GEMEENTELIJK BELEID ......................................................................................................38
5.4
KGO & LANDSCHAPPELIJKE INPASSING................................................................................40
6. BUURTDIALOOG EN ADVIES GGD .............................................................................. 50
7. MILIEU- & OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................. 56 7.1
GEWENSTE BEDRIJFSOPZET ................................................................................................56
7.2
AMMONIAKEMISSIE .........................................................................................................59
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
4
7.3
WET NATUURBESCHERMING .............................................................................................61
7.4
BODEM ..........................................................................................................................67
7.5
ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE....................................................................................69
7.6
WATER ..........................................................................................................................70
7.7
GEBRUIK GRONDSTOFFEN EN BOUWMATERIALEN...................................................................77
7.8
GEURHINDER ..................................................................................................................78
7.9
LUCHTKWALITEIT .............................................................................................................84
7.10 GELUID ..........................................................................................................................88 7.11 MEST ............................................................................................................................90 7.12 AFVALSTOFFEN & AFVALWATER .........................................................................................91 7.13 ONTSLUITING ..................................................................................................................91 7.14 EXTERNE VEILIGHEID .........................................................................................................92 7.15 MILIEUZONERING ............................................................................................................93 7.16 MER-BESLUIT .................................................................................................................95 7.17 GEZONDHEIDSASPECTEN ...................................................................................................97 7.18 VERKEER EN PARKEREN .................................................................................................. 106 7.19 KABELS EN LEIDINGEN .................................................................................................... 106
8. UITVOERBAARHEID ................................................................................................. 107 8.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................... 107
8.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID & VOOROVERLEG ................................................... 107
BIJLAGEN
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
5
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding en doel
De familie Tijs exploiteert op de locatie Heetenseweg 9a te Heeten reeds decennialang een varkenshouderij. Het betreft hier een gespecialiseerd varkensbedrijf. De familie Tijs is voornemens om op deze bedrijfslocatie het bestaande varkensbedrijf duurzaam te ontwikkelen tot een gesloten varkenshouderij. Hiertoe is het wenselijk om in hoofdzaak extra stalruimte voor vleesvarkens te realiseren. In de beoogde bedrijfsopzet worden de volgende dieren gehouden: o 1.526 fokzeugen (356 kraamzeugen & 1.170 guste en dragende zeugen) o 8.100 gespeende biggen o 288 opfokzeugen o 6 dekberen o 13.824 vleesvarkens Tijs Heeten b.v. heeft als doelstelling om in de gewenste situatie, mede op basis van de gevoerde omgevingsdialoog met de omwonenden en ondanks een toename van 10.298 vleesvarkens, ter plaatse van de omliggende woningen te voldoen aan de geurnorm & geen ontoelaatbare geurbelasting te veroorzaken. Bij voorkeur resulteert de gewenste bedrijfsvoering in een “meest milieuvriendelijk bedrijfsopzet” met een afname van de geurbelasting op alle omliggende woningen ten opzichte van de huidige situatie & een afname van de stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden. In de gewenste bedrijfsopzet wordt een “gesloten varkenshouderij” gerealiseerd.
De biggen die binnen het bedrijf worden geboren worden niet meer (zoals in de huidige situatie het geval is) naar elders afgevoerd. De biggen worden binnen het bedrijf gehuisvest totdat deze een slachtrijpe leeftijd hebben bereikt (110 kg). Door deze opzet worden de vervoersbewegingen zoveel mogelijk beperkt. Daarnaast wordt een hoge mate van bedrijfshygiëne bewerkstelligd, omdat op deze wijze de dieren zo weinig mogelijk worden verplaatst. Voornoemde is wenselijk in kader van het dierenwelzijn alsmede ten aanzien van het voorkomen van besmettingsgevaar c.q. het verspreiden van dierziekten. Op de locatie Heetenseweg 9a bevindt zich al vele jaren een florerend varkensbedrijf. Een moderniseringsslag is de laatste jaren gemaakt op het bedrijf door enerzijds te investeren in dierenwelzijn en milieuvriendelijke stalsystemen, anderzijds heeft er ook de noodzakelijke schaalvergroting plaatsgevonden. Op basis hiervan is de huidige bedrijfsopzet met ruim 1.500 fokzeugen bewerkstelligd. In de gewenste situatie / bedrijfsopzet worden twee nieuwe stallen á 5.376 vleesvarkens gerealiseerd (stallen 6a/b & 7a/b), die worden voorzien van een chemische luchtwasser.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
6
Een bestaande vleesvarkensstal wordt aangesloten op een gecombineerde luchtwasser. De bestaande stallen voor de kraamzeugen zijn reeds emissiearm uitgevoerd (mestpan in de kelders). Gelet op de uitvoering en de situering van deze 2 bestaande stallen in combinatie met eisen ten aanzien van brandveiligheid, is het technisch niet haalbaar om deze stalruimte aan te sluiten op een luchtwasser. In de gewenste situatie worden derhalve alle stallen emissiearm uitgevoerd door in hoofdzaak het toepassen gecombineerde & chemische luchtwassers. De beide nieuwe stallen voor de vleesvarkens worden daarnaast ook uitgevoerd met een emissiearm stalsysteem in de mestkelders (zgn. “ICV-systeem”). Beide stallen worden uitgevoerd op basis van de huidige meest moderne inzichten en technieken. Daarnaast worden de emissiepunten (uitstroomopeningen) van alle stallen verhoogd uitgevoerd en worden eveneens de uittreedsnelheden verhoogd. Een impressie van de gewenste bedrijfsopzet is in het navolgende figuren gevisualiseerd:
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
7
Figuur 1 & 2: Impressie & overzicht gewenste bedrijfsopzet
Binnen het bedrijf wordt op basis van (regionale) grondstoffen zelf het benodigde veevoeder (droogvoer) voor de dieren gemaakt. Hiervoor is een voerkeuken inclusief hamermolen, mengers en opslagvoorzieningen aanwezig. Daarnaast is het wenselijk om in de gewenste bedrijfsopzet de vrijkomende mest afkomstig van de varkens in geringe mate/kleinschalig te bewerken. Hiertoe zal de vrijkomende mest met behulp van een mobiele scheider worden gescheiden in een dikke en dunne fractie. Voor deze toepassing zal een gesloten bedrijfshal en een extra mestsilo op het achtererf worden gerealiseerd. Tot slot is het wenselijk om de omgeving en maatschappij te betrekken bij de varkenshouderij. Om het draagvlak voor de varkenshouderij te vergroten wordt een ontvangstruimte gerealiseerd. In deze ruimte kunnen geïnteresseerden // bezoekers kennis maken met de varkenshouderij en kunnen (indien wenselijk) ook een rondleiding krijgen op het varkensbedrijf. Ter bevordering van voornoemde zal hier eventueel ook een huisverkoop van vlees en streekproducten worden bewerkstelligd. Ten behoeve van de gewenste bedrijfsopzet en beoogde bebouwing zal ruime aandacht worden geschonken aan de omgeving.
Hiertoe heeft de familie Tijs alle direct omliggende buren persoonlijk ingelicht (buurtdialoog) en wordt er ruime aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing, huidige zichtlijnen, opvang en berging hemelwater, compenserende (erf)beplanting en beeldvorming & uitvoering van de nieuwe stallen.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
8
De volgende motivering ligt aan de gewenste wijziging en uitbreiding ten grondslag: - het realiseren van een duurzame gesloten varkenshouderij; - het voldoen aan de geldende en bovenwettelijke dierwelzijnseisen; - het behalen van een hoge gezondheidsstatus op het varkensbedrijf om de kans op besmettingen en verspreiding van dierziektes zoveel mogelijk te beperken; - het voldoen aan de milieuwetgeving. In het kader van de Besluit-huisvesting / IPPC-richtlijn dient de varkenshouderij te worden uitgevoerd conform de “beste beschikbare technieken” (BBT). Hierdoor wordt voldaan aan het BBT-principe, de AMvB-huisvesting en de IPPC-richtlijn; - de bedrijfsvoering (looplijnen, indeling, inzet van arbeid etc.) wordt geoptimaliseerd en vindt tevens een efficiencyverbetering plaats; - het produceren van duurzame energie (toepassen van zonnepanelen op de daken en leveren van surplus aan elektriciteit op het netwerk); - het bewerkstelligen van een energie- en CO2-neutrale bedrijfsopzet door het toepassen van zonnepanelen op de daken en het toepassen van warmtepompen en -wisselaars; - het vergroten van de productiecapaciteit. Gelet op de huidige en toekomstige situatie in de Nederlandse en Europese varkenshouderij is een duurzame en grootschalige varkenshouderij met gesloten structuur noodzakelijk / gewenst.
Deze schaalvergroting is noodzakelijk om een goede concurrentiepositie te verkrijgen binnen de Nederlandse en Europese varkenssector en om de kostprijs te kunnen verlagen (economisch belang); - Het generen van een duurzaam gezinsinkomen (tevens met het oog op de bedrijfsopvolging). Als gevolg van de realisatie van de nieuwe stalruimte / beoogde bedrijfsopzet kan op de locatie Heetenseweg 9a te Heeten een volwaardige en duurzame gesloten varkenshouderij (familiebedrijf) worden geëxploiteerd, dat voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (onder meer op het gebied van dierenwelzijn en milieu). Initiatiefnemer Tijs Heeten b.v. heeft zich geconformeerd aan dit advies van Het Oversticht. Het advies en de gedane voorstellen zullen dan ook in het kader van de landschappelijke inpassing en de KGO volledig worden uitgevoerd, al zijn hier naar aanleiding van de Omgevingsdialoog kleine aanpassingen op doorgevoerd. Het advies van het Oversticht inclusief de reacties van de Omgevingsdialoog is vervolgens door Natuurbank Overijssel nader uitgewerkt in een plan voor de landschappelijke inpassing (actualisatie 1-9-2023 // bijlage 5). In aanvulling op het advies van het Oversticht worden in het kader van de KGO ten aanzien van de erfinpassing en landschapsversterking nog de volgende aanvullingen doorgevoerd: •
Verlengen van de strook met bloem- en faunarijk grasland aan de noordzijde. Deze wordt langs het volledige perceel doorgetrokken (130 x 3 meter);
•
De gemengde houtsingel aan de noordzijde wordt aan de straatzijde verbreed uitgevoerd;
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
9
•
Langs de aarden wal met gemengde houtsingel aan de noordzijde wordt aan de binnenzijde een bergings-/infiltratie sloot voor hemelwater aangelegd. Dit hemelwater kan ter plaatse infiltreren c.q. worden aangewend voor het verdrogen van de houtsingel op de aarden wal;
•
Aanleggen van een strook met bloem- en faunarijk grasland aan de zuidzijde. Deze wordt langs het volledige perceel doorgetrokken (70 x 3 meter)
Daarnaast kunnen ten aanzien van de KGO nog de volgende aanvullen zaken worden aangedragen: •
In de huidige bedrijfsopzet is het varkensbedrijf qua energieverbruik voor ongeveer 70% zelfvoorzienend door het plaatsen van 1.250 zonnepanelen. Door de realisatie van de nieuwe stallen kunnen ongeveer 3.000 extra zonnepanelen worden aangebracht. Op basis hiervan is het varkensbedrijf volledig zelfvoorzienend en wordt daarnaast (na aanpassen netwerk door Enexis) een leverancier van duurzame energie. Hierdoor kan een grote bijdrage worden geleverd aan de benodigde energietransitie en doelstellingen ten aanzien van het klimaatbeleid. De benodigde warmte voor het huisvesten van met name de pasgeboren biggen wordt verkregen met warmte uit de al aanwezige luchtwassers. Deze luchtwassers filteren de stallucht van ammoniak, geur en fijn stof. Door het toepassen van warmtewisselaars wordt de verkregen warmte met toepassing van drie warmtepompen geschikt gemaakt om deze toe te passen in de vloerverwarming die aanwezig is in de diverse stallen. Op basis hiervan is de bedrijfsvoering van de varkenshouderij niet meer afhankelijk van aardgas. Ook de nieuwe stalruimte wordt duurzaam verwarmd door het toepassen van dit systeem.
•
In de gewenste bedrijfsopzet worden (bovenwettelijke) investeringen gedaan ten behoeve van het welzijn van de dieren (vergroten leefoppervlakte van de vleesvarkens > 0,8 m2);
•
In de gewenste bedrijfsopzet worden (bovenwettelijke) investeringen worden gedaan ten behoeve van de reductie van geuremissie & stikstofdepositie /ammoniakemissie. Hiertoe worden de volgende reducerende technieken toegepast.
•
Het verhoogd uitvoeren van alle emissiepunten van de stallen;
•
Het verhogen van de uittreedsnelheid van alle emissiepunten van de stallen;
•
Het toepassen van een aanvullende emissiearm stalsysteem (ICV) in de kelders van de nieuw te bouwen stallen voor vleesvarkens (stal 6 en 7). Voornoemde komt voort uit de doelstelling om in de gewenste situatie ten opzichte van de omgeving, omliggende woningen en nabijgelegen natuurgebieden (NNN en N2000 Boetelerveld), ondanks dat sprake is van een vergroting van het aantal dieren en de mate bebouwing, een afname van de geurbelasting en een afname van de ammoniakemissie/stikstofdepositie te bewerkstelligen. In de gewenste situatie wordt ter plaatse van het maatgevende N2000 gebied Boetelerveld ten aanzien van de stikstofdepositie een afname van 2,21 mol (- 33,4%) bewerkstelligd.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
10
Ter plaatse van de maatgevende woning van derden wordt in de gewenste situatie een afname van de geurbelasting bewerkstelligd van 5,0 OU (- 32,1%). Deze “vrijkomende” milieubelasting / stikstofrechten worden in het kader van de KGO niet (elders) aangewend voor bedrijfsontwikkeling. Door de beschreven investeringen in de stallen t.b.v. van de omwonenden & omgeving, het landschap (erfopzet & compensatie), uitvoering stallen volgens de best beschikbare technieken / eisen en het bouwplan (kleurstelling/uitvoering stallen) kan worden gesteld dat door Tijs Heeten b.v. een ruime (maatschappelijke) bijdrage wordt geleverd. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Voornoemde ontwikkeling is voorafgaand, in het kader van een principeverzoek, voorgelegd aan het college van B&W & de Gemeenteraad van Raalte (oktober en november 2021). Het college van B&W van Raalte heeft vervolgens op 8 maart 2022 besloten om in principe medewerking te verlenen aan de gewenste ontwikkeling. Het genoemde principebesluit is als bijlage 1 toegevoegd. Gedurende het traject is ambtelijk met de gemeente en provincie besproken dat de beoogde ontwikkeling met een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1, sub a onder 30 Wabo) kan worden aangevraagd.
Het is aan de initiatiefnemer om te motiveren dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning Wabo voldoet aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. Hierbij wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit ruimtelijke en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing (ROB) voorziet hierin.
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een overzicht opgenomen van het plangebied. In hoofdstuk 3 en 4 is een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt het beleidskader met bijbehorende randvoorwaarden (inclusief KGO) uiteengezet. In hoofdstuk 6 wordt de uitkomst van de gevoerde buurtdialoog beschreven en wordt tevens het advies van de GGD besproken. Hoofstuk 7 bevat een beschrijving van de relevantie omgevings- en milieuaspecten en de toetsing (haalbaarheid) van de beoogde bedrijfsopzet hieraan. In het laatste hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het projectplan.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
11
2.
PROJECTGEBIED
De bedrijfslocatie is gelegen aan de Heetenseweg 9a en ligt in het agrarisch buitengebied van Heeten (gemeente Raalte). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Raalte, sectie F, 505, 908, 2462, 4234, 4235, 4530, 4531, 4707, 5048, 5051 en 5637. De locatie van de beoogde varkenshouderij is op de navolgende luchtfoto’s aangegeven.
Figuur 3 & 4: luchtfoto en kadastrale schets ligging bedrijfslocatie (bron: Streetsmart)
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
12
Ten opzichte van omwonenden In de directe omgeving van de veehouderij zijn in hoofdzaak agrarische bedrijven / veehouderijen van derden en enkele burgerwoningen van derden gelegen. De dichtstbijgelegen burgerwoning van derden (Heetenweg 9) is gelegen in noordelijke richting op een afstand van ongeveer 200 meter van de gevels van stallen. De woning Heetenseweg 9b is een voormalige bedrijfswoning behorende bij een veehouderij en is gelegen op een afstand van ongeveer 152 meter van de gevels van de stallen. Op een afstand van ongeveer 1,8 kilometer in noordelijke richting is de bebouwde kom van Raalte gelegen. De bebouwde kom van Heeten is gelegen op een afstand van 1,9 kilometer in zuidelijke richting.
Bedrijfswoning Oosterenkweg 3
Woning Heetenseweg 9
(Bedrijfs)woning Oosterenkweg 5a
vm. bedrijfswoning Heetenseweg 9b
Figuur 5
Ligging veehouderij t.o.v. omwonenden
Ten opzichte van kwetsbare gebieden Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben een besluit genomen tot aanwijzing van de “zeer kwetsbare natuurgebieden” op grond van de Wav. In de directe omgeving is geen “zeer kwetsbaar natuurgebied” gelegen. Het dichtstbijgelegen kwetsbare natuurgebied (Wav) is, gemeten vanaf de gevel van de dichtstbijgelegen stal (stal 5), gelegen op een afstand van 966 meter ten oosten van de veehouderij. Het bedrijf ligt derhalve niet in een kwetsbaar gebied of in de 250-meterzone daaromheen. Het dichtstbijgelegen kwetsbare natuurgebied is weergegeven op de navolgende uitsnede van de Wav-kaart van Overijssel.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
13
Figuur 6
Ligging veehouderij t.o.v. zeer kwetsbaar natuurgebied WAV (bron: Streetsmart)
Ten opzichte van boom- en fruitkwekerijen Directe ammoniakschade kan optreden bij planten die zijn gelegen in de nabijheid van veehouderijen. Een aantal plantensoorten is hier speciaal gevoelig voor, zoals coniferen en fruitbomen. Uit het rapport 'Stallucht en Planten 1981', opgesteld door het instituut Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO), blijkt dat deze directe schade zich in de praktijk vooral kan voordoen bij intensieve kippen- en varkenshouderijen. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat dit alleen geldt voor bedrijfsmatige teeltvormen. In het rapport wordt dan ook een afstand aanbevolen van 50 meter tot gevoelige planten en bomen zoals coniferen, en een afstand van minimaal 25 meter tot minder gevoelige planten en bomen. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan.
Ten opzichte van Natura 2000-gebieden In het kader van Europese regelgeving zijn binnen Nederland Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden aangemeld (VHR-gebieden). Deze gebieden worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd en vallen onder de werkingssfeer van de Wet Natuurbescherming. Binnen de invloedssfeer van onderhavige veehouderij zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Het dichtstbijzijnde N2000-gebied “Boetelerveld” bevindt zich op een afstand van circa 2,6 kilometer in oostelijke richting. In navolgende figuur is de ligging van de Natura 2000-gebieden t.o.v. onderhavige locatie weergegeven.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
14
Ten opzichte van grondwaterbeschermings- en stiltegebieden Het agrarisch bedrijf ligt niet in -of in de nabijheid- van een door de provincie Overijssel aangewezen grondwaterbeschermingsgebieden of stiltegebied.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
15
3.
HUIDIGE SITUATIE
3.1 Huidige situatie In de navolgende luchtfoto’s is het aanzicht van de huidige bedrijfssituatie van de nood- een zuidzijde weergegeven.
Figuur 8 & 9 Luchtfoto’s varkenshouderij Heetenseweg 9a in 2022 (bron: Streetsmart)
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
16
3.2 Huidige & vergunde bedrijfsopzet Voor onderhavige varkenshouderij is op 16 februari 2015 (kenmerk OGV 2014-276) een omgevingsvergunning verleend op grond van de Wabo (o.a. revisie milieu). Nadien zijn nog omgevingsvergunning op grond van de Wabo verleend in verband met de realisatie van een mestsilo (2017) en het wijzigen van de bedrijfswoning. De vergunde situatie is inmiddels volledig opgericht en in werking gebracht. De huidige/vergunde bedrijfsomvang omvat de maximale mogelijkheden binnen het bestaande bouwvlak. In onderstaande tabel is het vergund aantal dieren in combinatie met het stalsysteem weergegeven. Tabel 1 Vergunde bedrijfsopzet 16-2-2015 Stalsysteem Stal
Diercategorie
Aantal dieren
Rav. Code
1
Vleesvarkens
3526
2
Kraamzeugen
3
BWL / BB code
Omschrijving
D 3.2.6.1.2
BWL 2004.08.V2
Koeldeksysteem (200% koeloppervlak) met metalen roostervloer
196
D 1.2.13
BWL 2006.08.V1
mestpan onder kraamhok
Kraamzeugen
160
D 1.2.13
BWL 2006.08.V1
mestpan onder kraamhok
4
Dekberen
6
D 2.4.4
BWL 2009.12.V4
gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
4
Guste en Dragende zeugen
1170
D 1.3.12.4
BWL 2009.12.V4
gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
4
Vleesvarkens
360
D 3.2.15.4
BWL 2009.12.V4
gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
5
Gespeende biggen
6736
D 1.1.15.4
BWL 2009.12.V4
gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
Het college van GS van Overijssel heeft op 28 november 2014 voor de huidige bedrijfsopzet en voornoemde veebezetting een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend (kenmerk 2014/0327650). De overige relevante (milieu)aspecten ten aanzien van de huidige/vergunde bedrijfsopzet zijn opgenomen in de bij de aanvraag omgevingsvergunning Wabo behorende MER.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
17
3.3 Planologische situatie De gronden behoren tot het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied Raalte. Dit bestemmingsplan is op 8 juni 2012 door de gemeenteraad vastgesteld en als zodanig ook in werking getreden. Nadien zijn voor het gehele buitengebied enkel correctieve herzieningen en een verzamelplan door de Gemeenteraad vastgesteld. Op 2 juni 2021 is een leesbare versie van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020’ op ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd, waarin de wijzigingen van die correctieve herzieningen en het verzamelplan zijn verwerkt. In onderstaand figuur is een kaartuitsnede opgenomen behorend bij het geconsolideerde bestemmingsplan.
Figuur 10: Kaartuitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2012-2016 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Op grond van het bestemmingsplan bedraagt de omvang van het huidige bouwperceel ongeveer 2 hectare (exclusief mestsilo). Het perceel is o.a. bestemd als ‘enkelbestemming Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ met bijbehorend bouwvlak. Daarnaast is de locatie (deels) eveneens bestemd als “waterstaat-waterbergingsgebied”. Deze nadere aanduiding houdt verband met de bergingscapaciteit van het nabijgelegen Overijssels Kanaal. Onderhavige locatie is gelegen in de zuidelijke uitloper van het waterbergingsgebied van het Overijsels Kanaal. Het beoogde project, onder meer het realiseren van een nieuwe stalruimte, past niet binnen de kaders van het nu geldende bestemmingsplan.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
18
Geldende bestemmingen en aanduidingen In het geldende bestemmingsplan is het projectgebied bestemd als ‘enkelbestemming Agrarisch met waarden – Landschapswaarden Agrarisch -1'. De gronden zijn thans gedeeltelijk voorzien van een bouwvlak (2 hectare). Het bouwvlak is voorzien van de functieaanduiding 'intensieve veehouderij’. Daarnaast zijn de gronden aangeduid met “reconstructieplan – verwevingsgebied’ en gedeeltelijk (oostzijde) voorzien van de aanduiding ‘waterstaat – waterbergingsgebied’. Beschrijving bestemmingen en aanduidingen Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf zoals genoemd in artikel 1 lid 1.10 onder a, b, e, f en g; alsmede voor: b. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij': een intensieve veehouderij zoals bedoeld in artikel 1 lid 1.10 onder c; c. ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw': een glastuinbouwbedrijf zoals bedoeld in artikel 1 lid 1.10 onder d; d. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij': een paardenhouderij zoals bedoeld in artikel 1 lid 1.92; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bijenhal': tevens een bijenhal; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mestbassin': tevens een mestbassin; g.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - windmolen': tevens een windmolen; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur': uitsluitend een veldschuur; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak': uitsluitend een paardenbak; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - siertuin': tevens een siertuin; k. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij': tevens een zorgboerderij; l. behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid en de beplantingselementen (houtsingels en houtwallen); m. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals kuilvoerplaten, sleufsilo's, voedersilo's, mestvoorzieningen, teeltondersteunende voorzieningen, paardenbakken, groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, (erf)ontsluitingen en voet- en fietspaden, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het tijdelijk bergen van water; met daaraan ondergeschikt: n. ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan': tevens een onoverdekte natuurijsbaan ondergeschikt aan de agrarische functie; o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dierenweide': tevens een dierenweide; p. bed & breakfast; q. evenementen; r.
extensieve dagrecreatie; s. kleinschalige beroepen- en bedrijven-aan-huis;
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
19
t. kleinschalig kamperen ter plaatse van de adressen zoals opgenomen in bijlage Bijlage 4; u. de in tabel 4.1 vermelde toegestane nevenfuncties; met dien verstande dat: v. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' een bedrijfswoning niet is toegestaan;
w. ter plaatse van de aanduiding 'geen reconstructiezone' en 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' naast het bepaalde onder a tevens een intensieve veehouderij zoals bedoeld in artikel 1 lid 1.10 onder c is toegestaan.
Gebiedsaanduidingen De met “waterstaat” aangeduide gronden zijn als volgt bestemd: Artikel 41 Waterstaat - Waterbergingsgebied 41.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de instandhouding van primaire watergebieden.
Op grond van de geldende bestemming is het ter plaatse toegestaan om een agrarisch bedrijf in de vorm van een varkenshouderij te exploiteren. De huidige bedrijfsopzet voldoet derhalve aan het thans geldende bestemmingsplan.
Strijdigheid Voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het huidige bestemmingsplan “Raalte Buitengebied” (2012-2020). Ter plaatse van de bedrijfslocatie Heetenseweg 9a te Heeten wordt het bouwvlak en de mate van bebouwing aan de noordzijde vergroot. De gewenste bedrijfsopzet kan worden gerealiseerd binnen een (fictief) bouwvlak met een omvang van ongeveer 3,5 hectare.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
20
4.
GEWENSTE SITUATIE / BOUWPLAN (PROJECT)
4.1
Algemeen
Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Heetenseweg 9a het bestaande varkensbedrijf duurzaam te ontwikkeling tot een gesloten varkenshouderij. In de gewenste bedrijfsopzet is sprake van een varkenshouderij, die voldoet aan de geldende eisen op het gebied van welzijn & milieu en die tevens duurzaam en energieneutraal kan worden geëxploiteerd. De gewenste maximale bedrijfsopzet kan als volgt worden weergegeven: o 1.526 fokzeugen o 8.100 gespeende biggen o 6 dekberen o 288 opfokzeugen o 13.824 vleesvarkens In de navolgende tabel is de gewenste bedrijfsopzet / veebezetting nader uitgewerkt: Tabel 2 Gewenste bedrijfsopzet
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
21
Tijs Heeten b.v. heeft als doelstelling om in de gewenste situatie, mede op basis van de gevoerde omgevingsdialoog met de omwonenden en ondanks een toename van 10.298 vleesvarkens, ter plaatse van de omliggende woningen te voldoen aan de geurnorm & geen ontoelaatbare geurbelasting te veroorzaken. Bij voorkeur resulteert de gewenste bedrijfsvoering in een “meest milieuvriendelijk bedrijfsopzet” met een afname van de geurbelasting op alle omliggende woningen ten opzichte van de huidige situatie & een afname van de stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden. In de gewenste bedrijfsopzet is het wenselijk om de stallen als volgt uit te voeren: •
De bestaande vleesvarkensstal (stal 1) wordt aangesloten op een gecombineerde luchtwasser. Deze gecombineerde luchtwasser krijgt een uitstroomhoogte van 14,5 meter en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.);
•
De bestaande emissiearme stal voor het houden van kraamzeugen (stal 2) blijft ongewijzigd. De centrale afzuiging van deze stalruimte wordt verhoogd naar 8,5 meter en de uittreedsnelheid wordt verhoogd (6,9 m/sec.);
•
De bestaande emissiearme stal voor het houden van kraamzeugen (stal 3) blijft ongewijzigd. De centrale afzuiging van deze stalruimte wordt verplaatst en verhoogd naar 9,0 meter en de uittreedsnelheid wordt verhoogd (5,7 m/sec.);
•
De bestaande stal voor guste/dragende zeugen inclusief opfokzeugen en dekberen (stal 4) blijft ongewijzigd. De gecombineerde luchtwasser in deze stal krijgt een verhoogde uitstroomopening (11,5 meter) en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.);
•
De bestaande biggenstal (stal 5) wordt vergroot met 2 afdelingen. Deze stal wordt voorzien van een gewijzigd type gecombineerde luchtwasser (BWL 2009.12V5). De gecombineerde luchtwasser in deze stal krijgt hierbij een verhoogde uitstroomopening (16,5 meter) en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.);
•
De beide nieuwe stallen voor de vleesvarkens (stallen 6a+b en stal 7a+b) worden uitgevoerd met een chemische luchtwasser en krijgen een uitstroomhoogte van 16,5 meter en een verhoogde uittreedsnelheid. Daarnaast wordt in deze nieuwe stallen, naast de toepassing van chemische luchtwassers, in de mestkelders nog een extra emissiearm stalsysteem aangebracht (het zogenaamde ICV-systeem // BWL2004.04V2). Als gevolg van deze toepassing worden de ammoniak- en geuremissiefactor per dier in deze stal aanzienlijk verlaagd (BBT++).
In de bestaande stallen voor het huisvesten van de kraamzeugen is reeds een emissiearm aanwezig (mestpan in de kelders). Deze stallen bevinden zich tussen de overige stallen. Gelet op de uitvoering en situering van deze 2 stallen tussen de andere stallen, is het vanwege de eisen op het gebied van brandveiligheid niet mogelijk om ter plaatse een luchtwasser te plaatsen of om deze met een centraal luchtkanaal aan te sluiten op een (bestaande) luchtwasser.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
22
Technisch is het hierdoor niet haalbaar om deze stalruimte te voorzien van een luchtwasinstallatie. Ten aanzien van de bestaande stallen voor het houden van de gespeende biggen en guste & dragende zeugen (incl. dekstal & opfok) kunnen, met uitzondering van het verhogen van het emissiepunt en de uittreedsnelheid, redelijkerwijs geen extra verdergaande reducerende maatregelen worden doorgevoerd. In deze bestaande stallen kunnen, zonder grootschalige verbouwingen in de mestkelders, geen extra emissiearme staltechnieken meer worden aangebracht. Deze bestaande stallen zijn / worden daarnaast reeds uitgevoerd met gecombineerde luchtwassers (BBT+). Nu in deze stallen reeds gecombineerde luchtwassers (BBT+) aanwezig zijn en de emissiepunten + uittreedsnelheden verhoogd worden uitgevoerd wordt de geuremissie afkomstig uit deze stallen zoveel mogelijk gereduceerd. Een verdere aanpassing van de bestaande stallen wordt dan ook redelijkerwijs niet haalbaar geacht.
4.2
Bouwplan
In de gewenste situatie wordt bestaande varkenshouderij verder ontwikkeld tot een gesloten varkenshouderij (fokzeugen + gespeende biggen + vleesvarkens). Om deze bedrijfsopzet te kunnen bewerkstelligen dienen de volgende nieuwe gebouwen en bouwwerken te worden gerealiseerd: • Stal 5 (bestaand): biggenstal => 2 extra afdelingen • Stal 6a+b (nieuw): vleesvarkensstal (5.376 vleesvarkens) • Stal 7a+b (nieuw): vleesvarkensstal (5.376 vleesvarkens) • Bouwwerk 9 (nieuw): mestsilo 5.000 m3 • Bouwwerk 10 (nieuw): bedrijfshal (scheiden mest) • Bouwwerk 11 (nieuw): educatieruimte& verkoop streekproducten • Bouwwerk 12 (nieuw): trafo incl. noodstroomaggregaat • Bouwwerk 13 (nieuw): weegbrug (70 ton) • Bouwwerk 14 (nieuw): vergroten voerkeuken / (graan)silo’s
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
23
Figuur 11 Overzicht gebouwen en bouwwerken gewenste bedrijfsopzet
De gewenste bedrijfsopzet met bijbehorende bouwplan is hierna weergegeven alsmede op de plattegrondtekening die als bijlage 2 is toegevoegd. Als bijlage 3 zijn de bouwkundige tekeningen van de bovengenoemde stallen en bouwwerken opgenomen. In de navolgende figuren wordt de beoogde bedrijfsopzet en bijbehorende bouwplan (indicatief als illustratie) gevisualiseerd in 3D (aanzicht en vogelvlucht).
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
24
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
25
Figuur 12 t/m 16: 3D vogelvlucht illustraties gewenste bedrijfsopzet (bron: vanwestreenen.nl)
Om voornoemde ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk om nieuwe stalruimte voor vleesvarkens en extra stalruimte voor gespeende biggen te realiseren. Daarnaast wordt ten behoeve van de bestaande vleesvarkensstal (stal 1) een centraal luchtkanaal en een gecombineerde luchtwasser geplaatst. Daarnaast worden op het erf een extra mestsilo, een ontvangt-/educatieruimte, extra silo’s voor grondstoffen/veevoeder en een bedrijfshal gerealiseerd. Als gevolg van het voornemen wordt het bestaande bouwvlak, waarbinnen de beoogde bebouwing wordt gerealiseerd, vergroot. De beoogde bebouwing en voorzieningen kunnen worden gerealiseerd binnen een (fictief) bouwvlak van ongeveer 3,5 hectare.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
26
5.
BELEIDSKADER & KGO
5.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). De Memorie van Toelichting (MvT) bij de Omgevingswet verwijst naar zogenoemde strategische delen: ‘Het instrument (omgevingsvisie, red.) komt in de plaats van gebiedsdekkende structuurvisies, de relevante delen van de natuurvisie, verkeers- en vervoerplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen’. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet.
Na de vaststelling van de NOVI staan belangrijke beleidsbeslissingen, beleidskeuzes en uitgangspunten niet alleen in de NOVI, maar soms ook nog in bestaande beleidsdocumenten. In veel gevallen zullen alleen de hoofdlijnen van bestaand strategisch beleid in de NOVI zijn opgenomen. De concretisering en uitwerking daarvan, ofwel het niet-strategische beleid, staat nog steeds in het bestaande beleidsdocument. Als voorbeeld kan worden gewezen op de uitwerking van het hiervoor al genoemde Nationaal Milieubeleidsplan. Al deze bestaande beleidsdocumenten (met en zonder wettelijke grondslag) blijven gelden na inwerkingtreding van de Omgevingswet, en het Rijk blijft daaraan nog steeds gebonden. Met het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning buitenplanse afwijking, zijn geen nationale belangen in het geding. De NOVI vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde bedrijfsontwikkeling. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) / Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
27
Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur (thans NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in ruimtelijke plannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Het project raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het gestelde in de SVIR en het Barro. Het Barro doet geen specifieke uitspraken over zaken die in onderhavig plan worden geregeld en vormt daarmee geen belemmering. De ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Artikel 3.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien". Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig die uit twee stappen bestaat: 1. Is sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’?; 2. Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: Vind de ontwikkeling plaats binnen het bestaand stedelijk gebied die in die behoefte kan worden voorzien? De toepassing van de Ladder is medebepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS). De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op d.d. 28 juni ‘17 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden. Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: • bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. • stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
28
De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. De beoogde uitbreiding/oprichting van stalruimte & agrarische gebouwen wordt niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Omdat er bij onderhavig plan geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is een motivering van het plan volgens de Ladder niet nodig. De duurzaamheidsladder uit artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro vormt om die reden dan ook geen belemmering voor het verlenen van een buitenplanse afwijking.
5.2
Provinciaal Beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in een aantal plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaat vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig.
Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
29
Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. generieke beleidskeuzes; 2. ontwikkelingsperspectieven; 3. gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties.
Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater- /grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur / EHS), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. Op grond van de kaart “gebiedsspecifieke beleidskeuzes (Of) is aangeven dat op de locatie Heetenseweg 9a het niet wenselijk is om ter plaatse productiewater uit de olie- en gaswinning op te slaan of te injecteren. Voornoemde is onderhavige projectsituatie ook niet wenselijk.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
30
Figuur 17: Kaart Gebiedsspecifieke beleidskeuzes Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Op grond van de kaart “Ontwikkelingsperspectieven (Waar) is op de projectlocatie Heetenseweg 9a geen aanduiding opgenomen. Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.
Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Figuur 18 geeft dit schematisch weer.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
31
Figuur 18: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. De ontwikkeling vindt plaats aan de Heetenseweg 9a te Heeten. Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name de artikelen 2.1.3 (lid 2), 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5), 2.1.6 (lid 1), 2.1.7 (leden 1 en 5) en 2.6.4 van belang. Op de betreffende artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3 Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 2) Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; • dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Voorliggend plan voorziet onder andere in het uitbreiden van de bouwmogelijkheden ten behoeve van een varkenshouderij. Hierbij wordt de bebouwde ruimte / bouwvlak vergroot van ruim 2 hectare naar ongeveer 3,5 hectare. Hiermee wordt voorzien in een extra ruimtebeslag door het bouwen en verharden in de Groene Omgeving. De huidige bebouwingsmogelijkheden bieden onvoldoende ruimte om in de gewenste uitbreiding te voorzien.
Er is in de nabijheid van het agrarisch bedrijfsperceel geen alternatief bestaand bedrijfsperceel aanwezig waar de gewenste uitbreiding van de varkenshouderij gerealiseerd kan worden. Daarnaast is de realisatie van een varkenshouderij op een bedrijventerrein niet realistisch en wordt dit eveneens door de gemeente Raalte als “niet wenselijk” beschouwd.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
32
Het is bovendien vanuit (kosten)efficiëntie en een doelmatige bedrijfsvoering niet wenselijk om de beoogde stalruimte elders te realiseren in verband met de doelstelling om een duurzaam gesloten varkensbedrijf te realiseren. Uitbreiding van de bestaande bedrijfslocatie is dan ook de enige reële mogelijkheid. De bedrijfsomvang kan hierbij zo beperkt mogelijk blijven, aangezien er sprake is van geclusterde bebouwing en het erf zo optimaal mogelijk wordt ingericht. Gelet op voornoemde is het niet mogelijk de gewenste uitbreiding van de bouwmogelijkheden op bestaande erven en/of in bestaande bebouwing te realiseren. Bovendien wordt er, gelet op het advies van Het Oversticht (15 februari 2022 / bijlage 4), de beoogde uitbreiding c.q. het extra ruimtebeslag in ruime mate gecompenseerd. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) Lid 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2.
In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Gelet op het advies van Het Oversticht (d.d. 15 februari 2022 / bijlage 4) wordt de beoogde uitbreiding c.q. het extra ruimtebeslag in ruime mate gecompenseerd. Naast de basisinspanning vindt er tevens een extra kwaliteitsimpuls in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving plaats. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de beoogde uitbreiding in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5.
Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
33
Artikel 2.1.7 Kwaliteitsimpuls agro en food (leden 1 en 5) Bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven mag uitsluitend worden toegestaan op bestaande agrarische bouwpercelen of op voormalige agrarische bouwpercelen. In afwijking van het gestelde in lid 1 en onverminderd artikel 2.1.5 kan ten behoeve van bedrijfsontwikkeling van een agrarisch bedrijf een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel grootschalig worden aangepast en/of uitgebreid als: 1. is onderbouwd dat het in redelijkheid niet mogelijk is om het bestaande agrarische bouwperceel voor de beoogde bedrijfsontwikkeling geschikt te maken; 2. het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate gecompenseerd zal worden door investeringen in de versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; 3. aannemelijk is gemaakt dat er een kwaliteitswinst wordt geboekt op het gebied van duurzaamheid en sociale kwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met toepassing van de KGO-regeling. De provincie Overijssel biedt gemeenten de gelegenheid om een eigen beleidsinvulling te gegeven aan het KGO-beleid. De gemeente Raalte heeft tot op heden nog geen beleidskader KGO uitgewerkt. Gelet op het gestelde in paragraaf 5.3 is de ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciale KGO-beleid.
De artikelen 2.1.6 (lid 1) en 2.1.7 (leden 1 en 5) vormen dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. Het plangebied ligt niet in een gebied dat is aangewezen als Nationaal Landschap. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het gestelde in artikel 2.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel. Waar- Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het gebied “Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit”. Het ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant veehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen.
Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
34
Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' Voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de uitbreiding van de bouwmogelijkheden ten behoeve van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a (fictief bouwvlak ongeveer 3,5 hectare). Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt mogelijk en draagt bij aan de economische vitaliteit van het landelijk gebied. De beoogde uitbreiding heeft de volgende meerwaarde voor het gebied en de omgeving: - het realiseren van een duurzame gesloten varkenshouderij met oog voor haar omgeving en maatschappelijke verantwoordelijkheid; - afname ammoniakemissie en stikstofdepositie ter plaatse van Natura2000 gebieden en naastgelegen NNN; - toepassen duurzame energieopwekking (klimaatneutraal / leveren van duurzame energie door toepassing zonnecollectoren op daken); - compensatie van bebouwing door KGO (versterken landschappelijke waarden); - opvang en infiltreren hemelwater. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.