CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota zienswijzen Omgevingsvisie Putten 2040

Commissie Ruimte 28 september 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Putten 204033.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

maar hij komt daar niet helemaal mee overeen. Het bos van Putterbosch BV is om onbeke

het provinciale kaartbeeld gehouden. Op uw kaart is het Putterbos (begrijpelijk) wel ingevu

55 van 138

Op deze kaart valt het meest intensieve recreatieve gebruik binnen zone A. Daaronder wo

het SBB-bos tussen de Julianalaan en de Arnhemse Karweg gerekend. Het bezit van Put

zone B, matig intensief medegebruik, net als Oud Groevenbeek (-west) en de Groevenbe

de praktijk momenteel intensief gebruikte gebieden. Mogelijk is daar een zekere extensive interne zonering, uitvoerbaar. Beantwoording

Bij gronden die niet in het bezit zijn van gemeente Putten hebben we niets te zeggen over is aan de eigenaren / beheerders van de betreffende terreinen. Om die reden kan dit niet meegenomen in de omgevingsvisie.

13v1

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

- De Putterpolder valt hier binnen het ‘open landschap en randmeerzone met ruimte voor

energie’. Ruimte voor energie is in de Putterpolder niet van toepassing en de recreatiedru

maximaal, o.i. mede door de fietspadverbreding. Hiervóór hebben wij er al voor gepleit dit splitsen van de rest van deze zone. Beantwoording

De zienswijze betreft de deelgebiedenkaart op p. 80 i.p.v. de visiekaart van p. 78. Qua en

zinvol om onderscheid te maken in de gebieden, voor veel andere aspecten is het juist log aan te wijzen. Om versnippering te voorkomen houden we één zone aan voor dit gebied. Aanpassing 13v2

N.v.t. - Het agrarisch gebied tussen landgoed Oldenaller en het dorp Putten bestond rond 1900

en is ook goed te herkennen als heideontginningen. Het contrasteert met het eeuwenoude

kampenlandschap westelijk daarvan en is landschappelijk veel minder goed ontwikkeld. D

Daarentegen waren zulke gebieden juist vóór de ontginning heel waardevol. Het terrein H (Natuurmonumenten) is een laatste voorbeeld van de verdwenen vochtige tot natte heide

Putten; de botanische rijkdom illustreert wat juist bij de ontginning van natte hei verloren is Deuverden, Gerven en de Appelse hei liggen ook belangrijke heiderestanten. Beantwoording

De gebieden die worden genoemd vallen binnen de zone ‘Natuurlijke landschaps- en land

in dit deelgebied wordt ingezet op versterking van natuur en ecologie en is ruimte voor wa tevens een argument om dit als één zone ingedeeld te houden. Aanpassing 13v3

N.v.t.

- Het ‘natuurlijk landschap en landgoederenzone’ aan de zuidkant is o.i. correct weergege

blok bij Volenbeek is echter onvolledig. Het gebied aan weerszijden van de Vanenburgera

niet direct aan, maar is wel tot deze zone te rekenen, ook op de kaart van 1900 was dat h de laatste decennia heeft dit karakter nog versterkt. Beantwoording

Uit de toelichting bij de gebiedsindeling op p. 79 valt op te maken dat de begrenzing grote gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Westelijk buitengebied’.

Het landgoed rondom kasteel de Vanenburg is niet meegenomen in de ‘natuurlijk landsch

landgoederenzone’ omdat hier andere ruimtelijke kaders gelden dan bij de andere landgo

Vanenburg gelden voornamelijk de bestemmingen Wonen en Agrarisch. Bij de andere lan

landschappelijke en natuurwaarden geborgd in de bestemmingen Agrarisch met waarden Natuur.

56 van 138

Aanpassing

Landgoed Volenbeek, ten westen van de spoorlijn, meenemen in het deelgebied ‘natuurlij landgoederenzone’ aangezien daarvoor dezelfde kaders gelden.

13w

Samenvatting

4.2 Koers per deelgebied 4.2.4 Agrarisch buitengebied Onder Natuurlijk en Groen

Stimuleren van biodiversiteit en kleinschaligheid kan worden uitgebreid met o.m. bescherm zoals steenuil, kerkuil en zwaluwen.

13x

Beantwoording

Het behouden van de biodiversiteit betreft alle inheemse soorten, die worden hier dan ook

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

4.2 Koers per deelgebied 4.2.4 Agrarisch buitengebied

Onder Cultureel en historisch wordt gezegd dat het zoeken naar dragers doorgaat. Met pa

en fietsroutes kan aandacht worden gegeven aan de vroegere heide met schaapsteelt en

En aan de ontginning tot landbouwgrond begin 20e eeuw, die een totaal ander landschap

van het landgoederen- en kampenlandschap. De relatie met het verdwenen engengebied herinnering worden geroepen bij resterende enkjes in het buitengebied. Beantwoording

De met de zienswijze meegegeven opties bieden een mogelijke invulling van deze uitvoer uitwerking aan wordt gedacht. Het gaat te ver om deze op visieniveau mee te nemen.

13y

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

4.2.5. Bosmassief Veluwe

Het afwegingskader is, stellig mede door de eigendomssituatie, van een hoog abstractien

terecht naar provinciale plannen die voor het gebied van belang zijn. Het is van belang om

te voegen: het Beheerplan Natura2000 voor de Veluwe (2017) en de Herstelprogramma’s

waarbij dat voor bos voor Putten het belangrijkste is. De inspraak op deze programma’s is en in de loop van 2023 kan definitieve vaststelling worden verwacht. Beantwoording

De Herstelprogramma’s zijn op 9 mei 2023 door Gedeputeerde Staten vastgesteld:

https://www.gelderland.nl/themas/natuur/gelderse-natuurgebieden/veluwe/herstelprogram

We nemen een verwijzing naar de Herstelprogramma's op in de betreffende passage van zoals hieronder weergegeven. Aanpassing

Toevoeging aan p. 92: Op 9 mei 2023 zijn de herstelprogramma’s Bossen, Beken, Heiden

Vennen & Venen door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland vastgesteld. De

herstelprogramma’s moeten bijdragen aan het herstellen en sterker maken van de stiksto

op de Veluwe. Ze geven daarbij aan welke maatregelen (voor specifieke locaties) nodig z

activiteiten een vergunning (volgens de Wet Natuurbescherming) moet worden aangevraa

programma’s zijn een uitwerking van het huidige Natura 2000-beheerplan Veluwe. De ma

herstelprogramma’s gaan dus niet over bronmaatregelen om stikstof te verminderen of ov de N2000-begrenzing. Natuurlijk en groen (5);

In dit gebied moet een sterke binding zijn met het beleid en beheer dat de provincie voor d

opgesteld (versterkingsplan, beheerplannen, recreatiezonering, de Herstelprogramma's vo

e.d.). De gemeente Putten draagt waar mogelijk bij aan de genoemde plannen en (herste

57 van 138

geldt in het bijzonder voor de Herstelprogramma’s Bossen en Heiden & Stuifzanden en he

heideareaal dat onder ons beheer valt. We zetten hierbij in op het versterken herstel van b

veerkracht, goed duurzaam bosbeheer (samenstelling loof- versus naaldbos) . Dit doen w

van en relatie met klimaatadaptatie (verdamping, natuurbrandrisico’s). We stimuleren waa

houtwinning t.b.v. lokaal gebruik (bio-based bouwen). Herstellen sprengen en beken door grondwateronttrekkingen te voorkomen en zorgen voor berging en vertraagde afvoer van hevige buien. 13z

Samenvatting

4.2.5. Bosmassief Veluwe

Wij verzoeken de gemeente Putten om bij de gemeente Ermelo te pleiten voor verminderi

geluidsoverlast door de motorcrossbaan aan de Drieërweg, waarvan het geluid ver draagt de luchtkwaliteit, zo belangrijk voor oude loofbossen, negatief beïnvloed wordt. Beantwoording

De motorcrossbaan in de gemeente Ermelo valt buiten de scope van de omgevingsvisie v Putten. Vanuit de gemeente is het wel mogelijk om de effecten van de motorcrossbaan onder de brengen bij de gemeente Ermelo.

13z1

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

4.2.6 Bedrijventerreinen

Hier staat de economie voorop. Niettemin is de invloed op het omringende landschap ook

wat in het afwegingskader niet tot uiting komt. Bouwhoogte, kleur van gebouwen en verlic

reclameverlichting zijn hierbij van grote invloed. Ook ‘verdozing’ heeft grote invloed. Bij he

behouden van groene entrees aan de Nijkerkerstraat en bij het station speelt dit nog sterk

behoud van traditionele agrarische bebouwing van belang. Ook migratieroutes voor das e diersoorten zijn van belang. Beantwoording

Deze adviezen worden meegenomen bij de herziening van het omgevingsplan en de crite welstandsbeleid (die deel gaat uitmaken van omgevingsplan).

13z2

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

4.2.7 Natuurlijke landschap- en landgoederenzone.

Wij zijn i.h.a. positief over de ambities zoals beschreven voor de natuurlijke landschap- en

landgoederenzone. Natuurinclusieve landbouw kan dit verder ondersteunen. Wat wij miss traditionele bebouwing van boerenerven (woonhuis met stal, bakhuis, hooiberg, schuren)

aanwezig rond Diermen en op de landgoederen (Deuverden, Veldhuizen, Renselaar, Klei

missen we een visie op de architectuur van nieuwbouw. Juist hier is het belangrijk om nie

functieverandering te laten aansluiten bij de traditionele stijl. De nieuwbouw aan de Broek dat betreft geen lichtend voorbeeld. Beantwoording

Dit zijn opmerkingen die meegenomen kunnen worden in herziening regels welstandsnota

uit gaat maken van omgevingsplan. In de huidige welstandsnota wordt overigens al met s objectcriteria aandacht besteed aan behoud van traditionele bebouwing.

13z3

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

4.2.7 Natuurlijke landschap- en landgoederenzone.

58 van 138

Het streven om verrommeling te voorkomen is begrijpelijk. Met het slopen van schuurtjes,

voor sloopmeters voor nieuwbouw moet o.i. echter terughoudend worden omgegaan i.v.m

steen- en kerkuil en zwaluwen. Dat is niet vrijblijvend (Wet Natuurbescherming). Ook vlee wijzigingen in bebouwing van belang. Beantwoording

Bij een wijziging is een ecologische onderzoek een voorwaarde, voordat tot sloop kan wor Hiermee wordt het verstoren van soorten voorkomen.

13z4

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

4.2.8 Open landschap en randmeerzone De Putterpolder met aangrenzende Delta Schuitenbeek en aangrenzend Nuldernauw als

deelgebied aanmerken. Kwaliteit en problematiek zijn hier sterk verschillend van die ten n

Enerzijds gaat het om het Putter gedeelte van de polder Arkemheen en anderzijds om een

weerszijden van de A28 van Nulde tot de grens met Ermelo. In het eerste gebied speelt, i

het Nijkerkse deel van de polder, de problematiek van het Natura2000-gebied, het weidev

ganzenrustgebied en het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland. Daarbij heeft deze p

ecologische samenhang met het Nuldernauw, i.h.b. tussen de brug van de 7 N301 en Nul

Schuitenbeek. Het tweede deel omvat de agrarische zone tussen de Waterweg en de A28

zone tussen A28 en het randmeer en het randmeer zelf met Natura2000-status en met he natuurgebied Het Groene Kruispunt. Beantwoording

Er waren al met al meer argumenten om dit als één deelgebied in te delen, ook al zijn er o

verschillen aanwezig. Deze verschillen zijn beschreven en mogen ook voort blijven bestaa Aanpassing

N.v.t.

14. Indiener 14a

Samenvatting

p. 17, onder 3. De recreatiemogelijkheden en –sector wordt als kracht van Putten betiteld. De omgevingsvisie formuleert geen eigen visiebeeld hoe de recreatieve mogelijkheden kunnen worden versterkt. Op p. 26 staat de volgende zin "Het is belangrijk om bestemmingsmanagement toe te passen: inzetten op kwaliteit in plaats van kwantiteit van bezoekers. Korte en lange investeringstermijnen zijn belangrijk om steeds in te spelen op de veranderende wensen van de gast en om te kunnen blijven concurreren met overige toeristische sectoren. " Dit mist uitwerking omdat het recreatieve beleid te strak is: een beheerderswoning kan niet tot reguliere woning worden bestemd. Dit druist ook in tegen de investeringsgedachte, omdat dit niet bijdraagt aan een rendabele, toekomstbestendige parkontwikkeling. De omgevingsvisie sluit dus niet aan op het

59 van 138

recreatiebeleid. De doelen uit de omgevingsvisie worden dus op voorhand niet gehaald. Er moet aanpassing van het recreatiebeleid plaatsvinden op grond van de omgevingsvisie, daarop vooruitlopend moet op de specifieke casus een maatwerkbesluit worden voorbereid. Beantwoording

De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de richting aan. Het recreatiebeleid wordt verder uitgewerkt in afzonderlijke programma's en beleidsregels. De specifieke casus geeft geen aanleiding de omgevingsvisie aan te passen.

14b

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

3.3.1 Aangenaam wonen in Putten De voormalige beheerwoning kan eenvoudig bijdragen aan het behalen van de in totaal 2200 te realiseren woningen in Putten. In de omgevingsvisie wordt gesteld dat er een voorkeur is voor transformatie boven uitbreiding. Deze beleidsdoelstelling wordt doorkruist door het verbod op het transformeren van beheerderswoningen van voormalige vakantieparken. De uitwerking van het al jaren zeer stringente recreatiebeleid in Putten is in deze visie onvoldoende herijkt, waardoor voor een positieve uitwerking van deze visie ook een herijking van dat beleid nodig is.

Beantwoording

De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de richting aan. Het recreatiebeleid wordt verder uitgewerkt in afzonderlijke programma's en beleidsregels. In de evaluatie van het recreatiebeleid nemen we ook de positie van beheerderswoningen mee. Dit valt echter buiten de werking van de omgevingsvisie.

14c

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

p. 80 kaart deelgebieden Putten. De begrenzing van de deelgebieden is zeer gedetailleerd. Door de beperkte resolutie is de begrenzing niet te controleren. Hiermee voldoet de visie niet aan het bepaalde in artikel 1.2.1 lid 2, 1.2.4. lid 1 Besluit ruimtelijke ordening. Omdat de begrenzing onduidelijk en niet digitaal verifieerbaar is niet met zekerheid vast te stellen in welk deelgebied het betreffende perceel ligt. Dat maakt uit omdat er in de verschillende deelgebieden verschillende afwegingskaders gelden.

60 van 138

De omgevingsvisie kan niet voldoen aan de vereisten voor voldoende kenbaar beleid, nu de kaart en plaatsbepaling een dermate concretiserende werking hebben dat deze op perceelsniveau kan uitwerken, terwijl deze tegelijkertijd onvoldoende duidelijk inzichtelijk is en daarmee niet voldoet aan de vereisten uit het Besluit ruimtelijke ordening. Beantwoording

In de omgevingsvisie wordt niet op perceelsniveau een bestemming toegekend en de visie is in die zin niet direct gericht op rechtsgevolg. De deelgebieden geven enkel een indicatie op hoofdlijnen. De gebiedsindeling is niet bedoeld om bestaand gebruik weg te bestemmen, ook al is de benaming van een gebied anders dan het huidige perceelsgebruik. De (wijziging van) bestemming op perceelsniveau vindt plaats in het omgevingsplan. Daarop vindt een participatieproces plaats. Voor wat betreft de inzichtelijkheid van het kaartmateriaal wordt opgemerkt dat de definitieve omgevingsvisie zowel analoog als boekje als digitaal in de vorm van de definitieve omgevingsvisiewebsite, wordt opgeleverd. De omgevingsvisie wordt via het Digitaal Stelsel Omgevingswet ‘DSO’ – ontsloten en wordt omgezet naar de wettelijke vereisten. Er komt nog digitaal kaartmateriaal beschikbaar bij de omgevingsvisie, waarop via een viewer in te zoomen is op specifieke locaties.

14d

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

5.6 Spelregels voor nieuwe initiatieven De spelregels vormen de facto nieuwe beleidsregels. Beleidsregels worden vermengd met een visiedocument, dit is onwenselijk. De spelregels kleven aan de toepassing van de visie en zijn derhalve niet eenvoudig te wijzigen, waardoor er een bestuurlijke moeite kan ontstaan als in de loop der tijd accenten verlegd moeten worden. Dat de spelregels als beleidsregels moeten worden beschouwd is vooral te zien aan de volgende zinsneden op p. 122, eerste alinea: "vormen voor de gemeente een concreet kader bij planafweging”; “een onderbouwing aan te leveren”; "dit wordt vervolgens gebruikt"; “om het initiatief te toetsen” De spelregels formuleren/eisen concrete acties en bijdragen van een initiatiefnemer, terwijl de daarin gebruikte definities niet zijn vastgelegd. Dit leidt tot een onwenselijk risico op interpretatiediscussie en daarmee een toepassing die in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De omgevingsvisie voldoet niet aan de minimale basisvereisten 61 van 138

van behoorlijk bestuur, zoals rechtszekerheid, gelijkheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en evenredigheidsbeginsel en kan na vaststelling onverbindend worden verklaard. (specifiek wordt verwezen naar spelregel 7, uitgewerkt in spelregels 16 t/m 23 en spelregels 8, uitgewerkt in spelregels 33 /m 36) Spelregel 18 (robuuste groeninrichting). Er missen definities voor 'wijk’ en ‘verblijfplek’. Spelregel 19 (klimaatbestendige inrichting). Als elk bestaand gebouw bij transformatie een klimaatbestendige inrichting moet krijgen, kan dit leiden tot extreme kostenposten of onuitvoerbare bouwkundige vraagstukken. Spelregel 33 (bijdrage aan mobiliteitstransitie). ‘mobiliteitstransitie’ is niet gedefinieerd, ook in normaal spraakgebruik is het zeer arbitrair wat hiermee wordt bedoeld. Initiatiefnemers hebben niet altijd de mogelijkheden om gebruikers iets op te leggen wat buiten de invloedssfeer van een project ligt. Los daarvan is het ruimtelijk niet relevant. Beantwoording

De spelregels moeten worden opgevat als ‘inspiratiehandreikingen’. Ze vormen een handvat voor een gesprek over het betreffende initiatief. De spelregels vormen niet een toetsingskader, en dus geen verkapt beleid. De tekst wordt hierop nog kritisch doorgenomen en verwarrende passages worden aangepast.

Aanpassing

Tekst goed screenen op bovenvermelde woorden en e.e.a. duidelijk verwoorden als zijnd een hulpmiddel voor het gesprek en de afweging. Termen als toetsingskader, en getoetst verwijderen, het betreft immers een handvat voor het gesprek.

15. Woningstichting Putten 15a

Samenvatting

Betaalbaarheid De mens centraal en iedereen doet mee. Om dit uitgangspunt ook feitelijk vorm te geven, is het belangrijk dat huishoudens uit kunnen komen met hun inkomen. Betaalbare woonlasten zijn hiervoor een randvoorwaarde. Woningstichting Putten speelt hierin een belangrijke rol voor 2.200 huishoudens in Putten, waarvoor het vinden van een passend huis, vanwege financiële en/of sociale mogelijkheden, een “uitdaging” is. De ambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie Putten 2040 kunnen leiden tot hogere kosten door stedenbouwkundige randvoorwaarden, kleine bouwstromen, welstandseisen, parkeernorm en welstand. Deze hogere kosten leiden dan op

62 van 138

hun beurt weer tot hogere huurprijzen of zelfs onbetaalbare projecten voor sociale huurwoningen. Om redenen van betaalbaarheid stellen wij voor in de omgevingsvisie spelregels op te nemen om zoveel mogelijk te voorkomen dat gemeentelijke eisen en wensen leiden tot hogere huren of zelfs onhaalbare nieuwbouw. Wellicht kunt u onze woningstichting een vaste plek geven in dit proces. Beantwoording

De WSP is voor de gemeente Putten een belangrijke partner, zeker als het gaat om het huisvesten van de sociale doelgroep. Ambities kunnen inderdaad leiden tot hogere kosten. Daarom is het goed om met elkaar het juiste gesprek te blijven voeren om te bezien waar besparingen kunnen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door conceptueel bouwen of grotere bouwstromen. De zinsnede ‘een vaste plek geven in dit proces’ wordt geïnterpreteerd als het borgen dat WSP een vaste gesprekspartner is bij nieuwbouwontwikkelingen. Het is inderdaad goed om dit met elkaar af te spreken. Het is de vraag of het realistisch is om nu al spelregels vast te stellen om zoveel mogelijk te voorkomen dat ambities leiden tot hogere huren. De omgevingsvisie is hiervoor niet de plek, het betreft uitwerkingsaspecten.

15b

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

Gezien de ambitie om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen in combinatie met het leveren van zorg aan huis, die haalbaar en betaalbaar moet blijven, is het van groot belang dat niet alleen de woning 'senioren-proef is, maar ook dat de woonomgeving kenmerken heeft die daaraan bijdragen. Concreet denken wij aan basisvoorzieningen zoals een supermarkt, gezondheidszorg en plek voor ontmoeten in de wijk. Door dit dichtbij te organiseren, zijn senioren minder afhankelijk en verwachten we dat ze minder een beroep doen op professionele hulp en ondersteuning. Deze aspecten zullen zeker in de nog op te stellen woonzorgvisie ook weer aan de orde komen. Graag zien we in de omgevingsvisie dit als uitgangspunt duidelijker benadrukt en uitgewerkt. Wij zijn graag bereid u hierover nader te adviseren

Beantwoording

Het meer inzetten op doorstroming ten gunste van o.m. starters, door het realiseren van woningen voor senioren, is een goede zaak. Terecht wordt opgemerkt dat ook de omgeving dan ‘senior-proof’ moet zijn. In de woonzorgvisie, die vóór 1 januari 2026 opgesteld moet zijn, zal hieraan zeker aandacht 63 van 138

worden besteed. WSP zal als partner bij de opstelling hiervan betrokken worden.

15c

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

Vernieuwende woonvormen en voortgang We herkennen dat vernieuwende woonvormen een volgende stap zijn in de ruimtelijke ontwikkeling in Putten. Het is en blijft wel noodzakelijk om de wens van goedkope en betaalbare woningen toe te voegen. De uitwerking hiervan zal in de woonvisie een plek krijgen. Voor deze visie is het van belang te benadrukken dat samenwerking in een zeer vroeg stadium met betrokken partijen noodzakelijk is om zo uitgangspunten vast te stellen die daaraan bijdragen. Vernieuwende woonvormen vergen namelijk ook vernieuwing in de inrichting van het proces.

Beantwoording

Er wordt gewerkt aan een herijking van de huidige woonvisie. Ook hierin zal zeker aandacht blijven voor goedkope en betaalbare woningen. WSP zal als partner regelmatig worden bijgepraat en om input worden gevraagd bij het herijkingsproces.

Aanpassing

N.v.t.

16. ProRail 16

Inleiding

ProRail wil meedenken bij gebiedsontwikkelingen langs het spoor in de nabijheid van stations, de verdichting rond stations en de vrije baan. ProRail wil daarbij graag een aantal aandachtspunten benoemen die in de uitwerking een rol zouden moeten spelen, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering en eventueel toekomstige uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. Verder verzoekt ProRail uw gemeente om haar vooruitlopend op de Omgevingswet - actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan.

16

Samenvat

Aspect Externe Veiligheid

a

ting

ProRail verzoekt u voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet).

Beantwoo

Deze zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. Bij (nieuwe)

rding

ruimtelijke ontwikkelingen wordt uiteraard gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.

Aanpassin

N.v.t.

g

64 van 138

16

Samenvat

Aspect Geluid

b

ting

ProRail verzoekt u voor het aspect Geluid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens Geluidregister spoor.

Beantwoo

Deze zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. Bij (nieuwe)

rding

ruimtelijke ontwikkelingen wordt uiteraard gebruik gemaakt van de meest recente gegevens uit het geluidregister spoor.

Aanpassin

N.v.t.

g 16

Samenvat

Aspect Trillingen

c

ting

ProRail beoogt niet alleen voor gemeenten en provincies die plannen maken in de spooromgeving, maar ook voor toekomstige bewoners rond het spoor een “goede buur” te zijn. Indien de Omgevingsvisie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen, bebouwing dichtbij het spoor mogelijk maken, kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht ProRail het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt ProRail u aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Kenniscentrum InfoMil wordt aanbevolen. Zie https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/milieuthema/tril/. ProRail raadt u dan ook aan om het aspect trillingen te betrekken bij de Omgevingsvisie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. In dit kader verwijst ProRail u naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=20 19Z15245&did=2019D31337).

Beantwoo

Terecht dat aandacht wordt gevraagd voor trillingen ten gevolge van het

rding

spoor. Dit is in de ontwerpvisie onvoldoende belicht. Wel wordt op pagina 74 van de visie ingegaan op het voorkomen van trillingshinder door verkeersdrempels. Dit wordt aangevuld met het effect van de spoorweg op trillingshinder. De genoemde handreiking zullen we ook opnemen in de lijst met inspiratiedocumenten.

Aanpassin

P. 74 onder kopje ‘We werken aan een gastvrij en gezond Putten’

g

aanvullend het volgende opnemen: Bij ontwikkelingen langs de spoorlijn is naast geluid en fysieke veiligheid ook aandacht voor trillingshinder. Bij het beoordelen van trillingshinder wordt de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen betrokken. Deze handreiking ook toevoegen aan de bijlage “Inspiratielijst spelregels Putten’: Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen

65 van 138

(https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=20 19Z15245&did=2019D31337). Eventueel kan het woord trillinghinder nog toegevoegd worden op blz 36 onder het kopje Gezondheid en milieu: een integrale benadering van geluid, geur, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, trillingen en gezondheid..... Om de schijn van volledigheid tegen te gaan is ervoor gekozen om dit te vervangen door: Een integrale benadering van de milieuthema's (bijv. geluid, bodem en gezondheid), waarbij een …. 16

Samenvat

Percelen ProRail

d

ting

In de Omgevingsvisie zijn percelen opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. (verder te noemen “ProRail”). ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail - niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen. De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. Dit geldt ook voor over-/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. ProRail verzoekt u tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de bestemming Verkeer- Railverkeer.

Beantwoo

Dit detailniveau valt buiten reikwijdte omgevingsvisie. Wij nemen dit

rding

verzoek in overweging bij het opstellen van het omgevingsplan van Putten.

Aanpassin

N.v.t.

g 16

Samenvat

Overwegen

e

ting

Overwegen vormen een gevaarpunt tussen weg- en spoorverkeer. ProRail verzoekt uw gemeente daarom contact op te nemen met ProRail indien de door uw gemeente voorgestelde visie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen effect kunnen hebben op de bestaande overwegen in uw gemeente. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan gewijzigd gebruik door het realiseren van een ontsluitingsroute voor een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein. Ook verwijst ProRail uw gemeente graag naar de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 -2025 waarin het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: IenW) haar visie op overwegveiligheid heeft beschreven. Het streven van IenW is om samen met ProRail, decentrale overheden, recreatieve belangenorganisaties en burgers te zorgen voor nul dodelijke slachtoffers en nul verstoringen op en 66 van 138

rondom overwegen om een veilige, vlotte en duurzame mobiliteit (trein- en wegverkeer) te kunnen garanderen. Meer informatie hierover vindt u hier: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/02/05/beleidsage nda-spoorveiligheid-2020-2025. Beantwoo

We nemen contact op met Prorail als er ontwikkelingen plaatsvinden die

rding

mogelijk invloed hebben op het spoor of overwegen. Dit hebben wij recent nog gedaan in het kader van de ontwikkeling van bedrijventerrein Henslare.

Aanpassin

N.v.t.

g 16f

Samenvat

Waterpeil/Stabiliteit

ting

De stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet worden beïnvloed. Uw gemeente dient te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Denk daarbij aan de inrichting en/of exploitatie van een Warmte Koude Opslagsysteem of een WADI, aar ook aanpassingen van watergangen.

Beantwoo

We hebben kennisgenomen van uw opmerking en houden rekening met

rding

stabiliteit van spoor bij aanpassingen van het waterpeil. Uiteraard gebeurt dit ook in samenwerking met het waterschap.

Aanpassin

N.v.t.

g 16

Samenvat

Spoorwegwetgeving

g

ting

Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan dient rekening gehouden te worden met het bepaalde in artikel 19 van de Spoorwegwet, waarnaar ProRail u kortheidshalve verwijst. Nadere informatie kunt u vinden via https://www.prorail.nl/samenwerken/vergunningenaanvragen of contact opnemen met ProRail via het e-mailadres vergunningaanvraag@prorail.nl. ProRail merkt in dit kader nu reeds op dat onder de Omgevingswet - voor initiatieven binnen het beperkingengebied hoofdspoor - uw gemeente het bevoegde gezag is voor meervoudige aanvragen, waarbij vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemming heeft gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blijft de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen.

Beantwoo

Wij houden bij het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de

rding

spoorbaan rekening met het bepaalde in artikel 19 van de Spoorwegwet.

67 van 138

Aanpassin

N.v.t.

g 16

Samenvat

Spoorwegdoeleinden

h

ting

ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de bestemming Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze bestemming ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail uw gemeente om geen dubbelbestemmingen mogelijk te maken.

Beantwoo

Wij werken op dit vlak ook graag samen met u aan de totstandkoming van

rding

dit onderwerp, en de uitwerking hiervan in het omgevingsplan. Dit onderwerp staat dan ook op agenda van de regionale samenwerking ‘Noord-Veluwe Bereikbaar’ waar u zich recent ook bij heeft aangesloten.

Aanpassin

N.v.t.

g 16i

Samenvat

Onderstations

ting

De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen niet komen te vervallen. Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail u ervoor zorg te dragen dat de onderstations - net als in de huidige situatie - te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. Met het oog op potentiële risico's voor het bouwen nabij of boven een onderstation dient rekening te worden gehouden met een afstand van 10 meter gemeten vanaf de gevels van het onderstation.

Beantwoo

We hebben kennis genomen van uw opmerkingen. We blijven te allen tijde

rding

rekening houden met de wettelijk verplichte veiligheidseisen betreffende onderstations.

Aanpassin

N.v.t.

g 16j

Samenvat

Overige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra

ting

De binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van ProRail, dienen te allen tijde bereikbaar te zijn en te blijven ten behoeve van het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving.

Beantwoo

Wij zullen rekening houden met railgebonden gebouwen en ondergrondse

rding

infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, om deze zo goed mogelijk bereikbaar te houden. In het geval van werkzaamheden of

68 van 138

andere omstandigheden waarbij deze bereikbaarheid mogelijk in het geding kan komen zullen wij altijd met Prorail kijken naar alternatieven. Aanpassin

N.v.t.

g 16j

Samenvat

Zicht op de stationsentree

ting

Doordat de stationsomgeving een ideale plek is om je te vestigen, ziet ProRail de laatste jaren steeds meer verdichting en hoogbouw rond het station. Dit komt de vindbaarheid van een station niet ten goede. Reizigers voelen zich hierdoor onzeker, hetgeen een vorm van stress veroorzaakt. Ondanks dat er bewegwijzering is blijkt uit onderzoek dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in en ProRail wil deze graag in stand houden.

Beantwoo

De komende jaren gaan we het omgevingsplan voor Putten vormgeven.

rding

Wij nemen deze opmerking daarin mee. Ook voor toekomstige ontwikkelingen zullen we deze in overweging nemen.

Aanpassin

N.v.t.

g 16

Samenvat

Windbeleving en windhinderrisico’s

k

ting

Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windbeleving van de reiziger. Gemiddeld wachten reizigers 7 tot 10 minuten op een trein en dat doen ze bij voorkeur op het perron waar de trein halteert. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stationsbeleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient rekening te worden gehouden.

Beantwoo

De komende jaren gaan we het omgevingsplan voor Putten vormgeven.

rding

Wij nemen deze opmerking daarin mee. Ook voor toekomstige ontwikkelingen zullen we deze in overweging nemen.

Aanpassin

N.v.t.

g 16l

Samenvat

Schaduwwerking op zonnepanelen

ting

ProRail stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden

69 van 138

van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. ProRail verzoekt u derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft. Beantwoo

Wij zullen bij toekomstige ontwikkelingen de eventuele schaduwwerking

rding

meenemen in de belangenafweging.

Aanpassin

N.v.t.

g 16

Samenvat

Zonneparken / reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur

m

ting

Uit een risicoanalyse moet blijken dat het zonnepark c.a. geen negatief effect heeft op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatabiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. ProRail adviseert u om deze risico’s te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten.

Beantwoo

We hebben kennis genomen van uw opmerking betreffende zonnevelden.

rding Aanpassin

N.v.t.

g 16

Samenvat

Verder wil ProRail u nog wijzen op de beperkingengebieden

n

ting

De beperkingengebieden staan vermeld in artikel 21 van het Besluit hoofdspoorweginfrastructuur: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017626/2017-01-01 en in de Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen: https://wetten.overheid.nl/BWBR0038197/2016-10-01. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet een vergunning van ProRail vereist. ProRail neemt aan u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en behoudt zich het recht voor in de verdere procedure aanvullende c.q. nieuwe zienswijzen kenbaar te maken.

Beantwoo

De komende jaren gaan we het omgevingsplan voor Putten vormgeven.

rding

Wij nemen deze opmerking daarin mee.

70 van 138

Aanpassin

N.v.t.

g

17. Indiener (groep agrariërs) 17a

Samenvatting

De informatie van en de reflectie op de gesprekken die gevoerd worden met wethouder 't Jong missen in dit ontwerp.

Beantwoording

Na de inspraak van de agrariërs is er herhaaldelijk contact geweest over de aanpassing van de omgevingsvisie op onderdelen in lijn met de inbreng. Om de agrariërs in het vervolg gelijk rechtstreeks bij de participatietrajecten te kunnen betrekken zijn de contactgegevens van het aanspreekpunt namens de agrariërs genoteerd in het stakeholdersoverzicht.

17b

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

Er is een onderzoek gestart door de gemeente Putten naar stoppers en blijvers onder de agrariërs. Gaat dit onderzoek ook opgenomen worden in de omgevingsvisie?

Beantwoording

Dit past niet in de proceduretermijn en de resultaten van het onderzoek worden vertrouwelijk behandeld. De resultaten worden meegenomen bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie, zoals bij het programma Vitaal Platteland Putten en bij de evaluatie en actualisatie van het functieveranderingsbeleid.

17c

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

De agrariërs zijn als vakspecialisten niet meegenomen om input te leveren.

Beantwoording

Dit punt nemen we mee bij de evaluatie van het proces en de eerstvolgende herziening. Dan worden (middels een vertegenwoordiging ) de agrariërs naast LTO ook uitgenodigd om mee te denken. Gedurende het proces zijn de agrariërs aangehaakt geraakt.

17d

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p.11 Landbouw: “Een meerderheid is voor het behoud van agrariërs en het biologisch verduurzamen van de landbouw”

Samenvatting

Dit antwoord komt voort uit een hele suggestieve vraagstelling. Daardoor is dit antwoord niet representatief. Wat gaat er gebeuren met deze uitkomst?

71 van 138

Beantwoording

De vraagstelling is ingestoken op 3 smaken: behouden met innovatie (waarbij biologisch één van de mogelijke opties is), verkleinen met innovatie en krimpen. In de omgevingsvisie is dit vertaald in het erkennen van het belang van de agrarische sector voor Putten en dat deze sector moet blijven. Dat kan biologisch, maar er zijn meer mogelijkheden.

17e

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 25 Over het gebruik van vrijkomende grond van stoppende agrariërs. De verwachting is dat veel agrariërs zullen stoppen en dat er een afname is in het aantal agrarische bedrijven. Het functieveranderingsbeleid biedt agrarische ondernemers mogelijkheden de bedrijfsvoering te beëindigen. De ruimte die vrijkomt kan worden ingezet voor bijvoorbeeld de energietransitie, klimaatadaptatie, recreatie, (flex)wonen, cultuur en natuur of kan weer opnieuw worden gebruikt voor landbouw door een ander bedrijf.

Samenvatting

De agrarische grond bij stoppende agrariërs moet juist behouden blijven voor de agrarische sector. Grond kan slechts eenmaal van bestemming veranderen naar natuur, bebouwing en infrastructuur. Bij ruimtelijke opgaven wordt vaak niet gekeken naar de ondergrond en grondsoort. Landbouwgrond zorgt voor uitgangsmateriaal om direct of indirect mensen te voeden. De ruimte inzetten voor zonnevelden of extra natuur is ongewenst. Zonnevelden doen niets voor biodiversiteit en bodemgezondheid. Extra natuur is niet nodig, daarvan heeft Nederland al genoeg. Zet juist agrarische grond in om huidige bedrijven te helpen extensiveren. Laat ontwikkelruimte over voor nieuwe locaties!

Beantwoording

Het belang van de agrarische sector in het agrarisch buitengebied wordt onderkend en de mogelijkheid voor opnieuw agrarisch gebruik wordt genoemd. De stoppende agrariër heeft ook zelf zeggenschap in een mogelijke functieverandering. We zullen dus per ontwikkeling afwegen of een gebruik anders dan agrarisch wenselijk is.

17f

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p.26 Regionaal wordt gekeken naar waar en hoe duurzame elektriciteit het beste opgewekt kan worden.

Samenvatting

Geef ruimte aan ondernemers die innoveren en investeren in nieuwe vormen van duurzame energie-opwek zoals zon-op dak, mestvergisting en waterstofproductie. Kleine windmolens 35 meter bij boerderijen zorgen voor zelfvoorziening in energie.

72 van 138

Beantwoording

Gemeente Putten vindt duurzame energie erg belangrijk. Genoemde bronnen staan in de omgevingsvisie. We zijn echter sterk afhankelijk van de wet natuurbescherming van de provincie. Er volgt een herziening van het beleid over kleine windmolens rond de zomer.

17g

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p.31 We bieden ruimte aan het splitsen van woningen en hergebruik van vrijkomende bebouwing in het dorp. Daarnaast voeren we het functieveranderingsbeleid, waarbij in ruil (..) voor de sloop van bedrijfsbebouwing burgerwoningen worden toegevoegd in het buitengebied of nog liever aan de rand van de bebouwde kom.

Samenvatting

Prima dat de gemeente ruimte geeft in het buitengebied voor functieverandering. Maar laat dat ook zien in de praktijk! Hanteer de sloopmeters die in Harderwijk/Ermelo gehanteerd worden nl 400 voor een bouwblok. Lever maatwerk met het verplaatsen van deze sloopmeters.

Beantwoording

De sloopmeter-eis wordt geregeld in het regionale functieveranderingsbeleid van de regio Foodvalley. Binnen deze regio gelden andere voorwaarden dan in de gemeentes Ermelo en Harderwijk, niet alleen qua sloopeis, maar ook bijvoorbeeld voor de inzet van sloopmeters. Het uitgangspunt van dit beleid is ruimtelijke kwaliteit. De relatief zware sloopeis voorkomt een “verstening” van het buitengebied. Het functie-veranderingsbeleid wordt in het najaar van 2023 herijkt.

17h

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

p.36 De ambitiebepalingen op het gebied van milieu moeten de gemeente niet op slot zetten en niet leiden tot onoverkomelijke belemmeringen. De huidige milieuruimte willen we behouden. Ontwikkelingen die de gemeente wenselijk acht moeten uitvoerbaar blijven. Putten blijft een agrarische en ondernemende gemeente waar ruimte is en blijft voor landbouw en bedrijvigheid. Maatschappelijk gewenst of niet: geen extra regels voor de agrarische sector w.b.t. milieu; het moet werkbaar blijven voor de sector.

Beantwoording

Hierbij zijn we ook gebonden aan landelijke en Europese wetgeving. Als gemeente moeten we ons hieraan conformeren maar we blijven zoeken naar mogelijkheden voor de ondernemers.

73 van 138

17i

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 36 De Bruidsschat met milieukaders wordt overgenomen, voor zover deze niet leidt tot een toename van de milieuruimte ten opzichte van het lokale en/of provinciale milieubeleid. Hierbij kan als voorbeeld genoemd worden, dat de huidige geluidsnormen voor het buitengebied van de gemeente Putten, gebiedspecifiek zijn gemaakt. De normstelling in dit beleid is strenger dan de normen zoals opgenomen in de Bruidsschat. In de overgangsperiode zal dus aangesloten worden bij het geluidbeleid (Nota industrielawaai).

Samenvatting

Waarom onnodig strenger dan in ander gemeenten? Hier hebben Puttense agrariërs al vele jaren last van; dit is niet werkbaar en dit moet worden teruggedraaid.

Beantwoording

Zie beantwoording 8d van LTO Samengevat: huidige beleid past goed binnen de normen op basis van gebiedstypen. In de overgangsperiode tot een definitief omgevingsplan zijn deze normen dus passend. Er zal een actualisatie moeten plaatsvinden van het geluidbeleid en de normen zullen in het definitieve omgevingsplan moeten landen.

17j

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

P.37 ambitiebepaling luchtkwaliteit

Samenvatting

Wat gaat dit voor de agrarische sector betekenen? Met name de Pluimveesector/Geitensector.

Beantwoording

Zoals aangegeven in de ambitiebepaling luchtkwaliteit gaat de gemeente de komende jaren de ambities met betrekking tot luchtkwaliteit concretiseren. Het is op dit moment dus nog niet bekend welke ambities de gemeente nastreeft. De impact op de agrarische sector is dus ook nog niet bekend. Bij het bepalen van de ambities zullen ook de beleidsuitspraken in deze visie met betrekking tot de agrarische sector betrokken worden zoals onder andere verwoord in paragraaf 4.2.4 van de ontwerpvisie. Het uitgangspunt blijft staan, maar dit specifieke onderdeel zal in 2023 separaat worden opgepakt.

17k

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

P.38 we zetten ons in voor een veilig (agrarisch) buitengebied. De risico's zoals ondermijning en druggerelateerde criminaliteit bij leegstaande bebouwing of opstallen bij agrariërs hebben de aandacht.

Samenvatting

Hoe wordt dit beleid handen en voeten gegeven?

74 van 138

Juist door een soepele coulante functieverandering: ruim de mogelijkheid bieden om andere activiteiten te ontplooien zal voor druggerelateerde criminaliteit geen ruimte/kans meer zijn. Beantwoording

De sloopmeter-eis wordt geregeld in het regionale functieveranderingsbeleid van de regio Foodvalley. Dit beleid biedt mogelijkheden voor sloop of het ontplooien van andere activiteiten. Uiteraard moeten deze activiteiten wel binnen de omgeving passen. Het beleid wordt in de tweede helft van 2023 geactualiseerd. Daarnaast werkt Putten sinds 2023 in regioverband met PVO, (Platvorm Veilig Ondernemen OostNederland) aan een veilige omgeving en een veilig buitengebied. Dit laatste nemen we nog op in de omgevingsvisie als concrete bijdrage aan de veiligheid.

Aanpassing

P. 38, middelste kolom onderaan: De risico’s zoals ondermijning en druggerelateerde criminaliteit bij leegstaande bebouwing of opstallen bij agrariërs hebben de aandacht. We zetten ons verder in om sociale veiligheid in en rondom het stationsgebouw te garanderen. In het kader van het tegengaan van onder andere ondermijning hebben we een samenwerkingsverband met het PVO, het Platvorm Veilig Ondernemen.

17l

Inleiding

p.42 De natuur is van waarde en wordt in haar waarde behouden. Een van de uitdagingen hierbij is het vinden van een goede balans. Enerzijds zetten we in op het behouden en versterken van natuur en landschap. Anderzijds zoeken we in ons buitengebied naar ruimte voor de opgaven energietransistie, klimaatverandering, stikstofproblematiek en de landbouwtransitie.

Samenvatting

Laat ruimte voor innovatie bv windmolens op terrein vd agrariër; maak concreter wat wordt verstaan onder landbouwtransitie.

Beantwoording

Het is momenteel binnen het bestemmingsplan Westelijk Buitengebied mogelijk om kleinschalige windmolens op het erf of terrein te plaatsen. We zijn hier echter sterk afhankelijk van de Wet natuurbescherming van de provincie. Het beleid kleine windmolens van de provincie wordt rond de zomer geactualiseerd.

17m

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 42 Om ook in de toekomst economische dragers te vinden voor de natuur is verweving met andere functies zonder

75 van 138

bebouwingsmogelijkheden mogelijk, mits de te beschermen natuurwaarden behouden blijven. Samenvatting

Agrariërs kunnen hierbij ondersteunend werken zoals zij al een eeuw doen, mits dat zij geen economische hinder van hebben, maar wel passend bij hun onderneming (het weiden van vee en het oogsten van gewassen).

Beantwoording

In paragraaf 3.3.7 zijn in het onderdeel agrifood diverse mogelijkheden voor agrariërs genoemd, waaronder de functie als beheerders van het landschap en van de variatie in het gebied.

17n

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 43 Door bodem en water (weer) sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we ook in de toekomst (met een ander en grillig klimaat) blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem en voldoende en schoon water. De gemeente Putten volgt daarmee het landelijke besluit dat mede is genomen op basis van de adviezen van de Deltacommissaris en de heer Remkes.

Samenvatting

Wees ervan bewust dat de waterkwaliteit de laatste decennia nog nooit zo goed is geweest.

Beantwoording

Ondanks het feit dat op veel plekken in Nederland de waterkwaliteit de laatste decennia is verbeterd, is in zijn algemeenheid de waterkwaliteit in Nederland de slechtste van alle EU-lidstaten; slechts één procent van onze wateren verdient het predicaat “goed”. (Bron: zie link) Het tijdig (2027) voldoen aan de Kaderrichtlijn Water is daarmee een zéér grote opgave die alle mogelijke aandacht en inspanningen verdient. Het waterschap vervult hier een grote taak in. https://www.wur.nl/nl/show-longread/een-dikke-onvoldoendevoor-waterkwaliteit.htm

17o

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 43 De gemeente gaat natuur-inclusief (kringloop) bodemgebruik en –beheer stimuleren en waar mogelijk zelf toepassen.

Samenvatting

Hoe gaat dit gemeten worden? Riool overstort heeft ook invloed en mag niet afgerekend worden op de agrariërs. Maar HOE gaat de gemeente dit toepassen?

Beantwoording

De nadere uitwerking van “bodem en water sturend” krijgt een plek in het Programma Vitaal Platteland Putten (buitengebied) en Programma Fysieke Leefomgeving (stedelijk gebied). Onze verplichtingen ten aanzien van riool-overstorten maken

76 van 138

onderdeel uit van de zorgtaken (en beleid) rond het stedelijk afvalwater. Dit beleid rond afvalwater wordt eind 2023 geactualiseerd.

17p

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

P. 51 Kaart natuurlijk en groen Putten Het is niet op de kaart te achterhalen of er nieuwe natuur is of wordt bijgeplust. Onduidelijke kaart. Natuur hebben we genoeg het is cruciaal om landbouwgrond te behouden en te creëren.

Beantwoording

Zie ook zienswijze 8s: De op de kaart aangehouden contouren komen overeen met de provinciale kaders in de POVI voor zoekgebieden voor nieuwe natuur. Het is niet de bedoeling nieuwe natuur toe te voegen buiten de provinciale kaders. De Het behoud van landbouwgrond kan middels onderlinge verkoop in de landbouwsector worden gereguleerd. Binnen de kaders die er zijn is de eigenaar hier mede verantwoordelijk voor. Er is voor de papieren variant goed gekeken naar hoe de verschillende aanduidingen op kaart het beste inzichtelijk gemaakt kunnen worden, de nu toegepaste variant was de meest duidelijke. Het toepassen van nog meer arceringen maakt het geheel eerder onoverzichtelijker dan duidelijker. We denken dat met de digitale viewer die nog beschikbaar komt het verschil in gebied duidelijk inzichtelijk wordt. Dan is ook in te zoomen op een specifieke locatie.

17q

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 53 Met het plaatsen van 7 windmolens kan er dus ruimschoots aan de energiebehoefte van huishoudens in Putten worden volstaan.

Samenvatting

Als dit voldoende is dan dient de gemeente Putten absoluut geen zonnevelden meer toe te staan.

Beantwoording

De 7 windmolens in Ermelo en Putten betreft 6 in Ermelo en 1 in Putten. 1 windmolen is niet voldoende voor de totale stroombehoefte van de gemeente Putten. Tevens is in de genoemde stroombehoefte enkel het stroomgebruik van huishoudens genoemd, niet van de bedrijven en ook is niet de energievraag voor de warmtebehoefte meegenomen. Met het afnemende gasverbruik zal wellicht de stroombehoefte nog sterk stijgen. We houden mede hierom alle mogelijkheden open om de klimaatdoelstellingen van Nederland namens de gemeente te behalen. In het in 2021 vastgestelde beleidskader GEO 2.0. is zon op land (trede 4) voorlopig geschrapt.

77 van 138

17r

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 54 De gemeente Putten heeft een doelstelling voor Grootschalige Energieopwekking gesteld binnen de Regionale Energiestrategie en staat open voor de ontwikkeling van zonnevelden en windmolens.

Samenvatting

Zonnevelden zijn eenzijdig functioneel en dragen niets bij aan de fysieke leefomgeving. De ruimte is al schaars en hard nodig voor andere opgaven zo als extensivering van de landbouw. Pleit: stimuleer kleine windmolens bij boerderijen voor zelfvoorziening, zonnepanelen op daken in de gehele gemeente. Maar ga onderzoeken waar er de mogelijkheid is voor biogasinstallaties. En neem daar een actieve houding in aan om daadwerkelijk te realiseren! Als de gemeente opslag wil stimuleren kan dat doormiddel van subsidie anders is het niet rond te rekenen.

Beantwoording

We houden alle mogelijkheden open om de klimaatdoelstellingen te behalen. Zo ook zonnevelden, en ook biogasinstallaties. Voor wat betreft kleine windmolens zijn wij in afwachting van beleid vanuit de provincie. De provincie actualiseert het beleid kleine windmolens rond de zomer van 2023. In het in 2021 vastgestelde beleidskader GEO 2.0. is zon op land (trede 4) voorlopig geschrapt.

17t

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 63 Mede afhankelijk van bijvoorbeeld de afstand tot natuurgebieden is het mooi als agrariërs aandacht hebben voor kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch ondernemen. De gemeente gaat graag in gesprek met agrariërs die plannen hierin hebben om te kijken hoe de gemeente daarin kan ondersteunen.

Samenvatting

Wat heeft de afstand tot natuurgebieden te maken met aandacht voor kringlooplandbouw? Er kan niet bewezen worden dat de uitstoot van de veehouderij daadwerkelijk in een natuurgebied terecht komt. Dus waarom een grotere opdracht voor deze agrariër?

Beantwoording

De zienswijze wordt overgenomen. Nu staat de afstand te bepalend genoemd, terwijl het uitgangspunt is om de ondernemer te volgen in diens gewenste bedrijfontwikkeling. We bedoelen hier niet kringlooplandbouw met lokale

78 van 138

voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch boeren verplicht te maken. Aanpassing

p. 63: Mede afhankelijk van bijvoorbeeld de afstand tot natuurgebieden is het mooi als agrariërs aandacht hebben voor kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch ondernemen. De gemeente gaat graag in gesprek met agrariërs die plannen hierin hebben voor kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch ondernemen om te kijken hoe de gemeente daarin kan ondersteunen.

17u

Inleiding

p. 63 Daarnaast is er ruimte voor nevenactiviteiten op het vlak van bijvoorbeeld recreatie en toerisme, zoals mini-campings, overnachten, workshops en meekijken bij de boer. Voor bewoners en toeristen wordt ingezet op een verdere ontsluiting en toegankelijkheid van het buitengebied. Ook op het vlak van (tijdelijk) wonen staan we open voor innovatieve ideeën

Samenvatting

Maak hierin de regelgeving soepel! Knellende regelgeving is een afknapper om hieraan te beginnen. Naast de grote investeringen die hiermee gemoeid zijn. Hoe gaat de gemeente dit handen en voeten geven? Daar doet de gemeente op dit moment heel moeilijk in. Hoe gaat dit ingepast worden in de kaders die er nu zijn? Versoepeling is het voorstel.

Beantwoording

Het functieveranderingsbeleid FoodValley biedt op dit moment kaders voor de diverse mogelijkheden. Het beleid zal in het najaar van 2023 worden herijkt.

17v

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 64 Op dit moment heeft zon op land niet de voorkeur in Putten. Voordat dit een aantrekkelijke optie wordt, is het belangrijk dat de netbeheerder extra aandacht geeft aan het buitengebied zodat het plaatsen van zonnepanelen daar ook mogelijk is qua netbelasting.

Samenvatting

Zonnevelden doen naast energieopwekking niets voor natuurdoelstellingen of voedselproductie; en zijn zeker niet een aantrekkelijk buitengebied.

Beantwoording

De 7 windmolens in Ermelo en Putten betreft 6 in Ermelo en 1 in Putten. 1 windmolen is niet voldoende voor de totale stroombehoefte van de gemeente Putten. Tevens is in de genoemde stroombehoefte enkel het stroomgebruik van huishoudens genoemd, niet van de bedrijven en ook is niet de

79 van 138

energievraag voor de warmtebehoefte meegenomen. Met het afnemende gasverbruik zal wellicht de stroombehoefte nog sterk stijgen. We houden mede hierom alle mogelijkheden open om de klimaatdoelstellingen van Nederland namens de gemeente te behalen. In het in 2021 vastgestelde beleidskader GEO 2.0. is zon op land (trede 4) voorlopig geschrapt.

17w

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

p. 64 Hoe de gemeente Putten omgaat met vrijkomende agrarische bebouwing staat beschreven in het regionale functieveranderingsbeleid.

Samenvatting

Hanteer de sloopmeters die in Harderwijk/Ermelo gehanteerd worden namelijk 400 meter voor . Lever maatwerk met het verplaatsen van deze sloopmeters.

Beantwoording

De sloopmeter-eis wordt geregeld in het regionale functieveranderingsbeleid van de regio Foodvalley. Binnen deze regio gelden andere voorwaarden dan in de gemeentes Ermelo en Harderwijk, niet alleen qua sloopeis, maar ook bijvoorbeeld voor de inzet van sloopmeters. Het uitgangspunt van dit beleid is ruimtelijke kwaliteit. De relatief zware sloopeis voorkomt een “verstening” van het buitengebied. Het functieveranderingsbeleid wordt in het najaar van 2023 herijkt.

17x

Aanpassing

N.v.t.

Inleiding

P.79 Denk bijvoorbeeld aan regels op het gebied van geur. In agrarische gebieden staan we wellicht meer geurhinder toe dan in het woongebied.

Samenvatting

Er kunnen voor het agrarisch gebied niet dezelfde geureisen gehanteerd worden als voor het woongebied. Dat is toch vanzelfsprekend dat dit anders ligt.

Beantwoording

Zie beantwoording zienswijze 8z. Samengevat: de opgenomen tekst is als voorbeeld opgenomen maar zal aangepast worden op basis van deze zienswijze.

Aanpassing

Zie zienswijze 8z: op p. 79 De tekst als volgt aanpassen: Denk bijvoorbeeld aan regels op het gebied van geur. Voor agrarische gebieden gelden andere geurnormen dan voor woongebieden.

17y

Inleiding

p. 89 deelgebied Agrarisch buitengebied Natuurlijk en groen (5); Ecologisch boeren en het vergroten van biodiversiteit met inheemse soorten en verbeteren van duurzaam bodem- en watersysteem, vermindering uitstoot etc

80 van 138

Samenvatting

Met de nieuwe GLB is dit al in werking gezet. Mag geschrapt worden.

Beantwoording

In het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid staat dit inderdaad opgenomen als hulpmiddel. Omdat we het resultaat onderschrijven staat het ook in de omgevingsvisie opgenomen.

17z

Aanpassing

N.v.t.

Samenvatting

Onder het kopje ‘Ondernemend’ is beschreven dat er ruimte is voor ondernemen maar met beperkingen opgelegd. Immers alle activiteiten hebben effect op de natuur. Dus dit is een nietrealistische ambitie zoals die hier omschreven is want er moet wel een verdienmodel aan hangen.

Beantwoording

De term negatief wordt aangepast naar ongewenst.

Aanpassing

P. 99 onder ‘ondernemend’: Er is ruimte voor recreatieve activiteiten als nevenactiviteit van agrarische bedrijven of landgoederen, of als gevolg van functieverandering, mits dit geen negatieve ongewenste gevolgen heeft voor natuur, water en landschap. De laatste zin onder het kopje ondernemend schrappen: Er is geen ruimte voor grootschalig niet agrarisch ondernemerschap.

17z1

Inleiding

P. 102 deelgebied Open landschap en randmeerzone Het beleid is gericht op versterking van de melkveehouderijsector. Inplaatsing van intensieve veehouderijen is niet mogelijk. In dit gebied is melkveehouderij de meest passende functie, met een extensief gebruik van de agrarische gronden vanwege de landschaps- en natuurwaarden. In dit gebied wordt al veel agrarisch natuurbeheer toegepast. Agrarisch natuurbeheer is een vorm van beheer die past bij de rol van agrariërs in het gebied.

Samenvatting

Hoe kun je dit verantwoorden? Waarom geen intensief/gangbaar. Maar op recreatief vlak gaat er veel toegestaan worden terwijl daarmee veel uitstoot gemoeid is. Hier de tekst opnemen: Intensieve veehouderij moet gewoon mogelijk blijven. Want bij intensieve veehouderij heeft het beheer van natuur niks te maken met extensieve gebruik van de grond. Intensieve veehouderij blijft belangrijk in het gehele voedselvraagstuk. Extensief is niet het enige juiste gebruik, vandaar de wijziging van extensief naar efficiënt.

Beantwoording

Het is niet de bedoeling de intensieve veehouderij uit te bannen. De zin over inplaatsing geeft niet de visie van gemeente Putten weer, maar is gebaseerd op geldende regelgeving. Om die reden kan deze zin geschrapt, het heeft

81 van 138

geen toegevoegde waarde, sterker nog, het kan tot misverstanden leiden. Voor wat betreft het gebruik wordt de zinsbouw aangepast waardoor nu efficiënt gebruik wordt genoemd, dit kan zowel intensieve als extensieve landouw omvatten. Verder is het niet de bedoeling het gebruik te beperken tot melkveehouderijen, om die reden wordt het woord melk tussen haakjes gezet. Dit gebruik wordt expliciet genoemd omdat dit aansluit bij de in dit gebied meest voorkomende vorm, het is niet bedoeld om e.e.a. uit te sluiten. Aanpassing

P. 102: Het beleid is gericht op versterking van de (melk)veehouderijsector. Inplaatsing van intensieve veehouderijen is niet mogelijk. In dit gebied is melkveehouderij de meest passende functie, met een extensief efficiënt gebruik van de agrarische gronden vanwege de landschaps- en natuurwaarden.

17z2

Inleiding

P. 102 deelgebied Open landschap en randmeerzone In de randmeerzone is meer intensieve recreatie mogelijk.

Samenvatting

Al jaar en dag wordt hier al intensief gerecreëerd. Beseft de gemeente wel dat dit een N2000 gebied is.

Beantwoording

Dit staat er inderdaad wat apart. Er is wel wat recreatie, worden de bestaande voorzieningen bedoeld? Nieuwe voorzieningen zijn wellicht inderdaad snel in strijd met beheersplannen van provincie voor polder etc. Er wordt niet bedoeld dat er meer intensieve recreatie mogelijk moet worden. De strandzone is geen N2000 gebied, maar recreatiezone.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13137033/1