CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage V - Ontwerp-Zienswijzennota Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (2)

Informatievoorziening raad 19 maart 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Ontwerp Omgevingsvisie- en verordening provincie Overijssel77.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 9

Hier wordt ingegaan op de negatieve invloed van onder andere opwekking van duurzame energie met windturbines.Echter, de visie maakt geen expliciete melding van de noodzaak tot afstemming van geluidsregimes met debeheerder van hoogspanningsinfrastructuur, met name in de directe omgeving van hoogspanningsstations.Dit is essentieel om toekomstige knelpunten te voorkomen en de ongestoorde werking van deze crucialeinfrastructuur te waarborgen.

Hoogspanningsinfrastructuur is naast infrastructuur voor o.a. warmte, bioof groengas en in de toekomst waterstof essentieel voor de energietransitie. In paragraaf 2.6 van de Omgevingsvisie benadrukken we de noodzaak van het aanpassen van het energiesysteem. In de Energievisie is dat verder uitgewerkt. Voor het provinciale kaartmateriaal van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening hanteren we als uitgangspunt voor het weergeven van nieuwe ontwikkelingen: 'pas op de kaart als het er staat". De huidige netstructuren staan op kaart en de toekomstige of indicatieve ontwikkelingen vermelden we op de kaart als ze gerealiseerd zijn. Ons provinciaal kaartmateriaal zal altijd achterlopen op nieuwe ontwikkelingen. Dit is geen belemmering omdat gemeenten de ruimte hebben om op basis van de feitelijke omstandigheden te beoordelen hoe de provinciale kaders in het concrete geval toegepast moeten worden. Als de provincie via het vooroverleg heeft laten weten dat de nieuwe ontwikkeling akkoord is, is dat voldoende garantie dat de provincie verderop in de procedure zal meewerken aan de ontwikkeling. Daarvoor is het niet nodig dat de nieuwe ontwikkeling alvast op het kaartmateriaal van de provincie gezet wordt. Wij gaan er vanuit dat u met het uitvoeringsprogramma de Uitvoeringsagenda van de Energievisie, de energiestrategie Twente en de Energietafel West Overijssel bedoeld.

Deze gemeenschappelijke agenda is nog in ontwikkeling. Wij waarderen de bijdrage die u daaraan levert. De agenda kan en zal waarschijnlijk tot diverse vormen van samenwerking leiden. Dat de netbeheerders daar een rol in krijgen is logisch en zeer wenselijk. Daarnaast zal de samenwerking met u in de Energyboard en de onderliggende werkgroep uiteraard worden voortgezet. Wij waarderen de lopende samenwerking met de netbeheerders en benoemen het belang van samenwerking met 'partners' op diverse plekken in de Omgevingsvisie. Daaronder moet zeker ook de samenwerking met de netbeheerders gevat worden. Wij danken u voor dit compliment en nemen uw suggesties ter harte.

Nee

Wij zijn en blijven graag met u in gesprek over de noodzakelijke ontwikkelingen in de energie-infrastructuur en de wijze waarop dit in ruimtelijke plannen of uitwerkingen wordt opgenomen.

Nee

De Omgevingsvisie geeft onze strategische doelen en ambities weer. Concretere uitwerking vindt plaats in gebiedsprocessen, projecten of bijvoorbeeld programma's. Wanneer er zich projecten rond de directe omgeving van hoogspanningsmasten voordoen, worden de effecten daarvan in de ruimtelijke procedures onderzocht en getoetst aan wettelijke kaders. Hierbij vindt uiteraard afstemming plaats met eigenaar/beheerders van de hoogspanningsinfrastructuur. Naast de bestaande kaders voor het beoordelen van geluid(soverlast) gaat het (ook) om een afweging op basis van een evenwichtige toedeling van functies.

Nee

Pagina 21 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

Nee

Nee

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/13

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025022530/14

9. Natuur en landschap

2025022530/15

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025022530/16

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025022530/17

9. Natuur en landschap

2025022530/18

Ontwikkelingen ter plaatse van onze assets. De visie schets diverse ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder de ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen en woningbouw. De visie stelt dat bij nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw of ruimte voor bedrijven in de groene omgeving, zorgvuldig moet worden afgewogen wat waar mogelijk is. Hoewel de visie het belang van ruimtelijke kwaliteit en zorgvuldige inpassing benadrukt, wordt geen specifieke vroege en continue afstemming met de beheerder van hoogspanningsinfrastructuur genoemd bij ruimtelijke plannen die de directe omgeving van hoogspanningsverbindingen en -stations betreffen. Vroege betrokkenheid stelt TenneT in staat om tijdig de potentiële impact te beoordelen, te adviseren over noodzakelijke veiligheidsafstanden en de toegankelijkheid voor onderhoud te garanderen. Klimaatadaptatie. De Omgevingsvisie schenkt aandacht aan het thema Water, bodem- en klimaatadaptatie. Vanuit het perspectief van hoogspanningsinfrastructuur is het cruciaal dat bij deze paragraaf concrete implementatie van deze maatregelen rekening wordt gehouden met de mogelijke effecten op zowel bovengrondse als ondergrondse infrastructuur, inclusief hoogspanningskabels en -stations. Vroege afstemming is noodzakelijk om veilige en technisch verantwoorde realisatie te waarborgen. Vogelweidegebieden.

In paragraaf 6.4 thema 'Natuur en landschap’ wordt ingegaan op beleid dat wordt ingezet om te werken aanvoldoende en kwalitatief goede leefgebieden voor weidevogels, akkervogels en overige agrarische natuur. Er is extra inzet voor specifiek weidevogelsoorten conform het Actieplan weide- en akkervogels. Gelet op dit actieplan missen wij een vertaalslag naar potentiële risico’s voor hoogspanningsverbindingen, zoals een stijging van draadslachtoffers en bemoeilijking van onderhoud. Als het gaat om bestaande akker- en weidevogelgebieden, verzoeken wij de provincie om te controleren of deze gebieden overlappen met hoogspanningsinfrastructuur en om eventuele omissies te herstellen. Waterretentiegebieden: Het is van belang dat bij de eventuele aanwijzing van waterretentiegebieden rekening wordt gehouden met de aanwezige hoogspanningsinfrastructuur en hierover afstemming plaatsvindt met TenneT. Wijzigingen in de ondergrond door vernatting kunnen gevolgen hebben voor de leveringszekerheid en veiligheid van hoogspanningsverbindingen. Versterken/verhogen waterkeringen. In het thema 'Water, bodem en klimaatadaptatie’ gaat de Omgevingsvisie in op doelen en opgaven op waterveiligheid en primaire waterkeringen. Indien er plannen zijn om waterkeringen te versterken of te verhogen binnen de belaste strook van een hoogspanningsverbinding, is voorafgaand overleg met TenneT noodzakelijk.

Dit is van belang om te toetsen of nog voldaan wordt aan veiligheidsnormeringen met betrekking tot de afstand tussen de ondergrond en de draden van de hoogspanningsverbinding. Natuurgebieden/Groen/NNN; In de paragraaf 6.4 'Natuur en landschap’ besteedt de Omgevingsvisie uitgebreid aandacht aan natuurbeleid,waaronder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de ontwikkeling en/of aanwijzing van natuurgebieden en groenstructuren is het essentieel om rekening te houden met de aanwezige hoogspanningsverbindingen. Binnen de belaste strook van zowel bovengrondse als ondergrondse verbindingen gelden beperkingen ten aanzien van beplanting om de leveringszekerheid, bereikbaarheid en veiligheid te waarborgen. Bij bestaande natuurgebieden en groenstructuren verzoeken wij de provincie om te controleren of deze overlappen met hoogspanningsinfrastructuur en om eventuele omissies te herstellen

In de Omgevingsverordening is een beleidsregel opgenomen (art 4.125) die stelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij sprake is van gebruik, productie of transport van energie, rekening gehouden moet worden met de effecten op het energiesysteem. In de onderbouwing van het omgevingsplan moet worden aangegeven hoe negatieve effecten op het energiesysteem voorkomen kunnen worden. Deze beleidsregel zal nader geduid worden in een handreiking voor gemeenten om duidelijk te maken hoe een dergelijke onderbouwing werkt. Daarbij duiden we dan ook de noodzaak tot afstemming met de netbeheerders. Dat geldt ook voor die gevallen waarbij het niet zozeer gaat om directe impact op het energiesysteem (via gebruik, productie of transport), maar om de indirecte impact als gevolg van ruimtelijk nabijheid bij de assets van Tennet. Dank voor uw reactie. Wij onderschrijven uw oproep voor vroegtijdige afstemming. In samenwerkingsverbanden als de Energy Board werken wij onder het spoor 'Sneller Bouwen' met uw organisatie en andere partners samen om vroegtijdige afstemming te realiseren.

Nee

Dank voor uw zienswijze. Wij waarderen uw aandacht voor mogelijke risico’s voor hoogspanningsverbindingen. Als er een projectbesluit ter inzage ligt informeren we altijd een aantal wettelijk voorgeschreven overlegpartners schriftelijk hierover, waaronder TenneT. We vragen TenneT om bij uitbreiding van de infra rekening te houden met de door de provincie aangewezen gebied voor natuur. In de toekomst worden hoogspanningsleidingen met uitzondering van 220 en 380kV ondergronds aangelegd. Dat voorkomt draadslachtoffers. Voor de bovengrondse leidingen moeten MER-studies verricht worden en komen op deze wijze de effecten op weidevogels aan bod. Wij danken u voor uw reactie. In het RWP werken we watergebiedsreserveringen waaronder waterretentiegebieden verder uit. In dit proces worden meerdere omgevingsaspecten, waaronder de door u ingebrachte punten, meegewogen.

Nee

In het RWP werken we watergebiedsreserveringen waaronder waterveiligheidsgebiedsreserveringen verder uit. In dit proces worden meerdere omgevingsaspecten, waaronder de door u ingebrachte punten, meegewogen.

Nee

Als er een projectbesluit ter inzage ligt informeren we altijd een aantal wettelijk voorgeschreven overlegpartners schriftelijk hierover, waaronder TenneT. We vragen TenneT om bij uitbreiding van de infra rekening te houden met de door de provincie aangewezen gebied voor natuur. In de toekomst worden hoogspanningsleidingen met uitzondering van 220 en 380kV ondergronds aangelegd. Dat voorkomt draadslachtoffers. Voor de bovengrondse leidingen moeten MER-studies verricht worden en komen op deze wijze de effecten op weidevogels aan bod.

Nee

Pagina 22 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/19

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025022530/20

21. Overige opmerkingen

2025022530/21

Kleinschalige windturbines (erfmolens) en windturbines. De Omgevingsvisie gaat in paragraaf 6.2 ‘Klimaatmitigatie en energie(transitie)’ in op het opwekken van duurzame energie, specifiek op het onderdeel windenergie. Er wordt gesteld dat wordt ingezet op clustering, waarbij binnen de voorkeursgebieden geen eisen gesteld worden aan de omvang van de windturbineopstellingen. Buiten de voorkeursgebieden zijn alleen clusters van minimaal 4 windturbines toegestaan. Een uitzondering hiervoor is voor bedrijventerreinen. Erfmolens vallen niet onder de clustereis, aldus de visie. Verder gelden er in bepaalde gebieden beperkingen voor het oprichten van windturbines, zoals in het NNN, de Nationale Landschappen en beperkingsgebieden. De Omgevingsvisie staat dus kleinschalige windturbines toe. Het is van belang dat duidelijke richtlijnen worden opgenomen die de belangen van de aanwezige hoogspanningsinfrastructuur hierin meewegen en dat TenneT wordt geconsulteerd bij concrete initiatieven in de buurt van haar assets. Wanneer windturbines in de omgeving van een hoogspanningsverbinding worden gepland, is het noodzakelijk om bij de gebiedsaanwijzing rekening te houden met het Handboek Risico Zonering Windturbines. Wij verzoeken de provincie om in de Omgevingsvisie op te nemen dat voldaan dient te worden aan de richtlijnen van HRW2020.

Dit handboek kunt u downloaden op de site van 'Informatiepunt Leefomgeving’. Indien niet aan de in het handboek genoemde afstanden kan worden voldaan adviseren wij u om contact opte nemen met TenneT via ruimtelijkeplannen@tennet.eu Bedrijventerreinen: De Omgevingsvisie beschrijft de ontwikkeling van bedrijventerreinen in paragraaf 6.8. 'Ondernemen, werken,voorzieningen en logistiek’. Bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen is het van belang te overwegen om een uitsluiting van Seveso-inrichtingen (voorheen BRZObedrijven) in de directe nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur op te nemen vanwege mogelijk brand- of explosiegevaar. De Omgevingsvisie behandelt externe veiligheid (omgevingsveiligheid) in relatie tot opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen (p.132). Hoewel assets van TenneT niet direct onder deze wetgeving vallen, is het van belang om rekening te houden met de invloed van het falen van masten op de omgeving, zoals andere hoogspanningsverbindingen of buisleidingen. Vooroverlegpartner: Wij waarderen het dat TenneT reeds in de praktijk als vooroverlegpartner bij ruimtelijke plannen wordt betrokken en zien dit als een belangrijke basis voor een constructieve samenwerking.

Graag zouden wij deze relatie met de provincie behouden en waar mogelijk versterken, met name als het gaat om plannen en beleidsdocumenten die relevant zijn voor het landelijke hoogspanningsnet. Een continue en vroege betrokkenheid van TenneT als vooroverlegpartner is van cruciaal belang om de veiligheid en leveringszekerheid van de hoogspanningsinfrastructuur te waarborgen en de plannen optechnische uitvoerbaarheid te kunnen beoordelen. Plannen of documenten in het kader van bovenstaande kunnen gestuurd worden naar ruimteliikePlannen@tennet.eu. Hierbij tevens het verzoek om dit e-mailadres binnen uw provincie op te nemen of opgenomen te houden. Eveneens kan via hetzelfde e-mailadres een overleg worden aangevraagd of vragen worden gesteld. Wij verzoeken het College van Gedeputeerde Staten om deze belangen van TenneT zorgvuldig teoverwegen bij de verdere uitwerking en vaststelling van de Omgevingsvisie.

Bedankt voor uw zienswijze. Voor erfmolens staan reeds duidelijke instructies in de Omgevingsverordening. Alles dat geen erfmolen is, wordt gezien als windturbine. Alle windturbines (niet zijnde erfmolens) moeten voldoen aan de clustereis buiten de voorkeursgebieden. Wij zijn bekend met het handboek risico zonering windturbines maar nemen dit niet op in de Omgevingsvisie. Bij de uitwerking van een concreet windpark krijgt dit vanzelfsprekend aandacht.

Nee

U wijst ons op het belang om bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen planologisch te regelen dat Seveso-inirichtingen niet in de nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur worden gevestigd. Op Seveso-inrichtingen zijn algemene rijksregels van toepassing die door de gemeenten moeten worden toegepast in de planologische procedures of het opstellen van het omgevingsplan. Als provincie beoordelen wij de omgevingsplannen.

Nee

Dank voor uw zienswijze, wij werken ook graag met u verder aan de opgaven van de provincie Overijssel.

Nee

Pagina 23 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

2025-022938 Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

19. Kaartbijlage

2025022938/1

1.1 Hierbij hebben wij een kaart uit de ontwerp-Omgevingsvisie Overijssel 'Overijssel voor en met elkaar' toegevoegd. Wij hebben onze bedrijfslocatie omcirkeld. 1.2 Onze zienswijze richt zich op het rechthoekige witte vlak binnen de cirkel. Dit witte vlak behoort dezelfde kleur te hebben als het aansluitende lichtgroene/beige deel. Het witte vlak is namelijk ook landbouwgebied (reguliere landbouwgrond).1.3 Algemeen willen wij benadrukken dat, zowel het lichtgroene/beige vlak als het witte rechthoekige vlak, landbouwgebied (reguliere landbouwgrond) betreft.

Bedankt voor uw zienswijze. Onze Omgevingsvisie en Omgevingsverordening doen geen uitspraken over wat u wel of niet mag verbouwen op uw percelen. Onze Omgevingsverordening heeft wel invloed op de condities voor het gebruik van uw percelen. Zo stelt de provincie omgevingswaarden voor wateroverlast. Dat zijn normen waarmee het waterschap rekening moet houden bij het reguleren van de (grond)waterstand in het gebied. De omgevingswaarden geven bijvoorbeeld aan hoe groot de gemiddelde kans op overstroming mag zijn. Door deze zogenaamde 'gebiedsaanduidingen' weet het waterschap waar welke normen gelden. De aanduidingen ‘grasland’ en ‘laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen’ die u in de Omgevingsverordening bent tegengekomen, horen bij instructies aan de waterschappen om wateroverlast te beperken. Voor u als gebruiker van de gronden is het goed om te weten dat het waterschap voor gronden met de aanduiding ‘grasland’ rekening moet houden met een andere norm dan voor ‘laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen’. U kunt daar vervolgens weer rekening mee houden in het gebruik van uw gronden.

Nee

19. Kaartbijlage

2025022938/2

In het huidige ontwerp-Omgevingsvisie en -Omgevingsverordening wordt de suggestie gewekt dat de beschreven delen/gebieden/percelen geen landbouwgebied oftewel geen reguliere landbouwgrond is.

Bedankt voor uw zienswijze. Onze Omgevingsvisie en Omgevingsverordening doen geen uitspraken over wat u wel of niet mag verbouwen op uw percelen. Onze Omgevingsverordening heeft wel invloed op de condities voor het gebruik van uw percelen. Zo stelt de provincie omgevingswaarden voor wateroverlast. Dat zijn normen waarmee het waterschap rekening moet houden bij het reguleren van de (grond)waterstand in het gebied. De omgevingswaarden geven bijvoorbeeld aan hoe groot de gemiddelde kans op overstroming mag zijn. Door deze zogenaamde 'gebiedsaanduidingen' weet het waterschap waar welke normen gelden. De aanduidingen ‘grasland’ en ‘laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen’ die u in de Omgevingsverordening bent tegengekomen, horen bij instructies aan de waterschappen om wateroverlast te beperken. Voor u als gebruiker van de gronden is het goed om te weten dat het waterschap voor gronden met de aanduiding ‘grasland’ rekening moet houden met een andere norm dan voor ‘laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen’. U kunt daar vervolgens weer rekening mee houden in het gebruik van uw gronden.

Nee

19. Kaartbijlage

2025022938/3

Onze zienswijzen richten zich met betrekking tot zowel het ontwerpOmgevingsvisie als -Omgevingsverordening tot het op de kaarten ontbreken van een duidelijke correcte omschrijving. In alle gevallen betreft het landbouwgebied/reguliere landbouwgrond.

Bedankt voor uw zienswijze. Onze Omgevingsvisie en Omgevingsverordening doen geen uitspraken over wat u wel of niet mag verbouwen op uw percelen. Onze Omgevingsverordening heeft wel invloed op de condities voor het gebruik van uw percelen. Zo stelt de provincie omgevingswaarden voor wateroverlast. Dat zijn normen waarmee het waterschap rekening moet houden bij het reguleren van de (grond)waterstand in het gebied. De omgevingswaarden geven bijvoorbeeld aan hoe groot de gemiddelde kans op overstroming mag zijn. Door deze zogenaamde 'gebiedsaanduidingen' weet het waterschap waar welke normen gelden. De aanduidingen ‘grasland’ en ‘laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen’ die u in de Omgevingsverordening bent tegengekomen, horen bij instructies aan de waterschappen om wateroverlast te beperken. Voor u als gebruiker van de gronden is het goed om te weten dat het waterschap voor gronden met de aanduiding ‘grasland’ rekening moet houden met een andere norm dan voor ‘laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen’. U kunt daar vervolgens weer rekening mee houden in het gebruik van uw gronden.

Nee

Pagina 24 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Wijziging Omgevingsvisie

19. Kaartbijlage

2025022938/4

Wij vragen u hierbij om de hiervoor beschreven delen/gebieden/percelen vanaf heden enkel als een geheel te omschrijven, namelijk landbouwgebied/reguliere landbouwgrond (zonder enige beperking), zodat wij niet jaarlijks zienswijzen hoeven in te dienen

Bedankt voor uw zienswijze. Onze Omgevingsvisie en Omgevingsverordening doen geen uitspraken over wat u wel of niet mag verbouwen op uw percelen. Onze Omgevingsverordening heeft wel invloed op de condities voor het gebruik van uw percelen. Zo stelt de provincie omgevingswaarden voor wateroverlast. Dat zijn normen waarmee het waterschap rekening moet houden bij het reguleren van de (grond)waterstand in het gebied. De omgevingswaarden geven bijvoorbeeld aan hoe groot de gemiddelde kans op overstroming mag zijn. Door deze zogenaamde 'gebiedsaanduidingen' weet het waterschap waar welke normen gelden. De aanduidingen ‘grasland’ en ‘laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen’ die u in de Omgevingsverordening bent tegengekomen, horen bij instructies aan de waterschappen om wateroverlast te beperken. Voor u als gebruiker van de gronden is het goed om te weten dat het waterschap voor gronden met de aanduiding ‘grasland’ rekening moet houden met een andere norm dan voor ‘laaggelegen gebieden in beheergebied van Vechtstromen’. U kunt daar vervolgens weer rekening mee houden in het gebruik van uw gronden.

Nee

Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

4. Werken aan Brede Welvaart met Rode Draden

2025023039/1

Dank voor uw zienswijze en de positieve toon van uw reactie. We waarderen dat u het belang van maatwerk en gebiedsprocessen onderstreept. De Omgevingsvisie is inderdaad geen vaste blauwdruk, maar biedt ruimte voor lokale afwegingen. We delen uw zorg over inwoners die minder goed mee kunnen komen. Hoewel Overijssel gemiddeld hoog scoort op Brede Welvaart, blijven we ons inzetten voor een inclusieve leefomgeving waarin niemand wordt vergeten. Wat betreft de accenten in de groene omgeving: ook wij erkennen het belang van het water- en bodemsysteem als basis, ook voor landbouw. Dit is door ons ook betrokken bij het maken van onderscheid tussen de verschillende landbouwgebieden. Wij bieden daarbij ruimte voor maatwerk, waarbij het aan u is om bij functiewijziging aan te geven hoe het provinciaal beleid is betrokken in de afwegingen en te motiveren wanneer hiervan wordt afgeweken. We kijken uit naar verdere samenwerking met uw gemeente waarbij wij vroegtijdig in de planvorming in gesprek blijven.

Nee

2. Onze visie: Overijssel voor en met elkaar!

2025023039/2

Positief om te lezen dat de provincie het belang van gebiedsprocessen en maatwerk erkent en de visie niet als blauwdruk voor de komende jaren ziet. We herkennen de opgaven waar de provincie en wij als gemeente voor staan en zien net als u dat er veel in de leefomgeving staat te gebeuren. U geeft aan dat onze provincie hoog scoort op het gebied van brede welvaart. Dit is positief maar we vragen wel aandacht voor de groep inwoners die niet mee kan komen, deze groep wordt steeds groter. Op sommige onderdelen legt u als provincie andere accenten dan wij als gemeente in onze Omgevingsvisie doen. Deze zienswijze gaat in op deze accentverschillen. U geeft bijvoorbeeld aan, ruimte voor landbouw als belangrijk kader te hanteren voor wat wel en niet mogelijk is in het landelijk gebied: wij vinden ruimte voor landbouw ook van belang maar kiezen er bewust voor het water en bodemsysteem als basis te nemen (óók voor de landbouw). We waarderen het daarom dat in uw visie ruimte is voor flexibiliteit en maatwerk, waarbij u de lokale afwegingen respecteert. We onderstrepen het belang van samenwerking, juist in een vroeg stadium, en brengen dit graag met u in praktijk. Paragraaf 2.1 t/m 2.5. Bij het onderdeel gebiedseigen perspectief Salland missen we de koppeling met de Regio Zwolle waar Olst-Wijhe en Raalte onderdeel vanuit maken.

Waarbij de uitvoeringsprogramma's van het Novex gebied, als doorvertaling van de mede in uw opdracht opgestelde Verstedelijkingstrategie Regio Zwolle, een belangrijke rol spelen voor ontwikkelingen in Salland. De positieve grondhouding ten aanzien van bijvoorbeeld de dóórontwikkeling van Olst en Wijhe met hun stationsomgevingen sluiten hier goed bij aan, maar de regionale Sponsstrategie met bodem water sturend principe zien we graag nadrukkelijker naar voren komen. En geeft ons inziens ook onderbouwing aan de verdere ontwikkeling van Wesepe. Maar ook in de uitvoering van de Omgevingsvisie zien we de Novex programma's graag terugkomen. In dit kader noemen we ook het programmavoorstel Vitale Kernen/ gezonde buurten, dat samenhangend met het provinciale programma Leefbaar Platteland tot mooie resultaten in onze gemeente kan leiden. U spreekt over het natuurschoon en de ruimtelijke kwaliteit van Overijssel. Dit is een goede plek om het belang van het IJsselgebied als natuur- en recreatiegebied te benadrukken.

Dank voor deze opmerkingen. We hebben dit verwerkt in het gebiedseigen perspectief Salland.

Ja

2025-023039

Pagina 25 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Wijziging Omgevingsvisie

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023039/3

Paragraaf 2.6. Onder het kopje over hitte spreekt u over de effecten van de hoge temperaturen op het oppervlaktewater. Graag specifiek benoemen dat dit invloed heeft op de waterkwaliteit. Onder de kop "Water- en bodem sturend in de ruimtelijke inrichting" noemt u de maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving een hulpmiddel. Door deze verwoording wordt de significantie ervan erg afgezwakt. Het is een landelijke ambitie en dient voor meerdere provincies als basis voor concrete richtlijnen voor klimaatadaptief bouwen. U geeft aan dat u wilt afstappen van het gebruik van fossiele brandstoffen en veel daarvan gaat vervangen door hernieuwbare energie. Naar onze mening moet alles worden vervangen door hernieuwbare energie tot 2050, want ook de bijdrage van warmte, waterstof en biogas als aanvulling op de duurzame elektriciteit, worden beschouwd als hernieuwbare energiebronnen.

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023039/4

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023039/5

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023039/6

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023039/7

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023039/8

Wat betekenen de clusters voor zon op dak op de visiekaart? Betekent dit dat u alleen maar zon op dak in de dicht bebouwde gebieden toestaat? Er is geen uitleg over regels hierover, op deze wijze is de toevoeging van zon op dak op de visiekaart niet van toegevoegde waarde.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie) 7. Klimaatmitigatie en energie(transitie) 7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023039/9 2025023039/10 2025023039/11

Uw doelstelling is om klimaatneutraal te zijn, maar u geeft hier geen definitie van. Hoe gaat u de doelstelling meten en monitoren? Onder provinciale doelen en opgaven staat nog steeds 'broeikasemissie' ipv 'broekasgasemissie'. U geeft aan dat voor zonnepanelen op land uw doelstelling tot 2030 is behaald. Hoe gaat u om met de opgave tot 2050?

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023039/12

14. Mobiliteit en luchtvaart

2025023039/13

Paragraaf 2.7 Hoewel u de Regio Zwolle erkent als economische motor, ontbreekt het aan concrete aandacht voor de positie van kleine gemeenten binnen deze regio. Wij vragen om een integrale regionale aanpak waarin de bijdrage van gemeenten als Olst-Wijhe expliciet wordt gewaardeerd en ondersteund. Alleen zo kunnen we samen zorgen voor een economisch en sociaal vitaal regio-ecosysteem. Paragraaf 2.8 Voor het buitengebied focust u voornamelijk op autoverkeer. Andere vervoersmiddelen (fiets, OV, deelmobiliteit) worden niet/weinig genoemd in relatie tot het buitengebied (groen gebied). Inwoners van het buitengebied hebben aangegeven tevreden te zijn over de bereikbaarheid, maar dit sluit niet uit dat er gekeken kan worden naar andere vormen van mobiliteit in dit gebied.

De vraag naar elektriciteit wordt steeds groter omdat we voor bijvoorbeeld verwarming, transport en productieprocessen steeds meer overstappen naar elektriciteit. Hoe gaat u om met deze grotere vraag naar duurzame energie? Deze energie moet ook opgewekt worden: waarom dan een drastische beperking voor zon op land richting 2050 in combinatie met beperkingen voor windenergie buiten de voorkeursgebieden? Voor Olst-Wijhe betekent dit dat wij niet kunnen bijdragen aan deze toenemende duurzame stroombehoefte. Bij de visiekaart energie is niet duidelijk of deze visiekaart geldt voor de doelstellingen voor zon en wind -tot 2030 of ook voor 2050. In andere passages van deze Omgevingsvisie worden alleen de doelstellingen tot 2030 genoemd, doelstellingen voor 2050 voor wind en zon ontbreken. Ook de programmeringsafspraken zijn gekoppeld aan de doelstelling tot 2030.

De tekst in paragrafen 3.3 en 6.1 hebben we hierop aangepast.

Ja

Wij onderschrijven uw aandacht voor de maatlat. De maatlat heeft op dit moment geen wettelijke of verplichtende status. Wij sluiten aan bij deze landelijke lijn.

Nee

Dank voor uw zienswijze. Wij onderschrijven het belang van het overstappen naar hernieuwbare energie, in lijn met landelijke afspraken en wetgeving. In de Omgevingsvisie verwijzen wij naar onze Energievisie. Daarin geven wij aan op welke wijze wij willen vormgeven aan een energiesysteem dat overstapt van fossiele op duurzame energiebronnen en welke energiebronnen wij daarvoor willen inzetten. Wij zetten naast vervangen van fossiele brandstoffen in op het besparen van energie. Dank voor uw zienswijze. In de Omgevingsvisie verwijzen wij naar onze Energievisie. Daarin geven wij aan op welke wijze wij de toekomstige energievraag willen invullen met verschillende bronnen van duurzame energie. Wij maken ook een keuze voor inzet op een brede energiemix van elektriciteit, warmte, waterstof en biogas. Bij de herijking van de Energievisie in 2028 bepalen we welke technieken, buiten zon op dak, na 2030 een rol in gaan spelen voor het invullen van de restopgave voor elektriciteitsproductie. Dank voor uw zienswijze. In de Omgevingsvisie verwijzen wij naar onze Energievisie. Daarin geven wij aan op welke wijze wij de toekomstige energievraag willen invullen met verschillende bronnen van duurzame energie. Wij maken ook een keuze voor inzet op een brede energiemix van elektriciteit, warmte, waterstof en biogas.

Bij de herijking van de Energievisie in 2028 bepalen we welke technieken, buiten zon op dak, na 2030 een rol in gaan spelen voor het invullen van de restopgave voor elektriciteitsproductie. Dank voor uw vragen. De clusters geven een indicatie waar het potentieel voor zonne-energie op daken groot is, bijvoorbeeld vanwege veel geschikte dakoppervlakken. De weergave van deze clusters betekent niet dat zon op dak buiten de dicht bebouwde omgeving niet is toegestaan. In principe zijn zonnepanelen op daken door heel Overijssel gewenst en mogelijk. De regels voor zon op dak zijn vastgelegd in het beleidskader en de Omgevingsverordening. Dank voor uw vraag. Het is inderdaad te meten en te monitoren. Wij sluiten hierbij aan bij de landelijke definities en monitoringsnetwerken. Dit is een redactionele fout en hebben we aangepast.

Nee

Dank voor uw vraag. In de Omgevingsvisie verwijzen wij naar onze Energievisie. Daarin geven wij aan op welke wijze wij de toekomstige energievraag willen invullen met verschillende bronnen van duurzame energie. Wij maken ook een keuze voor inzet op een brede energiemix van elektriciteit, warmte, waterstof en biogas. Bij de herijking van de Energievisie in 2028 bepalen we welke technieken, buiten zon op dak, na 2030 een rol in gaan spelen voor het invullen van de restopgave voor elektriciteitsproductie. Wij onderschrijven dat ook de kleinere gemeenten en kernen in Overijssel een belangrijke bijdrage leveren aan de economische en sociale vitaliteit van de provincie/regio. We hebben dit verduidelijkt in paragraaf 2.7 van onze Omgevingsvisie.

Nee

We zijn het eens met uw reactie. Bij de passage over tevredenheid met betrekking tot de bereikbaarheid bij inwoners in de groene omgeving benoemen we de opgaven waar we voor staan. Naar aanleiding van uw zienswijze hebben we in de afsluitende alinea van paragraaf 2.8 expliciet de groene omgeving benoemd.

Ja

Pagina 26 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

Nee

Nee Ja

Ja

14. Mobiliteit en luchtvaart

2025023039/14

U spreekt niet over het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. Dit is een landelijk programma waarbij gefocust wordt op risicogestuurde aanpak. Provincie en gemeenten hebben hier uitvoeringsplannen voor opgesteld, om de kruispunten en wegvakken met een verhoogd ongevalrisico veiliger te maken. Voor groei van recreatie is goede bereikbaarheid en voorzieningen van belang. Wij vragen uw ondersteuning hierin, afgestemd op schaal en karakter van het recreatiegebied (zoals het IJsselgebied in Olst-Wijhe).

15. Vrije tijd, recreatie en toerisme

2025023039/15

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/16

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023039/17

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/18

Er is een discrepantie tussen de gebieden waar wij voorrang geven aan de landbouw en waar u dit doet. Dit is bij u bekend maar via deze zienswijze vragen wij hier nogmaals aandacht voor.

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/19

U heeft veel mooie ambities voor een robuuste en toekomstbestendige landbouw. Om deze ambities te bereiken wordt 'de bal' bij de ondernemers en de keten gelegd. Wij vragen ons af of dit niet te vrijblijvend is en verwachten dat er meer sturing nodig is, met bijbehorende (financiële) middelen vanuit de overheid.

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/20

Wij onderschrijven dat er veel aandacht is voor de rol van de landbouw in relatie tot voedselzekerheid, maar we weten ook dat er sprake is van relatief veel "feed" en minder "food". Wij verzoeken u meer sturing te geven aan de wijze waarop deze transitie gestimuleerd gaat worden.

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/21

Paragraaf 2.10. In deze paragraaf noemt u de negatieve effecten van onder andere de landbouw (stikstof, nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen, verdroging) op kwetsbare natuur. We missen de link andersom, in de alinea over de landbouw wordt niet in zulke specifieke bewoordingen aandacht besteed aan deze effecten.

Paragraaf 2.9. U geeft aan dat de landbouwsector in onze provincie voor grote opgaven staat. Deze hebben vooral te maken met de noodzaak om de effecten van landbouwactiviteiten op natuur, milieu en klimaat terug te brengen tot binnen de wettelijke grenzen. Wij vragen ons af of u niet meer kunt doen dan wat binnen de wettelijke grenzen mogelijk is. Wij zoeken graag de samenwerking met u op om gezamenlijk meer te doen om Overijssel gezond en leefbaar te houden. In deze paragraaf (2.9) missen we de positie van water en bodem sturend. Voor ons is dit de basis, u noemt het als één van de factoren die invloed hebben op de landbouw.

In paragraaf 6.9 van de Omgevingsvisie benoemen we de specifieke doelen en opgaven op gebied van bereikbaarheid. Hier benoemen we ook het strategisch plan verkeersveiligheid.

Nee

Wij zijn het met u eens dat goede bereikbaarheid en voorzieningen belangrijke randvoorwaarden zijn voor de geleiding en spreiding van recreatie. Routestructuren voor varen, wandelen, fietsen en ruiters zijn van groot belang voor de recreatiebehoefte van eigen inwoners en die van inkomende gasten. Vanaf 2013 ligt het beheer en onderhoud van routestructuren bij gemeenten. Wel bekijken we hoe het thema routestructuren kunnen integreren met opgaven voor infrastructuur, wonen en de groene omgeving. Daarover blijven we graag met gemeenten in gesprek. U vraagt ons meer te doen dan binnen de wettelijke grenzen mogelijk is. Wij houden ons aan de wet, maar zetten ons voor de landbouw al bovenwettelijk in. Dit doen wij door o.a. het Proefproject belonen duurzame landbouwers (2025-2028), overgangsvergoeding voor de overstap naar biologische landbouw, stimuleren van agroforestry, nieuwe teelten en de ondersteuning van de PAS melders.

Nee

Wij hebben 'water en bodem sturend in de ruimtelijke inrichting' als een van de vier Leidende Principes in onze Omgevingsvisie opgenomen. Het thema is daarmee naar onze mening voldoende zwaar aangezet. Omwille van de leesbaarheid proberen we herhaling van teksten te vermijden. U geeft aan dat de provinciale begrenzing van de landbouwgebieden niet gelijk ligt aan de begrenzing die de gemeente gebruikt. Vanuit de Omgevingswet wordt van gemeenten gevraagd om rekening te houden met provinciaal beleid. De begrenzing van onze landbouwgebieden is richtinggevend voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar laat ruimte voor lokale interpretatie. We zijn terughoudend met het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor andere functies dan landbouw in landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen (nee, tenzij). U vraagt zich in uw zienswijze af of niet meer sturing vanuit de provincie nodig is op landbouw. Als provincie zetten we juist graag de ondernemer in zijn kracht. Hierdoor ontstaat er meer draagvlak en motivatie. Boeren voelen zich serieus genomen en nemen zelf verantwoordelijkheid, wat leidt tot duurzamere en innovatievere oplossingen. Door ruimte te geven voor maatwerk, kunnen boeren maatregelen kiezen die passen bij hun unieke situatie. Dit vergroot de effectiviteit van het beleid.

Vrijheid stimuleert innovatie: boeren durven te experimenteren met nieuwe teelten en technieken, wat de transitie naar een toekomstbestendige landbouw versnelt. Het ondernemerschap wordt versterkt doordat boeren strategisch nadenken over hun bedrijfsvoering en toekomst. Dit vergroot hun veerkracht. Tot slot bevordert deze aanpak samenwerking en kennisdeling tussen boeren en ketenpartners, wat leidt tot collectieve vooruitgang. U vraagt ons meer sturing te geven in de transitie tussen feed en food. Wij kunnen en willen niet voorschrijven welk gewas wordt verbouwd op een perceel. De kaders voor gewaskeuze liggen binnen het gemeentelijk omgevingsplan en de kaders van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Wij stimuleren door middel van subsidies, ketenontwikkeling, kennisdeling en gebiedsbeleid de transitie naar duurzame teelten wel, hieronder vallen ook biobased teelten. U vraagt om de negatieve effecten van natuur op de landbouw te benoemen. Wij kiezen ervoor om in beeld te brengen waar vanuit lokale omstandigheden meer of minder invloed is op de landbouwmogelijkheden. Op basis daarvan hebben wij een onderscheid in twee type landbouwgebieden gemaakt. Nabij natuurgebieden staat dit benoemd als landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven. In deze gebieden is het nodig om de bedrijfsvoering af te stemmen op de specifieke omstandigheden.

Nee

Pagina 27 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/22

Water en bodem sturend wordt als onmisbaar systeem genoemd voor natuurbehoud en ontwikkeling. Dat is positief en sluit aan bij de Omgevingsvisie van Olst-Wijhe. Wat is volgens u de invloed hiervan op de landbouw?

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/23

In de paragraaf over natuur heeft u veel aandacht voor manieren om natuur te beschermen en te herstellen, tegelijk heeft u in de paragraaf over landbouw relatief weinig aandacht voor maatregelen om natuurinclusief te boeren. Het voelt als tegengestelde visies.

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/24

Er wordt voor de landbouw onderscheid gemaakt in generieke en gebiedspecifieke gebieden. Dit onderscheid vinden we niet terug in de paragraaf natuur/landschap. De doelen die op natuur en landschap worden gesteld, zijn lastiger te behalen in de gebieden met generieke opgaven. Hoe gaat u hier in de praktijk mee om?

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023039/25

3. Leidende Principes en Redeneerlijn 3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023039/26 2025023039/27

4. Werken aan Brede Welvaart met Rode Draden

2025023039/28

Paragraaf 3.2 Wij vragen u kernenergie niet te refereren als duurzaam maar als C02 besparend, bijvoorbeeld door op te nemen "duurzame en/of C02 besparende opwek van energie". Bij de inzet van kernenergie wordt, net als bij hernieuwbare energieën, minder C02 uitgestoten, vergeleken met het gebruik van fossiele brandstoffen. Echter, door de bijkomende nucleaire afval (waarmee wij komende generaties automatisch gaan opzadelen vanwege de lange halfwaardetijd), kan deze vorm van energie moeilijk als duurzaam worden beschouwd. De definitie van duurzaamheid die door de Verenigde Naties is vastgesteld (Our Common Future, 1987) luidt namelijk:"Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen". Paragraaf 3.3. In deze paragraaf missen we de verwijzing naar de Regionale Sponsstrategie. Paragraaf 3.4. U benoemt in de visie wel "DSS-regio's" (DeventerStedendriehoek-Zwolle), maar het perspectief van kleinere gemeenten binnen die regio blijft vaag. De samenwerking lijkt gericht op stedelijke schaal en bovenlokale economische groei, zonder helder beleid voor ondersteuning van landelijke/kleine gemeenten als Olst-Wijhe. Voor ons is de positie voor kleinere gemeenten binnen de regio van belang.

Geen eenzijdige focus op centrumsteden, maar ook ruimte en maatwerk voor flankerend regionaal beleid. Paragraaf 4.3. Bij alle onderdelen in deze paragraaf geeft u aan dat u een stimulerende en ondersteunende rol wil pakken. Dat is een mooie ambitie. Wij zijn benieuwd naar de uitwerking hiervan. Hoe gaat de provincie bewegen stimuleren en bijvoorbeeld mantelzorgers en vrijwilligers ondersteunen?

4. Werken aan Brede Welvaart met Rode Draden

2025023039/29

We verzoeken u om specifiek aandacht te hebben voor de mentale gezondheid van agrariërs gezien de lastige positie waar zij in zitten. Wij zijn benieuwd welke rol u hierin gaat pakken.

U vraagt wat volgens ons de invloed is van water en bodem sturend op de landbouw. De voordelen van het centraal zetten van water en bodem sturend is dat we werken aan een robuust water en bodemsysteem. Zo willen we inspelen op doorzettende klimaatverandering en passen we de mogelijkheden voor de landbouw hierop aan. U merkt op dat in de teksten over landbouw relatief weinig aandacht wordt besteed aan natuur en dat dit overkomt als tegengestelde visies. Wij zien dat anders: er is wat ons betreft geen sprake van tegenstrijdige visies. Natuurinclusieve landbouw is zeker mogelijk, als een ondernemer daar bewust voor kiest. Het klopt dat we in de paragraaf natuur en landschap geen expliciete indeling hebben gemaakt tussen gebieden met generieke opgaven en gebiedsspecifieke opgaven. De doelen zijn gericht op de natuuropgaven, zowel binnen natuurgebieden als daarbuiten. In de gebieden met gebiedsspecifieke opgaven spelen er meerdere opgave voor water, klimaat en natuur. Hier liggen wat ons betreft kansen om te werken aan natuuropgaven. In de gebieden met generieke opgaven kan vrijwillig aan natuurdoelen worden bijgedragen. Bijvoorbeeld door het vrijwillig nemen van maatregelen die bijdragen aan de basiskwaliteit natuur.

We zijn terughoudend met het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor andere functies dan landbouw in landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen (nee, tenzij). We begrijpen uw vraag aangezien over dit onderwerp veel discussie is. Beleidsmatig, zowel in Nederland als binnen de EU, wordt kernenergie onder voorwaarden erkend als duurzaam. De EU erkent in haar beleidsdocument kernenergie als een transitieactiviteit die kan bijdragen aan het verminderen van CO₂-uitstoot en het versnellen van de uitfasering van fossiele brandstoffen. Dit rechtvaardigt het opnemen van kernenergie in beleidsstukken als duurzame energiebron, mits de context en voorwaarden helder worden benoemd.

Nee

De verwijzing die u hier mist hebben we in paragraaf 3.3 toegevoegd.

Ja

U geeft aan dat u in de beschrijving van Dagelijks Stedelijk Systeem het perspectief van kleinere gemeenten vaag vindt blijven. Met het begrip Dagelijks Stedelijk Systeem (DSS) bedoelen we het hele netwerk van grotere en kleinere kernen die samen het systeem vormen en daar een rol in hebben. Wat dit per DSS concreet betekent krijgt meer inhoud in de uitwerking in verstedelijkingsstrategie. Wij hebben we in paragraaf 3.4 van de Omgevingsvisie verduidelijkt.

Ja

Wij snappen dat u benieuwd bent naar de nadere uitwerking van het onderdeel Sociale Kwaliteit. Met ons beleid op Sociale kwaliteit geven we een impuls aan bewegen en toegankelijkheid. Hoe het ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers praktisch invulling krijgt, valt buiten de scope van deze Omgevingsvisie. In de uitvoering kan het Inspiratieboek Sociale kwaliteit helpen om initiatieven en daarmee de leefomgeving hierop beter in te richten. Dit Inspiratieboek is in februari 2026 gereed. Dank voor uw zienswijze en het onderstrepen van het belang van mentale gezondheid van agrariërs. We erkennen dat veel agrariërs zich in een complexe en soms kwetsbare positie bevinden. Hun mentale welzijn verdient dan ook de aandacht. Binnen de gebiedsprocessen van het programma Toekomst voor ons Platteland wordt hier aandacht aan besteed. In het programma Leefbaar Platteland zetten we in op een integrale benadering, waarbij niet alleen fysieke en economische aspecten worden meegenomen, maar ook sociale en mentale factoren.

Nee

Pagina 28 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

Nee

Nee

4. Werken aan Brede Welvaart met Rode Draden

2025023039/30

Uw ambitie is om gezondheidsverschillen terug te dringen. Hoe ziet u dit voor zich en welke samenwerking met andere partijen gaat u hiervoor aan? Daarnaast missen wij aandacht voor toegankelijkheid zodat mindervaliden ook goed mee kunnen doen.

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023039/31

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023039/32

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023039/33

Paragraaf 6.1 In deze paragraaf wordt hittestress niet benoemd en ligt de focus meer op het thema water, terwijl klimaatadaptatie wel wordt genoemd naast water en bodem. Hitte is hier een belangrijk onderdeel van. Bij klimaatrobuuste verstedelijking geeft u aan: "Gemeenten en initiatiefnemers vragen om bij renovatie of herbouw van bestaande bebouwing en infrastructuur op kwetsbare plekken de locatie of het ontwerp te heroverwegen". Hoe wordt hier sturing op gegeven, neemt u zelf deze verantwoordelijkheid op u? Hoe ziet u dit proces voor zich? We zien veel focus op 'water en bodem sturend' bij verstedelijking, maar wordt dit principe ook leidend als het gaat om landbouw?

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie) 7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023039/34 2025023039/35

Wij missen bij de ambitie, naast besparen en opwekken van energie, het thema energieopslag. Wat betekent "zelfvoorzienend voor alle energiedragers behalve waterstof?

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023039/36

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023039/37

Waarom zegt u onder het kopje provinciale doelen en opgaven niets over doelen omtrent de uitstoot van broeikasgassen en de opwek van duurzame energie na 2030, in 2050? U geeft aan "In 2030 wordt de helft van alle beschikbare mest vergist, wat zo'n 100 mln. m3 aardgas kan vervangen. Dit staat gelijk aan het aardgasverbruik van ongeveer 70.000 huishoudens". Wij vragen ons af of hiernaar onderzoek is gedaan naar de haalbaarheid van dit doel zonder in te zetten op een versterking van de infrastructuur van gasleidingen. In de regel komt de meeste dierlijke mest voor in de dunbevolktere buitengebieden waar de capaciteit van gasleidingen vaak niet groot genoeg is om groen gas terug te leveren via het bestaande leidingennetwerk.

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/38

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023039/39

Paragraaf 6.3. We lezen een discrepantie tussen de Europese- en rijksdoelen en -opgaven en de provinciale doelen en opgaven. De laatste zijn gericht op voedselzekerheid en balans met de omgeving, de eerste in balans met natuur, milieu en klimaat. Leidt dit niet tot een risico dat de doelen van u onvoldoende zijn om de doelen te halen die met name vanuit Europa worden gesteld? We lezen dat het toekomstperspectief voor de landbouw in de landbouwvisie nader wordt uitgewerkt. Wij doen een oproep om gemeenten en andere stakeholders hier goed bij te betrekken. Daarnaast is er zorg dat dit een 'sectoraal' ingestoken visie gaat worden. We doen een oproep om te komen tot een visie, of liever nog een programma, waarin voldoende aandacht is voor de afstemming met andere (gebiedsgerichte) opgaven.

U vraagt hoe we gezondheidsverschillen willen terugdringen en welke samenwerkingsvormen we hiervoor aangaan. Het beleid van Sociale kwaliteit heeft de focus op toegankelijkheid voor alle doelgroepen. In de uitvoering kan het Inspiratieboek Sociale kwaliteit helpen om initiatieven hierop beter in te richten. Samen met initiatiefnemers en gemeenten willen we de mogelijkheden aan de hand van het Inspiratieboek verkennen en tot betere oplossingen komen voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor minder validen. Het Inspiratieboek is in februari 2026 gereed. We hebben de teksten in paragrafen 3.3 en 6.1 hierop aangepast.

Nee

Wij zijn van mening dat lokaal bekeken moet worden of bestaand bebouwd gebied nog steeds goed kan functioneren wanneer weersextremen vaker of heftiger voorkomen. Dit is in ons aller belang. De Omgevingsvisie geeft hiervoor de kaders. De provincie zal met partners binnen projecten hier invulling aan geven, in het RWP werken we dit nader uit. Wij hebben 'water en bodem sturend in de ruimtelijke inrichting' als een van de vier Leidende Principes in onze Omgevingsvisie opgenomen. Dit geldt daarmee voor geheel Overijssel, dus ook voor de Overijsselse landbouw. Dank voor uw opmerking. In de Omgevingsvisie verwijzen wij naar onze Energievisie. Daarin gaan wij in op de rol van opslag in het energiesysteem. Dank voor uw vraag. In de Energievisie geven wij aan dat we in 2050 zelf voorzien in onze behoefte aan warmte en biogas. Waterstof importeren we grotendeels vanwege het verwachte gebrek aan mogelijkheden om lokaal grootschalige waterproductie te realiseren. Voor elektriciteit streven we zelfvoorzienendheid na, door enerzijds in te zetten op een beperkte stijging van de elektriciteitsvraag (tot 34 PJ in plaats van 42 PJ) en anderzijds door maximaal in te zetten op opwek in eigen provincie. Hierbij richten we ons op 34 PJ, tenzij het door toekomstige ontwikkelingen eenvoudiger wordt om meer te doen. Dank voor uw vraag. Wij sluiten aan bij het landelijke beleid.

Daarin is klimaatneutraliteit benoemd en is tot 2030 uitwerking geven aan doelen.

Nee

Dank voor uw zienswijze. Het geschikt maken van de gasinfrastructuur voor invoeding van groen gas is primair een rol van de netbeheerders. Om ‘invoedingscongestie’ van groen gas te beperken en voorkomen kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van koppelleidingen, verzamelleidingen en groen gas boosters. In de investeringsplannen van de netbeheerders kunt u hun concrete plannen terugvinden. De provincie Overijssel houdt goed contact met de netbeheerders om gezamenlijk te zorgen dat de ambities voor groen gas mogelijk en de gasinfrastructuur op elkaar afgestemd zijn. U geeft aan dat u een discrepantie leest tussen doelen van Europa, het Rijk en die van ons. Wij zien dat niet zo. Wij denken dat binnen de kaders van de Europese doelen ruimte is voor passende voedselproductie. Zolang er rekening wordt gehouden met specifieke omstandigheden in een gebied.

Nee

Het opstellen van de landbouwvisie is een eigenstandig proces. Wij kiezen ervoor om richting te geven in de Omgevingsvisie voor het opstellen van de landbouwvisie. Dit doen we door integraal richting te geven, door doelen en ambities te benoemen en een onderscheid in landbouwgebieden te maken. Voor de landbouwvisie doorlopen wij een gedegen proces samen met de sector.

Nee

Pagina 29 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Ja

Nee Nee Nee

Nee

Nee

9. Natuur en landschap

2025023039/40

Paragraaf 6.4. In het algemeen zegt u in de paragrafen over natuur en landschap dat én hoe de landbouw moet omvormen naar meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. Dit vinden we positief. Maar in de paragrafen over landbouw werkt u dit minder duidelijk uit. U maakt weinig onderscheid tussen innovatie en extensiveren als toekomstbestendige maatregelen voor landbouw en de nadruk ligt op voedselproductie. Dit lijkt moeilijk verenigbaar met de doelen die er zijn voor natuur. Had u dit niet allebei in uw visie moeten opnemen, of wordt het daarmee een onuitvoerbare visie? We vragen meer aandacht voor het landschap rond de IJssel, het is een gebied met hoge natuur- en recreatiewaarde. Graag zien we dat natuurbehoud wordt gecombineerd met duurzame recreatie. Paragraaf 6.5. Uw beleid legt een te grote nadruk op cultureel erfgoed en monumentenzorg, zonder voldoende oog te hebben voor de hedendaagse dorpscultuur en participatie die in Olst-Wijhe cruciaal zijn voor leefbaarheid. Wij pleiten voor een bredere, integrale culturele visie die lokale initiatieven ondersteunt. Wij delen graag onze visie hier op.

10. Cultureel Erfgoed

2025023039/41

11. Verstedelijking

2025023039/42

12. Wonen

2025023039/43

12. Wonen

2025023039/44

Bij woningbouw in de groene omgeving (KGO) wordt een duidelijke link gelegd met de fysieke opgaven in de groene omgeving (natuur, landschap, cultuurhistorie). De sociale context wordt hier gemist, terwijl het leefbaar houden van het platteland toch ook een belangrijk item is.

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023039/45

Paragraaf 6.8 U spreekt niet over de verduurzaming/elektrificatie van de logistiek en de ruimtelijke uitdagingen die daar bij komen kijken in relatie tot ruimtelijk beslag en netcongestie. Er mist een visie van de provincie op dit vlak.

Paragraaf 6.6. Al jaren is er sprake van een grote opgave op wonen. Dit vraagt om een wat meer proactieve benadering. De ontwerpOmgevingsvisie ademt veel terughoudendheid uit en dat vinden we een gemiste kans. We snappen dat er kaders nodig zijn en dat de groei wat meer in de steden wordt geconcentreerd, maar tegelijkertijd liggen er ook veel kansen in de regio. Daarmee kan ook de leefbaarheid van het platteland worden versterkt. Er wordt nog steeds ingehaakt op lokale behoefte, terwijl de woningmarkt steeds meer regionaal georiënteerd is. Bovendien sluit de Omgevingsvisie op dit punt ook onvoldoende aan op de recent herijkte Regionale Woondeal met het Rijk, waarin de provincie ons gevraagd heeft om bij te dragen aan de verhoogde woningbouwvraag vanuit het Rijk. Dit hebben we afgesproken in de nieuwe Woondeal. We zetten maximaal in op realisatie hiervan en trekken graag op met de provincie Paragraaf 6.7. De uitwerking van het thema wonen in strekking van beleid is nogal uitgebreid en gedetailleerd. Wij vragen ons af of dat wel past bij een dergelijke visie. Het is goed dat er beleidsuitgangspunten zijn, maar tegelijkertijd kan dit een valkuil worden en ontstaat het risico dat de lat te hoog wordt gelegd bij nieuwe woningbouwontwikkelingen. Realisme is nodig om de forse woningbouwopgave niet te complex te maken.

We waarderen uw opmerking ten aanzien van de aandacht in de Omgevingsvisie voor omschakeling naar meer natuurinclusieve landbouw. Een verdere uitwerking van verschillende vormen van natuurinclusieve bedrijfsvoering en de balans tussen innovatie en extensivering, kan plaatsvinden in de landbouwvisie. Uw opmerking over het landschap rond de IJssel nemen we ter harte. Dit gebied heeft een hoge natuur- en belevingswaarde, en we zien het belang van het combineren van natuurbehoud met duurzame recreatie. Dit is een specifiek aandachtspunt in de uitwerking van het Natuurbeheerplan Overijssel. Uw zienswijze helpt ons om deze thema’s in samenhang te blijven benaderen en verder te concretiseren. Wij herkennen uw reactie niet. Met de provinciale Omgevingsvisie zetten we in op de bescherming en ontwikkeling van cultureel erfgoed. We spreken de ambitie uit om cultureel erfgoed mee te nemen als vertrekpunt voor andere opgaven, zoals leefbaarheid. Dat betekent juist dat we veel oog hebben voor de hedendaagse dorpscultuur en participatie in dorpen. Erfgoedgemeenschappen spelen hierin een cruciale rol en wij ondersteunen hen graag. De Omgevingsvisie stimuleert een erfgoedinclusieve-aanpak, waarin we initiatieven die bijdragen aan de leefbaarheid toejuichen. Voor de verdere uitwerking hiervan verwijzen we graag naar het programma Leefbaar Platteland of ons Cultuur en Erfgoedbeleid.

We onderkennen gezamenlijk het grote belang van het realiseren van de woonopgave. Daarom werken we in regionaal verband ook samen bij deze realisatie. Ook Olst-Wijhe heeft daarin een belangrijke rol. Juist recht te doen aan de uitgangspunten van de Omgevingsvisie én recht te doen aan de positie en feitelijk functioneren van verschillende kernen in de drie Dagelijks Stedelijke Systemen, hanteren we in de Omgevingsvisie enkele uitgangspunten, die in de verstedelijkingsstrategieën nader uitgewerkt zijn, en worden, en in de regionale afstemming in de woondeals tot concrete afspraken met betrekking tot realisatie leiden. Daar trekken we zoals u ook wenst, graag blijvend samen in op.

Nee

Mede naar aanleiding van uw zienswijze hebben we geconstateerd dat op onderdelen de kaderstelling in de Omgevingsvisie meer gedetailleerd is opgenomen dan noodzakelijk. Bijvoorbeeld ten aanzien van het streven rondom het realiseren van 30% sociale huurwoningen, 40% betaalbare en middenhuur en 30% duurdere koop- en huurwoningen. We hebben de tekst in paragraaf 6.7 van de Omgevingsvisie op dit punt daarom ruimer geformuleerd tot "voldoende betaalbare woningen conform de rijkskaders". Dit specificeren we in het Volkshuisvestelijk programma en/of woondeals. Hartelijk dank voor uw reactie. Wij zijn met u eens dat de sociale context in fysieke opgave van belang is. Ter ondersteuning van de rode draad Sociale Kwaliteit in de Omgevingsvisie zijn wij bezig om een inspiratieboek te ontwikkelen zodat initiatiefnemers geïnspireerd worden met concrete mogelijkheden om sociale kwaliteit aan hun opgave in de leefomgeving toe te voegen. Bij de implementatie van de Omgevingsvisie zijn nog diverse uitvoeringskeuzes te maken waar een subsidieregeling voor de implementatie van sociale kwaliteit in de leefomgeving mogelijk ook een van is.

Ja

Het is juist dat we in de Omgevingsvisie niet expliciet zijn ingegaan op verduurzaming/elektrificatie van de logistiek. We hebben hier in paragraaf 6.8 een aanvulling op gedaan.

Pagina 30 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

Nee

Ja

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023039/46

U richt zich vooral op stedelijke economische ontwikkeling en daardoor missen kansen voor kleinschalige en lokale bedrijvigheid in gemeenten zoals Olst-Wijhe. Wij verzoeken u om expliciete ondersteuning te bieden voor lokaal ondernemerschap en economische diversiteit passend bij onze identiteit en schaal.

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023039/47

U benadrukt concentratie van detailhandel in grotere centra om leegstand tegen te gaan. Echter, voor gemeenten als Olst-Wijhe is het behoud en versterking van detailhandel in dorpskernen cruciaal voor leefbaarheid en sociale verbinding. Wij verzoeken u aandacht en ruimte te bieden voor lokale detailhandel, passend bij onze gemeentelijke schaal. Concretiseer hoe u wilt bijdragen aan vitale dorpskernen, inclusief winkelstructuur, en ruimte voor lokaal maatwerk.

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023039/48

U besteedt beperkte aandacht aan kleinschalige bedrijventerreinen die voor gemeenten als Olst-Wijhe belangrijk zijn. Wij pleiten voor een provinciale beleidslijn die het behoud en de ontwikkeling van dergelijke terreinen mogelijk maakt, passend bij de schaal en behoeften van kleine kernen.

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023039/49

15. Vrije tijd, recreatie en toerisme

2025023039/50

We begrijpen het belang van het behouden van ruimte voor zware bedrijven (milieucategorie 4 en 5). De huidige regeling is echter te breed omdat ook milieucategorie 3 wordt meegenomen. Veel van onze kleinschalige bedrijventerreinen vallen in categorie 3.1 of 3.2 en liggen vlakbij woningen aan de dorpsrand en bieden juist kansen voor herontwikkeling naar wonen of gemengd gebruik. Daarom vragen we u om artikel 4.26a lid 1 aan te passen zodat alleen categorie 4 en 5 worden meegenomen. Mocht categorie 3 toch blijven, dan moet de afwijkingsmogelijkheid in lid 2 worden verruimd. De tekst 'groot openbaar en/of bovenlokaal belang' is te beperkt; ook lokale belangen moeten meegewogen kunnen worden. Zo houden we ruimte voor passende ontwikkelingen en maatwerk in Olst-Wijhe. Wij vragen u om onderscheid te maken binnen categorie 3 tussen zware en dorpsgerichte bedrijvigheid en ruimte te geven voor lokale afweging bij herontwikkeling van categorie 3-terreinen, waarbij u functiemenging en verduurzaming van bestaande terreinen beleidsmatig ondersteunt. Paragraaf 6.10. U onderkent het belang van vrijetijdseconomie, maar wij zien te weinig invulling aan het platteland en kleinschalige initiatieven zoals agritoerisme, die juist voor gemeenten als Olst-Wijhe essentieel zijn. Wij verzoeken u om deze sector beter mee te nemen in uw beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c7825319-2960-44db-9e9f-ba96b2e67a8f