CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan P&R Heino - toelichting, regels, bijlagen

Informatievoorziening raad 22 juni 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel bestemmingsplan station Heino24.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ontwerpuitgangspunten

Door de Gemeente Raalte, Waterschap Drents Overijsselse Delta en ProRail zijn (ontwerp-)uitgangspunten opgesteld. In algemene zin zijn de volgende (ontwerp-)uitgangspunten gehanteerd: De minimale ontwateringsdiepte voor wegen is 0,8 meter en voor wadi's 0,5 meter. Ondergrondse infiltratievoorzieningen dienen boven de GHG gelegd te worden.

32

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

De onderwateringsdiepte, ter plaatse van het hart van het spoor, dient minimaal 1 meter te bedragen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden (het overkluizen van watergang SW.55.98) dient de ontwatering van de spoorlijn gewaarborgd te worden. Iedere zijde van het spoor dient zijn eigen water te verwerken. Het hemelwater binnen het plangebied mag niet afgevoerd worden naar het openbare riool. Het watersysteem mag maximaal 1,6/l/s/ha water afvoeren. Ten tijde van een maximale bui, 111 mm in 48 uur, mag er geen water in de woningen komen en dienen belangrijke ontsluitingswegen vrij van water te blijven. Er dient een infiltratievoorziening aangelegd te worden met een minimale berging van 80 mm voor de toename in verhard oppervlak, die binnen tevens binnen 25 uur weer beschikbaar moet zijn voor de volgende bui. Dit is een maatregel waarmee het het hemelwater het grondwater op peil houdt en/of aanvult. Voor de toename verhard oppervlak, ten zuiden van de spoorlijn en in de fiets- en voetgangerstunnel, dient er een compenserende berging aangelegd te worden. Deze berging heeft geen bergingseis van 80 mm aangezien deze berging geen overloop heeft naar een watergang. Daarnaast hebben de gemeente Raalte en ProRail ook afzonderlijk specifieke eisen aangedragen op het ontwerp.

Gemeente Raalte Bij een ontwikkeling dient 20 mm hemelwater geborgen en geïnfiltreerd worden, niet enkel over de toename verhard oppervlak maar ook bij vervanging van de bestaande verhardingen. Afwatering dient op het terrein met een oor richting het bos ten noorden van de busbaan te geschieden. Hierbij dient mogelijk de berm iets verlaagd te worden. De te dempen greppel is getoetst aan artikel 10,1 van de Keur, waaraan voldaan is aan de criteria. Er dient rekening gehouden te worden met de eisen aan vormgeving van het hemelwaterstelsel, weergegeven in de Programma van Eisen Inrichting openbare ruimte (2021). Er dient rekening gehouden te worden met de gestelde eisen aan hemelwaterriool. ProRail De afwatering van een zandperron met een tegelbestrating via wegzijging door voegen bestrating; Maatgevende regenbui van 200 l/s/ha gedurende 15 minuten.

Deze hoeveelheid water moet binnen 30 minuten zijn afgevoerd door een afvoersysteem; Hemelwaterafvoer van perronbevloering en/of een perronkap mag niet worden geloosd in de spoorbak; Perronoverkapping in een bebouwde omgeving voorzien van leidingsysteem met afvoer op bestaande hemelwaterafvoersystemen van de bebouwde omgeving; Hemelwaterafvoeren moeten inspecteerbaar en onderhoudbaar zijn, zonder invloed op de exploitatie van het spoor; Het afwateringssysteem van een perron mag geen uitspoeling van grond en taluduitspoeling veroorzaken. 100% zijdelingse oppervlakte afstroming. Afstromend water buiten baanlichaam afvoeren via watergangen of door infiltratie in de bodem. Er dient rekening gehouden te worden met water dat uit de omgeving toestroomt. De ontwateringsdiepte dient minimaal 1 meter te zijn, ter plaatse van hart spoor. Door het volgen van de voorgestelde maatregelen vormt het aspect water geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.

33

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

3.5

Geluid

Met de voorgenomen ontwikkeling zal er enkel een aanpassing gemaakt worden aan de P+R. Deze ontwikkeling zal niet bijdragen aan een verhoging en/of overschrijding van de heersende geluidsproductieplafonds. Daarom zijn er geen bijzondere risico's op het gebied van geluid en vormt het aspect geluid geen belemmering voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Er wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat.

3.6

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; het plan draagt 'niet in betekende mate' bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekenende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. Voor ontwikkelingen die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.

Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. 3.6.1

Onderzoek met NIBM-tool

De ontwikkeling betreft de herinrichting rondom het station, bestaande uit het verplaatsen van een busstation, K+R en de aanleg van de P+R. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn de extra verkeersbewegingen relevant. Om de situatie ‘worst case’ te beoordelen is aangenomen dat in het maatgevende jaar 2023 er 72 parkeervakken 5 maal per dag worden bezet (=720 voertuigbewegingen) en er dagelijks 200 voertuigbewegingen zijn ten behoeve van de K+R en ieder uur 2 bussen halteren tussen 6 en 23 uur (= 24 voertuigbewegingen, ca 2,5 % vrachtverkeer). Op basis van de NIBM tool draagt het plan niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (zie figuur 17).

Figuur 17: uitkomst NIM-tool verkeersgeneratie parkeren Heino

34

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse geïnventariseerd. Op basis van de NSL Monitoringstool blijkt dat nu en in de toekomst de luchtkwaliteit (gemeten in fijnstof; PM2,5, PM10 en stikstofdioxide; NO2) ter plaatse van het plangebied voldoet aan de gestelde grenswaarde van 25 en 40 µg/m³ voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. Het aantal dagen dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 µg/m³ lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. Er worden geen effecten verwacht op het goede woon- en leefklimaat ten gevolge van het P+R terrein. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor voorliggende ontwikkeling.

3.7

Verkeer en parkeren

In de huidige situatie heeft het bestaande P+R-terrein van station Heino, gelegen aan de noordkant van het spoor, een capaciteit van 35 reguliere parkeerplaatsen en 1 parkeerplaats voor invaliden. In de nieuwe situatie zal aan de zuidzijde een nieuw P+R-terrein worden gerealiseerd met een capaciteit van 64 reguliere parkeerplaatsen en 2 parkeerplaatsen voor mindervaliden, een uitbreiding van 30 parkeerplaatsen. De uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen zal resulteren in een toename van het aantal verkeersbewegingen van/naar het P+R-terrein. Uitgaande dat elke parkeerplaats 2 keer per dag wordt gebruikt en daarmee 4 ritten genereert, zal het aantal verkeersbewegingen per dag met maximaal 120 ritten toenemen. De verkeersgeneratie van het P+R-terrein in de nieuwe situatie komt daarmee uit op ongeveer 260 ritten per dag. Het zuidelijke parkeerterrein zal een nieuwe aansluiting krijgen op de Stationsweg welke middels een uitritconstructie wordt vormgegeven. De Stationsweg heeft voldoende capaciteit om het aantal extra ritten te verwerken. Op het zuidelijke parkeerterrein is tevens een K+R strook voorzien. Met het ontwerp van het P&R terrein wordt rekening gehouden dat de bus voor treinvervangend vervoer zijn draaicirkel kan halen. Op deze manier wordt het mogelijk om ook op station Heino treinvervangend vervoer aan te bieden. Deze bus kan halteren op de Kiss & Ride strook.

Het P+R terrein is ingericht conform het PvE Maaiveld parkeren van NS Stations als 'Gratis P+R voorziening'. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.

3.8

Externe veiligheid

Op basis van de Algemene Risicokaart van Nederland (bezocht op: 29-11-2022) zijn geen risicovolle objecten in het plangebied of de directe omgeving aanwezig die in het kader van externe veiligheid nader geanalyseerd moeten worden.

35

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Figuur 18: uitsnede Algemene Risicokaart Nederland

Binnen het plangebied worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt, geproduceerd, opgeslagen of getransporteerd. Tevens worden geen nieuwe kwetsbare, beperkt kwetsbare of risicovolle objecten mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

3.9

Bedrijven- en milieuzonering

Prorail is voornemens het station van Raalte her in te richten om het station te ontwikkelen tot een omgeving waarin iedereen op een logische en comfortabele manier zijn/haar weg kan vinden in de aantrekkelijke, groen ingerichte en overzichtelijke stationsomgeving, zowel in het voor- als natransport. De toekomstige ontwikkeling ziet toe op de ontwikkeling van het P+R terrein, fietsenstalling en de bushalte. Het onderdeel bedrijven- en milieuzonering is getoetst aan de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering zijn voorkeursafstanden voor geluidsgevoelige objecten opgenomen ten aanzien van geur en geluid. Volgens de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering bedraagt de voorkeursafstand voor geur 10 meter en voor geluid 30 meter. Uit onderzoek is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de gestelde voorkeursafstanden van zowel geur als geluid. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden.

3.10

Ontplofbare oorlogsresten

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een aanvullend onderzoek niet gesprongen explosieven uitgevoerd door REASeuro, zie Bijlage 7. Het onderzoek toont aan dat in de regio oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Gedurende WOII zijn binnen deelprojectlocatie A -Heino km 10.4 tot km 13.2 meerdere luchtaanvallen uitgevoerd, waarbij zowel vliegtuigbommen van 250 lb. en 500 lb. zijn afgeworpen en met boordwapens is geschoten. Ook hebben binnen dit gebied stellingen gestaan, waarin eventueel OO achtergebleven kunnen zijn. Aanwijzingen voor het gebruik van trilling gevoelige ontstekers zijn niet gevonden, waardoor alleen het ongecontroleerd toucheren, bewegen en/of deformeren van OO voorkomen dient te worden. Indien grondroerende werkzaamheden binnen op OO verdacht gebied en/of bodemlagen dienen plaats te gaan vinden, wordt geadviseerd om voorafgaande aan de werkzaamheden een PRA-OO te laten uitvoeren. De PRA-OO is een bureaustudie waarin de risico ìs van de geplande grondroerende

36

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

werkzaamheden in relatie tot de aan te treffen OO in kaart worden gebracht en waarbij de meest efficiënte mitigerende maatregelen worden voorgeschreven en toegelicht. Het doel van de PRA-OO is antwoord te geven op de volgende vragen: Welke risico's ontstaan wanneer de werkzaamheden uitgevoerd worden binnen de op OO verdachte bodemlaag? Kunnen mitigerende maatregelen worden uitgevoerd, waardoor eventuele werkzaamheden in de op OO verdachte bodemlaag voorkomen kunnen worden? Wat is het advies met betrekking tot de eventueel uit te voeren detectiewerkzaamheden? Op basis van het rapport PRA-OO kan een gedegen inschatting worden gemaakt van de kosten en doorlooptijden van mitigerende maatregelen voor de uitvoeringsfase van een project en de consequenties die dit heeft voor de geplande werkzaamheden. Door het volgen van de voorgenoemde voorzorgsmaatregelen en het 'protocol aantreffen OO' vormt het aspect ontplofbare oorlogsresten geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden.

3.11

Landschap

Op station Heino stap je uit midden in het groen. Het aangrenzende landgoed Rozendael zorgt voor een afwisselend decor bestaande uit landschapskamers begrenst met volwassen bossen en markante lanen. Het spoor en stationsomgeving zijn ingepakt met opgaande lineaire groenstructuren welke ook de begrenzing vormen voor de landschapskamers (weide en akkergronden). Hierdoor ligt de spoorzone veelal verscholen in het landschap. De monumentale beukenbomen langs de stationsweg verwelkomen je zoals op een landgoed. Onder het dak van de boomkronen is een overzichtelijke entreezone met vloeiende vormen ontworpen waarmee de twee nieuwe perrons toegankelijk worden gemaakt. De nieuwe zijperrons worden aan de omgevingszijde voorzien van (beuken)hagen. Hierdoor is het aanblik van de perrons groen. Door het P&R terrein naar de zuidkant te verplaatsen ontstaat er aan de noordkant een meer hoogwaardige ruimte voor fiets, bushalte en de K+R functie. De grote groenvakken worden ingezaaid met bloemrijk gras en enkele verspreid staande heesters. Nabij de entree worden ook vaste planten toegepast passend bij de schaduwrijke condities van de bomen. Het nieuwe parkeerterrein komt in de bestaande NNN-strook te liggen. De bestaande lineaire groenstructuur met bomen en struiken wordt gecompenseerd door verplaatsing en of herplant rondom het terrein.

Hierdoor treedt er geen verlies in oppervlakte op in het NNN-gebied. Voorwaarde is om de kwaliteit van het groen te verhogen met gebiedseigen soorten en een robuuste struik- en bomenlaag. De afwatering van het stationsgebied is zichtbaar door het water via een bovengronds systeem richting een natuurlijke wadi te leiden. Deze wadi vormt ook de overgang tussen het parkeerterrein, de nieuwe NNN-strook en de lagergelegen weilanden van Landgoed Rozendael. De ruimtelijke relatie tussen de noord- en zuidzijde wordt versterkt door in de middenberm van de parkeerplaats een rij grote bomen te planten reagerend op de bestaande beukenbomen aan de noordzijde. Aan weerszijde van het spoor ontstaat hierdoor op termijn een herkenbare groenstructuur.

3.12

M.e.r.-beoordeling

Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer, in samenhang met het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.), moet bij initiatieven voor (het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan MER-plichtig, project MER-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Er is geen sprake van een activiteit die wordt benoemd in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r., waardoor er geen sprake is van een m.e.r.-plicht. Van een m.e.r.-beoordelingsplicht is sprake als de activiteit en het te nemen besluit voldoen aan de beschrijvingen uit kolommen 1, 2 en 4 van onderdeel D van de bijlage bij

37

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

het Besluit m.e.r. De drempelwaarden genoemd in bijlage D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn richtwaarden. Wanneer een project de in bijlage D, kolom 1, beschreven activiteiten bevat is het, ongeacht de omvang van de activiteiten, noodzakelijk om te toetsen of sprake is van een project met belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

Tabel 2: Relevante categoriën bijlage bij besluit m.e.r.

Categorie D2.2: niet van toepassing Er is geen sprake van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een bovengrondse spoorweg waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is, of aangevraagd wordt. Categorie D11.2: niet van toepassing Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. hangt af van het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer. Dit hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Voorgenomen ontwikkeling is beperkt van aard, aangezien een grootdeel van het plangebied op dit moment al functioneert als stationsgebied. Beperkte (versnipperde) deelgebieden moeten middels voorliggend bestemmingsplan gewijzigd worden als bestemming. Het gaat hierbij om de bestemmingen Natuur (die wordt verplaatst) en Agrarisch met waarden - Landschapswaarden. Daarnaast wordt enkel het stationsgebied heringericht, waarmee de aantal treinbewegingen en busbewegingen gelijk blijven. Buiten de groenstrook met natuurwaarden (NNN) worden er geen aspecten gewijzigd, die leiden tot een grotere milieubelasting. In de paragrafen 3.1 tot en met 3.10 wordt ook onderbouwd dat er geen significante negatieve effecten op de omgeving plaatsvinden.

De NNN-waarden worden binnen het plangebied in afstemming en samenwerking met de Provincie gecompenseerd, waarmee deze natuurwaarden ook voldoende worden geborgd. Tevens wordt natuurontwikkeling niet als stedelijke ontwikkeling gezien.

38

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Hiermee hoeft voorgenomen ontwikkeling niet aangeduid te worden als stedelijk ontwikkelingsproject. Geconcludeerd kan worden dat er geen vormvrije m.e.r.- beoordeling niet benodigd is omdat de activiteit niet valt onder activiteiten benoemd in derdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

39

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Hoofdstuk 4

Toelichting op de planregels

In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende regels van een nadere toelichting voorzien. Een actueel bestemmingsplan met een heldere regeling draagt bij aan de handhaafbaarheid van de inrichting van het plangebied en geldt als toetsingskader voor het gebruik en de bouwmogelijkheden. 4.1

Inleiding

De regels geven inhoud aan de aangegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij dit bestemmingsplan is zo veel mogelijk aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte'. Verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen, met de bijbehorende aanduidingen die in het gebied voorkomen, in beeld gebracht. Regels De opbouw van de regels is gelijk aan die van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw van de regels is als volgt: hoofdstuk 'Inleidende regels' van de regels geeft de algemene bepalingen weer. Het betreft de 'Begrippen' (artikel 1), waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd. In artikel 2 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden; in hoofdstuk 'Bestemmingsregels' zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per bestemming is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen (wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden); in hoofdstuk ‘Algemene regels’ staan aanvullende bepalingen die, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, voor het hele plangebied gelden.

Hierbij kan worden gedacht aan de algemene afwijkingsregeling, die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om op ondergeschikte punten van de regels in hoofdstuk 2 af te wijken; hoofdstuk 'Overgangs- en slotregels' van de regels heeft betrekking op het overgangsrecht en de slotbepaling. 4.2

Bestemmingsregels

Navolgend wordt de bestemmingen nader toegelicht. Natuur Deze bestemming is toegekend aan nieuw te ontwikkelen natuurgebied. Dit betreft compensatiegebied voor het aantasten van NNN-gebied door de aanleg van de P+R. Binnen deze bestemming is het oprichten van gebouwen ten behoeve van de bestemming uitsluitend via een afwijkingsregel toegestaan. Verkeer - Railverkeer Naast spoorwegvoorzieningen zijn hier onder meer wegen, straten, paden, parkeervoorzieningen en geluidwerende voorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegelaten.

40

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1.1

Participatie

Om de omwonenden in een vroeg stadium te informeren over de plannen om het traject Zwolle-Enschede te verbeteren, zijn er voor het stationsgebied Heino bewonersavonden georganiseerd op 31 mei 2022 en 24 november 2022. Op basis van een vlekkenplan heeft dit de mogelijkheid gegeven aan lokale bewoners om mee te denken over opstellingsvarianten en inspraak te hebben waarom voor specifieke ontwerpbesluiten is gekozen. Daarnaast zijn er de tijdens het opstellen van het Referentie-ontwerp klankbordgroep avonden georganiseerd waarop de geïnteresseerden konden meedenken. Deze input is (waar mogelijk) meegenomen in de huidige ontwerpen, in de laatste klankbordgroepen is dit ook teruggekoppeld aan de omwonenden.

5.1.2

Bestemmingsplanprocedure

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro). Gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van ProRail en de gemeente zodat de uitvoering van het plan feitelijk gerealiseerd kan worden. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Hiervoor is het voorontwerpbestemmingsplan aan de gebruikelijke overlegpartners van de gemeente (namelijk de Provincie Overijssel en de Waterschap Drents Overijsselse Delta) verzonden. Inhoudelijke reacties die binnen zijn gekomen op het plan, zijn verwerkt. Vastellingsprocedure Nadat alle vooroverlegreacties bekend zijn, is het ontwerp bestemmingsplan opgesteld. Dit ontwerp bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd.

Het bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte heeft van @@@ tot @@@ in ontwerp ter inzage gelegen. In de periode heeft het ontwerp bestemmingsplan ter voldoening aan artikel 3.8. van de Wet op de ruimtelijke ordening voor een ieder ter inzage gelegen. Daarnaast is het ontwerp digitaal raadpleegbaar geweest via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn kon een ieder naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken aan de raad van de gemeente Raalte. Het bestemmingsplan is op @@@ vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

41

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

5.2

Financiële uitvoerbaarheid

In bestuurlijk overleg d.d. 2 december 2022 hebben Ministerie, Provincie, ProRail, NS en Gemeente zich garant gesteld voor het benodigde budget en de benodigde gronden. Er is voldoende budget beschikbaar om de financiële uitvoerbaarheid van het project als positief te beoordelen.

42

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Bijlagen

43

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Bijlage 1 AERIUS-berekening

44

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Werkzaamheden stations Heino en Raalte - Beoogd

Resultaten

Werkzaamheden stations Heino en Raalte - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

ProRail , Zwolle-Enschede, stationsaanpassingen Heino en Raalte Verbetermaatregelen Zwolle-Enschede - Werkzaamheden aan stations Heino en Raalte RVRoVDGvdJq1 26 januari 2023, 17:05 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023

0,03 mol/ha/j 3.675,91 ha 0,00 ha 0,03 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

13,9 kg/j 5413816

926,4 kg/j

Boetelerveld

2/10

Projectberekening

Werkzaamheden stations Heino en Raalte (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden stationsomgeving Raalte 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden spoor en perrons Raalte 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden Stationsomgeving Heino 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden wandelbuis Heino 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden spoor en perron Heino  Verkeersnetwerk

RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

7,2 kg/j 458,7 kg/j 2,0 kg/j 165,4 kg/j 1,5 kg/j 49,8 kg/j 0,5 kg/j 82,3 kg/j 2,4 kg/j 160,7 kg/j 0,2 kg/j 9,5 kg/j

3/10

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

4/10

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Werkzaamheden stations Heino en Raalte" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

3.675,91

Per gebied

Berekend (ha gekarteerd)

Boetelerveld (41) Vecht- en BenedenReggegebied (39) Veluwe (57) Sallandse Heuvelrug (42) Rijntakken (38) Wierdense Veld (43)

RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

50,87

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

2.644,32

3.675,91

0,03

2.287,69

50,87

0,03

493,91

2.475,09

493,91

2.377,35 688,74

2.583,25 2.644,32

54,60 10,44

2.232,93 2.164,95

0,00

0,00

0,00

0,00

0,02

0,00

0,00

2.377,35 688,74

0,01 0,01

0,00 0,00

0,00 0,00

54,60 10,44

0,01 0,01

0,00 0,00

0,00 0,00

5/10

Projectberekening

Werkzaamheden stations Heino en Raalte, Rekenjaar 2023 1

Naam

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Locatie Oppervlakte Naam

Werkzaamheden stationsomgeving Raalte X:215593,33 Y:489678,19 2,41 ha Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: 8153 l/j <56 kW nee Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 75-560kW SCR: ja

26446 l/j

Werktuigen StageIIIA, 75-560kW

753 l/j

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

4392 u/j

NOₓ 185,0 kg/j NH₃ 61,1 g/j 1352 u/j 1587 l/j NOₓ 149,5 kg/j NH₃ 6,3 kg/j 20 u/j NOₓ 11,4 kg/j NH₃ 5,6 g/j 564 u/j NOₓ 112,8 kg/j NH₃ 0,8 kg/j

Zware Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan utiliteitsvoertuigen 6L cilinderinhoud) op diesel 2

Naam

458,7 kg/j 7,2 kg/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Locatie Oppervlakte Naam

Werkzaamheden spoor en perrons Raalte X:215615,05 Y:489695,56 0,90 ha Stageklasse

Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, <56 kW SCR: nee

NOₓ NH₃

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

991 l/j

Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 75-560kW SCR: ja

8037 l/j

Werktuigen StageIIIA, 75-560kW

1205 l/j

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

Zware Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan Utiliteitsvoertuigen 6L cilinderinhoud) op diesel Werktuigen Stage-I, Stage-I, <= 2001, >= 560 kW, diesel, >560 kW SCR: nee

RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

165,4 kg/j 2,0 kg/j

2452 l/j

484 u/j

NOₓ

22,2 kg/j NH₃ 7,4 g/j 760 u/j 482 l/j NOₓ 47,3 kg/j NH₃ 1,9 kg/j 32 u/j NOₓ 18,2 kg/j NH₃ 9,0 g/j 20 u/j NOₓ 4,0 kg/j NH₃ 29,4 g/j 20 u/j NOₓ 73,7 kg/j NH₃ 18,4 g/j 6/10

Projectberekening

3

Naam

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Locatie Oppervlakte Naam

Werkzaamheden Stationsomgeving Heino X:211770,45 Y:493567,1 1,38 ha Stageklasse

NOₓ NH₃

49,8 kg/j 1,5 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

Werktuigen Stage-V, <56 kW

Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, 634 l/j SCR: nee

224 u/j

Werktuigen Stage-V, 75-560kW

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

348 u/j 379 l/j

4

Naam Locatie Lengte

6322 l/j

NOₓ

13,8 kg/j NH₃ 4,8 g/j NOₓ 36,0 kg/j NH₃ 1,5 kg/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam

Werkzaamheden wandelbuis Heino X:211538,74 Y:493825,33 266,88 m Stageklasse

Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, <56 kW SCR: nee

NOₓ NH₃

82,3 kg/j 0,5 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

1730 l/j

1052 u/j

Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 75-560kW SCR: ja

898 l/j

80 u/j

Werktuigen StageIIIA, 75-560kW

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

452 l/j

12 u/j

Zware utiliteitsvoertuigen

Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel

RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

152 u/j

NOₓ

54 l/j

39,9 kg/j NH₃ 13,0 g/j NOₓ 5,2 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 6,8 kg/j NH₃ 3,4 g/j NOₓ 30,4 kg/j NH₃ 0,2 kg/j

7/10

Projectberekening

5

Naam

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Locatie Oppervlakte Naam

Werkzaamheden spoor en perron Heino X:211731,08 Y:493617,74 0,61 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, <56 kW SCR: nee

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

1107 l/j

Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 75-560kW SCR: ja

9776 l/j

Werktuigen StageIIIA, 75-560kW

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

904 l/j

Zware utiliteitsvoertuigen

Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel

Werktuigen Stage-I, Stage-I, <= 2001, >= 560 kW, diesel, >560 kW SCR: nee 6

1962 l/j

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bouwverkeer Heino, noordzijde X:211961,13 Y:493683,7 465,60 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

Max. snelheid

160,7 kg/j 2,4 kg/j

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

548 u/j

NOₓ

24,9 kg/j NH₃ 8,3 g/j 852 u/j 587 l/j NOₓ 56,8 kg/j NH₃ 2,3 kg/j 24 u/j NOₓ 13,7 kg/j NH₃ 6,8 g/j 32 u/j NOₓ 6,4 kg/j NH₃ 47,0 g/j 16 u/j NOₓ 58,9 kg/j NH₃ 14,7 g/j

Links Rechts NOₓ 0,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 15,5 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

493 p/jaar 0 p/jaar 337 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

8/10

Projectberekening

7

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Werkverkeer Heino, zuidzijde X:211781,21 Y:493418,59 296,94 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 8

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Werkverkeer station Raalte, noordzijde X:215858,66 Y:489640,91 945,95 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 9

Max. snelheid

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Werkverkeer station Raalte, zuidzijde X:215048,48 Y:489500,33 1.340,92 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 9,9 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

493 p/jaar 0 p/jaar 337 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 3,5 kg/j Type scherm - NO₂ 1,0 kg/j Hoogte - NH₃ 87,0 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

1555 p/jaar 0 p/jaar 887 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 4,9 kg/j Type scherm - NO₂ 1,4 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

1555 p/jaar 0 p/jaar 887 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

9/10

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)

10/10

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Bijlage 2 NNN-compensatieplan

55

Compensatieplan Natuurnetwerk Nederland P+R Station Heino ProRail 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Contactpersoon ANNABET GALEMA Adviseur ecologie

T +31 615445601 E annabet.galema@arcadis.com

2

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Inleiding

4

Effecten op Natuurnetwerk Nederland

5

2.1

Projectbeschrijving

5

2.1.1

Ligging

5

2.1.2

Voornemen

5

2.2

Beschrijving wezenlijke kenmerken en waarden

7

2.3

Effectbeschrijving

9

2.3.1

Ruimtebeslag

9

2.3.2

Overige effecten

10

2.4

Toetsing

10

2.4.1

Aantasting ecologische waarden en kenmerken

11

2.4.2

Kwalitatieve of kwantitatieve versterking NNN

11

2.4.3

Alternatieven

11

Compensatie

12

3.1

Aard van de compensatie

12

3.2

Omvang van de compensatie

12

Bronnen

14

Bijlagen Bijlage A Omgevingsverordening

15

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

15

Bijlage B Compensatieplan

18

Colofon

19

3

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

ProRail is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en door de provincie Overijssel gevraagd een verkenning uit te voeren om de punctualiteit van de verbinding Zwolle – Enschede (tussen Zwolle en Wierden) te verbeteren, de transferknelpunten op Heino en Raalte op te lossen en de IC Zwolle – Enschede te versnellen. Naar aanleiding van gevonden knelpunten is in een FIS studie gedaan naar mogelijkheden om deze knelpunten op te lossen. Naar aanleiding van deze studie heeft ProRail per locatie, waaronder station Heino, een voorkeursvariant gekozen. Als gevolg van de voorgenomen herinrichting van station Heino is sprake van ruimtebeslag in het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN) in provincie Overijssel. In dit rapport vindt ten behoeve van het bestemmingsplan een effectbeschrijving en een toetsing plaats, waarna wordt aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de compensatie van het NNN-gebied. Dit alles vindt plaats volgens de regels en voorwaarden die gesteld zijn in de vigerende Omgevingsverordening (Provincie Overijssel, 20171).

1.2

Inleiding

Dit rapport bestaat uit drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk is een inleiding geschreven. Hoofdstuk 2 beschrijft het effect op de NNN. In dit hoofdstuk zijn een planbeschrijving, effectbeschrijving en toetsing opgenomen. In hoofdstuk 3 is invulling gegeven aan de compensatie.

1 Er is voor dit compensatieplan gebruik gemaakt van de geconsolideerde versie van 2017.

4

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

2

Effecten op Natuurnetwerk Nederland

2.1

Projectbeschrijving

2.1.1

Ligging

Het gebied rond station Heino bestaat aan de noordzijde uit een parkeerterrein, fietsenstalling van het station en een berm aansluitend op bosschages. Ten noordwesten (?)van het parkeerterrein staat een rij oude eiken. Aan de zuidkant van het spoor loopt een grasstrook van ca. 10 meter en vervolgens een strook bosschage parallel aan het spoor. De bosschages zijn onderdeel van het NNN. De directe omgeving van het projectgebied bestaat uit agrarische percelen (veelal gescheiden door houtwallen), vrijstaande bebouwing, bospercelen. Het dorp Heino ligt op een halve kilometer afstand ten noordoosten van het station.

Figuur 1 Ligging projectgebied station Heino (rood kader).

2.1.2

Voornemen

Momenteel heeft station Heino één perron, gelegen tussen twee spoorwegen in. De huidige parkeerplaats (P+R) ligt aan de noordkant van het station, aan beide zijden van de Stationsweg. Globaal worden onderstaande drie ingrepen gerealiseerd (Figuur 2 en Figuur 3): • Aanleg twee zijperrons ter vervanging van één perron. 5

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

• •

Perronoverpad vervalt en wordt vervangen door een voetgangersoversteekplaats. Verplaatsing van parkeerplaats/P+R terrein naar zuidkant van station.

Figuur 2 Situatietekening perrons station Heino

6

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Figuur 3 Inrichting stationsomgeving Heino

De herinrichting van station Heino en de daarmee de beoogde nieuwe parkeerplaats neemt meer ruimte in beslag dan de huidige verkeerskundige situatie en zorgt voor ruimtebeslag op omliggende functies. De herinrichting gaat ten koste van een gedeelte van de bosschages aan de zuidkant van het spoor welke ter plaatse onderdeel uitmaakt van het NNN. Onderdeel van de herinrichting is een landschappelijke inpassing, waarbij de parkeerplaats door de bosschages aan het zicht wordt onttrokken. De bosschages worden hierbij naar achteren (verder van het spoor vandaan) geplaatst waarbij de aansluiting op de bosschages richting het noordwesten blijft behouden. Bij de herinrichting is zoveel mogelijk rekening gehouden met behoud van aanwezige bomen en struiken.

2.2

Beschrijving wezenlijke kenmerken en waarden

In de Verordening ruimte van de provincie Overijssel zijn de wezenlijke kenmerken en waarden beschreven als: de actuele en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het gebied. Gedacht kan worden aan de natuurdoelen en – kwaliteit, geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde. Hieronder wordt met name op de natuurdoelen en natuurkwaliteit ingegaan. In de effectbeschrijving wordt nader ingegaan op de verandering van alle wezenlijke kenmerken en waarden. Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart van het Natuurbeheerplan. De bosschages behoren tot het Landschapselementtype L01.02 Houtwal en houtsingel (zie Figuur 5).

7

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Figuur 4 In rood kader het ruimtebeslag op het NNN (bron: natuurbeheertypenkaart natuurbeheerplan, Provincie Overijssel: https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1).

Figuur 5 Bosschages in het NNN ten zuidwesten van station Heino. Rood omkaderd is de globale locatie van het ruimtebeslag.

8

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

L01.02 Houtwal en houtsingel Houtwallen en houtsingels komen in heel Nederland voor, met name in cultuurlandschappen in het Zandgebied, Heuvelland en het Duingebied. Lijnvormige landschapselementen met wallichaam in het laagveengebied worden houtkade genoemd. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringende landschap. Houtwallen en houtsingels zijn bepalend voor het kleinschalige kampenlandschap op de zandgronden. Deze lijnvormige elementen vormen een belangrijk biotoop voor flora en fauna die gebonden is aan struwelen en zomen in het cultuurlandschap. Ze zijn tevens van belang ter oriëntatie voor vleermuizen en als verbindingszone voor fauna. BIJ12 stelt dat een houtwal en/of houtsingel moet voldoen aan onderstaande eisen: • •

Een houtwal of houtsingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken. De begroeiing wordt als hakhout beheerd. De houtwal of houtsingel is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.

De bosschages zijn in de huidige situatie 400 meter lang (waarvan 70 meter in projectgebied) en gemiddeld 20 meter breed. De bosschages bestaan voornamelijk uit wilgen, vlier, beuken en berken. Ook is er ondergroei aanwezig.

2.3

Effectbeschrijving

2.3.1

Ruimtebeslag

Natuurdoelen en natuurkwaliteit Als gevolg van de herinrichting van station Heino treedt ruimtebeslag op in het NNN. Dit ruimtebeslag leidt tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de aanwezige NNN. De bestemming wijzigt hier echter niet en blijft NNN, echter vindt compensatie van het NNN plaats, waardoor er netto geen ruimtebeslag plaatsvindt. Het netto areaal bedraagt 2.731 m2. Beheertype L01.02

Ruimtebeslag (m²) 2.731 m²

Er is geen sprake van versnippering. Aan de zuidzijde blijft het L01.02 aansluiten op de houtsingel richting het noordwesten. In de praktijk blijft de houtsingel dus verbonden met de rest van het NNN. Dit wordt dus niet als verloren beschouwd. Een belangrijk gegeven hier is dat het ook een uitloper van de NNN vormt in het landschap en dat de verplaatsing niet ten koste gaat van het volledige netwerk. Geomorfologische processen Geomorfologische processen zijn de processen die verantwoordelijk zijn voor de vorming van landschaps- en bodemvorming. Het ruimtebeslag heeft hier geen wezenlijke invloed op, daar het in de huidige situatie om een bosschage van geringe omvang gaat dat is gelegen tussen een grasland, spoorweg en een landweg.

9

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht Door de vervoersbewegingen op het terrein kunnen verontreinigende stoffen worden uitgestoten, deze kunnen via de atmosfeer eveneens neerslaan op land en water (depositie). In de gebruiksfase vindt geen extra uitstoot plaats ten opzichte van huidige situatie, enkel een verplaatsing. Door de korte afstand van de huidige locatie naar de te realiseren locatie kunnen effecten wat betreft emissie van stoffen op voorhand worden uitgesloten. Ten behoeve van de regulering van de waterhuishouding van het parkeerterrein wordt een wadi aangelegd. Het water wordt afgevoerd in de wadi. Vanaf de wadi wordt een overlaat naar het bosschage, het NNN, ten noordwesten van het parkeerterrein gelegd. De wadi zelf wordt in het nieuwe NNN bosschage gerealiseerd. De verandering van bosschage naar parkeerplaats heeft geen wezenlijk effect op de waterhuishouding, ook op de bodem, water en lucht zijn er geen veranderingen. Aanleg van de parkeerplaats leidt niet tot een verlies van wezenlijke waarden en kenmerken. Rust, mate van stilte, donkerte De bosschages liggen in de huidige situatie in de hoek van een spoorweg, spoorwegovergang, station en landweg. Hierdoor zijn rust, stilte en donkerte in de huidige situatie al beperkt. In het ontwerp wordt rekening gehouden met verlichting van de parkeerplaats.

Hierbij worden de bosschages ontzien en voorkomen dat er meer lichtverstoring plaatsvindt dan in de huidige situatie (fauna vriendelijke verlichting en richting). Aanleg van de parkeerplaats leidt niet tot een verlies van rust, mate van stilte en donkerte. Landschapsstructuur De bosschages functioneren als landschapselement dat voor beschutting zorgt voor grondgebonden zoogdieren, lijnvormige structuur heeft waarmee deze samenhang vormt met de omgeving en vleermuizen gebruik van kunnen maken. In de nieuwe situatie blijven deze functies als landschapselement behouden. Aanleg van de parkeerplaats leidt niet tot een verlies van landschapsstructuur. Belevingswaarde In de huidige situatie functioneert de bosschages als afscherming van het station en spoor. Daarnaast zorgen de bosschages voor samenhang met het omliggende landschap. Door het behoud en verplaatsing van de bosschages blijft de functie van het landschapselement behouden. De aanleg van de parkeerplaats leidt niet tot een verlies van belevingswaarde.

2.3.2

Overige effecten

Als gevolg van de herinrichting is geen sprake van overige (externe) effecten. Het gaat reeds om een verstoorde situatie als gevolg van de ligging direct naast het station, spoorweg en landweg. De realisatie van de parkeerplaats op deze locatie leidt naast ruimtebeslag niet tot effecten waarvoor nog aanvullend compensatie vereist is.

2.4

Toetsing

In de vorige paragraaf is het effect van het voornemen beschreven. Het effect leidt tot een wezenlijke aantasting van planologisch beschermd gebied. Een dergelijke aantasting is niet zonder meer toegestaan: voor een ontwikkeling als beschreven in dit rapport is een toetsing vereist, in dit geval aan artikel 2.7.4 lid 5 van de Verordening Ruimte, zie het volgende tekstkader. 2.7.4 Afwijkingsmogelijkheden lid 5 De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor relatief kleinschalige ontwikkelingen binnen het NNN af te wijken van het beschermingsregime zoals vastgelegd in artikel 2.7.3. mits is aangetoond en verzekerd dat deze wijziging: a. de wezenlijke kenmerken en waarden slechts in beperkte mate aantast, b. per saldo gepaard gaat met een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, of een vergroting van de oppervlakte van het NNN, c. plaatsvindt na een zorgvuldige afweging van alternatieve locaties.

10

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

2.4.1

Aantasting ecologische waarden en kenmerken

De eerste voorwaarde is dat wordt “aangetoond dat de wezenlijke kenmerken en waarden slechts in beperkte mate aantast”. Uit paragraaf 2.3.1 blijkt dat het ruimtebeslag gering is met ongeveer 2.731 m2. Verder is ook beschreven dat geen sprake is van versnippering en dat effecten op de geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde ook niet aan de orde zijn. De aantasting is daarom beperkt.

2.4.2

Kwalitatieve of kwantitatieve versterking NNN

De tweede voorwaarde is dat wordt “aangetoond zijn dat het initiatief per saldo leidt tot een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN of tot vergroting van de oppervlakte van het NNN”. Uit paragraaf 2.3.1 blijkt dat het ruimtebeslag gering is met ongeveer 2.731 m2. Doordat het oppervlakte NNN behouden blijft, enkel verplaatst, verdwijnt er netto geen NNN. Naast het behoud het totale oppervlakte van het NNN is aanvullende compensatie een voorwaarde. Het oppervlakte kan vergroot worden of de bosschage kan kwalitatief verhoogd worden ten opzichte van de huidige situatie. De compenserende maatregelen zijn in hoofdstuk 3 uitgewerkt.

2.4.3

Alternatieven

De derde voorwaarde is dat “de wijziging plaatsvindt na een zorgvuldige afweging van alternatieve locaties”. In de huidige situatie bevinden de parkeervakken zich aan beide zijden van de stationsstraat en is de capaciteit onvoldoende. Om de verkeersveiligheid te verbeteren is gekozen om de parkeerplaats samen te voegen. Echter is voor uitbreiding geen ruimte rondom het station. Aan de west-, oost- en noordkant is geen ruimte voor een dergelijke uitbreiding aanwezig. Bebouwing en wegen zijn daar de beperkende factor.

11

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

3

Compensatie

3.1

Aard van de compensatie

Binnen het projectgebied is voldoende ruimte voor fysieke compensatie. Daarmee kan worden voldaan aan onderstaande voorwaarde uit artikel 2.7.5. 2.7.5 Compensatieplan Het compensatieplan moet inzicht bieden in de wijze waarop het verlies aan (actuele) natuurwaarden wordt gecompenseerd. Uitgangspunt is het compensatiebeginsel; dit houdt in dat er geen nettoverlies van kwaliteit, areaal en samenhang van het NNN plaatsvindt en dat het compensatieplan draagvlak heeft bij alle betrokken partijen. Wij gebruiken bij het inhoudelijk bepalen van de compensatieopgave de Spelregels EHS als referentiekader. Daarvan kan worden afgeweken als er sprake is van een beter alternatief.

3.2

Omvang van de compensatie

Het ruimtebeslag als gevolg van de ingreep omvat bosschages behorende tot landschapselement L01.02 Houtwal en houtsingel. Het totale ruimtebeslag betreft 2.731 m2. ProRail heeft twee compensatieplannen uitgewerkt waarbij in beide plannen hetzelfde oppervlakte wordt gerealiseerd als de oppervlakte van het huidige NNN. Figuur 6 geeft beide opties weer op tekening. Voor een meer gedetailleerde versie, zie Bijlage B. Optie A In optie A wordt de houtsingel achter de bestaande wadi gerealiseerd. De wadi vormt hierbij een afscheiding tussen de nieuw te realiseren parkeerplaats en het NNN. Optie B In optie B wordt de houtsingel gedeeltelijk over de wadi gerealiseerd, waarbij het NNN direct grenst aan het nieuw te realiseren parkeerplaats. Gekozen compensatieplan In beide compensatieplannen hierboven wordt het NNN volledig gecompenseerd. Er treedt daarom netto geen ruimtebeslag op het NNN op. Om tot realisatie te komen van het compensatieplan welke hierboven als optie A is aangeduid, moet echter meer landbouwgrond worden opgegeven dan voor de realisatie van optie B. In overleg met de grondeigenaar wordt daarom de voorkeur aan optie B gegeven om het NNN als gevolg van de ingreep te compenseren. Kwalitatieve of kwantitatieve versterking Naast het compenseren van hetzelfde oppervlakte is een kwalitatieve of kwantitatieve versterking een voorwaarde.

Een kwantitatieve versterking kan gerealiseerd wordend door; • •

Een aanvullende strook bosschage te creëren parallel aan de bosschage; Het bosschage aan de overzijde van de stationsweg door te laten lopen in zuidoostelijk richting en vervolgens aansluit op de houtwal.

Een kwalitatieve versterking kan worden behaald door de bosschage robuuster te maken dan in de huidige situatie. Met name de kwaliteit van het landschapselement L01.02 kan verbeterd worden. Hierbij kan gedacht worden aan een volle onderlaag, verbeterde opgaande begroeiing, ondergroei en extra aanplant van onder andere soorten als els, meidoorn en vlier.

12

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Figuur 6 Compensatieplan optie A en B.

13

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Bronnen • • •

Arcadis (2022). VZE-ECO-RAP-001 – Quickscan natuurwetgeving - R-562500 Verbetermaatregelen Zwolle – Enschede ProRail. Provincie Overijssel (2017). Omgevingsverordening Overijssel: Geconsolideerde versie vanaf 2017. Provincie Overijssel (2022). Natuurbeheerplan Provincie Overijssel. Gedeeltelijke wijziging(plantekst en bijbehorende kaarten): GS-besluit 12 april 2022

Websites https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923Verordening2017-GV09 Geraadpleegd 1 februari 2022 https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/de-index-natuur-en-landschap/ Geraadpleegd 1 februari 2022 https://www.geoportaaloverijssel.nl/ Geraadpleegd 8 februari

14

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Bijlage A Omgevingsverordening Natuurnetwerk Nederland (NNN) Artikel 2.7.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: compensatieplan: plan waarin overeenkomstig de eisen van artikel 2.7.5 de maatregelen worden vastgelegd die noodzakelijk zijn om de impact van ontwikkelingen binnen het NNN te compenseren en mitigeren; Natuurnetwerk Nederland (NNN): samenhangend netwerk van natuurgebieden met bestaande en potentiële natuurwaarden van (inter)nationaal belang met als doel het veiligstellen van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, begrensd overeenkomstig artikel 2.7.2; gebiedscategorie: typering zoals aangegeven op de kaart van een deelgebied van de NNN, bestaande uit: Bestaand: gebieden die beschikbaar zijn voor het realiseren van de natuurdoelen als omschreven in bijlage 1b Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN; Te realiseren: gebieden getypeerd door de geschiktheid voor verdere ontwikkeling van aanwezige of in potentie aanwezige natuurwaarden, maar die nog niet of niet geheel kunnen worden ingericht als natuur conform de natuurdoelen als omschreven in de bijlage ‘Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN' omdat de gronden nog niet zijn aangekocht, nog niet zijn afgewaardeerd en/of nog niet beschikbaar zijn voor de realisering van het NNN, bestaande uit de volgende subcategorieën: Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000: gebieden waar

maatregelen genomen moeten worden om natuurwaarden in nabijgelegen Natura 2000-gebieden te beschermen of te vergroten; Zoekgebied natuur : gebied waar de natuurdoelen zowel via agrarisch natuurbeheer als door natuurbeheer kunnen worden bereikt; Overig te realiseren natuur: concreet begrensde nog te realiseren natuur. wezenlijke kenmerken en waarden: actuele en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied, zoals omschreven in de bijlage 1b Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN; saldobenadering: een combinatie van onderling samenhangende plannen, projecten of handelingen waarvan één of enkele afzonderlijk een negatief effect hebben op het NNN, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een vergroting van de oppervlakte en/of een verbetering van de kwaliteit en samenhang van de ecologische hoofdstructuur op gebiedsniveau.

Artikel 2.7.2 Werkingsgebied Lid 1 Het werkingsgebied van titel 2.7 wordt begrensd door de geometrische plaatsbepaling van het NNN op de digitale kaart ‘NNN' horende bij deze verordening. Lid 2 Provinciale Staten passen de begrenzing van het NNN aan op ontwikkelingen waarvoor op grond van artikel 2.7.4 is afgeweken van het beschermingsregime van artikel 2.7.3. Lid 3 Provinciale Staten passen de begrenzing van het NNN op ondergeschikte punten aan, indien dit nodig is op basis van aanpassing van het Natuurbeheerplan en andere provinciale besluiten die gericht zijn op de uitvoering van de NNN, mits de wezenlijke kenmerken en waarden worden behouden. Lid 4 15

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Bij de herbegrenzing als bedoeld in lid 2 en 3 geldt de voorwaarde dat het areaal van het NNN per saldo ten minste gelijk blijft. Lid 5 De voorwaarde als bedoeld in lid 4 geldt niet bij aanpassing van de begrenzing van gebieden die aangeduid zijn als ‘Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000'.

Artikel 2.7.3 Beschermingsregime Lid 1 Het beschermingsregime voor gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 Werkingsgebied zijn aangeduid als gebiedscategorie ‘Bestaand' wordt vastgelegd in een bestemmingsplan of in beheersverordening. Voor de overige gebieden binnen het NNN geldt dat het beschermingsregime uitsluitend vastgelegd kan worden in een bestemmingsplan. Lid 2 Gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als ‘Bestaand' moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. Lid 3 Gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als ‘Te realiseren': a. moeten een bestemming krijgen die mede gericht is op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de actuele natuurwaarden van deze gebieden zolang deze gronden nog niet zijn aangekocht en/of afgewaardeerd; b. moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden indien de gronden zijn aangekocht en/of afgewaardeerd ten dienste van de realisering van het NNN en ook als zodanig beschikbaar zijn.

Lid 4 Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als NNN wijzen geen bestemmingen aan of stellen geen regels die activiteiten mogelijk maken die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Lid 5 De verplichtingen die voortvloeien uit lid 2 tot en met 4 houden in ieder geval in: behoud van areaal, kwaliteit en samenhang van de betrokken gebieden. Lid 6 Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen aan de toelichting c.q onderbouwing van bestemmingsplannen en beheersverordeningen die betrekking hebben op gronden die vallen binnen het NNN en waaruit moet blijken op basis van welke gegevens, waarderingen en afwegingen tot vaststelling is besloten. Lid 7 vervallen Lid 8 Daar waar op het moment van het van kracht worden van deze titel bestemmingen gelden die rechten en ontwikkelingsmogelijkheden bieden voor bestaande functies binnen gebieden die aangeduid zijn als ‘Te realiseren', verplicht deze titel niet om deze bestaande rechten en ontwikkelingsmogelijkheden in te perken zolang de gronden niet zijn aangekocht of functiewijziging nog niet heeft plaatsgevonden. 16

Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023

COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND

Lid 9 De verplichting op grond van lid 2 en 3 van dit artikel om een passende bestemming toe te kennen geldt niet voor bestaande functies waarvoor het bestemmingsplan dat geldt op het moment van inwerkingtreding van dit artikel, ontwikkelingsmogelijkheden toekent voor wat betreft bouwen en het aanbrengen van terreinverhardingen.

Artikel 2.7.4 Afwijkingsmogelijkheden Lid 1 De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor een relatief grootschalige ingreep of een combinatie van ingrepen binnen het NNN af te wijken van het beschermingsregime zoals vastgelegd in artikel 2.7.3 mits is aangetoond en verzekerd dat: a. er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, b. er geen reële alternatieven zijn, c. voor zover de negatieve effecten ten gevolge van de beoogde activiteit niet kunnen worden voorkomen, deze zo beperkt mogelijk worden gehouden, d. overblijvende optredende schade of negatieve effecten op een toereikende maar tenminste op een gelijkwaardige wijze worden gecompenseerd. Het besluit hiertoe dient tegelijk genomen te worden met het besluit tot wijziging van de bestemming of de regels ter zake het gebruik van de grond. Lid 2 Voor de onderbouwing van het bepaalde in lid 1 sub c en d wordt een compensatieplan vastgesteld. Lid 3 De gemeenteraad is bevoegd om bij vaststelling van een bestemmingsplan voor een combinatie van ruimtelijke ontwikkelingen binnen de NNN door toepassing van de saldobenadering af te wijken van het beschermingsregime zoals vastgelegd in artikel artikel 2.7.3 Beschermingsregime.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=752f72df-0f86-4887-a4c4-270e6e993790