CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Fundament_omgevingsvisie_2022 (voorgenomen beleid)

Raadsvergadering 11 mei 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Regie gemeente voor zoekgebieden grootschalige windenergie34.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

effecten en te leren van andere gebieden, par­

gebiedsproces Noordwest-Overijssel bepalen

ticiperen wij in het nationale kennis­programma

en CO2-­vastlegging in de verschillende

we met partners wanneer, waar en hoe we

bodemdaling en kijken we naar de resultaten

­maatschappelijke opgaven/functies in

hieraan gaan werken.

van verschillende o ­ nderzoeken. De maatregelen

de toekomst kan o ­ ntwikkelen.

­gebieden in samenhang met andere

worden in het gebiedsproces Noordwest Over­ HOE

ijssel geconcretiseerd.

Energietransitie

­manieren realiseren, en daarin onderschei­

Samenwerkende rol

WAT

den we drie rollen met bijpassende instru­

• Samen met partners werken wij in het

Het verduurzamen van de energievoorziening

menten, die elkaar overlappen en aanvullen.

­veenweidegebied aan een toekomst­

maakt onderdeel uit van de afspraken uit het

perspectief voor dit gebied in het kader

Klimaatakkoord van Parijs om de uitstoot van

van het Gebiedsproces Noordwest-­Overijssel.

broeikasgassen te beperken en is doorvertaald

We willen onze ambitie op verschillende

Regulerende rol In het fundament voor de nieuwe

• Via de Bossenstrategie werken aan het

­Omgevingsvisie en door aanpassing van de

combineren van bosaanplant met andere

verordening leggen we vast dat het bodem-

opgaven. De kansen voor combinaties zijn

en watersysteem leidend is voor ruimtelijke

genoemd onder ‘waar’.

ontwikkeling. Uitgangspunt is dat nieuwe

in Nederlandse wetgeving (Klimaatwet) en een Klimaatakkoord. EU-doel: • Europa is in 2050 klimaatneutraal. Klimaat­

ontwikkelingen aansluiten op het water-

Faciliterende rol

neutraal houdt in dat de uitstoot en vast­

en bodemsysteem. In gevallen waarin dit niet

• Via het perspectief op de landbouw willen

legging van broeikasgassen in balans zijn.

mogelijk is, wordt dit onderbouwd waarbij

wij stimuleren en inzichtelijk maken hoe

Het verduurzamen van de energievoorziening

wordt ingegaan op alternatieve locaties. Ook

­vanuit de agrarische bedrijfsvoering een

is hier onderdeel van.

wordt onderbouwd welke maatregelen op de

­bijdrage kan worden geleverd aan Klimaat­

locatie worden genomen om aan te sluiten

mitigatie. Het gaat dan om agroforestry,

op het bodem en watersysteem. Dit betekent

CO2-vastlegging in gewassen en bodem

dat uitgangspunt is dat landgebruik zich aan­ past aan o ­ mstandigheden en dat de huidige

86

(verhogen organisch stofgehalte), leveren van ecosysteemdiensten.

Terug naar inhoudsopgave

Nationale doelen:

Juli 2021 zijn de RESsen voor besluitvorming

Aanvullend hebben wij voor het realiseren

• In 2050 is de broeikasgasuitstoot met

opgeleverd.

van windenergie de volgende ruimtelijke

95% gereduceerd ten opzichte van 1990 (Klimaatwet).

­voorkeur: Opgaven

• In 2030 is de broeikasgasuitstoot met

De ambities vertalen we in drie hoofdopgaven:

49% (bijgesteld naar 55% in regeerak­

• Groei hernieuwbare energie (3,3 TWh in 2030)

• In clusters op locaties waar maatschappelijke betrokkenheid en democratische legitimatie is; • Bundeling langs infrastructuur;

koord) gereduceerd ten opzichte van 1990

o.a. door ruimte te maken voor wind- en

• Windbakens op bedrijventerreinen;

­(Klimaatakkoord).

zonne-energie (op dak en op land)

• Verkennen van mogelijkheden voor het

• CO2-emissies verminderen met ten minste 20,2 Mton.

• Energiebesparing

­realiseren van windenergie gecombineerd

• Verbeteren systeemefficiëntie (de transitie

met bos aanplant (‘Windbos’).

• Voor 2030 is bepaald dat 49TWh (Terrawatt­

naar een toekomstbestendige energie-­

uur) duurzame elektriciteit moet worden

infrastructuur: voldoende capaciteit, slim

De zonneladder geeft de voorkeursvolgorde

opgewekt op zee en 35 TWh op land. In

koppelen van vraag en aanbod en opslag

aan bij de verdeling van de opwekopgave voor

Nederland worden in 30 RES-regio’s Regio­

van energie).

zonne-energie. De Overijsselse zonneladder

nale Energie Strategieën (RESsen) gemaakt

en aanpak kent drie treden. Een multifunctio­

die opgeteld de doelstelling van 35 TWh

WAAR

nele invulling van een zonneveld in de groene

gaan invullen. Omdat al in 2030 35 TWh

Voorstel met betrekking tot opwek

­ruimte is uitgangspunt (trede 1 ‘­Stimuleren’

moet ­worden opgewekt, zal daartoe gebruik

duurzame energie

en 2 ‘­Combineren’). Pas als g ­ emeente en

worden gemaakt van bestaande bewezen

Bij het bepalen van de mogelijkheden voor

­initiatiefnemer hebben verkend en gemotiveerd

technieken: energie uit wind en zon.

de opwek van duurzame energie zijn de

dat trede 1 en 2 niet mogelijk zijn, dan komen

­uitgangspunten van de provinciale inzet

monofunctionele zonne-velden (trede 3) aan

Doelen Provincie Overijssel:

voor de RES de basis. Dit zijn:

de orde. Goede land­bouw­gronden w ­ orden

• Bijdragen aan een klimaatneutraal

• Meervoudig ruimtegebruik eerst, inclusief

daarbij ontzien.

Nederland in 2050. • In Overijsel zijn twee RES-regio’s. West-­ Overijssel heeft als ambitie de opwek van 1,794 TWh duurzame elektriciteit in 2030.

87

zon op dak; • Windenergie (klein en groot) en kleinschalig zon op agrarische erven; • Monofunctioneel zon op veld (conform

Twente heeft als ambitie de opwek van

toepassing van de zonneladder);

1,5 TWh d ­ uurzame elektriciteit in 2030.

• Benut kansen voor biogas/ groen gas.

In locatiekeuzes voor wind en zonne-energie­ projecten houden we rekening met gebieds­ kwaliteiten, het water- en bodemsysteem, ­maatschappelijke betrokkenheid, systeem­ efficiëntie en economische functies.

Terug naar inhoudsopgave

Nadere inpassing van zon en wind op project-

Ten opzichte van de huidige uitsluitings­gebieden

Deze beleidswijziging van de winduitsluitingsgebieden

niveau is onderdeel van de integrale gebieds­

en windladder is het voorstel om het uitsluitings­

is aangemerkt als urgente uitdaging waarvoor de vol­

processen.

regime voor windturbines nu te wijzigen voor:

ledige besluitvorming dit jaar wordt doorlopen

• Nationale Landschappen door dit te veran­ Wijzigen winduitsluitingsgebieden en

deren naar ‘trede 4: Ja, mits’, waarbij een

Zonneladder gebiedsgericht toepassen

­windladder

deugdelijke onderbouwing nodig is die

Vanwege het uitgangspunt “aansluiten bij het bodem

Wij bieden duidelijkheid over de ruimtelijke

aantoont dat locatiekeuze te verenigen is met

en watersysteem”, gaan wij de zonne­ladder gebieds­

mogelijkheden voor windenergie door de

landschappelijke, economische en ecologi­

gericht toepassen. Doorzettende klimaatverande­

sche waarden.

ring heeft tot gevolg dat een beperkter deel van het

­uitsluitingsgebieden windenergie te herijken en het wijzigen van de provinciale wind­

• Het Natuur Netwerk Nederland (NNN) door

­bodem- en watersysteem in de provincie op de l­ange

ladder. Op basis van provinciale voorkeuren

dit gelijk te trekken met de mogelijkheden

­termijn geschikt is voor grond­gebonden d ­ uurzame

en de landschapsanalyse die is gebruikt in

voor overige functies in het NNN: ‘Nee, tenzij’.

hoogproductieve landbouw b ­ innen de geldende

de RES komen we tot een onderscheid in

Dit houdt in dat moet worden aangetoond en

(inter)­nationale kaders. ­Gebieden die op lange termijn

vijf treden.

verzekerd dat:

geschikt zijn voor duurzame hoog­productieve land­

• Trede 1: ruimte voor grote clusters

a. Er sprake is van dwingende redenen van

bouw willen wij beschikbaar houden voor landbouw.

• Trede 1 en 2: aansluiten bij hoofd­ infrastructuur • Trede 2 en 3: ruimte voor kleine clusters en solitaire molens • Trede 4: terughoudend met molens ­gezien landschappelijke, economische of ecologische waarden

groot openbaar belang;

Dit betekent een ver­bijzondering van de zonneladder,

b. Er geen reële alternatieven zijn;

waarbij ­trede 3 p ­ rojecten niet worden toegestaan in

c. Voor zover de negatieve effecten ten

deze gebieden. In gebieden waar we kansen zien voor

­gevolge van de beoogde activiteit niet

grondgebonden verbrede landbouw die bijdraagt aan

­kunnen worden voorkomen, deze zo

deze maatschappelijke o ­ pgaven, zien we mogelijk­

­beperkt mogelijk worden gehouden;

heden voor opwek van duurzame zonne-energie als

d. Overblijvende optredende schade of

onderdeel van een v­ er­brede bedrijfsvoering.

• Trede 5: Natuurwerk: nee, tenzij beleid

­negatieve effecten op een toereikende

Windenergieprojecten in trede 1 en 2

maar tenminste op een gelijkwaardige

Voorstel met betrekking tot verbeteren

­hebben nadrukkelijk onze voorkeur. We

wijze worden gecompenseerd. Het

­systeem-efficiëntie

streven naar realisatie van zoveel mogelijk

besluit hiertoe dient tegelijk genomen te

Wij willen het bestaande energienet zo optimaal

windprojecten in trede 1 en 2.

­worden met het besluit tot wijziging van

mogelijk benutten. Daarom streven wij vanuit maat­

de ­bestemming of de regels ter zake het

schappelijke kostenefficiëntie naar een aandeel van

gebruik van de grond.

60% wind in de duur­zame opwek in 2030.

88

Terug naar inhoudsopgave

Dit streven is vastgelegd in RES 1.0 en nemen

op ­duidelijke regels. We willen bepaalde

de uitvoering nemen. Vanuit de c­ onstatering

wij over in het f­ undament van de nieuwe

­gebieden beschermen en in andere g ­ ebieden

dat we de afgesproken ambitie voor 2030 in

­Omgevingsvisie.

zien we kansen voor landschappelijke

het ­huidige tempo en inzet niet halen zet het

­inpassing. Daarom passen we de huidige

­programma vooral in op ­wind­energie. Daarbij

Daarnaast zal de energietransitie vanwege

Windladder en de uitsluitingsgebieden aan

ligt de focus op twee e ­ lementen:

verregaande elektrificatie en de warmte­transitie

en verankeren we deze in de Omgevings­

• Onze rol bij het aanwijzen van zoek­gebieden

netwerkuitbreiding vragen die r­ uimtebeslag met

verordening met de actualisatie van de

en ruimte bieden voor wind­energie. Zowel

zich meebrengt. Zowel nationale ontwikkelingen

huidige Omgevingsverordening. Ook de

op de korte termijn als de lange termijn

als de locatie van regionale energievragende

­zonneladder zullen we meer gebieds­gericht

of energieleverende functies hebben invloed

gaan toepassen, waarbij grootschalige

om de ambitie in 2030 te halen. Dit b ­ etekent

op de benodigde ruimte. Wij overwegen om in

­clusters van zonne-energie niet toegestaan

dat het programma basis is voor vergunning­

de Omgevingsvisie locatiebeleid op te nemen

zijn in geschikte landbouwgebieden.

verlening en de manier waarop wij omgaan

voor deze functies om de impact op de leef­

• Onze rol in het versnellen van de uit­voering

met verzoeken tot project­besluiten.

omgeving te beperken. Ook overwegen we om

Samenwerkende rol

in de O ­ mgevingsvisie ruimte te reserveren voor

Binnen de gestelde kaders werken we met

Faciliterende rol

de meest waarschijnlijke toekomstige netwerk­

­partners in RES-verband aan het concretise­

Via het programma Nieuwe Energie Overijs­

uitbreidingen, inclusief eventuele opslag en

ren van de ambitie voor opwek van zon- en

sel (NEO) stimuleren we het ver­snellen van de

energieconversie.

windenergie. We voorzien daarbij een belang­

­energietransitie. Dit doen we onder meer via

rijke ­provinciale rol om de bestaande energie­

financiering, ondersteuning en u ­ itvoeren van pro­

HOE

transitie te onder­steunen. We stellen een nieuw­

jecten en stimuleren en f­ aciliteren van het delen

We willen onze ambitie op verschillende

­programma Energiestrategie op waarmee we

van kennis. We richten ons d ­ aarbij op onder meer

­manieren realiseren. Daarin onderscheiden

met kennis en geld nieuwe ontwikkelingen

initiatief­nemers, ­gemeenten en netwerk­partners.

we drie rollen met bijpassende instrumenten,

op dit gebied ondersteunen. Het doel van het

NEO ­onderscheidt acht p ­ rovinciale prioriteiten

die elkaar overlappen en aanvullen.

­Programma Energiestrategie is het realiseren

met eigen doel­stellingen. Relevant voor het lan­

van de ambitie die we geformuleerd hebben in

delijk gebied zijn: smart energy hubs, g ­ rootschalig

Regulerende rol

de Regionale Energie Strategie. Het p ­ rogramma

wind, R ­ egionale Energie I­nfrastructuur en biogas.

• Om de energie doelen te kunnen halen,

geeft aan welke doelen we daarbij hanteren voor

We geven richting en inspiratie aan inpassing van

zijn we van mening dat we vanuit onze

initiatiefnemers, gemeenten en hoe wij zelf als

duurzame energietoepassingen in ons landschap

­regulerende rol sterker moeten sturen

partner in de RES onze verantwoordelijkheid voor

in de Catalogus Gebieds­kenmerken.

89

Terug naar inhoudsopgave

9.4 Beleidsvoorstel Natuur & biodiversiteit

• Voortzetten van het beleid binnen natuur­ gebieden: Binnen natuurgebieden zetten

tenminste 30% van soorten met een slechtere SvI o ­ mkering van de trend.

we het huidige beleid (Ontwikkelopgave, In deze bijlage geven we een nadere toelichting

Natura2000-beheerplannen en NNN-­

Nationale doelen:

voor de opgaven natuur & biodiversiteit.

beheerplannen) voort.

• Streven naar het realiseren van condities voor een gunstige staat van instand­houding’

De nadere toelichting in deze bijlage op het

WAT

(SvI) van alle soorten en habitats onder de

beleidsvoorstel ten aanzien van natuur &

Het is de ambitie van de provincie om de

Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR).

biodiversiteit is vierledig, maar kent een grote

biodiversiteit en natuur in Overijssel binnen en

samenhang in doelen, gebieden en maatregelen.

buiten natuurgebieden duurzaam te bescher­

tot 70% doelrealisatie te komen met s­ pecifiek

Grofweg gaat het om deze vier onderdelen:

men, beleven en benutten. Samen met burgers,

aandacht voor stikstofgevoelige natuur

• Versterken van de basiskwaliteit: Met het

bedrijven, gemeenten en maatschappelijke

­(Programma natuur) richting een volledig

­versterken van de basiskwaliteit willen we

organisaties zorgen we voor goede ruimtelijke

de condities voor wilde plant- en diersoorten

en milieucondities voor natuurtypen, planten

• Het realiseren van een goede basis­kwaliteit

op orde brengen.

en dieren in natuurgebieden en buiten natuur­

van de natuur, binnen én buiten natuur­

gebieden in landbouwgebieden (boerenland),

gebieden en bevorderen van de transitie

dooradering: We verbinden natuurgebieden

in stedelijke gebieden en in de grote en kleinere

naar een natuurinclusieve s­ amenleving voor

en versterken de samenhang tussen stad en

wateren. We richten ons daarbij op algemeen

algeheel biodiversiteitsherstel (­Programma

landelijk gebied met grofmazige groenblauwe

voorkomende wilde plant- en diersoorten,

Natuur).

dooradering.

Overijsselse aandachtsoorten, VHR-soorten en

• Bevorderen van de grofmazige groenblauwe

• Realiseren van overgangsgebieden rondom natuurgebieden: In overgangsgebieden

doelbereik in 2050.

overige rode lijst soorten, en we zorgen voor

Doel provincie Overijssel:

een basis voor ecosysteemdiensten.

• De condities voor biodiversiteit zijn op orde

rondom natuurgebieden bieden we

90

• Het nemen van maatregelen om voor 2030

(Omgevingsvisie).

­perspectief voor verdienmodellen die leiden

Doelen EU-biodiversiteitsstrategie:

tot combinatie van agrarische productie

• Tenminste 30% van het landoppervlak

en l­evering van ecosysteemdiensten (zoals

is beschermd, waarvan 10% strikt.

• De condities voor natuur binnen de natuur­

CO2-opslag, schoon water en biodiversiteit).

• Geen verslechtering van de ‘Staat van

gebieden (Natuurnetwerk Nederland en

Dit zijn g ­ ebieden met primair agrarische

Instand­houding’ (SvI) van aangewezen

bestemming.

­habitats en soorten in 2030, voor

Twee hoofdopgaven

Natura 2000) op orde brengen.

Terug naar inhoudsopgave

• Condities voor wilde plant- en diersoorten

• Op oude zandontginningen streven we naar

met u ­ iterwaarden en oeverwallen, ­

­buiten de natuurgebieden op orde b ­ rengen.

een kleinschalig landschap met afwisseling

graslanden met knotwilgen en struweel­

De maatregelen die op gebiedsniveau

van vochtige kruidenrijke graslanden en

nodig zijn komen voort uit het bodem- en

essen (­akkers), bloemrijke randen & ruig­

water­systeem en de landschapstypen en

tes, houtwallen, heggen, bosjes en poelen.

welke ­voorkomt in alle gebiedstypen.

­bijbehorende kenmerkende landschappen

Water­toevoer zien we hier vaak in de vorm

We streven naar een fijnmazige groen­

en soorten.

hagen. • Bebouwing is een aparte categorie

van beken. We streven naar beken met

blauwe door­adering die de stedelijke

De twee hoofdopgaven zijn onlosmakelijk met

stroming en helder water, doorlopende

­omgeving verbindt met de stadsranden

elkaar verbonden. Een natuurbewuste manier

water­voerende water­gangen, vloeiweiden

en het l­andelijk gebied, zodat mensen en

van agrarisch ondernemen en grondgebruik

(hooiland) met knotwilgen of h ­ akhoutbosjes

dieren (de stedelijke e ­ cologie) via lanen,

en houtwallen (als dijkjes).

bermen en sloten naar parken kunnen

­buiten de natuurgebieden is namelijk een steun in de rug van het natuurbeleid binnen

• Jonge zandontginningen zijn opener van

die via groene en blauwe vingers in ver­

de aangrenzende natuurgebieden. Omgekeerd

structuur. We streven er naar een afwisse­

levert een gezond landschap diensten (gezonde

ling van vochtige kruidenrijke graslanden

bodems, bestuiving, esthetiek) die nodig zijn

akkers, bloemrijke randen & ruigtes. Daar

Door heel Overijssel verbinden we natuur­

voor economische functies (landbouw, recreatie

waar ­watertoevoer is, streven we naar

gebieden door middel van grof- en fijnmazige

en water).

­visarme ­wateren met waterplanten en

groenblauwe dooradering in het landelijk

­ondiepe ­oevers.

gebied (en bebouwd gebied). Onze ambitie

WAAR

binding staan met het uit­loopgebied.

• Veengebieden staan bekend om hun open

is om ­gemiddeld 10% groenblauwe door­

In heel Overijssel versterken we de basis-

karakter. Vanuit ecologisch en landschap­

adering van het landelijk gebied te behou­

kwaliteit van de natuur. Onder de basis­kwaliteit

pelijk perspectief streven we naar een open

den en te realiseren, waarbij we aandacht

natuur verstaan we de set van condities

(slagen)landschap met extensieve kruiden­

­hebben voor samenhangende clusters en het

die ­nodig is om algemene soorten algemeen

rijke gras­landen met hoge grondwater­

­water-­ en ­bodemsysteem. De ­gebiedstypen

te ­laten zijn, blijven of worden. Binnen het ­

standen, omringd door sloten en water­

en hun r­ uimtelijke uitwerkings­vormen – zoals

gangen met bloemrijke oevers.

­beken – bieden houvast voor l­ocaties, evenals

agrarisch cultuurlandschap identificeren we ­verschillende landschapstypen en bebouwd

• IJssel, Vecht en Delta: in het rivieren- en

eco­logische corridors en stepping stones die

­gebied – zij zijn leidend voor de landschappe­-

­delta­systeem streven we naar een natuur­

kunnen bijdragen aan de verspreiding van

lijke en natuurwaarden die gerealiseerd

lijke dyna­miek en de aanwezigheid van

te ­beschermen plant- en diersoorten.

kunnen worden:

neven­geulen. We richten ons op rivieren

91

Terug naar inhoudsopgave

Op de zandgronden ligt groenblauwe door­

ecosysteemdiensten. De a ­ fbakening van deze

adering in de vorm van houtwallen, -singels

gebieden gebeurt op basis van: wateropgaven

normatieve kaders op te stellen, we nemen aan­

en poelen voor de hand, terwijl in de hoog- en

(beleidsvoorstel water), e ­ conomisch perspectief

wijzingen op in de Omgevingsvisie en/of stellen

laagveengebieden en de rivierlandschappen

agrariërs (beleids­voorstel landbouw), klimaat­

omgevingswaarden vast. Met name ten behoeve

en -delta de nadruk ligt op blauwe doorade­

opgaven en e ­ cologische ­opgaven. Deze laatste

van omgevings­kwaliteit in overgangs­gebieden,

ring ­(wateren, plas-dras, oevers & uiterwaar­

­betreffen met name het ontwikkelperspectief

bescherming van l­andschapselementen en

den). Naast de dooradering versterken we

voor ­productie van eco­systeemdiensten, uit­

waarde­volle ­bossen, natuurinclusief bouwen en

de ­aandacht voor kruidenrijke gras­landen

komsten van de natuurdoelanalyse, en het

­renoveren, leefgebieden van soorten b ­ uiten het

en bloemrijke randen. Daar profiteren ook

­benodigd l­eefgebied voor VHR-soorten in het

NNN (zoals weide­volgels) en de b ­ escherming

­(kwetsbare) soorten van, zoals vlinders,

landelijk gebied (zoals weidevogels).

van de Wezenlijke Kenmerken en W ­ aarden van

bijen en weide- en akkervogels.

• We gebruiken de Omgevingsverordening door

natuur­gebieden. HOE

• We ontwikkelen een methodiek voor basis­

In de natuurgebieden (Natuurnetwerk Neder­

De uiteindelijke keuze voor instrumenten is

kwaliteit natuur en nemen deze in de vorm

land en Natura2000-gebieden met bijbeho­

mede afhankelijk van de uitwerking van het

van een ondergrens op in de C ­ atalogus

rende ontwikkelopgave) continueren we onze

­Regeerakkoord, de verdeling van de gelden voor

­activi­teiten en bewaken we de realisatie van

de aanpak van stikstof- en klimaat­problematiek

onze doelen zoals vastgelegd in de Ontwikkel­

en de totstandkoming van A ­ genda Natuur­

op in de omgevingsverordening, b ­ ijvoorbeeld ten

opgave, de 24 Natura2000-beheerplannen

inclusief. We willen onze ambitie op verschillende

aanzien van landgebruik in overgangs­gebieden

en het N ­ atuurbeheerplan Overijssel voor het

manieren realiseren, en daarin onderscheiden

en de zone Ondernemen met Natuur en Water

­Natuurnetwerk Nederland.

we drie rollen met bijpassende instrumenten, die

(ONW), en de bescherming van de W ­ ezenlijke

elkaar over­lappen en a ­ anvullen. In de overgangsgebieden rondom natuur­

­Gebiedskenmerken • We formuleren instructieregels en nemen deze

Kenmerken en W ­ aarden van het NNN. • We werken aan een herziening van de

gebieden intensiveren we onze inspanningen en

Regulerende rol

­ruimte­lijke uitwerking van de zone ONW (o.a.

ondersteuning. In de overgangsgebieden zien we

• We werken de doelen voor natuurgebieden –

door ­verbinding te zoeken met stedelijke rand­

perspectief voor verdienmodellen die passen bij

ook als gevolg van de Wet Stikstofreductie en

zones, de bossenstrategie en op termijn (vanaf

de natuurdoelen voor het natuur­gebied. Deze

Natuurherstel - uit in N2000-beheerplannen

eind 2022) ook met eventuele zone­ringen uit

gebieden hebben overwegend een agrarische

en NNN-beheerplannen en laten aanvullende

het Nationaal Programma Landelijk Gebied en

bestemming. Dit leidt tot een combinatie van

opgaven waar nodig landen in de Ontwikkel­

de uitkomsten van de a ­ ctualisatie Natura2000-­

duurzame agrarische p ­ roductie en levering van

opgave en GGA-gebiedsprocessen.

doelensystematiek.

92

Terug naar inhoudsopgave

• Op basis van de ruimtelijke herziening laden we de zone ONW met een bij de

Faciliterende rol • Verdienmodellen faciliteren door

doelen p ­ assend instrumentarium.

programma­gelden uit Agro & Food; GLB-­

• Ontwikkeling van een gebiedsgerichte

pilots, en i­nstrumentarium zoals Agrarisch

­Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO).

Natuur­beheer (ANLb), eventueel aangevuld

We verduidelijken de positie van groen­-

met middelen uit het Transitiefonds Stikstof.

blauwe dooradering en de relatie ten

• Afhankelijk van de invulling van het N ­ ationaal

opzichte van overige opgaven en doelen,

Programma Landelijk Gebied en de mogelijk­

waaronder ­biodiversiteit.

heid van provinciaal werk verkennen we: de inzet van grond en pacht-­instrumentarium

Samenwerkende rol

en de interventieladder, waaronder kavelruil

• Samen met partners ontwikkelen van een

en landinrichting, aankoop en (met kwalita­

­gebiedsfonds of landschapsfonds om de

tieve eisen) doorvoer van grond, mogelijk

­brede variatie aan te leveren ecosysteem­

een afwaarderingssubsidie, een subsidie

diensten te financieren (biodiversiteit,

voor de ­afkoop van pacht, volledige schade­

CO2-vastlegging, waterbufferend vermogen,

loosstelling, gedoogplicht, voorkeursrecht,

• Het samen ontwikkelen van een methodiek

fonds. Met name ten behoeve van de reali­

waterkwaliteit).

ont­eigening en het gebruik van een gebieds­

voor basiskwaliteit natuur ofwel basiskwaliteit

satie van doelen in gebiedsprocessen en de

leefomgeving.

GGA.

• We werken samen met onze partners

• Stimuleren van functiecombinaties door ze

aan een natuurinclusieve samenleving

als inspirerende en richtinggevende optie

en ver­kennen de bijdrage van bestaande

te verankeren in de Catalogus Gebieds­

­programma’s h ­ ieraan, zoals Natuur voor

kenmerken.

Elkaar en Streek­eigen Landschapsbeheer.

• We faciliteren de uitvoering van het ­Aanvalsplan Grutto en zetten in op een ­effectief Agrarisch Natuurbeheer (ANLb).

93

Terug naar inhoudsopgave

9.5 Beleidsvoorstel Landbouw & voedselproductie

kaders, wetende dat de overheid slechts

productie bieden, passend bij de ambitie zoals

een van de spelers is om die financiële kaders

wij verwoorden in het Perspectief voor de land­

te borgen.

bouw. De vertaling van deze kaders in k ­ ritische

Gebiedsspecifieke agrarische ontwikkel­mogelijk­

prestatie indicatoren (KPI’s) op vijf thema’s

heden In deze bijlage geven we een nadere toe­

Zowel de rijksoverheid als de Europese

helpen bedrijven bij de overgang naar kring­

lichting voor de opgaven landbouw & voedsel­

­Commissie hebben regels opgelegd aan de

looplandbouw:

productie.

landbouw en voedselproductie. De provincie

• Bodem en water: een gezonde bodem is

ontwikkelt en voert beleid uit, zoals het Agro &

van belang voor o.a. infiltratiecapaciteit en

WAT

Food-programma en het perspectief voor de

de ­berging van water. Een gezonde bodem

Deze nadere toelichting op het beleidsvoorstel

landbouw, om hier nader invulling aan te geven.

­vermindert de uitspoeling van nutriënten.

ten aanzien van Landbouw & Voedselproductie

Voorbeelden zijn het werken aan eiwittransitie

• Grondgebondenheid: voor het realiseren van

is gebaseerd op onze ambitie: het vinden van

via een versnellingsprogramma voor de hele

kringlooplandbouw beschikt een bedrijf over

een balans tussen een gezonde leefomgeving en

keten, nieuwe waardeketens en productmark­

voldoende grond om gras, maïs en andere

een gezonde landbouw. Daarmee is het toe­

combinaties ondersteunen zoals biobased

voedergewassen te produceren voor zijn

komstperspectief een duurzame en toekomst­

producten, slimme voedselproductie stimuleren

vee, en de mest optimaal te benutten voor

bestendige landbouw. Dit betekent dat we voor

en maatschappelijk boeren aanjagen. Deze

de groei van gras, maïs en eiwitgewassen

een gezonde leefomgeving duidelijke en stabiele

­ambities zijn niet ruimtelijk vertaald.

en toekomstige, innovatieve gewassen als

omgevingskaders bieden voor zowel agrariërs

bijvoorbeeld lupine en silphie.

als de partners in de voedselketen. De land­

Doelen

bouw is – onder meer als grootgrondbezitter –

Om landbouw en landgebruik goed af te kunnen

het areaal agrarisch cultuurlandschap bestaat

voor het realiseren van veel (wettelijk verplichte)

stemmen op de opgaven in een gebied is het

uit groenblauwe dooradering voor bio­

opgaven in het landelijk gebied een belangrijke

nodig om de opgaven (zie hieronder) door te

diversiteits- en waterdoelen.

sleutel naar een duurzame toekomst voor het

kunnen vertalen naar duidelijke en stabiele

landelijk gebied. Het is aan de landbouw zelf

­omgevingskaders waar de agrariër mee kan

en preventie van voedselverspilling.

om tot een toekomstbestendig, volhoudbaar

werken en waarbij ook duidelijk wordt waar

• Digitalisering: ontwikkeling en toepassing

en passend bedrijfsmodel te komen. Dit model

ontwikkelingen op den duur niet meer p ­ assen.

van kennis over inzet digitale technologieën

dient aan alle wettelijke eisen te voldoen. Het is

Deze kaders schetsen de gebiedsgerichte

(zoals artificiële intelligentie, blockchain, data­

mede aan de overheid om dit te faciliteren en

­ontwikkelmogelijkheden voor de sector, waar­

managementsystemen en 5/6G) ten behoeve

langjarige duidelijkheid te bieden over financiële

mee wij de randvoorwaarden voor voedsel­

van smart farming.

94

• Natuur en landschap: minimaal 10% van

• Circulariteit: verwaarding van reststromen

Terug naar inhoudsopgave

Opgaven: duidelijke en stabiele

WAAR

­omgevings­kaders

We vertalen de opgaven per gebied/ regio naar

• Gebieden waar meerdere opgaven tegelijk

Op basis van Europees en nationaal beleid gaat

heldere specifieke omgevingskaders. Daardoor

spelen, zoals de gebieden vlakbij natuur­

het in de landbouwsector in algemene zin om het

ontstaat voor de agrarische sector een variatie

gebieden en drinkwaterwingebieden, waar we

zorgvuldig omgaan met grondstoffen en het terug­

aan gebieden met verschillende ontwikkel­

kansen zien voor grondgebonden, ver­brede

dringen van emissies van milieu­belastende stoffen.

mogelijkheden, kansen of beperkingen. Hierbij

landbouw die bijdraagt aan deze maat­

aansluiting op bestaande kernen.

zien we een logische koppeling ontstaan tussen

schappelijke opgaven zoals waterbuffering,

Op basis van Europees en nationaal beleid staat

het gebiedsspecifieke ruimtelijke landbouw­

drinkwaterkwaliteit of biodiversiteit.Hier zal

landbouw voor de volgende opgaven (2050):

beleid en het benodigde economie-en innovatie­

de landbouw, naast voedsel­productie, ook

• Zorgvuldig omgaan met grondstoffen en

beleid, om de transitie te ondersteunen.

maatschappelijke waarde toevoegen, door

­terugdringen van emissies van milieu­belastende stoffen (zoals stikstof en nitraat). • Een klimaatneutraal landbouwsysteem met CO2-reductie en -vastlegging.

het leveren van diensten zoals basiskwaliteit De gebieden maken we zichtbaar op de kaart (in laag 3): • Gebieden waar goede kansen zijn voor

natuur, biodiversiteit en CO2-vastlegging in

de vorm van houtwallen of bosaanleg, of het leveren van een watervoorraad voor tijden

• Levering van een landschap conform de w ­ ensen

grondgebonden duurzame hoogproductieve

van de toekomstige samenleving, waarbij de

landbouw binnen de geldende (inter)­nationale

biodiversiteit op orde is.

kaders, waarbij ook rekening wordt gehou­

voor niet-grondgebonden landbouw, zoals

den met de gewenste versterking van de

glastuinbouw, insectenkweek, varkens­

­basiskwaliteit van de natuur. Deze gronden

houderij en pluimveehouderijen en mogelijk

zijn vanwege omgevingsdoelen en de aan­

nieuwe vormen van agrarische bedrijfs­

zijn de doelen specifiek (de staat van instand­

wezige water- en bodemomstandigheden het

voering. In Overijssel is glastuinbouw

houding van een bepaald natuurgebied),

meest geschikt voor deze vorm van landbouw.

­geconcentreerd in de Koekoekspolder. De

soms generiek (55% CO2-emissiereductie in

In deze gebieden is het ontwikkelperspectief

Koekoeks­polder is een gebied van circa

2035 t.o.v. het jaar 1990). Daarnaast zijn er

gericht op ruimte bieden aan grondgebonden

500 hectare in de gemeente Kampen, waar

doelen, zoals ten aanzien van de water­kwaliteit,

duurzame hoogproductieve landbouw binnen

ruimte is voor circa 250 hectare kassen. De

die in sommige gebieden al wel en in andere

de geldende (inter)nationale kaders en bieden

overige niet-grondgebonden landbouw zal

gebieden nog niet worden g ­ ehaald. Klimaat­

wij geen ruimte voor monofunctionele zonne­

voldoen aan de o ­ mgevingsdoelen, waarbij

verandering leidt specifiek voor zandgronden

velden, nieuwe woonbestemmingen in VAB’s

gezondheidsnormen en ruimtelijke kwaliteit

tot droogteproblemen.

en bundelen we rood voor rood projecten in

­belangrijk zijn.

• Toewerken naar kringlooplandbouw (een volle­ dig circulaire economie in 2050). • De opgaven verschillen per gebied. Soms

95

van droogte. • Gebieden waar we ontwikkelruimte zien

Terug naar inhoudsopgave

• Op het gebied van uitbreiding van niet-­

stellen en om agrariërs te ondersteunen om de

dienmodellen te k ­ omen. Daarnaast zoeken

grondgebonden landbouw verkennen we

slag te maken naar een bedrijfsmodel dat past

we naar mogelijk­heden om agrarische

nog of nadere ruimtelijke ordenings­principes

bij de doelen en omgevingskaders in het gebied.

­ondernemers in te zetten en te belonen

gewenst zijn om ruimte­lijke kwaliteit te

Hiervoor stellen we de volgende regulerende

voor landschaps- en n ­ atuurbeheer.

behouden en s­ ynergie tussen bedrijven te

­instrumenten voor. Dit is een mix van ruimtelijke

bevorderen.

en niet-ruimtelijke instrumenten:

Omgevingsvisie van de mogelijkheden voor

• We stellen kaders via de Omgevingsverorde­

planologische flexibiliteit, zoals verruiming

Deelkaart landbouwgebieden

ning en/of omgevingsvergunning vanuit onze

Het water en bodemsysteem (laag 1) en de

verantwoordelijkheden ten aanzien van lucht,

diverse beperkingen en reserveringen voor

veiligheid, (grond-) water, natuur, flora en

ruimte­gebruiksfuncties (laag 2) zijn in belang­ rijke mate bepalend voor de ontwikkelmogelijk­ heden en k ­ ansen voor de agrarische sector in

fauna. • Grondbeleid/grondbank/kavelruil t.b.v. een betere grondgebondenheid.

laag 3. Op zandgronden met mogelijkheden

2. Onderzoeken in het traject van de nieuwe

van functies op erven. 3. Bieden van meer vergunningsruimte voor technische innovaties t.b.v. emissiereductie. 4. Versterken van de kennis- en innovatie-­ infrastructuur om het proces van de over­ gang naar kringlooplandbouw te onder­ steunen en bijpassende nieuwe circulaire

voor water­aanvoer zien we meer kansen voor

Met deze kaders stimuleren we flexibiliteit,

grond­gebonden duurzame hoogproductieve

­innovatie en het verbreden van de bedrijfs­

waardeketens te ontwikkelen.

landbouw, dan in gebieden waar sprake is

voering door het:

die al zijn gestart met duurzame

van droogte of waar ook nog een water-

1. Samenbrengen bestaande programma’s

verbredings­activiteiten, waaronder levering

opgave speelt. In die gebieden zien we

om ecosysteemdiensten op te zetten,

van eco­systeemdiensten en afzet via de

­grondgebonden en verbrede landbouw voor

zoals ­maatschappelijke diensten als water­

­korte keten. Deze ontwikkelingen worden

ons die bijdraagt aan die specifieke maat­

buffering, bio­diversiteit, verduurzaming van

verder onder­steund en leiden in de p ­ raktijk

schappelijke opgaven.

de voedselketen, voedselgemeenschappen

van de gebiedsgerichte aanpak tot het

e.d. Daarvoor kijken we hoe we bestaande

­bijdragen aan de doelen op gebiedsniveau.

5. Ondersteunen van agrarisch ondernemers

HOE

of aanvullende programma­gelden binnen

Regulerende rol

en buiten de p ­ rovincie kunnen benutten om

Samenwerkende rol

Als uitwerking van het perspectief willen we in

deze verdienmodellen (mede) te financieren,

Samen met de agrarische sector en andere

zogenaamde proefgebieden met een grootte van

wetende dat langjarige financiering nodig is

partners werken we gebiedsgericht aan

500 – 5.000 ha in pilots uitwerken of het mogelijk

en dat dit op dit moment nog niet v­ erzekerd

landbouwopgaven in combinatie met andere

is om op gebiedsniveau de benodigde doelen te

is. Dit is een voorwaarde om tot deze ver­

­opgaven, zoals in de GGA-gebieden.

96

Terug naar inhoudsopgave

De wijze waarop we hier vorm aan geven

te ­ondersteunen. Met het stimulerings­

werken we uit in de provinciale vertaling van

programma Agro & Food ­bevorderen we

het Nationaal Programma Landelijk Gebied

­innovaties en andere initiatieven om de transitie

(NPLG). Hieruit zal onder andere ook blijken

naar kringlooplandbouw te m ­ aken (programma

hoe de stikstofopgave (aangegeven in een

Versnelling Eiwittransitie, Nieuwe Waardeketens

percentage ammoniak-­reductie) wordt door­

en Slimme Voedsel­productie).

vertaald naar gebiedsniveau. Dit kan zijn in een generiek reductiepercentage, maar het kan ook een g ­ ebiedsgedifferentieerde aan­ pak worden, waarbij de opgelegde reductie afhankelijk is van de ligging van een bedrijf tot een Natura2000-­gebied. Het NPLG zal ook ­instrumenten b ­ evatten zoals het omschakel­ fonds, afwaarderings­subsidies en beëindigings­ regelingen. Waar moge­lijk werken we samen met het Rijk en benutten we deze instrumenten. De mate van uitwerking van deze instrumen­ ten is ook bepalend voor de uit­werking van de ­Omgevingsvisie. Faciliterende rol We beschrijven in onze Catalogus Gebieds­ kenmerken op inspirerende en richtinggevende wijze hoe de landbouw in de verschillende ­gebieden in samenhang met andere maat­ schappelijke opgaven/functies in de toekomst kan ontwikkelen. We zoeken naar mogelijkheden om bestaande en nieuwe middelen in te zetten waar deze maximaal bijdragen om de transitie

97

Terug naar inhoudsopgave

9.6

Beleidsvoorstel Verstedelijking & mobiliteit

Dit alles vraagt om transities rond energie-­

zijn vaak trots op hun leef­omgeving en

opwek en verduurzaming van landbouw en

afkomst. De provincie wil zoveel mogelijk

verstedelijking.

deze bestaande sterke n ­ etwerken benutten

Deze bijlage betreft een samenhangende

om de opgaven rond klimaat, woningbouw,

­aanpak voor wonen, werken, voorzieningen,

Binnen deze ruimtelijke positie en transities

landbouw en natuur, die allemaal om

cultuur & erfgoed en mobiliteit. Met specifieke

willen we onze provincie leefbaar en bereik­

­ruimte vragen, een plek te g ­ even. Door aan

uitwerkingen voor wonen, bedrijventerreinen

baar houden en de (brede) welvaart van

te ­sluiten op bestaande netwerken worden

en mobiliteit.

Overijsselaars bevorderen. Daarvoor willen

deze netwerken verder v­ ersterkt en wordt

we ruimtelijke oplossingen vinden voor de

ruimte bespaard. Voor ­verstedelijking zijn

WAT

woningbouwopgave (de huidige wooncrisis

de logische netwerken de dagelijkse ver­

We bieden onze inwoners een aantrekkelijke,

vraagt om een impuls), ruimte voor b ­ edrijven

banden waarlangs m ­ ensen wonen, werken

prettige en veilige stedelijke woon-, werk- en

en onze mobiliteit en bereikbaarheid. Bij

en gebruik maken van voor­zieningen de

leefomgeving.

deze oplossingen willen we verbeteringen

zogenaamde Daily Urban S ­ ystems (DUS).

­realiseren op gezondheid, sociale kwaliteit, Overijssel bevindt zich zowel ruimtelijk als

ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid in

Doel

in de tijd op een scharnierpunt. Ruimtelijk is

Overijssel.

Streven naar een toekomstbestendige

de ­provincie het scharnier tussen West- en

gezonde stedelijke leefomgeving door

Noord-Nederland, tussen Oost-Nederland en

Overijssel heeft, als je kijkt naar verstedelij­

slim en zorgvuldig ruimtegebruik en met

Duitsland en schakel in het Stedelijk Netwerk

king, sterke netwerken en een mobiliteits­

­optimaal fysieke en maatschappelijke

Nederland (uit de Nationale Omgevingsvisie).

netwerk dat goed regionaal en interregionaal

toegankelijkheid die wonen, werken en

Ook in de tijd staan we op een scharnierpunt.

verbonden is. Ook de Overijsselse werk­

recreëren verbindt. We streven naar fraaie

De provincie heeft te maken met ingrijpen­

locaties – bedrijven­terreinen, kantoorlocaties,

dorpen en vitale steden met eigen cultuur­

de veranderingen van het klimaat (warmer,

stationsomgevingen, campussen – vertegen­

historische identiteit, ­klimaat­bestendig,

natter én droger) en een verslechtering van de

woordigen een grote economische waarde

waar natuur om de hoek is en waar kansen

bio­diversiteit en het milieu en de drinkwater­

en dragen bij aan het vestigingsklimaat. Ten

voor ontplooiing zijn en waar voorwaarden

beschikbaarheid. Daarbij komt nog dat we

slotte zijn ook de w ­ oonfuncties in O ­ verijssel

voor welvaart, gezondheid en welzijn voor

ons bevinden in een wooncrisis waarbij het

kwalitatief in orde met gevarieerde woon­

nu en de toekomst duurzaam a ­ anwezig

voor vooral starters en ouderen moeilijk is om

milieus met ­zowel s­ tedelijke als meer lande­

zijn. Met de optelsom bieden we ‘­brede

­geschikte en betaalbare woonruimte te vinden.

lijke invulling en k ­ waliteiten. Onze inwoners

welvaart’.

98

Terug naar inhoudsopgave

Opgaven • Gebruik maken van lokale identiteiten en rijke cultuur bij nieuwe stedelijke ontwik­

• Vitale en gezonde Overijsselaars die meer

• Tegengaan van verrommeling en te g ­ rote

­bewegen en een leefomgeving die ook

­verdichting door soms conflicterende

­uitnodigt om dat te doen.

­sectorale ruimteclaims vanuit bijvoorbeeld

kelingen. Onze prachtige omgeving en slim

• Klimaatadaptief en circulair bouwen en

wonen, werken, mobiliteit, energie, of

ingerichte openbare ruimte dagen uit tot

hanteren van circulaire principes (de

waterbeheer. Met name de zones direct

activiteiten, individueel en samen.

­regeneratieve stad).

aan­grenzend aan het stedelijk gebied (de

• Het optimaal benutten van de stedelijke

• Een goede balans op de woningmarkt

kernrandzones) k ­ ennen een hoge dyna­

­ruimte door menging van functies, intensive­

met toevoegen van voldoende toekomst­

miek en hoge ruimte­lijke druk, terwijl deze

ren, transformatie naar woon-werk-vrijetijd.

bestendige woningen in 2030 (zoals vast­

als ­gebieden, zowel poort van de stad, als

gesteld in woonagenda’s) en aan de hand

­toegang vanuit de stad naar het landelijk

• Cultureel erfgoed als impuls voor een ­herkenbare en kwalitatief hoogwaardige

van een a ­ daptieve strategie, op de juiste

leefomgeving.

­locaties na 2030. Dit in regionale balans op

• Behouden en toekomstbestendig maken van erfgoed als belangrijk onderdeel van onze

de goede plek. • Voldoende huisvesting voor specifieke

gebied, een cruciale rol vervullen. • We stimuleren (tijdelijk) zorgvuldig gebruik met passende toekomstbestendige functies van vrijkomende winkelpanden en leegstaand

identiteit en als impuls voor de vrijetijds­

­doelgroepen zoals ouderen, kenniswerkers/

cultureel erfgoed (specifiek kerkgebouwen)

economie.

talent en betaalbaarheid.

in binnensteden en centra van dorpskernen.

• Werken aan nieuwe iconen voor de vrije­ tijdseconomie, zoals historisch waardevolle

• Verduurzaming van bestaande woning­ voorraad.

Daarmee bieden we o.a. ruimte voor place­ making en broedplaatsen voor creatieve

­plekken die Dutch DNA beleefbaar maken.

• Complementariteit tussen steden/kernen

Denk hierbij aan het vergroten van ‘Giet­

en regio’s waarin het eigen DNA tot uiting

hoorn’ naar Wieden-Weerribben Koloniën

komt o.a. vitale binnensteden en dorps­

randvoorwaarden om een expliciete b ­ ijdrage

van Weldadigheid en de beleefbaarheid van

kernen en vrijetijdseconomie.

aan de C02-reductie, biodiversiteit en

de Hanzesteden via Kampen -met toekomstig Hanze experience- naar Zwolle, D ­ eventer enzovoorts. Ook de vergroting van de ­Nationale Parken zorgt voor de mogelijkheid van meerdaagse recreatieve arrangementen in onze provincie. Zo blijft Overijssel de Tuin

• Voldoen aan de biodiversiteitsopgaven in de stad. • Uitvoering geven aan de bomenstrategie in de stad. • We hebben oog voor het sociale weefsel en stimuleren gezond gedrag

industrie. • Nieuwe stedelijke ontwikkelingen krijgen

­klimaatadaptatie te leveren.

• Voor mobiliteit is het hele spectrum van ­lokaal via regionaal naar nationaal en ­inter­nationaal netwerk van belang. (Wordt uitgewerkt via samenhangende beleidsoptie ­mobiliteit).

van Nederland.

99

Terug naar inhoudsopgave

WAAR

techniek en i­nnovatie en de Cleantech Regio

en zet in op de ontwikkeling van de corridor

Overijssel is aantrekkelijk voor doelgroepen

is een g ­ ebied met de focus op energie­transitie

­Zwolle-Twente-Münster.

van buiten de provincie die hier willen wonen

en een circulaire en brede economie en een

en werken. Ook is er nog een achterstand in

prettig woon­klimaat. De regio Zwolle en de

De Cleantech Regio ligt voor het grootste g ­ edeelte

het aantal woningen voor de eigen inwoners.

­Cleantech regio zijn provinciegrensover­

in Gelderland maar heeft wel D ­ eventer en

Dat geeft de verstedelijkingsopgave een extra

schrijdend.

omliggende dorpen op Overijssels grond­gebied.

impuls om voldoende woningen toe te voegen

• De regio Zwolle heeft een groeiambitie

Met de ligging op autosnelwegnet (A1/E30),

waarbij geldt dat de provincie daarbij zoveel

voor wat betreft inwoners en economie

spoornet (Berlijnlijn, intercity Twente – Utrecht /

­mogelijk ontwikkelingen wil laten aansluiten

die ­gepaard gaat aan de ambitie voor een

Amsterdam) en vaarwegen (IJssel, Twente­kanaal)

op het al bestaande DUS. Een centrale rol in

­klimaatadaptieve waterveilige regio. De

verbindt het de sterke­stedelijke regio’s

de DUS-sen is weggelegd voor de bestaande

­opgave is om woningen en bedrijventerrein

en economische kern­gebieden in (Oost-)Neder­

vijf grote steden. Hier is ruimte voor (door-)

toekomstbestendig toe te voegen in een

land en internationaal (TEN-T corridor), omringd

ont­wikkeling van bruisende binnensteden en

­gebied waar de wateropgave groot is. De

door landschappen van formaat zoals de Veluwe

stations­locatie, waar wonen, winkelen, werken

regio werkt een verstedelijkingsstrategie

en Sallandse Heuvelrug. De regio kenmerkt zich

en vermaak hand in hand gaan. Vaak door

uit waarin deze opgave een prominente

door sterk hoger en middelbaar onderwijs en

verdere verdichting binnen bestaand stedelijk

plek heeft. De provincie ondersteunt deze

researchgerichte adviesbeurs. De Cleantech

gebied, waar nodig ook door de ontwikkeling

­gezamenlijke opgave en werkt daaraan mee

Regio versnelt de regionale energietransitie

van nieuwe, slim gekozen locaties voor wonen

zolang de strategie past binnen de ruimtelijke

door grootschalige duurzaamheid­innovaties en

en werken aan de randen van deze steden. Juist

principes en voorwaarden van de provincie.

realiseert slimme en schone mobiliteit.

doordat een DUS als systeem functioneert, is

• Twente werkt aan een innovatieve e ­ conomie

het van belang dat de onderlinge relaties in het

die zich richt op techniek waarbij h ­ ersenen

HOE

DUS in samenhang blijft functioneren. Iedere

en handen de ruimte krijgen. Om die

Overijssel heeft (net als de rest van Nederland)

kern heeft zijn rol, eigenschappen en identiteit.

­ambitie waar te maken is het nodig talent

te maken met een wooncrisis terwijl we ook voor

aan te ­trekken en te behouden. Daarvoor

belangrijke transities rond klimaat, landbouw,

In Overijssel zijn er drie DUS regio’s die ieder

is ­ruimte nodig voor de woningbouw­

natuur en energie staan. Tegelijkertijd willen we

een eigen accent voor ontwikkeling hebben

opgave, de i­nrichting van werklocaties en

ook het ons waardevolle landschap en de lokale

waar de provincie bij aansluit. De regio Z ­ wolle

de ­bereikbaarheid van Twente, zowel intern

en regionale identiteit en cultuur in stand houden

ziet zich als klimaatbestendige groeiregio,

als naar de Randstad en naar Duitsland. De

zonder afbreuk te doen aan regionale economie

­Twente ­profileert zich als een regio met

­provincie ondersteunt Twente in deze opgave

en bereikbaarheid.

100

Terug naar inhoudsopgave

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=a24d9ea8-69e4-484c-9bb1-18f3ed695ed4