Regioarrangement Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (v0.9)
Tekst van het document
Ermelo Ermelo heeft een uitgebreide en visuele omgevingsvisie, die ondersteunend kan zijn in dit Gebiedsgericht Aanpak-gebied (GGA) proces. Een groot deel van de gemeente is N2000 gebied. De gemeente heeft een eigen boswachterij. In de omgevingsvisie staan verschillende plannen over heideontwikkeling en vernatting. In het oosten van de gemeente ligt de agrarische enclave omringd door N2000 gebied. In dit gebied vindt op dit moment het gebiedsproces GEUS plaats (zie sectie 2.4.2). Afspraken en doelen die daar gemaakt worden, hoeven niet per definitie ook in de rest van de gemeente te gelden, maar het proces kan wel een voorbeeld zijn in de aanpak. Ten westen van de kern ligt nog een (agrarisch) gebied: Horst en Telgt. Dit is een gebied waar in de toekomst veel ontwikkelingen samen kunnen komen. Te denken valt aan windmolens en bedrijvenlocaties.
23
2. Harderwijk Harderwijk heeft relatief weinig boeren en juist veel industrie/bedrijvigheid. Het bedrijventerrein Lorentz is het grootste aaneengesloten bedrijventerrein van Gelderland. De gemeente benadrukt dat stikstof voor hun ook of vooral te maken heeft met bedrijven, meer dan agrarisch, en onderdeel moet zijn van deze aanpak. De gemeente is wel in gesprek met de agrariërs. In de eenden sector zijn in het verleden al veel ondernemers gestopt. Met name in de sector van de kalverhouderijen overweegt een aantal boeren te stoppen en of is al sommigen zijn al gestopt. 3. Putten In de gemeente Putten is veel Natura2000 gebied en veel agrarisch gebied. Putten wil zelf aan het stuur zitten en niet afwachten qua aanpak. De afgelopen jaren zijn al een aantal boerenbedrijven gestopt (nertsen-houders). In de Puttense omgevingsvisie zijn deelgebieden/zoneringen aangegeven: sterk agrarisch, landgoederen, natuur, etc. Het gaat de gemeente om de kwaliteit van het landschap. Want wie beheert dat landschap als de boeren allemaal zouden moeten stoppen? Het buitengebied moet het buitengebied blijven; niet een veredeld recreatieterrein of elke kilometer een grote opslagloods. De ruimtelijke puzzel voor Putten is onderdeel van de EHPZ-ruimtepuzzel.
Putten wil met deze gebiedsagenda een bepaalde gemeenschappelijkheid voor elkaar krijgen, zoals in de Gelderse Foodvalley bijvoorbeeld al het geval is. Putten draait met Foodvalley mee op de thema’s landbouw en voedsel en het regionetwerk Foodvalley. 4. Gebiedsopgaven Om gebruik te kunnen maken van de middelen uit het Transitiefonds (1e tranche) heeft de provincie Gelderland vóór 1 juli 2023 zogenaamde “no-regret”-opgaven bij het Rijk aangeleverd. Deze opgaven moeten aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het Programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) en kunnen worden beargumenteerd als geen spijt maatregel (oftewel altijd goed). Hiervoor zijn vanuit de Noord Veluwe de volgende voorstellen aangeleverd: a. Verkenning regionale grondbank b. 3 Pilots nieuwe agrarische businessmodellen c. Ontwikkelen overgangszones d. Natuurprogramma Noord Veluwe e. Grondwateronttrekkingen (industrie) f. Lokale gebiedsprocessen: i. Lopende processen: GEUS, Veenhuizerveld en Vier Merken ii. Nieuw te starten projecten: Schuitenbeek, Eendengebied, en Landgoederenzone. Voor de nieuwe projecten zullen partnerschappen geïnitieerd moeten worden in de pre-verkenningsfase. Voor het proces Schuitenbeek zal het eerste initiatief liggen bij de gemeente Putten en Natuurmonumenten. Voor het “Eendengebied” (Harderwijk) ligt dat bij de gemeente Harderwijk.
Voor de Landgoederenzone kan dat liggen bij een van de betrokken gemeenten of bij Gelders Particulier Grondbezit.
24
Kansen en dilemma’s: 1. Dilemma: er is nog veel onduidelijkheid over landelijke richtlijnen (we zijn in afwachting van de landelijke trajecten (landbouwakkoord, lijst piekbelasters, PAS-melders); 2. Dilemma: governance; veel partijen gaan over natuur, landbouw, water en bodem. 1. Kans: Natura 2000 beslaat een groot deel van het buitengebied. We willen bekijken of en hoe we vanuit water en bodemsturend kunnen komen tot zones waar natuur de beste toekomst heeft. Maak van de Randmeeroeverzone aan de Gelderse kant een natuur- en recreatiegebied. Dit levert meer op voor de biodiversiteit. Opgave verstedelijking: stikstofnegatief dakbedekking. Veluwse bouwpartner. Terugbrengen footprint: hoe wonen met natuur en recreatie te verbinden; 2. Kans: integrale gebiedsontwikkeling (landschap, natuur, wonen, werken, recreëren, energie, mobiliteit en sociaal) en inzet van participatie; 3. Kans: bodem kan ook een rol spelen bij de warmtevoorziening in de vorm van grote/kleine gesloten bodemenergiesystemen; 4. Kans: Landbouw en stikstof; de landbouwtransformatie die noodzakelijk en al gaande is om de natuur weer gezond te krijgen en het gebied ook aantrekkelijk maakt voor recreatie. Vragen perspectief natuur en landbouw 1. Overgang naar Veluwe; recreatiezonering-/druk, Poorten naar de Veluwe.
Hoe kan de recreatieve aantrekkelijkheid van de Randmeerkust vergroot worden ter ontlasting van de Natura-2000 gebieden? 2. Wanneer duidelijkheid over landelijke stikstofregels? En in welke vorm en mate krijgen kleinere gemeentes steun in de uitvoering van de regels vanuit Rijksoverheid? 4.3 Ordenende netwerken voor energie, circulaire economie en mobiliteit Hoe realiseren we infrastructuurnetwerken voor energie, data en internet en mobiliteit voor het goed functioneren van de economie en samenleving? 4.4.1
Regionale Energie Strategie (RES)
De energietransitie houdt niet op bij de gemeentegrens. Daarom werken overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties in 30 regio's samen aan een Regionale Energiestrategie. In EHPZ hebben we te maken met twee RES gebieden, Flevoland en Noord-Veluwe. Flevoland De gemeente Zeewolde heeft samen met 5 andere gemeenten, het waterschap en provincie de RES 1.0 Flevoland gesloten. De RES 1.0 van Flevoland is gebaseerd op bestaand beleid De RES 1.0 gaat over de uitvoering van beleid om hernieuwbare energie op te wekken waarover besluitvorming al heeft plaatsgevonden bij de provincie, de gemeenten en het waterschap. Veel projecten zijn binnen dit kader al uitgevoerd of volop in uitvoering. Alles bij elkaar resulteert dit in een productie van 5,81 TWh in 2030. - Wind: 4,64 TWh - Zon: 1,17 TWh. Dit is de bijdrage van Flevoland aan de landelijke opgave om in 2030 35 TWh duurzame energie op te wekken. In het agrarisch Middengebied van Zeewolde wordt het aantal windmolens teruggebracht van 220 naar 91. De nieuwe molens krijgen een hogere capaciteit, zodat er per saldo een hogere opbrengst aan windenergie van in totaal 350 MW wordt opgewekt. Daarnaast zijn er nog 36 bestaande windturbines in de Zuidlob en 9 in het Sternweggebied (O-Flevoland). 25
Van de opgave Zon op Land, die voor de hele provincie Flevoland 500 ha beslaat, vult Zeewolde 95 ha in. Voor Flevoland komt er dit jaar (2023) geen RES 2.0. Wel is een tussenrapportage (RES 1.5) opgeleverd en bestuurlijk behandeld. Noord-Veluwe De gemeenten Ermelo, Harderwijk en Putten werken samen met de provincie Gelderland, waterschap Vallei en Veluwe en vier andere Gelderse gemeenten aan de RES Noord-Veluwe. De RES NoordVeluwe 1.0 is vastgesteld in 2021. Daarin is een bod gedaan om 0,53 Terawattuur (TWh) hernieuwbare energie op te wekken in de regio. Dit bod is als volgt onderverdeeld: • 0,19 TWh zon op dak (35%). • 0,12 TWh zon op land (23%). • 0,22 TWh windturbines (42%). In de RES Noord-Veluwe zijn zoekgebieden voor zonne-energie en windenergie vastgesteld. Het RESbod is onderverdeeld in een ambitie- en reëel bod, ook per gemeente. Er zijn geen bovenlokale warmtebronnen beschikbaar in de regio, voor duurzame warmte onderzoekt de regio de individuele all-electric oplossing. De RES-regio Noord-Veluwe monitort de voortgang van duurzame energieprojecten en de realisatie van het bod. In juli 2023 heeft de RES-regio een voortgangsrapportage opgeleverd, waarin de huidige cijfers en stand van zaken zijn beschreven.
De provincie Gelderland wil samen met de RES-partners de RES Noord-Veluwe concretiseren en de uitvoering versnellen, door een RES 2.0 herijkingsdocument vast te stellen. Met de informatie uit de planMER en de voortgangsrapportage kan de RES worden verbeterd en geconcretiseerd. Voor windenergie wordt het in de regio EHPZ lastig om nieuwe zoekgebieden vast te stellen, omdat Gedeputeerde Staten hebben besloten windenergie te beperken in een zone van 1-8 km rondom de Veluwe om de wespendief te beschermen (PS2022-1007). In de RES-regio Noord-Veluwe is afgesproken om zoekgebieden te concretiseren via gebiedsprocessen, waarbij integraal wordt gekeken naar de verschillende opgaven in het gebied. Op basis van de zoekgebieden uit de RES, en gebieden die in dit regioarrangement zijn opgenomen, kan in regioverband bepaald worden welke gebieden geschikt zijn voor deze integrale gebiedsprocessen. Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS) De afgelopen jaren is er groeiende schaarste op het elektriciteitsnet: vraag en aanbod van elektriciteit zijn hoger dan de beschikbare netcapaciteit. In de provincie Gelderland zit het elektriciteitsnet inmiddels op slot. Er is netcongestie (overbelasting van het elektriciteitsnetwerk) op landelijk (TenneT) en regionaal niveau (Liander). In een groot deel van Gelderland blijft zeker tot 2030 sprake van netcongestie2.
Een energienetwerk met voldoende transportmogelijkheid is een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie van veel opgaven in deze regio: woningbouw, duurzame energieopwekking, mobiliteit, verduurzaming van bedrijven, gebouwde omgeving en transformatie landbouw. De congestie op het elektriciteitsnet vraagt om meer sturing vanuit de provincie. De provincie Gelderland werkt samen met Liander en de zes RES-regio's in Gelderland, via de aanpak GEIS, aan oplossingen voor netcongestie. De aanpak GEIS kent drie sporen: 1. Versnellen van de realisatie van energie-infrastructuur. 2. Uitwerken van slimme regionale energieoplossingen. 3. Integraal programmeren van ruimtelijke ontwikkelingen (o.a. energie-infrastructuur)
2 Zie uitkomsten netcongestiemanagementonderzoek van TenneT zoals gepubliceerd op 18 oktober
2023. En Kamerbrief DGKE-DE / 38035955
26
De realisatie van energie-infrastructuur kost ruimte, bijvoorbeeld voor onderstations en trafohuisjes. De ruimte voor toekomstige energie-infrastructuur moet in Gelderse ruimtelijke verkenningen en plannen worden meegenomen. De provincie Gelderland versnelt vergunningverlenings- en ruimtelijke procedures voor de geplande onderstations van de netbeheerder. Het versnellen van de realisatie van energie-infrastructuur is gericht op de korte termijn (voor 2030). In de regio EHPZ is bijvoorbeeld de realisatie van het onderstation Harderwijk van groot belang voor het energienetwerk, ook voor de aangrenzende regio Kop van de Veluwe die hieraan verbonden is. Met slimme regionale energieoplossingen wordt gewerkt aan manieren om het elektriciteitsnet beter te balanceren. Dit kan door duurzaam opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk lokaal te benutten of tijdelijk op te slaan om belasting op het elektriciteitsnet te voorkomen. Het uitwerken van slimme energieoplossingen is ook gericht op de korte termijn (voor 2030). Dit wordt in de regio EHPZ bijvoorbeeld gedaan via Smart Energy Hubs Lorentz in Harderwijk en Veldzicht in Ermelo. Integraal programmeren is een aanpak om integrale bestuurlijke keuzes te maken over de toekomstige ontwikkeling van energie-infrastructuur.
Dit gaat over de lange termijn (na 2030) waarin bestuurlijke keuzes gemaakt kunnen worden in de volgordelijkheid van realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) wil af van het principe first come first serve en wil netbeheerders een nieuwe mogelijkheid geven om in specifieke gevallen hiervan af te wijken. Bijvoorbeeld door de aansluiting op het net van een ziekenhuis voorrang te geven op de aansluiting van een casino. Voor het opstellen van kaders voor prioritering willen netbeheerders samen met de provincies aan de slag. Een eerste stap om integraal te programmeren is de vaststelling van het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK). In het eerste PMIEK zijn de bovenlokale projecten voor de elektriciteitsinfrastructuur geïnventariseerd. Het PMIEK krijgt elke twee jaar een update en met de toevoeging van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan binnen GEIS de programmeercyclus worden doorlopen om te komen tot een verdere prioritering. Botsproef energie infrastructuur als randvoorwaarde uitvoering bestaande plannen Netwerkcongestie beperkt in toenemende mate het realiseren van onze ruimtelijke doelen. In ieder geval de komende jaren. Tot 2030 zijn de grote uitbreidingen in het elektriciteit netwerk al gepland, daar is nog maar beperkt in bij te sturen.
Dit omdat het ongeveer 7 jaar duurt om te komen tot een nieuw onderstation. Wel zijn er soms lokale maatwerk oplossingen mogelijk om tekorten (tijdelijk) het hoofd te kunnen bieden. Maar om die oplossingen effectief in te zetten moeten we tijdig weten waar en wanneer ze nodig zijn. We hebben op dit moment echter nog niet scherp wat er nog wel aan ontwikkelingen mogelijk met de bestaande restcapaciteit van de onderstations is en hoe zich dat verhoudt tot onze plannen tot 2030. Daarom gaan we onder regie van de provincie samen met de netbeheerder een feitenonderzoek doen op het niveau van de individuele onderstations: wat is de ruimte, welke stations worden wanneer uitgebreid, wat zijn de plannen voor nieuwe woningen, werklocaties etc. en wanneer gaat het waar en hoe erg wringen. Wanneer we dat feitenrelaas scherp hebben gaan we lokale maatwerk-oplossingen ontwerpen, financieringsafspraken maken, programmeren en uitvoeren. Ook weten we dan wat we van partners nodig hebben om deze oplossingen te kunnen realiseren, die randvoorwaardelijk zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit feitenrelaas kan dan ook helpen het P-MIEK aan te scherpen. Kansen en dilemma’s: ● Kansen voor een waterstofopslaglocatie bij RWZI in relatie tot Smart-hub Lorentz.
● Kansen voor wind- (Horst en Telgt) en zonne-energie in Putten en Ermelo (zon en wind via cable-pooling maakt business case voor beiden beter en is belangrijk voor balans op het net). Hier liggen ook kansen voor bio/groen gas. 27
● ● ● ●
● ● ● ● ●
●
●
●
● ●
● ● ● ● ● ●
Kansen voor integrale gebiedsprocessen waarin energie (zonne-energie, opslag, conversie en (laad)infrastructuur) wordt meegenomen. Kansen om op energiegebied meer kennis en ervaringen uit te wisselen tussen Zeewolde en Gelderse gemeenten. Kansen voor slimmer en georganiseerd aanpakken energievoorziening op bedrijventerreinen, o.a. met Smart Energy Hubs in EHPZ. Kansen voor benutting zonne-energie op en bij infrastructuur (o.a. parkeerplaatsen, spoor, fietspaden, A28 zonnepanelen in geluidsschermen, snelwegen via het OER-programma van Rijkswaterstaat). Kansen voor het koppelen van energieopwekking en -opslag aan gebiedsopgaven (energieneutraliteit is randvoorwaardelijk voor uitbreiding woningbouw/bedrijvigheid). Kansen: de wens van het Rijk is om een 'plus' te zetten op duurzame energie (zon en wind). Dit zou een opgave voor de EHPZ-regio kunnen zijn. Kansen voor zonne-energiewinning i.c.m. waterberging. Kansen voor opslag van warmte-energie in de bodem. Kansen voor energietransitie bij gebiedsprocessen in combinatie met landschap en andere functies in het gebied. Als energievoorzieningen zich concentreren door wonen en werken zelfvoorzienend te maken, dan hoef je de zoekgebieden niet te gebruiken en die gebieden kunnen dan natuur blijven. Kansen voor zon- en windenergie door (XXL) bedrijvigheid toe te staan onder de voorwaarde van een energie leveringsplicht.
Dilemma: beperkingen van mogelijkheden voor windenergie door wespendief. Zoektocht naar mogelijkheden voor technische innovaties en financiële mogelijkheden voor stilstandvoorziening. Dilemma: netcongestie in de regio en de (on)mogelijkheden voor geplande uitbreiding van onderstation Harderwijk door stikstofbeperkingen. Er is ondertussen een oplossing voor de stikstofproblematiek bij de uitbreiding van het onderstation Harderwijk. Hierbij wordt de provinciale stikstofbank ingezet. Daarnaast wordt de aanpak van het vraagstuk netwerkcongestie urgenter. Dilemma: het realiseren van wateraansluitingen begint een vraagstuk te worden. Dilemma: er komen niet automatisch zonneparken in het buitengebied van Putten als vervangend verdienmodel van (stoppende) agrariërs, omdat dit ten koste gaat van kostbaar landbouwgebied. Dilemma: de nog onbekende locatie van het 380 KV-tracé in Zeewolde Dilemma: in Harderwijk zijn er weinig (onvoldoende) mogelijkheden voor nieuwe energie (behalve op dak en mogelijk wind op bedrijventerrein Lorentz). Dilemma: groene economie en steden betekent gewijzigde energievraag (meer elektriciteit en minder gas).
Dilemma: hoe borg je de ruimtelijke kwaliteit (landschappelijke inpassing) Dilemma: hoe zorg je voor het continue beschikbaar hebben van energie? Dilemma: zijn dakconstructies geschikt voor aanleg zonnepanelen op grote bedrijfsgebouwen en zijn er geschikte verzekeringen?
28
Concept actieplan 2024 energiesysteem van de toekomst voor de regio Noord-Veluwe (regio EHPZ en regio Kop van de Veluwe De gemeenten op de Noord-Veluwe hebben gezamenlijk een actieplan energiesysteem opgesteld. Dit actieplan is in de stuurgroep RES op 2 november besproken en voorgesteld om dit integraal op te nemen in dit regioarrangement. Doelstelling: Energietransitie versnellen, samenwerking verbeteren en ontwikkelen van innovaties De energievoorziening in de regio Noord-Veluwe (KvdV en EHPZ) staat onder druk. Netcongestie op zowel levering als teruglevering is een vraagstuk dat de regio zeker tot 2030 in zijn greep houdt. De regio kan het zich niet permitteren dat verduurzaming en ruimtelijke en economische ontwikkelingen vertragen of zelfs stilvallen. De regio voelt de urgentie en wil stevige stappen zetten. De regio ziet de RES breder dan ‘alleen’ het realiseren van meer duurzame opwek. Voor het aspect ‘verhogen kwantiteit duurzame energie’ ligt in de regio de focus op het integraal en gebiedsgericht uitwerken van RES-zoekgebieden, waarbij nadrukkelijk de samenhang met andere ruimtelijke ontwikkelingen voorop staat. Verstedelijking, de transformatie van de landbouw (vitaal platteland) en de ontwikkeling van een duurzaam energiesysteem, maar ook andere ruimtelijke ontwikkelingen grijpen in elkaar.
De RES Noord-Veluwe richt zich op het samenhangend energiesysteem waarin vraag, aanbod, opslag/conversie en energie-infrastructuur worden gecombineerd. Uitgangspunt daarbij is dat de regio ernaar streeft op zo laag mogelijk spanningsniveau vraag en aanbod te combineren en te balanceren. De regio Noord-Veluwe (zowel geografisch als qua governance) is het goede niveau om de brug te slaan tussen lokale en provinciale energiesystemen en ruimtelijke ontwikkelingen. Realisatie van energiegebieden zoals bedrijventerreinen en woonwijken is topprioriteit. Dit doen we door ontwikkeling van Smart Energy Hubs. De RES en de regionale samenwerkingstafel duurzaamheid werken samen aan het energiesysteem van de toekomst. Dit gaat over elektronen (elektriciteit), moleculen (gassen) en warmte. De RES NoordVeluwe is aangehaakt op het spoor GEIS/PMIEK en houdt zich ook bezig met de samenhang tussen laadinfrastructuur voor mobiliteit, elektrificatie van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving en energievoorziening op bedrijventerreinen. De regio zet in op het op korte termijn beter benutten van de bestaande elektriciteitsnetwerken en het uitbreiden daarvan op korte en lange termijn. In de RES-regio Noord-Veluwe (inclusief regio EHPZ) willen we de komende jaren aan meerdere parallelle sporen werken: 1.
In de regio opzetten van verschillende integrale gebiedsprocessen waarbij energie één van de belangrijke onderwerpen is. Vanuit het domein energie is hiervoor aanvullende capaciteit nodig. De regio vraagt hiervoor van het ministerie van BZK voor de periode 2024 financiële ondersteuning voor het aantrekken van 1 FTE, ofwel 210.000 euro. 2. Ontwikkelen van Regionaal schetsontwerp Energiesysteem van de Toekomst 2040 voor de Regio Noord-Veluwe (inclusief KvdV en EHPZ). Het schetsontwerp omvat minimaal twee scenario’s, incl. visualisaties en ontwerpprincipes aansluitend bij de identiteit en opgaven van de regio. De regio vraagt van het ministerie van EZK een financiële bijdrage van 110.000 euro. 3. Versnellen van de realisatie van Smart Energy Hubs op bedrijventerreinen (balanceren van vraag en aanbod, d.m.v. opslag/conversie en slimme infrastructuur). Op een aantal bedrijventerreinen in de regio staan de ondernemers te popelen om hiermee aan de slag te gaan. De regio wil experimenten uitvoeren en hiervoor experimenteerruimte binnen de Omgevingswet benutten. 29
De regio Noord-Veluwe wil pilotgebied zijn voor innovaties in de energietransitie en haar vooruitstrevende positie hierin behouden en versterken. De regio vraagt het ministerie van EZK om ons te benoemen tot pilotregio. 4. Onderzoeken van de mogelijkheden voor ontwikkeling van semi-autonome energiegebieden (Smart Energy Hubs) voor nieuwe en bestaande woonwijken. De regio wil experimenten uitvoeren en hiervoor experimenteerruimte binnen de Omgevingswet benutten. De regio Noord-Veluwe wil pilotgebied zijn voor innovaties in de energietransitie en haar vooruitstrevende positie hierin behouden en versterken. De regio vraagt de ministeries van EZK en BZK om ons te benoemen tot pilotregio. 5. Het benutten van mogelijkheden die de Omgevingswet ons biedt om versnelling aan te brengen in de energietransitie. Dit wil de regio vanuit het motief van het stimuleren van energiegebieden waarin op lokaal niveau vraag en aanbod wordt geclusterd (fysieke leefomgeving): o Omdat in de regio Noord-Veluwe vanwege de vele natuurgebieden vrijwel elke uitbreiding van de energie-infrastructuur een uitdaging oplevert voor wat betreft stikstofuitstoot tijdens de bouwfase van nieuwe netinfrastructuur, willen we in de regio Noord-Veluwe de vergunningverlening voor stikstofeffecten versnellen door ze op regionaal schaalniveau en niet op projectniveau te verlenen.
De regio vraagt van het Rijk ambtelijke ondersteuning vanuit het ministerie van EZK en LNV om dit nieuwe pad gezamenlijk te verkennen. o De ontwikkeling van nieuwe modules/staalkaarten voor gemeenten zodat zij lokaal op korte termijn via het instrumentarium van de Omgevingswet stappen kunnen zetten waardoor het Energiesysteem van de Toekomst sneller tot stand komt. Deze modules/staalkaarten kunnen als input/inspiratie dienen voor de VNGstaalkaarten energietransitie (die in november 2023 is gestart en doorloopt in 2024). We denken daarbij aan: ▪ Het stellen van lokale eisen aan nieuwbouwwijken zodat nieuwe woonwijken een positieve bijdrage leveren aan het optimaal van de beschikbare netcapaciteit. Deze eisen willen we vastleggen in Omgevingsplannen. ▪ Het ontwikkelen van ‘paraplu-programma’s’ waarin gemeenten grondposities reserveren die nodig gaan zijn voor onderdelen van het Energiesysteem van de Toekomst, zoals trafohuisjes, buurtbatterijen, laadpleinen, warmteopslag, etc. ▪ Het ontwikkelen van een staalkaart ‘niet-verplichte aansluiting’ (alternatieven voor de aansluitingsplicht, die gelijkwaardig beschermingsniveau of hoger opleveren).
▪ Het meenemen van het energieprofiel van bedrijven in het vestigingsbeleid en het daarvan verankeren in de Omgevingsplanregels voor bedrijventerreinen; De regio Noord-Veluwe vraagt van het ministerie van EZK ambtelijke ondersteuning om dit nieuwe pad gezamenlijk te verkennen, omdat de regio kansen ziet om de decentrale componenten in het Nationaal Programma Energiesysteem verder te verdiepen en te verankeren. De regio NoordVeluwe vraagt het ministerie van EZK om een financiële bijdrage van 50.000 euro voor de ontwikkeling van modules/staalkaarten. De regio Noord-Veluwe wil hiervoor graag pilotgebied zijn en vraag het ministerie van EZK de regio de status van pilotregio te geven. Wanneer nodig, wil de regio gebruik maken van experimenteerruimte binnen de Omgevingswet. De regio vraagt het ministerie van BZK om ambtelijke ondersteuning hierin. 30
4.4.2
Circulaire Economie
Economie en de arbeidsmarkt zijn voor inwoners en de ondernemers in de vier gemeenten van groot belang. Vitaliteit van een dorp, stad of wijk is voor een belangrijk deel afhankelijk van de mate van arbeidsparticipatie en daarmee de werkgelegenheid in de regio. De beschikbaarheid en de kwaliteit van de werklocaties, alsmede het serviceniveau en de dienstverlening daaromheen zijn belangrijke redenen voor bedrijven om zich in dit gebied te vestigen. Dat vraagt een versterking van het economisch profiel en een versterking van het volume en de kwaliteit van ons aanbod van werklocaties. In vergelijking met de rest van Gelderland geldt dat de sector bouwnijverheid wat sterker vertegenwoordigd is in de regio EHZP. Een belangrijke sector voor onze bouwambities. De arbeidsmarkt in de regio EHZP is nog steeds erg krap. Dit geldt ook voor de horeca- en recreatiesector. In de toekomst blijven de werkgelegenheid en de beroepsbevolking even hard stijgen, dus de krapte zal naar verwachting niet afnemen. Om deze en onze andere ambities te kunnen realiseren is het verstandig om als regio te werken aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt en na te denken wat er nu en morgen nodig is om mee te kunnen bewegen op de uitdagingen en transities. Voor Harderwijk en Ermelo geldt dat de huidige bedrijventerreinen vol raken.
Ermelo heeft het voornemen om het door woningbouw omsloten bedrijventerrein Kerkdennen te transformeren tot eveneens woningbouw en wil voor lokale bedrijven een bedrijvenpark realiseren langs de A28. Putten heeft nog een bedrijfsterrein te ontwikkelen, dat eveneens is gericht op het accommoderen van al lokaal gevestigde bedrijven, waarbij de achterblijvende gronden mogelijk verkleuren naar woningbouw. Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. Als tussendoel moeten we 50% minder primaire grondstoffen gebruiken in 2030. Een circulaire economie is meer dan een technisch vraagstuk; het gaat om een economie gebaseerd op andere waarden. Een systemische verandering is nodig, waarin we van een lineair systeem gefocust op consumptie naar een gesloten systeem gebaseerd op waardebehoud en veerkracht gaan. Om dit te bereiken is samenwerking essentieel – geen enkele partij kan immers alleen een volledig nieuwe economie creëren. In de huidige transitiefase wordt voornamelijk geëxperimenteerd met nieuwe technische oplossingen in projecten of op kleine schaal. Maar technische innovatie is niet de grootste uitdaging van de circulaire economie; samenwerking is de sleutel om torenhoge duurzaamheidsambities daadwerkelijk te realiseren binnen afgesproken kaders.
Hierbij horen radicale innovaties, nieuwe contractvormen en businessmodellen gericht op waardecreatie op de lange termijn in plaats van het traditionele korte termijn winstdenken. Overigens heeft het Planbureau van de Leefomgeving becijferd dat tot 2050 de circulaire economie tot 40% meer ruimte vraagt dan de huidige lineaire economie. Ook hiermee moeten we rekening houden. Steden vormen het kloppend hart van de samenleving: ze zijn het centrum van economische activiteit, creativiteit en huisvesten het grootste deel van de bevolking. Steden zijn katalysatoren van productiviteit en innovatie, maar ook van consumptie en emissies. Ze behelzen slechts 3% van het aardoppervlak, maar consumeren meer dan 75% van de grondstoffen wereldwijd. In Nederland is de gradatie van urbanisatie zelfs ver boven het wereldwijde gemiddelde: meer dan 90% van onze inwoners woont in steden (Data: The World Bank; The Netherlands). Zo hebben steden de mogelijkheid, maar ook de verantwoordelijkheid om de leiding te nemen in de transitie naar een duurzame economie. Vanuit sociaal, geografisch en ondernemend oogpunt biedt de stad Harderwijk volop kansen voor een transitie naar de circulaire economie. De sterke sociale cohesie onder haar veelal technisch geschoolde en ondernemende inwoners vormen een goede basis voor gezamenlijke verandering.
Als onderdeel van de provincie Gelderland, die op dit moment wordt gezien als de aanjager van circulariteit binnen Nederland, zijn er veel mogelijkheden tot het delen van kennis en het aangaan van ambitieuze samenwerkingen. Daarnaast vormt de grote groep actieve ondernemers een belangrijke doelgroep om ‘hands-on’ met circulariteit aan de slag te gaan. De ketenaanpak en vele 31
samenwerkingsverbanden onder de ondernemers bieden mogelijkheden voor slimme afspraken en een gezamenlijke transitie naar de circulaire economie. 4.4.3
Mobiliteit
Bereikbaarheid en duurzaam veilig Een goede bereikbaarheid is belangrijk voor het behouden en zo mogelijk verbeteren van de brede welvaart. Om werk, school, winkel, theater, zorginstellingen en andere voorzieningen te kunnen bereiken, zijn goede verbindingen nodig. Ten behoeve van een beter milieu en leefomgeving zet deze agenda in op een zo duurzaam en veilig mogelijk functionerend mobiliteitssysteem. Dit is ons zogenaamde Daily Urban System EHPZ. We beschrijven hier hoe we dit weerbaar willen maken in verband met de groei van de regio door het te versterken. Dit is ook nodig gezien de forse verstedelijking die plaatsvindt, ook in de regio’s om ons heen: Amersfoort, Amsterdamse Metropoolregio, Foodvalley en Zwolle. Daar horen ook financiële middelen bij die ervoor zorgen dat we als EHPZ bereikbaar blijven, op duurzaam veilige wijze. We gaan hieronder uitvoerig in op Bereikbaarheid en het duurzaam veilig maken van ons Daily Urban System EHPZ. Er is dan ook een flinke verbeteringsslag te maken die gunstig zal zijn voor nationale, regionale en lokale vervoersstromen in deze regio. In paragraaf 6.5 van dit regioarrangement hebben we de hulpvraag gedefinieerd die we voor dit onderwerp op dit moment voor ons zien. De uiteindelijke vraag zal groter zijn en die wordt in 2024 via de daarvoor geëigende kanalen verder gedefinieerd.
Minder auto, meer fiets en openbaar vervoer (Thema’s en doelstellingen voor het Daily Urban System EHPZ) Om als regio EHPZ ruimte te hebben voor meer inwoners en arbeidsplaatsen, zonder dat de automobiliteit evenredig meegroeit, zetten we in op drie thema’s: a) Het verkorten van de afstand tussen wonen en werken. Dit beperkt niet alleen de verplaatsingsafstand, maar zorgt er ook voor dat meer forensenverplaatsingen binnen het bereik van de (elektrische) fiets komen. b) Het stimuleren van het gebruik van duurzame vervoermiddelen, met name het openbaar vervoer en de fiets. c) Het stimuleren om een deel van de verplaatsing niet met de eigen auto af te leggen, maar met duurzame vervoermiddelen. Ons gebied kenmerkt zich door een significant grotere beroepsbevolking dan het aantal arbeidsplaatsen. Dat veroorzaakt veel forensenverkeer. Naar buurgemeenten, richting Amersfoort en Zwolle, en naar centrumgemeenten van andere omliggende regio’s. Bijbehorende doelstellingen voor het Daily Urban System EHPZ 1. Goede bereikbaarheid voor +125.000 inwoners, ondernemers, werknemers en bezoekers van onze regio. 2. Druk(te) op wegen verminderen in combinatie met doorstroming van het verkeer. 3. Het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren, vooral door woningbouw zo dicht mogelijk bij bus- en treinstations te organiseren (woon-werk en woon-studie verkeer). 4.
Gebruik van de fiets aantrekkelijker maken – uitbreiding en optimalisering van snelfietsverbindingen. 5. De groei van het autoverkeer afremmen door goede alternatieven aan te bieden. 6. Verkeersveiligheid verbeteren, vooral op het onderliggende wegennet. 32
7.
Tegengaan van sluipverkeer.
Kenschets Daily Urban System EHPZ De vier gemeenten vormen een scharnierpunt tussen de stedelijke regio’s Zwolle, Amersfoort, Apeldoorn en Lelystad, langs de A28: een belangrijke vervoersader tussen de Randstad en Noord- en Oost-Nederland. Deze geografische ligging maakt de regio tot een aantrekkelijk vestigingsgebied voor forensen en bedrijven. Een goede infrastructuur is om deze reden een belangrijke basis voor de economische ontwikkeling en het behoud van werkgelegenheid. Dit geldt ook voor de omliggende regio’s (Amersfoort, Zwolle en Foodvalley). De gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde zijn over de weg en met het OV redelijk tot goed bereikbaar, maar de grenzen zijn bereikt. Door de groei van het aantal inwoners (woondeals) zal de bereikbaarheid verslechteren, aangezien de weg- en spoorinfrastructuur nog uit de jaren '70 stamt. Een (financiële) impuls in mobiliteitsmaatregelen is noodzakelijk en randvoorwaardelijk voor het realiseren van de groei. De gemeenten zetten voor de interne bereikbaarheid in op het STOMPprincipe (Stappen, Trappen, OV, MaaS en Privé-auto) voor mobiliteitsvraagstukken bij gebiedsontwikkeling. De regio EHPZ ligt, zoals al aangegeven, geografisch op het kruispunt van de corridor AmersfoortZwolle enerzijds en Apeldoorn-Lelystad anderzijds.
Het mobiliteitssysteem dient vooral een goede bereikbaarheid van het gebied te bevorderen voor onder andere een goed functionerend economisch systeem en brede welvaart. Met het programma Noord-Veluwe Bereikbaar wordt er samengewerkt met alle Gelderse gemeenten langs de A28 aan een mobiliteitsaanpak die bedoeld is het verkeer op de A28 te ontlasten. De belangrijkste mobiliteitsopgaven voor het versterken van het Daily Urban System EHPZ zijn: -
-
Realiseren van een snellere en frequentere spoorverbinding, inclusief een keervoorziening voor treinen in Harderwijk; Realiseren van een snelle en comfortabele fietsverbinding tussen Zeewolde en Ermelo; Snelle fietsverbindingen tussen Putten, Ermelo, Harderwijk en Nunspeet om mede de toenemende congestie op de A28 te verminderen; Verbetering doorstroming en aansluiting op richting de A28/Nijkerk via de Nijkerkerbrug en de achterliggende rotonde (en vice versa) en de verdubbeling Nijkerkerweg (N301) in Flevoland; Realiseren fly-over kruising N302 en N305; Leefbaarheid en verkeersveiligheid op de doorgaande Zuiderzeestraatweg-route verbeteren; Realisatie mobiliteitshubs om regionale en lokale mobiliteit duurzaam en slim vorm te geven; De geplande woningbouw in Putten-Zuid en Nijkerk vraagt eveneens aandacht ten aanzien van de capaciteit van de betreffende provinciale wegen.
Brede welvaart / vervoersarmoede Vervoersarmoede gaat over 'het niet kunnen komen waar je zou willen komen, waardoor je deelname aan maatschappelijke activiteiten belemmerd wordt'. Dit is een thema wat absoluut speelt op de Noord-Veluwe en in de regio EHPZ. Autobezit en -gebruik is voor veel inwoners niet te betalen, het busvervoer is de laatste jaren uitgekleed en de NS-dienstregeling stamt nog uit de vorige eeuw. Sinds 1970 is het inwoneraantal in onze regio bijna verdubbeld terwijl de hoofddragers van de mobiliteit (A28, spoor, fiets) niet zijn meegegroeid. Met de nog voor ons liggende ambities op het gebied van woningbouw en verduurzaming is er grote urgentie om de bereikbaarheid en leefbaarheid 33
te waarborgen op een manier die past bij deze tijd. De komende jaren zullen er t/m 2030 conform de afspraken vanuit de Woondeals nog circa 17.000 woningen in onze regio (met name) nabij de diverse stations worden gebouwd. Om de ambities op gebied van woningbouw en duurzaamheid samen op te laten gaan dient vol te worden ingezet op het stimuleren van gebruik openbaar vervoer. Knooppunt Hoevelaken wordt voorlopig niet onder handen genomen (“ingepakt” volgens demissionair minister Harbers), wat automatisch betekent dat automobilisten de komende jaren in de file blijven staan tussen Harderwijk en Amersfoort. Op de corridor Amersfoort-Zwolle zit een enorm reizigerspotentieel dat momenteel onbenut blijft vanwege het aanbod. Zo lang de treinverbinding tussen Harderwijk en Amersfoort geen volwaardig alternatief hiervoor is, zullen de automobilisten in hun auto blijven zitten. Wij willen stappen vooruit zetten in de mobiliteitstransitie en inwoners uit de auto en in het openbaar vervoer krijgen. Station Harderwijk als spil van het Daily Urban System EHPZ (Keervoorziening / spitssprinter / spoor Harderwijk) Door met een hogere frequentie treinen te gaan rijden tussen Harderwijk en Amersfoort, wordt de trein concurrerend ten opzichte van de auto tussen Harderwijk, Nijkerk en Amersfoort. Hiermee wordt ook knooppunt Hoevelaken ontlast.
De basis van elke verbetering op het spoor op deze corridor is een keervoorziening in de vorm van een passeerspoor in Harderwijk. Deze maatregel zorgt voor fors snellere reistijden per trein naar Amersfoort/Utrecht en Amsterdam Zuid/Schiphol vanuit onze regio. Ook is een goede spoorverbinding aantrekkelijk voor het groeiende aantal inwoners in de regio (Woondeal). Zo kan het aanbod van treinen meegroeien met de ontwikkeling van de regio Amersfoort en de regio Noord Veluwe. De ambitie is om een volledige keervoorziening van voldoende lengte (275 meter) te realiseren waarmee ook intercity’s kunnen keren, zoals is vastgesteld in Toekomstbeeld OV. Met deze maatregel kan de spits pendeltrein Harderwijk – Nijkerk – Amersfoort worden doorontwikkeld voor de toekomst. Met de keervoorziening wordt het ook mogelijk om de Intercity Den Haag-UtrechtAmersfoort Centraal-Schothorst door te laten rijden naar Harderwijk. Meer treinen op het traject betekent voor Ermelo en Putten dat de spoorbomen vaker dichtgaan. Onderzocht moet worden of ondertunneling van een aantal spoorwegoverwegen onderdeel kan zijn van de aanleg van de keervoorziening. Snelle fietsroutes Er zijn voldoende aanknopingspunten om verder te gaan met de uitwerking van de snelle fietsroute Noord-Veluwe.
Dit geldt voor alle van de onderzochte routedelen op de corridor Amersfoort – Nijkerk – Putten – Ermelo (aantakking Zeewolde – integraal onderdeel van de Ruimtelijk Strategische Visie, zie paragraaf 6.2) - Harderwijk – Nunspeet – Elburg – Wezep – Hattem – Zwolle. Hoewel de route natuurlijk door vrijwel niemand geheel zal worden gebruikt, zorgt juist de samenhang van de route ervoor dat het fietsgebruik op iets langere afstanden kan toenemen (Nijkerk – Ermelo, Putten – Harderwijk, enzovoort). Het huidige fietsgebruik, in combinatie met de beoogde snelheidswinst en verschuiving van auto en fiets, leiden tot fietsintensiteiten die vragen om een kwalitatief hoogwaardige route. De potentieberekening gaat uit van maximale winst, maar ook in de situatie waarin niet op alle locaties snelle fietsroutekwaliteit kan worden behaald, blijft een snelle fietsverbinding die de kernen van Noord- Veluwe met elkaar verbindt, relevant. De toenemende druk op de A28 en maatschappelijke (en ruimtelijke) ontwikkelingen leiden tot een toenemende mobiliteitsbehoefte. Proactief handelen naar deze signalen voorkomt het dichtslibben van 34
het netwerk en draagt bij aan klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. Er zijn zes redenen waarom juist de corridor Amersfoort – Nijkerk – Putten – Ermelo (aantakking Zeewolde) - Harderwijk een goede uitgangspositie kent voor een snelle fietsroute: 1.
2.
3. 4.
5. 6.
Op de route rijden in de bestaande situatie al grote hoeveelheden fietsers die kunnen profiteren van een betere, snellere, comfortabelere, veilige route. Onder goede omstandigheden zijn er nu al op vrijwel de gehele route meer dan 1000 fietsers per etmaal te verwachten; Er is voldoende potentieel om meer fietsers te verleiden om naar de (snelle) fietsroute over te stappen. Met het optimale pakket aan maatregelen op een groot deel van de route naar meer dan 2000 fietsers per etmaal; De route biedt volop mogelijkheden voor recreatief medegebruik voor recreatieve tochten en bezoek van recreatieve bestemmingen; Met een snelle fietsroute op deze corridor wordt de fiets een serieus alternatief voor de auto en het OV. Niet voor verplaatsingen van Amersfoort naar Harderwijk v.v. maar wel op verplaatsingen tussen de kernen in het gebied. Zo wordt de cyclus van meer autoverkeer – wegverbreding – meer ruimte – meer autoverkeer in ieder geval voor een deel doorbroken; De snelle fietsroute zal eventuele files op de A28 niet oplossen maar biedt wel potentie om tot circa 10% van de autoverplaatsingen tussen kernen op de route om te zetten naar fiets; De route biedt een goede ruggengraat voor het regionale fietsnetwerk, zowel woon-werk als school-thuis en recreatief.
Hubs Een hub fungeert als knooppunt van verschillende vervoersstromen. Het zijn de bouwstenen voor een goed functionerend daily urban system. Het biedt comfortabele wachtruimten, oplaadpunten en voorzieningen die de overstap nog aantrekkelijker maken. Een winkel voor dagelijkse boodschappen, een horecavoorziening, maar ook beveiligde fietsenstallingen en parkeerruimte voor auto’s bijvoorbeeld. Hubs hebben potentie voor het realiseren van woningen en bedrijven. Ook past dit uitstekend bij de afspraken die in het MIRT worden gemaakt. Bij de planning van hubs is er altijd een koppeling tussen enerzijds het verbeteren van (openbaar) vervoeren anderzijds het realiseren van nieuwe woongebieden. Bewoners uit het gebied benutten hubs om over te stappen op een andere vervoersmodaliteit. Mensen komen met de fiets of de auto naar de hub, om vanaf daar met het openbaar vervoer of deelvervoer de reis te vervolgen. Vanuit de vijf hubs leidt een goede en veilige fietsinfrastructuur naar en in de woonkernen. Hiermee wordt de combinatie van fiets en openbaar vervoer veel aantrekkelijker. Inwoners van onze kernen (waaronder veel studenten) en bezoekers (waaronder forenzen en toeristen die overstappen naar een andere vervoersmodaliteit) reizen zo makkelijk met fiets en openbaar vervoer naar Amersfoort en Zwolle en de andere steden in onze omgeving.
Verkeersveiligheid In de aanpak van verkeersveiligheid vragen vooral de provinciale wegen en de route van de Zuiderzeestraatweg prioriteit. Met name zijn er grote knelpunten op het gebied van overstekende fietsers en voetgangers op drukke 80 km/h wegen. Een concreet voorbeeld zijn de overstekende fietsers (ouderen, recreatief, mountainbikers) en wandelaars op de diverse oversteken van de Leuvenumseweg (N302) op grondgebied van de gemeente Harderwijk. Stimuleren duurzaam vervoer In een door Noord-Veluwe Bereikbaar opgesteld inspiratiedocument is onderbouwd dat de elektrische fiets bij verplaatsingsafstanden tot 15 km de vervoerwijze is die het meest bijdraagt aan de brede welvaart. Dat vraagt goede fietsvoorzieningen op de betreffende verbindingen. Voor langere 35
verplaatsingen kan de bus of de trein in een aantal gevallen aantrekkelijker gemaakt worden dan nu het geval is. Hetzij in frequentie (minimaal vier keer per uur in de spits), hetzij in directheid (rechtstreeks naar aan de randen van een plaats gelegen werklocaties zonder omweg en overstap bij het station). Dat neemt niet weg dat bij veel langere verplaatsingen de auto het beste vervoermiddel blijft. We moeten dan ook gericht werken aan doorstromingsknelpunten op het hoofdwegennet. Mede om te voorkomen dat sluipverkeer door omliggende kernen het leefmilieu daar onder druk zet. Fietsbrug Zeewolde – Strand Horst Uit een Verkenning naar een fietsbrug tussen Zeewolde en Strand Horst uit 2017 blijkt al dat het aanleggen van een nieuwe brug uitvoerbaar is en er kansen zijn om voldoende meerwaarde tot stand te brengen. De brug is een verbinding tussen Zeewolde en Strand Horst maar heeft in potentie een veel grotere betekenis voor schoolverkeer, woon-werk relaties en recreatie en toerisme als verbindend element tussen bos (Noord-Veluwe), water (Randmeren) en de polder (Flevoland): • • •
Onderdeel van een (nieuwe) LF-route en het knooppuntennetwerk; Verbinding tussen Zeewolde en de stations Harderwijk en Ermelo; Onderdeel van fietsroutes (kort, dagtochten, meerdaagse tochten) waarin meerdere attractieve locaties met elkaar worden verbonden.
In paragraaf 6.2 zien we een verbeterde verbinding Zeewolde – Strand Horst voor fietsers als belangrijk uitgangspunt voor de op te stellen Ruimtelijk Strategische Visie EHPZ. Stimuleren duurzame deelverplaatsingen Voor veel langere verplaatsingen is het niet realistisch om te verwachten dat ze over het volledige traject duurzaam plaatsvinden. Maar op een gedeelte van de verplaatsingen kan dat vaak wel. Vooral naar centrumgemeenten. Dat vraagt goed gefaciliteerde overstaplocaties: hubs (toegelicht in Gebiedsopgave 1). 4.4 Leefbare dorpen en steden In deze paragraaf zijn opgenomen: Woondeal, werklocaties en mobiliteit 4.4.1
Wonen
In de regio Noord-Veluwe wordt in de Woondeal ingezet op een bouwopgave van ruim 12.500 woningen verspreid over de 7 gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten. In de provincie Flevoland geldt voor de ZUND-gemeenten (Zeewolde, Urk, Noordoostpolder en Dronten) een gezamenlijke opgave van 8.343 woningen. Een opgave met onderliggende locaties en met voldoende financiële slagkracht bij de corporaties voor de invulling van de sociale huur binnen de totale woningopgave. Als samenwerkende partijen willen en kunnen we deze opgave aan. Toch betekent dat niet dat de ambitie zonder meer gerealiseerd kan worden. Daarvoor is het nodig dat er tegemoet wordt gekomen aan enkele essentiële randvoorwaardelijke condities. De belangrijkste daarvan zijn bereikbaarheid, ambtelijke capaciteit, een oplossing voor het stikstofvraagstuk, netwerkcapaciteit en het wegnemen van de publieke tekorten bij verschillende (grootschalige) woningbouwontwikkelingen. Naast deze generieke randvoorwaarden willen we als regio aandacht vragen voor het belang van het meegroeien van groen met de verstedelijking. De druk op de buitenruimte is groot en natuurwaarden 36
staan her en der onder druk. Zeker in een regio als de onze waarbij de kernen ingeklemd zijn tussen Veluwe en Randmeren. Investeringen in natuur en recreatie zijn noodzakelijke randvoorwaarden bij groei. Verder willen we benadrukken dat groei niet alleen benaderd kan worden vanuit het perspectief van woningbouw, maar vraagt om een integrale en toekomstbestendige benadering waarbij ook aandacht is voor werken, bereikbaarheid, natuur & landschap en energie & klimaat. Voor de realisatie van de opgave zit er zorg in het feit dat de gemeenten in de regio Noord-Veluwe zelf maar beperkt beschikking hebben over gronden. Dit kan het sturen op betaalbaarheid en het in stelling brengen van woningcorporaties bemoeilijken. Om meer regie te (kunnen) pakken op deze opgave wordt een faciliterend instrumentarium vanuit het Rijk wenselijk en nodig geacht. Leefbare verstedelijking De leefbaarheid van steden en dorpen staat onder druk. Door klimaatverandering krijgen bewoners in toenemende mate last van hittestress, die in de stedelijke omgeving versterkt wordt. Zwaardere hoosbuien én langduriger droogte leveren ook steeds grotere risico’s en overlast op voor burgers en bedrijven. Niet in alle wijken en werklocaties is voldoende groen voor recreatie, sport, spel en natuur aanwezig. De sociaaleconomische tweedeling op het vlak van energiearmoede, hittestress en leefbaarheid groeit.
Tegelijk zoeken we bij de bouw naar mogelijkheden om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van hernieuwbare energiebronnen, circulaire bouwmaterialen en fabrieksmatige bouwwijzen. Veel van de mogelijke maatregelen voor al deze opgaven versterken elkaar en kunnen effectief en efficiënt tegelijk uitgevoerd worden. Tevens erkennen we de meerwaarde van een uniforme, gezamenlijke aanpak, om zo een gelijkwaardig speelveld te creëren en de administratieve last bij ontwikkelaars te beperken. Daarom spreken we af dat gemeenten, waterschappen, provincie(s), rijk en andere partners samen onderzoeken of we tot afspraken en/of normen kunnen komen voor een leefbare verstedelijking. Dat doen we niet alleen in onze eigen regio, maar samen met de andere Gelderse regio’s. Daarbij maken we gebruik van goede voorbeelden die al bestaan, zowel in Gelderland als daarbuiten (bv.: Utrecht en Zuid-Holland). Ook betrekken we de ‘maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ van het rijk. Hoe we vervolgens deze afspraken en normen vastleggen en wat de rol daarbij is van de verschillende partners is onderdeel van dit onderzoek. Dit doen wij gezamenlijk en gelijkwaardig, waarbij de provincie organisatorisch gezien een trekkende rol vervult. Het aanbod van iedere gemeente is: Ermelo Woondeal 2030 realiseren van 1.508 woningen. De sleutelprojecten zijn: i. Horsterhoeve 267 woningen ii.
Veldwijk: 490 woningen iii. Hart van Horst: 62 woningen Verstedelijking na 2030: het zoekgebied ligt aan de westelijke kant van de gemeente. Harderwijk Woondeal 2030 realiseren van 5.557 woningen. De sleutelprojecten zijn: i. Waterfront: 1.250 woningen ii. Harderweide: 860 woningen iii. Nieuw Weiburg: 1.100 woningen 37
Verstedelijking na 2030: Eendengebied, landelijk wonen in het Bosfront en zuidelijke stadsrand. Putten Woondeal 2030 realiseren van 1.403 woningen. De sleutelprojecten zijn: i. Halvinkhuizen: 1.300 woningen ii. Bosrande: 240 woningen Verstedelijking na 2030: transformatie gaat voor in- en uitbreiding om het groene karakter zo veel mogelijk te behouden. Bouwen voor de 'lokale' bevolking (De Bosrande). Bij uitbreiding biedt de beoogde zuidelijke ontsluitingsweg hiervoor aanknopingspunten. Zeewolde Woondeal 2030 realiseren van 1.632 woningen. Het sleutelproject/grootschalige woningbouwlocatie is: i. Polderwijk: 1.500 woningen Verstedelijking na 2030: 1. Het dorp bestaat 40 jaar. Van transformatie is nog geen sprake. Richting het Noord-Oosten zijn 1.000 woningen voorzien. 2. Daarna bouwen richting Harderwijk langs de Zeewolderdijk richting Knardijk (3.000 woningen) 3. Realisatie 20.000 woningen samen met Almere in Oosterwold, waarvan 10-15 duizend op grondgebied Zeewolde.
Randvoorwaarden woondeal Om te voldoen aan de afspraken in deze overeenkomst geldt voor de regio Noord-Veluwe een aantal randvoorwaarden. Over deze randvoorwaarden gaan partijen verder in gesprek, om deze zodoende te concretiseren, verder te onderbouwen en in kaart te brengen wat de mogelijkheden voor steun er zijn. De belangrijkste randvoorwaarden zijn: • Subsidiering onrendabele toppen Om de volumes en het aandeel betaalbaar waar te kunnen maken moet veel geïnvesteerd worden. Voor een belangrijk deel van de ontwikkelingen geldt dat er sprake is van publieke tekorten. Om de ambities te realiseren is ondersteuning nodig met betrekking tot deze onrendabele toppen. Op basis van een 38
globale, regionale inschatting zou het publieke tekort in de regio uitkomen op ca. 106 miljoen euro6. Vanuit de Rijkssystematiek (WBI) die uitgaat van lagere overheden die minimaal de helft van het publieke tekort dragen, komt de regio tot benodigde Rijksbijdrage voor het afdekken van onrendabele toppen van ca 53 mln. Het Rijk draagt bij aan projecten met een onrendabele top via de Woningbouwimpuls. • Ambtelijke capaciteit Het tekort aan ambtelijke capaciteit is een forse vertragingsfactor voor de woningbouw, ook in onze regio. Dit tekort speelt op veel onderdelen binnen het proces: er is een gebrek aan projectleiders, aan medewerkers ruimtelijke ordening en aan vergunningverleners. Ook is er grote behoefte aan extra deskundigheid op gebieden zoals stikstof, mobiliteit, planeconomie, omgevingsmanagement en flora & fauna. Rijk en provincie ondersteunen de regio in de breedte en de diepte. • Stikstof Momenteel maakt de beperking qua stikstofruimte -en de barrières die het opwerpt voor bedrijfsverplaatsingen- een aantal (grootschalige) ontwikkelingen onmogelijk. Het is randvoorwaardelijk dat er op korte termijn duidelijkheid komt over de aanpak van stikstofproblematiek. Rijk en regio zetten zich gezamenlijk in voor de stikstofruimte die nodig is om de betreffende lokale en regionale opgaven het hoofd te kunnen bieden.
• Netwerkcapaciteit De regio bouwt meer dan 11.000 woningen en onderzoekt additionele groei. Het huidige elektriciteitsnetwerk biedt daartoe te weinig ruimte. Concreet komen er momenteel en op korte termijn al projecten in de knel. Uitbreiding van het onderstation in Harderwijk is nodig voor de realisatie van de regionale woningbouwopgave (en de hoognodige uitbreiding van bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk). Voor uitbreiding van dit onderstation is stikstofruimte nodig. De regio vraagt om dit in het kader van de (landelijke) stikstofaanpak met prioriteit op te pakken. • Grondposities Woningcorporaties en gemeenten nemen beide een actieve rol in het verwerven van locaties met het oog op het realiseren van sociale huur en gemeenten zetten hun instrumentarium in om corporaties te helpen in deze opgave. • Financiële haalbaarheid De woningcorporaties kunnen de bouw van de sociale huurwoningen zoals opgenomen in de woondeal financieren op basis van de huidige marktomstandigheden. Partijen gaan de in deze woondeal opgenomen verplichtingen aan onder het voorbehoud dat zij passende financiering voor de desbetreffende verplichting kan verkrijgen. Voor de in deze woondeal opgenomen DAEB investering geldt ook het voorbehoud dat corporaties een borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw voor de financiering van de desbetreffende DAEB-verplichting hebben gekregen.
Woningcorporaties informeren de andere partijen als zij onvoldoende (passende) financiering kunnen aantrekken om de woondeal uit te voeren. • ● ●
Aanvullende afspraken Alle gemeenten stellen in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ in 2023 lokaal een integrale woonzorgvisie op. De provincie Gelderland zet in op het realiseren van minimaal 3.000 flexwoningen tot medio 2025, waarvan 500 tot 1.000 in 2023. Dit krijgt vorm door gemeenten te ondersteunen:
39
•
•
•
Begeleiding van individuele gemeenten bij de realisatie van flexwoonprojecten door het inschakelen van de Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting (bij grote projecten met minimaal 100 flexwoningen) of door het provinciale versnellingsteam. Via een collectieve benadering middels een praktijkleerkring, waarbij gemeenten in vijf bijeenkomsten toewerken naar een haalbaar plan voor de oplevering van flexwoningen voor medio 2024. De provincie Gelderland zet zich in voor de transformatie van leegstaand vastgoed naar woningen, onder andere via het programma Steengoed Benutten. In de periode van 2019 tot en met oktober 2022 zijn via Steengoed Benutten ruim 1.600 woningen verder naar realisatie gebracht en de verwachting is in 2023 nog eens 1.500 woningen. In de loop van 2023 wordt besloten of dit programma na 2023 gecontinueerd kan worden en op welke andere wijze de provincie zich inzet voor transformatie.
Kansen en dilemma’s: 1.
2.
3. 4.
5. 6. 7. 8. 9.
Dilemma: naast de kritische succesfactoren zoals beschreven in de Woondeal (zie pagina 13 en verder), zoals bijvoorbeeld stikstof, bereikbaarheid en energievoorziening, staat het realiseren van nieuwe woningen onder druk door de stijgende bouwkosten, krapte op de arbeidsmarkt, aangescherpte hypotheekregels en het betaalbare programma (een derde sociale huur, een derde middenhuur en/of betaalbare koop en een derde dure huur en koop); Dilemma: Voor de verstedelijkingsopgave vanaf 2030 geldt dat met name in Harderwijk ruimte voor mogelijke bouwlocaties beperkt is. Daarnaast dwingen de grenzen van het Natura 2000-gebied de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Putten uitleglocaties te zoeken richting het water (westwaarts). Als het uitgangspunt water- en bodemsturend strikt wordt toegepast bij het zoeken naar uitleglocaties, dan is het uitbreiden in oostelijke richting ten opzichte van de huidige kernen logischer. Er moeten gesprekken worden gevoerd tussen overheden om te onderzoeken of er uitruil kan plaatsvinden tussen Natura 2000 gebied en de randen langs het water. Specifieke vraagstukken met oog op de eendenhouderij t.o.v. verstedelijking/duurzaamheid (Harderwijk); Dilemma: Harderwijk: A28 is en spoorlijn vormen een barrière. Er is ruimte nodig voor wonen en er moet ruimte zijn voor groene ruimte.
Daarvoor zal er voldoende stedelijke uitloopgebied moeten worden gerealiseerd in de randen van de Veluwe, zodat de recreatiedruk op het Veluwemassief niet verder toeneemt ondanks de groei van het aantal inwoners. Dit is zeer belangrijk omdat de recreatiedruk voor 80% wordt veroorzaakt door eigen inwoners; Zonder stikstofruimte geen energie en zonder energie geen woningbouw; Geen stikstofruimte voor woningbouw; Kans: Deze regio is/moet zelfvoorzienend worden. Geen grote steden in de buurt voor directe koppeling (Zwolle en Amersfoort/ Apeldoorn en Almere/Lelystad op afstand); Kans: Harderwijk doorontwikkelen naar regiostad; Kans/dilemma: Putten heeft aandacht voor dorpsheid en landelijkheid. Daarmee zou een bescherming tegen vergaande verstedelijking in Putten ook in de strategische visie terecht kunnen komen. Hierbij zouden er gebieden aangewezen kunnen worden waar juist wel, maar ook géén optie is voor verstedelijkingsdruk. Dit is een kans om binnen de EHPZ-regio een evenwichtigheid tussen stad en land te behouden.
40
4.4.2
Werklocaties
Bedrijventerreinen zijn belangrijk voor ondernemingen en daarmee voor het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid. Terreinen moeten zo zijn ingericht dat bedrijven er nu en in de toekomst goed kunnen ondernemen. Bedrijventerreinen spelen ook een belangrijke rol bij het behalen van de doelen voor energietransitie, circulariteit en klimaatadaptie. Oftewel voor een duurzame toekomst. Regionaal programma werklocaties In het Regionaal Programma Werklocaties 2019 (RPW) hebben de Noord-Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland het gezamenlijk beleid voor de programmering en de planning van bedrijventerreinen vastgelegd. Voor overige onderwerpen binnen het thema Economie werken de acht Noord-Veluwse gemeenten steeds minder samen op NoordVeluwse schaal, maar zoeken ze de verbinding dichter bij huis in subregio’s en/of met buurgemeenten. Deze tendens naar twee regio’s heeft ook een uitwerking in het RPW (gezamenlijke ambitie, uitwerking in subregio’s) en in de investeringsagenda. De sub-regio EHP had de verwachting dat er uitbreidingsbehoefte van bedrijven zou zijn, maar wilde eerst kijken naar oplossingen binnen het huidige areaal. Versterking van de huidige terreinen door herstructurering en revitalisering en inbreiding hadden de voorkeur. De regio wilde eerst inzetten op inbreiding en dan pas op uitbreiding. Met het opstellen van een geactualiseerd RPW sluit Zeewolde aan bij EHP.
Het RPW2.0 (EHPZ) wordt 2024 verwacht. Kwaliteit De bedrijventerreinen in Harderwijk, Ermelo en Putten zijn over het algemeen van goede kwaliteit. Voor alle drie de gemeenten geldt dat duurzaamheid op bedrijventerreinen een hoge prioriteit heeft. Samenwerking met de bedrijvenkringen en actieve deelname in RES zijn belangrijk om de duurzame opgave gezamenlijk op te pakken. Voorraad Er is medio 2022 nog 40.000 m2 direct uitgeefbaar. Met deze voorraad en dit tempo zouden de gemeenten volgend jaar geen grond meer hebben om uit te geven. Een onzekere factor is de 214.300 m2 die in optie zijn en/of waar gesprekken over lopen. In de praktijk zou het kunnen dat opties teruggeven worden. Gezien de huidige marktomstandigheden is de verwachting dat de meeste opties tot uitgifte leiden. Noodzaak uitbreiding De uitgifte blijkt hoger te zijn dan het WLO groeiscenario ‘midden’. Aangezien er ook geen nieuwe plannen in voorbereiding zijn en er tevens een vervangingsvraag ligt, ontstaat er op korte termijn de situatie dat er geen uitgeefbare gronden beschikbaar zijn.
Acties die de regio gaat uitzetten ● Harderwijk, Ermelo, Putten en Zeewolde kijken samen naar gebiedsontwikkeling en de positie van toekomstige bedrijventerreinen; ● We verkennen de verdere samenwerking rondom het regioarrangement; ● Het streven in Putten en Ermelo is het onderbrengen, daar waar mogelijk, van nu nog geïsoleerd liggende bedrijvigheid (in het buitengebied) op nieuwe terreinen; ● De verwachting is dat er voor Henselare (Putten) medio 2023 de eerste kavels uitgegeven kunnen worden. Dit betreft in totaal 70.000 m2. Naar verwachting zal de helft vervanging zijn van de Ambachtstraat en de rest zal vrij uitgegeven worden;
41
●
●
●
●
Ermelo wil bedrijventerrein Kerkdennen transformeren naar woonlocatie. Voor de vervangen is het voornemen om een nieuw duurzaam bedrijventerrein (Ecopark) langs de A28 te realiseren; Voor Harderwijk geldt dat als het regionaal bedrijventerrein vol is, er geen ruimte meer beschikbaar is. Het ontbreekt aan ruimte om nog fors uit te breiden. Er wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerking met Ermelo, Putten en Zeewolde; Putten wacht op het RPW 2.0 (mei 2023). Zoekgebieden voor bedrijven kunnen nog niet genoemd worden, gewacht wordt op cijfers om de vraag concreet te krijgen. Later in het jaar afstemming met Harderwijk en Ermelo. Pas na de uitgifte Henslare en mogelijkheden herstructurering Keizerswoert, op zoek naar een nieuwe locaties (samen met Ermelo?); Zeewolde: Trekkersveld 3 was voor logistieke bedrijven. Trekkersveld 4 is voorzien voor 4 andere bedrijvigheid, met name MBO+ georiënteerd.