concept PIP vergelijkingsdocument nieuwe versie
Tekst van het document
Voor de aspecten te vermijden emissies, archeologie en cultuurhistorie, bodem en water, en ruimtegebruik geldt in zijn algemeenheid dat een kleiner aantal windturbines een kleinere impact heeft. Bij het uitwerken van het voorkeursalternatief is nadrukkelijk rekening gehouden met deze aspecten en waar mogelijk eventuele nadelige effecten door aanpassingen in het ontwerp verkleind of voorkomen. Het is duidelijk dat deze aspecten belangrijk zijn, maar ze spelen in de afweging van het voorkeursalternatief een minder onderscheidende rol. In de discussie en afweging over het voorkeursalternatief zijn vooral de aspecten energieproductie, geluid, landschap en natuur de (milieu)aspecten die een rol spelen. Concept voorkeursalternatief (VKA) en lokatiespecifieke normen Op basis van de uitgevoerde onderzoeken zijn in het MER de milieueffecten van verschillende alternatieven voor het windpark (twee hoofdalternatieven en diverse optimalisatiemogelijkheden) beschreven. Voor het beoordelen van de effecten van de aspecten geluid zijn verschillende normenkaders voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid beschouwd omdat de locatiespecifieke normen (zie paragraaf 5.1.2 en 5.1.3) nog niet waren vastgesteld. Voor het vaststellen van de locatiespecifieke normen is door het bevoegd gezag een separaat proces gestart. De inzichten uit het MER zijn hierin betrokken.
Op het moment dat in het m.e.r.-proces het concept VKA kon worden opgesteld had de provincie Gelderland een conceptvoorstel voor de lokale milieunormen gereed. Om die reden was het mogelijk om een concept VKA inclusief de locatiespecifieke normen te motiveren (zie bijlage @ <memo voorkeursalternatief> van Bijlage 1). Het concept VKA bestond uit hoofdalternatief 1: een windpark met 7 windturbines met een tiphoogte van maximaal 250 meter in combinatie met de concept locatiespecifieke normen voor geluid van 47 dB Lden en maximaal 6 uur slagschaduwduur op slagschaduw gevoelige objecten.
36
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Voorafgaand aan de besluitvorming zijn de conceptvoorstellen voorgelegd aan onder andere de omwonenden van de gemeenten Ermelo en Putten, de klankbordgroep, buurtvereniging, overlegpartners en de gemeenteraden van Ermelo en Putten. Alle betrokkenen konden via verschillende wegen reageren op het concept-voorstel. De reacties die zijn ontvangen hebben geleid tot het voorleggen van het concept voorkeursalternatief in de stuurgroep ter voorbereiding op de formele besluitvorming over definitieve voorkeursalternatief. Definitief voorkeursalternatief In maart 2023 heeft de provincie Gelderland na een brede belangenafweging het definitieve voorkeursalternatief en het voorstel lokale normen vastgesteld voor het windpark Horst en Telgt. Het voorkeursalternatief voor het Windpark Horst en Telgt bestaat uit 5 windturbines en 2 windturbines onder voorwaarden ('5 + 2' windturbines; zie Figuur 4.2). De twee oostelijke windturbines zijn alleen toegestaan als er mogelijkheden zijn op basis van het toekomstige beleid over de wespendief óf als er juridisch mogelijkheden zijn om de 2 posities nu alvast onder voorwaarden te vergunnen en pas later te bouwen (bijvoorbeeld als cameradetectie) mogelijk is.
heeft verwijderd: .@).
heeft verwijderd: camera-detectie
Figuur 4.2 Voorkeursalternatief Windpark Horst en Telgt
heeft verwijderd: .@
Om tegemoet te komen aan de wensen van de omwonenden uit de gemeenten Ermelo en Putten is de geluidsnorm op verzoek van de initiatiefnemers vastgesteld op 45 dB Lden. In kader van het inpassingsplan en de vergunningverlening wordt onderzocht of er nog aanvullende normen voor piekgeluid, laagfrequent geluid en geluid in de nacht moeten komen. Voor slagschaduw geldt vooralsnog een norm van maximaal 6 uur per jaar. De initiatiefnemer van het windpark overwegen om een app aan te bieden waarmee omwonenden de turbines stil kunnen zetten als ze overlast ervaren. De inzet van de app wordt onderzocht in de volgende fase van het project. Het voorkeursalternatief is het windpark zoals dat juridisch-planologisch is vastgelegd in dit inpassingsplan, met bijbehorende lokatiespecifieke normen. Hierna wordt het plan voor het windpark nader toegelicht. In paragraaf 5.1.2 en 5.1.3 wordt verder in gegaan op de inhoudelijke motivatie van de lokatiespecifieke milieunormen.
Provincie Gelderland
37
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
4.2
Beschrijving van het plan
De windturbines Het project bestaat uit de realisatie en exploitatie van 7 (5+2) windturbines met bijbehorende voorzieningen. Het te plaatsen turbinetype is nog niet gekozen, ook de exacte afmetingen zijn nog niet bekend. Wel wordt gekozen voor realisatie van zeven gelijke windturbines (zie ook kader 4.2) met een rotordiameter van minimaal 150 meter en maximaal 170 meter en een ashoogte van minimaal 165 meter en maximaal 175 meter. De maximale tiphoogte wordt vastgelegd op 250 meter. De uiteindelijke afmetingen van de windturbine zijn afhankelijk van de ashoogte en rotordiameter van het uiteindelijk te kiezen type windturbine. Het opgesteld vermogen per windturbine komt op maximaal circa 7 MW te liggen. Figuur 4.3 is ter illustratie van de maximale afmetingen. Figuur 4.3 Illustratie windturbine afmetingen en begrippen
heeft verwijderd: zeven heeft verwijderd: .@) heeft verwijderd: @@ heeft verwijderd: @@ heeft verwijderd: @@ heeft verwijderd: van de windturbines komt tussen @@ en 7 MW … heeft verwijderd: .@ heeft verwijderd: .@ heeft verwijderd: PM¶
38
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Kraanopstelplaats en ontsluiting Het plan omvat naast de te plaatsen windturbines ook de bij de windturbines behorende voorzieningen zoals kraanopstelplaatsen voor bouw en onderhoud. De kraan wordt gebruikt tijdens de bouw, maar moet ook voor onderhoud aan de windturbines tijdens de exploitatiefase bij de windturbine kunnen komen. De locatie van de windturbines dient voldoende bereikbaar te zijn voor de bouw en voor onderhoud en daarmee dient ook de aanvoerroute van materialen voldoende breed te zijn (doorgaans circa 4-5 meter, uitgezonderd bochten en kruisingen met andere wegen). De exacte positionering en technische uitwerking (waaronder minimale draagkracht) van kraanopstelplaatsen wordt in een later stadium bepaald tijdens de detailengineering. De kraanopstelplaats wordt bij de mast onder de overdraai geplaatst en zodanig gepositioneerd dat deze het beste is in te passen in de omgeving. De kraanopstelplaatsen worden via een ontsluitingsweg aangesloten op de openbare weg. Er wordt circa 1200 meter aan aparte (permanente) ontsluitingsweg aangelegd, voor het overige wordt voor ontsluiting gebruik gemaakt van de opstelplaatsen en openbare wegen. De verhardingen voor de windturbines (ontsluiting en opstelplaats) worden bij voorkeur en zo mogelijk semi-verhard uitgevoerd.
heeft verwijderd: @@
Aansluiting elektriciteitsnetwerk De windturbines worden met een ondergrondse kabel onderling verbonden en verbonden met het aansluitpunt op het elektriciteitsnetwerk, op het transformatorstation Harderwijk. De exacte ligging van de kabels en aansluiting op het openbaar net dient nog bepaald te worden. Met het kabeltracé wordt waar mogelijk de openbare weg gevolgd. De aanleg van parkbekabeling en aansluitpunten heeft echter geen relevante ruimtelijke impact (vanwege het gegeven dat het geen hoogspanning betreft, en dus geen beschermende zone hoeft te worden opgenomen) waardoor de aanleg van kabels en leidingen verder niet specifiek in dit inpassingsplan hoeft te worden opgenomen. In de turbines worden faciliteiten geplaatst voor de eerste transformatie (naar 10/33 kV). Er wordt maximaal één inkoopstation gerealiseerd voor de windturbines. Dit inkoopstation worden gerealiseerd onder de overdraai van één van de windturbines. Een inkoopstation is een soort van transformatorhuisje dat is bedoeld voor het onderbrengen van schakel- en meetapparatuur om de windturbines te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet. De exacte locatie, omvang en verdere invulling wordt in een nadere uitwerking gekozen in overleg met de netbeheerder. Een inkoopstation krijgt een oppervlakte van maximaal circa 50 m2 en wordt maximaal 4 meter hoog.
heeft verwijderd: en
Verhardingen
heeft verwijderd: @@
Per windturbine wordt rekening gehouden met het grondgebruik van een cirkel met een diameter van maximaal 30 meter voor de windturbine inclusief fundering (oppervlakte circa 707 m2). Daarnaast wordt rekening gehouden met een permanente kraanopstelplaats van circa 5.200 m2 per windturbine voor de bouw van en het onderhoud aan de windturbine. Het uiteindelijke exacte oppervlak is afhankelijk van het windturbinetype dat wordt gekozen.
heeft verwijderd: , en is daarmee niet vergunningsvrij op basis van artikel 2, lid 18 sub a van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor)..
Rekening wordt gehouden met een totaal (permanent) grondgebruik van afgerond maximaal circa 47.400 m2 voor het windpark (inclusief één inkoopstation van 50 m2 en ontsluitingswegen en overige verhardingen van in totaal circa 6.000 m2). Tijdelijke voorzieningen, zoals een grotere opstelplaats, opslagruimte bij de opstelplaats, grotere boogstralen en bouwwegen, hoeven niet meegenomen te worden in de ruimtelijke procedure. De verhardingen worden grotendeels onder de overdraai van de windturbine gerealiseerd, op een klein gedeelte van de ontsluiting tussen opstelplaats en openbare weg na.
heeft verwijderd: @@ bij @@ meter (circa @@
heeft verwijderd: twee inkoopstations heeft verwijderd: Deze inkoopstations
heeft verwijderd: @@
heeft verwijderd: @@ heeft verwijderd: @@ heeft verwijderd: ) heeft verwijderd: @@ heeft verwijderd: twee heeft verwijderd: @@ heeft verwijderd: @@
Provincie Gelderland
39
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Obstakelverlichting Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting (2020) voorzien dient te worden van obstakelverlichting (zie ook Kader 4.1). Dit geldt dus ook voor de windturbines van windpark Horst en Telgt. Voor de windturbines wordt voor de aanvang van de bouw een verlichtingsvoorstel uitgewerkt gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder, overeenkomstig het Informatieblad. Mogelijkheden om hinder te beperken zijn bijvoorbeeld toepassen van vastbrandende verlichting, dimmende verlicht naar gelang de zichtbaarheid en toepassen radardetectie zodat verlichting alleen aan gaat wanneer er een vliegtuig overvliegt. Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark ter instemming te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. De op dat moment best beschikbare technieken kunnen dus ook in het verlichtingsplan betrokken worden. In de planregels is hierover een regel opgenomen.
heeft verwijderd: of hoger dan 100 meter (tiphoogte) binnen een afstand van 120 meter van een (water)weg heeft verwijderd: 2016) heeft verwijderd: windturbine(s) heeft verwijderd: (voor zo ver ook noodzakelijk)
heeft verwijderd: (ILenT).
De initiatiefnemers zijn voornemens tot het toepassen van een transponderidentificatie gestuurde luchtvaartverlichting, vanaf het moment dat toepassing in Nederland is toegestaan. Kader 4.1 Toepassing obstakel- of markeringsverlichting
40
heeft verwijderd: In de planregels is voor de volledigheid hierover een regel opgenomen.¶
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
4.3
Ruimtelijk ontwerp
4.3.1
Toetsing effecten op het landschap
Landschap heeft betrekking op de onderlinge samenhang tussen de elementen in een bepaald gebied en op de samenhang tussen een gebied en het gebruik daarvan. Landschap bestaat bij de gratie van waarneming en beleving door mensen én bij de gratie van verandering in de tijd. Landschap is geen statisch begrip. De bij deze beschouwing voor landschap gehanteerde methodiek stelt de waarnemer centraal. Vanwege hun aard en omvang zullen windturbines hoe dan ook invloed hebben op het landschap. In deze paragraaf worden de effecten van het windpark op het landschap in beeld gebracht en wordt beschouwd of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op grond van de Omgevingsverordening Gelderland (artikel 2.62) dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat de oprichting van een windturbine of windturbinepark mogelijk maakt aandacht te besteden aan: Ÿ de ruimtelijke kenmerken van het landschap; Ÿ maat, schaal en inrichting in het landschap; Ÿ visuele interferentie met nabij gelegen windturbines; Ÿ cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap; Ÿ de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap. In de oorspronkelijke versie van de Omgevingsverordening (2014) was in de toelichting een nadere tabel opgenomen ter toelichting op de criteria.
Voor de criteria geldt dat het geen harde toetsingseisen betreffen, maar elementen die gemotiveerd moeten worden als onderdeel van het ruimtelijk ontwerp. Tabel 4.1 Aandachtspunten in het ruimtelijk ontwerp en toelichting daarop uit de Omgevingsverordening
Er is gebruik gemaakt van drie verschillende schaalniveaus voor de landschappelijke beoordeling. Onderstaande schaalniveaus zijn mede gebaseerd op de werking van het menselijk oog en op de afstand waarop men nog in staat is landschappelijke elementen te herkennen en te onderscheiden van hun omgeving: Ÿ het plangebied en zijn ruimere omgeving (> 5 tot circa 2,0 kilometer afstand tot het plangebied); Ÿ het plangebied en zijn directe omgeving (circa 2,0 tot 0,0 kilometer afstand tot het plangebied); Ÿ het plangebied zelf (binnen het plangebied). Om de onderbouwing van het ruimtelijk ontwerp te ondersteunen zijn een aantal visualisaties van het windpark gemaakt. De locaties van waaruit deze visualisaties zijn gemaakt zijn opgenomen in Figuur 4.4. Bij de effectbeoordeling is een groter aantal standpunten gebruikt dan hierboven is weergegeven. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van bronnen zoals StreetView, PDOK en Topotijdreis,
Provincie Gelderland
41
heeft verwijderd: De toelichting op artikel 2.62 van de Omgevingsverordening (geconsolideerde versie december 2022) geeft het volgende aan: ¶ "Visualisaties van de windparken in samenhang met elkaar kunnen bijvoorbeeld aantonen dat er geen sprake is van visuele interferentie. In het ruimtelijk ontwerp wordt aandacht besteed aan de wijze waarop een turbine reageert of turbines reageren op de schaal, maat en richting van het landschap. Wanneer één of meerdere windturbines worden opgericht in nabijheid van een bestaande windturbine, gaan de turbines visueel interfereren. Bij grote windturbines kan de interferentie op een grote afstand optreden. Bij méér dan één windturbine zijn keuzes in onderlinge afstand, patronen en richting van turbines bepalend voor de mate waarin ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt. Beplanting kan ook bijdragen aan de versterking van de landschapsstructuur. ¶ De effecten van de ingreep worden vanuit het standpunt van een beschouwer bekeken. Een beschouwer kan zijn: iemand die er in de buurt woont of een automobilist of fietser op een weg in het gebied. En vooral hoe het aanzicht verandert als de beschouwer beweegt in het landschap, in het zicht van de windturbines of het windturbinepark. Verder kan ook het toeristisch en recreatief gebruik van het landschap een rol spelen."¶ heeft verwijderd: .@.
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) inventarisatiefoto's uit het gebied en van een 3D-model (Windplanner), waarbinnen tal van standpunten ingenomen kunnen worden. Figuur 4.4 Overzichtskaart standpunten fotovisualisaties [bron: Google Maps]
heeft verwijderd: .@
heeft verwijderd:
In het MER zijn iets andere criteria voor de effectbeoordeling van het aspect gehanteerd, mede op advies van de Commissie voor de m.e.r. Deze criteria zijn ondergebracht bij de aandachtspunten voor het ruimtelijk ontwerp uit de Omgevingsverordening volgens onderstaande tabel. Beoordelingscriteria MER
Toelichting beoordelingscriteria MER
Ondergebracht bij aandachtspunt Omgevingsverordening
Aansluiting op Naarmate een windturbineopstelling waarneembaar beter landschappelijke aansluit bij de bestaande landschappelijke structuur wordt structuur dit positiever beoordeeld dan wanneer een opstelling daar minder goed bij aansluit. Deze structuur wordt beschreven in de referentiesituatie en bestaat onder meer uit een beschrijving van de (ruimte-)maat, schaal en inrichting, voorkomende verkavelingsrichtingen, begrenzingen van ruimten en de in en om het gebied voorkomende infrastructurele lijnen.
ruimtelijke kenmerken van het landschap maat, schaal en inrichting van het landschap
Herkenbaarheid Is een opstelling herkenbaar als zelfstandige én beleving van de van de opstelling samenhangende opstelling, dan is de beoordeling neutraal windturbines in het tot positief. Naarmate een opstelling minder als landschap zelfstandige, samenhangende opstelling herkenbaar is, is de beoordeling negatiever. Interferentie
Interferentie met andere windturbineopstellingen of hoge landschapselementen betreft het 'lijken over te lopen' van de opstelling in die andere opstellingen of elementen.
Invloed op de openheid
Het criterium (invloed op de) openheid heeft betrekking op beleving van de de 'vulling' van het beeld dat de waarnemer heeft. De regel windturbines in het wordt hierbij aangehouden dat naarmate een opstelling het landschap beeld minder vult en daarmee de openheid of weidsheid minder aantast, deze opstelling positiever wordt gewaardeerd dan een opstelling die het beeld meer vult.
42
visuele interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Vooral het aantal turbines is hierbij van belang. Zichtbaarheid (en Het criterium zichtbaarheid heeft betrekking op de mate beleving van de verlichting) waarin een opstelling van windturbines voor een windturbines in het willekeurige waarnemer zichtbaar is. Hier wordt de landschap volgende regel gehanteerd: hoe meer waarnemers de opstelling daadwerkelijk zien, hoe negatiever de beoordeling is. Dit effect kan zeer verschillend zijn op verschillende schaalniveaus. Voor de zichtbaarheid bij nacht, geldt dat windturbines met een tiphoogte hoger dan 150 meter en windturbines gelegen nabij primaire (water)wegen, luchthavens en laagvliegroutes voorzien dienen te worden van obstakelverlichting. Afhankelijk van de situatie en de toe te passen turbinetypes dient deze overdag, dan wel 's avonds en 's nachts gevoerd te worden. 4.3.2
Ruimtelijke kenmerken van het landschap
Het windpark valt op het hoogste schaalniveau als het ware samen met de langgerekte open ruimte die het plangebied kenmerkt. Het windpark accentueert die langgerektheid en is gekoppeld aan de belangrijkste belevingsas door het plangebied, de A28. Op het hoogste schaalniveau, dat wil zeggen op enige afstand van het plangebied, is deze samenhang vrij duidelijk waarneembaar vanaf de A28 zelf. Vanaf andere standpunten haaks op de snelweg is deze samenhang niet waarneembaar, maar wordt hij hooguit vermoed (zie Figuur 4.5). Figuur 4.5 Vanaf de A28 kijkend naar het noorden (boven, standpunt 1) en vanaf de rand van Ermelo kijkend naar het westen (onder, standpunt 5). Beide standpunten liggen op circa 2 kilometer van het plangebied [bron: Windplanner]
Provincie Gelderland
43
heeft verwijderd: .@). heeft verwijderd: .@
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Op het middelste schaalniveau wordt de samenhang van het windpark met de open ruimte en de A28 duidelijker waarneembaar. Niet alleen vanaf de A28 maar ook vanuit andere punten, omdat daarvandaan ook de A28 zelf vaker te zien is op dit schaalniveau. Zie ter illustratie Figuur 4.6. Figuur 4.6 Vanaf de A28 kijkend naar het zuiden, circa 1 kilometer van het plangebied (standpunt 3) [bron: Windplanner]
Het windpark heeft op het laagste schaalniveau nauwelijks tot geen aansluiting op kleinere landschapsstructuren in het gebied, zoals de verkavelingsstructuren. Maar op het laagste schaalniveau wordt de samenhang van de opstellingen met de A28 opnieuw duidelijker waarneembaar. Dat geldt met name voor de westelijke turbines, maar iets minder voor de meest noordelijke en zuidelijke turbine, omdat die waarneembaar verder van de A28 staan dan de overige turbines in de westelijke lijn. De twee oostelijke turbines lijken zich nauwelijks iets van de aanwezige landschappelijke structuren aan te trekken en staan er enigszins verloren bij (zie Figuur 4.7). Figuur 4.7 Twee visualisaties van binnen het plangebied ter illustratie, vanaf de A28 kijkend naar het zuiden (standpunt 2, boven) en vanaf de Riebroekersteeg kijkend naar het zuidoosten (onder) [bron: Windplanner]
44
Provincie Gelderland
heeft verwijderd: .@. heeft verwijderd: .@ heeft verwijderd: I
heeft verwijderd: .@). heeft verwijderd: .@
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
4.3.3
Maat, schaal en inrichting van het landschap
Op het hoogste schaalniveau, dus op grote afstand van het beoogde windpark, is de invloed van het initiatief op de openheid nog relatief gering op een lager schaalniveau wordt dat groter. Op het laagste schaalniveau neemt de invloed van het initiatief op de openheid opnieuw toe (zie Figuur 4.5).
heeft verwijderd: f
4.3.4
heeft verwijderd: .@: hiervoor
Visuele interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen
Met betrekking tot interferentie is de afstand van het windpark tot andere hoge elementen op alle schaalniveaus te groot om te leiden tot interferentie. In de ruime omgeving van het plangebied staan alleen enkele kleine turbines (bij boerderijen) van circa 15 meter hoogte. Ook de afstand tot de hoogspanningslijn Harderwijk - Ede is te groot om tot interferentie te leiden. De dichtstbijzijnde moderne windturbines staan in Zuidelijk Flevoland, op meer dan 6 kilometer afstand. 4.3.5
Cultuurhistorische achtergrond van het landschap
Het plangebied maakt onderdeel uit van het zogeheten Zuiderzeekustlandschap. Enkele delen (nabij Palmbosch aan de Zeeweg en bij Groot Dasselaar) behoren tot het Kampenlandschap. Verder vormt het plangebied min of meer één langgerekte open ruimte, nagenoeg vrij van bebouwing en opgaande beplantingen. Figuur 4.8 Overzichtskaartje structuur plangebied en omgeving en standpunt Figuur 4.9 in rood [bron: topotijdreis.nl]
Provincie Gelderland
45
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Het plangebied ligt aan de oostkant van de A28. Deze snelweg vormt de scheidslijn tussen groene, vrij dichtbeplante recreatiegebieden aan het Nuldernauw aan de westzijde en het open agrarische gebied aan de oostzijde. De beken die vanaf het Veluwe-massief langs en door het plangebied richting het Nuldernauw lopen, zijn opgenomen in het recht toe recht aan slagenpatroon van de verkaveling. Figuur 4.9 Enkele bomenrij in het verder lege slagenlandschap ten westen van de Riebroeksteeg, in de verte de A28 [bron: OVSL]
4.3.6
De beleving van de windturbines in het landschap
De beleving van het windpark wordt vooral bepaald door de mate waarop het windpark zichtbaar en herkenbaar is voor de waarnemer. Ondanks dat op het hoogste schaalniveau (een deel van) de opstelling schuil gaat achter andere landschapselementen, laten visualisaties dat vanuit tal van standpunten in de (ruimere) omgeving het windpark zichtbaar zal zijn. Vanaf grote open plekken in beboste omgevingen zoals de Ermelose Heide, is de zichtbaarheid sterk afhankelijk van het standpunt. Vanaf de wegen door dergelijke gebieden is het windpark vrijwel niet zichtbaar (zie onderstaande illustratie), maar op sommige plekken kan dat toch het geval zijn. Ervan uitgaande dat er binnenkort een juridische basis voorligt om in Nederland automatische luchtvaartverlichting toe te mogen passen, is de zichtbaarheid s' nachts beperkt tot de momenten waarop daadwerkelijk een vliegtuig het windpark nadert. Mocht onverhoopt de juridische basis voor het toepassen van automatische luchtvaartverlichting niet geregeld zijn op het moment dat het windpark in bedrijf gaat zal de obstakelverlichting continu moeten branden en zijn de windturbines 's nachts automatisch meer zichtbaar.
46
Provincie Gelderland
heeft verwijderd: d
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Figuur 4.10 Zicht vanaf de N302 (op de Ermelose Heide) naar het westen, circa 8 kilometer van het plangebied (standpunt 6)
heeft verwijderd: .@ heeft verwijderd: oo
Figuur 4.11 Kijkend vanaf de Ermelose Heide zelf naar het westen, op circa 8 kilometer van het plangebied (3D-modellen.) [bron: Windplanner] heeft verwijderd: heeft verwijderd: .@ heeft verwijderd: oo heeft verwijderd: )
Met name vanaf de A28 neemt de zichtbaarheid van het windpark toe op het middelhoge schaalniveau. Dit komt vooral doordat het landschap zich direct rond het plangebied als het ware opent en het windpark veel minder schuil gaat achter andere landschapselementen. Dit geldt ook voor de nachtsituatie. Doordat de afstand van de waarnemer tot het windpark op het laagste schaalniveau kleiner wordt, worden de verschillen in onderlinge afstand minder duidelijk waarneembaar. Voor de waarnemer is het namelijk minder goed in te schatten of ogenschijnlijke verschillen in onderlinge afstand ook echt verschillen in onderlinge afstand zijn. Er vindt op dit schaalniveau een zekere perspectivische vertekening plaats. De turbines horen wel duidelijker bij elkaar dan op het middelste schaalniveau. Weer neemt vanaf de A28, maar ook vanaf wegen door het plangebied heen, de zichtbaarheid van het initiatief op het laagste schaalniveau toe. Dit komt door de relatief grote openheid van het plangebied zelf en het beperkte aantal landschapselementen waarachter de opstellingen op dit schaalniveau schuil kunnen gaan. 4.3.7 Realisatie 5 windturbines in plaats van 7
heeft verwijderd: PM <5+2>¶ Pagina-einde
Voor het windpark wordt uitgegaan van 5 + 2 windturbines onder voorwaarden (zie ook paragraaf 4.2). Indien er 5 windturbines worden gebouwd dan leidt dit tot een verandering in het landschappelijk beeld ten opzichte van 7 windturbines. In deze paragraaf wordt daar nader op in gegaan. Ruimtelijke kenmerken van het landschap / maat, schaal en inrichting van het landschap Op het laagste schaalniveau wordt door het wegvallen van de twee oostelijke turbines de samenhang van het windpark met de A28 versterkt.
Provincie Gelderland
47
4.3.7
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Beleving van de windturbines in het landschap Door het wegvallen van de twee oostelijke turbines wordt de opstelling langs de A28 op het hoogste en middelste schaalniveau nog beter herkenbaar als zelfstandige en samenhangende opstelling. Visuele interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen Er is er zowel bij 5 als bij 7 windturbines geen sprake van interferentie met andere windturbineopstellingen of hoge landschapselementen. Er is geen sprake van een verandering op dit punt. Beleving van windturbines in het landschap Indien er 5 in plaats van 7 windturbines worden gebouwd, is het beeld van de waarnemer op het middelste schaalniveau minder 'gevuld' en tast het windpark daarmee de openheid en weidsheid van het landschap minder aan. Op het hoogste schaalniveau is het verschil in beeld geringer vanwege beperktere zichtbaarheid van de windturbines op grote afstand. Ook op het laagste schaalniveau is het verschil in effecten gering, omdat het beeld van de waarnemer ook bij 5 turbines nog steeds goed 'gevuld' is. Het windpark is zowel bij 5 als bij 7 windturbines goed zichtbaar voor waarnemers vanuit verschillende standpunten in de omgeving.
Realisatie van 5 windturbines niet nadeliger vanuit het aspect landschap De aansluiting op (bestaande) landschappelijke structuren (met name de A28) met 5 windturbines is groter, de herkenbaarheid van de opstelling neemt toe en het effect op de openheid is minder. Realisatie van 5 windturbines, in plaats van 7, leidt niet tot meer nadelige effecten op het landschappelijk beeld. Vanuit landschap leidt realisatie van 5 windturbines zelfs beperkt tot een verbetering van het landschappelijk beeld (ten opzichte van 7 windturbines), al hoewel 7 windturbines ook acceptabel en inpasbaar worden geacht. 4.3.8
Conclusie ruimtelijk ontwerp
Een inschatting maken van het totale landschappelijke effect van het initiatief is geen kwestie van het optellen en aftrekken van plussen en minnen. Over het geheel genomen mag worden geconcludeerd dat het ruimtelijk ontwerp van het windpark van invloed is op (de beleving van) het landschap, vanwege de impact door het windpark op de visuele rust en zichtbaarheid. De effecten zijn (tot op zekere hoogte) inherent aan de ontwikkeling van windenergie in het plangebied. Realisatie van 5 windturbines, in plaats van 7, leidt niet tot meer nadelige effecten op het landschappelijk beeld. Er is sprake van een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp.
48
Provincie Gelderland
heeft verwijderd: PM <5+2>¶
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Hoofdstuk 5
Toetsing aan omgevingsaspecten
5.1
Uitgangspunten
5.1.1
Algemene uitgangspunten voor toetsing omgevingsaspecten
Voorbeeldwindturbine Voor het bepalen van milieueffecten is gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaats vindt. Voor alle omgevingsaspecten worden berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst-case windturbine, dus de maximale milieueffecten. Voor het aspect geluid wordt een akoestisch gemiddelde realistische windturbine binnen de bandbreedte van het inpassingsplan gehanteerd, wat betekent dat deze qua bronvermogen gemiddeld is binnen de turbineklasse voor windpark Horst en Telgt. De initiatiefnemer kiest daarmee op voorhand al voor het niet realiseren van een hele luide windturbine maar kiest een stillere als maatgevend. Voor geluid is het maximale bronvermogen van de windturbine in combinatie met de maximale ashoogte bepalend. Voor de overige omgevingsaspecten geldt dat een windturbine met maximale afmetingen de worst-case situatie is, de onderzoeksconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de voorbeeldwindturbine, ongeacht hun afmetingen.
heeft verwijderd: worst-case heeft verwijderd: aan de bovenkant zit (luid) van
Als voorbeeldturbine is in de onderzoeken uitgegaan van een windturbine met een rotordiameter van maximaal 170 meter en een tiphoogte van maximaal 250 meter (en dus een ashoogte van 165 meter), dus een windturbine met de maximale afmetingen voor rotordiameter en tiphoogte in dit inpassingsplan. Molenaarswoning en woningen van derden Molenaarswoningen (ook wel 'woning behorende tot de sfeer van de inrichting' genoemd) zijn woningen waarbij er sprake is van een relatie tussen de eigenaar/bewoner en (de exploitant van) het windpark. Woningen van derden zijn woningen die geen relatie hebben met het windpark. Voor een molenaarswoning hoeft niet aan dezelfde norm voor geluid en slagschaduw als voor woningen van derden te worden voldaan. Vanwege de betrokkenheid van de molenaarswoning (en zijn bewoner) bij het windpark is een hogere norm dan voor woningen op derden aanvaardbaar, waarmee wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn geen molenaarswoningen aanwezig bij Windpark Horst en Telgt, alleen maar woningen van derden. 5.1.2
Algemeen kader voor lokale milieunormen
In dit inpassingsplan zijn planregels toegevoegd met eigen milieunormen voor de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid naar aanleiding van de tussenuitspraak inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. Deze paragraaf voorziet samen met Bijlage 2 de uitleg en motivering van deze lokale en projectspecifieke milieunormen.
heeft verwijderd: bijlage @@
Door de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ('Afdeling') inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding moeten de bepalingen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer (de 'windturbinebepalingen') buiten toepassing worden gelaten bij de beoordeling van de milieuaspecten van nog niet vergunde windparken. Derhalve heeft het bevoegd gezag besloten om voor het windpark irst en Telgt eigen normen te stellen ter vervanging van de windturbinebepalingen. In Bijlage 2 is de motivering van de in de planregels van dit inpassingsplan gestelde lokale milieunormen opgenomen zoals die door Gedeputeerde Staten aan dit inpassingsplan zijn verbonden. In deze paragraaf wordt een samenvatting van de motivering gegeven. In paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4 wordt voor windpark Horst en Telgt in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan de gestelde normen getoetst.
Provincie Gelderland
49
heeft verwijderd: @@
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) (Tussen)uitspraak Raad van State Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling een tussenuitspraak gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding over - onder meer en - samengevat de vraag of voor het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn28 in navolging op het Vlaamse Nevele-arrest.29 De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling van de windturbinebepalingen moet worden gemaakt. Die beoordeling zal door het Rijk worden opgesteld. Tot die beoordeling is gemaakt mogen de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan (in deze inpassingplan) en/of de vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu.
De Afdeling geeft in haar uitspraak echter ook aan dat het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan ten behoeve van het vaststellen van een plan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Daarvoor geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Die motivering wordt voor dit inpassingsplan gegeven. Inmiddels is op 12 april 2023 de einduitspraak over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.30 De Afdeling heeft geconstateerd dat voor windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding sprake is van voldoende gemotiveerde onderbouwing van de eigen (lokale) milieunormen voor het windpark.
heeft verwijderd: t
Kader voor het bepalen van een ruimtelijk aanvaardbaar beschermingsniveau In zijn algemeenheid hebben de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid voor windturbines uit het Activiteitenbesluit en -regeling een belangrijke overeenkomst met elkaar en met die van andere (hinder)bronnen en inrichtingen. Het accepteren van enige mate van hinder of risico is inherent aan het feit dat Nederland een druk bevolkt en dicht bebouwd land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt. Uitsluiten van hinder of risico behoort niet tot de mogelijkheden, omdat daarmee geen ontwikkelingen meer kunnen plaats vinden. Deze benadering heet het ALARA-beginsel (zie ook Kader 5.1) en geldt voor veel maatschappelijke activiteiten, zoals weg- en railverkeer, luchtvaart, industrie, sport- en recreatieterreinen, maar ook windturbines. Kader 5.1: Bescherming tegen hinder versus ruimtelijke ontwikkelingen: ALARA
50
heeft verwijderd: .@) heeft verwijderd: .@:
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Aanpak tot de normstelling voor de windturbines Normen worden dus over het algemeen vastgesteld op basis van de aanvaardbaarheid van enige mate van hinder of risico voor omgeving ten opzichte van het algemene maatschappelijk belang - in deze bij het realiseren van windturbines - om duurzame energie op te wekken en daarmee de landelijke, provinciale en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen en klimaatdoelstellingen te behalen. Daarmee is sprake van een belangenafweging tussen het individueel belang van een omwonende, op het gebied van leefbaarheid, veiligheid en gezondheid, versus het algemeen maatschappelijk belang van de energietransitie naar hernieuwbare energie en verbetering van het klimaat. De afweging tussen (individuele) hinder voor de omgeving enerzijds en het (algemeen) belang van duurzame elektriciteitsopwekking anderzijds vindt dus ook plaats bij beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de mate van geluidhinder, slagschaduwhinder en externe veiligheidsrisico's van windturbines. Voor het windpark is onderzoek uitgevoerd ter onderbouwing van de eigen normen ter vervanging van de windturbinebepalingen.
Voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering is in de onderzoeken: Ÿ inzichtelijk gemaakt welke effecten verwacht kunnen worden bij de realisatie van de windturbines; Ÿ aangegeven aan de hand van welke criteria en (reken)methodieken deze effecten inzichtelijk kunnen worden gemaakt en beoordeeld; Ÿ inzichtelijk gemaakt hoe deze effecten zich lokaal manifesteren in het beoogde project, en: Ÿ of de normstelling, rekening houdend met alle relevante aspecten en belangen, voldoende bescherming biedt om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen; Ÿ welke gevolgen de normstelling heeft voor het initiatief. In deze onderzoeken is gebruik gemaakt van de actuele stand van wetenschappelijk kennis op verschillende milieuthema's. In deze plantoelichting wordt, op basis van de onderzoeken, een ruimtelijk aanvaardbare normstelling opgenomen voorzien van 'actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering' en vertaald in de planregels. De achterliggende motivering van de normstelling wordt in paragraaf 5.1.3 weergegeven, waarna in paragrafen 5.2 tot en met 5.4 getoetst wordt aan de lokale normstelling.
heeft verwijderd: de nadere toelichting op deze normstelling in de paragrafen 5.2 tot en met 5.4
5.1.3
heeft verwijderd: gegeven
Motivering van de normstelling voor windpark Horst en Telgt
In deze paragraaf is beknopt de achterliggende motivering van de normstelling weergegeven op basis van Bijlage 2. In de paragrafen daarna wordt het onderzoek weergegeven. De gekozen normen zijn ook juridisch geborgd in de planregels. Gebiedsanalyse De omgeving van het plangebied kan worden getypeerd als een laag-dynamisch gebied met overwegend agrarische activiteiten. Direct ten oosten van de A28 zijn landschappelijke waarden aanwezig die bij ruimtelijke ontwikkelingen worden beschermd. Naarmate de afstand tot de snelweg toeneemt, neemt de dichtheid van woningen en bedrijfslocaties toe, waarbij agrarisch gebruik nog steeds de overhand heeft. Ten westen van de A28 is sprake van recreatiegebied en waternatuur. Het gebied direct ten oosten van de snelweg A28 kan worden getypeerd met het gebiedstype ‘Agrarisch met landschappelijke waarden’. Daaraan grenzend, in oostelijke richting, kan het gebied worden getypeerd als ‘agrarisch’. Ten westen van de A28 is sprake van het gebiedstype ‘Natuur’. De kwaliteit van de leefomgeving wordt bepaald door verschillende aspecten. Het gaat om sectorale, milieugerelateerde aspecten maar ook om ecologische, sociale en economische kwaliteitsaspecten. De gebiedsanalyse is opgesteld ter voorbereiding op de afweging van lokale normgrenzen voor geluid en slagschaduw.
Voor het derde onderdeel van de windturbinebepalingen die met het Nevele arrest voorlopig buiten werking zijn gesteld, het Plaatsgebonden Risico (in het kader van externe veiligheid), speelt een gebiedsanalyse eigenlijk geen rol.
Provincie Gelderland
51
heeft verwijderd: @. heeft verwijderd: onderzoekweergegeven
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Figuur 5.1 Gebiedstypen rondom het plangebied en globale duiding plangebied (ovaal) [bron: bijlage 2]
Geluid De aandachtspunten voor de normering voor geluid op basis van de gebiedsanalyse zijn als volgt: Ÿ de omgeving van windpark Horst en Telgt is relatief dunbevolkt en kent reeds een hoge achtergrondgeluidsbelasting; Ÿ wonen is een nevenfunctie van het gebied: de hoofdfuncties zijn landbouw, veehouderij en natuur; Ÿ bij het bepalen van een passende geluidsnorm is het van belang om recht te doen aan de huidige situatie: woningen die al erg veel geluid van de snelweg ontvangen moeten beschermd worden tegen een ontoelaatbare cumulatieve geluidsbelasting. Voor de overige woningen geldt dat er uit de gebiedsanalyse geen reden naar voren komt om een extra strenge geluidsnorm toe te passen. Daarbij is in het MER ook specifiek gekeken naar de geluidsbelasting in de nachtperiode, in verband met de lagere bijdrage van de snelweg. Die analyse leidt voor dit plangebied niet tot uitzonderlijke conclusies; het is een relatief doorsnee buitengebied. Slagschaduw Op basis van de gebiedsanalyse kan gesteld worden dat hoewel het gebied relatief dunbevolkt en open is de windturbines groot zijn en zij werpen slagschaduw over een groot gebied. Wel geldt, hoe verder van de windturbines, des te korter de jaarlijkse slagschaduwduur per object.
Externe veiligheid Op basis van de gebiedsanalyse kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet uitzonderlijk is voor wat betreft de aspecten die voor externe veiligheid van belang zijn: Ÿ aantallen en dichtheid van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten; Ÿ aantallen en dichtheid van risicovolle installaties; Ÿ nabijheid van transport gevaarlijke stoffen. Voor de laatste twee punten geldt dat de positionering van de windturbines tot stand is gekomen met
52
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) kennis van aan te houden minimumafstanden, waardoor deze aspecten geen rol van betekenis spelen. Lokale norm voor geluid Op basis van de gebiedsanalyse enerzijds en het inzicht in het effect van verschillende normen anderzijds stelt de provincie zich op het standpunt dat een geluidsnorm van 47 dB Lden een goede balans kent tussen de beperking van hinder enerzijds en het belang van de energietransitie anderzijds. Op verzoek van de initiatiefnemer, die tegemoet wil komen aan de wensen van de omgeving en gemeenten, is besloten een geluidnorm van 45 dB Lden voor juridisch-planologisch vast te leggen in dit inpassingsplan. Uit het akoestisch onderzoek (Bijlage 3) is naar voren gekomen dat de jaargemiddelde geluidsbelasting in de nachtperiode (Lnight) ter plaatse van gevoelige objecten nergens hoger is dan 41 dB. Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) en de straffactor van +10 dB die standaard deel uitmaakt van de Lden-methodiek is het nachtelijke geluidsniveau afdoende beschermd bij toepassing van een Lden norm. De provincie beraadt zich nog voor de ter inzage legging van het ontwerpinpassingsplan of het toepassen van een aanvullende norm voor geluid in de nachtperiode van toegevoegde waarde kan zijn.
Het MER toont aan dat het aantal ernstig gehinderden bij 47 dB Lden gering is, ook ten opzichte van andere recente Gelderse windprojecten, zoals getoond in onderstaande figuur. Bij toepassing van de 45 dB Lden norm wordt dit nog minder. Een goede ruimtelijke ordening betekent niet alleen het bieden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, maar ook het bieden van vertrouwen dat handhavend kan worden opgetreden indien overtreding van de norm blijkt. De Activiteitenregeling milieubeheer biedt reeds een voorgeschreven aanpak voor handhaving. Door recente ervaringen bij enkele Nederlandse windparken is gebleken dat windturbines in uitzonderlijke gevallen akoestische eigenschappen vertonen die niet overeenstemmen met de (gecertificeerde) technische specificaties die worden aangeleverd door de fabrikant. De provincie beraadt zich op het in het ontwerp van dit inpassingsplan aanvullende planregels op te nemen en/of vergunningvoorschriften, om daarmee handhavend te kunnen optreden indien windturbines sterk afwijkende akoestische eigenschappen blijken te hebben, bijvoorbeeld op het gebied van laagfrequent geluid, tonaal geluid of piekgeluid, ook als daarbij de Lden-norm niet wordt overschreden. Om de geluidsbelasting te berekenen is een rekenmethodiek vereist die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van windturbinegeluid.
Het document ‘Reken-en meetvoorschrift Windturbines’31 is specifiek opgesteld voor het berekenen van windturbinegeluid. Het Reken- en meetvoorschrift windturbines wordt nog steeds toepasbaar geacht om geluidberekeningen uit te voeren voor windturbinegeluid. De methodiek in het Reken- en meetvoorschrift is de best beschikbare methode waarmee de gevolgen voor het milieu inzichtelijk kunnen worden gemaakt en wordt voor de volledigheid met een planregel als bijlage aan de planregels toegevoegd. <NB. Resultaten van het toegezegde onderzoek naar aanvullende normering voor nacht, piek en LFG worden verwerkt in ontwerp PIP> Lokale norm voor slagschaduw Het MER voor windpark Horst en Telgt berekent voor objecten in de ruime omgeving van het windpark de verwachte jaarlijkse slagschaduw (Bijlage 1). Daarbij is tevens inzicht verschaft in de jaarlijkse energieopbrengst. Onderstaande tabel vat samen. Tabel 5.1 Samenvatting slagschaduw en opbrengst en het effect van verschillende normgrenzen [bron: tabel 4 van Bijlage 2]
Door de grote hinderlijkheid van binnenshuis optredende slagschaduw is het beperken van de
Provincie Gelderland
53
heeft verwijderd: PM <motivering in notitie BvR gaat uit van 47. waar komt motivatie 45 dB vandaan? Alleen Lden of ook Lnight?>¶
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) slagschaduwduur voor de provincie van groot belang. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten objecten op basis van de tijd dat er mensen verblijven, en dus de kans dat er hinder optreedt: Ÿ slagschaduwgevoelige objecten: gebouwen die bedoeld zijn voor permanent verblijf van personen (zoals woningen en zorginstellingen). Op basis van de gebiedsanalyse enerzijds en het inzicht in het effect van verschillende normen anderzijds stelt de provincie zich vooralsnog op het standpunt dat een slagschaduwnorm van 6 uur per slagschaduwgevoelig object per jaar een juiste balans kent tussen de beperking van hinder enerzijds en het belang van de energietransitie anderzijds. Deze norm is juridisch-planologische vastgelegd met een planregel in dit inpassingsplan. Ÿ In de fase naar het ontwerpinpassingsplan gaat de provincie de toepassing van een slagschaduwapp onderzoeken. De app wordt aangeboden door de initiatiefnemers die hiermee tegemoet willen komen aan de wens van de omgeving en gemeenten. De app wordt aangeboden aan omwonenden die meer dan 0 uur slagschaduw kunnen verwachten en kunnen de turbine stilzetten op het moment dat ze slagschaduwoverlast ervaren. De resultaten van de verkenning worden betrokken bij de vertaling van de milieunormen naar het provinciaal inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten.
Ÿ Deels-slagschaduwgevoelige objecten: gebouwen waar gedurende langere tijd personen aanwezig kunnen zijn, maar niet permanent verblijven (zoals scholen, kantoren en recreatiegebouwen). Voor de omgeving van windpark Horst en Telgt geldt dat de deels-slagschaduwgevoelige objecten (ook wel 'overige' slagschaduwgevoelige objecten) allen campings zijn, op 1 hotel na (bestemd, maar nog niet gebouwd). Deze objecten en terreinen zijn niet jaarrond bewoond, en de verblijfstijd van gasten is doorgaans kort (dagen tot misschien enkele weken in zomer). Het MER maakt de slagschaduweffecten op deze objecten inzichtelijk (Bijlage 1, zie ook Tabel 5.6 in paragraaf 5.3.2 van dit inpassingsplan). Hieruit blijkt dat de hoeveelheid slagschaduw gering is, zeker wanneer ook de periode waarbinnen de slagschaduw jaarlijkse kan optreden in ogenschouw wordt genomen. Gelet op deze resultaten wordt het niet nodig geacht om aanvullende bescherming te bieden tegen slagschaduw op campings in de vorm van een aanvullende norm. Hetzelfde geldt voor het hotel. <NB. Resultaten van het toegezegde onderzoek naar slagschaduwapp worden verwerkt in ontwerp PIP> 5.4
heeft verwijderd: deels
heeft verwijderd: ) hotel na.
heeft verwijderd: Tabel 5).
heeft verwijderd: PM¶
Veiligheid
Lokale norm voor externe veiligheid De veiligheid van inwoners van de provincie wordt belangrijk geacht. Ten behoeve van de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s voor (beperkt) kwetsbare objecten wordt er voor gekozen om een beschermingsniveau te hanteren dat overeenkomt met de normstelling voor overige risicovolle activiteiten, volgend uit diverse externe veiligheidsbesluiten zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Omdat in deze besluiten een aanvaardbare kans op overlijden is omschreven die niet afhankelijk is van het type inrichting wordt het niet nodig geacht om voor windturbines afwijkende normen voor te schrijven: Ÿ Het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van windpark Horst en Telgt, is niet hoger dan 10-06 per jaar. Ÿ Het plaatsgebonden risico voor een beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van windpark Horst en Telgt, is niet hoger dan 10-05 per jaar. Voor de definitie van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten kan worden aangesloten bij de definities uit het Bevi. De norm voor externe veiligheid is juridisch-planologische vastgelegd op de verbeelding en met planregels in dit inpassingsplan.
Overige windturbinebepalingen De windturbinebepalingen kennen naast normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid ook nog een aantal (technische) bepalingen om hinder te beperken en veiligheid te borgen. Dit betreffen de volgende regels ten aanzien van het in gebruik nemen en hebben van windturbines: Ÿ ter voorkoming van lichtschittering; Ÿ ten aanzien van algemene veiligheid en controle; Ÿ verplichte NEN-certificering van de windturbines. 54
Provincie Gelderland
heeft verwijderd: PM¶
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Lichtschittering Gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde oppervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet-reflecterende materialen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NEN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Algemene veiligheid en controle Bij een geconstateerd of vermoed gebrek dient een windturbine buiten bedrijf te worden gesteld, daarmee wordt voorkomen dat het gebrek een gevaarlijke situatie voor de omgeving oplevert. Met het opleggen van een verplichting op dit punt worden alle mogelijke effecten voorkomen. NEN-certificering van de windturbines Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen, er is verder dus geen inhoudelijke afweging van een normering aan de orde. Daarom zijn deze bepalingen ook verder niet afgewogen maar wel opgenomen als planregels in dit inpassingsplan.
Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen, dit is middels de planregels geborgd.
5.2
Geluid
5.2.1
Toetsingskader
In deze paragraaf worden de uitgangspunten voor onderzoek, waaronder de gekozen normstelling voor geluid nader toegelicht. Wat is geluid van windturbines? Windturbines produceren geluid als de rotoren draaien. Dit geluid is voornamelijk aerodynamisch geluid afkomstig van de bladen die door de wind 'zoeven'. Windturbines produceren daarnaast ook mechanisch geluid, dit is afkomstig uit het overbrengen van de energie vanuit de wieken naar de generator en uit de generator zelf. Het mechanische geluid is meestal vele malen lager dan het aerodynamische geluid. Net als voor andere geluidbronnen waaronder wegverkeers-, industrie-, railverkeer- en luchtvaartgeluid is het wenselijk om normen vast te leggen voor de hoeveelheid geluid die mag optreden op de omgeving teneinde de hinder hiervan te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Om te komen tot een normstelling speelt het daadwerkelijk optredende geluidniveau, de betreffende omgeving en de hinderlijkheid van het specifieke geluid een rol. Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg: het Activiteitenbesluit milieubeheer)32 als kader voor de toetsing van geluid van windturbines mag voorlopig bij de beslissing over de goede ruimtelijke ordening niet meer gebruikt worden (zie paragraaf 5.1.2).
Achtergrond Europese systematiek geluiddosismaat Lden en Lnight en toepassing dosismaat voor geluidnorm windturbines Volgens richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement dient omgevingslawaai in alle lidstaten op dezelfde wijze behandeld te worden. De geluidbelasting dient daarbij in decibel (dB) Lden of dB Lnight te worden uitgedrukt. Lden is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidsbelasting tijdens de dag-, de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 en +10 dB omdat in deze periode geluid als hinderlijker wordt ervaren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. De nachtelijke geluidbelasting wordt uitgedrukt in Lnight. Voor het bepalen van de hinder wordt gebruik gemaakt van Lden. Lnight wordt gebruikt om effecten die kunnen leiden tot slaapverstoring te bepalen.
Provincie Gelderland
55
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) is de Lden-normering een passende maat om blijvende toe te passen. Toepassing geven aan een andere geluidsdosismaat dan de Lden is overwogen. Een andere dosismaat levert geen hoger beschermingsniveau op en is ook anderszins niet evident beter ter bescherming van de omgeving tegen windturbinegeluid. De geluidsnorm voor windturbines van een jaargemiddelde in Lden is een theoretisch getal dat door zogenaamde straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Daarnaast is een windturbine continu in bedrijf. Daar waar het wellicht in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een kortstondige hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk door de aard van een windturbine (de hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van het bronvermogen van de windturbine en heeft tevens een rechtstreeks verband heeft met de jaargemiddelde optredende windsnelheid) niet gebeuren. Daardoor is het maximale geluid dat in praktijk op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan de Lden norm.
heeft verwijderd: Het geluid dat een windturbine in de avond en nacht maakt, telt in de berekeningen zwaarder mee. Bij het geluid in de avond wordt 5 decibel opgeteld en bij het geluid in de nacht zelfs 10 decibel. Daarnaast is een windturbine continu in bedrijf.
Lokale geluidnorm Voor onderhavig plan wordt getoetst aan de volgende lokale normen voor geluid (zie paragraaf 5.1.3 en 5.1.2) van alle zeven de windturbines gezamenlijk: Ÿ een jaargemiddelde geluidnorm van 45 dB Lden ter plaatse van geluidgevoelige objecten. De normstelling voor geluid is juridisch-planologisch verankerd in de planregels.
heeft verwijderd: <Lnight ???>
Cumulatie met alle geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines.33 In het geval van dit project zijn dat industriegeluid, wegverkeersgeluid, spoorwegverkeersgeluid en scheepvaartgeluid. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter de cumulatie van geluid met andere bronnen wel te worden afgewogen. Een gevestigde en door de Afdeling geaccepteerd methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema', deze wordt hiervoor dan ook toegepast. Laagfrequent geluid Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op laagfrequent geluid (geluid met trillingen in een lage frequentie). Het meest voorkomende ‘gewone’ geluid zit tussen de 125 en 8.000 Hertz. Hoe meer trillingen per seconde, hoe hoger de frequentie en hoe hoger de toon. Bij minder dan 100 trillingen per seconde (100 Hz) hebben we het over laagfrequent geluid. Geluid onder de 20 Hz is niet hoorbaar, alleen voelbaar. Beneden de 20 Hz wordt gesproken van infrasoon geluid. 5.2.2
Onderzoek
Ten behoeve van de windturbines is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie Bijlage 3). Ter bepaling van de akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek uitgegaan van een windturbine met een gemiddelde geluidemissie binnen zijn klasse, de Nordex N163/6.X STE windturbine met een rotordiameter van 163 meter op 165 meter ashoogte. De Nordex windturbine is derhalve een gemiddelde realistische windturbine, wat betekent dat deze qua bronvermogen (geluidproductie) in het midden zit van de turbineklasse voor windpark Horst en Telgt (dus niet al te lawaaiige windturbine). In de akoestische berekeningen zijn 15 referentietoetspunten gedefinieerd ter plaats van maatgevende woningen in het gebied rondom de locatie van Windpark Horst en Telgt. Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus Lden en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: Ÿ het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday; Ÿ het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB; Ÿ het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB. Tabel 5.2 geeft de geluidbelasting Lden en Lnight weer van windpark Horst en Telgt, zowel ongemitigeerd als gemitigeerd naar Lden 45 dB. In Figuur 5.1 is de gemitigeerde contour Lden 45 dB opgenomen.
56
Provincie Gelderland
heeft verwijderd: worst-case turbine heeft verwijderd: aan de bovenkant heeft verwijderd: een heeft verwijderd: ).<deze zin klopt nu niet. Geen worst-case weergave. Wordt er nog een luidere doorgerekend of wordt op vorohand al gekozen voor een gemiddelde windturbine (realistische?))>…
heeft verwijderd: .@ heeft verwijderd: .@
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Tabel 5.2 Geluidbelasting (ongemitigeerd en gemitigeerd naar 45 dB Lden) van windpark Horst en Telgt in dB(A)
heeft verwijderd: .@
Figuur 5.2 Gemitigeerde geluidcontour Lden 45 dB voor windpark Horst en Telgt [bron: bijlage 10 van bijlage 3]
Het windpark Horst en Telgt geeft een extra geluidbelasting in het gebied. Zonder mitigerende maatregelen voor windpark Horst en Telgt wordt de geluidsnorm Lden 45 dB op negen toetspunten
Provincie Gelderland
heeft verwijderd: twaalf
57
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) (woningen) overschreden (cursief weergegeven in Tabel 5.2). Door middel van het treffen van geluidvoorzieningen bij de windturbine (aanpassen bedrijfsinstellingen windturbines, zodat de windturbine onder omstandigheden minder dan wel niet draait om de geluidsproductie te verminderen) kan voldaan worden aan de lokale geluidsnorm Lden 45 dB. Een dergelijke voorziening leidt tot een productieverlies van circa 13,4%. Ook het kiezen van een stillere windturbine kan gezien worden als mitigerende maatregel, waarbij deze stillere windturbine met minder of wellicht geen geluidvoorzieningen kan draaien. Het is de afweging van de initiatiefnemer om hier (mede in het kader van de businesscase) een afweging over te maken. Het plan is daarmee uitvoerbaar.