CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Raalte statushouders

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen rekenkamerrapport statushouders (hamerstuk)19.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

19 Interview met SallandWonen 20 idem 21 Idem

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

21/47

culturele verschillen genoemd. Statushouders hebben de neiging om elkaar te helpen. Dit maakt het lastiger om met hen in contact te komen22. Volgens de uitvoerend professionals is de rol- en taakverdeling tussen VluchtelingenWerk en Humanitas soms ook een bron van verwarring voor statushouders: “Dat is zo verwarrend voor ze, bij wie moet ik nou (waarvoor) aankloppen?23” Daarbij bleek uit de focusgroep met statushouders dat het werken in de uitvoering met een dubbele pet (Humanitas en VluchtelingenWerk) leidt tot verwarring en zelfs wantrouwen bij statushouders. Hoofdstuk 6 gaat hier bij de klantreis nog verder op in. Vanuit het uitvoeringsplan is de ambitie gesteld om, aanvullend op het wettelijke beleid, statushouders in Raalte een individueel plan voor snelle integratie te bieden, evenals toeleiding naar (vrijwilligers)werk en participatie. Hier wordt in de praktijk uitvoering aan gegeven door het aanstellen van een consulent statushouders. De consulent doet een intakegesprek met de statushouder, stelt een plan op en monitort dit plan gedurende de inburgering door middel van voortgangsgesprekken. Sinds 2017 zet de gemeente verschillende instrumenten in, zoals het project Grenzeloos en trajecten bij de Stichting Werk Raalte. Deze laatstgenoemde trajecten zijn gestopt, omdat de Stichting zich richt op de uitvoering van de sociale werkvoorziening.

Het project Grenzeloos richtte zich op de bemiddeling van 28 werkfitte statushouders naar betaald werk of een studie (dit is volgens Grenzeloos in 19 gevallen gelukt). Uit het onderzoek is niet duidelijk geworden hoe duurzaam de resultaten waren en of er gekeken is of dit aansloot bij de (realistische) ambities van de statushouders en het plan van aanpak dat met de consulenten statushouders is samengesteld. Ook is niet aangegeven om hoeveel fte dit gaat en in hoeverre dit gaat over inkomens waar een statushouders de vaste lasten van kan dragen. Het project Grenzeloos is volgens de diverse documenten mede succesvol in de begeleiding naar werk vanwege de inzet van trajectbegeleiders die de Arabische taal beheersten. Dit werd nog eens beaamd in de informatienotitie naar de raad: “Zij waren in staat om een taal- en cultuurbarrière te doorbreken24.” Uit de focusgroepen bleek dat er nog geen soortgelijk trajectbegeleider is voor de groep Eritrese statushouders en gebruik wordt gemaakt van een tolktelefoon.

22 Interview beleidsmedewerker schuldhulpverlening, gemeente Raalte 23 Idem 24 B&W gemeente Raalte, Informatienotitie werkgelegenheid, betrekken statushouders, 7 juli 2020

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

22/47

4.2

Regie op de beleidsuitvoering

De volgende deelvragen worden beantwoord: Vraag 5 Vraag 6 Vraag 7 Vraag 8

Hoe heeft de gemeente zicht op de wijze van uitvoering en op de behaalde resultaten van het beleid? In hoeverre en op welke wijze stuurt de gemeente de beleidsuitvoering? Hoe wordt geanticipeerd op de nieuwe Wet inburgering? Hoe wordt geanticipeerd op een mogelijk grotere instroom van statushouders?

4.2.1 Monitoring van beleidsuitvoering en resultaten Er is eens per vijf weken overleg tussen de gemeentelijke beleidsmedewerker, SallandWonen en VluchtelingenWerk. Daarnaast kan tussendoor contact op worden genomen bij incidenten. Zo wordt gesproken van korte lijntjes’25. Tijdens het overleg tussen gemeente, SallandWonen en VluchtelingenWerk worden alle lopende zaken en gebeurtenissen ten aanzien van huisvesting en maatschappelijke begeleiding besproken. De betrokkenen ervaren de samenwerking als prettig, mede dankzij de frequentie van de overleggen en transparantie: We hebben het goed voor elkaar.” De taakstelling wordt 3 keer paar jaar gemonitord. Verder is er weinig tot geen schriftelijke monitoring. De reden die daarvoor wordt aangegeven is timing: toen het uitvoeringsplan statushouders in 2018 werd vastgesteld door het college, werd ook de nieuwe Wet inburgering aangekondigd. De meeste aandacht en energie van de beleidsmakers is toen uitgegaan naar deze nieuwe wet, waarbij de gemeente een stevige rol krijgt. Vanuit beleid worden de pijlen daar meer op gericht. Aangegeven wordt dat een verbeterslag mogelijk is in de schriftelijke rapportage en monitoring. Beleidsmatig is het nu dus meer gericht op wat straks gedaan moet worden. Het is niet duidelijk geworden of daar ook meer monitoring bij zal komen.

De uitvoering van maatschappelijke begeleiding en taalonderwijs is via VluchtelingenWerk georganiseerd. De gemeente heeft iedere zes weken overleg met de contactpersoon bij VluchtelingenWerk. Daarnaast wordt jaarlijks een voortgangsrapportage geschreven door VluchtelingenWerk ter verantwoording aan de gemeente. De Rekenkamercommissie heeft niet ingezien en niet duidelijk gekregen wat gedaan wordt met de voortgangsrapportages. Op basis van de interviews komt naar voren dat doelstellingen en gewenste resultaten van het beleid niet expliciet worden besproken26. Uit het ambtelijk wederhoor werd duidelijk dat hier in 2020 veelvuldig overleg is geweest met VluchtelingenWerk, juist over de kwaliteit van de maatschappelijke begeleiding en de resultaten die daarin worden behaald. De (werk)consulent inburgering van gemeente Raalte zit wekelijks een dag per week op locatie bij VluchtelingenWerk. De betrokken consulent ontvangt ieder kwartaal een voortgangsrapportage op cliëntniveau, waarin vanuit VluchtelingenWerk de voortgang op school van de desbetreffende statushouder wordt toegelicht. Als er extra vragen zijn over de rapportage, wordt mondeling contact opgenomen met de teamleider van VluchtelingenWerk en/of de taaldocent.

4.2.2 Gemeentelijke sturing op de beleidsuitvoering Vanuit gemeente Raalte is een portefeuillehouder aangesteld, die met name via regelmatig mondeling overleg met de betrokken maatschappelijk organisaties of andere gemeentelijke beleidsonderdelen (bijvoorbeeld schuldhulpverlening) stuurt op de beleidsuitvoering. Zoals hierboven benoemd, is er geen structurele monitoring via informatievoorziening; dit gebeurt één keer per jaar in de voortgangsrapportage en verantwoording. Een voorbeeld is het signaal (van de statushouders) dat de gemeente kreeg dat statushouders niet altijd tevreden zijn over de mate van maatschappelijke begeleiding. De gemeente is op basis van dit signaal in gesprek gegaan met VluchtelingenWerk27. Dit heeft geresulteerd in een wisseling van

25 Interview beleidsmedewerker inburgering en integratie 26 Interview VluchtelingenWerk 27 Interview beleidsmedewerker inburgering en integratie

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

23/47

de coördinator bij VluchtelingenWerk. Als gevolg van de hiervoor genoemde recentere gesprekken is het gelukt meer vrijwilligers te werven.

4.2.3 Voorbereiding op de nieuwe Wet inburgering De visie van de gemeente is dat de statushouder zo min mogelijk last heeft van de overgang naar de nieuwe wet. Gestreefd wordt naar een “'vlekkeloze overgang.” Om dit te bereiken worden bepaalde taken die behoren bij de nieuwe wet, al sinds 2017 uitgevoerd. Het belangrijkste doel hierin is integraliteit. Een voorbeeld hiervan is het aanstellen van een consulent statushouders bij de gemeente. Nog een voorbeeld hiervan is de uitgebreide intake (uitgevoerd door de consulent statushouder) die een integraal (samenhangend) beeld geeft van de voortgang van de statushouder en bij één consulent met als doel dat de uitvoering uniform is. Op basis van de intake stelt deze consulent met de statushouder één plan van aanpak op en houdt regie over het gehele traject. De consulent gaat in gesprek en krijgt een completer beeld over de situatie van de statushouder. Hier heeft de gemeente de mogelijkheid om meer clientregie te voeren. In plaats van door te verwijzen naar een andere organisatie of afdeling binnen de gemeente, kan de consulent de statushouder begeleiden. Hiermee wordt voorgelopen op het Persoonlijk Inburgering Plan (PIP), dat met ingang van de nieuwe Wet inburgering zal gelden. De schuldhulpverlening is ook bekend met de nieuwe taken van de nieuwe wet, namelijk het financieel ontzorgen en de financiële educatie.

In het interview met schuldhulpverlening werd aangeven dat nog niet begonnen is met de voorbereidingen. Uit het ambtelijk wederhoor werd duidelijk dat de Gemeente Raalte standaard al de huur inhoudt op de uitkering en dat ze Euro-Wijzer heeft ingekocht bij VluchtelingenWerk in het kader van financiële zelfredzaamheid. Euro-Wijzer Euro-Wijzer is een aanvulling op de maatschappelijke begeleiding die VluchtelingenWerk aanbiedt in opdracht van gemeenten, die wettelijk verplicht zijn deze begeleiding te bieden. Statushouders leren zo hoe het Nederlandse financiële systeem in elkaar steekt en hoe je daar je weg in vindt. Ze trainen – voor zover nodig – hun eigen financiële vaardigheden. Verder is er budgetcoaching voor statushouders die meer intensieve begeleiding nodig hebben28.

4.2.4 Voorbereiding op een mogelijk grotere instroom van statushouders Wat betreft een mogelijk grotere instroom, bestaat bij de wethouder wonen en beleidsadviseur het vertrouwen dat de huidige aanpak in de basis volstaat. Tijdens de vorige verhoogde instroom in 2015 (zie grafiek met jaarlijkse taakstelling in de periode 2006-2020) zijn gemeente en uitvoerende organisaties er ook in geslaagd om aan een hogere taakstelling te voldoen.

28 Zie meer: https://www.komuitjeschuld.nl/actueel/nieuws/2020/12/03/euro-wijzer-%E2%80%93-hoe-je-als-gemeente-

vluchtelingen-voor-schulden-behoedt

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

24/47

Desalniettemin dienen extra maatregelen genomen te worden. Zo worden beleidsafspraken gemaakt waarin ruimte wordt gemaakt voor een grotere instroom. Een voorbeeld hiervan is een optie tot grotere inkoop van de producten van VluchtelingenWerk, gebaseerd op de taakstelling. VluchtelingenWerk heeft een flexibele schil aan vrijwilligers. Bestuurders en beleidsmedewerkers gaan ervanuit dat kan worden opgeschaald als de toestroom van statushouders toeneemt. In de werkwijze worden korte lijntjes gehouden tussen wethouder, beleid en uitvoering zodat direct kan worden geacteerd op wijzigingen. VluchtelingenWerk is bekend met de verhoogde taakstelling. Ondanks dat er in Raalte een gebrek aan vrijwilligers is, denkt het management van VluchtelingenWerk de juiste maatschappelijke begeleiding te kunnen bieden bij een mogelijk grotere instroom. Uit de interviews bleek dat het uitvoerend personeel hier vraagtekens bij heeft. Als cumulatief gekeken wordt naar de grafiek (lees: de aantallen per jaar opgeteld) kan hiervan mogelijk een schatting worden gemaakt. De inburgering duurt drie jaar (in Raalte duurt de gemiddelde inburgeringstermijn zelfs wat langer), de begeleiding door VluchtelingenWerk 18 maanden en statushouders moeten gedurende die periode gehuisvest kunnen worden. Bij een verviervoudiging zoals die in 2015-2016, kan er druk komen te staan op het bestaande systeem.

Daarbij wordt vooralsnog geen rekening gehouden wie (taal, opleidingsniveau, analfabeten, geslacht, leeftijd) deel uitmaken van deze instroom. Uit het interview met de taaldocenten (die overigens wel de groep statushouders met een lagere leerbaarheid lesgaf) bleek: “Ja, als ik kijk naar de instroom de laatste jaren ook in de andere gemeenten, zijn het toch laagopgeleide mensen en analfabeten die onze kant op komen 29.” Daarbij werd door de schuldhulpverlening benoemd dat als meer statushouders in Raalte komen wonen, er meer kans op extra (financiële) hulpvragen is. Uit de interviews en documentenanalyse werd niet duidelijk in hoeverre rekening is gehouden met de achtergrond van de mensen die deel uitmaken van de hogere instroom en wat dit betekent voor de robuustheid van het bestaande beleid en de beleidsuitvoering.

4.3

Reflectie op normen

Norm bij deelvraag 5: De gemeente heeft zicht op de uitvoering van het beleid. Er is informatie over de ervaring van de beleidsuitvoerders en statushouders zelf. De gemeente heeft zicht op de resultaten van het beleid. Het beleid wordt op een gestructureerde manier gemonitord en geëvalueerd. De gemeente heeft met betrokkenen in de uitvoeringen wordt vooral mondeling op de hoogte gehouden. De ervaringen van beleidsuitvoerders zijn bekend bij de gemeente, de ervaringen van statushouders in minder mate. Er is geen sprake van schriftelijke structurele monitoring en evaluatie. De status van voortgangsrapportages is in dit onderzoek niet duidelijk geworden. Norm bij deelvraag 6: Er is een regie- of portefeuillehouder. Er vindt structurele informatie-uitwisseling plaats tussen beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering. Er zijn aantoonbaar interventies door de gemeente gedaan n.a.v. monitoring of evaluatie. Er is een portefeuillehouder. Er is regelmatig periodiek of incidenteel overleg tussen beleidsontwikkeling en -uitvoering. Er zijn geen nadrukkelijke interventies bekend. Er is eenmalig een interventie geweest richting VluchtelingenWerk wat heeft geleid tot het aanstellen van een nieuwe coördinator. Norm bij deelvraag 7: Er is een visie geformuleerd over de vormgeving van de nieuwe Wet inburgering. De nieuwe taken en verantwoordelijkheden zijn bekend bij betrokkenen.

Er is een portefeuillehouder die bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor de invulling van de nieuwe inburgeringswet. De nieuwe Wet inburgering en bijbehorende nieuwe taken zijn bekend bij de betrokken wethouder en beleidsmedewerker. De visie hierop is nog niet duidelijk uitgewerkt, wat niet betekent dat die er niet is bij betrokkenen. Ook wordt bekeken wat al vóór ingang van de nieuwe Wet in gang kan worden ingezet in Raalte (zoals een consulent statushouders).

29 Interview (oud) taaldocenten VluchtelingenWerk

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

25/47

Norm bij deelvraag 8: Er is van tevoren nagedacht over deze potentiële ontwikkeling. Er is in het beleid voldoende ruimte voor eventuele aanpassingen. De kwaliteit van de dienstverlening wordt gewaarborgd. Er is nagedacht over deze potentiële ontwikkeling. Er is beleidsruimte gecreëerd, zodat bijvoorbeeld grotere inkoop mogelijk is. De ontwikkelingen worden incidenteel gemonitord middels korte lijntjes en voortgangsrapportages, met als doel snel te acteren indien nodig. Desondanks is niet volledig zicht op de kwaliteit van de dienstverlening. Omdat niet duidelijk is wat de beoogde resultaten zijn, is het moeilijk te monitoren en evalueren. Dit betekent overigens niet dat er geen zicht op is.

4.4

Doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid

De volgende deelvragen worden beantwoord: Vraag 9 Vraag 10 Vraag 13

Hoe wordt in de praktijk invulling gegeven aan het beleid? Is sprake van een samenhangende aanpak bij beleidsuitvoering? Zijn de beschikbare financiële en organisatorische middelen toereikend om de doelstellingen te realiseren?

4.4.1 Een samenhangende aanpak in de beleidsuitvoering Uit de focusgroep met uitvoerend professionals blijkt enerzijds een grote bereidheid om samen te werken en tevredenheid met de “korte lijntjes”, anderzijds blijkt een versnippering in de uitvoering van het beleid. De inzet van de consulent statushouders wordt door de uitvoerend professionals als prettig ervaren voor de statushouders. Zo wordt in de focusgroep onder uitvoerend professionals gesteld: “Alle vragen komen nu bij de consulent statushouders binnen. Statushouders willen ook één gezicht. Het is een bewuste keuze dat statushouders binnen de gemeente één aanspreekpunt hebben 30.” Ondanks dat lijkt de consulent niet diegene te zijn die het overzicht bewaard. Uitvoerend professionals weten elkaar te vinden, echter zij geven aan dat niemand het overzicht heeft. Een van de uitvoerend professionals stelt: “De uitvoerders hebben al geen overzicht van wie wat doet, laat staan de statushouder 31.” Een illustratie hiervan is van een taaldocent die aangeeft dat regelmatig een Participatieverklaring getekend moet worden op hetzelfde moment dat de taalles plaatsvindt32. Een ander knelpunt in een samenhangende aanpak is de financiële zelfredzaamheid. Door de uitvoerend professionals wordt opgemerkt dat de beleidsuitvoering op dit punt meer “ad hoc” is.

In de begeleiding van financiële zelfredzaamheid van een statushouder zijn in Raalte drie partijen aan zet: VluchtelingenWerk voor de eerste 18 maanden, vervolgens een overdracht aan Humanitas en eventuele opschaling aan schuldhulpverlening van de gemeente. Uit de focusgroep met uitvoerend professionals blijkt dat het in de overgangsmomenten vaak misgaat. Zo gaat de overgang van VluchtelingenWerk naar Humanitas mis vanwege een taalbarrière en een gebrek aan actie vanuit de statushouder. Daarnaast bestaat er geen standaard werkproces waarin duidelijk wordt wanneer een statushouder door VluchtelingenWerk of Humanitas aangemeld kan worden bij schuldhulpverlening. Zoals eerder al genoemd lopen daardoor de financiële problemen van statushouders volgens de betrokken uitvoerders vaak op.

30 Focusgroep met beleidsuitvoerders 31 Focusgroep met beleidsuitvoerders 32 Interview t(oud) taaldocenten VluchtelingenWerk

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

26/47

Vanuit het beleid is hier al op geacteerd door het voornemen om Euro-Wijzer (zie toelichting hiervoor) in de toekomst in te zetten. Een opvallende conclusie uit de focusgroep met uitvoerend professionals is dat het verplaatsen van de locatie van inburgeringsactiviteiten van Raalte naar Deventer (door VluchtelingenWerk) voor een versnippering heeft gezorgd. Terwijl de inburgering eerder centraal was georganiseerd voor zowel uitvoerend professionals als de statushouders, is er sinds maart 2021 geen inburgeringslocatie meer in Raalte. De meeste inburgeraars gaan nu naar Deventer, waar nog wel les wordt gegeven door VluchtelingenWerk. Een van de betrokkenen legt uit wat dit betekent voor de inburgeraars: “Er waren goede korte lijntjes, maar nu is dat wat minder geworden omdat we naar Deventer zijn verhuisd. We zijn dus fysiek uit elkaar gegaan. Het is heftig om inburgeraars te vragen om naar Deventer te gaan. Ze spreken de taal niet, kennen het OV niet 33.” Ook zeggen de uitvoerend professionals dat dit effect heeft op de samenwerking in de uitvoering, doordat partijen minder makkelijk contact hebben met elkaar. De aanbeveling vanuit de uitvoerend professionals is helder: “Breng alles weer centraal bij elkaar op een locatie in Raalte, zorg dat we de korte lijntjes terugkrijgen.” Een ander terugkerend knelpunt in de beleidsuitvoering is de inzet van vrijwilligers.

In Raalte is een tekort aan vrijwilligers, dit beperkt de dienstverlening. Daardoor lukt het in de dienstverlening wel om te helpen met de post en vragen te beantwoorden. Echter het werken naar zelfredzaamheid door de tijd te nemen om vaardigheden aan te leren en inburgeraars mee te nemen naar participatie is lastiger. De uitvoerend professionals hebben zorgen over dit tekort aan vrijwilligers: “er zijn nu al te weinig vrijwilligers, dat is zonde, straks als de taakstelling34 omhooggaat voorzie ik problemen.”

4.4.2 De beschikbaarheid van financiële en organisatorische middelen De inzet van middelen voor de beleidsuitvoering in Raalte heeft betrekking op de inzet van personeel en locaties waar het inburgeringsaanbod plaatsvindt. Op basis van de beschikbare documenten en beschikbare tijd hebben we hier op hoofdlijnen een beeld van gekregen. De bij ons beschikbare cijfers hierover komen uit het uitvoeringsplan dat de jaren 2016-2017 weergeeft en de verwachtingen toen voor 2018 en 2019. In het ambtelijk wederhoor zijn actuelere cijfers beschikbaar gekomen over de jaren 2019 tot en met 2021. De middelen die beschikbaar komen van het Rijk worden ingezet en/of gereserveerd voor de uitvoering van het beleid met betrekking tot statushouders. Ook de (niet geoormerkte) middelen uit het gemeentefonds worden hiervoor aangewend. Wat betreft de uitgaven zien we in algemene zin dat de middelen gebruikt worden voor projecten die verband houden met statushouders en asielinstroom, kosten voor VluchtelingenWerk en eigen ambtelijke kosten. Tot slot staan op onderdelen organisatorische middelen onder druk. Denk aan het verdwijnen van een fysieke locatie voor taallessen uit Raalte en het tekort aan vrijwilligers. Daarentegen zijn er met de komst van de consulent statushouders organisatorische mogelijkheden bijgekomen zodat meer clientregie kan worden gevoerd.

33 Focusgroep met beleidsuitvoerders 34 In 2021 worden er achterstanden ingehaald van de IND en ligt de taakstelling eenmalig bijna twee keer zo hoog.

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

27/47

4.3

Reflectie op normen

Norm bij deelvraag 9: Het wettelijke aanbod en het aanvullende aanbod sluiten op elkaar aan. De uitvoering komt overeen met de inhoud van het beleid. De uitvoering komt grotendeels overeen met de inhoud van het beleid, echter bestaan er knelpunten in de dienstverlening van VluchtelingenWerk en Humanitas. Het wettelijke en aanvullende aanbod sluiten op elkaar aan, met name vanwege de rol van de consulent statushouders. Norm bij deelvraag 10: Er wordt door betrokkenen samengewerkt. Betrokkenen weten waar ze informatie moeten vinden. De werkprocessen zijn bekend bij de betrokkenen. De werkprocessen sluiten op elkaar aan. Er is grote bereidheid om samen te werken, er wordt gesproken van “korte lijntjes”. Echter is een duidelijk signaal dat overzicht op de diverse trajecten ontbreekt. Er is grote verbetering mogelijk in het aanbrengen van samenhang in de beleidsuitvoering door werkprocessen op elkaar te laten aansluiten. Norm bij deelvraag 13: Er zijn financiële en organisatorische middelen beschikbaar om de doelstellingen te realiseren. De middelen zijn toereikend. Op basis van de beschikbare gegevens kan geconcludeerd worden dat er weinig zicht is op de financiële middelen en in hoeverre dit toereikend is om de doelstellingen te behalen. In de realisatie van doelstellingen zijn twee knelpunten: de inzet van vrijwilligers en de locatie.

Het ontbreken van een centrale locatie voor inburgering wordt als belemmerend ervaren in het bereiken van doelstellingen.

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

28/47

5. Huisvesting SallandWonen is de woningbouwcorporatie in de gemeente Raalte en verzorgt de huisvesting van de inwoners in Raalte, en daarmee ook die van de statushouders. Dit hoofdstuk gaat in op het huisvestingsbeleid ten aanzien van de huisvesting van statushouders De volgende deelvragen worden beantwoord: Vraag 8 Vraag 12 Vraag 13

5.1

Hoe wordt geanticipeerd op een mogelijk grotere instroom van statushouders? In hoeverre worden de gewenste doelstellingen behaald? In hoeverre zijn de beschikbare financiële en organisatorische middelen toereikend om de doelstellingen te realiseren?

Huisvestingsbeleid

In Raalte worden vooral (grote) gezinnen geplaatst. Wanneer een statushouder aankomt in Nederland wordt hij gekoppeld aan een gemeente, in dit geval Raalte. Een consulent van de gemeente neemt vervolgens contact op met SallandWonen, waarna VluchtelingenWerk wordt ingeschakeld. Indien bekend is dat er nog na-reizigers volgen, wordt meteen gezocht naar een passende woning. “We huisvesten voornamelijk grote gezinnen. Ze komen meestal niet in één keer, maar eerst een partner en daarna de na-reizigers. Wanneer we weten dat die komen kijken we meteen naar een passende woning, ook al komt de rest later. Dit om te voorkomen dat ze op een later moment moeten verhuizen 35.” Bij het zoeken houdt SallandWonen rekening met de geschiktheid van de woning, de spreiding over de gemeente en de spreiding van het aantal plaatsen per jaar. Wanneer een woning is gevonden wordt dit teruggekoppeld aan de gemeente en VluchtelingenWerk. VluchtelingenWerk regelt daarna de praktische zaken, zoals de bezichtiging, administratieve verplichtingen en de inrichting zodat de verhuizing kan plaatsvinden. Daarnaast is in Raalte de beleidsmatige keuze gemaakt om vergunninghouders verspreid over de gemeente te huisvesten en geen specifieke vergunninghouderscomplexen te realiseren. Dit om de integratie zoveel mogelijk te bevorderen. Grote gezinnen worden doorgaans geplaatst in woningen met een hoge huur.

Met SallandWonen is afgesproken dat de huur wordt gemaximeerd tot aan de grens van de huurtoeslag. Niet alleen kost dit SallandWonen geld, maar ook houdt SallandWonen een woning enkele dagen beschikbaar voor een statushouder, waardoor de huurovereenkomsten elkaar niet opvolgen. Om die reden zijn tussen SallandWonen en de gemeente afspraken gemaakt over huurderving. Deze is éénmalig afgekocht met een vast bedrag voor een periode van vijf jaar. Op deze manier kan SallandWonen de huur verlagen en wel grote gezinnen huisvesten. SallandWonen anticipeert op meerdere manieren op een mogelijk grotere instroom van statushouders. Zo worden bijvoorbeeld in de buurtdorpen extra woningen gebouwd om aan de vraag te kunnen voldoen. En in de prestatieafspraken staat onder andere dat er nieuwbouwwoningen bij zullen komen 36. Hiervan worden extra woningen gereserveerd voor statushouders. Daar krijgt SallandWonen de ruimte voor en dat is ook essentieel voor het opvangen van statushouders. Verder worden kansrijke initiatieven en ‘out of the box’oplossingen op de voet gevolgd om in te kunnen spelen op de veranderende woningmarkt 37. Zo is er nu een pilot om meer jongeren bij elkaar in een huis te zetten; dit zou met statushouders ook een optie kunnen zijn.

35 Interview beleidsmedewerker sociaal domein, gemeente Raalte 36 Prestatieafspraken, p.4 37 Prestatieafspraken, p.7

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

29/47

Ook wordt tijdelijke huisvesting, flexwonen, als optie gezien in het geval van een grotere toestroom. De gemeente verwacht dat de taakstelling ook de komende jaren stabiel zal blijven38. Volgens de wethouder wonen wordt wel een grotere instroom verwacht, maar kan ook een relatief grote taakstelling worden behaald: “Verhoudingsgewijs is de taakstelling een kleiner probleem dan in de grote steden. We kunnen een relatief grote taakstelling halen39.” Ondanks de druk op de woningmarkt lijkt er ook bij de coördinator statushouders van SallandWonen geen vrees te zijn voor de hogere taakstelling: “De samenwerking met de gemeente verloopt goed. De frequente overleggen helpen daarbij. We hebben het goed voor elkaar. Alles verloopt transparant. We hebben lijsten met wie er geplaatst is, op welke datum, op welk adres et cetera. De taakstelling (red: zie grafiek in hoofdstuk 4) wordt bijna altijd wel gehaald, uiterlijk met een uitloop naar januari 40.” Daarmee worden de gewenste doelstellingen tot nu toe gehaald. Ten slotte wordt op de nieuwe Wet inburgering geanticipeerd. In de wet is opgenomen dat gemeenten asielstatushouders, die bijstand ontvangen, ‘ontzorgen’. De gemeenten gaan voor deze groep de eerste zes maanden de huur, zorgverzekering en rekeningen voor gas, water en licht vanuit die bijstand betalen.

Deze begeleiding moet zorgen voor rust en stabiliteit bij het begin van de inburgering. Hierover worden nog nadere afspraken vastgelegd.

5.2

Beleidsuitvoering in de praktijk

De taakstelling in de eerste helft van 2020 was twaalf te huisvesten vergunninghouders. In de tweede helft ging het om veertien statushouders41. Er wordt naar gestreefd de taakstelling te halen42. Met SallandWonen is afgesproken dat het realiseren van de wettelijke taakstelling niet ten koste mag gaan van de reguliere woningzoekenden. De gemeente en SallandWonen hebben vier keer per jaar bestuurlijk overleg over de slaagkansen van de regulier woningzoekende. Onderwerpen van gesprek zijn in ieder geval de onderwerpen uit deze overeenkomst, monitoring van de woningmarkt en relevante beleidsontwikkelingen. Minimaal één keer per jaar schuift de wethouder aan die zaken rondom het sociaal domein in portefeuille heeft. Indien er specifieke aanleiding is zal een extra bestuurlijk overleg worden ingepland. Tot nu toe is er geen reden om stappen te ondernemen, maar als de slaagkansen van reguliere woningzoekenden in het geding komen zullen aanvullende maatregelen worden genomen43. Het gaat dan om bijvoorbeeld jongeren, starters maar ook senioren die opzoek zijn naar een woning. In 2019 zijn 19 woningen verhuurd aan statushouders; 5,6% van het totaal aantal toewijzingen is daarmee aan een statushouder gedaan. In 2019 ging het om 1.089 actief zoekenden, waarvan 34% tussen de 21 en de 30 jaar is. De verwachting is dat het aantal woningzoekenden de komende tijd zal stijgen44.

De statushouders worden verspreid over de gemeente gehuisvest en worden geen specifieke complexen gerealiseerd om de integratie zoveel mogelijk te bevorderen. Er wordt dan ook geen gebruik gemaakt van de tijdelijke regeling stimulering huisvesting.

5.3

Reflectie op de normen

Norm: Er is van tevoren nagedacht over deze potentiële ontwikkeling. Er is nagedacht over een potentieel grotere instroom en er zijn diverse manieren om hierop te anticiperen. Zo worden er woningen bijgebouwd en krijgt SallandWonen bij nieuwbouwprojecten de ruimte om woningen te

38 B&W gemeente Raalte, Beantwoordingsbrief vragen Wet inburgering, 13 oktober 2020, p.2 39 Interview Wethouder wonen, gemeente Raalte 40 Interview met SallandWonen 41 Gemeente Raalte, Taakstelling huisvesting vergunninghouders tweede helft 2020, 24 april 2020. 42 Prestatieafspraken, p.10 43 Beantwoording huisvestingsbrief statushouders 44 SallandWonen, Ruimteverdeling Rapportage 2019, p. 4-5

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

30/47

reserveren voor statushouders. Ook wordt nagedacht over een pilot om jonge statushouders bij elkaar te plaatsen. Norm: Er is in het beleid voldoende ruimte voor eventuele aanpassingen. Betrokkenen vinden flexibiliteit en snel kunnen inspelen op ontwikkelingen belangrijk. Jaarlijks bij het opstellen van de jaarafspraken worden ook de kaderafspraken geëvalueerd. Tussentijdse bijstelling van de afspraken in de overeenkomst is mogelijk als alle betrokkenen hiermee instemmen. Hiermee wordt ruimte gecreëerd voor mogelijk (actuele) aanpassingen. Norm: De kwaliteit van de dienstverlening wordt gewaarborgd. Er is een periodiek overleg tussen de gemeente en SallandWonen waar de afspraken en de voortgang worden besproken. Om de vier maanden vindt montering plaats met jaarlijks een evaluatie. Waar nodig kan de dienstverlening worden aangepast. Hiermee wordt (vanuit de gemeente en SallandWonen) de kwaliteit van de dienstverlening grotendeels gewaarborgd. Norm: Er zijn financiële en organisatorische middelen beschikbaar om de doelstellingen te realiseren. Met de gemeente zijn afspraken gemaakt over onder andere huurderving, waardoor de middelen beschikbaar zijn om de doelstellingen te realiseren. Van de daadwerkelijke kosten zijn echter geen cijfers beschikbaar.

Qua organisatorisch middelen is Raalte beter in staat mensen (specifiek gezinnen) te huisvesten dan de gemiddelde gemeente in Nederland en weet daardoor de doelstellingen te realiseren. Norm: De middelen zijn toereikend. De toenemende krapte op de woningmarkt en zelfs een mogelijke hogere instroom worden met vertrouwen tegemoet gezien. Er zijn geen signalen dat de middelen niet toereikend zijn.

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

31/47

6. Klantreis De klantreis is een bewezen methodiek om beleid en dienstverlening in het sociaal domein beter te laten aansluiten bij de behoeften van de doelgroep en daarmee klantgerichter te maken. Het doel is vanuit de ogen van de klant naar de werking van het huidige beleid te kijken en een beter inzicht te krijgen in de huidige aanpak in Raalte. Op deze wijze is een beeld gekregen van hoe de huidige dienstverlening door statushouders in Raalte ervaren wordt en of dat aansluit bij de doelen van het beleid. Aan de hand van de klantreis worden de volgende deelvragen beantwoord: Vraag 11 Vraag 12

6.1

Hoe wordt de beleidsuitvoering door statushouders en betrokkenen ervaren? In hoeverre worden de gewenste doelstellingen behaald?

Uitvoering klantreis

De eerste focusgroep vond digitaal plaats. In deze focusgroep is gesproken met een van de consulenten statushouders (gemeente Raalte), de consulent schulddienstverlening (gemeente Raalte), een maatschappelijk begeleider van VluchtelingenWerk, de coördinator van Humanitas en tevens ook maatschappelijk begeleider bij VluchtelingenWerk en de consulent werk statushouders van project Grenzeloos. Met deze groep is gezamenlijk het volledige proces van huisvesting en inburgering van de statushouders in Raalte in beeld gebracht. Het resultaat is weergegeven in onderstaande infographic. Op basis van het proces kan op een gestructureerde manier stilgestaan worden bij uitwerking van het beleid en de specifieke contactmomenten (zoals beschreven in de voorgaande hoofstukken) om dit vervolgens in de klantreis te toetsen bij de statushouders (zie bijlage 3). Om aandacht te houden voor de verschillen in culturele achtergrond, taal, opleidingsniveau, leeftijd en persoonlijke situatie is ervoor gekozen om twee focusgroepen met statushouders te laten plaatsvinden. Een tweede focusgroep met 6 statushouders met Arabischsprekende landen van herkomst (4 uit Syrië en 2 uit Jemen). En een derde focusgroep met 2 statushouders met Eritrea als land van herkomst. De groepen waren divers samenstelling: mannen, vrouwen, verschillende leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus.

Daardoor is een breed scala aan klantervaringen meegenomen. In de klantreis gaat het om de beleving door de statushouder. Deze kan afwijken van de daadwerkelijke uitvoering en de beleving van uitvoerders. In dit onderzoek bleken dit twee werelden. Zou zijn uitvoerders kritisch op de motivatie en leerbaarheid van statushouders zelf. De vraag die gesteld kan worden is: begrijpen we elkaars wereld wel voldoende? Opgemerkt moet worden dat in de klantreis opgetekende ervaringen gekleurd zijn door de beperkingen als gevolg van COVID-19. Mogelijk is daardoor een minder goed beeld geschetst van de praktijk van voor de pandemie.

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

32/47

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

33/47

6.2

Algemene observaties

Opvallend is de veelal vergelijkbare observaties in beide focusgroepen. De statushouders zijn over het algemeen positief over de inwoners van Raalte maar zijn minder tevreden met de ondersteuning die is geboden door de betrokken partijen op de verschillende contactmomenten. Zo waren nagenoeg alle van de geïnterviewde statushouders redelijk tevreden over de aankomst in de gemeente Raalte en de ontvangst door SallandWonen (eenmalig) en VluchtelingenWerk. Het is echter vaak onduidelijk waar zaken met betrekking tot huisvesting het beste geregeld kunnen worden. Veel van het papieren regelwerk loopt via VluchtelingenWerk. Vooral de beperkte financiële mogelijkheden van statushouders en de taalbarrière geven beperkingen (bijvoorbeeld de aanschaf van meubilair). “Maar wat heel vervelend was, is de kredietlening om spullen te kopen. Je koopt iets, wacht tot de gemeente het betaalt. Had zelf geen geld. Ik moest door de gemeente alleen 500 euro betalen. Mijn Nederlandse vrienden hebben mij geld geleend, ze hebben voor onze spullen betaald en de gemeente betaalde ze terug.” Statushouders ervaren in het algemeen van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Het is vaak onduidelijk waar ze moeten zijn voor wat. Ze geven aan vaak niet te weten wat ze tekenen in het begin (denk bijvoorbeeld aan de Participatieverklaring).

Er is onduidelijkheid over de rechten en de plichten, maar ze voelen de druk om te tekenen. Zo geeft een statushouder aan: “Ik weet niet wat een Participatieverklaring is, maar ik heb het wel getekend.” De statushouders geven aan dat er weinig contact is met de consulent participatie van de gemeente en dat deze maar weinig kan betekenen of antwoorden kan geven op wat er gevraagd wordt. “Heel mooie volk hier, aardig mensen. Maar in 1 jaar heb ik één keer contact gehad met mijn consulent. Hij begeleidt mij niet. Het leven is niet alleen eten en slapen.” De statushouders zijn tevreden over de hulp die ze kregen om vrijwilligerswerk te doen. Alle statushouders in beide focusgroepen erkennen de meerwaarde ervan voor het leren van de taal, het gevoel van eigenwaarde en daarmee hun mentale gezondheid. Er zou echter nog pro-actiever op gestuurd kunnen worden en minder uit te gaan van initiatief en zelfredzaamheid van de statushouder. “Ik heb de contactpersoon gevraagd om vrijwilligerswerk voor mij te zoeken. Ze zei waarom?” Statushouders hebben het gevoel weinig invloed te hebben op het inburgeringstraject. In het bijzonder noemen ze dat ze niet het gevoel hadden vrij een taalschool te kunnen kiezen en vaak onder (in ieder geval zo beleefde) druk naar de Taalschool van VluchtelingenWerk moesten. De taalbarrière maakt afhankelijk van de hulpverleners.

“Alles wordt gedaan door VluchtelingenWerk, van intake tot testen. Er is een contactpersoon bij de gemeente. Die doet meer controle en administratieve werkzaamheden. Je bent afhankelijk, onwetend. Als je brief krijgt van DUO loop je rechtstreeks naar VluchtelingenWerk (en die bevelen eigen school aan).” Uit de klantreis werd duidelijk dat de communicatie met de beleidsuitvoerders van VluchtelingenWerk niet altijd even soepel verloopt. De volgende quotes laten iets zien van het onbegrip en de frustratie. “De contactpersoon is van ‘ja’ zeggen, ‘nee’ doen. Veel beloften worden niet waargemaakt.” “Als we haar aanspreken ze zegt gelijk nee, heb geen tijd. We weten niet wat haar positie is.”

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

34/47

De geïnterviewde statushouders zijn niet tevreden over de kwaliteit van het lesgeven van de taalschool. Er zou te weinig aandacht zijn voor maatwerk en interactief lesgeven en “docenten komen met enige regelmaat niet opdagen”, aldus de geïnterviewden. Illustratief voor dit is ook de volgende quote: “Ik ga nu naar een school in Deventer, heb de VluchtelingenWerk school geweigerd want ik wil iets gaan doen. Ik betaal de reiskosten uit mijn lening. Er is geen maatwerk wat betreft de taal in school van VluchtelingenWerk. Het is een heel laag niveau en dat past niet bij mij.” De statushouders gaven aan dat de kwaliteit nog verder achteruit is gegaan door COVID-19 en de daarmee gepaard gaande maatregelen. “De wijze van lesgeven is door corona verergerd en de achterstand verder toegenomen.” Ondanks dat voor sommige statushouders de weg naar ondersteuning makkelijker te vinden was dan voor anderen, geven veel statushouders aan dat taal, geld en informatie (waar vind ik mijn informatie) drempels zijn om mee te doen met andere (lokale) activiteiten die integratie kunnen bevorderen, zoals sport, muziek en zwemlessen. Waar sommigen aangeven te weten waar ze moeten zijn voor hulp (bijvoorbeeld Stichting Leergeld), is dit voor anderen niet duidelijk. Het verschil ligt vaak bij de kwaliteit en kennis van de vrijwilliger die hen daarbij helpt.

“We willen graag meer informatie maar we krijgen dat niet. Niemand biedt ons informatie aan.” “We hebben geen contact gehad met Leergeld. Voor nadere activiteiten (sport, muziek et cetera) moeten wij zelf opzoek gaan. Alleen zwemmen wordt voor ons geregeld.” Verder geven de geïnterviewde statushouders aan dat op de weg naar werk ‘niet tot weinig’ rekening wordt gehouden met de wensen en ambities van de persoon. ‘Uit de uitkering’ is volgens hen het doel voor de consulent. Er heerst het gevoel bij de statushouders dat geprobeerd wordt “makkelijk te scoren”, zodat zij het kunnen afschrijven als een succes. “Grenzeloos zoekt banen voor ons op: maakt niet uit wat voor baan dat is, doorstroom en uit de uitkering stappen is hun doel maar ze houden geen rekening met wat wij willen en kunnen.” “Toen ik Grenzeloos vertelde dat ik een baan had gevonden, gaven ze dat door aan de gemeente alsof zij dat zelf voor mij hadden geregeld. Ik kreeg een bericht van de contactpersoon met een felicitatie.” De statushouders die succesvol een baan hebben weten te vinden, geven aan dat zij er niet per se op vooruit zijn gegaan door de toenemende financiële lasten. Vaak is in een gezin maar één inkomen en dit betreft vaak inkomens met een minimumloon. “Ik moet veel belastingen betalen. Kinderopvangtoeslagen, uitkering moet ik terugbetalen.

Het is onmogelijk om rond te komen als ik dat allemaal moet betalen. Ik wil nu graag terug naar de uitkering want nu moet ik veel geld terugbetalen.” “Gemeente vertelde mij niet wat mij te wachten staat na doorstromen naar betaalde baan. Nu zit ik in schuld en niemand helpt mij.” Er is bij meerdere statushouders onbegrip over waarom privé-informatie over bijvoorbeeld schulden ook bekend is bij organisaties aan wie ze het niet hebben verteld. De geïnterviewden staan hier wantrouwend tegenover, ook omdat ze dit vaak niet verteld is, of om toestemming gevraagd is om dit te delen. De geïnterviewden geven aan dat ze bepaalde personen niet vertrouwen. “Ik heb schuld en ik kan niks doen ervan af te komen. Dit heeft consequenties op mijn prestaties. Ik heb dit neergelegd bij Humanitas. Begeleidster die bij VluchtelingenWerk werkt, kent haar situatie maar er

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

35/47

werd niks mee gedaan. Later in een vergadering met Humanitas, met de gemeente over mij, kwam ik erachter dat de informatie ook bij de gemeente bekend is.” De statushouders is aan het einde van de focusgroep gevraagd welke advies ze de gemeente willen geven, Samengevat stellen de meeste statushouders dat de taalbarrière het grootste probleem is en misschien wel de belangrijkste reden voor de misverstanden die plaatsvinden. Er zou meer aandacht moeten komen voor de taalcursus. Daarin moet maatwerk geleverd worden met meer aandacht voor verschillen op basis van demografie, leeftijd en geslacht. De lessen moeten interactiever en het liefst gecombineerd met praktijkoefening in de vorm van (vrijwilligers)werk. Daarbij kan gedacht worden aan de aanvullende mogelijkheden om statushouders in staat te stellen daadwerkelijke de lessen te volgen. Het wordt bijvoorbeeld belangrijk gevonden om regelingen voor moeders te organiseren (denk aan kinderopvang).

6.3

Reflectie op normen

Norm: De statushouders hebben positieve ervaringen met de dienstverlening. De ervaringen zijn wisselend positief, neutraal, dan weer negatief. Er is veel onduidelijkheid over de rechten, plichten en de mogelijkheden. Statushouders laten zich vooral positief uit over de ontvangst, VluchtelingenWerk en SallandWonen, maar minder positief over het vervolg van de maatschappelijke begeleiding zoals uitgevoerd door VluchtelingenWerk, de consulent statushouders, consulent werk van Grenzeloos en Humanitas. Norm: Het aanbod sluit aan op de behoeften van de statushouders. Het aanbod sluit niet aan bij de behoeften van alle statushouders. Er is sprake van een generieke aanpak waarbij beperkt rekening wordt gehouden met verschillen in groepen statushouders. Van maatwerk is beperkt sprake. De geïnterviewden gaven aan dat dit vooral op taalscholen tot veel frustratie leidt en ambities niet waargemaakt kunnen worden. Norm: Het wettelijke aanbod en aanvullende aanbod samen wordt ervaren als volledig om te kunnen integreren in Raalte. Het aanvullend aanbod volstaat niet om succesvol te kunnen integreren. De hoofreden die daarvoor wordt gegeven is de taalbarrière. Er wordt te weinig ingezet op het leren van de taal.

Daarbij gaat het vaak om het informeren en faciliteren van de statushouder (denk aan kinderopvang, informatieverstrekking in eigen taal) Statushouders kunnen de weg naar ondersteuning niet goed vinden in Raalte. Norm: De doelen, zoals benoemd in deelvraag 3, worden behaald. Uit de klantreis is gebleken dat het doel om ‘mee te doen’ niet wordt gehaald. Er is geen beleid geformuleerd voor specifieke groepen statushouders, waardoor niet voldoende maatwerk geleverd kan worden. De grootste uitdaging blijft het leren van de taal.

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

36/47

7. Rol van de raad In een interview met twee raadsleden is de rol van de raad besproken ten aanzien van het beleid rondom statushouders in Raalte. Hierbij moet vermeld worden dat dit geringe aantal een beperkte afspiegeling is van de raad en niet representatief is voor de mening van alle raadsleden. De volgende deelvragen worden beantwoord: Vraag 14 Vraag 15 Vraag 16

7.1

Welke kaders voor het beleid heeft de raad meegegeven? Hoe wordt de raad over de beleidsuitvoering geïnformeerd? Welke middelen gebruikt de raad om te sturen?

Kaderstellende rol van de raad

De twee geïnterviewde raadsleden zijn nieuw op het dossier statushouders en beiden niet betrokken geweest bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan voor statushouders ‘Thuis in Raalte’, omdat zij ofwel nog niet in functie waren, ofwel omdat zij een andere portefeuille hadden. Op basis van het interview is het beeld dat de gemeenteraad geen specifieke kaders heeft gesteld voor het beleid rondom statushouders; wel is de raad betrokken geweest bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan statushouders en zijn door de raad beleidskaders gesteld over de ondersteuning van kwetsbare groepen in het gehele sociaal domein, waar de groep statushouders ook onderdeel van uitmaakt. Volgens de twee geïnterviewde raadsleden worden statushouders besproken als onderdeel van de bredere beleidsterreinen sociaal domein en huisvesting. Uit het interview met de raadsleden blijkt dat de gemeenteraad in Raalte eensgezind is over het beleid in het sociaal domein. Zo wordt gesteld dat de meeste partijen in de raad het erover eens zijn dat dient te worden voorzien in de behoeften van kwetsbare inwoners. Dit kader is gesteld voor het gehele sociale domein, van deze algemene voorzieningen kan ook de groep statushouders gebruik maken. Een van de raadsleden stelt: “Met betrekking tot het sociaal domein is de raad heel eensgezind.

Over het algemeen zien we bijvoorbeeld toch dat statushouders financieel niet echt goed zitten, maar in Raalte is het goed geregeld: er is een voedselbank en andere voorzieningen waar zij terecht kunnen. ” Met betrekking tot het thema huisvesting, is er een verscherping in het debat geweest rondom statushouders. Zo geven de geïnterviewde raadsleden aan dat er in de gemeenteraad partijen zijn die statushouders geen voorrang willen geven vanwege de krapte op de woningmarkt. Uit de discussie in de gemeenteraad is uiteindelijk het kader gesteld dat “iedereen in de gemeente goed moet kunnen leven en wonen.”

7.2

Informeren van de raad

Met betrekking tot de structurele informatievoorziening aan de gemeenteraad, geven de wethouder en beleidsmedewerker aan: “Op bepaalde momenten wordt de raad geïnformeerd, zoals bij de zomernota en jaarrekening als onderdeel van de planning- en controlcyclus. Op die momenten wordt de voortgang benoemd. Ook naast die standaardmomenten, informeren we de raad.” Uit het interview met raadsleden blijkt een behoefte aan meer proactieve en structurele informatievoorziening op het thema inburgering en integratie. Zo wordt door een van de geïnterviewde raadsleden gesteld:

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

37/47

“Er is geen proactieve of structurele informatievoorziening over dit thema. Op het moment dat je vragen stelt ga je zoeken en is het lastig informatie boven tafel te krijgen. De informatieverstrekking over hoe het loopt met statushouders is beperkt. Je moet zoeken om er informatie over te krijgen, je wordt niet meegenomen.” Daarbij wordt in het interview door de raadsleden ook herhaaldelijk de hand in eigen boezem gestoken door aan te geven dat ze als raadslid ook zelf vragen kunnen stellen. Vanwege de veelheid aan dossiers per raadslid is de aandacht en tijd hiervoor beperkt. In de vergaderingen in de gemeenteraad en commissies, geven de raadsleden aan dat het thema statushouders niet als zodanig wordt behandeld; eerder als onderdeel van de bredere beleidsterreinen huisvesting en sociaal domein. Voor de toekomst geven zij aan behoefte te hebben aan proactieve informatievoorziening: “Met het oog op de toekomst en gelet op de grotere toestroom is het wel handig als er proactief wordt geïnformeerd. Zeker als een toename plaatsvindt moeten we een vinger aan de pols houden, zodat je niet achter de feiten aanloopt.” Ook hebben de geïnterviewde raadsleden ideeën over de vorm van informatievoorziening: “Ik heb meer aan informatie in de werkgroep dan aan een dik pak papier.

Het zou mooi zijn als je in een werkgroep periodiek bijgepraat wordt: wat is de problematiek? Wat speelt er? Wat gaat er goed? Waar zitten de knelpunten? We geven de kaders mee maar krijgen minimaal mee hoe het door statushouders wordt ervaren om Raaltenaar te zijn.” Naast de structurele informatievoorziening, is in de interviews de informatievoorziening over de nieuwe Wet inburgering besproken. Zo geven de raadsleden aan dat zij in het voorjaar van 2021 via de werkgroep Sociaal Domein eenmalig zijn bijgepraat over de nieuwe Wet inburgering en de bijbehorende nieuwe taken voor de gemeente.

7.3

Sturingsmogelijkheden van de raad

Uit de interviews met wethouder en raadsleden blijkt dat in de gemeenteraad veelal gebruik wordt gemaakt van het stellen van (schriftelijke) vragen, indienen van moties en instellen van raadsonderzoeken. Met betrekking tot het thema inburgering en integratie, blijkt dat in de gemeenteraad een aantal keren raadsvragen zijn gesteld over dit thema. Zo vertelt een van de raadsleden over zijn eigen initiatief tot sturing: “Naar aanleiding van een groot onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over toeleiding naar werk van statushouders, was ik benieuwd hoe de gemeente daarmee omgaat. Hierover heb ik dus een vraag gesteld. Het antwoord dat ik kreeg van de wethouder gaf voldoende inzicht, daarom was verder onderzoek niet nodig en heb ik geen verdere stappen gezet.” Vanuit de raad is ook sturing geweest op de thema’s discriminatie en de komst van het AZC. Met betrekking tot het thema discriminatie blijkt uit het interview met de raadsleden: “Iemand heeft eens een motie ingediend, maar dat ging over discriminatie. De motie ging niet over de doelgroep statushouders specifiek, meer over discriminatie in het algemeen. Uiteraard heeft dat ook betrekking op de doelgroep statushouders.” Tot slot zijn vragen gesteld naar aanleiding van de aankondiging van de nieuwe Wet inburgering.

Zo is de wethouder in de raadscommissie gevraagd in hoeverre de nieuwe wet de gemeente in staat stelt om regie te voeren. In het interview vertelt de wethouder: “De commissie wilde het gesprek met mij aangaan over de regievoering. In hoeverre stelt de nieuwe wet ons in staat om dat te doen? Welk speelveld krijg je in handen?”

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

38/47

7.4

Reflectie op de normen

Norm 14: De raad is in staat gesteld om kaders mee te geven. Op basis van het interview met twee raadsleden bestaat het beeld dat de raad geen specifieke kaders heeft gesteld over het beleid rondom statushouders. De raad is in staat gesteld om kaders mee te geven in de bredere beleidsterreinen wonen en sociaal domein; dit beleid heeft ook betrekking op statushouders. Ook is de raad aan de voorkant betrokken bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan statushouders ‘Thuis in Raalte’. Norm 15: De raad wordt geïnformeerd over de stand van zaken en ontwikkelingen. De gemeenteraad wordt op gepaste momenten geïnformeerd, zoals bij de zomernota en bespreking van de jaarrekening. Er is geen proactieve of structurele informatievoorziening over het specifieke thema statushouders. In de vergaderingen in de gemeenteraad en commissies, geven de raadsleden aan dat het thema statushouders niet als zodanig wordt behandeld; eerder als onderdeel van de bredere beleidsterreinen huisvesting en sociaal domein. Voor de toekomst geven zij aan behoefte te hebben aan proactieve en structurele informatievoorziening. Een goed voorbeeld van proactieve informatievoorziening is de eenmalige informatiebijeenkomst over de nieuwe Wet inburgering via de werkgroep Sociaal Domein in het voorjaar van 2021. Norm 16: De raad heeft middelen gebruikt om te sturen op deze thema’s.

Vanuit de gemeenteraad zijn incidenteel vragen gesteld over het thema inburgering en integratie. Daarnaast zijn raadsvragen gesteld en moties ingediend over beleidsthema’s die ook betrekking hebben op de statushouders, zoals discriminatie in relatie tot de komst van een AZC in Raalte.

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

39/47

8. Bestuurlijke reactie Met veel belangstelling hebben wij kennis genomen van uw onderzoeksrapport over statushouders in Raalte. U vraagt ons om een bestuurlijke reactie op dit rapport. In deze brief geven wij u onze reactie. Conclusies in het rapport We zijn blij te lezen dat u in uw rapport concludeert dat we, ondanks dat we onder de huidige wetgeving geen taak en rol hebben op het gebied van inburgering, toch al in 2017 stappen hebben gezet om de groep statushouders extra ondersteuning te bieden. Dit hebben we gedaan door onder andere specifieke consulenten statushouders te benoemen, door een individueel plan van aanpak gericht op taal en participatie op te stellen en door steviger in te zetten op de begeleiding naar betaald of onbetaald werk. We zijn blij met de korte lijntjes die we hebben, zowel binnen de gemeente als daarbuiten. Hierdoor zijn we in staat om op casus- en beleidsniveau snel te schakelen als dit nodig is. Door Covid-19 waren we bijna anderhalf jaar lang genoodzaakt onze dienstverlening op afstand uit te voeren. Een fysieke afstand, die niet wenselijk is bij de dienstverlening aan deze doelgroep. Ook in onze contacten met onze partners werden de lijntjes langer en merkten we dat het kwetsbaar is om niet terug te kunnen vallen op uitgeschreven werkprocessen en afspraken. We zijn ons ervan bewust dat er nog ontwikkelpunten zijn.

Daarom herkennen wij ons op hoofdlijnen in uw conclusies en zijn we blij met uw aanbevelingen om onze processen en werkwijze te verbeteren. Aanbevelingen in het rapport U geeft ons negen aanbevelingen. Hieronder gaan wij hier nader op in. Omdat de eerste en tweede aanbeveling in elkaars verlengde liggen, hebben we onze reactie hierop gebundeld. Aanbeveling 1: Stel een nota op voor de invoering van de nieuwe Wet inburgering, waarin de ‘couleur locale’ uitgangspunten expliciet vastgesteld worden passend bij de situatie in Raalte. Aanbeveling 2: Werk deze visie in concrete integrale uitvoeringsprogramma’s uit gericht op huisvesting, taalonderwijs, maatschappelijke begeleiding, ontzorging van statushouders, kwaliteit inburgeringsaanbod. Om ons voor te bereiden op de komst van de nieuwe Wet inburgering wordt er een nota opgesteld, die op dit moment zich in de afrondende fase bevindt. In deze nota zetten wij uiteen hoe wij in Raalte uitvoering geven aan de nieuwe wet op de door u genoemde thema’s, rekening houdend met de lokale context. Omdat de onderwerpen uit het nieuwe inburgeringsstelsel grotendeels al bij wet worden geregeld en bij het college van B&W worden belegd, wordt de nota ter besluitvorming aan het college van B&W aangeboden. Aanbeveling 3: Besteed aandacht aan de verschillen tussen statushouders.

De culturele verschillen vragen in veel gevallen om een andere benadering en daardoor om cultuursensitieve vaardigheden bij de uitvoerende organisaties. Uitgangspunt van ons beleid is dat we iedere inwoner van Raalte dezelfde (basis)dienstverlening bieden. Deze dienstverlening aan al onze inwoners is gebaseerd op het beleidskader sociaal domein, waarbij we altijd uitgaan van de vraag van de inwoner. Met het uitvoeringsplan Thuis in Raalte hebben we hier specifieke maatregelen aan toegevoegd, omdat we ons ervan bewust zijn dat statushouders een intensievere vorm van dienstverlening nodig hebben. Verreweg de grootste groep statushouders in Raalte komt uit Syrië, zoals blijkt uit onderstaande tabel. In onze begeleiding naar werk hebben we daarom gekozen voor een project met kennis van en ervaring met de Arabische cultuur, project Grenzeloos. Verder maken we in onze gesprekken met statushouders gebruik van een tolk. De consulenten statushouders volgen op het moment van schrijven een training, die hen voorbereid op de nieuwe Wet inburgering. In deze

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

40/47

training wordt expliciet aandacht besteed aan culturele sensitiviteit en interculturele communicatie. We denken daarmee voldoende aandacht te hebben voor de verschillen tussen statushouders die er zijn. Raalte

31-12-2020

Syrië

205

Irak

15

Afghanistan

0

Eritrea

35

Iran

0

Anders

40

Aanbeveling 4: Verbind de inburgering nadrukkelijk met andere onderdelen van het gemeentelijk beleid, zoals armoedebestrijding, jeugdzorg, kunst en cultuur, sport, wonen, gezondheid en hulp bij financiën. De nieuwe Wet inburgering bevat de opdracht om de inburgering als integraal onderdeel in het sociaal domein te bezien. In de uitvoering wordt al de verbinding gelegd met de Participatiewet, WMO en jeugdzorg. We zien ook dat de integraliteit niet bij de grenzen van het sociaal domein ophoudt, maar dat dit in een breder perspectief moet worden gezien. In de leerroutes gaan we deze verbinding maken (denk aan het participatieverklaringstraject en de participatiecomponent), maar bijvoorbeeld ook bij de ontzorging en in de brede intake. De verbinding komt niet vanuit één richting, dus andersom zullen we ook nadrukkelijker aandacht voor statushouders vragen in planvormingen en uitvoering daarvan (bijvoorbeeld in het kader van Raalte Gezond of het sportakkoord). Aanbeveling 5: Combineer formeel taalonderwijs en non-formele taalcoaching (vrijwilligers die buiten de les worden ingezet). Benut ook andere plekken waar nieuwkomers taalcontact hebben, zoals op de werkvloer, sportverenigingen en buurtcentra. Het is belangrijk om het formele taalaanbod in Raalte te organiseren. We onderschrijven het belang van taalondersteuning buiten de formele lessen.

Dit geeft de mogelijkheid om extra met de taal te oefenen en om bijvoorbeeld vakjargon van de werkvloer te leren. Daarom is in de aanbesteding (programma van eisen) opgenomen dat de taalaanbieder de leerroute moet uitvoeren binnen de ketenaanpak van de gemeente, waaronder ook het Taalpunt. Gelet op de relatief geringe aantallen inburgeringsplichtige statushouders die we de afgelopen jaren hebben gehuisvest, was het niet opportuun om alle drie leerroutes lokaal in te kopen. Daarom hebben we begin dit jaar ervoor gekozen het taaldeel van de B1- en de Onderwijsroute regionaal aan te besteden. Hoe de taakstelling zich de komende jaren gaat ontvouwen, moet nog blijken. We zullen de toestroom daarom nauwgezet blijven monitoren. Voor de meest kwetsbare inburgeraars, namelijk diegenen die de Z-route zullen volgen, willen we wel de gehele inburgering zo dicht mogelijk bij huis organiseren. Aanbeveling 6: Biedt overzicht aan de uitvoerders door werkafspraken en processen op papier te zetten. Dit maakt de uitvoering minder kwetsbaar voor mogelijke personeel veranderingen. Behoudt waar mogelijk de korte lijntjes om het een totaalplaatje te maken en de relationele kant te waarborgen.

We herkennen ons in de conclusie dat er op dit moment onvoldoende duidelijkheid is over de rolverdeling en doelstellingen bij de verschillende organisaties en functies die betrokken zijn bij de hulp- en dienstverlening aan statushouders. Dit komt grotendeels ook omdat we nu als gemeente een beperkte rol hebben in het totale traject van de inburgering en bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk meerdere rollen heeft. Zij zijn een commerciële taalaanbieder en een gesubsidieerde partij voor de maatschappelijk begeleiding. We kunnen ons goed voorstellen dat dit huidige stelsel voor de statushouders zeer ingewikkeld is. Wij zien dan ook veel voordelen in de uitvoering van de nieuwe wet Inburgering en de regiefunctie die we daarbij krijgen.

1 december 2021 | Thuis in Raalte? | eindrapport | Rkc Raalte

41/47

We kunnen dan ook goed uit de voeten met deze aanbeveling en zullen zorgdragen voor een duidelijk overzicht van wie doe wat in Raalte, hoe de dienstverlening eruit ziet en welke aanvullende afspraken er zijn gemaakt. Aanbeveling 7: Help de zogenoemde ‘ondertussengroep’ (die gebruik maakten van het oude stelsel) met het maken van een inhaalslag volgens de methodieken van het nieuwe inburgeringsstelsel. Heb daarbij vooral aandacht voor het taalonderwijs en mogelijke schuldenproblematiek. Op het moment van schrijven bereiden we een plan van aanpak op deze ‘ondertussengroep’ voor. We zijn ons ervan bewust dat de taalontwikkeling van deze groep, zeker van diegenen die een ontheffing van de inburgeringsplicht hebben gekregen, in het algemeen nog teveel achterblijft. Een minimum taalniveau is ook van belang om ondersteuning te krijgen van bijvoorbeeld Humanitas bij de thuisadministratie en bij (beginnende) schulden. Deze signalen hebben we ook gekregen van Humanitas en Vluchtelingenwerk. Daarom zullen we deze partijen ook nadrukkelijk betrekken in onze planvorming. Aanbeveling 8: Vrijwilligers spelen een cruciale rol in de inburgering. Overweeg hoe het tekort aan vrijwilligers opgelopen kan worden in overleg met de maatschappelijke organisaties. Zoek naar manieren om dit op te lossen en blijf investeren in een goede begeleiding van vrijwilligers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c1423463-dfad-430e-89da-2b4a5c616701