CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting

Raadsvergadering 21 april 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Schoonhetenseweg 18 en 20 Mariënheem (hamerstuk)27.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, Part. Herz. Nr. 51, Omgeving Schoonhetenseweg 18 En 20

Opdrachtgever:

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens:

Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: ontwerp Versie: 1 © 2021 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1 Aanleiding

6

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

6

1.3 Huidig planologisch regiem en wijzigingsbevoegdheid

8

1.4 Bij het plan behorende stukken

9

1.5 Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plangebied

10

2.1 Inleiding

10

2.2 Gebiedsbeschrijving

10

2.3 Planbeschrijving

15

Hoofdstuk 3

Beleidstoets

18

3.1 Inleiding

18

3.2 Rijksbeleid

18

3.3 Provinciaal beleid

21

3.4 Gemeentelijk beleid

30

Hoofdstuk 4

Waardentoets

34

4.1 Inleiding

34

4.2 Natuurwaarden

34

4.3 Archeologische waarden

36

4.4 Cultuurhistorische waarden

36

4.5 Water

36

Hoofdstuk 5

Milieuaspecten

39

5.1 Inleiding

39

5.2 Bodem

39

5.3 Geluid

40

5.4 Luchtkwaliteit

40

5.5 Externe veiligheid

42

5.6 Geur

43

5.7 Bedrijven en milieuzonering

44

5.8 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

46

5.9 Leidingen

46

5.10

Verkeer en parkeren

47

5.11

Conclusie

47

Juridische aspecten

48

Hoofdstuk 6

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 3

6.1 Inleiding en opzet van de regels

48

6.2 Verantwoording van de regels

48

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

51

7.1 Inleiding

51

7.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid

51

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51

7.4 Economische uitvoerbaarheid

51

7.5 Conclusie

52

Bijlagen toelichting

53

Bijlage 1 Mariënheem

Quickscan flora en fauna, Herontwikkeling Schoonhetenseweg 18 te 54

Bijlage 2

Vergunningencheck digitale watertoets

85

Bijlage 3

Rapport verkennend (asbest)bodemonderzoek

91

Bijlage 4

Beoordeling woon- en leefklimaat

185

Regels

231

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

232

Artikel 1

Begrippen

232

Artikel 2

Wijze van meten

241

Bestemmingsregels

242

Artikel 3

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

242

Artikel 4

Wonen

244

Artikel 5

Waarde - Landschap - 1

249

Algemene regels

250

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

250

Artikel 7

Algemene bouwregels

251

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

253

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

254

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

256

Artikel 11

Overige regels

257

Overgangs- en slotregels

259

Artikel 12

Overgangsrecht

259

Artikel 13

Slotregel

260

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels

261

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

262

Bijlage 2

Inrichtingsplan

277

Bijlage 3

Sloopkaart Schoonhetenseweg 18-20

283

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 4

Toelichting

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Binnen het plangebied aan de Schoonhetenseweg 18-20 te Mariënheem was een agrarisch bedrijf (melkveehouderij) actief. De voormalige agrariër heeft dit betreffende erf enkele jaren geleden verkocht, omdat hier geen toekomst meer was voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De circa 30 hectare agrarische grond om het bedrijf is verkocht aan de provincie, ten behoeve van de natuuropgave in het nabijgelegen Boetelerveld en ten behoeve van de nabijgelegen provinciale weg. De agrarische activiteiten aan de Schoonhetenseweg 18-20 zijn gestaakt. Het erf is inmiddels gesplitst. Aan de zuidzijde van het plangebied staat een woning met bijgebouw (Schoonhetenseweg 20). Aan de noordzijde staat een voormalige bedrijfswoning met 1058 m2 aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsgebouwen (Schoonhetenseweg 18). De initiatiefnemers zijn voornemens het erf aan de Schoonhetenseweg 18 te herontwikkelen in het kader van de Rood voor Rood-regeling. Hierbij worden alle gebouwen gesloopt (inclusief de voormalige bedrijfswoning) en worden twee woningen met bijgebouwen gerealiseerd (voor woondoeleinden)'. Aangezien de ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan (het erf heeft nog een agrarische bestemming), moet een bestemmingsplanherziening plaatsvinden.

Hierbij dient tevens de agrarische bestemming van het erf Schoonhetenseweg 20 gewijzigd te worden naar de bestemming 'Wonen'.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt aan de Schoonhetenseweg, op circa 0,5 kilometer van de oostkant van de kern Raalte. Het erf wordt omsloten door agrarische gronden (zie figuren 1 en 2). De omgeving van het erf bestaat uit een mengeling van verspreid liggende bedrijven en woningen. Op de verbeelding bij dit plan is de exacte planbegrenzing weergegeven.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 6

Figuur 1: Ligging plangebied (met rood icoontje aangeduid) ten opzichte van de kern Raalte (kern ligt aan de westzijde). Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl.

Figuur 2: Luchtfoto plangebied met indicatief aangegeven de plangrens (rode contour). Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 7

1.3 Huidig planologisch regiem en wijzigingsbevoegdheid Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen 'Buitengebied Raalte', 'Buitengebied Raalte, correctieve herziening' en 'Buitengebied Raalte, 2e correctieve herziening'. Het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte' is op 8 juni 2012 vastgesteld door de gemeenteraad en in werking getreden op 17 oktober 2012. Daarna is dat plan op onderdelen aangepast middels de correctieve herzieningen. Het erf ligt daarbij binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020' (2 juni 2021). Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden', grotendeels de aanduiding 'Bouwvlak' en de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden: 2'. Voor de noordwestelijke punt van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap - 1' (een esrand). Tot slot is de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied' van toepassing. In figuur 3 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Het plangebied bevindt zich in de rode cirkel.

Figuur 3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte', waarbij het plangebied binnen de rode cirkel ligt. Aangezien er geen agrarisch bedrijf meer actief is op het erf en deze voor woondoeleinden in gebruik is, en er een extra woning wordt gerealiseerd in het kader van de 'Rood voor Rood-regeling', is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Hierbij kan geen gebruik worden gemaakt van de binnenplanse wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van Rood voor Rood-projecten (conform artikel 4.8.6 uit het geldende bestemmingsplan), omdat op het erf aan de Schoonhetenseweg 20 (aan de zuidkant) een bestaand bedrijfsgebouw van 378 m2 behouden blijft (in gebruik als bijgebouw bij de bestaande woning). Ook overschrijdt het woonerf aan de Schoonhetenseweg 18 in de nieuwe situatie de begrenzing van het huidige 'Bouwvlak' (aan de noordzijde).

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 8

1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20' bestaat uit de volgende stukken: Verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0177.BP20210014-ON01) en een renvooi; Regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van het plangebied weergegeven. In de planregels zijn regels en bepalingen opgenomen, teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.

1.5 Leeswijzer Na de inleiding wordt eerst een gebieds- en planbeschrijving gegeven. In hoofdstuk 3 wordt het project getoetst aan het bestaande beleid, op zowel nationaal, provinciaal als gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht wat de invloed van het project is op de verschillende waarden in het gebied. In hoofdstuk 5 komen de milieuaspecten aan bod. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt tot slot ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de uitvoerbaarheid van het project.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 9

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied beschreven. Vervolgens wordt een beschrijving gegeven van het te realiseren project.

2.2 Gebiedsbeschrijving Ligging Het plangebied ligt aan de Schoonhetenseweg 18-20, op circa 0,5 kilometer van de oostkant van de kern Raalte. Het erf wordt omsloten door agrarische gronden (zie figuren 1 en 2). De omgeving van het erf bestaat uit een mengeling van verspreid liggende bedrijven en woningen. Aan de noord- en zuidzijde betreft dit burgerwoningen. Aan de westzijde ligt een intensieve veehouderij op een afstand van circa 180 meter van de dichtsbijzijnde nieuw te realiseren woning aan de Schoonhetenseweg 18. Aan de oostzijde ligt een loonbedrijf op circa 140 meter van het plangebied. Het plangebied ligt in het zandgebied op de overgang van hoger gelegen dekzandruggen naar lager gelegen -vlaktes. Ontstaansgeschiedenis Het agrarisch gebruik heeft door de jaren heen de natuurlijke ondergrond omgezet naar de huidige landschappelijke situatie. Een kleinschalig landschap met grillige blokverkaveling. Het platteland kenmerkt zich door een zekere mate van diversiteit, openheid en kleinschaligheid. Karakteristieke elementen in deze gebieden zijn houtwallen en -singels, steilranden en zandwegen. De essen zijn bol, open, onbeplant en worden omzoomd door houtwallen (zie figuur 4) en de perceelsscheidingen hebben dikwijls bomen of andere beplanting.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 10

Figuur 4: Kaart 1901 met kleinschalig landschap met essen (enk), kenmerkende percelen, boscomplexen, landschapselementen en heide in de omgeving van het plangebied. Met name de laatste eeuw hebben de grootschalige agrarische activiteiten hun weerslag gehad op het kleinschalige landschap. De karakteristieke kenmerken, landschapselementen en oorspronkelijke verkavelingsstructuur (zie figuur 4) zijn hierdoor minder goed herkenbaar en beleefbaar. Perceelsranden en beplanting op grenzen zijn bijvoorbeeld verdwenen, terwijl de laanbeplanting van overwegend eiken (zie figuur 5) nog wel goed herkenbaar is.

Figuur 5: Ligging erf Schoonhetenseweg 18-20 in het landschap: aan de eikenlaan en bij een es met restanten van esrandbeplanting (noordwestzijde van het erf). Bewoning en beleving Waar in het verleden de grondsoort, hoogteligging en ontwateringsmogelijkheden doorslaggevend waren voor het gebruik van de grond, is dat in de huidige tijd door technologische ontwikkelingen steeds meer losgelaten. Behalve door de landbouwgronden wordt het platteland ook sterk bepaald door de bewoning. Rondom de essen staan de boerderijen in Salland meer in een losse setting met meerdere bijgebouwen en grote dakvlakken. In de omgeving van het plangebied is te zien dat de erven overwegend op enige afstand van de weg liggen (zie figuur 6), wat karakteristiek te noemen is.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 11

Deze erven langs de lanen kennen een enigszins rationele opzet met heldere overgangen naar het landschap en bebouwing die op de weg is gericht. Hierin zijn de weg- en erfbeplantingen de belangrijkste ruimtevormende elementen.

Figuur 6: Kaart uit 2018 met daarop zichtbaar de grotere mate van openheid en toename van bewoning en bebouwing. Bebouwing en verharding op het erf De kern van voormalige erf aan de Schoonhetenseweg 18-20 wordt gevormd door de (in slechte staat verkerende) woonboerderij en een aangebouwde kleine woning aan de Schoonhetenseweg 20 (zie figuur 7). De oostkant van het erf heeft een groen voorerf met een siertuin. Het huidige erf is door de agrarische ontwikkelingen in de laatste decennia grootschalig te noemen en nagenoeg niet ingepast in de omgeving, door bijvoorbeeld groene landschapselementen die van oudsher de landschappelijke uitstraling bepalen. De nieuwere schuren doen afbreuk aan de groene representatieve uitstraling en herkenbaarheid van het erf. Door deze ontwikkelingen is het gebiedseigen onderscheid en herkenbaarheid van voor- en achtererf verdwenen.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 12

Figuur 7: Woningen aan de Schoonhetenseweg 18-20. Het achtererf is helemaal open en heeft een verrommelde uitstraling met ruwvoersilo's, schuren en verharding (zie figuren 8 en 9). Vanaf de noordelijke toegang is waardevolle esrandbeplanting en een steilrand herkenbaar en beleefbaar in het landschap (zie figuur 10).

Figuur 8: Hoge mate van verharding en verromelde uitstraling.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 13

Figuur 9: Noordzijde achtererf met verharding en grootschalige gebiedsvreemde uitstraling.

Figuur 10: Noordelijke toegang met uitzicht op de es, esrand en kerktoren van Raalte.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 14

2.3 Planbeschrijving 2.3.1

Uitgangspunten plan

Binnen het plangebied (Schoonhetenseweg 18-20) was een agrarisch bedrijf actief. De voormalige agrariër heeft dit betreffende erf enkele jaren geleden verkocht, omdat hier geen toekomst meer was voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De circa 30 hectare agrarische grond om het bedrijf is verkocht aan de provincie, ten behoeve van de natuuropgave in het nabijgelegen Boetelerveld en ten behoeve van de nabijgelegen provinciale weg. De agrarische activiteiten aan de Schoonhetenseweg zijn inmiddels gestaakt. Aan de Schoonhetenseweg 18 wordt alle bebouwing gesloopt (zie figuur 11). Dit betreft de voormalige bedrijfswoning, en dit betreft 1058 m2 (inclusief 50% van een buitenwerkse mestkelder van 75 m2 ) aan landschapsontsierende voormalige agrarische bebouwing. Recent zijn hiervan reeds twee gebouwen gesloopt (de schuur achter de woning en een deel tussen twee schuren). Er worden hier in totaal twee woningen (van elk maximaal 750 m3 ) met bijgebouwen (bij elke woningmaximaal 150 m2 ) teruggebouwd.

Figuur 11: Te slopen schuren, mestbassin, mestkelders en voormalige bedrijfswoning aan de Schoonhetenseweg 20 (rood omlijnd). Aan de inmiddels afgesplitste Schoonhetenseweg 20 (aan de zuidkant van het plangebied) blijft de bestaande woning behouden, evenals een bestaand bedrijfsgebouw van 378 m2 . Dit bedrijfsgebouw doet inmiddels dienst als bijgebouw, en hier wordt o.a. materieel opgeslagen waarmee omliggende gronden worden onderhouden. In de toekomstige situatie zijn er daarmee drie burgerwoningen met bijgebouwen in het plangebied (Schoonhetenseweg 18-20) aanwezig.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 15

2.3.2

Inrichtingsplan

Ten behoeve van het plan is een inrichtingsplan (inclusief concreet beplantingsplan) opgesteld, welke is opgenomen in Bijlage 2 van de regels van dit bestemmingsplan. Hierna volgt een beknopte beschijving van het inrichtingsplan. Figuur 12 betreft een uitsnede van de overzichtstekening.

2.3.2.1 Groen Sallands erf Uitgangspunt van de nieuwe situatie is een karakteristiek groen Sallands erf dat beter zichtbaar en beleefbaar is. Op basis van een nieuwe, forsere groenstructuur ontstaat een kleinschaliger voor- en achtererf met doorzichten naar het omliggende landschap. Het nieuwe sortiment is streekeigen en heeft een ecologische meerwaarde en is daarmee toekomst- en klimaatbestendig. Hierdoor wordt de herontwikkeling landschappelijk ingepast en krijgt het plangebied een kwaliteitsimpuls.

Figuur 12: Uitsnede overzichtstekening inrichtingsplan.

2.3.2.2 Herkenbaar erf Het erfensemble wordt herkenbaar gemaakt met de toepassing van verschillende regio-eigen groenstructuren. Het erf wordt omzoomd door een landelijke haag van meidoorn en singels (voornamelijk op het achtererf) van gemengd inheems bosplantsoen en enkele boomvormers. Hierbij wordt aansluiting gezocht op de steilrand van de es, welke voorheen werd gemarkeerd door een houtwal. Beide kavels worden op het voorerf voorzien van een hoogstam boomgaard en verspreid over het erfensemble worden markante erfbomen toegepast. Door de groenstructuur ontstaat een herkenbaar erf en wordt de overgang van erf naar het landschap vormgegeven. In hoofdzaak markeren hagen en singels de buitenranden van het erf en de kavelscheidingen. Het omliggende landschap is juist open en blijft in gebruik als grasland, waardoor de kenmerkende uitstraling van een erf op enige afstand van de weg wordt versterkt. Het achtererf heeft een informeler karakter. De groenstructuren bestaan hier uit landelijke meidoornhagen, gemengd inheemse singels met boomvormers en een strook kruidenrijk grasland. Deze groene structuren met ecologische meerwaarde geven het erf massa in relatie tot het omliggende landschap en sturen het zicht van de bewoners op het open achterliggende

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 16

landschap met es en kerktoren.

2.3.2.3 Relatie met de Schoonhetenseweg Het plangebied wordt via bestaande ontsluitingen naar de Schoonhetenseweg ontsloten, waardoor de groene uitstraling van het voorerf behouden blijft en er geen inbreuk wordt gedaan op het groene karakter van de laan.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 17

Hoofdstuk 3 Beleidstoets 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan dit beschreven beleid.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 14 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken.

Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het onderhavige plan betreft een kleinschalige ontwikkeling op erfniveau die geen inbreuk maakt op nationale belangen.

3.2.2

De Nationale Omgevingsvisie

Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 18

opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het onderhavige plan betreft een relatief kleinschalige ontwikkeling die geen inbreuk maakt op nationale belangen. Ook voldoet het plan aan de prioriteit voor toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Met het voorliggende plan worden landschapsontsierende schuren gesloopt die geen vervolgfunctie meer hebben. Het toekennen van een extra wooneenheid, waarbij het plangebied landschappelijke wordt ingepast, past binnen het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied.

3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de EHS/NNN, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het Ijsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (bij besluit van 21 april 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd in verband met de aanpassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking').

Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 19

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het voorliggende plan worden landschapsontsierende schuren gesloopt en wordt de realisatie van een nieuwe woningbouwkavel mogelijk gemaakt. De agrarsiche bestemming wordt gewijzigd naar de bestemming 'Wonen'. Blijkens jurisprudentie wordt een dergelijke kleinschalige ontwikkeling niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet noodzakelijk. Het onderhavige plan heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Barro.

3.2.4

Wet natuurbescherming

Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: bescherming van de biodiversiteit in Nederland; decentralisatie van verantwoordelijkheden; vereenvoudiging van regels. Voor beschermde Natura 2000-gebieden geldt dat er voor projecten en handelingen geen verslechtering van de kwaliteit van de habitats of een verstorend effect op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, mag optreden. Binnen de Natura 2000-gebieden zijn de Vogelrichtlijnen Habitatrichtlijngebied te onderscheiden. De Vogelrichtlijn (vastgesteld in 1979) is een regeling van de Europese Unie (EU) die tot doel heeft alle in het wild levende vogelsoorten op het grondgebied van de EU te beschermen. De lidstaten van de EU zijn verplicht voor alle vogelsoorten die in hun land leven leefgebieden van voldoende grootte en kwaliteit te beschermen. De Europese Habitatrichtlijn (vastgesteld in 1992) beoogt de biologische diversiteit te waarborgen door het instandhouden van de (half)natuurlijke leefgebieden en de wilde flora en fauna. De Habitatrichtlijn is gericht op de bescherming van soorten en natuurlijke habitats. Hiervoor zijn eveneens speciale beschermingszones aangemeld. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied en heeft geen negatief effect op Natura 2000-gebied(en) die in de buurt liggen.

Een uitgebreide toetsing van het plan aan de wet- en regelgeving m.b.t. natuurbescherming (o.a. m.b.t. soortenbescherming) is opgenomen in paragraaf 4.2 van deze toelichting. Hieruit blijkt dat het voorgenomen plan voldoet aan de weten regelgeving.

3.2.5

Waterbeleid 21e eeuw

Door het toenemend hoogwater in rivieren, wateroverlast, een versnelde stijging van de zeespiegel en groeiende behoefte aan schoon drinkwater is het Waterbeleid 21e eeuw vormgegeven. Het oude systeem van waterbeheer waarbij de nadruk werd gelegd het scheiden en gescheiden houden van land en water is niet in staat om toekomstige ontwikkelingen op te vangen. Om Nederland de komende eeuwen veilig, leefbaar en aantrekkelijk te houden is een omslag in het waterbeleid en denken over water noodzakelijk. Samengevat komt het er op neer dat water weer de ruimte moet krijgen in plaats van worden ontnomen. Daarbij wordt de strategie gevoerd van vasthouden, bergen en tenslotte afvoeren. Dit principe gaat ervan uit dat een overvloed aan water allereerst wordt opgevangen waar deze ontstaat. Water wordt hierbij niet meer zo snel mogelijk afgevoerd, maar zolang mogelijk wordt vastgehouden. Wanneer vasthouden niet meer mogelijk is, zal dit geborgen worden in daarvoor toegewezen gebieden. Door het water zo lang mogelijk vast te houden wordt tevens verdroging voorkomen. Zo wordt het watertekort bestreden. Pas als het niet anders kan, wordt het water afgevoerd.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 20

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het kader van een goede ruimtelijke ordening betekent dit dat in dit voorliggende plan tevens is gekeken hoe op verstandige wijze om te gaan met het vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater. In hoofdstuk 4.5 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige gevolgen van het onderhavige plan. Er wordt voldaan aan het principe vasthouden, bergen en tenslotte afvoeren. Het regenwater kan infiltreren in de grond.

3.2.6

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van het Rijksbeleid. Vanuit relevante beleidsdocumenten en regelgeving werken geen randvoorwaarden of uitgangspunten rechtstreeks door op het voorgenomen plan. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige gevolgen van het plan en is de toetsing aan de Wet natuurbescherming opgenomen.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1

Omgevingsvisie en -verordening provincie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel betreft een integrale visie. Het plan is op 1 juli 2009 vastgesteld door Provinciale Staten en op 1 september 2009 in werking getreden. De twee grote thema's van de Omgevingsvisie zijn duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Deze thema's zijn in de Omgevingsverordening in definities verankerd. De definitie van duurzaamheid luidt: “duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte aan de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien”. Duurzaamheid vraagt om een transparante afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De definitie van ruimtelijke kwaliteit luidt: “het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De provincie heeft een hoofdambitie, zorgen voor een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met daarbij een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: Herstructurering: Er wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu's, dorpen en steden worden gestimuleerd om hun eigen kleur te ontwikkelen. Hoofdinfrastructuur: Investeren in wegverkeer: trein, fiets, waar veiligheid en doorstroming centraal staan. SER-ladder: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik toepassen bij bebouwing door hantering van de 'SER-ladder'. Deze methode maakt eerst het gebruik van de ruimte, die wordt geoptimaliseerd, daarna de wordt toepassing van meervoudig ruimtegebruik onderzocht, vervolgens de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden. Hierbij is afstemming tussen gemeenten over woningbouwprogramma's en bedrijfslocaties noodzakelijk. Plannen: Ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 21

3.3.1.1 Actualisatie Omgevingsvisie- en verordening Provinciale Staten hebben op 3 juli 2013 de actualisatie Omgevingsvisie vastgesteld, evenals de actualisatie van de verordening. Daarmee staat onder andere ook de herbegrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) / Natuurnetwerk Nederland (NNN) vast. Binnen de begrenzing van de NNN heeft de provincie de gronden opgenomen die nodig zijn om de doelen te halen voor Natura 2000. Voor de begrenzing van de ontwikkelopgave Natura 2000 heeft de provincie gebiedsdocumenten en maatregelkaarten laten opstellen. Voor het realiseren van de NNN en de Ontwikkelopgave Natura 2000 zijn landbouwgronden nodig. Deze gronden worden gebruikt voor het realiseren van nieuwe natuur of om maatregelen te nemen voor de naastgelegen natuurgebieden. Deze maatregelen zorgen veelal voor vernatting van de gronden en/of hebben betrekking op minder of geen bemesting. Hierdoor worden deze gebieden minder of ongeschikt voor de landbouw. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken kleur' en de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Met de vaststelling van het nieuwe Omgevingsbeleid is invulling gegeven aan de: 1. 2. 3. 4.

5.

verdieping van de thema's energietransitie, logistiek, agro & food, bestaand bebouwd gebied en ondergrond; verruiming van de mogelijkheden voor het (onder voorwaarden) toekennen van een woonbestemming aan permanent bewoonde recreatiewoningen; aanpassing van de Omgevingsvisie aan de huidige tijd met het verleidelijke verhaal van Overijssel. Hoe ziet Overijssel er in 2030 uit, met doorkijk naar 2050?; verwerking van reeds genomen PS besluiten over de onderwerpen ADT/TBT, drinkwater/grondwaterbeleid, landgoederen, cultuurhistorie (CHW-kaart), mobiliteit , natuur, ondergrond, ruimtelijk economisch beleid, veiligheid en gezondheid (modernisering milieubeleid), water, luchtvaartbeleid, rode draden duurzaamheid, sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit, bestuursfilosofie, instrument reprogrammeren, instrument ladder duurzame verstedelijking; uitvoering in de context van 'de andere overheid' en de participatiesamenleving.

Momenteel wordt de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de eisen van de nieuwe Omgevingswet. Dat doet de provincie 'beleidsarm': eerder vastgesteld beleid wordt verwerkt in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In de visie doet de provincie een beperkt aantal aanpassingen. De geldende Omgevingsverordening moet worden vervangen door een nieuwe, omdat de huidige verordening vervalt als de Omgevingswet in werking treedt. Voor het voorliggende plan is het met name van belang dat het plan geen negatieve invloed op Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000 heeft. Dit is nader onderbouwd in paragraaf 4.2 van deze toelichting.

3.3.1.2 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Door de Omgevingsvisie is het eerdere detailkader, zoals o.a. 'Rood voor Rood', 'Rood voor Groen' en 'Nieuwe landgoederen' vervallen en is er een nieuw document opgesteld: de 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' (KGO). KGO is vastgelegd in de provinciale verordening (artikel 2.1.6). De KGO gaat er vanuit dat er ruimte is voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe functies in het buitengebied, uitsluitend indien hier sociaal economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn en er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Twee principes zijn leidend: Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; De ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 22

in de ruimtelijke kwaliteit.

Figuur 13: Ruimtelijke kwaliteitsimpuls, verbeelding van de balans. Uitgangspunt is dat plannen ontwikkelingsruimte krijgen als deze passen binnen het generieke beleid en de ontwikkelingsperspectieven van de provincie en worden uitgewerkt conform de gebiedskenmerken. Voorwaarde daarbij is dat de geboden ontwikkelingsruimte in evenwicht is met de te leveren kwaliteitsprestaties. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke inpassing zoals situering van gebouwen en erfbeplanting. Voor het bepalen van de hoogte van aanvullende kwaliteitsprestaties wordt het plan getoetst aan de hand van de volgende drie variabelen: Is de ontwikkeling gebiedseigen of gebiedsvreemd; Wat is de schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving; Dient het initiatief een eigen belang of ook maatschappelijke belangen. Gebiedseigenheid van de ontwikkeling In het voorliggende plan worden landschapsontsierende schuren gesloopt en er wordt erfverharding verwijderd. De agrarsiche activiteiten zijn gestaakt en de bestemming wordt gewijzigd naar de bestemming 'Wonen'. Er wordt één nieuwe extra woning gerealiseerd met een bijgebouw van 150 m2 . De woonfunctie past goed in dit gebied. De functie is veelvoorkomend in de directe omgeving. Het plangebied wordt daarnaast landschappelijk goed ingepast en ingericht, met inheems plantmateriaal.

In zijn algemeenheid geldt dat hoe beter de nieuwe functies in het gebied passen, des te kleiner de vereiste extra investering is. Schaal van de ontwikkeling en impact op de omgeving De nieuwe ontwikkeling past qua schaal goed in het landschap en is qua impact relatief klein, ook vergeleken met de huidige situatie. De ontwikkeling wordt goed ingepast in de omgeving. Eigen belang versus maatschappelijke belangen Door de realisatie van één nieuwe wooneenheid wordt de sloop van de landschapsontsierende schuren en verwijdering erfverharding economisch uitvoerbaar. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast. Functies in de omgeving van het plangebied worden niet beperkt. Het totale project dient daarmee eigen belangen, maar ook maatschappelijke belangen.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 23

Conclusie Conclusie is dat het voorliggende plan past binnen het KGO-beleid, zoals vastgelegd in artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening. De ontwikkelingsruimte die geboden wordt is in balans met de investeringen in ruimtelijke kwaliteit.

3.3.1.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie figuur 13). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de Omgevingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. De volgende niveaus komen aan de orde (zie figuur 14): 1. 2. 3.

Generieke beleidskeuzes; Ontwikkelingsperspectieven; Gebiedskenmerken.

Figuur 14: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Omgevingsvisie Overijssel) 1. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van de EU, Rijk of de provincie. Deze keuzes kunnen bepalen of ontwikkelingen mogelijk zijn of niet. Op diverse terreinen verlangt de provincie van gemeenten dat ze goede afspraken maken over plannen met buurgemeenten. Zo blijft het evenwicht bewaard tussen ruimte voor gemeenten en anderzijds het voorkomen van inefficiënte concurrentie. Op deze manier bereikt de provincie een goed afgestemd en zuinig ruimtegebruik en wordt er overcapaciteit voorkomen. Daarnaast zorgt de provincie voor reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden en begrenzing van nationale landschappen. Deze beleidskeuzes zijn vaak normstellend.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 24

Relatie met voorgenomen ontwikkeling In en om het plangebied zijn geen belemmeringen op basis van het generieke beleid. In overeenstemming met artikel 2.2 van de provinciale Omgevingsverordening past dit plan ook binnen het gemeentelijk beleid. 2. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn daarnaast geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vorm gegeven. Het beleid voor de ontwikkelingsperspectieven is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening. In dit artikel is bepaald dat gemotiveerd moet worden dat een voorziene ontwikkeling past binnen de vastgestelde ontwikkelingsperspectieven. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het plangebied aan de Schoonhetenseweg 18-20 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' (zie figuur 15).

Figuur 15: Weergave uitsnede kaart ontwikkelingsperspectieven, Omgevingsvisie Overijssel In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Met aan de ene kant melkveehouderij en akkerbouw als belangrijke vorm van landgebruik. En aan de andere kant ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De kwaliteitsambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' staat hierbij voorop. De provincie wil de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, maar ook van andere sectoren zoals recreatie, nog nadrukkelijker verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen. Uitgangspunten voor mixlandschappen zijn:

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 25

Behouden en versterken van de leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied; Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen; Ontwikkelingsmogelijkheden verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen. Het slopen van landschapsontsierende bebouwing, de herbouw van een woning, de realisatie van een extra woning (met bijgebouw), de wijziging van de bestemming en het landschappelijk inrichten van het plangebied past binnen dit geldende ontwikkelingsperspectief. Er worden ook geen bestaande functies in de omgeving van het plangebied belemmerd met het voorliggende plan. 3. Gebiedskenmerken In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Het beleid voor deze gebiedskenmerken is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de provinciale verordening. Hierin is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. Wanneer in het beleid normerende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze normerende uitspraken. Wanneer in het beleid richtinggevende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze richtinggevende uitspraken.

De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de lust- en leisurelaag. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het plangebied en gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn. De natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatieproces. Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast. Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan voorkomen en er voor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het plangebied aan de Schoonhetenseweg 18-20, daar waar bebouwing wordt gesloopt, nieuwe bebouwing wordt gebouwd en het erf landschappelijk wordt ingepast, ligt in een dekzandvlakte en ruggen-gebied (zie figuur 16). De dekzandvlaktes beslaan een groot deel van de oppervlakte van de provincie. In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandvlaktes voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, bijvoorbeeld door egalisaties ten behoeve van de landbouw. De ambitie is de hoogteverschillen te versterken en het verschil in landschap met natuurlijke beplanting te accentueren.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 26

Figuur 16: Weergave uitsnede kaart gebiedskenmerken, natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel Normerend uitgangspunt: Dekzandvlakten en ruggen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Richtinggevende uitgangspunten: Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Met het voorliggende plan wordt landschapsontsierende bebouwing gesloopt en neemt het oppervlak aan bebouwing af, waardoor het hoogteverschil weer beter beleefbaar wordt. Met het plan wordt geen karakteristiek reliëf aangetast. Zo blijft de aanwezige esrand aan de noordwestzijde behouden en beleefbaar. Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen, daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan. Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 27

meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden. Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen: de es, de flank en het beekdal. Het plangebied is grotendeels gelegen in het essenlandschap (zie figuur 17), op de grens met het Oude Hoevenlandschap aan de noord- en oostzijde. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden.

Figuur 17: Weergave kaart gebiedskenmerken, laag agrarisch cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel Normerend uitgangspunt: De essen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de huidige bodemkwaliteit en het huidige reliëf. Op de flanken krijgen de kleinschalige landschapselementen, zoals houtwallen, bosjes, zandpaden, karakteristieke erven en beeldbepalende open ruimte daartussen, een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van dit kleinschalige patroon.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 28

Richtinggevende uitgangspunten: Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Met het voorliggende plan wordt landschapsontsierende bebouwing gesloopt en neemt het oppervlak aan bebouwing af, waardoor het landschap openener en het hoogteverschil weer beter beleefbaar wordt. De es (inclusief esrand) aan de noordwestkant blijft behouden en beleefbaar. Met het voorliggende plan worden inheemse groenstructuren toegevoegd, die bijdragen aan de versterking van het kleinschalige patroon. Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen. Daarbij wordt kwaliteit, eigenheid en onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft.

De opbouw, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landsschap besloten liggen. Bij de transformatie van erven in het landelijk gebied vervalt vaak de vanzelfsprekende samenhang tussen erf en landschap. De ambitie is de erven levend te houden, verbonden met het landschap. Voor het plangebied zijn de aanduidingen 'informele trage netwerk' en 'verspreide bebouwing' van toepassing. Relevante uitgangspunten zijn: Bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit; Behoud en versterking kenmerkende erfstructuur en volumematen; Behouden robuuste ensemble; Koppelen erf aan landschap; Toegankelijkheid landschap verbeteren. Met deze uitgangspunten is waar mogelijk rekening gehouden in het inrichtingsplan. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd (landschappelijk inpassing en sloop landschapsontsierende schuren) en wordt het erf gekoppeld aan het landschap. Laag van de beleving De laag van de beleving heeft geen rechtstreekse doorwerking op dit plan.

3.3.2

Conclusie

Het voorliggende ruimtelijke plan past binnen het provinciale beleid, zoals ook vastgelegd in de provinciale verordening. Het plan past binnen KGO-beleid en binnen het geldende ontwikkelingsperspectief en is uitgewerkt op basis van de gebiedskenmerken.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 29

3.4 Gemeentelijk beleid De gemeente Raalte heeft diverse beleidsdocumenten die kaderstellend zijn voor de ontwikkelingen in het buitengebied. De volgende documenten zijn op het plangebied van toepassing: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

3.4.1

Erven in beweging; Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040; het Waterplan; Welstandsnota; Landschapsontwikkelingsplan Salland; Bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte'.

Erven in beweging

De beleidsnota Erven in beweging is op 21 december 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Raalte. In de periode van 2012 - 2030 komt er naar verwachting circa 300.000 m2 agrarische bebouwing vrij door bedrijfsbeëindiging van agrarische bedrijven. Om op grote schaal leegstand te voorkomen bevat deze beleidsnota een aantal aanvullende mogelijkheden en instrumenten om leegstand tegen te gaan. Er wordt ingezet op sloop en hergebruik. Enerzijds om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te versterken, anderzijds om een levendig buitengebied te houden waarin gewoond en gewerkt kan worden. Met de extra mogelijkheden die dit beleid bevat heeft een eigenaar van een erf met leegstaande gebouwen de volgende mogelijkheden: Een woning bouwen in ruil voor sloop van minimaal 850 m2 (Rood voor Rood-regeling); Een (niet-agrarisch) bedrijf starten; Extra (bij)gebouwen bouwen bij een woning of bedrijf in ruil voor sloop van een veelvoud aan gebouwen (schuur voor schuur regeling). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend initaitief past binnen de opgestelde beleidsnota 'Erven in beweging'. De voorgenomen ontwikkeling omvat de sloop van de voormalige bedrijfsgebouwen met een totale oppervlakte van circa 1058 m² (inclusief 50% van een buitenwerkse mestkelder van circa 75 m2 ).

Met gebruikmaking van de 'Rood voor Rood-regeling' wordt een compensatiewoning (max 750 m3 ) met bijgebouw (max 150 m2 ) op de slooplocatie gerealiseerd. Dit is toegestaan binnen dit beleid. Met het voorliggende plan wordt ook de bestaande bedrijfswoning gesloopt en herbouwd (maximaal 750 m3 ). Hierbij wordt een bijgebouw gerealiseerd van maximaal 150 m2 . Hiermee wordt nog steeds voldaan aan de sloopnorm van 850 m2 aan landschapsontsierende schuren, zoals genoemd in de Rood voor Rood-regeling. Op afgesplitste erf aan de zuidzijde, blijft de bestaande woning behouden, met een bijgebouw van 378 m2 . Dit is mogelijk binnen de regeling. In het bijgebouw wordt o.a. materieel opgeslagen waarmee het omliggende landschap wordt onderhouden.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 30

3.4.2

Omgevingsvisie Horizon Raalte 2040

De Omgevingsvisie Horizon Raalte 2040 (vastgesteld op 26 november 2020) van de gemeente Raalte betreft een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in onze fysieke leefomgeving. De leefomgeving is de omgeving waarin (menselijk) leven en het (menselijk) bestaan mogelijk is en plaatsvindt. Denk hierbij onder andere aan de natuur, de bodem, de lucht, het water, de infrastructuur en de gebouwen. De leefomgeving is belangrijk voor iedereen die in Raalte woont, werkt, onderneemt of zijn vrije tijd doorbrengt. Raalte zet in op het blijven van een prettige plek om te wonen, werken, ondernemen en recreëren. Het buitengebied betreft een groen en innovatief productielandschap. Er is ruimte voor kleinschalige recreatie, duurzame energie, innovatieve concepten met aandacht voor landschaps- en natuurwaarden (biodiversiteit, klimaatbestendigheid, bodemkwaliteit). De gemeente kiest voor een vitaal, divers en gemengd buitengebied. Een werk- en productiegebied, waar een balans is met wonen, landschappelijke- en cultuurhistorische kwaliteiten, natuur en recreatie. Bij het toevoegen van woningen is het nodig de identiteit van het agrarische landschap (sterker) als vertrekpunt te nemen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Door gebruikmaking making van de 'Rood voor Rood-regeling' wordt het voormalige agrarische erf gewijzigd in een woonerf.

De landschapsontsierende schuren worden gesloopt, en ter compensatie wordt een nieuwe woningbouwkavel gerealiseerd, passend binnen de 'Rood voor Rood-regeling'. Ook wordt de bestaande bedrijfswoning gesloopt en herbouwd, gezien de slechte staat. Deze ontwikkelingen passen binnen de Omgevingsvisie, indien de ontwikkeling ook landschappelijk goed wordt ingepast. Hier is sprake van. Zie hiertoe paragraaf 2.3.2 van de toelichting van dit bestemmingsplan.

3.4.3

Gemeentelijk waterbeleid

In de Waterwet en de Wet milieubeheer zijn de gemeentelijke watertaken geregeld. Deze taken hebben betrekking op de gemeentelijke zorgplicht voor: inzameling en transport van stedelijk afvalwater. het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater. grondwater(maatregelen). Het GRP beschrijft de beleidskaders (ambities)en de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. Het GRP gaat uit van de volgende principes (tritsen): De trits “vasthouden --> bergen --> afvoeren” houdt in dat in eerste instantie getracht wordt het (gebiedseigen) water in de bodem te infiltreren. Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in de laatste instantie kan overwogen worden het water (zo traag mogelijk) af te voeren naar de omgeving. De trits “schoonhouden --> scheiden --> schoonmaken” omvat ten eerste het niet toelaten dat de kwaliteit van water verslechtert (schoon houden), vervolgens het gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. Door water schoon te houden en vuile waterstromen zoveel mogelijk gescheiden te houden kan de omvang van te zuiveren water worden beperkt en tevens het zuiveringsrendement worden verhoogd. Ontvlechting vindt in principe plaats als dat doelmatig en kosteneffectief is.

Bij nieuwbouw is de aanleg van een gemeentelijk hemelwaterstelsel (riool of watergang) gebruikelijk, waar de particulier het hemelwater naartoe kan afvoeren. De infrastructuur wordt

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 31

in principe zodanig ingericht dat de particulier in staat wordt gesteld het hemelwater (voor een deel) op eigen terrein te verwerken (lozen op aangrenzende sloot en/of infiltratie in de bodem). Is verwerking op eigen terrein niet mogelijk dan kan de particulier het hemelwater bovengronds afvoeren naar het gemeentelijk hemelwaterstelsel. Ten aanzien van de verwerking van grondwater bij nieuwbouw kan worden gesteld dat dit voldoende wordt ondervangen in het “watertoets proces”. Hierbij worden vooraf de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze meegewogen bij de ontwikkeling van nieuwbouwlocaties. Hitte, droogte, watertekort en wateroverlast zijn aspecten die van wezenlijke invloed zijn bij het ontwerpen en bij de realisatie van plannen voor zowel inbreidings- als uitbreidingslocaties. Met deze aspecten wordt rekening gehouden door het principe van de meerlaagsveiligheid als bouwsteen van wezenlijk belang te hanteren bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen. Bestaande en nieuwe blauwe en groene elementen ondersteunen de klimaatadaptatie in het binnenstedelijk gebied en op bedrijven- en industrieterreinen. Afkoppelen van verhard oppervlak is niet een doel op zich. Doelmatigheid, haalbaarheid en betaalbaarheid van afkoppelmaatregelen worden meegewogen in ruimtelijke plannen.

De samenhang met het beleid over klimaatadaptatie en overstromingsrisico wordt integraal beoordeeld. Waterlopen met een beschermde status (Kaderrichtlijn water) staan vermeld op de verbeelding behorende bij een ruimtelijk plan. Informatie over de status van een KRW-lichaam en beoogde maatregelen verwoord in zogenaamde “factsheets”, wordt beschouwd als zwaarwegend belang waar slecht gemotiveerd van kan worden afgeweken door het treffen van mitigerende of compenserende maatregelen Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het voorgenomen plan doet geen afbreuk aan de principes uit het Waterplan Raalte. In paragraaf 4.5 van de toelichting wordt nader ingegaan op het omgevingsaspect water.

3.4.4

Welstandsnota gemeente Raalte 2016

De Welstandsnota Raalte 2016 bevat de basisvoorwaarden waaraan bouwaanvragen (omgevingsvergunning voor activiteit bouwen) op welstandsaspecten getoetst worden. Het legt voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld het buitengebied, een beoordelingskader vast. Het beoordelingskader is opgesteld vanuit een visie op de toekomst van het gebied en vanuit een beeld van aanwezige waarden. Het gemeentelijk welstandsbeleid is op hoofdlijnen gestoeld op een gebiedsgerichte benadering. Deze benadering blijkt uit gebiedsgerichte criteria. Daarnaast gelden enkele algemene criteria (basisprincipes die onafhankelijk van de gebiedsgerichte criteria gelden) en criteria voor kleine bouwwerken. Ook met het huidige beleid blijkt dat het buitengebied het meest kwetsbare gebied is. Veelal van oudsher aanwezige boerderijen worden gesloopt en vervangen door een eigentijdse bebouwing. Het wel/niet slopen van bouwwerken kunnen we niet met een welstandsnota regelen. Het enige middel hiervoor is het aanwijzen als gemeentelijk monument. Dit middel moet wel gericht worden ingezet en leent zich minder voor alleen het tegengaan van sloop. De huidige ontwikkelingen in de landbouw vragen om innovativiteit van de ondernemers in deze sector. Traditionele kaders zijn vaak belemmerend. Welstandsvrij biedt ruimte aan die ontwikkeling.

Vele andere gemeenten hebben al geëxperimenteerd met een welstandsvrij buitengebied en evaluaties hebben daar niet geleid tot herziening van dit beleid. Daar is gebleken is dat bouwers voldoende verantwoordelijkheid nemen om de kwaliteit van het buitengebied te bewaken. Bovendien wordt de kwaliteit van het totale buitengebied meer bepaald op basis van de inrichting van de natuur, landbouw en de erven in hun onderlinge samenhang dan op basis van incidentele specifieke verschijningsvormen van boerderijen en woningen.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 51, omgeving Schoonhetenseweg 18 en 20 | Eelerwoude | 32

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggende ontwikkeling vindt plaats in het buitengebied en is daarmee welstandsvrij.

3.4.5

Landschapsontwikkelingsplan Salland

De gemeente Deventer, Raalte en Olst-Wijhe hebben een gezamenlijk Landschapsontwikkelingsplan opgesteld. Het Landschapsontwikkelingsplan vormt de landschappelijke karakteristiek de basis. Nieuwe ontwikkelingen worden ingezet als motoren voor landschapsbehoud, versterking en ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied is gelegen in het zandlandschap met landschapstype Dekzandrug op de overgang naar de Dekzandvlakte. Hier wordt ingezet op ruimtelijke verdichting en het behouden en versterken van karakteristieken. Relevante uitgangspunten en randvoorwaarden betreffen: Nieuwe rode functies zijn landschappelijk gezien het meest gewenst op de ruggen, onder voorwaarde dat landschapselementen worden aangelegd; Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op karakteristiek van het deelgebied; Ruimtelijk accentueren escomplexen door aanleg randbeplating en nieuw bebouwing in kader van rood voor rood; Rood voor Rood toepassen in combinatie met aanleg landschapselementen voor geleidelijke overgang dorp naar landelijk gebied; Versterken lanenstructuur. Met het voorliggende plan wordt landschapsontsierende bebouwing gesloopt en neemt het oppervlak aan bebouwing af, waardoor het hoogteverschil weer beter beleefbaar wordt. Met het plan wordt geen karakteristiek reliëf aangetast. Zo blijft de aanwezige esrand aan de noordwestzijde behouden en beleefbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=d210ede1-309c-4e0f-a913-5167ed2de875