CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage V - Ontwerp-Zienswijzennota Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (2)

Informatievoorziening raad 19 maart 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Ontwerp Omgevingsvisie- en verordening provincie Overijssel77.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 9

15. Vrije tijd, recreatie en toerisme

2025023039/51

In de visie richt u zich op 'grote toeristische dragers' zoals Sallandse Heuvelrug of Weerribben. Landschappen zoals het IJsselgebied (waar OlstWijhe onderdeel van is) komen hierbij te weinig aan bod. Benoem ook het IJsselgebied expliciet als ontwikkelzone voor natuurgerichte recreatie, kleinschalige verblijfsrecreatie en actieve vrijetijdseconomie

Goed dat u aandacht vraagt voor de kansen voor kleinschalige en lokale bedrijvigheid. Ook wij vinden die van groot belang. We hebben een breed MKB-programma binnen de provincie waar zeker ook kleinschalige ondernemers subsidie kunnen aanvragen voor o.a. landbouw, mkb-maak, digitalisering, circulair, recreatie en toerisme. Zo zetten we in op economische diversiteit en vitaliteit. Het klopt inderdaad dat het concentratiebeleid centraal staat bij ons detailhandelsbeleid. We waarderen het dat u hier specifiek aandacht vraagt voor de detailhandel in dorpskernen. Er zijn uitzonderingen mogelijk ten aanzien van grootschalige-, volumineuze- en buurt- en wijkwinkelcentra. Kleinere kernen en dorpen hebben daarom altijd de mogelijkheid in hun omgevingsplan te voorzien in nieuwe detailhandelsvestigingen binnen of direct aansluitend aan bestaande buurt- en wijkwinkelcentra voor zover de detailhandelsvestiging in hoofdzaak is gericht op het voorzien in dagelijkse behoeften. Ruimte voor lokaal maatwerk is en blijft daarmee mogelijk. Tegelijkertijd werken we in 2026 ook aan ons beleid voor een Leefbaar Platteland. Hierin zal ook uitvoerig stil worden gestaan bij de vraag hoe gebieden leefbaar blijven en wat daarvoor nodig is. Graag blijven we daarover met u in gesprek. Wij zijn het met u eens dat ook kleinschalige bedrijventerreinen van groot belang zijn voor onze regionale economie.

Zeker gelet op de schaarste aan bedrijfskavels. Binnen de huidige programmeringsafspraken bedrijventerreinen is bouwen voor eigen behoefte mogelijk mits kwantitatief en kwalitatief afgestemd. Specifieke afspraken over bestaande bedrijventerreinen (bijvoorbeeld herstructurering en functiemenging) maken nu nog geen onderdeel uit van de afspraken. We nemen dit wel mee in de gesprekken met u tijdens het herzieningsproces voor de nieuwe programmeringafspraken (2027-2030). In paragraaf 6.8 van de Omgevingsvisie hebben we de tekst over dit onderwerp aangevuld. We lezen dat u begrip heeft voor het het belang van het behouden van ruimte voor zware bedrijven. We hebben in paragrafen 2.7 en 6.8 van de Omgevingsvisie extra verduidelijking opgenomen waarom wij inzetten op het behoud van categorie bedrijventerreinen 3, 4 en/of 5 én watergebonden kavels. In lijn met de ontwerp-Nota Ruimte hanteren ook wij het uitgangspunt dat we de ruimte voor economie zoveel mogelijk beschermen, door te sturen op het huidige areaal. Categorie 3 bedrijventerreinen vormen een groot deel van dit huidige areaal en zijn van groot belang in diverse transities (circulair, energie, grondstoffen en logistiek). In de Omgevingsverordening hebben we de uitzonderingsregel/afwijkingsmogelijkheid nader toegelicht en aangescherpt.

Nee

Wij zijn het met u eens dat agritoerisme van toenemend belang is. We zijn van mening dat het combineren van recreatie met andere functies zoals landbouw en natuur om heldere richtlijnen vraagt. We zijn voornemens om een onderzoek uit te voeren naar de beschikbare marktruimte voor nieuw verblijfsaanbod binnen de provincie. Hierin gaan we ook in op de voorwaarden bij dergelijke functiemenging. Ook werken we aan een samenhangende en gebiedsgerichte aanpak voor Erftransformaties en Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). Om precies scherp te krijgen welke functie waar kan, biedt het instrument 'Programma' uitkomst. We stimuleren gemeenten om intergemeentelijk programma's te ontwikkelen, en hier gezamenlijk invulling aan te geven. De in de Omgevingsvisie opgenomen voorbeelden zijn niet limitatief. Algemeen uitgangspunt van het beleid is voldoende fysieke ruimte voor recreatie en toerisme door dit integraal mee te nemen in gebiedsontwikkelingen en andere ruimtelijke ontwikkelingen. De ontwikkelingen rondom het IJsselgebied passen hier binnen mits passend binnen bestaande wettelijke kaders en rekening houdend met druk en draagkracht van het gebied.

Nee

Pagina 31 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Ja

Ja

Nee

16. Milieu en (milieukundige) gezondheid

2025023039/52

Paragraaf 6.11. We ervaren het als positief dat u als provincie blijft investeren in en gezonde en veilige leefomgeving. Het blijft voor nu een abstract verhaal en we zijn zeer benieuwd hoe de investering er daadwerkelijk uit komt te zien in programma's, beleid, regelgeving en projecten

Bedankt voor uw reactie. Hier zullen we de komende jaren nadere uitwerking aan gaan geven, onder andere door de uitwerking van acties uit de Milieunota 2024 (zie (https://overijssel.stateninformatie.nl/document/14100309/1/Milieunota_20 24_GSdef?connection_type=16&connection_id=939623 ).

Nee

21. Overige opmerkingen

2025023039/53

Paragraaf 6.12. Op onderdelen benoemd u een inspiratieboek als resultaat. Dit is wat vrijblijvend. Wij verzoeken u hier iets ambitieuzer in te zijn door partijen iets concreets aan te bieden, bijvoorbeeld een subsidieregeling. Daarnaast nodigen wij u uit om aan te sluiten bij Salland United. (De provincie doet dit al in Twente bij de Twentse Koers.) Onder de vlag van Salland United kan samenwerking gezocht worden op de onderdelen van sociale kwaliteit en (positieve) gezondheid.

Nee

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023039/54

Omgeving Effect Rapportage (OER) Klimaatadaptatie. Uit de analyse blijkt dat de Omgevingsvisie een negatief effect gaat hebben op het thema hitte omdat er meer verstedelijking/woningbouw zal plaatsvinden en er gefocust zal worden op inbreiding vs. uitbreiding van werklocaties. In de Omgevingsvisie is het thema hitte erg onderbelicht. Als uit de OER blijkt dat er een negatief effect is op hitte dan zou het goed zijn om in de Omgevingsvisie meer aandacht te schenken aan het thema.

Hartelijk dank voor uw reactie. Ter ondersteuning van de rode draad in de Omgevingsvisie zijn wij bezig om een inspiratieboek te ontwikkelen zodat initiatiefnemers geïnspireerd worden met concrete mogelijkheden om sociale kwaliteit aan hun opgave in de leefomgeving toe te voegen. Bij de implementatie van de Omgevingsvisie zijn nog diverse uitvoeringskeuzes te maken waar een subsidieregeling voor de implementatie van sociale kwaliteit in de leefomgeving mogelijk ook een van is. Wat betreft uw suggestie om de samenwerking op te zoeken met Salland United kunnen wij zeggen dat er al enkele jaren op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau afstemming plaats vindt en wordt samengewerkt. Wij zijn met u eens dat hitte meer aandacht verdient, de tekst in paragrafen 3.3 en 6.1 hebben we hierop aangepast.

Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

5. Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring van visie naar praktijk

2025023452/1

Samenwerking - In de Omgevingsvisie wordt expliciet benoemd dat in overleg met medeoverheden de gebiedsuitwerking gemaakt wordt. Ook wordt gesteld dat de Redeneerlijn niet bindend is voor medeoverheden. Echter, de Omgevingsverordening lijkt hier weinig ruimte voor te bieden. Er wordt gesteld dat gemeenten als eerste aan zet zijn voor lokale opgaven, terwijl de provincie een sleutelrol heeft voor opgaven van provinciaal belang. Gemeenten worden gevraagd om in de onderbouwing van hun plannen duidelijk te maken hoe ze de Redeneerlijn hebben toegepast. In de ambitie en bestuursfilosofie van de provincie Overijssel (opgenomen in de Omgevingsverordening) stond voorheen benoemd dat samen met partners vorm en kleur gegeven wordt aan de fysieke leefruimte. De samenwerking met partners komt nu niet meer terug in de bestuursfilosofie; de verschuiving lijkt te zijn gemaakt dat de provincie nu zelf een Redeneerlijn heeft opgesteld die belangen moet afwegen. Hoewel het omgevingsbeleid heldere kaders biedt voor gebiedsprocessen en ruimte laat voor maatwerk, wekt de tekst op pagina 91 de suggestie dat er strikte naleving van kaders en normen wordt verwacht. Wij zijn enthousiast over het voorstel dat de provincie in een vroeg stadium meedenkt over de wijze waarop rekening gehouden kan worden met provinciale belangen.

Hier willen we graag praktische werkafspraken over maken, waarbinnen ruimte blijft voor gemeentelijke autonomie.

U maakt zich zorgen over de Redeneerlijn. We hebben op basis van de diverse zienswijzen de Redeneerlijn aangepast in paragraaf 3.6 van de Omgevingsvisie en in de Omgevingsverordening. De Redeneerlijn komt niet in de plaats van het belang van samenwerking in de uitvoering. We laten met de Omgevingsvisie ruimte om samen oplossing te vinden in gebieden en dat doen we samen in bestaande samenwerkingen zoals de verstedelijkingsstrategieën. Bij nieuwe programma's of projecten of in gebiedsuitwerkingen vragen we om een startdocument op te stellen. Hierin moet helder gemaakt worden welke doelen en opgaves er zijn en wat de inzet van de provincie en andere partijen zoals het waterschap hierin is, maar ook hoe de besluitvorming tot stand komt.

Ja

2025-023452

Tegelijkertijd erkennen we dat gemeenten bij hun afwegingen ook andere ruimtelijke kenmerken hanteren, zoals landschapstype en bestaande functies. Daarom is in de instructieregel bewust afwegingsruimte opgenomen voor gemeenten: binnen de kaders van de Omgevingsverordening kunnen gemeenten zelf beoordelen of een functie in een specifiek geval als storend voor de landbouw moet worden aangemerkt.

Pagina 32 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Wijziging Omgevingsvisie

Ja

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025023452/2

Landbouw - Op de kaart is de Melmerpolder als landbouwgebied met gebiedsspecifieke opgaven en kansen aangegeven. In de bestuurlijke reactie van 26 sept 2024 is aangegeven dat we het deel van de Melmerpolder dat op kleigrond ligt ook bestempeld wordt als “Landbouwgrond met generieke opgaven en kansen”. Dit is niet overgenomen, graag zouden we nog zien dat dit aangepast wordt.

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023452/3

6. Water, bodem en klimaatadaptatie

2025023452/4

11. Verstedelijking

2025023452/5

Drinkwater. Bij het besparen van (drink)water wordt aangegeven dat dit kan door het verhogen van waterstanden, het bergen van water en het water te laten infiltreren in de bodem. Deze maatregelen kunnen bijdragen aan waterbesparing, maar ook voor extra overlast zorgen. Deze ingrepen zijn erg gebiedsspecifiek en dus niet overal mogelijk. Een toevoeging dat deze afweging op lokaal niveau moet worden gemaakt lijkt hier wel op zijn plaats. Kampereiland. Onder het kopje ‘Leven met water in de IJsseldelta’ wordt aangegeven dat op het Kampereiland de boerderijen op terpen liggen en dat daarom dit gebied bestand is tegen hogere waterstanden in het IJsselmeer. Op Kampereiland zijn echter ook woningen en boerderijen die niet op terpen staan en dus niet bestand zijn tegen hogere waterstanden. Dit is ook aangegeven in de bestuurlijke reactie van 26 september 2024, maar niet verwerkt. Graag zien we hier een nuance toegevoegd worden. Verstedelijking - Op de kaart 'Verstedelijking’ is geen enkele aanduiding op verstedelijking ten westen van de N50 opgenomen, terwijl dat in de Omgevingsvisie van de gemeente Kampen hier wel mogelijkheden voor bestaan. Graag zouden we deze mogelijkheid toegevoegd zien aan de kaart.

15. Vrije tijd, recreatie en toerisme

2025023452/6

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023452/7

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023452/8

VAB - Voor verbreding van de agrarische sector naar verblijfsrecreatie en/of dagrecreatie staat vermeld dat men kansen ziet voor een recreatieve/toeristische invulling van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) met bijbehorende erven en gronden. Daarbij maken we de nuance dat dit wel in lijn moet zijn met het eigen VAB-beleid van de gemeente; dit wordt wellicht bedoeld met 'onder bepaalde omstandigheden’. Gezondheid - De vier genoemde Leidende Principes in de Omgevingsverordening komen niet één op één overeen met de Rode Draden. Sociale kwaliteit en gezondheid zijn niet te herleiden in de Leidende Principes. Wij missen in de strekking van het beleid omtrent gezondheid dan ook aandacht voor een inrichting waar rekening wordt gehouden met vergrijzing, bijvoorbeeld door dementievriendelijke inrichting. Het aantal mensen met dementie neemt toe en ze wonen steeds langer zelfstandig thuis; Nederland is aan het vergrijzen. Naast gezonde leefstijl is blijven participeren via de leefomgeving essentieel voor vele inwoners, mede door de vergrijzing en de bijkomende chronische ziektes. Hier wordt in het OER wel aandacht aan besteedt, maar het komt in onze ogen in de Omgevingsvisie te weinig terug. Er wordt gesteld dat door beter benutten en herontwikkeling extra bedrijfsruimte ontstaat op bestaande werklocaties.

Graag zien we daar aan toegevoegd dat daarvoor is in sommige gevallen wel schuifruimte nodig is.

U geeft aan dat u graag zou zien dat de landbouwkaart voor de Melmerpolder aangepast wordt. We passen de kaart niet aan. Bij het maken van de kaart is gekeken naar de stapeling van opgaven in het veenweidegebied zoals klimaat en wateropgaven en het tegengaan van bodemdaling. Deze stapeling van opgaven speelt ook in de Melmerpolder. Het gaat dus niet alleen om de aanwezigheid van klei in de bodem. Wij willen via gebiedsgericht maatwerk ruimte houden voor landbouw, waarbij de bedrijfsvoering rekening houdt met de lokale omstandigheden. We werken hieraan met gebiedsgericht maatwerk via onze 3x3 aanpak. Wij begrijpen uw verwarring. Wij hebben 'besparen' veranderd in 'Zorgvuldig omgaan met' in paragraaf 3.2. Voor de uitwerking hiervan verwijzen we naar de verschillende gebiedstypen. Dat lokaal maatwerk moet plaatsvinden en mogelijk is, onderschrijven we; dit staat ook op meerdere plekken in de Omgevingsvisie beschreven.

Nee

We hebben de tekst in bijlage 4 hierop aangepast.

Ja

We hebben in onze systematiek van de Omgevingsvisie gekozen om geen nieuwe ontwikkellocaties op de kaart te zetten. We kiezen er voor om aan de hand een kwalitatief instrument, de Redeneerlijn, gemeenten de lokale afweegruimte te bieden om tot locatiekeuzen te komen. De Redeneerlijn stuurt binnen de Leidende Principes van onze Omgevingsvisie. Bestaande woningbouwlocaties, zoas in de gemeente Kampen rond Reeve staan wel op de kaart. We zien inderdaad kansen voor de verbreding van de agrarische sector naar verblijfsrecreatie en/of dagrecreatie. Wel horen hier heldere randvoorwaarden voor functiemenging bij. We zijn het daarbij eens dat dit in lijn moet liggen met het eigen VAB-beleid van de gemeente.

Nee

U geeft aan dat de Rode Draden en de Leidende Principes niet één op één hetzelfde zijn. Dat klopt: dit zijn in onze Omgevingsvisie en Omgevingsverordening ook twee afzonderlijke aspecten. De Leidende Principes geven de provinciale keuzes en belangen aan in de locatieafwegingen ('waar'). Bij het maken van keuzes is het belangrijk om naast ruimtelijke afwegingen ook rekening te houden met economische, sociaalmaatschappelijke en duurzame aspecten. Dit doen we met Rode Draden. U merkt op dat aandacht voor gezondheid in de ruimtelijke inrichting nog onvoldoende aandacht heeft. In de Rode Draden, Leidende Principes, Redeneerlijn en Catalogus Gebiedskenmerken zit wat ons betreft voldoende houvast om ook de gezondheidsaspecten een plek te geven in de ruimtelijke afweging en inrichtingskeuzes. We onderschrijven het belang van schuifruimte op bestaande bedrijventerreinen om zo (her)ontwikkelingen op gang te brengen. We hebben dit belang nadrukkelijker geduid in paragraaf 6.8 van onze Omgevingsvisie.

Nee

Pagina 33 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Ja

Nee

Ja

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023452/9

21. Overige opmerkingen

2025023452/10

Bedrijventerreinen - Er staat in de Omgevingsvisie dat gestuurd wordt op behoud van bedrijventerreinen met hogere milieucategorieën (3, 4, 5) omdat dit type bedrijventerrein nodig is voor ruimte voor circulaire economie en energietransitie. Voor veel bedrijventerreinen is dit een goed uitgangspunt. Voor de locatie aan de IJsseldijk 42 is dat minder passend bij een eventueel vertrek van de huidige bedrijvigheid. Onze eigen Omgevingsvisie benoemt de werklocaties aan de IJsseldijk niet (langer) als werklocaties. Bij stoppende bedrijven is het beëindigen van bedrijfsactiviteiten en het toevoegen van een woonfunctie passend gezien de ligging. We zien daarom graag dat voor werklocaties aan de IJsseldijk voor deze regel een uitzondering gemaakt wordt.De Omgevingsvisie van Kampen gaat in op het samenbrengen van verschillende functies in gecombineerde woon-werkmilieus aan de randen van bedrijventerreinen en nabij woonwijken. We onderzoeken samen met de aanwezige ondernemers de mogelijkheden voor een verkleuring naar woningen en/of publieksvriendelijke bedrijvigheid. We verzoeken u bij dit soort ontwikkelingen (bijvoorbeeld aan de zuidelijke rand van Haatland en de Kop van Spoorlanden) maatwerk mogelijk te blijven maken.

Graag gaan we ambtelijk in gesprek om werkafspraken te maken over hoe de provincie in een vroeg stadium meedenkt over de wijze waarop rekening gehouden kan worden met provinciale belangen. In een reactiebrief op deze zienswijze ontvangen daar graag een voorstel voor. Op een aantal gebieden (landbouw, drinkwater, Kampereiland, verstedelijking, VAB, gezondheid, bedrijventerreinen, havens) vragen we in deze zienswijze om specifieke tekstuele wijzigingen, aanvullingen of aanpassingen van afbeeldingen. In de zienswijzennota zien we graag terug of en hoe deze wijzigingen verwerkt zijn. Er staan daarnaast een aantal inhoudelijke vragen open op gebied van erfmolens, zeekleilandschap en drinkwaterwinning. Het antwoord op deze vragen kan meegenomen worden in een reactiebrief op deze zienswijze.

We lezen dat u het behoud van bedrijventerreinen met hogere milieucategorieën een goed uitgangspunt vindt voor veel bedrijventerreinen. We snappen dat er in sommige gevallen op gemeentelijk niveau ook andere belangenafwegingen spelen. In de Omgevingsverordening hebben we extra toelichting opgenomen en de afwijkingsmogelijkheid aangescherpt.

Nee

Met de accounthouder Ruimte en Bereikbaarheid van de provincie Overijssel is uw verzoek om werkafspraken te maken inmiddels geagendeerd.

Nee

2025-023454 Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

11. Verstedelijking

2025023454/1

Wonen en verstedeliikingsprincipes. De ontwerp-Omgevingsvisie en ontwerp-wijziging van de Omgevingsverordening schetsen terecht een duidelijke ambitie voor een evenwichtige en toekomstbestendige verstedelijking in Overijssel. Binnen deze ambitie hebben alle kernen — de grote steden, de middelgrote steden, de goed bereikbare kernen en de overige kernen — een rol te vervullen. De ontwerp-Omgevingsvisie erkent dat verstedelijking primair wordt geconcentreerd in de vijf grote steden.Tegelijkertijd wordt de bijdrage van andere kernen benoemd, waaronder de zogenoemde goed bereikbare middelgrote kernen (met een bovenlokale OV-knoop) en de overige kernen. Deze dragen ieder op hun eigen wijze bij aan de brede welvaart en vitaliteit van het Dagelijks Systeem Stedelijk (DSS). Wij constateren echter dat de differentiatie tussen de goed bereikbare middelgrote kernen en de overige kernen in de ontwerpOmgevingsverordening onvoldoende is doorgezet. Goed bereikbare middelgrote kernen en dorpen worden hierin gelijkgesteld aan andere kernen, terwijl zij in de visie wel degelijk een specifieke rol hebben binnen de verstedelijkingsstrategie. Dit principe is ook vastgesteld in de regionale woonagenda die in 2021 door alle Twentse gemeenten en de provincie Overijssel zijn vastgesteld. In de woonagenda worden kernen specifiek aan een ontwikkelstrategie gekoppeld.

Wij verzoeken u het onderscheid uit de woonagenda tussen goed bereikbare kernen te continueren in de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en deze ook door te vertalen naar het provinciale volkshuisvestingprogramma.

U geeft aan dat we in de Omgevingsvisie de kaders geven rondom verstedelijking en schetsen dat verschillende kernen binnen een DSS daar een verschillende rol in hebben. In de Omgevingsverordening is die rolverdeling vastgelegd met het principe van concentratie (artikel 4.4). Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om in het kader van regionale programmering voor woningbouw en bedrijventerreinen af te spreken dat andere kernen dan de grote steden een deel van de bovenlokale behoefte voor hun rekening nemen. Daarbij stellen we in het nieuwe lid 6 van artikel 4.4 wel voorwaarden - zoals een goede bereikbaarheid met openbaar vervoer - om recht te doen aan de verstedelijkingsprincipes die ook uitgangspunt zijn voor de verstedelijkingsstrategieën. In de verstedelijkingsstrategieën werken we dit per DSS op maat nader uit. De concrete vertaling daarvan per kern landt vervolgens specifiek voor woningbouw en bedrijventerreinontwikkeling weer in de programmeringsafspraken die we periodiek in regionaal verband opstellen. In de Omgevingsverordening houden we dus al rekening met een differentiatie tussen kernen. Een specifieke nadere duiding in de Omgevingsverordening per kern is daarom niet noodzakelijk en zou eerder tot inflexibiliteit leiden dan meer helderheid vooraf. Daarom kiezen we er voor de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening op dit punt niet aan te scherpen.

Pagina 34 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Wijziging Omgevingsvisie

Nee

12. Wonen

2025023454/2

Voor onze gemeente geldt in het bijzonder dat reeds jaren sprake is van een bovenregionale functie. Borne heeft een uitzonderlijke groei doorgemaakt, in het kader van de nieuwbouwwijk de Bornsche Maten. In onze Contourennota ('kapstok' Omgevingsvisie) is dan ook opgenomen dat wij primair een woongemeente zijn, wij willen deze bovenregionale rol ook voor de huidige en toekomstige woonvraag graag blijven spelen. Hiervoor zien wij dan ook grote kansen in het kader van de verstedelijkingsopgave. Wj verzoeken u om ons deze ruimte in het kader van uw Omgevingsvisie en Omgevingsverordening te blijven bieden.

12. Wonen

2025023454/3

Bouwen in beekdalen. In het kader van klimaatrobuuste verstedelijking wordt in de visie opgemerkt dat de provincie kwetsbare plekken zoals beekdalen, zones langs keringen, diepste plekken van gebieden en polders, gebieden meteen slappe ondergrond en buitendijkse gebieden zoveel mogelijk wil vermijden, vanwege de zwaardere inspanning om klimaatadaptief te zijn. Hierbij wordt in de visie gesteld de waterschappen centraal worden gepositioneerd in de planvorming om de weging van het waterbelang in te brengen op basis van hun kennis van het bodem- en watersysteem. In de visie wordt echter onvoldoende benadrukt dat er juist wel degelijk mogelijkheden zijn om te bouwen in bijvoorbeeld beekdalen. Er zullen namelijk dorpen en steden zijn die om bepaalde redenen voor nieuwe ontwikkelingen naar locaties in het beekdal (moeten) kijken, waaronder dorpen in de gemeente Borne. Hiervoor vragen wij graag (opnieuw) aandacht voor onze eigen ervaringen met de nieuwbouwwijk Bornsche Maten in het beekdal. Hierin is gezamenlijk gekomen tot een plan met lokaal en regionaal klimaatbestendige maatregelen. Dit is voor ons een mooi voorbeeld van wonen in het beekdal en aan het water in een groene en klimaatbestendige omgeving.

12. Wonen

2025023454/4

Wij vinden uiteraard ook dat bij ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met de beekdalen, maar zien daarnaast in deze gebieden ook zeker positieve ontwikkelkansen en mogelijkheden. Deze komen naar onze mening onvoldoende terug. Wj verzoeken dan ook om dergelijke ontwikkelingen ruimte te (blijven) bieden en deze ruimte tevens te borgen. Dergelijke ontwikkelingen zijn noodzakelijk met het oog op leefbare dorpen en dragen tegelijkertijd bij aan een groene en klimaatbestendige omgeving. In het kader daarvan vragen wij ook aandacht voor artikel 4.13 (klimaatrobuust water- en bodemsysteem) van de actualisatie van de Omgevingsverordening.

Op gebied van verstedelijking en ook wonen, is onze visie dat we in regionale samenwerking tot de meest optimale werking van onze Dagelijks Stedelijke Systemen komen. Voor de regio Twente wordt hier onder andere in de verstedelijkingsstrategie Twente (ROS) op een constructieve wijze vorm aan gegeven in het traject rond het opstellen van de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente. In de Omgevingsvisie benadrukken we het belang van een goed functionerend Dagelijks Stedelijk Systeem en geven we in algemene zin onze kaders rondom verstedelijking. Onder andere ten aanzien van het belang van goede bereikbaarheid en het ontwikkelen van nabijheid. In de verstedelijkingsstrategieën zoals de ROS-Twente, brengen we gezamenlijk concreet in beeld welke rol welke kern heeft bij de ontwikkeling van het DSS. Door niet in de Omgevingsvisie al deze indeling te maken, is er juist ruimte voor maatwerk waar vanuit de Leidende Principes van de Omgevingsvisie, iedere kern zijn eigen unieke plek kan hebben, passend bij het feitelijk functioneren van het DSS. Voor de woonafspraken vertalen we deze periodiek in de Woondeals het het Volkshuisvestelijk Programma. Wij zijn het met u eens dat het leidende principe 'water en bodem sturend in de ruimtelijke inrichting' niet zwart-wit moet worden uitgelegd.

Wij hebben in de Omgevingsvisie de Redeneerlijn opgenomen, die een leidraad biedt voor waar een ontwikkeling een plek kan krijgen. Tevens hebben we als leidend principe opgenomen dat het water- en bodemsysteem leidend is in onze ruimtelijke inrichting. Door in te spelen op de werking van het natuurlijke water- en bodemsysteem kunnen de diverse ruimtelijke functies op een logische, kosteneffectieve en houdbare manier worden ingericht. Hierbij laten wij in onze Omgevingsvisie ruimte voor lokaal maatwerk, waarbij wij een onderbouwing vragen hoe een ontwikkeling bijdraagt aan een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Het ligt dan het meest voor de hand om locaties te kiezen die met weinig inspanning klimaatrobuust te maken zijn. Echter, als er geen 'makkelijke' locaties voor handen zijn die weinig investering nodig hebben om klimaatrobuust gemaakt te worden, dan kunnen andere locaties overwogen worden die met meer inspanning klimaatrobuust te maken zijn. Zo kan de rand van een beekdal in beeld komen om daar op innovatieve wijze en met oog voor de waterhuishouding een woonwijk te ontwikkelen. U geeft aan dat Bornsche Maten hier een goed voorbeeld van is. Echter, wanneer de woonwijk de toenemende piekafvoer door een beekdal belemmert en er bijvoorbeeld afwenteling van wateroverlast op de omgeving optreedt, vinden wij dat geen goede invulling van dit Leidende Principe.

Waterschappen, als kennishouders van de regionale water- en bodemsystemen, kunnen hier in een vroegtijdig stadium over adviseren bij de weging van het waterbelang. Hoe eerder alle beschikbare kennis over een locatie bij elkaar gebracht wordt, hoe beter de planvorming kan worden bijgestuurd. Wij danken u voor uw oproep tot meervoudig ruimtegebruik. Wij hebben in de Omgevingsvisie de Redeneerlijn opgenomen, die een leidraad biedt voor waar een ontwikkeling een plek kan krijgen. Wij vragen een onderbouwing hoe een ontwikkeling bijdraagt aan een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Daarnaast juichen wij toe als er meerdere doelen met een ontwikkeling gerealiseerd kunnen worden, zoals leefbaarheid en natuurontwikkeling. Wij vinden het benutten van mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik bij ontwikkelingen dan ook een belangrijk uitgangspunt en kan samen opgaan met een ontwikkeling klimaatrobuust uit te voeren.

Pagina 35 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

Nee

14. Mobiliteit en luchtvaart

2025023454/5

Hoogwaardig openbaar vervoer. Vermeld wordt dat op het gebied van de mobiliteitstransitie voortgebouwd wordt op onze netwerken, zoals weg, water en spoor, en dat daarbij aandacht is voor de snelheid en bereikbaarheid van, naar en binnen de provincie. Een HOV draagt ons inzien bij aan de verstedelijking en de bereikbaarheid van het landelijk gebied. Naast de aanleg van de Vloedbeltverbinding moet ook meer worden ingezet op duurzame mobiliteit. Wj vragen ons wel af of de vermelde ambitie voldoende in balans is met de verstedelijkingsambities in Twente. Andersom geredeneerd vragen wij ons ook af of de verstedelijkingsambities realistisch en haalbaar zijn met deze omschreven ambitie (voortbouwen op bestaande netwerken) op het gebied van mobiliteit en of niet juist meer ambitie en middelen nodig zijn. Bereikbaarheid. Vermeld wordt dat voor iedere kern naar een passende vorm van (publieke) bereikbaarheid gestreefd wordt. Hierover merken wij op dat het openbaar vervoer in het landelijk gebied een verantwoordelijkheid is van de Provincie en wij op dit moment juist een verschraling van het openbaar vervoer opmerken. In het kader daarvan zijn wij benieuwd op welke manier de Provincie hier aandacht voor heeft en in het landelijk gebied en de dorpen aan deze ambitie (onder meer financieel) invulling geeft.

Daarnaast merken wij nogmaals op dat in de stedenband uitbreiding van HOV zou passen.

14. Mobiliteit en luchtvaart

2025023454/6

14. Mobiliteit en luchtvaart

2025023454/7

Vloedbeltverbindinq. Het is voor ons van belang dat hoofdinfrastructuren/drukkere wegen in het kader van leefbaarheid, verkeersveiligheid en gezondheid niet meer door dorpskernen lopen. Een positief voorbeeld hiervan is de Vloedbeltverbinding en de gevolgen hiervan voor de dorpen in onze gemeente. De Vloedbeltverbinding lijkt echter niet juist te zijn verwerkt op de kaart (verstedelijking en mobiliteit). Graag zien wij deze -voor onze gemeente essentiële verbinding- hierop terugkomen.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023454/8

Voorkeursgebied voor wind. Tevens willen wij nogmaals benadrukken dat gemeente Borne negatief staat tegenover het plaatsen van windmolens, waarbij sprake is van ongewenste invloed op onze inwoners, waaronder de ontwikkeling Wind voor Buren. Als hiervoor echt geen andere oplossing is, dan willen wij in lijn met de op 20 februari 2024 ingediende zienswijze in het kader van de in het Provinciale Programma Energiestrategie, opnieuw aangeven dat wij pleiten voor een begrenzing van het voorkeursgebied voor wind langs de A35. Dit onder meer zodat windturbines als dynamische ontwikkeling gekoppeld worden aan de hoofdinfrastructuur (A35) en bedrijventerreinen en daarmee de Groene Poort - als landschappelijk hoogwaardige verbinding tussen het Landgoed Twickel en het Nationaal Landschap Noordoost Twente - wordt ontzien. Wij pleiten in het kader hiervan opnieuw voor een aanpassing van de kaart, door het voorkeursgebied voor wind in Borne te situeren langs de A35 en bedrijventerreinen, zodat de Groene Poort hiervan geen onderdeel meer uitmaakt (Energie).

Het uitgangspunt in onze Omgevingsvisie en een van onze Leidende Principes, is voortbouwen op bestaande netwerken. Dit omdat we meerdere rijke en vaak goed functionerend netwerken in onze provincie hebben, waar we optimaal gebruik van willen kunnen maken. Dat wil niet zeggen dat het uitbreiden van het netwerk niet mogelijk of nergens wenselijk is. We erkennen de omvang van de verstedelijkingsambitie en de gevolgen die dit heeft voor bereikbaarheid. We zullen bestaande netwerken efficiënter moeten gebruiken. Uitbreiding van (H)OV past hier goed bij. In de verstedelijkingsstrategieën wordt de relatie verstedelijking en bereikbaarheid nader in beeld gebracht.

Nee

Wij herkennen ons niet in het beeld dat op dit moment een verschraling van het openbaar vervoer plaatsvindt. De huidige vervoerder heeft zelfs 10% extra vervoer aangeboden in de nieuwe concessie Twente. Wel zijn we, in overleg met de gemeenten en vervoerders, aan het onderzoeken hoe het ov-netwerk in de groene omgeving beter kan aansluiten bij de vraag vanuit de reizigers. In sommige gevallen door snelle directe verbindingen te bieden, in andere door sociaal nabij maatwerk te bieden met vraagafhankelijke vormen. We kijken dan ook breed naar verschillende vormen van publieke mobiliteit, zoals carpoolen, deelfietsen, flexibel (openbaar) vervoer. Zo vormen we in gezamenlijkheid een efficiënter en aantrekkelijker netwerk voor onze reizigers dan de huidige manier. Concreet zijn we afgestapt van het idee dat de bus de enige, laat staan de beste manier is om de groene omgeving bereikbaar te maken. Voor het provinciale kaartmateriaal van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening hanteren we als uitgangspunt voor het weergeven van nieuwe ontwikkelingen: ‘pas op de kaart als het er staat’. We zetten nieuwe ontwikkelingen pas op de kaart als ze gerealiseerd zijn, omdat we vrij eenvoudig op basis van gegevens van het Kadaster kaarten kunnen actualiseren.

Het achterhalen of plannen onherroepelijk zijn is voor ons een stuk moeilijker, omdat we als provincie vaak in dat stadium van de planprocedure niet meer betrokken zijn. Ons provinciaal kaartmateriaal zal altijd achterlopen op nieuwe ontwikkelingen. Dat is geen punt omdat gemeenten de ruimte hebben om op basis van de feitelijke omstandigheden te beoordelen hoe de provinciale kaders in het concrete geval toegepast moeten worden. Zo is voor het oordeel of er sprake is van bestaand bebouwd gebied bepalend wat er gebouwd kan worden op basis van het gemeentelijke omgevingsplan en niet wat er op de kaarten van de Omgevingsverordening staat. Als de provincie via het vooroverleg heeft laten weten dat de nieuwe ontwikkeling akkoord is, is dat voldoende garantie dat er vanuit de provincie verderop in de procedure geen problemen gemaakt zullen worden. Daarvoor is het niet nodig dat de nieuwe ontwikkeling alvast op het kaartmateriaal van de provincie gezet wordt. Dank voor uw zienswijze. Wij zijn ervan op de hoogte dat gemeente Borne negatief staat tegenover het plaatsen van windturbines. Wij zien op dit moment geen inhoudelijke reden om de begrenzing van het voorkeursgebied aan te passen.

Nee

Pagina 36 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023454/9

Energie is en blijft een eerste levensbehoefte. We zijn aan het omschakelen van een centraal energiesysteem dat gevoed wordt door continue aanwezige fossiele bronnen naar een decentraal energiesysteem dat vaak meer afhankelijk is van periodiek aanwezige lokale energiebronnen en energieopslag. En dat zonder in te boeten op leveringszekerheid. Terecht verwijst u naar de Provinciale Energievisie die begin dit jaar is vastgesteld. Deze Energievisie gaat echter niet over de regulering en prioritering voor ruimte en verhouding tot andere opgaves. Dit zou in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening plaats moeten hebben.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025023454/10

13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek

2025023454/11

4. Werken aan Brede Welvaart met Rode Draden

2025023454/12

De huidige Energievisie geeft op provinciale schaal een inkijk op mogelijk inzetbare technieken en energiebronnen, maar daarbij worden nog geen keuzes gemaakt op welke schaal welke technieken waar worden ingezet. De actualisatie van de Energievisie is over vier jaar. Als er dan pas keuzes voor technieken worden gemaakt dan duurt dit te lang, gezien de lange doorlooptijd van energieprojecten. De problemen met onder andere netcongestie zijn daarvoor te nijpend. Wij verzoeken u om in de Omgevingsvisie al duidelijke keuzes te maken. Waarbij voldoende ruimte en flexibiliteit wordt geboden om in te kunnen spelen op nieuwe inzichten en technieken. Andere economische dragers. Naast landbouw zijn ook andere economische dragers in het buitengebied van belang voor de leefbaarheid in het buitengebied. Voor een leefbaar buitengebied zijn voldoende economische dragers namelijk in essentieel. Uiteraard mogen deze niet belemmerend zijn voor de landbouw. Wij verzoeken daarom om meer aandacht te besteden aan economische dragers in het buitengebied. Brede welvaart. De weging van de effecten van de ontwikkeling op de brede welvaart komt in de rederneerlijn (zowel opgenomen in de Omgevingsvisie als in de actualisatie van de Omgevingsverordening) laat aan bod.

Dit terwijl ontwikkelingen in het kader van de brede welvaart, namelijk conform de Omgevingsvisie omschreven als ‘Alles wat mensen van waarde vinden, naast materiele welvaart (inkomen en werkgelegenheid) ook gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid.’, wel degelijk zeer bepalend zijn voor de leefbaarheid in onze dorpen. Wij verzoeken daarom om hieraan meer prioriteit te geven.

20. Gebiedseigen perspectieven

2025023454/13

Gebiedseigenperspectief Twente In de gebiedseigen perspectieven worden veel kenmerken van Twente genoemd, die in algemene zin ook deels kenmerkend zijn voor onze gemeente Borne, maar er zijn meer kenmerken van Borne die hierin terug zouden kunnen komen. Te denken valt aan de centrale bereikbare ligging in het ‘hart van Twente’, de Groene Poort (groene corridor binnen de Twentse stedenband en ecologische schakel tussen Noordoost en Zuidwest Twente, die wij beschermen), de beeldbepalende gebouwen en kloosters, de nieuwbouwwijk Bornsche Maten en ons beschermd dorpsgezicht Oud Borne. Daarbij merken wij voor de volledigheid ook op dat de inwoners van onze grotere kern Borne, net als de inwoners van onder meer de grotere kernen Haaksbergen en Wierden, voor de dagelijkse boodschappen terecht kunnen in eigen gemeente en dat daarnaast onze centrumondernemers (vanwege het unieke winkelaanbod) een bijzondere positie in de regio hebben. Borne zou in het gebiedsperspectief naar onze mening ook nog een plek kunnen krijgen.

Deze noodzaak onderschrijven we. De Redeneerlijn geeft voldoende aanknopingspunten, maar dit komt onvoldoende tegemoet aan de gevraagde keuzes om de benodigde ruimte op langere termijn te reserveren. Dit vraagt duidelijke motivatie en een transparante afweging, gevoed vanuit de netbeheerders, getoetst aan onze Energievisie. Deze vorm van energieplanologie wordt verder uitgewerkt met als beoogd eindresultaat een concrete aanvulling aan het Provinciaal Programma Energietransitie waarin een deel van de ruimte daadwerkelijk gereserveerd wordt. We hebben paragraaf 2.6 aangevuld waarbij we hebben aangegeven dat netinfrastructuur ook ruimte vraagt. Dank voor uw zienswijze. In de Energievisie maken wij niet alleen inzichtelijk welke mogelijke inzetbare technieken en bronnen er zijn. Wij maken ook een keuze voor inzet op een brede energiemix van elektriciteit, warmte, waterstof en biogas.

Ja

Nee

Wij erkennen dat er meerdere economische dragers zijn voor de leefbaarheid van de groene omgeving. We hebben dit verduidelijkt in paragraaf 6.8 van de Omgevingsvisie. In de diverse hoofdstukken van de visie gaan we hier ook nader op in, zoals bijvoorbeeld in het hoofdstuk recreatie en vrijetijd.

Ja

U geeft aan dat u zich zorgen maakt dat brede welvaart pas in de laatste stap van de Redeneerlijn aan bod komt. Brede Welvaart heeft aandacht in de volle breedte van ons beleid. De afweging aan de hand van de Redeneerlijn is daarmee niet de enige plek in het beleid waar Brede Welvaart aandacht krijgt. We zien het als randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen. De Redeneerlijn gaat hierbinnen over het vinden van een locatie voor nieuwe ontwikkelingen. De redeneerlaan gaat uit van een toenemende mate van lokale afweegruimte. Dat Brede Welvaart onderaan de Redeneerlijn staat, betekent dus niet dat het minder belangrijk is maar dat er juist meer ruimte is om hierin een lokale afweegruimte te maken.

Nee

Naar aanleiding van uw zienswijze hebben wij het gebiedsperspectief op een aantal punten, waaronder de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente, aangevuld. Daarbij blijven we op hoofdlijnen en bewaren we een goed evenwicht tussen de 14 Twentse gemeenten.

Ja

Pagina 37 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

20. Gebiedseigen perspectieven

2025023454/14

Daarnaast wordt in het gebiedseigen perspectief op Twente de Regionale Stedelijke Investeringsagenda (RSIA) aangehaald. De afgelopen periode is de basis gelegd om deze agenda te verbreden tot een ontwikkelstrategie voor alle Twentse gemeenten. Als startdocument, waarin de regionale opgaven staan benoemd, is het position paper Twente 2050 opgesteld. Dit position paper en de RSIA vormen de basis van waaruit de regio, de provincie en het Rijk samen een ruimtelijke ontwikkelstrategie (ROS) voor Twente kunnen opstellen voor de periode na 2030. Voorgesteld wordt om de tekst hierop te actualiseren.

Naar aanleiding van uw zienswijze hebben wij het gebiedsperspectief op een aantal punten, waaronder de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente, aangevuld.

Ja

Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

2. Onze visie: Overijssel voor en met elkaar!

2025023458/1

U vraagt aandacht voor de borging van integraliteit en afstemming tussen gebieden en processen. Het is onze bedoeling om in een nadere uitwerking, bijvoorbeeld thematisch, integraliteit en samenhang met andere gebieden voor ogen te houden. Wij willen zorgen voor samenhang in de uitvoering doordat we bij alle gebiedsprocessen, projecten of programma's aan de start vragen een startdocument op te stellen. Hierin moet helder gemaakt worden welke opgaven er zijn en wat relaties zijn met lopende trajecten. We hebben dit verduidelijkt in de tekst van de Omgevingsvisie in paragraaf 5.3.

Ja

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023458/2

U geeft aan dat u het van belang vindt een brede integrale afweging te maken bij het opstellen van concrete sectorale afspraken over bijvoorbeeld wonen of werken. Dit zijn wij met u eens. In paragraaf 6.6 "Verstedelijking" hebben we dat ook weergegeven. Wij realiseren ons met u dat dit wat vraagt van de manier waarop sectorale afspraken worden voorbereid en afgestemd en geven dit ook aandacht in onze wijze van werken. Dit is ook de werkwijze die wij willen hanteren wanneer herijken van gemaakte afspraken aan de orde is.

Ja

5. Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring van visie naar praktijk

2025023458/3

Integraliteit. De provincie stelt in de ontwerpvisie o.a. een thematische uitwerking voor, bijvoorbeeld in de vorm van programma’s, zoals beschreven in hoofdstuk 6. Juist deze thematische uitwerking baart ons zorgen, omdat dit opnieuw een sectorale aanpak lijkt te impliceren en daarmee het risico met zich meebrengt dat integraliteit onvoldoende wordt geborgd. Een integrale benadering zorgt voor meer samenhang tussen de verschillende beleidsdomeinen en voorkomt versnippering van beleid en uitvoering. Daarnaast legt het de dilemma’s bloot waarover geprioriteerd en een keuze gemaakt moet worden. Wij vragen de provincie dan ook expliciet om de integraliteit binnen deze thematische programma’s te waarborgen en hoe de dilemma’s tussen de verschillende thema’s inzichtelijk worden gemaakt en bespreekbaar worden. Het lijkt ons van groot belang dat hierover goed wordt nagedacht voordat met themagerichte uitwerkingen wordt gestart. Daarnaast willen wij aandacht vragen voor de sectorale aard van bestaande afspraken die in de Redeneerlijn van de ontwerpvisie een belangrijke status krijgen als ‘bestaand beleid’, zoals de programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen en de woondeals of woonafspraken. Deze afspraken zijn in de praktijk niet altijd integraal afgewogen, terwijl zij wel bepalend zijn voor ruimtelijke keuzes.

Wij pleiten er dan ook voor om ook deze bestaande sectorale afspraken vanaf nu vanuit een integrale benadering op te stellen, zodat ruimtelijke en maatschappelijke belangen in samenhang kunnen worden meegenomen in de besluitvorming. Dat vergt van zowel gemeenten als provincie om de vakspecialisten die deze afspraken maken, te voeden met voldoende kennis en achtergrond. Maar het vraagt van u als provincie ook om hier scherp op te blijven. Voor wat betreft de bestaande sectorale afspraken willen wij oproepen deze te heroverwegen wanneer blijkt dat deze te sectoraal zijn aangevlogen en daarom botsen met andere (sectorale) opgaven. Het maken van keuzes. Wij onderkennen de spanning tussen het stellen van duidelijke kaders en het bieden van voldoende afwegingsruimte. Het is van belang dat er een goede balans wordt gevonden tussen enerzijds het maken van dwingende keuzes en anderzijds het behouden van flexibiliteit om in te spelen op lokale omstandigheden en behoeften. Wij herkennen overigens het dilemma tussen beide, bijvoorbeeld in het programma landelijk gebied waar wij nu aan werken. Hierin wordt enerzijds gevraagd om een duidelijke koers en keuzes en anderzijds om voldoende mogelijkheden tot maatwerk en flexibiliteit.

De eerdere oproep tot het integraal aanvliegen van ruimtelijke opgaven kan ook schurende opgaven in beeld brengen, waarbij behoefte is aan een integrale afweging en het maken van keuzes. In het geval dat hierbij ook sprake is van provinciale belangen, zoals bescherming van goede landbouwgrond voor de agrarische sector, doen wij dit graag in samenwerking met de provincie. Wij vragen u hierin met ons samen op te trekken.

U geeft aan dat de sectorale programmeringsafspraken in de praktijk niet altijd integraal afgewogen zijn, terwijl ze wel de basis zijn voor ruimtelijke keuzes. U pleit er daarom voor om deze sectorale afspraken, integraal te benaderen. Wij onderschrijven het belang hiervan. In de Omgevingsvisie benoemen we daarom in de paragraaf over verstedelijking dat sectorale opgaven rekening houden met andere opgaven. De gebruikelijke praktijk van programmeringsafspraken houden we in stand, maar we houden hierbij nu ook rekening met keuzes uit andere sectorale afspraken en opgaven. In de totaalafweging wordt gebruik gemaakt van de vragen 'OF', 'WAAR', en 'HOE'. De integrale benaderde sectorale afspraken waar u het over heeft spelen vooral bij het ÓF'. De Redeneerlijn helpt vervolgens bij het bepalen van de optimale locatie.

Nee

2025-023458

Pagina 38 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Wijziging Omgevingsvisie

11. Verstedelijking

2025023458/4

Een concreet voorbeeld van de spanning tussen maatwerk en kaders op lokaal niveau betreft de woningbouwopgave in onze gemeente. In onze gemeentelijke Omgevingsvisie hebben wij opgenomen dat wij voor de kernen Lemelerveld en Nieuwleusen mogelijkheden zien om een deel van de (boven)regionale woonvraag op te vangen. Dit betekent dat wij sneller en meer zouden willen bouwen dan strikt noodzakelijk is voor de autonome groei. Deze extra woningbouw draagt bij aan het behoud en de versterking van het voorzieningenniveau, het lokale bedrijfsleven en het verenigingsleven in deze kernen. Volgens de richtlijnen binnen het thema ‘Verstedelijking’ is het echter niet toegestaan om in Lemelerveld meer te bouwen dan voor de autonome groei nodig is. Wij zijn van mening dat juist extra woningbouw in Lemelerveld bijdraagt aan de provinciale woonopgave en gaan hierover graag met u in gesprek.

5. Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring van visie naar praktijk

2025023458/5

2. Onze visie: Overijssel voor en met elkaar!

2025023458/6

5. Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring van visie naar praktijk

2025023458/7

Tegelijkertijd constateren wij dat de provincie naast een thematische uitwerking van de Omgevingsvisie, ook wil werken met een gebiedsgerichte uitwerking, waarbij ruimte wordt geboden aan oplossingen die in gebiedsprocessen worden gevonden. In het kader van Ruimte voor de Vecht hebben wij al ervaring opgedaan met dergelijke gebiedsprocessen in Panorama Vechtdal. Hieruit zijn waardevolle lessen en randvoorwaarden naar voren gekomen, waaronder het belang van een feitelijke onderlegger over de opgaven als basis voor het gebiedsproces. De vraag is of de ontwerp- POVI voldoende houvast biedt om de opgaven per gebied goed in beeld te brengen. Daarnaast willen wij benadrukken dat de provincie ook een verantwoordelijkheid heeft voor het behalen van overkoepelende doelen. De optelsom van de gebiedsprocessen moet immers voldoende zijn om de provinciale ambities te realiseren. Wij vragen ons af hoe de provincie dit bewaakt en in beeld houdt. Ook speelt de vraag wie uiteindelijk de keuzes maakt, zeker in het licht van het principe ‘water en bodem sturend’ en de rol van het waterschap hierin. Gebiedsprocessen op watersysteem niveau zoals ontwikkeld binnen de Regionale Sponsstrategie kunnen hierbij helpen. De rol van de provincie. In de inleiding van de ontwerp-POVI geeft u aan dat u keuzes wil maken en dat u uzelf een sleutelrol toedicht in de fysieke leefomgeving.

Daarbij wordt ook de rol van ‘gebiedsregisseur’ benoemd. Gezien de complexiteit en schaal van sommige opgaven, die vaak gemeentegrenzen overstijgen, juichen wij deze rol van de provincie toe. Wij zien echter dat deze sleutelrol en de bijbehorende verantwoordelijkheid voor het maken van keuzes in de verdere hoofdstukken van de ontwerpvisie nog onvoldoende concreet zijn uitgewerkt. Wij roepen de provincie op om deze regierol steviger te positioneren en duidelijk te maken hoe zij deze in de praktijk wil invullen, zodat regionale samenwerking daadwerkelijk bijdraagt aan integrale en gedragen oplossingen. Daarnaast zien wij deze rol ook niet (altijd) terug in concrete casussen die nu spelen. Een voorbeeld hiervan is het gebied ten Noorden van de Vecht, het ZSDZ gebied, waarin vele opgaven op verschillende schaalniveaus van diverse overheden spelen. Naast dat hier ook provinciale opgaven spelen, is dit bij uitstek een gebied waarin de provincie haar sleutelrol als gebiedsregisseur kan vervullen. Het gaat hierbij niet om het overnemen van de regie in dit gebied, maar het faciliteren van alle overheden in het gebied en het belang ervan inzien dit gezamenlijk op te pakken. Daarnaast kan de provincie waken voor de integraliteit en de grens ontkennende blik op het gebied. In een ultiem geval, wanneer er in gezamenlijkheid niet uit te komen is, kan de provincie ook keuzes maken.

De toekomstbestendige en duurzame inrichting van gebieden is een gezamenlijke opgave die wij in deze gebieden waar complexe en tegenstrijdige opgaven samen komen, juist gezamenlijk moeten oppakken. Tot voor kort hebben wij deze rol van de provincie en de gezamenlijkheid niet gevoeld. Wij zien een kentering hierin, maar hopen dat dit in de toekomst ook zeker zo zal blijven. Wij roepen hiermee op gezamenlijkheid zowel ambtelijk als bestuurlijk uit te stralen.

U geeft aan dat u een spanning tussen maatwerk en kaders op lokaal niveau ervaart. Als voorbeeld gebruikt u uw ambitie voor woningbouw in de kernen Nieuwleusen en Lemelerveld. U wilt daar meer woningen realiseren dan strikt noodzakelijk is voor de autonome groei en geeft aan dat de richtlijnen in het thema verstedelijking dit niet toestaan. Samen met u streven ook wij naar leefbare en prettige kernen. Ook in het landelijk gebied en bij kleinere kernen. Mede daarom kunnen kernen altijd minimaal bouwen voor lokale behoefte. Het begrip lokale behoefte wordt in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening niet gedefinieerd. Periodiek bepalen we in regionaal verband en in bandbreedtes wat de lokale behoefte is. We hebben dit verduidelijkt in paragraaf 2.7. Onder voorwaarden kan een kern meer bouwen dan de lokale behoefte. Hiervoor hebben we in de Omgevingsvisie randvoorwaarden opgenomen die gaan over ander andere bereikbaarheid en regionale meerwaarde. De resulaten hiervan leggen we gezamenlijk en regionaal vast in de programmeringsafspraken. U vraagt of de Omgevingsvisie voldoende houvast biedt om de opgaves per gebied in beeld te brengen. Daarvoor is een vertaling nodig en vragen we gebiedsprocessen, projecten of programma's aan de start een startdocument op te stellen.

Hierin maken we helder welke doelen en opgaves er zijn en wat de inzet van de provincie en andere partijen zoals het waterschap hierin is, maar ook hoe de besluitvorming tot stand komt. We hebben dit verduidelijkt in paragraaf 5.3. Met de monitor leefomgeving houden we periodiek bij of de doelen worden gehaald en sturen we waar nodig bij.

Ja

U vraagt ons de regierol, die wij voor onszelf zien als gebiedsregisseur, verder uit te werken. We vinden dat wij dit in de Omgevingsvisie voldoende hebben uitgewerkt. Als er sprake is van een nadere uitwerking in gebiedsprocessen of programma's, dan zal in een startdocument beschreven worden welke rol wij voor ons als provincie zien en wat partijen van ons mogen verwachten.

Nee

Wij onderschrijven de oproep die u doet om in complexe gebieden en opgaves samen op te trekken en duidelijk te zijn in de rol die we hierin vervullen en wat partijen van ons mogen verwachten. We betreuren dat u gezamenlijkheid en de rol van de provincie tot voor kort niet hebt gevoeld. In een startdocument voor nieuwe trajecten willen duidelijk maken wat partijen van ons mogen verwachten.

Nee

Pagina 39 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Ja

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023458/8

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023458/9

Hoewel wij de intentie van de Redeneerlijn als instrument positief waarderen, signaleren wij dat de uitwerking in de ontwerpOmgevingsverordening erg gedetailleerd en strak is geregeld. Daarmee ontstaat het risico dat de Redeneerlijn een doel op zich wordt, in plaats van een middel om tot goede afwegingen te komen. Wij maken ons zorgen dat dit leidt tot een juridische benadering waarbij strak wordt getoetst op begrenzingen en definities, in plaats van op inhoudelijke kwaliteit en gebiedsspecifieke afwegingen. Dit geldt met name voor de begrenzing van gebieden; hoe hard wordt hier juridisch op getoetst, en blijft er voldoende ruimte voor maatwerk? Wij pleiten ervoor om de Redeneerlijn als richtinggevend kader te hanteren, met voldoende ruimte voor gebiedsgerichte invulling en bestuurlijke afweging. Hiervoor is een aanpassing van de bewoording in de ontwerp- Omgevingsverordening nodig. De Redeneerlijn. De ontwerp-Omgevingsvisie bevat een Redeneerlijn die leidend is voor de keuzes en afwegingen die worden gemaakt. Het gaat hierbij niet om de ‘OF’ vraag, maar om de ‘WAAR’ vraag. Waar moeten bepaalde opgaven landen? Wij hadden de eer om als eerste gemeente, samen met de provincie Overijssel, een botsproef te doen met de Redeneerlijn om te kijken hoe dit in de praktijk werkt.

In dit gebied, met een enkelvoudige opgave (woningbouw) en één betrokken gemeente, bleek het instrument goed toepasbaar en hielp het in de afweging. In deze gevallen zijn wij als gemeenten goed in staat de ruimtelijke afweging aan de hand van de Redeneerlijn zelf te maken en vervolgens te bespreken met de provincie. Tegelijkertijd constateren wij dat dit instrument minder geschikt is voor gebieden met meervoudige opgaven, op verschillende schaalniveaus en met meerdere betrokken overheden. Denk hierbij aan het gebied ten Noorden van de Vecht (ZSDZ gebied) waar een aantal schurende opgaven ‘moeten’ landen, waarbij de afweging tussen deze opgaven zoals in voorgaande tekst beschreven zeer complex blijkt. We roepen daarom ook op om in deze gebieden te zoeken naar instrumenten of werkwijzen die wel werkbaar zijn en niet te strak vast te houden aan de Redeneerlijn. Voor het ZSDZ gebied zijn de eerste stappen hierin gezet en we houden elkaar, waaronder de provincie, graag vast in dit proces.

U geeft aan dat u op verschillende manieren ervaring heeft opgedaan met de Redeneerlijn. Dit was in het ene geval helpend en in het andere geval leidde dit tot een aantal vragen en onduidelijkheden. De juridische vertaling in de Omgevingsverordening is in uw ogen te strak vorm gegeven. Goed om te lezen dat u de werking van de Redeneerlijn in uw gemeente uitprobeert. De aandachtspunten die u hierbij aangeeft herkennen wij. Wij hebben de Omgevingsvisie (paragraaf 3.6) en Omgevingsverordening op dit punt verduidelijkt en hebben de juridische regeling in de Omgevingsverordening aangepast. Daarin hebben wij opgenomen dat de onderbouwing die bij een omgevingsplan wordt gevraagd op basis van de Redeneerlijn, in verhouding hoort te staan tot de omvang van de ontwikkeling, de verhouding en relatie met andere opgaven aan de orde komt en ook het doorlopen gezamenlijke traject wat daar in bepaalde gevallen aan vooraf is gegaan.

Ja

U geeft aan dat voor enkelvoudige opgaven met één betrokken gemeente het instrument Redeneerlijn goed kan functioneren bij het bepalen van de optimale locatie. Dit is volgens u anders bij complexe opgaven met meerdere schurende functies en meerdere betrokken overheden, zoals bij de opgaven ten noorden van de Vecht (ZSDZ gebied). U verzoekt in dergelijke gevallen minder vast te houden aan de Redeneerlijn en ook in andere instrumenten te voorzien. Wij zijn blij te horen dat het instrument in genoemd geval waar we samen aan een botsproef hebben gewerkt goed gefunctioneerd heeft en delen uw conclusie dat voor dergelijke type gebiedsontwikkelingen het instrument geschikt is. Dit betreft ook een zeer groot deel van de ruimtelijke afwegingen die gemaakt worden binnen de provincie. De genoemde opgave in het ZSDZ-gebied is complex vanwege de aard van de opgaven daar en de aard van de huidige waarden in het gebied. Een dergelijke complexe opgave vraagt om een bredere bestuurlijke afweging. De Redeneerlijk kan in dergelijke gevallen sturend werken in het bestuurlijke gesprek en in geval knopen zijn doorgehakt over welke functie daadwerkelijk ruimte zoekt, daarvoor een optimale locatie te vinden. We denken niet dat aanpassen van de Redeneerlijn, de complexiteit van de opgaven verkleint.

Nee

2025-023459 Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023459/1

De Redeneerlijn wordt in de ontwerp Omgevingsvisie geïntroduceerd als 'leidraad' en 'hulpmiddel' om in gezamenlijkheid te komen tot een samenhangende afweging en prioritering bij de locatiekeuze van opgaven. Wij kunnen ons in de basis vinden in die aanpak en zien de noodzaak om opgaven in samenhang op te pakken, te prioriteren en keuzes te maken. Wel constateren wij spanning tussen enerzijds de visie die gericht is op verbinding, voorkantsamenwerking, maatwerk en uitgaat van kwalitatieve sturing en anderzijds de zeer strikte juridische vertaling van de Redeneerlijn in de Omgevingsverordening.

U geeft aan dat u zich in de basis kunt vinden in de aanpak om opgaven in samenhang op te pakken. De doorvertaling in de Omgevingsverordening van de Redeneerlijn als hulpmiddel voor deze integrale afweging is in uw ogen te strikt juridisch vertaald. Wij hebben paragraaf 3.6 van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening op dit punt verduidelijkt en de juridische regeling in de Omgevingsverordening aangepast. De juridische regeling hebben we aangepast en daarin hebben wij opgenomen dat de onderbouwing die bij een omgevingsplan wordt gevraagd op basis van de Redeneerlijn, in verhouding hoort te staan tot de omvang van de ontwikkeling en ook het doorlopen gezamenlijke traject wat daar in bepaalde gevallen aan vooraf is gegaan

Pagina 40 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Wijziging Omgevingsvisie

Ja

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023459/2

Wij hebben dan ook twijfels of de Redeneerlijn, zoals nu juridisch vertaald, praktisch werkbaar en voldoende adaptief en toekomstbestendig is om het benodigde gebiedsgericht maatwerk te kunnen leveren. Daar komt bij dat nog nauwelijks praktijkervaring opgedaan is met de Redeneerlijn en deze veel algemene en nauwelijks objectief begrensde begrippen bevat (zoals kleine ontwikkelingen, volhoudbaarheid op de lange termijn). Dit kan voor onduidelijkheid zorgen en vormt een risico richting beroepsprocedures. Wij voorzien dan ook discussie en vertraging bij het realiseren van de grote maatschappelijke opgaven (met name wonen, werken, mobiliteit) waar we samen voor staan. Tijd die we niet hebben en beter kunnen gebruiken voor samenwerking om de opgaven te versnellen.

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025023459/3

Daarom zouden wij graag, aan de voorkant en in de praktijk, met u samenwerken aan de doorvertaling en concretisering van de Redeneerlijn naar gebiedsniveau. En bepalen wat hiervoor nodig is. Waar lopen we tegenaan? Wat werkt wel en wat niet? En hoe doen we dat samen? leder vanuit de eigen rol in de ruimte. Pas verordenen nadat duidelijk is wat werkt in de praktijk sluit naadloos aan op onze constructieve samenwerking en uw bestuursstijl: noaberschap in het bestuur brengen, werken als één overheid, gebiedsgericht werken en ruimte laten voor oplossingen in gebiedsprocessen en 'leren door te doen' (pagina 89 e.v.). Samengevat daarom het voorstel om: a. de Redeneerlijn in de Omgevingsverordening meer in harmonie te brengen met uw Omgevingsvisie (bestuursstijl, ruimte voor maatwerk en gebiedseigen oplossingen e.d. b. meer recht te doen aan het belang van en vertrouwen in de voorkantsamenwerking tussen provincie en gemeenten en deze samenwerking een centrale(re) plek te geven in de Redeneerlijn; c. onze energie, kennis, tijd en ruimte te benutten om, via de voorkantsamenwerking, praktijkervaring op te doen met de invulling en concretisering van de Redeneerlijn naar gebieds- en locatieniveau, specifiek in gebieden waar veel opgaven samenkomen (zoals de Noordflank Vechtdal); d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c7825319-2960-44db-9e9f-ba96b2e67a8f