Ontwerp bestemmingsplan P&R Heino - toelichting, regels, bijlagen
Tekst van het document
Lid 4 De toelichting op het bestemmingsplan, als bedoeld in het derde lid, bevat een (samenhangende) gebiedsvisie waarop de saldobenadering toegepast wordt en beschrijft in ieder geval: a. de omvang van het gebied waarop de gebiedsvisie betrekking heeft; b. de doelen van de gebiedsvisie, in het bijzonder wat betreft de verbetering van de kwaliteit en kwantiteit van het Natuurnetwerk Nederland waardoor een beter functionerend natuurnetwerk ontstaat; c. op welke wijze het verlies van ecologische waarden en kenmerken én areaal wordt gecompenseerd; d. op welke wijze de uitvoering van de gebiedsvisie is verzekerd. Lid 5 De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor relatief kleinschalige ontwikkelingen binnen het NNN af te wijken van het beschermingsregime zoals vastgelegd in artikel 2.7.3. mits is aangetoond en verzekerd dat deze wijziging: a. de wezenlijke kenmerken en waarden slechts in beperkte mate aantast, b. per saldo gepaard gaat met een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, of een vergroting van de oppervlakte van het NNN, c. plaatsvindt na een zorgvuldige afweging van alternatieve locaties.
Lid 6 Wanneer het bestemmingsplan waarvoor een afwijking is toegepast als bedoeld in het eerste, derde en vijfde lid onherroepelijk is geworden, doen burgemeester en wethouders hiervan melding bij Gedeputeerde Staten via het daarvoor beschikbare Meldingsformulier. 17
Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023
COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND
Bijlage B Compensatieplan
18
Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023
COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND
Colofon COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND P+R STATION HEINO
KLANT ProRail AUTEUR Annabet Galema ONZE REFERENTIE <DocId>:1.0 DATUM 16 maart 2023 STATUS Concept GECONTROLEERD DOOR
Rick Wortelboer Senior Adviseur Ecologie
19
Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023
COMPENSATIEPLAN NATUURNETWERK NEDERLAND
Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life 20
Onze referentie: <DocId>:1.0 - Datum: 16 maart 2023
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (concept)
Bijlage 3 Quickscan natuurwetgeving
76
VZE-ECO-RAP-001 Quickscan natuurwetgeving R-562500 Verbetermaatregelen Zwolle - Enschede ProRail 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Contactpersoon ANNABET GALEMA Ecoloog
T +31 615445601 E annabet.galema@arcadis.com
2
Datum: 6 mei 2022
Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Leeswijzer
4
Plangebied en ingreep
5
2.1
Huidige situatie
5
2.1.1
Overgang Rozendael en station Heino
5
2.1.2
Station Raalte
6
2.1.3
Station Wierden
6
2.2
Voorgenomen ingreep
7
2.3
Afbakening effecten
12
Wet natuurbescherming
13
3.1
Soortbescherming
13
3.1.1
Methode
13
3.1.2
Aanwezigheid beschermde soorten
13
3.1.3
Effectbeschrijving
17
3.1.4
Toetsing
18
3.1.4.1
Beschermingscategorieën relevante soorten
18
3.1.4.2
Overtreding verbodsbepalingen
18
3.1.5
Soortgericht onderzoek
19
3.1.6
Mitigerende maatregelen en zorgplicht
19
Conclusie en vervolgstappen
21
Bijlagen Bijlage A Wettelijk kader wet natuurbescherming
22
Bijlage B Impressie locaties
26
Colofon
30
3
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
ProRail is door het ministerie van IenW en door de provincie Overijssel gevraagd een verkenning uit te voeren om de punctualiteit van de verbinding Zwolle – Enschede (tussen Zwolle en Wierden) te verbeteren, de transferknelpunten op Heino en Raalte op te lossen en de IC Zwolle – Enschede te versnellen. Momenteel zijn op het baanvak Zwolle – Wierden de volgende knelpunten geconstateerd: 1. Smalle perrons ter plaatse van stations Heino en Raalte; 2. Niet optimale snelheid/reistijd IC en (uitbuiging) stoptreinen Zwolle – Enschede; 3. Onbetrouwbaarheid treinen Zwolle – Enschede (dispunctualiteit en uitval); 4. Tekort aan parkeerplaatsen in Heino en aan fiets- en parkeerplaatsen in Raalte. Naar aanleiding van de bovenstaande knelpunten is in een FIS studie (374852-W400-05-01_D4.0) onderzoek gedaan naar mogelijkheden om deze knelpunten op te lossen. Naar aanleiding van deze studie heeft ProRail per locatie een voorkeursvariant gekozen. Op hoofdlijnen worden de volgende maatregelen voorzien: 1. Zwolle: Aanpassen remming middels aangepaste sein en bordplaatsing. Geen civiele ingrepen. 2. Heino: Verhogen doorgaande rijsnelheid, vernieuwen sporen en wissels, realiseren van twee zijperrons, herinrichten stationsomgeving. Het overpad op km. 11.8 wordt vervangen door een tunnel. 3.
Raalte: Verhogen doorgaande rijsnelheid, vernieuwen sporen en wissels, realiseren van twee zijperrons, herinrichten stationsomgeving, bouwen langzaamverkeerstunnel. 4. Nijverdal: Verhogen doorgaande rijsnelheid van het symmetrisch wissel middels aangepaste sein en bordplaatsing. Geen civiele ingrepen. 5. Wierden. Vervangen van de 1:9 wissels door 1:15 wissels en aanpassen seinplaatsingen. In hoofdstuk 2 worden de locaties waar civiele werkzaamheden plaatsvinden nader toegelicht. Door de voorgenomen ingrepen is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). Zie Bijlage A voor een beschrijving van het wettelijk kader van deze soortbescherming. Het wettelijk kader van gebiedsbescherming wordt niet getoetst in deze quickscan. ProRail heeft Arcadis gevraagd hiervoor een quickscan op te stellen om eventuele effecten op beschermde soorten en gebieden en benodigde vervolgstappen in het kader van de Wnb in beeld te brengen.
1.2
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied in de huidige situatie opgenomen, evenals een beschrijving van de voorgenomen ingreep. Hoofdstuk 3 betreft de Wnb, hierin is een beschrijving van aanwezigheid van beschermde soorten met effectbeschrijving en toetsing. In hoofdstuk 4 is de conclusie weergegeven. Bijlage A geeft het wettelijk kader van de Wnb. Bijlage B geeft een impressie van het plangebied.
4
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
2
Plangebied en ingreep
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit 5 deelgebieden, waarvan er op 3 deelgebieden civiele ingrepen zijn, langs het spoor tussen Zwolle en Wierden. In onderstaande paragrafen worden de locaties en omgeving toegelicht. Bijlage B zijn fotoimpressies opgenomen van de vijf locaties.
2.1.1
Overgang Rozendael en station Heino
Vanaf het landgoed Rozendael loopt een onverharde weg over het spoor naar een boerderij. Het betreft een onbewaakte overgang. Aan beide zijden van het spoor loopt een steil talud over in greppels begroeid met bramen. In één van de greppels staat een laag water. Verder zijn de bodems bedekt met een dikke laag bladeren. Aan de noordkant van het spoor loopt een bomenrij (oude eiken) vervolgens een onverharde weg en aansluitend het bos van het landgoed. Ten zuiden van het spoor liggen twee agrarische percelen. De percelen en het spoortalud worden gescheiden door een greppel met braamstruweel. Station Heino bestaat uit een parkeerterrein en fietsenstalling aan de noordkant en een berm aansluitend op bosschages. Ten noorden van het parkeerterrein staat een rij oude eiken.
Figuur 1 Overgang Rozendael en station Heino.
5
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
2.1.2
Station Raalte
Station Raalte is gelegen tussen Raalte (oost- en zuidkant) de N348 (west- en noordkant). Ten noorden van het station gaat de spoorberm over in struweel en een agrarische watergang. Daarachter ligt een perceel met akkerbouwbestemming (mais). Aan de zuidkant wordt het station van de woonwijk afgescheiden door een bosschage.
Figuur 2 Locatie station Raalte.
2.1.3
Station Wierden
De locaties liggen ten westen (op 300 meter) en ten oosten (op 150 meter) van station Wierden. De locatie ten westen betreft wissels in het spoor waarbij het spoor splitst in de richting Zwolle en Deventer. Zowel aan de noord- als zuidkant van de splitsing loopt een spoorberm met voedselrijk gras en vervolgens bebouwing. De locatie ten oosten betreft een aan te passen wissel nabij een geluidsscherm ter hoogte van de Kregtentunnel. Aan de noordkant van de geluidswand staat een rij beuken.
6
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Figuur 3 Locaties rondom station Wierden.
2.2
Voorgenomen ingreep
Werkzaamheden Onderdeel overgang Rozendael • Aanleg onderdoorgang spoor in plaats van huidige onbewaakte overweg. Onderdeel Heino • Aanleg twee zijperrons ter vervanging van één perron. • Perronoverpad vervalt en wordt vervangen met een voetgangersoversteek. • Mogelijke verplaatsing van P+R terrein naar zuidkant van station.
7
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Figuur 4 Situatietekening station Heino
8
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Figuur 5 Inrichting stationsomgeving Heino
Onderdeel Raalte • Aanleg twee zijperrons ter vervanging van één perron. • Aanleg onderdoorgang fietsers N348. • Aanleg P+R terrein en fietsenstalling ten noorden van station.
9
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Figuur 6 Situatietekening station Raalte
Figuur 7 Inrichting stationsomgeving Raalte 10
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Onderdeel Wierden • Vervangen wissels 1:9 door 1:15 voor verhoging binnenkomst snelheid (westzijde). • Vervangen 1:9 wissel door 1:15 wissel en mogelijk verplaatsen geluidsscherm nabij Kregtentunnel, dan wel plaatsen bovenleidingspalen achter het bestaande geluidsscherm (oostzijde).
Figuur 8 Situatietekening station Wierden (westzijde)
Figuur 9 Situatietekening station Wierden (oostzijde)
Mogelijk worden struwelen, bosschages en bomen in het plangebied verwijderd. Planning De voorlopige planning is om de werkzaamheden in het voorjaar van 2023 te starten.
11
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
2.3
Afbakening effecten
De volgende effecten zouden als gevolg van de werkzaamheden kunnen optreden in het plangebied of in de directe omgeving (zeer lokaal): • Verstoring als gevolg van geluid, licht, trillingen en/of optische prikkels; • Aantasting als gevolg van mechanische effecten (bijvoorbeeld heen en weer rijden); • Doden en verwonden van dieren (indien mogelijke verblijfplaatsen aanwezig zijn); • Vernietiging van verblijfplaatsen (inden mogelijke verblijfplaatsen aanwezig zijn); • Versnippering en/of oppervlakteverlies van leefgebieden of groeiplaatsen. • Vermesting en verzuring (als gevolg van stikstof uit de lucht). Effecten als verdroging en vernatting worden niet verwacht in het plangebied. Effecten op de waterhuishouding worden ook niet verwacht.
12
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
3
Wet natuurbescherming
Onder de Wet natuurbescherming valt de bescherming van Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2 Wnb) en beschermde soorten (hoofdstuk 3 Wnb). In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de Natura 2000-gebieden en vervolgens op de soortbescherming. Het wettelijk kader is opgenomen in Bijlage A.
3.1
Soortbescherming
3.1.1
Methode
Er is een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie en verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen tien jaar (2011-2022). Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • • •
www.verspreidingsatlas.nl www.ravon.nl www.zoogdiervereniging.nl
Het veldbezoek is uitgevoerd op 10 maart 2022, de omstandigheden tijdens het veldbezoek waren onbewolkt, 13°C en Bft 2. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is nagegaan of en welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen.
3.1.2
Aanwezigheid beschermde soorten
In Tabel 1 is per soortgroep weergegeven of en zo ja, welke beschermde soorten mogelijk voorkomen binnen het plangebied, op basis van zowel het bureauonderzoek als veldbezoek. De vijf locaties worden in de tabel samengenomen als één plangebied. Wanneer op één of meerdere locaties afwijkende waarnemingen zijn gedaan wordt dat toegelicht. Tabel 1 Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het projectgebied per relevante soortgroep Soortgroep Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat Conclusie Flora
Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied is geen beschermde flora bekend (NDFF, 2022).
Beschermde flora wordt op basis van verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikte groeiplaatsen uitgesloten.
Veldbezoek In het plangebied zijn, gezien het veldbezoek in de winterperiode plaatvond, geen beschermde plantensoorten aangetroffen. In het plangebied zijn geen geschikt groeiplaatsen aanwezig. Het plangebied bestaat met name uit voedselrijke bermen en grasland. Geschikte groeiplaatsen voor beschermde soorten flora, welke doorgaans in kritischere typen habitat voorkomen, ontbreekt. Algemene broedvogels
13
Bureauonderzoek In de omgeving zijn diverse broedvogels van agrarische omgeving zoals gele kwikstaart, blauwe reiger, grasmus, graspieper, wilde eend, witte kwikstaart en zwarte kraai bekend (NDFF, 2022).
Datum: 6 mei 2022
Algemene broedvogels kunnen broeden in het plangebied.
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Soortgroep
Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat
Conclusie
Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn enkele algemene broedvogels waargenomen zoals ekster, zwarte kraai, witte kwikstaart, wilde eend, graspieper, houtduif, pimpelmees, spreeuw en grote bonte specht. In het plangebied zijn geen broedgevallen vastgesteld. In enkele bomen zijn oude nesten aangetroffen. Daarnaast zijn in enkele holtes (spechtengaten) invliegende pimpelmezen en spreeuwen waargenomen. Het plangebied kan in het broedseizoen (globaal van half maart t/m half juli) gebruikt worden door verschillende broedvogels. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten
Bureauonderzoek Uit de omgeving van het plangebied zijn vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bekend. Het gaat om de buizerd en ooievaar. In het plangebied zijn geen nestplekken bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten (NDFF, 2022). Veldbezoek Roofvogels en ooievaars broeden in nesten in bomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten die mogelijk in gebruik kunnen zijn door roofvogels, uilen, roeken of ooievaar aangetroffen in het plangebied of de directe omgeving.
In het plangebied kunnen nesten van jaarrond beschermde vogels worden uitgesloten. Wel kunnen vogels met jaarrond beschermde nesten foerageren. Het betreft geen essentieel foerageergebied.
In de woning naast station Heino broeden mogelijk huismussen. De woning is geen onderdeel van het plangebied. Nesten van andere vogels met jaarrond beschermde nesten zijn op basis van dit veldbezoek uitgesloten. Wel kunnen vogels met jaarrond beschermde nesten foerageren in het plangebied en de directe omgeving. Het betreft geen essentieel foerageergebied omdat er voldoende uitwijkmogelijkheden voorhanden zijn. Grondgebonden zoogdieren
Bureauonderzoek In en in de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van das, eekhoorn, boommarter, steenmarter egel, bunzing, haas, woelrat, ree en bosmuis (NDFF, 2022). Veldbezoek In het plangebied kunnen algemene grondgebonden zoogdieren voorkomen zoals diverse algemene (spits)muizensoorten, konijn, haas en egel. Ree zal gebruik maken van de omliggende percelen. Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) komen voor in gebieden met voldoende dekking in de vorm van struweel, houtwallen, bosschages en ruigtes. Deze zijn aanwezig op de locaties overgang Rozendael en stations Heino en Raalte. Op de locaties station Wierden is geen geschikte ruigte aanwezig, maar in de directe omgeving wel.
14
Datum: 6 mei 2022
In het plangebied komen mogelijk algemene grondgebonden zoogdieren voor zoals diverse algemene (spits)muizensoorten, egel, haas en konijnen. Kleine marterachtigen hebben mogelijk verblijfplaatsen in de ruigtezomen in het plangebied. De boommarter heeft mogelijk verblijfplaatsen in de boomholtes in bomen direct naast het plangebied. Het voorkomen van andere beschermde zoogdiersoorten kan op basis van habitat worden uitgesloten.
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Soortgroep
Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat
Conclusie
Verblijfplaatsen van kleine marterachtigen kunnen niet uitgesloten worden op de locaties overgang Rozendael en stations Heino en Raalte. Mogelijk kan in de omgeving kleine marterachtigen incidenteel foerageren. Het betreft geen essentieel foerageergebied doordat er in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is. De boommarter heeft mogelijk verblijfplaatsen in de bomen direct naast het plangebied op locaties Rozendael en Heino. Een aantal holtes zijn potentieel geschikt. Het betreft de locaties Rozendael (beuken en eiken in het bos rondom de overgang) en Station Heino (bomen rondom splitsing Stationsweg). De boommarter kan niet uitgesloten worden. Het plangebied en de directe omgeving van alle locaties is tevens geschikt als foerageergebied voor steenmarter. Het betreft een zeer klein onderdeel van het gehele foerageergebied. Mogelijke verblijfplaatsen (oude dassen en vossenholen, schuren, daken en spouwmuren van gebouwen) zijn niet aangetroffen in het plangebied. Verblijfplaatsen van de steenmarter kunnen op basis van het veldbezoek uitgesloten worden. De directe omgeving van de locaties Rozendael en Heino omvat geschikt leefgebied voor de das. De bosschages in en rondom het plangebied op de locaties Rozendael en Heino zijn geen dassenburchten aangetroffen.
Verblijfplaatsen van de das in het plangebied en de directe omgeving kunnen op basis van het veldbezoek uitgesloten worden. Wel kan de das foerageren in het plangebied. Er is voldoende alternatief foerageergebied voorhanden in de omgeving. Het plangebied betreft geen essentieel foerageergebied. Habitat van andere beschermde grondgebonden zoogdieren is niet aangetroffen in het plangebied of de directe omgeving. Vleermuizen
Bureauonderzoek In en in de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis (NDFF, 2022).
Verblijfplaatsen voor vleermuizen kunnen wel op voorhand worden uitgesloten door het ontbreken van geschikte boomholtes in het plangebied.
Veldbezoek Het plangebied kan verschillende functies hebben voor vleermuizen. Vleermuizen verblijven in boomholtes (o.a. rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis), de watergangen en de bomenrijen kunnen functioneren als vliegroute voor vleermuizen.
Mogelijk worden bomenrijen in en rondom het plangebied gebruikt als foerageergebied. In de directe omgeving is voldoende alternatief foerageergebied waardoor het groen rondom het plangebied geen essentieel foerageergebied betreft.
Er zijn geen geschikte boomholtes aanwezig in de bomen in het plangebied. Verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied zijn uitgesloten. Wel zijn er potentieel geschikte holtes in de directe omgeving van het plangebied aangetroffen. Het betreft de locaties Rozendael (beuken en eiken in het bos rondom de overgang) en Station Heino (bomen rondom splitsing Stationsweg).
15
Datum: 6 mei 2022
Het plangebied is mogelijk geschikt als vliegroute.
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Soortgroep
Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat
Conclusie
De bomenrijen en bosschages op alle locaties worden mogelijk gebruikt als foerageergebied en vliegroute. Dit betreft geen essentieel foerageergebied omdat er voldoende groen elementen in de directe omgeving voorhanden. Reptielen
Bureauonderzoek In de wijde omgeving van het plangebied komen de ringslang en levendbarende hagedis voor (NDFF, 2022, Verspreidingsatlats.nl, 2022, RAVON, 2022).
Aanwezigheid van beschermde reptielen kan worden uitgesloten
Veldbezoek In de omgeving Heino komen kunnen incidenteel beschermde reptielen voorkomen. Het talud is geschikt voor reptielen om te zonnen en de ruigtes (greppel met braamstruweel) bieden dekking. Echter het plangebied op de locaties Rozendael en station Heino sluit niet aan op geschikt leefgebied voor de levendbarende hagedis en de ringslang. De ringslang is gebonden aan oppervlakten laag gelegen natte gebieden en de levendbarende hagedis heeft tevens geschikte oevers en vochtig blijvende gebieden nodig. Beide ontbreken in de omgeving van het plangebied. In het plangebied op locaties station Raalte en Wierden ontbreekt geschikt habitat voor andere beschermde soorten reptielen. Geschikt habitat betreft doorgaans heideterreinen, vennetjes, hoogveen- en laagveengebieden. Amfibieën
Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied is het voorkomen van algemene soorten zoals bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad, kleine watersalamander bekend (NDFF, 2022). Daarnaast komen zwaarder beschermde soorten zoals de kamsalamander en heikikker voor in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2022, Verspreidingsatlas 2022, RAVON 2022). Veldbezoek Aangezien het veldbezoek tijdens de winterrustperiode heeft plaatsgevonden zijn geen waarnemingen van amfibieën gedaan. Mogelijk gebruiken algemene amfibieën zoals gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker de watergangen in het plangebied (alleen locatie station Raalte) en de omgeving als landhabitat. De agrarische watergangen in het plangebied op locatie station Raalte zijn ongeschikt leefgebied voor beschermde amfibieën. Habitat voor beschermde amfibieën zoals de kamsalamander (bos, houtwallen of struweel in de directe omgeving van het voortplantingswater), poelkikker of heikikker ontbreekt in het plangebied. Deze soorten kunnen op basis van habitat worden uitgesloten.
16
Datum: 6 mei 2022
In het plangebied komen mogelijk algemene amfibieën voor. Zwaarder beschermde amfibieën kunnen op basis van habitat worden uitgesloten.
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Soortgroep
Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat
Conclusie
Vissen
Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde soorten vissen bekend (NDFF, 2022; RAVON, 2022).
Beschermde soorten vissen kunnen op basis van habitat worden uitgesloten.
Veldbezoek De agrarische watergangen in het plangebied op locatie station Raalte zijn ongeschikt leefgebied voor beschermde vissoorten. Overige soorten
Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied is het voorkomen van beschermde soorten ongewervelden niet bekend (NDFF, 2022) Veldbezoek Er is geen geschikt habitat aangetroffen van beschermde soorten ongewervelden in het plangebied of de directe omgeving.
3.1.3
Beschermde soorten ongewervelden kunnen op basis van habitat en/of verspreidingsgegevens worden uitgesloten.
Effectbeschrijving
In de onderstaande tabel is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van de werkzaamheden. Tabel 2 Effecten per soortgroep als gevolg van de werkzaamheden Soortgroep
Mogelijke effecten
Algemene broedvogels
Indien gewerkt wordt tijdens het broedseizoen (broedseizoen loop van ca. 15 maart t/m 15 juli).
Ja
Boommarter
Indien er bomen rondom het plangebied gekapt worden (Rozendael en station Heino).
Ja
Vleermuizen
Indien tijdens de kwetsbare periode verlichting op groenstructuren en bebouwing wordt gericht (alle locaties) en wanneer bomen rondom het plangebied gekapt worden (Rozendael en station Heino).
Ja
Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel)
Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen en leefgebied van kleine marterachtigen vernietigd worden. Ook kunnen aanwezige dieren gedood, verwond of verstoord worden.
Ja
Algemene grondgebonden zoogdieren
Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen en leefgebied van algemene grondgebonden zoogdieren vernietigd worden. Ook kunnen aanwezige dieren gedood, verwond of verstoord worden.
Ja
Algemene amfibieën
Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen en leefgebied van algemene amfibieën vernietigd worden. Ook kunnen aanwezige dieren gedood, verwond of verstoord worden.
Ja
17
Datum: 6 mei 2022
Toetsing vereist?
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
3.1.4
Toetsing
3.1.4.1
Beschermingscategorieën relevante soorten
In de onderstaande tabel is per soort of soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort: Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten Beschermingscategorie
Soort/ soortgroep
Vogelrichtlijnsoorten
Algemene broedvogels
Habitatrichtlijnsoorten
Vleermuizen
Andere soorten
Kleine marterachtigen, boommarter
Andere soorten met vrijstelling
Algemene amfibieën & algemene grondgebonden zoogdieren
Er geldt binnen de provincie Overijssel een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën, zie bijlage B. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht, zie verder in mitigerende maatregelen in paragraaf 3.1.5.
3.1.4.2
Overtreding verbodsbepalingen
In de onderstaande tabellen is per soort of soortgroep op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 4 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn
Soort Algemene broedvogels
Lid 1
Lid 2
X
X
Lid 3
Lid 4 X
Als gevolg van Werkzaamheden in het broedseizoen
Verbodsbepalingen: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding.
Indien werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd kunnen broedende vogels of vogels met jongen verstoord worden, waardoor nesten, eieren en/of jongen verloren gaan. Ook kunnen nesten met daarin broedende vogels, eieren of jongen beschadigd worden met de dood van betreffende vogels tot gevolg. Tabel 5 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn.
Soort Vleermuizen
Lid 1|5
Lid 2
X
X
Lid 3
Lid 4 X
Als gevolg van Verstoring van vliegroute vleermuizen tijdens de kwetsbare periode. Kap van bomen met holtes nabij plangebied.
Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
18
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Tabel 6 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 lid 1 ten aanzien van andere soorten.
Soort
a
b
c
Als gevolg van
Bunzing, wezel en hermelijn
X
X
Verwijderen van struweel en bosschages
Boommarter
X
X
Kappen van bomen met holtes
Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
3.1.5
Soortgericht onderzoek
Op basis van de quickscan kan de aanwezigheid van een aantal beschermde soorten niet worden uitgesloten. Omdat bij uitvoering van de werkzaamheden sprake kan zijn van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd voordat beoordeeld kan worden of negatieve effecten uitgesloten kunnen worden en welke maatregelen noodzakelijk zijn. Vleermuizen en boommarter Locaties Rozendael en station Heino Indien bomen met holtes gekapt worden buiten het plangebied dient onderstaand onderzoek uitgevoerd te worden: • Er dient een tweede veldbezoek plaats te vinden om de holtes op geschiktheid voor de boommarter en vleermuizen. Dit dient met een ladder of hoogwerker te gebeuren. • Mocht uit het tweede veldbezoek blijken dat holtes geschikt zijn voor vleermuizen dan dient vervolgonderzoek plaats te vinden: – 3 veldbezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli – 2 veldbezoeken in de periode 15 augustus t/m 1 oktober – Tussen deze veldbezoeken dient minimaal 10 dagen te zitten – Het onderzoeksgebied moet tijdens het veldbezoek te overzien zijn. Dit betekent dat het plangebied moet worden opgedeeld in meerdere onderzoeksgebieden. • Mocht uit het tweede veldbezoek blijken dat holtes geschikt zijn voor de boommarter dan dient vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van de boommarter uitgevoerd te worden.
Kleine marterachtigen Locaties Rozendael, station Heino en station Raalte Indien struwelen en bosschages verwijderd worden dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden met behulp van cameravallen en/of sporenbuizen. Dit onderzoek vindt plaats in de periode april t/m augustus.
3.1.6
Mitigerende maatregelen en zorgplicht
In deze paragraaf zijn de mitigerende maatregelen beschreven die noodzakelijk zijn om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen. Het toepassen van deze maatregelen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is niet vrijblijvend. Verder zijn ook nadere maatregelen noodzakelijk om tegemoet te komen aan de zorgplicht. Met onderstaande maatregelen wordt overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming voorkomen ten aanzien van algemene broedvogels. Algemene broedvogels Alle locaties • Indien bomen en struiken gekapt en verwijderd worden, dient dit voorafgaand aan het broedseizoen van algemene broedvogels uitgevoerd te worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli. Deze periode kan afwijken bij bepaalde weersomstandigheden.
19
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
•
•
Indien de beoogde planning niet wordt behaald en werkzaamheden in het broedseizoen doorlopen dient een controle op nesten te worden uitgevoerd. Indien actieve nesten worden aangetroffen worden de werkzaamheden rondom die locatie gestaakt en na het broedseizoen hervat. Wanneer het een actief nest in een boom of struik naast het spoor betreft kunnen de werkzaamheden doorgaan, aangezien in de huidige situatie al eenzelfde soort verstoring van passerende treinen optreedt. Indien werkzaamheden in het broedseizoen starten dient het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden zodat vogels niet te broeden komen in het plangebied. Dit betekent het verwijderen van struiken en bomen. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden dient een ecoloog te controleren of er geen vogels broeden in het plangebied. Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
Vleermuizen Alle locaties De volgende mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk: • Geen gebruik van verlichting in de periode maart t/m november tussen zonsopkomst en zonsondergang • Indien dit niet mogelijk is dienen maatregelen genomen te worden met betrekking tot verlichting zoals: • Voorkom verlichting richting bosschages rondom het plangebied • Gebruik vleermuisvriendelijke verlichting. • Het verlichtingsplan dient goedgekeurd te worden door een ter zake kundige ecoloog. Zorgplicht Alle locaties De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. Werk bij het snoeien/ maaien één richting op en maai richting de westkant van het plangebied. Op deze manier kunnen soorten fauna vluchten richting het gebied waar niet gewerkt wordt.
20
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
4
Conclusie en vervolgstappen
Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden op voor algemene broedvogels, vleermuizen, boommarters en kleine marterachtigen. Ten aanzien van algemene broedvogels dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Daarnaast dient soortgericht onderzoek naar kleine marterachtigen uitgevoerd te worden (§3.1.5). Indien bomen met holtes gekapt worden dient tevens soortgericht onderzoek naar vleermuizen en de boommarter uitgevoerd te worden. Indien buiten het broedseizoen van algemene broedvogels wordt gewerkt is er geen sprake van overtreding van verbodsbepaling van artikel 3.1 en 3.5 van de Wet natuurbescherming. Het broedseizoen loopt van ca. 15 maart t/m 15 juli. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt volgens de onderstaande mitigerende maatregelen is er geen sprake van overtreding van verbodsbepaling van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Algemene broedvogels Alle locaties • Indien bomen en struiken gekapt en verwijderd worden, dient dit voorafgaand aan het broedseizoen van algemene broedvogels uitgevoerd te worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli. Deze periode kan afwijken bij bepaalde weersomstandigheden. • Indien de beoogde planning niet wordt behaald en werkzaamheden in het broedseizoen doorlopen dient een controle op nesten te worden uitgevoerd.
Indien actieve nesten worden aangetroffen worden de werkzaamheden rondom die locatie gestaakt en na het broedseizoen hervat. Wanneer het een actief nest in een boom of struik naast het spoor betreft kunnen de werkzaamheden doorgaan, aangezien in de huidige situatie al eenzelfde soort verstoring van passerende treinen optreedt. • Indien werkzaamheden in het broedseizoen starten dient het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden zodat vogels niet te broeden komen in het plangebied. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden dient een ecoloog te controleren of er geen vogels broeden in het plangebied. Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Vleermuizen Alle locaties De volgende mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk: • Geen gebruik van verlichting in de periode maart t/m november tussen zonsopkomst en zonsondergang • Indien dit niet mogelijk is dienen maatregelen genomen te worden met betrekking tot verlichting zoals: • Voorkom verlichting richting bosschages rondom het plangebied • Gebruik vleermuisvriendelijke verlichting. • Het verlichtingsplan dient goedgekeurd te worden door een ter zake kundige ecoloog. Zorgplicht Alle locaties De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan.
Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. Werk bij het snoeien/ maaien één richting op en maai richting de westkant van het plangebied. Op deze manier kunnen soorten fauna vluchten richting het gebied waar niet gewerkt wordt.
21
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Bijlage A Wettelijk kader wet natuurbescherming
Soortenbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. Zorgplicht De Wnb kent een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade aan soorten te voorkomen, ook voor soorten die niet beschermd zijn (artikel 1.11, lid 1). Dit houdt in ieder geval in dat handelen of nalaten van handelen dat schadelijk kan zijn zo veel mogelijk achterwege gelaten dient te worden (artikel 1.11, lid 2). Deze algemene zorgplicht geldt altijd en overal, met slechts als uitzondering handelingen die op grond van de Visserijwet worden uitgevoerd (artikel 1.11, lid 3).
Categorieën De wet onderscheidt drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • • •
Soorten Vogelrichtlijn, ook wel Vogelrichtlijnsoorten genoemd (Wnb §3.1) Soorten Habitatrichtlijn, ook wel Habitatrichtlijnsoorten genoemd (Wnb §3.2) Andere soorten (Wnb §3.3)
Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (artikel 3.1 lid 1). Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in (artikel 3.5 lid 1): • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in (artikel 3.5, lid 5): • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern. Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat echter in de Wnb §3.2 “soorten Habitatrichtlijn” als titel heeft, wordt dit ook hier zo gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming.
Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (artikel 3.10, lid 1 onder a en c). 22
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Verbodsbepalingen Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om (artikel 3.1): • •
in het wild levende vogels te doden of te vangen (lid 1). opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (lid 2). • eieren te rapen en deze onder zich te hebben (lid 3). • opzettelijk te storen (lid 4), tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (lid 5). Voor Habitatrichtlijnsoorten is het verboden om (artikel 3.5): • • • • •
in het wild levende dieren in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen (lid 1). opzettelijk te verstoren (lid 2). eieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen (lid 3). de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen (lid 4). planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (lid 5). Voor Andere soorten is het verboden om (artikel 3.10, lid 1): • • •
in het wild levende dieren opzettelijk te doden of te vangen (onderdeel a); de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen (onderdeel b). vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (onderdeel c).
Hierboven is voor Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten aangegeven dat verstoring niet is toegestaan. Niet iedere verstoring in het kader van de wet is relevant is. Het moet gaan om verstoring die voor soorten in potentie wezenlijke gevolgen heeft. Een tijdelijke verandering van gedrag valt hier niet zonder meer over. Zie voor meer informatie het volgende tekstkader. Juridisch kader verstoring beschermde soorten Niet iedere toename van verstoringsbronnen leidt tot een daadwerkelijk effect dat in het kader van de wet is voorzien als verstoring. Voor een individu dat sprake is van opzettelijke verstoring als niet in de directe omgeving (tijdelijk) uitwijkmogelijkheden voor handen zijn en de functionaliteit van het leefgebied door verstoring wordt aangetast. Dit si verschillende keren bevestigd door de Raad van State. Hieronder staan twee delen van uitspraken waarin dit bevestigd is: ECLI:NL:RVS:2009:BI3701: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 21 november 2007 in zaak nr.
200607283/1) geldt als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, moet worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van de Ffw.” ECLI:NL:RVS:2020:1125: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 23 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM8836), geldt bij de uitleg van artikel 10 van de Flora- en faunawet als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving een opzettelijke verontrusting is in de zin van die bepaling. Het tijdelijk (doen) wegvluchten voor werkzaamheden naar een rustiger plek kan niet worden aangemerkt als opzettelijke verontrusting in de zin van deze bepaling. De Afdeling volgt deze interpretatie eveneens ten aanzien van het in het vierde lid van artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb neergelegde verbod van opzettelijke storing.”
Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode
23
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode (artikel 3.31, lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik; d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van LNV kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (artikel 3.3, lid 2-4; artikel 3.8, lid 2-5; artikel 3.10, lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van LNV en de afzonderlijke provincies).
De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van EZ het gevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie. De provincie Overijssel heeft een vrijstelling verleend voor de volgende soorten: Zoogdieren • • • • • • • • • •
Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Gewone bosspitsmuis Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis
• • • •
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
Amfibieën • Bastaardkikker • Bruine kikker • Gewone pad • Kleine watersalamander • Meerkikker
Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (artikel 3.3 lid 1 en 3; artikel 3.8 lid 1 en 3; artikel 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per beschermingscategorie: Voor Vogelrichtlijnsoorten moet voor een ontheffing worden voldaan aan de volgende voorwaarden (artikel 3.3, lid 4): • •
24
er bestaat geen andere bevredigende oplossing (onderdeel a). het project is nodig (onderdeel b): – 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; – 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; – 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; – 4°. ter bescherming van flora of fauna; – 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of – 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;
Datum: 6 mei 2022