06 Bp Raalte Kern, verkabeling hoogspanning_Toelichting
Tekst van het document
De gemeente Raalte sluit in economische zin aan op wat de regio te bieden heeft en pakt de kansen die dit haar biedt. Ons sterke MKB en onze innovatieve agrarische sector blijven met de aanwezigheid van jong en goed opgeleid personeel klaar voor de toekomst. Ook is Raalte bereikbaar voor forenzen die maar al te graag in onze gemeente wonen, door middel van robuuste verbindingen en nieuwe mobiliteitsconcepten. Want in onze gemeente is er voor iedereen wel iets te doen Ontwikkelrichtingen Bij het invullen van de ambitie houden we vast aan vier ontwikkelrichtingen 1.
Wij kiezen voor een gemeente die zichzelf aanvullend op de stad positioneert: een plek waar men ruim woont, recreëert in het groen en met elkaar zorgt voor kwaliteit van leven. 2. Wij kiezen voor een sterke wisselwerking tussen de gemeente Raalte en de omliggende regio, om zo te profiteren van economische kansen in Zwolle, Deventer en Twente. We onderscheiden ons met ons vakmanschap en onze open houding ten aanzien van vernieuwing. We dragen uit dat de gemeente Raalte ruimte geeft aan het slim toepassen van innovatie en technologie. 3. We kiezen voor optimale (digitale) bereikbaarheid voor onze inwoners en bedrijven, met een robuuste hoofdinfrastructuur, stationsontwikkeling en nieuwe mobiliteitsconcepten. 4. Wij kiezen voor een gemeente Raalte die zelfvoorzienend is qua energie en die waar noodzakelijk, mogelijk en wenselijk duurzame energie opwekt voor de regio. Het plan sluit aan bij de vierde ontwikkelingsrichting. Het opwekken van duurzame energie is niet alleen een opgave in onze gemeente, maar voor de regio en voor Nederland als geheel. In regionaal verband werken we samen aan een Regionale Energie Strategie (RES) en dragen daarin bij aan het halen van de doelen uit het Klimaatakkoord. Daarbij ligt de vraag op tafel hoeveel elke gemeente wil en kan gaan opwekken en hoe de hoeveelheid op te wekken energie regionaal verdeeld zal worden.
We vinden het van groot belang dat we evenveel energie zelf opwekken als dat we gebruiken. Denk hierbij aan zon, wind, biomassa en omgevings- en restwarmte. Dit is een grote opgave die voor onszelf al genoeg tijd en energie zal vergen. Alleen als het noodzakelijk, mogelijk en wenselijk is zijn we bereid ook blad 27 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
energie voor omliggende gemeenten op te wekken. De grondslag voor de verkabeling Raalte is de omstandigheid dat door veranderingen in het landelijke 380 kV-net en het regionale 110kV-net meerdere hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstation in Overijssel in de toekomt te maken met overbelastingen. In de toekomst vormt dit een risico voor de leveringszekerheid en de kwaliteit van het elektriciteitsnetwerk. Daarom werkt TenneT in Overijssel aan het versterken en uitbreiden van het elektriciteitsnet. De verkabeling in de kom van Raalte is onderdeel van de volgende werkzaamheden: Vernieuwen station Het hoogspanningsstation in Raalte is verouderd en voldoet in de toekomst niet aan de wensen en eisen voor een betrouwbare energievoorziening. Daarom vernieuwt TenneT het hoogspanningsstation. Dit is geen onderdeel van voorliggend plan. Verkabelen in de kom van Raalte Het is de wens van de gemeente Raalte om de bestaande hoogspanningsverbinding in de kom van Raalte te verkabelen; i.c. een ondergrondse hoogspanningskabel aanleggen en de bovengrondse verbinding en hoogspanningsmasten verwijderen. De gemeentraad heeft hier 17 juni 2021 mee ingestemd. Dit wordt in voorliggend plan mogelijk gemaakt. Versterken hoogspanningsverbinding Tussen Zwolle-Raalte en Raalte-Nijverdal versterkt TenneT de bestaande verbinding.
De hoogspanningsverbindingen worden voorzien van nieuwe lijnen (geleiders) en TenneT vervangt de masten en fundaties. Alle aanpassingen en werkzaamheden voert TenneT stapsgewijs uit. Dit is geen nderdeel van voorlggend plan. Hiermee wordt een toekomstbestendig, verbeterd en versterkt elektriciteitsnet in en rond Raalte gerealiseerd en de leveringszekerheid geborgd met ook capaciteit voor de levering van duurzaam opgewekte energie.
3.5
Conclusie Vanuit het relevante beleidskader van Rijk, provincie en gemeenten zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van verkabeling Raalte.
blad 28 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
Hoofdstuk 4
Onderzoek Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek. De onderzoeken zijn vanuit wetgeving,het beleidskader en een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk. In dit hoofdstuk worden ook de traceringsuitgangspunten samengevat. Onderzocht is of de aanleg van verkabeling Raalte belemmerd wordt door omgevingsaspecten. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreidere informatie wordt waar relevant verwezen naar de feitelijke onderzoeken in de bijlagen.
4.1
Uitgangspunten TenneT Bij de Elektriciteitswet 1998 (de "E-wet") is TenneT aangewezen als beheerder van het landelijk hoogspanningsnet zowel op land als op zee. TenneT is daarmee verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net. Daartoe realiseert TenneT nieuwe assets en onderhoudt TenneT bestaande assets op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier. Om dat te bereiken legt TenneT, evenals vele andere functies in de Nederlandse samenleving, een claim op de beperkte beschikbare vrije ruimte in Nederland. TenneT is van mening dat deze claim alleen kan worden gerechtvaardigd indien een goede afweging van belangen heeft plaatsgevonden. Daarbij heeft TenneT de wens om bestaande infrastructuur zoveel als mogelijk ongestoord te laten liggen gedurende de gehele levensfase van een asset (40-50jr). Ook geldt dat TenneT nieuwe infrastructuur zo efficiënt / effectief mogelijk wenst in te passen en te realiseren. Aldus is het streven van TenneT samen te vatten als: 'Duurzame instandhouding en aanleg van assets op een zo efficiënt mogelijke wijze waarbij zo goed als mogelijk rekening is gehouden met alle mogelijke belemmeringen en belangen van stakeholders'. Ten behoeve van dit streven heeft TenneT een aantal beleidsregels opgesteld die van toepassing zijn ingeval door of in opdracht van TenneT nieuwe assets worden gerealiseerd of bestaande assets worden uitgebreid c.q.
grootschalig worden vervangen. Deze beleidsregels zijn in principe gedurende de gehele looptijd van projecten van toepassing. Deze beleidsregels zijn vastgelegd in een zogenoemd 'programma van eisen' (pve). Op dit project zijn het pve voor kabels en het pve met traceringsuitgangspunten van toepassing. Deze door TenneT gehanteerde beleidsregels zijn ook in dit project toegepast en hebben geleid tot een voorkeurstracé zoals in dit bestemmingsplan beschreven.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
4.2.1
Onderzoek Archeologisch bureauonderzoek Er is archeologisch onderzoek uitgevoerd, dat als bijlage 1 en bijlage 2 is bijgevoegd. Het resultaat is hieronder beschreven. De leiding wordt in open ontgraving en door middel van HDD-boringen aangelegd. Naast de ontgravingen ten behoeve van de verkabeling zullen er ook mogelijk ontgravingen op de werkstroken plaatsvinden. Deze mogelijke ontgravingen zijn afhankelijk van de zettingen als
blad 29 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
gevolg van de beoogde werkzaamheden. Deze mogelijke graafwerkzaamheden zullen maximaal 0,80 meter minus maaiveld zijn. Voor een weergave van de ondergrondse 110 kV kabelverbinding, waarbij de delen die via HDD-boringen of open ontgravingen worden aangelegd herkenbaar zijn weergegeven wordt verwezen naar figuur 2.2. in paragraaf 2.3. Volgens het bestemmingsplan Raalte Kern geldt op basis van artikel 26 (Waarde Archeologische verwachtingswaarde), dat bodemingrepen vanaf 100 m² met een diepte van 40 cm -mv vergunningsplichtig zijn. Ten westen van de Nieuwe Deventerweg en langs Kanaaldijk Oostzijde is in het bestemmingsplan geen dubbelbestemming vanwege archeologie opgenomen. Op de beleidsadvieskaart van de gemeente Raalte ligt het centrale deel van het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting. De rest ligt in een zone met een lage verwachting. In het kader van het actuele project is een bureauonderzoek als eerste stap in het AMZ-cyclus vanwege de verstoringsdieptes en de grootte van het plangebied verplicht. Resultaten In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Antea Group in januari 2022 een bureauonderzoek en in februari 2022 een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd te Raalte. Aanleiding is het landelijke verkabelingsprogramma.
Op basis van het wetsvoorstel VET heeft de gemeente Raalte bij TenneT een verzoek ingediend, om een basisontwerp op te stellen voor de verkabeling van de bestaande 110 kV bovengrondse verbindingen in de kern van Raalte. De verkabeling betreft een gedeelte van een tweetal lijnverbindingen, te weten: Harculo-Raalte vanaf mast 40 t/m 43 (lijncode HCL-RT110) Raalte-Nijverdal mast 001 t/m 004 (lijncode RT-NVD110) Conclusies bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek wordt vastgesteld dat in het plangebied vanwege de aanwezigheid van een dekzandrug een middelhoge verwachting geldt. Er kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laat paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Binnen het plangebied kunnen op basis van de eerdere onderzoeken podzolgronden verwacht worden op de hoger gelegen delen van het plangebied die vanaf de prehistorie gunstig zijn geweest voor menselijke activiteiten. Daarbuiten op de lager gelegen delen is de verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden laag. Bovendien kan worden geconcludeerd dat een deel van het actuele plangebied reeds onderzocht is. Daarbij gaat het concreet om het onderzoeksgebied vanaf het 110 kV-station tot aan de Nieuwe Deventerweg. Antea Group adviseert binnen de zone met een middelhoge verwachting (dekzandrug) vervolgonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek op twee locaties (afbeelding 11).
De eerste locatie (Iepensingel) ligt direct ten oosten van het transformatorstation, waar een HDD-kuip en aansluiting op het station is voorzien (in open ontgraving). Hier geldt een middelhoge verwachting. De tweede locatie betreft locatie het Erf in de wijk Vloedkampen waar twee HDD-kuipen zijn voorzien met een korte aanleg in open ontgraving, en voorts een mogelijke uitlegstrook wordt voorzien. Of bij dit gebruik uiteindelijk bodemverstoring zal plaatsvinden is nog niet geheel bekend, aangezien het plan nog in voorbereidingsfase bevindt en dergelijke details nog uitgewerkt zullen worden. De HDD-boringen inclusief de in- en uitreedpunten vormen geen bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden vanwege de aanlegdiepte van de HDD circa 10 m tot 25 m – mv. Deze zones kunnen net als de gebieden waarin reeds onderzoek heeft plaatsgevonden (het 110kV station zelf en de aanleg tussen het station en de Nieuwe Deventerweg) worden vrijgegeven. Conclusies en advies verkennend booronderzoek Op deellocatie Iepensingel bestaat het profiel tot aanzienlijke diepte (minimaal 1,6 m -mv en maximaal 2,7 m -mv) uit opgebrachte en omgewerkte pakketten. Hieronder ligt direct een C-horizont (boringen 02, 03 en 04) en in een enkele boring (01) een restant van een eerdlaag, blad 30 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
gevormd in dekzand. Dit betreft een restant van een goor- of beekeerdgrond. Van de eerdlaag resteert slechts 15 cm. In de overige boringen is deze laag geheel verdwenen. De mate van verstoring, ondanks bedekking door aanzienlijke ophogingslagen, is vrij hoog. Op locatie het Erf is voor het meest oostelijke boringen geen reconstructie te maken van de oorspronkelijke bodem: het profiel bestaat onder een gering omgewerkt pakket uit een C-horizont, al dan niet iets roestig bovenin. Voor het westelijke deel is uit de absolute hoogteligging te herleiden dat het hier een dekzandrug aanwezig is. De bodem bestaat uit omgewerkte lagen die direct op een C-horizont ligt. De oorspronkelijke (historische) bodem zal hier hebben bestaan uit een humeuze ploegvoor op de C-horizont (maar geen duidelijk enkeerdgrond). Podzolbodems of geroerde resten daarvan zijn niet aangetroffen. De aangetroffen bodems zijn onvoldoende intact om de eventuele de aanwezigheid van intacte archeologische vindplaatsen te ondersteunen. Wij adviseren daarom om, in aanvulling op het advies uit het bureauonderzoek, ook de nader onderzochte locaties vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie.
Dit advies wordt gegeven voor het tracé zelf (de open ontgravingen en HDD-putten op beide onderzochte locaties), alsook voor een eventueel te realiseren werkstrook of uitlegstrook langs de weg het Erf (te weten binnen de begrenzing van het onderzoeksgebied zoals weergegeven op afbeelding 11 in dit rapport). In de uitvoeringsfase kunnen eventueel nog andere werkterreinen in en om het plangebied worden ingericht. Mits daarbij grondroering wordt voorzien en mits de locatie binnen de zone die op afbeelding 5 is aangemerkt als een zone met middelhoge verwachting valt, dan kan daar alsnog een archeologisch onderzoek verplicht zijn. Het bovenstaande selectieadvies is in de vorm van een eerdere revisie van het rapport (revisie 0A) voorgelegd aan de adviseur van de bevoegde overheid, Het Oversticht, en akkoord bevonden (d.d. 18 mei 2022). Meldingsplicht Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456).
Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook Cultuurhistorische waarden Raalte heeft geen beschermd dorpsgezicht, maar kent wel rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. In het plangebied zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig.
4.2.2
Conclusie De aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.3
Bodemkwaliteit
4.3.1
Bodemonderzoek Ten behoeve van de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is een historisch vooronderzoek en een verkennend bodenonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 3 en 4. Historisch onderzoek (bijlage 3) De verzamelde informatie geeft in beperkte mate aanwijzingen voor de aanwezigheid van
blad 31 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
(voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Uitsluitend de gedempte kavelsloten zijn mogelijk verdacht wegens mogelijk gebruik van bodemvreemde materialen. Daarnaast zijn de bodemgegevens van het voormalige benzine-service-station aan de Nieuwe Deventerweg verouderd. Verder wordt verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein niet negatief hebben beïnvloed. Voor de opzet van het bodemonderzoek volgen wij de richtlijnen uit de NEN 5740. Op basis van het vooronderzoek is voor de onderzoekslocatie de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige en lijnvormige locatie (ONV-NL en ONV-L) aangehouden, waarbij wel aanvullend aandacht is besteed aan de locatie van de vermeende dempingen en het voormalig benzine-service-station. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd, dat de locatie op voorhand als onverdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt, tenzij tijdens het veldonderzoek nabij de dempingen antropogene bijmengingen worden aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek (bijlage 4) Zintuigelijk waarnemingen Uit de boringen komt naar voren dat er plaatselijk sprake is van bijmengingen met baksteen, metselpuin en/of slakken (zeer plaatselijk). Deze waarnemingen komen in (zeer) geringe mate voor (sporen of zwak).
Verder is in enkele boringen nog sprake van sporen slib, aardewerk, houtskool of plastic. Verder zijn er geen bijzonderheden aangetroffen. Ook in de boringen nabij het voormalige benzine-service-station aan de Nieuwe Deventerweg en in de boringen in de dempingen zijn geen bijzonderheden waargenomen. Op de locatie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Dit betreft een indicatieve waarneming aangezien er geen volledig asbestonderzoek is uitgevoerd conform de normen voor asbestonderzoek (NEN 5707). Grond Op basis van de onderzoeksresultaten komt naar voren dat er ter plaatse van 2 mastlocaties matig verhoogde waarden aan zink zijn aangetroffen. Mogelijk ten gevolge van een metallisch deeltje in een grondmonster. Verder zijn er plaatselijk licht verhoogde gehalten aangetroffen aan enkele zware metalen, PAK en in het slibhoudende monster van boring 076 ook minerale olie. PFAS Uit de analyses komt naar voren dat de gemeten waarden aan PFAS in de mengmonsters van de bovengrond binnen de normering voor Landbouw/Natuur vallen. De grond komt niet in alle gevallen in aanmerking voor het 'toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden' (toepassingsnorm: bepalingsgrens = van 0,1 ìg/kgds). Grondwater In het grondwater van een tweetal peilbuizen zijn waarden aan zink gemeten boven de interventiewaarde.
In het grondwater zijn verder enkele lichte verhoogde concentraties aan cadmium, barium en/of nikkel aangetoond. Verder zijn er geen verhoogde concentraties gemeten van de onderzochte parameters. Samenvattend kan worden gesteld, dat in het grondwater van twee peilbuizen sterk verhoogde concentraties aan zink zijn aangetroffen. Deze peilbuizen zijn gesitueerd nabij de mastennummers 1 en 41. Verder zijn ter plaatse van 2 (mast)locaties matig verhoogde waarden aan zink aan- getroffen (mastnummers 4 en 40). Mogelijk is er een relatie met de hoogspanningsmasten ter plaatse. Aanvullend onderzoek kan hieromtrent nadere informatie verschaffen. De bovengenoemde verhoogde waarden aan zink zijn de enige gehalten boven de 1/2Index waarde. De overige onderzoeksresultaten bevatten maximaal blad 32 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
licht verhoogde waarden (boven de achtergrond- en streefwaarden) en geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijk dat de meeste grond voldoet aan de "Achtergrondwaarde". In enkele gevallen is sprake van grond die valt in de categorie "Wonen", "Industrie" of "Niettoepasbaar". Bij grondbewerking en eventuele afvoer van grond van de locatie dient hiermee rekening te worden gehouden. Op basis van de voorgaande onderzoek is de locatie ook niet verdacht op asbest in de bodem. In de boringen zijn verder geen bijmengingen met asbestverdachte materialen waargenomen. Ook is geen noemenswaardige hoeveelheid puin in de opgeboorde grond waargenomen. Het voorkomen van asbest in de bodem wordt daarom niet verwacht. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.
4.3.2
Conclusie Het aspecten bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.4
Ecologie In projecten is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking getreden. De provincie is verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.
4.4.1
Onderzoek 1. Natuurtoets In het kader van het bestemmingsplan is een Natuurtoets uitgevoerd, zie bijlage 5. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat de ingrepen niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het NatuurNetwerk Nederland (in Overijssel) en aanvullend provinciaal beleid. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het projectgebied en de effecten hierop. Dit inzicht wordt verkregen op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het resultaat beschreven van de uitgevoerde Natuurtoets. Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, maar wel in een NNN- gebied. Natura 2000 Natura 2000-gebied 'Boetelerveld' is gelegen op circa 2,2 kilometer afstand tot het projectgebied. Natura 2000-gebied 'Sallandse Heuvelrug' is gelegen op circa 7,7 kilometer afstand tot het projectgebied. Gezien de afstand en de aanwezigheid van tussenliggende afschermende elementen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden.
Ten tijde van het uivoeren van de natuurtoets, gold voor een tijdelijke verhoogde stikstofdepositie tijdens de aanlegfase, het wijzigen of het verwijderen van een bouwwerk geen vergunningplicht meer. Stikstofonderzoek naar de voor de aanlegfase was toen derhalve niet nodig. Vanwege een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 2 november 2022 is deze vrijstelling komen te vervallen. Onder het kopje 'stikstofonderzoek' wordt hier nader op ingegaan. NNN Het meest zuidelijke deel van het tracé (mast 4 en de uitlegstrook) ligt in het NNN. Het NNN heeft op deze locatie de beheertypen droog bos met productie en rivier- en beekbegeleidend
blad 33 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
bos. Doordat er bomen gekapt worden, worden deze beheertypen in de omvang aangetast. De werkzaamheden bij mast 4 kunnen geen doorgang vinden totdat er toestemming is van het bevoegd gezag. In tabel 4.1 zijn de conclusies en vervolgstappen met betrekking tot de gebiedsbescherming weergegeven
Tabel 4.1: Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming Stikstofonderzoek Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering met bijbehorende AMvB van kracht geworden. Deze wet voorzag in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. Door de (tussen)uitspraak van de Afdeling bestuursrechtsspraak d.d. 2 november 2022 (202107079/1/R4) komt er een eind aan de bouwvrijstelling. De bij de bouwactiviteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen bij de beoordeling niet meer buiten beschouwing worden gelaten. In de gebruiksfase is er geen sprake van stikstofemissie; die fase hoeft derhalve niet te worden onderzocht. Vanwege de uitspraak van de Afdeling d.d. 2 november 2022 is er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor de bouwfase. Dit onderzoek is uitgevoerd met het AERIUS-model 2022 dat 26 januari 2023 beschikbaar is gesteld en als bijlage 6 bijgevoegd. Uit het onderzoek volgt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een depositietoename op Natura 2000-gebieden. Hierdoor kunnen significante gevolgen uitgesloten worden en is het project niet vergunningsplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming dan ook niet in de weg.
Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: jaarrond beschermde nesten (roekenkolonie aanwezig); algemene broedvogels (nestplaatsen aanwezig); vleermuizen steenmarter en kleine marterachtigen (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig); eekhoorn (nesten aanwezig) egel (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig). In tabel 4.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels blad 34 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. De verwijzingen in kolom 'is een ontheffing noodzakelijk' verwijzen naar de paragraaf van de natuurtoets die als bijlage 5 is bijgevoegd.
blad 35 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
Tabel 4.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Ontheffing vanwege jaarrond beschermde nesten Uit de natuurtoets volgt dat er mogelijk ontheffing nodig is voor het verwijderen van de bomen ten zuiden en zuidoosten van het TenneT station. vanwege een aanwezige roekenkolonie. Uitgangpunt van het plan is dat deze bomen gepasseerd worden middels een HDD-boring en niet worden verwijderd. Indien de plannen wijzigen en de bomen toch verwijderd dienen te worden, dan dient er een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor het verwijderen van jaarrond beschermde nesten. Indien de bomen behouden blijven kan er verstoring optreden van broedende vogels doordat er voor fase één, een intredepunt van een HDD-boring op enkele meters afstand zal worden gerealiseerd. Bij het verwijderen van de bestaande hoogspanningsmasten worden er jukken in de bermen van de Acacialaan geplaatst en zullen de masten verwijderd worden. Ook door deze werkzaamheden ontstaat er mogelijk verstoring, indien in het broedseizoen van de roeken gewerkt wordt. Het verstoren van broedende vogels is een overtreding op de Wet natuurbescherming. Er wordt daarom buiten het vogelbroedseizoen (15 maart tot 15 juli) gewerkt. Nader onderzoek Er moet nader onderzoek worden uitgevoerd naar het daadwerkelijk voorkomen van de steenmarter en kleine marterachtigen en de egel.
Steenmarter en kleine marterachtigen In de struiken en bosschages bij mast 4, bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter. Potentiële verblijfplaatsen worden mogelijk fysiek aangetast. Dit is in strijd met de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn (en deze worden aangetast en/of de functionaliteit ervan wordt verstoord ten gevolge van de werkzaamheden) van één of meerdere soorten, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Deze ontheffing wordt verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare periode (15 maart tot en met augustus) wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied te creëren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat marterachtigen afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep. Egel Langs het gehele tracé zijn meerdere geschikte rust- en leefgebieden aanwezig in de vorm van struiken en bosschages voor egels. Voor de meeste locaties geldt dat potentiële blad 36 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
verblijfplaatsen niet fysiek worden aangetast. Aan de westzijde van het TenneT station worden echter wel struiken gerooid en mogelijk worden er bomen en struiken verwijderd aan de zuidzijde van het TenneT station. Ook bij mast 4 wordt er een bosschage met ondergroei verwijderd waar mogelijk verblijfplaatsen van de egel aanwezig kunnen zijn. Het verwijderen en ongeschikt maken van deze verblijfplaatsen is in strijd met de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Door het uitvoeren van nader onderzoek kan duidelijkheid worden verkregen van de aanwezigheid van essentieel leefgebied van de egel. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen van egel aanwezig zijn binnen het plangebied of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Deze ontheffing wordt verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare periode wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied te creëren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat egels afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven.
De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden 2. Nader ecologisch onderzoek Het nader onderzoek naar de steenmarter en kleine marterachtigen en de egel wordt uitgevoerd en zodra het is afgerond verwerkt in het bestemmingsplan.
4.4.2
Conclusie Het aspecten natuur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan, mits de beschreven maatregelen worden genomen en indien nodig de ontheffing wordt aangevraagd. Het is aannemelijk dat deze wordt verleend.
4.5
Externe veiligheid
4.5.1
Onderzoek Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn.
blad 37 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 4.1. zijn deze bronnen zichtbaar. Er liggen geen risicobronnen in of nabij de ondergrondse 110kV kabelverbinding.
Figuur 4.1: Uitsnede risicokaart met risicobronnen De ondergrondse 110kV kabelverbinding valt zelf niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. De realisatie van de ondergrondse 110kV kabelverbinding heeft geen gevolgen voor het risiconiveau (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van de in figuur 4.2 weergegeven risicobronnen. Er is geen sprake van vaststelling van een ruimtelijk besluit, dat de bouw, vestiging of aanleg van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toelaat. Er worden met dit plan geen nieuwe kwetsbare bestemmingen mogelijk gemaakt. Een nadere verantwoording hoeft dan ook niet te worden opgesteld.
4.5.2
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
blad 38 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
4.6
Geluid
4.6.1
Onderzoek De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. De ondergrondse 110kV kabelverbinding is geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Voor de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding vinden de nodige werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder op omwonenden treden alleen op tijdens de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding . De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door vrachtverkeer, graven, boren en verwijden van de bestaande hoogspanningsmasten. De Wet geluidhinder bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. De uiteindelijke ondergrondse kabels zijn volledig geluidloos.
4.6.2
Conclusie Het aspecten geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.7
Gezondheid
4.7.1
Onderzoek Magneetvelden hoogspanningsverbindingen De sterkte van elektrische en magnetische velden is afhankelijk van de aanwezige spanning (elektrisch veld) of de stroomsterkte (magnetisch veld), maar is ook sterk afhankelijk van de afstand tot de bron. Net als bij een warmtebron geldt voor elektrische en magnetische velden dat de veldsterkte snel afneemt wanneer de afstand tot de bron groter is. Bij ondergrondse hoogspanningskabels spelen elektrische velden geen rol. Door de metalen beschermingsmantel om de kabel wordt het elektrisch veld volledig afgeschermd. Voor wat betreft magneetvelden rond hoogspanningsinfrastructuur geldt een grenswaarde van maximaal 100 microtesla. Deze waarde komt voort uit aanbevelingen van de Europese Unie en geldt als norm voor de maximale blootstelling aan burgers. Het volledige hoogspanningsnet van TenneT voldoet aan deze norm op alle voor publiek toegankelijke plaatsen. Het toenmalige ministerie van VROM (nu ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) heeft aanvullend in 2005 een beleidsadvies aan gemeenten, provincies en netbeheerders voor bovengrondse hoogspanningslijnen gegeven.
De kern van het beleidsadvies luidt als volgt: "Op basis van het voorgaande adviseer ik u om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone)". Het beleidsadvies is alleen van toepassing op bovengrondse hoogspanningsverbindingen.
blad 39 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
Andere elektrische infrastructuur of voorzieningen zoals ondergrondse hoogspanningsverbindingen, hoogspanningsstations, transformatorhuisjes, spoorlijnen, tramwegen en dergelijke vallen niet onder het beleidsadvies. Het beleidsadvies is dus niet van toepassing op de ondergrondse kabelverbinding die in dit bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt gemaakt. Landbouwkundige besmettingen en invasieve exoten Voor het tracé zijn gegevens met betrekking tot mogelijk aanwezige bodemkundige ziekten, plagen en/of onkruiden ter plaatse van twee percelen nabij Raalte opgevraagd bij de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (NAK) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De twee percelen zijn in gebruik als cultuurgrond (grasland) waardoor mogelijk landbouwkundige besmettingen aanwezig kunnen zijn op de percelen. Zie figuur 4.2 voor de ligging van de percelen.
Figuur 4.2: Ligging percelen Invasie exoten Bij de provincie Overijssel zijn (telefonisch) gegevens opgevraagd over de aanwezigheid van invasieve exoten ter plaatse van het tracé ter plaatse van de agrarische percelen. De dienstdoende ecoloog heeft aangegeven dat bij de provincie geen gegevens over de aanwezigheid van invasieve exoten aanwezig zijn. Het voorkomen van invasieve exoten ter plaatse van het tracé zal dan ook moeten worden vastgesteld doormiddel van visuele inspectie voorafgaand aan de uitvoering van het plan. Landbouwkundige besmettingen Volgens de informatie van de NAK en de NVWA zijn in de directe omgeving van het tracé geen (bodemgebonden) besmettingen met (overdraagbare) plantenziekten bekend. Tevens ligt het tracé buiten een beregeningsverbodgebied. Doordat er geen besmettingen met (overdraagbare) plantenziekten bekend zijn bij de NAK en de NVWA kan in het kader van d euitvoering van het plan het bedrijfshygiënisch werkplan volstaan met de basismaatregel (B-maatregel). Indien de werkzaamheden in een volgend groeiseizoen worden uitgevoerd dient voor aanvang van de werkzaamheden, door de aannemer bij de NAK en de NVWA opnieuw te worden geïnformeerd over de aanwezigheid van besmettingen binnen het onderhavige tracé. Het uitgevoerde onderzoek is als bijlage 7 bijgevoegd.
4.7.2
Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
blad 40 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
4.8
Kabels en leidingen Bij de aanleg van een ondergrondse 110kV kabelverbinding is het belangrijk te bezien, of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed door de ondergrondse 110kV kabelverbinding. Het is ook mogelijk dat het functioneren van de ondergrondse 110kV kabelverbinding nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van kabels en leidingen. Bij de aanleg wordt ook rekening gehouden met kabels- en leidingverordening van de gemeente. Uitgangspunten Kruisingen worden uitgevoerd door middel van een boring en vormen daarmee geen belemmering. Bij het kruisen van gasleidingen door middel van boringen wordt een afstand van 5 meter boven of onder de gasleiding aangehouden. Bij conventionele aanleg (open ontgraving) kan de afstand beperkt blijven tot 0,5 à 1 meter. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen van TenneT. Worden deze afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en kan de ongestoorde ligging beter worden geborgd. De ondergrondse 110kV kabelverbinding kruist ook de N348.
Overleg over een vergunning vanweg de kruising van de N347 met de provincie Overijssel moet nog plaatsvinden.
4.9
Luchtkwaliteit
4.9.1
Onderzoek Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM1 0).
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het
blad 41 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase. Vervolgens vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Er worden geen ontwikkelingen toegelaten die leiden tot een substantiële toename van het verkeer. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase is dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
4.9.2
Conclusie Bovenstaande overwegingen laten zien dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.
4.10
Conventionele explosieven (CE)
4.10.1
Onderzoek Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen conventionele explosieven (hierna CE) in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. In dat kader is een zogenaamd NGE onderzoek (vooronderzoek) uitgevoerd, zie bijlage 8. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De volgende gevechtshandeling heeft nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: Een bombardement door een jachtbommenwerper De volgende ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: Afwerpmunitie Het gehele tracé is vrij van ontplofbare oorlogsresten +e locaties. Enkel ter plaatse van de bouwweg in het meest zuidoostelijke deel is een verdachte vlek op ontplofbare oorlogsresten aangeduid (zie ook figuur 4.3). Wanneer er in deze verdachte vlek grondroerende werkzaamheden plaatsvinden zal een aanvullend detectieonderzoek benodigd zijn.
Afhankelijk van de uitkomsten van het detectieonderzoek zal er ook benadering van de gedetecteerde voorwerpen moeten plaatsvinden. Het verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de bodembelastingkaart (zie figuur 4.3).
blad 42 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
Figuur 4.3: Bodembelastingkaart
4.10.2
Conclusie Opsporing ontplofbare oorlogsresten Wanneer de werkzaamheden buiten het op afwerpmunitie verdachte gebied plaats vinden zijn onderstaande fases niet van toepassing. Uit het navolgende figuur 4.4 blijkt dat de boorlijnen buiten het verdachte gebied zijn gesitueerd. Daarmee vervallen verdere opsporingswerkzaamheden. Hiermee vinden de werkzaamheden plaats in onverdacht gebied en zijn daarmee de daarvoor reguliere normen en voorschriften van toepassing.
Figuur 4.4: Onderzoeksgebied NGE=Groen met verdacht gebied=Rood in relatie met HDD boorlijn=blauw en werkgebied=cyaan (Bron: Esri). Het aspect CE vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
blad 43 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
4.11
Waterhuishouding
4.11.1
Onderzoek De Watertoets is een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met de watertoets worden afspraken gemaakt over de wijze waarop in ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het belang van water. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta Na raadplegen van de Legger oppervlaktewateren WDODelta 2019 lijkt dat de ondergrondse kabelverbinding aan de oostkant een primaire watergang kruist. Volgens de Legger Waterkeringen is er een 'overige waterkering' in het plangebied aanwezig.
Figuur 4.5: Uitsnede Legger oppervlaktewateren WDODelta 2019 (links), ondertekende overzichtskaart waterkeringen 2010 (rechts) (Bron: website WDODelta) De ondergrondse 110kV kabelverbinding leidt verder niet tot effecten op het grondwater. Het deel van de verkabeling, dat met gestuurde boringen, persingen en open ontgravingen onder de grond wordt aangelegd leidt niet tot extra verhard oppervlak. Alleen bij mast 4 (opstijgpunt) wordt een waterdoorlatende verharding in de vorm van bijvoorbeeld grasbetonstenen aangelegd van circa 240 m2. Het bestemmingsplan is 28 februari 2022 aangemeld bij het waterschap via de Digitale watertoets (zie bijlage 9). Voor het plan moet de normale procedure worden gevolgd, omdat er belangen van het waterschap worden geraakt vanwege tijdelijke onttrekking van grondwater (bij de aanlegfase) en omdat het plan een 'overige waterkering' raakt. Voor grondwateronttrekkingen van meer dan 70.000 m3 in 30 dagen, of meer dan 200.000 m3 in 6 maanden, of gedurende een periode langer dan 6 maanden geldt een vergunningplicht. Voor kleinere onttrekkingen geldt een meldingsplicht. Wanneer aan de orde zal in het kader van de uitvoering een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan. Overige keringen spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van wateroverlast in het regionale watersysteem.
De overige keringen staan op de legger van het waterschap en de Keur is van toepassing. Volgens de Keur zijn alle activiteiten die plaatsvinden in, op of langs blad 44 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
een waterkering van het waterschap vergunningsplichtig. Voor minder ingrijpende activiteiten zijn algemene regels vastgesteld. Hierdoor kan er sprake zijn van vrijstelling of hoeven deze activiteiten alleen te worden gemeld. Er is in het plan rekening gehouden met de Keur van het waterschap. Er wordt tijdig melding gemaakt of een vergunning aangevraagd. Naar aanleiding van de melding d.d. 28 februari 2022 is een uItgangspuntennotitie ontvangen van het waterschap Drenths Overijsselse Delta. De thema's uit de uitgangspuntennottie is hieronder verwerkt. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Sallandse Weteringen. Rond het plangebied liggen primaire watergangen die in het beheer van het waterschap zijn. In het plangebied liggen diverse peilgebieden. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.
Figuur 4.6: Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied, Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. Watergangen: Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A-watergang. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Waar nodig zal een watervergunning worden aangevraagd. Primaire A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): watergangen waar het waterschap verantwoordelijk is voor de inrichting en het blad 45 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
onderhoud. Waterveiligheid Beschermen van inwoners tegen overstromingen van binnendijkse gebieden. Waarborgen van het veiligheidsniveau van dijken en beperken van gevolgen overstromingen door een waterrobuuste inrichting. Waterkeringen: In het plan ligt een Overige kering. Met betrekking tot waterkeringen hanteert het waterschap een kernzone en verschillende beschermingszones. Tijdens het vooroverleg over dit project is overeenstemming bereikt op het ontwerp ter hoogte van de kruising met het Overijssels Kanaal en de Overige kering. De wijze waarop de bekabeling wordt gerealiseerd is derhalve afgestemd met het waterschap. Het waterschap heeft aangegeven, dat er overeenstemming is bereikt op het ontwerp ter hoogte van de kruising met het Overijssels Kanaal en de Overige kering (zie figuur hieronder). Wanneer van dit afgestemde ontwerp wordt afgeweken zal het vooroverleg opnieuw moeten worden gevoerd.
Figuur 4.6: Wijze van aanleggen bekabeling De functie en stabiliteit van deze waterkering moet te allen tijde worden gegarandeerd. Binnen de Keur worden eisen gesteld met betrekking tot werkzaamheden binnen de beschermingszone van de waterkering. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone van de waterkering is een Watervergunning op grond van de Keur noodzakelijk. Er zal een watervergunning worden aangevraagd in het kader van de uitvoering. Volgens het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) krijgen de gronden waarop een primaire waterkering ligt de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" (tot 4 m uit de teen van de waterkeringen). De gronden die deel uitmaken van de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering krijgen de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - dijk" (tot 100 m uit de teen van de waterkering). De gronden waarop een regionale kering ligt krijgen de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" (tot 4 m uit de teen van de waterkeringen). De dubbelbestemmingen zijn reeds opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. Vanwege het karakter van voorliggend plan blijven deze dubbelbestemmingen onverkort van toepassing.
blad 46 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
Overstromingsrisico Overstromingsrisicoparagraaf: Het plan ligt in een dijkringgebied. Als er gebouwd wordt in dijkringgebieden (gebieden met een risico op overstromingen) verplicht de provincie Overijssel in het bestemmingsplan een overstromingsrisicoparagraaf op te nemen. Deze paragraaf heeft aandacht voor voorzieningen die zorgen dat er bij een overstroming minder slachtoffers vallen en dat de schade beperkt blijft. Tevens gaat het bij dit plan om een vitale functie, en zal inzichtelijk gemaakt moeten worden wat de effecten van hoog water door overstroming hierop zijn. De hoogspaningverbinding wordt ondergronds gerealiseerd en ondervindt geen hinder bij overstromingen. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast.
Hierbij zijn de volgende apecten relevant Compensatie nieuwbouw plannen Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 240 m2 gerealiseerd. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van circa 24 m2 wordt aangelegd waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan. Dit zal worden uitgevoerd. De waterberging zal worden ontworpen op basis van de infiltratiesituatie. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast Primair watergebied Overijssel: Het trace ligt voor een klein deel in primair watergebied. De primaire watergebieden, zijn door de provincie Overijssel aangewezen als ruimte voor natuurlijke waterberging in extreme situaties om stedelijk gebied te beschermen tegen wateroverlast. Ze worden ruimtelijke beschermd en dienen vrijgehouden te worden van ontwikkelingen die de wateropvangfunctie belemmeren. Deze gebieden zijn relatief laaggelegen en lopen bij extreme neerslag vanzelf onder water. Wanneer voor ophoging wordt gekozen (i.p.v. bouwen op bijvoorbeeld palen) dient de ophoging gecompenseerd te worden met waterberging . De werkzaamheden omvatten de aanleg van een ondergrondse 110kV kabelverbinding die geen invloed hebben op de waterberging in de primaire watergebieden.
Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen, dat het geen risico's voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater Kwaliteit afvoer hemelwater: Als de keuze wordt gemaakt om het hemelwater af te voeren op oppervlaktewater dan mag alleen schoon hemelwater direct worden afgevoerd. Er is geen sprake van activiteiten die invloed kunnen hebben op de kwaliteit van het hemelwater. Verontreiniging Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden. Daar is geen sprake van. Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het blad 47 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
oppervlaktewater. Er is geen sprake van afvalwater Externe werking ruimtelijk plan Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. Wanneer als gevolg van dit project grondwater wordt onttrokken heeft u hiervoor een melding of vergunning nodig van het waterschap. Wanneer aan de orde zal in het kader van de uitvoering een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan.
4.11.2
Conclusie Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening wordt door de gemeenten advies gevraagd aan het Waterschap.
4.12
Milieu-effectrapportage
4.12.1
Besluit m.e.r. Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De milieueffectrapportage is geregeld in de Wet milieubeheer en nader uitgewerkt in de AMvB Besluit m.e.r. De categorieën van activiteiten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en een bijlage. De activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, staan genoemd in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage. Het gaat om de C-lijst en de D-lijst waarin alle activiteiten staan genoemd waarvoor m.e.r.-verplichtingen kunnen gelden. De aard en omvang van de activiteit bepaalt in belangrijke mate welke verplichtingen gelden ten aanzien van de rapportages. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, een m.e.r.-beoordeling of een m.e.r.-plicht. De gevallen waarvoor een milieueffectrapportage verplicht is, staan in onderdeel C. De gevallen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is, staan in onderdeel D.
De gevallen in onderdeel D zijn overigens indicatief. De verplichting voor een m.e.r.-beoordeling geldt ook wanneer op grond van de selectiecriteria in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Deze omstandigheden zijn: 1.
de kenmerken van de projecten (omvang project, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico en ongevallen en de cumulatie met andere projecten); 2. de plaats van de projecten (bijzondere gebieden, bestaand grondgebruik, rijkdom/kwaliteit/regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijk milieu); 3. de kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met de eerste twee criteria: bereik, grensoverschrijdende karakter van het effect, orde/grootte/complexiteit effect, waarschijnlijkheid effect, duur/frequentie/onomkeerbaarheid van het effect). Gelet op de wetswijziging per 16 mei 2017 moet er voor de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsleiding op grond van het Besluit m.e.r. bijlage D een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling door de initiatiefnemer worden opgesteld, op basis waarvan de gemeente een besluit neemt over de m.e.r.-beoordelingsplicht.
blad 48 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Raalte Kern, verkabeling hoogspanning
Gemeente Raalte Projectnummer 474109.100
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
D De aanleg, 24.2 wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding.
4.12.2
In gevallen waarin De structuurvisie, de activiteit bedoeld in de betrekking heeft op artikelen 2.1, 2.2 en een leiding met: 2.3 van de Wet 1° een spanning van ruimtelijke ordening, 150 kilovolt of meer, en de plannen, en bedoeld in de 2° een lengte van 5 artikelen 3.1, eerste kilometer of meer in lid, 3.6, eerste lid, een gevoelig gebied onderdelen a en b, als bedoeld onder a, van die wet. b (tot 3 zeemijl uit de kust) of d van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage.