CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport onderzoek leefbaarheid kleine kernen

Raadsvergadering 4 februari 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen rekenkameronderzoek leefbaarheid kleine kernen (hamerstuk)22.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.1.5 Voorzieningen In het Roalter Akkoord 2018-2022 wordt de relatie tussen voorzieningen en leefbaarheid onderstreept: “We koesteren onze investeringen in maatschappelijk vastgoed (MFA’s, dorpshuizen), omdat deze voorzieningen belangrijk zijn voor een leefbaar dorp.” Zoals weergegeven in paragraaf 3.1.4. beschrijft de concept-Omgevingsvisie de ambitie van de gemeente Raalte om wijken en dorpen leefbaar en aantrekkelijk te houden. Een van de ontwikkelrichtingen voor het komen tot leefbare wijken en dorpen is specifiek gericht op voorzieningen37. Definitie en meting van het begrip leefbaarheid De concept-Omgevingsvisie richt zich op het leefbaar blijven van wijken en dorpen, onder ander door middel van een focus op voorzieningen. Hierbij wordt leefbaarheid op de volgende manier gedefinieerd: “Raalte is een vitale en levendige gemeente met tal van evenementen. […] Van essentieel belang voor die vitaliteit zijn voorzieningen en de onderlinge ontmoetingen die daar vaak uit voortkomen. Wij vinden dat er voor elk dorp en elke wijk voldoende gelegenheid moet zijn om elkaar te ontmoeten, in bijvoorbeeld een (multifunctioneel) ontmoetingscentrum, een supermarkt of een parkje om de hoek.

We willen de aanwezigheid en instandhouding van ontmoetingsplekken gezamenlijk voor elkaar krijgen: de gemeente en inwoners kunnen zich hier samen voor inzetten, zoals nu ook al gebeurt.” Leefbaarheid wordt hierbij dus vooral gekoppeld aan de aanwezigheid van ontmoetingsplekken. Doelen Met betrekking tot voorzieningen kent de gemeente Raalte de volgende algemene doelstelling: “Wij kiezen voor samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekken geclusterd zijn, zoals in het centrum van Raalte en Heino.” 37

Bron: Concept-Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040, p.30-31

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

21/49

Hieruit volgend zijn de volgende doelen geformuleerd38: ▪ Wat ons betreft houdt elk dorp in onze gemeente een ontmoetingsplaats. Meestal in de vorm van een sportvoorziening, Multi-Functionele Accommodatie (MFA) of een basisschool. ▪ Grotere voorzieningen, zoals een middelbare school of (een buitenpoli van) een ziekenhuis, kunnen op strategische plekken geclusterd worden. Hierbij is voldoende massa van belang; de centra van Raalte en Heino zijn wat ons betreft hiervoor dus voor de hand liggende locaties. ▪ Om de centra van Raalte en Heino aantrekkelijk en concurrerend te houden zetten we in op sterke en compacte winkelcentra. Supermarkten in de centrumgebieden willen we daar houden als belangrijke publiekstrekkers. Horeca concentreren we om dezelfde redenen primair in de dorpscentra, hoewel uitzonderingen op dit principe voor bijzondere concepten mogelijk zijn. ▪ De bereikbaarheid van voorzieningen vinden we essentieel, zodat elke voorziening voor elke inwoner toegankelijk blijft. Ook met oog op de toenemende vergrijzing. We zien hiervoor twee mogelijke oplossingsrichtingen: o Goed (openbaar) vervoer: het openbaar vervoer versterken, bijvoorbeeld door de buurtbus frequenter te laten rijden, maar ook andere, nieuwe concepten in te zetten. Zo is een veilige snelfietsroute een goede manier om de bereikbaarheid, ook voor ouderen, te verbeteren.

Daarnaast zijn er steeds meer apps op de markt die mensen met elkaar in contact brengen om te carpoolen of auto’s te delen. o Flexibele voorzieningen: voorzieningen zo inrichten dat ze naar de kleine kernen toe komen. Dit kan op afroep (denk aan supermarktketens), maar bijvoorbeeld ook met mobiele spreekuren of gemeenteambtenaren die bij mensen aan huis vergunningen komen regelen. Voor de kleine kernen ligt de nadruk dus vooral op ontmoetingsplaatsen. Voor andere voorzieningen wordt ingezet op verbinding met Raalte en Heino of op flexibele voorzieningen die naar de kleine kernen toe komen. Ook in het Roalter Akkoord 2018-2022 komen ambities van de gemeente met betrekking tot voorzieningen in de kernen naar voren: ▪ In elke kern moet een basisschool open blijven en zo nodig zijn we bereid hiervoor extra budget te prioriteren39. ▪ De gemeente faciliteert ontmoeting in de MFA’s als dé plek voor culturele en sociale activiteiten 40. ▪ Ook in het Actieplan zelfstandig thuis wonen wordt de functie van de MFA’s in de kernen benoemd: “Iedere kern heeft een MFA. De MFA’s bieden ruimte voor ontmoeting en daarnaast ruimte voor allerlei verenigingen en activiteiten die bijdragen aan het versterken van de sociale cohesie41.” Evaluatie Zoals eerder beschreven, wordt in de concept-Omgevingsvisie het alert blijven op ontwikkelingen in de maatschappij, die om bijsturing vragen, beklemtoond.

De gemeente Raalte geeft aan dit nadrukkelijk samen met de inwoners te willen blijven doen. Ook in het Roalter Akkoord wordt de nadruk gelegd op evaluatie in samenspraak met de samenleving 42: “Met de Raad op Pad is veel ervaring opgedaan met experimenteren, evalueren en leren. Dit Roalter Akkoord is een volgende vernieuwingsstap en vraagt een evaluatiemoment. Voorgesteld wordt een tussenstand op te nemen van het Roalter Akkoord halverwege deze bestuursperiode, waarbij de samenleving ook actief wordt betrokken.”

38

Bron: Concept-Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040, p.30-31 Bron: Roalter Akkoord 2018-2022, p.6 40 Bron: Roalter Akkoord 2018-2022, p.8 41 Bron: Actieplan zelfstandig thuis wonen september 2017, p.28 42 Bron: Roalter Akkoord 2018-2022, p.4 39

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

22/49

Het opnemen van de tussenstand zou halverwege de bestuursperiode, dus in 2020 plaatsvinden. In de agendacommissie is echter afgesproken, dat er niet een aparte tussenevaluatie van het Roalter akkoord komt.

3.1.6 Veiligheid Beleid, definitie en meting van het begrip leefbaarheid De koppeling tussen leefbaarheid en veiligheid wordt gemaakt in diverse beleidsstukken, waaruit ook de definitie van leefbaarheid aangaande dit thema blijkt: ▪ In de programmabegroting 2020 en meerjarenraming 2021-2023 van de gemeente Raalte wordt de link met toezicht en handhaving gelegd: “Ook investeren we in toezicht en handhaving om de leefbaarheid van de gemeente te bevorderen.” ▪ In het Roalter Akkoord 2018-2022 wordt de link met verkeersveiligheid gelegd: “Voor een vitale en leefbare gemeente zijn, naast een aantrekkelijk voorzieningenniveau, goede en veilige verkeersverbindingen essentieel.” Daarnaast werkt de gemeente Raalte vanaf 2020 met de verkeersagenda. In de verkeersagenda staat beschreven wat de gemeente de komende jaren op het gebied van verkeer en verkeersveiligheid gaat doen. De verkeersagenda is gebaseerd op input van inwoners; zij hebben op een digitale kaart de locaties aangegeven waar het in hun beleving veiliger kan of moet. Doelen Met betrekking tot veiligheid worden de volgende doelen rondom leefbaarheid geformuleerd: ▪ Aangaande toezicht en handhaving stelt het Roalter Akkoord 2018-2022 dat de gemeente blijft inzetten op zichtbaarheid van de wijkagent in de kernen.

▪ Aangaande verkeersleefbaarheid zijn er doelstellingen geformuleerd om de hinder van het aanwezige verkeer zo veel mogelijk te beperken, waaronder het bevorderen van de verkeersveiligheid, het terugdringen van hinder van verkeerslawaai en het terugdringen van hinder van doorgaand verkeer43. ▪ Ook in de concept-Omgevingsvisie wordt aandacht besteed aan verkeersleefbaarheid. Verkeersveiligheid wordt genoemd als een van de vraagstukken (naast klimaat- en energieopgave, levensloopbestendigheid en gezondheid), die vragen om een transformatie van het bebouwd gebied. Elementen die de gemeente van belang vindt bij deze vraagstukken zijn 1) een aanpak met voldoende snelheid, 2) kaders die ruimte laten om als wijk of straat zelf iets op te pakken en 3) een gemeente die stuurt, regisseert en helpt in het bij elkaar brengen van partijen van binnen en buiten de wijk, om zo bewoners te faciliteren en te verleiden om aan de slag te gaan. ▪ Op basis van de input van inwoners bij het vormen van de verkeersagenda gaat de gemeente aan de slag met een groot deel van de tien meest genoemde locaties. Deze locaties worden onder andere binnen lopende projecten en werkzaamheden, groot onderhoud en het uitvoeringsprogramma van 2020 opgepakt.

Daarnaast richt de gemeente zich vanuit de verkeersagenda op onveilige fietsoversteken, onveilige 60 km/uur gebieden en op meldingen van inwoners die met eenvoudige maatregelen opgelost kunnen worden. Evaluatie Met betrekking tot de zichtbaarheid van de wijkagent heeft de gemeente in 2019 een enquête uitgevoerd of inwoners hun wijkagent kennen. 28% van de respondenten gaf aan te weten wie de wijkagent was, 42% gaf aan dit niet te weten en 29% gaf aan dit niet weten maar hem/haar wel te kunnen vinden indien nodig. Door de gemeente wordt aangegeven, dat het vergroten van de bekendheid de aandacht heeft. Zo is vorig jaar samen met de politie een persbericht verspreid onder de lokale media waarin onder andere de wijkagenten werden voorgesteld44.

43 44

Bron: Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Bron: Beleidsmedewerker

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

23/49

Aangaande de verkeersagenda wordt ieder jaar beoordeeld of de prioritering van maatregelen nog actueel is. Nieuwe meldingen worden daarbij meegenomen. Doel hiervan is te zorgen, dat maatregelen op de juiste plek en gedragsbeïnvloedingcampagnes op het juiste moment uitgevoerd worden.

3.1.7 Overig Beleid Naast de hiervoor beschreven beleidsterreinen gerelateerd aan leefbaarheid, kent de gemeente Raalte leefbaarheidssubsidies en subsidies voor inwonersinitiatieven. De leefbaarheidssubsidies zijn beschikbaar voor acht kernen in de gemeente (de zeven kleine kernen en Heino; dus exclusief Raalte). Het subsidiebedrag in 2020 varieert tussen de €10.660 en €12.557 per kern. Het betreft hier een waarderingssubsidie45. Daarnaast werkt de gemeente Raalte met subsidies voor inwonersinitiatieven. Hierbij gaat het om een subsidiebijdrage van maximaal €5.000. Het betreft hier co-subsidie; de subsidiebijdrage is maximaal 50% van de totale projectkosten van het inwonersinitiatief. De subsidies voor inwonersinitiatieven zijn eenmalige subsidies46. Definitie en meting van het begrip leefbaarheid De leefbaarheidssubsidie is bedoeld voor activiteiten met een algemeen toegankelijk karakter, die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en de sociale samenhang in het dorp.

Voor de volgende activiteiten kan de leefbaarheidssubsidie worden ingezet: ▪ Het leveren van een financiële bijdrage aan de instandhouding van buurthuizen ▪ Kindervakantieweek ▪ Naschoolse activiteiten ▪ Jeugdsoos ▪ Ouderen ▪ Ondersteuning vrijwilligers ▪ Jaarwisseling De subsidie voor inwonersinitiatieven kan ingezet worden voor activiteiten of projecten, die bijdragen aan de leefbaarheid, sociale vitaliteit of sociale infrastructuur van het dorp of de buurt. Voorwaarden hierbij zijn, dat er aantoonbaar draagvlak is van een brede groep inwoners, dat het initiatief een algemeen belang dient en dat de aanvraag een aantoonbare eigen bijdrage levert in de vorm van geld, vrijwilligerswerk, locatie of materialen. Doelen De leefbaarheidssubsidies zijn specifiek gericht op de leefbaarheid van kernen. Het doel van de leefbaarheidssubsidies is het mogelijk maken van sociaal-culturele activiteiten, die bijdragen aan de leefbaarheid en de sociale samenhang in de kernen. Het doel van de subsidies voor inwonersinitiatieven is de ontwikkeling en realisatie van initiatieven ter bevordering van de sociale leefbaarheid in een wijk of dorp. Evaluatie Subsidieontvangers van de leefbaarheidssubsidie zijn de verenigingen voor Plaatselijk Belang47.

Evaluatie van de leefbaarheidssubsidie vindt plaats door middel van jaarlijkse verantwoording over de besteding van de subsidie in het bestuursoverleg van de Plaatselijke Belangen met de gemeente. 45

Bron: Subsidieregeling Sociaal Beleid 2020 Bron: Subsidieregeling Sociaal Beleid 2020 47 Bron: Subsidieregeling Sociaal Beleid 2020 46

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

24/49

Partijen die in aanmerking kunnen komen voor de subsidies voor inwonersinitiatieven zijn inwoners, stichtingen en verenigingen. Beleidsmatig wordt niet aangegeven of/hoe deze geëvalueerd worden48.

3.2

Reflectie op de normen Leefbaarheid: definitie en invulling vanuit beleid Norm: Er is sprake van onderling samenhangend beleid. De gemeente Raalte kent geen specifiek beleidsplan op het gebied van leefbaarheid; het is uitgewerkt in verschillende beleidsterreinen en -plannen. Ook is leefbaarheid niet een term, die altijd letterlijk gebruikt wordt in beleidsdocumenten. Soms worden andere termen (bijvoorbeeld ‘vitale kernen’, ‘aantrekkelijke kernen’, ‘het is goed wonen’, ‘je thuis voelen’) gebruikt om (onderdelen van) leefbaarheid aan te duiden. De diverse beleidsterreinen sluiten op elkaar aan en er is geen sprake van tegenstellingen tussen de (doelstellingen van de) verschillende terreinen. Er zijn echter geen overkoepelende lijnen uitgezet, die de onderlinge samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen (wat is de prioritering van de gemeente op het gebied van leefbaarheid, wat weegt het zwaarst) vastleggen. Norm: Er worden duidelijke/eenduidige en meetbare doelen gesteld. Een aantal van de gerelateerde beleidsterreinen (voorzieningen, woningen) kent een specifieke focus op de leefbaarheid in de kleine kernen en bijbehorende duidelijke en meetbare doelen. Andere beleidsterreinen zijn minder specifiek gericht op leefbaarheid in de kleine kernen (bewoners, fysieke omgeving, veiligheid), resulterende in minder duidelijke doelen.

Bij deze laatste beleidsterreinen wordt wel in toenemende mate de nadruk gelegd op een gebiedsgerichte aanpak. Norm: Er wordt gebruikgemaakt van instrumentarium om uitvoering en resultaten te meten/monitoren. Er vindt geen toetsing specifiek op het gebied van leefbaarheid plaats. Aangegeven wordt, dat de term leefbaarheid van tevoren niet volledig wordt ingevuld en de invulling van het begrip bij de kernen ligt. De verschillende beleidsterreinen waaronder het thema leefbaarheid valt, worden separaat gemonitord.

48

Bron: Subsidieregeling Sociaal Beleid 2020

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

25/49

4

Leefbaarheid: definitie en invulling inwoners In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: Vraag 5: Op welke wijze definiëren en prioriteren de inwoners van de kleine kernen het begrip leefbaarheid? Vraag 6: In hoeverre komt dit overeen met de in beleid aangehouden definities en prioriteringen? Per dorpskern wordt ingegaan op de wijze waarop de inwoners van de kleine kernen leefbaarheid definiëren en welke elementen zij hierin van belang ervaren. Vervolgens wordt gekeken hoe dit zich verhoudt tot het beleid in de gemeente Raalte.

4.1

Definiëring en prioritering door inwoners van de kleine kernen In focusgroepen en door middel van passantenonderzoek hebben we met inwoners van de kernen Luttenberg, Mariënheem, Nieuw Heeten en Laag Zuthem gesproken. De inwoners van de vier onderzochte kernen waarderen de leefbaarheid van hun kern hoog, met cijfers tussen de 7,5 en 8,3. Uit de gesprekken met inwoners van deze kernen blijkt hoe leefbaarheid wordt bepaald door een veelheid aan factoren. De definitie van leefbaarheid voor inwoners kent daarmee een breed scala van verschillende terreinen, zoals wonen, voorzieningen en sociale cohesie, waarbij de waarde, die aan verschillende elementen wordt gehecht, verschilt per dorp en per respondent. Onderstaand gaan we allereerst kort in op de wijze, waarop in de vier verschillende kernen leefbaarheid werd gedefinieerd. Vervolgens kijken we naar de elementen uit de Leefbaarometer om een meer gestructureerd inzicht in de leefbaarheidsdefiniëring van de kernen te krijgen.

4.1.1 Leefbaarheid in de vier kernen In Luttenberg gaven de deelnemers aan de focusgroep de leefbaarheid een 8,3 als gemiddeld cijfer. Voor hen dragen vooral saamhorigheid en gezamenlijk zorgen voor het dorp bijdraagt aan leefbaarheid. Zo gaf een respondent aan trots te zijn op “de organisatiekracht in het dorp, de betrokkenheid in combinatie met de kracht om iets voor elkaar te krijgen. Dat maakt het mooi wonen, dan ontstaat er een bepaalde trots en boost om andere en nieuwe dingen voor elkaar te krijgen.” Daarnaast werd veel waarde gehecht aan de veelzijdige voorzieningen in het dorp: “winkels, horecabedrijven, camping, alles wat op vrijwilligers draait, manege, zwembad, tennis, amfitheater, toneelvereniging, kookclub, schilderclub”. Een verbetering van de leefbaarheid voor ouderen in Luttenberg heeft plaatsgevonden met de komst van de buurtbus. In Mariënheem gaven de deelnemers aan de focusgroep de leefbaarheid een 8 als gemiddeld cijfer. Ook in Mariënheem wordt daarbij de saamhorigheid in het dorp erg gewaardeerd als onderdeel van de leefbaarheid, waarbij saamhorigheid wordt vertaald in: elkaar kennen en zorgen voor elkaar. In Mariënheem wordt gewaardeerd dat “het dorp veel activiteiten en accommodaties heeft, voor jongeren en ouderen”. Zo worden de basisschool en buurtwinkel (Parabool49) gezien als belangrijke voorzieningen voor de leefbaarheid van het dorp.

Vooral voor de toekomst bestaan vragen over het voortbestaan van de basisschool, betrokkenheid van jongeren tussen de 20 – 25 jaar en het behoud van gezinnen in het dorp.

49

www.deparabool.nl/locatie/bakkerij-buurtwinkel-marienheem/, een bakkerij en buurtwinkel welke tevens een dagbestedingslocatie is.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

26/49

In Nieuw Heeten gaven de deelnemers aan de focusgroep de leefbaarheid een 7,8 als gemiddeld cijfer. Hierin wordt in Nieuw Heeten de samenstelling van het dorp erg gewaardeerd, omdat er bijvoorbeeld veel verschillende leeftijden in het dorp zijn, de man-vrouw verhouding goed is, dat er een mooie verdeling ondernemers-burgers is. Daardoor heeft “ieder wel wat kennis of kwaliteit om in te brengen”. In Nieuw Heeten wordt aangegeven hoe het behouden van ondernemers in het dorp van belang is voor de leefbaarheid, om wat zij teruggeven aan het dorp zoals: “mogelijkheid voor sponsoren, vakantiebanen voor jeugd, werkgelegenheid. Bedrijven geven bedrijvigheid in dorp, dat is belangrijk. ”Bijzonder is dat in Nieuw Heeten wordt aangegeven, dat zij zich soms minder onderdeel van de gemeente voelen, doordat het dorp geen openbaar vervoer verbinding met gemeente Raalte heeft. “We zijn hekkensluiter, we horen bij gemeente Raalte, maar er is niet eens een busverbinding naar gemeente Raalte toe. We hebben wel een verbinding met de gemeente Rijssen-Holten.” In Laag Zuthem gaven de deelnemers aan de focusgroep de leefbaarheid een 7,5 als gemiddeld cijfer. Veel waarde werd gehecht aan de omgeving (natuur en vrijheid) en de combinatie van aan de ene kant kleinschaligheid en aan de andere kant een goede ligging t.o.v. Zwolle en Heino.

Wel heerst er onzekerheid onder de respondenten over het voortbestaan van het dorpshuis en de school. Wanneer (een van) deze zou verdwijnen, is men bang voor verlies van de saamhorigheid. De zorgen over het voortbestaan zijn vooral toegespitst op de school: “Het voortbestaan van de school hangt af van de opheffingsnorm. De gemeente is daar gelukkig coulant in. We nemen dit jaar afscheid van 8 tot 10 leerlingen. We starten aankomend jaar met 30 leerlingen, de opheffingsnorm is rond de 24.”

4.1.2 Leefbaarheid in de kernen afgezet tegen de Leefbaarometer In de focusgroepen hebben we iedere respondent gevraagd welke twee elementen zij het meest cruciaal vonden voor de leefbaarheid in hun kern. De opbrengst hiervan ordenen we hieronder aan de hand van de vijf dimensies van de Leefbaarometer. Dimensie Woningen

Element van invloed op leefbaarheid ▪ Invloed op het realiseren van woningen ▪ De beschikbaarheid van betaalbare en passende woningen voor diverse leeftijdsgroepen ▪ De verbinding tussen woningen en voorzieningen

Bewoners

▪ ▪

Betrokkenheid en saamhorigheid in het dorp Bevorderen en bestendigen van participatie in de kern

▪

Fysieke omgeving

▪ ▪ ▪

Omgeving Uitstraling van het dorp Integraal en toekomstbestendig beleid voor de fysieke omgeving

▪

Voorzieningen

▪ ▪

Aanwezigheid van voorzieningen Toekomstperspectief van voorzieningen

▪

Veiligheid

▪ ▪

Een gevoel van veiligheid Verkeersveiligheid

▪

Overig

▪

De invloed van het coronavirus op de leefbaarheid.

Hieronder gaan we verder in op de elementen zoals genoemd in de tabel hierboven. Woningen Wonen is expliciet genoemd als belangrijk thema in alle vier de dorpskernen. Met betrekking tot woningen wordt de leefbaarheid gerelateerd aan: 1) invloed op het realiseren van woningen, 2) de beschikbaarheid

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

27/49

van betaalbare en passende woningen voor diverse leeftijdsgroepen en 3) de verbinding tussen woningen en voorzieningen. De invloed, die het dorp heeft op het realiseren van woningen, wordt als belangrijk leefbaarheidsaspect ervaren, omdat dit wordt gerelateerd aan invloed op de leefomgeving en samenstelling van de gemeenschap. Zo wordt bijvoorbeeld de mogelijkheid om mee te praten en denken over de behoefte aan woningen en over de locatie van woningen genoemd. Daarbij zijn de meeste respondenten ervan overtuigd, dat nieuwe betaalbare en/of passende woningen nodig zijn, zodat jongeren, ouderen en gezinnen in de kern kunnen blijven of komen wonen. Het behouden en trekken van jongeren, werd door de overgrote meerderheid van de respondenten ervaren als belangrijk element van leefbaarheid. De respondenten zien een behoefte bij jongeren aan beschikbare betaalbare woningen. In Nieuw Heeten werd door een passant bijvoorbeeld aangegeven: “Het punt is wel de starterswoningen. Ik heb een vriendengroep van 20 man waarvan zeker 14/15 mensen weg zijn gegaan uit Nieuw Heeten. Velen ook juist doordat het hier niet makkelijk is om een woning te krijgen en al helemaal niet één die betaalbaar is.” Daarnaast vinden inwoners het belangrijk, dat woningen beschikbaar zijn om zo meer gezinnen en jongeren naar het dorp te trekken.

Daarbij gaat het naast geschikte woningen ook over de verbinding tussen woningen en voorzieningen in de dorpskern. De relatie tussen woningen en voorzieningen is van belang om leefbaarheid te behouden. Zo geeft een passant in Mariënheem aan: “Ook zie je dat er veel nieuw is gebouwd, maar de speelvelden zijn niet meegegroeid met de huizen.” De aanwezigheid van een school is hier een belangrijke benoemde sleutelfactor. Als er niet genoeg woningen voor jonge gezinnen bij komen, verdwijnt de aanwas voor scholen, verdwijnt de school, dan willen jonge gezinnen er vervolgens niet meer wonen. Maar de school is ook een belangrijke ingang in de sporthal, waardoor kinderen kennis maken met sport in de gemeente. Als de school stopt, stopt het gebruik van de sporthal door de school ook. Voor ouderen zijn in dit geval vooral bereikbare voorzieningen van belang. Bewoners Binnen het thema bewoners wordt leefbaarheid gerelateerd aan: 1) betrokkenheid en saamhorigheid in het dorp en 2) bevorderen en bestendigen van participatie in de kern. Vaak was een bepalende factor in de leefbaarheid het feit, dat er veel saamhorigheid en betrokkenheid ervaren wordt in de dorpen en dat men het dorp op die manier met elkaar leefbaar houdt. Zo werd door een passant in Nieuw Heeten aangegeven: “Ik woon graag in Nieuw Heeten vanwege de rust, de gemoedelijkheid en de saamhorigheid.

Het is belangrijk om die saamhorigheid levend te houden. Ik werk daar ook aan mee, bijvoorbeeld via de hobbyclub, de kerk, de sportvereniging en de EHBO-club.’ Sommige inwoners zien de grootte van de dorpskern als randvoorwaarde om samen leefbaarheid goed te regelen. Een grootte waarbij basisvoorzieningen nog rendabel zijn, een kleine winkel en een school bijvoorbeeld, en klein genoeg om elkaar te kennen. In het onderzoek komt naar voren hoe saamhorigheid samenhangt met mensen, die zich actief inzetten in de kern, participatie van jong én oud, man én vrouw. Vrijwilligers vormen dan ook een belangrijk onderdeel van het leefbaar houden van de kernen. Veel van de voorzieningen draaien deels of volledig op vrijwilligers. Vrijwilligers zijn wel te vinden voor korte, eenmalige acties maar moeilijker te vinden voor langdurige functies. Ook worden de functies vaak door dezelfde – doorgaans oudere - personen opgevuld. In de kernen bestaat de overtuiging, dat vrijwilligerswerk daarmee niet duurzaam opgevuld kan worden en dat nieuwe aanwas van (jongere) vrijwilligers nodig is. Verschillende kernen zoeken naar mogelijkheden om in de toekomst vrijwilligers te trekken en behouden. In Laag Zuthem wordt bijvoorbeeld aangegeven: “We zitten nu met het probleem dat we geen nieuwe

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

28/49

beheerder kunnen vinden voor dorpshuis het Trefpunt50. We zijn nu aan het kijken of we taken kunnen opsplitsen. Dat is op dit moment actueel; gaan we het op die manier redden?” Fysieke omgeving Gekeken naar het thema fysieke omgeving definiëren inwoners van de kernen leefbaarheid aan de hand van: 1) omgeving, 2) uitstraling van het dorp en 3) integraal en toekomstbestendig beleid voor de fysieke omgeving. Aan de omgeving hecht het grootste deel van de respondenten waarde in termen van leefbaarheid. Daarbij draaide het voor hen om de rust, ruimte en de natuur, die zij in de dorpen tot hun beschikking hebben. Zo gaven verschillende passanten aan wandelen (met de hond) in de omgeving erg te waarderen. Daarbij werd door sommige respondenten ook waarde gehecht aan de ligging van de dorpen ten opzichte van bijvoorbeeld Raalte en Heino. Voor een aantal respondenten waren deze kernen gemakkelijk te bereiken, bijvoorbeeld met de auto, waarmee de grote kernen voor hen een toevoeging aan de leefbaarheid vormden. Andere respondenten waren afhankelijk van het openbaar vervoer om buiten het dorp te komen. Op het moment van onderzoek speelde de ‘intelligente lockdown’ vanwege corona, waardoor de buurtbus in sommige dorpen niet reed. Dit werd als een gemis in de leefbaarheid ervaren.

Naast omgeving werd de uitstraling van het dorp genoemd als onderdeel van de leefbaarheid in het dorp, waarbij het erom gaat “dat de fysieke omgeving er netjes uit ziet en goed onderhouden is”. In verschillende dorpen werden nog mogelijkheden gezien om het dorp aantrekkelijker te maken. Zo werd in Luttenberg gesteld: “het aanzien van het centrum van het dorp, het dorpsplein, dat is rommelig en niet duidelijk dat dit het centrum is”. In Nieuw Heeten werd aangegeven, dat de gemeente in dit geval beter moet kijken hoe een dorp ervoor staat. “Je hebt bijvoorbeeld een groenvoorziening van gemeente, die slecht wordt onderhouden. De gemeente zou het geld voor onderhoud aan ons kunnen geven, zodat we het zelf kunnen oppakken. De gemeente heeft een algemeen beleid hierop, maar ze kunnen ook anders kijken: als jullie mensen kunnen vinden geven wij een bedrag, dat ten goede komt aan het dorp.” Ook vinden de gesproken inwoners het belangrijk, dat integraal en toekomstbestendig beleid met betrekking tot de fysieke omgeving zal ontstaat, waarbij niet allen wordt nagedacht over wat op dit moment nodig is: “maar ook wat dat voor andere voorzieningen en de toekomst betekent; de fysieke omgeving koppelen met meer ...” Hierbij wordt met ‘meer’ geduid op het meer integraal benaderen van het thema fysieke omgeving.

Waarbij de (inrichting van) de fysieke omgeving bijvoorbeeld wordt gekoppeld aan thema’s zoals ‘langer thuis wonen’ en bewoners. Een actueel voorbeeld vormt het sluiten van de kerken in verschillende kernen. Kerkgebouwen vormen het ijkpunt in de dorpen; een aantal respondenten vroeg zich af, wat het betekent voor de leefbaarheid als er kerken gaan sluiten. Voorzieningen Gekeken naar het thema voorzieningen definiëren inwoners van de kernen leefbaarheid aan de hand van: 1) aanwezigheid van voorzieningen en 2) toekomstperspectief van voorzieningen. Vooral ontmoetingsplekken, basisscholen, winkels en openbaar vervoer worden geprioriteerd als voorzieningen, die de leefbaarheid vergroten wanneer ze aanwezig zijn. Ontmoetingsplekken worden daarbij unaniem benoemd als bevorderlijk voor de saamhorigheid tussen inwoners. De mogelijkheid om samen te komen, zodat inwoners elkaar kunnen ontmoeten en samen activiteiten kunnen ondernemen, zorgt voor een sociale basis in het dorp. Daarbij worden ontmoetingsplekken, zoals ’t Trefpunt in Laag Zuthem en Elkerlyc in Luttenberg, genoemd. De kerk wordt door een enkele respondent genoemd als ontmoetingsplek. Basisscholen worden erg gewaardeerd voor het leven, dat scholen met zich meebrengen. Scholen kennen voor de respondenten samenhang met het aantrekkelijk maken en houden 50

trefpunt.zuthem.nl/wp/

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

29/49

van de dorpen voor gezinnen. Daarbij maken scholen en kinderen, die daarnaartoe gaan, gebruik van voorzieningen zoals sporthallen in het dorp. Bij bijna alle gesproken dorpen was het behoud van de scholen een zorg. Vervolgens werden ook winkels, zoals de Parabool in Mariënheem, genoemd als een factor in het vergroten van de leefbaarheid. Winkels werden doorgaans niet aangeduid als vereiste voor het leefbaar maken van een kern. Mensen kunnen zonder winkels, als voorzieningen in andere dorpen goed bereikbaar zijn, zo was doorgaans de opvatting. Daarmee wordt wel een goede openbaar vervoer verbinding als belangrijke factor gezien. Oudere mensen, die minder vervoersmogelijkheid hebben, waarderen de buurtbus waarmee zij winkels en culturele activiteiten in andere kernen kunnen bereiken. Zo gaf een passant aan: “nu zijn er ook buurtbusjes, dat maakt het makkelijk om bijvoorbeeld naar Raalte te gaan, dat is fijn. Het dorp is daarmee beter toegankelijk”. In verschillende dorpen werd aangegeven, dat werkgelegenheid en lokale stageplekken belangrijk zijn voor de leefbaarheid, in economisch en sociaal opzicht. Het zorgt voor lokale investeringen in de economie en houdt mensen betrokken bij hun omgeving. Specifiek in Nieuw Heeten werd aangegeven, dat het creëren van een aantrekkelijk klimaat voor ondernemers van belang is voor de leefbaarheid.

“Bedrijven brengen bedrijvigheid.” Binnen de dorpen bestaat vooral onzekerheid over het toekomstperspectief van de aanwezige voorzieningen en op welke manier eventueel verdwijnen hiervan van invloed is op leefbaarheid. Er heerst veel onzekerheid over het voortbestaan van scholen en winkels in de verschillende kernen. Zo vragen respondenten zich af op welke manier een school behouden kan blijven: hoe zorgen de dorpen ervoor dat er voldoende aanwas is en blijft? Bij deze zorgen wordt wel aangemerkt, dat de respondenten ook aangeven “je kunt niet alles in je eigen dorp hebben, dus soms moet je elders heen”. Echter betekent dit in termen van leefbaarheid wel, dat alternatieven beschikbaar en bereikbaar moeten zijn. Veiligheid Gekeken naar het thema veiligheid definiëren inwoners van de kernen leefbaarheid aan de hand van: 1) een gevoel van veiligheid en 2) verkeersveiligheid. Het gevoel van veiligheid hangt voor inwoners vooral samen met de saamhorigheid in de dorpen, het vertrouwen in mensen en omgeving om hen heen en dat “men er voor elkaar is: noaberschap”. Veiligheid wordt doorgaans minder geïnterpreteerd in termen van (het voorkomen van) criminaliteit, al werd wel aangegeven, dat buurtapps bijdragen aan het gevoel van veiligheid. Verkeersonveiligheid is daarentegen een thema, dat binnen de verschillende dorpen wel speelt.

Bijvoorbeeld onveilige oversteekplaatsen (voor kinderen) en hard rijden in de dorpen. Een passant gaf aan: “Het leven in Mariënheem voelt veilig. Wel is de verkeersveiligheid iets dat verbeterd kan worden. Zo kan ik met de buggy niet door de tunnel onder de N35 door, omdat dit trappen zijn. Daarom moet ik om de school te bereiken met de kinderen de grote weg oversteken.” Een aantal stappen is binnen de gemeente gezet om dit aan te pakken. De respondenten waardeerden de participatiemogelijkheid, die de gemeente heeft geboden om aan de herinrichting van verschillende wegen deel te nemen. Zo werd in Laag Zuthem aangegeven: “Afgelopen tijd is de Kolkweg aangepakt naast de school. Wij mochten meedenken, leerlingen mochten meedenken. Ze komen naar school om wensen te beluisteren. Dat was een geweldig proces met en door het dorp. Niet met een ‘af’ traject komen waar eigenlijk geen inspraak op is, maar het echt samen doen”. Overig: de invloed van het coronavirus op de leefbaarheid Naast bovenstaande punten kwam ook de invloed van het coronavirus op de leefbaarheid ter sprake. De focusgroepen voor het onderzoek vonden plaats in mei 2020, toen de ‘intelligente lockdown’ van toepassing was. De invloed van corona wordt door de respondenten gezien als een bedreiging voor een aantal punten. Zo wordt gezien, dat door corona de omzet van buurtwinkels wordt bedreigd. Bezoekers komen niet of

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

30/49

minder, omdat veelal ouderen naar deze winkels gaan en zij binnen blijven. Daarbij worden er geen activiteiten georganiseerd, waarvoor vaak bij de buurtwinkel inkopen worden gedaan. Daarnaast bestaat een zorg over de wijze waarop de saamhorigheid in dorpen gewaarborgd kan blijven: “hoe ga je in de toekomst om met bewoners, om wel een bepaalde saamhorigheid te hebben?” Vooral als steeds meer dingen digitaal gebeuren. Hierin wordt ook een kans gezien. Zo organiseert de kerk in Mariënheem ten tijde van het onderzoek iedere ochtend een digitale bijeenkomst. Ook bestaat er zorg over de wijze waarop signalen uit de kernen doorkomen bij de gemeente, doordat organisaties minder vaak bij elkaar komen.

4.2

Overeenkomsten met in beleid aangehouden definities en prioriteiten Voorgaand hebben we zowel de in het beleid van de gemeente Raalte aangehouden definities en prioriteiten ten aanzien van leefbaarheid als de door inwoners aangehouden definities en prioriteiten beschreven. In onderstaande paragraaf bekijken we in hoeverre beide definities en prioriteiten overeenkomen.

4.2.1 Woningen Bewoners zien de beschikbaarheid van woningen (met name voor starters), de mate waarin men invloed kan uitoefenen op de te maken keuzes en de verbinding tussen woningen en voorzieningen van belang voor de leefbaarheid. De gemeente zet beleidsmatig in op een inclusief woonbeleid en daarbij specifiek op het creëren van woonaanbod voor starters in de kleine kernen. De definitie en prioritering van de gemeente en inwoners komen hierbij dus overeen. Ondanks de inzet van de gemeente op dit punt, blijft er in diverse kernen rondom het woonaanbod voor starters onrust heersen. Zo geeft een inwoner aan: “De woningbouwvereniging zegt: er is voldoende. Ik vind dit een heel belangrijk punt. Tussenwoningen mis je. Eigenlijk zouden we met zijn allen moeten denken; hoe krijgen we zo’n project naar voren? Voor de leefbaarheid wil je die jongeren en jonge gezinnen behouden.” Dit blijft dus een relevant thema.” In de leefbaarheidsdefinitie van de gemeente op het gebied van woningen wordt veel waarde gehecht aan burgerparticipatie: “Wonen is bij uitstek een thema dat eenieder aangaat.” Dit komt overeen met de visie van inwoners. Door diverse respondenten wordt het belang van burgerbetrokkenheid op dit vlak benoemd. Zo wordt er beschreven: “Bij de opzet van de nieuwe woonwijk is het mogelijk om mee te stemmen over locatiekeuzes en processen worden goed uitgelegd.

Er wordt veel aan bewoners gevraagd om mee te denken. Dat is een goed voorbeeld van participatie.”

4.2.2 Bewoners Zowel de gemeente als inwoners koppelen het concept leefbaarheid aan een stevige sociale basis. De gemeente richt zich in het algemeen op het versterken van sociale samenhang door middel van de subsidie van ontmoetingen en activiteiten door en voor de buurt. Specifiek voor de kleine kernen richt de gemeente zich voornamelijk op langer thuis wonen. Ook bij inwoners wordt de sociale samenhang als van groot belang voor de leefbaarheid geacht. Hierbij wordt aangegeven, dat participatie van inwoners essentieel is: saamhorigheid wordt bereikt door samen de schouders eronder te zetten. Deze saamhorigheid staat in diverse kernen echter onder druk, door te weinig aanwas van vrijwilligers om langdurige functies op te vullen. Hierbij lijkt er enig definitieverschil van het begrip leefbaarheid te bestaan. Gemeentelijk is dit thema voornamelijk op kwetsbare inwoners gericht. De kernteams worden door de gemeente op dit thema

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

31/49

centraal gepositioneerd. Bij inwoners kwam dit minder ter sprake en werd er vooral waarde gehecht aan inwonersparticipatie om saamhorigheid in de kern te creëren. Beleidsmatig wordt er niet ingegaan op problemen, die kleine kernen kunnen ondervinden bij het leefbaar houden van de kern door middel van inwonersbetrokkenheid.

4.2.3 Fysieke omgeving Aangezien de structuurvisie wordt ingetrokken en het nieuwe beleid in de vorm van de conceptOmgevingsvisie zich nog in een jong stadium bevindt, zijn uitspraken over de overeenkomsten in definities en prioriteiten van de gemeente en inwoners op dit vlak lastiger te doen. De concept-Omgevingsvisie richt zich op een aantal brede doelstellingen, waaronder het ontwikkelen van toekomstbestendige wijken en dorpen. In hun definitie van leefbaarheid richtten de gesproken inwoners zich tevens op toekomstbestendig beleid. Hieronder verstaan zij “het niet alleen nadenken over wat nu nodig is maar ook wat dat voor andere voorzieningen en de toekomst betekent; de fysieke omgeving koppelen met meer leefbaarheidsthema’s.” In dit opzicht lijken de ambities die de gemeente heeft met de Omgevingswet en de definitie van inwoners te matchen. In de praktijk moet gaan blijken of de definities en prioriteiten van de gemeente en inwoners overeenkomen. Inwoners geven aan veel waarde te hechten aan rust, ruimte en groen. Verder zijn door diverse inwoners voorbeelden gegeven van mogelijkheden, die zij zien om als dorp zelf de fysieke omgeving nog aantrekkelijker te maken.

Met in het achterhoofd het doel van de Omgevingsvisie om op te trekken met inwoners, organisaties en ondernemers bij het vormen van de leefomgeving, zal de praktijk gaan aantonen of deze mogelijkheden ook daadwerkelijk (kunnen) worden opgepakt door inwoners.

4.2.4 Voorzieningen Voorgaand wordt beschreven hoe inwoners vooral waarde hechten aan ontmoetingsplekken als belangrijk aspect van leefbaarheid. Inwoners geven aan, dat het wonen in een kleine kern met zich meebrengt, dat niet alle voorzieningen in de buurt kunnen zijn. Om deze toch te bereiken is goed openbaar vervoer van belang. Dit komt overeen met de eerder beschreven doelstelling van de gemeente Raalte: “Wij kiezen voor samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekken geclusterd zijn, zoals in het centrum van Raalte en Heino.” De gemeente onderschrijft het belang van de aanwezigheid van een basisschool voor de leefbaarheid in de kernen. Hoewel de gemeente Raalte aangeeft, dat in elke kern een basisschool open moet blijven en de gemeente zo nodig bereid is hiervoor extra budget te prioriteren, heeft de gemeente op dit vlak wel te maken met de ondergrens, die het Rijk stelt aan het aantal leerlingen op een school (de opheffingsnorm51). Scholen met een leerlingenaantal dat 3 jaar op rij onder de opheffingsnorm valt, verliezen hun bekostiging vanuit het Rijk. In de gemeente Raalte ligt dit aantal op 25 voor Laag Zuthem /Liederholthuis en op 59 voor de overige gedeelten van de gemeente. Door inwoners wordt dit punt tevens vaak genoemd.

Hoewel het belang van de bassischolen beleidsmatig door de gemeente wordt erkend, heerst er in verschillende kernen onrust over het voortbestaan van de basisscholen en wat voor invloed het wegvallen hiervan op de leefbaarheid zou hebben.

51

De opheffingsnorm is niet voor alle basisscholen hetzelfde. Dit is afhankelijk van de leerlingdichtheid in een gemeente. In dichtbevolkte gebieden kan een basisschool met meer dan 200 leerlingen al met sluiting worden bedreigd. Terwijl voor een school in een zeer dunbevolkte gemeente de minimale norm van 23 leerlingen geldt (zie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leerlingendaling/sluiten-van-scholen).

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

32/49

4.2.5 Veiligheid Inwoners definiëren veiligheid vooral als een gevoel van veiligheid (vertrouwen, noaberschap) en verkeersveiligheid. Dit komt overeen met de in beleid aangehouden definities. Beleidsmatig wordt aangegeven, dat vraagstukken rondom verkeersveiligheid vraagstukken zijn waarbij het van belang is om een voldoende snelle aanpak te hanteren en waarbij ruimte wordt gelaten om als wijk of straat zelf iets op te pakken. De gemeente stuurt, regisseert en helpt in het bij elkaar brengen van partijen. Ook inwoners hechten hier waarde aan, zoals blijkt uit de voorbeelden, die door inwoners zijn benoemd van goedlopende participatietrajecten, waarbij ze samen met de gemeente spraken over de aanpak van verkeersknelpunten.

4.2.6 Overig In de diverse beleidsterreinen gerelateerd aan leefbaarheid wordt door de gemeente Raalte de nadruk gelegd op het belang van inwonersparticipatie. Ook inwoners hechten hier belang aan, maar tijdsinvestering (hoeveel tijd en op welke tijdstippen) en de terugkoppeling van resultaten zijn knelpunten. Uit dit onderzoek blijkt, dat de gemeente Raalte projectmatig veel en vaak inzet op het betrekken van inwoners. Dit is in lijn met de resultaten van de Quick Scan Lokale Democratie (een quick scan onder inwoners, raadsleden, collegeleden en ambtenaren naar de lokale democratie in de gemeente), waarbij Raalte op het vlak van burgerparticipatie hoger scoort dan het gemiddelde van de 34 referentiegemeenten. Maar uit dit onderzoek blijkt tevens, dat het betrekken van inwoners op het gebied van leefbaarheid kan leiden tot een belasting van een selecte groep betrokken inwoners. Een toekomstbestendige visie op het duurzaam betrekken van inwoners rondom leefbaarheid in kleine kernen (hoe houd je mensen enthousiast, hoe zorg je dat mensen betrokken willen blijven?) lijkt nog te ontbreken.

4.3

Reflectie op de normen Leefbaarheid: definitie en invulling vanuit inwoners Norm: De wijze waarop inwoners van de kleine kernen leefbaarheid definiëren en prioriteren komt overeen met de in beleid aangehouden definities en prioriteringen. De gemeente Raalte kent geen vastomlijnde definitie van leefbaarheid, zoals in het vorige hoofdstuk vermeld. Per beleidsterrein worden definities en prioriteiten aangegeven, die in meer of mindere mate overeenkomen met waar inwoners belang aan hechten. In grote lijnen lijken de prioriteiten van de gemeente en inwoners bij de thema’s Voorzieningen en Veiligheid meer overeen te komen dan bij de thema’s Wonen en Inwoners. Of de definities en prioriteiten rondom het thema Fysieke omgeving overeenkomen moet blijken uit de uiteindelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op het gebied van leefbaarheid wordt door zowel gemeente als inwoners waarde gehecht aan het betrekken van inwoners bij vraagstukken. Hoewel projectmatig inwoners veel en vaak worden betrokken door de gemeente, is het duurzaam betrekken van inwoners (hoe zorg je dat mensen betrokken willen blijven?) een aandachtspunt.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

33/49

5

De beleidsuitvoering In de voorgaande hoofdstukken hebben we besproken welk beleid er in de gemeente Raalte is op het gebied van leefbaarheid in de kleine kernen, hoe leefbaarheid daarin gedefinieerd wordt en of dit overeenkomt met de definitie en prioriteiten van de inwoners. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 is er geen specifiek beleidsplan op het gebied van leefbaarheid: het thema komt terug in het beleid op verschillende terreinen. In hoofdstuk 3 beschreven we dat de doelstellingen van deze terreinen op elkaar aansluiten. Een aantal subthema’s (voorzieningen, woningen) kent daarbij een specifieke focus op de kleine kernen, waar dat op andere subthema’s (bewoners, fysieke omgeving, veiligheid) minder het geval is. Verder zagen we dat er een duidelijke ambitie is van de gemeente om op het gebied van leefbaarheid nog verder in te zetten op het gesprek met de inwoners. In dit hoofdstuk kijken we naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid op het gebied van leefbaarheid. Onder doelmatigheid verstaan we daarbij de relatie tussen de effecten van het beleid en de kosten van het beleid. Doeltreffend gaat over de mate waarin de beleidsdoelstelling dankzij de inzet van de onderzochte beleidsinstrumenten wordt gerealiseerd.

Vanwege de breedte van het thema leefbaarheid kunnen we niet op elk van de 5 genoemde beleidsterreinen op detailniveau ingaan op het staand beleid en de uitwerking hiervan in de praktijk. We kijken daarom naar de hoofdlijnen van de subthema’s, zoals deze benoemd zijn door de respondenten in de focusgroepen en interviews en de punten die zij als relevant zagen bij de uitvoering van beleid op het gebied van leefbaarheid. Specifiek kijken we bovendien naar de wijze waarop inspraak van inwoners meegenomen wordt en op welke wijze hun zelf-organiserend vermogen een plek heeft in de beleidsuitvoering. De volgende deelvragen komen in dit hoofdstuk aan de orde: Vraag 7: Hoe wordt in de praktijk invulling gegeven aan de beleidsuitvoering? Vraag 8: In hoeverre voldoet de beleidsuitvoering ten aanzien van leefbaarheid aan de behoeften van de inwoners in de kleine kernen? Vraag 9: In hoeverre wordt het zelf-organiserend vermogen van de inwoners van de kleine kernen benut voor het vergroten van de leefbaarheid en wat zijn daarbij de bepalende factoren en aansprekende resultaten? Vraag 10: Hoe heeft de gemeente zicht op de wijze van uitvoering en op de behaalde resultaten van de gemeente?

5.1

Beleidsuitvoering in de praktijk Gesproken respondenten in het onderzoek zijn in grote lijnen tevreden over de wijze, waarop beleid op het gebied van leefbaarheid in de praktijk uitgevoerd wordt. Zij erkennen daarbij, dat de gemeente in de uitvoering van beleid sterk vraaggericht werkt. De beleidsmedewerker domein samenleving en de contactfunctionaris kernen bevestigen dit: “De basis waaruit wordt gewerkt is vanuit de behoefte van de kernen zelf. De vragen die leven bij de mensen, daar wordt op geacteerd. We werken bottom-up.”

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

34/49

De consequentie van deze werkwijze kan zijn, dat er geen integrale aanpak op het gebied van leefbaarheid is tussen sociaal en fysiek domein. De medewerker sociaal domein geeft hierop als aanvulling: “Vanuit het sociaal domein wordt steeds vaker integraal samengewerkt met de fysieke domeinen. Denk aan de wijkaanpak (die dan toevallig nu niet in de kleine kernen wordt gestart) en het langer zelfstandig thuis wonen. Daarnaast is er vanuit het sociaal domein het afgelopen jaar bijvoorbeeld al meegedacht met de woonvisie, meerjarenplan voor de openbare ruimte, de burgerbegroting in Heeten en de Omgevingsvisie. Ook wanneer er initiatieven zijn die zowel fysiek als sociaal raken weten we elkaar snel te vinden. Dit staat niet overal heel uitgebreid uitgewerkt in de beleidsplannen, maar gebeurt in de praktijk meer en meer”. De contactfunctionaris speelt bij de bottom-up aanpak een belangrijke rol. Hij houdt contact met de kernen, onder meer via de Plaatselijk Belang (PB) organisaties. “In ieder dorp acteren we anders, de ene kern heeft meer kennis dan de andere kern, en over andere zaken. Wat heel mooi gebeurt in dit soort processen is dat er in eerste instantie traditioneel naar de gemeente werd gekeken, maar door dat om te draaien en aan te geven ‘wat willen jullie als dorp?’, zoeken dorpskernen ook wat voor kennis ze al bezitten.

Als dat bij elkaar wordt gebracht, zit er veel kracht in een dorp en kunnen de inwoners heel veel zelf.” 52 Inwoners zelf geven aan tevreden te zijn over de rol van de contactfunctionaris. Er wordt doorgaans goed gepeild wat er speelt in de dorpen en gezocht naar mogelijkheden om vraagstukken die spelen aan te pakken. Deze vraaggestuurde aanpak leunt wel zwaar op de eigen inbreng en proactiviteit uit de kernen, zo geeft de contactfunctionaris aan: “Eigenlijk is het nu zo dat als er geen initiatief komt vanuit de dorpen, de gemeente het ook niet faciliteert. Mensen uit het dorp zelf houden hun eigen dorp leefbaar. Zij weten zelf het beste wat ze willen en wat er nodig is in het dorp.”53 Inwoners van de kleine kernen herkennen dit in het feit, dat opvolging snel plaatsvindt wanneer de kern zelf initiatief neemt richting de gemeente, maar dat ervanuit de gemeente zelf minder proactief op de kern af komt. De vraaggerichte insteek maakt dus, dat de bal bij de kernen zelf ligt voor het agenderen van thema’s op het gebied van leefbaarheid. De PB’s en de kernteams spelen een belangrijke rol in het doorvertalen van wat er in de kern leeft richting de gemeente. Budgetten Een belangrijk onderdeel van de beleidsuitvoering, dat genoemd is door respondenten, is hoe de beschikbare budgetten aangewend kunnen worden.

Omdat leefbaarheidsbeleid binnen verschillende beleidsterreinen is uitgewerkts, zijn ook de beschikbare budgetten niet op 1 plek terug te vinden. De hierboven besproken vraaggerichte insteek maakt echter, dat er vaak budget gezocht moet worden bij een vraagstuk, waarvan het niet direct logisch is waar dit vandaan gehaald kan worden. De contactfunctionaris en beleidsmedewerker domein samenleving spelen hierbij een belangrijke rol en hebben hier veel kennis over opgebouwd. Er zijn op dit moment wel al een tweetal kleine budgetten, die specifiek bedoeld zijn om bij te dragen aan de leefbaarheid in de kernen: de leefbaarheidsgelden en subsidies voor inwonersinitiatieven (zie paragraaf 3.1.7).

52 53

Bron: Interview beleidsmedewerkers Bron: Interview beleidsmedewerkers

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

35/49

Als we kijken naar alle beleidsthema’s en de bijbehorende budgetten, die raakvlakken hebben met het thema leefbaarheid, is er echter een enorme verzameling aan potjes, geven beleidsmedewerkers aan: “Er zijn op dit moment meer dan 100 verschillende subsidiepotjes. Het zou prettig zijn om dit meer samen te brengen onder een overkoepelend doel omtrent leefbaarheid. Dat scheelt zoeken, en maakt de gemeente ook minder kwetsbaar in het geval iemand van ons zou vertrekken bij de gemeente en alle kennis omtrent financieringsmogelijkheden daarmee verdwijnt.”

5.2

Benutting zelf-organiserend vermogen van de inwoners De gemeente werkt dus bottom-up en vraaggericht. Als er een leefbaarheidsvraag voortkomt uit de kleine kernen, wordt er bovendien als eerste gekeken naar wat er nodig is om de inwoners van de kern zelf in staat te stellen om dit op te pakken. In alle gesproken kernen speelt daarom het zelf-organiserend vermogen van de inwoners een grote rol als het gaat om leefbaarheid. Het is ook een punt waar de inwoners trots op zijn. Het hoort een beetje bij het wonen in een kleine kern, dat je je ook inzet voor die kern, geven ze aan. Ze zien het ook als een winwin situatie voor gemeente en kleine kern: “Dat kleine kernen zoveel zelf oppakken, scheelt de gemeente tijd en energie. Het is logisch, dat er geld tegenover staat, zodat de kernen er zelf mee uit de voeten kunnen.” De gemeente geeft daarbij veel ruimte voor initiatief vanuit de samenleving, inspraak en betrokkenheid, als het gaat over leefbaarheidsthema’s, geven respondenten aan. Ze zijn voor het overgrote deel erg tevreden over de gemeentelijke koers van de afgelopen 5 jaar: “Je merkt dat ze (de gemeente) ervan doordrongen zijn in hun aanpak dat kleine kernen belangrijk zijn”.

Respondenten noemen hierbij onder meer het feit, dat het college jaarlijks langskomt in de kern, en de proactieve betrokkenheid en bereikbaarheid van de contactfunctionaris, als belangrijke positieve punten. Wat verder opviel waren de korte lijntjes, die inwoners met de ambtelijke lijn en het college hebben. Deze lijntjes komen van pas als ze een leefbaarheid gerelateerd thema willen bespreken: “Als ik wil kan ik de wethouder of burgemeester bellen voor een afspraak, ze stellen zich dienstbaar op”, zo geeft een aantal respondenten aan. Kanttekening hierbij is wel, dat de betreffende respondenten doorgaans zelf een groot netwerk hebben, omdat ze actief zijn in het dorp. Deze korte lijntjes gelden dus niet per definitie voor alle inwoners. Bepalende factoren bij benutten van zelf-organiserend vermogen en inspraak De kleine kernen kennen dus een sterke mate van zelf-organiserend vermogen. Daarnaast geven zowel gesproken beleidsmedewerkers als respondenten uit de kernen zelf aan, dat er ook regelmatig mogelijkheden zijn tot inspraak en meedenken over leefbaarheidsthema’s. Het kan dan gaan over het op peil houden van voorzieningen, vormgeven van lokale zorg of het vinden van een locatie voor een nieuwe wijk. We hebben de respondenten in de focusgroepen van de vier kernen gevraagd naar wat zij aansprekende resultaten vonden van processen, waarbij inwoners konden participeren.

Hierbij kwamen verschillende specifieke projecten voorbij, maar rode draad in de genoemde voorbeelden is, dat in deze casussen ervaren werd, dat er echt gezamenlijk met de gemeente gewerkt werd en dat er vanuit de vraag van de kern gedacht werd. Zo werd bijvoorbeeld over het project rondom de omvorming van Maria-Oord in Luttenberg gezegd: “Als de gemeente daarin niet meegegaan was, was dit niet gelukt. Ambtenaren hadden zich kunnen verschuilen achter regels en kaders maar ze hebben écht geholpen om te realiseren.” Maar wat zijn bepalende factoren in het succesvol aanspreken van zelf-organiserend vermogen van de kleine kernen of het organiseren van inspraak?

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

36/49

Om te zorgen dat de inwoners van een kern goed vertegenwoordigd zijn, leunt er veel op een orgaan als het PB. Zij moeten zich inspannen om goed ingevoerd te zijn in hun kern, actief bij burgers informatie op te halen en dit te agenderen bij de gemeente. Volgens de respondenten gaat dat op dit moment goed, al blijft het een constant aandachtspunt. Dit speelt nu specifiek in de corona-situatie. Inwoners hebben daardoor extra behoefte om met de gemeente in gesprek te kunnen gaan over de uitdagingen, die dit met zich meebrengt, maar vanwege de beperkende maatregelen kon er juist minder overleg plaatsvinden dan normaal. Dat beïnvloedt ook het zelf-organiserend vermogen. De grote rol van met name de PB’s vraagt wel een offer. Vanuit vrijwel alle kernen werd aangegeven, dat er soms wel erg veel tijd gevraagd wordt: “Een functie in een PB is vrijwillig, dat doe je naast je baan.

Je bent vaak al bezig met het organiseren van activiteiten, dan is het soms teveel als je ook nog bij allerlei bijeenkomsten van de gemeente moet komen opdraven.” Want de mogelijkheden tot meepraten, die de gemeente biedt, worden zeer op waarde geschat, maar soms is het in de praktijk voor een vrijwilliger allemaal lastig te combineren: “Het zou goed zijn als er rekening gehouden wordt met het tijdstip (niet midden op de dag) en er niet vanuit verschillende hoeken of onderzoeken wordt gevraagd om min of meer dezelfde informatie.” Sommige respondenten noemden daarom de optie om sommige vrijwilligerstaken, waarvoor lastig bemensing te vinden is, betaalde taken te maken. Zo werd het idee genoemd om een betaalde kernvertegenwoordiger in te voeren. Hierbij werd gelijk wel weer de kanttekening geplaatst, dat vrijwilligers zich op hun beurt dan weer minder snel aandienen, omdat het idee kan ontstaan, dat de betaalde persoon deze wel op zal pakken. Vanwege deze tijdinvestering en de soms lastige combinatie met een baan en opgroeiende kinderen, geven de respondenten ook aan, dat het soms lastiger is om jongeren en ouders met jonge kinderen te betrekken in de plaatselijke organen of bij de organisatie van activiteiten. Dit leidt er ook toe, dat de belangen van sommige groepen, zoals jongeren, soms minder goed vertegenwoordigd zijn in de kernen.

Bovendien kan het leunen op vrijwilligers ook een risico zijn, omdat je de groep vrijwilligers op peil moet zien te houden, geeft een beleidsmedewerker aan. Als dat niet lukt, valt een deel van het zelforganiserend vermogen weg waar een kern op leunt. Respondenten geven verder aan, dat er een spanningsveld zit rondom zelf-organiserend vermogen of inspraak binnen een kleine kern, als het gaat over onderwerpen waarop de meningen binnen de kern kunnen verschillen en belangen kunnen conflicteren, zoals bij het vinden van een geschikte locatie voor nieuwbouw. Een beleidsmedewerker geeft aan: “Wat je dan ziet is dat er actief meegedacht wordt. Echter, je ziet ook tegenstellingen ontstaan. Wat de één een mooie locatie vindt, vindt de ander niet geschikt. In Luttenberg eindigde dat er bijvoorbeeld in dat mensen vanuit Plaatselijk Belang werden aangesproken in de supermarkt: ‘Jij zit in de klankbordgroep, maar ik wil dit niet.’ Dit was voor de gemeente ook zoeken: hoe ver laat je de participatie gaan, en hoe ga je om met tegengestelde belangen?” Een punt, dat ook veel naar voren kwam in de focusgroepen, is dat het erg belangrijk wordt gevonden, dat de gemeente duidelijk maakt wat er gedaan wordt met een initiatief of inspraak vanuit een kern. Inwoners merken op, dat het soms erg lang duurt voordat je iets hoort.

Ze worden dan in ieder geval graag op de hoogte gehouden: “communiceren dat er geen nieuws is, is ook nieuws”. Hoewel de gesproken personen nog altijd actief zijn, merken zij op dat de terugkoppeling vanuit de gemeente een belangrijke invloed heeft op hun motivatie om aan trajecten deel te nemen en/of daarin een rol te pakken. Een verder aandachtspunt is de uitvoering van een initiatief of plan dat vanuit de kernen is voorgesteld. Respondenten geven aan, dat je daar soms teveel mee in de ambtelijke molen terechtkomt. Dit verschilt overigens per beleidsterrein, geeft een respondent aan:

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

37/49

“Voor een thema als duurzaamheid is heel veel ondersteuning geweest, ook vanuit de provincie, dus op initiatieven op dat gebied wordt flink vaart gemaakt. Iets als woningbouw duurt langer, terwijl de woningvoorraad opraakt. Daar zou je iets meer tempo willen. Al is dat natuurlijk ook niet altijd mogelijk omdat de raad er ook nog iets van moet vinden. Maar ook op praktische zaken, zoals het regelen van een nieuw voetbalveld in een kern, moet er soms meer tempo gemaakt kunnen worden.” Hierbij wordt opgemerkt, dat het zou helpen als de gemeente meer zou kunnen aangeven hoe lang de doorlooptijd in zo’n geval is: “Maakt het SMART, en werk daarnaartoe. Nu is soms de schop al in de grond, maar de financiering nog niet rond.”

5.3

Zicht op de behaalde resultaten Zoals eerder benoemd is, komt beleid omtrent leefbaarheid in de gemeente Raalte binnen verschillende beleidsterreinen aan bod. Het is daarom ook lastig om integraal zicht te hebben op het effect van gemeentelijk beleid op de leefbaarheid in de kleine kernen. Wel is er een integraal beeld van de leefbaarheid in de kleine kernen bij de PB’s en de contactfunctionaris, die hierover frequent informatie uitwisselen en een vinger aan de pols houden, ook wat betreft de resultaten van eerder genomen acties. Aandachtspunt blijft daarbij wel dat groepen, die minder goed vertegenwoordigd zijn binnen deze organen, hier minder goed in gehoord worden. Een raadslid spreekt op dit gebied van een red flag systeem: als er aan de bel getrokken wordt, gebeurt er iets, maar anders dreigen sommige kwesties onder de radar te blijven. In Raalte is er bovendien een doe-cultuur, geven de beleidsmedewerker domein samenleving & contactfunctionaris kernen aan: “De term leefbaarheid vullen we niet echt van tevoren in, die is vooral gebaseerd op de praktijk. We staan dicht bij de mensen in de kernen en toetsen bij hen hoe het staat met de leefbaarheid en wat er nodig is om die te vergroten. Op basis daarvan kijken we hoe we initiatieven kunnen faciliteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=71f90c0e-5b3e-40ba-8fa5-feb41093269c