CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan P&R Heino - toelichting, regels, bijlagen

Informatievoorziening raad 22 juni 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel bestemmingsplan station Heino24.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino Gemeente Raalte

NL.IMRO.0177.BP20230003-ON010001 CONCEPT 30 mei 2023

Contactpersoon Robin Wientjes T M E

Arcadis Nederland B.V.

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

7 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Planbeschrijving

7

1.3

Vigerende bestemmingsplan

11

1.4

Leeswijzer

13

Hoofdstuk 2

Beleidskader

14

2.1

Europees en Rijksbeleid

14

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

17

2.3

Gemeentelijk beleid

20

Hoofdstuk 3

Milieu- en omgevingsaspecten

22

3.1

Natuur

22

3.2

Archeologie

30

3.3

Bodem

30

3.4

Water

31

3.5

Geluid

34

3.6

Luchtkwaliteit

34

3

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

3.7

Verkeer en parkeren

35

3.8

Externe veiligheid

35

3.9

Bedrijven- en milieuzonering

36

3.10 Ontplofbare oorlogsresten

36

3.11 Landschap

37

3.12 M.e.r.-beoordeling

37

Hoofdstuk 4

Toelichting op de planregels

40

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

41

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41

5.2

Financiële uitvoerbaarheid

42

Bijlagen

43

Bijlage 1

AERIUS-berekening

44

Bijlage 2

NNN-compensatieplan

55

Bijlage 3

Quickscan natuurwetgeving

76

Bijlage 4

Bomeninventarisatie

108

Bijlage 5

Bodemonderzoek

116

Bijlage 6

Watertoets

1021

Bijlage 7

Vooronderzoek Oorlogsresten

1057

Regels Hoofdstuk 1

1109 Inleidende regels

1110

Artikel 1

Begrippen

1110

Artikel 2

Wijze van meten

1112

Bestemmingsregels

1113

Hoofdstuk 2

4

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Artikel 3

Natuur

1113

Artikel 4

Verkeer - Railverkeer

1115

Algemene regels

1116

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

1116

Artikel 6

Algemene gebruiksregels

1117

Artikel 7

Algemene aanduidingsregels

1118

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

1119

Artikel 9

Overige regels

1120

Overgangs- en slotregels

1121

Artikel 10

Overgangsrecht

1121

Artikel 11

Slotregel

1122

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

5

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

6

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

Het stationsgebied van Heino wordt opnieuw ingericht. De herinrichting van het gehele stationsgebied bevat de volgende ontwikkelingen: aanleg twee zijperrons als vervanging van één middenperron, verplaatsing van de parkeerplaats/P+R naar de zuidzijde van het station, realisatie van een nieuwe halte voor de buurtbus, en de realisatie van een voetgangersoversteekplaats. Daarnaast wordt er ook nieuwe groenstrook met natuurwaarde gecreëerd ter compensatie van de groenstrook die wordt gerooid voor de realisatie van de P+R. De voorziene herinrichting past niet geheel binnen het vigerende bestemmingsplan, waardoor er sprake is van handelen in strijd met de regels voor de ruimtelijke ordening. Met dit bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van de P+R mogelijk gemaakt.

1.1

Aanleiding

De aanleiding van de herinrichting van het station is de noodzaak om de transferveiligheid te verbeteren in Heino. Het huidige middenperron is te smal en wordt vervangen door 2 zijperrons. Op deze manier kunnen reizigers veiliger gebruik maken van de treinaansluitingen Zwolle/Enschede en wordt het spoor robuuster ontwikkeld. Het huidige station van Heino dient uitgebreid te worden om deze transferveiligheid te kunnen garanderen. Daarom wordt het eilandperron omgebouwd tot twee zijperrons en worden de signaleringen aangepast. Op verzoek van de gemeente Raalte wordt tevens het P+R terrein verplaatst naar de zuidzijde van het station. Daarnaast vervalt het huidige perronoverpad en wordt deze vervangen door een voetgangersoversteekplaats. De herinrichting aan de noordzijde van het station en de realisatie van de 2 zijperrons vallen buiten het plangebied voor voorliggend bestemmingsplan, aangezien deze ontwikkelingen passen binnen het vigerende bestemmingsplan. De beoogde herinrichting van het stationsgebied is deels strijdig met de vigerende bestemmingsplannen (zie paragraaf 1.3), met uitzondering van de gronden waarvan de bestemming al juist is. Om de ontwikkeling van de P+R aan de zuidzijde planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten zuiden van het station van Heino. Binnen het plangebied is in de huidige situatie een groenstrook en een agrarisch perceel gelegen. Het gebied grenst aan de noordzijde aan het station Heino. Aan de oostzijde grenst het gebied aan de Stationsweg. Aan de andere zijdes is het plangebied omringd door agrarische percelen en een groenstrook. De groenstrook loopt parallel aan het spoor.

7

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Figuur 1: Het plangebied voor de herinrichting van stationsgebied Heino van voorliggend bestemmingsplan.

1.2.1

Huidige situatie

Station Heino is bereikbaar via de Stationsweg, die zich in de 60km-zone van Heino bevindt. Aan de noordzijde van het station is er de mogelijkheid om te parkeren, voor zowel fietsers als automobilisten. Aan de noordzijde van het station begint ook een smal voetpad, dat aan de oostzijde van de Stationsweg ligt. Dit voetpad wordt door veel wandelaars gebruikt die lopend naar het dorp Heino gaan. Heino is op ongeveer 400 meter afstand gelegen vanaf het station. De omgeving van station Heino wordt aangemerkt als groene omgeving. Het station is aan de noord- en zuidzijde direct tegen bosschages aan gelegen. In onderstaande figuren 2 en 3 is de huidige situatie van station Heino weergegeven.

8

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Figuur 2: plattegrond van de huidige situatie station Heino

Figuur 3: vooraanzicht van het huidige station Heino

Het station van Heino bestaat op dit moment uit een smal eilandperron, dat aan de noordzijde ontsloten wordt door middel van een overpad met spoorbomen. Het eilandperron ligt tussen twee sporen in, waar zowel de trein uit Zwolle als Enschede binnenkomt.

Figuur 4: weergaven bestaand perron en perronopgang van station Heino

1.2.2

Toekomstige situatie

Het voornemen is om het bestaande stationsgebied van Heino te herinrichten. Het bestemmingsplan ziet enkel toe op de ontwikkeling van de P+R aan de zuidzijde van het station, zie figuur 5.

9

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Figuur 5: Ruimtelijke functioneel ontwerp Heino (bestemmingsplanwijzigingsgebied blauw omlijnd)

Beschrijving herinrichting zuidzijde van het station Als onderdeel van de herinrichting zal er aan de zuidzijde van het station een nieuw P+R terrein worden gerealiseerd (zie figuur 6), waarbij ook een ruimte wordt ingericht als K+R strook. Hiermee wordt het huidige P+R terrein aan de noordzijde verplaatst naar de zuidzijde van het station. Daarnaast moet de zuidzijde van het station zo ingericht worden dat er genoeg ruimte is voor treinvervangend vervoer, welke eventueel op de K+R strook kan halteren.

Figuur 6: Visualisatie van de P+R aan de zuidzijde van het station, exclusief het perron

Om de waterhuishouding van de parkeerplaats goed te regelen, wordt er een wadi aangelegd. Het

10

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

regenwater van de parkeerplaats zal worden afgevoerd naar de wadi. Vanaf de wadi wordt een overlaat gerealiseerd naar de nieuwe groenstrook (teven Natuurnetwerk Nederland, hierna NNN, gebied) ten zuiden van het parkeerterrein gelegd. Op deze manier kan overtollig regenwater naar de groenstrook worden geleid. De wadi wordt binnen voorliggend bestemmingsplan opgenomen in de groenstrook. De nieuwe groenstrook met natuurwaarde wordt gerealiseerd ter compensatie van de te verwijderen groenstrook, die in de huidige situatie parallel aan het spoor loopt, die wordt gerooid voor de realisatie van de P+R. In paragraaf 3.1.1.2 wordt verder ingegaan op het compensatieplan die is opgesteld voor de nieuwe groenstrook.

Figuur 7: Visualisatie van de toekomstige P+R met groene omgeving.

Duurzaamheid Binnen de toekomstige herinrichting van het stationsgebied Heino staat duurzaamheid en groene inpassing centraal. Gezien de groene omgeving waar het station zich bevindt, is het belangrijk dat er aandacht besteedt wordt aan de ecologische structuren. Er zal een boom gekapt moeten worden om de in- en uitrit van het P+R terrein goed te laten inpassen. Ter compensatie worden er rondom het stationsgebied een aantal bomen aangeplant en worden de randen ingevuld met bloemrijk grasmengsel.

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Binnen het plangebied vigeren meerdere bestemmingsplannen. De huidige juridische regeling van de betreffende gronden is neergelegd in de volgende ruimtelijke plannen: Buitengebied Raalte, vastgesteld 8 juni 2012. Buitengebied Raalte, correctieve herziening, vastgesteld op 30 mei 2013. Buitengebied Raalte, 2e correctieve herziening, vastgesteld op 19 februari 2015. Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020, vastgesteld op 10 september 2020. Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020, vastgesteld op 2 juni 2021. Paraplubestemmingsplan Parkeren, vastgesteld op 27 september 2018. De zuidzijde van het stationsgebied, waar dit bestemmingsplan zich toe richt, valt in het bestemmingsplan Buitengebied Raalte. Binnen het plangebied liggen de bestemmingen 'Verkeer railverkeer', Natuur en 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden '. Ook geldt er een gebiedsaanduiding 'overige zone - geen reconstructiezone', hieruit volgen geen belemmeringen voor de

11

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

herinrichting van het stationsgebied. De voorgenomen ontwikkeling is strijdig met de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden Landschapswaarden' en 'Natuur'. Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden Binnen de enkelbestemming Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden zijn de gronden bestemd voor: de uitoefening van een agrarisch bedrijf; Alsmede voor: [specifieke aanduidingen die niet voor deze locatie gelden]; behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid en de beplantingselementen (houtsingels en houtwallen); bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals kuilvoerplaten, sleufsilo's, voedersilo's, mestvoorzieningen, teeltondersteunende voorzieningen, paardenbakken, groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, (erf)ontsluitingen en voet- en fietspaden, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het tijdelijk bergen van water; Met daaraan ondergeschikt: bed & breakfast; evenementen; extensieve dagrecreatie; kleinschalige beroepen- en bedrijven-aan-huis; kleinschalig kamperen ter plaatse van specifieke adressen.

De voorgenomen ontwikkelingen de groenstrook zou kunnen passen binnen de functie 'behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarde' binnen de bestemming Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden. In deze bestemming wordt de groenstrook met natuurwaarden (NNN) echter onvoldoende geborgd, waardoor voor de groenstrook een afwijkende bestemming nodig is. Enkelbestemming Natuur Binnen de enkelbestemming Natuur zijn de gronden bestemd voor: behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden en bos; extensieve dagrecreatie; houtoogst; water; [specifieke aanduidingen die niet voor deze locatie gelden]. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, parkeervoorzieningen, bruggen, paden, recreatieve voorzieningen en trafohuisjes;

12

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Figuur 8: Vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte'.

De herinrichting van het stationsgebied aan de zuidzijde (de ontwikkeling van de P+R en de K+R) is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Op de betreffende locatie rust momenteel de bestemming 'Natuur', waarbinnen een P+R terrein ten behoeve van het station niet is toegestaan. Tevens worden natuurwaarden van de groenstrook (NNN) onvoldoende geborgd in de bestemming Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden, waardoor voor de groenstrook een afwijkende bestemming nodig is. Om P+R en de K+R planologisch mogelijk te maken en de groenstrook planologisch te borgen is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht op de verschillende van toepassing zijnde niveaus, waarbinnen de activiteit plaatsvindt. In hoofdstuk 3 worden de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. In hoofdstuk 4 is de toelichting op de planregels opgenomen. Hoofdstuk 5 behandelt de maatschappelijke en financiële haalbaarheid van het plan.

13

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Europees en Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Met de NOVI brengt het Rijk in beeld waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving, stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Die keuzes in de fysieke leefomgeving maakt het Rijk niet alleen. Keuzes worden samen gemaakt met medeoverheden, kennisinstellingen, maatschappelijke partijen en burgers. Dit vraagt een goed samenspel tussen al deze partijen; een integrale aanpak.

De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt om een actieve Rijksoverheid om richting te geven aan de toekomstige fysieke leefomgeving van Nederland. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De NOVI richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden De steden en regio's sterker en leefbaar maken. Het landelijke gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

Ad.1 ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie Nederland dient zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Door middel van het Programma Energiehoofdstructuur zet het Rijk zich in op deze reserveringen te garanderen. Ad. 2 duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld.

Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.

14

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. Ad 3. Sterke en gezonde steden en regio's Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en breidt deze uit, waarbij de richting van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-)infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar er vraag is. In de steden bewegen we onszelf in 2050 nog gemakkelijker en efficiënter met de fiets, te voet en vooral met het openbaar vervoer. Dit vraagt om een slimme en veilige inrichting van de (verkeers)ruimte zodat iedereen veilig gebruik kan maken van verschillende netwerken en vervoerswijzen. Hiermee zullen de knelpunten op de weg, spoor en water verholpen worden. Om het netwerk als geheel te benutten, zijn er ook goede verbindingen tussen de stedelijke regio's nodig. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio.

Bij de invulling van de integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet-stedelijk gebied moet plaatsvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezond leefstijl en maatschappelijke participatie bevorderd en versterkt het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad. Daarbij worden steden en regio's klimaatbestendig ingericht. ad 4. Toekomstbestendigeontwikkeling van het landelijk gebied Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het landgebruik moet meer afgestemd worden op zoetwaterbeschikbaarheid en -gebruik. Middels een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van wateroverlast en tekorten. Het Rijk maakt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal wordt duurzaam benut. Het Rijk zet in op het versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten.

Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Hierbij wordt het omgevingsbeleid landschapsinclusief. Om de beleidskeuzes op een heldere manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.

15

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

figuur 9: prioriteiten en afwegingsprincipes NOVI

De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven. Relatie met het voorliggend plan De ontwikkeling die met voorliggend plan mogelijk wordt gemaakt, doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijke beleid van het Rijk. De voorgenomen ontwikkeling maakt een duurzaam, veilig en snel openbaar vervoersnetwerk mogelijk om de Nederlandse bereikbaarheid een impuls te geven.

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals hoofdwegen en - spoorwegen, buisleidingen van nationaal belang, de Ecologische hoofdstructuur (nu NNN), primaire waterkeringen buiten het kustfundament en erfgoederen van uitzonderlijke waarde. De regels uit het Barro zijn voor wat betreft een aantal onderwerpen verder uitgewerkt in het Rarro (bijvoorbeeld de uitbreiding van het hoofdwegennet). Gelet op het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling van de algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn voor de projectlocatie een tweetal onderwerpen van toepassing: Hoofdwegen en landelijke spoorwegen In het Besluit is opgenomen dat er aanwijzingen van reserveringsgebieden gelden voor de verbreding van bestaande hoofdwegen. Dit geldt eveneens voor de mogelijke aanleg van nieuwe landelijk spoorwegen. Het is o.a. niet toegestaan om omgevingsvergunningsplichtige bouwwerken te plaatsen binnen een reserveringsgebied. Zowel de nabijgelegen snelweg als een mogelijk nieuwe landelijk spoorweg bevinden zich niet in of nabij de projectlocatie. Natuurnetwerk Nederland

16

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Bij provinciale verordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden aangewezen. Hieruit volgen ook regels waaraan omgevingsvergunningen t.b.v. afwijken van het bestemmingsplan aan moeten voldoen, onder andere dat zij per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Hierop zijn een aantal uitzonderingen van toepassing. De voorgenomen projectlocatie bevindt zich binnen het NNN (voorheen EHS). De compensatie van het NNN-gebied is opgenomen in het NNN-compensatieplan, zie paragraaf 3.1.1.2. Relatie met het voorliggend plan De voorgenomen ontwikkeling valt samen met NNN. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1.2 waarin een toelichting wordt gegeven op de compensatie. Met het oog hierop zijn er geen onderwerpen of rijksbelangen uit het Barro waarmee het voornemen strijdig is.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel 2017

De Omgevingsvisie Overijssel wordt jaarlijks geactualiseerd. De meest recente versie is de Omgevingsvisie Overijssel 2022, vastgesteld door PS op 4 oktober 2022. In de Omgevingsvisie Overijssel staan maatschappelijke opgaven in Overijssel, die zijn ontstaan in gesprekken tussen overheden, organisaties en particulieren. De leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel zijn: 1. Duurzaamheid 2. Ruimtelijke kwaliteit 3. Sociale kwaliteit De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden maar een schets van hoe de provincie de ambities wil realiseren. De regels behorend bij de Omgevingsvisie zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening (zie paragraaf 2.2.2). Relatie met het voorliggend plan De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de beleidsambities van de provincie. Met de herinrichting van het station Heino wordt het infrastructuurknooppunt verbeterd, hierbij wordt het openbaar vervoer gestimuleerd (duurzaamheid) en wordt er een impuls gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit van het stationsgebied.

De ontwikkeling sluit aan op de omgevingsvisie van de provincie. 2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel 2022

De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening is er een van. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening Overijssel is sinds 1 mei 2017 van kracht en wordt net als de omgevingsvisie ieder jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie betreft die van 16 november 2022. De Omgevingsverordening Overijssel richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Overijssel. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de

17

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is rekening te houden met de waarden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. Ook bij voorliggend planvoornemen is rekening gehouden met de diverse beleidsonderwerpen waarvoor regels zijn opgesteld in de omgevingsverordening en die van toepassing zijn op onderhavige locatie, zoals Salland Diep en kwaliteitsimpuls groene omgeving. Op plaatsen waar de herinrichting van het stationsgebied conflicteert met provinciale waarden uit de omgevingsverordening worden door ProRail passende maatregelen genomen zodat aantasting van de waarden wordt vermeden of wordt gecompenseerd. Hieronder wordt ingegaan op de specifieke waarden die gelden binnen het plangebied en die mogelijk betrekking hebben op het voornemen. Landschap: dekzandvlakte en ruggen De voorgenomen ontwikkeling ligt grotendeels in een gebied met een dekzandvlakte en ruggen. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied.

In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandgebieden voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, bijvoorbeeld door egalisaties ten behoeve van de landbouw. De ambitie van de provincie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. De dekzandvlakten en ruggen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen en het huidige reliëf. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op dekzandvlakten en ruggen. Bij de herinrichting van het stationsgebied vinden er geen ingrepen plaats die het reliëf wijzigen. Landschap: oude hoevenlandschap De voorgenomen ontwikkeling ligt voor een gedeelte binnen het landschap oude hoevenlandschap. Het landschap wordt gekenmerkt door verspreide erven, als het directe gevolg nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zochten (die ze vonden bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen). Vanwege de kleinschaligheid van het hoevenlandschap is dit landschapstype gevoeliger voor verandering dan bij voorbeeld het essenlandschap.

De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. De essen krijgen daarbij een beschermde bestemmingsregeling, gericht op de instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf. Bij de herinrichting van het stationsgebied zal rekening moeten worden gehouden met het oude hoevenlandschap. Een nadere toelichting wordt gegeven in paragraaf 3.11 Landschap. Artikel 2.1.5: ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Daarbij dient inzichtelijk gemaakt te worden op welke wijze toepassing gegeven is aan het uitvoeringsmodel (Of-, waar- en hoe-benadering) die in de Omgevingsvisie is neergelegd. Tevens dient er gemotiveerd te worden hoe de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief. Gemeenteraden mogen gemotiveerd afwijken indien er sprake is van sociaal economische en/of maatschappelijke redenen en er voldoende verzekerd is dat er sprake is van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 2.1.6: kwaliteitsimpuls groene omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-

18

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving (met uitzondering van bedrijfsontwikkeling, nieuwvestiging van agrarische bedrijven en of zelfstandige opstelling van zonnepanelen). Nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. In voorgenomen ontwikkeling wordt een groenstrook met natuurwaarden (NNN) ontwikkeld. Voor de realisatie van NNN is een compensatieplan opgesteld, zie paragraaf 3.1.1.2 voor meer informatie. Artikel 2.7: bestaand natuur NNN Provinciaal Overijssel wordt gekenmerkt door een grote variatie aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Het verlies van soorten verarmt de natuurwaarde en maakt ecosystemen kwetsbaar. Het behoud van biodiversiteit is nodig voor een duurzame toekomst.

Om deze redenen wil de provincie achteruitgang van biodiversiteit voorkomen en wordt ingezet op de ontwikkeling, beheer en bescherming van de biodiversiteit in Overijssel. De categorie ‘Bestaand' is van toepassing op gebieden waar de beoogde natuurwaarden aanwezig zijn zoals bestaande wateren, natuur - en bosgebieden. Verder vallen binnen deze categorie de gronden die zijn aangekocht en/of afgewaardeerd en zijn ingericht conform de natuurdoelen van het NNN. Die gebieden moeten als natuur worden bestemd. De herinrichting van station Heino valt deels samen met een NNN gebied. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1.2 waarin een toelichting wordt gegeven op de compensatie. Hiermee worden de NNN waarden voldoende geborgd. Artikel 2.19: mobiliteit Goede verbindingen zijn essentieel voor de economische groei en stedelijke ontwikkeling van de economische kerngebieden. In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe grootschalige ontwikkelingen die bovenlokale verkeersbewegingen met zich meebrengen of effecten hebben op de verkeersafwikkeling op de hoofdinfrastructuur, wordt aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met het uitgangspunt dat ontwikkelingen die mobiliteit oproepen worden geprojecteerd nabij aansluitingen op hoofdinfrastructuur, hoofdfietsverbindingen en multimodale knooppunten.

Met de herinrichting van het stationsgebied wordt het gebied op nieuwe ingedeeld en ingericht. Het aantal openbaar vervoersbewegingen blijft gelijk. Het hiermee niet over en grootschalige ontwikkeling met bovenlokale verkeersbewegingen. Artikel 4.6.4 - drinkwatervoorziening en waterbescherming Onderhavige locatie is binnen de omgevingsverordening aangewezen als vergunningsplicht reservering Salland Diep. Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningplichtig. Voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met mogelijk de boringvrije zone van het Salland Diep die op een diepte van 50 meter ligt. De drinkwatervoorziening en waterbescherming vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

19

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Figuur 10: drinkwatervoorziening en waterbescherming

Relatie met het voorliggend plan Onderhavig project is onderdeel van het verbetertraject van de verbinding tussen Zwolle en Enschede. Het draagt hiermee bij aan de doelstellingen van de Omgevingsverordening. Het plan heeft echter wel ruimtebeslag op een NNN gebied. Dit NNN gebied wordt binnen het plangebied gecompenseerd, waarmee de waarden voldoende worden geborgd. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde regels en uitgangspunten uit de provinciale Omgevingsverordening.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

De Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 is vastgesteld op 26 november 2020. De omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van Heino. De wettelijke basis voor de omgevingsvisie is de Wet ruimtelijke ordening totdat de nieuwe Omgevingswet in werking treedt. De gemeente heeft drie kernopgaven opgesteld zodat er sturing gegeven kan worden aan de ontwikkelingsrichting voor de verschillende geografische samenhangende gebiedsdelen: Het buitengebied De gemeente Raalte streeft ernaar om het groene en agrarische karakter van het buitengebied verder te ontwikkelen en waar nodig te beschermen. In de toekomst moet het buitengebied een divers en modern productie- en werklandschap worden met toekomstbestendige landbouw. Om dit te bereiken zijn er verschillende technologische innovaties nodig. Enerzijds zal er meer geïnvesteerd worden in innovaties waarbij robotisering, ICT en technologie centraal staan. Anderzijds zal er ruimte blijven bestaan voor meer kleinschalige productie en natuurinclusieve landbouw, zodat de bodemkwaliteit verbeterd wordt en de stikstofdepositie wordt teruggedrongen. De gemeente Raalte is er tevens van bewust dat de energietransitie voor een groot deel in het buitengebied zal landen, wat een belangrijke transformator van het landelijke gebied vormt.

20

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Toekomstbestendigewijken en dorpen Een duurzame samenleving is belangrijk. De gemeente Raalte is van mening dat een duurzame samenleving voorziet in de toekomstbestendigheid van de dorpen en wijken, die gekenmerkt worden door kernwoorden als energieneutraal, klimaatadaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig. De gemeente Raalte ziet erop toe dat er een transformatie plaatsvindt. Zo vinden nieuwbouw en herinrichting plaats binnen bestaand bebouwd gebied, waarbij ook gekeken wordt naar nieuwe vormen van collectieve woonconcepten. Tevens dienen er voldoende ontmoetingsplekken ontwikkeld te worden in de dorpen en dienen voorzieningen goed bereikbaar te zijn. De bereikbaarheid van voorzieningen dient voor elke inwoner toegankelijk te zijn. Om dat te bereiken dient het openbaar vervoer versterkt te worden. Identiteit en regio De gemeente Raalte wordt gezien als het hart van Salland en een kruispunt in de regio. Daarnaast grenst de gemeente Raalte aan economische kernen als Zwolle, Deventer en Twente. Het is voor de gemeente Raalte belangrijk om nog meer de samenwerking aan te gaan en zo te profiteren van deze economische kansen. Een optimale (digitale) bereikbaarheid - door middel van een robuuste hoofdinfrastructuur, stationsontwikkeling en nieuwe mobiliteitsconcepten - is daarom essentieel.

De gemeente Raalte ziet op dit moment drie belangrijke elementen waarmee de bereikbaarheid verbeterd gaat worden: Robuuste hoofdinfrastructuur: Inzetten op versterking van de corridor Zwolle-Twente. Stationsontwikkeling: een verbetering van de snelle treinverbinding naar Zwolle en in mindere mate naar Twente. Daarbij dienen stationsgebieden versterkt te worden door voldoende P+R-faciliteiten. Nieuwe mobiliteitsconcepten: het ontstaan van nieuwe kansen voor de bereikbaar en een verduurzaming van de gemeente, door middel van bijvoorbeeld mobiele diensten op het gebied van autodelen. Relatie met het voorliggend plan De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de derde kernopgave, identiteit en regio. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de optimalisatie van de bereikbaarheid en draagt specifiek bij aan de daarbij gewenste stationsontwikkeling. Met de voorgenomen ontwikkeling zal het het nog aantrekkelijker worden om met de trein te reizen door het voor- en natransport beter te regelen. Ook de stationsgebied wordt versterkt door te zorgen voor voldoende P+R faciliteiten en het toevoegen van andere functies. De verbetering van het station in Heino met aanvulling van nieuwe parkeergelegenheden voor auto's en fietsen en betere bereikbaarheid voor de bussen draagt bij aan de ontwikkelrichting en daarmee de omgevingsvisie van de gemeente Raalte.

21

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Hoofdstuk 3

3.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Natuur

Door de voorgenomen ingreep is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten of kwalificerende waarden van Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) en/of effecten op wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Om deze reden is een Natuurtoets uitgevoerd om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden en de benodigde vervolgstappen in beeld te brengen, zie Bijlage 3. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen tijdelijke effecten (gedurende de aanlegfase) en permanente effecten (na gebruiksfase). 3.1.1

Gebiedsbescherming

3.1.1.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied ligt ten oosten van Natura 2000-gebied 'Rijntakken' op een afstand van 6 km, zie figuur 11. Door de afstand van enkele kilometers tot de Natura 2000-gebieden is er geen sprake van directe effecten zoals verstoring door geluid, trillingen, fysieke aanwezigheid of een andere verstoring. Wel is er mogelijk sprake van een indirect effect door een toename van stikstofdepositie door de inzet van materieel in de aanlegfase of toenemende verkeersbewegingen in de gebruikersfase. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling (zie Bijlage 1).

Figuur 11: ligging van het projectgebied t.o.v. Natura2000-gebieden

Stikstofdepositieberekening Op 26 januari 2023 is er voor de voorgenomen herinrichting van het station Heino een stikstofdepositieberekening uitgevoerd (zie Bijlage 1). Omdat de aanpassingen aan de stations Heino en Raalte onderdeel zijn van het grotere project Verbetermaatregelen Zwolle-Enschede, is één berekening

22

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

uitgevoerd waarin alle werkzaamheden rond de stations opgenomen zijn. Voor de berekening is de AERIUS Calculator (versie 2022) gebruikt. Aerius-Calculator is een rekenprogramma om de verspreiding van stoffen in de lucht te simuleren. Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen per hectare terechtkomt (depositie). In de berekening is de depositie voor zowel de realisatie- als gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. Wettelijk kader Bevoegd gezag De minister is bevoegd op grond van artikel 1.3, lid 1, sub a, onder 1º Besluit natuurbescherming aangezien deze ontwikkeling een voorziening is ten behoeve van het hoofdspoorweg. Op grond van artikel 1.1 Wet natuurbescherming wordt onder “Onze minister” de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verstaan. Toetsing In de handreiking voortoets staat dat als het gaat om tijdelijke depositie - op een (naderend) overbelast stikstofgevoelig habitat - ten gevolge van de inzet van materieel ten behoeve van de aanlegfase, van ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar, gedurende maximaal 2 jaar, of een equivalent hiervan mag bedragen. Dat betekent dat de totale stikstofvracht als gevolg van het project nooit meer dan 0,1 mol stikstof per hectare kan bedragen gedurende de looptijd van het project.

Met 'equivalent' wordt bedoeld dat het project ook bijvoorbeeld 0,03 mol/ha/j gedurende 3 jaar of 0,1 mol/ha/j gedurende 1 jaar mag veroorzaken. In alle andere gevallen ligt een Passende Beoordeling voor de hand. Met andere woorden, volgens de handreiking zijn in die gevallen dus geen significante effecten te verwachten. Als op basis van een voortoets significante effecten uit kunt sluiten, hoeft het project niet te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag aangezien er geen grond is voor een Wnb-vergunning. Berekening Uitgangspunten voor de realisatiefase zijn: De gehele herinrichting is in een keer gemodelleerd, aangezien er geen meerdere bouwjaren zijn. Hierdoor wordt de depositie als totaal benaderd en geldt deze voor de gehele bouwperiode. Hierdoor zijn er voor verkeersbronnen hoge emissiefactoren aangehouden. In de AERIUS-calculatie is 2023 gehanteerd als rekenjaar. Uitgangspunten voor de gebruiksfase zijn: In de gebruiksfase zal het station een lichte verkeersaantrekkelijke werking hebben op de wegen rond de stations. Resultaat Uit de resultaten van de depositieberekening wordt geconcludeerd dat er in de realisatiefase een toename van 0,03 mol/ha optreedt.

Deze toename is berekend op opstaande Natura 2000-gebieden: Boetelerveld (0,03 mol/ha) Vecht- en Beneden-Reggegebied (0,02 mol/ha) Veluwe (0,01 mol/ha) Sallandse Heuvelrug (0,01 mol/ha) Rijntakken (0,01 mol/ha) Wierdense Veld (0,01 mol/ha) Aangezien dit tijdelijke effecten betreft, kan hierbij verwezen worden naar de Handreiking Voortoets Stikstof (BIJ12, februari 2021), waarin een tijdelijke toename vanwege mobiele werktuigen is toegestaan van 0,05 in 2 jaar (dus 0,1 in 1 jaar). Hiermee voldoet de uitkomst van de realisatiefase aan de Handreiking Voortoets Stikstof.

23

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Voor de gebruiksfase van de nieuwe P&R terreinen van de stations bedraagt de stikstofdepositie vanwege de projectbijdrage volgens de rekenresultaten 0,00 mol/ha voor de hele gebruiksfase. Hiermee is dus geen sprake van een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Conclusie Het aspect stikstof levert daarmee geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Significante negatieve op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, waarmee er geen vervolgstappen nodig zijn vanuit de Wnb.

3.1.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen de herinrichting van het stationsgebied Heino bevindt de beoogde locatie van het P+R terrein zich binnen een NNN-gebied (zie figuur 12). Om het P+R terrein te realiseren, worden houtopstanden uit het NNN-gebied verwijderd. Voor de voorgenomen ontwikkeling is er een aantoonbaar maatschappelijk belang, omdat de ontwikkeling ten behoeve van een goede bereikbaarheid van het station Heino is en daarmee voor het openbaar vervoer. Daarbij wordt tevens de Stationsweg ontlast van de huidige parkeerdruk. Op grond van NNN-beleid (zie paragraaf 2.2.2 Omgevingsverordening Overijssel 2022) is het opnieuw realiseren van minimaal gelijkwaardige natuurwaarden en deze kenmerken als natuur vereist. Langs het zuidwesten van het P+R terrein worden nieuwe houtopstanden gerealiseerd, die betere natuurwaarden en kenmerken aan het NNN-gebied toekennen. Hiervoor is een compensatieplan op gesteld (zie Bijlage 2). Over de natuurcompensatie is overeenstemming bereikt met de grondeigenaar en de provincie Overijssel. Beiden zijn bereid medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. De natuurwaarden worden geborgd in voorliggend bestemmingsplan, door de bestemming Natuur (Artikel 3) op te nemen.

Figuur 12: Natuurnetwerk Nederland

NNN-compensatieplan Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt er invulling gegeven aan de compensatie van het NNN-gebied (zie Bijlage 2). De compensatie gaat plaatsvinden volgens de regels en voorwaarden die gesteld zijn in de vigerende Omgevingsverordening (zie paragraaf 2.2.2 Omgevingsverordening Overijssel 2022). De herinrichting van station Heino en de daarmee de beoogde realisatie van de P+R neemt meer ruimte in beslag dan de huidige verkeerskundige situatie en zorgt voor ruimtebeslag op omliggende functies. De herinrichting gaat ten koste van een gedeelte van de groenstrook met natuurwaarden aan

24

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

de zuidkant van het spoor welke ter plaatse onderdeel uitmaakt van het NNN. De bosschages zijn in de huidige situatie 400 meter lang (waarvan 70 meter in projectgebied) en gemiddeld 20 meter breed (zie figuur 13). De bosschages bestaan voornamelijk uit wilgen, vlier, beuken en berken (houtwal en houtsingel). Ook is er ondergroei aanwezig.

Figuur 13: ruimtebeslag op het NNN, rood gearceerd

Dit ruimtebeslag leidt tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de aanwezige NNN. Dit dient gecompenseerd te worden. Het netto areaal bedraagt 2.731 m2. Er is geen sprake van versnippering. Het ruimtebeslag heeft geen invloed op geomorfologische processen, waterhuishouding, mate van rust/stilte/donkerte, landschapsstructuur en/of belevingswaarde in het gebied. Compensatie ProRail heeft twee compensatieplannen uitgewerkt waarbij in beide plannen hetzelfde oppervlakte wordt gerealiseerd als het oppervlakte van het huidige NNN gebied: A. In optie A wordt de houtsingel achter de bestaande wadi gerealiseerd. De wadi vormt hierbij een afscheiding tussen de nieuw te realiseren parkeerplaats en het NNN. B. In optie B wordt de houtsingel gedeeltelijk over de wadi gerealiseerd, waarbij het NNN direct grenst aan het nieuw te realiseren parkeerplaats. Uiteindelijk is er gekozen om de houtsingel gedeeltelijk over de wadi te realiseren, waarbij het NNN gebied direct grenst aan de nieuw te realiseren P+R. Om tot realisatie te komen van het compensatieplan, welke hierboven als optie A is aangeduid, moet echter meer landbouwgrond worden opgegeven dan voor de realisatie van optie B. In overleg met de grondeigenaar wordt daarom de voorkeur aan optie B gegeven om het NNN als gevolg van de ingreep te compenseren.

De aanleg van het nieuwe NNN-gebied is geborgd doormiddel van een voorwaardelijke verplichting (zie artikel 6.2). Naast het compenseren van hetzelfde oppervlakte is een kwalitatieve of kwantitatieve versterking een voorwaarde. Een kwantitatieve versterking kan mogelijk gerealiseerd wordend door; Een aanvullende strook bosschage te creëren parallel aan de bosschage; Het bosschage aan de overzijde van de stationsweg door te laten lopen in zuidoostelijk richting en

25

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

vervolgens aansluit op de houtwal. Een kwalitatieve versterking kan worden behaald door de bosschage robuuster te maken dan in de huidige situatie. Hierbij kan gedacht worden aan een volle onderlaag, verbeterde opgaande begroeiing, ondergroei en extra aanplant van onder andere soorten als els, meidoorn en vlier. 3.1.2

Soortenbescherming

In de quickscan (zie Bijlage 3) is in beeld gebracht of er (potentiële) vast rust- of foerageergebieden aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen. Voor deze indicatie is zowel een bureauonderzoek als een veldbezoek uitgevoerd. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar. In de onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken voor bepaalde diersoorten en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals nader soortgericht onderzoek.

Tabel 1: schematische weergaven resultaten

Mogelijke effecten op de soorten (algemene broedvogels, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en amfibieën) kunnen niet worden uitgesloten. Binnen de provincie Overijssel geldt een vrijstelling voor algemeen voorkomende soorten, zoals grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Deze soorten zijn daarom niet meegenomen in het verdere onderzoek. Echter geldt voor deze soorten wel een zorgplicht. Mitigerende maatregelen Door het toepassen van mitigerende maatregelen kunnen effecten op (algemene) broedvogels worden voorkomen. Hieronder wordt aangegeven welke maatregelen noodzakelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen. Door opvolging te geven aan deze maatregelen wordt ook een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming voor deze soort voorkomen. Algemene broedvogels: Het plangebied heeft betekenis voor algemeen voorkomende broedvogels. Indien bomen en struiken gekapt en verwijderd worden, dient dit voorafgaand aan het broedseizoen plaats te vinden. Het broedseizoen loopt van circa 15 maart t/m 15 juli. Indien de beoogde planning niet wordt behaald en werkzaamheden in het broedseizoen doorlopen dient er voorafgaand een controle op nesten te worden uitgevoerd. Indien er actieve nesten aangetroffen worden, worden werkzaamheden gestaakt en na het broedseizoen hervat.

Indien werkzaamheden in het broedseizoen starten dient het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden zodat vogels niet te broeden komen in het plangebied. Dit betekent het verwijderen van

26

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

struiken en bomen. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden dient een ecoloog te controleren of er geen vogels broeden in het plangebied. Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Soortgericht onderzoek Op basis van de resultaten van de quickscan kan de aanwezigheid van vleermuizen, boommarters en kleine marterachtigen niet worden uitgesloten binnen het plangebied. Door het verwijden struwelen en bosschages en kappen van bomen kunnen negatieve effecten niet op voorhand worden voorkomen door mitigerende maatregelen. Er dient daarom een nader soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd. In het soortgericht onderzoek kan de aanwezigheid worden vastgesteld en kan beoordeeld worden of negatieve effecten uit te sluiten zijn en/of dat er mitigerende of compenserende maatregelen noodzakelijk zijn. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de aanvullende soortgerichte onderzoeken die noodzakelijk zijn. Vleermuizen, boommarter en kleine marterachtigen Er heeft een extra veldbezoek (naast het veldbezoek dat voor de quickscan is uitgevoerd) plaats gevonden om de holtes op geschiktheid voor de boommarter, kleine marterachtigen en vleermuizen te controleren. Dit heeft plaatsgevonden met een ladder of hoogwerker. Op basis van het extra veldbezoek zijn holtes geschikt gebleken voor vleermuizen, daarom is een vervolgonderzoek gestart.

Hierin worden de volgende onderzoekstappen gezet: 2 veldbezoeken in de periode 15 augustus t/m 1 oktober 3 veldbezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli Tussen deze veldbezoeken dient minimaal 10 dagen te zitten. Het onderzoeksgebied moet tijdens het veldbezoek te overzien zijn. Dit betekent dat het plangebied moet worden opgedeeld in meerdere onderzoeksgebieden. Het vervolgonderzoek voor vleermuizen vindt op dit moment nog plaatst. Er dienen nog 3 veldbezoeken plaats te vinden tussen 15 mei en 15 juli. Resultaten van het onderzoek worden bij het vast te stellen bestemmingsplan gevoegd. Zorgplicht De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. Werk bij het snoeien/maaien één richting op en maai richting de westkant van het plangebied. Op deze manier kunnen soorten fauna vluchten richting het gebied waar niet gewerkt wordt. Conclusie Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden met betrekking tot algemene broedvogels, vleermuizen, boommarters en kleine marterachtigen en grondgebonden zoogdieren.

Binnen de provincie Overijssel geldt een vrijstelling voor algemeen voorkomende soorten, voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Voor deze soorten zijn geen vervolgstappen nodig, wel geldt voor deze soorten nog de zorgplicht. De mogelijk negatieve effecten op algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen (zoals hierboven genoemd). Voor de boomr en kleine materachtigen en vleermuizen wordt er een extra veldbezoek uitgevoerd. Op basis van het extra veldbezoek zijn holtes geschikt gebleken voor vleermuizen, daarom is een vervolgonderzoek gestart. Er dienen nog 3 veldbezoeken plaats te vinden tussen 15 mei en 15 juli. Resultaten van het onderzoek worden bij het vast te stellen bestemmingsplan gevoegd.

27

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

3.1.3

Bescherming houtopstanden

Rond het station Heino staan oude (beuken)lanen waaraan de hoogste beleidsstatus is toegekend. Deze bomen genieten de hoogste bescherming. In totaal zijn binnen het projectgebied 38 bomen en 2 bosplantsoenvlakken geïnventariseerd. Om de herinrichting van het stationsgebied mogelijk te maken dienen er bomen gekapt te worden (zie figuur 14). Door Bomenwacht Nederland is een inventarisatie (zie Bijlage 4) en taxatie opgesteld voor de te kappen bomen.

28

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Figuur 14: Weergave van te kappen bomen en nieuw te planten bomen.

Op basis van de inventarisatie kan geconcludeerd worden dat de meeste bomen terecht een beschermde status hebben. Het overgrote deel van deze bomen heeft daarbij een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Voor de bomen binnen de gemeente Raalte geldt dat gemeentelijke bomen vergunningsplichtig zijn vanaf een stamdiameter van 35 cm. Dit is bij 135 van de 149 onderzochte bomen in hele gemeente Raalte het geval. Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling dienen er een boom en bosschages gekapt te worden (zie figuur 14) en wordt een deel van de bosplantsoenstrook gerooid. Voor deze activiteiten zal een kapvergunning aangevraagd worden, hierbij zal ook worden ingegaan op de fysieke en financiële compensatie. Door de aanvraag van de kapvergunning worden de waarden van de bomen voldoende geborgd en zal binnen deze procedure afspraken worden gemaakt over compensatie. In het ontwerp van het stationsgebied is rekening gehouden met de aanplant van nieuwe bomen. Voor iedere boom die gekapt wordt, worden twee nieuwe bomen aangeplant. Voor de nieuwe groene invulling zal een nieuwe groenstrook, aan de zuidzijde van het plangebied, worden gerealiseerd.

29

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

3.2

Archeologie

Voor deze locatie gelden geen verplichtingen op basis van het onderliggende bestemmingsplan. Het projectgebied is niet aangewezen als mogelijk archeologisch waardevol. Er is geen dubbelbestemming archeologie aanwezig. Er geldt dan ook geen verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Te allen tijde dient er wel rekening gehouden te worden met archeologische toevalsvondsten. Het aspect archeologie levert geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

3.3

Bodem

Bij de herinrichting van het stationsgebied Heino zullen er significante grondroerende graafwerkzaamheden plaatsvinden aan en rondom het spoor en het emplacement. Het is daarom van belang dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit inzichtelijk wordt gemaakt. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is in opdracht van ProRail door BK Ingenieurs een verkennend bodem en verhardingsonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740 (zie Bijlage 5). Voor het onderzoek zijn verschillende boringen uitgevoerd. Resultaten Bodemkwaliteit Ter plaatse van de deellocaties worden in de geanalyseerde mengmonsters van de zintuiglijk schone boven- en ondergrond geen tot maximaal licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. Ter plaatse van deellocatie 4 (zie tabel 1) zijn in mengmonsters H4-MM3 en H4-MM5 sterk verhoogde gehalten PAK aangetoond. Dit betreft mengmonsters van grond met een bijmenging bestaande uit baksteen. Deze monsters zijn uitgesplitst en geanalyseerd op PAK. Hieruit volgt dat PAK enkel licht verhoogd aanwezig is. PFAS wordt niet verhoogd aangetoond boven de landelijke achtergrondwaarde. Waterbodem In de waterbodem van deellocatie H6 (zie tabel 1) wordt in het slib enkel een verhoogd gehalte zink aangetoond. Dit vormt echter geen belemmeringen voor de verwerking van het slib.

Hergebruiksmogelijkheden grond De zintuiglijk schone boven- en ondergrond ter plaatse van de deellocaties is altijd toepasbaar (lokaal indicatief klasse 'Wonen') op basis van de parameters uit het standaardpakket grond. De zintuiglijk baksteenhoudende grond ter plaatse van deellocatie 4 voldoet indicatief aan klasse 'Wonen' of 'Industrie'. Ten aanzien van PFAS voldoet de grond indicatief aan klasse 'Landbouw/natuur'. Asbest Er is zowel op het maaiveld als in de contactzone (0,0 - 0,5 m -mv) visueel geen asbest aangetroffen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond heeft derhalve niet plaatsgevonden. Grondwater In het grondwater worden over het algemeen licht verhoogde concentraties zware metalen (hoofdzakelijk barium) aangetoond. In peilbuis H2.002 wordt (zie tabel 1) barium matig verhoogd aangetoond. De herkomst van de licht verhoogde concentraties is onbekend. Waarschijnlijk betreft het van nature verhoogde achtergrondconcentraties. Conclusie In onderstaande tabel zijn de resultaten en conclusies weergegeven van het uitgevoerde bodemonderzoek.

30

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Tabel 1: samenvatting resultaten deellocaties

Op basis van voorliggend onderzoek worden geen verdere belemmeringen geconstateerd ten opzichte van de voorgenomen bestemmingswijziging.

3.4

Water

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is door Arcadis een Watertoets uitgevoerd, zie Bijlage 6. Het beschrijft de waterhuishoudkundige ontwerpuitgangspunten voortkomend uit het vigerend waterbeleid en de mogelijkheden die ontstaan door de aanwezige geohydrologische gebiedskenmerken. De watertoets omvat het gehele project, maar binnen dit bestemmingsplan is enkel het gedeelte van het P+R terrein van toepassing. 3.4.1

Grondwater

Het dichtstbijzijnde grondwatermeetpunt is op circa 700 meter van het plangebied gelegen, waarbij er geen grondwatermeetdata beschikbaar over de omgeving aan de noordzijde van het station. Gelet op de afstand is dit grondwaterpunt niet representatief voor het plangebied.

Figuur 15: Ligging grondwatermeetpunt

31

bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)

Echter blijkt uit het MIPWA (grondwatermodel voor Noordoost Nederland) dat het plangebied aan de zuidzijde van het spoor op circa 0,3 m-mv ligt en circa 2,2 m-mv ter plaatse van de spoorlijn zelf. Aan de noordkant ligt de grondwaterpeil eveneens op circa 2,2 m-mv (NAP +1,9m).

3.4.2

Oppervlaktewater

Aan weerszijden van de spoorlijn lopen sloten / greppels van circa 0,3 – 0,5 m diep. Het is onbekend of dit zaksloten zijn of dat er afvoer plaatsvindt via duikers. Er loopt een peilgrens door het projectgebied. Ten noorden van de spoorlijn ligt Peilgebied 397 dat afwatert in noordwestelijke richting naar de Nieuwe Wetering (NW) via de NW.25. Ten zuiden van de spoorlijn ligt Peilgebied 461 dat eveneens afwatert naar de Nieuwe Wetering (NW). De bodemhoogte van de sloten en greppels langs de spoorlijn liggen boven het maximale peil in deze peilgebieden. De gemeente geeft aan dat er geen verbindingen tussen de verschillende peilgebieden zitten. Watergang NW.25 is een primaire watergang in beheer van het waterschap. Deze watergang loopt ten noorden van het projectgebied in westelijke richting. Er lopen geen watergangen van het waterschap door het projectgebied zelf.

Figuur 16: oppervlaktewater in en rondom het plangebied.

3.4.3

Riolering

Binnen het plangebied zelf ligt geen riolering van de gemeente. Vanaf een gebouw net ten noorden van het plangebied loopt een drukriool in noordelijke richting. In de naastgelegen Stationsweg liggen twee persleidingen Ø 90mm en een vrijverval riool Ø 250mm. 3.4.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=752f72df-0f86-4887-a4c4-270e6e993790