CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport onderzoek leefbaarheid kleine kernen

Raadsvergadering 4 februari 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen rekenkameronderzoek leefbaarheid kleine kernen (hamerstuk)22.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarnaast hebben we burgerparticipatie-trajecten waar je als gemeente terug laat zien wat je gedaan hebt met input van inwoners. De communicatie daarin is echt heel belangrijk.” Zowel de invulling van het begrip leefbaarheid als het oordeel of de leefbaarheid groter of kleiner wordt, wordt daarbij bij de inwoners gelegd. Deze insteek leidt er toe dat op beleidsniveau niet altijd even grondig gemonitord en geëvalueerd wordt, geven de beleidsmedewerker domein samenleving & contactfunctionaris kernen aan: “Als een project uitgevoerd is, ronden we het af en gaan we door naar het volgende punt. Er wordt wel geëvalueerd, maar met die uitkomsten wordt vaak weinig gedaan. Er wordt op dit moment wel aan gewerkt om dit te verbeteren en zaken beter te borgen.”

5.4

Reflectie op de normen Doeltreffendheid en doelmatigheid beleid Norm: Er bestaat een duidelijke relatie tussen de doelen en inzet om deze te bereiken. Er zijn geen overkoepelende leefbaarheidsdoelen gesteld. De praktische invulling van het begrip leefbaarheid wordt veel bij de kernen zelf gelegd. We kunnen daarmee niet spreken van specifieke vooraf gestelde doelen waarop een inzet afgestemd is. Wel zien we, dat beleidsuitvoering vraaggestuurd wordt ingestoken, met als doel om in elke kern accenten te kunnen leggen op basis van de specifieke vraag van de inwoners. Hierop zijn de middelen wel afgestemd, bijvoorbeeld door het werken met de contactfunctionaris.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

38/49

Norm: Er is een afgewogen inzet van instrumenten en de nodige capaciteit. Capaciteit en instrumenten worden afgestemd op de vraag van de kernen. Dit maakt de beleidsuitvoering flexibel, maar de centrale controle op de proportionaliteit hiervan lastig. Als het gaat over subsidies als instrument voor het vergroten van leefbaarheid, is er op dat gebied dermate veel versplintering, dat het ook capaciteit vraagt om dit te ordenen en overzicht te houden. Norm: Er is sprake van een integrale aanpak (lees: afstemming van beleidsterreinen, sociaal en fysiek). Op beleidsniveau is er geen integrale aanpak op het gebied van leefbaarheid in de kleine kernen, al is de afgelopen jaren in een aantal projecten de samenwerking tussen het sociaal en fysiek domen wel gezocht. Op uitvoeringsniveau is die integraliteit er meer, met de rol van de contactfunctionaris, die met de vertegenwoordigende organen uit de kernen zicht houdt op de leefbaarheid. Norm: Er is een goede regie vanuit de gemeente op de uitvoering van het beleid. Door de uitwerking van het thema leefbaarheid over verschillende beleidsdossiers en het feit, dat leefbaarheid opgepakt wordt op basis van de vraag vanuit de kleine kernen, is er sprake van relatief weinig integrale beleidsregie vanuit de gemeente op de uitvoering. Norm: Partners worden voldoende betrokken bij beleidsontwikkeling en -uitvoering.

De kleine kernen worden voldoende betrokken bij de beleidsontwikkeling en -uitvoering, met name via organen als PB en de kernteams. Norm: Afspraken worden nagekomen in de beleidsuitvoering. De respondenten geven aan, dat afspraken van de gemeente in de beleidsuitvoering doorgaans goed nagekomen worden. Wel geven ze aan, dat de doorlooptijd soms wat sneller zou kunnen. Norm: Er is een adequate informatie-uitwisseling tussen partners. Respondenten geven aan, dat er een goede informatie-uitwisseling is. Wel wordt gesteld, dat de gemeente soms duidelijker kan terugkoppelen, wat er met opgehaalde informatie gedaan wordt. Norm: Probleemsituaties worden tijdig gesignaleerd. Respondenten uit de kleine kernen geven aan, dat als er probleemsituaties zijn, er een lage drempel is bij de contactfunctionaris en beleidsmedewerkers om dit aan te kaarten. Dit kan ook via een orgaan als PB. Dit vraagt wel een actieve rol in de signalering vanuit de kernen zelf. Norm: Er zijn duidelijke afspraken bij incidenten. Dit is op het gebied van leefbaarheid niet op papier vastgelegd. Er wordt vooral uitgegaan van tijdige signalering (zie hierboven). Dit vraagt dus wel een actieve opstelling van de inwoners van de kleine kernen zelf en hun vertegenwoordigende organen. Norm: Er is een zichtbare relatie tussen de vraag van burgers en de gestelde beleidskaders.

Er is een duidelijk zichtbare relatie tussen de vraag van burgers en acties vanuit de gemeente, zo geven respondenten aan. Uitgangspunt is dat burgers gefaciliteerd worden om behoeftes op het gebied van leefbaarheid zelf op te pakken. Dit vindt daarmee vooral in de praktijk plaats. Er wordt minder gewerkt met (het bijstellen van) overkoepelende beleidskaders op het gebied van leefbaarheid. Als er een vraag leeft op een subthema, zoals wonen, wordt de vraag van burgers doorgaans via inspraak wel meegenomen in beleid. Norm: Er is voldoende onderzoek naar/informatie over de mening van burgers. Burgers geven zelf grotendeels aan dat dit het geval is. Aandachtspunt blijft wel dat burgers graag een terugkoppeling krijgen wat er gebeurt met hun mening, en dat er goed gekeken moet worden dat de mening van alle groepen burgers gehoord wordt, niet alleen van de actieve groep.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

39/49

Norm: Er zijn effectieve overlegsituaties met burgers. De overlegsituaties zijn voornamelijk georganiseerd via organen als PB en kernteam en worden als effectief ervaren. Hierbij is wel de kanttekening geplaatst, dat rekening gehouden dient te worden met de belasting van de vertegenwoordigende organen uit de kernen. Ook de aanwas van (jonge) nieuwe vrijwilligers is een aandachtspunt. Norm: Er is ruimte voor initiatief vanuit de samenleving. Die ruimte is er en daarbij wordt aangegeven, dat als het om leefbaarheid in de kleine kernen gaat, die voornamelijk vraaggericht vormgegeven wordt. Norm: Er is zicht op de maatschappelijke opbrengsten/effecten van de genomen maatregelen. Dit zicht is er vooral op uitvoeringsniveau, in de vorm van de contactfunctionaris, die een vinger aan de pols houdt in de kernen. Op overkoepelend beleidsniveau is dit zicht er minder. Op beleidsniveau wordt met resultaten van evaluaties niet altijd evenveel gedaan. Dit is wel een aandachtspunt waar aan gewerkt wordt. Norm: het beleid heeft daadwerkelijk bijgedragen aan de gestelde doelen. Dit is lastig te zeggen, omdat er geen overkoepelende leefbaarheidsdoelen gesteld zijn. Wel zien we dat de kleine kernen in grote lijnen tevreden zijn over de ruimte, die de gemeente aan de kernen geeft om vorm te geven aan hun eigen doelen op het gebied van leefbaarheid.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

40/49

6

Rol van de raad De volgende deelvragen komen in dit hoofdstuk aan de orde: Vraag 11: welke kaders heeft de raad bij dit beleid ten aanzien van leefbaarheid meegegeven? Vraag 12: hoe wordt de raad over de uitvoering op het gebied van de leefbaarheid geïnformeerd? Vraag 13: Welke middelen heeft de raad om te sturen op de leefbaarheid? Allereerst wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de kaderstellende rol van de raad, vervolgens wordt ingegaan op de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd en de middelen welke de raad heeft om te sturen op leefbaarheid.

6.1

Kaderstellende rol van de raad We bespraken eerder, dat er geen overkoepelend beleid is op het thema leefbaarheid, maar dat dit vraaggericht vormgegeven wordt vanuit de kernen en op beleidsniveau terugkomt in subthema’s als wonen, zorg en welzijn en fysieke omgeving. Deze ‘versplintering’ leidt er ook toe, dat de raad geen sterke kaderstellende rol vervult als het gaat over beleidsvorming op het overkoepelende thema leefbaarheid. De raad geeft hierbij aan, dit niet direct als probleem te zien, omdat zij leefbaarheid ‘on top of mind’ heeft. “Het zit bij ons in het DNA om te kijken wat de verschillende beleidsterreinen voor invloed hebben op leefbaarheid. Een kader leefbaarheid opstellen lijkt me heel lastig en niet te doen, omdat het zo verweven is met allerlei andere thema’s. Impact voor de kernen is echter wel altijd een prioriteit voor ons,” zo geeft een raadslid aan. Leefbaarheid komt dan niet zozeer expliciet terug als beleidsthema in het handelen van de raad, maar meer als onderliggend uitgangspunt in de gedachten en overwegingen. “Er gaat geen vergadering voorbij zonder dat we vragen ‘wat betekent dat voor gemeente Raalte en wat betekent dat voor de diverse kernen’?” vertelt een raadslid. Als voorbeelden noemen zij hiervoor de woonvisie en het verkeersveiligheidsplan.

De raad geeft dus aan, dat het thema leefbaarheid voortdurend terugkomt in de afwegingen rondom andere beleidsthema’s en daarmee zeker op de kaart staat, maar dat het lastig zou zijn om een apart kader rondom leefbaarheid op te stellen. Een gevolg hiervan is wel, dat het initiatief op het thema leefbaarheid wat minder bij de raad komt te liggen. Beleidsambtenaren geven bijvoorbeeld aan, dat dit in de praktijk wel vaak betekent, dat de raad wacht op wat het college doet, om daar vervolgens feedback op te geven. “Nu is het zo dat er vaak geen of weinig kaders worden meegegeven en dat de raad reageert op wat er bij hen langskomt. Je zou liever zien, dat de kaders meegegeven worden aan de voorkant en dat in het vervolgproces ze dan meer ruimte geven.”

6.2

Informeren van de raad Informeren van de raad vindt niet specifiek op het thema leefbaarheid plaats. De raad volgt het thema leefbaarheid via de verschillende beleidsdossiers, die hiermee te maken hebben. Beleidsambtenaren geven hierover aan, dat het zoeken is hoe de raad het best op dit onderwerp meegenomen kan worden.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

41/49

“Op thema’s wordt de raad meegenomen. Niet specifiek op het gebied leefbaarheid, maar meer op de onderliggende thema’s die voorbijkomen, zoals wonen.” De belangrijkste bron van informatie voor de gemeenteraad is de informatie, die uit de dorpen zelf komt. Dit is informatie, die de raad zelf opzoekt, of die de dorpen zelf bij hen aankaarten. Deels gebeurt dat op natuurlijke wijze via de raadsleden, die zelf woonachtig zijn in de betreffende kernen en daarmee weten wat er speelt. Om verder te faciliteren, dat de raad in contact staat met de dorpen, worden nu rondetafelgesprekken georganiseerd waar inwoners aan kunnen sluiten. Daar zit per fractie één persoon. “Zo willen we het gesprek meer op gang brengen en de raad dichter bij de inwoners laten komen. Maar inwoners zitten daar ook niet altijd op te wachten. Dus we zijn zoekende hoe je de raad beter in positie kan brengen, op een manier die praktisch haalbaar is.” Door de dorpen worden vooral ambtenaren en college als zichtbaar en benaderbaar ervaren, hoorden we in de focusgroepen met de inwoners van de kernen. Voor de raad geldt dit in veel mindere mate. Door sommige inwoners worden raadsleden wel benaderd als er steun nodig is voor een voorstel, maar dit geldt voor lang niet allemaal. Dit heeft mede te maken met hoe politiek actief de inwoner zelf is en of de inwoner bekend is met een raadslid.

“Voor mij als lid van het PB is de raad prima zichtbaar, maar ik ben benieuwd hoe het voor de gemiddelde inwoner is. Voor sommigen is het PB al een ver-van-het-bed-show. Daar zou wat gewonnen kunnen worden,” geeft een respondent aan. In hoeverre de ‘gemiddelde inwoner’ hier ook daadwerkelijk interesse in heeft, verschilt, geeft een respondent aan: “Als gemiddelde inwoner (die niet in een vertegenwoordigend orgaan zit) is de raad voor mij niet echt zichtbaar. Volgens mij is de gemeenteraad wel zichtbaar bij bijeenkomsten. Dat is prima, dan kun je input leveren op een onderwerp.” Uit het onderzoek komt naar voren hoe de raad verschillende initiatieven onderneemt om in de dorpen aanwezig te zijn, zoals ‘de raad op pad’ waarbij zij dorpen bezoeken of door aan te schuiven bij lokale overleggen van de PB’s of andere organisaties. “Wij proberen als raad bijvoorbeeld met ‘de raad op pad’ in contact te komen met verschillende organisaties. Hierin kunnen inwoners ook ideeën pitchen, dan proberen we als raad te kijken wat we vinden en of we budget beschikbaar kunnen stellen. Een andere route is, dat we proberen om toegang tot college en raad zo laag mogelijk te houden. Ten slotte is het zo, dat wij als raad ook zelf richting de partijen in gemeente in eigen kern actief zijn.” Deze initiatieven, waarbij de raad zichtbaar is in de kernen, wordt door de respondenten als positief ervaren.

“Op ledenvergadering PB komen ook de politieke partijen om te horen wat er speelt. Zijn eigenlijk altijd wel vertegenwoordigd.” De grootte van de fractie wordt door de dorpen ervaren als factor in de wijze waarop de raad zelf contact met de hen zoekt. “Het is ook een beetje de macht van de grote getallen, de grotere fracties nemen vaak makkelijker contact op, omdat ze met meer mensen zijn, die al dan niet in de kern zelf wonen.” Daarnaast bestaat soms het vermoeden in de dorpen, dat contact vooral in verkiezingstijd tot stand komt: “Daarna word je nog weinig aangesproken of gebeld over hoe het echt gaat met de organisatie of stichting”. Ook met betrekking tot de wijze van communiceren wordt door de respondenten een aantal dingen opgemerkt met betrekking tot opvolging van initiatieven en wijze van communiceren. Zo wordt ervaren dat hoewel ‘de raad op pad’ zeer positief wordt ontvangen, de opvolging van dit soort initiatieven nog beter kan. “De raad kan meer laten terughoren wat ze doen met de opgehaalde input en ervaringen.” Een andere respondent ervaart dat de raad vaak vooral ‘zendt’ naar bewoners: “Ook met ‘de raad op stap: veel zenden, doorgeven, promoten, neerzetten. Maar terugkoppelen wat ze ermee gaan doen, zou nog meer kunnen.”

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

42/49

6.3

Sturingsmogelijkheden van de raad De raad geeft aan, dat sturen op het thema leefbaarheid bemoeilijkt wordt door het gebrek aan kaders: “Het gebrek aan kaders maakt het lastig om op dit thema een controlerende functie te hebben. Dus de mogelijkheid om hierop te controleren is er niet echt.” De raad ziet vooral mogelijkheid om te sturen door middel van het opstellen van de begroting. Daarnaast zien zij, dat het thema in de verkiezingsprogramma’s wordt meegenomen. In de aanpak wordt nu vooral gewerkt vanuit de behoeften van de kernen zelf. “In grote lijnen werken we vanuit de wensen van de mensen en vraaggestuurd vanuit de dorpen”. De sturing van leefbaarheid leunt daarmee op de eigen inbreng uit de kernen, iets dat we breder terugzagen in dit onderzoek. De raad vraagt zich verder af of specifiek en gekaderd controleren door de raad op het thema leefbaarheid nodig is, omdat leefbaarheid zoals gezegd een continue thema is van alle fracties. Inkaderen zou daarbij vooral een lastige definitiekwestie worden, terwijl waarborgen, dat de leefbaarheid op peil blijft in de kleine kernen, ook op andere manieren gedaan kan worden: “De vraag is of je die controle op leefbaarheid ook moet hebben. Vanuit de fractie hebben wij bij het opstellen van verkiezingsprogramma altijd leefbaarheid in kernen als belangrijk thema. Dus zo is leefbaarheid voortdurend een thema in ons hoofd.”

6.4

Reflectie op de normen Rol van de raad Norm: De raad heeft duidelijke kaders meegegeven ten aanzien van beleid op het gebied van leefbaarheid. De raad is weinig kaderstellend op het overkoepelende thema leefbaarheid. Zij stelt vooral kaders op de verschillende onderliggende beleidsdossiers en heeft aandacht voor leefbaarheid in de wijze waarop zij de dossiers volgt. Dit leidt tot een meer reactieve houding in plaats van proactief kaders stellen rondom leefbaarheid. Norm: De raad wordt tijdig en volledig geïnformeerd over de uitvoering van de taken op het gebied van leefbaarheid. De raad wordt niet specifiek op het gebied leefbaarheid geïnformeerd vanuit het college, maar op de afzonderlijke beleidsdossiers. Informeren van de raad specifiek op het thema leefbaarheid vindt vooral plaats, doordat de raad zelf signalen ophaalt in de dorpen of doordat de dorpen signalen aan de raad afgeven. De raad informeert zich in de kernen door deel te nemen aan bijeenkomsten of door ‘de raad op pad’. Norm: De raad heeft passende en bruikbare middelen om te sturen op leefbaarheid. Het gebrek aan kaders specifiek op leefbaarheid maakt sturen door de raad hierop lastig. De controlerende rol op dit thema kan de raad daardoor onvoldoende invulling geven. De raad twijfelt of meer gekaderd en specifiek controleren op dit thema ook daadwerkelijk nodig is.

Op dit moment wordt de aanpak van leefbaarheid vooral gestuurd door de vragen vanuit de kernen.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

43/49

7

Bestuurlijke reactie

Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van uw onderzoeksrapport over de leefbaarheid in de kleine kernen van de gemeente Raalte. U vraagt ons een bestuurlijke reactie op dit rapport. In deze brief geven wij u onze reactie. Conclusies in het rapport U concludeert in het rapport dat er is geen integraal beleidsplan is op het gebied van leefbaarheid (in de kleine kernen). Deze conclusie delen wij als college. Wel is er beleid op verschillende thema’s, die invloed hebben op de leefbaarheid, zoals wonen, zorg, veiligheid, fysiek of sociaal domein. De term leefbaarheid komt ook niet altijd letterlijk terug; soms worden er synoniemen of gerelateerde termen gebruikt als ‘vitaliteit’ en ‘aantrekkelijke kernen’. De genoemde beleidsterreinen sluiten op elkaar aan en er zijn geen tegenstellingen tussen de doelstelling vanuit verschillende beleidsthema’s. Omdat er geen integraal beleidsplan is, vindt er ook geen integrale toetsing van beleid plaats. We zijn verheugd dat u ook concludeert dat de inwoners positief zijn over de leefbaarheid in hun kern en van mening zijn dat de gemeente invulling geeft aan het thema leefbaarheid op een wijze die overeenkomt met hun eigen invulling en prioritering. Leefbaarheid staat in onze gemeente voorop. Wij willen blijven bouwen in de kernen om het behoud van voorzieningen te borgen.

Wij zijn blij in het rapport te lezen dat onze inwoners tevreden zijn en leefbaarheid waarderen met een 8,3. Daarnaast hechten inwoners er belang aan dat er integraal en toekomstbestendig beleid met betrekking tot de fysieke omgeving ontstaat, waarbij niet alleen wordt nagedacht over wat op dit moment nodig is. De beleidsuitvoering rondom leefbaarheid kenmerkt zich door een vraag-gestuurde aanpak. Via de contactambtenaar, vertegenwoordigende organen als Plaatselijk Belang, collegebezoeken en door het faciliteren van bredere inspraak voor bewoners peilt de gemeente de behoeftes in kernen. Er zijn korte lijnen met ambtelijke organisatie en bestuur. Inwoners zijn tevreden over deze vraaggestuurde aanpak. De Plaatselijk Belangen zijn voor ons als gemeente een belangrijk gesprekspartner en wij hebben hierdoor korte lijnen met onze kernen. Aanbevelingen in het rapport U geeft ons tien aanbevelingen. Hieronder gaan wij daar nader op in. 1. Neem bij het formuleren van de beleidsdoelstellingen op de onderliggende thema’s ook expliciet doelstellingen op het gebied van leefbaarheid in kleine kernen mee. Leefbaarheid in de kleine kernen is en blijft een belangrijk terugkerend thema binnen onze gemeente binnen al onze beleidsterreinen. Het is een goede suggestie om het thema explicieter te benoemen bij het formuleren van beleidsdoelstelling op de onderliggende thema’s. 2.

Besteed meer aandacht aan de evaluatie van projecten en initiatieven op het gebied van leefbaarheid in de kleine kernen. Kijk samen met de kernen naar de geleerde lessen en hoe deze in de toekomst meegenomen kunnen worden in het kleine kernenbeleid. De evaluatie van projecten en initiatieven komt steeds nadrukkelijker op onze agenda. Leren en ontwikkelen is één van onze drie aandachtspunten in de organisatie ontwikkeling. 3. Organiseer meer overzicht en samenhang in de verschillende budgetten met middelen, gericht op behoud en vergroten van de leefbaarheid in de kleine kernen, zodat sneller en slimmer (integraler) passende financiering gevonden kan worden voor lokale initiatieven.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

44/49

Er vindt op dit moment een herijking plaats van alle subsidies. Uit de opgehaalde informatie komt de wens naar meer samenhang in subsidies en middelen ook naar voren. Deze wens wordt ook met de raad gedeeld. 4. Blijf in gesprek met inwoners om de eigen invulling van het thema leefbaarheid te laten aansluiten aan de invulling en prioritering van de inwoners. Hierbij is belangrijk om steeds de tevredenheid met de leefbaarheid te meten. 5. Blijf inwoners betrekken bij de leefbaarheidsvraagstukken, waarbij aandacht besteed moet worden aan de integraliteit van aanpak bijvoorbeeld met betrekking tot fysieke omgeving. Zorg daarbij voor het behoud van ontmoetingsplekken en van basisscholen. Deze beide aanbevelingen nemen wij in één reactie mee. Binnen onze gemeente staat participatie van inwoners op alle terreinen hoog op de agenda. Deze aanbevelingen interpreteren wij als een aansporing om door te gaan waar wij al mee bezig zijn. De vraag van onderop, de wensen in initiatieven van inwoners en het leveren van maatwerk staan voor ons centraal. Begin 2021 wordt er op initiatief van de gemeenteraad gestart met een digitaal burgerpanel. 6. Werk aan borging van de kennis en de netwerken van de ambtenaren betrokken bij het leefbaarheidsthema. Dit kan bijvoorbeeld door de verbinding te leggen vanuit de contactambtenaar met de verschillende beleidsdomeinen.

Er worden stappen gezet gemaakt om het thema leefbaarheid breed uit te dragen. Wij delen met u dat het belangrijk is dat kennis en de netwerken van de desbetreffende ambtenaren geborgd wordt. Het is belangrijk dat er voldoende mensen binnen de organisatie zijn die affiniteit, kennis en aandacht met dit thema hebben. 7. Houd rekening met de belasting van de vrijwilligers uit de kleine kernen. Denk na over manieren om hun inzet te faciliteren in tijd of vergoeding. Als er overleg nodig is, probeer dit dan zoveel mogelijk buiten kantooruren te plannen, en als er vanuit meerdere thema’s inspraak nodig is, dit zoveel mogelijk per moment te clusteren. Dit signaal is bij ons bekend. Wij proberen hier al zo veel mogelijk rekening te houden bij het plannen van bijeenkomsten, enquêtes etc. Overleg met vrijwilligers vindt ook nu al zoveel mogelijk in de avonduren plaats. 8. Geef tijdige en heldere terugkoppeling richting inwoners als er inspraak is gevraagd vanuit de gemeente, of als er financiering of vergunningen aan de gemeente gevraagd worden. Wij proberen altijd tijdig en helder terug te koppelen. Uit de rapportage blijkt dat inwoners dat niet altijd ervaren. Wij nemen deze aanbeveling ter harte en zullen hier op toe zien. 9. Reflecteer als gemeenteraad op de gewenste rol.

Kijk goed naar de mogelijke effecten hiervan: niet-kaderstellend zoals nu te werk gaan, kan bijvoorbeeld betekenen, dat er achteraf meer energie gestoken moet worden in de controlerende rol of dat er minder scherp geagendeerd kan worden. Wij zullen deze aanbeveling met de raad bespreken en nagaan wat de raad nodig heeft om kaders te kunnen stellen, zodat de controlerende taak gemakkelijker uitgevoerd kan worden. 10. Stel je als gemeenteraad op de hoogte van de leefbaarheidsthematiek in de kleine kernen, met name om inwoners te vertegenwoordigen waarvan de contacten richting bestuur of ambtenaren minder goed zijn.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

45/49

Ook deze aanbeveling zullen wij bespreken met de raad en nagaan wat de raad nodig heeft om kaders te kunnen stellen, zodat de controlerende taak gemakkelijker uitgevoerd kan worden. Tenslotte We zien uit naar de behandeling van het rekenkamerrapport in de raad en hopen u voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte,

de secretaris Karin Cornelissen

de burgemeester Martijn Dadema

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

46/49

8

Nawoord

Dit nawoord is, zoals gebruikelijk bij onderzoeken van de rekenkamercommissie Raalte, een reactie op het bestuurlijk hoor en wederhoor van het college van burgemeester en wethouders. Uit de bestuurlijke reactie blijkt, dat het college de conclusies van de rekenkamercommissie onderschrijft en verheugd is over de tevredenheid van de geïnterviewde bewoners. Dat het college daarbij de hoge score van Luttenberg ten onrechte als de score van alle kernen neemt, schrijven wij graag toe aan enthousiasme over dit resultaat. De rekenkamercommissie constateert, dat in de bestuurlijke reactie alle aanbevelingen worden onderschreven en dat er deels al uitvoering aan wordt gegeven. Daarbij de aantekening, dat het overnemen van een aanbeveling niet altijd geconcretiseerd wordt. Wel met bijvoorbeeld de opzet van een digitaal burgerpanel, niet met de aanbeveling onder punt 5 ( “Zorg daarbij voor het behoud van ontmoetingsplekken en van basisscholen”) of punt 7 (“Denk na over manieren om hun inzet te faciliteren in tijd of vergoeding”). Toch zijn wij blij met deze bestuurlijke reactie op de conclusies en aanbevelingen. Ook willen we nogmaals alle betrokkenen uit de ambtelijke organisatie bedanken voor de constructieve medewerking.

Wij wensen de raad en bestuurders veel wijsheid toe bij de verdere besluitvorming over de leefbaarheid in de kleine kernen van Raalte en hopen met dit rapport daar een bijdrage aan geleverd te hebben.

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

47/49

9

Bijlage 1: Literatuurlijst ▪

Actieplan zelfstandig thuis wonen, september 2017

▪

Concept-Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

▪

Factsheet kernopgave 2 - Toekomstbestendige wijken en dorpen

▪

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan

▪

Leefbarometer via https://www.leefbaarometer.nl/page/leefbaarometer

▪

Memo analyse bestaand beleid versus Horizon Raalte 2040

▪

Overzicht acties opbouwwerk WijZ Welzijn 2019 en 2020

▪

Prestatieafspraken Raalte - Kaderafspraken 2017-2021 en Jaarafspraken 2020

▪

Programmabegroting 2020 en meerjarenraming 2021-2023

▪

Quick Scan Lokale Democratie, 2020

▪

Roalter Akkoord 2018-2022

▪

Structuurvisie Raalte 2025+ ‘de kracht van de kernen’ (vastgesteld in 2012)

▪

Subsidieregeling Sociaal Beleid 2020

▪

Transformatieplan Doen wat nodig is voor onze inwoners, 2019

▪

Verkeersagenda 2019-2020

▪

Visie en uitvoeringsplan woonservicegebieden gemeente Raalte, 2011

▪

Woonvisie Gemeente Raalte 2016 tot en met 2020

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

48/49

10

Bijlage 2: Lijst met geïnterviewden De volgende personen zijn geïnterviewd en worden in het rapport geciteerd. Wanneer ze namens een externe organisatie of als betrokkene zijn benaderd, worden hier niet de namen vermeld, maar alleen de groep namens welke ze hebben gereageerd. ▪

Beleidsmedewerker domein samenleving: Truus Klein Wolterink

▪

Contactfunctionaris kernen: Henny Huis in ’t Veld

▪

Focusgroep raadsleden: Egbert den Daas, Ralph Mulders, Peter van Savoijen, Teun Schuurkamp, Johan Seekles

▪

4 focusgroepen geselecteerde dorpskernen met een vertegenwoordiging van Kernteams, Plaatselijk Belang, multi-functionele accommodaties (MFA’s), culturele verenigingen, sportverenigingen, kerken en scholen.

▪

o

Laag Zuthem: 6 deelnemers

o

Luttenberg: 6 deelnemers

o

Mariënheem: 6 deelnemers

o

Nieuw Heeten: 4 deelnemers

Passanten geselecteerde dorpskernen. o

Laag Zuthem: 2 deelnemers

o

Luttenberg: 6 deelnemers

o

Mariënheem: 4 deelnemers

o

Nieuw Heeten: 3 deelnemers

______________________________________________________________________________ 1 december 2020 | eindtrapport | Tot de kern | rkc Raalte

49/49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=71f90c0e-5b3e-40ba-8fa5-feb41093269c