CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

07 TOELICHTING Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4_vastgesteld_1

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nijverdalseweg 13 + Nieuwe Deventerweg 4 (bespreekstuk)28.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (het buitengebied) van de gemeente Raalte. Deze meerwaarde vertaalt zich in: • • • •

het slopen van landschapsontsierende bebouwing; door het slopen van een landschapsontsierende bebouwing van 12.516 m2, neemt de landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied substantieel af; het versterken van de landschappelijke kwaliteit en het ontwikkeling van een landgoed met NSWstatus. Zie ook paragraaf 3.1 en bijlagen 1 en 2 bij deze toelichting; door het bestaande erf Nijverdalseweg 13 en de nieuwbouwlocaties (incl. de voormalige agrarische bedrijfswoning Nieuwe Deventerweg 4) conform de gebiedskenmerken landschappelijk in te passen; De ontwikkeling levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van Mariënheem omdat de geurbelasting als gevolg van de varkenshouderij aan de Nijverdalseweg 13 permanent komt te vervallen. Daarnaast wordt de huidige ontsluiting van het erf aan de Nieuwe Deventerweg 4 verlegd naar de Hondemotsweg. Hierdoor worden kosten bespaard bij de toekomstige ontwikkeling van een nieuwe tunnelbak onder de N348, omdat een alternatieve ontsluiting (parallelweg) niet meer nodig is.

Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de provincie Overijssel met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsimpuls in de groene omgeving. In paragraaf 4.2.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2, lid 1 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling worden (compensatie)woningen in het buitengebied van de gemeente Raalte gerealiseerd. Daarnaast krijgen de bestaande bedrijfswoningen een reguliere woonfunctie en wordt hiermee voor een bredere doelgroep toegankelijk. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale (eigen) behoefte. Daarom is voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.6.4 Vergunningplicht reservering Salland Diep 1. 2.

Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningsplichtig. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta regelt bij verordening dat voor onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, een vergunningplicht geldt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld 3.

4.

Het dagelijkse bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan voor het gebied bedoeld in lid 2 slechts vergunning verlenen voor het onttrekken van grondwater als dit grondwater bedoeld is voor hoogwaardige industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan de vrijstellingsmogelijkheid, bedoeld in artikel 6.11, vijfde lid van het Waterbesluit niet toepassen op de onttrekkingen waarvoor het dagelijkse bestuur op grond van het vorige lid vergunning verleent.

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is geen sprake van onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld. Er is op basis hiervan ten behoeve van het voornemen dan ook geen vergunning noodzakelijk. Gesteld wordt dat het voornemen niet strijdig is met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de boringsvrije zone (artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening). Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.

Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het deelgebieden via de rode sterren indicatief zijn weergegeven (deelgebied Nijverdalseweg 13 rechts, deelgebied Nieuwe Deventerweg 4 – Hondemotsweg e.o. links).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ In het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ is de woonfunctie een veelvoorkomende en passende functie. Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling vindt een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsimpuls plaats. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het gestelde in ‘Ontwikkelingsperspectief’ 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggende situatie is vanwege de ligging in het buitengebied de ‘Stedelijke laag’ niet van toepassing en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. 1.

De ‘Natuurlijke laag’

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het deelgebied aan de Nijverdalseweg 13 is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Natuurlijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘Dekzandvlakte en ruggen’. Het deelgebied aan de Nieuwe Deventerweg 4 – Hondemotsweg BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld e.o. ligt deels in het gebiedstype ‘Beekdalen en natte laagtes’ en ‘Dekzandvlakte en ruggen’. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart opgenomen waarbij het deelgebieden via rode sterren indicatief zijn weergegeven (Nijverdalseweg 13 rechts en Nieuwe Deventerweg 4 – Hondemotsweg e.o. links).

Afbeelding 4.3: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

‘Dekzandvlakte en ruggen’ De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. ‘Beekdalen en natte laagtes’ Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is in het deelgebied Nijverdalseweg 13 niet of nauwelijks meer aanwezig. Deze gronden waren in gebruikt als een agrarisch bedrijfsperceel. Voor wat betreft het agrarische bedrijfsperceel aan de Nieuwe Deventerweg 4 geldt hetzelfde. De overige gronden in de het plangebied ter plekke van de Hondemotsweg e.o. worden deels voorzien van een NSW-status en omgezet naar een landgoed. De gebiedskenmerken uit de natuurlijke laag worden daarbij – voor zover nog aanwezig – mee beschermd. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’. 2.

De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’

In de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart in de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangemerkt als landschapstype ‘Oude Hoevenlandschap’, zoals te zien is in afbeelding 4.4.

Afbeelding 4.4: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

‘Oude hoevenlandschap’ Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Zoals blijkt uit de landschapsplannen wordt aangesloten bij de gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.

De ‘Laag van de beleving’

In deze laag kan ruimtelijke kwaliteit, belevenis, betekenis en identiteit worden toegevoegd door de kwaliteiten van de andere drie lagen te gebruiken. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Het deelgebied Nieuwe Deventerweg 4 – Hondemotsweg e.o. ligt in het ‘IJssellinie inundatieveld’. Voor het deelgebied aan de Nijverdalseweg 13 gelden geen specifieke kenmerken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld

Afbeelding 4.5: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)

'IJssellinie inundatieveld' Dit gebied is één van de bakens in de tijd en brengt een cultuurhistorische ambitie met zich mee. Zoals het creëren van verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens, welke onderdeel van een groter geheel zijn maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen. Tevens kunnen bakens van deze tijd worden toegevoegd. Cultuurhistorische waarden dienen behouden te worden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van beleving’ De functie van het gebied als inundatieveld is niet meer waarneembaar. Het plangebied heeft daarnaast geen cultuurhistorische waarde. De 'Laag van beleving' verzet zich niet tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het beleid van de gemeente Raalte is verwoord in diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveaus. Hierna wordt ingegaan op de in voorliggend geval meest relevante beleidsstukken. 4.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kernopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. In voorliggend geval is de kernopgave voor het buitengebied relevant. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld 4.3.1.2 Buitengebied In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente Raalte haar ambities en ontwikkelrichtingen voor het buitengebied. Het buitengebied is van oudsher de plek voor landbouw. Behalve een productielandschap is het ook een plek waar rust en natuurschoon te vinden is. Dit beeld is, ook in de gemeente Raalte, aan het kantelen door de vele ontwikkelingen die op het landelijke gebied afkomen en deels met elkaar conflicteren. Denk hierbij aan ontwikkelingen in de landbouw (stoppende boeren en VAB), klimaatverandering, de opwekking van duurzame energie en recreatie en toerisme. Raalte als groen en innovatief productielandschap is de ambitie. Deze ambitie vraagt om regie, maar ook samenwerking. Hierbij zijn de volgende vijf ontwikkelingsrichtingen geformuleerd: 1. 2. 3.

4. 5.

Er wordt gekozen voor een sterk en afwisselend landschap door het verder te ontwikkelen, te versterken en te behouden wat waardevol is; Er wordt gekozen voor een toekomstbestendige landbouw die meerwaarde oplevert voor de leefomgeving en het landschap door middel van technologie, innovatie en experiment; Kansen om in stedelijk gebied energie duurzaam op te wekken worden gegrepen. Tegelijkertijd is er erkenning dat de opgave te groot is om alleen in stedelijk gebied op te lossen en daardoor voor een groot deel ook een plek in het buitengebied vindt. Hierbij gaat de strategie uit van een initiatiefrijke samenleving die bouwt op draagvlak, zowel sociaal als financieel, met heldere doelstellingen als kader; Er wordt gekozen voor een vitaal, divers en gemengd buitengebied. Een werk- en productielandschap, waar een balans is met wonen, landschappelijke- en cultuurhistorische kwaliteiten, natuur en recreatie; Er wordt gekozen voor kleinschalige recreatie, die past in het landschap en die aansluit op andere activiteiten in het buitengebied.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’ De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’. Door deze ontwikkeling wordt een veelvoud landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing op twee locaties in het buitengebied van de gemeente Raalte opgeruimd en wordt het bestaande voormalige agrarische erven ingericht als nieuwe woonerven. De erven worden landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken. De nieuwe woningen worden gasloos en duurzaam gebouwd. Tenslotte is binnen de gemeentelijke woningbouwprogrammering rekening gehouden met aanvragen vanuit Rood voor rood, daarmee wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling binnen de programmering past. Er wordt bijgedragen aan een vitaal, divers en gemengd buitengebied. 4.3.2

Beleidsnota Erven in beweging 2021

4.3.2.1 Algemeen Op 21 december 2017 is de beleidsnota ‘Erven in beweging’ vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. Aanleiding hiervoor zijn de veranderingen in het buitengebied van Raalte. Op 9 december 2021 is door de gemeenteraad de beleidsnota op enkele punten aangepast. Deze aangepaste regeling is sinds 6 januari 2022 in werking. In de periode 2012 – 2030 komt naar verwachting ca. 300.000 m2 agrarische bebouwing vrij door bedrijfsbeëindiging van agrarische bedrijven. Om te voorkomen dat op grote schaal leegstand ontstaat bevat de beleidsnota ‘Erven in beweging’ een aantal aanvullende mogelijkheden/instrumenten om leegstand tegen te gaan. De gemeente Raalte zet in op sloop en hergebruik. Enerzijds om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te versterken. Anderzijds om een levendig buitengebied te houden waarin gewoond en gewerkt kan worden. Met de extra mogelijkheden die dit beleid bevat heeft een eigenaar van een erf met leegstaande gebouwen onder andere de volgende mogelijkheden: • •

Naast een woning bouwen in ruil voor sloop van minimaal 850 m2 (rood voor rood regeling) ook de mogelijkheid om op een andere locatie de compensatiewoning te bouwen in ruil voor sloop van minimaal 1.000 m2; Een (niet-agrarisch) bedrijf starten; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld • •

Oppervlakte bijgebouwen verruimen van 100 m2 naar 150 m²; Extra (bij)gebouwen bouwen bij een woning of bedrijf in ruil voor sloop van een veelvoud aan gebouwen (schuur voor schuur regeling).

4.3.2.2 Rood voor rood (extra woning ter financiering sloop) Met de Rood voor Rood regeling kan een woning worden gebouwd en met de opbrengst daarvan gebouwen worden gesloopt. Doel van de regeling is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, door sloop van ontsierende gebouwen. Er moet minimaal 850 m² worden gesloopt om voor de bouw van een woning in aanmerking te komen. Voorwaarde is dat alle landschapsontsierende gebouwen op een erf dat deelneemt aan Rood voor Rood worden gesloopt. De Rood voor Rood regeling is een instrument dat met name voor grotere bebouwingsoppervlakten een goed sloopmiddel blijft. Door de regeling op enkele punten aan te passen kan het instrument aan effectiviteit winnen en kunnen woningen worden gerealiseerd die beter aansluiten op de behoefte (zowel qua plek als qua type). De belangrijkste aanpassingen: •

• •

•

•

•

De voorwaarde dat de compensatiewoning op een slooplocatie moet worden gebouwd is komen te vervallen. De sloopcompensatie is dan minimaal 1.000 m2. Dat betekent niet dat Rood voor Roodwoningen overal gerealiseerd kunnen worden. Alleen locaties die aansluiten op bestaande bebouwing komen in aanmerking. Hiermee worden locaties op een bestaand erf in het buitengebied, lintbebouwing of locaties in- of aansluitend aan dorpen bedoeld; Inzet van sloopmeters uit de sloopbank is mogelijk; Er kunnen andere woningtypen worden gebouwd dan de (nu gebruikelijke) vrijstaande woningen mits deze passen in het gemeentelijk woonbeleid. Bijvoorbeeld: woonvormen met meerdere generaties op één erf, knooperven, kleinere wooneenheden in één gebouw of een tweede bedrijfswoning. De woonvorm moet qua verschijningsvorm / ontwerp passen in het buitengebied (bijv. geen rijwoningen, maar meerdere woningen in een boerderijvorm); Indien op een andere locatie wordt gebouwd dan op de slooplocatie(s) dan geldt dat minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende gebouwen worden gesloopt. Normaal gesproken geldt een minimale sloopeis van 850 m2 om voor één compensatiewoning in aanmerking te komen. Het wordt redelijk geacht de lat hoger te leggen bij bouw op een andere locatie omdat dan locaties in aanmerking komen die beter aansluiten bij de behoefte uit de markt.

Dat betekent dat de Rood voor Rood-woning in potentie ook een hogere waarde vertegenwoordigt en dus meer kan worden gesloopt met de opbrengst; De strikte voorwaarde dat alle (voormalige) bedrijfsgebouwen gesloopt moeten worden komt te vervallen om maatwerk mogelijk te maken. Sloop van alle landschapsontsierende gebouwen op een erf blijft het uitgangspunt. De bestemming van de slooplocatie wordt waar nodig gewijzigd in de bestemming Wonen; Bij bouwplannen van meer dan twee compensatiekavels moet er door een financiële onderbouwing aangetoond worden dat meer dan twee compensatiekavels noodzakelijk is om de sloop te bekostigen. Er wordt dus niet automatisch meegewerkt aan meer dan twee compensatiekavels als er een grotere oppervlakte dan 2.000 m2 wordt gesloopt. 5.000 m2 slopen betekent dus niet automatisch 5 compensatiekavels.

4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Beleidsnota Erven in beweging Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een Rood-voor-Rood-ontwikkeling waarbij initiatiefnemers de agrarische bedrijfsactiviteiten in de deelgebieden reeds hebben gestaakt. De initiatiefnemers zijn voornemens om de leegstaande bedrijfsbebouwing met een totale omvang van 12.516 m2 te slopen en in te zetten in het kader van de Rood-voor-Rood-regeling. Ter compensatie kunnen 8 compensatiekavels worden gerealiseerd uit de sloopmeters afkomstig van de Nijverdalseweg (9.206 m2). Er is voor dit deelgebied door initiatiefnemer middels een financiële onderbouwing aangetoond dat meer dan twee compensatiekavels noodzakelijk zijn om de sloop te bekostigen. De kostenpost genereert 8 compensatiekavels. Voor de sloopmeters afkomstig van de Nieuwe Deventerweg 4 (3.310 m2) geldt dat ter compensatie 2 compensatiekavels mogen worden gerealiseerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld Aan de voorwaarden van Rood voor Rood wordt voldaan. Zo wordt een deel van de compensatiekavels aan en op het bestaande erf aan de Nieuwe Deventerweg 4 gebouwd. Daarnaast worden de erven met compensatiekavels in logische clusters in de Lintbebouwing aan de Hondemotsweg en dichtbij de kern Raalte gebouwd. Geconcludeerd wordt dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsnota ‘Erven in beweging’. 4.3.3

Landschapsontwikkelingsplan Deventer, Olst-Wijhe en Raalte

4.3.3.1 Algemeen De gemeenten Deventer, Olst-Wijhe en Raalte hebben een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld met als doel een gezamenlijk kader te bieden (23 september 2008), op basis waarvan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied kunnen worden beoordeeld, teneinde de ruimtelijke kwaliteit te behouden en te versterken. Het LOP bevat vier belangrijke componenten: a. b. c. d.

inventarisatie en analyse; de LOP-visie 'Een plus voor het landschap'; thematische uitwerkingen; het uitvoeringsprogramma.

4.3.3.2 Deelgebieden Landschapsontwikkelingsplan Het plangebied ligt op basis van het LOP binnen het ‘Zandlandschap’ en specifieke de ‘dekzandvlaktes’. ‘Dekzandvlaktes’ Dit gebied vormt de oorspronkelijke overgang van het oude naar het jonge dekzandlandschap. Het is een oud dekzandlandschap dat onder sterke invloed stond van kwel uit de Sallandse heuvelrug. Het gebied is in de 20e eeuw ontgonnen wat heeft geresulteerd in een uitgesproken ontginningslandschap. Het ruimtelijk beeld van het gebied wordt voornamelijk bepaald door de karakteristieke lanen langs de wegen en de aanwezigheid van de landbouw. Er wordt ingezet op het versterken van het lanenstelsel. Doorgaande structuren zoals het Overijssels Kanaal en de (doorgaande) wegen passen zich aan deze karakteristiek aan: laanbeplanting past hierin. Op de hogere gronden zijn in het verleden essencomplexen en kampen (eenmansesssen) ontstaan. Ten oosten van Raalte en rondom Heeten komen deze escomplexen veelvuldig voor. Door het verdwijnen van randbeplanting rondom de essen zijn de complexen minder herkenbaar geworden. Een opmerkelijk gebied is de Luttenberg, dit is een uitloper van de stuwwal van de Sallandse heuvelrug met een uitgesproken reliëf. Het landschapsbeleid is gericht op het behouden en versterken van de karakteristieken.

4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Landschapsontwikkelingsplan’ In hoofdstuk 3 is uitgebreid op de landschappelijke inpassing ingegaan. Bij het bepalen van de landschapsmaatregelen is rekening gehouden met de kenmerken zoals deze gelden op basis van het Landschapsontwikkelingsplan. Een deel van gronden van het plangebied worden ingericht als landgoed met een NSW-status. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het Landschapsontwikkelingsplan. 4.3.4

Groenbeleid ‘Groen, samen doen!’

4.3.4.1 Algemeen In januari 2017 is het nieuwe groenbeleid ‘Groen, samen doen’ van de gemeente Raalte door de gemeenteraad vastgesteld. In dit document worden de hoofdlijnen weergegeven van het nieuwe groenbeleid en de manier waarop de gemeente hieraan wil werken. Het groenbeleid past binnen de integrale visie op de openbare ruimte en is sterk geënt op de participatiegedachte. Daarnaast biedt dit document inspiratie voor de bewoners en de vrijwilligers die zich inzetten voor het groen. Het groenbeleid dat in deze nota is vastgelegd

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld moet bij de afweging van diverse belangen worden meegenomen. Beleid en activiteiten zijn breed van toepassing op het groen (publiek en privaat eigendom) in de gemeente Raalte. Aanpassingen op het kapbeleid worden gelijktijdig meegenomen. Bij het opstellen van het nieuwe Omgevingsplan is deze groennota een van de onderleggers. Het groenbeleid manifesteert zich rond 7 thema’s. De thema’s ‘handhaven en versterken van groenstructuren’ en ‘bomen- en kapbeleid’ zijn van belang. Hieronder wordt op deze thema’s ingegaan. 4.3.4.2 Maatwerk voor kleinschalige aanpassingen groen- en bomenhoofdstructuur Ervaringen met de groen- en bomenhoofdstructuur leert de gemeente Raalte dat het beleid in incidentele gevallen als (te) knellend wordt ervaren. Met een integrale blik op het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte, waarvan het groen deel uitmaakt, wil de gemeente maatwerk gaan leveren bij verzoeken om kleinschalige aanpassingen van de groen- en bomenhoofdstructuur. Meer flexibiliteit om voor nieuwe ontwikkelingen en opvattingen ruimte te creëren. Dit onder de voorwaarde dat compensatie plaatsvindt.

Daarnaast kiest de gemeente Raalte bewust voor het beschermen van waardevolle houtopstanden waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar deelgebieden, binnen de bebouwde kom (grens bebouwde kom Boswet) en het buitengebied. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt naar eigendom; gemeentelijk en derden. 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid ‘Groen, samen doen!’ In voorliggend geval blijven (waardevolle) houtopstanden binnen en in de directe nabijheid van het plangebied behouden en worden deze eveneens versterkt. Binnen het plangebied wordt zoals blijkt uit de landschapsplannen op diverse plekken groen aan geplant teneinde de woonerven goed in te passen in het landschap. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijke groenbeleid. 4.3.5

Programma wonen 2021 - 2025

4.3.5.1 Algemeen In het Programma Wonen 2021-2025 geeft gemeente Raalte aan hoe ze de komende jaren willen werken aan het wonen in de gemeente. Het woonbeleid kent een aantal accentverschuivingen ten opzichte van het huidige woonbeleid. In de gemeente kunnen jong én oud, arm en rijk, een passende woning vinden in een toekomstbestendige woonomgeving waarbij we ruimte geven aan eigenzinnig (samen) wonen voor onze huidige én nieuwe inwoners. Deze ambitie wordt uitgewerkt in de volgende vijf thema's: • • • • •

Langer zelfstandig wonen in Raalte Duurzaam wonen in Raalte Huren in Raalte Kopen in Raalte Bouwen in Raalte

Er is de laatste jaren een toenemende woningkrapte te zien in zowel de koop- als de huursector en steeds maar stijgende koopprijzen. Tegelijkertijd zal het aantal huishoudens de komende jaren nog groeien. Dit komt enerzijds door de autonome ontwikkeling van gezinsverdunning en anderzijds door het vestigingsoverschot zoals we die de afgelopen jaren ook kenden. De inwoners van de gemeente wonen graag in Raalte en onder gezinnen is Raalte een aantrekkelijke gemeente om naar toe te verhuizen. Landelijk is sprake van woningnood en de regio en provincie hebben een forse groeiambitie die de grote steden niet kunnen oplossen zonder overige gemeenten in de regio. De gemeente Raalte wil graag haar bijdrage leveren aan deze groeiambitie en ziet dit als een kans. De ambitie van de gemeente Raalte op wonen is dat jong en oud, arm en rijk, een passende woningen kunnen vinden in een toekomstbestendige woonomgeving, waarbij de ruimte wordt gegeven aan eigenzinnig wonen voor huidige en nieuwe inwoners.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld In het laatste thema (bouwen in Raalte) komen alle voorgaande thema's samen en gaat over welk woningbouwprogramma passend is bij de ambities van de thema's en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Dit houdt in dat de gemeente tot 2030 uitgaat van het realiseren van 1.500 - 2.000 woningen (in plaats van 700 woningen uit het voorgaande beleid). Hierbij geldt maatwerk per kern en een plus voor Raalte-dorp en Heino. De plus betekent meer bouwen dan de lokale behoefte om ook de vestigers van buiten te kunnen faciliteren. De genoemde kernen zijn hiervoor geschikt vanwege het voorzieningenniveau en ze een goede ontsluiting kennen, zowel via weg als spoor. De groei wordt benut om de woningtypen die nu nog onvoldoende in de programmering aanwezig zijn toe te voegen. De harde plancapaciteit is op 1-1-2021 340 woningen. 4.3.5.2 Toetsing van het initiatief aan het programma wonen In voorliggend geval worden 12 compensatiewoningen gebouwd op basis van de beleidsnotitie Erven in beweging en maatschappelijke KGO. Eén woning wordt gebouwd ten dienste als de beheerderswoning bij het landgoed. Er is in voorliggend geval sprake van een duurzame woningen in het buitengebied. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingespeeld op de kwantitatieve behoefte aan woningen in de gemeente Raalte.

Er is voldoende ruimte voor het toevoegen van de ca. 13 woningen die met dit plan mogelijk worden gemaakt. Daarnaast wordt ingespeeld op de ruimte die wordt gegeven aan eigenzinnig wonen voor huidige en nieuwe inwoners. Er ontstaan verschillende woonerven (variërend in grootte), waarmee bijzondere woonmilieus ontstaan. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het programma wonen. 4.3.6

Welstandsnota Raalte

De gemeenteraad heeft op 29 oktober 2015 de Welstandsnota gemeente Raalte 2016 vastgesteld. Hierdoor is het welstandstoezicht per 1 januari 2016 afgeschaft. In dit bestemmingsplan in de bouwregels de bouwmogelijkheden binnen het plangebied geregeld. De nieuwe erven krijgen een eigen signatuur die samenhangt met de bestaande bebouwing in de omgeving. De uitgangspunten voor de erven zijn uitgewerkt in een inspiratiedocument voor de beeldkwaliteit. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze toelichting. Opgemerkt wordt dat dit document uitsluitend dienst doet als een inspiratiedocument. 4.3.7

Parkeernormen Raalte 2015

Het college van burgemeester en wethouders van Raalte heeft op 3 november 2015 de ‘Parkeernormen Raalte 2015’ vastgesteld. De landelijke parkeerkencijfers van de CROW zijn hierbij als uitgangspunt genomen. Om de bereikbaarheid en kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst te worden aan deze gemeentelijke parkeernormen. In paragraaf 3.2 is hier reeds uitgebreid op ingegaan. 4.3.8

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de hiervoor beschreven beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en trillingshinder.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Algemeen De nieuw te realiseren woningen worden aangemerkt als nieuw geluidsgevoelige object. Voor de bestaande bedrijfswoningen geldt dat op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder geldt dat de geluidbelasting van bestaande woningen niet opnieuw getoetst hoeft te worden bij bestemmingsplanherzieningen. Hieronder valt het omzetten van bedrijfswoningen naar reguliere woningen. Hierna wordt op de aspecten ‘industrielawaai’, ‘railverkeerslawaai’ en ‘wegverkeerslawaai’ nader ingegaan. 5.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.3 Weg- en railverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Tabel 1: Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld In de Wgh is bepaald dat elke weg van rechtswege een geluidszone heeft. Uit jurisprudentie blijkt dat 30 km/uur wegen in de beoordeling moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze wegen een geluidbelasting veroorzaken die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). Een uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen in een 30 km/h-gebied of in een woonerf. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg. De beoogde compensatiewoningen ligt binnen de wettelijke geluidszone van de N348 (Nieuwe Deventerweg) en de Hondemotsweg. In voorliggend geval ligt ten noorden van (de dichtstbijzijnde woningen in) het deelgebied Nieuwe Deventerweg 4 – Hondemotsweg e.a., op circa 110 meter, de spoorweg Zwolle - Almelo. In dit geval is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek naar weg- en railverkeerslawaai verricht om de geluidbelasting van de weg en het spoor op de gevels van de woningen te berekenen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Onderzoekresultaten De geluidbelasting afkomstig van de spoorweg Zwolle – Almelo zorgt niet voor een geluidbelasting hoger dan 55 dB.

Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting ten gevolge van de Hondemotsweg blijkt op alle woningen onder de voorkeurswaarde van 48 dB te zitten. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Nieuwe Deventerweg bedraagt inclusief 2 dB reductie hoogstens 50 dB. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Het treffen van bronmaatregelen en/of overdrachtsmaatregelen is in voorliggend geval niet mogelijk. Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 52 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 52 – 33 = 19 dB. Een karakteristieke gevel heeft een geluidwering van 20 dB. Er hoeven geen extra gevenmaatregelen getroffen worden om aan het Bouwbesluit 2012 te voldoen. Er kan dan ook een hogere waarde worden verleend van 50 dB op woning 01 (uit het onderzoek) op de oost- en zuidgevel. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen.

De ontwerpbeschikking hogere grenswaarden is als bijlage 6 toegevoegd aan deze toelichting. 5.1.3

Conclusie

Het aspect geluid in het kader van de Wgh vormt, met het verlenen van de hogere waarde, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

In dit geval zijn in het deelgebied Nieuwe Deventerweg 4 – Hondemotsweg e.o., ter plaatse van de beoogde woonerven verkennend bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierna worden de onderzoeksresultaten besproken. De volledige onderzoeksrapportages zijn opgenomen in bijlage 7 en bijlage 8 bij deze toelichting. Voor de locatie Nijverdalseweg 13 geldt dat er ten aanzien van de woonfunctie sprake is van een functiewijziging. De bestaande agrarische bedrijfswoning met tuin wordt omgezet naar een reguliere burgerwoning met tuin. In dit geval is ter plaatse van de Nijverdalseweg 13 een verkennend-eindsituatie

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden eveneens hierna besproken. De volledige onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 9 bij deze toelichting.

5.2.2.1 Onderzoeksresultaten Verkennend bodem- en asbestonderzoek Nieuwe Deventerweg 4 In de vaste bodem zijn geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. In de bodem is zintuiglijk en analytisch geen tot maximaal 1,1 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de vaste bodem is een licht verhoogd gehalte aan drins aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan geen bezwaren voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Nieuwe Deventerweg 4 en woonerven Hondemotsweg Op de onderzoekslocatie is een wegtrace aanwezig met een teerhoudende asfaltverharding. De onderliggende puinfundatie is bij indicatieve toetsing aan het Bbk toepasbaar als niet vormgegeven bouwstof. De puinverharding in het puinverharde wegtrace is niet toepasbaar als niet-vormgegeven bouwstof. In de vaste bodem onder het puinverhardingen zijn, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie ter plaatse van de puinverharde wegtrace, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. In de vaste bodem op de verschillende bouwkavels zijn geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen.

Analytisch zijn, met uitzondering van een matig verhoogd gehalte aan arseen en een licht verhoogd gehalte aan PCB’s, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater zijn, na herbemonstering, licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De matig verhoogde gehalten aan zware metalen in de bovengrond en het grondwater betreffen naar verwachting van nature verhoogde achtergrondwaarden. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan geen bezwaren voor de voorgenomen herinrichting. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het vrijkomen en af voeren van teerhoudend asfalt en met niet herbruikbare puinverharding. Verkennend-eindsituatie bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek Nijverdalseweg 13 In de bodem is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. In de vaste bodem zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten en sulfaat aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan sulfaat aangetoond. Het aangetoonde gehalte vormt geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd, en bestaan milieuhygiënisch gezien geen bezwaren voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en herinrichting van de locatie. 5.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet Luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Daarnaast wordt opgemerkt dat de mogelijkheden voor het exploiteren van agrarische bedrijven met bijbehorende uitstoot komt vervallen. Dit heeft een mogelijk positief effect op de luchtkwaliteit. Verder wordt opgemerkt dat er geen gevoelige bestemmingen in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen worden mogelijk gemaakt. Interne werking luchtkwaliteit op het plan Uit de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN) van het RIVM blijkt dat er ter hoogte van het plan zowel in het jaar 2020 als 2030 ruim wordt voldaan aan de grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer voor NO2, PM10 en PM2,5. De concentraties van NO2 en PM10 voldoen tevens aan de advieswaarden van de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie). Voor PM2,5 geldt dat de advieswaarde in 2020 nog net wordt overschreden, maar voor 2030 wordt een verdere verbetering verwacht zodat in dat jaar ook aan de advieswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Het woon- en leefklimaat voor het aspect luchtkwaliteit is goed en geschikt voor de functie wonen. Zie hiervoor onderstaande tabel 2.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld

Tabel 2: Luchtkwaliteit ter hoogte van de planontwikkeling (GCN-kaarten RIVM)

5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Gemeentelijk beleid externe veiligheid

De gemeente wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden. Om de verantwoordelijkheid in te vullen heeft de gemeente Raalte externe veiligheidsbeleid geformuleerd in haar ‘Integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018’. Bij externe veiligheid gaat het om de risico's op de omgeving die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente aanwezig zijn en hoe er met deze en toekomstige risico's dient te worden omgegaan. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het externe veiligheidsbeleid in acht, zoals dat in de rapportage is beschreven. 5.4.3

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In dit geval wordt het deelgebied aan de Nijverdalseweg 13 buiten beschouwing gelaten. Voor dit deelgebied geldt dat hier geen sprake is van het toevoegen van een (beperkt) kwetsbaar object. Ook is er geen sprake van een toename van de personendichtheid op de locatie. Ten aanzien van het deelgebied Nieuwe Deventerweg – Hondemotsweg e.o. is aan de hand van de risicokaart een inventarisatie gemaakt van de aanwezige risicobronnen in de omgeving. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot dit deelgebied (blauwe omlijning) en omgeving weergegeven.

Afbeelding 5.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)

Uit de risicokaart blijkt dat het deelgebied nabij risicobronnen ligt. Het gaat om de N35 en de het tankstation met LPG aan de Heinoseweg 1. Provinciale weg N35 Over de N35 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Voor deze weg geldt een GR-plafond (grens verantwoording groepsrisico) van 47 meter. Het deelgebied valt daar ruimschoots buiten. De afstand van de dichtstbijzijnde woningen tot de weg bedraagt meer dan 250 meter. Een verantwoording over de invloed daarvan op de hoogte van het groepsrisico kan achterwege blijven. Tankstation Heinoseweg 1, Raalte Wat betreft het tankstation met LPG aan de Heinoseweg 1 te Raalte geldt een PR-plafond van 25 meter en een GR-plafond (150 meter). Afstand tot grens invloedsgebied verantwoording groepsrisico. Het deelgebied valt daar ruimschoots buiten. De afstand van de dichtstbijzijnde woningen tot de weg bedraagt meer dan 450 meter. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld Provinciale weg N348 Naast de bovengenoemde risicobronnen dient de provinciale weg N348 ook in ogenschouw genomen te worden. Deze weg wordt niet weergegeven op de risicokaart. Over deze provinciale weg vindt eveneens vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Ten aanzien van deze weg is door AVIV een aanvullende beoordeling gemaakt in het kader van de externe veiligheid. Zie hiervoor ook bijlage 10 bij de toelichting. Uit de aanvullende analyse blijkt dat het plaatsgebonden risico geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. In zowel de huidige als toekomstige situatie ligt het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een toename van het groepsrisico. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Uit de inventarisatie blijkt verder dat het plangebied: • • • 5.4.4

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie

Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven.

Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis worden gezien door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 53, omgeving Nijverdalseweg 13 en Nw. Deventerweg 4 Vastgesteld Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ als volgt omschreven: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.’ De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen , zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied.

Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied ligt in het buitengebied, waar geen sprake is van sterke menging van functies. Er liggen verschillende bedrijven, functies en verkeersknooppunten in de nabijheid. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd wordt. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=e08305c9-0e0a-458e-b3e0-e41ee94a6c58