Bijlage 1 Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
Tekst van het document
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid 2025
Voorwoord Nederland verandert, en Raalte verandert mee. Hoe werken we aan het Raalte van vandaag, en zorgen we ook voor die van morgen? Dat is duurzaamheid. Wij hebben nu uitgewerkt wat duurzaamheid voor ons betekent en wat we willen bereiken. In 2050 willen we dat Raalte energieneutraal, circulair, klimaatadaptief en waterrobuust is. Daar werken we stap voor stap naartoe. Het Overkoepelend Beleidsplan Duurzaamheid 2025 - 2030 geeft daarbij richting. Met de nodige trots presenteer ik nu deze aanpak. We werken aan het Raalte van de toekomst. Duurzaamheid is daarbij cruciaal. Het helpt ons om energie slimmer te gebruiken, onze omgeving leefbaar te houden en onze economie te versterken. Door duurzame keuzes te maken blijft Raalte een aantrekkelijke plek om te wonen, werken en verblijven. De afgelopen jaren zijn er al mooie stappen gezet. Inwoners verduurzamen hun huizen, bedrijven sluiten aan bij de circulaire economie en we passen onze omgeving aan op het veranderende klimaat. Wel merken we dat er meer nodig is. In opdracht van de Raad zullen wij daarom met dit beleidsplan de aanpak verder uitzetten, inspanningen beter op elkaar afstemmen en samenhang creëren tussen de vele initiatieven die er al zijn. De komende jaren blijven we innoveren en stappen zetten. Dit doen we met een praktische en haalbare aanpak. Dit beleid biedt richting, maar de echte verandering maken we samen.
Ik nodig daarom iedereen uit om met ons mee te doen. Die duurzame toekomst maken we niet alleen voor onszelf, maar ook voor de generaties na ons. Roelof Bisschop, Wethouder gemeente Raalte
Maart 2025
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
1
Samenvatting Het Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid biedt de gemeente Raalte en haar inwoners, ondernemers en organisaties richting om bij te dragen aan een duurzamere samenleving en economie. Duurzaamheid brengt ons kansen. Kansen om ons toekomstbestendig te ontwikkelen, en de uitdagingen van nu en later aan te pakken. Zo zorgen wij voor een blijvend aantrekkelijke en weerbare gemeente, waar we onze uitstoot en het gebruik van grondstoffen minimaliseren, en we ons aanpassen op het veranderende klimaat. Duurzaamheid omvat in dit beleidsplan energie, klimaatadaptatie en circulariteit. Door deze thema’s samen te voegen in dit beleidsplan, kunnen de verbindingen tussen de thema’s worden benoemd, wat samenhang en meerwaarde creëert. Per thema zijn ambities en doelen uitgewerkt voor 2030 en met een de verdere blik voor 2050. Om deze doelen te bereiken zijn er actielijnen en uitgangspunten tot en met 2030 uitgewerkt. Deze pakken wij de komende jaren samen op.
Uitgangspunten Groei • We gaan voor toekomstbestendige nieuwbouw en een inrichting die voorziet in de behoeften van huidige generaties, zonder de behoeften van toekomstige generaties te beperken. • We zien duurzaamheid als kans om onze gemeente te blijven ontwikkelen. • We werken samen met inwoners, ondernemers en partners aan duurzame ontwikkelingen. We geven een extra stimulans en faciliteren waar nodig. • We kiezen voor groei-ontwikkelingen die zelf voorzien in de energievraag, niet de druk op het elektriciteitsnet vergroten en de CO2 uitstoot beperken ten behoeve van een gezonde leefomgeving. Wijken & dorpen • We nemen een regisserende rol in om onze wijken en dorpen duurzaam in te richten, waarbij we in de huidige én toekomstige behoeften voorzien. • We werken samen met onze inwoners, ondernemers en partners om onze wijken en dorpen te verduurzamen. We stimuleren en faciliteren hen om duurzame maatregelen en initiatieven uit te voeren. • We kijken naar wat waar nodig en mogelijk is. We werken daarom wijkgericht. • We gaan concreet en zichtbaar aan de slag in onze wijken en dorpen. Wat kan, pakken we direct op. elektriciteitsnet vergroten en de CO2 uitstoot beperken ten behoeve van een gezonde leefomgeving. Buitengebied • We ontwikkelen het buitengebied van Raalte verder als groen en innovatief productielandschap.
• In het buitengebied werken we samen en in samenhang aan de biodiversiteit, robuuste watersystemen, klimaatbestendigheid en bodemkwaliteit. • We stimuleren en faciliteren duurzame en innovatieve maatregelen en initiatieven aan zowel woningen als (agrarische) bedrijven. Gemeentelijke organisatie • De gemeente heeft een voorbeeldfunctie om aan de slag te gaan met duurzaamheid.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
2
Inhoudsopgave Voorwoord
1
Samenvatting
2
1.
9
Inleiding
2.
Duurzaamheid 2.1 Definitie 2.2 Doelen en ambities 2.2.1 Energie 2.2.2 Klimaatadaptatie 2.2.3 Circulariteit
11 11 11 11 12 13
3.
Energie 3.1 Energietransitie in Raalte 3.1.1 Opwek 3.1.2 Elektriciteit 3.1.3 Isoleren en duurzaam verwarmen 3.1.4 Duurzame mobiliteit
14 14 14 17 20 22
4.
Klimaatadaptie 4.1 Klimaatadaptatie en biodiversiteit in Raalte 4.1.1 (Grond)wateroverlast 4.1.2 Droogte en (drink)water beschikbaarheid 4.1.3 Hitte 4.1.4 Biodiversiteit en vergroenen
24 24 25 26 26 26
4.2 Hoe we Raalte klimaatadaptief maken 4.2.1 We lossen aan de hand van de DPRA-cyclus knelpunten op 4.2.2 Klimaatadaptatie nemen we mee in onze ruimtelijke inrichting 4.2.3 We gaan wijkgericht aan de slag om ons bebouwd gebied klimaatadaptief in te richten 4.2.4 We bouwen aan een toekomstbestendige gemeente 4.2.5 We positioneren ons verder in het toekomstbestendig maken van ons buitengebied 4.2.6 We stimuleren en faciliteren klimaatadaptieve maatregelen 4.2.7 We werken aan toekomstbestendig beheer van de openbare ruimte 4.2.8 We gaan samen met anderen aan de slag 4.2.9 We werken aan communicatie en kennisontwikkeling 4.2.10 We weten wat te doen bij extreem weer
27 27 28 29 30 30 30 31 31 32 32
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
4
5.
Circulariteit 5.1 Circulariteit in Raalte 5.1.1 Circulaire openbare ruimte 5.1.2 Circulaire economie 5.1.3 Circulaire bouw 5.1.4 Circulaire maatschappij
33 33 33 35 35 36
6.
Duurzaamheid binnen de kernopgaves van Raalte 6.1 Groei 6.2 Wijken & Dorpen 6.3 Buitengebied 6.4 Verduurzamen gemeentelijke organisatie
37 37 38 39 39
7.
Organisatie 7.1 Hoe we duurzaamheid vormgeven binnen de organisatie 7.2 Monitoren en evalueren 7.3 Financiën
40 40 40 41
Bijlagen Bijlage 1. 1.1 1.2. 1.3.
Landelijke, regionale en lokale wet- en regelgeving Energie Klimaatadaptatie Circulariteit
45 45 45 48 52
Omgevingsvisie Raalte 2040
54
2.1 Het buitengebied – Raalte als groen en innovatief productielandschap
54
2.2 Toekomstige wijken en dorpen – Raalte geeft ruimte aan eigenzinnig samenleven 2.3 Identiteit en regio – Raalte als het levendige hart van Salland
54 54
Bijlage 3. 3.1 3.2 3.3
Overzicht actielijnen Energietransitie Klimaatadaptatie Circulariteit
55 55 57 58
Verdere uitwerking van de financiën voor duurzaamheid
59
Bijlage 2.
Bijlage 4.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
5
Begrippenlijst Begrip
Definitie
3-30-300 groennorm
Wetenschappelijk onderbouwde groennorm met als uitgangspunt dat elke woning zicht moet hebben op minimaal 3 bomen, de minimale boomkroonbedekking in een wijk 30% is en iedereen binnen 300 meter van zijn huis minimaal 200 m2 groen, zoals een park, heeft.
20-15-20 groennorm
Wetenschappelijk onderbouwde groennorm met als uitgangspunt dat elke wijk hoort te bestaan uit 20% bladerdek van bomen, 15% middelhoge plantengroei (zoals struiken) en 20% lage begroeiing (zoals gras).
Afkoppelen
Het aanpassen van de hemelwater afvoer (leidingen en vergroenen) waardoor deze niet langer op het (gemengd) vuilwater riool lozen. Dit maakt tot een gescheiden stelstel.
Biodiversiteit
Biodiversiteit is een samenstelling tussen: ‘bio’ (leven) en ‘diversiteit’ (afwisseling en verscheidenheid). Een ander woord voor biodiversiteit is ‘soortenrijkdom’.
Biobased materialen
Materialen zijn gemaakt van hernieuwbare grondstoffen die afkomstig zijn uit de levende natuur. Dit zijn grondstoffen uit veeteelt, tuin-, land- en bosbouw.
Biogas
Biogas is gas dat wordt geproduceerd door de vergisting van mest, gft of ander organisch afval.
Regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE)
Dit is een Specifieke Uitkering van het Rijk bestemd voor de uitvoering van nieuwe taken die als gevolg van het klimaatakkoord bij gemeenten zijn belegd.
Circulariteit
Dat producten na gebruik ingezet kunnen worden als grondstof voor nieuwe producten of materialen.
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)
Plan waarin het Rijk, provincies, waterschappen, gemeenten, provincies afspraken hebben gemaakt om het proces van klimaatadaptatie te versnellen en intensiveren. Hiertoe zijn zeven ambities vastgesteld die als doel hebben Nederland uiterlijk in 2050 klimaatbestendig in te richten.
Energiearmoede
Huishoudens met energiearmoede hebben een laag inkomen in combinatie met hoge kosten voor gas en elektriciteit of een woning met een lage energetische kwaliteit.
Energieneutraal
Een netto uitstoot van nul broeikasgassen. Een eventueel restant van uitstoot kan door onttrekking of afvang worden gecompenseerd.
Energietransitie
De overstap van fossiele brandstoffen (o.a. olie, gas en kolen) naar duurzame energiebronnen (o.a. zon, wind en biomassa) om klimaatverandering tegen te gaan.
FTE
Dit staat voor Full Time Equivalent en is een meeteenheid die de totale arbeidsuren van een voltijdse werknemer vertegenwoordigt.
Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) (2021-2030)
Dit beleidsplan geeft inhoudelijke, financiële en programmatische sturing aan het riolerings- en waterbeheer van Raalte.
Groengas
Groen gas is gas uit biomassa dat is verbeterd tot aardgaskwaliteit.
GWh (Gigawatt uur)
Eenheid voor een hoeveelheid stroom. Één GWh is de stroom die een centrale of windmolen met een vermogen van één gigawatt in een uur kan leveren.
HVO-diesel
HVO staat voor “Hydrotreated Vegetable Oil” en is een nieuw type dieselbrandstof. Het is een biobrandstof die wordt gebruikt in de transportsector als duurzaam alternatief voor fossiele brandstof.
Klimaatadaptatie
Het aanpassen van onze omgeving, gebouwen en gedrag aan een steeds extremer klimaat, evenals het accepteren van bepaalde risico’s en/of overlast.
Klimaatadaptieve maatregelen
(Fysieke) aanpassingen, zoals het vergroenen of het afkoppelen van het gemengde riool, die de weerbaarheid tegen klimaatextremen vergroten.
kWp
Staat voor kilowattpiek, een maatstaf voor de maximale capaciteit van een zonnepaneel of een zonnepaneelsysteem.
Laadinfrastructuur
De samenhang van laadstations, aansluitingen op het net en alle andere zaken die nodig zijn om elektrische voertuigen te laden.
Lokale Aanpak Isolatie (LAI)
Specifieke Uitkering van het Rijk bedoeld voor het opstellen van een regeling voor het isoleren van woningen in particulier bezit met een laag energielabel of met een slechte isolatie.
Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving
Biedt nationale richtlijnen voor klimaatadaptief bouwen en inrichten.
Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI)
Met Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen kan een overheid helpen bij het aanpakken van klimaatverandering en het overstappen naar een circulaire economie door zorgvuldig te kiezen wat ze koopt.
Meerjarig Investeringsprogramma (MIP)
De sectorale en integrale herinrichtingsprojecten vanuit beheer (o.b.v. data en inspecties).
Netcongestie
Het overbelast raken van het elektriciteitsnet door te veel vraag of te veel aanbod van elektriciteit.
Netverzwaring
Het uitbreiden of versterken van het elektriciteitsnet, waaronder het plaatsen van nieuwe elektriciteitshuisjes en het vervangen van kabels.
P&C Cyclus
Planning & Control cyclus; jaarlijks terugkerende cyclus, met als doel om het beleid en de bedrijfsvoering van de gemeente te beheersen. De cyclus geeft inzicht in de doelstellingen van de gemeente, of ze deze bereikt en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn.
Primaire grondstoffen
Materialen, die uit de natuur worden gewonnen om toegepast te worden als grondstof of bouwstof waarbij het dezelfde functie behoudt zoals bijvoorbeeld olie, gas en steen.
Regionale Energie Strategie (RES)
Strategie waarin Nederlandse regio’s samenwerken om hun energievoorziening verduurzamen. In de RES West-Overijssel wordt samengewerkt met tien gemeenten, de provincie Overijssel, vier waterschappen en drie netbeheerders. Deze partijen wilden samen tot 2030 1,8 TWh opwekken, waarvan 100 GWh door de gemeente Raalte. Vanwege integratie met provinciaal beleid is de RES 1.0 niet meer bindend.
Regionale Sponsstrategie
Eén van de overkoepelende programma’s van de Verstedelijkingsstrategie van de Regio Zwolle. Deze strategie richt zich op de regionale ambitie om klimaatadaptief te groeien.
RIVUS
Samenwerkingsverband dat zich richt op de waterketen en klimaatadaptatie. Het bestaat uit 8 gemeenten, Waterschap Drents Overijsselse Delta en de Provincie Overijssel. Ook drinkwaterbedrijf Vitens is betrokken. RIVUS werkt aan de hand van een strategie en uitvoeringsprogramma’s
Salderingsregeling
De regeling waaronder eigenaren van zonnepanelen de opwek van elektriciteit die ze terugleveren aan het net mogen wegstrepen tegen de gevraagde elektriciteit op een ander moment.
Sallandse Weteringen
Dit stelsel van weteringen verzorgen de hoofdafvoer van water uit Salland, waar Raalte een groot deel van uitmaakt. Het watersysteem stroomt daarin af van de Sallandse Heuvelrug naar de IJssel en Zwolle.
Soorten Management Plan (SMP)
In een Soorten Management Plan staat voor een heel gebied welke beschermde diersoorten aanwezig zijn net als maatregelen, regels en afspraken voor het renoveren, bouwen, isoleren en slopen die met deze soorten rekening houden.
Specifieke Uitkering (SpUk)
Geld dat een gemeente van het Rijk krijgt om een taak uit te voeren. In deze context zijn er middelen beschikbaar gesteld voor het behalen van de doelen uit de Klimaatwet.
Sponswerking
De hoeveelheid variatie in water dat het bodem- en watersysteem van een gebied aan kan zonder dat het wateroverlast of droogteschade veroorzaakt.
Klimaatadaptatie
Het aanpassen van onze omgeving, gebouwen en gedrag aan een steeds extremer klimaat,
evenals het accepteren van bepaalde risico’s en/of overlast. Small Modular Reactor (SMR)
Kleine modulaire reactoren zijn een categorie van voorgestelde kernreactoren die veel kleiner zijn dan conventionele kernreactoren.
TWh (Terrawatt uur)
Eenheid voor een hoeveelheid stroom. Één TWh is gelijk aan 1000 GWh (zie definitie GWh).
Warmteprogramma
In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.
Warmtetransitie
De overgang van het gebruik van aardgas naar duurzame alternatieven voor het verwarmen van woningen en panden.
Water en bodem sturend
Biedt uitgangspunten om het water- en bodemsysteem een doorslaggevende rol te laten spelen bij de ruimtelijke inrichting en daarmee klimaatschade te voorkomen.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
8
1. Inleiding “We gaan voor een duurzame en schone leefomgeving. Een omgeving waarin het fijn wonen is én blijft. Een omgeving die we met trots kunnen doorgeven aan onze kinderen. Duurzaamheid is breder dan het opwekken van energie. We kijken daarom breed, creatief én innovatief naar hoe de duurzaamheidsdoelstellingen kunnen worden bereikt. Denk hierbij ook aan circulariteit, biodiversiteit, de inzet van nieuwe, slimme technieken en klimaatadaptatie.” - Coalitieakkoord 2022-2026. Verduurzamen biedt de gemeente, haar inwoners, ondernemers en organisaties de kans om te werken aan het Raalte van nu en in de toekomst. Er komen daarin veel uitdagingen op ons af. De gevolgen van klimaatverandering worden steeds duidelijker, onze grondstoffen worden schaarser. Ons energiesysteem vraagt om grote aanpassingen om de uitstoot en daarmee klimaatverandering nog zoveel mogelijk te beperken. Met dit beleidsplan geeft de gemeente richting aan onze duurzaamheidsambities en doelen tot 2030, met een uitkijk tot 2050. Dit is uitgewerkt voor de thema’s energie, klimaatadaptatie en circulariteit. Het geeft ook inzicht in landelijk en regionaal beleid, waar wij als gemeente bij aansluiten. Dit doen wij niet alleen, maar samen met onze inwoners, bedrijven en partners. Verduurzamen biedt kansen.
Zoals het ontwikkelen van innovatieve circulaire businessmodellen, nieuwe biobased producten en het betreden van nieuwe markten. Het kan ook (klimaat)risico’s beperken voor inwoners en ondernemers, en zorgen voor een mooie groenblauwe inrichting. Goed voor mens én natuur. Door over te schakelen op duurzame energie dragen wij bij aan het betaalbaar houden van de energie en aan economische stabiliteit. De gemeente Raalte zet zich al op diverse terreinen in voor een duurzame toekomst. We zijn al bezig met het vergroenen van Raalte, en ons water- en rioolsysteem bestendig te maken tegen extreme regenval en droogte. Hier zijn ook al beleidsstukken en uitvoeringsplannen voor uitgewerkt. Daarnaast lopen er projecten gericht op het bestrijden van energiearmoede en wordt er gewerkt aan een beleidsplan circulariteit voor de openbare ruimte. Met het opstellen van een overkoepelend beleidsplan duurzaamheid streven we ernaar om de lijn uit te zetten tot 2030, en deze beleidsstukken en projecten met elkaar te verbinden. Dit maakt het mogelijk om de voortgang op overkoepelende doelstellingen beter te monitoren en stelt de organisatie in staat om gerichter te sturen. Het schetst doormiddel van actielijnen en uitgangspunten de stappen die we gaan zetten op weg naar het verwezenlijken van deze doelen en ambities tot 2030, en verder.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
9
Figuur 1. Overzicht van de duurzaamheidsthema’s en onderdelen
1.1 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beknopte toelichting op de visie van de gemeente Raalte op duurzaamheid en de thema’s die binnen dit beleidsplan centraal staan. Hoofdstuk 3 richt zich op de energietransitie binnen de gemeente Raalte. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 stilgestaan bij wat we doen op het gebied van klimaatadaptatie en welke keuzes daar de komende jaren nog gemaakt moeten worden. In hoofdstuk 5 geeft dit voor circulariteit weer. Hoofdstuk 6 brengt de acties uit de voorgaande hoofdstukken bij elkaar en brengt verder in kaart waar de verbindingen tussen de thema’s liggen. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 toegelicht hoe we duurzaamheid vorm gaan geven in de gemeentelijke organisatie en welke middelen we hebben voor de uitvoering.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
10
2. Duurzaamheid 2.1 Definitie Duurzaamheid is een breed begrip dat tegenwoordig veel wordt toegepast. Het omvat onderwerpen zoals de vermindering van CO2-uitstoot en de aanpak van klimaatverandering, maar ook de bevordering van biodiversiteit en het (her)gebruik van grondstoffen. Duurzaamheid laat zich echter niet beperken tot een vastomlijnd aantal thema’s; het gaat mede om de wijze waarop we met deze onderwerpen omgaan. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert de volgende definitie van duurzame ontwikkeling: “Een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van huidige generaties, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen. Bij duurzame ontwikkeling gaat het om leefomgevings-, menselijke en economische behoeften. Hiermee wordt namelijk de volledige scope waarin wij mensen leven meegenomen.”
2.2 Doelen en ambities In dit beleidsplan zetten we de doelen en acties uiteen voor energie (inclusief warmte en mobiliteit), klimaatadaptatie (inclusief biodiversiteit) en circulariteit. Door deze thema’s te bundelen, vergroten we de impact op inwoners, ondernemers en de gemeentelijke organisatie. In dit hoofdstuk beschrijven we de ambities en doelen voor deze drie thema’s, in de volgende hoofdstukken zullen we in gaan op de acties die we in Raalte nodig vinden om de ambities en doelen te behalen. 2.2.1 Energie Ambitie & doelen 2050 Volgens de Nederlandse klimaatwet moet de netto-uitstoot van broeikasgassen in 2050 nul zijn, met een tussendoel van 55% reductie in 2030. Dit betekent een CO2-neutrale elektriciteitsproductie, gebouwde omgeving en mobiliteit. Ook in Raalte streven we naar klimaatneutraliteit in 2050. Het doel voor 2050 is daarom om netto geen broeikasgassen meer uit te stoten. Een eventueel restant van uitstoot zal dan door onttrekking uit de lucht of afvang bij de bron moeten worden gecompenseerd. Doelen 2030 In 2030 leggen we de basis voor 2050 door hernieuwbare energie op te wekken en energie te besparen. • In 2030 wekken we 100 GWh hernieuwbare energie op. Dit doel blijft daarmee gelijk aan het doel dat eerder in RES-verband is gesteld. Hierbij tellen we nu alle vormen van hernieuwbare energie mee.
• In 2030 willen we het aardgasverbruik van de gebouwde omgeving hebben teruggebracht tot maximaal 15 miljoen m3 per jaar.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
11
Waar staan we nu om de doelen voor energie te halen? Er is in RES-verband afgesproken dat de gemeente Raalte in 2030 ten minste 100 GWh aan duurzame energie opwekt. Met de komst van de ‘Agenda Energietransitie West-Overijssel’ zijn dergelijke afspraken niet meer van toepassing. Toch blijven we in Raalte werken aan dit doel, waarbij we nu alle opwek meenemen, ook als die wordt gerealiseerd door kleinere installaties. In 2024 stond de teller op 57 GWh duurzaam opgewekte energie. Naast het opwekken van energie is het belangrijk zo veel mogelijk energie te besparen. Zodoende komt van twee kanten het uiteindelijke doel van 2050, geen uitstoot van broeikasgassen, dichterbij. Alle energie die we besparen hoeven we ten slotte ook niet op te wekken. We willen daarom binnen de strekking van het beleidsplan grote stappen zetten op het besparen van energie, specifiek binnen de gebouwde omgeving. Waar het gasverbruik van de gebouwde omgeving in 2022 nog 26 miljoen m3 was, moet dat zijn teruggebracht tot 15 miljoen m3 in 2030.
2.2.2 Klimaatadaptatie Ambitie & doelen 2050 In 2050 is Raalte volledig klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Dit betekent dat we de gevolgen van hevige neerslag, langdurige natte of droge periodes en hitte op kunnen vangen. Klimaatextremen leiden dan niet tot schade aan bebouwing, infrastructuur en voorzieningen; en vitale functies en voorzieningen blijven altijd beschikbaar. De leefomgeving is hittebestendig ingericht en gezondheidsrisico’s zijn beperkt. Groenblauwe structuren zijn zichtbaar verweven, er is voldoende sponswerking van het water- en bodemsysteem en er is voldoende gevarieerd, verbonden en inheems groen. Om onze ambitie te bereiken, zijn onze doelen voor 2050 dat: • Alle wateroverlast locaties zijn opgelost of, wanneer de inspanning niet afweegt met het resultaat, geaccepteerd. • Wij ons afkoppeldoel halen, wat nu staat op 87 hectare (peiljaar 2021). Zo zijn onze gebouwen en het verhard oppervlak in 2110 volledig ontvlochten van het gemengde riool. • We streven naar de 3-30-300 groennorm in al onze wijken en dorpen. Dit betekent een dat deze wijk of dorp goed scoort op deze norm, ofwel een 5 of hoger. De norm houdt in dat iedereen vanuit zijn woning uitzicht heeft op drie bomen, iedere buurt minstens 30% boomkroonbedekking heeft, en iedereen binnen 300 meter naar een openbare groene (koelte)plek kan lopen, zoals een parkje.
We beseffen dat deze norm in de praktijk niet altijd realistisch is. De norm kan in zulke situaties bijgesteld worden tot een uiterste minimum van 1-20-300. • We streven naar een gevarieerde groene inrichting in al onze wijken en dorpen. Dit betekent een minimaal groenoppervlakte van 40% en dat nieuw aan te leggen groen zoveel mogelijk in lijn is met de 20-15-20 norm. Dit staat voor 20% boomkroonbedekking, 15% middelhoge vegetatie zoals struiken en heesters, en 20% lage vegetatie zoals (kruidenrijk) gras. In onder andere de Omgevingsvisie van Raalte, het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), de Nota Klimaatadaptatie en het Beleidsplan biodiversiteit zijn de ambities, doelen en maatregelen over klimaatadaptatie en biodiversiteit verder uitgewerkt. Doelen 2030 In 2030 hebben we grote stappen gezet richting een klimaatbestendig en waterrobuust Raalte. De doelen voor 2030 zijn daarom dat: • Volgens planning wateroverlast locaties zijn opgelost. • Ons afkoppeldoel voor 2030 hebben gehaald. Dit is nu 27 hectare (peiljaar 2021). • 50% van de wijken en dorpen aan de 3-30-300 groennorm voldoen. • 75% van de wijken en dorpen een gevarieerde groene inrichting heeft.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
12
Waar staan we nu om de klimaatadaptatie doelen te halen? De doelen voor het oplossen van wateroverlast locaties en afkoppelen zijn vastgesteld met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2030. Dit plan wordt nu tussentijds geëvalueerd. Op basis van deze uitkomsten kunnen deze doelen waar nodig bijgesteld worden. De status van het groen is met de Scan Wijken en Dorpen meegenomen. Daaruit is gebleken dat 40% van de wijken en dorpen nu goed scoort op 3-30-300 regel. Voor 2030 werken wij daarom concreet naar een toename van drie wijken of dorpen, om tot de 50% in 2030 te komen. 68% van onze huidige wijken en dorpen heeft nu een groenoppervlakte van 40% of hoger. Om tot een percentage van 75% te komen, willen wij dat er drie extra wijken of dorpen hieraan voldoen. Een aandachtspunt is dat er vooral struiken en bomen aangeplant moeten worden, om voor de juiste gelaagdheid te zorgen.
2.2.3 Circulariteit Ambitie & doelen 2050 In 2050 is Raalte volledig circulair. Het is dan onderdeel van een volledig circulaire economie en samenleving, waarin zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, producten en grondstoffen worden hergebruikt en waarin afval niet bestaat. De gemeente heeft vooral invloed op haar eigen werkzaamheden in de openbare ruimte. Het is daarom dat voor 2050 het doel wordt gesteld dat het gebruik van grondstoffen in de openbare ruimte volledig circulair is. Doel 2030 Voor het beleidsplan Circulariteit in de Openbare Ruimte worden nu de huidige materiaalstromen in de openbare ruimte in beeld gebracht. Gebaseerd op deze uitkomsten zullen wij een realistisch en ambitieus (tussen)doel voor de vermindering van het gebruik van (niet-hernieuwbare) grondstoffen opstellen voor 2030. Dit is in de vorm van een percentage en onderliggende doelen, zodat dit meetbaar zal zijn.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
13
3. Energie De energietransitie is de overgang van een energiesysteem dat is gebaseerd op fossiele bronnen (zoals olie, gas en steenkool) naar een systeem dat gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen (zoals zon, wind en biomassa). Deze transitie is gericht op het realiseren van een energiesysteem met minimale CO2-uitstoot. Om dit doel te bereiken, zijn de volgende stappen noodzakelijk: • Energiebesparing: bijvoorbeeld door het verbeteren van isolatie of het verlagen van het energieverbruik; • Overstappen op duurzame energie: zoals de vervanging van aardgas door duurzamere alternatieven; • Opwekken van duurzame energie: bijvoorbeeld door het gebruik van zonnepanelen en windturbines. De gemeente heeft een belangrijke rol in deze transitie door o.a. het begeleiden en stimuleren van inwoners en ondernemers en het verduurzamen van onze eigen organisatie. Mobiliteit en de warmtetransitie vallen ook onder het thema energietransitie.
3.1 Energietransitie in Raalte Ook in Raalte moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen totdat we in 2050 netto niks meer uitstoten. Het is daarvoor nodig om af te stappen van het energiesysteem dat is gebaseerd op fossiele brandstoffen. Het beleid op landelijk, regionaal en lokaal niveau is opgenomen in bijlage 1. In Figuur 2 is weergegeven hoe de energietransitie in dit beleidsplan is onderverdeeld.
Figuur 2. Het thema energie en de subonderdelen 3.1.1 Opwek Duurzame energie kan op meerdere manieren worden opgewekt, waaronder door zonne-energie, windenergie en de vergisting van biomassa. Hieronder worden verschillende opties voor de gemeente Raalte toegelicht. Daarnaast wordt ingegaan op de Agenda Energietransitie West-Overijssel (voorheen RES). Agenda Energietransitie West-Overijssel De agenda Energietransitie West-Overijssel, voorheen de RES West-Overijssel, komt voort uit het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP RES). Dit is het programma waarin Nederlandse regio’s samenwerken om hun energievoorziening verduurzamen. RES West-Overijssel heeft in 2021 RES 1.0 vastgesteld, waarin landelijke energiedoelen zijn vertaald naar regionale oplossingen en doelen voor duurzame elektriciteitsproductie, duurzame warmtevoorziening en versterking van de energie-infrastructuur. West-Overijssel heeft als doel gesteld om in 2030 1,8 TWh aan duurzame energie op te wekken met 40% zonne-energie en 60% windenergie. In 2024 koos het bestuurlijk platform RES West-Overijssel ervoor om geen RES 2.0 vast te stellen, maar een nieuwe
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
14
samenwerkingsvorm te zoeken. Het samenwerkingsverband RES is niet meer bepalend voor grootschalige duurzame energieopwekking, maar bestuurders benadrukken het belang van samenwerking voor voortgang op urgente thema’s zoals de lokale warmtetransitie, het energienetwerk en lokaal eigendom. Er wordt nu gewerkt aan de Agenda Energietransitie West-Overijssel, waarin bestaande en nieuwe doelen en afspraken worden vastgelegd. Op de urgente thema’s willen de lokale bestuurders intensiever samenwerken. Deze agenda behandelt ook communicatie, participatie en acties om de energiedoelen te behalen. Ondanks dat er geen opvolging komt van RES 1.0 blijft Raalte het doel nastreven om in 2030 100 GWh aan duurzame energie op te wekken.
Actielijnen • E1: We werken samen met provincie en andere gemeenten onder de Agenda Energietransitie West-Overijssel aan onze ambities op de energietransitie. • E2: We behouden het doel om in 2030 100 GWh duurzame energie op te wekken. We doen dit niet meer in het kader van de RES-afspraken maar in het kader van de verduurzaming van ons lokale energieverbruik.
Wind Er zijn twee typen windinitiatieven te onderscheiden: grootschalige projecten en erfwindmolens. Voor erfwindmolens heeft de gemeente in mei 2024 beleid opgesteld onder de noemer ‘Parapluplan erfwindmolens’1. Dit maakt erfwindmolens tot 40 meter tiphoogte mogelijk voor eigen gebruik bij (agrarische) bedrijven in het buitengebied, mits deze binnen het bouwvlak staan en goed landschappelijk zijn ingepast. Dit biedt bedrijven, naast zonnepanelen, een extra optie om het energieverbruik te verduurzamen. Voor grootschalige initiatieven geldt het windbeleid van de provincie Overijssel. De gemeente Raalte valt buiten de provinciale zoekgebieden, waardoor windturbines alleen zijn toegestaan als zij voldoen aan de clustereis van minimaal vier turbines. Initiatiefnemers dienen hun plannen bij de provincie aan te melden. In 2024 heeft Raalte, ter aanvulling op het provinciale beleid, gemeentelijk windbeleid vastgesteld met eigen voorwaarden. Hoewel het provinciaal beleid leidend is, houdt de provincie rekening met redelijke en juridisch houdbare gemeentelijke richtlijnen.
Actielijnen • E3: Gemeente Raalte zet zichzelf in ieder geval tot 2030 niet actief in voor grootschalige windturbine initiatieven. Initiatieven kunnen nog wel vanuit de provincie komen.
Zon Zon op land Raalte wil tot 2030 100 GWh duurzame energie opwekken. Door ontwikkelingen zoals netcongestie en strengere provinciale regels zijn nieuwe zon-op-land-projecten echter nauwelijks nog mogelijk. Het gemeentelijke beleid uit 2021 is daardoor verouderd en moet worden aangepast aan het provinciale beleid2.
1. 2.
Buitengebied Raalte, parapluplan erfwindmolens: Regels Zonnevelden zijn onderdeel van de omgevingsverordening van de provincie Overijsel, paragraaf 4.11.1. Omgevingsverordening - Provincie Overijssel Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
15
Zon op dak Zon op dak biedt veel potentie voor de opwek van duurzame energie. Het aantal particuliere installaties groeit gestaag door. Voor ons doel om 100 GWh op te wekken tellen we ook zonnedaken kleiner dan 15 kWp mee. Deze telden niet mee in RES 1.0. Vanwege veranderende omstandigheden, waaronder de toenemende beperkingen op het elektriciteitsnet en het wegvallen van de salderingsregeling, gaan we onderzoeken hoe zonne-energie efficiënt kan worden benut in onze wijken. Dit doen wij in samenhang met de andere duurzaamheidsthema’s en de opgave Wijken en Dorpen.
Actielijnen • E4: We actualiseren het beleid Zon op Land in lijn met het beleid van de provincie Overijssel. • E5: Om de (autonome) groei van zon-op-dak te ondersteunen onderzoeken we hoe we op wijkniveau de opgewekte energie efficiënt kunnen benutten.
Afbeelding 1. Zonnepark in Heeten Biogas en groen gas Biogas speelt een belangrijke rol in de energietransitie, vooral voor sectoren met een hoge aardgasvraag, zoals industriële processen, monumentale kernen en hybride warmtepompen. Biogas is goed op te slaan, integreert relatief goed in het huidige aardgassysteem en biedt daardoor een nuttige aanvulling, al kan het niet de volledige warmtevraag dekken. Mest is de belangrijkste bron voor biogas. Dagverse mest levert de beste resultaten, waardoor verwerking op of nabij het erf het meest efficiënt is. Grootschalige mestvergisting verlaagt kosten, maar vermindert mestkwaliteit, vraagt meer energie en heeft nadelige omgevingseffecten als gevolg van het transport. Toch sluit Raalte grotere projecten of biogashubs niet uit.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
16
In de omgevingsvisie streeft Raalte naar een groen en innovatief productielandschap wat agrarische ondernemers kansen voor een nieuw of aanvullend verdienmodel biedt. Biogasproductie sluit aan bij deze ambitie, waardoor de gemeente positief staat tegenover biogas- en groen-gasprojecten. We benaderen initiatiefnemers die zich melden bij de gemeente dan ook met een positieve grondhouding. Binnen de opgave Buitengebied wordt er verkent welke gebieden mogelijkheden bieden voor de ontwikkeling van de agrarische sector. Er wordt aangehaakt bij deze verkenning en we onderzoeken of deze gebieden ook potentie bieden voor de productie van biogas.
Actielijnen • E6: We maken inzichtelijk of de huidige mogelijkheid voor kleine vergistingsinstallaties binnen het bestemmingsplan nog toereikend is en passen deze indien nodig aan. • E7: We onderzoeken welke potentie er in het buitengebied is voor biogas.
Kernenergie Kernenergie is een belangrijk onderdeel van de huidige strategie van het Rijk om de CO2-uitstoot te verminderen, met plannen voor uitbreiding en vernieuwing van de capaciteit. Het gaat daarbij om grote, dure centrales die veel water uit de omgeving nodig hebben om te koelen. Tegelijk zijn er ontwikkelingen gaande op het gebied van kleinere kerncentrales, zogenaamde Small Modular Reactors (SMR). De belofte is dat dergelijke SMR centrales goedkoop in een fabriek kunnen worden geproduceerd en vervolgens kant-en-klaar worden getransporteerd. Ook zijn er nieuwe reactor types in ontwikkeling waarvan de gesmolten zout kerncentrale (Molten Salt Reactor, MSR) veel aandacht krijgt. Dit type reactoren gebruikt gesmolten zout als koelmiddel dat voordelen oplevert voor de efficiëntie en de veiligheid van de centrale. Het Rijk kijkt niet naar Raalte als potentiële vestigingsplaats voor een nieuwe kerncentrale, daarvoor is ons gebied niet geschikt. In de toekomst kunnen kleinere kerncentrales wellicht een rol vervullen in de opwek van CO2 vrije elektriciteit op een meer lokaal niveau. Daarvoor is het nodig dat de ontwikkelingen met betrekking tot SMRs en eventueel ook nieuwe koeltechnieken verder plaatsvinden. Pas als dergelijke centrales bewezen technologie zijn kan er in Raalte discussie plaatsvinden over de toepassing ervan, en daar gaat nog veel tijd overheen.
Het is daarom dat er tot 2030 niet actief wordt ingezet op de komst van kerncentrales.
Actielijnen • E8: Gemeente Raalte zet zichzelf in ieder geval tot 2030 niet actief in voor de komst van kerncentrales.
3.1.2 Elektriciteit Het elektriciteitsnet vormt de ruggengraat van het toekomstige energiesysteem. Hoewel in Overijssel de keuze is gemaakt om zo veel mogelijk van alternatieve duurzame energiedragers gebruik te gaan maken (zie energievisie provincie Overijssel3), zal het overgrote deel van het energiegebruik gebaseerd zijn op elektriciteit. Het elektriciteitsnet is op elk moment in balans; er is altijd evenveel vraag als aanbod. Voorheen werd elektriciteit opgewekt in aardgas-, kolen- en kerncentrales en werd het getransporteerd naar afnemers. Het was eenvoudig om de productie op en af te schalen om aan de vraag te voldoen. Het huidige systeem is complexer door de opwek van zonne- en windenergie en het opslaan van elektriciteit in batterijen.
3.
Energievisie Overijssel 2050 Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
17
Netcongestie en slimme energieoplossingen De toenemende vraag en aanbod van elektriciteit veroorzaken vaak netcongestie, vergelijkbaar met verkeersfiles, waarbij piekmomenten zorgen voor overbelasting. Grootverbruikers in Raalte kunnen door netcongestie hun gecontracteerde transportvermogen de komende jaren niet verhogen, wat ontwikkeling, verduurzaming en groei kan remmen. Voor kleinverbruikers geldt dit probleem nog niet, maar beperkingen in andere regio’s tonen risico’s voor de toekomst. Als dergelijke beperkingen ook in Raalte gaan gelden, brengt dit onze groeiambitie in het geding. Het is daarom belangrijk om te analyseren wat de impact is van de huidige en eventuele toekomstige beperkingen van het net op de gemeentelijk ambities. Met een daaropvolgend actieplan zorgen we voor zo min mogelijk negatieve gevolgen voor de ambities. Bedrijven kunnen de gevolgen van netcongestie beperken door energie te besparen, systemen slim in te richten of batterijen te gebruiken om pieken op te vangen. Samenwerking tussen bedrijven, waarbij verbruik, opwekking en opslag worden afgestemd, kan verdere verlichting bieden. Wij pakken dit waar mogelijk op met andere (duurzaamheids)thema’s, zoals het klimaatadaptief maken van bedrijventerreinen.
Actielijnen • E9: We doen een impactanalyse van de huidige en eventuele toekomstige beperkingen van het elektriciteitsnet op onze gemeentelijke doelen en ambities. Het daaropvolgend actieplan moet de impact zoveel mogelijk mitigeren. • E10: We werken toe naar mogelijkheden voor toekomstbestendige (nieuwbouw)wijken. Het minimaliseren van de vraag naar elektriciteit is hierbij de sleutel. • E11: We stellen ons faciliterend op richting ondernemers en bedrijventerreinen op het gebied van samenwerking in energie-uitwisseling.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
18
Afbeelding 2. Bedrijventerrein Blankenfoort, Heino. Energie delen op bedrijventerreinen Begin 2024 is op bedrijventerrein De Zegge een sprintsessie gehouden om ondernemers bij elkaar te brengen en samenwerking te zoeken op het gebied van elektriciteit. Met een startkapitaal, ingelegd door de ondernemers, de gemeente en de provincie, wordt een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden uitgevoerd. Naar verwachting gaan enkele bedrijven samenwerken. Bedrijventerreinen Blankenfoort en ’t Zeegsveld in Heino zijn op eigen initiatief hetzelfde proces al eerder gestart en hebben dit onder andere gecombineerd met de vergroening van het terrein.
Netverzwaring Door een toenemende vraag én aanbod van elektriciteit is een uitbreiding van het elektriciteitsnet vereist. Dit betekent meer hoog- en middenspanningsstations in de openbare ruimte en zwaardere kabels in de lucht en onder de grond. Vanwege de urgentie van de uitbreiding van het net gebeurt dit vooralsnog zonder mogelijkheid de werkzaamheden te koppelen aan bestaande gemeentelijke werkzaamheden, zoals de herinrichting van straten. Verder in de toekomst zijn dergelijke koppelkansen er waarschijnlijk wel. In Raalte is TenneT in 2023 gestart met de verzwaring van het hoogspanningsnet en het ondergronds brengen van hoogspanningskabels. Enexis plaatst vanaf 2025 nieuwe middenspanningsstations en verzwaart het laagspanningsnet in veel wijken middels een wijkgerichte aanpak. De gemeente ondersteunt de netbeheerders door uitbreidingsprojecten te faciliteren en procedures te versnellen. Tot 2030 worden de volgende werkzaamheden verwacht: • Hoogspanningslijnen Harculo-Raalte en Raalte-Nijverdal: verzwaring en vervanging van de masten en kabels, klaar in 2026. • Middenspanningsstations: plaatsing van zeven stations, waarvan waarschijnlijk twee na 2030. • Laagspanningsnet: verzwaring in veel bestaande wijken, met een derde tot de helft van de straten en stoepen die deels worden opengebroken en de plaatsing van extra elektriciteitshuisjes.
Alle bestaande wijken komen uiteindelijk aan bod; nieuwbouwwijken worden meteen toekomstbestendig aangelegd.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
19
Om de locatiekeuze van de vele nieuwe elektriciteitshuisjes efficiënt te laten verlopen wordt vooraf bepaald op welke aspecten en met welk proces locaties tegen elkaar worden afgewogen. Het resultaat is een afwegingskader voor de plaatsing van elektriciteitshuisjes.
Actielijnen • E12: We werken samen met de netbeheerders om de verzwaring van het elektriciteitsnet te faciliteren en de procedures vlot te laten lopen. • E13: Er wordt een afwegingskader voor de plaatsing van elektriciteitshuisjes in de openbare ruimte opgesteld. • E14: Waar mogelijk stemmen we de wijkgerichte aanpak van het elektriciteitsnet af op andere gemeentelijke werkzaamheden.
Waterstof Waterstof speelt een belangrijke rol in het toekomstige energiesysteem doordat het kan worden omgezet in elektriciteit of warmte zonder CO2-uitstoot. Hoewel er energie verloren gaat bij de omzetting, wordt dit verlies door technologische ontwikkelingen steeds kleiner. Overtollige duurzame elektriciteit kan worden gebruikt om groene waterstof te produceren, dat later weer wordt omgezet naar elektriciteit of wordt gebruikt voor transport en industriële processen. Een landelijk netwerk van waterstofleidingen verbindt uiterlijk in 2030 de grote industriële clusters. Het oostelijke deel van het landelijke waterstofnetwerk loopt door Raalte, wat kansen biedt voor aansluiting. Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en Hynetwork (Gasunie) zijn verantwoordelijk voor de aanleg. Zij starten in 2025 met het bestuurlijk platform Waterstofnetwerk Oost-Nederland en een ambtelijke werkgroep. De Energievisie van de provincie Overijssel4 benadrukt het belang van waterstof voor duurzame hogetemperatuurprocessen en vrachtvervoer. Aangezien grootschalige productie van waterstof in Raalte onwaarschijnlijk is, zal de gemeente bij een grote vraag naar waterstof moeten zorgen voor een aansluiting op het landelijke waterstof-netwerk en de vraag concentreren bij deze aansluiting om de (maatschappelijke) kosten te beperken.
Actielijnen • E15: We haken aan bij de waterstof werkgroep en bestuurlijk platform Waterstofnetwerk Oost-Nederland. • E16: In samenwerking met buurgemeenten en de provincie onderzoeken we of en waar aansluitingen op het waterstofnetwerk wenselijk zijn.
3.1.3 Isoleren en duurzaam verwarmen Het gebruik van fossiele brandstoffen wordt uitgefaseerd, waardoor o.a. nieuwbouwwoningen geen gasaansluiting krijgen. Tot 2018 werden de meeste nieuwbouwwoningen uitgerust met een gasaansluiting, waardoor een groot deel van de gebouwen in Nederland worden verwarmd door de verbranding van aardgas. Al deze panden moeten voor 2050 van het aardgas af, waardoor de uitdaging groot is. Hiervoor volgen we verschillende actielijnen.
4.
Energievisie Overijssel 2050 Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
20
Isolatie Om panden aardgasvrij te maken, is goede isolatie cruciaal. Dit bespaart namelijk energie en maakt het mogelijk om te verwarmen op lage temperatuur, zoals met een warmtepomp. Het Rijk streeft ernaar om in 2030 minstens 2,5 miljoen gebouwen te isoleren via het Nationaal Isolatieprogramma. We hebben middelen uit de Specifieke Uitkering (SpUk) Lokale Aanpak Isolatie (LAI) ontvangen en werken in 2025 aan een subsidieregeling voor slecht geïsoleerde woningen. Inwoners en ondernemers kunnen daarnaast gebruik maken van de landelijke Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE). Vanuit de gedachten dat bespaarde energie niet hoeft te worden opgewekt, is het van belang vol in te zetten op isolatie van gebouwen. De gemeente heeft daarnaast ook een zorgplicht vanuit de Wet Natuurbescherming. Onder andere vleermuizen, die in de spouwmuren van gebouwen zitten, moeten worden beschermd. In een Soorten Management Plan (SMP) wordt opgenomen hoe specifieke diersoorten worden beschermd en hun leefomgeving wordt verbeterd. We stellen daarom een SMP op. Om het vastgoed van (niet-professionele) maatschappelijke organisaties in de gemeente te helpen verduurzamen is er in 2024 een subsidieregeling opgesteld. De regeling is bedoeld voor het isoleren van gebouwen en het vervangen van installaties om daarmee het energieverbruik te verlagen.
Organisaties die gebruik maken van deze regeling kunnen grote stappen zetten richting het aardgasvrij verwarmen van de gebouwen. (Sport)verenigingen kunnen naast deze subsidieregeling mogelijk ook gebruik maken van een borgstelling van de Stichting Waarborgfonds Sport en/of een lening van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting die ook voor verduurzaming kunnen worden gebruikt. De gemeente Raalte verduurzaamt ook het eigen vastgoed. Voor 2027 moeten utiliteitsgebouwen minimaal energielabel C hebben. In 2025 wordt geïnventariseerd welke gebouwen hieraan moeten voldoen, welk energielabel deze hebben en wat nodig is voor een beter energielabel, waarna in 2026 en 2027 de verduurzaming plaatsvindt. Dit draagt bij aan de doelstelling om voor 2030 alle gemeentelijke panden van energielabel C te voorzien wat ook de CO2 uitstoot van het gemeentelijk vastgoed terugbrengt richting het doel van maximaal 49% t.o.v. 2019.
Actielijnen • E17: We zetten een subsidieregeling op voor de isolatie van woningen. • E18: We zetten ons in om zo snel als mogelijk tot een Soorten Management Plan (SMP) te komen. • E19: De subsidieregeling voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed continueren we om zoveel mogelijk maatschappelijke organisaties te helpen verduurzamen. • E20: De gemeente pakt de regie voor de isolatieopgave om te zorgen dat woningen over kunnen gaan naar een duurzame manier van verwarmen, zoals beschreven in de Warmtevisie. • E21: We zien toe op de verduurzaming van utiliteitsgebouwen vóór 2027 zodat de gebouwen aan de minimale eisen van label C voldoen. • E22: Alle gemeentelijke panden worden verduurzaamd om minimaal aan de eisen van label C te voldoen. Waar mogelijk, zetten wij hoger in.
Warmteprogramma We stellen een warmteprogramma op waarin de aanpak voor het aardgasvrij maken van gebouwen vorm krijgt. De in 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Warmtevisie5 vormt hiervoor de basis. Het warmteprogramma wordt uiterlijk eind 2026 vastgesteld en iedere vijf jaar geactualiseerd. Het gebruik van warmtepompen leidt tot een grotere belasting van het elektriciteitsnet. Daarom gaan we onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor collectieve
5.
Warmtevisie Raalte Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
21
warmteoplossingen die minder afhankelijk zijn van elektriciteit. Dit sluit aan bij de Warmtevisie, waarin ook voor Raalte kansen op dit gebied worden benoemd. Dit is in lijn met de provinciale energievisie, waarin de keuze is gemaakt om, waar mogelijk, andere energiedragers dan elektriciteit te gebruiken. Dit voorkomt afhankelijkheid van één systeem. In lijn met het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie geven we de warmtetransitie wijkgericht vorm in uitvoeringsplannen.
Actielijnen • E23: Ons Warmteprogramma wordt voor uiterlijk eind 2026 vastgesteld. Deze wordt daarna iedere vijf jaar geactualiseerd. • E24: We bepalen welke wijken kansrijk zijn voor de aanleg van een collectieve warmtevoorziening. • E25: We voeren na het vaststellen de Warmtevisie en het Warmteprogramma uit. Waar mogelijk doen we dat als onderdeel van een integrale wijkaanpak.
Energiearmoede Een combinatie van een laag inkomen en hoge lasten voor gas en/of stroom kan leiden tot energiearmoede. Met subsidiegelden vanuit het Rijk hebben we het project ‘Warm voor Elkaar’ opgezet waarmee huishoudens met energiearmoede gratis hulp van een energiebespaarcoach en energieklussers krijgen. Zij gaan met de inwoners in gesprek en brengen kleine energiebesparende maatregelen (o.a. tochtstrips en radiatorfolie) aan om zo de energierekening te verlagen. De subsidiegelden kunnen we nog tot eind 2027 benutten. In 2025 wordt uitbreiding onderzocht, bijvoorbeeld door koppeling met het isolatieprogramma, zodat huishoudens met een lager inkomen meer subsidie kunnen ontvangen. Ook kijken we naar een verruiming van de inkomensgrens zodat meer huishoudens voor de regeling in aanmerking komen.
Actielijnen • E26: We breiden het project ‘Warm voor Elkaar’ uit.
3.1.4 Duurzame mobilieit Wegverkeer heeft een aandeel van ongeveer 17% in de CO2-uitstoot in Nederland. Deze uitstoot zal moeten worden verlaagd naar nul in 2050 om de klimaatdoelen te behalen. Naast het elektrificeren van het vervoer en het delen van vervoersmiddelen kan bijvoorbeeld ook wandelen en fietsen worden gestimuleerd om dit doel te bereiken. Binnen de gemeente Raalte zijn hier de afgelopen jaren op een aantal losse onderdelen stappen gezet. Zo wordt er gebruik gemaakt van het zogenaamde STOMP-principe (zie kader). Er zijn een aantal deelauto’s in de gemeente Raalte, er worden publieke laadpalen geplaatst wanneer hier aanvragen voor zijn en we proberen fietsers de ruimte te geven in onze gemeente. Ook is een deel van ons eigen wagenpark al elektrisch.
Het STOMP-principe uitgelegd Bij gebiedsontwikkeling is het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service, Privéauto) leidend in het beleid van onze gemeente in aansluiting op het beleid van het Rijk en de provincie. De kern van het principe is om bij gebiedsontwikkeling in de eerste plaats actieve mobiliteit te stimuleren en minder prioriteit te leggen bij de privéauto. Dit draagt bij aan een meer duurzame, gezonde en schone wijze van verplaatsen.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
22
Laadinfrastructuur en deelmobiliteit We zien kansen om verdere stappen te zetten op het gebied van duurzame mobiliteit. In de eerste plaats willen we strategische keuzes maken op het gebied van de laadinfrastructuur en zo pro-actiever de elektrificatie van het wegverkeer faciliteren. Dit past in een visie op de laadinfrastructuur, waarbij het van belang is deze regelmatig te herzien. De invloed van elektrisch vervoer op het elektriciteitsnet en de beperkingen die er nu al gelden nemen we hierin mee. Het delen van vervoersmiddelen staat in Raalte in de kinderschoenen. Hoewel de voordelen van deelmobiliteit duidelijk zijn (beperking van de uitstoot, minder verkeersdrukte en minder behoefte aan parkeerplaatsen), is het ook belangrijk dat de deelconcepten aansluiten bij de vraag. We nemen alle opties voor deelconcepten mee in ons onderzoek naar duurzame mobiliteit. Ook bekijken we hoe we de inrichting van de fysieke leefomgeving, waaronder nieuwbouwwijken, het best kunnen laten aansluiten op het gebruik van gedeelde voertuigen.
Afbeelding 3. Opladen van een elektrische auto in Raalte. Duurzame mobiliteit in de gemeentelijke organisatie We willen zelf het goede voorbeeld geven op het gebied van duurzame mobiliteit. De start die we hebben gemaakt met het verduurzamen van ons eigen wagenpark moeten en willen we vervolg geven. Hierbij is het nodig om eventuele drempels, zoals de afwezigheid van laadmogelijkheden, te identificeren. De gemeente heeft de mogelijkheid om voor een brandstof soort (HVO-diesel) te kiezen die minder CO2-uitstoot veroorzaakt in het productieproces ervan, en we doen dit ook voor een deel, ook al brengt dit hogere kosten met zich mee. Ook het woon-werk verkeer van onze eigen organisatie leggen we onder de loep waarbij het duidelijk moet worden hoe en wanneer we gaan zorgen voor uitstootvrije reizen tussen de woonplaats van medewerkers en het gemeentehuis of de gemeentewerf. Vanwege de (veel) hogere aanschafkosten is het verduurzamen van grotere voertuigen zoals vrachtwagens en hoogwerkers nog niet altijd mogelijk. Duurzame opties worden al wel meegewogen in het aankooptraject en er wordt een post opgenomen in de begroting om bij toekomstige vervanging van groot materieel de keuze voor een duurzaam alternatief mogelijk te maken.
We zien veel potentie op het thema ‘duurzame mobiliteit’ voor het verlagen van onze uitstoot, maar we zien ook dat we eerst tijd en ruimte vrij moeten maken om hier verder richting aan te geven.
Actielijnen • E27: In 2025 wordt de laadvisie vastgesteld, welke elke twee jaar wordt herijkt. • E28: We onderzoeken hoe we in de gemeente Raalte structureel plek kunnen geven aan duurzame mobiliteit.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
23
4. Klimaatadaptatie Nederland krijgt een steeds extremer klimaat. We moeten ons daarom weerbaar maken tegen zowel hevige neerslag als langdurige natte of droge periodes. Daarnaast speelt de toenemende hitte een steeds grotere rol, met name in bebouwd gebied. Deze extremen – droogte, wateroverlast en hitte – vragen om aanpassingen in onze omgeving, gebouwen en gedrag. Het proces van zulke aanpassingen, evenals het accepteren van bepaalde risico’s en/of overlast, heet klimaatadaptatie. Beleid op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau is opgenomen in bijlage 1. Voor een klimaatadaptieve inrichting is de aanwezigheid van inheemse biodiversiteit essentieel. Hierin zit ook een wisselwerking. Groen werkt als een ‘spons’ voor het opvangen van regenwater en koelt de omgeving af. Biodiversiteit biedt ons daarnaast ecosysteemdiensten zoals voedsel, bouwmateriaal, brandstof, grondstoffen en maken ons gelukkiger en gezonder. Tegelijkertijd staat de biodiversiteit nog verder onder druk door klimaatverandering. In dit beleidsplan wordt het beschermen, herstellen en versterken van biodiversiteit meegenomen binnen het thema klimaatadaptatie.
4.1 Klimaatadaptatie en biodiversiteit in Raalte We hebben al veel stappen gemaakt in het klimaatadaptief en biodivers maken van Raalte. In deze paragraaf gaan we in op het bestaande beleid en de huidige situatie. We onderscheiden vier thema’s binnen klimaatadaptatie, weergegeven in Figuur 3.
Figuur 3. Het thema klimaatadaptatie en de subonderdelen In de Omgevingsvisie van Raalte, het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), de nota Klimaatadaptatie en het beleidsplan Biodiversiteit zijn de ambities, doelen en aanpak voor klimaatadaptatie en biodiversiteit uitgewerkt. De aanpak van klimaatadaptatie is in lijn met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)6 en de DPRA-cyclus.
6.
In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) staan alle projecten en maatregelen die ervoor zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Dit loopt volgens een 6 jaarlijkse cyclus. Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
24
4.1.1 (Grond)wateroverlast Piekbuien komen in Raalte steeds vaker voor. Het riool- en watersysteem van Raalte is nog niet op alle plekken voorbereid op zulke buien. Tijdens natte periodes kunnen grondwaterstanden oplopen, waardoor er schade kan ontstaan aan bijvoorbeeld kelders en funderingen. Dit vraagt om maatregelen in vooral de oudere wijken, een klimaatbestendige inrichting bij nieuwbouw, en een ‘sponswerking’ zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Maatregelen richten zich vooral op het vermeerderen van groen en het robuuster maken van ons water- en rioolsysteem (zoals met wadi’s).
De sponswerking is de hoeveelheid variatie in water dat het bodem- en watersysteem van een gebied aan kan zonder dat het wateroverlast of droogteschade veroorzaakt. Om de sponswerking te vergroten moet water zo lang mogelijk bovenstrooms vastgehouden worden, vertraagd worden afgevoerd en moet er voldoende bergend vermogen zijn in de lagergelegen delen van een gebied. Water en bodem sturend biedt uitgangspunten om het water- en bodemsysteem een doorslaggevende rol te laten spelen bij de ruimtelijke inrichting en daarmee klimaatschade te voorkomen.
Figuur 4. Visualisatie van sponswerking. Bron: Hydrologic, buro MA.AN, Infram.
Klimaatadaptieve doelen, inrichtingsnormen, maatregelen en projecten zijn voor het bebouwd gebied van Raalte al ver uitgewerkt. Zo moeten nieuwbouwontwikkelingen bestand zijn tegen een bui van 90 mm/u en zijn de locatiekeuzes uit de groeibeelden mede gebaseerd op de principes vanuit water en bodem sturend. Binnen het samenwerkingsverband RIVUS7 wordt er nu gewerkt naar een uniforme ondergrens van doelen en normen voor het stedelijk gebied. Hierbij volgen we de richtlijnen en normen uit de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving8. De huidige wateroverlastlocaties zijn in kaart gebracht met de stresstesten van 2021, verwerkt in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en opgevoerd in het Meerjarig Investeringsprogramma (MIP). We zien echter dat in de praktijk deze projecten vertraging oplopen, en er een inhaalslag nodig is. De gebiedsrapportage van de Sallandse Weteringen, opgesteld vanuit de Regionale Sponsstrategie, geeft aan waar er in Raalte geïnfiltreerd, vertraagd en gebergd moet worden. Deze uitkomsten vragen nog om een concretisering en benodigde middelen. Daarnaast stimuleert en communiceert de gemeente klimaatadaptieve maatregelen bij inwoners, ondernemers en organisaties. Zo lopen sinds 2022 de Klimaatsubsidie en de Groene Schoolpleinen subsidie, waar ook het afkoppelen van het riool en vergroenen onder vallen.
RIVUS is een samenwerkingsverband dat zich richt op de waterketen en klimaatadaptatie. Het bestaat uit 8 gemeenten, Waterschap Drents Overijsselse Delta en de Provincie Overijssel. Ook drinkwaterbedrijf Vitens is betrokken. RIVUS werkt aan de hand van een strategie en uitvoeringsprogramma’s (zie bijlage 1). 8. Link: Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving 7.
Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid gemeente Raalte
25
4.1.2 Droogte en (drink)water beschikbaarheid Het veranderende klimaat zorgt voor meer piekbuien, afgewisseld met lange, droge periodes. Droogte heeft negatieve gevolgen voor de hoeveelheid en kwaliteit van het water. Dit raakt onder andere de natuur, economie, landbouw en bouwopgave. Tegelijkertijd neemt het watergebruik toe, met name tijdens droge en hete periodes. Ons huidige watersysteem is nog ingericht om water zo snel mogelijk af te voeren. De waterbeschikbaarheid staat daardoor onder druk. Door water op de plek waar het valt op te vangen en te infiltreren (sponswerking), wordt wateroverlast én droogteschade voorkomen. De aanpak van droogte is daardoor veelal verbonden met de maatregelen voor het zorgen van een sterkere sponswerking. Belangrijke onderwerpen die in Raalte spelen rondom droogte en waterbeschikbaarheid zijn: • De Regionale Sponsstrategie en daarmee de gebiedsrapportage van de Sallandse Weteringen9; • De verdere borging van de principes uit water en bodem sturend in het omgevingsplan; • Waterwinning(en), waarvan specifiek Salland Diep; • Grondwaterpeilen in het buitengebied. De aansturing hiervan ligt bij het waterschap; • Haalbaarheid van toekomstige wateraansluitingen voor grootgebruikers en nieuwbouw en daaraan gerelateerd de vermindering van de watervraag, met Vitens als trekker.
4.1.3 Hitte Met name het bebouwd gebied van Raalte heeft te maken met toenemende hittestress. Gebouwen, bestrating en ander verhard oppervlak warmt namelijk aanzienlijk meer op dan groen. In het centrum van Raalte kan het daardoor veel warmer zijn dan in het buitengebied. Dit heeft negatieve gevolgen op de gezondheid, met name van ouderen, en op de fysieke leefomgeving. In lijn met het uitvoeringsprogramma van RIVUS en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is er samen met zorgpartners een Lokaal Hitteplan voor Raalte opgesteld. Wanneer het Nationale Hitteplan wordt geactiveerd, handelt Raalte aan de hand van deze aanvullende lokale aanpak. Met het lokale hitteplan kunnen we de mensen die extra kwetsbaar zijn voor hitte, zoals (thuiswonende) ouderen, de juiste zorg leveren en onze aanvullende maatregelen coördineren. Het beleidsplan Biodiversiteit schrijft de 3-30-300 groennorm10 als richtlijn voor, waarbij voldoende schaduw en toegang tot koelteplekken meegenomen worden voor de bebouwde omgeving en nieuwbouw. Er zijn nu geen aanvullende eisen opgesteld voor (gemeentelijke) bebouwing zoals voor vergroeningsmaatregelen, daken (overstekken, groene- en witte daken) of minimaal reflecterend oppervlak. 4.1.4 Biodiversiteit en vergroenen Biodiversiteit is de rijkdom aan verschillende dier- en plantensoorten.