NRD_bijlage4_NKA_incl_factsheets
Tekst van het document
OV
Openbaar vervoer.
OWN
Onderliggend wegennet
Plaatsgebonden risico (PR)
Het risico op een bepaalde plaats, uitgedrukt in de kans per jaar om buiten een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig (mogen) zijn, te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval met die stoffen binnen die inrichting.
PlanMER
Brengt in beeld wat de milieueffecten zijn van de alternatieven die voorliggen. Het PlanMER heeft een globaal karakter, passend bij het abstractieniveau van de fase (bijvoorbeeld verkenning). De alternatieven in het PlanMER richten zich op de maatgevende keuzes met de meest onderscheidende milieueffecten. Het PlanMER levert MER-milieu-informatie op die gebruikt wordt in de alternatievenafweging om uiteindelijk tot een voorkeursalternatief te komen.
PM10 en PM2,5
Fijn stof wordt vaak afgekort tot PM, wat afkomstig is van de Engelse afkorting voor 'Particulate Matter'. Fijn stof betreft alle deeltjes in de lucht kleiner dan 10 micrometer. Deeltjes kleiner dan 0,1 μm worden aangeduid als ultra fijnstof (UFP). Voor PM10 en PM2,5 gelden wettelijke grenswaarden. Binnen het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit worden concentraties van PM 10 en PM2,5 gemeten. PM10 is fijn stof kleiner dan 10 μm. PM2,5 is fijnstof kleiner dan 2,5 μm.
Ruimtelijke kwaliteit
Met ruimtelijke kwaliteit wordt de omgeving van de N35 bedoeld met de juiste mix van een hoge gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Hierbij gaat het ook om identiteit en imago van het gebied. Voor de N35 is onderscheid gemaakt in vier kernkwaliteiten die de N35 en de positie van deze weg in het landschap typeren: Kommen en kanalen, Landgoederen en boskamers, Essen en velden en Bos en Heide.
RVMO
Regionaal Verkeersmodel Overijssel
Rijstrokenschema
Als onderdeel van het functioneel ontwerp wordt de weg schematisch weergeven in een rijstrokenschema. Voor de huidige en toekomstige situatie wordt het aantal rijstroken aangegeven, maar bijvoorbeeld ook waar een parallelweg langs de hoofdijbaan ligt, waar zijwegen aanwezig zijn, kruispunten, aansluitingen en dergelijke. Het rijstrokenschema is bedoeld om verkeerskundig gezien alternatieven (snel) met elkaar te kunnen vergelijken
Saneringsdrempel
De saneringsdrempel is de grens die wordt gesteld aan het geluidniveau van de weg op de gevel van een woning (in de meeste gevallen 65 dB). Is het geluid van rijkswegen aan de buitenzijde bij een woningen boven de saneringsdrempel van 65 dB, dan wordt er onder bepaalde voorwaarden gesaneerd. Saneren wil hier zeggen: zorgen dat het geluid bij of in de woningen wordt verminderd.
SW
Stroomweg
Variant
Een variatie op een alternatief op een (klein) onderdeel, subkeuze binnen een alternatief.
VISSIM
een dynamisch verkeersmodel
VRI
Verkeersregelinstallatie
SW
Stroomweg
TEN-T
Trans Europees Netwerk Transport
Vilstiftschets
Als onderdeel van het functioneel ontwerp zijn viltstiftschetsen nodig. Deze geven de mogelijke oplossingen weer met dikke lijnen om zo inzicht te geven in de verkeerstechnische oplossing voor de N35, de aangrenzende wegen en parallelstructuur. De lijnen geven globaal de aanpassing aan, het is nog geen detailuitwerking. De ligging houdt nog geen rekening met bestaande functies en waarden. Een viltstiftschets is noodzakelijk als keuzes gemaakt worden op het gebied van aansluitingen en knooppuntvormen. De viltstiftschetsen zijn bedoeld om in beeld te brengen welke gevolgen de aanpassing heeft. Het geeft een eerste indruk van de impact op de omgeving en biedt informatie om keuzes te maken die een relatie hebben met de omgeving (zoals liggingen en vorm van aansluitingen en knooppunten).
62
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-9778:9 - Datum: 21 februari 2024 - Public
NOTITIE KANSRIJKE ALTERNATIEVEN
Afkorting / begrip
Toelichting
WLO
Welvaart en Leefomgeving. De studie ‘Nederland in 2030-2050: twee referentiescenario’s – Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving’, kortweg WLO, is de basis voor veel beleidsbeslissingen op het gebied van de fysieke leefomgeving in Nederland. De WLO is opgesteld door het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en het CPB (Centraal Planbureau).
Zeef 1
Binnen de MIRT-systematiek wordt gewerkt middels opeenvolgende stappen (zeven). Zeef 1 betreft de analytische fase in het proces.
Zeef 2
Binnen de MIRT-systematiek wordt gewerkt middels opeenvolgende stappen (zeven). Zeef 2 betreft de beoordelingsfase in het proces.
63
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-9778:9 - Datum: 21 februari 2024 - Public
NOTITIE KANSRIJKE ALTERNATIEVEN
Bijlage 1 BO MIRT afspraken BO MIRT Afspraken (november 2020) over de N35 Wijthmen – Nijverdal. • •
• • • • • •
64
Rijk en regio stellen het verkeerskundig onderzoek N35 Wijthmen – Nijverdal van Arcadis, de aanvullende bestuurlijke notitie en de verdiepende analyse van de tracés en kruispunten van de N35 vast. Rijk en regio kiezen voor een gezamenlijke, gefaseerde en adaptieve aanpak om naar een eindbeeld voor de N35 toe te gaan. Daarbij wordt uitgegaan van het wegbeeld van een regionale stroomweg, waarbij de aanpak een toekomstige uitbreiding naar 2x2 rijstroken nog mogelijk maakt. Voor het Rijk staat daarbij de verbetering van de verkeersveiligheid op het traject voorop. Rijk en de regio werken als onderdeel van de gezamenlijke adaptieve aanpak ook een toekomstbeeld van de N35 uit met als centrale vraag hoe het eindbeeld van de N35 eruit komt te zien en welke stappen we daarvoor zetten. In het BO MIRT van 2021 wordt hierover terug gerapporteerd. Voor de N35 besluiten Rijk en regio het gedeelte Wijthmen-Raalte aan te pakken in een toekomstvaste 2x1 opzet met ongelijkvloerse kruisingen, 2 kruispunten te verbeteren tussen Raalte en Nijverdal en een rondweg Mariënheem 2x1 te realiseren (ook toekomstvast). Rijk en regio reserveren ieder € 100 miljoen, zodat in totaal € 200 miljoen beschikbaar is voor de realisatie. De rijksbijdrage is inclusief btw. Hiermee is voldaan aan minimaal 75 % van de middelen die beschikbaar moeten zijn voor de uitwerking in een verkenning.
In de uitwerking zoeken Rijk en regio naar kosten efficiënte oplossingen bij de aanleg van kunstwerken. Meerkosten boven de € 200 miljoen worden 50/50 verdeeld tussen Rijk en regio. De provincie heeft voor de uitvoering van de projecten voor de N35 Wijthmen – Nijverdal maximaal € 120 miljoen beschikbaar en stelt voor deze fase € 100 miljoen beschikbaar behoudens goedkeuring door Provinciale Staten. De provincie Overijssel neemt het voortouw bij de planologische uitwerking en besluitvorming. Het Rijk voert het project uit.
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-9778:9 - Datum: 21 februari 2024 - Public
NOTITIE KANSRIJKE ALTERNATIEVEN
Bijlage 2 Factsheets
65
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-9778:9 - Datum: 21 februari 2024 - Public
Factsheets (Bijlage 2 bij Notitie Kansrijke Alternatieven) MIRT-Verkenning N35 Wijthmen-Nijverdal Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Inhoudsopgave 1
Over de factsheets
4
1.1
Alternatieven startbeslissing
5
1.2
Opzet factsheets en trajecten
6
2
Beoordelingskader
8
3
Overzicht oplossingen
15
3.1
20
Alternatief 1
Factsheet N35 bermverharding (traject 1 t/m 7 en 10 t/m 11)
21
Factsheet Hagenweg (traject 2)
24
Factsheet Het Reelaer (traject 7)
30
Factsheet Mariënheem (traject 10)
37
Factsheet Nijverdalseweg (traject 10)
45
Factsheet Tunnelweg en Grotestraat (traject 11)
49
3.2
55
Alternatief 2
Factsheet Koelmansstraat (traject 1)
56
Factsheet Hagenweg / Overijssels Kanaal (traject 2)
63
Factsheet parallelstructuur Overijssels Kanaal-rondweg Heino (traject 3)
72
Factsheet Rondweg Heino: 1 of 2 aansluitingen vanuit verkeerkundig oogpunt (traject 4 t/m 6)
77
Factsheet Dalfserweg (traject 4)
85
Factsheet Lentheweg en Lemelerveldseweg (traject 4 en 5)
93
Factsheet Berkendijk (traject 6)
106
Factsheet parallelstructuur Heino-Raalte (traject 7)
113
Knooppunt Raalte (traject 8)
119
Raalte - N348 (traject 9)
120
Factsheet N348 Ommerweg/Almelosestraat (traject 10)
121
Factsheet Mariënheem (traject 10)
133
Factsheet na Nijverdalseweg t/m Grotestraat (traject 11)
143
Afkortingen en begrippen
149
Bijlage 1 Referenties
153
Bijlage 2 Totaaloverzicht scores alternatief 1 en 2
154
Bijlage 3 Rijstrokenschema’s referentie (nul-alternatief), alternatief 1 en 2
155
Colofon
156
3
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
1
Over de factsheets
Deze factsheets zijn onderdeel van de MIRT-Verkenning N35 Wijthmen-Nijverdal. Deze MIRT-Verkenning heeft als doel om via een goed navolgbaar en getrechterd proces tot een onderbouwde voorkeursbeslissing te komen om de barrièrewerking/oversteekbaarheid, verkeersveiligheid en doorstroming van de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal te verbeteren. De verkenning kent 4 fasen, zie onderstaand schema.
Figuur 1 Fasen MIRT-verkenning
Voorliggende factsheets zijn opgesteld ten behoeve van de besluitvorming in de analytische fase over de kansrijke alternatieven en bevatten een samenvatting van de mogelijke oplossingsrichtingen en de beoordeling op basis van het beoordelingskader zeef 1. De analytische fase heeft tot doel de totale bandbreedte van mogelijke oplossingsrichtingen inzichtelijk te maken en om uit het totale scala de beste richtingen te selecteren. Vanuit de probleemanalyse en de alternatieven uit de Startbeslissing zijn de mogelijke oplossingsrichtingen bepaald. In het voorjaar van 2023 zijn in dat kader ontwerpateliers georganiseerd om de mogelijke oplossingsrichtingen te bepalen. De mogelijke oplossingsrichtingen zijn vervolgens met een beoordelingskader afgewogen (‘zeef 1-moment’) om te komen tot kansrijke alternatieven. Aan het einde van de analytische fase wordt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld waarmee de m.e.r.-procedure wordt gestart. De NRD is ook het startdocument voor de beoordelingsfase van de verkenning. In de beoordelingsfase wordt het (eerste fase) milieueffectrapport (planMER) opgesteld en worden de kansrijke alternatieven, zoals vastgelegd in de NRD, meer gedetailleerd beoordeeld en afgewogen (‘zeef 2’moment). Het eindresultaat van de verkenning is de voorkeursbeslissing van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het voorkeursalternatief1.
1
4
De MIRT Verkenning N35 Wijthmen - Nijverdal volgt de Tracéwetprocedure met een sectorale structuurvisie en planMER. Als de Omgevingswet (Ow) in werking treedt voordat een ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd betreft het een (ontwerp) voorkeursbeslissing.
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
1.1
Alternatieven startbeslissing
In de startbeslissing zijn naast het nulalternatief (referentiealternatief) twee alternatieven benoemd die voorzien in infrastructurele verbeteringen aan de N35: • Alternatief 1: nul-plus-alternatief • Alternatief 2: BO MIRT 2020-alternatief. Het referentiealternatief wordt uitgewerkt om de effecten van de aanpassingen uit de alternatieven 1 en 2 te kunnen vergelijken met deze situatie (2040). De autonome ontwikkelingen en andere al besloten (of vergevorderde) maatregelen in lopende projecten zijn daarbij onderdeel van het referentiealternatief. Hierbij gaat het om: • De realisatie van maatregelen uit het project N35: Verbeteren verkeersveiligheid Wijthmen-Nijverdal. Daarbij wordt onder andere voorzien in twee bajonet kruispunten (Zwolseweg en ’t Reelaer) en een rechts in/rechts uit aansluiting bij de Stationsweg. • De N35 Verbeteringen knooppunt Raalte (N35- N348 Deventerweg als ongelijkvloerse aansluiting). • Voor het N35-traject Nijverdal-Wierden ten oosten van het studiegebied wordt daarnaast uitgegaan van een stroomweg met 2x2 rijstroken, ongelijkvloerse aansluitingen en een maximumsnelheid van 100 km/uur. In alternatief 1 (nul-plus-alternatief) wordt de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal ingericht als een ‘optimale gebiedsontsluitingsweg (GOW)’.
Dit betekent dat wordt voldaan aan de basis richtlijnen volgens het Handboek wegontwerp – Gebiedsontsluitingswegen (2013), bijvoorbeeld met betrekking tot obstakelafstanden en vormgeving en inrichting van kruispunten en aanvullende parallelwegen om ongeregelde aansluitingen te voorkomen. In alternatief 2 (BO MIRT 2020-alternatief) wordt uitgegaan van verdergaande maatregelen. Hierbij wordt de N35 tussen Wijthmen en Raalte opgewaardeerd naar een stroomweg 2x1 rijstroken 100 km/uur met ongelijkvloerse aansluitingen. De aansluiting N348 (Ommerweg) blijft in de basis van dit alternatief gelijkvloers (kruispunt) waarna de N35 om Mariënheem wordt geleid (2x1 rijstroken, 100 km/uur). In de verkenning is ook een gecombineerde ongelijkvloerse aansluiting voor de N348 Ommerweg/Almelosestraat als variant onderzocht. Na Mariënheem wordt de N35 weer een gebiedsontsluitingsweg, 80 km/uur met kruispunten waarvan de inrichting is verbeterd ten behoeve van de doorstroming. Tevens omvat dit alternatief aanvullende parallelwegen om ongeregelde aansluitingen te voorkomen. In zowel alternatief 1 en 2 is geen sprake van een verbreding naar 2x2 rijstroken. Door experts en vanuit inbreng door de projectomgeving (onder andere buurttafels en informatiebijeenkomsten) zijn de mogelijke oplossingen (varianten) binnen de alternatieven uit de startbeslissing bepaald in het projectgebied.
Deze mogelijke oplossingen zijn in factsheets per traject kwalitatief beoordeeld op de bijdrage om de doorstroming, verkeersveiligheid en leefbaarheid te verbeteren en de effecten op andere milieuaspecten op hoofdlijnen. De factsheets zijn een bijlage bij de Notitie Kansrijke Alternatieven (NKA). De NKA is een bijlage in de NRD.
Figuur 2 Nul-alternatief (referentiealternatief) (aangepast figuur uit ‘Startbeslissing N35 Wijthmen-Nijverdal, 2022’)
5
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Figuur 3 Alternatief 1 (nul-plus alternatief), optimaal ingerichte gebiedsontsluitingsweg zonder capaciteitsuitbreiding N35 (aangepast figuur uit ‘Startbeslissing N35 Wijthmen-Nijverdal, 2022’)
Figuur 4 Alternatief 2 (BO MIRT alternatief) (aangepast figuur uit ‘Startbeslissing N35 Wijthmen-Nijverdal, 2022’)
1.2
Opzet factsheets en trajecten
Het te onderzoeken tracé van de N35 Wijthmen-Nijverdal is opgeknipt in 11 trajecten, zie figuur 5. Het N35-traject bij Raalte (traject 8) maakt geen deel uit van de scope van de MIRT verkenning. Voor dit traject wordt uitgegaan van de situatie dat hier een ongelijkvloerse aansluiting komt (N35 Verbeteringen knooppunt Raalte). Voor de infrastructurele oplossingen binnen de trajecten zijn factsheets opgesteld. De factsheets bestaan telkens uit de volgende onderdelen: • Beschrijving van de bestaande infrastructuur (inclusief autonome ontwikkeling). • Beschrijving van de mogelijke varianten. • Schets / visualisatie van de mogelijke varianten (‘viltstiftkaarten’ met indicatieve weergave van aanpassing). • Beoordeling van de mogelijke varianten. De mogelijke varianten zijn afgezet tegen de voorziene autonome situatie in 2040. Daarbij is ervan uitgegaan dat reeds op korte termijn de algemene maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren zijn uitgevoerd (onderdeel van het referentiealternatief). 6
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Figuur 5 Overzicht trajecten N35 Wijthmen-Nijverdal Traject Beschrijving
Hectometer [van circa-tot circa]
1
N35 ter hoogte van Koelmansstraat
8.3 - 8.9
2
N35 ter hoogte van Hagenweg en Overijssels kanaal
8.9 - 10.4
3
N35 vanaf Overijssels kanaal tot rondweg Heino
10.4 - 12.4
4
Rondweg Heino ter hoogte van kruispunt Dalfserweg
12.4 - 13.4
5
Rondweg Heino ter hoogte van kruising Lemelerveldseweg
13.4 - 14.9
6
Rondweg Heino ter hoogte van kruispunt Raalterdwarsweg en Berkendijk
14.9 - 16.3
7
N35 vanaf rondweg Heino tot knooppunt Raalte
16.3 - 18.1
8
Knooppunt Raalte (separaat project)
18.1 - 20.2
9
N35/N348 van knooppunt Raalte tot en met Overijssels Kanaal (zijkanaal Lemelerveld-RaalteDeventer)
20.2 - 20.9
10
N35/N348 ter hoogte van kruispunt N348 Ommerweg, N35 door Mariënheem, mogelijke rondweg Mariënheem en kruispunt Nijverdalseweg
20.9 - 26.6
11
N35 na Nijverdalseweg tot en met kruispunt Grotestraat bij Nijverdal, inclusief kruispunten Stationsweg en Tunnelweg
26.6 - 32.4
7
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
2
Beoordelingskader
Beoordelingskader zeef 1 Deze mogelijke alternatieven en varianten worden afgewogen met het beoordelingskader zeef 1 om te bepalen wat de kansrijke alternatieven zijn. Het detailniveau in de analytische fase van de verkenning is gericht op het mogelijk maken van het bepalen van de kansrijke alternatieven (‘zeef 1’). De focus ligt in het effectenonderzoek daarbij op onderscheidende en/of grote nadelige effecten, De wijze waarop de effecten worden beoordeeld kan kwalitatief, kwantitatief of een combinatie van beide (semikwantitatief) zijn. In het geval van een kwalitatieve beoordeling zoals in de analytische fase van een verkenning het geval is, is er sprake van een oordeel op basis van expert judgement. Hieraan liggen in principe geen berekeningen ten grondslag. Bij een semi-kwantitatieve beoordeling is er sprake van een kwalitatieve beoordeling, maar wel op basis van ondersteunende data in de vorm van bijvoorbeeld kaartbeelden. In tabel 1 tot en met tabel 3 is het beoordelingskader opgenomen voor de analytische fase (zeef 1) van de verkenning. De alternatieven en varianten worden met dit beoordelingskader kwalitatief beoordeeld om te bepalen welke kansrijk zijn. In de volgende fase van de verkenning (de beoordelingsfase (zeef 2) wordt een planMER opgesteld en ligt het detailniveau hoger waarbij effecten ook kwantitatief worden onderbouwd.
De kern voor zeef 1 is het beantwoorden van de volgende drie vragen per alternatief en/of variant: 1. Heeft de oplossing voldoende doelbereik (probleemoplossend vermogen)? Het doelbereik wordt getoetst aan de hand van de bijdrage aan de drie projectdoelstellingen. 2. Is er sprake van no-go’s, onoverkomelijke belemmeringen en/of zwaarwegende effecten, die kunnen leiden tot niet vergunbaarheid of onacceptabele oplossingen? Voor diverse aspecten worden effecten (zonder aanvullende maatregelen om de effecten te voorkomen of beperken) op basis van expert judgement bepaald. Hierbij wordt ook gekeken naar het effect op verkeersstromen buiten de N35. 3. Is de oplossing (op alternatiefniveau) realiseerbaar en maakbaar binnen het beschikbaar gestelde budget? Voor de verschillende mogelijke varianten worden kosten bepaald. Dit geeft inzicht of het budget toereikend is. De factsheets bevatten de beslisinformatie om de alternatieven en mogelijke varianten af te wegen op kansrijkheid (zeef 1). In de Notitie Kansrijke alternatieven (NKA) wordt ingegaan op de afweging/trechtering van de beoordeelde alternatieven en varianten. In de NKA wordt niet alleen naar de afzonderlijke trajecten gekeken, maar ook rekening gehouden met de samenhang tussen trajecten. Tabel 1 Beoordelingskader zeef 1 Analytische fase verkenning N35 Wijthmen-Nijverdal - doelbereik Thema
Methode
Toelichting
Wanneer kansrijk?
Probleemoplossend Verkeersveiligheid vermogen – Verkeersveiligheid
Kwalitatief
Beoordeling effect maatregelen op HWN en OWN.
Alternatief/variant verbetert de verkeersveiligheid
Probleemoplossend Doorstroming vermogen – Bereikbaarheid
Kwalitatief
Op basis van intensiteiten en I/Cverhoudingen huidige en toekomstige (2040) situatie, afkomstig uit NRM.
Alternatief/variant verbetert de doorstroming.
Probleemoplossend vermogen –Bereikbaarheid
Betrouwbaarheid
Kwalitatief
Beoordeling op basis van kwantitatieve gegevens (zie bronnen bij doorstroming)
Alternatief/variant verbetert de betrouwbaarheid.
Probleemoplossend vermogen –Bereikbaarheid
Robuustheid netwerk
Kwalitatief
Op basis van I/C verhoudingen
Probleemoplossend vermogen –Bereikbaarheid
Toekomstvastheid: Uitbreidbaar naar 2x2 rijstroken (adaptiviteit)
Kwalitatief
Toets of een eventuele 2x2 rijstroken niet onmogelijk wordt gemaakt.
Probleemoplossend vermogen –Bereikbaarheid
Netwerkeffecten (inclusief samenhang HWN/OWN)
Kwalitatief
Verkeersaantrekkende werking. Hierbij gaat het om het effect op de omliggende wegen.
Probleemoplossend Leefbaarheid/barrièrewerking Kwalitatief vermogen – (oversteekbaarheid) Leefbaarheid/ barrièrewerking
Op basis van o.a. verandering in oversteeklocaties, ligging varianten en of de situatie leefbaarder wordt.
8
Aspect
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Bij verbetering van Leefbaarheid/ barrièrewerking (oversteekbaarheid)
FACTSHEETS
Tabel 2 Beoordelingskader zeef 1 Analytische fase verkenning N35 Wijthmen-Nijverdal – thema’s: Duurzaamheid & Milieuaspecten (externe effecten) Thema
Aspect
Methode
Toelichting
Wanneer kansrijk?
Duurzaamheid
Duurzaamheid
Kwalitatief
Beoordeling op verschil in materiaalgebruik en CO2 impact bij aanleg, gebruik, beheer en onderhouden
Als er geen onoverkomelijke belemmeringen zijn.
Duurzaamheid
Duurzaamheid
Kwalitatief
Beoordeling mate en type overige duurzaamheidskansen en ambities. Kwalitatief op basis expert judgement
Als er geen onoverkomelijke belemmeringen zijn.
Milieuaspecten
Geluid
Kwalitatief
(externe effecten)
Luchtkwaliteit
Kwalitatief
Externe veiligheid
Kwalitatief
Er wordt beoordeeld of er sprake is van Als er geen eventuele belemmeringen en kansen (o.a. onoverkomelijke op basis van geïnventariseerde waarden belemmeringen zijn. en expert judgement).
Gezondheid
Kwalitatief
Natuur2
Kwalitatief
Archeologie en cultuurhistorie Kwalitatief Landschap en ruimtelijke kwaliteit
Kwalitatief
Bodem
Kwalitatief
Ontplofbare oorlogsresten
Kwalitatief
Water en klimaatadaptatie
Kwalitatief
Gebruiksfuncties
Kwalitatief
Tabel 3 Beoordelingskader zeef 1 Analytische fase verkenning N35 Wijthmen-Nijverdal – thema Haalbaarheid Thema
Aspect
Methode
Toelichting
Wanneer kansrijk?
Haalbaarheid
Kosten
Kwantitatief Er wordt een kostenraming De kosten geven (SSK, betrouwbaarheid +/-40%) opgesteld inzicht of het budget van het functioneel ontwerp (FO) van de toereikend is. alternatieven 1 en 2. Kosten van varianten op basis van elementen uit raming van het alternatief.
Haalbaarheid
Risico’s
Kwalitatief
Waar bekend zijn op lokaal niveau de risico’s benoemd. Risico’s op alternatiefniveau zoals bijvoorbeeld stikstofproblematiek zijn niet meegenomen in de factsheets.
Haalbaarheid
Draagvlak
Kwalitatief
Op basis van informatie uit het participatieproces is draagvlak ingeschat.
Haalbaarheid
Uitvoeringshinder
Kwalitatief
Methode van beoordelen De effecten van de mogelijke varianten in de analytische fase worden inzichtelijk gemaakt door deze te vergelijken met de referentiesituatie 2040. De referentiesituatie gaat uit van de bestaande weginrichting. Daarbij wordt wel uitgegaan dat de toekomstige ontwikkelingen waarover al een besluit is genomen of de besluitvorming vergevorderd is, zijn gerealiseerd. Dit zijn de zogenaamde autonome ontwikkelingen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de reeds voorziene korte-termijn-maatregelen van het project N35: Verbeteren verkeersveiligheid Wijthmen-Nijverdal, de in voorbereiding zijnde aanpassing van Knooppunt Raalte, de verbreding van de N35 Nijverdal-Wierden, geluidmaatregelen uit het Meerjaren Programma Sanering Geluidhinder (MJPG).
2
9
Dit betreft beoordeling van de gebruiksfase. Voor de realisatie geldt dat (onder de huidige omstandigheden) er op voorhand voor geen enkele variant effect is uitgesloten.
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Voor de beoordeling van de beschreven effecten van de alternatieven en varianten wordt gebruik gemaakt van de scoremethodiek zoals opgenomen in tabel 4, met scores van - - tot ++. De effecten worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie 2040. De kwalitatieve scores worden waar mogelijk en zinvol gebaseerd op kwantitatieve gegevens, bijvoorbeeld op basis van intensiteiten en I/C-verhoudingen afkomstig uit NRM data. Tabel 4 Beoordelingsschaal Score
Toelichting
++
Zeer positief effect ten opzichte van referentie
+
Positief effect ten opzichte van referentie
0
Geen effect ten opzichte van referentie
-
Negatief effect ten opzichte van referentie
--
Zeer negatief effect ten opzichte van referentie
Beoordeling van het thema doelbereik (probleemoplossend vermogen) Verkeersveiligheid In 2021 is een studie naar de verkeersveiligheid van de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal uitgevoerd 3 om de verkeersveiligheidsrisico’s op de hoofdrijbaan en parallelstructuur in de bestaande situatie in beeld te brengen 4. Dit is de basis voor de verkeersveiligheidsscores in zeef 1. Per variant is in de factsheets aangegeven of de situatie verbetert of verslechtert ten opzichte van de referentiesituatie. Bereikbaarheid De probleemanalyse is in deze verkenning geactualiseerd (zie NKA hoofdstuk 2). Hierbij is gebruik gemaakt van het Nederlands Regionaal Model Oost (versie RP2023, hierna aangeduid als NRM2023). Voor het bepalen van de verkeerskundige effecten op de omliggende wegen is gebruik gemaakt van het regionale verkeersmodel (RVMO). Per variant is in de factsheets aangegeven of de situatie verbetert of verslechtert ten opzichte van de referentiesituatie. Leefbaarheid / barrièrewerking Uit de probleemanalyse volgt dat er knelpunten zijn op het gebied van barrièrewerking onder andere veroorzaakt door een slechte oversteekbaarheid van de N35, waardoor gebieden aan weerszijden niet veilig bereikbaar zijn voor alle typen verkeer en weggebruikers. De N35 kruist de bebouwde kom van Mariënheem waardoor dit, naast verkeersveiligheid, ook een knelpunt is voor de leefbaarheid.
Aanpassingen aan de N35 kunnen er toe leiden dat de oversteekbaarheid beter of slechter wordt. Ook kan de kwaliteit van de woon- en leefomgeving kan veranderen als gevolg van een aanpassing aan de N35 of parallelweg. Dit kan worden veroorzaakt door een aanpassing in de (recreatieve) routes, meer verkeer op de N35, toe- en afnames van verkeer op andere wegen waardoor de oversteekbaarheid verbeterd of verslechterd. Per variant is in de factsheets op basis van expert judgement aangegeven of de situatie verbetert of verslechtert ten opzichte van de referentiesituatie. Beoordeling van het thema duurzaamheid & milieuaspecten (externe effecten) Duurzaamheid Onderdeel van de MIRT-Verkenning is het organiseren van sessies op het gebied van duurzaamheid. Op 24 januari 2023 heeft een werksessie Omgevingswijzer en Ambitieweb plaatsgevonden. Het invullen van de omgevingswijzer is de eerste stap in het komen tot een gezamenlijke duurzaamheidsambitie met bijbehorende kansen. De omgevingswijzer bevat 12 thema’s (Circulaire Economie (CE) & materialen, Energie, Water & klimaatadaptatie, Bodem, Ecologie, Ruimtegebruik, Ruimtelijke kwaliteit, Welzijn & gezondheid, Sociale relevantie, Bereikbaarheid, Vestigingsklimaat en Investeringen). De mate waarop in een project wordt ingezet op duurzame maatregelen is bepalend voor de beoordeling op deze thema’s in de omgevingswijzer.
Zo is het mogelijk om te werken met minder, of hergebruikte/gerecyclede materialen. Veel thema’s uit deze omgevingswijzer zijn apart beoordeeld in de factsheets. Duurzaamheid is in de factsheets alleen beoordeeld op basis van onderscheid tussen de varianten in grondverzet, materiaalgebruik en/of mate van omrijden. Hiervoor geldt dat dit in principe alle varianten negatief of zeer negatief worden beoordeeld. Voor de verdere uitwerking van het project is het van belang om te kijken naar mogelijkheden gericht op energiebesparing, beperking van grondstoffengebruik en toepassing van grond zonder risico’s voor mens en milieu.
3 4
10
Onderzoek verkeersveiligheid, rapportage probleemanalyse, 25 november 2021. In de rapportage probleemanalyse onderzoek verkeersveiligheid (2021) is voor de autonoom uit te voeren N35-projecten Verbeteren verkeersveiligheid Wijthmen-Nijverdal maatregelen en Knooppunt Raalte (aanleg ongelijkvloerse aansluiting kruispunt N35 - N348 Deventerweg) of deze leiden tot een verandering van de risicobeoordeling. Zie paragraaf 4.2.
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Geluid Op basis van de analyses bij het aspect verkeer zijn de varianten op basis van expert judgement beoordeeld. Hierbij is rekening gehouden met de autonome geluidsmaatregelen vanuit het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG). Lucht en gezondheid Op basis van de analyses bij het aspect verkeer zijn de varianten op basis van expert judgement beoordeeld. Externe veiligheid Een deel van de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal is een basisnetroute (van Wijthmen tot Raalte (kruispunt N35 N348 Ommerweg) en een deel is geen basisnetroute (van Raalte (kruispunt N35-N348 Ommerweg) tot Nijverdal). Als een traject geen deel uitmaakt van de basisnetroute, dan worden over het traject niet structureel gevaarlijke stoffen vervoerd en hebben aanpassingen geen / nauwelijks effect op het aspect externe veiligheid. Als een traject deel uitmaakt van de basisnetroute, dan worden over het traject wel structureel gevaarlijke stoffen vervoerd en is op basis van expert judgement beoordeeld of aanpassingen effect hebben op het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). De omvang van het PR is geheel afhankelijk van de aard en omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen en de ongevalsfrequentie. De omvang van het GR is afhankelijk van de aard en omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ongevalsfrequentie en de omvang en locatie van de bevolking.
Gekeken is of de aanpassingen effect hebben op de ligging van de referentiepunten van de N35 (gelegen op de middenberm van de N35) en daarmee de PR-contouren, de ligging van de buitenste kantstrepen en daarmee de aandachtsgebieden, de aard en omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ongevalsfrequentie en/of de omvang en locatie van de bevolking. Natuur De varianten zijn in de factsheets beoordeeld op fysieke aantasting van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN), houtopstanden en beschermde soorten. Voor beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) nabij de N35 is gebruik gemaakt van actueel kaartmateriaal en aanwijzingsbesluiten (provincie Overijssel (o.a. Natuurbeheerplan 2023) en ministerie van LNV). Voor beschermde soorten is gebruik gemaakt van soortgegevens uit de NDFF. De beoordeling is gedaan op basis van expert judgement. Nabij de N35 liggen de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden Sallandse Heuvelrug, Boetelerveld en Wierdense veld. De berekening van stikstofdepositie vindt plaats in de beoordelingsfase. Landschap Landschap is beoordeeld op basis van de provinciale en gemeentelijke cultuurhistorische waarden- en/of beleidskaarten. Deze zijn ten dele overgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. De meest zwaarwegende waarden in de beoordeling zijn: landgoederen, historische infrastructuur, esdorpenlandschap en ruilverkavelingslandschap.
Daar waar specifieke bijzondere waarden aanwezig zijn, is in de factsheets een opmerking gemaakt in de beoordelingstabel. Veel van de landschappelijke waarden – die ook bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit – hebben ook een cultuurhistorische waarde. Ruimtelijke kwaliteit Voor de beoordeling staan de kernkwaliteiten van de N35 centraal (zie toelichting verderop in dit hoofdstuk). De varianten zijn op basis van expert judgement beoordeeld waarbij een (sub)score is toegekend voor aanpassingen in de hoogteligging van de N35, het wegprofiel N35 en ten slotte effecten op recreatieve verbindingen (beleefbaarheid). Zo kan de beoordeling van bijvoorbeeld een kruising (viaduct of onderdoorgang) afhankelijk van de locatie verschillen. In een vlak gebied valt een viaduct bijvoorbeeld meer op dan bijvoorbeeld in een gebied met variatie in hoogte en beplanting. Archeologie Archeologie is beoordeeld op basis van de provinciale en gemeentelijke archeologische verwachtings-, waarden- en/of beleidskaarten. Deze zijn overgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. De meest zwaarwegende waarden in de beoordeling zijn: middelhoge tot zeer hoge archeologische (verwachtings)waarden, AMK-terreinen (archeologische monumenten) en archeologische essen. Archeologische essen dekken oudere ((pre-)historische landschappen) af en hebben per definitie een zeer hoge archeologische verwachting.
Op dit moment ontbreekt er een bureaustudie voor het volledige tracé van de N35. Er dient in de vervolgfase een gespecificeerde archeologische verwachting in kaart te worden gebracht voor het hele plangebied, door middel van een archeologisch bureauonderzoek conform KNA 4.1, protocol 4002. Dit geldt ook voor zones met een lage verwachting. De beoordeling in de factsheets is gebaseerd op bestaande kaarten en niet op een gespecificeerde archeologische verwachting. Uitzondering is het in 2019 door Hamaland Advies opgestelde Bureauonderzoek Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem. Ook is gebruik gemaakt van openbare GIS-data zoals www.rustplaatsen.nl en het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor het cultureel Erfgoed (RCE) om zicht te geven op aanwezige archeologische monumenten. 11
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Cultuurhistorie Cultuurhistorie is beoordeeld op basis van de provinciale en gemeentelijke cultuurhistorische waarden- en/of beleidskaarten. Deze zijn ten dele overgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. Daarnaast is ook gebruik gemaakt van enkele nationale inventarisaties: Rijksmonumenten, Buitenplaatsen, Historisch Groen en de IKME (Indicatieve Kaart Militair Erfgoed). De meest zwaarwegende waarden in de beoordeling zijn: landgoederen, historische infrastructuur, esdorpenlandschap en ruilverkavelingslandschap. Daar waar specifieke bijzondere waarden aanwezig zijn, wordt een opmerking gemaakt in de beoordelingstabellen in de factsheets. Veel van de cultuurhistorische waarden hebben ook een landschappelijke waarde en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Er wordt in de beoordeling een onderscheid gemaakt tussen de historische kwaliteit van waarden (cultuurhistorie) en de afleesbaarheid en beleefbaarheid van waarden (landschap en ruimtelijke kwaliteit).
Water en klimaatadaptatie Op basis van openbare GIS-data (zoals legger Waterschap Drents Overijsselse Delta, Algemeen Hoogtebestand Nederland 4 (2022), Grondwater isohypsen, Geologische Dienst Nederlands 2023, Atlas leefomgeving voor grondwaterbeschermingskaart rondom bronnen voor drinkwater) zijn de varianten met expert judgement beoordeeld of er raakvlakken zijn met het (grond)watersysteem en of dit (nadelige) effecten met zich mee kan brengen. Veranderingen in het watersysteem mogen geen nadelige gevolgen voor de omgeving (landbouw, natuur, bebouwing) teweegbrengen. Bij een demping van watergangen en een toename van verhardingen moet worden gecompenseerd in de vorm van waterberging om het watersysteem niet zwaarder te belasten. Bij klimaatadaptatie gaat het om kwetsbaarheid voor hitte, droogte, hevige neerslag en overstromingen. Een aanpassing van de N35 en parallelwegen kan wel of juist niet bijdragen aan het hebben van een klimaat adaptief ontwerp. Zo kan het bij een verlegging nodig zijn om te zorgen voor meer waterbergend vermogen om wateroverlast bij hevige klimaatbuien tegen te gaan. Tegelijkertijd zorgt de aanleg van duikers weer voor een belemmering in afvoer bij hevige neerslag. Ruimte voor extra waterberging kan positief bijdragen aan tegengaan van wateroverlast en tegengaan van lokale droogte.
Het kappen van bomen/bos draagt daarentegen niet bij aan het tegengaan van hittestress. De beoordeling is deze fase is op hoofdlijnen en op basis van expert judgement. Hierbij is gekeken naar de Klimaateffectatlas (KEA) en Klimaateffectatlas Rijkswaterstaat. Voor het klimaatscenario 2050 valt het volgende op: • Het risico op droogtestress is over het algemeen laag, behalve op de Sallandse Heuvelrug. • De N35 is niet specifiek hitte gevoelig, lokaal is sprake van een verschil. Meer warmte bij verstedelijking en meer verkoeling in bosrijk gebied. • Het overstromingsrisico door hoog water in de IJssel is klein tot zeer klein en loopt tot aan Raalte. • Het risico op wateroverlast door hevige neerslag is op hoofdlijnen beperkt. Water stroomt via bermen af naar greppels of watergangen en veroorzaken geen overlast voor de N35. Lokaal kunnen parallelwegen overlast door plasvorming ondervinden. Bodem Voor de bestaande situatie en de varianten is een inventarisatie gedaan van met behulp van luchtfoto’s (Streetsmart) en de gegevens uit Bodemloket. Streetsmart is gebruikt om potentieel verdachte locaties en (bedrijfs)activiteiten te identificeren. In Bodemloket zijn gegevens beschikbaar over reeds uitgevoerde bodemonderzoeken en bodembedreigende bedrijfsactiviteiten.
Hierbij is ook de beoordeling door het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) van de locatie (op basis van bodemonderzoek of aanwezige activiteiten) opgenomen. Ontplofbare oorlogsresten (OO) Dit aspect is beoordeeld op basis van het vooronderzoek dat is gedaan voor het project N35: Verbeteren verkeersveiligheid Wijthmen-Nijverdal. In de beoordelingsfase wordt dit vooronderzoek geactualiseerd voor het plangebied. Daar waar geen informatie bekend is, is voor dit aspect bij de score NB (niet bekend) opgenomen. Het eventueel verwijderen van ontplofbare oorlogsresten wordt beoordeeld als positief of zeer positief effect. In de beoordelingsfase wordt het vooronderzoek geactualiseerd. Gebruiksfuncties Voor de bestaande situatie en de varianten is een inventarisatie gedaan van met behulp van luchtfoto’s (Streetsmart) en Bestand Bodemgebruik (BBG) 2012. Het BBG 2017, recente satellietbeelden, data uit de Atlas van Overijssel en gemeentelijke bestemmingsplannen zijn gebruikt. Daarnaast is gebruik gemaakt van BAG-viewer. De autonome ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen in de omgeving zijn in beeld gebracht (o.a. Ruimtelijkeplannen.nl en ontwikkelingen die de gemeenten hebben aangedragen). Voor recreatieve routes is gebruik gemaakt van GIS-data (o.a. fiets- en wandelroutes zoals opgenomen op https://landschapoverijssel.nl/).
Dit aspect is beoordeeld op basis van expert judgement. Hierbij is gelet op doorsnijding van bestaande routes en of de routes mogelijk veranderen als gevolg van de maatregelen.
12
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Beoordeling van het thema haalbaarheid Kosten Er zijn voor de alternatieven SSK-kostenramingen opgesteld (+/- 40%). Voor de varianten zijn vervolgens in kostencategorieën van 5 miljoen euro de kosten opgenomen in de factsheets. Er is hierbij is geen beoordeling/score aangeven. Risico’s Op basis van expert judgement zijn indien relevant lokale risico’s benoemd in de factsheets. Draagvlak Er is in de analytische fase gesproken met de diverse betrokken overheidsinstanties, maatschappelijke organisaties en er heeft consultatie plaatsgevonden met de omgeving over de problematiek en opgave van de verkenning (buurttafels, meedenk- en klankbordgroep, informatiebijeenkomsten). Voor het onderdeel draagvlak is geen score opgenomen, in de factsheets is een inschatting gegeven van het draagvlak. Uitvoeringshinder Alle aanpassingen aan de N35 zullen uitvoeringshinder veroorzaken. Op basis van expert judgement zijn de varianten beoordeeld voor mate van hinder tijdens de uitvoering.
Kernkwaliteiten van de N35 staan centraal De N35 beschikt in de huidige situatie over een viertal kernkwaliteiten die de weg en positie van de weg in het landschap typeren: • Natuurlijk reliëf – Van de uiterwaarden van de IJssel tot de Sallandse Heuvelrug ligt de N35 op het maaiveld en volgt het de natuurlijke welvingen van het Sallandse dekzandlandschap. Alleen ter hoogte van de kanalen ontstijgt de weg het maaiveld. • Gevarieerd landschap – De unieke landschapsgradiënt van het gebied heeft de afgelopen eeuwen een grote diversiteit aan landschappen voortgebracht die op relatief korte afstand aan de weggebruiker wordt getoond zoals landgoederen, heideontginningen, bossen op de stuwwal en de komgronden van de IJssel. • Sterk verbonden met de omgeving – In de lange ontstaansgeschiedenis van de N35 is een drietal fases te onderscheiden die het hedendaagse karakter van de weg in het landschap bepalen. Van een oorspronkelijk karrespoor, naar een Rijksstraatweg tussen de kernen, tot een regionale weg rond de kernen waardoor de weg altijd sterk met de omgeving verweven is gebleven. • Bomenlint – De N35 tussen Wijthmen en Nijverdal vormt een 25 kilometer lang beplantingslint van lanen, bossen en singels dat sterk is verwant aan de beplantingsstructuren in de omgeving.
13
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
In de viltstiftschetsen en de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit is rekening gehouden met deze kernkwaliteiten. Voor de beoordeling zijn de subcriteria hoogteligging van de N35, het wegprofiel en de impact op het recreatieve netwerk relevant: • Hoogteligging: bij voorkeur de N35 op maaiveld en N35 alleen laten stijgen of dalen op locaties waar het de gradiënt in het landschap versterkt, zoals op de overgangen van de dekzandruggen, de flanken van de Sallandse Heuvelrug of aan de randen van het komgebied van de IJssel. Bij de ontmoeting van de N35 met andere grote kruisende structuurlijnen in het landschap zoals spoorlijnen, provinciale wegen en kanalen kruist de N35 zoveel mogelijk haaks. Bij schuine kruisingen krijgt de N35 bij voorkeur een verdiepte ligging. Lokale (onderliggende) structuren worden zoveel mogelijk ongemoeid gelaten door de N35. Het gehele dwarsprofiel loopt daarbij visueel door onder de hoofdweg, waardoor de ruimtelijke continuïteit van de lokale wegen behouden blijft. • Wegprofiel: er wordt gestreefd naar een samenhangend geheel van de N35 en de omgeving door de bouwstenen waar het wegprofiel uit is opgebouwd aan te laten sluiten op de kenmerken van de vier landschapstypes in het gebied en ruimte te bieden aan de belevings-, gebruiks- en toekomstwaarde van de weg.
– Kommen en kanalen: Laaggelegen N35 die de openheid en het waterrijke karakter van het landschap versterkt – Landgoederen en boskamers: Compacte N35 over dekzandruggen en laagtes van het Sallandse landschap. – Essen en velden: N35 als monumentale laan en lange lijn in het landschap. – Bos en Heide: Royale bosweg over de heuvelrug die het reliëf van de stuwwal zichtbaar maakt. Benut waar mogelijk de kansen om de huidige waterstructuur in het gebied, die vooral bestaat uit beken, weteringen en kanalen, klimaatrobuuster te maken en bij (nieuwe) kunstwerken ruimte te bieden aan ecologische verbindingen en Kader Richtlijn Water (KRW) maatregelen. Afstromend hemelwater komt ten goede aan de bodem en voert vertraagd af naar het watersysteem (bodem en water sturend). • Recreatief netwerk: Streef naar een wegontwerp dat geen afbreuk doet aan de huidige recreatieve verbindingen over of onder de weg, maar juist kansen biedt om de barrièrewerking van de N35 te verminderen en het fietsersen voetgangersnetwerk in de omgeving te versterken.
14
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
3
Overzicht oplossingen
De twee alternatieven uit de startbeslissing (alternatief 1: nul-plus-alternatief en alternatief 2: BO MIRT 2020alternatief) zijn uitgewerkt tot viltstiftschetsen (functioneel ontwerp) waarbij de mogelijke oplossingen (varianten) in beeld zijn gebracht. Hierbij is nog niet in detail het ontwerp uitgewerkt, maar is uitgaande van ‘ideale’ wegprofielen aangegeven welke (ontwerp) oplossingen mogelijk zijn. Voor alternatief 1 is gekeken naar mogelijke extra maatregelen die passen bij een gebiedsontsluitingsweg (GOW) en bijdragen aan het verbeteren van de doorstroming en/of verkeersveiligheid. Dit betekent dat wordt voldaan aan de basis richtlijnen volgens het Handboek wegontwerp – Gebiedsontsluitingswegen (2013), bijvoorbeeld met betrekking tot obstakelafstanden en vormgeving van kruispunten en kruispuntinrichtingen en aanvullende parallelwegen om ongeregelde aansluitingen te voorkomen. Deze maatregelen zijn aanvullend op de maatregelen die vanuit het project N35: Verbeteren verkeersveiligheid Wijthmen-Nijverdal (Programma Meer Veilig 3) zijn voorzien. In tabel 5 zijn de locaties benoemd waar extra maatregelen (varianten) in alternatief 1 mogelijk zijn.
Het gaat om kleinschalige ingrepen zoals een extra opstelstrook voor doorgaand verkeer bij een kruispunt, het aanleggen van een parallelweg voor de ontsluiting van woningen/bedrijven/percelen en het vervangen van voorrangskruispunten door een bajonetkruispunt. Er is uitgegaan van een bajonetkruispunt omdat dit ook op twee andere locaties is voorzien als autonome ontwikkeling en eerder bij Mariënheem is onderzocht in het kader van het Programma Meer Veilig 3. Dit zou ook een ander type kruispunt (rotonde, verkeerslichten) kunnen zijn. Van de maatregelen in alternatief 1 (varianten) zijn rijstrokenschema’s opgesteld (zie bijlage 3). De varianten zijn in factsheets beoordeeld op mogelijke knelpunten, aandachtspunten en effecten. In alternatief 2 wordt op meerdere delen een stroomweg voorgesteld in plaats van een GOW. Op andere delen wordt (net als alternatief 1) uitgegaan van een GOW. Er is gekeken naar mogelijke maatregelen die passen bij een stroomweg, en op delen ook bij een GOW. Daarnaast is in alternatief 2 ook gekeken naar een rondweg bij Mariënheem. In tabel 6 is te zien welke mogelijke varianten in beeld zijn. Van de varianten in alternatief 2 zijn rijstrokenschema’s opgesteld (zie bijlage 3). Er zijn factsheets opgesteld waarbij per traject de mogelijke varianten zijn beoordeeld op mogelijke knelpunten, aandachtspunten en effecten.
Bij het verkennen van de mogelijke oplossingen (veelal op kruispuntniveau) is in alternatief 2 ook een aantal oplossingen vroegtijdig afgevallen. De motivatie waarom deze niet verder worden onderzocht is opgenomen in de factsheets. In figuur 9 en figuur 10 is voor de verschillende trajecten aangegeven welke mogelijke varianten er binnen alternatief 1 en 2 mogelijk zijn. Vanuit de verschillende thema’s zijn de mogelijke varianten uit tabel 5 en tabel 6 kwalitatief beoordeeld om te bepalen welke knelpunten worden gezien (effecten). Deze beoordeling wordt gebruikt om vervolgens te bepalen welke mogelijke varianten kansrijk zijn om verder uit te werken in de volgende fase. Dit resulteert in de samenstelling van het alternatief en de kansrijke varianten. In de volgende fase van de verkenning (zeef 2) zullen de alternatieven en de kansrijke varianten verder uitgewerkt tot een elementair ontwerp waarbij verfijning plaatsvindt van bijvoorbeeld de vorm van een kruispunt. Een elementair ontwerp is een ‘bot’ ontwerp waarbij geen rekening wordt gehouden met aanwezige waarden en functies, ook wel dwangpunten genoemd. Enkele knelpunten waarvoor een hoger detailniveau benodigd is om een voorkeursalternatief te kunnen kiezen, worden nader uitgewerkt tot inpassend ontwerp.
Vervolgens wordt in de besluitvormingsfase het gekozen voorkeursalternatief in zijn geheel uitgewerkt tot een inpassend ontwerp, waarbij wel rekening wordt gehouden met dwangpunten.
15
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Tabel 5 Overzicht mogelijke varianten alternatief 1 Traject Locatie Variant
Factsheet
1 t/m 7 9 t/m 11
N35
Uitbreiden bermverharding langs de N35 Wijthmen-Nijverdal
N35 bermverharding (traject 1 t/m 7 en 10 t/m 11)
2
Hagenweg
Bajonetkruispunt Hagenweg
Hagenweg (traject 2)
7
Het Reelaer
Parallelweg oostzijde N35 (opheffen erftoegang nr 8)
Het Reelaer (traject 7)
10
Mariënheem
Aanleg parallelweg noordzijde N35. Betreft nieuwe parallelweg van Hooilandweg tot Mariënheem en opwaarderen fietspad tussen Hellendoornseweg en Keizersveldweg.
Mariënheem (traject 10)
10
Mariënheem
Bajonetkruispunt Mariënheem west (hm 23.5), in nieuwe parallelweg westzijde Mariënheem*
Mariënheem (traject 10)
10
Mariënheem
Bajonetkruispunt Mariënheem oost (hm 24.4), in nieuwe parallelweg oostzijde Mariënheem*
Mariënheem (traject 10)
10
Nijverdalseweg
Bajonetkruispunt Nijverdalseweg
Nijverdalseweg (traject 10)
11
Tunnelweg
Opstelstroken doorgaand verkeer VRI Tunnelweg
Grotestraat
Opstelstrook doorgaand verkeer VRI Grotestraat richting Nijverdal
Tunnelweg en Grotestraat (traject 11)
*
In het project N35 Verbeteren verkeersveiligheid Wijthmen-Nijverdal zijn in 2021 bajonetkruispunten in Mariënheem in overleg met de omgeving uitgewerkt. Vanwege de start van de verkenning N35 Wijthmen-Nijverdal is besloten om de aanleg van nieuwe kruispunten en bijbehorende parallelstructuur in de verkenning mee te nemen. Op deze locaties is om die reden vooralsnog uitgegaan van een bajonetkruispuntvorm. In de volgende fase wordt de kruispuntvorm bepaald (dat zou ook een rotonde kunnen zijn bij lage intensiteiten op zijweg of verkeerslichten).
Tabel 6 Overzicht mogelijke varianten alternatief 2 Traject Locatie Variant
Factsheet
1
Koelmansstraat
K1
Ongelijkvloerse kruising Koelmansstraat (viaduct*)
Koelmansstraat (traject 1)
1
Koelmansstraat
K2
Afsluiten Koelmansstraat
Koelmansstraat (traject 1)
2
Hagenweg – Overijssels Kanaal
H1
Ongelijkvloerse aansluiting Hagenweg zonder onderdoorgang langs kanaal
Hagenweg / Overijssels kanaal (traject 2)
2
Hagenweg – Overijssels Kanaal
H2
Ongelijkvloerse kruising Hagenweg (onderdoorgang*) zonder onderdoorgang langs kanaal
Hagenweg / Overijssels kanaal (traject 2)
2
Hagenweg – Overijssels Kanaal
H3
Afsluiten Hagenweg met onderdoorgang (‘kruising’) langs kanaal
Hagenweg / Overijssels kanaal (traject 2)
3
Traject 3
T3
Parallelstructuur traject 3 en opheffen bajonetkruispunt Zwolseweg
Parallelstructuur Overijssels kanaal - rondweg Heino (traject 3)
4 t/m 6
Rondweg Heino
-
2 aansluitingen rondweg Heino (opties Dalfserweg / Berkendijk en Lentheweg / Berkendijk)
Rondweg Heino: 1 of 2 aansluitingen vanuit verkeerskundig oogpunt (traject 4 t/m 6)
4 t/m 6
Rondweg Heino
-
1 aansluiting rondweg Heino (opties Lentheweg of Lemelerveldseweg)
Rondweg Heino: 1 of 2 aansluitingen vanuit verkeerskundig oogpunt (traject 4 t/m 6)
4
Dalfserweg (Heino Noord)
D1a
Ongelijkvloerse aansluiting Dalfserweg (Haarlemmermeer) met een ongelijkvloerse kruising (viaduct)
Dalfserweg (traject 4)
4
Dalfserweg (Heino Noord)
D1b
Ongelijkvloerse aansluiting Dalfserweg (halfklaverblad) met een ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang*)
Dalfserweg (traject 4)
4
Dalfserweg (Heino Noord)
D2
Ongelijkvloerse kruising Dalfserweg (onderdoorgang*)
Dalfserweg (traject 4)
4/5
Lentheweg
L1d
Ongelijkvloerse aansluiting Lentheweg (Haarlemmermeer) met een ongelijkvloerse kruising (viaduct)
Lentheweg en Lemelerveldseweg (traject 4 en 5)
16
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
*
Traject Locatie
Variant
Factsheet
5
Lemelerveldseweg
L1a
Ongelijkvloerse aansluiting Lemelerveldseweg (Haarlemmermeer) met een ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang conform huidige situatie*)
Lentheweg en Lemelerveldseweg (traject 4 en 5)
5
Lemelerveldseweg
L1b
Ongelijkvloerse aansluiting Lemelerveldseweg (halfklaverblad zuidzijde) (onderdoorgang conform huidige situatie*)
Lentheweg en Lemelerveldseweg (traject 4 en 5)
5
Lemelerveldseweg
L1c
Ongelijkvloerse aansluiting Lemelerveldseweg Lentheweg en Lemelerveldseweg (halfklaverblad noord/zuidzijde) (onderdoorgang conform (traject 4 en 5) huidige situatie*)
5
Lemelerveldseweg
L2
Ongelijkvloerse kruising Lemelerveldseweg (onderdoorgang conform huidige situatie*)
Lentheweg en Lemelerveldseweg (traject 4 en 5)
6
Berkendijk (Heino Zuid)
B1a
Ongelijkvloerse aansluiting Berkendijk (Haarlemmermeer) met een ongelijkvloerse kruising (viaduct)
Berkendijk (traject 6)
6
Berkendijk (Heino Zuid)
B1b
Ongelijkvloerse aansluiting Berkendijk (halfklaverblad) met een ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang*)
Berkendijk (traject 6)
6
Berkendijk (Heino Zuid)
B2
Ongelijkvloerse kruising Berkendijk (onderdoorgang*)
Berkendijk (traject 6)
7
Heino-Raalte
T7
Parallelstructuur traject 7 en opheffen bajonetkruispunt nabij ’t Reelaer
Parallelstructuur Heino-Raalte (traject 7)
10
N348 Ommerweg Almelosestraat
AO1
Een gecombineerde ongelijkvloerse aansluiting N35 met de N348 Ommerweg / Almelosestraat met verlegde Ommerweg
N348 Ommerweg/ Almelosestraat (traject 10)
10
N348 Ommerweg Almelosestraat
AO3
Extra 2e opstelstrook bij VRI-kruispunten N348 Ommerweg en met Almelosestraat. De rondweg Mariënheem (stroomweg) start na het kruispunt Almelosestraat
N348 Ommerweg/ Almelosestraat (traject 10)
10
Rondweg Mariënheem
M1
Rondweg noordzijde spoor (tussen Mariënheem en spoor) met spoorkruising (viaduct) en opheffen voorrangskruispunt Nijverdalseweg
Rondweg Mariënheem (traject 10)
10
Rondweg Mariënheem
M2
Rondweg zuidzijde spoor (kort tracé) met spoorkruising Rondweg Mariënheem (viaduct) en opheffen voorrangskruispunt Nijverdalseweg (traject 10)
11
Tunnelweg (hm 29.5)
-
Extra 2e opstelstrook VRI Tunnelweg in beide richtingen
11
Grotestraat (hm 32.4)
-
Extra 2e opstelstrook VRI Grotestraat richting Nijverdal
Na Nijverdalseweg - Grotestraat (traject 11)
In de kolom Variant is tussen haakjes ( ) aangegeven wat de ontwerptechnisch meest logische basisvariant is. Voor de kruisingsvarianten waarbij dit zo is aangegeven is in de factsheet nader uitgewerkt welke technisch ontwerpkeuze is meegenomen in de viltstiftschetsen en ook waarom dit de logische variant is gebleken.
Profiel (indicatief) Het Handboek wegontwerp – Gebiedsontsluitingswegen (2013) bevat voor de diverse wegtypen standaard profielen. Hierna zijn uitgaande van een maaiveldligging van de hoofdrijbaan N35 drie profielen opgenomen: het profiel van de bestaande hoofdrijbaan N35 (GOW Type II), een profiel van een gebiedsontsluitingsweg (GOW Type II) en een profiel van een regionale stroomweg (RSW Type I) 2x1 rijstroken. Dit geeft een indicatie van het ruimtebeslag van een (aangepaste) N35. De bestaande N35 bestaat op grote delen uit een rijbaan met 2 rijstroken (1x2). Het betreft dan circa 7,5 meter verharding en 40 tot 80 cm halfverharding aan weerszijden. Het totale profiel is circa 9,9 meter breed. De parallelwegen zijn veelal 5,5 meter breed met 40 tot 60 cm bermverharding (circa 6,7 meter breed).
17
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Figuur 6 Wegprofiel bestaande hoofdrijbaan N35 (GOW Type II), maaiveldligging
In alternatief 1 en 2 wordt op meerdere delen uitgegaan van een gebiedsontsluitingsweg (GOW Type II). Uitgaande van 80 km/uur is het standaard profiel circa 18,6 meter breed. Circa 7,5 meter verharding van de rijbaan (1x2 rijstroken) en 6 meter obstakelvrije ruimte (inclusief 2 meter halfverharding). Figuur 7 geeft alleen de hoofdrijbaan en geen parallelstructuur weer. Bij toepassing van een parallelweg is het totale profiel breder.
Figuur 7 Wegprofiel hoofdrijbaan N35 - gebiedsontsluitingsweg 80 km/uur (GOW Type II), maaiveldligging
In alternatief 2 wordt op meerdere delen uitgegaan van een regionale stroomweg (RSW Type I) met een hoofdrijbaan bestaande uit 2x1 rijstroken. Het standaard profiel is in totaal circa 29,8 meter breed. Circa 4,6 meter verharding per rijstrook, middenberm 2,2 meter met geleiderail en 10 meter obstakelvrije ruimte (inclusief 2 meter halfverharding). De breedte van een parallelweg is 6 meter (en 2x 2,5 meter berm). Figuur 8 geeft alleen de hoofdrijbaan en geen parallelstructuur weer. Bij toepassing van een parallelweg is het totale profiel breder.
Figuur 8 Wegprofiel hoofdrijbaan N35 - regionale stroomweg 100 km/uur (RSW Type I), profiel 2x1 rijstroken, maaiveldligging
18
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Figuur 9 Schematische weergave mogelijke varianten in alternatief 1 en 2 in de trajecten 1 t/m 6. Autonome maatregelen in blauw.
Figuur 10 Schematische weergave mogelijke varianten in alternatief 1 en 2 in de trajecten 7 t/m 11. Autonome maatregelen in blauw.
19
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
3.1
Alternatief 1
Figuur 11 Schematische weergave locatie mogelijke varianten in alternatief 1 in traject 1 t/m 6 (zwart), hectometrering in rood en autonome maatregelen in blauw (zeef 1).
Figuur 12 Schematische weergave locaties mogelijke varianten in alternatief 1 in de traject 7 t/m 11 (zwart), hectometrering in rood en autonome maatregelen in blauw (zeef 1). 20
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Factsheet N35 bermverharding (traject 1 t/m 7 en 10 t/m 11) Bestaande situatie De zone naast de rijbaan van de N35 betreft de obstakelvrije zone. Een obstakelvrije zone bestaat uit de volgende onderdelen: • obstakelvrije zone: de breedte waarin geen obstakels mogen staan; • vluchtzones: zone naast de verharding waar eventuele gestrande voertuigen veilig kunnen staan, binnen deze zone mogen geen (botsveilige) objecten als obstakels aanwezig zijn zoals bomen; • halfverharding: bij het profiel van de autoweg 80 km/uur is de vluchtzone uitgevoerd in halfverharding. De bestaande N35 is over grote lengte voorzien van halfverharding van grasbetonstenen (breedte circa 0,4 tot 0,8 meter aan beide zijden).
Overzicht mogelijke variant alternatief 1 In alternatief 1 wordt de bermverharding uitgebreid tot een breedte van 2.00 meter aan weerszijden van de rijbaan. Hiermee wordt de opstelruimte voor voertuigen met pech verruimd. Hiermee wordt de bestaande bermverharding en grasberm vervangen door grasbetonstenen. Conform Handboek wegontwerp – Gebiedsontsluitingswegen (2013) is daarmee de volledige vlucht- en bergingszone voorzien van een halfverharding.
Effecten uitbreiding bermverharding (alternatief 1) Aspect
Motivering
Bermverharding
Thema: Probleemoplossend vermogen – Verkeersveiligheid
Verkeersveiligheid
De obstakelvrije zone vermindert het risico op enkelvoudige ongevallen. Om de functie van een obstakelvrije zone te vervullen, moet een berm voldoende draagkracht hebben en voldoende breed zijn. Het uitbreiden van de bermverharding naar 2 meter draagt dan ook bij aan het voorkomen van enkelvoudige ongevallen.
+
Thema: Probleemoplossend vermogen – Bereikbaarheid Doorstroming
Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium. De doorstroming op kruispunten is voor de N35 maatgevend.
nvt
Betrouwbaarheid
Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium. Bermverharding is niet van invloed op de verwachting die men heeft (in reistijd) wanneer men van de N35 gebruik maakt.
nvt
Robuustheid netwerk
Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium omdat het netwerk als geheel niet veranderd, de N35 blijft immers nog steeds over 1 rijstrook per richting beschikken.
nvt
Toekomstvastheid: Uitbreidbaar naar 2x2 Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium. rijstroken (adaptiviteit)
nvt
Netwerkeffecten (inclusief samenhang Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium. HWN/OWN)
nvt
Thema: Probleemoplossend vermogen – Leefbaarheid / barrièrewerking Leefbaarheid / Barrièrewerking (oversteekbaarheid)
Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium.
nvt
Thema’s: Duurzaamheid & Milieuaspecten (externe effecten) Duurzaamheid
De uitbreiding van de bermverharding (bijvoorbeeld grasbeton) gaat gepaard met meer materiaalgebruik.
-
Geluid
Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium.
nvt
Luchtkwaliteit
Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium.
nvt
Externe veiligheid
De ligging van de referentiepunten van de N35 (gelegen op de middenberm van de N35), de aard en de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N35, de ongevalsfrequentie van de N35 (de N35 is en blijft een weg buiten de bebouwde kom) en de omvang van en locatie van de bevolking veranderen niet. Het uitbreiden van de bermverharding heeft geen effect.
0
Gezondheid
Het aanvullen van bermverharding is niet van invloed op dit criterium.
nvt
21
Onze referentie: 4KEDP5UMT7YT-1255016292-8845:8 - Datum: 25 januari 2024 - Public
FACTSHEETS
Aspect
Motivering
Bermverharding
De bestaande berm wordt aangepast met extra bermverharding. Ter hoogte van landgoederen Den Alerdinck en De Gunne zijn enkele bomen aanwezig (valt niet binnen definitie houtopstanden). Als deze verwijderd moeten worden ten behoeve van de aanleg van grasbeton, dan treedt is er mogelijk een negatief effect op soorten. Blijven deze behouden, dan is het effect neutraal. Geen fysieke aanpassingen die leiden tot aantasting van beschermde gebieden van NNN en Natura 2000. Er is geen aantasting van natuurbeheertypen die buiten de NNN liggen.