Nota parkeren en stallen Raalte 2025
Tekst van het document
Intitulé Nota Parkeren en stallen Raalte 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Raalte heeft op 16-12-2025 de volgende nota ‘Parkeren en stallen Raalte 2025’ vastgesteld:
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
2
Inhoudsopgave 1.
Introductie 1.1 Aanleiding 1.2 Waarom deze nota? 1.3 Juridisch kader 1.4 Leeswijzer
4 4 4 4 5
2.
Beleidsregels
6
3.
Verkeerskundige eisen 3.1 Acceptabele loopafstanden 3.2 Maatvoering parkeervoorzieningen 3.3 Toegankelijkheidsplicht 3.4 Parkeren bij woningen 3.5 Aandeel mindervalidenparkeerplaatsen 3.6 Kwaliteitseisen stallingsvoorzieningen 3.7 Aanwezigheidspercentages 3.8 Bevoorraden, laden en lossen
9 9 9 12 13 14 14 15 16
4.
Parkeernormen en stallingsnormen 4.1 Stedelijkheidsgraad 4.2 Ligging 4.3 Functie 4.4 Bezoekersaandeel wonen 4.5 Indicatieve normen en maatwerkonderbouwing 4.6 Parkeernormen 4.7 Stallingsnormen
18 18 18 19 19 19 20 25
5.
Toepassingskader 5.1 Bepaal de parkeer- en stallingsbehoefte 5.2 Toets aanbod parkeren en stallen 5.3 Behoefte ≤ het aanbod in plangebied 5.4 Afwijkmogelijkheden
31 31 31 31 32
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
38 39 41 48 52 54
Begrippen Toelichting functies Toelichting op de nota Kwaliteitseisen (fiets)parkeeronderzoek Uitgangspunten bereikbaarheid en maatvoering voor opritten
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
3
1. Introductie 1.1 Aanleiding Mobiliteit, verkeer en vervoer, het parkeren van auto’s en het stallen van fietsen maken deel uit van het dagelijks leven. Al deze functies vragen om ruimte. Om de toegankelijkheid en bereikbaarheid op een goede manier te kunnen borgen is hiervoor ruimte nodig. Ruimte die vaak schaars is en moet concurreren met andere functies die bijdragen aan een fijne woon-, werk- en leefomgeving. Op het gebied van parkeren van auto’s en het stallen van fietsen bepalen we de ruimtevraag op basis van normen. Wat de gemeente Raalte hiermee wil bereiken en hoe we dat gaan doen is opgenomen in de voorliggende nota ‘Parkeren en stallen Raalte 2025’. Hiermee geven we een actuele en Raalter invulling aan deze wettelijke plicht.
1.2 Waarom deze nota? Met het actualiseren van de normen willen we bijdragen aan het behouden en versterken van het fijn wonen, leven en werken. Een plek waar mensen zich thuis voelen, waar je in contact komt met elkaar, met voorzieningen die klaar zijn voor de toekomst. Een omgeving met een goede fysieke en duurzame kwaliteit die bijdraagt aan een goede balans van alle functies in de leefomgeving en de ruimtelijke kwaliteit. Veiligheid, zowel civieltechnisch als verkeerskundig vinden wij essentieel. We streven naar het beschikken over voldoende parkeergelegenheid en het tegengaan van (fiets)parkeerhinder. Het is daarbij van belang dat vraag en aanbod met elkaar in balans zijn. We zetten in op realistische normen voor het parkeren van auto’s en het stallen van fietsen, niet te veel en niet te weinig. Doen wat nodig is voor de dagelijkse praktijk. Op het gebied van regelgeving die in de nota Parkeren en stallen Raalte 2025 is opgenomen willen we beschikken over transparante en goed uitlegbare regels, meer flexibiliteit en mogelijkheden tot maatwerk dat juridisch op een goede wijze kan worden geborgd. Hierbij willen we inspelen op actuele maatschappelijke ontwikkelingen en trends. We houden rekening met nieuwe data op het gebied van verkeer, vervoer en mobiliteit. We zien dat demografische wijzigingen leiden tot een ander autobezit en gebruik (denk aan vergrijzing).
Als laatste, en niet onbelangrijk, zien we een grote druk op het gebied van bouwen en wonen. De groeiopgave en de aandacht voor de leefbaarheid in bestaande dorpen en wijken willen we kunnen faciliteren. Uit interne en externe consultaties blijkt er steun te zijn voor deze doelstellingen.
1.3 Juridisch kader De parkeernormen, stallingsnormen en beleidsregels zoals vastgelegd in deze nota, zijn van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen waar een omgevingsvergunning dan wel een aanpassing of afwijking van het bestemmingsplan (omgevingsplan van rechtswege) of omgevingsplan vereist is. Indien daaraan niet kan worden voldaan, zijn de spelregels en het handelingskader voor afwijkingen opgenomen in deze nota. Op 27 september 2018 is het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren, gemeente Raalte’(hierna: paraplubestemmingsplan Parkeren) onherroepelijk in werking getreden. Dit gemeentelijk overkoepelend bestemmingsplan voorziet daarmee in een efficiënte wijze om vanaf 1 juli 2018 binnen het gehele gemeentelijk grondgebied in één keer op een goede en eenduidige manier te beschikken over een toetsingskader en parkeernormen. In de planregels van het paraplubestemmingsplan Parkeren is een dynamische verwijzing opgenomen naar de beleidsnota met beleidsregels parkeren. Een dynamische verwijzing houdt in dat te allen tijde de meest actuele beleidsregels parkeren van toepassing zijn. Met vaststelling van voorliggende beleidsnota ‘Parkeren en stallen Raalte 2025’ vervalt de beleidsnota ‘Parkeernormen Raalte 2015’.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
4
Tot 1 januari 2032 heeft de gemeente de tijd om het (nieuwe deel van het) omgevingsplan vast te stellen voor (het gehele grondgebied van) de gemeente Raalte. Totdat dit omgevingsplan is vastgesteld, zijn alle bestaande bestemmingsplannen van rechtswege onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, waaronder ook het paraplubestemmingsplan Parkeren. Indien parkeernormen zijn opgenomen in een separaat bestemmingsplan (omgevingsplan van rechtswege) of omgevingsplan, zijn die normen leidend en gelden de parkeernormen en stallingsnormen in deze nota niet. Bij het vaststellen van het nieuwe (deel van het) omgevingsplan dient een regel met dynamische verwijzing te worden opgenomen in het omgevingsplan, waarmee de huidige beleidsnota of diens opvolger van toepassing wordt verklaard. Indien gebruik wordt gemaakt van de afwijkmogelijkheid ‘Strategisch mobiliteitsplan voor integrale gebiedsontwikkeling’, moet in het omgevingsplan voor het betreffende gebied een motivatie worden opgenomen voor deze afwijking en moet een zelfstandige regeling voor parkeren en stallen worden opgenomen. Overgangsregeling De verhouding tussen de (nieuwe) nota Parkeren en stallen Raalte 2025 en de voorgaande nota is geregeld in het overgangsrecht. Dit overgangsrecht is ook van toepassing bij een wijzigingsbesluit van deze nota.
Om belanghebbenden rechtszekerheid te bieden geldt voor deze nota de volgende overgangsregeling: • Deze nota is van toepassing op alle aanvragen om een omgevingsvergunning die zijn ingediend na inwerkingtreding (dag na datum van publicatie). Aanvragen die zijn ingediend voor deze datum worden getoetst aan voorgaande nota. • Binnen een periode van vier weken na de inwerkingtreding van de nieuwe nota, kan een aanvrager van een ingediende aanvraag van voor de inwerkingtreding van de nieuwe nota, verzoeken om de nieuwe nota op zijn aanvraag van toepassing te laten zijn. Dit verzoek dient minimaal twee weken voor de afloop van de beslistermijn te zijn ingediend als de reguliere procedure op zijn aanvraag van toepassing is. Het college van burgemeester en wethouders werkt in beginsel mee aan dit verzoek, indien er nog geen ontwerpbesluit ter visie is gelegd en/of de aanvraag niet op andere gronden zal worden geweigerd. De aanvrager dient tegelijkertijd met zijn verzoek aangepaste stukken te overleggen, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de nieuwe nota. Als de aanvrager dit verzoek doet, dan stemt de aanvrager in met een opschorting van de beslistermijn op zijn aanvraag om een omgevingsvergunning. De beslistermijn wordt dan opgeschort met een periode van vier weken.
• Voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor nog geen aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend, maar waarvoor het college van burgemeester en wethouders wel reeds een ontwerpbesluit heeft vrijgegeven voor inspraak in de vorm van een op het project gericht ruimtelijk kader of ruimtelijk ontwerp, is de voorgaande nota van toepassing. Voorwaarde daarbij is dat de definitieve, ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend binnen twee jaren na inwerkingtreding van deze nota en dat de aanvraag in overeenstemming is met het op het project gericht ruimtelijk kader of ruimtelijk ontwerp. Uitzondering geldt voor situaties waarin de initiatiefnemer verzoekt om de nieuwe nota op zijn aanvraag van toepassing te laten zijn. Het college van burgemeester en wethouders werkt in beginsel mee aan dit verzoek.
1.4 Leeswijzer Na een korte introductie, hieraan voorafgaand in hoofdstuk 1. Introductie volgt de overstap naar de inhoudelijke beleidsregels in hoofdstuk 2. Beleidsregels. De beleidsregels vormen de basis voor het berekenen van de parkeer- of stallingseis die van toepassing is op alle ruimtelijke initiatieven. De daarbij te hanteren verkeerskundige eisen zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Verkeerskundige eisen. Aspecten als bereikbaarheid en maatvoering worden hierin beschreven. De parkeer- en stallingsnormen zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Parkeernormen en stallingsnormen. Het toepassingskader in hoofdstuk 5. Toepassingskader omschrijft hoe de regels, eisen en normen moeten worden toegepast. Belangrijk onderdeel hiervan is paragraaf 5.4 Afwijkmogelijkheden waarin een reeks afwijkmogelijkheden staan omschreven. Voor achtergrondinformatie is een aantal bijlagen opgenomen.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
5
2. Beleidsregels De parkeer- en stallingsbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt bepaald op basis van beleidsregels. Deze regels vormen de basis voor de berekening van de parkeer- en stallingseis en de beoordeling van de kwaliteit van voorzieningen. In principe gelden deze regels voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Raalte. Paragraaf 5.4 Afwijkmogelijkheden beschrijft hoe het college hiervan kan afwijken.
1. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het oplossen van de parkeer- en stallingsbehoefte.
Het uitgangspunt is dat een ontwikkeling geen extra parkeer- of stallingsdruk in de openbare ruimte teweegbrengt. De initiatiefnemer is dus verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende parkeer- en stallingsvoorzieningen. Dit betekent ook dat alle kosten, zoals realisatiekosten en kosten voor eventuele voorbereidende onderzoeken, voor rekening van de ontwikkelende partij komen.
2.
De parkeer- en stallingsbehoefte moet binnen het plangebied worden opgelost.
De initiatiefnemer moet de parkeer- en stallingsbehoefte binnen het plangebied oplossen, inclusief benodigde toegangs- en manoeuvreerruimte. In specifieke gevallen wordt de (toekomstige) openbare ruimte als onderdeel van het plangebied gezien. Het onderscheid tussen ‘binnen het plangebied’ en ‘het eigen terrein’ is nader toegelicht in deze nota.
3.
De ruimtelijke mogelijkheid is leidend.
De parkeer- en stallingsnormen gelden voor datgene wat ruimtelijk mogelijk is of mogelijk gemaakt gaat worden. Een tijdelijk lagere mobiliteitsbehoefte, bijvoorbeeld door specifieke bedrijfsvoering, wordt buiten beschouwing gelaten. Zo wordt voorkomen dat toekomstige parkeer- en stallingsproblemen ontstaan bij voortzetting van de functie onder nieuwe omstandigheden.
4.
Eén parkeer- en stallingsnorm per bouwwerk en/of per functie.
In één bouwwerk, kan sprake zijn van meerdere functies of nevenfuncties. Hierbij geldt voor parkeren en stallen één functie voor de normen. Daarmee wordt bedoeld dat voor ondergeschikte functies, nevenfuncties of andere activiteiten geen afzonderlijke norm(en) worden gehanteerd. Wanneer in één bouwwerk meerdere gebruiksfuncties zijn geldt: één norm per (onderliggende) functie. Het effect van meerdere nevenfuncties of activiteiten op de parkeer- en stallingsnormen is verdisconteerd in de normen. Bij het bepalen van de te hanteren normen, is de dominante functie leidend. Verdere toelichting is opgenomen in voorliggende nota.
5.
Meervoudig gebruik van parkeer- en stallingsplaatsen.
Er wordt rekening gehouden met meervoudig gebruik van parkeer- en stallingsplaatsen. Later in de nota: dubbelgebruik. Onder meervoudig gebruik wordt verstaan dat meerdere functies op verschillende momenten gebruik kunnen maken van dezelfde plaatsen. Uit een berekening van het maatgevend moment parkeren en stallen (parkeerbalans) blijkt het aantal parkeerplaatsen dat in het plangebied beschikbaar moet zijn.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
6
6.
Parkeer- en stallingsplaatsen zijn bereikbaar binnen de acceptabele loopafstanden.
In basis moet de parkeer- en stallingsbehoefte van een ontwikkeling worden gerealiseerd binnen de daarvoor geldende acceptabele loopafstand(en). Immers, als onvoldoende rekening wordt gehouden met de acceptabele loopafstanden kan parkeer- en fietshinder in de openbare ruimte ontstaan, kan de kwaliteit van bereikbaarheid verminderen en kunnen gebruikers een parkeerprobleem ervaren.
7. Parkeerplaatsen en stallingsplaatsen voor bezoekers moeten voldoen aan de toegankelijkheidsplicht. Dubbelgebruik van parkeer- en stallingsplaatsen is het uitganspunt. Daarom is belangrijk dat parkeer- en stallingsplaatsen – die bedoeld zijn voor bezoekers – voldoen aan de toegankelijkheidsplicht. Plaatsen die door situering, zichtbaarheid of fysieke barrières minder aantrekkelijk of niet toegankelijk zijn, worden in de praktijk minder of niet gebruikt. Dubbelgebruik is dan niet mogelijk, terwijl daar wel op wordt gerekend. Daarom geldt voor parkeer- en stallingsplaatsen voor bezoekers een toegankelijkheidsplicht.
8.
Verkeersruimte voor het bevoorraden is in principe op eigen terrein.
De verkeersruimte die nodig is voor het bevoorraden van functies en voorzieningen is in principe op eigen terrein. Voor het laden en lossen moet voldoende ruimte beschikbaar zijn op eigen terrein zodat functies en voorzieningen veilig en zonder hinder kunnen worden bevoorraad. Het gaat daarbij met name om grote(re) bedrijven en voorzieningen met frequente bevoorrading. Voor kleine(re) bedrijven en voorzieningen met laagfrequente bevoorrading geldt een uitzondering.
9.
Instandhouding bestaande parkeer- en stallingsplaatsen en compenseren van vervallen parkeer- en stallingsplaatsen.
Parkeer- en stallingsplaatsen moeten duurzaam in stand worden gehouden en mogen niet anders worden gebruikt. Als het gebruik of de behoefte wijzigt, kan toestemming worden verleend voor ander gebruik met een omgevingsvergunning. Daarbij blijft de ruimtelijke mogelijkheid leidend; ook bij een tijdelijk lagere behoefte moeten plaatsen behouden blijven. Voor een vergunning is een positief advies van de verkeerskundige vereist, eventueel ondersteund door een parkeeronderzoek.
10. Parkeer- en stallingsplaatsen moeten voldoen aan de eisen. Parkeer- en stallingsplaatsen tellen pas als bruikbaar aanbod als ze voldoen aan de eisen; ontoegankelijke of slecht bereikbare plaatsen worden niet meegerekend. De gemeente hanteert hiervoor de meest recente vakrichtlijnen en normeringen. De minimale eisen van de gemeente Raalte zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Verkeerskundige eisen.
11. Parkeer- en stallingsplaatsen op eigen terrein zijn onvoorwaardelijk beschikbaar.
De beschikbaarheid en toegankelijkheid van parkeer- en stallingplaatsen op private percelen is in beginsel onvoorwaardelijk voor alle gebruikerstypen. Zonder schriftelijke toestemming van de gemeente mag voor private parkeerplaatsen geen vergoeding worden gevraagd of voorwaarden gesteld. Ook het toewijzen van parkeerplaatsen voor specifieke adressen of doelgroepen is niet zondermeer toegestaan, dit kan immers ten koste gaan van dubbelgebruik. Een eventuele schriftelijke toestemming dient concreet te zijn opgenomen in de omgevingsvergunning.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
7
12. Ruimte voor maatwerk bij grote bouwwerken of uitzonderlijke situaties.
Bij (zeer) grote bouwwerken of uitzonderlijke situaties is het mogelijk dat de parkeer- en stallingsnormen verminderd toepasbaar zijn. Met het oog op het voorkomen van parkeeroverschotten of onevenredige eisen voor de ruimtelijke ontwikkeling wordt ruimte geboden voor maatwerk. Hierbij blijft het doel dat de bereikbaarheid van de voorziening wordt gewaarborgd en parkeer- en fietshinder in de openbare ruimte wordt vermeden.
13. Geen benadeling door bestaande parkeer- en stallingstekorten (salderen).
Een ontwikkelende partij wordt niet benadeeld door bestaande tekorten. Wanneer de bestaande functie verdwijnt en wordt vervangen door een nieuwe functie, dient de (theoretische) behoefte van de voormalige functie in mindering te worden gebracht op de behoefte van de nieuwe functie. Het corrigeren van deze bestaande tekorten wordt salderen genoemd. Bij het toepassen van salderen moet rekening worden gehouden met de volgende voorwaarden: - De formele planfunctie en het huidige – binnen de planfunctie passende – gebruik is het uitgangspunt. Bij twijfel kan een initiatiefnemer worden gevraagd om het huidige gebruik met een nadere motivering aan te tonen. - Bij het salderen van bestaande tekorten moet rekening worden gehouden met een eventuele verschuiving van de maatgevende parkeer- en stallingsbehoefte. - Wanneer een functie op het moment van aanvraag al 5 jaar niet meer in gebruik is, kan een bestaand tekort niet worden gesaldeerd.
14. Verbouw of aanbouw en sloop en herbouw.
Bij sloop en herbouw gelden de normen niet als de oude functie in aard en omvang terugkeert. Uitbreidingen of toevoegingen volgen wel de vastgestelde parkeer- en stallingsnormen. Bij verbouw of aanbouw, moet slechts voor de uitbreiding worden voldaan aan de extra parkeer- en stallingsbehoefte. Uiteraard moeten (eventuele) opgeheven parkeerplaatsen wel gecompenseerd worden.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
8
3. Verkeerskundige eisen Parkeerplaatsen moeten doelmatig bruikbaar en bereikbaar zijn. Daarom moeten parkeervoorzieningen in de openbare ruimte én de parkeervoorzieningen op eigen terrein voldoen aan de daarvoor geldende verkeerskundige eisen. In dit hoofdstuk worden de relevante eisen per thema nader toegelicht. 3.1 Acceptabele loopafstanden De (loop)afstand van functies en voorzieningen naar parkeer- en stallingsvoorzieningen die een gebruiker wil of kan afleggen, wordt de acceptabele loopafstand genoemd. Het gaat hierbij om de loopafstand van de voordeur van de bestemming tot de parkeervoorziening. De afstand die een gebruiker als acceptabel beschouwd, verschilt per functie. In onderstaande tabel 1 zijn de acceptabele loopafstanden opgenomen waaraan de bereikbaarheid van parkeervoorzieningen wordt getoetst. Voor de begrenzing van het gebied met de gebruiksfunctie ‘Centrum en schil Raalte’ wordt verwezen naar paragraaf 4.2 Ligging. Tabel 1: Acceptabele maximale loopafstanden Acceptabele maximale loopafstanden Gebruiksfunctie Automobilist
Fietser
Wonen
50 - 100 meter1
10 - 50 meter1
Werken
500 meter
25 - 50 meter1
Winkelen en boodschappen
100 meter
50 - 100 meter1
Centrum en schil Raalte2
200 - 400 meter1
100 - 200 meter1
Sport, cultuur en ontspanning
200 meter
25 - 50 meter1
Horeca en recreatie
200 meter
25 - 50 meter1
Gezondheidszorg en sociale voorzieningen
100 meter
25 - 50 meter1
Onderwijs
200 meter
25 - 50 meter1
1) In principe wordt gestreefd naar parkeer- en stallingsplaatsen binnen een loopafstand van de laagst gegeven waarde. Als dit niet haalbaar blijkt, kan een loopafstand van maximaal de hoogst gegeven waarde eveneens als aanvaardbaar worden beschouwd. 2) Deze ‘gebruiksfunctie’ is van toepassing op alle gebruiksfuncties in dit gebied.
3.2 Maatvoering parkeervoorzieningen De meest recente CROW-richtlijnen (waaronder ‘ASVV2021’) zijn de basis voor het beoordelen van parkeerplaatsen. Voor de duidelijkheid zijn (minimale) maatvoeringen opgenomen in deze paragraaf. Voor nog te realiseren (gebouwde) parkeerterreinen en parkeervoorzieningen wordt de meest recente versie van de NEN-normering
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
9
gehanteerd (NEN 2443, ‘Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages’), deze NEN-normering gaat boven de eisen in deze paragraaf. Bij eventuele afwijkingen en/of tegenstrijdigheden kan de gemeentelijk verkeerskundige uitsluitsel geven over de te hanteren maatvoering en eisen. Parkeervoorzieningen De maatvoering van een parkeervoorziening is afhankelijk van het voertuigtype. In basis zijn er drie verschillende voorzieningen: haakse parkeerplaatsen (parkeervakken), langsparkeerplaatsen (vakken, havens of stroken) en gestoken parkeerplaatsen (vakken onder een hoek). Voor parkeervakken en langsparkeerplaatsen is de minimaal vereiste maatvoering opgenomen in tabel 2. Voor de maatvoering van gestoken parkeerplaatsen wordt verwezen naar de meest recente CROW-richtlijnen, waaronder ‘ASVV2021’ en de meest recente ‘PvE IOR’ (Raalte, 2025). Bij (langs)parkeren moet rekening worden gehouden met de rondgang voor aanrijdend en wegrijdend verkeer en een eventuele keerlus. De lengte van een langsparkeervak is afhankelijk van de parkeermanoeuvre (voorwaarts of achterwaarts inparkeren). Daarbij geldt dat voor het eerste en laatste langsparkeervak altijd de langste maat (7,00 meter personenauto’s en 8,00 meter grote bestelbussen) moet worden aangehouden (voor manoeuvreerruimte). Bij toepassing van een verloop mag dit binnen die maat worden opgevangen.
In het meest recente ‘PvE IOR’ (Raalte, 2025) zijn principevoorbeelden gegeven. Wanneer parkeervakken langs perceelsgrenzen, gesloten wanden (gevels of hekwerk) of hoogblijvend (> 0,60 m) groen gesitueerd zijn, moet extra ruimte worden gehanteerd voor in- en uitstappen, obstakelvrees en ter voorkoming van schade. Aan de zijde waar het obstakel zich bevindt, moet een breedte- of lengtetoeslag worden gehanteerd van minimaal 0,50 meter. De lengtetoeslag kan ook worden toegepast in de vorm van een overstek, maar hierbij mogen geen ‘varkensruggen’ als stootband worden toegepast. Tabel 2: Minimale maatvoering (haakse) parkeervakken en langsparkeerplaatsen Type parkeervoorziening
(Haakse) parkeervakken
Langsparkeerplaatsen
Doelgroep
Minimale breedte (in meters)
Minimale lengte (in meters)
Personenauto
2,50
5,001
(Grote) bestelbus (bedrijven)
3,00
6,002
Autobus en vrachtauto (ongeleed)
langparkeren 3,50 kortparkeren 4,00
13,003
Trekker-opleggercombinatie Vrachtauto met aanhanger
langparkeren 3,50 kortparkeren 4,00
18,00 19,50
Mindervalidenparkeerplaats
3,50
Personenauto
2,00
6,00 achterwaarts parkeren 7,00 voorwaarts parkeren
(Grote) bestelbus (bedrijven)
2,50
7,00 achterwaarts parkeren2 8,00 voorwaarts parkeren2
Autobus en vrachtauto (ongeleed)
3,00
16,003
Trekker-opleggercombinatie Vrachtauto met aanhanger
3,50
21,00 22,50
Mindervalidenparkeerplaats
3,50
4
4
5,00
6,005
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
10
1) Bij de toepassing van een overstek kan de verhardingslengte van een parkeervak worden bekort met een 0,50 meter. De totale lengte van een parkeervak (inclusief overstek) moet 5,00 meter blijven. 2) De lengte van een bestelbus kan sterk variëren en daarmee ook de benodigde lengtemaat van de parkeerplaats. In elk geval moet de minimale maat worden aangehouden. 3) Wanneer sprake is van een samenstel dan moeten de parkeerplaatsen langer worden gedimensioneerd. 4) Bij een vrije uitstapstrook naast het parkeervak is 3,00 meter toegestaan. 5) Indien achter wordt in- en uitgestapt is de minimale lengte 7,50 meter. Bij een vrije uitstapstrook kan deze lengte mogelijk kleiner zijn dan 7,50 meter.
Parkeerweg De weg die direct naar de parkeervoorzieningen leidt, wordt ook wel de parkeerweg genoemd. De parkeerweg voorziet in de benodigde ruimte voor de parkeermanoeuvre. Meestal is de parkeerweg onderdeel van de rijbaan (openbare weg) of is het de rijbaan op een parkeerterrein (privaat en openbaar). Als tussen de parkeerweg en een haakse parkeervoorziening een trottoir aanwezig is, wordt deze als onderdeel van de parkeerweg beschouwd. Om parkeervoorzieningen te kunnen bereiken, moet de parkeerweg voldoen aan de minimale eisen zoals opgenomen in tabel 3. Idealiter is de parkeerweg voor haakse parkeerplaatsen – afhankelijk van het gebruik – 5,50 á 6,00 meter breed. Bij functies (bijvoorbeeld wonen) waar een laag aantal parkeerwisselingen is (lang parkeren) kan de parkeerweg in absolute uitzonderingssituaties worden versmald tot 5,00 meter. Bij functies (bijvoorbeeld een supermarkt) met een hoog aantal parkeerwisselingen (kort parkeren) moet de parkeerweg altijd minimaal 6,00 meter breed zijn. Tabel 3: Minimale maatvoering parkeerweg
(Haakse) parkeervakken
Minimale parkeerwegbreedte kort parkeren (in meters)
Minimale parkeerwegbreedte lang parkeren (in meters)
6,00
5,00
Langsparkeerplaatsen -Eenrichtingsverkeer (auto + fiets, privaat en openbaar)
3,40
-Tweerichtingsverkeer (zeer) lage verkeersintensiteit zonder vrachtverkeer. (alleen op private wegen)
4,00
-Tweerichtingsverkeer hoge(re) verkeersintensiteit of gecombineerd gebruik (vrachtverkeer) (alleen op private wegen)
4,50
-Tweerichtingsverkeer openbare weg
4,801
1) Bij parkeren in havens of stroken langs de rijbaan. Wanneer aan één zijde óp de rijbaan geparkeerd wordt, is een minimale wegbreedte van 5,00 meter nodig.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
11
Toegangsweg Toegangswegen vormen de verbinding tussen de openbare weg en de parkeerweg. Idealiter voldoen toegangswegen aan de meest recente CROW-richtlijnen waaronder, ‘ASVV2021’. In sommige situaties kan sprake zijn van een smalle(re) toegangsweg naar private parkeerterreinen en/of bedrijfspercelen. Deze toegangswegen moeten voldoende breed zijn voor een minimale verkeersafwikkeling en voldoen aan de voorwaarden voor een uitzonderlijk smalle toegangsweg. De toegangsweg dient te voldoen aan álle voorwaarden en maatvoering zoals opgenomen in tabel 4, als de toegangsweg daaraan niet voldoet of slechts gedeeltelijk, worden de parkeerplaatsen en/of bestemmingen als niet bereikbaar beschouwd. Deze gegeven (minimale) maatvoering mag enkel en alleen bij absolute uitzonderingssituaties worden toegepast. Tabel 4: Minimale breedte en voorwaarden voor toegangswegen Toegangsweg (type)
Toegangsweg A
Toegangsweg B
Toegangsweg C
Minimale breedte (in meters)
Voorwaarden
3,00
- Maximaal aantal parkeerplaatsen: 10 parkeerplaatsen. - Maximale lengte toegangsweg (zonder bochten): 20 meter. - Alleen langparkeren toegestaan. - Geen combinatie met laad- en losverkeer (vrachtverkeer) toegestaan. - Keermogelijkheid is aanwezig. - Geen veiligheidsknelpunten.
3,50
- Maximaal aantal parkeerplaatsen: 20 parkeerplaatsen. - Maximale lengte toegangsweg (zonder bochten): 30 meter. - Alleen langparkeren toegestaan. - Geen combinatie met laad- en losverkeer (vrachtverkeer) toegestaan. - Keermogelijkheid is aanwezig. - Geen veiligheidsknelpunten.
4,50
- Maximaal aantal parkeerplaatsen: 30 parkeerplaatsen. - Maximale lengte toegangsweg (zonder bochten): 30 meter. - Alleen langparkeren toegestaan. - Combinatie met laagfrequent laad- en losverkeer (vrachtverkeer) en geringe bezoekersfunctie toegestaan. Bijvoorbeeld: kleine en middelgrote bedrijven. - Combinatie met hoogfrequent laad- en losverkeer (vrachtverkeer) en/of sterke bezoekersfunctie niet toegestaan. Bijvoorbeeld: grote bedrijven en supermarkten. - Keermogelijkheid is aanwezig. - Geen veiligheidsknelpunten.
3.3 Toegankelijkheidsplicht Parkeerplaatsen die voldoen aan de eisen zijn bruikbaar, maar kunnen alsnog ontoegankelijk zijn. Als beleidsregel is opgenomen dat voorzieningen voor het parkeren en stallen voor bezoekers toegankelijk moeten zijn. Een parkeerplaats voldoet aan de toegankelijkheidsplicht wanneer bezoekers zonder barrière en rechtstreeks toegang hebben, of wanneer aantoonbaar is dat zij zonder verdere beperkingen worden toegelaten. Woningen Parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn toegankelijk; opritten, inpandige parkeervoorzieningen en afgesloten terreinen tellen niet mee (behalve bij een slagboom met intercom of automatische toegang). Een oprit geldt nooit als bezoekersparkeerplaats. Stallingsplaatsen mogen op eigen terrein zijn, zolang deze zonder barrière toegankelijk zijn. Overigens geldt de toegankelijkheidsplicht voor stallen niet voor grondgebonden woningen.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
12
Bedrijven en andere voorzieningen Het parkeren vindt plaats op het eigen terrein. Bezoekersplaatsen zijn niet afgesloten of aantoonbaar vrij toegankelijk tijdens openingstijden. Bezoekersplaatsen zijn logisch gesitueerd en zichtbaar vanaf de openbare weg of met aanvullende maatregelen zichtbaar toegankelijk. 3.4 Parkeren bij woningen Ter invulling van beleidsregel 2 moet voor het parkeren bij woningen, zowel de (toekomstige) openbare ruimte als het (toekomstige) eigen perceel, worden gezien als onderdeel van het plangebied. In deze paragraaf is een nadere toelichting opgenomen over het aandeel parkeervoorzieningen dat in elk geval op eigen perceel moet worden gerealiseerd en welke eisen en voorwaarden daaraan worden gesteld. Parkeren op eigen perceel Grondgebonden woningen beschikken over een eigen perceel. De inrichting van dat perceel en daarmee de ruimte voor het parkeren, is afhankelijk van het woningtype, de perceeloppervlakte en de stedenbouwkundige opzet van wijken. Wanneer parkeervoorzieningen bij specifieke woningtypen niet (kunnen) worden gebruikt zoals in de planvorming bedoeld, kunnen in de praktijk parkeerproblemen ontstaan. Daarom geldt er per woningtype een eis voor parkeren op eigen perceel: • • • •
Vrijstaande woning: Twee-onder-een-kapwoning: Hoekwoning: Tussenwoning:
Bij voorkeur 2, tenminste 1 parkeerplaats(en). Bij voorkeur 2, tenminste 1 parkeerplaats(en). Indien mogelijk 1 parkeerplaats. Geen parkeerplaats op eigen terrein.
Op voorwaarde van een positief advies van de verkeerskundige en stedenbouwkundige van de gemeente kan in specifieke situaties worden afgeweken van de eisen. Parkeren op eigen oprit Parkeerplaatsen op eigen perceel, moeten bereikbaar zijn met een oprit. Bij de parkeernormen is geen rekening gehouden met het feit dat opritparkeerplaatsen vaak niet volledig worden benut. Om parkeerverschuiving naar de openbare ruimte te voorkomen, wordt voor opritparkeren een rekenwaarde gebruikt en gelden minimale eisen. De rekenwaarden en eisen voor opritten zijn opgenomen in tabel 5. In bijlage 5 staan de uitgangspunten die hieraan ten grondslag liggen. Tot slot is belangrijk dat: de opritten toegankelijk zijn met een uitrit, sprake is van voldoende manoeuvreerruimte en dat fietsers en voetgangers toegangsdeuren kunnen bereiken.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
13
Tabel 5: Parkeren op opritten: minimale maatvoering en rekenwaarden Soort voorziening
Enkele parkeer voorziening
Dubbele parkeer voorziening
Parkeer voorziening in garage
Type voorzieningen op eigen perceel
Theoretisch aantal
Rekenwaarde
Minimale maatvoering (in meters)
Korte oprit zonder garage
1
1
3,50 breed - 7,00 lang
Lange oprit zonder garage
2
1,5
3,50 á 4,001 breed - 11,00 lang
Korte oprit met garage
2
1
3,50 breed - 7,00 lang
Lange oprit met garage
3
1,5
3,50 á 4,001 breed - 11,00 lang
Korte oprit zonder garage
2
2
7,00 breed - 7,00 lang
Lange oprit zonder garage
4
3
7,00 breed - 11,00 lang
Korte oprit met (2) garage(s)
4
2
7,00 breed - 7,00 lang
Lange oprit met (2) garage(s)
6
3
7,00 breed - 11,00 lang
Garage bij woning
1
0
Zie NEN-2443
Garagebox, niet bij woning
1
0
Zie NEN-2443
1
1
1) Bij een ‘gemiddelde autobreedte’ is 3,50 bij 7,00 meter als minimum voldoende. Bij brede voertuigen is minimaal 4,00 meter breedte nodig, maar kan worden volstaan met een lengte van 6,00 meter.
3.5 Aandeel mindervalidenparkeerplaatsen Mensen met een loopbeperking kunnen in aanmerking komen voor een algemene mindervalidenparkeerkaart. Deze kaart geeft hun enkele bijzondere rechten voor het gebruik van parkeervoorzieningen voor mindervaliden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt getoetst of er voldoende parkeerplaatsen voor mensen met een loopbeperking worden gerealiseerd. Hierbij gelden de volgende eisen en voorwaarden: • De afstand tussen de mindervalidenparkeerplaatsen en de (bezoekers)ingang/voordeur van de bestemming is zo klein mogelijk en niet meer dan 100 meter. • Bij de realisatie van mindervalidenparkeerplaatsen moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid van die parkeerplaats. Bijvoorbeeld een trottoir op-/afrit in de looproute. • Bij publieke voorzieningen (bijvoorbeeld: bioscoop, bibliotheek, buurthuis) wordt 5 % van het totaal aantal parkeerplaatsen – voor bezoekers – ingericht als algemene mindervalidenparkeerplaats. • Bij grote openbare parkeerterreinen en -garages wordt 2% van het totaal aantal parkeerplaatsen ingericht als algemene mindervalidenparkeerplaats. • Bij bouwwerken die specifiek bedoeld zijn voor een seniore doelgroep of mensen met een loopbeperking, wordt 5% van het totaal aantal parkeerplaatsen – voor bewoners en bezoekers – ingericht als mindervalidenparkeerplaats.
Dat wil zeggen: de maatvoering en toegankelijkheid voldoet aan de eisen, de formele instelling d.m.v. een bord mag later naar behoefte plaatsvinden. 3.6 Kwaliteitseisen stallingsvoorzieningen Op grond van de beleidsregels in deze nota, is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het oplossen van de stallingsbehoefte op het eigen terrein. Dat geldt ook voor het bezoekersaandeel. Wanneer namelijk onvoldoende stallingen worden gerealiseerd kan hierdoor fietsparkeerhinder in de openbare ruimte ontstaan. Het (volwaardig) gebruik van een fietsenstalling hangt af van de minimale kwaliteit van die voorziening en de functionele kwaliteit van de fietsenstalling is een belangrijke stimulans voor fietsgebruik. Een goede fietsenstalling biedt (onder andere) comfort, vermindert diefstal en vandalisme, vermindert fietsonderhoud en faciliteert de laadbehoefte.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
14
Daarom is het wenselijk dat fietsenstallingen van hoge kwaliteit zijn. Hierbij worden de volgende functionele kwaliteitsniveaus onderscheiden: • Kwaliteitsniveau hoog De stallingsvoorziening is overdekt, afsluitbaar en voorzien van een oplaadmogelijkheid (bijvoorbeeld een garage of overdekte fietsenstalling). • Kwaliteitsniveau basis+ De stallingsvoorziening is overdekt, niet afsluitbaar maar wel voorzien van een aanbindmogelijkheid (bijvoorbeeld een carport of overkapping met fietsrekken, muur- of grondankers). • Kwaliteitsniveau basis De stallingsvoorziening is voorzien van een aanbindmogelijkheid (bijvoorbeeld U-beugels en muur- of grondankers). • Kwaliteitsniveau minimaal De stallingsvoorziening betreft een reservering van ruimte, zonder verdere voorzieningen (bijvoorbeeld een fietsparkeervak of plaats in het voorerf- of achtererfgebied). Het startpunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is de bedoeling dat stallingsvoorzieningen voldoen aan het hoogste kwaliteitsniveau. Door in de startfase van de planvorming rekening te houden met kwalitatief goede stallingen, kan vaak zonder hoge kosten of constructieve problemen een hoog kwaliteitsniveau stallingen worden gerealiseerd. Dit startpunt is bedoeld als signaalfunctie. Hoge kwaliteitseisen mogen niet leiden tot regeldrang. Het kwaliteitsniveau van de stallingsvoorzieningen blijft de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer.
In elk geval moet op eigen terrein worden voldaan aan de fietsparkeereis en moeten stallingsvoorzieningen voldoen aan het kwaliteitsniveau ‘minimaal’. Een voorwaarde hierbij is dat de gestalde fietsen geen belemmering voor de vrije doorgang mogen vormen. Vuistregel voor de benodigde ruimte van één stallingsplaats is minimaal 1,5 m2 (0,75 meter breed en 2,00 meter lang). Afhankelijk van het type fiets (bijvoorbeeld voor bakfietsen, kan meer ruimte wenselijk zijn). Ruimte op opritten die wordt aangewend voor (auto)parkeren, mag niet worden aangewend als stallingsruimte en andersom. Tot slot wordt voor een kwalitatief goede inrichting van stallingsvoorzieningen aanbevolen gebruik te maken van de daarvoor geldende kwaliteitsrichtlijnen zoals: CROW-publicatie 291 ‘Leidraad fietsparkeren’ en ‘FietsParKeur’. Met daarbij aanvullend dat bij de inrichting van stallingsvoorzieningen altijd rekening wordt gehouden met de doelgroep waarvoor de stalling bestemd is. 3.7 Aanwezigheidspercentages Bij verschillende gebruikersgroepen kan sprake zijn van een verschil in het drukste moment van de week. Omdat gebruikers niet (altijd) op hetzelfde moment aanwezig zijn, kunnen parkeer- en stallingsplaatsen dubbel worden gebruikt. Door dubbelgebruik kan het zijn dat er per saldo minder capaciteit kan worden gerealiseerd.
Het drukste moment van de week is het maatgevend moment voor het aantal te realiseren parkeer- en stallingsplaatsen. Het bepalen van dat drukste moment gebeurt met behulp van de aanwezigheidspercentages. Verder worden de aanwezigheidspercentages gehanteerd voor verkeerskundige berekeningen, zoals een salderingsberekening of een parkeerbalans. In onderstaande tabel 6 staan de aanwezigheidspercentages per gebruikersgroep.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
15
Tabel 6: Aanwezigheidspercentages per gebruikersgroep Gebruikersgroep/ Moment van de week
Werkdag
Vrijdag
Zaterdag
Ochtend
Middag
Avond
Nacht
Middag
Avond
Wonen - bewoners
60%
60%
90%
100%
70%
Wonen - bezoekers
10%
20%
70%
0% 1
8
Zondag
Middag
Avond
Middag
70%
75%
80%
75%
60%
80%
80%
90%
90%
1
1
1
1
0%
70%
0%
0%
0%
0%1
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%1
0%1
100%
75%1
0%1,2
0%1
0%1
Detailhandel
30%
60%
10%3
0%
60%
75%
100%
0%3
60%
3
Grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
0%
60%
80%
100%
0%
0%4
Supermarkt
40%
50%
70%
0%
80%
80%
100%
60%
60%
Binnensport
50%
50%
100%
0%
40%
100%
100%
100%
75%
Buitensport
25%
25%
50%
0%
25%
50%
100%
25%
100%
Cultuur en ontspanning6
5%
40%
75%
0%
40%
100%
40%
100%
40%
Sociaal/medisch7
100%
100%
10%
0%
80%
10%
0%
0%
0%
Verpleeghuis/verzorgingstehuis
100%
100%
50%
25%
100%
50%
100%
100%
100%
Ziekenhuis: Patiënten/bezoekers
100%
100%
40%
5%
100%
40%
40%
40%
40%
Ziekenhuis: Medewerkers
100%
100%
40%
10%
100%
40%
20%
20%
20%
Restaurant5
30%
40%
60%
0%
70%
100%
70%
100%
70%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
100%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
0%
100%
0%
0%
0%
1) Tenzij ook buiten kantooruren wordt gewerkt (bijvoorbeeld ploegendienst). 2) Indien op zaterdag open: 100%. 3) Indien ‘s avonds open: 70%. 4) Indien koopzondag: 100%. 5) Richtwaarden. Maatwerk kan bij verschillende typen restaurants nodig zijn. 6) Bioscoop/theater/podium enzovoort. 7) Arts/therapeut/consultatiebureau enzovoort. 8) Koopavond.
3.8 Bevoorraden, laden en lossen Bevoorrading moet in principe binnen het plangebied plaatsvinden. Hoe bevoorrading wordt georganiseerd, kan invloed hebben op verkeersveiligheid en de bereikbaarheid van (parkeer)voorzieningen. Om risico’s op onveilige situaties of parkeerproblemen te beperken, gelden specifieke regels voor laden en lossen. Bevoorrading gebeurt hoofdzakelijk via ondergeschikte erftoegangswegen (type B), waarbij zowel een voorwaartse als achterwaartse manoeuvre toegestaan is. Bevoorrading via wegen met een belangrijke verkeersfunctie voor langzaam of gemotoriseerd verkeer (erftoegangsweg type A, gebiedsontsluitingswegen 30 of 50 km/u) moet zoveel mogelijk worden vermeden. Alleen als er geen alternatief is en de veiligheid is gewaarborgd, mag uitzonderlijk via deze wegen worden bevoorraad. De manoeuvre mag dan uitsluitend voorwaarts plaatsvinden.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
16
In voetgangersgebieden mag bevoorrading alleen binnen venstertijden plaatsvinden, bij voorkeur met kleinere voertuigen dan trekker-opleggercombinaties. Achterwaartse manoeuvres in voetgangersgebieden en over parkeerterreinen moeten worden vermeden. Op bedrijfs- en industriewegen is bevoorrading altijd toegestaan, tenzij expliciet verboden. Manoeuvres zijn zowel voorwaarts als achterwaarts toegestaan. Bedrijven moeten in beginsel zelf op eigen terrein voorzien in ruimte voor bevoorrading. Bedrijven op terreinen tot 750 m² mogen hiervan afwijken als bevoorrading beperkt voorkomt. Slagbomen of hekwerken mogen geen hinder veroorzaken voor het openbaar gebied. Bij ontwerpen waarbij een trekker-opleggercombinatie achteruit moet rijden, moet worden uitgegaan van een linksachterwaartse manoeuvre voor veilig zicht.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
17
4. Parkeernormen en stallingsnormen De uitgangspunten, parkeernormen en stallingsnormen staan in dit hoofdstuk. De normen zijn bepaald met kencijfers uit CROW-publicaties ‘Parkeerkencijfers (2024)’ en ‘Fietsparkeerkencijfers (2025)’ en eigen onderzoek. 4.1 Stedelijkheidsgraad Bij de kencijfers wordt gebruikgemaakt van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad is bepaald volgens de CBS-methode, gebaseerd op de omgevingsadressendichtheid per km². Het CBS onderscheidt vijf categorieën van zeer sterk tot niet-stedelijk. Volgens deze methode is de gemeente Raalte ‘weinig stedelijk’. 4.2 Ligging De ligging van een ruimtelijke ontwikkeling bepaalt mede de parkeer- en stallingsbehoefte. In centrumgebieden is het autobezit en -gebruik lager en het fietsgebruik hoger dan in andere gebieden. Daarom verschillen de normen per gebied. Het gaat daarbij om de gebieden: Raalte centrum, Raalte schil, bebouwde kom en buitengebied. Deze gebiedsindeling sluit aan bij de landelijke CROW-systematiek. In Raalte is een duidelijk centrumgebied door: concentratie van centrumfuncties, wegenstructuur, het voetgangersgebied en parkeerregulering. Rond het centrum ligt een schil, waarvan de grenzen zijn bepaald op basis van het gereguleerd parkeerareaal, loopafstand, de wegenstructuur en perceelsgrenzen.
In de overige kernen bestaat wel een dorpscentrum, maar ontbreekt een duidelijk afgebakende centrumzone, voetgangersgebieden en grootschalige parkeerregulering. Daarom is verkeerskundig alleen in Raalte sprake van een centrum en schil. De overige kernen, en het deel van Raalte buiten deze twee gebieden, vallen volledig onder ‘bebouwde kom’. Alles buiten de bebouwde kom is buitengebied.
In figuur 1 zijn ‘Raalte centrum’ en ‘Raalte schil’ weergegeven.
Figuur 1: Gebiedsindeling centrum- en schilgebied Raalte
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
18
4.3 Functie De parkeer- en stallingsnormen zijn onderverdeeld in gebruiksfuncties. Die vervolgens zijn onderverdeeld in specifieke functies voor de parkeer- en stallingsnormen. De functies voor normen zijn afgeleid van de landelijke CROW-systematiek. Volgens beleidsregel 4 geldt in beginsel één functie, met bijbehorende normen, per bouwwerk. Bijvoorbeeld bij een bedrijf met daarin een klein kantoor voor werkvoorbereiding en planning, een bedrijfsrestaurant, een magazijn en een grote productiehal is de functie ‘bedrijf’ dominant. Dat daarbinnen andere activiteiten en (neven)functies zijn, is evident. De functie ‘bedrijf’ is voor het hele gebouw van toepassing voor de parkeer- en stallingsnorm. Tenzij bijvoorbeeld het kantoor niet langer als ondergeschikt aan de bedrijfsfunctie is te beschouwen. Vanzelfsprekend betekent dit niet dat – wanneer sprake is van meerdere gebruiksfuncties per bouwwerk – maar één norm voor alle functies wordt gehanteerd. Bij bijvoorbeeld appartementen (Wonen) boven een winkel (Winkelen en Boodschappen) geldt per functie een parkeer- en stallingsnorm. Dus voor appartementen een parkeer- en stallingsnorm en voor de winkel een parkeer- en stallingsnorm. Een toelichting voor de begrippen: gebruiksfunctie, functie en nevenfunctie is opgenomen in bijlage 1. In bijlage 2 staat een toelichting voor de functies.
Indien een bepaalde functie niet is opgenomen in voorliggende nota, wordt door de gemeentelijk verkeerskundige een afweging gemaakt welke norm het best toepasbaar is. Als ook dat geen soelaas biedt, dient de parkeer- en stallingsbehoefte te worden bepaald met een maatwerkonderbouwing (zie afwijkmogelijkheid B3). 4.4 Bezoekersaandeel wonen Voor de functie wonen moet voor parkeer- en stallingsplaatsen rekening worden gehouden met het bezoekersaandeel. Dit aandeel betreft het aantal parkeer- of stallingsplaatsen dat in de openbare ruimte beschikbaar moet zijn voor bezoekers van woningen. Het bezoekersaandeel van alle andere functies dan wonen is opgenomen in de tabellen met normen en/of toelichting per functie in de bijlage 2. Het bezoekersaandeel verschilt per gebied. Bij grotere onderlinge afstanden is een bezoeker namelijk eerder geneigd om met de auto te gaan, bij korte afstanden wordt sneller gebruik gemaakt van de fiets. In tabel 7 is het bezoekersaandeel voor parkeren en stallen bij woningen gegeven. Tabel 7: Bezoekersaandeel wonen voor parkeren en stallen Bezoekersaandeel per woning
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Parkeren
0,1
0,1
0,2
0,3
Stallen
0,3
0,3
0,2
0,1
Het bezoekersaandeel moet (ook) afzonderlijk (per deelgebied) worden berekend. Hieruit blijkt hoeveel plaatsen in de openbare ruimte beschikbaar moeten zijn. Een belangrijke uitzondering betreft de stallingsnormen van de fiets voor de grondgebonden woningen. Hierbij wordt aangenomen dat bezoekers van deze woningen altijd een plek kunnen vinden voor het stallen van de fiets op het eigen terrein. 4.5 Indicatieve normen en maatwerkonderbouwing Voor sommige functies is weinig data beschikbaar of kan het auto- en fietsgebruik sterk variëren. Daarom zijn hiervoor indicatieve normen opgenomen, in de tabellen met normen aangeduid als ’Functie’ . Bij deze functies blijft de gegeven norm het uitgangspunt, maar is aanvullende maatwerkonderbouwing nodig om aan te tonen dat de parkeer- en stallingseis in balans is met de redelijkerwijs te verwachten parkeer- en stallingsbehoefte. Het gebruik van een maatwerkonderbouwing betreft een afwijking. Een uitgebreide toelichting en voorwaarden zijn opgenomen onder afwijkmogelijkheid B3.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
19
4.6 Parkeernormen In deze paragraaf staan de parkeernormen per functie onderverdeeld naar gebruiksfunctie. Voor een toelichting van de functies wordt verwezen naar bijlage 2. 4.6.1 Parkeernormen Wonen De parkeernormen voor gebruiksfunctie Wonen staan in tabel 8. Het bezoekersaandeel voor wonen is reeds opgenomen in de normen. Het in paragraaf 4.4 beschreven bezoekersaandeel moet dus niet worden opgeteld bij de gegeven normen. In het geval afwijkend op paragraaf 4.4 sprake is van een vaste waarde voor het bezoekersaandeel, dan is dat in tabel 8 weergegeven. Bij het bepalen van de omvang voor woningen/appartementen wordt een bergruimte voor fietsers niet meegenomen in het totaaloppervlak m2 bvo. Een hal of overige bergruimte die niet uitsluitend bedoeld is voor het stallen van fietsen wordt wel meegenomen in het aantal m2 bvo. Tabel 8: Parkeernormen gebruiksfunctie Wonen Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Vrijstaande woning
Woning
1,8
2,0
2,2
2,3
zie tabel 7
Twee-onder-een-kapwoning
Woning
1,7
1,9
2,2
2,3
zie tabel 7
Tussen-/hoekwoning
Woning
1,6
1,7
2,0
2,1
zie tabel 7
Kleine eengezinswoning
Woning
1,5
1,6
1,7
1,8
zie tabel 7
Grondgebonden seniorenwoning
Woning
1,4
1,5
1,6
1,7
zie tabel 7
Koopappartement
Woning
1,5
1,7
1,9
2,0
zie tabel 7
Koopappartement
Woning
1,3
1,5
1,6
1,7
zie tabel 7
Koopappartement
Woning
1,2
1,3
1,4
1,5
zie tabel 7
Grondgebonden huurwoning
Woning
1,4
1,6
1,9
2,0
zie tabel 7
Grondgebonden Sociale huurwoning
Woning
1,3
1,5
1,6
1,7
zie tabel 7
Huurappartement
Woning
1,3
1,4
1,5
1,6
zie tabel 7
Huurappartement
Woning
1,2
1,3
1,4
1,5
zie tabel 7
Huurappartement
Woning
1,1
1,2
1,3
1,4
zie tabel 7
Huurappartement
Woning
0,9
1,0
1,1
1,2
zie tabel 7
Geclusterd wonen (aanleunwoning/serviceflat)
Woning
0,8
0,9
1,1
1,2
zie tabel 7
Studentenkamer
Kamer
0,3
0,4
0,5
0,6
0,2 bezoekers
Zorgappartement
Woning
0,4
0,5
0,6
0,7
0,2 bezoekers
(koop) (koop) (koop) (koop)
(koop/huur)
> 100 m2 bvo
75 - 100 m2 bvo 50 - 74 m2 bvo
> 100 m2 bvo
75 - 100 m2 bvo 50 - 74 m2 bvo Sociale huur
(niet-zelfstandig)
(Begeleid wonen)
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
20
4.6.2 Parkeernormen Werken Onder de gebruiksfunctie ‘Werken’ zijn een tweetal functies opgenomen: ‘Kantoor’ en ‘Bedrijf’. De parkeernormen voor deze functies zijn opgenomen in tabel 9. Hieronder volgt een toelichting en belangrijke voorwaarden bij toepassing van de functies ‘Bedrijf’ en ‘Kantoor’. Bedrijf Vanwege de gewijzigde gebruiksbehoeften van bedrijven, automatisering van arbeidsintensieve processen en de mogelijkheden die ruimtelijk worden geboden is niet langer sprake van een arbeidsextensieve en/of arbeidsintensieve gebruiksfunctie bij bedrijven. Daarom geldt voor alle bedrijven één functie met bijbehorende parkeernorm, te weten ‘bedrijf’. Bij het toepassen van deze parkeernorm gelden onderstaande aanvullende voorwaarden. Aanvullende voorwaarden: • Indien nodig (zie paragraaf 3.8) is op eigen terrein ruimte voor het bevoorraden. • Bij een uitzonderlijk hoog aandeel bedrijfsvoertuigen en/of aanhangwagens (bijvoorbeeld pakketpostbedrijf ) moet met een maatwerkonderbouwing worden aangetoond hoeveel extra parkeerplaatsen, bovenop de parkeernorm, nodig zijn. • Bij een uitzonderlijk hoog bezoekersaandeel moet worden aangetoond hoeveel extra parkeerplaatsen, bovenop de parkeernorm, nodig zijn. • Deze parkeernorm is niet van toepassing wanneer sprake is van een (zeer) hoge arbeidsdichtheid.
Als het aantal medewerkers per 50 m2 bvo hoger is dan 3 werknemers wordt gesproken van een (zeer) hoge arbeidsdichtheid. Met een maatwerkonderbouwing dient dan te worden aangetoond dat de parkeereis overeenkomt met de verwachte parkeerbehoefte of dat extra parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Bij twijfel kan door de gemeente worden gevraagd aan te tonen hoeveel personeel in het bedrijf werkzaam zal zijn. Kantoor Hetzelfde principe dat geldt voor bedrijven wordt ook toegepast voor kantoren. Daarom geldt voor alle kantoren één parkeernorm, te weten ‘kantoor’. Wanneer sprake is van een uitzonderlijk hoge bezoekersfunctie, kan sprake zijn van een te lage parkeereis. Bij een uitzonderlijk hoge bezoekersfunctie geldt de voorwaarde dat moet worden aangetoond hoeveel extra parkeerplaatsen, bovenop de parkeernorm, nodig zijn. Maatwerkonderbouwingen voor bedrijven of kantoren worden getoetst door de verkeerskundige van de gemeente Raalte. Tabel 9: Parkeernormen gebruiksfunctie Werken Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Kantoor
100 m2 bvo
2,4
2,6
2,8
3,0
5%
Bedrijf
100 m2 bvo
1,4
1,4
1,4
1,6
5%
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
21
4.6.3 Parkeernormen Winkelen en Boodschappen De parkeernormen voor gebruiksfunctie Winkelen en Boodschappen staan in tabel 10. Tabel 10: Parkeernormen gebruiksfunctie Winkelen en Boodschappen
Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Kruidenier, buurtsupermarkt of boerderijwinkel
100 m2 bvo
2,0
2,5
2,5
3,0
90%
Supermarkt
100 m2 bvo
3,5
3,5
3,5
n.v.t.
90%
Grote supermarkt (XL)
100 m2 bvo
5,0
5,0
5,0
5,5
85%
Winkel Dorpswinkelcentrum
100 m2 bvo
2,0
2,5
n.v.t.
n.v.t.
70%
Winkel kernen en wijken
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
3,0
n.v.t.
75%
Kringloopwinkel
100 m2 bvo
1,3
1,3
2,0
2,3
90%
Tuin- of Groenwinkel
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
0,9
1,2
90%
Groothandel
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
5,6
n.v.t.
80%
Weekmarkt
10 m1 kraam
2,0
2,0
2,0
n.v.t.
50%
Bruin- en witgoedzaak
100 m2 bvo
3,3
5,4
7,4
8,5
90%
Woonwinkel
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
1,7
1,7
90%
Woonwarenhuis
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
4,4
4,4
95%
Bouwmarkt
2
100 m bvo
n.v.t.
n.v.t.
2,2
2,2
90%
Tuincentrum/Groencentrum
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
2,4
2,4
90%
4.6.4 Parkeernormen Sport, Cultuur en Ontspanning De parkeernormen voor gebruiksfunctie Sport, Cultuur en Ontspanning staan in tabel 11.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
22
Tabel 11: Parkeernormen gebruiksfunctie Sport, Cultuur en Ontspanning Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buiten gebied
Bezoekers aandeel
Bibliotheek
100 m2 bvo
0,5
0,8
1,2
1,4
95%
Museum
100 m2 bvo
0,6
0,8
1,1
1,4
95%
Bioscoop
100 m2 bvo
3,2
8,0
11,2
13,7
95%
Filmhuis
100 m2 bvo
2,6
5,3
7,9
9,9
95%
Theater
100 m2 bvo
7,4
8,0
9,8
12,0
90%
Musicaltheater
100 m2 bvo
2,9
3,4
4,0
5,1
85%
Bowlingcentrum
Per baan
1,6
2,3
2,8
2,8
90%
Biljart-/snookercentrum
Per tafel
0,9
1,2
1,4
1,8
85%
Dansstudio
100 m2 bvo
1,6
3,9
5,5
7,4
95%
Sportschool
100 m2 bvo
1,4
3,4
4,8
6,5
85%
Fitnesscentrum
2
100 m bvo
1,7
4,5
6,3
7,4
90%
Wellnesscentrum
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
9,3
10,3
95%
Sauna
100 m2 bvo
2,5
4,6
6,7
7,3
95%
Sporthal en sportzaal
100 m2 bvo
1,4
2,1
2,9
3,5
95%
Tennishal
100 m2 bvo
0,3
0,4
0,5
0,5
85%
Padelhal
100 m2 bvo
0,4
0,5
0,7
0,7
85%
Squashhal
100 m2 bvo
1,6
2,4
2,7
3,2
85%
Zwembad (overdekt)
2
100 m bassin
n.v.t.
10,7
11,5
13,3
95%
Zwembad (openlucht)
100 m2 bassin
n.v.t.
n.v.t.
12,9
15,8
95%
Zwemparadijs
100 m2 bassin
n.v.t.
n.v.t.
4,0
4,0
95%
Sportveld
Per hectare
20,0
20,0
20,0
20,0
95%
Kunstijsbaan
100 m2 bvo
n.v.t.
1,9
2,2
2,4
95%
Ski- en snowboardhal
100 m2piste
n.v.t.
n.v.t.
2,6
n.v.t.
95%
Golfoefencentrum (pitch & put)
Per centrum
n.v.t.
n.v.t.
51,1
56,2
95%
Golfbaan (18 holes)
Per 18 holes
n.v.t.
n.v.t.
95,0
115
95%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal ≤ 3.500 m2 bvo
100 m2 bvo
3,1
3,9
4,7
5,1
95%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal > 3.500 m2 bvo
100 m2 bvo
3,9
4,8
5,8
6,3
95%
Kinderboerderij (stadsboerderij)
Per boerderij
3,0
4,0
5,0
6,0
95%
Manege (paardenhouderij)
Per stal/box
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,4
90%
Dierenpark
Per hectare
n.v.t.
n.v.t.
8,0
8,0
95%
Attractie- en pretpark
Per hectare
n.v.t.
n.v.t.
8,0
8,0
95%
Volkstuin
Per tuin
n.v.t.
0,13
0,14
0,15
100%
Plantentuin (botanische tuin)
Per tuin
n.v.t.
n.v.t.
10,5
13,5
95%
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
23
4.6.5 Parkeernormen Horeca en Verblijfsrecreatie De parkeernormen voor gebruiksfunctie Horeca en Verblijfsrecreatie staan in tabel 12. Tabel 12: Parkeernormen gebruiksfunctie Horeca en Verblijfsrecreatie Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Camping/kampeerterrein
Per standplaats
n.v.t.
1,1
1,2
1,2
10%
Vakantiepark/ bungalowpark
Per vakantiewoning
n.v.t.
n.v.t.
1,7
2,1
90%
Budget/middenklasse Hotel 1, 2 of 3-sterren
Per 10 kamers
5,0
6,0
7,0
10,0
80%
Luxe Hotel 4 of 5-sterren
Per 10 kamers
5,5
8,0
11,0
12,5
80%
Café/bar klein
100 m2 bvo
2,0
2,5
3,5
n.v.t.
95%
Café/bar groot
100 m2 bvo
6,0
7,0
8,0
n.v.t.
95%
Snackbar/cafetaria
100 m2 bvo
6,0
7,0
8,0
n.v.t.
90%
Restaurant
100 m2 bvo
7,0
7,5
8,0
10,0
80%
Evenementenhal/beurscongresgebouw
100 m2 bvo
5,5
6,5
8,5
n.v.t.
99%
4.6.6 Parkeernormen Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen De parkeernormen voor gebruiksfunctie Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen staan in tabel 13. Tabel 13: Parkeernormen gebruiksfunctie Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Huisartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
2,3
2,8
3,3
n.v.t.
60%
Apotheek
Per apotheek
3,0
4,0
4,0
n.v.t.
45%
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,6
1,8
2,0
2,0
60%
Consultatiebureau (-centrum)
Per behandelkamer
1,5
1,8
2,1
2,2
50%
Consultatiebureau voor ouderen (-centrum)
Per behandelkamer
1,3
1,6
2,0
2,2
40%
Tandartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,7
2,2
2,6
2,7
50%
Wijkgebouw/buurthuis
100 m2 bvo
4,0
4,0
4,0
5,0
90%
Gezondheidscentrum
Per behandelkamer
1,6
2,2
2,6
2,6
55%
Crematorium, begraafplaats of uitvaartcentrum
Per (gedeeltelijk gelijktijdige) plechtigheid
n.v.t.
n.v.t.
31
31
95%
Religiegebouw
Per zitplaats
0,2
0,2
0,2
0,4
95%
Verpleeg- en verzorgingstehuis
Per wooneenheid
0,6
0,6
0,6
n.v.t.
60%
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
24
4.6.7 Parkeernormen Onderwijs De parkeernormen voor gebruiksfunctie Onderwijs staan in tabel 14. Tabel 14: Parkeernormen gebruiksfunctie Onderwijs Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Kinderopvang
100 m2 bvo
2,0
2,5
3,0
5,0
Exclusief brengen/halen 100% personeel
Basisonderwijs
Per leslokaal
0,6
0,7
0,8
1,0
Exclusief brengen/halen 100% personeel
Middelbare school (voortgezet onderwijs)
Per 100 leerlingen
5,0
5,0
5,5
6,0
5%
MBO/ROC
Per 100 leerlingen
6,4
6,6
6,8
7,0
10%
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
Per 10 studenten
5,0
6,0
7,0
10,5
95%
4.7 Stallingsnormen In deze paragraaf staan de stallingsnormen per functie onderverdeeld naar gebruiksfunctie. Voor een toelichting van de functies wordt verwezen naar bijlage 2. Met het vaststellen van voorliggende nota worden voor het eerst in Raalte fietsparkeernormen gesteld. In Raalte wordt veel waarde gehecht aan een kwalitatief goed fietsnetwerk, inclusief voldoende en bereikbare stallingsplaatsen. Het is daarmee van belang dat ook bij ontwikkelingen voldoende ruimte wordt gereserveerd voor het stallen van fietsen. Een ontwikkeling genereert immers, naast een parkeerbehoefte voor gemotoriseerd verkeer, ook een stallingsbehoefte voor fietsen. Het stellen van fietsnormen draagt dan ook bij aan het behouden en versterken van het fijn wonen, leven en werken. 4.7.1 Stallingsnormen Wonen De stallingsnormen voor gebruiksfunctie Wonen staan in tabel 15. Het bezoekersaandeel voor wonen is reeds opgenomen in de normen. Het in paragraaf 4.4 beschreven bezoekersaandeel moet dus niet worden opgeteld bij de gegeven normen. Voor grondgebonden woningen geldt dat het bezoekersaandeel niet afzonderlijk hoeft te worden bepaald. Bij het bepalen van de m2 voor woningen/appartementen wordt een bergruimte voor fietsers niet meegenomen in het totaaloppervlak m2 bvo.
Een hal of overige bergruimte die niet uitsluitend bedoeld is voor het stallen van fietsen wordt wel meegenomen in het aantal m2 bvo.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
25
Tabel 15: Stallingsnormen gebruiksfunctie Wonen Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Vrijstaande woning (koop)
Woning
6,0
6,0
6,0
6,0
zie tabel 7
Twee-onder-een-kapwoning (koop)
Woning
6,0
6,0
6,0
6,0
zie tabel 7
Tussen-/hoekwoning (koop)
Woning
4,0
4,0
4,0
4,0
zie tabel 7
Kleine eengezinswoning (koop)
Woning
3,0
3,0
3,0
3,0
zie tabel 7
Grondgebonden senioren woning (koop/huur)
Woning
2,0
2,0
2,0
2,0
zie tabel 7
Koopappartement
Woning
4,3
4,3
4,2
4,1
zie tabel 7
Koopappartement
Woning
3,3
3,3
3,2
3,1
zie tabel 7
Koopappartement
Woning
3,3
3,3
3,2
3,1
zie tabel 7
Grondgebonden huurwoning (vrije sector)
Woning
4,0
4,0
4,0
4,0
zie tabel 7
Grondgebonden Sociale huurwoning
Woning
3,0
3,0
3,0
3,0
zie tabel 7
Huurappartement
Woning
4,3
4,3
4,2
4,1
zie tabel 7
Huurappartement
Woning
3,3
3,3
3,2
3,1
zie tabel 7
Huurappartement
Woning
3,3
3,3
3,2
3,1
zie tabel 7
Huurappartement
Woning
3,3
3,3
3,2
3,1
zie tabel 7
Geclusterd wonen
Woning
2,0
2,0
2,0
2,0
zie tabel 7
Studentenkamer
Kamer
1,3
1,3
1,2
1,1
zie tabel 7
Zorgappartement
Woning
1,3
1,3
1,2
1,1
zie tabel 7
> 100 m2 bvo
75 - 100 m2 bvo 50 - 74 m2 bvo
> 100 m2 bvo
75 - 100 m2 bvo 50 - 74 m2 bvo Sociale huur
(aanleunwoning/serviceflat) (niet-zelfstandig) Begeleid wonen
4.7.2 Stallingsnormen Werken De stallingsnormen voor gebruiksfunctie Werken staan in tabel 16. Net als bij de parkeernormen voor gemotoriseerd verkeer is bij de fietsparkeernormen geen onderscheid gemaakt in arbeidsintensieve en arbeidsextensieve bedrijven. Bovendien geldt voor kantoren één norm.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
26
Tabel 16: Stallingsnormen gebruiksfunctie Werken Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Kantoor
100 m2 bvo
2,0
2,0
2,0
2,0
5%
Bedrijf
100 m2 bvo
1,0
1,0
1,0
1,0
5%
4.7.3 Stallingsnormen Winkelen en Boodschappen De stallingsnormen voor gebruiksfunctie Winkelen en Boodschappen staan in tabel 17. Tabel 17: Stallingsnormen gebruiksfunctie Winkelen en Boodschappen Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Kruidenier, buurtsupermarkt of boerderijwinkel
100 m2 bvo
2,5
2,5
2,0
1,0
90%
Supermarkt
100 m2 bvo
3,0
2,8
2,6
n.v.t.
90%
Grote supermarkt (XL)
100 m2 bvo
3,0
2,8
2,6
2,0
85%
Winkel Dorpswinkelcentrum
100 m2 bvo
2,2
2,4
n.v.t.
n.v.t.
70%
Winkel kernen en wijken
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
2,8
n.v.t.
75%
Kringloopwinkel
100 m2 bvo
1,6
1,6
1,1
0,8
90%
Tuin- of Groenwinkel
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
0,3
0,2
90%
Groothandel
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
0,3
n.v.t.
80%
Weekmarkt
10 m1 kraam
2,0
2,0
2,0
n.v.t.
100%
Bruin- en witgoedzaak
100 m2 bvo
0,5
0,5
0,5
0,5
90%
Woonwinkel
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
0,5
n.v.t.
90%
Woonwarenhuis
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
0,3
0,3
95%
Bouwmarkt
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
0,3
0,3
90%
Tuincentrum/ Groencentrum
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
0,3
0,3
90%
4.7.4 Stallingsnormen Sport, Cultuur en Ontspanning De stallingsnormen voor gebruiksfunctie Sport, Cultuur en Ontspanning staan in tabel 18.
Nota Parkeren en stallen Raalte 2025
27
Tabel 18: Stallingsnormen gebruiksfunctie Sport, Cultuur en Ontspanning Functie
Eenheid
Raalte centrum
Raalte schil
Bebouwde kom
Buitengebied
Bezoekersaandeel
Bibliotheek
100 m2 bvo
3,5
3,5
2,9
2,2
95%
Museum
2
100 m bvo
1,4
1,0
0,7
0,4
95%
Bioscoop
100 m2 bvo
6,0
4,5
2,3
1,0
95%
Filmhuis
100 m2 bvo
6,0
4,5
2,3
1,0
95%
Theater
100 m2 bvo
20,0
15,0
11,0
8,0
90%
Musicaltheater
100 m2 bvo
20,0
15,0
11,0
8,0
85%
Bowlingcentrum
Per baan
4,5
3,2
2,6
2,4
90%
Biljart-/snookercentrum
Per tafel
2,4
1,9
1,5
1,1
85%
Dansstudio
100 m2 bvo
5,7
3,6
2,9
2,0
95%
Sportschool
100 m2 bvo
5,7
3,6
2,9
2,0
85%
Fitnesscentrum
100 m2 bvo
1,7
4,5
6,3
7,4
90%
Wellnesscentrum
100 m2 bvo
n.v.t.
n.v.t.
4,0
4,0
95%
Sauna
100 m2 bvo
4,0
4,0
4,0
4,0
95%
Sporthal en sportzaal
100 m2 bvo
5,5
4,0
3,5
2,0
95%
Tennishal
100 m2 bvo
0,8
0,6
0,5
0,5
85%
Padelhal
100 m2 bvo
1,6
1,2
1,0
1,0
85%
Squashhal
100 m2 bvo
5,1
3,4
3,0
2,5
85%
Zwembad (overdekt)
100 m2 bassin
n.v.t.
12,0
10,0
8,0
95%
Zwembad (openlucht)
2
100 m bassin
n.v.t.
n.v.t.
20,5
17,5
95%
Zwemparadijs
100 m2 bassin
n.v.t.
n.v.t.
9,5
9,5
95%
Sportveld
Per hectare
57,5
57,5
57,5
57,5
95%
Kunstijsbaan
100 m2 bvo
n.v.t.
3,7
3,3
2,9
95%
Ski- en snowboardhal
100 m2 piste
n.v.t.
n.v.t.
3,2
n.v.t.
95%
Golfoefencentrum (pitch & put)