CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Fundament_omgevingsvisie_2022 (voorgenomen beleid)

Raadsvergadering 11 mei 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Regie gemeente voor zoekgebieden grootschalige windenergie34.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

voeringsmodel praktisch te maken; helder voor

het provinciale beleid? Past het of past

ons, maar ook helder voor de gesprekspartners

het niet binnen de provinciale kaders en

die kunnen zien welke afwegingen we waar en

­uitdagingen?

waarom maken. Die methode gaan we samen

• Wat voor waarde kan het initiatief toevoegen?

61

met partners uitwerken in een praktische online tool. Deze tool zullen we ook voorzien van

Terug naar inhoudsopgave

Gedragsinstrumenten/ Communicatie • Framing/labeling • Naming en shaming • Algemene/specifieke voorlichting

Kennisinstrumenten • Experiment/Pilot • Onderzoek/Benchmark • Taskforce/groep deskundigen • Best practices/duurzame koplopers

• Lobby

Samenwerkings instrumenten

Juridische instrumenten • Ontheffing • Vrijstelling • Regels

• Bestuurlijk overleg • Convenant • Intentieverklaringen • Publiek-private samenwerking • Publiek-publieke samenwerking • Gebiedscommissies

Instrumenten die innovatie bevorderen • Experiment • Prijsvraag • Right to Challenge

• Verordening • VTH: Vergunning, Toezicht en Handhaving

Ruimtelijke instrumenten • (Omgevings)visie • Programma/Programmatische aanpak • Omgevingsvergunning

Overzicht instrumenten

• Projectbesluit • Milieueffecten: MER/LOK • Ontwerpateliers • Omgevingsverordening • Omgevingswaarden/sturen op kwaliteit

Instrumenten om beleid te monitoren/evalueren • Enquête • Monitoring • Krachtenveldanalyse • Kosten-Baten analyse (MKBA)

Financiële instrumenten • Directe betaling vanuit overheid • (Revolverende) gebiedsfondsen • Subsidieproject of -programma • Voucher • Garantstelling/Lening • Sponsoring

Zelfreguleringsinstrumenten

Grondinstrumenten • Grond aankopen • Kavelruil

• Keurmerk • Certificeren

• Pacht • Verkoop

• Gedragscode • Visitatie

• Landinrichting

Een overzicht van de instrumenten die we tot onze beschikking hebben

62

Terug naar inhoudsopgave

8.4 Onze hoofdstrategie: gebiedsgerichte aanpak Om onze urgente opgaven en doelen te kunnen realiseren stellen we een integrale gebieds­aanpak voor, aangevuld met een aanpak gericht op specifieke opgaven die de gebiedsgerichte uitwer­ king van onze opgaven ondersteunt. Samen met partijen in een gebied willen we gebiedsspecifieke

Een groenere stad, een gezondere stad. Als we bijvoorbeeld een stad willen ver­groenen, leidt dat tot meer natuur in de stad; een betere biodiversiteit. Maar tegelijkertijd

keuzes m ­ aken die gericht zijn op de kenmerken en

draagt zo’n groene omgeving ook bij aan een betere luchtkwaliteit, meer mogelijkheden voor r­ ecreatie, een beter woongenot en zo uiteindelijk ook aan een gezonder

identiteit van zo’n gebied. Door die gebieds­gerichte

leven van de bewoners. Win-win dus. (Foto: Mark van Veen)

aanpak kunnen we de opgaven nog beter aanpak­ ken; als we het goed uitvoeren, kunnen sommige maatregelen b ­ ijdragen aan meerdere doelen (zie

regelen uitwerken om de doelen te r­ ealiseren.

voorbeeld hieronder). Het maken van keuze bete­

Daarbij zetten we in of sluiten we aan bij l­opende

aan een aanpak werken om de opgaven op gebied

kent ook dat niet altijd alles kan. Door dit samen te

trajecten zoals de Gebieds­gerichte Aanpak

van ­waterkwaliteit (KRW), stikstof en bio­diversiteit

­constateren en bespreken tijden de g ­ ebieds­gerichte

Stikstof (GGA), de provinciale v­ isie P ­ erspectief

en klimaatmitigatie in s­ amenhang uit te k ­ unnen

aanpak, sturen we op begrip en draagvlak.

op Landbouw, de Bossenstrategie, de RES-sen

voeren. Daarbij b ­ enutten we ook meekoppelkansen.

dit programma zullen we in verschillende gebieden

en het p ­ rovinciale waterprogramma en Rijks­

Uitgangspunt daarbij zijn de kaders en principes die

Per gebied kunnen we dus bepalen hoe we iets

programma’s zoals het Uitvoerings­programma

we beschrijven in het Fundament. Daarbij benutten

gaan aanpakken, en die aanpak kan per gebied

van de NOVI, het D ­ eltaprogramma of Zoetwater­

we de al bestaande instrumenten maar werken ook

weer verschillen. We noemen dat ook wel maat­

voorziening Oost-Nederland.

aan nieuwe instrumenten. We zijn voor de opgaven in het landelijk gebied regisseur en geven richting,

werk. Zowel in het landelijk gebied als in het stede­ lijke gebied voorzien we een gebiedsgerichte aan­

Samenhangende aanpak landelijk gebied

maar w ­ erken daarbij samen met onze partners in het

pak. Samen met onze partners (publieke p ­ artijen,

Als uitwerking van het NPLG voorzien we voor het

­landelijk gebied. In de uitwerking van het programma

terreinbeheerders, onder­nemingen, kennis­

landelijk gebied het Provinciaal Programma Lande­

geven we aan wat we van onze partners vragen. Vanuit

instituten, niet-gouverne­mentele ­organisaties)

lijk Gebied (PPLG). Dit programma zal een belang­

onze rol zetten we instrumenten in. Welke instrumen­

starten we of zijn we inmiddels begonnen met

rijke motor zijn voor het realiseren van de gestelde

ten we precies inzetten is mede afhankelijk van de

­gebiedsprocessen waarin we s­ pecifieke maat­

ambities en doelen in het landelijk gebied. In

instrumenten die het Rijk beschikbaar stelt.

63

Terug naar inhoudsopgave

Ook hier gaat het om een combinatie van

­stedelijke aanpak leggen we verbinding met

gebiedsgericht maken. Zo ontwikkelen we een

ruimtelijke instrumenten zoals het opstellen van

de lopende processen. Enkele voorbeelden zijn

gebieds­gerichte KGO waarmee we plannen en

gebiedsperspectieven, maar ook omgevings­

de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle, het

initiatieven passend kunnen maken binnen een

waarden en instructieregels voor landgebruik

Gebiedsgericht MIRT-onderzoek Bereikbaarheid

gebieds­perspectief. Voor enkele urgente o ­ pgaven,

in bepaalde gebieden. Het PPLG bevat ook

Zwolle e.o., de Spoorzone Hengelo-Enschede,

zoals het water en bodemsysteem, passen we

­financiële instrumenten.

de Nationale Woon- en Bouwagenda waar­onder

nu al de catalogus aan. Voor andere opgaven

het programma Woningbouw en de daarin

­onderzoeken we op welke onderdelen we de

Samenhangende aanpak stedelijk gebied

­opgenomen versnelling van de woningbouw

­catalogus moeten aanpassen, inclusief de mate

In het stedelijk gebied willen we ook toewerken

met extra ondersteuning voor bereikbaarheid.

van sturing (normerend, inspirerend, richting­

naar een samenhangende aanpak. We willen het

We concretiseren onze gebiedsgerichte aanpak

gevend). Daarbij zullen we in de uitwerking ook

bodem- en watersysteem als leidend principe

voor het stedelijk gebied aan de hand van de

de andere rode draden duurzaamheid, gezond­

in samenhang bekijken met de opgaven voor

ruimtelijke ordeningsbrief van het Rijk.

heid en sociale kwaliteit een plek geven.

­wonen, werken, mobiliteit en bijvoorbeeld ­energie. Voor bijvoorbeeld woningen en werk­

Sturen op de rode draden

locaties maken we gebiedsgerichte afspraken

Voor een sterke gebiedsgerichte aanpak m ­ aken

per gemeente. Deze worden vervolgens mee­

we gebruik van de vier rode draden zoals hier­

genomen in de gebiedsgerichte aanpak. De

boven beschreven in het uitvoeringsmodel; de

Naast de gebiedsgerichte aanpak waarin we de

­aanpak van ons stedelijk gebied hangt sterk

rode draden van duurzaamheid, gezondheid,

opgaven in samenhang oppakken, voorzien we

­samen met de aanpak rond water en klimaat­

sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit. Die vier

ook voor de verschillende grote opgaven een

adaptatie, energie (infrastructuur), natuur en

rode draden zijn al krachtig gebleken; landelijk

specifieke aanpak (zoals hieronder beschreven).

biodiversiteit en ook de verduurzaming van de

gezien loopt Overijssel voorop als het gaat om

Per opgave zetten we specifieke instrumenten in.

landbouw en is ook afhankelijk van de aanpak

ruimtelijke kwaliteit. Dat laten we niet los. Veel

Bij het formuleren van de instrumenten kijken we

van stikstof en bodemkwaliteit. Daarom ver­

gebiedsgerichte opgaven vragen houvast hoe

steeds wat de opgaven vragen. Daarbij bekijken

binden we nieuwe ontwikkelingen aan rand­

we ze kunnen oppakken, waarbij we rekening

we of bepaalde vraagstukken een speciaal pro­

voorwaarden voor de fysiek-ruimtelijke inpassing

houden met de ruimtelijke kwaliteit. Onze

gramma nodig hebben. Bestaande en eventuele

en de bijdrage aan de doelen voor klimaat,

­instrumenten catalogus gebiedskenmerken en

nieuwe programma’s werken we uit in de nieuwe

­energie, groen en circulariteit. In de instrumen­

diverse handreikingen (zoals de Kwaliteitsimpuls

Omgevingsvisie. Hieronder schetsen we onze inzet

ten, financieel en ruimtelijke voorwaarden,

Groene Omgeving) bieden daarvoor houvast.

per grote uitdaging. Deze aanpak per opgave kan

zijn we mede afhankelijk van het Rijk. In onze

Daarbij willen we deze instrumenten wel meer

gebruikt worden in de gebiedsgerichte aanpak.

64

8.5

Aanpak per opgave

Terug naar inhoudsopgave

Klimaatadaptie, -mitigatie en energietransitie Water en Klimaatadaptatie • De water en klimaatopgaven vragen om een goede inrichting en benutting van de ruimte en om meer regels ten aanzien van het gebruik van water en bodemsysteem. Er bestaan al regels in de Omgevingsver­ ordening voor drinkwater, waterveiligheid, klimaatadaptatie en waterkwaliteit (KRW). Daarnaast voegen we ieder geval een nieuw artikel in de omgevingsverordening toe met als doel dat initiatiefnemers bij nieu­ we o ­ ntwikkelingen en initiatieven rekening houden met het water en bodemsysteem.

Rivierverruiming langs de IJssel draagt bij aan de afvoer en bergingscapaciteit waardoor het overstromingsrisico wordt beperkt. Deuiterwaarden bieden niet alleen

Dit p ­ rincipe werken we uit in de catalogus

ruimte voor water, maar ook voor planten, dieren en mensen en dragen daarmee bij aan de biodiversiteit en recreatieve mogelijkheden. (Foto: gemeente Zwolle)

gebieds­kenmerken. Deze aanpassing werkt door voor alle opgaven en vormt een kader voor de gebiedsgerichte aanpak. • Water en klimaatadaptatie opgaven vragen

Klimaatmitigatie

Deltaplan Zoetwater, Integraal Rivier­

• De opgaven om uitstoot van broeikas-

om een samenhangende gebiedsgerichte

management, de Programmatische Aanpak

­gassen door het landgebruik te verminderen

aanpak (zie boven). Belangrijke sleutel om

Grote Wateren, Regionaal Waterprogramma

speelt vooral in het veenweidegebied van

hiermee om te gaan is ons grondbeleid.

etc.) maar ook van projecten als ‘Boeren

Noordwest Overijssel. Daarnaast spelen in

Dit werken we uit in het PPLG.

voor Drinkwater’ en de ‘Eeuwige Bron’. We

dit gebied nog andere uitdagingen. Dit

• Voor verdere vraagstukken rondom het

65

­Deltaprogramma met onder andere het

willen voor de omgevingsvisie ook uitzoeken

vraagt om een gebiedsgerichte aanpak met

gebruik van water in combinatie met het

of het mogelijk is slim gebruik te maken

­specifieke maatregelen die we uitwerken

­veranderende klimaat maken we gebruik

van de financiële mogelijkheden die het

in het PPLG.

van specifieke programma’s (het Kennis­

­Gemeenschappelijk Landbouw Beleid

programma Zeespiegelstijging, het

(GLB) te bieden heeft.

Terug naar inhoudsopgave

• Het aanleggen van (nieuwe) bossen helpt om koolstof vast te leggen. We werken dit samen met partners verder uit in de Bossen­ strategie. Grondbeleid, kennis en geld spelen een rol in het ontwikkelen van die strategie, waarbij we als provincie vooral willen ­samenwerken en faciliteren. • Voor het aanpakken van deze opgaven ­voorzien we een belangrijke rol voor de C ­ atalogus Gebiedskenmerken. In dit ­document beschrijven we hoe we de aanleg van bos en het vasthouden van CO2 kunnen combineren met andere functies, en hoe

we dit alles bij elkaar in de toekomst verder

In gebieden met grondgebonden natuurinclusieve landbouw zien we mogelijkheden voor de opwek van duurzame zonne-energie. Dit kan ­gecombineerd worden met het

kunnen ontwikkelen.

­verbeteren van de biodiversiteit (opgaand groen, bloemrijke graslanden en insectenhotels). Indien mogelijk profiteren omwonenden mee van de opbrengsten. (Foto: TPSolar)

Energietransitie • Om de energie doelen te kunnen halen,

gaan toepassen, waarbij grootschalige

­ontwikkelingen op dit gebied ondersteunen.

dan zijn we van mening dat we vanuit onze

­clusters van zonne-energie niet toegestaan

Het doel van het Programma Energie­strategie

regulerende rol sterker moeten sturen

zijn in geschikte landbouwgebieden.

is het realiseren van de ambitie die we

op ­duidelijke regels. We willen bepaalde

• Binnen de gestelde kaders werken we

­gebieden beschermen en in andere gebie­

met partners in RES-verband aan het

Strategie. Het programma geeft aan welke

den zien we kansen voor landschappelijke

­concretiseren van de ambitie voor opwek

doelen we daarbij hanteren voor initiatief­

­inpassing. Daarom passen we de huidige

van zon- en windenergie.

nemers, gemeenten en hoe wij zelf als partner

Windladder en de uitsluitingsgebieden aan

66

• We voorzien daarbij een belangrijke

­geformuleerd hebben in de Regionale Energie

in de RES onze verantwoordelijkheid voor

en verankeren we deze in de Omgevings­

­provinciale rol om de bestaande energie­

de uitvoering nemen. Vanuit de c­ onstatering

verordening met de actualisatie van de

transitie te ondersteunen. We stellen een

dat we de afgesproken a ­ mbitie voor 2030in

huidige Omgevingsverordening. Ook de

nieuw programma Energiestrategie op

het huidige tempo en inzet niet halen zet het

­zonneladder zullen we meer gebieds­gericht

­waarmee we met kennis en geld nieuwe

programma vooral in op windenergie.

Terug naar inhoudsopgave

• Daarbij ligt de focus op twee elementen: - Onze rol bij het aanwijzen van zoek­ gebieden en ruimte bieden voor wind­ energie. Zowel op de korte termijn als de lange termijn - Onze rol in het versnellen van de uit­ voering om de ambitie in 2030 te halen. Dit betekent dat het programma basis is voor vergunningverlening en de manier waarop wij omgaan met verzoeken tot projectbesluiten. • We geven richting en inspiratie aan inpassing van duurzame energietoepassingen in ons landschap in de Catalogus Gebieds­ kenmerken.

Bij strokenteelt worden meerdere gewassen in stroken naast elkaar geteeld. Door de afwisseling in gewassoorten kunnen ziekten en plagen zich minder snel ­verspreiden, waardoor er minder gewas-beschermende middelen nodig zijn. (Foto: Peter Roek)

Landbouw en natuur Landbouw en voedselproductie

• Als uitwerking van ons perspectief voor de

­verschillende opgaven in de gebieden.

• De opgaven voor de landbouw en voedsel­

landbouw werken we diverse instrumenten

• We brengen programmagelden samen en

productie vragen enerzijds om een d ­ uide­lijk

uit die we kunnen inzetten om de sector een

­verkennen hoe we ecosysteemdiensten

kaderstellende/ regulerende rol van de

perspectief te bieden. Zo onderzoeken we

­provincie ten aanzien van omgeving en

hoe we invulling kunnen geven aan meer

gebiedsdoelen en anderzijds een samen­

­planologische ruimte op erven en ons grond­

­landbouw met het programma Agro & Food.

werkende en faciliterende rol. De uitwerking

beleid ten behoeve van de verduurzaming

Dit doen we door:

van de landbouw.

- Agrariërs te ondersteunen met kennis en

van instrumenten zal gebeuren in het kader van PPLG en het perspectief voor de Land­

67

• We geven in onze catalogus gebiedskenmer­

­financieel kunnen ondersteunen. • We ondersteunen het perspectief voor de

financiering van ecosysteemdiensten en ­gebiedsgerichte initiatieven (Salland Loont).

bouw. Dit zal onder andere gebeuren in

ken op richtinggevende en inspirerende wijze

afstemming met het NPLG van het Rijk

aan hoe landbouw zich ruimtelijk gezien

- In te zetten op eiwittransitie door o.a. het

en het bijbehorende transitiefonds.

kan ontwikkelen, rekening houdend met

versnellingsprogramma eiwittransitie.

Terug naar inhoudsopgave

- Het ondersteunen van technische inno­ vaties die bijdragen aan beperken van emissies. - Bijdrage te leveren aan het versterken van korte ketens door inzet op kennis en b ­ ijvoorbeeld het aanstellen van een ­deal­maker, die aanbod en vraag naar ­producten bij elkaar brengt. - Subsidieregelingen mogelijk te maken voor advies en ondersteuning voor de overgang naar kringlooplandbouw.

We werken brengen samen met onze partners de condities voor natuur binnen de natuur­gebieden (Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000) op orde, onder andere in Haaksbergerveen. Hier werken we aan het herstel en behoud van hoogveen en natte heide en daarmee aan de biodiversiteit. Dit draagt bovendien bij aan CO2-opslag. (Foto:

Natuur en biodiversiteit

Mark van Veen)

• Als het gaat om de bescherming van de natuur en de biodiversiteit in Overijssel, ­combineert de provincie verschillende rollen.

68

verankerd. Op een a ­ antal onderdelen zien

is en welk instrumentarium daarbij

Naast de bestaande instrumenten die

we dat we meer kaders moeten stellen en

past. Daarbij benutten we mogelijk

we i­nzettenvoor natuur en biodiversiteit,

zullen we passend ruimte­lijk instrumentarium

het i­­ nstrument omgevingswaarden.

­verkennen we als uitwerking van het PPLG

gaan uitwerken in de Omgevingsvisie. Twee

(Provinciaal Programma Landelijk Gebied),

­onderdelen zijn:

instructieregels duidelijk aangeven

elke instrumenten we nog meer moeten

- Zone Ondernemen met Natuur en Water.

hoe we willen omgaan met peilen in

­inzetten. In de huidige Omgevingsverorde­

Veel van de opgaven die centraal staan

ning hebben we diverse regels opgenomen

in het PPLG zullen landen in deze zone.

voor het beschermen van natuurwaarden

Deze zones zijn ook in beeld als overgangs­

om een samenhangende gebiedsaanpak.

­binnen de natuurgebieden (Natura 2000

gebied van natuur naar landbouw. Daar­

We pakken dit samen met de partners op

en het NatuurNetwerk Nederland (NNN))

naast bevatten deze zones belang­rijke

in de Ontwikkelopgave N2000 en het PPLG.

- Weidevogelgebieden: We willen via

­weidevogelgebieden. • Natuur en biodiversiteitsopgaven vragen

en daarbuiten, zoals houtopstanden. Zo

natuurwaarden. Als onderdeel van de

We z­ etten daarbij in op een combinatie van

­hebben we onze Wezenlijke Kenmerken

uitwerking van het PPLG bekijken of en

financiële, grond en ruimtelijk juridische

en Waarden van Natuurgebieden

zo ja, welke ruimtelijke herijking nodig

­instrumenten.

Terug naar inhoudsopgave

• Om natuur en biodiversiteitswaarden buiten de natuurgebieden te versterken w ­ illen we vooral richting geven en faciliteren. We ­voorzien daarbij een aantal acties: - We gaan in onze catalogus gebieds­ kenmerken basiskwaliteit natuur uitwerken waarbij we afhankelijk van de staat van deze basiskwaliteit, richtinggevend en inspirerend aangeven hoe dit uitgewerkt kan worden. Met behulp van een ‘meetlat’ kan de basiskwaliteit van de natuur worden

Steeds meer boeren zien de voordelen van bloemrijke en kruidenrijke akkerranden: natuurlijke plaagbeheersing, gewasbestuiving, vergroten van biodiversiteit en

vastgesteld. We maken ook een werkboek

verbetering van de waterkwaliteit.(Foto: provincie Overijssel)

en handreiking met streefbeelden voor basiskwaliteit natuur per landschapstype. - Om onze ambitie voor een sterkere groen­ blauwe structuur te realiseren stellen we in

uitspraken te doen.

- We zetten financiële instrumenten in zoals SNL, SKNL.

de Omgevingsvisie een duidelijke ambitie

• Naast ruimtelijke instrumentarium willen

van 10% groenblauwe dooradering. Dit ver­

we samen met partners natuurinclusieve

ankeren we ook in ons instrumen­tarium,

­ontwikkeling aanjagen. Hiervoor zetten we

- We geven uitvoering aan Aanvalsplan Grutto.

bijvoorbeeld door een meetlat landschap­

een pallet aan instrumenten in:

- We verkennen mogelijkheden van N ­ atio­nale

selementenregistratie systeem te ontwik­

- Programma Natuur voor Elkaar/ Natuur­

kelen. Voor groenblauwe dooradering

inclusief. Hierbinnen zetten we naast het

willen we zoveel mogelijk aan­sluiten bij de

beschermen, ook in op het beleven en

kansen die het Gemeenschappelijk Land­

benutten van natuur en biodiversiteit.Dit

bouw B ­ eleid gaat bieden en bij de uitgangs­

doen we onder meer via kennis en finan­

punten van ons Agrarisch Natuurbeheer

ciering.

voor aanleg, h ­ erstel en beheer. - We willen vergroening van de bebouwde omgeving aanjagen door in de catalogus

69

gebiedskenmerken richtinggevende

- We ondersteunen agrarisch natuurbeheer in kansrijke gebieden.

- We ondersteunen Streekeigen ­Landschapsbeheer.

en Europese subsidie­mogelijkheden. - We zetten ons Grondbeleid in (als o ­ nderdeel PPLG). - We ondersteunen het opstellen van ­soortenmanagementplannen. - We willen overal in Overijssel natuur­ inclusieve nieuwbouw aanjagen. Daarvoor ontwikkelen we een meetlat “punten­systeem natuurinclusief/klimaatadaptief bouwen”.

Terug naar inhoudsopgave

Verstedelijking en mobiliteit • Als het gaat om verstedelijking willen we de komende jaren vooral inspireren en ­richting geven. Maar we zullen ook ­strengere regels hierover moeten opnemen. • Voor woningbouw hebben we in de regio’s West-Overijssel en Twente in 2021 met ­gemeenten afspraken gemaakt voor de ­periode tot 2030 in de zogenaamde woon­ agenda’s. De kwaliteit van de woningbouw hebben we vastgelegd in het Stimulerings­ kader. Hier w ­ erken we mee verder. • We benoemen drie soorten van verstede­ lijking; steden, (middelgrote) kernen en streekcentra en kleinere kernen. Die termen zijn verankerd in de al bestaande regelgeving, en daar komt geen veran­

We willen onze werklocaties toekomstbestendig maken met volop aandacht voor onder andere klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie en

dering in. Per soort verstedelijking wordt

­biodiversiteit. Een mooi voorbeeld hiervan is Niverplast in Nijverdal dat volgens BREEAM-certificering is gebouwd. (Foto: Foreco)

bekeken of er een visie voor opgesteld moet worden. • Voor bedrijventerreinen zijn in 2017 ­afspraken gemaakt die we momenteel in gesprek met partners actualiseren. Nieuw is dat we nu a ­ fspraken maken over de ­kwaliteit van werklocaties. • We gaan op basis van pilots samen met onze partners onderzoeken hoe de uit­ werking van het VAB-beleid in de praktijk vorm krijgt.

70

• De mate van toegestane verstedelijking

toe naar een Regionaal M ­ obiliteits­programma

­toetsen we aan de ‘Ladder Duurzame

(RMP), dat uit­eindelijk de b ­ estaande ­

­Verstedelijking’.

Koersnota’s voor de ver­schillende vervoers­

• We werken samen met de Stadsbeweging. De stadsbeweging draagt bij aan en stimu­

modaliteiten gaat vervangen. • Voor vrijetijdseconomie onderzoeken we

leert het leefbaar en vitaal houden van

waar en hoe dit een plek kan krijgen in ons

steden en dorpen.

beleid, zodat we dit een impuls k ­ unnen

• Voor mobiliteit werken we – samen met

geven.

­vertegenwoordigers uit de DUS-­regio’s -

Terug naar inhoudsopgave

Dalfsen, herkenbaar aan oa de Blauwe Bogenbrug en De Zwevende Kei werd in 2016 verkozen tot de groenste kleine stad van Europa. In deze ‘groene parel aan de Overijsselse Vecht’ met monumentale landgoederen en bomenlanen bestaat het nog: ruimte en aandacht voor natuur en cultuur. (Foto: provincie Overijssel)

71

Terug naar inhoudsopgave

9. Verdieping 9.1

Begrippenlijst

Aanvalsplan Grutto

Is een nationaal plan gericht op het versterken van weidevogels.

Agroforesty Een verzamelnaam van teeltsystemen waarbij veehouderij of akkerbouw gecombineerd wordt met de teelt van afwisselend eenjarige en meerjarige houtige gewassen of bomen op hetzelfde perceel. ANLb

Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer.

Basiskwaliteit natuur Basiskwaliteit Natuur is een in Nederland voorgestelde minimale vereiste waaraan condities van een ­landschap moeten voldoen om een gewenst niveau van bij dat landschap passende biodiversiteit duurzaam in stand te houden. Drie factoren zijn hierbij leidend: de milieucondities, de inrichting van het landschap en het beheer van het landschap. Beleidsregie

Met beleidsregie geven we aan wat we willen en waar we dit voor ons zien.

Biodiversiteit Biodiversiteit of biologische diversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een ­gegeven ecosysteem, vegetatiezone, geografisch gebied of de gehele planeet. Biodiversiteit omvat de ­verscheidenheid aan verschillende ecosystemen, de verscheidenheid aan verschillende soorten binnen een ecosysteem en de genetische variatie binnen een soort. Brede welvaart Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Circulaire Landbouw Bij circulaire landbouw blijven grondstoffen en producten zo lang en zo hoogwaardig mogelijk in de kringloop door volledige benutting van grondstoffen, hoogwaardig gebruik van biomassa en recycling van reststromen. Het gaat dus over hoogwaardige toepassing van reststromen. Corridorstudie GNOE Onderzoek naar afwikkeling goederenvervoer over spoor tussen Noordzeehavens en Noordoost Europa ­(Goederenspoor Noord Oost Europa). DUS-regio’s Daily Urban System. Daarmee bedoelen we een samenhangende regio van steden en dorpen waar mensen dagelijks heen en weer bewegen tussen wonen, werken en leven.

Duurzaamheid Met duurzaamheid bedoelen we dat we binnen de draagkracht van onze leefomgeving kunnen wonen, ­werken en leven en gebruik maken van wat onze leefomgeving ons te bieden, nu en in de toekomst.

72

Terug naar inhoudsopgave

Ecosysteemdiensten Een ecosysteemdienst is een dienst die door een gezond ecosysteem aan mensen wordt geleverd. Het betreft het verstrekken van een product door een ecosysteem (bijvoorbeeld drinkwater), een regulerende dienst ­(bijvoorbeeld bestuiving van gewassen), een culturele dienst (bijvoorbeeld gelegenheid geven tot r­ ecreatie) of een dienst die de voorgaande diensten ondersteunt (bijvoorbeeld de kringloop van nutriënten in een ­ecosysteem). Eeuwige bron Het plan ‘De Eeuwige Bron’ heeft de EO Wijersprijs gewonnen. Het project met de Sallandse Heuvelrug als casusgebied, is de uitwerking van een ‘waterlandschap’ waarmee drinkwaterbedrijf Vitens mogelijkheden verkent om met een nieuw concept water te winnen. Eiwittransitie

Met de “eiwittransitie” wordt de overgang naar meer plantaardige eiwitten bedoeld.

Emissieloos OV Openbaar Vervoer op basis van hernieuwbare energie en zonder uitstoot van milieuverontreinigende stoffen (treinen & bussen). Energietransitie

De energietransitie is de overgang van het gebruik van fossiele energie naar hernieuwbare energie.

Ex-ante ecologische beoordeling

Een ecologische beoordeling die voorafgaand op een plan en project gedaan wordt.

Functie volgt peil

De functie van het landgebruik is volgend op het waterpeil.

Gebiedsgerichte aanpak

Is gericht op een aanpak van de opgaven speciaal voor een gebied.

Gezondheid Met gezondheid bedoelen we dat we actief bewegen en ons thuis voelen in onze provincie. Het gaat daarbij niet alleen om lichamelijke maar ook om geestelijke gezondheid. GGA

Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof.

GLB

Gemeenschappelijk Landbouw Beleid.

Governance

De wijze van besturen.

Grondgebonden landbouw Grondgebonden betekent dat een agrarisch bedrijf afhankelijk is van grond als productiemiddel. Wat we er ook mee bedoelen is dat er sprake is van een kringloop van mineralen. Gras en maïs worden aan het vee gevoerd en met de mest van het vee worden deze voedergewassen bemest. Hermeanderen Vertraagde afvoer van water, hierdoor krijgt water ook meer tijd om te infiltreren in de grond. Hittestress Lichamelijke klachten bij mensen en dieren die wordt veroorzaakt door extreme hitte. Bij hittestress kunnen mensen en dieren de warmte moeilijk kwijt. Symptomen van hittestress zijn bijvoorbeeld overmatig zweten, opgezwollen armen en benen, uitdroging en spierkrampen.

73

Terug naar inhoudsopgave

Hoogproductieve duurzame landbouw Duurzame hoogproductieve landbouw is een vorm van landbouw dat in principe een productie gedreven bedrijfsvoering kent, waarbij deze bedrijfsvoering plaats vindt binnen de beschikbare milieugebruiksruimte en binnen de draagkracht van het natuurlijk water- en bodemsysteem ter plaatse. HOV-personenverkeer Hoogwaardig Openbaar Vervoer van mensen over het spoor en via snelle busverbindingen (met grote halte­ afstanden). Inbreiden Een locatie binnen bestaand bebouwd gebied, die braak ligt of vrij gaat komen en die gebruikt wordt voor ­woningbouw en/of andere nieuwe functies; het bouwen binnen de bestaande bebouwingsgrenzen. Het tegen­ overgestelde is uitbreiding, die aansluitend plaatsvindt, maar buiten de grenzen van bestaande bebouwing. Kavelruil In een kavelruil worden kavels in het buitengebied geruild tussen verschillende partijen, bijvoorbeeld om een betere bereikbaarheid te creëren. Het kan gaan om de ruiling van cultuurgrond, maar ook om een bedrijfs­ verplaatsing of het ruilen van een veldkavel voor een huiskavel. Kennishub Overijssel Dit is een platform voor overheden, bedrijven, inwoners en partners waarin de Provincie (open)data en ­(onderzoeks-)artikelen, statistieken en kaarten beschikbaar stelt. Daarnaast biedt dit platform ook ruimte voor samenwerking met ketenpartners, bedrijven en burgers.

Kernrandzones Het gebied tussen de stad en het platteland. De gebieden vormen als het ware een poort naar beide gebieden toe. KGO

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.

Kleinschalige woningbouw Stedelijk wonen: minder dan 50 woningen; Centraal wonen/Wonen langs de radialen: minder dan 30 ­woningen; Ontspannen/buiten wonen: minder dan 12 woningen. Plannen in zeer kleine kernen (minder dan 500 inwoners) zonderen we uit, wanneer door een plan de woningvoorraad met maximaal 2% groeit. Bij een dorp met 100 woningen betekent dit dus dat we plannen met maximaal twee woningen niet meenemen. Klimaatadaptatie Inspelen op de gevolgen van veranderende weersomstandigheden zoals droogte en wateroverlast: het ­benutten van de kansen van het veranderende klimaat en anticiperen op de bedreigingen ervan. Klimaatmitigatie Klimaatmitigatie bestaat uit maatregelen bedoeld om de omvang of snelheid van opwarming van de aarde te beperken. Over het algemeen bedoelt men met klimaatmitigatie het verminderen van de door mensen veroorzaakte emissies van broeikasgassen (met name kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O) en fluorverbindingen zoals HFK’s, PFK’s en zwavelhexafluoride). KPI’s

74

Kritische prestatie indicatoren.

Terug naar inhoudsopgave

Kringlooplandbouw Produceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen, een zo klein mogelijke footprint, een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur. De kringlopen kunnen verschillend zijn ingericht: binnen een bedrijf, een regio, Nederland, grensoverschrijdend, Europees of mondiaal. KRW-opgaven Kaderrichtlijn Water - opgaven. De Europese opgaven voor het bevorderen van een goede waterkwaliteit. Leidende principes

Zijn vuistregels die richting geven aan het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel.

Meekoppelkansen

Kansen die gelijktijdig met de aanpak van een andere opgave/project kunnen worden opgepakt.

MIRT-cyclus Proces van Meerjarenprogramma Infrastructuur en Ruimte (onderzoek, verkenning, planstudie, realisatie etc). Mobiliteitladder Gewenste volgorde van vervoerswijzekeuze binnen mobiliteit, bijvoorbeeld het STOMP-principe van stappen, trappen OV, mobiliteitsmanagement en personenauto. Mobiliteitssysteem Beschikbare infra inclusief bijbehorende voorzieningen. Vooral bedoeld om de hoofdinfrastructuur te benoe­ men, die min of meer vastligt en daarmee uitgangspunt is voor ontsluiting van (nieuwe) functies en locaties. Modal shift goederenvervoer

Vergroten aandeel goederenvervoer over spoor en water, minder over de weg.

Multimodaler logistiek netwerk

Netwerk voor goederenvervoer over spoor en water verbeteren.

Natura 2000 / N2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Overijssel heeft 24 van deze ­gebieden. Deze natuur is zo bijzonder en uniek dat we die graag willen beschermen. Natuurinclusief Natuurinclusiviteit wil zeggen dat er rekening wordt gehouden met de natuurwaarden en dat het inspelen op, en waar mogelijk versterken van natuur een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van het doen en handelen. Natuurinclusiviteit draagt actief bij aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving. Natuurinclusieve landbouw Duurzame landbouw die in samenhang met natuur en omgeving waarbij de ondernemer zowel landbouw­ producten als natuur en landschap voortbrengt. Natuurnetwerk / NNN Het Overijsselse deel van het Natuurnetwerk Nederland met daarin de Overijsselse natuurgebieden, ­waaronder ook de Natura 2000-gebieden. NEO

Programma Nieuwe Energie Overijssel.

Netwerk van groenblauwe dooradering Groenblauwe dooradering (GBDA) is het netwerk van half-natuurlijke landschapselementen die het landelijk gebied doorsnijden. ‘Groene dooradering’ zijn elementen met een ‘droog karakter’, zoals houtwallen, bomen­ rijen, dijken en wegbermen. Blauwe dooradering zijn elementen met een ‘nat’ karakter zoals sloten en beken. Niet-grondgebonden landbouw Niet-grondgebonden landbouw zijn bedrijven die niet gebonden zijn aan land voor hun voedselvoorziening. Dit kan glastuinbouw zijn, gebouwgebonden teeltbedrijven of kwekerijen, maar bijvoorbeeld ook pluimvee­ houderij of varkenshouderij als die niet gebonden zijn aan land voor de voedselvoorziening.

75

Terug naar inhoudsopgave

NNN

Nationaal Natuurnetwerk.

NOVI

Nationale Omgevingsvisie.

NPLG

Nationaal Programma Landelijk Gebied.

ONW

Ondernemen met Natuur en Water.

Overgangsgebieden

Overgangsgebieden rondom natuurgebieden.

PPLG

Provinciaal Programma Landelijk Gebied.

Procesregie Met procesregie geven we aan hoe we samen de uitvoering van beleid vormgeven. Bij procesregie gaat het over samenwerking en het vertalen van het beleid in concrete resultaten. Programma Ontwikkelopgave N2000 Binnen programma Ontwikkelopgave Natura 2000 werkt provincie Overijssel samen met de partners van ‘Samen werkt beter’ aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur van de 24 Overijsselse N2000-gebieden. RES

Regionale Energie Strategie.

Ruimtelijke kwaliteit Het - bedoeld en onbedoeld - resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte ­geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit is de o ­ ptelsom van toekomstwaarden, gebruikswaarden en belevingswaarden. Ruimtelijke kwaliteit omvat niet alleen de waarden die objecten en gebieden hebben, maar ook de potentie die gebieden en objecten hebben om ­waarden tot ontwikkeling te brengen. Het zijn waarden die te maken hebben met eigenheid, identiteit, ­herkenbaarheid, bruikbaarheid en continuïteit. SKNL

Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap.

Slim gekozen locaties

Functies op een locatie die geen extra mobiliteitsproblemen veroorzaakt.

SNL

Subsidieregeling Natuur en Landschap.

Sociale kwaliteit Met sociale kwaliteit bedoelen we hoe gelukkig mensen zijn als het gaat om de dagelijkse leefomgeving en spelen zaken als privacy en dagelijkse contacten. Stadsrandhub Knooppunt aan stadsrand waar meerdere modaliteiten bijeen komen, waardoor overgestapt kan worden van bijvoorbeeld auto op OV of (deel)fiets. Tevens te gebruiken als uitvalsbasis voor stadslogistiek, energieopwek/ opslag en elektrisch laden. STOMP-principe De voorkeursvolgorde van modaliteitskeuze bij personenverplaatsingen is Stappen, Trappen, OV, ­Mobiliteitsdiensten, Personenauto. Systeemefficiëntie De transitie naar een toekomstbestendige energie-infrastructuur: voldoende capaciteit, slim koppelen van vraag en aanbod en opslag van energie.

76

Terug naar inhoudsopgave

Topwerklocaties Een label voor een 9-tal werklocaties in Overijssel die een bovengemiddelde ontwikkeling doormaken binnen een eigen economisch profiel. Uitvoeringsmodel Met het Uitvoeringsmodel willen we integraliteit en kwaliteit toevoegen aan onze plannen en die van anderen en aan de uitvoering van initiatieven. Het model inspireert en helpt bij het structureren van gesprekken met initiatiefnemers, zoals professionals en inwoners, en het maken van (eigen) afwegingen en keuzes. Verbrede landbouw Verbrede landbouw (ook wel multifunctionele landbouw) is een vorm van landbouwbedrijfsvoering waarin inkomsten uit andere activiteiten naast voedselproductie een grote rol spelen. VHR

Vogel- en Habitatrichtlijn.

Vloeiweiden Een vloeiveld is een groot waterbassin om het in riool- of proceswater opgeloste sediment te laten bezinken. Voedselbossen Door mensen gecreeëerde plantengemeenschap (meerlaags, bestaande uit o.a. planten,bomen en struiken) met een extreem hoog aantal eetbare soorten. De biodiversiteit, (ecologische) veerkrachten en productiviteit (van biomassa) van een voedselbos zijn hoog. Een voedselbos is volledig zelfvoorzienend, klimaatbestendig en er is geen inzet van bemesting en/of bestrijdingsmiddelen. Vrijetijdseconomie Economische sector op het gebied van toerisme en recreatie. Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bedrijfsruimten en bouwwerken (stallen, loodsen, kassen, silo’s e.d.) op een agrarisch bouwvlak die leeg ­(komen te) staan na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse. Weidevogelgebieden Uitgestrekte graslanden, die geschikt zijn voor weidevogels om te broeden en hun nakomelingen groot te brengen. Werklocaties Locaties voor bedrijfsvestigingen, zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties, retailzones, innovatieclusters, stationsomgevingen, campussen. Windbos

77

Het combineren van windturbines en bos.

Terug naar inhoudsopgave

9.2 Beleidsvoorstel Water & ­klimaatadaptatie

• Er is voldoende en goed water voor drink­

Regionale versterking van het natuurlijk

• De waterkeringen zijn op orde en over­

water, scheepvaart, landbouw, wonen, ­recreatie, natuur en landschap.

­watersysteem

stroombare gebieden zijn zo ingericht dat

In deze bijlage geven we een nadere toelichting

gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt.

voor de opgaven water en klimaatadaptatie.

• Het natuurlijke bodem- en watersysteem

• Ruimtelijke ontwikkelingen passen zich aan de gegeven omstandigheden ter plekke aan. Het watersysteem is in 2050 klimaatrobuust. • Onderdeel daarvan zijn: - Overstromingsrisico’s (kans in relatie tot schade) binnen de wettelijke normen houden voor beschermde gebieden

is bepalend voor nieuwe (ruimtelijke)

achter primaire (waterwet) en regionale

WAT

­ont­wikkelingen, anticiperend op effecten

(ver­ordening) keringen en waar mogelijk

Het is de ambitie van de provincie om te

van klimaatverandering.

veiligheid toevoegen.

­komen tot regionale watersystemen die

- Droogteschade aan landbouw, natuur en

klimaat­bestendig en veilig zijn, voldoende en

Voor water- en klimaatadaptatie onder-

scheepvaart zoveel mogelijk beperken,

goed (drink)water bieden voor verschillende

scheidt de provincie de volgende doelen

door water langer vast te houden en de

­activiteiten, en waarvan het grond- en opper­

(2027 / 2050):

sponsfunctie van gebieden te versterken.

vlaktewater van goede ecologische en

• Waterkwaliteit (ecologie en chemie)

- De kosten en baten als gevolg van de kans

chemische kwaliteit zijn. Deze robuuste

­verbeteren tot het niveau dat afgesproken is

op wateroverlast in natte perioden en de

­watersystemen zijn, met de b ­ odem, onder-

in de EU Kaderrichtlijn Water; uiterlijk in 2027.

kans op droogteschade in droge perioden

legger en richtinggever voor f­ uncties en

Leefgebieden voor waterdieren en -planten

zijn in balans, waarbij het grond­gebruik

­ruimtelijke ontwikkeling.

verbeteren tot het niveau dat afgesproken is

plaatsvindt op basis van de water­

in de EU Kaderrichtlijn Water.

beschikbaarheid ter plaatse.

Concreet zijn de ambities:

• Voldoende drinkwater van goede kwaliteit

- Ondervangen van klimaateffecten en

• Het grond- en oppervlaktewater heeft

produceren volgens de nationale verplich­

borgen van de vitale en kwetsbare functies

een goede ecologische en chemische

tingen, met zo min mogelijk extra zuivering

binnen en buiten de bebouwde kom.

kwaliteit.

en zoveel mogelijk gebruik van grondwater.

- Nieuwe wijzen van samenleven met

• Het watersysteem is klimaatbestendig en

Blijven inzetten op besparing en onnodig

­effecten van klimaatverandering en anders

­veilig, want is meer in evenwicht voor

gebruik van drinkwater. Verkend wordt

omgaan met de ruimte en met risico’s.

situaties met toenemende hitte, droogte

hoe tegemoetgekomen kan worden aan de

Klimaatverandering leidt tot grilliger

en water­overlast. Voor extreme situaties is

­toenemende vraag naar drinkwater. Gebruik

­patronen van droogte, hitte en water­

gevolg­beperking onderdeel van de aanpak.

van oppervlaktewater is daarbij een optie.

overlast, waar ons op reguleren,

78

Terug naar inhoudsopgave

- normeren en inrichten gebaseerde

• Beperken van de (groei van) wateraanvoer

• Remmen en opheffen van de steeds

­systeem niet altijd meer een antwoord

in de zomer, dan wel zuiveren van het aan

grotere verschillen in waterpeil tussen

is. Het accepteren van klimaatverandering

te voeren water om negatieve effect op de

m.n. natuur- en landbouwgebieden en

is onderdeel van ons handelen.

bijzonder goede waterkwaliteit in de natuur­

bijbehorende verandering van kwel en

gebieden tegen te gaan.

wegzijding door realisatie van buffer­

• In veenweidegebieden een waterhuis­ houding die bijdraagt aan minimalisering van

zones en watersysteemherstel.

de ­uitstoot van broeikasgassen, gericht op

Om het watersysteem klimaatbestendig en veilig

• De ruimte klimaatrobuust inrichten, en

het behalen van de doelen uit het Klimaat­

te maken en om voldoende en goed water voor

daarmee anticiperen op effecten van

akkoord voor 2030 en verder.

drinkwater, scheepvaart, landbouw, wonen,

­klimaatverandering, door het grond­

natuur en landschap te borgen zijn de opgaven:

gebruik af te stemmen op het water­

• Antiverdrogingsmaatregelen, zoals het

systeem en de waterbeschikbaarheid

Opgaven Om een goede ecologische en chemische

aanpassen van het watersysteem en grond­

(functie volgt peil).

waterkwaliteit voor karakteristieke planten en

gebruik, zodat in de zomer voldoende water

waterdieren en drinkwaterwinning te realiseren

beschikbaar is voor drinkwaterproductie,

WAAR

zijn de opgaven:

natuur en landbouw door in de winter de

Een aantal opgaven is generiek, zoals

• Beperking van de belasting van grond- en

grondwatervoorraad te vergroten en door

beperking van de belasting van grond-

oppervlaktewater met meststoffen, gewas­

lokaal wateroverlast door toenemende kwel

en oppervlakte­water met meststoffen,

beschermingsmiddelen en stedelijk water/

en piekbuien te accepteren.

­gewasbeschermingsmiddelen en stede­

effluent waterzuivering (o.a. medicijnresten)

• Waterveiligheids- en wateroverlastmaatre­

door maatregelen in de landbouw, bij water­

gelen, zoals het op orde hebben en houden

lijk water/ effluent water­zuivering (o.a. ­medicijnresten). De meeste opgaven zijn

zuivering en, met name in veengebieden,

van de waterkeringen, systeemmaatregelen

gebiedsspecifiek. We onder­scheiden vier

peilbeheer gericht op minimalisatie van

om afvoerpieken te beperken, een robuuste

gebieden in Overijssel, ieder met een eigen

­emissies van meststoffen.

ruimtelijke inrichting om effecten van een

perspectief om de ambities en doelen te

• Beek- en watersysteemherstel, gericht op

overstroming te beperken en aanpassen van

realiseren. De verschillende perspectieven

versterking van de ecologische en land­

het watersysteem rond stedelijk gebied om

gaan vergezeld met een samenhangend

schappelijke kwaliteit, waaronder het

wateroverlast en hittestress in de steden te

pakket met maatregelen. Met een gebieds­

­beperken van droogval.

beperken en tegen te gaan (klimaatbuffers).

gerichte werkwijze en gebiedsspecifieke

Maar door daarnaast ook lokaal waterover­

maatregelen wordt in elke regio het water­

last te accepteren.

systeem toekomstbestendig gemaakt.

• Behoud en herstel van de kleine waardevolle wateren.

79

Terug naar inhoudsopgave

Hogere zandgronden zonder mogelijkheid

door aanpassing van de kleinste water-

Zandgronden met de mogelijkheid voor

voor wateraanvoer

gangen (haarvaten) en ruimte voor natte

­wateraanvoer

perceel­delen.

Perspectief is een watersysteem dat is i­ngericht

Perspectief is een robuust zoetwatersysteem waarbij watervraag en -aanbod beter in balans

• In de lagere delen van het landschap:

op water op maat voor de aan­wezige functies,

zijn. In de hogere zandgronden en de inliggende

­verhogen van de ontwateringsbasis in alle

ruimte om extreme neerslag en tijdelijke

beeklandschappen is de waterafvoer trager, de

watergangen, waaronder de beken en het

­tekorten op te vangen en zorgvuldig beheer

(freatische) grondwatervoorraad structureel

creëren van plekken om neerslagpieken

van de grondwatervoorraad. Door wateraan­

hoger en de natuurlijke sponswerking van de

op te vangen.

voer kan er, onder normale o ­ mstandigheden,

bodem is vergroot. Door het neerslagoverschot

• In de (beek)dalen: vertragen van de afvoer

van de winter zo lang mogelijk vast te houden,

en verlengen van de watergang of beek

aan­gevoerd worden voor de nu aanwezige

­(bijvoorbeeld hermeanderen).

­functies. Lokaal en in droge perioden kan er

blijft er in de zomer langer voldoende water

in deze gebieden het hele jaar voldoende water

­beschikbaar voor landbouw, natuur en drink­

• Waar het landschap en het reliëf de ruimte

water, waarmee de concurrentie om water

biedt: tijdelijke berging en infiltratie door

waterpeil tijdelijk w ­ egzakt, vooral als de water­

­afneemt, droogteschade wordt beperkt enwordt

bevloeiing.

aanvoer het ­neerslagtekort niet geheel kan

bijgedragen aan realisatie van de KRW. T ­ egelijk

wel droogte­schade ­optreden als het grond­

• Druk op het grondwater verminderen door

­vervangen. ­Vasthouden van het winteroverschot

houden we bij de inrichting van g ­ ebieden

grondwateronttrekkingen voor drink­water,

en zo n ­ odig aanvullen vanuit IJssel (o.a. via het

rekening met het hoger neerslag­overschot in

proceswater en beregening blijvend of

Twente­kanaal) en IJsselmeer (o.a. via gemaal

de winter, grotere kwel in de lagere delen en de

tijdig te reduceren in en om gebieden die

Stroink en Meppelerdiep) houdt de water­

opvang van water tijdens piekbuien. Waar nodig

door o ­ nttrekkingen worden beïnvloed en

voorraad op peil. Alleen in jaren met e ­ xtreem

passen we normeringen, gebieds­reserveringen

die ­gevoelig zijn voor droogteschade, zoals

weinig water in de IJssel en weinig b ­ uffer in

natuur.

het IJsselmeer kan er onvoldoende water

en het grondgebruik hierop aan. Bijbehorende maatregelen van samenwerkende gebieds­

• Grondgebruik afstemmen op een goed

­beschikbaar zijn. Verdringingsreeksen zijn dan

partijen zijn o.a.:

­functionerend watersysteem (een water­

leidend. Bijbehorende maatregelen van samen­

• Op de hogere zandruggen en (stuw)wallen:

systeem dat goed functioneert onder droge

werkende gebieds­partijen om dit p ­ erspectief te

vergroten van de grondwatervoorraad door

en onder natte omstandigheden en onder

realiseren zijn o.a.:

water tijdig, langer en meer vast te houden in

extreme omstandigheden gevolgen b ­ eperken

• Watersparen op bedrijfsniveau: grond­

de bodem, vermindering van de verdamping,

en/of accepteren).

80

eigenaren gaan zuinig om met water en

vertragen van de afstroming, vergroten van

­vergroten de voorraad onder de eigen

de infiltratie van het regenwater in de bodem

­percelen.

Terug naar inhoudsopgave

• Verruiming van het watersysteem, bijvoor­

van samenwerkende partijen, waaronder de

Het grondgebruik zal zich aanpassen aan het

beeld door verbreden van watergangen en

provincie, zoals:

water­regime (functie volgt peil), met e ­ xten­sievere

plas-dras zones, om tijdelijke tekorten en

• Waterveiligheidsmaatregelen voor situaties

landbouw, natuurinclusieve landbouw (o.a.

met hoge waterstanden worden genomen

­weidevogelbeheer), natuurontwikkeling en

overschotten beter op te vangen.

in het hele stroomgebied, ook hoog in het

­nieuwe gebruiksvormen (wonen, recreatie,

De IJssel, Vecht en Delta

systeem. Het stroomgebied van beken

­duurzame rietteelt en nieuwe, kansrijke ‘­natte

Het ontwikkelingsperspectief voor de IJssel en

en r­ ivieren wordt ingericht om water te

teelten’ et cetera). Grotere lokale buffer­capaciteit

IJsseldelta is een robuust watersysteem met

­bergen bij veel regen en vast te houden

maakt vernatting van delen van het veenweide­

hoge ecologische kwaliteit dat extremen (veel of

voor d ­ rogere tijden. Laag in het systeem,

gebied beter mogelijk en vergroot de zelf­

weinig afvoer) kan opvangen door een integrale

richting de m ­ onding, vormen de primaire

voorzienendheid van het gebied in plaats van

aanpak (in landelijk en internationaal perspec­

keringen (onder verantwoordelijkheid van

afhankelijkheid van de IJsselmeerbuffer. De door

tief). Het ontwikkelingsperspectief voor de Vecht

Rijk en w ­ aterschappen) de basis van de

de samen­werkende gebiedspartijen m ­ ogelijk

is een robuuste half-natuurlijke laaglandrivier

water­veiligheid. Daarbij gaat ook de aan­

te nemen maatregelen die bijdragen aan dit

met een hoge ecologische kwaliteit, voldoende

dacht uit naar het IJsselmeer en de mogelijke

perspectief zijn o.a.:

afvoer jaarrond, ook om de beschikbaarheid

aan­passing van de IJsselmeerpeilen aan de

• Aanpassing van het waterpeil en grond­gebruik

van drinkwater te vergroten door een water­

zeespiegelstijging.

systeembenadering van bron tot monding. In

• Integraal riviermanagement om in het

per peilvak of polder om broeikas­gasemissies en bodemdaling tot een minimum te

de IJssel-Vechtdelta komen het rivierengebied

hele systeem van bron tot monding samen­

­beperken. Vermindering van peilverschillen

(IJssel en Vecht) en het IJsselmeergebied samen

hangende maatregelen te treffen, gericht op

en wegzijging/ kwel tussen natuur- en land­

en dat vraagt om een afgestemde aanpak voor

nivellering van de afvoer en verhoging van

bouwgebied door buffers en aangepast

vraagstukken als de afvoerverdeling en het

de waterkwaliteit.

peilbeheer. Verkleinen van peil­vakken om

toekomstig IJsselmeerpeil. Daarnaast komen

maatwerk in peilbeheer te realiseren.

opgaven van waterveiligheid, natuur, landbouw,

Veenweidegebieden en overige veengronden

wonen, recreatie en scheepvaart hier bij elkaar.

Het perspectief is een veen(weide)gebied met

­grondgebruik op basis van het waterpeil.

Dat is complex, maar biedt ook kansen voor

hoge waterstanden, waarbij bodemdaling en

• Verruiming van het oppervlaktewater om

slimme oplossingen. Dit vraagt om ontwerpend

broeikasgasemissies beperkt worden tot een

­extremen op te vangen en waterinlaat

onderzoek en dat doen we samen met onze

­minimum, de waterkwaliteit voor mens en

­beperkt te houden. Met grotere buffers

partners. Om dit perspectief te realiseren zijn

natuur goed is en een robuust watersysteem

wordt ver­natting beter mogelijk en de zelf­

maatregelen binnen en buiten Overijssel nodig

extreme weersomstandigheden kan opvangen.

voorzienendheid van het gebied vergroot.

81

• Extensivering en verandering van het

Terug naar inhoudsopgave

HOE

en (aanpassing van) v­ erdringingsreeksen,

van koolstof, voor voldoende en schoon

We willen onze ambitie op verschillende

normering water­overlast. Realisatie van klimaat­

drinkwater, voor waterveiligheid en klimaat­

­manieren realiseren, en daarin onderscheiden

adaptatie en water­kwaliteit conform de KRW

buffers rond steden en voor een aan­

we drie rollen met bijpassende instrumenten,

worden r­ andvoorwaardelijk voor ruimtelijke

trekkelijk en leefbaar platteland.

die elkaar overlappen en aanvullen.

ontwikkelingen. Faciliterende rol: inzet van lopende en

Regulerende rol: inzet van ruimtelijk

Samenwerkende rol: gebiedsontwikkeling

nieuwe programma’s

­instrumentarium

In de regio komen de verschillende opgaven

Realisatie van robuuste watersystemen

We hanteren vanuit onze regulerende rol

voor water, klimaat, natuur en landbouw samen.

wordt ondersteund door o.a. onderdelen

regels voor duurzaam gebruik van het water

Uitgangspunt daarbij is dat het natuurlijke

van het Deltaprogramma Zoetwater (DPZW)

en bodem­systeem. De randvoorwaarden die

­systeem van water en bodem leidend is. (Deel)

en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie

­bodem en watersysteem als leidend principe

stroomgebieden zijn daarom een g ­ oede i­ndeling

(DPRA), de P ­ rogrammatische Aanpak

stellen nemen we op in de visie en verordening.

voor gebiedsprocessen. De vier g ­ eschetste,

Grote Wateren (PAGW) en het Integraal

De huidige regels in de Omgevingsvisie en -ver­

­robuuste watersysteem-­perspectieven creëren

Rivier­management (IRM), en de cofinan­

ordening blijven van kracht, zoals de bescher­

de uitgangspunten en randvoorwaarden voor

ciering daarbij uit de regio, KRW/ 7e actie­

ming van grondwaterlichamen en drinkwater­

realisatie van deze o ­ pgaven. Ze zijn daarmee

programma. In de nabije toekomst zal ook

winningen, verdringingsreeksen, zoekgebieden

integraal onderdeel van gebieds­ontwikkelingen.

het ­Nationaal Programma Landelijk Gebied

voor drinkwaterwinningen en bescherming

Met samen­hangende ontwerpen in gebieden

(NPLG) bijdragen aan realisatie.

van het (toekomstig) grond­water en opper­

worden o ­ pgaven en watersysteem­ontwikkeling

vlakte­water voor de productie van drinkwater

met elkaar verbonden. Door r­ ealisatie van

Inspirerende en ondersteunende

en ­proceswater, waardevolle kleine wateren,

de maatregelen in het water­systeem (met

­instrumenten

­normering regionale keringen. Aan­vullend

name door het waterschap) te v­ erbinden

Ondersteunende instrumenten die door­

worden beleid en beleidsregels o ­ pgenomen

met de a ­ ndere gebiedsopgaven c­ reëren we

ontwikkeling vragen zijn o.a.:

om realisatie van robuuste water­systemen

een oppervlakte- en grondwater­systeem

• Actief grondbeleid en grondbanken

als o ­ nderlegger voor gebieds- en functie­

dat zorgt voor r­ obuuste natuur­gebieden en

• Financiële faciliteiten voor gebieds­

ontwikkeling te ondersteunen, zoals het

natuur­verbindingen via o.a. de beken, voor

ontwikkeling, zoals gebiedsfondsen

principe ‘functie volgt peil/ waterbeschik­

de voorwaarden voor precisie­landbouw en

baarheid’, water besparen, gebruik grijs

landschapslandbouw, voor forse reductie van

water, water en b ­ odem als leidend principe

­broeikasgasemissies en voor het vastleggen

82

en -programma’s • Landinrichtingsinstrumenten op basis van de WILG en straks de Omgevingswet

Terug naar inhoudsopgave

• Gebiedsprocesfaciliteiten, ontwerp­ instrumenten en ontwerpend onderzoek • Groenblauwe diensten • De vier gebiedsperspectieven geven richting aan ruimtelijke ontwikkelingen. Die werken we concreter uit in de Catalogus Gebieds­ kernmerken. • We inspireren door gidsuitwerkingen per landschap (illustraties van ruimtelijke ­verdeling en samenhang van maatregelen per landschapstype).

83

Terug naar inhoudsopgave

9.3 Beleidsvoorstel Klimaat­ mitigatie & energietransitie

WAT

en ­verkennen de resterende 19.000 ha

EU-doel:

­(buiten NNN). In de Bossen­strategie wordt

• Europa is in 2050 klimaatneutraal. Klimaat­

ook de ambitie besproken om bomen buiten

In deze bijlage geven we een nadere toe­

neutraal houdt in dat de uitstoot en vast­

de bossen te realiseren in combinatie met

lichting voor de opgaven klimaatadaptatie &

legging van broeikasgassen in balans zijn.

andere functies, zoals w ­ oningbouw en

energietransitie. Klimaatmitigatie

landbouw. Dit betreft 25.000 ha agroforestry Nationaal doel:

en 1.000 ha v­ oedsel­bos. Hier zijn nog geen

• In 2050 is de broeikasgasuitstoot met

harde ­afspraken over gemaakt.

Klimaatmitigatie betreft het terugdringen van

95% gereduceerd ten opzichte van 1990

De onderdelen Veenweidegebieden en Bomen,

emissies van broeikasgassen en het vast­leggen

(Klimaatwet).

Bos en Natuur worden regionaal uitgewerkt.

van koolstof via landgebruik. Klimaat­mitigatie

• In 2030 is de broeikasgasuitstoot met 49%

De andere onderdelen zijn landelijke generieke

maakt onderdeel uit van de a ­ fspraken uit

gereduceerd ten opzichte van 1990 (Klimaat­

het Klimaatakkoord van Parijs om de uitstoot

akkoord; in het Regeerakkoord is de ambitie

van broeikasgassen te b ­ eperken en is door

bijgesteld naar 55% maar verdere door­

Doelen en opgaven provincie Overijssel:

­vertaald in Nederlandse wetgeving (Klimaat­

vertaling daarvan moet nog gebeuren).

Voor de vertaling van de doelen uit het Klimaat­

wet) en een Klimaat­akkoord. Wij willen ons

• Een emissiereductie van de veehouderij van

aandeel nemen in het realiseren van het Klimaatakkoord.

1,2-2,7 Mton CO2 eq/jaar door verduurzaming landbouwpraktijk met innovaties.

• In de veenweidegebieden een emissie­ Klimaatmitigatie betreft het terugdringen van emissies van broeikasgassen en het vastleggen van koolstof via landgebruik. Klimaatmitigatie maakt onderdeel uit van

maatregelen.

akkoord gaat de provincie ervan uit dat circa 10% voor rekening van Overijssel is. In O ­ verijssel ligt ongeveer 10% van het veengebied van Nederland en ongeveer 10% van het bos­areaal.

reductie van 1,0 Mton CO2 eq/ jaar.

We sluiten aan bij de landelijke ambitie dus

­emissiereductie met 0,4-0,8 Mton CO2 eq/jaar

het bos in 2030. Voor Overijssel betekent dit

• Bomen, bos en natuur dragen bij aan

10% meer bos en 5% houtige elementen buiten

door vastlegging van CO2. Een deel hiervan

3.900 ha bos extra. Deze bestaat uit drie onder­

is vertaald in de landelijke Bossenstrategie.

delen: bos­compensatie, bosuitbreiding binnen

Parijs om de uitstoot van broeikasgassen te

De landelijke taakstelling betreft 10% bos

NNN en bosuitbreiding buiten NNN (exclusief

­beperken en is door vertaald in N ­ ederlandse

­toevoegen tot 2030, dit is 37.000 ha. Rijk en

agro­forestry en voedselbos). Hiervoor zijn wel

wet­geving (Klimaatwet) en een Klimaat­

provincies verplichten zich nu tot 18.000 ha

­voldoende financiële (rijks)middelen nodig. Hoe­

akkoord. Wij willen ons aandeel nemen in

(3.400ha boscompensatie door kap b ­ innen

veel extra bos en bomen we kunnen realiseren

het realiseren van het Klimaatakkoord.

N2000 en 15.000ha binnen NNN)

en in welk tempo, hangt dus mede daarvan af.

de ­afspraken uit het Klimaatakkoord van

84

Terug naar inhoudsopgave

Voor boscompensatie staat Overijssel voor

Grondgebruik

van de Bossenstrategie vier verschillende

1.400 hectare aan de lat, mits de financiële

• Verhogen organisch stofgehalte in de

­kansen om bosaanleg te combineren met

(rijks)middelen voldoende zijn. Hoe de o ­ verige

bodem waarmee broeikasgas wordt vast­

andere ­opgaven:

­hectares precies verdeeld worden, is nog

gelegd, ter compensatie van onvermijdbare

1. aanleggen en versterken van groenblauwe

niet helemaal duidelijk. Dit geldt ook voor

emissies.

de ­hectares agroforestry en voedselbossen

van de totale oppervlakte),

in O ­ verijssel. Dit is het aantal h ­ ectares dat is

WAAR

­gekapt in Natura2000-gebieden in Overijssel

Deze nadere toelichting op het beleids­voorstel

voor natuurherstel.

ten aanzien van klimaatmitigatie bestaat uit

Opgaven Bosaanleg 3.900ha extra bos voor 2030: • 1.400ha boscompensatie

dooradering van het landelijk gebied (10% 2. in overgangsgebieden rondom natuur­ gebieden, in overgangsgebieden rondom natuurgebieden,

twee onderdelen: het vastleggen van CO2

3. in stedelijk uitloopgebieden en in stedelijk

­beperken van de uitstoot van CO2 in het

4. op plekken waar bosaanleg kansen biedt

(in b ­ odems, gewassen en nieuw bos) en het ­veenweidegebied.

• Over de omvang van de omvorming naar

uitloopgebieden en om doelen gecombineerd te realiseren, zoals windbos (combineren van aanleg

bos binnen het NNN in Overijssel maken

Voorstel voor heel Overijssel

van windturbines en nieuwe bos),

we nog nadere afspraken met de andere

In alle vier de deelgebieden zetten we in op

­agroforestry of voedselbos. Op plekken

provincies en het Rijk.

het vastleggen van CO2 in natuur- en l­and-

waar bosaanleg kansen biedt om doelen

bouwbodems en door aanleg van nieuw bos

­gecombineerd te realiseren, zoals wind-

willen we met andere partijen verkennen

en landschapselementen op locaties door

bos (combineren van aanleg van wind­

hoe buiten het NNN extra bos kan worden

heel Overijssel. De aanleg van bossen en

turbines en nieuwe bos), agroforestry of

aangelegd.

­landschapselementen willen we combineren

voedselbos.

• Samen met het Rijk en andere provincies

• 10% groenblauwe dooradering (zie ook

met het realiseren van andere beleidsopgaven. Daarbij zijn dus andere opgaven leidend en

Voorstel voor veenweidegebied

zoeken we mogelijkheden om hierop aan te

Om het land in het veenweidegebied voor

Veenweidegebieden

sluiten. Voorbeelden van andere opgaven

­koeien en tractoren begaanbaar te houden

• Veen(weide)gebieden: ca. 0,1 Mton CO2 eq.

zijn: het realiseren van een goede basiskwaliteit

wordt het waterpeil laag gehouden. Hier­

reductie in 2030 (11%-14% van de landelijke

voor de natuur, het realiseren van extra

door komt het veen in contact met zuur­

doelstelling)

groen­blauwe dooradering of de transitie naar

stof, ­verbrandt het en klinkt het in. Bij het

kring­looplandbouw. Concreet zien we op basis

­verbranden van het veen komt CO2 vrij.

­landbouw)

• Circa 95% reductie in 2050

85

Terug naar inhoudsopgave

Om deze emissies te reduceren en bodem­

praktijk van optimaliseren van het waterpeil

daling in het veenweidegebied te beperken

voor de veehouderij in het veenweidegebied op

• We beschrijven in onze Catalogus ­Gebieds­kenmerken op inspirerende en

zetten we in op het vernatten van delen van

termijn gaat stoppen. Om zicht te hebben op

richting­gevende wijze hoe bosaanplant

het gebied (zie ook klimaatadaptatie). Via het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=a24d9ea8-69e4-484c-9bb1-18f3ed695ed4