Bijlage 1 Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
Tekst van het document
Een evenwichtige natuur, en dus een grote biodiversiteit, zorgt ervoor dat ecosysteemdiensten beschikbaar blijven. Deze ondersteunen onze voedselproductie, onze gezondheid en beschermen tegen klimaatverandering. De biodiversiteit staat echter stevig onder druk; het aantal soorten planten en dieren neemt drastisch af.
9. 10.
Link: Gebiedsrapportage Sallandse Weteringen. Elke woning kijkt uit op minimaal 3 bomen, de minimale boomkroonbedekking in buurten is 30% en iedereen heeft binnen 300 meter minimaal 200 m2 groen, zoals een park. Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
26
We werken samen met inwoners en partners aan het versterken en verbinden van onze natuurstructuren. Wij hebben daarvoor nu de natuurstructuurkaarten hernieuwd. We werken daarnaast naar steeds ecologischer beheer toe. Met ruimtelijke projecten werken we aan het behalen van de groennormen voor bebouwd gebied, ofwel de 3-30-300 groennorm (met minimum van 1-20-300) en de 20-15-20 norm11 als richtlijnen.
Een bloeiende samenwerking Werkgroep Groene Agenda is een samenwerking, ondersteund door de gemeente. De groep bestaat uit betrokken bewoners en professionals, die allemaal een eigen achterban of organisatie vertegenwoordigen die bezig zijn met het versterken van biodiversiteit. De groep adviseert de gemeente op het gebied van groenbeleid, draagt initiatieven aan voor groene projecten en voert deze projecten ook uit. Eén van de deelnemende vrijwilligersorganisaties zijn de Tuincoaches Regio Raalte, die inwoners informeren over groen en vaak meehelpen met vergroeningsacties.
Afbeelding 4. Tuincoaches delen planten uit tijdens een ‘plantje voor tegel’-actie.
4.2 Hoe we Raalte klimaatadaptief maken Deze paragraaf biedt een overzicht van onze inzet op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Er is al veel beleid rondom deze thema’s, dat we zullen voortzetten en verder aanscherpen. 4.2.1 We lossen aan de hand van de DPRA-cyclus knelpunten op Zoals benoemd, is de zes-jaarlijkse Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie-cyclus het proces waarin Raalte zich aanpast aan klimaatverandering. De stappen zijn: 1. We voeren, daar waar nodig, nieuwe stresstesten uit om te bepalen waar de huidige knelpunten (overlastlocaties) zitten. Dit is zowel voor wateroverlast, droogte en hitte; 2. We houden risicodialogen met belanghebbenden om kwetsbaarheden en oplossingen te bespreken; 3. We vertalen de uitkomsten in een uitvoeringsprogramma; 4. We lossen de knelpunten op doormiddel van ruimtelijke projecten; 5. De voortgang van de maatregelen wordt gevolgd en gerapporteerd.
11.
20% van de buurt bestaat uit bomen, 15% middelhoge plantengroei (zoals struiken) en 20% lage begroeiing (zoals gras). Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
27
Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en de Nota Klimaatadaptatie dienen tot en met 2026 als ons huidige uitvoeringsprogramma. Het GRP benoemd de projecten rondom het oplossen van wateroverlastlocaties, de Nota Klimaatadaptatie en het Beleidsplan Biodiversiteit gaat verder in op de thema’s hitte, droogte, en vergroenen.
Actielijnen • K1: In 2026 voeren we wanneer nodig nieuwe stresstesten uit, houden we risicodialogen en vertalen de uitkomsten in een uitvoeringsprogramma; • K2: We lossen de (water)overlastlocaties op en monitoren deze voortgang.
4.2.2 Klimaatadaptatie nemen we mee in onze ruimtelijke inrichting Water en bodem sturend en het verbeteren van de sponswerking bieden principes en uitgangspunten voor een klimaatadaptieve inrichting van Raalte. Ze kunnen worden gezien als een overkoepelende denkwijze, van waaruit programma’s en projecten kunnen worden ingezet. We gaan deze principes voor Raalte verder vertalen naar inrichtingsdoelen en normen. Deels is dit al gedaan, denk daarbij aan de waterbergingseisen bij (her)ontwikkelingen en onze groennormen zoals de 3-30-300 regel. Waar nodig scherpen we ons huidige beleid aan. Zo is ons beleid rondom bodemkwaliteit (ordening, milieuhygiënisch en biologisch) nu nog te beperkt. Dit zal ook verwerkt worden in het omgevingsplan van de gemeente. Een aandachtspunt is dat de (ondergrondse) ruimte beperkt is, waarbij maatregelen en normen integraal moeten worden afgewogen, ook met de andere duurzaamheidsthema’s. Dit wordt meegenomen in verdere beleidsontwikkelingen en het omgevingsplan.
Actielijnen • K3: We werken klimaatadaptieve principes en normen verder uit en nemen deze mee in de ruimtelijke inrichting van Raalte.
4.2.3 We gaan wijkgericht aan de slag om ons bebouwd gebied klimaatadaptief in te richten Op basis van urgentie gaan we wijkgericht aan de slag om ons bebouwde gebied klimaatadaptief en natuurinclusief in te richten. De stresstesten en onder andere de Scan Wijken & Dorpen 2024 laten zien dat klimaatmaatregelen vooral in de oudere wijken van Raalte en Heino moeten vallen. We beginnen niet vanaf nul, er lopen nu al meerdere Meerjaren Investeringsprogramma (MIP) projecten in deze wijken. De afkoppel en vergroeningsdoelen zoals beschreven in hoofdstuk 2.3 moeten ook vooral via deze projecten behaald worden. Wel zien we dat er nog veel werk verzet moet worden en er een inhaalslag nodig is. De wijkgerichte aanpak zal opgepakt worden in samenhang met andere (duurzaamheids)thema’s, zoals de warmtetransitie en de netverzwaring.
Actielijnen • K4: We gaan wijkgericht aan de slag om ons bebouwd gebied klimaatadaptief in te richten. • K5: We zetten een inhaalslag in om onze ruimtelijke (MIP) projecten tot uitvoering te laten komen.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
28
Afbeelding 6. Klimaatadaptieve inrichting van de Almelosestraat. Deze straat is afgekoppeld en vergroend. 4.2.4 We bouwen aan een toekomstbestendige gemeente Raalte wil 3.000 woningen bouwen voor 2032, waarmee rekening moet worden gehouden met de weersextremen van nu en in de toekomst. Door klimaatadaptieve principes en normen mee te nemen in locatiekeuze en inrichting, werken we aan het Raalte van morgen. Vanaf 2027 moeten nieuwbouwontwikkelingen ook bijdragen aan de doelen uit de Kaderrichtlijn Water. De gemeente zal samen met partners zoals het waterschap, tijdig hierop inzetten. In lijn met Basiskwaliteit Natuur (BKN) streven we naar natuurinclusief bouwen en ontwikkelen, met vooralsnog een stimulerende rol naar ontwikkelaars. De komende jaren zetten we ons ook in om de aanleg en nazorg van nieuw groen duurzamer voor te schrijven en uit te voeren. Voor onze gemeentelijke gebouwen werken we normen uit voor een natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting. Deze maatregelen liggen in samenhang met eventuele maatregelen vanuit energie of circulariteit. Zo ligt hier een duidelijke koppelkans met biobased bouwen. We kijken voor deze maatregelen zowel naar het gebouw als het terrein. Per project bepalen we de hoogte van de ambities en eventuele meerkosten maken we inzichtelijk, zodat we goed kunnen afwegen wat haalbaar is.
Actielijnen • K3: We werken klimaatadaptieve principes en normen verder uit en nemen deze mee in de ruimtelijke inrichting van Raalte. • K6: We stimuleren en faciliteren de uitvoering van klimaatadaptieve- en natuurinclusieve maatregelen van inwoners, bedrijven en organisaties. • K7: We zetten ons in om de aanleg en nazorg van nieuw groen duurzamer voor te schrijven en uit te voeren. • K8: Voor onze gemeentelijke gebouwen werken we natuurinclusieve- en klimaatadaptieve maatregelen uit en hanteren deze als richtlijn.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
29
4.2.5 We positioneren ons verder in het toekomstbestendig maken van ons buitengebied We zien veel ontwikkelingen op het buitengebied van Raalte afkomen. Klimaatadaptatie en natuurinclusieve moeten meegewogen worden met een bredere visie op het landelijk gebied. Vanuit de opgave Buitengebied wordt hier nu naar gekeken. Relevante ontwikkelingen vanuit klimaatadaptatie zijn als volgt. Op zowel wateroverlast en (drink)waterbeschikbaarheid lopen er veel projecten en programma’s. Belangrijke water gerelateerde onderwerpen zijn de Regionale Sponsstrategie en drinkwaterwinning Salland Diep. Vanuit de Regionale Sponsstrategie liggen er nu de uitkomsten van de gebiedsrapportage van de Sallandse Weteringen. Hier moet een concrete aanpak voor het verbeteren van de sponswerking uit vloeien, die veelal in het buitengebied zal vallen. Het komende jaar zullen wij samen met onze partners hieraan werken. Dan weten we wat de Sponsstrategie voor ons zal betekenen en van ons zal vragen, en kunnen wij ons hierin verder positioneren. Onderzoek heeft uitgewezen dat het gebied ten noorden van Heino kansrijk is voor de drinkwaterwinning Salland Diep. Raalte is betrokken bij het ontwikkelproces. Rondom bescherming en uitbreiding van natuur landt er veel beleid vanuit Europa, het Rijk en provincie in het buitengebied (zie bijlage 1).
Omdat de gemeente relatief weinig grond bezit in het buitengebied, hebben we vooral ten aanzien van onze ruimtelijke ordening een beschermende rol voor natuur- en landschapswaarden. In samenspraak met partners moet er gekeken worden welke functies passend zijn voor (deel)gebieden. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan natuur- en landschapswaarden en die natuur met elkaar verbinden. Deze kunnen bijvoorbeeld vanuit een gebiedsgerichte aanpak ontstaan. We werken daarnaast in lijn met het Basiskwaliteit Natuur aan een biologisch beheerplan voor bermen en sloten in het buitengebied.
Actielijnen • K9: We positioneren ons verder in ontwikkelingen in het buitengebied rondom water, waaronder de gebiedsaanpak van de Sallandse Weteringen en waterwinning Salland Diep. • K10: We positioneren ons verder in ontwikkelingen rondom natuur- en landschapswaarden in het buitengebied en ondersteunen deze. • K11: We grijpen koppelkansen aan om natuur in het buitengebied te verbinden en faciliteren initiatieven van derden.
4.2.6 We stimuleren en faciliteren klimaatadaptieve maatregelen Een volledig toekomstbestendige inrichting kunnen wij niet alleen realiseren. We ondersteunen inwoners, bedrijven en organisaties daarom in het uitvoeren van klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. Dit doen wij onder andere aan de hand van de Klimaatsubsidie en de Groene Schoolpleinen subsidie. Wij faciliteren (en subsidiëren) waar mogelijk initiatieven vanuit de samenleving, zoals het vergroenen van een straat of speelplek. Daarbij geven we extra aandacht aan het klimaatbestendig maken van bedrijventerreinen, omdat deze zeer versteend zijn. Er lopen nu al projecten op Blankenfoort en De Zegge, waarin ook de link wordt gelegd met de energietransitie. Bij nieuwbouw informeren wij daarnaast over de mogelijkheden rondom natuurinclusief bouwen, en een groene, biodiverse en waterrobuuste inrichting.
Actielijnen • K6: We stimuleren en faciliteren de uitvoering van klimaatadaptieve- en natuurinclusieve maatregelen van inwoners, bedrijven en organisaties.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
30
4.2.7 We werken aan toekomstbestendig beheer van de openbare ruimte In het GRP worden onze herinrichtingsprojecten en het beheer rondom water en riolering uitgelicht. Het GRP wordt begin 2025 geëvalueerd. Tot en met 2030 lopen deze volgens vier sporen, te weten: 1. Beginnen met (de voorbereiding van) maatregelen die Raalte waterrobuust en klimaatbestendig maken: We bereiden de projecten, plannen en integrale aanpak voor en voeren de eerste projecten voor de aanpak van (grond)wateroverlast uit. We gaan door met afkoppelen. 2. Onze huidige prestaties en ons serviceniveau borgen en waar mogelijk verbeteren: We brengen het databeheersysteem op orde en ontwikkelen risico-gestuurd beheer door. We verwerken ontwerp- en kwaliteitseisen in ons beleid. 3. Activiteiten en instrumenten omzetten naar het omgevingsprogramma en omgevingsplannen: Beleid en regels komen in de omgevingsplannen en het uitvoeringsprogramma wordt verwerkt in het Omgevingsprogramma. 4. Anders organiseren van ons werk: We werken slim samen, intern en met onze partners. We richten ons beheer en onderhoud steeds meer op het verbeteren van biodiversiteit. Speerpunt is dat beheer zo ecologisch mogelijk gebeurt. We zetten hierbij vooral in op maatregelen die makkelijk zijn uit te voeren. Denk daarbij aan het minimaliseren van pesticidegebruik en het inrichten van biodiversiteitsstroken.
We houden ons aan de biodiversiteitsdoelen die benoemd zijn in het beheerplan Toekomstbestendig openbaar groen, het beleidsplan Biodiversiteit en de nota Buiten bewegen, spelen en ontmoeten. De gemeente hanteert voor aanleg- en beheerwerkzaamheden de gedragscode soortbescherming van Stadswerk, en werkt naar een betere implementatie van deze gedragscode. Het structureel aanpassen van het groenbeheer, vraagt ook om een structurele inzet van voldoende middelen. Nieuwe maatregelen, zoals biologisch bermbeheer, nemen we mee bij het actualiseren van het beheerplan bermen- en sloten.
Actielijnen • K2: We lossen de (water)overlastlocaties op en monitoren deze voortgang. • K12: We beheren zo toekomstbestendig mogelijk en werken onze aanpak verder uit in onze beheerplannen.
4.2.8 We gaan samen met anderen aan de slag Om onze ambities te verwezenlijken blijven we ons inzetten en versterken we de samenwerking met inwoners, partners, ondernemers en organisaties. We dragen nu al bij aan samenwerkingsverbanden met inwoners zoals de Werkgroep Groene Agenda en de Tuincoaches, waaruit mooie initiatieven lopen zoals de jaarlijkse bloembollen actie en het NK Tegelwippen. Binnen de werkregio RIVUS blijven we samenwerken aan klimaatadaptatie en (afval)water aan de hand van de regionale strategie en uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast blijven we nauw samenwerken met onder andere Stichting Steenbreek, woningcorporatie SallandWonen, onze basisscholen en het Waterschap Drents Overijsselse Delta. We staan altijd open voor de samenwerking met nieuwe groepen en organisaties.
Actielijnen • K13: We blijven ons inzetten voor én versterken de samenwerking met inwoners, partners, ondernemers en organisaties.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
31
4.2.9 We werken aan communicatie en kennisontwikkeling We werken aan de hand van het Strategisch Communicatieplan Klimaatadaptatie en zullen deze doorontwikkelen. Deze strategie is een gedegen, concreet uitgewerkt plan waarin ook het bevorderen van biodiversiteit is ondergebracht. Dit plan focust zich op het betrekken van de vastgestelde doelgroepen, zowel intern als extern, via de juiste kanalen en met de juiste frequentie. Hierin wordt ook de duidelijke link gelegd met de lopende subsidieregelingen. Als aanvulling op het communicatieplan, wordt de samenwerking met andere duurzaamheidsthema’s gezocht, zoals met de subsidieregelingen rondom energie. Extra aandacht gaat uit naar het intern verankeren van klimaatadaptatie- en biodiversiteitsbeleid en het verband leggen met bredere thema duurzaamheid. Dit is zowel in beleid als in besluitvorming en uitvoering. Dit vraagt om extra capaciteit en budget. We zetten daarbij onder meer in op het nemen van maatregelen op het gebied van inrichting en beheer van de openbare ruimte en het vergroten van de kennis bij medewerkers.
Actielijnen • K14: We werken aan de hand van het Strategisch communicatieplan klimaatadaptatie en zullen deze doorontwikkelen. • K15: We breiden de kennis en kunde rondom klimaatadaptatie en biodiversiteit van medewerkers uit.
4.2.10 We weten wat te doen bij extreem weer Handelen bij extreme weersituaties is onderdeel van de klimaatadaptatiestrategie. We kunnen deze situaties namelijk niet voorkomen. Het Lokale Hitteplan (gericht op gezondheid) en het calamiteitenplan extreem weer liggen nu klaar. Hier staat de rol van de gemeente en van onze partners, zoals de Veiligheidsregio IJsselland en de GHOR, ook in beschreven. Deze plannen zullen blijvend gemonitord en waar nodig uitgebreid worden. Het beschikbaar houden van voorzieningen, zoals elektriciteit, liggen tijdens crisissituaties vooral bij de nutsbedrijven en zijn gecoördineerd vanuit de Veiligheidsregio IJsselland.
Actielijnen • K16: We maken gebruik van calamiteitenplannen voor extreem weer, weten onze rol, en handelen hiernaar.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
32
5. Circulariteit Voor de productie van goederen, de bouw van woningen en de aanleg van wegen maken we gebruik van grondstoffen. Veel van deze grondstoffen zijn niet onuitputtelijk aanwezig en het winnen ervan brengt vaak negatieve gevolgen met zich mee voor natuur en klimaat. Om ook in de toekomst te kunnen blijven produceren en bouwen, is de transitie naar een circulaire economie noodzakelijk. Dit vereist een aanzienlijke vermindering in het gebruik van primaire grondstoffen. In plaats daarvan moeten materialen worden hergebruikt, slimmer en langduriger worden ingezet of vervangen worden door biobased alternatieven. Op deze manier kan de impact op onze planeet worden geminimaliseerd. In de stappen die gezet moeten worden richting een circulaire economie, speelt de gemeente een belangrijke rol. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld het verantwoord gebruik van materialen in de inrichting van de openbare ruimte. Beleid op landelijk, regionaal en lokaal niveau is opgenomen in bijlage 1.
5.1 Circulariteit in Raalte In Raalte zetten we met dit beleidsplan stappen op het onderwerp circulariteit. We beginnen daar waar we echte invloed hebben. We richten ons daarom voornamelijk op circulariteit in de openbare ruimte, op onze eigen inkoop en op gemeentelijk voorbeeldprojecten. Door daarmee tot 2030 een goede basis op circulariteit neer te zetten kunnen we vervolgens richting 2050 goed mee in de transitie naar een volledig circulaire economie. De gemeentelijke aanpak is opgedeeld in vier onderwerpen, weergegeven in Figuur 5.
Figuur 5. Het thema circulariteit en de subonderdelen 5.1.1 Circulaire openbare ruimte Als gemeentelijke organisatie gebruiken we veel materialen en grondstoffen. Het grootste gedeelte van onze materialen wordt toegepast voor de inrichting en het onderhoud van onze openbare ruimte, waarmee er nieuwe wijken worden gebouwd of straten opnieuw ingericht. Ook gemeentelijke gebouwen vallen hieronder. Daarnaast is er ook kleinschaliger gebruik, zoals voor het meubilair in het gemeentehuis. De gemeente is daarom een belangrijke speler in het circulair maken van materiaalstromen. Deze duurzame keuzes worden nu al op verschillende plekken binnen de organisatie gemaakt. Zo wordt er binnen projecten al gekeken of materialen zoals klinkers hergebruikt kunnen worden voor de nieuwe inrichting. Dit is vaak niet alleen duurzamer, maar ook voordeliger. Een ander voorbeeld is de hergebruik van de werkkleding voor medewerkers van de buitendienst. Aan het einde van de levensduur van deze kleding wordt het weer terug naar de leverancier gestuurd, die het weer hergebruikt als grondstof.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
33
Het maken van circulaire keuzes gaan we structureler en planmatiger onderdeel maken van de organisatie. Onderdeel daarvan is dat er nu een plan wordt opgesteld voor circulariteit in de openbare ruimte en het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Dit plan geeft inzicht in onze huidige materiaalstromen, en geeft doelen en richting in hoe wij werken naar volledig circulaire materiaalstromen. Dit beleidsplan zal begin 2026 klaar zijn. Een belangrijk onderdeel van het structureler en planmatiger aanpakken van circulariteit is om deze circulaire keuzes al te maken in het opdrachtgeverschap. Als overheidsorganisatie kunnen we ons daarvoor aansluiten bij het manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI). Door aan te sluiten bij dit manifest kunnen we onze organisatie inrichten om duurzame keuzes te maken als opdrachtgever en inkoper. Daarnaast stimuleren we daarmee marktpartijen om steeds meer duurzame en sociale producten en diensten te ontwikkelen en leveren. Dit manifest richt zich op zes thema’s die weergegeven staan in Figuur 6.
Figuur 6. Overzicht onderdelen MVOI Bron: Rijksoverheid. Als we dit manifest ondertekenen dragen we niet alleen bij aan een circulaire economie, maar ook aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, klimaatadaptatie en sociale duurzaamheid. De gemeente wil graag een voorbeeldfunctie uitoefenen op het gebied van circulariteit. Dit manifest sluit hierop aan. Naast onderzoeken of we kunnen aansluiten bij het MVOI-manifest willen we als gemeente twee voorbeeldprojecten selecteren waarin we grote waarde toekennen aan het circulair uitvoeren van het project en hier ook actief over communiceren.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
34
Actielijnen • C1: Begin 2026 wordt het beleidsplan circulariteit in de openbare ruimte vastgesteld. • C2: We bepalen of we het MVOI-manifest ondertekenen en dit implementeren in de organisatie. • C3: We selecteren voor 2027 twee voorbeeldprojecten waarbij circulariteit een centrale rol speelt in de uitvoering.
5.1.2 Circulaire economie Binnen de gemeente Raalte hebben we een aantal bedrijven die vooroplopen als het gaat om circulair ondernemen. Met deze circulaire ondernemers willen we het gesprek aangaan om te zien waar zij kansen en mogelijkheden zien om circulariteit een grotere plek te geven binnen de gemeente Raalte. Naar aanleiding van deze verkennende gesprekken zullen vervolgacties worden geformuleerd met als doel de circulaire bedrijvigheid binnen de gemeente Raalte te vergroten. Circulariteit geeft ook kansen om biobased bouwmaterialen te verbouwen op Sallandse grond, waarbij uitgangspunt is dat boeren een nieuw en duurzaam verdienmodel kunnen onderzoeken. In 2023 is de intentieovereenkomst Biobased (Ver)bouwen in Salland ook door de gemeente Raalte ondertekend, waarin we aangeven betrokken te willen zijn bij de verkenning van de mogelijkheid om biobased materiaal uit Salland te verwerken tot bouwmateriaal in (Sallandse) woningen. Deze ontwikkeling willen wij dan ook verder stimuleren en ondersteunen.
Actielijnen • C4: We gaan in gesprek met koplopers op het gebied van circulariteit binnen de gemeente Raalte. • C5: We stellen een actieplan op om circulaire bedrijvigheid binnen de gemeente Raalte te vergroten. • C6: We gaan het verbouwen van biobased bouwmaterialen stimuleren en ondersteunen, om tot een duurzame en toekomstbestendige landbouwsector te komen.
5.1.3 Circulaire bouw De gemeente Raalte heeft de ambitie om voor 2033 3.000 woningen te bouwen. Voor het bouwen van deze woningen en de openbare ruimte zijn veel grondstoffen nodig. De bouw in Nederland gebruikt nu meer dan 50% van de grondstoffen en zorgt voor bijna 40% van het afval. De footprint van bouwactiviteiten drukt daarnaast stevig op de CO2-balans. Er ligt een grote kans om de groei van Raalte circulair uit te voeren. De bouwsector speelt nu al in op circulariteit. Dit doen zij door ontwerpen te baseren op het opnieuw gebruiken van gebouwen en materialen. Samenwerking tussen architecten, sloopbedrijven, ondernemers, projectontwikkelaars, aannemers, enzovoort is essentieel om circulaire principes te verankeren in de ontwikkel-, ontwerp- en bouwpraktijk. Door specifiek circulaire en duurzaamheidsmaatregelen uit te vragen, kan de gemeente dit meenemen in de afweging voor de uitvoering van plannen. We jagen slimme en duurzame oplossingen dan ook graag aan. Dit is nog naast ons te ontwikkelen beleid voor de gemeentelijke materiaalstromen in de openbare ruimte en MVOI, en de mogelijke vervolgstappen die daar uitvloeien. In lijn met de intentieovereenkomst Biobased (Ver)bouwen in Salland willen wij met de woningcorporatie de samenwerking rondom circulair bouwen verkennen.
Dit kan in samenhang met de huidige samenwerking rondom de andere duurzaamheidsthema’s, zoals klimaatadaptatie, en vanuit de prestatieafspraken. Daarnaast willen wij, in lijn met intentieovereenkomst Biobased Salland, de mogelijkheden verkennen met onze landbouw- en bouwsectoren voor het inzetten van natuurlijke materialen. Ook willen wij onze inwoners meer inlichten over deze mogelijkheden, net zoals we dit nu ook doen voor de andere duurzaamheidsthema’s.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
35
Actielijnen • • • •
C7: We onderzoeken hoe wij circulair bouwen verder kunnen aanjagen en zetten hier stappen in. C8: We zoeken de samenwerking op met de woningcorporatie rondom circulair bouwen en werken dit samen uit. C9: We verkennen en versterken de samenwerking binnen Biobased Salland. C10: We informeren onze inwoners over de mogelijkheden van circulair bouwen.
Afbeelding 7. Circulair modulair bouwen door een bedrijf uit Raalte. 5.1.4 Circulaire maatschappij In de gemeente Raalte zijn er al verschillende projecten die ervoor zorgen dat inwoners hun producten langer gebruiken (en dus minder vaak nieuw aanschaffen) of hergebruik stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld het Repair Café in Heino, de verschillende kringloopwinkels in de gemeente, maar ook communicatie over het gescheiden inzamelen van verschillende grondstofstromen. Dit zijn prachtige initiatieven waar we als gemeente trots op mogen zijn. Dit soort initiatieven dragen bij het laten leven van circulaire economie onder onze inwoners en geeft hun de mogelijkheid om hieraan bij te dragen.
Actielijnen • C11: We verkennen de mogelijkheden om circulariteit op een toegankelijke manier bij inwoners te stimuleren. • C12: We blijven in gesprek met initiatiefnemers van circulaire projecten voor inwoners en ondersteunen deze.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
36
6. Duurzaamheid binnen de kernopgaves van Raalte We grijpen weer terug naar de definitie van duurzaamheid uit hoofdstuk 2: Een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van huidige generaties, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen. Bij duurzame ontwikkeling gaat het om leefomgevings-, menselijke en economische behoeften. Ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van onze inwoners is waar we als gemeentelijke organisatie hard aan werken. Hiervoor zijn drie kernopgaves geformuleerd in de Omgevingsvisie Raalte 2040 (zie bijlage 2): • Groei • Wijken & Dorpen • Buitengebied In deze kernopgaves geven we vorm en invulling aan de ontwikkelingen en uitdagingen van nu en later. Duurzaamheid is hier een belangrijk onderdeel van. Dit hoofdstuk geeft per opgave aan hoe verschillende actielijnen bij elkaar komen. Ook wordt er een overzicht geboden met actielijnen waar rekening mee moet worden gehouden binnen de opgaves. De actielijnen worden vertaalt naar uitgangspunten voor de opgaves. Naast de verschillende opgaves komen de verschillende thema’s bij elkaar in het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie. De tabel waar in dit hoofdstuk naar verwezen wordt, is te vinden in bijlage 3.
6.1 Groei De tabel geeft een overzicht van de actielijnen die de opgave Groei raken, verdeeld over de drie thema’s van dit beleidsplan. Bij Groei komen de actielijnen niet enkel voort uit landelijke of regionale regelgeving, maar veelal uit kansen en (toekomstige) uitdagingen. Door hier nu actie op te nemen kunnen we woningen blijven bouwen waar ook de komende generaties fijn en veilig kunnen leven. Voor de opgave Groei worden de uitgangspunten uit onderstaand kader gehanteerd.
Uitgangspunten • We gaan voor toekomstbestendige nieuwbouw en een inrichting die voorziet in de behoeften van huidige generaties, zonder de behoeften van toekomstige generaties te beperken. • We zien duurzaamheid als kans om onze gemeente te blijven ontwikkelen. • We werken samen met inwoners, ondernemers en partners aan duurzame ontwikkelingen. We geven een extra stimulans en faciliteren waar nodig. • We kiezen voor groei-ontwikkelingen die zelf voorzien in de energievraag, niet de druk op het elektriciteitsnet vergroten en de CO2 uitstoot beperken ten behoeve van een gezonde leefomgeving.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
37
Aanpak vanuit de actielijnen Kijkende naar de actielijnen voor Groei, is het essentieel dat voor het thema energie rekening wordt gehouden met de beperkingen op het elektriciteitsnet en we hier scenario’s voor opstellen. Zo voorkomen we dat onze plannen meer druk leggen op het elektriciteitsnet en daar tegelijk minder afhankelijk van worden. Vanuit klimaatadaptatie moet de principes ‘water en bodem sturend’ toegepast worden in de locatiekeuze en ruimtelijke inrichting. Ook richtlijnen en normen vanuit groen en water zijn een leidraad in het klimaatadaptief inrichten van onze nieuwbouw. Voor het thema circulariteit zijn we nog in een meer verkennende fase. Wel weten we dat het van belang is dat we als gemeente stap voor stap circulair gaan werken, ook op het gebied van woningbouw en bedrijvigheid. Zo verminderen we de CO2-uitstoot en voorkomen we potentiële grondstoftekorten. Actielijnen zijn dus ook gebaseerd op het stap voor stap aan de slag gaan en het verkrijgen van meer duidelijkheid in stappen die we moeten of kunnen zetten.
6.2 Wijken & Dorpen De tabel in bijlage 3 laat de actielijnen zien die de opgave Wijken & Dorpen raken. We willen dat Raalte voor iedereen, nu en in de toekomst, een fijne plek is om te wonen. Er komen veel ontwikkelingen samen in onze bestaande wijken en dorpen. Zo staan vooral de oudere wijken voor een grote vervangingsopgave. Tegelijkertijd moeten we werken naar een toekomstbestendige inrichting, waar ruimte is voor onder andere energie, water en groen. Dit geeft veel kansen en uitdagingen, waar we duurzaam aan willen werken. Dit doen we aan de hand van onderstaande uitgangspunten.
Uitgangspunten • We nemen een regisserende rol in om onze wijken en dorpen duurzaam in te richten, waarbij we in de huidige én toekomstige behoeften voorzien. • We werken samen met onze inwoners, ondernemers en partners om onze wijken en dorpen te verduurzamen. We stimuleren en faciliteren hen om duurzame maatregelen en initiatieven uit te voeren. • We kijken naar wat waar nodig en mogelijk is. We werken daarom wijkgericht. • We gaan concreet en zichtbaar aan de slag in onze wijken en dorpen. Wat kan, pakken we direct op.
Aanpak vanuit de actielijnen De actielijnen, voortkomend uit dit beleid, willen we zoveel mogelijk laten aansluiten bij de wijkgerichte aanpak van de opgave. We kijken ook naar wat nodig is en mogelijk is. Dit betekent dat we prioriteit geven aan de gebieden waar dit het meest noodzakelijk is. Voor klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn dit bijvoorbeeld de oudere wijken, daar waar er relatief weinig ruimte is gegeven aan groenblauwe structuren. Voor de warmtetransitie willen we wijk voor wijk van het gas afgaan. Door deze gebieden in gezamenlijkheid en projectmatig op te pakken, maken wij gebruik van meekoppelkansen en wordt doelmatig en efficiënt gewerkt. Een belangrijk aandachtspunt is de beperkte (ondergrondse) ruimte in de bestaande wijken en dorpen. Dit vraagt om een afweging tussen verschillende ruimtelijke behoeften. Zo willen we bijvoorbeeld voldoende ruimte voor parkeren, maar moet er ook plek zijn voor groen en water. Daarnaast liggen er ook afwegingen tussen de duurzaamheidsthema’s. Komt er bijvoorbeeld een elektriciteitshuisje in de plaats voor groen? Kaders voor deze afwegingen moeten geboden worden in (verder) te ontwikkelen beleid rondom ruimtelijke inrichting, normen en doelen. Dit landt uiteindelijk in het omgevingsplan van Raalte. Er moet daarbij ruimte blijven voor situationele afwegingen en maatwerk.
Zo moet groenbehoud idealiter zwaarder meewegen in een al versteende wijk of straat. Met een wijkgerichte aanpak kunnen (ruimtelijke) keuzes lokaal verder worden afgestemd en bepaald.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
38
6.3 Buitengebied In de tabel in bijlage 3 staat overzicht van alle actielijnen die raken aan de opgave Buitengebied. Het buitengebied van de gemeente Raalte is in beweging. Er is behoefte aan meer duidelijkheid door de vele opgaven die een plek hebben in het buitengebied. Denk hierbij aan de landbouw(productie), natuur en landschap, water, klimaat en de opwek van energie. Naast het verder positioneren van de gemeente in deze opgaven, hanteren wij onderstaande uitgangspunten.
Uitgangspunten • We ontwikkelen het buitengebied van Raalte verder als groen en innovatief productielandschap. • In het buitengebied werken we samen en in samenhang aan de biodiversiteit, robuuste watersystemen, klimaatbestendigheid en bodemkwaliteit. • We stimuleren en faciliteren duurzame en innovatieve maatregelen en initiatieven aan zowel woningen als (agrarische) bedrijven.
Aanpak vanuit de actielijnen Voor het thema energie zien we dat vooral de opwek van energie raakt aan de opgaave Buitengebied. Voor wind en zonne-energie heeft de provincie ruimtelijk beleid opgesteld wat bepalend is voor de mogelijkheden binnen het buitengebied van Raalte. Het water en bodem-systeem in het buitengebied ligt zeer onder druk door het veranderende klimaat. De komende jaren wordt verder onderzocht wat dit voor Raalte betekent, en hoe de sponsprincipes vanuit de regionale sponsstrategie handvaten kunnen geven aan onze aanpak. Daarnaast volgen wij ontwikkelingen in natuur- en landschapswaarden op de voet, en ondersteunen deze waar mogelijk. Circulariteit heeft in de gemeente Raalte nu nog een relatief kleine rol in het buitengebied. Deze rol kan groter worden wanneer de teelt en productie van (biobased) materialen verder wordt onderzocht en ontwikkeld.
6.4 Verduurzamen gemeentelijke organisatie Een aantal actielijnen geformuleerd in dit beleidsplan hebben te maken met de eigen organisatie. Deze lijnen worden opgepakt naast de drie grote opgaven. Denk bijvoorbeeld aan het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, de openbare ruimte en het eigen wagenpark. Daarnaast wil de gemeente een voorbeeld zijn. Op sommige onderwerpen zijn we dit al, maar er zijn ook thema’s waar we dit beter tot uiting kunnen laten komen. Daaruit komt bijvoorbeeld de actielijn voort om als gemeente twee voorbeeldprojecten te selecteren waarin we een grote waarde toekennen aan het circulair uitvoeren van het project.
Uitgangspunten • De gemeente heeft een voorbeeldfunctie om aan de slag te gaan met duurzaamheid.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
39
7. Organisatie 7.1 Hoe we duurzaamheid vormgeven binnen de organisatie Het overkoepelend beleidsplan duurzaamheid brengt de thema’s energie, klimaatadaptatie en circulariteit bij elkaar. De uitvoering van deze thema’s ligt in de organisatie op verschillende plekken binnen de domeinen en clusters. In Figuur 7 is te zien hoe het samenspel tussen actielijnen en uitgangspunten binnen de organisatie verloopt en hoe de opgaves daarin een rol hebben. Wenselijk is het om een team te formuleren dat (naast hun werk in de lijnorganisatie) een analyserende, regisserende en strategische rol heeft op de inhoud van het overkoepelende thema duurzaamheid. De actielijnen worden al veelal opgepakt in de lijnorganisatie en dit willen we ook graag zoveel mogelijk zo houden.
Figuur 7. Coördinatie van de uitvoering van het overkoepelend beleidsplan duurzaamheid
7.2 Monitoren en evalueren De doelen voor 2030 zijn concreet en meetbaar. De voortgang zal tussentijds bijgehouden worden en waar nodig bijgestuurd. Dit geldt voor de individuele actielijnen, maar uiteraard ook voor de overkoepelende doelen uit dit beleidsplan. In 2028 komt er een tussenevaluatie vana de doelen en actielijnen. De resultaten van deze evaluatie delen we met de gemeenteraad. Jaarlijks wordt de voortgang van duurzaamheid voorgelegd aan het college van B&W en de gemeenteraad via de jaarrekening. Om de effectiviteit te bewaren, wordt dit zoveel mogelijk meegenomen in de huidige structuren, die anders aangevlogen worden per duurzaamheidsthema. De doelen worden als volgt gemonitord. Energie Jaarlijks worden cijfers gepubliceerd per gemeente over de energie opwek en het aardgasverbruik. Zodoende is het mogelijk om de voortgang te toetsen. Wel is het zo dat de gepubliceerde cijfers 1 à 2 jaren achterlopen. Dit kan betekenen dat er te laat wordt bijgestuurd, temeer omdat het effect van onze activiteiten ook pas later zichtbaar is.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
40
Klimaatadaptatie De doelen om wateroverlast locaties op te lossen en af te koppelen worden nu al meegenomen met de jaarrapportage van het GRP. De doelen om te groennormen te behalen zullen worden meegenomen met de tweejaarlijkse Scan Wijken & Dorpen. Er wordt hiervoor gebruik gemaakt van interne data. Circulariteit Voor circulariteit is er nu nog geen percentage voor het verminderen van grondstoffen vastgesteld. Dit, en het monitoren van de voortgang, worden meegenomen met het te ontwikkelen beleidsplan Circulariteit in de Openbare Ruimte.
7.3 Financiën Inzetten op een duurzame leefomgeving vraagt om een extra financiële investering. We hanteren daarbij het uitgangspunt dat er in eerste instantie gebruik wordt gemaakt van de beschikbare rijksmiddelen en de al beschikbare budgetten. Voor het uitvoeren van de gestelde doelen en actielijnen in dit beleidsplan is een uitbreiding van de formatie nodig. De middelen die beschikbaar zijn vanuit het Rijk en vanuit de eigen begroting zijn daarvoor in kaart gebracht. Ook is een inschatting gemaakt van de benodigde formatie-uitbreiding en zijn de uitvoeringskosten bekeken. De uitgebreide inventarisatie van beschikbare middelen en uitgaven als gevolg van dit beleidsplan is te vinden in bijlage 4. De formatie nodig om de actielijnen uit dit beleidsplan uit te voeren neemt toe met ongeveer 5 FTE. Een groot deel hiervan kan worden bekostigd van de klimaatgelden afkomstig van het Rijk. Voor de overige uitbreiding is budget beschikbaar of wordt het aangevraagd via de integrale afweging bij de begroting. Voor sommige specifieke taken is geld van het Rijk aangevraagd en ontvangen. Het streven is om deze middelen zo veel mogelijk binnen het bestemmingsdoel uit te geven. Voor sommige actielijnen is daarom specifiek uitvoeringsgeld beschikbaar. Voor andere actielijnen zijn voor de komende jaren al algemene duurzaamheidsbudgetten beschikbaar.
Als blijkt dat er op termijn meer nodig is voor de uitvoering dan zal dat via de specifieke beleidsterreinen in de integrale afweging bij de begroting worden aangevraagd.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
41
Bijlage 1. Landelijke, regionale en lokale wet- en regelgeving In Figuur 8 staat een overzicht van de wet- en regelgeving per thema. Hieronder worden de landelijke, regionale en lokale afspraken per thema toegelicht.
Wet- en regelgeving per thema Energie Landelijk • Klimaatwet en het klimaatakkoord • Wet collectieve warmte • Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie • Energiewet • BENG-eisen Regionaal • Provinciaal windbeleid • Provinciaal zonbeleid • Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 • Provinciale energievisie • Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat • Provinciale Omgevingsverordening • Provinciaal Programma Energietransitie Lokaal • Beleidsnota Windenergie • Paraplu erfwindmolens • Subsidie verduurzaming maatschappelijk vastgoed • Warmtevisie / Warmteprogramma
Klimaatadaptatie Landelijk • Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie • Gezond en Actief Leven Akkoord • Natura 2000 • Natuurnetwerk Nederland • Omgevingswet • Nationale Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving • Nationale Omgevingsvisie • Kaderrichtlijn Water Regionaal • Bossenstrategie • Basiskwaliteit Natuur • Programma Natuur voor Elkaar • Provinciale Omgevingsvisie • Regionale Sponsstrategie • RIVUS • Salland Diep
Circulariteit Landelijk • Rijksprogramma Circulaire Economie • Nationaal Programma Circulaire Economie • Manifest MVOI • Schoon en Emissieloos Bouwen • Grondstoffenakkoord Regionaal • Nota Regionale Economie
Lokaal • Intentieverklaring Green Deal Biobased (ver)bouwen in Salland • Consortium circulariteit
Lokaal • Beleidsplan biodiversiteit • Gemeentelijk rioleringsplan • Gemeentelijke omgevingsvisie • Lokaal Hitteplan • Nota klimaatadaptatie • Nota ‘op weg naar een toekomstbestendige buitenruimte’
Figuur 8. Overzicht wet- en regelgeving
1.1 Energie Het doel van de energietransitie is de overstap van fossiele brandstoffen (o.a. olie, gas en kolen) naar duurzame energiebronnen (o.a. zon, wind en biomassa) om klimaatverandering tegen te gaan. Fossiele brandstoffen stoten bij verbranding CO2 uit, wat de aarde opwarmt en de luchtkwaliteit verslechtert. Hernieuwbare energiebronnen veroorzaken deze nadelen niet en zijn onuitputtelijk. Zon en wind zijn vrijwel overal beschikbaar, waardoor een onafhankelijk energiesysteem kan worden ontwikkeld. De energietransitie voorkomt verdere opwarming van de aarde en biedt kansen voor economische groei en werkgelegenheid door innovaties in technologieën op het gebied van zonne-energie, windenergie, batterijopslag en elektrische mobiliteit. Gemeenten kunnen deze transitie niet alleen maken en hebben landelijke en regionale samenwerking nodig.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
45
1.1.1 Landelijke afspraken De klimaatwet en het klimaatakkoord In 2016 ondertekende de Europese Unie, ook namens Nederland, het Klimaatakkoord van Parijs. Het doel van dit akkoord is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2°C, met een duidelijk zicht op 1,5°C. Voor 2030 moet de Europese Unie 55% minder broeikasgassen uitstoten ten opzichte van 1990 en in 2050 is de Europese Unie energieneutraal. Wat dit betekent voor Nederland is vastgelegd in de nationale Klimaatwet. In 2030 is de uitstoot met 55% gedaald en in 2050 is Nederland klimaatneutraal. Ieder kabinet dient zich aan deze wet te houden. Drie beleidsinstrumenten – het vijfjaarlijkse Klimaatplan, de tweejaarlijkse Voortgangsrapportage en de jaarlijkse Klimaatnota – bewaken deze doelen. De uitvoeringsmaatregelen staan in het Klimaatakkoord van 2019. Het Klimaatakkoord omvat ruim 600 afspraken met vijf sectoren (gebouwde omgeving, landbouw en landgebruik, elektriciteit, industrie en mobiliteit) om uitstoot te reduceren. Gemeenten spelen een cruciale rol in lokale uitvoering, zoals de warmtetransitie, duurzame energieprojecten en infrastructuur voor (elektrische) mobiliteit. Sommige thema’s raken meerdere sectoren tegelijk, zoals afstemming van het elektriciteitssysteem, transport, arbeidsmarkt, innovatie en scholing. Deze samenwerking is essentieel voor de transitie naar een CO2-arme samenleving.
Wet collectieve warmte De Wet collectieve warmte (Wcw), ter vervanging van de huidige warmtewet, treedt naar verwachting in 2025 in; dit is nog afhankelijk van goedkeuring door de Eerste en Tweede Kamer. De Wcw faciliteert de ontwikkeling van warmtenetten en waarborgt betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid. Gemeenten krijgen meer regie over de warmtetransitie: niemand mag warmte leveren of transporteren zonder toestemming van de gemeente. Gemeenten kunnen warmtebedrijven aanwijzen voor exclusieve levering binnen een zogeheten warmtekavel (vastgesteld gebied waarbinnen een collectief warmtesysteem kan komen). Andere belangrijke wijzigingen zijn: • Warmtebedrijven moeten voor meer dan 50% in publieke handen zijn. • De warmtetarieven worden losgekoppeld van de gasprijs. • Er komen nieuwe eisen voor leveringszekerheid en duurzaamheid van collectieve warmtesystemen. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) versterkt gemeentelijke bevoegdheden om regie te voeren in de wijkgerichte aanpak. Gemeenten kunnen in het omgevingsplan gebieden aanwijzen voor duurzame warmte en regels opstellen voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De Wgiw is in april 2024 aangenomen door de Tweede Kamer en wacht nog op instemming van de Eerste Kamer. Naar verwachting treedt deze wet per 1 juli 2025 in werking.
Energiewet De nieuwe Energiewet treedt naar verwachting in 2025 in. Deze wet vervangt de Gaswet en Elektriciteitswet en is ontworpen om een toekomstbestendig, duurzaam en flexibel energiesysteem te creëren. De wet is ontworpen om het Nederlandse energiesysteem te moderniseren en toekomstbestendig te maken en brengt daardoor diverse veranderingen met zich mee. De wet versterkt consumentenbescherming door duidelijke regels voor energiecontracten en facturen en het beschermen van consumenten bij faillissementen van energieleveranciers. Daarnaast verhoogt de nieuwe Energiewet de flexibiliteit van het elektriciteitsnet door efficiënter gebruik van de bestaande capaciteit en ondersteuning te bieden aan initiatieven zoals buurtbatterijen voor lokale energieopslag. Energiegemeenschappen worden gestimuleerd, waardoor inwoners en bedrijven gezamenlijk energie kunnen opwekken, gebruiken en verhandelen. Innovatie krijgt een centrale rol met ruimte voor slimme netwerken, energieopslag en experimenten met nieuwe technologieën. De Energiewet verbetert verder de toegang tot energiedata, met meer controle voor gebruikers en strenge eisen aan gegevensbeveiliging om privacy te waarborgen. Deze maatregelen dragen bij aan een rechtvaardig, duurzaam en modern energiesysteem.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
46
BENG-eisen Alle nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Hierin zijn eisen voor de maximale energiebehoefte (kWh/m3.jr), het fossiele energiegebruik (kWh/m3.jr) en de opwek van hernieuwbare energie (%) vastgelegd. 1.1.2 Regionale afspraken Provinciaal windbeleid Vanaf november 2024 geldt nieuw windbeleid in Overijssel, gericht op het beperken van windturbines tot het aantal dat benodigd is voor het RES-doel van 2,3 TWh duurzame elektriciteit in 2030. Voor gemeenten is een maximumaantal windturbines vastgesteld en plaatsing is alleen toegestaan op voldoende afstand van woningen, natuur- en vogelgebieden. De provincie heeft vier voorkeursgebieden aangewezen; Raalte behoort hier niet toe. Windturbines moeten in clusters van minimaal vier worden geplaatst om versnippering te voorkomen en energieopwekking efficiënter te maken. Initiatiefnemers kunnen vergunningen aanvragen, waarbij de ruimtelijke inpassing uitgebreid wordt getoetst. De provincie heeft met de meeste gemeenten afspraken gemaakt over het maximumaantal turbines en de periode waarin vergunningsaanvragen kunnen worden ingediend. Voor Raalte zijn na een gemeenteraadsbesluit geen specifieke afspraken gemaakt, waardoor het hele grondgebied beschikbaar blijft voor windturbines binnen de geldende regels.
Hierin houdt de provincie rekening met het vastgestelde windbeleid van de gemeente Raalte. Provinciaal zonbeleid Sinds oktober 2024 is de zonneladder van Overijssel aangescherpt. Zonneparken op natuur- en landbouwgrond zijn niet langer toegestaan. Alleen restruimtes, kleinschalige landschappelijk ingepaste zonnevelden tot 2 hectare en zonnepanelen op daken zijn nog mogelijk. Regionale Energiestrategie 1.0 De Regionale Energie Strategie (RES) is een plan waarin Nederlandse regio’s samenwerken om hun energievoorziening verduurzamen. In de RES West-Overijssel wordt samengewerkt met tien gemeenten, de provincie Overijssel, vier waterschappen en drie netbeheerders. Deze partijen wilden samen tot 2030 1,8 TWh opwekken, waarvan 100 GWh door de gemeente Raalte. Vanwege integratie met provinciaal beleid is de RES 1.0 niet meer bindend. Samenwerking tussen de betrokken partijen is wel in stand gehouden en Raalte heeft gekozen om de opwek van 100 GWh door te zetten. Het enige verschil ten opzichte van de RES 1.0 is dat alle zonnedaken hiervoor worden meegerekend; dus ook de panelen op kleine daken zoals woningen. Provinciale energievisie De energievisie van Overijssel wordt begin 2025 vastgesteld.
Deze visie richt zich op het behalen van klimaatneutraliteit in 2050, zoals vastgelegd in de Klimaatwet, door over te schakelen van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen zoals duurzaam opgewekte elektriciteit, waterstof, biogas en warmte. De visie biedt oplossingen voor uitdagingen zoals netcongestie, die de aansluiting van bedrijven en verduurzamingsprojecten belemmert. De provincie kiest voor een gebalanceerde energiemix met een focus op energiebesparing. Warmte en biogas zullen lokaal worden opgewekt, waterstof wordt deels geïmporteerd, en elektriciteit zal grotendeels in Overijssel worden geproduceerd. Collectieve warmtenetten en ruimtebesparende oplossingen, zoals zonnepanelen op daken, worden ingezet om de druk op het elektriciteitsnet te verlichten. Ook vraagt de visie om samenwerking tussen gemeenten, netbeheerders en bedrijven. Hiervoor wordt een uitvoeringsagenda opgesteld. Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) prioriteert regionale energie infrastructuurprojecten aan de hand van maatschappelijke effecten. Het pMIEK strekt tot 2035 en geldt voor elektriciteit,
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
47
waterstof, warmte, groen gas en energieopslag. Het stellen van prioriteiten helpt netbeheerders om investeringskeuzes te maken. Organisaties hebben in 2024 de kans gekregen projecten aan te dragen. De prioritering wordt in de eerste helft van 2025 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Provinciale Omgevingsverordening DeprovincialeOmgevingsverordeninggeeftregelsvooro.a.gemeentelijkeruimtelijkeplannen,grondwaterbescherming, waterbeheer en verkeer. Hierin wordt ingegaan op de kaders voor zonnevelden en de zoekgebieden voor windturbines. Provinciaal Programma Energietransitie Dit programma is een instrument om de ambities uit de RES te realiseren, opgesteld vanuit de constatering dat de twee RES-regio’s in Overijssel de doelen, met name rondom windenergie, uit de RES 1.0 zelf niet halen. Het programma beschrijft het bevoegd gezag van de provincie voor windinitiatieven en hoe mijlpijlen worden behaald. 1.1.3 Lokale afspraken Beleidsnota Windenergie De beleidsnota Windenergie is eind 2024 vastgesteld. Hierin zijn enkele uitgangspunten geformuleerd waar grootschalige windinitiatieven aan moeten voldoen. Er zijn eisen gesteld voor onder andere de afstand tot gevoelige objecten, geluid, slagschaduw, turbineverlichting, flora en fauna, circulariteit, milieueffecten, landschappelijke inpassing, lokaal eigendom en (financiële) participatie.
Parapluplan erfwindmolens Het beleid voor erfwindmolens biedt ruimte voor erfwindmolens tot 40 meter tiphoogte voor eigen gebruik bij (agrarische) bedrijven in het buitengebied, mits deze aan enkele voorwaarden voldoen. Hier wordt gekeken naar o.a. slagschaduw, geluid, externe veiligheid, ecologie, water, bouwveiligheid en het landschap. Subsidieregeling verduurzamen maatschappelijk vastgoed Deze subsidieregeling heeft tot doel het stimuleren van het treffen van maatregelen voor maatschappelijk vastgoed waarmee aantoonbaar energie wordt bespaard of op een duurzame manier wordt opgewekt. Naast reductie van de energiekosten dragen deze maatregelen ook bij aan de vermindering van de uitstoot van koolstofdioxide. Stimuleringsleningen Sportaccommodaties Sportverenigingen en sportstichtingen in Raalte hebben de mogelijkheid om tegen gunstige financiële voorwaarden (onder andere) investeringen te doen die tot een verminderd energieverbruik leiden of afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen. Warmtevisie / Warmteprogramma Alle gemeenten hebben in 2021 een Transitievisie Warmte opgesteld waarin hoog over wordt geschetst hoe de gemeente de transitie naar duurzame verwarming kan vormgeven tot en met 2030.
Het vervolg hiervan is het Warmteprogramma, een programma verplicht vanuit het Rijk, waarin de aanpak voor isoleren en het aardgas vrij maken van de gebouwde omgeving wordt beschreven tot en met 2035. Het Warmteprogramma moet uiterlijk 31 december 2026 zijn vastgesteld en moet iedere 5 jaar worden geactualiseerd. Hierin wordt per wijk of buurt aangegeven of en wanneer er wordt gestart met het maken van een uitvoeringsplan om van het aardgas af te gaan. Hierdoor kunnen inwoners en ondernemers een keuze maken of en wanneer zij gaan investeren in een warmteoplossing. Ook bevat het warmteprogramma een veel gedetailleerder beeld van de huidige situatie in de gemeente.
1.2 Klimaatadaptatie 1.2.1 Landelijke afspraken Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) hebben gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk afspraken gemaakt om het proces van klimaatadaptatie te versnellen en intensiveren. Hiertoe zijn zeven ambities vastgesteld
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
48
die als doel hebben Nederland uiterlijk in 2050 klimaatbestendig in te richten. Een belangrijke afspraak binnen het DPRA is de zes jaarlijkse cyclus van stresstesten, risicodialogen en uitvoeringsprogramma’s, die op gemeentelijk en regionaal niveau wordt uitgevoerd. Deze cyclus dient om wateroverlastlocaties in kaart te brengen en oplossingen te implementeren. Nederland is opgedeeld in werkregio’s die gezamenlijk de opgaven van klimaatadaptatie oppakken. De gemeente Raalte maakt onderdeel uit van werkregio RIVUS. Gezond en Actief Leven Akkoord In het kader van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) hebben gemeenten, Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’s), zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) afspraken gemaakt om samen te werken aan de gezondheid van inwoners tijdens hitteperioden. Hierbij wordt onder meer een hitteplan ontwikkeld en de leefomgeving zo ingericht dat gezondheidsrisico’s tijdens hitte worden beperkt. Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin specifieke dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving wettelijk worden beschermd. In de gemeente Raalte ligt het Natura 2000-gebied Boetelerveld. Natuurnetwerk Nederland De gemeente Raalte omvat verschillende landgoederen en havezaten met hoge natuurwaarden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Dit netwerk verbindt bestaande en nieuw te ontwikkelen natuurgebieden met elkaar en met het omliggende agrarische landschap. Het NNN draagt bij aan het behoud en de bescherming van natuurlijke leefomgevingen, zowel voor flora als fauna, doordat deze wettelijk beschermd zijn. Omgevingswet De Omgevingswet, van kracht sinds 1 januari 2024, bundelt 26 wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Hieronder vallen regels om regen- en grondwateroverlast te voorkomen of te beperken. De gemeente Raalte heeft hierin een zorgplicht voor water- en rioolbeheer. Daarnaast bevat de wet regelgeving ter bescherming van natuurgebieden en soorten, zowel in het buitengebied als in en rond bebouwde omgevingen. De Omgevingswet biedt tevens kansen om klimaatadaptatie en biodiversiteit te bevorderen. Op dit moment heeft de gemeente nog geen wettelijke taak om te zorgen voor de kwaliteit en kwantiteit van ons water. Dat betekent niet dat de gemeente geen baat heeft bij voldoende water van goede kwaliteit. De zorgplicht voor voldoende en schoon (drink)water ligt in lijn met de Drinkwaterwet (artikel 3) vooral bij de drinkwaterleverancier Vitens. De gemeente, draagt samen met medeoverheden verantwoordelijkheid in het beschermen van drinkwaterbronnen en infrastructuur.
De gemeente ondersteunt en is een belangrijke partner in de uitvoering van het regionale beleid vanuit Vitens, de provincie en het waterschap. Nationale maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving De Nationale Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving biedt richtlijnen voor klimaatadaptief bouwen en inrichten. Dit instrument, ontwikkeld door landelijke ruimtelijke ministeries in samenwerking met het VNG, IPO en de Unie van Waterschappen (UvW), formuleert doelen en prestatie-eisen voor thema’s zoals wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingsbeperking. Hoewel de maatlat geen specifieke maatregelen voorschrijft, vormt het een belangrijk kader voor klimaatadaptieve ontwikkelingen. Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), als basis voor de Omgevingswet, pleit voor een meer sturende rol van water en bodem bij ruimtelijke keuzes. Dit betekent dat bij beslissingen over de inrichting van Nederland rekening wordt
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
49
gehouden met de eigenschappen en het natuurlijk functioneren van bodem- en watersystemen. Belangrijke aandachtspunten zijn het vasthouden van water om droogteperiodes te overbruggen en het waarborgen van een goede kwaliteit van bodem en water. Kaderrichtlijn water De doelstelling van deze richtlijn is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten deze ‘goede toestand’ uiterlijk in 2027 realiseren. 1.2.2 Regionale afspraken Bossenstrategie De Bossenstrategie streeft naar meer bos, vitaal bos, meer bomen buiten het bos en duurzaam gebruik van bomen en bossen. Dit draagt bij aan CO₂-opslag en het vergroten van biodiversiteit. De provincie Overijssel wil vóór 2030 circa 3.900 ha extra bos realiseren. Basiskwaliteit Natuur De Basiskwaliteit Natuur is een meetmethode waarmee Overijssel de minimale natuurkwaliteit wil borgen in het buitengebied, daar waar landbouw of wonen leidende functies zijn. Het doel is om algemene soorten te behouden en te herstellen. Gemeenten spelen een cruciale rol in het versterken van deze basiskwaliteit. Programma Natuur voor Elkaar Met het programma Natuur voor Elkaar wil de provincie met gemeenten, waterschappen en andere partners de kennis en liefde voor de natuur bij inwoners en professionals vergroten.
Het programma richt zich op het bewust worden van de maatschappelijke en economische waarde van natuur, het realiseren van meer groen en het verbeteren van de natuurkwaliteit. Provinciale omgevingsvisie De provincie Overijssel werkt aan een nieuwe omgevingsvisie, voortbouwend op het fundament dat in 2022 is vastgesteld. De leidende principes in deze visie zijn bodem- en water sturend te laten zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen, met een versterkte focus op natuurbehoud en -bescherming. In 2025 wordt de Omgevingsvisie definitief vastgesteld. Regionale sponsstrategie (onderdeel NOVEX Verstedelijkingsstrategie) De Regionale Sponsstrategie is één van de overkoepelende programma’s van de Verstedelijkingsstrategie van de Regio Zwolle. Deze strategie richt zich op de regionale ambitie om klimaatadaptief te groeien. Het is een integrale meerjarige aanpak waarin water- en bodemprincipes centraal staan bij ruimtelijke inrichting. Door samenwerking over organisatiegrenzen heen, worden gedeelde uitdagingen gezamenlijk aangepakt. RIVUS strategiedocument en uitvoeringsprogramma In de samenwerkingsregio RIVUS werken we - acht gemeenten, de provincie en het waterschap - aan een duurzaam en doelmatig watersysteem en aan klimaatadaptatie. Het Strategiedocument Klimaatadaptatie (2021) is daarin het gezamenlijk kompas met klimaatadaptatie uitgangspunten voor West-Overijssel.
Dit is uitgewerkt tot concrete acties en projecten in de uitvoeringsprogramma’s Klimaatadaptatie (2021-2028) en Water (2023-2027). Salland Diep Vitens is bezig met de verkenning van nieuwe drinkwaterwinlocaties in Salland. Door de unieke ligging tussen twee zandheuvelruggen (de Veluwe en de Sallandse Heuvelrug) en de aanwezigheid van een diepe kleilaag, lijkt Salland een bijzonder goede locatie voor een diepe drinkwaterwinlocatie. Raalte neemt deel in de Ambtelijke Begeleidingsgroep voor het Sallands Diep, samen met Dalfsen, Zwolle en de provincie Overijssel. Ook zijn er regelmatig bestuurlijke begeleidingsoverleggen met de betrokken partijen.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
50
1.2.3 Lokale afspraken Beleidsplan biodiversiteit Het beleidsplan biodiversitiet (2024-2030) hanteert de ambitie: ‘’Wij willen samen met anderen de biodiversiteit in onze gemeente verrijken door natuurstructuren te versterken en te verbinden.’’ Daar liggen 7 uitgangspunten onder: 1. Natuurstructuurkaarten: ons kompas 2. Biodiversiteit wordt integraal onderdeel bij projecten 3. We maken ons groenbeheer zo ecologisch mogelijk 4. We passen de bestaande openbare ruimte aan 5. We stimuleren en faciliteren natuurinclusief bouwen 6. We gaan meer sámen met anderen aan de slag 7. We verankeren biodiversiteit in de organisatie Gemeentelijk rioleringsplan Doelstellingen en maatregelen om wateroverlast te voorkomen en droogte tegen te gaan door regenwater langer vast te houden, zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan (2021-2030), ofwel het GRP. De visie is: ’Gemeente Raalte wil de natuurlijke kringloop en het natuurlijk evenwicht in het watersysteem respecteren en herstellen. Daarom streven we op lange termijn naar de totale ontvlechting van schoon- en vuilwater in de afvalwaterketen.