CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage V - Ontwerp-Zienswijzennota Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (2)

Informatievoorziening raad 19 maart 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Ontwerp Omgevingsvisie- en verordening provincie Overijssel77.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 9

Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening • • • •

Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Actualisatie 2026 Omgevingsverordening, onderdeel raatakkers en karrensporen Catalogus Gebiedskenmerken 2026 Omgevingseffectrapportage behorend bij de Nieuwe Omgevingsvisie

Datum: Status:

20 januari 2026

Colofon Projectnaam: Document: Versienummer Bevoegd gezag: Initiatiefnemer: Auteur:

Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en -verordening, Omgevingseffectrapportage behorend bij Omgevingsvisie, Actualisatie Omgevingsverordening 2026 en Catalogus Gebiedskenmerken, 20 januari 2026 Provincie Overijssel Provincie Overijssel Provincie Overijssel

Datum: Status:

20 januari [concept versie V0…/definitief]

Pagina 2 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Pagina 3 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Inhoud 1. 1.1. 1.2. 1.3.

Inleiding Project Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Procedure van Zienswijzen Leeswijzer

11 11 11 12

Voorbeelden van de zienswijzen

12

Participatie en communicatie en toetsingsadvies 1.4. Participatie en communicatie 1.5. Toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage

13 13 13

4. Beantwoording zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsvisie per indiener 2025-022513 2025-022524 2025-022530 2025-022938 2025-023039 2025-023452 2025-023454 2025-023458 2025-023459 2025-023487 2025-023506 2025-023582 2025-023611 2025-023639 2025-023642 2025-023649 2025-023656 2025-023668 2025-023672 2025-023837 2025-023849 2025-023879 2025-023887 2025-023888 2025-023908 2025-023910 2025-023917 2025-023930 2025-024019 2025-024024 2025-024036 2025-024042 2025-024071 2025-024080 2025-024081 2025-024098

17 17 17 20 24 25 32 34 38 40 43 46 46 49 50 52 55 60 74 75 76 79 80 81 82 84 90 97 98 103 105 106 108 109 111 117 120

Pagina 4 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

2025-024109 2025-024127 2025-024152 2025-024159 2025-024160 2025-024173 2025-024186 2025-024191 2025-024271 2025-024312 2025-024314 2025-024318 2025-024337 2025-024338 2025-024339 2025-024340 2025-024422 2025-024443 2025-024447 2025-024467 2025-024509 2025-024561 2025-024669 2025-024678 2025-024681 2025-024713 2025-024717 2025-024718 2025-024883 2025-025070 2025-025072 2025-025086 2025-026233 2025-026746 2025-027097 2025-027101 2025-027103 2025-027104 2025-027107 2025-027120 2025-027122 2025-027123 2025-027126 2025-027129 2025-027131 2025-027132 2025-027135

124 125 127 130 134 135 136 138 139 140 140 141 142 143 144 145 146 148 151 154 163 166 167 167 169 171 172 185 187 189 190 190 195 198 199 201 204 206 208 210 212 214 216 218 220 221 223

5. Beantwoording zienswijzen op de Omgevingsverordening (o.b.v. de Nieuwe Omgevingsvisie) per indiener 2025-022533 226 2025-022942 229 2025-023039 229 2025-023451 232

226

Pagina 5 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

2025-023452 2025-023454 2025-023459 2025-023639 2025-023646 2025-023649 2025-023654 2025-023658 2025-023666 2025-023887 2025-023888 2025-023908 2025-023910 2025-023917 2025-023930 2025-024024 2025-024036 2025-024080 2025-024081 2025-024096 2025-024098 2025-024109 2025-024152 2025-024186 2025-024191 2025-024271 2025-024321 2025-024443 2025-024449 2025-024678 2025-024717 2025-024718 2025-024967 2025-025086 2025-026222 2025-026744 2025-026746 2025-027097 2025-027101 2025-027103 2025-027104 2025-027107 2025-027120 2025-027122 2025-027123 2025-027126 2025-027129 2025-027131 2025-027135 2025-027180

232 233 235 237 238 240 244 253 257 258 259 263 266 268 272 274 275 277 279 279 280 281 282 286 288 288 288 291 293 294 295 304 306 308 313 316 317 320 322 324 326 328 330 332 334 336 338 340 340 343

6. Beantwoording zienswijzen op de Actualisatie 2026 van de Omgevingsverordening, onderdeel raatakkers en karrensporen 345 2025-020591 346

Pagina 6 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

2025-020598 2025-020600 2025-020602 2025-020604 2025-020608 2025-020610 2025-020736 2025-020747 2025-021607 2025-021610 2025-021611 2025-021612 2025-021751 2025-021752 2025-021753 2025-021971 2025-021970 2025-022134 2025-022130 2025-022126 2025-022123 2025-022501 2025-022503 2025-022505 2025-022507 2025-022515 2025-022518 2025-022521 2025-022548 2025-022552 2025-022556 2025-022564 2025-022565 2025-022567 2025-022653 2025-022665 2025-022691 2025-022693 2025-022703 2025-023569 2025-022838 2025-023575 2025-023576 2025-023581 2025-023583 2025-023587 2025-023236 2025-023239 2025-023599 2025-023604 2025-023610 2025-023614 2025-023615 2025-023619

346 347 348 349 350 350 350 351 352 354 354 354 355 357 359 361 362 362 363 363 363 364 365 365 366 367 369 371 372 372 373 375 375 375 376 376 377 378 379 380 381 383 384 385 385 385 386 388 388 388 389 390 391 391

Pagina 7 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

2025-023622 2025-023629 2025-023634 2025-023636 2025-023664 2025-023665 2025-023667 2025-023669 2025-023864 2025-023869 2025-023875 2025-023598 2025-023597 2025-023586 2025-023946 2025-023964 2025-023971 2025-023990 2025-024000 2025-024013 2025-024015 2025-024016 2025-024022 2025-024064 2025-024068 2025-024074 2025-024138 2025-024122 2025-024121 2025-024080 2025-023936 2025-024446 2025-024455 2025-024620 2025-024442 2025-024670 2025-024686 2025-024687 2025-024689 2025-024690 2025-024691 2025-024692 2025-024694 2025-024695 2025-024730 2025-024737 2025-024736 2025-024739 2025-024740 2025-024742 2025-024743 2025-024746 2025-024753 2025-024755

392 394 395 396 397 399 399 400 401 403 404 405 406 407 408 409 411 412 413 414 415 416 417 419 420 422 423 425 426 427 429 429 430 431 433 433 434 435 437 439 440 440 441 442 443 444 445 447 448 449 450 451 452 452

Pagina 8 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

2025-024756 2025-024760 2025-024768 2025-024842 2025-024846 2025-024865 2025-024901 2025-024905 2025-025026 2025-025039 2025-025041 2025-025061 2025-025066 2025-025095 2025-025047 2025-026745 2025-026748 2025-027094 2025-027253 2025-025086 2025-024081 2025-023908 2025-024443 2025-026749 2025-023672 2025-024561 2025-031943 2025-023930 2025-024186

453 454 455 456 458 459 460 462 463 464 466 466 467 468 468 469 471 472 473 475 477 479 481 482 483 484 486 487 489

7. Beantwoording zienswijzen op de Catalogus Gebiedskenmerken 2025-023656 2025-023888 2025-024314 2025-024467 2025-024717

492 492 496 496 499 499

8. Beantwoording zienswijzen op het OER, in relatie tot de ontwerp-Omgevingsvisie 2025-023642 507 2025-023656 510 2025-024314 510 2025-024678 512 2025-024717 513 2025-024718 532 2025-024883 535 2025-026746 536 2025-027097 539 2025-027101 542 2025-027103 545 2025-027104 548 2025-027107 551 2025-027120 554

505

Pagina 9 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

2025-027122 2025-027123 2025-027126

557 560 563

9. Beantwoording zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsvisie per thema 568 Thema 2. Onze Visie: Overijssel voor en met elkaar! 568 Thema 3. Leidende principes en redeneerlijn 575 Thema 4. Werken aan Brede Welvaart met Rode Draden 592 Thema 5. Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring. Van visie naar praktijk 594 Thema 6. Water, bodem en klimaatadaptatie 598 Thema 7. Klimaatmitigatie en energie(transitie) 607 Thema 8. Landbouw en voedselvoorziening 657 Thema 9. Natuur en landschap 672 Thema 10. Cultureel Erfgoed 685 Thema 11. Verstedelijking 687 Thema 12. Wonen 695 Thema 13. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek 705 Thema 14. Mobiliteit en Luchtvaart 716 Thema 15. Vrije tijd, recreatie en toerisme 724 Thema 16. Milieu en (milieukundige) gezondheid 729 Thema 17. Sociale kwaliteit en (positieve) gezondheid 734 Thema 18. Voldoende kaderstelling voor keuze 737 Thema 19. Kaartbijlage 737 Thema 20. Gebiedseigen perspectieven 741 Thema 21. Overige opmerkingen 742 10. Beantwoording zienswijzen op de Omgevingsverordening (o.b.v. de Nieuwe Omgevingsvisie) per thema Thema 1. Aanleiding van de Omgevingsvisie 748 Thema 2. Onze visie: Overijssel voor en met elkaar 749 Thema 3. Leidende principes en redeneerlijn 750 Thema 5. Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring van visie naar praktijk 760 Thema 6. Water, bodem en klimaatadaptatie 760 Thema 7.

Klimaatmitigatie en energie(transitie) 765 Thema 8. Landbouw en voedselvoorziening 800 Thema 9. Natuur en Landschap 808 Thema 11. Verstedelijking 811 Thema 12. Wonen 819 Thema 13. Ondernemen, werken en voorzieningen 821 Thema 15. Vrije tijd, recreatie en toerisme 831 Thema 16. Milieu en (milieukundige) gezondheid 831 Thema 17. Sociale Kwaliteit en (positieve) gezondheid 831 Thema 19. Kaartbijlage 832 Thema 20. Gebiedseigenperspectieven 834 Thema 21. Overige opmerkingen 835

748

Pagina 10 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

1. Inleiding

U heeft in een zienswijze uw mening of reactie gegeven op de Omgevingsvisie, Omgevingsverordening, Catalogus Gebiedskenmerken of de Omgevingseffectrapportage (OER). We hebben alle zienswijzen zorgvuldig bekeken. In deze zienwijzennota staat hoe met uw zienswijze is omgegaan en of deze is verwerkt in de documenten. We willen alle indieners bedanken voor de zienswijzen die zij hebben ingediend. Wij bedanken de indieners voor de scherpe observaties, voor de complimenten en aanmoedigingen voor de uitvoeringsfase die volgt na de vaststelling van de visie. De hoeveelheid zienswijzen toont de betrokkenheid van inwoners en (overheids-)organisaties met het provinciale omgevingsbeleid. Wij hebben ons best gedaan om alle zienswijzen zorgvuldig te beantwoorden en te verwerken in de documenten.

1.1.

Project Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Waarom een nieuwe Omgevingsvisie? In 2020 zijn we gestart met het opstellen van een nieuwe Omgevingsvisie voor onze provincie. Dat was nodig omdat we beter willen inspelen op uitdagingen waar we in onze provincie mee te maken hebben. Denk aan het bieden van voldoende ruimte voor de landbouw, inspelen op klimaatverandering en het opwekken van duurzame energie. Het zorgen voor voldoende kwaliteit van de natuur en het realiseren van veel nieuwe woningen en ruimte voor bedrijven hoort ook bij deze uitdagingen. Daarom is er een Omgevingsvisie gemaakt voor de toekomst, waaraan inwoners van jong tot oud, gemeenten, waterschappen en andere partners hebben meegedacht. In de Nieuwe Omgevingsvisie van Overijssel, staat het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving voor de komende periode (2030-2050). Na vaststelling door Provinciale Staten vervangt deze nieuwe Omgevingsvisie de huidige Omgevingsvisie. Wat staat er in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening?

Het resultaat is een geheel nieuwe Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat wat we als provincie willen bereiken in de leefomgeving van Overijssel, nu en in de toekomst. We beschrijven onze doelen en plannen voor onderwerpen zoals klimaat en energie, wonen en vervoer en natuur en landbouw. Ook gaan we in op belangrijke waarden: duurzaamheid, gezondheid, sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit. In de Omgevingsvisie wordt gekeken naar de tijd tot 2035 en nog verder weg naar 2050. In die jaren moet er veel gebeuren. Dat is een puzzel want genoeg ruimte om álles naast elkaar te doen is er niet. Daarom moeten we de ruimte die we hebben zo zuinig en slim mogelijk gebruiken. Omdat we nog niet alle toekomstige plannen weten, kan een Omgevingsvisie nooit antwoorden bieden op alle vragen. Als plannen veranderen, helpt de Redeneerlijn en de om een afweging te maken. In de Redeneerlijn staan een paar belangrijke principes: We gaan duurzaam om met onze ruimte en grondstoffen. Water en bodem zijn leidend bij het inrichten van onze omgeving. We zetten in op sterke DSS-regio’s (Dagelijkse Stedelijke Systemen). We bouwen voort op de sterke netwerken die er al zijn. Met de Redeneerlijn geven we nieuwe initiatieven de ruimte waar dat kan. Ook de Rode Draden hebben een duidelijke plek in de Redeneerlijn. De Omgevingsverordening en de Catalogus Gebiedskenmerken horen bij deze visie.

Hierin staan regels die nodig zijn om de visie uit te voeren. De Catalogus Gebiedskenmerken beschrijft de ruimtelijke kwaliteit en unieke eigenschappen van de landschappen in Overijssel. De Omgevingsverordening en de Catalogus Gebiedskenmerken zijn niet nieuw. We hebben deze documenten deels aangepast zodat ze beter passen bij deze Omgevingsvisie. In de Omgevingsverordening hebben we ook de jaarlijkse actualisatieronde verwerkt en regels ter bescherming van karresporen en raatakkers toegevoegd. In de Omgevingseffectrapportage (OER) staan de verwachtte effecten en het doelbereik van het beleid uit de Nieuwe Omgevingsvisie. In deze Omgevingseffectrapportage staan ook aanbevelingen voor maatregelen om negatieve effecten te verminderen of te vermijden. Het OER bevat ook de effectbeoordeling van het Regionaal Waterprogramma (RWP), deze wordt niet in deze zienswijzennota besproken maar in het traject van het RWP.

1.2.

Procedure van Zienswijzen

Met alle adviezen uit de samenleving en van de (gebieds)partners hebben we in 2024 eerst een conceptversie van de Omgevingsvisie opgesteld. Vervolgens hebben we de reacties op deze conceptversie verwerkt in een ontwerpOmgevingsvisie en hebben we de regels aangepast in de ontwerp-Omgevingsverordening en in de Catalogus Gebiedskenmerken. De ontwerpversies van de Omgevingsvisie, Omgevingsverordening, Catalogus Gebiedskenmerken en de Omgevingseffectrapportage (OER) hebben van 27 mei tot 7 juli 2025 ter inzage gelegen. De stukken zijn via deze link te vinden: Op weg naar een nieuwe Omgevingsvisie - Provincie Overijssel. Iedereen kon in die periode een zienswijze indienen en zo een reactie geven. We hebben veel zienswijzen ontvangen en deze allemaal zorgvuldig bekeken. De meeste reacties waren positief, maar er waren ook zorgen en vragen. Sommige reacties kregen we ook al eerder op de conceptversie. Nu zijn de reacties duidelijker en soms scherper van toon. Sommige suggesties hebben we overgenomen, andere niet, bijvoorbeeld als belangen tegenstrijdig waren of als een voorgestelde aanpassing niet past binnen onze doelen. In de Zienswijzennota is te lezen wat we met elke zienswijze hebben gedaan. Alle Overijsselaren en de (gebieds)partners hebben dus de mogelijkheid gehad een reactie, een zienswijze, in te dienen op het voorgenomen nieuwe beleid, de regels in de verordening en de

Pagina 11 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

andere ontwerpstukken. In diezelfde periode heeft de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (MER) haar advies over het OER gegeven. In totaal zijn er 84 zienswijzen ingediend op de ontwerp-Omgevingsvisie, 63 zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsverordening, 131 zienswijzen op de Actualisatie 2026 van de Omgevingsverordening, 3 op de Catalogus Gebiedskenmerken en 17 op het OER (voor het deel over de Omgevingsvisie en bijbehorende deelonderzoeken). De zienswijzen op het RWP (en het RWP-deel van de OER) worden in de besluitvorming over het RWP meegenomen (deze volgt na de besluitvorming over de Omgevingsvisie). In deze nota leest u al deze ingediende zienswijzen, ons antwoord hierop en leest u of de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening of de Catalogus Gebiedskenmerken, naar aanleiding van deze zienswijzen zijn aangepast. De ingediende zienswijzen zijn door de Provincie Overijssel in een tabel opgenomen en voorzien van een antwoord. Deze leest u in de hoofdstukken 4 tot en met 8. Natuurlijk zijn de zienswijzen geanonimiseerd opgenomen. Indieners hebben bericht ontvangen over het nummer waaronder zij hun zienswijzen en bijbehorende antwoorden in deze Zienswijzennota kunnen vinden.

Deze Zienswijzennota wordt samen met de definitieve stukken de nieuwe Omgevingsvisie, Omgevingsverordening, gebiedscatalogus en de OER, op 6 mei 2026 ter vaststelling voorgelegd aan Provinciale Staten.

1.3.

Leeswijzer

Er zijn veel zienswijzen ingediend en deze zijn allen zorgvuldig beantwoord. Dit maakt dat het verslag daarvan in deze Zienswijzennota nogal omvangrijk is geworden. Daarom volgt hier een leeswijzer voor deze nota. In hoofdstuk 2 geven we een aantal voorbeelden van zienswijzen en het bijbehorende antwoord van de Provincie. Zo krijgt u snel een indruk van enkele van de zorgen die indieners hebben bij de Omgevingsvisie. In hoofdstuk 3 vertellen we hoe we om zijn gegaan met participatie en communicatie rondom dit project. In dit hoofdstuk doen we ook verslag van het advies van de commissie mer op de Omgevingseffectrapportage (OER) die we hebben laten uitvoeren. In hoofdstuk 4 leest u de zienswijzen en de bijbehorende antwoorden op de Omgevingsvisie. Daarbij staat ook vermeld of, en zo ja, in welk hoofdstuk of paragraaf de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. In hoofdstuk 5 leest u de zienswijzen en de bijbehorende antwoorden op de Omgevingsverordening. Hierbij gaat het om de regels in de verordening die voortkomen uit het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie. Daarbij staat ook vermeld of, en zo ja, in welk hoofdstuk of paragraaf de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van de Omgevingsverordening. In hoofdstuk 6 leest u de antwoorden op de zienswijzen op de actualisatie 2026 van de Omgevingsverordening, onderdeel Raatakkers en Karrensporen.

Hoofdstuk 7 behandelt de zienswijzen op de Catalogus Gebiedskernmerken en hoofdstuk 8 behandelt de zienswijzen op de Omgevingseffectrapportage. Bij het schrijven van de hoofdstukken 4 tot en met 8 hebben we de ingediende zienswijzen per indiener behandeld. Leest u de ingediende zienswijzen liever per thema dan verwijzen we u naar hoofdstuk 9 voor de zienswijzen op de Omgevingsvisie en naar hoofdstuk 10 voor de zienswijzen op de Omgevingsverordening.

Voorbeelden van de zienswijzen Hieronder hebben we enkele voorbeelden van zorgen opgenomen die geuit zijn in de Zienswijzen. We geven aan hoe we daar mee omgaan. 1. De Redeneerlijn Verschillende gemeenten en waterschappen waarderen de ruimte die het werken met de Redeneerlijn aan hen geeft voor het maken van nieuwe plannen. Ze vinden daarnaast dat de Redeneerlijn helpt om vanaf het begin goed overleg te hebben over de plannen. Wel hebben ze vragen hoe ze met de Redeneerlijn moeten werken. Ze vragen of voor elke grote of kleine verandering van een functie altijd een onderbouwing met de Redeneerlijn nodig is. Ook vragen ze welke onderbouwing nodig is als er al eerder afspraken zijn gemaakt. Met behulp van juridisch advies hebben we de regels eenvoudiger gemaakt. Bij kleine projecten of een gezamenlijk voortraject waarin afspraken zijn gemaakt kan de onderbouwing met de redeneerlijn compacter zijn. 2. Bedrijventerreinen met hogere milieucategorieën en bedrijventerreinen die aan het water liggen In de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zorgen we ervoor dat er ruimte blijft voor bedrijventerreinen met hogere milieu categorieën en voor bedrijventerreinen die aan het water liggen. Deze terreinen zijn belangrijk voor de economie, nu en in de toekomst. En ze zijn schaars: als we ze verliezen, is het bijna onmogelijk om nieuwe geschikte plekken te vinden.

Gemeenten zijn het eens dat er voldoende ruimte moet blijven. Maar ze maken zich wel zorgen over de nieuwe regels en willen de ruimte hebben om een uitzondering te kunnen maken. Daarom hebben we de regels aangepast zodat er nu meer balans is tussen het beschermen van deze bedrijventerreinen en het bieden van genoeg flexibiliteit om soms een uitzondering te kunnen maken. 3. Landbouwgebieden De landbouw in onze provincie zorgt voor voedselzekerheid, is economisch en sociaal van groot belang en zorgt voor het beheer van ons mooie landschap. We hebben in de Omgevingsvisie twee type landbouwgebieden ingedeeld op basis van de lokale omstandigheden. In de landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen beschermen we de ruimte voor landbouw en willen we geen plannen die de mogelijkheden voor de landbouw in de weg zitten. Daarnaast hebben we de landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven en kansen. Hier zijn naast voedselproductie ook andere kansen voor combinaties met bijvoorbeeld zorg of agrarisch natuurbeheer. Sommige partijen hebben vragen over de kaart met daarop twee type landbouwgebieden. Sommige vragen om meer kaders en duidelijkheid. We houden de twee typen landbouwgebieden toch aan. De precieze uitwerking van het ondernemersperspectief kan volgen in de landbouwvisie of in programma’s die later worden gemaakt 4. Samenhang opgaves en projecten in gebieden

Pagina 12 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Partijen geven aan dat de Omgevingsvisie samenhang biedt tussen de verschillende opgaves. Maar er zijn ook vragen over hoe de provincie zorgt voor deze samenhang in thematische uitwerkingen bijvoorbeeld voor wonen of natuur en in gebiedsprocessen? Dit hebben we verduidelijkt in de Omgevingsvisie. We hebben hierin beschreven hoe een startdocument kan helpen om verschillende opgaves in een gebied goed op elkaar af te stemmen. 5. Erfgoed: raatakkers en karresporen We kregen veel vragen over de bescherming van dit erfgoed. We kiezen voor maatwerk: per locatie bekijken we wat nodig is om erfgoed te beschermen, met zo min mogelijk beperking voor eigenaren. 6. Natuur en landschap Groene organisaties roepen op om duidelijkheid te bieden hoe de gestelde doelen bereikt gaan worden. Er worden concrete maatregelen gevraagd om de biodiversiteit te herstellen. Gedeputeerde Staten verkennen welke gebiedsspecifieke maatregelen kunnen bijdragen aan het behalen van de doelen in en nabij Natura 2000-gebieden. Overijssel werkt gebiedsgericht, met de belangrijke partners in het gebied om doelen te behalen. Dit is de Overijsselse 3x3 aanpak waar we aan vasthouden. 7. Energie, netcongestie Zowel bij gemeenten als bij individuele indieners zijn er zorgen over de netcongestie.

Gedeputeerde Staten onderschrijven deze zorgen, maar zien geen mogelijkheden om dit met aanvullingen in de Omgevingsvisie of -verordening te voorkomen. Het oplossen van netcongestie is een nationaal vraagstuk. Binnen het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) is het één van de speerpunten. 8. Energie, wind Veel individuele indieners hebben zienswijzen over windenergie. Vaak hebben die betrekking op gezondheidsaspecten van individuele of toekomstige windmolenprojecten. Gedeputeerde Staten wijzen in die gevallen op de onderzoeken (ProjectMER) die voor die projecten gedaan zal moeten worden door de initiatiefnemers. 9. Verstedelijking Een aantal steden heeft opgeroepen om in de Omgevingsvisie de verstedelijkingslocaties al aan te wijzen. Gedeputeerde Staten kiezen voor optimale afweegruimte bij gemeenten en hebben daarom een kwalitatieve sturing ontwikkeld, dat gemeenten de ruimte biedt om zelf keuzes te maken. 10. Verstedelijking en ondernemen Gemeenten hechten, net als de provincie, aan de watergebonden bedrijventerreinen en aan de bedrijventerreinen met hogere milieucategorieën, maar spreken de wens uit om er in bepaalde gevallen van af te mogen wijken. Gedeputeerde Staten hebben besloten om te verduidelijken waarom het handhaven van dit soort bedrijventerreinen zo belangrijk is. Daarnaast wordt toch ook de mogelijkheid geboden voor enige flexibiliteit. CHECK

Participatie en communicatie en toetsingsadvies 1.4.

Participatie en communicatie

We hebben de visie niet alleen gemaakt. Meedenken en meepraten was geen apart traject, maar onderdeel van elke stap die we hebben gezet. Provinciale Staten hebben bij het begin van het traject aangegeven hoe de samenleving betrokken moet worden bij het maken van de Omgevingsvisie. Veel mensen en organisaties hebben meegedacht: gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners van Overijssel. We hebben mensen op veel verschillende manieren gevraagd wat zij belangrijk vinden in hun omgeving. In de Omgevingsvisie leest u op welke wijze de participatie vorm is gegeven en hoe er met de inbreng vanuit de participerende organisaties en individuen is omgegaan. Rond de zomer van 2024 is er een informele inspraakronde voor medeoverheden en partners gehouden. Deze informele ronde leverde een heleboel reacties op. Daar is een Reactiedocument uit voortgekomen, die met de indieners is besproken en aan de indieners is toegezonden: via deze link te lezen. De ontwerp-Omgevingsvisie is mede op basis van deze informele reacties aangepast. In het voorjaar/zomer van 2025 heeft er een formele inspraakronde plaatsgevonden met het ter inzage leggen van de ontwerpstukken, waar wederom veel op is gereageerd in de vorm van zienswijzen. Al deze zienswijzen en de beantwoording van deze zienswijzen leest u in deze Zienswijzennota.

1.5.

Toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage

Het milieueffectrapport (MER) of - in dit geval- een Omgevingseffectrapportage (OER) is een belangrijke stap in de procedure voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Het OER brengt de omgevings- en milieueffecten van de nieuwe Omgevingsvisie in beeld. Het OER voor de Omgevingsvisie is gefaseerd uitgevoerd: • Fase 1, actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 – inclusief beoordeling perspectieven op Overijssel (status: afgerond); • Fase 2a, Provinciaal Programma Energie (status: afgerond); • Fase 2b, ontwerp-Omgevingsvisie Overijssel (NOO) en herziening van het Regionaal Waterprogramma (RWP) (onderwerp van voorliggend OER).

Pagina 13 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Een onafhankelijke commissie: de commissie voor de milieueffectrapportage heeft het OER Fase 2b beoordeeld en een toetsingsadvies hierover uitgebracht. Daarnaast hebben medeoverheden, (gebieds-)partners en individuen zienswijzen ingediend op de Omgevingseffectrapportage. Het toetsingsadvies volgt hierna. De inleiding op de zienswijzen op de OER en de zienswijzen en reacties op de OER staan in hoofdstuk 8. De zienswijzen op het OER t.a.v. het Regionaal Waterprogramma (RWP) worden in het kader van besluitvorming over het RWP behandeld.

Toetsingsadvies Commissie voor de milieueffectrapportage Op 29 augustus 2025 heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna de Commissie) het Toetsingsadvies over het milieueffectrapport uitgebracht voor fase 2b. De Commissie heeft veel waardering voor de manier waarop het OER is opgesteld, de gebruikte beoordelingsmethodiek en de objectiviteit van de beoordeling. Volgens de Commissie ontbreekt er in het OER nog wel essentiële informatie om de Omgevingsvisie vast te stellen, namelijk: ‘Toch is de Commissie van oordeel dat het OER op één punt nog niet de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over de nieuwe Omgevingsvisie van Overijssel, waarin het belang van de leefomgeving volwaardig wordt meegewogen. Het gaat om een verkenning in het OER van de mogelijkheden die de provincie heeft om haar doelen op het gebied van natuur, waterkwaliteit en gezondheid beter binnen bereik te brengen.’ ‘De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming, te verkennen hoe de provinciale ambities en doelen beter binnen bereik komen. Het gaat specifiek om mogelijkheden voor urgente opgaven voor natuur, waterkwaliteit en gezondheid.

Beschouw hoe die mogelijkheden samengaan met andere beleidsvoornemens en ontwikkelingen op het grondgebied.’ Reactie provincie Bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie is bewust gekozen voor een visie op hoofdlijnen, een visie met Leidende Principes, een heldere Redeneerlijn en Rode Draden om een brede afweging te maken om uiteindelijk de Brede Welvaart te versterken. Inherent aan een dergelijke visie is dat nog niet alles vaststaat en dat nadere uitwerking nodig is om de doelen te halen. Bovendien zijn de gebieden en de opgaven in de gebieden in Overijssel verschillend. We willen samen met partners in gebieden oplossingen zoeken. Er is geen ‘one size fits all’. Bijvoorbeeld binnen een gebied zoals Noordwest Overijssel zijn ter plekke maatwerkoplossingen nodig afhankelijk van de hydrologie en/of dikte van het veen. We zetten de doelen hierin centraal en geven hier met een gebiedsgerichte of thematische uitwerking samen met partners nader invulling aan. Dat doen we bijvoorbeeld met onze 3x3 aanpak waarin we werken aan de toekomst van ons platteland. En we brengen consequenties en effecten voor bijvoorbeeld natuur, leefbaarheid en bedrijfsleven in beeld. Hierdoor vullen we het doelbereik en effecten steeds scherper in.

Hieronder beschrijven we: Hoe we nu al werken aan de doelen voor natuur, waterkwaliteit en gezondheid Wat de opgaves zijn waarvoor nog nadere uitwerking nodig is; Hoe we willen werken met een Startdocument voor programma’s en gebiedsprocessen

Uitwerking: Hoe we nu al werken aan de doelen voor natuur, waterkwaliteit en gezondheid Er lopen diverse programma’s waarin gebieden samen met partners plannen worden uitgewerkt en uitgevoerd. Het Regionaal WaterProgramma (RWP), waarvoor het OER ook is opgesteld, is daar een voorbeeld van. Zonder hier nu volledig te willen zijn wordt op dit moment al gewerkt aan de volgende verkenningen, programma’s en gebiedsprocessen: o

o

o

Natuur: we werken aan biodiversiteitsherstel en – verbetering binnen Natura 2000 natuurgebieden en het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Binnen de Natura 2000 natuurgebieden doen we dat in het programma Ontwikkelopgave Natura 2000 door o.a. op basis van de Natuurbeheerplannen, voor Natura 2000-gebieden inrichtingsplannen te maken met natuurherstelmaatregelen en deze uit te voeren. Met het programma Toekomst voor ons Platteland (TvoP) werken we in gebiedsprocessen samen met partners, inwoners en bedrijven onder meer aan de kwaliteit van de natuur. Via programma’s als Natuur voor Elkaar, het maatregelpakket groenblauwe dooradering en houtopstanden werken we aan een versterking van de biodiversiteit buiten de natuurgebieden. We bereiden ons voor op het nieuwe stelsel Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) dat veel nieuwe mogelijkheden biedt om te werken aan natuur en biodiversiteit in het landelijke gebied, met name in beekdalen, grondwaterbeschermingsgebieden en veenweidegebieden en in gebieden rondom stikstofgevoelige natuur. Met het bermbeheer van onze eigen wegen en vaarwegen houden we ook steeds meer rekening met de biodiversiteit. Waterkwaliteit: Via diverse programma’s werken we in samenwerking met waterschappen en andere partners aan de verbetering van de waterkwaliteit en aan schone drinkwaterbronnen.

Bijvoorbeeld via de gebiedsdossiers drinkwaterbronnen en het Deltaprogramma Agrarisch waterbeheer. In relatie tot de droogteproblematiek werken we binnen het programma Zoetwatervoorziening Oost Nederland (ZON) bijvoorbeeld aan Haarvaten op Peil (HoP). Met de Overijsselse wateraanpak werken we met onze partners aan al deze opgaven. Daarnaast loopt er een pilot voor beekdalen binnen het programma Toekomst voor ons Platteland. Via zogenoemde kritische prestatie indicatoren (KPI’s) geven we sturing aan waterkwaliteit in de bedrijfsvoering. Gezondheid: In onze milieunota beschrijven we de ambitie en aanpak voor het op orde brengen van de milieucondities, het beperken van negatieve milieueffecten en terugbrengen van milieuverontreinigingen. Dit gaat dan bijvoorbeeld over lucht, licht, geluid, water, bodem, chemische stoffen, geur, afval, omgevingsveiligheid en externe veiligheid. We participeren via de regio-aanpak positieve gezondheid in de 4 regio’s Twente, Salland Vechtdal en IJsselland. Daarnaast dragen we bij aan positieve gezondheid in de programma’s Natuur voor Elkaar en Leefbaar Platteland, in visies, beleidslijnen, programmeringsafspraken en projecten.

Wat de opgaves zijn waarvoor nog nadere uitwerking nodig is Naast de opgaves waar we al aan werken, weten we ook dat we nog meer moeten uitwerken om de doelen te halen. Belangrijk hierin is dat we verder invulling geven aan onze 3x3 aanpak. Dat is een werkwijze waarmee we opgaven integraal en gebiedsgericht willen aanpakken vanuit 3 doelen (een goed sociaaleconomisch perspectief, een toekomstbestendige landbouw en het herstel van natuur, het watersysteem en het klimaat). Ook is een verdere uitwerking van het landbouwbeleid nodig. Daarnaast heeft de rijksoverheid aangekondigd bedrijfsgericht te willen gaan sturen op emissies. Deze aanpak richt zich op emissiedoelen voor agrarische ondernemers en de invoering van een betrouwbaar doelsturingssysteem. Belangrijke thema's zijn stikstof, klimaat en waterkwaliteit. Dit vraagt om een nadere uitwerking door de provincie. Ook werkt de rijksoverheid aan het 8e actieprogramma nitraatrichtlijn 2026-2029. Deze bevat nieuwe acties ter verbetering van de waterkwaliteit. We verkennen of en welke aanvullende inzet van de provincie nodig is.

Pagina 14 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Hoe we willen werken met een Startdocument voor programma's en gebiedsprocessen In de Omgevingsvisie staan de doelen die we willen bereiken. Die staan voor ons centraal en met een gebiedsgerichte of thematische uitwerking geven we hier samen met de partners nader invulling aan. We willen zo ruimte bieden voor maatwerk, maar maken hier wel goede afspraken over. Zo is onze inzet om bij de start van een uitwerking in een ‘startdocument’ de doelen nader uit te werken. We stemmen af met partners wie welke rol en verantwoordelijkheid heeft en wie welke besluiten neemt. We hebben dit verduidelijkt in de tekst van paragraaf 5.3 van de Omgevingsvisie. Met dit ‘startdocument’ zorgen we ervoor dat nadere uitwerking integraal en met oog op doelbereik plaatsvindt en dat de aanbevelingen uit het OER een plek krijgen. In lopende trajecten kijken we naar samenhang en doelbereik en betrekken we deze onderwerpen bij de besluitvorming.

Pagina 15 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Beantwoording zienswijzen op de per indiener

Datum: Status:

20 januari 2026

4. Beantwoording zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsvisie per indiener In dit hoofdstuk zijn de individuele zienswijzen op de Omgevingsvisie weergegeven en voorzien van een antwoord. Voor de behandeling van de zienswijzen is de volgende werkwijze gehanteerd: In de eerste kolom van de onderstaande tabel is het thema waarop de indiener heeft gereageerd vermeld In de tweede kolom staat het zaaknummer van de indiener In de derde kolom is per indiener de zienswijzetekst opgenomen In de vierde kolom is de beantwoording van de provincie gegeven In de vijfde kolom is aangegeven of de zienswijze een wijzing van de definitieve Omgevingsvisie ten opzichte van de ontwerp-Omgevingsvisie tot gevolg heeft. 2025-022513 Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

Wijziging Omgevingsvisie

19. Kaartbijlage

2025022513/1

Op het omgevingsloket, regels op de kaart, is op locatie Perceel Haaksbergen (HBG01) L 1752 op de ontwerp Omgevingsvisie ingetekend als zijnde onderdeel van de bebouwde kom, verstedelijking in samenhang Dat is onjuist.Dit perceel heeft de bestemming Agrarisch met waarden Landschep met functieaanduiding bomenteelt. Wij verzoeken u dringend op locatie Perceel Haaksbergen (HBG01) L 1752 de functie terug te wijzigen in: bestemming Agrarisch met waarden Landschap met functieaanduiding bomenteelt.

Bedankt voor uw reactie op onze Omgevingsvisie. U vraagt ons om de functieaanduiding van perceel (HBG01) L 1752 te wijzigen in 'Agrarisch met waarden, Landschap met functieaanduiding bomenteelt'. Deze aanduiding komt uit het Omgevingsplan van de gemeente Haaksbergen en niet uit onze provinciale Omgevingsvisie. Onze Omgevingsvisie en Omgevingsverordening doen geen uitspraken op dit detailniveau. Als u hierover vragen heeft of u wilt dit wijzigen, dan kunt u terecht bij de gemeente Haaksbergen.

Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

2. Onze visie: Overijssel voor en met elkaar!

2025022524/1

U vraagt aandacht voor de borging van integraliteit en afstemming tussen gebieden en processen. Het is inderdaad onze bedoeling om in een nadere uitwerking, integraliteit en samenhang met andere gebieden voor ogen te houden. In de uitvoering zorgen we voor samenhang door aan de voorkant een startdocument op te laten stellen. Met daarin helder welke doelen en opgaves er zijn en wat relaties zijn met lopende trajecten. We hebben dit verduidelijkt in paragraaf 5.3 van de Omgevingsvisie

Ja

3. Leidende Principes en Redeneerlijn

2025022524/2

2025022524/3

Goed om te lezen dat u de Redeneerlijn als een hulpmiddel ziet om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies. Wij zien de Redeneerlijn als een manier om de provinciale belangen en uitgangspunten uit onze Omgevingsvisie te betrekken in deze afweging. Daarbij is wat ons betreft ook ruimte voor lokale afweging, waarbij onderbouwd wordt op welke wijze de principes uit de Omgevingsvisie zijn toegepast. Wij hebben de Omgevingsvisie (paragraaf 3.6) en Omgevingsverordening op dit punt verduidelijkt en hebben de juridische regeling aangepast. U geeft aan behoefte te hebben aan duidelijkheid over de uitvoering en uitvoeringsmiddelen in de groene omgeving en stelt dat de provincie een centrale rol hierin heeft. In de Omgevingsvisie geven we de strategische kaders voor de uitvoering, zoals doelen, opgaven en beleid. De programmering van financiën doen wij niet in de Omgevingsvisie. De centrale rol als provincie en de wijze van uitvoering in de groene omgeving werken we uit in het Programma Toekomst voor ons Platteland.

Ja

5. Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring van visie naar praktijk

Zorg voor integraliteit bij verdere uitwerking. We waarderen deze Omgevingsvisie op hoofdlijnen welke voor een groot deel aansluit bij onze Omgevingsvisie Horizon 2040 en de uitvoering van de drie grote opgaven waar we als gemeente Raalte op dit moment aan werken (Groei, Toekomstbestendig buitengebied en Leefbare dorpen en wijken). We zien echter ook nog een heel aantal zaken die nadere verdieping en uitwerking vragen op regionaal of provinciaal niveau. Hierbij oproepen we u op om bij de uitwerking van de visie in thematische en/of gebiedsgerichte programma's de integraliteit, afstemming tussen gebieden en goed vorm te geven en te borgen. Bijvoorbeeld alleen al omdat de Dagelijkse Stedelijke Systeem (DSS)-regio's en de gebieden in het kader van de aanpak Toekomst voor ons Platteland (TOP) niet gelijk zijn. Redeneerlijn als hulpmiddel voor afweging hanteren. De Redeneerlijn als hulpmiddel voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kunnen wij onderschrijven. Hierbij gaan wij ervan uit dat we lokaal nog de nodige afwegingsruimte houden. Wij verwijzen hierbij ook naar onze reactie hieronder op de Ontwerp Omgevingsverordening. Op een aantal punten is aanvulling, verduidelijking en uitwerking nog nodig. Daarbij vragen we u ook de balans en kansen in de verbinding tussen bijvoorbeeld stedelijk en landelijk gebied, of tussen ontwikkelingen mee te nemen.

Van Visie naar Praktijk: Duidelijkheid geven over de uitvoering van uw ambities. Met de vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie geeft u ook richting aan de uitvoering daarvan en daarmee ook aan de inzet van (financiële) middelen. De behoefte aan duidelijkheid over de uitvoering, en de daarbij behorende uitvoeringsmiddelen in het landelijk gebied is groot. De provincie is een centrale speler in de opgaves voor de groene omgeving. Wij verzoeken u om dit aan te vullen richting vaststelling van de Omgevingsvisie.

Nee

2025-022524

Pagina 17 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Wijziging Omgevingsvisie

Nee

18. Voldoende kaderstelling voor keuzes

2025022524/4

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022524/5

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025022524/6

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025022524/7

8. Landbouw en voedselvoorziening

2025022524/8

12. Wonen

2025022524/9

Kaderstelling voor beleid vraag op punten nog verduidelijking of aanvulling. Kansen die de energietransitie en een circulaire economie geven ook benoemen. We willen meegeven dat we de kansen die de energietransitie en een circulaire economie bieden nog wat onderbelicht vinden. Beide maken het noodzakelijk om de bedrijvigheid aan te passen, maar het biedt naar onze mening ook kansen voor de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven en het ontwikkelen van nieuwe economische activiteiten. Klimaat mitigatie en energie (transitie): doelstelling mestvergisting haalbaar? Als provinciaal doel wordt genoemd dat in 2030 de helft van alle beschikbare mest vergist wordt, wat zo'n 100 mln. m3 aardgas kan vervangen. Wij vragen ons af hoe u deze doelstelling wil gaan halen en welke aanvullend instrumenten en/of middelen u hiervoor in wil gaan zetten. Onderscheid in landbouwgebieden in de relatie tot andere functies en opgaven in het landelijk gebied. We waarderen het onderscheid in gebieden dat u aangeeft ten aanzien van perspectief voor de landbouw en dit ook op kaart heeft vertaald. Echter deze relatief strikte tweedeling doet naar onze mening onvoldoende recht aan de diversiteit van het landelijk gebied en de huidige aanwezige functies.

Wij vragen ons bijvoorbeeld af welke ruimte er is voor de ontwikkeling van de in de visie aangegeven 'vrijetijdslandschappen" als deze samenvallen met gebieden "Landbouw met generieke opgaven en kansen".

We missen de balans in de toebedeling van middelen en instrumenten in de onderscheiden gebieden. We zien vooral inzet van middelen en instrumenten is vooral gericht op de gebieden met 'Gebiedsspecifieke opgaven en kansen'. Het merendeel van onze gemeente valt in het gebied 'Landbouw met generieke opgaven en kansen'. In deze gebieden zien we net zoveel grote opgaven en kansen bijvoorbeeld met betrekking tot waterkwaliteit, water vasthouden en het behouden van een goede bodemkwaliteit. Juist om hier goede landbouw perspectieven te houden voor de meer langere termijn. En bijvoorbeeld om kansen voor groenblauwe dooradering, in combinatie met de opgaven rond weteringen op een goede manier een plek te laten krijgen. Visie op gebouwgebonden veehouderij? De indeling van de landbouwgebieden is daarnaast ook vrijwel alleen gericht op de grondgebonden landbouw. We missen de provinciale visie op de ontwikkeling van "gebouw gebonden veehouderij" of "intensieve veehouderij". Ook de (concept) landbouwvisie geeft hiervoor op dit moment nog geen invulling aan. Gaat u hierop nog sturen of legt u de afweging van de ontwikkeling van deze bedrijven geheel bij de gemeenten? Dit kan naar onze mening wel onduidelijkheid geven en lokaal grote verschillen in beleid omdat de provinciale integrale kaders hiervoor daarmee niet helder zijn. Woningmarkt vraagt om "Ja-mits".

De Omgevingsvisie geeft aan "Geconcentreerde groei van steden én van de goed bereikbare middelgrote kernen en de dorpen. Bouwen voor de (boven)regionale behoefte vindt in hoofdzaak plaats in de grote steden. Daarnaast kan iedere kern bouwen voor de eigen behoefte" en "Concentratie houdt in dat nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de vijf grote steden (Zwolle, Deventer, Almelo, Hengelo en Enschede). Daar mag voor (boven)regionale behoefte gebouwd worden." Deze teksten ademen naar onze mening een nee tenzij uit, terwijl deze woningmarkt vraagt om een ja, mits.

Wij ondersteunen uw oproep. In de visie hebben we toegevoegd dat circulaire economie en energietransitie ook kansen bieden voor nieuwe economische activiteiten of de transitie van bestaande bedrijvigheid (hoofdstuk 6.8 in de visie).

Ja

Bedankt voor uw vragen. Hoewel de ambitie is om in 2030 de helft van de beschikbare mest te vergisten, is in de Energievisie opgenomen dat we verwachten deze doelstelling niet eerder dan tegen 2035 te halen. In de uitvoeringsagenda energie, waar we samen met gemeenten momenteel aan werken, specificeren we welke acties we in gezamenlijkheid ondernemen om realisatie van deze doelstelling dichterbij te brengen. Uw zienswijze richt zich op het onderscheid tussen landbouwgebieden en wat dit betekent voor mogelijkheden voor andere functies. In landbouwgebieden met generieke opgaven liggen juist meer ontwikkelkansen voor de landbouw. Deze willen we beschermen, bijvoorbeeld door geen nieuwe functies toe te staan die een belemmering voor de landbouw kunnen opleveren. Dit draagt bij aan het behoud van ruimte voor voedselproductie op de lange termijn. In de Omgevingsvisie hebben we voor functie verandering "Nee, tenzij" als uitgangspunt opgenomen. Dit sluit recreatief medegebruik niet uit. Als voor dergelijke vrijetijdsfuncties ruimte wordt gezocht die ten koste zou gaan van landbouwgrond, kan aan de hand van de Redeneerlijn beoordeeld worden welke mogelijkheden er zijn. U geeft aan balans te missen in de toebedeling van middelen en instrumenten in de onderscheiden landbouwgebieden.

Een verdere toebedeling van middelen en instrumenten vindt niet plaats in de Omgevingsvisie maar kan een plek krijgen in de beleidsuitwerkingen die volgen. Deze Omgevingsvisie geeft wel kaders voor die nadere uitwerking. We zullen ons in die nadere uitwerking met name richten op het stimuleren van het realiseren van doelen die aansluiten of bijdragen aan bij behoud van de landbouwmogelijkheden zoals opgenomen in de Omgevingsvisie.

Nee

De Omgevingsvisie is een visie die kaders stelt en stuurt op doelen. In de Omgevingsvisie wordt voor gebouwgebonden veehouderij of intensieve veehouderij geen nadere ruimtelijk sturing opgenomen. We laten het aan gemeenten over om te bepalen of een ruimtelijke sturing voor het eigen grondgebied wenselijk is.

Nee

U geeft aan dat de woningmarkt vraagt om een Ja mits-benadering als grondhouding en dat de Omgevingsvisie een Nee, tenzij-benadering ademt. Wij herkennen ons niet in de zienswijze. Binnen de principes van concentratie en het streven naar nabijheid, werken we in de samenwerking binnen onze verstedelijkingsstrategie en programmering rondom wonen en werken aan een passende verdeling van de opgave over de regio. Samen met u hechten wij veel waarde aan het voortvarend werken aan de opgave rondom woningbouw.

Nee

Pagina 18 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Nee

Nee

11. Verstedelijking

2025022524/10

12. Wonen

2025022524/11

14. Mobiliteit en luchtvaart

2025022524/12

14. Mobiliteit en luchtvaart

2025022524/13

20. Gebiedseigen perspectieven

2025022524/14

Raalte aanwijzen als Streekcentrum. Zoals is vastgelegd in de NOVEX Verstedelijkingsstrategie regio Zwolle pakt de gemeente Raalte een actieve rol in het oplossen van regionale woningtekort. Onze ruimtelijke visie op de groei van wonen, werken en voorzieningen is vastgelegd in groeibeelden voor alle kernen in onze gemeente. Deze groeibeelden zijn een nadere uitwerking van onze Omgevingsvisie en worden concreet vertaald in een Programma Groei als instrument onder de Omgevingswet. Waarmee we onze ambitie ook concreet maken. Wij pleiten er daarom nogmaals voor om ook Raalte aan te wijzen als streekcentrum. Dit gezien de unieke, goed ontsloten, ligging op het snijvlak van de drie DSS-regio's en de opgaven die hier samenkomen en de ambitie die wij hebben om deze ook op een goede manier in te vullen. Hoewel de situatie wat betreft de solitaire ligging ten opzichte van "Hardenberg en Steenwijk" afwijkt, is Raalte zeker een plaats waar regionale groei een plek krijgt. Wonen: neem geen inhoudelijke punten uit Woondeal op in visie. Wij pleiten ervoor om op dit onderdeel van de Omgevingsvisie slechts te verwijzen naar de Woondeal en geen zaken uit de woondeal op te nemen in de Omgevingsvisie. Hierdoor hoeven aanpassingen in de Woondeal bij een volgende herijkingsronde ook niet direct te leiden tot benodigde tekstuele aanpassingen in de Omgevingsvisie.

In de visie is nu bijvoorbeeld opgenomen dat Overijsselse overheden en partners conform de interbestuurlijke afspraken (woondeal) bij het realiseren van nieuwbouwwoningen de principes van 30% sociale huurwoningen, 40% betaalbare en middenhuur en 30% duurdere koop- en huurwoningen hanteren. Echter in de recent herijkte woondeal zijn ook diverse kanttekeningen/kritische succesfactoren opgenomen voor het realiseren van dit streven. Deze worden nu al niet vermeldt. Eén ervan is bijvoorbeeld de investeringscapaciteit van woningcorporaties. Dit is door Rijksvoornemens tot huurbevriezing nu recent zeer actueel geworden. Goede bereikbaarheid: Aanpak N35 nodig. De in de Omgevingsvisie genoemde aanpak van de N35 voor de doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid vinden wij belangrijk en blijven we onder uw aandacht brengen. Het is een langdurig proces waarin we graag de voortgang willen houden. Hierbij zien ze niet alleen belang bij het opheffen van het knelpunt bij Knooppunt Raalte (N35/N348), maar ook elders op het tracé Wijthmen Nijverdal. Doorsnijding van het dorp Mariënheem vormt daarbij de meest urgente opgave gelet op de leefbaarheid naast verkeersveiligheid en doorstroming. In aansluiting daarop krijgen we graag duidelijkheid in de visie welke status de provinciale weg N337 (Deventer Wijhe-Zwolle) krijgt.

De status van deze weg heeft namelijk invloed op de verbinding DeventerRaalte (N348). Nadere invulling van het STOMP-principe. We onderschrijven het STOMP principe, maar zijn van mening dat in de Omgevingsvisie de ambitie voor "Stappen" en "Mobility as a Service" nog beperkt is uitgewerkt. We missen in dit kader ook het benoemen van het netwerk van 'doorfietsroutes" van het kern-net Fiets die zowel in regionale netwerkstructuren en als uitwerking van de "T" van het STOMP principe een rol spelen. Gebiedseigenperspectief Salland - relatie met regio Zwolle mist. We missen in dit perspectief voor Salland (de gemeenten Deventer, Olst- Wijhe en Raalte) koppeling met de ontwikkelingen in de Regio Zwolle. Het grootste deel van Salland, waaronder de gemeente Raalte is onderdeel van deze regio. Bij het beschrijven van ontwikkelingen zien we graag rol van Raalte in de verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle genoemd. Bijvoorbeeld de ontwikkeling en uitwerking van de stationsomgeving volgens het "Programma karakteristieke stationsomgevingen regio Zwolle" en de positie van Raalte als "middelgrote kern" vanuit de NOVEX Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle voor ontwikkeling van woningbouw, bedrijvigheid en voorzieningen.

Op gebied van verstedelijking werken we in regionaal verband samen in verstedelijkingsstrategieën. Voor de gemeente Raalte is in de verstedelijkingsstrategie van de Regio Zwolle een belangrijke rol opgenomen die in het Novex-programma stationsomgevingen verder uitgewerkt wordt. Wij onderschrijven deze positie. In de regionale afspraken rondom woningbouw en bedrijventerreinen maken we vervolgens per regio op maat afspraken over de daadwerkelijke vertaling daarvan in bijvoorbeeld woningbouwprogramma. Hierin zal de regionale opgave van Raalte dan ook tot uiting komen. De vraag of een kern de aanwijzing Streekcentrum heeft, gaat niet over de 'opgave' die een kern heeft, of aan de centrale ligging van een kern. Deze gaat juist over de solitaire ligging van een kern en de functie die de kernen Hardenberg en Steenwijk daardoor óók hebben vanwege hun solitaire ligging. Aanwijzing als streekcentrum voor Raalte, of andere kernen, ligt daarmee niet voor de hand. U vraagt aandacht voor de verhouding tussen de woondeals en de Omgevingsvisie en het detailniveau van uitspraken in beide instrumenten. Ons basisuitgangspunt is dat de Omgevingsvisie de kaders weergeeft, waarbinnen we concrete afspraken maken in instrumenten als het volkshuisvestelijk programma en de woondeals.

We zijn het met u eens dat in de Omgevingsvisie, de doelen op sommige onderdelen nader abstracter gemaakt kunnen worden, zonder dat deze aan belang of werking inboeten. Naar aanleiding van uw zienswijze wijzigen wij bijvoorbeeld de tekst ten aanzien van het streven rondom het realiseren van 30% sociale huurwoningen, 40% betaalbare en middenhuur en 30% duurdere koop- en huurwoningen. We wijzigen de tekst naar "voldoende betaalbare woningen conform de rijkskaders" (paragraaf 6.7). De kaders hiervoor en afspraken hierover specificeren we in het Volkshuisvestelijk programma, conform de aankomende Wet Versterking regie volkshuisvesting en/of in de Woondeals.

Nee

De status van provinciale wegen wordt niet gewijzigd met de Omgevingsvisie. Dit wordt behandeld in één van de uitvoeringsprogramma's onder het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP), waarin ook de N337 aan bod zal komen.

Nee

STOMP is als belangrijk uitgangspunt opgenomen in de Omgevingsvisie. Een verdere uitwerking van het STOMP-principe past niet in de schaal of het detailniveau van de Omgevingsvisie. Deze uitwerking, ook voor Stappen en Trappen, wordt gegeven in het Regionaal Mobiliteitsprogramma.

Nee

Bedankt voor uw zienswijze over het ontbreken van Regio Zwolle en de ontwikkelingen die daar spelen in het gebiedsperspectief Salland. Wij hebben het gebiedsperspectief daarop aangevuld.

Ja

Pagina 19 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Ja

2025-022530 Thema

Zaaknummer

Zienswijze

Antwoord

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/1

Planologische ruimte voor energie-infrastructuur. De ontwerpvisie benoemt terecht de energietransitie en daarmee de groeiende ruimtevraag voor energievoorziening als één van de kernopgaven. TenneT constateert dat de visie nog onvoldoende aangeeft hoe en waar de provincie planologische ruimte reserveert voor de uitbreiding en versterking van het hoogspanningsnet. Dit betreft onder meer: * ruimte voor nieuwe hoogspanningsverbindingen (bovengronds en ondergronds), * uitbreidingen van bestaande stations of nieuwe transformatorstations, * bundeling met andere infrastructurele opgaven. Wij verzoeken u deze ruimtebehoefte nadrukkelijker te adresseren en in kaart te brengen binnen het bijbehorende uitvoeringsprogramma of via bijlagen.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/2

Samenhang met netcongestie en prioritering energieprojecten. De visie signaleert terecht op pagina 38 dat het risico op netcongestie een gevolg is van grootschalige opwek van hernieuwbare energie. De komende decennia gaat de energievoorziening in Nederland fors veranderen. Een stabiel en toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk wordt nog meer noodzakelijk vanwege de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de opkomst van nieuwe energiebronnen. Met het oog op de energietransitie kunnen er de komende jaren diverse netuitbreidingen/wijzigingen gaan plaatsvinden. Eveneens vanwege de klimaatadaptatie zullen er wellicht aanpassingen aan het net noodzakelijk zijn. In het Investeringsplan (IP) 2024-2033 van TenneT staan de toekomstige ontwikkelingen opgenomen voor Nederland. Het IP is via onderstaande link in te zien en/of te downloaden, tennet.eu/nl/bedrijf/publicaties/investeringsplannen. Om toekomstige ontwikkelingen zo snel mogelijk uit te kunnen voeren, is het gewenst om dit ruimtebeslag op te nemen c.q. te vermelden in uw visie. Wij vragen in dit kader aandacht voor de volgende punten; - Verzoek om in het uitvoeringsprogramma structurele samenwerking en afstemming te borgen tussen provincie, RES-regio's en TenneT.

Deze noodzaak om ruimte te reserveren voor uitbreiding en versterking van het hoogspanningsnet onderschrijven we. U vraagt om dit in de Omgevingsvisie ook te benoemen. Wij hebben de paragraaf 2.6 hierop aangevuld. Daarnaast is in de Omgevingsverordening een beleidsregel opgenomen (art 4.125) die stelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij sprake is van gebruik, productie of transport van energie, rekening gehouden moet worden met de effecten op het energiesysteem. De Redeneerlijn geeft verder voldoende aanknopingspunten om ruimte hiervoor mee te wegen, maar dit komt onvoldoende tegemoet aan de door u gevraagde keuzes om de benodigde ruimte op langere termijn te reserveren. Een eventuele reservering vraagt een duidelijke motivatie en een transparante afweging, gevoed vanuit de netbeheerders, getoetst aan onze Energievisie. Deze vorm van energieplanologie wordt momenteel verder uitgewerkt met als beoogd eindresultaat een concrete aanvulling hiervoor in het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) waarin een deel van de ruimte daadwerkelijk gereserveerd wordt. We nemen het daarom nu niet op in de Omgevingsvisie. Wij gaan er vanuit dat u met het uitvoeringsprogramma de Uitvoeringsagenda van de Energievisie, de energiestrategie Twente en de Energietafel West Overijssel bedoeld. Deze gemeenschappelijke agenda is nog in ontwikkeling.

Wij waarderen de bijdrage die u daar aan levert. De agenda kan en zal waarschijnlijk tot diverse vormen van samenwerking leiden. Dat de netbeheerders daar een rol in krijgen is logisch en zeer wenselijk. Daarnaast zal de samenwerking met u in de Energyboard en de onderliggende werkgroep uiteraard worden voortgezet.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/3

Benoem hoe de provincie omgaat met prioritering van energieprojecten in relatie tot de beschikbare netcapaciteit.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/4

Verken mogelijkheden voor sneller realiseren van netuitbreidingen, inclusief het versnellen van procedures.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/5

Veiligheid, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit rond netwerken. TenneT wijst op het belang van heldere normen rond: - magneetveldzones bij bovengrondse lijnen (gebaseerd op voorzorgbeleid), - bouwvrije zones en risicozonering, - beheerbaarheid en robuustheid van kabels in verstedelijkt gebied. Wij adviseren de provincie deze aspecten expliciet te integreren in de uitwerking van de visie en bijbehorende omgevingsinstrumenten (bijv. via instructieregels of beleidsregels).

Dank voor uw zienswijze. Het toekennen van netcapaciteit aan energieprojecten is het domein van de netbeheerder en onderwerp van het ACM Prioriteringskader. Wij nemen dit daarom niet op in de Omgevingsvisie. We delen de wens om netuitbreidingen en versterkingen sneller te realiseren. In het werkspoor Sneller Bouwen onder de Energyboard werken we daarop onder andere met u samen. De procedures voor ruimtelijke besluiten en vergunningen zijn daarbij tijdrovend. Eerder dit jaar hebben het ministerie van KGG en u een maatregelenpakket gepresenteerd waarin dit onderwerp aandacht krijgt. Wij werken daar volop aan mee. Daarnaast heeft de provincie een procedureteam ingericht om de ruimtelijke procedures maximaal te faciliteren. Normen die betrekking hebben op veiligheid en gezondheid liggen vast in nationale wetgeving. Die vormen geen onderdeel van onze Omgevingsverordening. Daarin treft u juist wel de regels rondom ruimtelijke kwaliteit.

Pagina 20 van 842 Ontwerp-Zienswijzennota Nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Wijziging Omgevingsvisie

Ja

Nee

Nee Nee

Nee

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/6

19. Kaartbijlage

2025022530/7

Concrete verzoeken aanpassing / aanvulling. TenneT verzoekt Provinciale Staten om in de definitieve Omgevingsvisie: 1. De aanwezigheid en uitbreiding van hoogspanningsinfrastructuur expliciet te benoemen als essentiële voorwaarde voor de energietransitie en ruimtelijke ontwikkeling. 2. Een kaartbeeld op te nemen of bij te voegen waarin huidige en toekomstige (indicatieve) netstructuren worden weergegeven.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/8

3. Congestieproblematiek op te nemen in het uitvoeringsprogramma, inclusief overlegstructuren met netbeheerders.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/9

De rol van netbeheerders (zoals TenneT) expliciet benoemen als structurele partner bij regionale gebiedsontwikkelingen en omgevingsprogramma’s.

7. Klimaatmitigatie en energie(transitie)

2025022530/10

5. Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring van visie naar praktijk

2025022530/11

16. Milieu en (milieukundige) gezondheid

2025022530/12

Slotbeschouwing. TenneT waardeert de integrale en toekomstgerichte insteek van de ontwerpvisie, maar acht het van belang dat de uitvoering en juridische verankering van de visie voldoende houvast biedt voor netinfrastructuur. Dit is cruciaal om de klimaat- en leveringsdoelen tijdig en betrouwbaar te kunnen realiseren. De energietransitie vraagt om een aanzienlijke uitbreiding van onze energie-infrastructuur en heeft een grote maatschappelijke en ruimtelijke impact. Samenwerking is cruciaal om onze gemeenschappelijke doelen te bereiken en afgewogen keuzes te maken voor de locatie van hoogspanningsstations en -verbindingen. We werken nauw samen met de provincie en andere regionale partners en betrekken inwoners van Overijssel bij onze opgave. Alleen door gezamenlijk op te trekken kunnen we de energietransitie tot een succes maken. Wij blijven graag in gesprek met de provincie over de noodzakelijke ontwikkelingen in de energie-infrastructuur en de wijze waarop deze op een zorgvuldige en realistische manier in de ruimtelijke planning kan worden geïntegreerd. Geluidsregimes en Hoogspanningsstations: Op pagina 133 spreekt de visie over het voorkomen van verdere geluidbelasting, tegengaan van overlast door cumulatie van bronnen en een daling van het aantal geluidgehinderden inOverijssel. Daarnaast wordt in paragraaf 4.3.3 van het OER het aspect geluid nader toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c7825319-2960-44db-9e9f-ba96b2e67a8f