CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting

Raadsvergadering 21 april 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Schoonhetenseweg 18 en 20 Mariënheem (hamerstuk)27.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Door de nieuwe groenstructuren (zoals landelijke hagen en singels) die worden toegepast ontstaat een herkenbaar erf en wordt de overgang van erf naar het landschap vormgegeven. In hoofdzaak markeren hagen en singels de buitenranden van het erf en de kavelscheidingen. Het omliggende landschap is juist open en blijft in gebruik als grasland, waardoor de kenmerkende uitstraling van een erf op enige afstand van de weg wordt versterkt. Hiermee past het voorliggende plan binnen de uitgangspunten en randvoorwaarden die in het Landschapsontwikkelingsplan worden benoemd.

3.4.6

Conclusie

Uit de voorgaande beleidsanalyse is gebleken dat het voorgenomen project past binnen het gemeentelijk beleid.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 33

Hoofdstuk 4 Waardentoets 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op de verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen flora & fauna, archeologie, cultuurhistorie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de ontwikkeling.

4.2 Natuurwaarden De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden.

4.2.1

Soortenbescherming

Met betrekking tot soortenbescherming heeft een toetsing aan de Wet natuurbescherming plaatsgevonden. Het rapport 'Quickscan flora en fauna, Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem' is bijgevoegd (zie Bijlage 1) . De toetsing bevat de volgende conclusies. Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, vos, ree en algemene (spits) muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Vleermuizen De vensterluiken in de voorgevel van de woonboerderij zijn geschikt als potentiële verblijfplaatsen voor laatvlieger. Geadviseerd wordt om de luiken per direct ongeschikt te maken als verblijfplaats door de beschikbare tussenruimte te vergroten. De ruimte dient groter te zijn dan 4 cm. De rest van de te slopen bebouwing op het erf is ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten mits het voorgenoemde advies word uitgevoerd. Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 34

desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen2 uit te voeren. Geadviseerd wordt om de nesten van de holenduif vooraf aan het broedseizoen (maart t/m september) t verwijderen gezien de soort geneigd is zijn nest jaarrond te verdedigen. Algemene zorgplicht Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen 'voldoende zorg' in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.

4.2.2

Gebiedsbescherming

Niet stikstof-gerelateerde effecten In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. Op ongeveer 700 meter afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Boetelerveld. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Aanlegfase: Sinds 1 juli 2021 is de wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking. Deze wet geeft een vrijstelling voor tijdelijke stikstofdepositie veroorzaakt door de bouw, wat betekent dat een stikstofberekening niet noodzakelijk is om de effecten op instandhoudingsdoelen in beeld te brengen. Gebruiksfase: In het plangebied wordt één extra woning gerealiseerd. De woning wordt gasvrij ingericht. De stikstofuitstoot is beperkt tot de extra verkeersbewegingen die deze woning met zich meebrengt, welke zeer beperkt zijn.

Deze zeer lichte toename van verkeersbewegingen heeft redelijkerwijs geen significant negatief effect op Natura 2000-gebied.

4.2.3

Houtopstanden

Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

4.2.4

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het plangebied is niet gelegen in of naast NNN-gebied. Het NNN kent in de provincie Overijssel geen externe werking. Een nadere toetsing is daarmee niet noodzakelijk.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 35

4.3 Archeologische waarden Archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk terplekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020' (2 juni 2021)' zijn dubbelbestemmingen opgenomen die de archeologische waarden in het buitengebied van Raalte borgen. Het voorliggende plangebied heeft geen dubbelbestemming m.b.t. archeologische waarden opgenomen. Daarnaast zijn de bodemingrepen in het voorliggende plan relatief beperkt. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

4.4 Cultuurhistorische waarden Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen. Met het voorliggende plan worden geen cultuurhistorische waarden gesloopt of aangetast. Er bevinden zich in het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten die worden gesloopt en/of aangetast. Ook worden andere cultuurhistorische waarden niet aangetast. Zo blijft de es aan de noordwestzijde van het plangebied intact en beleefbaar.

4.5 Water Het is verplicht om in elk bestemmingsplan een waterparagraaf op te nemen. In deze waterparagraaf wordt een overzicht gegeven van het beleid dat van toepassing is op het plangebied. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangetoond dat in het plan mogelijkheden bestaan voor een goede waterhuishouding. Europees beleid Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater verbeterd zodat het water chemisch en ecologisch (weer) gezond wordt. Alle waterbeheerders moeten ervoor zorgen dat de waterkwaliteit in 2015 op orde is. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op stroomgebied niveau plannen opgesteld. In deze stroomgebiedplannen staan de concrete doelstellingen en maatregelen beschreven voor de verschillende stroomgebieden. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 36

waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. De provincie werkt nauw samen met Waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld. De Provinciale staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft.

Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer. Waterschap Drents Overijsselse Delta Voor het plangebied is het Waterbeheersplan 2016 – 2021 van het waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing. Daarnaast is de Keur van het waterschap een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Invloed plan op de waterhuishouding Binnen dit bestemmingsplan worden niet meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2 . Het verhard oppervlak neemt zelfs af. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beekdal, primair watergebied, stedelijke watercorridor of beschermingsgebied / invloedszone van een watergang, waterkering of persleiding. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte aangehouden van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil gehanteerd.

Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast door onder andere te voorkomen dat afstromend hemelwater vanaf het straatoppervlak naar binnen kan stromen. Bij de aanleg van kelderconstructies dient aandacht te worden geschonken aan de toepassing van waterdichte materialen en constructies. Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu moet worden gebracht, dat wil zeggen lozen in de bodem (infiltratie) of in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te het infiltreren in de bodem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. In het voorliggende plan wordt hemelwater geïnfiltreerd in de bodem.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 37

Watertoets Schoonhetenseweg 18 en 20 Op grond van artikel 12 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen voorzien worden van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het waterschap is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie Bijlage 2). Uit de digitale watertoets komt dat de 'korte procedure' gevolgd kan worden. Hiermee is het plan voldoende afgestemd met het waterschap.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 38

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Geur Bedrijven en milieuzonering Vormvrije m.e.r.-beoordeling Leidingen Verkeer en parkeren

5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan, waarbij functiewijziging plaatsvindt, dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Hiertoe heeft binnen het plangebied aan de Schoonhetenseweg 18-20 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden, welke is opgenomen als bijlage (zie Bijlage 3). Conclusie van het onderzoeksrapport is dat uit milieukundig oogpunt er geen bezwaar is tegen de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 39

5.3 Geluid 5.3.1

Algemeen

Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Ook is geluid van invloed op het welbevinden van mensen. Hierdoor komt het aspect geluid in veel verschillende wetten (met elk hun eigen reikwijdte) voor. In de Wet geluidhinder (Wgh) staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen.

5.3.2

Wegverkeerslawaai

De nieuwe woningen liggen in de wettelijke geluidzone van de Schoonhetenseweg. Gezien de afstand van de nieuwe woningen op deze gebiedsontsluitingsweg (60 km/uur) van circa 35 meter, is de te verwachten geluidbelasting van wegverkeer op de woningen lager dan de voorkeursgrenswaarde (Lden van 48 dB) van de Wet geluidhinder. Overigens betreft één van deze nieuwe woningen, een woning ter verplaatsing van de bestaande woning, die in de huidige situatie dichter bij de Schoonhetenseweg ligt.

5.3.3

Railverkeerlawaai

Van railverkeer in de nabijheid is geen sprake.

5.3.4

Industrielawaai

Het dichtstbij gelegen bedrijf ligt op meer dan 160 van de nieuw te realiseren woningen. Deze afstand is ruim voldoende. Van industrielawaai is geen sprake. Een akoestisch onderzoek industrielawaai is niet nodig.

5.4 Luchtkwaliteit 5.4.1

Externe werking

Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Voor een

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 40

woningbouwlocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat (met de bijbehorende verkeersbewegingen). Met het voorgenomen plan worden schuren gesloopt en een extra woning met bijgebouw gerealiseerd. Daarnaast wordt een bestaande woning herbouwd. Het plan heeft nauwelijks tot geen toename tot gevolg van emissies van luchtverontreinigende stoffen: waaronder fijnstof (PM10 ) stikstofdioxide (NO2 ). Het plan is in Niet in Betekenende Mate.

5.4.2

Interne werking

Van belang is uit oogpunt van een goede ruimtelijk ordening te beoordelen of de luchtkwaliteit op de locatie geschikt is voor het voorgenomen plan. In de directe omgeving van het plan zijn geen industriële emissiebronnen van betekenis gelegen. Van belang is te beoordelen wat het effect op woon- en leefklimaat is van een eventuele fijnstofbelasting van omliggende veebedrijven. Hiertoe heeft onderzoek plaatsgevonden. Het rapport is opgenomen in Bijlage 4. Hierna volgen de conclusies. Op de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, gepubliceerd door het RIVM (http://geodata.rivm.nl/gcn) zijn op schaal van vierkante kilometervakken de gemiddelde achtergrondconcentraties aangegeven van diverse luchtverontreinigende stoffen. Binnen het kilometervak waarin de locatie is gelegen blijkt dat de achtergrondconcentratie ruim voldoet aan de grenswaarde van de Wet Milieubeheer en de WHO-advieswaarde (bron: RIVM/Omgevingsdienst IJsselland). Het dominante bedrijf aan de Heesweg 65 – 67 is het dichtstbij gelegen en betreft een intensieve veehouderij. Met het programma ISL3a zijn berekeningen uitgevoerd naar de fijnstofemissie van dit dominante bedrijf. Hoewel juridisch niet noodzakelijk, is er daarnaast een cumulatieve berekening uitgevoerd naar alle onderstaande bedrijven gezamenlijk. 1. 2.

Heesweg 65 – 67 Heesweg 65 – 67, Wechelerweg 34, Wechelerweg 36, Slagboom 1/1a, Boetelerveldweg 5a In deze scenario’s is sprake is van de volgende overschrijdingsdagen: Ad. 1: 6,1 Ad. 2: 6,1 Er is dus geen verschil tussen het dominante bedrijf of een cumulatieve benadering. Voor fijnstof (PM10) is in de Europese richtlijn luchtkwaliteit (2008/50/EG) als grenswaarde onder andere een dagnorm vastgelegd van 50 ìg/m3 die niet meer dan 35 keer per jaar mag worden overschreden. Met 6,1 overschrijdingsdagen valt deze waarde dus ruim binnen de in de richtlijn bepaalde norm en omtrent fijnstof kan dan ook een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en er geen sprake is van negatieve omgekeerde werking.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 41

5.5 Externe veiligheid 5.5.1

Algemeen

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport. Het doel van het veiligheidsbeleid is zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken verplicht het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en op termijn ook het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) gemeenten en provincies bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet op de ruimtelijke ordening afstand te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle activiteiten. Geregeld is hoe gemeenten moeten omgaan met risico's voor mensen in de omgeving van een risicobron als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de risicobron. Afstanden die aangehouden moeten worden, worden bepaald door het plaatsgebonden risico van een risicovolle activiteit. Het ijkpunt voor het groepsrisico wordt bepaald door een oriëntatiewaarde. De externe veiligheid van risicobronnen wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de risicobron.

5.5.2

Onderzoek

Om in beeld te brengen of er in het plangebied aan de Schoonhetenseweg 18-20 (waar één nieuwe woning wordt gerealiseerd en één vervangende woning), of in de nabijheid daarvan risicobronnen aanwezig zijn, is de provinciale risicokaart geraadpleegd. Een uitsnede daarvan is weergegeven in figuur 18.

Figuur 18: Risicokaart provincie Overijssel, waarbij het plangebied aan de Schoonhetenseweg met de groene pijl is aangeduid. Plaatsgebonden risico Het plan is niet gelegen binnen aan te houden afstanden voor het plaatsgebonden risico (PR-10 ) van inrichtingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), aangewezen transportroute voor gevaarlijke stoffen onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) of buisleidingen die vallen onder het Besluit

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 42

externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Groepsrisico Het plan is ook niet gelegen in invloedgebied van een BEVI-inrichting, transportroute gevaarlijke stoffen of buisleiding. Een verantwoording van het groepsrisico is niet nodig. Overige risicobronnen Het plan is niet gelegen binnen het invloedsgebied van overige risicobronnen.

5.6 Geur 5.6.1

Afstand, normering en berekeningen

In artikel 3 lid 2 Wet geurhinder en veehouder zijn minimale afstandscriteria opgenomen, tussen geurgevoelige objecten en veehouderijen. Deze dient 100 meter te bedragen indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen. Geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom dienen op een afstand van minimaal 50 meter te liggen. In casu liggen de te bestemmen objecten buiten de bebouwde kom en is een afstand van 50 meter vereist voor bedrijven die dieren houden zonder geuremissiefactor. Daarnaast geldt op grond van artikel 5 lid 1 sub b Wgv een vaste afstand van 25 meter tussen het dierenverblijf en een woning van derden, ook voor bedrijven met dieren met geuremissiefactor. Aan deze genoemde afstanden wordt ruim voldaan. Het dichtsbijzijnde bedrijf, aan de Heesweg 65-67 ligt op 170 meter (zie Bijlage 4). Voor enkele locaties in de omgeving van het plangebied geldt dat er dieren met geuremissiefactor worden gehouden. Op basis van V-Stacks berekeningen moeten deze de betreffende geurnorm niet overschrijden. De gemeente Raalte heeft geen eigen geurbeleid vastgesteld voor het betreffende gebied. Het betreft hier een locatie in het buitengebied, gelegen buiten de bebouwde kom, liggende in een concentratiegebied met een geurnorm van 14,0 ouE / m3. Aan deze norm moet dan ook worden getoetst. De berekeningen (zie Bijlage 4) laten zien dat hier ruimschoots aan wordt voldaan.

5.6.2

Woon- en leefklimaat

Daarnaast dient te worden onderzocht of sprake is van een goed woon- en leefklimaat op basis van de vergunde rechten van de omliggende veehouderijen. Voor de beoordeling wordt aangesloten bij de 'Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7' d.d. 1 mei 2007. Hierin is een relatie tussen de voor- en achtergrondbelasting en de geurhinder weergegeven voor een concentratiegebied en een niet-concentratiegebied. De gemeente Raalte is gelegen in een concentratiegebied conform de Meststoffenwet. In de volgende tabel zijn de milieukwaliteitseisen voor een concentratiegebied uit de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij weergeven. Hierin worden de milieuklassen weergeven die corresponderen met het percentage geurgehinderden.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 43

De milieukwaliteit valt m.b.t. het voorliggende plangebied in de categorie ‘matig’ (zie Bijlage 4). Echter, omdat de belasting ruim binnen de norm van 14,0 ouE / m3 blijft, is deze kwalificatie wel aanvaardbaar en is dienovereenkomstig sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij dient tevens overwogen te worden dat rondom het plangebied veel woningen (met dito bestemmingen liggen), welke ook recent als zodanig zijn bestemd en er geen grote mate van stankoverlast wordt ervaren. Op grond van het gelijkheidsbeginsel dient dan ook sprake te zijn van een positieve bestemming.

5.6.3

Omgekeerde werking

Omliggende bedrijven worden met het voorliggende plan niet geschaad. De geurbelasting van de individuele bedrijven op de randen van de bouwvlakken liggen niet boven de wettelijke normen. Daarnaast geldt in vrijwal alle gevallen dat er andere woonbestemmingen dichter bij deze bedrijven liggen, die eerstbeperkend zijn. Het bouwvlak van het bedrijf Heesweg 65 - 67 wordt reeds belemmerd door woningen aan de Heesweg. Zowel feitelijk als juridisch bestaat er geen belemmering voor eventuele ontwikkelingen van de omliggende bedrijven. Geconcludeerd kan worden dat er op basis van de feitelijke situatie, de maximaal planologische mogelijkheden, in voor- of achtergrondbelasting geen belemmering bestaat op het gebied van geurbelasting, ook niet ten aanzien van de omgekeerde werking.

5.7 Bedrijven en milieuzonering 5.7.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkómen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gebruikt. Hierin zijn voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 44

milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de dichtst daarbij gelegen situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. De navolgende tabel geeft de relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype weer.

Het systeem van richtafstanden gaat uit van het principe van scheiding van functies: de richtafstandenlijst geeft richtafstanden tussen bedrijfslocatie en omgevingstype rustige woonwijk respectievelijk gemengd gebied. Binnen gebieden met functiemenging zijn er milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn of worden gesitueerd. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stads- en wijkcentra, horecaconcentratiegebieden en woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. Met het realiseren van een milieugevoelige bestemming (een extra woning) is het nodig dat milieuzonering heeft plaatsgevonden om voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds te garanderen.

5.7.2

Doorwerking in plan

Het plan is gelegen in het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Rond het plangebied liggen enkele (intensieve) veehouderijen. Eén van deze bedrijven betreft een intensief bedrijf aan de Heesweg 65-67, welke op 170 meter afstand van de nieuw te realiseren woningen ligt. Dit is binnen de aan te houden richtafstand van 200 meter, m.b.t. het aspect geur, zoals weergegeven in de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Daartoe heeft nader onderzoek plaatsgevonden. De resultaten zijn weergegeven in paragraaf 5.6 van deze toelichting. In paragraaf 5.6 is geconcludeerd dat dit bedrijf, net als andere omliggende veehouderijen, niet in zijn bedrijfsvoering worden belemmerd en dat sprake is van een aanvaardbaar goed woon- en leefklimaat. Aan de oostzijde van het plangebied ligt een agrarisch loonbedrijf (aan de Boetelerveldweg) op circa 170 meter ten opzichte van de dichtsbijgelegen nieuwe woning in het plangebied. Deze nieuwe woning komt daarmee verder van dit bedrijf te liggen, dan de te slopen woonboerderij. De aan te houden richtafstand, zoals weergegeven in de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009, bedraagt minimaal 50 meter. Hier wordt ruim aan voldaan. Hiermee kan worden geconcludeerd dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ook worden er geen bedrijven in de omgeving, met het voorgenomen plan,

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 45

belemmerd in hun bedrijfsvoering.

5.8 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorliggende ontwikkeling hoeft niet beschouwd te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject, waarmee toetsing aan het Besluit MER derhalve niet aan de orde is. Aangezien het voorgenomen plan ook niet tot significante effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden leidt, geldt er vanuit die kant ook geen MER-plicht. Op basis van de uitkomsten in deze toelichting m.b.t. de ligging, kenmerken en de potentiële effecten van het plan, is inzichtelijk gemaakt dat er ook geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Op de locaties, en in de directe omgevingen, worden geen bijzondere kenmerken geschaad door dit initiatief. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

5.9 Leidingen Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. In de bodem van het plangebied liggen voor zover bekend geen primaire hoofdleidingen, die beperkend zijn voor het voorliggende plan.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 46

5.10

Verkeer en parkeren

5.10.1 Parkeren In het voorliggende plan wordt één extra woning gerealiseerd. Op basis van de nota 'Parkeernormen Raalte 2015' geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning (afgerond 3). Het erf in het plangebied (ook voor de vervangende woning) is ruim van opzet, waarmee aan de parkeernorm kan worden voldaan. De realisatie en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen is in dit bestemmingsplan geborgd middels het opnemen van specifieke parkeerregels in de planregels.

5.10.2 Verkeer in het voorliggende plan wordt één extra woning gerealiseerd binnen het plangebied Schoonhetenseweg 18-20. Dit zorgt voor een heel beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Het erf heeft reeds een verkeersveilige ontsluiting op de Schoonhetenseweg, welke gehandhaafd blijft. De zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen kan goed opgevangen worden op de Schoonhetenseweg. .

5.11

Conclusie

In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen met zich meebrengt.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 47

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten

6.1 Inleiding en opzet van de regels In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. Met betrekking tot de regels en de verbeelding is aangesloten bij het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd'. Ten aanzien van het bestemmingsplan is een viertal regels opgenomen: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en een slotregel.

6.2 Verantwoording van de regels 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen: Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 2. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden De gronden binnen het plangebied die bij de woonbestemming zijn gelegen hebben de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Deze gronden zijn voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, alsmede voor bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, (erf)ontsluitingen en voet- en fietspaden, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het tijdelijk bergen van water. Artikel 4 Wonen De bestaande woning, de nieuw te realiseren woning en bijbehorende bijgebouwen en tuinen zijn voorzien van de bestemming Wonen.

De inhoudsmaat voor woningen bedraagt maximaal 750 m³.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 48

Artikel 5 Waarde - Landschap - 1 Deze dubbelbestemming is opgenomen voor respectievelijk de essen en de kommen. Indien er in de agrarische bestemmingen mogelijkheden worden geboden die niet van toepassing zijn op de essen of de kommen is dat in deze artikelen aangegeven. 3. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de algemene regels: Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaren verschillen. De regeling is met name van belang met het oog op woningbouw. Artikel 7 Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bouwregels. Artikel 8 Algemene gebruiksregels Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is gebleken dat wonen in bijgebouwen is toegestaan als dit niet expliciet is uitgesloten. Omdat dit niet gewenst is, wordt in deze gebruiksregel wonen in bijgebouwen uitgesloten. Ook zijn prostitutiebedrijven en permanente bewoning van recreatiewoningen en plattelandskamers niet toegestaan. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Algemene afwijkingsregels zijn opgenomen voor zaken die niet voor één specifieke bestemming gelden, maar in meerdere bestemmingen voorkomen en bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan een aanduiding. In dit bestemmingsplan zijn o.a.

algemene afwijkingsregels opgenomen voor kleinschalige windturbines. Tevens is er een afwijkingsregel opgenomen voor de herbouw van woningen buiten bestaande fundamenten. Indien aangetoond kan worden dat aan de voorkeursgrenswaarde en de overige voorwaarden wordt voldaan, is herbouw buiten de bestaande fundamenten toegestaan. Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Naast de algemene afwijkingsregels zijn er ook algemene wijzigingsregels die in dit artikel worden beschreven. Artikel 11 Overige regels In dit artikel zijn twee overige regels opgenomen. Eén omtrent de werking van wettelijke regelingen en één omtrent het toegelaten gebruik in afwijking van de bestemming. 4. Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de regels betreffende overgangsrecht en de slotregel.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 49

Artikel 12 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in lid 12.1. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag. Het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik staat in artikel 12.2. Het betreft de overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Artikel 13 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 50

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid wordt beschreven.

7.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Geconstateerd is dat er geen omgeving- en milieukundige belemmeringen zijn. Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar.

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.3.1

Vooroverleg

De provincie Overijssel heeft een lijst (april 2015) opgesteld van categorieën bestemmingsplannen van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het beleid is gesplitst in de rubrieken A (stedelijk gebied) en B (buitengebied/groene omgeving). Het voorliggende Rood voor Rood-plan valt onder categorie B. Op basis hiervan kan vooroverleg met de provincie achterwege blijven. Het voorliggende plan is afgestemd met het waterschap Drents Overijsselse Delta, door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie paragraaf 4.5).

7.3.2

Zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan wordt voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.

7.4 Economische uitvoerbaarheid Het project betreft een particulier initiatief. Voor de activiteiten die worden uitgevoerd geldt dat de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk is voor de financiering van deze ontwikkelingen. Het plan leidt niet tot kosten voor de gemeente die via een exploitatieplan verhaald zouden moeten worden. Voor de benodigde procedure worden leges geïnd en via een overeenkomst is geregeld dat alle eventuele planschade op de initiatiefnemer wordt verhaald. Hiermee is de financiële uitvoerbaarheid gewaarborgd. Het financiële risico van het project ligt bij de initiatiefnemer.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 51

7.5 Conclusie Zoals uit voorgaande paragraven blijkt is het voorgenomen project ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaar.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 52

Bijlagen toelichting

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 53

Bijlage 1 Quickscan flora en fauna, Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 54

Quickscan flora en fauna Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

202151 25-8-2021 M. Elshof N. Blok M. Leenen Concept 1

© 2021 Eelerwoude Onderzoek van Eelerwoude voldoet aan de eisen die het Ministerie van Economische Zaken stelt. Eelerwoude is lid van het Netwerk Groene Bureaus. Het Netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. Het Netwerk heeft een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbende een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van flora en fauna. Desondanks zal nooit een 100% volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. Natuur is dynamisch, situaties kunnen veranderen. Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding ....................................................................................................................................................... 5

2

Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 7

2.1

Huidige situatie .......................................................................................................................................7

2.2

Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................8

3

Natuurwetgeving en -beleid...................................................................................................................... 10

3.1

Inleiding ................................................................................................................................................10

3.2

Bescherming van soorten .....................................................................................................................10

3.3

Bescherming van gebieden ...................................................................................................................10

3.4

Bescherming van houtopstanden .........................................................................................................11

3.5

Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................12

4

Methode.................................................................................................................................................... 13

4.1

Inleiding ................................................................................................................................................13

4.2

Bureauonderzoek .................................................................................................................................13

4.3

Terreinbezoek .......................................................................................................................................13

5

Beschermde soorten ................................................................................................................................. 14

5.1

Inleiding ................................................................................................................................................14

5.2

Planten..................................................................................................................................................14

5.3

Zoogdieren ............................................................................................................................................14

5.3.1

Vleermuizen .................................................................................................................................14

5.3.2

Overige zoogdieren ......................................................................................................................16

5.4

Vogels ...................................................................................................................................................17

5.5

Reptielen...............................................................................................................................................19

5.6

Amfibieën .............................................................................................................................................19

5.7

Vissen ....................................................................................................................................................19

5.8

Ongewervelden ....................................................................................................................................20

6 6.1

Conclusie ................................................................................................................................................... 21 Beschermde soorten.............................................................................................................................21

6.1.1

Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt ....................................................................21

6.1.2

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt ..................................................................21

6.1.3

Algemene zorgplicht ....................................................................................................................21

6.2

Bescherming gebieden .........................................................................................................................21

6.3

Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................22

6.4

Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................22

6.5

Geldigheid rapportage ..........................................................................................................................22 Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem | Eelerwoude | 3

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 25

Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem | Eelerwoude | 4

1 Inleiding Aan de Schoonhetenseweg 18 te Marienheem is men voornemens de aanwezige woonboerderij te slopen. Tevens worden de voormalige melkveestallen, ruwvoersilo’s, erfverharding en andere elementen verwijderd. Ter compensatie wil de initiatiefnemer twee nieuwe woningbouwkavels ontwikkelen. Uitvoering van de herontwikkeling vindt plaats conform de gemeentelijke beleidsnota 'Erven in beweging' en de 'Rood voor Rood regeling'. In de afbeeldingen 1 en 2 is de contour en ligging weergegeven van het plangebied. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de Wet natuurbescherming en het vigerende natuurbeleid (NNN) noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de wet- en regelgeving. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.

Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem | Eelerwoude | 5

Afbeelding 1. Ligging plangebied ten opzichte van de omgeving (bron: Esri, 2021).

Afbeelding 2. Luchtfoto plangebied met omliggende groenstructuren (bron: Esri, 2021).

Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem | Eelerwoude | 6

2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Binnen het plangebied (zie afbeeldingen 1 en 2) ligt een voormalig agrarisch erf in het gebied Boetele. Het betreft een erf, welke voorheen deel uitmaakte van een groter erf, waar een melkveehouderij was gevestigd. Het erf is inmiddels gesplitst. Direct aan de zuidzijde van het plangebied ligt een woning met bijgebouw (Schoonhetenseweg 20). De ligging van het plangebied begeeft zich circa 700 meter ten zuidoosten van de woonkern Raalte in het buitengebied van Mariënheem. Het gebied wordt ontsloten door de provinciale verbindingsweg N35 gelegen tussen Zwolle en Wierden. Ten zuidoosten ligt op circa 500 meter het Natura 2000- gebied Boetelerveld, dat is aangewezen voor diverse gevoelige habitattypen. Op het voorerf bevindt zich een woonhuis met deel (karakteristieke IJsselhoeve) en bijbehorende rietgedekte schuur. Op het achtererf bevinden zich aanliggende agrarische veeschuren. De groenstructuren op het erf beperken zich met name tot het voorerf rondom de woning. Langs de aangelegen Schoonhetenseweg is aan weerszijden oude laanbeplanting aanwezig met zomereiken. De omgeving van het plangebied bestaat uit een redelijk grootschalig agrarisch gebied waar zich de groenstructuren met name rondom de erven en wegen concentreren. Ten zuiden van het plangebied aan de Schoonhetenseweg, bevindt zich een omvangrijk bosgebied.

Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem | Eelerwoude | 7

Afbeelding 3. Impressie van het agrarisch erf met aanwezige bebouwing en groenstructuren, situatie op 13 juli 2021.

2.2 Voorgenomen ontwikkeling De circa 30 hectare agrarische grond om het bedrijf is verkocht aan de provincie, ten behoeve van de natuuropgave in het nabijgelegen Boetelerveld en ten behoeve van de nabijgelegen provinciale weg. De agrarische activiteiten aan de Schoonhetenseweg zijn gestaakt, de woning en schuur aan de zuidzijde (Schoonhetenseweg 20) zijn afgesplitst, en de landschapsontsierende schuren kunnen gesloopt worden. Dit betreft circa 1058 m² (dit is inclusief 50% aan oppervlakte van een mestkelder van 75 m²). Recent zijn alvast twee gebouwen gesloopt (de schuur achter de woning en een deel tussen twee schuren). Ook wordt de aanwezige woonboerderij gesloopt, gezien de slechte staat waarin deze verkeert. Daarnaast worden ruwvoersilo’s, erfverharding en andere elementen verwijderd. Ter compensatie wil de initiatiefnemer twee nieuwe woningbouwkavels ontwikkelen. Uitvoering van de herontwikkeling vindt plaats conform de gemeentelijke beleidsnota 'Erven in beweging' en de 'Rood voor Rood regeling'. Het gaat hier om twee woningen van elk maximaal 750 m3, met bijgebouwen tot elk maximaal 150 m 2 (bron: Herontwikkeling erf, Eelerwoude).

Nieuwe situatie Het erf wordt herkenbaar gemaakt met de toepassing van verschillende regio-eigen groenstructuren. Het erf wordt omzoomd door een landelijke haag van meidoorn en singels (voornamelijk op het achtererf) van gemengd inheems bosplantsoen en enkele boomvormers. Hierbij wordt aansluiting gezocht op de steilrand van de es, welke voorheen werd gemarkeerd door een houtwal.

Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem | Eelerwoude | 8

Het voorerf wordt voorzien van plantgoed met een sier- en gebruiksfunctie die past bij boerenerven in de omgeving, zoals erf- en fruitbomen en landelijke hagen van meidoorn, beuk, haagbeuk of veldesdoorn. Beide kavels worden op het voorerf voorzien van een hoogstam boomgaard en verspreid over het erf worden een drietal markante erfbomen (eik, beuk, rode beuk, linde, noot en / of kastanje) toegepast. Het achtererf heeft een informeler karakter. De groenstructuren bestaan hier uit landelijke meidoornhagen, gemengd inheemse singels met boomvormers en een strook kruidenrijk grasland. Deze groene structuren met ecologische meerwaarde geven het erf massa in relatie tot het omliggende landschap en sturen het zicht van de bewoners op het open achterliggende landschap met es en kerktoren. Er worden twee wooneenheden ontwikkeld met een volume van 750 m³ en maximaal 150 m² bijgebouw per kavel. De woningen hebben een gedeelde inrit. De inrit geeft via een halfverharde landweg ook toegang tot de naastgelegen weide. De twee nieuwe woningen (waarvan één de vervangende woning betreft) staan op gepaste afstand van de huidige bebouwing en vormen tezamen met de bestaande bebouwing het erfensemble. Hierbij is het van belang dat de woningen gebiedseigen kenmerken krijgen (in een modern jasje).

Op de overgang van voorerf naar achtererf worden twee nieuwe bijgebouwen geplaatst (bron: Herontwikkeling erf, Eelerwoude). Voor een impressie van de inrichting wordt verwezen naar de inrichtingsschets die is opgenomen in afbeelding 4.

Afbeelding 4. Ontwikkelingsplan met landschappelijke inpassing (bron: inrichtingstekening).

Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem | Eelerwoude | 9

3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.

3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De Wet natuurbescherming kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De Wet natuurbescherming is een nationale Wet. Indien negatieve effecten worden verwacht door activiteiten of ontwikkelingen is een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.

3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedsbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.

Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te Mariënheem | Eelerwoude | 10

Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied ligt één Natura 2000-gebied het Boetelerveld. Het gebied ligt op ongeveer 500 meter afstand van het plangebied. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstofgerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Aanlegfase: Sinds 1 juli 2021 is de wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking. Deze wet geeft een vrijstelling voor tijdelijke stikstofdepositie veroorzaakt door de bouw, wat betekent dat een stikstofberekening niet noodzakelijk is om de effecten op instandhoudingsdoelen in beeld te brengen. Gebruiksfase: In het plangebied wordt één extra woning gerealiseerd. De woning wordt gasvrij ingericht. De stikstofuitstoot is beperkt tot de extra verkeersbewegingen om de woning te bouwen.

Deze verkeersbewegingen zijn zeer beperkt De permanente stikstofpositie als gevolg van de ingebruikname van in totaal twee nieuwe woningen, waaronder één extra woning ten opzichte van de bestaande situatie, met bijgebouwen en lichte toename in verkeersbewegingen, hebben daarom naar verwachting geen significant negatief effect op Natura 2000-gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=d210ede1-309c-4e0f-a913-5167ed2de875