Nota parkeren en stallen Raalte 2025
Tekst van het document
Per centrum
n.v.t.
n.v.t.
17,5
17,5
95%
Golfbaan (18 holes)
Per 18 holes
n.v.t.
n.v.t.
17,5
17,5
95%
Indoorspeeltuin/ kinderspeelhal ≤ 3.500 m2 bvo
100 m2 bvo
1,5
1,5
0,6
0,5
95%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal > 3.500 m2 bvo
100 m2 bvo
1,5
1,5
0,6
0,5
95%
Kinderboerderij (stadsboerderij)
Per boerderij
12,5
12,5
12,5
12,5
95%
Manege (paardenhouderij)
Per stal/box
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,6
90%
Dierenpark
Per hectare
n.v.t.
n.v.t.
10,8
10,8
95%
Attractie- en pretpark
Per hectare
n.v.t.
n.v.t.
10,8
10,8
95%
Volkstuin
Per tuin
n.v.t.
1,9
1,8
1,6
100%
Plantentuin (botanische tuin)
Per tuin
n.v.t.
n.v.t.
14,1
11,0
95%
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
28
4.7.5 Stallingsnormen Horeca en Verblijfsrecreatie De stallingsnormen voor gebruiksfunctie Horeca en Verblijfsrecreatie staan in tabel 19. Tabel 19: Stallingsnormen gebruiksfunctie Horeca en Verblijfsrecreatie Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Camping/kampeerterrein
Per standplaats
n.v.t.
0,2
0,1
0,1
10%
Vakantiepark/bungalowpark
Per vakantiewoning
n.v.t.
n.v.t.
0,2
0,2
90%
Budget/middenklasse Hotel 1, 2 of 3-sterren
Per 10 kamers
2,0
2,0
2,0
2,0
80%
Luxe Hotel 4 of 5-sterren
Per 10 kamers
2,0
2,0
2,0
2,0
80%
Café/bar klein
100 m2 bvo
11,5
11,5
11,5
n.v.t.
95%
Café/bar groot
100 m2 bvo
11,5
11,5
11,5
n.v.t.
95%
Snackbar/cafetaria
100 m2 bvo
11,5
11,5
11,5
n.v.t.
90%
Restaurant
100 m2 bvo
11,5
11,5
11,5
11,5
80%
Evenementenhal/beurscongresgebouw
100 m2 bvo
1,0
1,0
1,0
n.v.t.
99%
4.7.6 Stallingsnormen Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen De stallingsnormen voor gebruiksfunctie Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen staan in tabel 20. Tabel 20: Stallingsnormen gebruiksfunctie Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Huisartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,1
1,1
0,8
n.v.t.
60%
Apotheek
Per apotheek
7,0
7,0
7,0
n.v.t.
45%
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,1
1,1
0,8
0,3
60%
Consultatiebureau (-centrum)
Per behandelkamer
1,1
1,1
0,8
0,3
50%
Consultatiebureau voor ouderen (-centrum)
Per behandelkamer
1,1
1,1
0,8
0,3
40%
Tandartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
2,2
2,2
2,0
1,7
50%
Wijkgebouw/buurthuis
100 m2 bvo
6,0
6,0
6,0
6,0
90%
Gezondheidscentrum
Per behandelkamer
1,1
1,1
0,8
0,3
55%
Crematorium, begraafplaats of uitvaartcentrum
Per (gedeeltelijk gelijktijdige) plechtigheid
n.v.t.
n.v.t.
6,5
6,5
95%
Religiegebouw
Per zitplaats
0,3
0,3
0,3
0,3
95%
Verpleeg- en verzorgingstehuis
Per wooneenheid
0,5
0,5
0,7
n.v.t.
60%
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
29
4.7.7 Stallingsnormen Onderwijs De stallingsnormen voor gebruiksfunctie Onderwijs staan in tabel 21. Tabel 21: Stallingsnormen gebruiksfunctie Onderwijs Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Kinderopvang
100 m2 bvo
1,2
1,2
1,2
0,8
Exclusief brengen/halen 100% personeel
Basisonderwijs
Per leslokaal
22,0
22,0
22,0
22,0
Exclusief brengen/halen 15% personeel 85% leerlingen
Middelbare school (voortgezet onderwijs)
Per 100 leerlingen
100,0
100,0
100,0
100,0
5%
MBO/ROC
Per 100 leerlingen
50,0
50,0
50,0
50,0
10%
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
Per 10 studenten
3,7
3,7
3,7
3,7
95%
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
30
5. Toepassingskader In de voorgaande hoofdstukken van deze nota zijn de beleidsregels, verkeerskundige eisen en de parkeeren stallingsnormen opgenomen die van toepassing zijn bij het beoordelen van ruimtelijke ontwikkelingen. Voorliggend hoofdstuk beschrijft hoe en in welke volgorde de regels, eisen en normen moeten worden toegepast en hoe hiervan eventueel kan worden afgeweken. Voor een toelichting op de rekenmethodieken wordt verwezen naar bijlage 3 ‘Toelichting op de nota’. Ook de rekenregels voor het afronden van berekeningen, zijn daarin opgenomen. 5.1 Bepaal de parkeer- en stallingsbehoefte Voor ieder ruimtelijk initiatief moet eerst de parkeer- en stallingsbehoefte op het maatgevend piekmoment in beeld worden gebracht. Op basis van de beleidsregels en parkeer- en stallingsnormen zoals opgenomen in deze nota, wordt met een stapsgewijze berekening het aantal vereiste parkeer- en stallingsplaatsen (per deelgebied) berekend. De uitkomst van die berekening wordt de parkeereis en de stallingseis genoemd. Als onderdeel van die eis moet worden berekend hoeveel plaatsen beschikbaar moeten zijn in de openbare ruimte om te voldoen aan de toegankelijkheidsplicht. Eventueel te salderen en te compenseren parkeer- of stallingsplaatsen zijn onderdeel van de parkeer- en stallingseis.
5.2 Toets aanbod parkeren en stallen Voorzieningen in de openbare ruimte en op privaat terrein moeten voldoen aan de eisen. Parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen worden alleen als bruikbaar en bereikbaar gezien, en dus als volwaardig bruikbaar aanbod meegenomen, als deze voldoen aan de eisen en de toegankelijkheidsplicht (zie hoofdstuk 3. ‘Verkeerskundige eisen’). 5.3 Behoefte ≤ het aanbod in plangebied Het aantal parkeer- en stallingsplaatsen dat volgt uit de parkeer- en stallingseis, moet na realisatie van de ruimtelijke ontwikkeling, (per deelgebied) beschikbaar en bereikbaar zijn binnen het plangebied. Het plangebied en begrenzing daarvan verschilt per ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente bepaalt het plangebied en de begrenzing, hierbij geldt onderstaande toelichting. Bij een solitaire ontwikkeling van één of meerdere functie(s) waarbij – tijdens of na ontwikkeling – geen sprake is van meerdere, afzonderlijke percelen, vormen de betreffende perceelsgrenzen de begrenzing van het plangebied. Bijvoorbeeld: een woning, winkel of bedrijf (of combinatie van functies) wordt op één perceel gebouwd dat (later) niet wordt opgesplitst. De ruimte binnen de (kadastrale) perceelsgrenzen geldt dan als het plangebied. Dit uitgangspunt geldt ook bij verbouw of functiewijziging.
Wanneer sprake is van een ontwikkeling met bijvoorbeeld twee bedrijven die later elk op een eigen perceel gevestigd zijn, moet de parkeer- en stallingseis afzonderlijk per bedrijf worden bepaald en betreft het eigen bedrijfsperceel, per bedrijf het plangebied. Er is dan dus sprake van twee plangebieden.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
31
Bij een gebiedsontwikkeling, zoals bijvoorbeeld een nieuwbouwwijk, gelden alle percelen tezamen en de daarbinnen gelegen openbare ruimte als het plangebied. De begrenzing van dat gebied is het deel waar de te ontwikkelen ruimte overgaat naar de bestaande (openbare) ruimte. Dit houdt in dat de parkeer- en stallingsplaatsen niet enkel op eigen terrein/perceel moeten worden gerealiseerd, maar ook in de openbare ruimte. Als een gebiedsontwikkeling gefaseerd plaatsvindt, moeten na elke fase voldoende parkeer- en stallingsplaatsen binnen het plangebied beschikbaar zijn. 5.4 Afwijkmogelijkheden In beginsel geldt bij iedere ruimtelijke ontwikkeling de inspanningsverplichting voor initiatiefnemer(s) om de parkeer- en stallingsbehoefte binnen het plangebied op te lossen. Kan hier niet volledig aan worden voldaan, dan moet dit schriftelijk worden onderbouwd, inclusief de redenen waarom voldoen onhaalbaar, onwenselijk of onredelijk is. De gemeente kan dan medewerking verlenen door af te wijken. Een afwijking is mogelijk met een omgevingsvergunning. Bij alle afwijkingen wordt een gemeentelijk verkeerskundige om advies gevraagd. Een positief advies kan voorwaardelijk zijn. Kleine afwijkingen worden ambtelijk afgehandeld en grote(re) door het college.
Afwijken kan door middel van achtereenvolgens de volgende stappen, waarbij A, B1, B2, B3, B4, H en I (ook) expliciet van toepassing zijn voor de stallingseis: A. Aanpassen ruimtelijke ontwikkeling Vanuit de inspanningsverplichting voor initiatiefnemers is de eerste stap het aanpassen van de ruimtelijke ontwikkeling om de parkeer- en stallingsbehoefte alsnog binnen het plangebied op te vangen, bijvoorbeeld door wijzigingen in omvang, programma of indeling. Het aangepaste plan wordt opnieuw beoordeeld; als het voldoet aan de nota, kan medewerking worden verleend zonder afwijking. Wanneer het oplossen van de parkeer- en stallingsbehoefte onredelijk lijkt en daarmee een verzoek tot maatwerk kansrijk lijkt, kan stap A worden overgeslagen. Bij een niet-ontvankelijk maatwerkverzoek moet stap A alsnog worden doorlopen. B. 1. Mobiliteitsfonds centrum en schil Raalte Door ruimtelijke beperkingen in het centrum- en schilgebied van Raalte is het soms onwenselijk of onmogelijk om de parkeer- en stallingseis binnen het plangebied op te lossen. In zulke gevallen kan een initiatief toch doorgaan met een financiële bijdrage aan het Mobiliteitsfonds. De middelen uit het Mobiliteitsfonds worden door de gemeente ingezet om te investeren in de algehele bereikbaarheid van functies en voorzieningen in het centrumen schilgebied.
Bijvoorbeeld in: voetgangersstructuur, (inpandige) stallingsvoorzieningen en fietsinfrastructuur, deelmobiliteitsoplossingen, (inpandige) parkeervoorzieningen en infrastructuur. Zo kunnen ontwikkelingen plaatsvinden zonder dat de bereikbaarheid verslechtert. De instelling, het inlegbedrag, de bestedingen en de bevoegdheden van het mobiliteitsfonds worden geborgd in de ‘Verordening Mobiliteitsfonds Raalte 2026’, die door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Initiatiefnemers in het centrum- en schilgebied kunnen een beroep doen op deze afwijkmogelijkheid. Het college besluit hierover, waarbij een verkeerskundig advies wordt gewogen. De financiële bijdrage moet vóór besluitvorming worden voldaan. Een bijdrage aan het mobiliteitsfonds geeft overigens geen recht op een beschikbare parkeer- of stallingsplaats of eventuele parkeervergunning. B. 2. Strategisch mobiliteitsplan voor integrale gebiedsontwikkeling De ruimtelijke context van (zeer) grote gebiedsontwikkelingen kan sterk verschillen. Bij grootschalige gebiedsontwikkeling kan het wenselijk of nodig zijn anders om te gaan met mobiliteit. De vaste parkeer- en stallingsnormen en/of specifieke beleidsregels uit voorliggende nota zijn dan mogelijk niet of niet geheel van toepassing. Met een strategisch mobiliteitsplan moet worden beschreven hoe invulling wordt gegeven aan een goede mobiliteit.
De systematiek van de nota kan als basis dienen voor een dergelijk plan.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
32
Het afwijken met een strategisch mobiliteitsplan geldt voor zowel nieuwe ontwikkelingen als grootschalige sloop, herbouw of herontwikkeling. Bij het opstellen van zo’n plan is een integrale toetsing door alle relevante disciplines noodzakelijk. Voorbeelden op hoofdlijn kunnen zijn: • Plannen met slimme functiemenging, zoals het principe ‘15-minuten-stad/-dorp’. • Een spoorzone met voorzieningen in de hoogte, efficiënt dubbelgebruik van parkeren en inzet van deelmobiliteit en openbaar vervoer. • Autoluwe wijken die van wonen tot verplaatsen zijn afgestemd op de doelgroep en rekening houdend met alle vormen van (alternatieve) verplaatsingen (van pakketpost tot noodhulp naar afval). Een strategisch mobiliteitsplan wordt door initiatiefnemers in samenwerking met de gemeente opgesteld. Het plan bevat de aanpak voor de bereikbaarheid en de wijze waarop in de brede mobiliteitsbehoefte wordt voorzien. Het voorkomen van (fiets)parkeerhinder en het waarborgen van bereikbaarheid zijn als centrale doelen opgenomen in het plan. Afwijkende normen en regels voor de betreffende ontwikkeling worden in het omgevingsplan opgenomen, dat door de gemeenteraad (of gemandateerd: het college) wordt vastgesteld. B. 3. Verzoek tot maatwerk Niet altijd is het praktijkgebruik van een functie in één norm te vatten.
Bij grote bouwwerken en/of in uitzonderlijke situaties kan een aantoonbaar scheve verhouding ontstaan tussen het aantal vereiste parkeer- en stallingsplaatsen op basis van normen en de in de praktijk redelijkerwijs te verwachten parkeer- en stallingsbehoefte. Een initiatiefnemer kan dan een verzoek tot maatwerk indienen. De gemeentelijk verkeerskundige beoordeelt altijd eerst de ontvankelijkheid van het maatwerkverzoek. Is het verzoek ontvankelijk, dan volgt een inhoudelijke beoordeling en verkeersadvies, eventueel aangevuld met inbreng van andere disciplines. Een eerder goedgekeurde maatwerkonderbouwing geldt opnieuw als een daaropvolgende situatie gelijk is. Met als uitgangspunt dat de ruimtelijke mogelijkheid leidend is en blijft, kan ruimte voor maatwerk worden geboden. De initiatiefnemer moet schriftelijk onderbouwen waarom sprake is van een scheve verhouding en daarbij altijd de reguliere berekening van de parkeer- en stallingseis meenemen. De onderbouwing bevat gegevens over het aantal (toekomstige) gebruikers (bijvoorbeeld werknemers en bezoekers), hun mobiliteitsvormen en – indien nodig – een verkeers- en/of parkeeronderzoek. Op basis hiervan moet een passende parkeer- en stallingsbehoefte blijken. Waarbij rekening wordt gehouden met eventuele groei.
Afhankelijk van de situatie kan worden vereist dat een in deze nota genoemd afwijkprincipe wordt toegepast, zoals afwijkmogelijkheid B4. ‘Van norm naar nodig’. De maatwerkonderbouwing is vormvrij. Er worden geen vaste kenmerken of grenzen gehanteerd bij de beoordeling wanneer het verzoek tot maatwerk ontvankelijk is. Wel kunnen de volgende richtinggevende kenmerken worden gehanteerd: - Een bouwwerk is groter dan 2.500 m2 bvo. - Een bouwwerk heeft meer dan twee functies. - Een bouwwerk heeft een (ongebruikelijke) combinatie van functies. - Een bedrijf of organisatie met 250 werknemers of meer. - Een functie of voorziening waarvoor geen te hanteren normen zijn opgenomen in deze nota. - Een functie of voorziening waarvoor de te hanteren norm, aantoonbaar te hoog is. Dit dient aangetoond te worden door middel van een onafhankelijk en deskundig onderzoek.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
33
Is het verschil tussen de reguliere en de maatwerkbehoefte ≤10%, dan kan het verzoek ambtelijk worden afgehandeld. Bij een groter verschil (>10%) besluit het college over de afwijking. B. 4. Van norm naar nodig Omdat het praktijkgebruik van een functie niet altijd in één norm is te vatten, kan het wenselijk zijn om de vereiste parkeer- en stallingsplaatsen in eerste instantie niet volledig te realiseren, maar door middel van een ruimtereservering aan de parkeer- en stallingseis te voldoen. Bij toepassing van deze afwijkmogelijkheid wordt aanvankelijk tenminste 70% van de parkeer- en/of stallingseis gerealiseerd. Voor de overige 30% (of minder) wordt binnen het plangebied een ruimtelijke reservering gedaan. Zodoende kunnen fluctuaties in de tijd blijvend worden opgevangen. Bij afrondingsverschillen wordt naar boven afgerond. Deze afwijkmogelijkheid kan ook worden toegepast bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken. Met een gemaatvoerd ontwerp wordt aangetoond dat, waar en hoe later, indien nodig, alle vereiste parkeer- en stallingsplaatsen alsnog kunnen worden gerealiseerd. 30% (of minder) van de parkeer- en/of stallingsplaatsen wordt pas gerealiseerd wanneer de behoefte na oplevering hoger blijkt te zijn dan de initieel aangelegde parkeerof stallingsvoorzieningen.
Hiervoor moet de initiatiefnemer het gebruik van de parkeer- en stallingsvoorziening op een maatgevend moment meten en aan de gemeente rapporteren. De gemeente kan ter controle een (fiets)parkeeronderzoek verlangen. Daarnaast moet de initiatiefnemer de omgeving raadplegen. Op een loopafstand van 100 meter worden alle adressen in de directe omgeving geraadpleegd, per adres/huishouden volgt één verklaring. Wanneer de bezettingsgraad 90% of hoger is en/of aantoonbaar sprake is van parkeerhinder in de omgeving (binnen een loopafstand van 100 meter), dient de parkeer- en/of stallingsvoorziening te worden uitgebreid. Tenzij aantoonbaar sprake is van een externe oorzaak. Het uitbreiden mag gefaseerd plaatsvinden. Alle kosten voor het uitvoeren van onderzoeken en participatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Wanneer de gemeente ter controle een (fiets)parkeeronderzoek uitvoert, kunnen de kosten naar redelijkheid en billijkheid in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Bij het toepassen van deze afwijkmogelijkheid worden concrete afspraken vastgelegd bij het verlenen van de omgevingsvergunning.
Daarin wordt tenminste expliciet opgenomen: • Hoe de reserveringsruimte bedoeld voor parkeren en stallen anders gebruikt mag worden (geen onomkeerbare inrichting); • Door wie de kosten voor het uitvoeren van onderzoeken en participatie worden gedragen (primair voor rekening van initiatiefnemer); • Wanneer de voorzieningen voor parkeren en stallen worden uitgebreid (bezettingsgraad ≥ 90% of objectief aantoonbare parkeerhinder); • Hoe lang de plichten voor initiatiefnemer van kracht zijn (met 1 jaar na ingebruikname als minimumperiode voor Wonen en 3 jaar voor Werken); • Wanneer en hoe (fiets)parkeeronderzoeken worden uitgevoerd. Voor het uitvoeren van de (fiets) parkeeronderzoeken zijn de kwaliteitseisen (zie bijlage 4) van de gemeente Raalte van toepassing. Het college dient altijd een besluit te nemen voor het toepassen van deze afwijking. Waarbij een advies van de gemeentelijk verkeerskundige gewogen wordt.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
34
C. Eén of enkele parkeerplaatsen Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet haalbaar is alleen doordat één of enkele parkeerplaatsen niet kan/ kunnen worden opgevangen binnen het plangebied, wordt dat als disproportioneel beschouwd. Het breed maatschappelijk belang van een ruimtelijke ontwikkeling is altijd groter dan die ene parkeerplaats. Daarom kan in dit geval zondermeer medewerking worden verleend, mits de verkeerskundige daartoe positief adviseert. Bij een negatief verkeersadvies moet worden gewerkt met andere afwijkmogelijkheden. Voor het bepalen van de hoogte van ‘enkele parkeerplaatsen’ geldt een percentage van 10%, een maximum van 5 parkeerplaatsen en de rekenregel: afronden naar beneden. Initiatiefnemers worden niet ontslagen van hun inspanningsverplichting. Deze afwijkmogelijkheid betreft dus geen ‘korting’ op de parkeereis. Deze afwijkmogelijkheid kan ambtelijk worden afgedaan. Deze afwijkmogelijkheid kan niet worden gestapeld, of in combinatie met andere afwijkmogelijkheden worden gehanteerd. Behalve met de afwijkmogelijkheid D. ‘Mobiliteitskorting stallingsplaatsen’ en afwijkmogelijkheid H. ‘Vrijstelling stallingseis’. D. Mobiliteitskorting stallingsplaatsen Wanneer de kwaliteit van stallingsplaatsen voldoet aan ‘kwaliteitsniveau hoog’, kan het fietsgebruik stijgen ten koste van het autogebruik.
De ruimte voor één autoparkeerplaats biedt capaciteit voor tenminste 6 rijwielen. Daarom is het toegestaan om bij een hoge kwaliteit van de stallingsvoorziening één parkeerplaats minder te realiseren als (gedeeltelijke) compensatie voor de investeringskosten en het ruimtebeslag. Deze afwijkmogelijkheid mag alleen worden toegepast als sprake is van een stallingseis van tenminste 6 fietsen en een stallingsvoorziening van tenminste 15 m2 groot. Deze afwijkmogelijkheid is niet van toepassing bij solitaire grondgebonden woningen. Bij bijvoorbeeld een vrijstaande woning met een stallingsvoorziening in de garage geldt deze afwijkmogelijkheid niet (ook niet op wijkniveau), maar wel bij een appartementencomplex. Deze afwijkmogelijkheid kan altijd worden toegepast en is stapelbaar met andere afwijkmogelijkheden. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning wordt ambtelijk beoordeeld of gebruik kan worden gemaakt van deze afwijking. E. Privaat alternatief De initiatiefnemer kan mogelijk in de directe omgeving ruimte kopen voor het opvangen van de parkeereis. De vervangende voorziening dient voldoende capaciteit te bieden, moet binnen de acceptabele loopafstanden bereikbaar zijn en voldoen aan de toegankelijkheidsplicht. Indien de parkeervoorziening in de toekomst wijzigt dan kan dit alléén na toestemming van de gemeente.
De gemeente staat geen huurovereenkomsten toe, tenzij de huur van het privaat alternatief permanent is. Voor het toepassen van deze afwijkmogelijkheid is een positief advies van een verkeerskundige nodig, vervolgens kan de omgevingsvergunning ambtelijk worden afgehandeld. Bij een negatief advies van de verkeerskundige wordt het besluit tot afwijking voorgelegd aan het college. F. Opvangen in de openbare ruimte Wanneer in de directe omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling ongebruikte parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn, kunnen die openbare voorzieningen mogelijk worden gebruikt voor het opvangen van de parkeereis. Hiermee kan een ontwikkeling haalbaar worden, zonder dat dat direct ten koste gaat van de bereikbaarheid in het omliggend gebied of voor parkeerhinder zorgt. Om ervoor te zorgen dat dubbelgebruik van openbare parkeervoorzieningen mogelijk blijft, mogen openbare voorzieningen nooit worden geprivatiseerd door middel van koop of huur. Door middel van een parkeerbalans (zie ook paragraaf 3.7 ‘Aanwezigheidspercentages’) moet de parkeereis voor de maatgevende momenten worden bepaald. Het aantal parkeerplaatsen dat daaruit volgt moet beschikbaar zijn, binnen de acceptabele loopafstanden (zie paragraaf 3.1 ‘Acceptabele loopafstanden’).
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
35
Om parkeerhinder te voorkomen moet de bezettingsgraad na toevoeging van de extra parkeerbehoefte onder de 90% blijven. Wanneer in een deelgebied binnen de acceptabele loopafstand de bezettingsgraad 90% of hoger is, dan moet die (te) hoge bezetting in een naburig deelgebied kunnen worden opgevangen. Als de bezettingsgraad in één of enkele deelgebieden niet onder de 90% blijft, kan de extra parkeerbehoefte niet in de openbare ruimte worden opgevangen. Met een parkeeronderzoek kan worden aangetoond of in de openbare ruimte voldoende restcapaciteit beschikbaar is. Een parkeeronderzoek wordt altijd uitgevoerd door een verkeerskundige van de gemeente Raalte of door een onafhankelijk verkeersonderzoeksbureau. Ieder parkeeronderzoek moet voldoen aan de kwaliteitseisen van de gemeente Raalte (zie bijlage 4). Een onderzoeksvoorstel van een externe partij wordt altijd vooraf afgestemd met en beoordeeld door de verkeerskundige van de gemeente Raalte. De kosten voor een onderzoek en onderbouwing zijn altijd voor de initiatiefnemer. (Openbare) parkeerplaatsen in het centrum- en schilgebied Raalte (zie figuur 1) mogen niet worden gebruikt bij deze afwijkmogelijkheid. Bij ruimtelijke ontwikkelingen direct buiten het centrum- en schilgebied moet de openbare restcapaciteit van het centrum- en schilgebied buiten beschouwing worden gelaten.
Wanneer redelijkerwijs verwacht kan worden dat alsnog parkeer- of stallingsplaatsen van het centrum- schilgebied gebruikt gaan worden, dan wordt van initiatiefnemers een financiële bijdrage aan het Mobiliteitsfonds verwacht, zie afwijkmogelijkheid B1. ‘Mobiliteitsfonds centrum en schil Raalte’. Bij het toepassen van deze afwijkmogelijkheid is een advies van de verkeerskundige noodzakelijk. Aangezien het opvangen van parkeer- en stallingsplaatsen in de openbare ruimte kan conflicteren met andere belangen, dient het college altijd te besluiten tot deze afwijking. G. Aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte Wanneer het opvangen van parkeerplaatsen binnen de bestaande openbare capaciteit niet mogelijk is, kan onderzocht worden of aanleg van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte een oplossing biedt. Parkeerplaatsen die worden aangelegd zijn altijd openbaar en voor eenieder onvoorwaardelijk toegankelijk. Er kunnen voorwaarden worden gesteld aan de maximale hoeveelheid aan te leggen parkeerplaatsen. De werkelijke kosten van de aanleg, en alle daaruit voortvloeiende kosten, komen volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Bij de beoordeling of de aanleg van extra parkeervoorzieningen in de openbare ruimte mogelijk is, wordt altijd advies ingewonnen van relevante vakdisciplines (bijvoorbeeld verkeer, beheer, groen).
Het college beslist altijd over deze afwijking, waarbij de adviezen gewogen worden. Wanneer de aanleg van extra parkeerplaatsen ten koste gaat van bestaand openbaar groen, kunnen mitigerende maatregelen (zoals groene parkeerplaatsen) vereist worden. H. Vrijstelling stallingseis Wanneer de fietsbereikbaarheid bij een ruimtelijke ontwikkeling minder is, is de negatieve impact daarvan doorgaans lager dan wanneer de bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer minder is. Daarom wordt een afwijking van de stallingseis als een minder zware afwijking beschouwd. Dat betekent echter niet dat de verantwoordelijkheid voor de realisatie van voldoende fietsenstallingen vrijblijvend is. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling moet voldoende ruimte zijn voor het stallen van fietsen, zonder dat dat leidt tot overdreven regeldrang. In beginsel moeten stallingsplaatsen die volgen uit de stallingseis altijd voldoen aan het minimale kwaliteitsniveau en binnen het plangebied (op eigen terrein) worden gerealiseerd. Wanneer kan worden aangetoond dat de stallingseis redelijkerwijs kan worden opgevangen in de bestaande stallingsruimte binnen het plangebied, wordt ook voldaan aan deze eis.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
36
Als het vervolgens niet haalbaar is om voldoende stallingsplaatsen te realiseren danwel op te vangen, moet dat (schriftelijk) worden aangetoond. Vervolgens kan worden afgeweken van de fietsparkeereis in de volgorde: aantonen dat de stallingsbehoefte kan worden opvangen in de bestaande capaciteit in de openbare ruimte, aanleg van extra stallingsplaatsen, herinrichting van bestaande stallingen of creatieve fietsoplossingen: een efficiënt ingedeelde gezamenlijke fietsenberging, etagerekken, verticaal fietsparkeren of plafondgebonden fietsenstallen. Bij toepassing van deze afwijkmogelijkheden zijn de voorwaarden zoals die ook voor afwijkmogelijkheden van parkeren gelden, indien logisch, van toepassing. Bij deze afwijkmogelijkheid is altijd een advies van de gemeentelijk verkeerskundige nodig. Als een ontwikkeling geen doorgang kan vinden vanwege het gebrek aan enkele fietsenstallingen, wordt dat als disproportioneel beschouwd. In het uiterste geval kan een vrijstelling worden verleend voor de fietsparkeereis. Het breed maatschappelijk belang van een ruimtelijke ontwikkeling is altijd groter dan een klein aantal gestalde fietsen. Wanneer 5 stallingen of 10%1, met een maximum van 25 stallingen, van de stallingseis niet kan worden opgevangen, kan zondermeer medewerking worden verleend, mits de verkeerskundige daartoe positief adviseert2.
Bij een negatief advies van de verkeerskundige of een hoger aantal stallingen, wordt een verzoek tot afwijken voorgelegd aan het college met een integrale belangenafweging (zie afwijkmogelijkheid I. ‘Integrale belangenafweging’). 1) Bij een berekening met een percentage geldt de rekenregel: afronden naar beneden. 2) De vrijstelling van de stallingseis betreft geen ‘korting’. Een (gedeeltelijke) vrijstelling kan worden gestapeld met afwijkingen zoals opvangen in de openbare ruimte of aanleg van extra plaatsen.
Alle bovenstaande afwijkmogelijkheden gelden niet voor het gebied ‘Centrum en schil Raalte’. In dit gebied geldt de afwijkmogelijkheid B1. ‘Mobiliteitsfonds centrum en schil Raalte’. Verder, alle kosten voor stallingsplaatsen zijn voor rekening van initiatiefnemer. Ook eventuele kosten voor onderzoek. I. Integrale belangenafweging Het is mogelijk dat bovenstaande stappen alsnog niet of onvoldoende leiden tot een haalbare ruimtelijke ontwikkeling. Wanneer niet aan de parkeer- en/of stallingseis en/of de beleidsregels uit deze nota kan worden voldaan, is sprake van een negatief advies op grond van voorliggende nota. Vanwege andere belangen kan het wenselijk zijn toch medewerking te verlenen aan de ruimtelijke ontwikkeling. Voorbeelden van andere belangen kunnen zijn: integrale ruimtelijke kwaliteit, de woonopgave en sociale, maatschappelijke en economische belangen. Met een integrale belangenafweging kan het college het belang van bereikbaarheid afwegen tegenover andere belangen en gemotiveerd besluiten tot een afwijking van de parkeer- en/of stallingseis of specifieke beleidsregels uit deze nota. Indien mogelijk worden daarbij mitigerende maatregelen genomen. Het afwijken van de parkeer- en of stallingseis is mogelijk binnen de omgevingsvergunning.
Bij het verlenen van de omgevingsvergunning kan besloten worden om ondanks het negatieve verkeersadvies medewerking te verlenen aan de ruimtelijke ontwikkeling. Een afwijking d.m.v. een integrale belangenafweging wordt vastgesteld door het college. Hierbij wordt altijd een advies van verkeer gewogen.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
37
Bijlagen Bijlage 1
Begrippen
38
Bijlage 2
Toelichting functies
40
Bijlage 3
Toelichting op de nota
47
Bijlage 4
Kwaliteitseisen (fiets)parkeeronderzoek
51
Bijlage 5
Uitgangspunten bereikbaarheid en maatvoering voor opritten
53
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
38
Bijlage 1 Begrippen Parkeereis of stallingseis De parkeereis of stallingseis is het (totaal) aantal parkeerplaatsen of stallingsplaatsen dat in een plangebied beschikbaar moet zijn. Normatieve parkeerbehoefte De totale parkeerbehoefte van een functie op basis van de parkeernormen zoals vastgelegd in deze nota. Hierbij kan sprake zijn van een onderverdeling in de totale parkeerbehoefte per gebruikersgroep, per functie. De normatieve parkeerbehoefte wordt bepaald door het aantal/de omvang van een functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm van die functie. Toegankelijkheidsplicht De toegankelijkheidsplicht is het (totaal) aantal parkeer- en/of stallingsplaatsen dat in een plangebied of deelgebied openbaar toegankelijk en beschikbaar moet zijn voor dubbelgebruik. Dubbelgebruik Niet alle functies hebben tegelijkertijd dezelfde parkeer- of stallingsbehoefte, daarom kunnen parkeer- en stallingsplaatsen op verschillende momenten van de dag door verschillende gebruikersgroepen worden gebruikt. Door rekening te houden verschillende gebruikers wordt de beschikbare capaciteit op een efficiënte manier benut en zijn in totaliteit minder parkeerplaatsen nodig. Bruikbaar aanbod Parkeer- en stallingsplaatsen op eigen terrein of in de openbare ruimte die voldoen aan de in deze nota gestelde eisen worden gezien als bruikbaar parkeeraanbod.
Parkeerplaatsen die niet voldoen worden niet meegerekend bij de beoordeling of het plan voldoende voorziet in de parkeer- en stallingseis. Bruto vloeroppervlak (bvo) Het bruto vloeroppervlak van een gebouw is het vloeroppervlakte inclusief alles, gemeten op vloerniveau, dus inclusief gevels, dragende wanden enzovoort. Een scheidende muur (muur tussen twee zelfstandige delen van een gebouw) telt voor de helft mee bij het berekenen van het bvo. In tegenstelling tot het gebruiksoppervlak (gbo) zijn hierin wel de gemeenschappelijke ruimtes inbegrepen. Het ontbrekend vloeroppervlak van een vide mag in mindering worden gebracht op het bvo, immers is daar geen vloeroppervlak aanwezig. Werkvloeroppervlak (wvo) Het gedeelte van de vloeroppervlakte binnen een gebouw dat gebruikt wordt voor productie, opslag, assemblage, werkplaatsen of andere werkzaamheden, gemeten in bruto vloeroppervlak tussen buitenmuren en inclusief verkeersruimten binnen de vloer zoals gangpaden, directe toegang tot werkzones enzovoort, maar exclusief algemene functies zoals kantoren, sanitaire ruimtes, lift /trapopgangen die niet direct de functie van werkvloer hebben.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
39
Salderen Het in mindering brengen van de bestaande parkeer- en stallingsbehoefte van een ruimtelijke functie op de parkeeren stallingsbehoefte van de toekomstige ruimtelijke functie van een inbreidingsplan. Toegangsweg Een weg op een privaat perceel dat een bestemming en parkeerplaatsen verbindt met de openbare weg. Deze toegangsweg is bedoeld voor gebruik door niet-gemotoriseerd verkeer en gemotoriseerd verkeer. Gebruiksfunctie De gebruiksfunctie is de aanduiding voor het gebruik van een (of meerdere) bouwwerk(en) of een deel van een bouwwerk. Het bouwwerk kan zowel eenzelfde bestemming als meerdere bestemmingen hebben. De volgende gebruiksfuncties worden in deze nota onderscheiden: Wonen, Werken, Winkelen en Boodschappen, Sport, Cultuur en Ontspanning, Horeca en Verblijfsrecreatie, Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen en tot slot Onderwijs. Functie Alle gebruiksfuncties kennen een onderverdeling in functies. Aan de hand van de functie wordt de te hanteren parkeer- en stallingsnorm bepaald. Uitleg: de gebruiksfunctie wonen kent bijvoorbeeld de functies: ‘Vrijstaande woning’ en ‘Huurappartement’ en de gebruiksfunctie werken kent de functies: ‘kantoor’ en ‘bedrijf’. Nevenfunctie Een nevenfunctie, in of buiten het bouwwerk, staat ten dienste van een functie. Bijvoorbeeld de nevenfunctie ‘kantine’ in een kantoor of ‘magazijn’ in een bedrijfspand.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
40
Bijlage 2 Toelichting functies Wonen Kleine eengezinswoning (koop) Woning die specifiek is ontworpen voor één- of tweepersoonshuishoudens. De woning heeft maximaal 2 slaapkamers en maximaal een bvo van 125 m2 of een woonoppervlak van 100 m2. De zolder van een dergelijke woning wordt gezien als slaapkamer wanneer deze: bereikbaar is met een vaste trap en/of volgens ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’ (Bbl) als woon-leef/ruimte wordt beschouwd. Als de woning niet aan deze kenmerken voldoet mag de gegeven norm niet worden toegepast. Grondgebonden seniorenwoning (koop of huur) Grondgebonden woning die specifiek is ontworpen voor senioren. Deze woning heeft de volgende kenmerken: drempelloos, voorzien van brede toegangsdeuren, gelijkvloers of voorzien van een traplift en de woning beschikt over een rolstoelvriendelijke entree en een rolstolvriendelijk toilet/badkamer. Kenmerkend is dat deze woning (meestal) een lage goot heeft. De woning heeft maximaal 2 slaapkamers en maximaal een bvo van 125 m2 of een woonoppervlak van 100 m2. De zolder wordt gezien als slaapkamer als deze bereikbaar is met een vaste trap en/of volgens ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’ (Bbl) als woon-leef/ruimte wordt beschouwd. Als de woning niet aan deze kenmerken voldoet mag de gegeven norm niet worden toegepast.
Geclusterd wonen (aanleunwoning/serviceflat) Zelfstandige woning welke is bedoeld voor (zorgbehoevende) ouderen en voorzien van beperkte zorgvoorzieningen. De woning beschikt verder over dezelfde kenmerken als een grondgebonden seniorenwoning. De woning ligt in of in de directe nabijheid van een zorgcomplex. Bewoners moeten aantoonbaar permanent en eenvoudig toegang hebben tot zorg en ondersteuning van het nabijgelegen zorgcomplex. De directe relatie tussen het zorgcomplex moet onomstotelijk vast te stellen zijn. Zorgappartement Begeleid wonen Zelfstandige of niet zelfstandige woonruimte in een permanent wooncomplex waar bewoners met zorg- of hulpvraag zelfstandig wonen, terwijl zij begeleiding en ondersteuning krijgen. Bewoners beschikken niet over een auto omdat zij bijvoorbeeld een mobiliteitsbeperking hebben of andere beperking waardoor autorijden niet mogelijk is. Deze onderbouwing moet bij de omgevingsvergunning worden vastgelegd. Studentenkamer (niet-zelfstandig) Niet-zelfstandige woonruimte als onderdeel van een woongebouw met meerdere wooneenheden. Er is sprake van gedeelde voorzieningen zoals de keuken en sanitair. Werken Kantoor Een bouwwerk dat is ingericht met kantoorwerkplekken bijvoorbeeld bedoeld voor administratieve en/of zakelijke dienstverlening. De werkzaamheden zijn meestal vooral intern en beperkt publiekgericht.
Er is geen onderscheid tussen verschillende categorieën.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
41
Bedrijf Bouwwerk waar producten/goederen worden geproduceerd of opgeslagen en/of waar diensten worden geleverd. Bedrijven kunnen variëren in (onder andere) sector, grootte, productiewijze, arbeidsintensiteit en organisatiestructuur. Voor alle bedrijven geldt één norm. Winkelen en boodschappen Kruidenier, buurtsupermarkt of boerderijwinkel Kleine(re) supermarkt (≤ 500 m2 wvo) met een divers maar beperkt assortiment van dagelijkse boodschappen en levensmiddelen. Meestal heeft deze winkel een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied zoals een dorpsdeel of (kleine) dorpskern. Een dergelijke winkel kan zich ook in het centrum van Raalte of Heino bevinden. Supermarkt Een (reguliere) supermarkt (501 - 2.500 m2 wvo) met een divers en breed assortiment van dagelijkse boodschappen en levensmiddelen. Deze winkel heeft een lokaal en beperkt regionaal verzorgingsgebied. Zoals een dorpskern en direct omliggende dorpskernen. Grote supermarkt (XL) Een zeer grote supermarkt (> 2.500 m2 wvo) met een divers en zeer uitgebreid assortiment van dagelijkse boodschappen en levensmiddelen en daarnaast een uitgebreid aanbod van non-food artikelen. Deze winkel heeft vooral een regionaal verzorgingsgebied. Winkel dorpswinkelcentrum Het hoofdwinkelgebied van een dorpskern met een sterke, centrale clustering van centrumfuncties, horeca en detailhandel.
Meestal gaat het om kleinschalige winkels met een bruto vloeroppervlak niet groter dan 500 m2. Deze functie is alleen van toepassing bij winkels in het centrum en schilgebied van Raalte. Voor winkels in andere dorpskernen of -delen, wijken of buurten geldt de norm ‘Winkel kernen en wijken’. Voor specifieke functies in een dorpswinkelcentrum zoals horeca of supermarkten geldt deze functie niet. Winkel kernen en wijken Winkel in een dorpskern of wijk. Hier is geen sprake van een sterke, centrale clustering van centrumfuncties, horeca en detailhandel. Voor specifieke functies in een dorpswinkelcentrum zoals horeca of supermarkten geldt deze functie niet. Kringloopwinkel Een winkel gericht op de verkoop van gebruikte goederen en tweedehands producten. Goederen en producten worden doorgaans ingezameld via donaties of inname en vervolgens te koop aangeboden tegen lage prijzen. Bij deze winkels is vaak sprake van volumineuze goederen. Er dient rekening te worden gehouden met het brengen en halen van die goederen. Tuin- of Groenwinkel Een middelgrote detailhandelsvestiging ≤ 2.500 m2 bvo in het perifeer gebied van een kern of buiten de bebouwde kom. Buitenruimte waar producten worden uitgestald, wordt gezien als verkoopruimte en daarom meegenomen in het totale bvo.
Deze winkels richten zich met name op de verkoop van tuinartikelen, tuinmeubilair, planten, zaden, meststoffen, dierbenodigdheden, gereedschappen en overige producten voor tuin, dier en buitenleven. Ook worden vaak seizoenartikelen zoals kerstversiering en ander decoratiemateriaal aangeboden. Voorbeelden zijn ‘de Welkoop’ en ‘de Boerenbond’.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
42
Tuincentrum/Groencentrum Een (zeer) grote detailhandelsvestiging > 2.500 m2 bvo meestal gevestigd in het perifeer gebied van een kern of buiten de bebouwde kom. Buitenruimte waar producten worden uitgestald, wordt gezien als verkoopruimte en daarom meegenomen in het totale bvo. Deze winkels richten zich met name op de verkoop van tuinartikelen, tuinmeubilair, planten, zaden, meststoffen, dierbenodigdheden, gereedschappen en overige producten voor tuin, dier en buitenleven. Ook worden vaak seizoenartikelen zoals kerstversiering en ander decoratiemateriaal aangeboden. De grootte van deze vestigingen kan sterk variëren, daarom is een maatwerkonderbouwing nodig. Daarbij is de organisatie van eventuele evenementen ook van belang. Voorbeelden zijn de ‘Intratuin’ of ‘Groenrijk’. Groothandel Een groothandel is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen. Een groothandel richt zich veelal op wederverkopers, zakelijke klanten of andere groothandels en niet direct op een reguliere consument. Deze functie kent verschillende typen waarvoor geen aparte norm bestaat. Weekmarkt Een weekmarkt is een met regelmaat terugkerende openbare markt die doorgaans één of meerdere dagen per week op een vaste locatie gehouden wordt.
Standplaatshouders verkopen vanuit een kraam of wagen diverse goederen (van levensmiddelen tot detailhandelsgoederen). De gegeven normen zijn inclusief één parkeerplaats voor het voertuig van de standplaatshouder. Meestal kan dat voertuig bij de standplaats worden geparkeerd. Het bezoekersdeel voor parkeren is dus de parkeernorm -1. De omvang, ligging en bereikbaarheid van een weekmarkt kunnen de parkeer- en stallingsbehoefte sterk beïnvloeden. Bruin- en witgoedzaak Een grootschalige detailhandelsvestiging waar volumineuze consumentenelektronica (bruin en witgoed) wordt verkocht. Meestal gevestigd in de eerste bebouwingsschil rondom het dorpscentrum of in gebieden, die aan de rand van een dorp of stad liggen. Woonwinkel Een grootschalige detailhandelsvestiging met een bvo van ≤ 2.500 m2. Meestal is deze winkel gevestigd in perifeer gebied van kernen of op bedrijventerreinen. Een woonwinkel heeft een breed assortiment van volumineuze en niet-volumineuze goederen. Het assortiment is gericht op het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord (meubels, vloerbedekking, verf en behang, accessoires, verlichting etc.). Deze functie is ook van toepassing voor gespecialiseerde woonwinkels (keukens, zonwering, bedden etc.). Voor kleinere winkels (ca 500 m2 bvo) geldt in beginsel de functie ‘Winkel dorpswinkelcentrum’ of ‘Winkel kernen en wijken’.
Woonwarenhuis Een zeer grootschalige detailhandelsvestiging met een bvo van > 2.500 m2, met veelal een bovenregionaal verzorgingsgebied. Een woonwarenhuis heeft een breed assortiment van volumineuze en niet-volumineuze goederen. Het assortiment is gericht op het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord (meubels, vloerbedekking, verf en behang, accessoires, verlichting etc.). Deze functie is ook van toepassing voor gespecialiseerde woonwinkels (keukens, zonwering, bedden etc.).
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
43
Bouwmarkt Een (zeer) grootschalige detailhandelsvestiging, met een lokaal of regionaal verzorgingsgebied. Meestal is deze winkel gevestigd in perifeer gebied van kernen of op bedrijventerreinen. Het assortiment is gericht op het (ver) bouwen en bevat veelal doe-het-zelfartikelen, bouwmaterialen, gereedschappen, verf, tuinartikelen en aanverwante producten. De verkoop is gericht op particuliere klanten of op kleine zelfstandige aannemers. De grootte van deze vestigingen kan sterk variëren. Daarbij is de organisatie van eventuele evenementen ook van belang. Sport, Cultuur en ontspanning Filmhuis Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschalige, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. Musicaltheater Een musicaltheater is een grootschalig theater, waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. Bowlingcentrum Een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.
Sportschool Relatief kleinschalige sportvoorziening met een bvo van ≤750 m2, waar bezoekers alleen gebruikmaken van fitnessapparaten. Wanneer er ook groepslessen zijn, geldt de functie ‘fitnesscentrum’ ongeacht het aantal m2 bvo. Sportveld Buitensportaccommodatie voor een specifieke sport zoals bijvoorbeeld voetbal of hockey. De norm is exclusief kantine, tribunes, kleedruimte, (klein) oefenveld en toiletten. Fitnesscentrum Grootschalige sportvoorziening met een bvo van > 750 m2, waar bezoekers gebruikmaken van fitnessapparaten en een breed pakket aan sportactiviteiten. Het gaat daarbij zowel om individueel trainen als groepslessen en diverse vormen van fitness, zoals: cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics. Eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. Wellnesscentrum Een wellnesscentrum is de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting, waar mensen saunabaden kunnen nemen. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn in veel gevallen ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal een restaurant).
Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
44
Kunstijsbaan Bij deze norm is uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er is onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats). Golfoefencentrum (pitch & put) Al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum heeft bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). Golfbaan (18 holes) Indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer. Indoorspeeltuin/kinderspeelhal Indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo.
Er zijn echter ook voorzieningen, die beduidend groter zijn. Horeca en verblijfsrecreatie Camping/kampeerterrein De parkeernorm is gebaseerd op 1 parkeerplaats voor campinggasten, 0,1 voor personeel en 0,1 voor bezoekers. Parkeerplaatsen voor personeel en bezoekers moeten op een centrale parkeerplaats zijn; plaatsen voor campinggasten kunnen centraal of op de eigen standplaats aanwezig zijn. Een standplaats waar een auto met kampeermiddel of een camper kan staan, telt als één parkeerplaats. Voor de tentenweide is een aparte parkeervoorziening nodig: 1 parkeerplaats per tentplaats, waarbij 1 tentplaats per 5 m² tentenweide wordt gehanteerd. Deze lagere norm is gebaseerd op een lagere bezetting en meer (motor) fietsen. Campings binnen de bebouwde kom (zoals stadscampings of camperplaatsen) vallen eveneens onder deze functie. Wanneer de camping een publiek toegankelijke voorziening heeft, zoals een restaurant, is daarvoor een maatwerkonderbouwing nodig voor de parkeer- en stallingsbehoefte. Vakantiepark/bungalowpark Het bezoekersaandeel betreft parkgasten. Het overige deel (10%) betreft personeel en bezoekers van gasten. Wanneer op het park een restaurant (of een andere voorziening) is die ook publiek toegankelijk is (voor externe gasten), is daarvoor een maatwerkonderbouwing nodig voor de parkeer- en stallingsbehoefte.
Budget/middenklasse hotel en Luxe hotel Het bezoekersaandeel betreft gasten. Het overige deel betreft personeel. Een budget/middenklasse hotel heeft 1 tot 3 sterren. Het voorzieningenniveau varieert van basis tot goed. Bij deze hotels ligt de focus op slapen en eten. Een luxe hotel heeft 4 tot 5 sterren. Het voorzieningenniveau is (zeer) uitgebreid en exclusief. Bij deze hotels ligt de focus niet alleen op slapen en eten, maar ook op verblijven en ontspannen (bijvoorbeeld wellness). Wanneer bij het hotel een restaurant is dat ook toegankelijk is voor externe gasten is daarvoor een maatwerkonderbouwing nodig voor de parkeer- en stallingsbehoefte.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
45
Café/bar klein of groot De ligging en doelgroep van een café/bar kan sterk verschillen. Een danscafé met bovenlokale bezoekersdoelgroep trekt meer bezoekers met een auto dan een dorpscafé met vooral een lokale bezoekersdoelgroep. Verder kan ook sprake zijn van een combinatie van functies zoals bij een eetcafé. Daarom kan de parkeer- en stallingsbehoefte voor deze functie sterk verschillen en is een maatwerkonderbouwing nodig. Bij een klein café/bar zijn vaak geen feesten, partijen of bijeenkomsten. Een klein café is ≤ 250 m2 bvo. Een groot café/ bar heeft een zaal of grote ontmoetingsruimte waar wel feesten, partijen of bijeenkomsten zijn en is > 250 m2 bvo. Het auto- en fietsgebruik bij een feestzaal is sterk afhankelijk van de hoeveelheid gasten per m2 en locatiespecifieke factoren. Een terras moet worden meegerekend bij het totaal aantal m2 bvo. Snackbar/cafetaria Het auto- en fietsgebruik bij deze functie kan variëren op basis van afhaalgerichtheid of zitgelegenheden. Daarom is een maatwerkonderbouwing nodig. De maximale grootte van een snackbar/cafetaria is 250 m2 bvo. Daarboven is meestal sprake van een restaurant of fastfoodrestaurant. Voor die typen kan deze functie niet worden toegepast. Restaurant Het type restaurant en de hoeveelheid zitplaatsen kunnen een sterke invloed hebben op de parkeer- en stallingsbehoefte. Daarom is een maatwerkonderbouwing nodig.
Evenementenhal/beurs-congresgebouw De parkeer- en stallingsbehoefte is sterk afhankelijk van de locatie en het niveau van de mobiliteitsvoorzieningen. Daarom is een maatwerkonderbouwing nodig. Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Consultatiebureau Een groepsruimte wordt gezien als een behandelkamer. Consultatiebureau voor ouderen Een groepsruimte wordt gezien als een behandelkamer. Gezondheidscentrum Een gezondheidscentrum is een locatie met meerdere zorgvoorzieningen onder één dak, waaronder bijvoorbeeld huisarts, fysiotherapeut, psycholoog, diëtist, verloskundige, apotheek of consultatiebureau. Door variërende openingstijden en de aanwezigheid van functies met een lagere parkeerbehoefte geldt een lagere norm. Deze norm is alleen toepasbaar wanneer minstens één functie met lage parkeerdruk aanwezig is (zoals fysiotherapie of consultatiebureau); een combinatie van uitsluitend huisarts en tandarts geldt niet als gezondheidscentrum. Door de uiteenlopende openingstijden is altijd een maatwerkonderbouwing, eventueel met parkeerbalans, nodig. Bij de norm is de het parkeren en stallen voor een apotheek niet meegenomen, de parkeer- en stallingsbehoefte daarvoor moet apart worden bepaald. Ziekenhuis Het auto- en fietsgebruik bij ziekenhuizen kan sterk variëren. Het bepalen van de juiste parkeer- en stallingsbehoefte vereist maatwerk.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
46
Wijkgebouw/buurthuis Gebouw waar sociale of culturele activiteiten en kleinschalige bijeenkomsten plaatsvinden. Het gebouw is niet gericht op commerciële dienstverlening of grootschalige evenementen, maar richt zich op activiteiten en bijeenkomsten voor de lokale gemeenschap. Verpleeg- verzorgingstehuis Woonzorgcomplex voor mensen met een intensieve zorgbehoefte. Bewoners wonen hier permanent in een (klein) appartement of kamer. Zorgpersoneel is 24 uur aanwezig. Onderwijs Kinderopvang Het aantal benodigde parkeerplaatsen en stallingen bij een kinderopvang kan sterk verschillen per locatie. Daarom is een maatwerkonderbouwing vereist. De gegeven parkeer- en stallingsnorm is een indicatie voor de parkeeren stallingsbehoefte voor personeel. Er is in principe geen sprake van een bezoekersaandeel, wel moet rekening worden gehouden met parkeer- en stallingsruimte voor ouders die kinderen brengen en halen. Ook dit aandeel is sterk situatieafhankelijk, met behulp van een maatwerkonderbouwing dient het aantal benodigde parkeer- en stallingsplaatsen voor brengen/halen te worden bepaald. Basisonderwijs Het aantal benodigde parkeerplaatsen en stallingen bij een basisschool kan sterk verschillen per locatie. Daarom is een maatwerkonderbouwing vereist. De gegeven parkeernorm is een indicatie voor de parkeerbehoefte voor personeel.
De gegeven stallingsnorm is een indicatie voor de stallingsbehoefte voor personeel en leerlingen. Er is in principe geen sprake van een bezoekersaandeel, wel moet rekening worden gehouden met parkeer- en stallingsruimte voor ouders die kinderen brengen en halen. Ook dit aandeel is sterk situatieafhankelijk, met behulp van een maatwerkonderbouwing dient het aantal benodigde parkeer- en stallingsplaatsen voor brengen/halen te worden bepaald. Middelbare school (voortgezet onderwijs) Een middelbare school heeft een bovenlokaal verzorgingsgebied. Het aantal benodigde parkeer- en stallingsplaatsen varieert per locatie, daarom is een maatwerkonderbouwing vereist. De normen geven een indicatie voor personeel, leerlingen en incidentele bezoekers (zoals ouders bij korte gesprekken of incidenteel brengen/halen). Parkeerplaatsen voor bezoekers en personeel kunnen in de regel dubbelgebruikt worden. De parkeer- en stallingsbehoefte bij open dagen is niet meegenomen. MBO/ROC Een MBO/ROC heeft een bovenlokaal tot regionaal verzorgingsgebied. Het aantal parkeer- en stallingsplaatsen varieert per locatie, daarom is een maatwerkonderbouwing vereist. De normen geven een indicatie voor personeel, leerlingen en incidentele bezoekers (zoals ouders bij korte gesprekken). Parkeerplaatsen voor bezoekers en personeel kunnen in de regel dubbelgebruikt worden.
De parkeer- en stallingsbehoefte bij open dagen is niet meegenomen. Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs Dit type onderwijs heeft relatief kleine groepen en meestal volwassen ‘studenten’, het autogebruik is daarom relatief hoog. Wel blijft het auto- en fietsgebruik sterk locatieafhankelijk. Daarom is een maatwerkonderbouwing nodig. Het gegeven bezoekersaandeel betreft studenten.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
47
Bijlage 3 Toelichting op de nota Een toets op het parkeren wordt uitgevoerd bij iedere ‘bouwvorm’, dit is een verzamelterm voor bouwplannen, verbouwingen of gebruikswijzigingen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. De exacte bouwvorm bepaalt de rekenmethode voor parkeren en stallen. In de basis zijn er twee verschillende rekenmethoden om te bepalen of het aanbod parkeer- en stallingsplaatsen groter is dan, of gelijk is aan de parkeer- en stallingeis: - Rekenmethode A - Rekenmethode B Beide rekenmethoden zijn nader uitgewerkt in voorliggende bijlage. Per bouwvorm is onderstaand beschreven welke rekenmethode van toepassing is. Voor een uitgebreide toelichting kan contact worden opgenomen met de verkeerskundige van de gemeente Raalte. De volgende bouwvormen zijn relevant voor het bepalen van een parkeereis: - Nieuwbouw Deze vorm behelst het bouwen op onontwikkeld terrein. Er is geen sprake van een bestaande functie waarbij gesaldeerd kan worden. Voor deze bouwvorm dient gebruik te worden gemaakt van rekenmethode A. - Uitbreiding (optoppen, aanbouw) Uitbreiding van een bestaand gebouw omvat een bouwactiviteit waarbij het bruto vloeroppervlak of de omvang toeneemt. Dit varieert van een aanbouw tot het toevoegen van een of meer extra bouwlagen, ook wel ‘optoppen’ genoemd.
In dergelijke situaties is het niet mogelijk om te salderen, aangezien de (ver)bouw niet leidt tot een vervanging van een bestaande functie. Eventuele bestaande tekorten zijn dan irrelevant. Voor deze bouwvorm dient gebruik te worden gemaakt van rekenmethode A. - Herbestemming en functiewijziging (transformatie, sloop/herbouw en tijdelijke functies) Deze bouwvorm betreft het wijzigen van een bestaande functie in een gebouw ‘met behoud van casco’, of door sloop/herbouw het vervangen van een bestaand gebouw door een ander gebouw met een andere functie, binnen het plangebied. Voor het parkeren en stallen worden deze activiteiten vergelijkbaar behandeld, omdat beiden leiden tot een wijziging van de bestaande functie en daarmee de parkeer- en stallingsbehoefte. Eventuele bestaande tekorten komen niet voor rekening van initiatiefnemer en daarom is het in deze situaties mogelijk om te salderen. Bij deze berekening is de huidige bestemmings- of omgevingsplanfunctie en het huidige binnen de planfunctie passende gebruik het uitgangspunt en moet rekening worden gehouden met een leegstandstermijn van 5 jaar. Het aantal te salderen parkeer- en stallingsplaatsen dient te worden bepaald met behulp van een berekening van het maatgevend moment en een eventuele verschuiving daarvan. Voor deze bouwvorm dient gebruik te worden gemaakt van rekenmethode B.
- Vernieuwing en vervanging Bij vernieuwing en vervanging gaat het om het herstellen of verbeteren van bestaande bouw zonder functiewijziging of toename in omvang. Dit geldt ook voor grootschalige herstructurering. Wanneer de huidige situatie in aantal/omvang, type/vorm gelijk blijft, blijven eventuele bestaande tekorten buiten beschouwing. Voorwaarde daarbij is dat ook het huidige parkeer- en stallingsaanbod gelijk blijft. Is dat laatste niet het geval, dan moeten vervallen parkeer- en stallingsplaatsen worden gecompenseerd, tenzij aangetoond kan worden dat die parkeer- en/of stallingsplaatsen niet in gebruik zijn.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
48
Een berekening is in deze situatie niet nodig. Wanneer naast vernieuwing en vervanging sprake is van een uitbreiding, geldt de rekenmethode voor alléén die uitbreiding (zie uitbreiding). - Verdichting van functies (bijvoorbeeld woningsplitsing) Het verdichten van functies of splitsen van woningen betreft een toename van wooneenheden of functies zonder een fysieke verandering of uitbreiding van het m2 bvo, bijvoorbeeld het omzetten van een eengezinswoning naar meerdere kleinere appartementen. Bij verdichting (splitsing) dient eerst te worden nagegaan of reeds sprake is van bestaande tekorten. Als sprake is van bestaande tekorten, komen die niet voor rekening van de initiatiefnemer en moet de parkeer- en stallingseis worden berekend volgens rekenmethode B. Wanneer geen sprake is van bestaande tekorten dan is praktisch gezien sprake van een uitbreiding en dient te worden gerekend met rekenmethode A. Als sprake is van een bestaand overschot, dient dat te worden aangetoond. Het overschot aan parkeer- en stallingsplaatsen mag dan anders worden ingevuld. Wanneer sprake is van een functiewijziging is sprake van bouwvorm ‘herbestemming en functiewijziging’ Rekenmethode A In onderstaand stappenplan staat een volgordelijke reken- en werkwijze.
Met behulp van 18 stappen kan in beeld worden gebracht of het aanbod parkeer- en stallingsplaatsen gelijk is aan of groter is dan het aantal parkeer- en stallingsplaatsen dat volgt uit de eis. A. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
Bepaal de parkeer- en stallingsbehoefte Bepaal de ligging van de ruimtelijke ontwikkeling. Bepaal afbakening plangebied en het eigen terrein. Bepaal deelgebieden in het plangebied op basis van de acceptabele loopafstanden. Bepaal ruimtelijk programma per deelgebied. Bepaal de te hanteren parkeer- en stallingsnormen. Bepaal de aanwezigheidspercentages per gebruikersgroep. Bereken de parkeer- en stallingsbehoefte per moment van de week, per deelgebied (parkeerbalans). Rond de uitkomst uit de berekening voor de parkeer- en stallingsbehoefte per deelgebied naar boven af op hele aantallen. Tel eventuele te compenseren parkeerplaatsen op bij de parkeer- en stallingsbehoefte per deelgebied uit stap 8. Bepaal aan de hand van de uitkomst uit stap 9 het drukste moment van de week per deelgebied, dit is de parkeer- en stallingseis per deelgebied. Dit aantal parkeer- en stallingsplaatsen moet in dat gebied worden gerealiseerd. Bepaal per deelgebied het aantal parkeer- en stallingsplaatsen dat beschikbaar moet zijn in de openbare ruimte (toegankelijkheidsplicht). Uitkomsten worden naar boven afgerond.
Het resultaat is de parkeer- en stallingseis per deelgebied en als onderdeel daarvan het aantal parkeer- en stallingsplaatsen dat per deelgebied beschikbaar moet zijn in de openbare ruimte. B. 12. 13. 14.
Bepaal het beschikbaar aanbod Breng de totale parkeercapaciteit en stallingscapaciteit per deelgebied in beeld. Let op: eventueel te compenseren parkeerplaatsen worden niet ‘dubbel gerekend’. Bepaal het bruikbaar aanbod aan de hand van de gegeven eisen voor zowel parkeer- en stallingsplaatsen op openbaar terrein als eigen terrein. Corrigeer de uitkomst uit stap 12 (per deelgebied) met het aantal parkeer- en stallingsplaatsen die niet aan de eisen voldoen.