Regioarrangement Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (v0.9)
Tekst van het document
Kansen en dilemma’s: 1. Waar is ruimte voor zware bedrijvigheid; 2. Veel MKB bedrijven hebben relatief veel werknemers die in de eigen gemeente wonen. Bij een eventuele verplaatsing naar buiten, bestaat de vrees bij deze ondernemers dat het gros van het personeel niet meegaat; 3. Vooral bij (intern) opgeleid technisch personeel is vervanging moeilijk, zeker met deze arbeidsmarkt; 4. Aandacht voor tekort aan arbeidskrachten (dit speelt mee bij de overweging van al dan niet bedrijfsverplaatsing, bij verhuizing zijn bedrijven bang de toch al schaarse medewerkers te verliezen); 5.
De overgang naar circulaire economie vraagt tot 40% meer ruimte dan de huidige lineaire economie.
Koppelkans: bedrijventerrein A28 nabij Windmolens en groene energie als energie-hub. Enkele noties van de provincie: ● De regio ontwikkelt een ruimtelijk-economische visie. Dit vormt de basis voor de programmeringsafspraken in het regionaal programma werklocaties (RPW). ● Uit onderzoek dat Stec Groep in opdracht van de provincie Gelderland heeft laten uitvoeren blijkt dat er op de Gelderse bedrijventerreinen zeker ruimtewinst te behalen valt. We beseffen dat het verzilveren van deze potentie niet eenvoudig is, maar maken ons er wel hard voor. Samen met de provincie ontwikkelt de regio een strategie om bestaande bedrijventerreinen beter te benutten. Daarbij zijn de volgende overwegingen van belang: • Rolverdeling en verantwoordelijkheid: intensivering vraagt om een heldere rolverdeling tussen regio, Rijk, provincie en gemeenten en private partijen. Wat kan men van elkaar verwachten? • Financiering: Deze actieve inzet vergt een forse investering in verduurzaming, vergroening, herontwikkeling en herstructurering. Ook hiervoor geldt dat dit samenwerking vergt met het Rijk, Provincie, Ontwikkelings- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG), gemeenten en private partijen. • Implementatie en beleid: we willen de inzet op het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen vastleggen in het volgende RPW. Samen met de provincie willen we dit proces verder uitwerken.
De provincie onderzoekt of en hoe het beter benutten van bedrijventerreinen geborgd kan worden via de Omgevingsverordening.
42
•
De ruimtewinst op bestaande bedrijventerreinen is relatief beperkt ten opzichte van de verwachte uitbreidingsvraag. Het blijft nodig om nieuwe bedrijventerreinen te realiseren. In Q2 komt de nieuwe provinciale bedrijventerreinen- en kantorenprognose beschikbaar met de meest actuele inzichten. We ontwikkelen een integrale ruimtelijke regionale visie waarin we ruimteclaims ten opzichte van elkaar afwegen en maken van daaruit keuzes waar de uitbreidingsruimte voor bedrijventerreinen het beste kan landen. We kijken hierbij zowel naar de korte als lange termijn, zodat we ook voor de lange termijn ruimte voor werken geborgd is. Om invulling te geven aan de landelijke Grip-afspraken wijzen we zoekgebieden aan waar grootschalige bedrijvigheid geconcentreerd wordt. Deze zoekgebieden stemmen we af met buurprovincies (of gelegen aan dezelfde corridor) en het Rijk.
Vragen leefbare dorpen en steden: 1.
Welke rol kan en wil de regio spelen voor het opvangen van de woningbehoefte vanuit de Randstad naast de eigen woningbouwopgave? 2. Welke keuzes zijn er te maken ten aanzien van het ruimtegebrek? Koppelkansen leefbare dorpen en steden: 1. 2. 3. 4. 5.
Mobiliteits hub’s in combinatie met deelmobiliteit en laadsystemen; Duurzame brugverbinding Ermelo en Zeewolde; Nieuwe plekken voor bedrijvigheid geeft ruimte om te transformeren; Snelle fietsverbinding Lelystad, Harderwijk Apeldoorn; Zachte oplossingsrichting woningbehoefte: a. Samenwonen mogelijk maken; b. Wonen en werken bij elkaar brengen; c. Aanpakken belemmerende regels splitsen van woningen; d. Optoppen of meer in de hoogte bouwen, in combi met verkeersluwe oplossingen; 6. Bedrijventerreinen met ruimtelijke kwaliteiten ontwikkelen; 7. Let bij woningbouwuitleg op groene en stadse dorpsranden; 8. Mobiliteit: Wegennet als structurerend element in het landschap (oude zuiderzeestraatweg); Denk na over hubs vanuit niet alleen mobiliteit maar ook vanuit wonen en werken en voorzieningen niveau; 9. Woningbouw: CO2 vastleggend, biobased en duurzaam doen en energieopwekking en opslag voor en in wijk; 10. Project OPR voor RES Noord Veluwe 1.o; 11. Combinatie van smart energie hubs met energieopslag/batterijen op het elektriciteitsnetwerk. 12. Combineren van vrijkomende agrarische gebouwen (VAB) met woningbouw en energieopgave; 13. Bedrijventerrein van kwantiteit naar kwaliteit (duurzaam toekomstbestendig).
43
5 De afwegingen met elkaar Dit wordt in een volgende versie van het regioarrangement verder uitgewerkt. 5.1 Welke leidende principes kennen we Gedeelde ambities • Een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen • Een goed plek om te wonen • Perfecte bereikbaarheid en toegankelijkheid • Met ruimte voor natuur en natuurlijke systemen: aandacht voor Veluwe en randmeren • Klimaatadaptieve leefomgeving • Recreatie als belangrijke factor van onze economie • Zelfredzame buurten en wijken Kansen • Positieve gezondheid, toegankelijkheid en inclusiviteit als uitgangspunt • Voldoende woningen, óók voor de lokale behoefte, rekening houdend met de regionale/nationale toestroom: dat betekent woningen in Harderwijk toevoegen daar waar herstructurering/functieverlies aan de orde is; uitlegwijken aan ‘nieuwe ringinfra’ • Weerbaarheid bij verstedelijkingsdruk vanuit omliggende grote economische samenwerkingsverbanden • Denken/opererend in EHPZ verband • Kracht van de Natuur gebruiken als natuurlijk systeem: natuur adaptief • Wolderwijd als 'Central Park' • Verstedelijking aan de randen van het Wolderwijd • Nadrukkelijk kiezen voor S.T.O.M.P.- principe voor de mobiliteitsprioritering: Stappen, Trappen, modern hoogwaardige OV, M.a.a.S. en dan pas Privé-auto • Autoluwe/emissieluwe wijken • Beweeg/sport/wandel/fietsroutes i.c.m.
klimaatadaptatie, koelte-eilanden, • ontmoetingsplekken • Multifunctioneel ruimtegebruik waaronder energieopwekkingen -opslag bij/boven infrastructuur Potentiële waarde: agenderen in EHPZ programma’s • Verbinding tussen mensen (en bevolking): ontmoeten/sociale cohesie • Verbinding door (nieuwe) fysieke verbindingen • Verbinding in voorzieningen: met elkaar, voor elkaar 5.2 Hoe wegen we die tegen elkaar Nadere uitwerking volgt in 2024. Om naar de toekomst afwegingen te maken tussen spannende of tegengestelde belangen, is het onderstaande schema bedoeld ter ondersteuning van het gesprek om verschillende aspecten in beeld te brengen en af te wegen. Het schema bevat een afwegingskader dat dienend zal zijn aan het gesprek en afwegingen om tot keuzes te komen. In alle regioarrangementen is de tabel bedoeld als hulpmiddel om in de toekomst de relevante perspectieven in beeld te brengen bij toekomstige dilemma’s.
44
Meervoudig ruimtegebruik
Identiteit centraal
Voorkomen afwenteling
Gebruikswaarde Belevingswaarde Toekomstwaarde
5.3 De voorgestelde keuzes voor de inrichting van onze regio Nadere uitwerking volgt in 2024.
45
6
De regio in 2030 met doorkijk naar 2050
6.1 Inleiding De gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde vormen samen een daily urban system. Het uitganspunt is dat deze vier gemeenten de drie landelijke vraagstukken (energietransitie, verstedelijking en landelijk gebied) samen integraal oppakken. Op basis van bestaand beleid is een ruimtelijke EHPZ puzzel gelegd (zie onderstaande dialoogkaart). De legenda staat in bijlage 2. Dialoogkaart versie 0.19
Status Regioarrangement Door de val van het Kabinet is de bestuurlijke context ten opzichte van juli veranderd. Dit heeft vooral gevolgen voor de opgaven van het landelijk gebied. In juli hoopten we bijvoorbeeld snel meer duidelijk te hebben over het landbouwakkoord. De feitelijke situatie (peildatum: 1 november 2023) is dat nog niet alle basisdocumenten, zoals de omgevingsvisies en het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (2024) beschikbaar zijn. Dit maakt dat harde conclusies over wat er in de EHPZ-regio in 2030 is gerealiseerd niet getrokken kunnen worden. Uiteraard zijn de woondeals en de RES in uitvoering. Dit regioarrangement heeft de status van startdocument met een agenderende werking. Naast het voorstel om een Ruimtelijk Strategische Visie EHPZ op te stellen zijn zes gebiedsopgaven gedefinieerd. Dit wordt in de volgende paragraaf toegelicht. 46
6.2 Ruimtelijk Strategische Visie en bijbehorende gebiedsopgaven De afgelopen maanden zijn op ambtelijk niveau de uitdagingen in het ruimtelijk domein integraal, gebiedsgericht en grens-overstijgend door alle bij het regioarrangement betrokken partijen besproken. Hiervoor zijn meerdere bijeenkomsten gehouden. Om een gezamenlijke regionale koers te bepalen is het voorstel om met elkaar te gaan werken aan een Ruimtelijk Strategische Visie EHPZ en, voor nu, aan een zestal gebiedsopgaven. De visie is van belang om vanuit de samenwerkende overheden vat te krijgen op de gemene deler van de regio, en lokale karakteristieken vast te houden en te versterken. Het gaat daarbij om het versterken van samenhang en identiteit. Natuurlijk is er al samenhang en is eerder zorgvuldig gewerkt aan de inrichting van de ruimte. De verstedelijkingsdruk neemt echter toe van Putten tot Zeewolde. Het antwoord daarop is dat een aanzienlijke verbeteringsslag te maken is, met name als het gaat om het Daily Urban System EHPZ. We zien een grote potentie in het leggen van focus op nabijheid tussen het leeuwendeel van de 125.000 inwoners van de regio. Dat kan veel sterker door het verbeteren van met name fietsverbindingen, openbaar vervoer en het ontwikkelen van de zogenaamde cirkelstad rondom het Wolderwijd.
Dat is zeker geen aaneengesloten urbaan gebied maar een cirkel van compacte op zichzelf staande kernen in een ruimte van robuuste natuur- en watergebieden. Daaromheen liggen de landbouwgebieden de bossen van het Veluwemassief en Zeewolde. Het verhaal van de cirkelstad en hoe de regio daar op duurzame wijze van kan profiteren, bodem en water gestuurd, klimaatadaptief, iedere kern met een eigen sterk karakter, dat verhaal moet nog wel geschreven gaan worden de komende jaren. De omgevingsvisies van de gemeenten zijn daarvoor belangrijke bouwstenen, de volgende stap die hier voorgesteld wordt is het opstellen en vaststellen van een gezamenlijke Ruimtelijk Strategische Visie EHPZ in de geest van de verstedelijkingsstrategieën die voor de NOVEX regio’s van Nederland de laatste jaren opgesteld zijn. Uit die strategieën vloeien heldere programma’s voort die in samenhang erop gericht zijn het daily urban system van de regio te optimaliseren. We zien de positieve impact van een dergelijke strategie bij NOVEX-buren Kop van de Veluwe en Foodvalley. Voor het opstellen van een Ruimtelijk Strategische Visie EHPZ zal het komende jaar een plan van aanpak opgesteld dienen te worden waarbij gebruik gemaakt wordt van de ervaringen die zijn opgedaan in het opstellen van verstedelijkingsstrategieën op het vlak van inhoud, proces en organisatie.
Na het opstellen van een dergelijke strategie volgt de vraag hoe dat samen uit te voeren. Die vraag is nu nog niet aan de orde. De eerste aandacht dient uit te gaan naar het maken van meters met elkaar als nieuwe regio in het kader van het regioarrangement EHPZ. Het afgelopen jaar is veel denkwerk verricht gericht op het versterken van het daily urban system EHPZ. Voor een op te stellen Ruimtelijk Strategische Visie EHPZ zijn wel degelijk eerste doelen geformuleerd die bijdragen aan een aantrekkelijke stip op de horizon waar we op basis van de strategische visie met elkaar de weg verkennen hoe die stip te bereiken. Wat als het IC station er is? We via ’s lands mooiste fietsbrug ongestoord en op spectaculaire wijze vanuit de Veluwse bossen sjezend over het Nuldernauw verdwalen in de Stille Kern? Hieronder zijn doelen opgesteld die met behulp van de visie voor de toekomst behaald zouden moeten worden. Ze zijn in willekeurige volgorde opgenomen en allemaal relevant voor een duurzame ontwikkeling van regio EHPZ. Dit is een eerste richtinggevende opsomming die in 2024 aangescherpt en uitgediept moet leiden tot een plan van aanpak voor de op te stellen Ruimtelijk Strategische Visie EHPZ.
We willen: ➢ De principes van een cirkelstad onderzoeken rondom de Randmeren en daarbij de werking van drie brugverbindingen als uitgangspunt nemen: • De Nijkerkerbrug bij Nijkerk en Putten (N301) • Een mogelijke fietsbrug bij Horst en Zeewolde • De brug bij Harderwijk en Zeewolde (N302). 47
➢ ➢
➢
➢ ➢ ➢
➢
➢ ➢ ➢ ➢ ➢
➢ ➢
De kernen Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde op duurzame wijze beter met elkaar verbinden. Daarbij onderzoeken hoe we als regio EHPZ ons Daily Urban System kunnen optimaliseren, onze inwoners dichter bij elkaar kunnen brengen, gebruikmakend van duurzaam vervoer zoals fiets en openbaar vervoer. Daarbij speelt ons toekomstige intercitystation een grote rol. Dit IC station is goed per fiets en openbaar bereikbaar voor onze bijna 125.000 inwoners die wonen in het kerngebied van onze regio, het gebied waar ook de kernen Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde zijn gelegen. Tegelijkertijd blijft ook de as Putten – Ermelo – Harderwijk van groot belang om als fietser zo goed mogelijk door te kunnen fietsen. Een goede en zeer aantrekkelijke fietsverbinding tussen het station, Horst en Zeewolde is daarbij van groot belang. Denk daarbij ook aan de brug die we onderzocht willen zien. Het beschermen van natuurwaarden, het vergroten en versterken van de biodiversiteit. We leggen de focus op het versterken van biodiversiteit waardoor natuur te redden valt en minder op het afbakenen van natuurgebieden. Duurzame, sluitende verdienmodellen voor (agrarische) ondernemers die transformeren zodat een landbouw ontstaat die passend is bij de kenmerken van de stuwwal van de Veluwe en de Randmeerkust, daarbij het natuurherstel bevorderend.
Afstemmen van landbouwperspectief op kenmerken stuwwal Veluwe, en de Randmeerkust, gebiedsprocessen voor landbouwtransitie en natuurherstel vooral op de flanken van de Veluwe. Net als de provincie richting het Rijk doet, aandacht schenken aan ‘Stad en land in balans’. Een regionaal recreatieperspectief waarin de potentie van verbeterde verbindingen tot een nieuwe recreatief- toeristisch elan van de regio zal leiden. Verbeterde energie-infrastructuur en omgang met energie op basis van een integraal plan dat onderdeel is van de ruimtelijk strategische visie EHPZ. Werken met de sturende principes die provincie Gelderland ook voor haar ruimtelijk voorstel en regio arrangement hanteert. Sturende principes zijn: • Ruimtelijke Kwaliteit – bij het opstellen van de visie is dit een voor de regio belangrijk onderwerp. De regio heeft sterke aantrekkelijke landschappen, fraaie oude structuren in de kernen Harderwijk, Ermelo en Putten. Ook bij transformatie van het gebied is het van belang dat we de ruimtelijke kwaliteit behouden en versterken (zie ook 3.1: Ruimtelijke kwaliteit). • Brede welvaart - binnen regio EHPZ op regio niveau meer grip op krijgen op het brede welvaartsbegrip en nagaan hoe dit onderwerp de ruimtelijke strategische visie kan versterken.
Het brede welvaartsbegrip is een voor de regio nieuw begrip en het is van belang met elkaar te bepalen in welke mate we hier binnen de organisaties aandacht aan geven (zie ook 3.2: Brede welvaart). • Bodem en water sturend – De hier aan ten grondslag liggende uitgangspunten vormen een belangrijke basis voor de op te stellen ruimtelijk strategische visie. Met de waterschappen afstemmen hoe we dit in het visietraject. In dit regio arrangement is uitgegaan van de “bodem en water sturend lijn” van provincie Gelderland (zie 3.3: Bodem en water sturend). Met elkaar onderzoeken hoe we zo goed mogelijk de voorzieningen in de regio met elkaar afstemmen. Werken met de drie perspectieven die in hoofdstuk 4 beschreven zijn en daaruit voortvloeiende opgaven en acties implementeren in het op te stellen plan van aanpak voor de ruimtelijk strategische visie. Perspectieven zijn: • Perspectief natuur en landbouw • Ordenende netwerken voor energie en circulaire economie • Leefbare dorpen en steden. 48
➢
Gebruik maken van de tijdens het werkproces opgeleverde activiteiten en projectenlijsten (zie bijlage) voor de ruimtelijke strategische visie en de diverse opgaven. We bepalen hoe deze deel worden van het plan van aanpak voor de ruimtelijk strategische visie. Dit zijn: • “Verbinden door fiets en ov (2023 – 2033)” • “Bereikbaar en duurzaam veilig (2023 – 2033)” • “Veluwse Kusten, Gastvrije Randmeren (2023 – 2025)” • “Bosfront – A28 zone Ermelo – Harderwijk” • “Dynamisch Landschap – Ermelo Putten” • “Landgoederenzone Putten” • “GEUS – Enclaves Garderen, Elspeet, Uddel en Speuld” • “Zeewolde”
Gebiedsopgaven regio EHPZ Er zijn een zestal gebieden in regio EHPZ geselecteerd die in aanmerking komen voor het uiteindelijk opstarten van een zogenaamd gebiedsproces. In dit eerste regioarrangement zijn ze als opgaven benoemd en is het ook de opdracht om in 2024 een oriëntatiefase op te starten – net als voor de hierboven voorgestelde Ruimtelijke Strategische Visie – waarin bepaald wordt waar de gebiedsopgave precies over zal moeten gaan en wat integraal opgepakt moet worden. De strategische visie en de gebiedsopgaven zijn nauw met elkaar verweven en houden volop rekening met elkaar. Zo zijn bijvoorbeeld de hierboven genoemde activiteiten en projectenlijsten die in de bijlage opgenomen zijn natuurlijk ook relevant voor de gebiedsopgaven. Advies is om de eerste twee gebiedsopgaven waarbij verstedelijking een rol speelt volgend te laten zijn op de strategische visie. Dit geldt ook voor de opgave Zeewolde. De landelijk gebied opgaven zijn weer afhankelijk van het VLGG beleid (en FPLG beleid – Flevolands Programma Landelijk Gebied) dat in de loop van 2024 duidelijk gaat worden. Dit betekent concreet dat 2024 een oriënterend jaar wordt. Ontwikkelt de regio EHPZ haar identiteit en worden eerste stappen gezet voor de op te stellen ruimtelijk strategische visie.
Gebiedsopgaven worden verder gedefinieerd en al gaande processen kunnen voort Welke gebiedsopgaven zijn er? De gebiedsopgaven in regio EHPZ zijn gemeentegrens overstijgend en richten zich deels op de overgang tussen stedelijk en landelijk gebied (opgaven 1 en 2). De andere twee zijn opgaven landelijk gebied waar een verweving van natuur en landbouw tot diverse transformaties zal gaan leiden, en tal van consequenties zal hebben op maatschappelijk en economisch vlak. Het gaat daarbij over de opgaven 3 – Besloten Landschap koesteren, 4. – Huinen- en 5 – GEUS, een opgave die zich afspeelt in 4 regio’s en vanuit de stakeholders zelf in het gebied is opgekomen. Deze laatste opgave is een ‘lopend’ gebiedsproces. De zesde opgave – gebiedsopgave Zeewolde – speelt zich in zijn geheel af binnen Flevoland en dan zijn er andere beleidssporen te volgen. VLGG heet in Flevoland FPLG. De aanpak van gebiedsopgaven in dit regioarrangement is een Gelderse aanpak. De totstandkoming van dit regioarrangement is op initiatief van provincie Gelderland. Gemeente Zeewolde en provincie Flevoland zullen aangeven hoe de opgaven voor Zeewolde verder gedurende de oriëntatie fase worden uitgewerkt en in verbinding blijven staan met het construct dat vanuit dit arrangement is opgebouwd.
49
6.2.1
Gebiedsopgave 1 Bosfront Ermelo en Harderwijk
Harderwijk en Ermelo groeien en het is druk rondom de A28. De Natura 2000-grens is hier grillig en tal van functies die je niet in de natuur verwacht zijn hier te vinden. Verdere verrommeling van een in potentie prachtig gebied liggen op de loer. Hier is een integrale aanpak vereist waarbij ook de opgave van fiets en O.V. in dit gebied goed wordt ingepast, met name rondom het steeds belangrijker wordende station Harderwijk (een keervoorziening is benodigd om sneller en frequenter met het duurzame openbare vervoer te kunnen reizen en de A28 te ontlasten). Hoe kan de verbinding tussen Veluwe en kust (in Harderwijk is de afstand het kortst) worden versterkt? Hoe wordt de A28 minder een obstakel? Is de rafelrand van het Natura 2000 gebied anders in te richten waardoor een fraaie stadsrand ontstaat die meer mensen een plek biedt? Kan de entree tot het fraaie Ermelo in de toekomst wat betreft uitstraling worden versterkt? Kan Ermelo beter aangesloten worden op het O.V. net? Dit lukt door integraler naar de gemeentelijke grenszone met Harderwijk te kijken. Het gebied kent van oudsher erg veel lokaal en (boven) regionaal kruisend verkeer. De A28, de route Apeldoorn – Harderwijk – Lelystad en de Zuiderzeeweg-route kruisen elkaar op min of meer hetzelfde punt. En op een dergelijk knooppunt hoort elkaar ontmoeten erbij.
Niet voor niets is een omvangrijk transferium in het gebied gelegen en zijn er hotels en overige verblijfsaccommodatie te vinden. Maar al deze infrastructuur maakt het gebied in zekere mate onherbergzaam. In het kader van duurzaam ruimtegebruik willen we onderzoeken of dat misschien ook anders kan. De hoofdopgave: het weer fysiek koppelen van Harderwijk aan het natuurgebied Veluwe, het verminderen van de overlast om, op en nabij de A28 zijn aan te pakken door het onderzoeken van diverse oplossingsrichtingen die mogelijk ook andere uitdagingen in de regio adresseren. Onderdeel van de opgave zou kunnen zijn of met behulp van woningbouw investeringen in de infrastructuur kunnen leiden tot een verbeterde ruimtelijke kwaliteit. Lukt het om zo de natuur van de Veluwe royaal Harderwijk in te brengen? Wordt de doorstroming van verkeer op dit belangrijke kruispunt daarmee geholpen? Koppelkansen: • Onderzoeken of op termijn anders omgesprongen kan worden met de grenzen van het Natura 2000 gebied, bijvoorbeeld door elders ruimte voor meer zeldzame en rijkere biodiversiteit te zorgen (voorzichtig pionieren met het Natura 2100 denken).
50
• • •
6.2.2
Inzet van grootschalige woningbouw om natuur fysiek in Harderwijk te brengen, over de A28 heen (denk daarbij aan voorbeelden als Sijtwende in Voorburg of de A2 in Maastricht). Versterken toeristisch recreatieve infrastructuur – belangrijk knoopgebied in doorfietsnetwerk Doorstroming A28 – koppelen met Noord Veluwe bereikbaar
Gebiedsopgave 2 Dynamisch Landschap
Het landelijke gebied ten westen van Putten en Ermelo Een halfopen landschap, afwisselend en klein van schaal. Langs de A28 is het meer open en weids, automobilisten ervaren vanaf de Randstad bezien hier de ruimte die er nog is in regio EHPZ. Tegelijkertijd kunnen kernen Ermelo en Putten niet veel kanten op als er gezocht wordt naar ruimte voor wonen en werken, het gebied tussen de kernen en de A28 biedt mogelijk die ruimte. Door de harde grenzen van natura 2000 aan de oostzijde van de dorpskernen, is dit westelijk deel van de gemeenten Ermelo en Putten een interessant gebied. Het is een zone waar ruimte is voor ontwikkelingen, maar die ook specifieke kwaliteiten heeft die behouden moeten worden. Het is een puzzel om verschillende ontwikkelingen op de juiste wijze een plek te geven. Dit is een ruimtelijke opgave waarbij de maatschappelijke component een belangrijk onderdeel is. Voor Ermelo is het gebied langs de A28 zoekgebied voor energie (windmolens) en bedrijven. De Randmeerzone ten westen van de A28 behoort niet tot deze opgave. Buiten de mogelijkheden die voor dit gebied worden gezien zullen de uitkomsten van het VLGG (Vitaal Landelijk Gebied Gelderland) de inkleuring van dit gebied (sterk) beïnvloeden. Hierover wordt in de loop van 2024 meer duidelijkheid verwacht. Vanuit Putten blijft er in de toekomst ruimte voor
51
landbouw en agrarische ondernemingen. Aanvullende hulp vanuit de provincie of Rijksoverheid bij de duidelijkheid over stikstofproblematiek en voortbestaan voor de landbouwers is hierbij gewenst Het gebied kent enkele beken zoals de Volenbeek en Groevenbeek die de Veluwe met de Randmeren verbinden. Die beken zijn in de toekomst van belang voor het opvangen en vasthouden van water in het gebied. De beken bieden kansen voor het verbinden van de natuur van de Veluwe en die van de Randmeren en het bos in Flevoland. Voor het gebied is aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk. Niet alleen omdat in dit gebied langs de A28 windmolens zullen worden gerealiseerd. Ook is ruimte nodig voor wonen en werken en het verbeteren van het fietsnetwerk zodat het daily urban system EHPZ wordt verbeterd. In beeld moet komen wat de kwaliteiten van het gebied zijn en hoe die versterkt kunnen worden zodra inpassingsopgaven zich aandienen. Een ander aspect dat onderlinge samenwerking stimuleert is het energievraagstuk. De A28 zone gaat ingezet worden voor de plaatsing van windmolens. Deze windmolens kunnen de opwek voor overige nieuwe initiatieven bieden zoals het ontwikkelen van ruimte voor bedrijven. Want in deze tijd geldt: Wil je een nieuwe wijk of werklandschap realiseren, dan is het tegenwoordig ook noodzakelijk om ook de bijbehorende opwek (en opslag) van energie vroegtijdig te waarborgen.
Mogelijk zijn er kansen in of nabij het profiel van de A28 om de geplande wind te combineren met zon. Energievoorziening is cruciaal voor ontwikkelingen. Ermelo denkt aan ontwikkelingen als bedrijvigheid, wonen maar ook voor transformatie van bestaande bedrijvigheid. Dit gebied grenst ook aan de te overwegen fietsbrug over het Nuldernauw en met het inpassen van doorfietsroutes in het gebied dienen zich mogelijk kansen aan voor het opnemen van kleinschalige recreatie-initiatieven. Koppelkansen: • Er zijn naast bovengenoemde kansen in dit gebied meer kansen te definiëren en allereerst zal een gezamenlijke analyse van het gebied en haar stakeholders wat die koppelkansen zijn. Door de specifieke kwaliteiten van dit gebied in beeld te brengen • Leerpunten vanuit het reeds gestarte gebiedsproces GEUS betrekken op deze opgave • Harderwijk wil graag meekijken met deze opgave • Opgave afstemmen met aangrenzende gebieden (Randmeerkust, zuidelijk met andere landbouwgebieden) • De opgave voor het opnemen van bedrijvigheid in dit gebied koppelen met het op te stellen RPW EHPZ
52
6.2.3
Gebiedsopgave 3 Besloten landschap koesteren
Landgoederenzone
Een landschap zoals dit vind je niet veel rondom de bossen van de Veluwe. Besloten, velden in het bos. De namen op oude kaarten spreken tot de verbeelding (De Ridder, ’t Hondsnest, Knapzak en Hell). Perspectieven: natuur en landbouw, water, kleinschalige recreatie. In dit gebied zijn drie aparte gebiedsprocessen met elk hun eigen aanpak te benoemen. Via het fijnmazig beeksysteem in dit gebied vormen zij weer één geheel. Voor dit gebied ligt vooral een opgave voor die bodem en water sturend is en dat is de vraag hoe in dit gebied het water veel beter vastgehouden kan worden. Het verbeteren van de watervoerendheid van het bekenstelsel versterkt de natuur en maakt het oude, middeleeuwse landschap weerbaarder. Voor het beantwoorden en uitwerken van de hier genoemde water vraag is capaciteit benodigd – kennis, kunde en een aanpak. De drie aparte gebiedsprocessen zijn: Deelopgave 3a: Veenhuizerveld Voor het Veenhuizerveld wordt in samenwerking met gemeenten Putten, Barneveld en Nijkerk en provincie Gelderland aan een gebiedsproces gewerkt waarvoor reeds een uitvoeringsplan is opgesteld. Het plan geeft invulling aan de uitwerking van vraagstukken op het gebied van natuur, landbouw en water. Het doel is aan te geven hoe het Gelders Natuur Netwerk in dit gebied in te vullen en te bepalen hoe natuurinclusieve landbouw kan bijdragen aan herstel van het natuurlijke systeem van de Veluwe.
Deelopgave 3b: Gerven & Hell Op landgoed Gerven & Hell zijn al pilots gestart voor verdienmodellen voor natuurinclusieve landbouw. De komende jaren moet de integrale toekomstagenda die voor het landgoed opgesteld is gerealiseerd worden zodat een vitaal cultuurlandschap met robuuste natuur ontstaat, gedragen door vitale landbouwbedrijven die als beheerders en financiële dragers van dit gebied optreden. Deelopgave 3c: Schuitenbeek Ook de Schuitenbeek (vormt een bekenstelsel met o.a. Veldbeek) is aangegeven als project dat in aanmerking komt voor een gebiedsproces. Natuurmonumenten en gemeente Putten (Waterschap Vallei & Veluwe?). Kortom: Er gebeurt in dit gebied al veel, ook zonder regio arrangement. Bij deze gebiedsopgave is het van belang goed in beeld te krijgen of het regio arrangement nog ergens bij kan dragen. Het voordeel 53
van deze opgave is dat het relatief eenvoudig moet zijn om concreet aan te geven wat precies de opgave is en wat de impact van een investering in het gebied zou kunnen zijn. Koppelkansen: • Onderzoeken of samenbrengen van de deelopgaven die in beeld zijn gebracht voordelen bieden. • Kan dit gebied dienen als voorbeeldgebied voor de uiteindelijke richting die met het VLGG opgegaan dient te worden? • Mogelijkheden voor (zeer) kleinschalige recreatieontwikkeling. • Ziet het waterschap Vallei & Veluwe hier de mogelijkheid een leidende rol te spelen? • Nadruk integrale gebiedsopgave ligt op het vlak om vanuit bodem en watersturend die maatregelen te treffen waardoor natuur versterkt wordt en het oude, middeleeuwse landschap behouden blijft. • Kan er een versnelling plaatsvinden in benodigde transformatieslagen? Daarbij is dan hulp nodig op het vlak van R.O. ondersteuning en wordt flexibiliteit in vergunningverlening gevraagd. Denk daarin vanuit alle bestuurslagen mee. Dan kan dit prachtige gebied als voorbeeld dienen. 6.2.4
Gebiedsopgave 4 Huinen
Het agrarisch gebied van Putten ligt centraal binnen de gemeente. Het zuidelijke agrarische gebied heeft een buurtschap genaamd Huinen. Het is een vrij vlak gebied met een afwisselend open tot halfopen landschap. Er komen diverse functies verspreid in het gebied voor, maar de agrarische bedrijvigheid is er beeldbepalend. Het gebied wordt doorsneden door tal van plattelandswegen waaraan de hoofdzakelijk agrarische bedrijven zijn gelegen. Niet-agrarische functies komen met name in en rondom de buurtschap voor. Ten noorden van het gebied is een uitbreidingslocatie voor een 54
nieuwe woonwijk Halvinkhuizen en een ontsluitingsweg beoogd. Als gevolg van het agrarisch gebruik en de ruilverkavelingen die hebben plaatsgevonden, is het historische landschap in dit gebied sterk veranderd. Het relatief wat lager gelegen gebied wordt verder ontwaterd door enkele hoofdwatergangen die afwateren richting het randmeer via de Schuitenbeek en de Volenbeek. De Omgevingsvisie van Putten geeft voor het agrarische buitengebied aan te streven naar sociale, vitale en veilige buurtschappen waarbij agrarische activiteiten voorop staan. Huinen is een kleine kern met een aantal intensieve veehouderijen. In dit gebied, dicht bij stikstofgevoelig Natura 2000 gebied wordt gewoond en gewerkt. De intensieve veehouderijen, die erg dicht bij het Natura 2000 gebied zijn gevestigd, worden door de regelgeving beperkt in hun bedrijfsvoering, en kunnen niet meer uitbreiden. Deze bedrijven zitten op slot en worden aangemerkt als ‘piekbelaster’. Wanneer wordt gekeken naar het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam van september 2023 over het neerslaan van stikstof is er een grote mogelijkheid dat de door het bedrijf uitgestoten stikstof makkelijk neer kan slaan in het nabijgelegen Natura 2000 gebied ‘Veluwe’. Wanneer deze bedrijven willen doorontwikkelen kan verplaatsing een optie zijn. Door deze optie kan er meer ontwikkelperspectief gegeven worden aan de bedrijven.
Wellicht dat de ruimte hiervoor gevonden kan worden binnen de regio EHPZ. In het geval van vrijkomende agrarische bedrijvigheid (functieverandering) ligt de focus op de leefbaarheid van buurtschappen. De bestaande erven dienen optimaal gebruikt te worden en bij voorkeur weer een agrarische invulling te krijgen. Voor het behoud van het agrarische landschap zijn nieuwe technieken en verdienmodellen voor boeren nodig, zoals circulair boeren, biologisch boeren, korte ketens, waar mogelijk ruimte voor uitbreiding of nieuwvestiging van agrarische bedrijven. Samenhang wordt gezocht bij ecologisch boeren en het vergroten van biodiversiteit met inheemse soorten en verbeteren van duurzaam bodem- en watersysteem, vermindering uitstoot, toepassen van natuurlijke akkerranden, etc. Er wordt waar mogelijk ruimte gegeven voor het ontplooien van nevenactiviteiten op het gebied van recreatie, toerisme, zorg en onderwijs. Nevenfuncties voor boeren blijft de gemeente Putten toestaan. Ook wordt gekeken naar het stimuleren van mogelijkheden voor het lokaal afzetten van agrarische producten in winkels en horeca in Putten en omgeving. Qua energietransitie ligt de voorkeur bij zon op agrarische schuurdaken en wordt gekeken naar mogelijkheden voor de opwek van biogas via mestvergisting. Voor (agrarische) ondernemingen en recreatie is bereikbaarheid belangrijk.
Er ligt een recreatief routenetwerk door het buitengebied die gekoesterd wordt. Echter is bij een groot aantal wegen in het buitengebied is de inrichting en/of constructie van wegen niet berekend op het huidige gebruik van de weg. Onder andere door grote/zware voertuigen t.b.v. agrarische bedrijven. Dit vraagt om aanpassing van wegen op het gebruik of aanpassing van het gebruik op de wegen. De nieuwe ontsluitingsweg ligt in dit gebied en zal ook invloed hebben op de toekomstige bereikbaarheid. Veiligheid is een belangrijk thema in buitengebieden, met name vanwege ondermijnende criminaliteit (schuren die voor illegale doeleinden worden gebruikt). Gemeente Putten treedt op 1 januari 2024 toe tot de Regio Foodvalley, op de onderdelen Voedseltransitie en Landbouw. Vanuit deze regio wordt het RPLG (regionaal perspectief landelijk gebied) opgesteld, een plan en werkwijze om te komen tot een vitaal landelijk gebied. Het RPLG gaat net als het regioarrangement uit van een toekomst voor het landelijk gebied. Er kunnen verschillende accenten gelegd worden vanuit de verschillende regio’s. Putten heeft deze aansluiting gezocht omdat het landelijk gebied van Putten veel overeenkomsten heeft met de Foodvalley gemeentes.
In zowel EHPZ-, Foodvalleyverband en de samenwerkende gemeente op de Noord-Veluwe in het kader van het Gebiedsplan Landelijk gebied, blijft Putten betrokken bij het landelijk gebied.
55
Koppelkansen: • Betere aansluitingen recreatieve routes in agrarisch gebied Huinen en rest van regio EHPZ • Pilots starten voor nieuwe technieken en verdienmodellen voor boeren, personele of financiële steun vanuit provincie zou hierbij kunnen versnellen. • Verplaatsingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven binnen de regio EHPZ. • Hulp van provincie en regio’s bij stikstofproblematiek en Natura 2000 bescherming: woningbouw, verkeer, bedrijven en boeren op slot. • Samen weerbaarheid vormen tegen ondermijning in het buitengebied. 6.2.5
Gebiedsopgave 5 GEUS Enclaves Garderen, Elspeet, Uddel en Speuld
Gebiedsaanpak voor de agrarische enclaves Garderen, Elspeet, Uddel en Speuld. In dit gebied wordt samen vanuit de perspectieven landbouw, natuur, water, leefbaarheid, recreatie en lokale identiteit gewerkt aan een integraal gebiedsplan. Daarbij is ook dit proces sterk afhankelijk van de uitkomsten van het in ontwikkeling zijnde VLGG. Deze opgave ligt in vier regio’s en is in regio EHPZ tot zover beperkt benoemd in het regio arrangement. Alle regio arrangementen worden straks onderdeel van het Ruimtelijk Voorstel, het VLGG vloeit samen met het regio arrangement in de loop van 2024. Voorgesteld wordt om als provincie Gelderland een gelijk beeld voor deze opgave te laten ontstaan in alle vier de regio’s. Het is een vraag aan gemeente Ermelo aan te geven wat zij voor hun GEUS-deel van belang achten voor het Regio Arrangement EHPZ. Wat zijn de koppelkansen met mogelijk andere opgaven in de regio? Koppelkansen: • GEUS aansluiten op het doorfietsnetwerk dat in regio EHPZ voorligt • GEUS als voorbeeld voor andere gebiedsopgaven
56
6.2.6
Gebiedsopgave 6 Zeewolde
Al eerder is het aangegeven, majeure grootschalige ruimtelijke wijzigingen met een grote impact op de ruimte in regio EHPZ liggen met name op het grondgebied van Zeewolde. De impact is groot als ze ook allemaal gerealiseerd worden. Denk daarbij aan de mogelijke komst van een grootschalige kazerne van defensie, de studie naar een nieuwe 380 KV tracé, plannen voor grootschalige woningbouw (Oosterwold) binnen de huidige grenzen van de gemeente). Enkele van deze opgaven ondersteunen het verder fysiek uitwerken van de cirkelstad omdat het gaat om projecten die in de ring zijn gelegen die op de dialoogkaart is geprojecteerd. Te maken keuzes zullen afgestemd worden met de gezamenlijke ruimtelijk strategische visie. Voor Zeewolde is de strategische agenda Flevoland hierbij ook van belang. Koppelkansen: • Door Zeewolde veel meer te betrekken bij Gelderse opgaven en te spreken van één hecht daily urban system, worden doelstellingen sneller haalbaar. Dan kan uitgegaan worden van één hecht daily urban system waarin een gemeenschap van bijna 125.000 inwoners eerder toe is aan een IC station dan Harderwijk, Ermelo en Putten alleen. • Uitdagingen in het watersysteem (Veluwse kwel in Zeewolde) ombuigen naar kansen door waterschappen voor regio EHPZ samen een oplossing op te laten stellen en het schone Veluwe water te borgen. • Recreatieontwikkelingen Zeewolde combineren met plannen Veluwe.
57
Intermezzo: Succesvol samenwerken in de regio EHPZ Voorwoord De volgende tekst is een voorschot op wat de toekomst mogelijk brengt. Het is een fictief verhaal over het EHPZ-gebied in 2054. We hebben tenslotte met elkaar nog geen profiel voor de EHPZ-regio beschreven. Het doel van dit verhaal is om te prikkelen en vooral een uitnodiging om met elkaar in gesprek te gaan. We kijken terug en zien waartoe samenwerken en de gebiedsopgaven, die we vandaag met elkaar definiëren, zouden kunnen leiden. Het is 21 juni 2054 en we bevinden ons in de Regio Binnenmeer. Regio Binnenmeer, 21 juni 2054. “De pensioneerde man kijkt mijmerend voor zich uit, zittend op de steiger aan het Tulpeiland. Hij kijkt uit over het Wolderwijd. Het is een heerlijke zomerdag, dus schoenen en sokken uit, lekker met de voeten in het water. De zon staat hoog aan de blauwe hemel. Een enkele schapenwolk bedekt zo nu en dan de zon. Er staat voldoende wind om te surfen en te zeilen. Het is gezellig druk op het Wolderwijd. De elektrische waterbus glijdt voorbij. Kinderstemmen galmen vanaf het strand over het water. Terrassen zitten vol. Iedereen heeft het naar zijn zin. Deze man, een oud gemeentebestuurder, is trots en kijkt tevreden om zich heen. Hij haalt diep adem en inhaleert de schone en frisse lucht. Dit is echt genieten! Zijn kleinzoon gaat naast hem zitten.
Hij studeert bestuurskunde en is benieuwd naar het verhaal achter het succes van Regio Binnenmeer. Waarom is dat zo’n groot succes? Samen fietsen ze een rondje om het Wolderwijd en praten heel wat af. Opa, waarom wil je dat ik je hier interview? “Ik kan je het verhaal over het succes van regio Binnenmeer vanuit huis vertellen, maar ik vind het veel leuker om je dit vanuit vier verschillende perspectieven te laten zien. De Regio Binnenmeer bestaat uit vier gemeenten: Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde. Bij iedere ontwikkeling staat de mens centraal. Een hoog welvaartsniveau is belangrijk, maar welzijn is minstens zo belangrijk. Al aan het begin van deze eeuw is onderzocht hoe mensen ‘leven’ in dit gebied. Het is mijn stokpaardje, maar toen al is komen vast te staan dat Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde een daily urban system vormen. Voor veel inwoners geldt dat wonen, werken, leren en recreëren plaatsvindt in dit gebied. En kijk naar wat je voor je ziet! Waarom zou je hier niet willen wonen? Familiebanden zijn er ook veel in dit gebied. Verhuizingen vinden vooral plaats binnen de gemeenten, Ik heb altijd gevonden dat de inrichting van het openbaar bestuur zich rechtstreeks moet verhouden tot het daily urban system.
De overheid moet voorwaarden voor inwoners scheppen en daarbij werken gemeente- of provinciegrenzen vaak onnodig belemmerend, waardoor ontwikkelingen vaak onnodig lang duren. De dienstverlening aan de inwoners staat wat mij betreft centraal”. Opa, je dwaalt een beetje af. Ik heb altijd begrepen dat er halverwege de jaren twintig een soort van omwenteling kwam in het denken over bestuurlijke samenwerking in dit gebied. Kun je daar iets over vertellen? “Er is altijd een zekere mate van urgentie en druk van buitenaf nodig om mensen te laten bewegen in hun denken en doen. Veranderen kan alleen met veel respect voor elkaar en voor het verleden. Onderling vertrouwen moet groeien. Halverwege de jaren twintig waren er genoeg uitdagingen: woningnood, energietransitie, landbouwtransitie en de bereikbaarheid liet te wensen over. We werden gegijzeld door netcongestie (energie), water- en stikstofproblematiek. Landelijke regie werd noodzakelijk. De provincies kregen vanuit het Rijk de opdracht om te komen met ruimtelijke voorstellen over de drie landelijke opgaven (energietransitie, verstedelijking en landelijk gebied). De provincie Gelderland was opgedeeld in 7 regio’s. De EHPZ-regio was er daar een van. Wij hebben in die tijd met 8 partijen het regioarrangement EHPZ opgesteld (twee provincies, twee waterschappen en vier gemeenten).
De regionale samenwerking die daaruit voortvloeide was de bestuurlijke basis voor het ontstaan van Regio Binnenmeer. Nu lijkt het misschien alsof we gedwongen werden om samen te werken, maar de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde hadden samen met de provincies Flevoland en Gelderland al in 2022 de Gebiedsagenda EHZ gesloten. Ook daarin waren ruimtelijke thema’s opgenomen. Het besef van de noodzaak om dit soort vraagstukken samen op te pakken, bestond dus al langer. Op verzoek van de provincie Gelderland is Putten ook aangehaakt en zijn we met z’n vieren onderweg gegaan”. Opa, ik begrijp dat het binnenwater een belangrijke functie heeft. Hoe heeft het denken over het Wolderwijd en Nuldernauw zich ontwikkeld? “In het verleden beschouwden we het water tussen Flevoland en Gelderland als een bijna onoverbrugbare barrière tussen beide provincies. De oeververbindingen aan de zuidkant van de gemeente waren, zeker als het om de N301 ging tussen de Gooiseweg en de A28 bij Nijkerk, nog niet optimaal en zeker nog niet voorbereid op toekomstige ontwikkelingen, zoals de komst van defensie in Zeewolde en de ontwikkeling van Oosterwold fase 2. Echt nieuw in die tijd waren de leidende principes:
• • •
Ruimtelijke kwaliteit; Het natuurlijk systeem (water en bodem sturend); Het welbevinden van inwoners staat altijd voorop (brede welvaart).
O ja, tijdens het opstellen van het regioarrangement deden we een grappige ontdekking. Als je een denkbeeldige scheidingslijn trekt over het midden van het Wolderwijd en Nuldernauw, dan zul je zien dat de Flevolandse en Gelderse zijde min of meer elkaars spiegelbeeld zijn. Centraal het water, dan de kustlijn met natuur, de kernen, bedrijventerreinen en daarachter de bos- en heidegebieden (Stille Kern versus de Veluwe) en ruimte voor agrarische en (recreatie)bedrijven. Dit besef bracht een kanteling in ons denken over de positie van het water teweeg. Het Wolderwijd en het Nuldernauw liggen centraal in de regio. Het water vormt juist de ‘brug’ tussen Flevoland en Gelderland. Het Wolderwijd en het Nuldernauw zijn
58
onze binnenwaters. Dat maakt het Wolderwijd ons ‘Central Park’. In de jaren ‘20‘ is er samen met omliggende regio's sterk ingezet op het aantrekkelijk maken van de Randmeerkusten voor (water)recreatie. Het Wolderwijd is de afgelopen jaren uitgegroeid tot het “belevingshart” van onze gemeente. Waterrecreatie is steeds populairder geworden en daarbij past het concept van snelle Venetiaanse waterbussen. De waterbussen gebruiken we nu ook voor woon-werkverkeer naar de drijvende woonkernen bij Almere, Spakenburg, Nulde, Horst, Harderhaven en Elburg. Er zijn plannen om de lijn door te trekken naar Amsterdam en Zwolle. Openbaar vervoer over het water is steeds meer een volwaardig alternatief”. Zullen we gaan lunchen? Ik weet nog een leuke eetgelegenheid aan de voet van de fietsbrug. We hebben dan ook een mooi uitzicht over het water en de fietsbrug. Op het gezellig drukke terras strijken beide heren neer en genieten van een heerlijke lunch. Opa, waarom was de fietsbrug zo belangrijk? “De fietsbrug was het icoon van het regioarrangement in die tijd, omdat het letterlijk een brug sloeg tussen beide provincies. Van hoefijzer naar cirkel, dat was de beeldspraak. Er voer overdag een fietspont tussen Zeewolde en Ermelo, waarvan door de weeks vooral scholieren gebruik maakte. In de zomermaanden voer de pont ook in het weekend voor recreanten.
De vaste fietsverbinding tussen Gelderland en Flevoland heeft ervoor gezorgd dat de reistijd tussen de vier gemeenten 24 uur per dag en 365 dagen per jaar korter werd. Dit heeft de transitie van het woon-werkverkeer een impuls gegeven. Ook werd het groen van de Veluwe en Zeewolde via het blauw van het binnenwater rechtstreeks met elkaar verbonden. Dit verhoogde de aantrekkelijkheid van het gebied voor (fiets)recreanten. Het autogebruik nam meetbaar af. Elektrische fietsen en scooters kwamen ervoor in de plaats. Nu het snelfietspadenplan is gerealiseerd zijn de vier kernen, het IC-station Harderwijk, de bedrijventerreinen en recreatiegebieden sneller en makkelijker te bereiken, dan met de auto. Wat hierbij ook heeft geholpen, doordat de brug ook fungeerde voor een voor die tijd geheel nieuw type shuttlevervoer. Nu vinden we die autonoom rijdende shuttles die elk kwartier alle kernen en wijk(winkel)centra met elkaar verbinden gewoon maar destijds reden er alleen van die grote stadsbussen die nooit vol zaten. Er blijkt soms maar een relatief kleine fysieke ingreep nodig te zijn met een enorme spin-off”. Opa, we zijn nu in Zeewolde. Wat was de rol van Zeewolde in de totstandkoming van Regio Binnenmeer? “In de jaren 20 was de uitbreiding van Zeewolde met 3.000 woningen langs de Zeewolderdijk al voorzien.
Als je naar links kijkt zie je ook de waterwoningen die er de laatste 15 jaar bij zijn gekomen. De meeste impact had de aanwijzing van Harderhaven als dorpskern. De kern van het nieuwe dorp werd opgehoogd tot dijkniveau’ De gracht rondom deze terp draagt samen met een fijn waterstelsel in de omringende polder bij aan het afremmen van de bodemdaling. Daarmee heeft deze tweede kern blijvend een dorps karakter en is het karakteristieke open polderlandschap veiliggesteld. Het dorp Hierden ligt aan de andere kant van het water. Twee dorpskernen tegenover elkaar past ook mooi in de beeldspraak over het spiegelbeeld vanaf het binnenwater bekeken. Inmiddels is Zeewolde uitgegroeid tot exporteur van groene energie op grote schaal en beschikt over een internationaal opererende toonaangevende groene energie-expertisecentrum. Daarnaast is er nog voldoende ruimte voor agrarische en recreatie ondernemers en voor bedrijvigheid op het Trekkers- en Schepenveld. Defensie is de grootste werkgever in Zeewolde en heeft naast werkgelegenheid ook welvaart gebracht en een versnelling in de realisatie van de stadsring”. Wat doen we? Gaan we over de fietsbrug of rijden we een groter rondje? Laten we de brug nemen, dan komen we uit bij het Ecopark langs de A28 in Ermelo. “Het eco bedrijvenpark was toen een van de bestuurlijke speerpunten.
Door de netwerkcongestie gold dat een gebiedsontwikkeling niet mogelijk was zonder eerst op locatie een duurzame energievoorziening te realiseren. Zo’n energie hub, waarin meerdere partijen samenwerken op het gebied van energie, vinden we nu heel gewoon. Het gebied was al zoekgebied voor windmolens en daar is zonnestroom aan toegevoegd. Dit bedrijventerrein maakte bedrijfsverplaatsingen vanuit de kern van Ermelo mogelijk. Een paar jaar geleden is bedrijventerrein Kerkdennen definitief gesloten. Gestart is met woningbouw. Zo groeien Ermelo en Harderwijk steeds meer naar elkaar toe”. Opa, hoe is omgegaan met de grenzen van Natura 2000? “Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde zijn nog steeds ingeklemd tussen Natura 2000 gebieden. Centraal het Wolderwijd en de Veluwe aan de oostkant. Bij uitbreidingsplannen voor woningbouw in Ermelo en Harderwijk waren we gedwongen om richting het water te kijken, terwijl dat eigenlijk voor het leidende principe water en bodem sturend niet optimaal is. Dan is het toch echt logischer om oostwaarts uit te breiden. Het gesprek tussen overheden op nationaal en Europees niveau is nog niet afgerond, alhoewel het besef van de nog steeds stijgende waterspiegel wel meer mogelijk maakt. We hanteerden het begrip Natura 2100 om het gesprek op gang te brengen.
De ontwikkeling van het Bosfront is een mooi voorbeeld van het veranderen van inzichten, maar daarover vertel ik je straks meer”.
Opa, ik heb begrepen dat er een forse bijdrage is geleverd aan de klimaatdoelstellingen. Heb ik goed begrepen dat de aanpak een exportproduct is geworden? “Klimaatwetenschappers gingen ervan uit dat de gemiddelde temperatuur ruim 2 graden zou stijgen. Sinds de jaren ‘20 hebben zijn er steeds nieuwe warmte en droogte-records gebroken. Dit heeft er zelfs toe geleid dat de KNMI de definitie van een tropische dag heeft bijgesteld tot dagen met een temperatuur van 35 graden Celsius en warmer. In Zuid Europa ligt de gemiddelde zomertemperatuur ruim boven de dertig graden. Onze kennis van landbouwtransitie en (semi) autonome energiesystemen worden, nadat ze hier uitgebreid zijn uitgetest en in de praktijk gebracht, volop elders in de wereld ingezet om de opwarming tot 2 graden te beperken”. Opa, waren er ook problemen in de watervoorziening? Ik las dat er in 2028 zelfs een rantsoen op water is ingesteld, omdat de voorraad onder de Veluwe niet meer voldoende was voor consumptie.
59
“De gedachte was dat met het aanplanten van bomen op de Veluwe meer water vastgehouden kon worden. Helaas heeft dit maar deels gewerkt. Daarom is het water in 2028 op rantsoen gezet. De voorraad drinkwater onder de Veluwe was niet langer voldoende voor consumptie. De toen opgezette Nationale overheidscampagne om watergebruik te minderen heeft gewerkt. Het zorgde ervoor dat er voldoende water beschikbaar bleef voor de voedselproductie en dat vaarwegen bevaarbaar waren. Ook aanpassingen in Flevoland zorgden ervoor dat Veluws kwelwater beter werd benut. Er is toen een plan ontwikkeld om nog meer water vast te houden om ook bij een opwarming boven de twee graden nog over voldoende water te kunnen beschikken. Gelukkig heeft dit allemaal gewerkt en is water voor consumptie en landbouw geen issue meer. Opa, waar stond GEUS voor? Een belangrijke gebiedsopgave in die tijd was de gebiedsaanpak GEUS (Garderen, Elspeet, Uddel en Speuld). Vanuit onze toenmalige regio EHPZ was Ermelo betrokken. In de vorm van een Living Lab is met alle betrokkenen een plan ontwikkeld voor dit gebied om het duurzaam te ontwikkelen, zodat je er ook in de toekomst goed kunt wonen, werken en recreëren. Het was een goed voorbeeld voor de manier om de gebiedsopgaven in ons gebied aan te pakken”.
Zullen we de fiets pakken richting Putten? Even lekker doorfietsen op de F28? Met de zon in het gezicht staan beide mannen binnen no-time in de dorpskern van Putten. Op het terras drinken ze een kop thee. “Begin jaren 20 is besloten om de groei van het woningaantal (2.200) tot 2040 te koppelen aan de groei van het aantal inwoners. In de beginjaren van de EHPZ-samenwerking is onder de noemer van het koesteren van het besloten landschap, ingezet op het behoud van het bijzondere landschap aan de zuidzijde van het gebied. Alle ruimte voor landbouw, natuur, water en kleinschalige recreatie. Sowieso is er rond de herstelde beken ook tussen Ermelo en Putten en bij Hierden een prachtige natuur ontstaan. Het wild in dit gebied kan zich via deze natuurlijke corridors makkelijk verplaatsen tussen de Veluwe en de Oostvaardersplassen. De agrarische sector op de Veluwe is dankzij de transitie nog steeds veerkrachtig. De toonaangevende innovatieve bedrijven ontwikkelen zich verder en specialiseren zich steeds meer in klimaatadaptieve landbouw. Deze ontwikkeling hielp Nederland om met de emissies in de pas te lopen. En vandaag is Putten nog steeds een agrarisch dorp”.
Zullen we de fiets pakken richting Harderwijk? Ze fietsen via de Zuiderzeestraatweg die inmiddels is ingericht op (recreatief) fietsverkeer tussen de kernen Ermelo, Harderwijk en Putten en deze corridor is uiteraard aangesloten op de fietsbrug naar Zeewolde. Op de boulevard in Harderwijk pakken beide mannen een terras en genieten van een diner. “Harderwijk is van oorsprong een stad met regionale functies, maar heeft altijd een beetje het karakter van een dorp behouden. Lang geleden was Harderwijk landelijk bekend vanwege het Dolfinarium. Nu vanwege de aantrekkelijke historische binnenstad. Het Hanzeverleden is echt een mooi internationaal visitekaartje. Het bruist hier volop door de aanwezigheid van (water)recreanten. Er is hier de laatste dertig jaar veel veranderd. Waterfront en Nieuw Weiburg zijn gerealiseerd. De intercitystatus is verkregen en al eerder was het keerspoor aangelegd. Door de intensivering van het treinverkeer zijn spoorwegovergangen in het gebied vervangen door spoortunnels. De bereikbaarheid van het gebied is sowieso enorm verbeterd. Dat moest ook wel, omdat we inmiddels 70.000 meer inwoners hebben dan 30 jaar geleden. En we groeien nog steeds. De regio is goed bereikbaar met de fiets, het openbaar vervoer (rails, bus en water) en met de auto.
De mobliteitshubs bij de drie stations zijn een succes voor het binnen stedelijke verkeer en de stadsring voor de verbinding naar buiten. Almere is via een tweebaansverbinding aangesloten op de A28 en bij de afslag Nijkerk is een knooppunt gerealiseerd, waarmee de doorstroming van het verkeer via de A28, de N301 en N798 richting Putten gegarandeerd is. De mooiste ontwikkeling vind ik toch wel het Bosfront. Het Rijk heeft de middelen voor het ondertunnelen van de A28 beschikbaar gesteld. De in de jaren twintig gestarte gezamenlijke lobby door Ermelo en Harderwijk heeft z’n vruchten afgeworpen. De plannen voor een groene stadswijk over de snelweg liggen klaar. Daarmee wordt de verbinding met het bos van de Veluwe hersteld We hebben met het bosfront geleerd natuurwaarden te respecteren en te integreren in onze stedelijke omgeving waardoor we als mens meer onderdeel zijn geworden van het natuurlijke systeem. Daarvoor moest de natuurwetgeving wel op de schop en zijn mens én dier in een natuurlijke omgeving daar beide beter van geworden. Het gebied ondergaat een metamorfose . Oude (agrarische) bedrijven vertrekken en wonen in een prachtige, stille omgeving komt daarvoor in de plaats ”. Zullen we op huis afgaan? Ze pakken de fiets en gaan naar huis. Daar aangekomen wil opa nog één onderwerp aansnijden. “Het belangrijkste onderwerp hebben we nog niet besproken.
Dat is de mening van de inwoners. Door allerlei ingrepen in het fysieke domein, waaraan altijd een participatief proces ten grondslag lag, is de leefomgeving verbeterd. De opgaven van 30 jaar geleden hebben aantoonbaar bijgedragen aan de leefbaarheid. In die tijd was de term ‘brede welvaart’ in opgang. Zoals je weet gaat dit over alles wat mensen belangrijk vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Het gaat niet alleen over de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, maar ook de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen buiten de gemeente en toekomstige generaties. En dat is nu juist wat we terugkregen uit onderzoeken: de kwaliteit van leven is toegenomen en deze generatie laat een gezondere wereld achter. De gebiedsopgaven hebben ervoor gezorgd dat naast de 8 overheden ook de inwoners van de vier gemeenten op inhoud met elkaar in gesprek gingen. Door inwoners centraal te stellen bij de gebiedsopgaven en mee te laten delen in de successen is als vanzelf de roep vanuit de samenleving gekomen om als één Regio verder te gaan.
Ja ja, je kent mijn stokpaardje over het daily urban system… Maar je zult het met me eens zijn dat er geen mooiere aanleiding is om de bestuurskracht te bundelen! (Diepe zucht) Ja ja, leven in Nederland is al een voorrecht, maar wonen in deze Regio is echt de kers op de taart….....”.
60
Nawoord Is dit een reëel toekomstscenario voor de regio EHPZ? Het zou mooi zijn als onderdelen werkelijkheid worden, omdat de gebiedsopgaven van vandaag dan ook hebben geleid tot succesvol samenwerken tussen inwoners van Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde en acht overheden.
61
7 Hoe worden we deze regio? In dit hoofdstuk is op hoofdlijnen aangegeven wat er moet gebeuren om de doelen te realiseren. 7.1 Hoe bereiken we onze doelen: Proces komende jaren en verwachte benodigde capaciteit Deze paragraaf gaat in op het verwachte proces dat zal ontstaan als we met de gebiedsopgaven, de ruimtelijk strategische visie en diverse thematische opgaven aan de slag gaan. Op basis van het bestaande beleid, omgevingsvisies, beleid dat op thematische tafels tot stand komt, is de inhoud van dit eerste regioarrangement EHPZ tot stand gekomen. De conclusie is dat komend jaar, 2024, nog veel afgestemd moet worden. Gesproken wordt over een oriëntatiefase. In 2024 wordt het VLGG bekend wat van grote invloed gaat zijn op ruimtelijke processen in onze regio. Daarnaast zullen voor de diverse opgaven ook nieuwe coalities gevormd moeten worden, denk daarbij bijvoorbeeld aan de ruimtelijk strategische visie EHPZ. Het waarom van opgaven en visies is in dit stuk onderbouwd, het hoe, daar is komend jaar tijd voor nodig. Evenzo groeit de behoefte thematische werkvelden al eerder integraal te benaderen om zo beter op elkaar afgestemde plannen op te stellen. Dit is ook precies de bedoeling van een regioarrangement. Dit arrangement is aanleiding geweest om energie, bodem en water, maar ook bereikbaarheid en leefbaarheid meer met elkaar in verband te brengen.
Onderstaande figuren geven globaal aan hoe we in dit arrangement de weg vooruit zien. Het eerste figuur stippelt daarbij een tijdspad uit met mogelijke activiteiten en bestuurlijke beslismomenten. Het tweede figuur gaat in op de hulpvraag die vanuit de opgaven voortkomt. Daarbij valt op dat we in 2024 voorzichtig opstarten al wordt zeker ook al urgentie gevoeld zoals voor het energienetwerk. De verwachting is dat bij een herijking van het regioarrangement in opvolgende jaren de hulpvraag specifieker en uitgebreider gaat zijn. Met elkaar bedenken we hoe dit het beste op te pakken.
62
7.2 Planning In onderstaande figuur is een indicatie van het proces en de processtappen opgenomen.
63
8 Hoe werken we samen We zetten ons in voor de ontwikkeling van deze regio door het opstellen van de Ruimtelijke Strategische Visie en het oppakken van gebiedsopgaven zoals uiteengezet in hoofdstuk 6. Binnen de gebiedsopgaven nemen we concrete stappen die leiden tot gebiedsprocessen. 8.1 Welke samenwerkingsvorm kiezen we? Het regioarrangement is tot stand gekomen dankzij de gezamenlijke inspanningen van alle betrokkenen. De vaststelling ervan zal binnen de huidige kaders door provincie, gemeenten en waterschap plaatsvinden. In het kader van dit regioarrangement stemmen we op bestuurlijk niveau af op de Bestuurlijke Integrale EHPZ-tafel (BIT). Aan deze tafel nemen vier gemeenten, twee waterschappen en twee provincies plaats. Naast het regioarrangement werken we als vier gemeenten in verschillende samenwerkingen samen met partners. Om een beeld te geven van de verschillende regionale inhoudelijke deeltafels worden hieronder een aantal genoemd. Deze lijst is niet uitputtend: 1. Er wordt door Ermelo, Harderwijk, Putten, Zeewolde en de provincie Gelderland aan een nieuw Regionaal Programma Werklocaties gewerkt (2023-2027); 2. Er vindt ambtelijk afstemming plaats rondom stikstof met Ermelo, Elburg, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten; 3. We werken samen in het overleg Veluwe VLGG (voorheen Veluwe Arrangement).
Aan deze tafel wordt door rijk, provincie en gemeenten (Apeldoorn, Barneveld en Ede en vertegenwoordiging EHPZ en KvdV) gesproken over het stikstofkader voor de Veluwe. Hierbij kan gedacht worden aan normeringen, zoneringen en dergelijke; 4. Er wordt gewerkt aan duurzame oplossingen in de Veluwse enclave Uddel, Garderen, Elspeet en Speuld met de provincie Gelderland, het Waterschap, Apeldoorn, Barneveld, Ermelo en Nunspeet (GEUS); 5. Gemeente Putten en Regio Foodvalley hebben een samenwerkingsovereenkomst om de samenwerking op de thema's Landbouw en Voedsel te versterken; 6. Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten werken aan de Regionale Energiestrategie; 7. We hebben een Woondeal vormgegeven met Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek, Putten en de woningcorporaties; 8. De Huisvestingsverordening wordt georganiseerd met Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten; 9. Er wordt een regionaal woningmarktonderzoek gedaan met Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde. Deze regionale inhoudelijke ‘deeltafels’ leveren de inhoud. De integrale afweging vindt plaats op de Bestuurlijke Integrerende EHPZ-tafel. Het resultaat van deze integrale afweging vormt de basis voor het te sluiten Regio Arrangement Ermelo-Harderwijk-Putten en Zeewolde.