Begroting 2022-2025
Tekst van het document
R. Koekkoek
De actieprogrammering voor 2019 t/m 2021 loopt in 2022 door in verband met doorgeschoven projecten als gevolg van corona. In het Dromenlab Putten is de afgelopen jaren, samen met de toeristische partners, gewerkt aan een gezamenlijke ambitie voor de toeristische ontwikkeling van Putten. Hierbij zijn gezamenlijke projecten benoemd. Doel is om de samenwerking te verstevigen en het toerisme te bevorderen. Hierin werken en investeren we samen met toeristische partners als VVV, horeca, recreatieondernemers, terreinbeheerders en het winkelcentrum. Cultuur- en erfgoedbeleid
R. Koekkoek
In 2022 wordt een vervolg gegeven aan de uitvoeringsagenda cultuur naar aanleiding van de in 2021 aangenomen Cultuurvisie. Daarnaast worden de subsidierelaties met het culturele veld opnieuw bekeken ten gevolge van de herijking van het subsidiebeleid van de gemeente Putten. Tot slot wordt een nieuwe impuls gegeven aan regionale samenwerking op het gebied van cultuur waarbij een coördinerende rol is weggelegd voor Putten als penvoerende gemeente voor dit onderwerp. Vitale Vakantieparken
R. Koekkoek
28 van 91
De lokale beleidskaders zijn de afgelopen jaren geactualiseerd (ruimtelijke, handhaving, economisch). Onverminderd ligt de focus op het opstellen van parkplannen (1 park, 1 plan) en het uitvoeren hiervan. Het voeren van parkgesprekken is daar bij een middel. Ook worden instrumenten vanuit het Programma VVP ingezet zoals het kwaliteitsteam en de Ontwikkelingsmaatschappij VVP. De integrale aanpak, ruimte, economie, toezicht en handhaving, openbare orde en veiligheid, belastingen en het sociale domein zetten we voort. De inzet in het uitvoeringsprogramma kwaliteitsverbetering verblijfsrecreatie heeft door corona vertraging opgelopen en zal in 2022 verder ten uitvoer worden gebracht. In het programma Vitale vakantieparken werken 11 gemeenten en de provincie Gelderland samen met het recreatief bedrijfsleven, veiligheidspartners en anderen. Zij werken aan versterking en ontwikkeling van de verblijfsrecreatie op de Veluwe. Het is een project van de lange adem. Het programmaplan 2019-2022 geeft richting. Hierin is de ambitie uitgesproken dat er de komende 4 jaar voor alle circa 500 vakantieparken op de Veluwe een toekomstperspectief ligt. Ondernemerschap, duurzaamheid, herstructurering en wonen en zorg zijn prioritaire thema’s. Overige beleidsontwikkelingen Project Putterpoorten
R. Koekkoek
Vanuit Dromenlab en Recreatiezonering ambities en doelen, met een versnelling door de financieringsmogelijkheid vanuit Regiodeal Veluwe is project Putterpoorten ontstaan; De ontwikkeling van drie gastvrije ontvangstlocaties, waar middels marketing/promotie (bestemmings-management) naartoe gestuurd wordt ter ontlasting van kwetsbaardere natuurgebieden en waar vandaan de Veluwe beleeft kan worden. Bij de ontvangstlocaties natuurverbeteringen en toevoeging van recreatieve functies met aandacht voor optimale Veluwebeleving. Grafheuvelcentrum(museum): Grafheuvel en Schovenhorst R. Koekkoek In 2017 hebben de gemeenten Apeldoorn en Epe opdracht gegeven aan Erfgoed Gelderland om een inspiratiedocument voor een grafheuvelcentrum Veluwe op te stellen. Dit inspiratiedocument ‘Beleef de prehistorie op de Veluwe’ wordt gebruikt om de wens voor een grafheuvelcentrum onder de aandacht te brengen bij stakeholders. In vervolg hierop is in opdracht van de gemeente Apeldoorn, Epe, Ermelo Nunspeet, Putten en Veluwe op 1 eind 2019 een haalbaarheidsstudie voor een grafheuvelcentrum Veluwe uitgevoerd. Uitkomst is dat de focus verlegd wordt van een grafheuvelcentrum Veluwe naar een Archeologisch BelevingsCentrum Veluwe (ABC Veluwe). Mogelijk vanuit de al bestaande musea en voorzieningen, waarbij ook Museum de Tien Malen op Landgoed Schovenhorst als optie wordt gezien.
Een mogelijkheid op die locatie aangaande archeologisch belevingscentrum ideeën als ontwikkeling ter ondersteuning van Veluwe-op-1 belevingsthema Veluws Verleden worden in 2022 bekeken. Reclamebeleid
R. Koekkoek
29 van 91
Om meer sturing te kunnen aan vorm, omvang en type reclame-uitingen en hierbij openbare orde en veiligheid goed te kunnen borgen worden reclame beleid opgesteld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met economische en planologische aspecten alsmede (contract)beheer.
Wat mag het kosten? Thema 3 Economie en Recreatie
2022 1.364 1.364 108 108 -1.256 274 274 -982
Lasten Programma Economie en recreatie Baten Programma Economie en recreatie Geraamd totaal baten en lasten Dotatie aan reserves Programma Economie en recreatie Onttrekking aan reserves Programma Economie en recreatie Geraamd resultaat
Meerjarenbegroting 2022-2025 2023 2024 2025 1.354 1.359 1.354 1.354 1.359 1.354 108 108 108 108 108 108 -1.246 -1.251 -1.246 274 274 274 274 274 274 -972 -977 -972 Bedragen * € 1.000
Toelichting mutaties reserves Programma Economie en recreatie Per saldo vindt er een structurele onttrekking van € 274.000 plaats vanuit de reserve dekking kapitaallasten. Het grootste deel van deze onttrekking is bedoeld om de kapitaallasten van de investering in het Centrumplan op te vangen.
Investeringen In bijlage F Meerjaren-investeringsprogramma is het overzicht van alle investeringen opgenomen.
Specificatie per programma en beleidsproduct Thema 3 Economie en recreatie Programma en beleidsproducten Lasten Recreatie en cultuurhistorie Markt Bedrijvigheid Agrarische Zaken Gemeentelijk bezit Totaal Programma Economie en recreatie Totaal lasten Baten Recreatie en cultuurhistorie Markt Bedrijvigheid Agrarische Zaken Gemeentelijk bezit Totaal
Prog. PER PER PER PER PER PER
JaarBegroting rekening incl. wijz. 2020 2021
Begroting 2022-2025 2022
2023
2024
2025
671 49 198 397 1.316 1.316 1.316
729 29 263 14 182 1.216 1.216 1.216
597 29 520 34 185 1.364 1.364 1.364
587 29 520 34 185 1.354 1.354 1.354
592 29 520 34 185 1.359 1.359 1.359
587 29 520 34 185 1.354 1.354 1.354
3 42 6 212 262
1 51 3 48 102
1 51 3 54 108
1 51 3 54 108
1 51 3 54 108
1 51 3 54 108
PER PER PER PER PER
30 van 91
Thema 3 Economie en recreatie Programma en beleidsproducten Programma Economie en recreatie Totaal baten
Prog. PER
JaarBegroting rekening incl. wijz. 2020 2021 262 102 262 102
Geraamd totaal baten en lasten
-1.054
In de tabel is het reeds goedgekeurd nieuw beleid verwerkt
-1.114
Begroting 2022-2025 2022 108 108
2023 108 108
2024 108 108
2025 108 108
-1.256
-1.246
-1.251 -1.246
Bedragen * € 1.000
Toelichting mutaties per programma Waar er sprake is van een reële afwijking van de programma’s tussen de Begroting 2022-2025 ten opzichte van de Jaarrekening 2020 en de Begroting 2021 dan wordt dat hieronder toegelicht bij het betreffende programma. Programma Economie en recreatie De lasten op het beleidsproduct Bedrijvigheid stijgen door kapitaallasten van de investeringen in het Centrum. Deze lasten worden gedekt door de reserve dekking kapitaallasten. Daarnaast dalen de lasten binnen Recreatie in verband met beëindiging van incidentele projecten.
31 van 91
Thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid Algemeen Het thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid heeft betrekking op de volgende programma’s: -
Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid;
-
Programma Algemene dekkingsmiddelen.
Portefeuillehouders De verantwoordelijke portefeuillehouders voor dit thema zijn de heer Lambooij, de heer ’t Jong en de heer Koekkoek.
Wat willen we bereiken? Het coalitieakkoord ‘Bouwen aan Putten’ beschrijft de plannen voor de jaren 2018-2022. In het Collegeprogramma 2018-2022 zijn die plannen verder uitgewerkt in concrete actiepunten per jaar. De actiepunten voor 2022 binnen het begrotingsthema Bestuur, dienstverlening en veiligheid worden hierna nader uitgewerkt. Daarnaast worden er een aantal actuele beleidsontwikkelingen toegelicht die in 2022 ook onze aandacht zullen vragen.
Wat gaan we daarvoor doen? Actiepunten 2022 Veiligheid
H.A. Lambooij
Voor de gemeente Putten is veiligheid een belangrijk onderwerp. Met het vaststellen van het Integraal Veiligheidsplan Harderwijk Ermelo Putten 2020-2024 (IVP) is een ambitieus plan vastgelegd. De komende jaren zal aan de hand van het uitvoeringsplan uitvoering worden gegeven aan de vastgestelde prioriteiten. In het uitvoeringsplan worden concrete acties die voortvloeien uit het IVP benoemd met verschillende acties per prioritering c.q. beleidsthema. Ondermijning
H.A. Lambooij
Vanuit het rijk en provincie wordt in toenemende mate bij gemeenten aandacht gevraagd voor het bestrijden van ondermijning: (criminele) activiteiten die de structuur van de maatschappij verzwakken of misbruiken, het gezag ontwrichten en die ontwrichtend werken op economische en sociale structuren. We pakken dit onderwerp in 2022 verder op door verder in te zetten op bewustwording van de signalen van ondermijning en weerbaarheid van onze organisatie op dit gebied. Ondermijning is ook een van de bovenlokale prioriteiten in het IVP en krijgt binnen het uitvoeringsplan verschillende actiepunten, waarbij bijvoorbeeld gedacht moet worden aan eerder genoemde bewustwording, inzet handhaving APV, bibob en damoclesbeleid, mensenhandel en casus-overleg met ketenpartners. Met voornoemde ontwikkelingen lijkt er goede basis te zijn gelegd om de komende jaren de initiatieven tegen ondermijning en op het gebied van veiligheid volop te kunnen (blijven) ontplooien. Scherpere normen energielabel bij renovatie gemeentelijke gebouwen
R. Koekkoek
De gemeente Putten krijgt vanuit de provincie ondersteuning voor de verduurzaming van haar eigen gebouwen. Binnen dit traject gaat er gekeken worden naar het MJOP's en de mogelijke
32 van 91
aanknopingspunten op natuurlijke vervangingsmomenten om verder te verduurzamen met als doelstelling om voor 2050 van het aardgas af te gaan. We kopen duurzaam en circulair in
H.A. Lambooij
De gemeente Putten legt binnen zijn aanbestedingstrajecten, waar mogelijk, de nadruk op het inkopen van duurzame en circulaire producten en diensten. Deze criteria worden ingezet als eisenpakket al dan niet gebruikt als gunningscriteria. De inschrijvers worden door middel van gunningscriteria uitgedaagd een extra stap te zetten op het gebied van duurzaamheid en circulariteit van haar producten of diensten. Communicatie en burgerparticipatie
R. Koekkoek
Vertrekpunt voor ons beleid op het gebied van communicatie en participatie is notitie Luisteren 2019-2022 als vastgesteld in mei 2019. De notitie bevat 9 actiepunten en die worden uitgevoerd. Deze 9 actiepunten worden in de komende periode geëvalueerd. De conclusies van deze evaluatie worden met de gemeenteraad gedeeld. Met het aantreden van een nieuw college, medio 2022 en het vaststellen van het nieuwe collegeprogramma wordt een nieuw actieplan Communicatie en Participatie opgesteld. Wijkgericht werken buitendienst
R. Koekkoek
Tot 2021 werden veel werkzaamheden binnen de openbare ruimte uitgevoerd door aannemers, gemeente en/of sociale werkvoorziening Gresbo. Met de invoering van ‘Wijkgericht werken’ zoals benoemd in het Coalitieakkoord 2018-2022 is er een intensieve integrale samenwerking tussen gemeente en Inclusief Groep Gresbo opgezet. Er zijn twee Wijkteams in Putten actief naast het team van de Begraafplaats. De medewerkers in de wijkteams worden opgeleid in communicatie met bewoners en worden geschoold in vak- en machinekennis. Hiervoor is budget beschikbaar gesteld. Het is goed om te constateren uit reacties van inwoners en medewerkers dat deze werkwijze positief wordt ontvangen. Daarnaast zijn er ook positieve reacties over de volwaardige plek die collega’s van de Inclusief Groep Gresbo hebben gevonden in de Wijkteams. Investeren in omvang en kwaliteit organisatie
H.A. Lambooij
Op basis van de benchmark van Berenschot (2021) en de opgaven voor de komende jaren wordt gewerkt aan een concrete invulling van de pm-post in de begroting ten aanzien van de benodigde formatie van de gemeentelijke organisatie. Het college zal, in het verlengde van de eerder beschikbaar gestelde middelen voor extra capaciteit bij de afdeling Ruimte, met nadere voorstellen komen voor de ambtelijke capaciteit, indien en voor zover dit op basis van de benchmark van Bureau Berenschot kan worden onderbouwd. Dat betreft zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de organisatie. Tegelijkertijd wordt de organisatie verder ontwikkeld om op de (voorziene) opgaven in te kunnen spelen. Hierbij wordt betrokken hoe de gemeente Putten een aantrekkelijke werkgever kan blijven. Door de gecombineerde aanpak wordt ingezet op een organisatie die weer een aantal jaren goed vooruit kan.
33 van 91
Overige beleidsontwikkelingen Nieuwe ontwikkelingen digitalisering
E.T. ‘t Jong
De gemeente digitaliseert haar processen continu en zal daar verder mee doorgaan. Dat werpt haar vruchten af in deze periode waarin fysiek samenwerken geen vanzelfsprekendheid meer is. Informatieveiligheid is hierbij van groot belang. Daarom zullen we de komende jaren hier hoog op inzetten om te borgen dat we gegevens van (onder andere) burgers optimaal beveiligen. De ICT wordt stap voor stap verder in de BLNP ondergebracht. De komende jaren staat in het teken van verdere samenwerking en integratie van de teams en van harmonisatie van het applicatielandschap en de techniek. Daarnaast loopt het huidige beleidsplan tot 2021 en zal daarom vernieuwd worden. Integrale dienstverlening
E.T. ‘t Jong
Dienstverlening heeft alles met gastvrijheid te maken. Een onderwerp waar wij het komende jaar nadrukkelijker aandacht voor zullen vragen binnen de organisatie. Daarnaast zullen wij een aantal specifieke processen tegen het licht houden om te bezien of onze dienstverlening verder kan worden verbeterd; concreet denken wij hierbij aan het proces van verloren en gevonden voorwerpen. Ook de volledig vernieuwde website zal beoordeeld worden op eenvoudig taalgebruik (B1), webrichtlijnen en de doorontwikkeling van online formulieren. Wet Open Overheid (WOO)
E.T. ‘t Jong
Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Hiermee beoogt men de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De Eerste Kamer moet nog instemmen met dit voorstel, maar naar verwachting treedt de wet in de loop van 2022 in werking. Het 2e halfjaar van 2021 beraden wij ons op de implementatie van deze nieuwe wet en wat dat voor Putten zal gaan betekenen.
Wat mag het kosten? Meerjarenbegroting 2022-2025 2022 2023 204 2025 12.703 12.542 12.504 12.534 11.802 11.645 11.607 11.642 901 896 897 892 43.241 42.485 42.280 42.382 649 649 649 649 42.592 41.837 41.631 41.733 30.538 29.944 29.775 29.848 317 313 297 295 317 313 297 295 30.855 30.256 30.072 30.143 Bedragen * € 1.000
Thema 4 Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Lasten Programma Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Programma Algemene Dekkingsmiddelen Baten Programma Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Programma Algemene Dekkingsmiddelen Geraamd totaal baten en lasten Dotatie aan reserves Programma Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Programma Algemene Dekkingsmiddelen Onttrekking aan reserves Programma Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Programma Algemene Dekkingsmiddelen Geraamd resultaat
Toelichting mutaties reserves Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid
34 van 91
Per saldo vindt er een onttrekking van € 317.000 plaats vanuit de reserve dekking kapitaallasten. Het grootste deel van deze onttrekking is bedoeld om de kapitaallasten van de renovatie en inrichting van het gemeentehuis op te vangen.
Investeringen In bijlage F Meerjaren-investeringsprogramma is het overzicht van alle investeringen opgenomen.
Specificatie per programma en beleidsproduct Thema 4 Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma en beleidsproducten Lasten Bestuurlijke samenwerking Bestuursorganen/ondersteuning Secretarieleges Burgerzaken Brandweer en rampenbestrijding Openbare orde en veiligheid Overhead Algemene baten en lasten Gemeentefonds Dividenden Treasury OZB Overige belastingen Totaal Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Totaal lasten Baten Bestuurlijke samenwerking Bestuursorganen/ondersteuning Secretarieleges Burgerzaken Brandweer en rampenbestrijding Openbare orde en veiligheid Overhead Algemene baten en lasten Gemeentefonds Dividenden Treasury OZB Overige belastingen Totaal Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten
Prog.
JaarBegroting rekening incl. wijz. 2020 2021
PBD PBD PBD PBD PBD PBD PBD PAD PAD PAD PAD PAD PAD PBD PAD
PBD PBD PBD PBD PBD PBD PBD PAD PAD PAD PAD PAD PAD PBD PAD
Geraamd totaal baten en lasten In de tabel is het reeds goedgekeurd nieuw beleid verwerkt
Begroting 2022-2025 2022
2023
2024
2025
133 1.365 106 374 1.359 549 7.739 251 3 355 133 12.365 11.623 742 12.365
93 1.513 167 392 1.384 577 7.662 226 -14 313 152 12.466 11.790 676 12.466
202 202 202 202 1.435 1.340 1.290 1.290 168 168 168 168 408 408 408 408 1.404 1.404 1.404 1.404 602 602 602 602 7.583 7.521 7.533 7.567 509 504 504 504 -13 -12 -11 -17 276 276 276 276 129 129 129 129 12.703 12.542 12.504 12.534 11.802 11.645 11.607 11.642 901 896 897 892 12.703 12.542 12.504 12.534
97 250 11 1 21 570 288 34.201 237 5 4.032 2.496 42.209 950 41.260 42.209
339 8 1 24 304 34.450 240 16 4.166 2.540 42.087 676 41.411 42.087
339 8 1 24 278 36.772 240 23 4.319 1.238 43.241 649 42.592 43.241
29.844
29.621
30.538 29.944 29.775 29.848 Bedragen * € 1.000
339 8 1 24 278 35.993 240 22 4.344 1.238 42.485 649 41.837 42.485
339 8 1 24 278 35.758 240 20 4.375 1.238 42.280 649 41.631 42.280
339 8 1 24 278 35.834 240 19 4.403 1.238 42.382 649 41.733 42.382
Toelichting mutaties per programma Waar er sprake is van een reële afwijking van de programma’s tussen de Begroting 2022-2025 ten opzichte van de Jaarrekening 2020 en de Begroting 2021 dan wordt dat hieronder toegelicht bij het betreffende programma.
35 van 91
36 van 91
Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Vanaf 2022 vervalt het terugverdieneffect van het RNV. Deze mutatie op het product Bestuurlijke samenwerking verliep budgettair neutraal met de Algemene reserve. De (incidentele) stijging op het product Bestuursorganen wordt met name veroorzaakt door de storting in de egalisatievoorziening wethouderspensioenen. De afgelopen jaren diende deze bij de jaarrekening aangevuld te worden. Nu worden er op voorhand extra stortingen geraamd. Programma Algemene dekkingsmiddelen Op het beleidsproduct Algemene baten en lasten staat nu nog de stelpost prijsindexatie conform Kadernota. Met name bij de tussentijdse rapportages zal deze worden ingezet ter dekking van de stijgende lasten als gevolg van indexaties. Overige afwijkingen worden toegelicht in het overzicht Algemene dekkingsmiddelen.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen De belangrijkste onderdelen van het overzicht algemene dekkingsmiddelen zijn voorgeschreven. Het gaat daarbij om: a. Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; b. Algemene uitkeringen (gemeentefonds); c.
Dividend;
d. Saldo van de financieringsfunctie; e. Overige algemene dekkingsmiddelen. De algemene dekkingsmiddelen in zijn als volgt opgebouwd: Algemene dekkingsmiddelen
2022
2023
2024
2025
Baten OZB Precariobelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting
4.319 748 430
4.344 748 430
4.375 748 430
4.403 748 430
Algemene uitkering
36.772
35.993
35.758
35.834
Dividend
240
240
240
240
Saldo financieringsfunctie
36
34
32
36
42.546
41.789
Totaal
41.582 41.690 Bedragen * € 1.000
Lokale heffingen De belastingopbrengsten stijgen door indexatie van de tarieven met 2,1%. In volgende jaren stijgen de opbrengsten uit ozb door areaaluitbreidingen vanwege nieuw- en verbouw. Daarnaast vervalt vanaf 2022 de jaarlijkse opbrengst van € 1.305.000 voor precariobelasting. Deze verlaging verloopt budgettair neutraal met de reserve precariobelasting. Zie de paragraaf Lokale heffingen voor een nadere toelichting op de belastingopbrengsten.
37 van 91
Algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. In deze begroting zijn de uitkomsten van de Meicirculaire 2021 verwerkt. Het budgettair effect daarvan op de begroting ziet er als volgt uit: Meicirculaire 2021
2022
Accres/uitkeringsbasis Prognose extra middelen Jeugd (voor 2023 e.v. 75%) Voorlopig effect herijking gemeentefonds Totaal effect meicirculaire
203 1.643 1.846
2023 -12 1.359 PM 1.347
2024
2025
-174 -286 1.275 1.176 PM PM 1.101 890 Bedragen * € 1.000
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de Rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de Rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode, wordt het accres genoemd. In alle jaren is het accres naar beneden bijgesteld. Dit als gevolg van lagere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Vanaf 2023 is het accres neerwaartse bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en lagere EU-afdrachten. Daartegenover staat de positieve bijstelling van de uitkeringsbasis. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de aangepaste ramingen voor inwoners, woonruimten en de ontwikkeling in de OZB-maatstaven. Voor het jaar 2022 zijn extra middelen voor Jeugd beschikbaar gesteld. De structurele bekostiging is overgelaten aan een nieuw kabinet. Tussen Rijk, IPO en VNG is afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming rekening mogen houden met 75% van de bedragen die structureel nodig zijn volgens de Commissie van Wijzen en die ten grondslag liggen aan de middelen die vanuit de Hervormingsagenda Jeugd beschikbaar moeten komen.
Het effect van de Septembercirculaire 2021 lichten wij via een afzonderlijke raadsbrief toe en wordt als 1e begrotingswijziging 2022 verwerkt. Dividend In onderstaande tabel worden de financiële gegevens over deelnemingen in aandelen weergegeven. Het aandelenbezit is als volgt opgebouwd: Toelichting aandelenbezit Nominaal bedrag aandelen Aantal aandelen Boekwaarde aandelen Boekwaarde per aandeel
BNG
Alliander/ Nuon
Vitens 10.530 26.325 2,50
18.693 18.693 1,00
276.812 1.384.060 5,00
Afvalsturing Inclusief Friesland groep 25 11.250 450,00
Leisureland s
1.880 188.000 100,00
8.155 338.200 gem. 41,47
Bedragen * € 1,-
38 van 91
De geraamde dividendopbrengsten op het aandelenbezit zijn als volgt: Beleggingen
2022
BNG Vitens Alliander Afvalsturing Friesland Totaal
2023 30 210 240
2024 30 210 240
2025
30 30 210 210 240 240 Bedragen * € 1.000
Saldo financieringsfunctie Op het taakveld Treasury zijn de rentelasten over de aangetrokken geldleningen en de rentebaten over de uitgezette gelden opgenomen. Onvoorzien In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen onder de algemene dekkingsmiddelen van 0,12% van het begrotingstotaal conform de Financiële verordening. Het gaat voor 2022 om een bedrag van € 67.000. Het college heeft de bevoegdheid om de post onvoorzien aan te wijzen voor incidentele zaken en legt bij elke tussentijdse rapportage verantwoording af over het gebruik van de post onvoorzien. Kosten van de overhead Overheadkosten bevatten alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De kosten van de overhead zijn als volgt opgebouwd: Overhead Personeel & organisatie Huisvesting & facilitair ICT Communicatie Tractie Juridische zaken Financiën Materialen
2022 4.885 741 1.070 47 320 120 67 56 7.305
Totaal - 0.4 Overhead
2023 4.837 741 1.044 47 320 131 67 56 7.243
2024 2025 4.845 4.871 741 741 1.037 1.033 47 47 320 320 143 156 67 67 56 56 7.255 7.290 Bedragen * € 1.000
De kosten van de overhead zijn ten opzichte van de gewijzigde Begroting 2021 gedaald. Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere doorbelasting aan grondexploitatie, tractie en investeringen. Vennootschapsbelasting We hebben een stelpost van structureel € 12.000 opgenomen in de begroting voor de vennootschapsbelasting. Dit is bedoeld voor incidentele verkopen van panden waarbij een boekwinst wordt gerealiseerd. De verwachte positieve resultaten op het complex Rimpeler kunnen ingezet worden voor de vennootschapsbelasting. Het nettoresultaat na vennootschapsbelasting zal toegevoegd worden aan de reserve grondexploitatie.
39 van 91
Hoofdstuk 4 Paragrafen Paragraaf Lokale heffingen Inleiding Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen van het Rijk zijn de lokale heffingen het belangrijkste deel van de gemeentelijke inkomsten. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend omdat de besteding niet is gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Verhoging tarieven In het Coalitieakkoord 2018-2022 is als uitgangspunt opgenomen dat de belastingen slechts worden verhoogd met het percentage waarmee de prijzen stijgen. In 2020 zijn de belastingen in verband met de financiële positie van de gemeente extra verhoogd. Voor 2022 is een extra verhoging niet nodig.
Dat betekent dat bij de onroerende zaakbelastingen, de forensenbelasting, de toeristenbelasting en bij diverse legestarieven alleen een prijsindexatie zal worden toegepast. De toe te passen index wordt elk jaar opnieuw berekend met behulp van meerdere prijsontwikkelingscijfers. Beoordeling kostendekkendheid Jaarlijks wordt de kostendekkendheid van de gebonden heffingen in beeld gebracht. Eén keer in de drie jaar vindt een grote herziening plaats. De kostendekking van de leges is, met uitzondering van de omgevingsvergunningen, nagenoeg stabiel gebleven en is er alleen sprake van indexatie. De kostendekkendheid van de omgevingsvergunningen was in de jaren 2018 tot en met 2020 meer dan 100% door een toename in het aantal aanvragen omgevingsvergunningen. Doordat de afhandeling van de aanvragen binnen de bestaande formatie werd uitgevoerd, stegen de lasten niet evenredig mee. Om niet meer dan 100% kostendekkend te zijn, zijn de leges voor bouwactiviteiten in 2021 verlaagd. Door een toenemende werkvoorraad is de afhandeling van de aanvragen omgevingsvergunningen niet meer mogelijk binnen de bestaande formatie. Door uitbreiding van de formatie voor omgevingsvergunningen stijgen de (verhaalbare) lasten en is de kostendekkendheid van de leges omgevingsvergunningen lager dan 100%. Door de leges voor bouwactiviteiten te verhogen stijgt de kostendekkendheid weer naar 100%.
De tarieven/percentages van de leges voor bouwactiviteiten zullen bijgesteld worden in de Legesverordening 2022.
40 van 91
Raming inkomsten in begroting In onderstaande tabel zijn de verwachte baten uit gemeentelijke belastingen en leges opgenomen: Gemeentelijke belastingen en rechten 2022 Belastingopbrengsten, tarieven en leges OZB-eigenaar (won./niet-woningen) OZB-gebruiker (niet-woningen) Toeristenbelasting Forensenbelasting Reclamebelasting Precario kabels en leidingen Subtotaal algemene belastingen Rioolheffing Afvalstoffenheffing c.a.(incl. verkoop afvalzakken) Begraafrechten Marktgeld Leges omgevingsvergunningen (incl. welstand) Leges burgerzaken (excl. Rijksleges) Leges APV-vergunningen Leges overige algemene dienstverlening Subtotaal tarieven, heffingen en leges
Toelichting 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Totaal Raming
41 van 91
Begroting 2022 3.741 578 735 422 81 5.557 2.576 1.644 562 45 1.043 225 14 63 6.171
Begroting 2021 3.604 562 740 414 1.305 6.625 2.531 1.540 551 45 738 226 14 63 5.707
11.728
12.332 Bedragen * € 1.000
Toelichting gemeentelijke belastingen en heffingen/rechten 1.
Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
In de Begroting 2022-2025 is uitgegaan van 2,1% opbrengstverhoging voor begrotingsjaar 2022 vanwege de loon- en prijsontwikkelingen. De opbrengsten voor 2023-2025 zijn constant gehouden. Om de lastenontwikkeling te beheersen was tot 2019 de zogenaamde macronorm OZB afgesproken. Dit betekende dat de OZB-opbrengst in Nederland als geheel niet meer mocht stijgen dan een bepaald percentage. De macronorm OZB is met ingang van 2020 vervangen door de 'Benchmark gemeentelijke belastingen'. Deze benchmark geeft gemeenten meer informatie over de ontwikkeling van de lokale lasten in zowel eigen als andere gemeenten. Het resultaat van de benchmark wordt gepresenteerd in de COELO-atlas die elk jaar in maart uitkomt. De bestaande opbrengstverhouding bij de OZB tussen woningen en niet-woningen is voor 2022 gehandhaafd. De WOZ-waarde vormt de basis voor de aanslagoplegging. Jaarlijks worden alle onroerende zaken opnieuw getaxeerd. Voor 2022 geldt als waardepeildatum 1 januari 2021. Bij de tariefbepaling is de begrote opbrengst het uitgangspunt. 2.
Toeristenbelasting
De toeristenbelasting is van toepassing op hotelovernachtingen, op onderkomens voor wisselende verhuur en voor toercaravans en tenten. Voor 2022 worden de tarieven verhoogd met de 2,1% belastingindexatie. 3.
Forensenbelasting
De forensenbelasting is van toepassing op vrijwel alle stacaravans op recreatieparken en op de eigenaren met een tweede woning. De belastingplichtigen in deze belasting worden individueel aangeslagen. De verhoging van de forensenbelasting is gekoppeld aan die van de OZB. Voor 2022 worden de tarieven verhoogd met de 2,1% belastingindexatie. De vraag naar recreatiewoningen is de afgelopen twee jaar toegenomen, waardoor ook de opbrengst van de forensenbelasting is gestegen. 4.
Reclamebelasting
Eind 2014 heeft de raad besloten om reclamebelasting in te voeren met ingang van 2015. De ondernemers in het aangewezen heffingsgebied in het dorpscentrum, die op hun pand een openbare aankondiging hebben, worden in deze belasting aangeslagen voor een tarief van € 550,- of € 400,-. De reclamebelasting wordt ingezet als dekkingsmiddel voor de subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Putten. De afspraken met Stichting Ondernemersfonds Putten zijn vastgelegd in een convenant voor de periode 2018-2021. Door de Corona-maatregelen in 2020 en 2021 konden veel activiteiten niet doorgaan in het dorpscentrum. Hierdoor ontstond een financieel overschot bij het ondernemersfonds. Daarom is besloten om in 2021 de aanslagheffing reclamebelasting achterwege te laten. Vanwege de Corona-omstandigheden is ook de evaluatie die in 2021 zou plaatsvinden uitgesteld naar 2023.
42 van 91
5.
Precariobelasting
De aanslag precariobelasting is gebaseerd op het aantal meters leiding van het gas-, elektriciteits- en hoogspanningsnetwerk van nutsbedrijven dat zich in, onder of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bevindt. De totale jaarlijkse opbrengst bedraagt thans € 1.305.000. De regering heeft in 2017 besloten om de heffing van precariobelasting voor nutsbedrijven af te schaffen. Er geldt een overgangsregeling voor de gemeenten die op 10 februari 2016 deze belasting hadden ingevoerd. In 2021 wordt voor de laatste maal deze aanslag opgelegd. Tegen de aanslagen tot en met 2020 lopen geen procedures meer, zodat deze opbrengsten definitief zijn. De opbrengsten van de nog op te leggen aanslagen 2021 wordt volgens afspraak toegevoegd aan de bestemmingsreserve precariobelasting. Pas nadat eventueel bezwaar en beroep van deze aanslagen is afgerond, is de opbrengst definitief. 6.
Rioolheffingen
In de Begroting 2020 is besloten een verlaging door te voeren van € 14,- in het tarief voor 2020 en 2021. Met de actualisatie van het ZAP is dit structureel verwerkt. Dit zou voor 2022, inclusief indexatie van 2,1%, neerkomen op een tarief van € 230,50. Daarnaast is met het vaststellen van het ZAP gekozen voor een teruggave van het overschot in de egalisatievoorziening riolering in de vorm van een korting van € 12,50 tot en met 2031. Het geïndexeerde tarief inclusief deze korting voor 2022 wordt € 217,92. 7.
Afvalstoffenheffing
Onze gemeente maakt voor de doorberekening van de kosten van afvalverwijdering gebruik van tariefdifferentiatie, waarbij de vaste kostencomponenten worden doorberekend in de jaarlijkse aanslag afvalstoffenheffing (vast bedrag per huishouden). De verwerkingskosten van het afval worden doorberekend in de prijzen van de verschillende afvalzakken. Per 1 januari 2021 zijn een aantal maatregelen ingevoerd om de kosten te dekken: verminderen openingstijden afvalbrengstation en een poorttarief voor groenafval en matrassen. Deze maatregelen waren al meegenomen in de Begroting 2021. Daarnaast is papierinzameling vanaf 1 januari 2022 veranderd: de verenigingen krijgen een vergoeding voor hun inzamelingswerkzaam-heden. De gevolgen hiervan zijn meegenomen in de Begroting 2022. Het met 2,1% geïndexeerde tarief wordt voor 2022 vastgesteld op € 119,40 8.
Begraafplaatsrechten
Voor de begraafplaatsen geldt een sluitende exploitatie. Het saldo wordt jaarlijks verrekend met de voorziening. In het voorjaar van 2019 is de kostendekkendheid opnieuw beoordeeld. De tarieven stijgen met 2,1% inflatiecorrectie. 9.
Leges omgevingsvergunningen (inclusief welstand)
De leges omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten worden extra verhoogd zoals hiervoor is toegelicht bij het onderdeel beoordeling kostendekkendheid.
43 van 91
10. Leges burgerzaken Een deel van de leges burgerzaken zijn gemaximeerd door het Rijk. De overige leges burgerzaken stijgen met 2,1% inflatiecorrectie exclusief de leges die gemaximeerd zijn door het Rijk. De leges burgerzaken zijn niet kostendekkend, wat onder andere wordt veroorzaakt doordat de leges zijn gemaximeerd vanuit het Rijk. 11. Leges APV-vergunningen De leges voor de APV-vergunningen stijgen met 2,1% inflatiecorrectie. 12. Leges overige algemene dienstverlening Dit betreffen de leges voor ondergrondse infrastructuren, verkeer en vervoer (o.a. gehandicaptenparkeerkaarten) en registratie in het Landelijk Register Kinderopvang. Deze leges stijgen met 2,1% inflatiecorrectie. Lastendruk in Putten ten opzichte van andere gemeenten Als we de lokale lastendruk vergelijken met die van de andere Nederlandse gemeenten, zien we in de Coelo-atlas van de lokale lasten dat Putten voor 2021 op de 21e plaats staat voor wat betreft de netto woonlasten voor een huishouden. (2020: 20e plaats). Daarbij wordt rekening gehouden met de OZB (voor een woning met een gemiddelde waarde), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor een meerpersoonshuishouden in Putten betekent dat een belastingbedrag van € 660 per jaar. De woonlasten in de goedkoopste gemeente bedragen € 598 en in de duurste € 1.517 per jaar.
In de paragraaf Weerstandsvermogen wordt nader ingegaan op de aanwezige ruimte in de belastingcapaciteit van onze gemeente. Kostendekkendheid tarieven Met ingang van 2013 wordt de kostendekkendheid van de diverse rechten, heffingen en leges periodiek herzien. In het kader van de Vernieuwing BBV is het vanaf de Begroting 2017 verplicht om in de paragraaf Lokale heffingen inzicht te geven in de berekening om de kostendekkendheid van de tarieven aan te tonen, de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan die berekening en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. De berekening van de kostendekkendheid van de heffingen en leges is op basis van de begrotingscijfers 2022 als volgt: Berekening van kostendekkendheid: Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Kwijtschelding Overhead Btw Totale kosten Opbrengst heffingen/rechten Dekkingspercentage
Afval 1.716 -894 822 15 120 208 1.165 -1.165 100%
44 van 91
Riolering Begraven 2.087 2.087 23 127 339 2.576 -2.576 100%
525 -146 379 37 416 -416 100%
Berekening van kostendekkendheid: Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead Btw Totale kosten Opbrengst heffingen/rechten Dekkingspercentage
Omgevingsvergun ning 614 614 360 973 -973 100%
Leges burgerAPV vergunningen zaken 320 85 320 85 116 435 -346 80%
57 142 -14 10% Bedragen * € 1.000
Kwijtscheldingsbeleid De minima in Putten, met een inkomen van minder dan 100% van bijstandsnorm, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van lokale heffingen. De heffingen waarvoor dit geldt, zijn rioolheffing, afvalstoffenheffing, OZB en grafonderhoud. Om in aanmerking te komen voor kwijtschelding dient een vermogens- en inkomenstoets plaats te vinden. Overzicht tarieven Voor een overzicht van de gehanteerde tarieven verwijzen we u naar de bijlage C Overzicht belastingtarieven 2019 tot en met 2022.
45 van 91
Paragraaf Weerstandsvermogen Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers (incidenteel en structureel) op te kunnen vangen. Met andere woorden: hoe robuust is de financiële positie van de gemeente? Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de buffers) en de benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s). De financiële positie van de gemeente kan daarnaast ook uitgedrukt worden in financiële kengetallen. In deze paragraaf worden zowel het weerstandsvermogen als de financiële kengetallen toegelicht. Financiële kengetallen In deze paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die zijn voorgeschreven door het BBV. De doelstelling is om hiermee een beter inzicht te geven in de financiële positie van de gemeenten.
Omschrijving kengetal
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Netto schuldquote
-15%
9%
31%
48%
45%
41%
Netto schuldquote gecorrigeerd
-29%
-5%
16%
34%
31%
28%
Solvabiliteitsratio
56%
52%
59%
61%
62%
64%
Grondexploitatie
-2%
-7%
-1%
0%
0%
0%
Structurele exploitatieruimte
3,6%
1,8%
3,7%
2,8%
2,6%
2,8%
Belastingcapaciteit
83%
79%
76%
76%
76%
76%
Netto schuldquote (gecorrigeerd) De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Dit geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is met 31% laag te noemen en is, rekening houdend met uitstaande leningen (gecorrigeerd) 16% voor de gemeente Putten. Solvabiliteitsratio Indien er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid Onze solvabiliteit is 59%. Dit betekent dat de bezittingen zijn gefinancierd met 59% eigen vermogen (reserves) en 41% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden). Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Een lager kengetal geeft een lager (relatief) risico weer. Het kengetal is -1%.
46 van 91
Structurele exploitatieruimte Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte is een belangrijk aandachtspunt voor de komende begrotingsjaren. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe de jaarlijkse baten en lasten (gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten en reservemutaties) zich verhouden en hoeveel ruimte nog in de exploitatie aanwezig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In de Begroting 2022 is de structurele exploitatieruimte positief. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Voor Putten ligt de belastingcapaciteit op 76%. Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit (buffers) Weerstandsvermogen =
Benodigde weerstandscapaciteit (risico's)
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de
middelen en mogelijkheden om niet begrote en onvoorziene kosten te dekken. Risico’s zijn mogelijke gebeurtenissen met financiële impact waarvoor nog geen maatregelen getroffen zijn. Middelen en mogelijkheden om deze risico’s te dekken, zijn bijvoorbeeld het instellen van voorzieningen, het afsluiten van verzekeringen of andere risico beperkende maatregelen. Om de continuïteit van de uitvoering van het vastgestelde beleid te waarborgen, wordt een weerstandsvermogen in stand gehouden. Het is een maatstaf voor de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen wat een passende omvang van het weerstandsvermogen is. Vanuit het provinciaal toezicht zijn ook geen directe normen te geven. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Aan de hand van deze grootheden bepalen wij het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen laat de volgende ontwikkeling zien: Berekening weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) Benodigde weerstandscapaciteit (risico's) Totaal weerstandsvermogen
Begroting 2022 39.086 5.922 33.164
47 van 91
Begroting 2021 33.546 6.876 26.670
Jaarrekening 2020 40.432 6.746 33.686
Bedragen * € 1.000
Het weerstandsvermogen uitgedrukt als verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit is als volgt: Ratio weerstandsvermogen 39.086 5.922 = 6,60
Waarderingsklasse A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bovenstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het geeft aan hoe de ratio weerstandsvermogen geïnterpreteerd kan worden. Voor onze gemeente is de ratio weerstandsvermogen ´uitstekend´. De conclusie is dat onze gemeente beschikt over een zeer acceptabele buffer voor het opvangen van de financiële tegenvallers en dat de financiële positie robuust is. Beschikbare weerstandscapaciteit (buffers) De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende elementen: vrij aanwendbare reserves, stille reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de stelpost voor onvoorziene uitgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit is als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit in exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit Stelpost onvoorziene uitgaven Totaal Weerstandscapaciteit in vermogensfeer Saldo begroting/rekening Algemene reserve Vrij deel bestemmingsreserves Reserves bouwgrondexploitatie Stille reserves aandelenbezit Stille reserves gebouwen en voorzieningen Totaal
Toelichting
Begroting 2021
Jaarrekening 2020
1 2
2.363 67 2.430
2.054 61 2.115
2.513 0 2.513
3 4 5
1.209 2.244 23.661 7.180 2.362 p.m. 36.656
160 421 20.982 7.506 2.362 p.m. 31.431
868 1.738 24.648 8.303 2.362 p.m. 37.919
39.086
33.546 40.432 Bedragen * € 1.000
6 7
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
1.
Begroting 2022
Onbenutte belastingcapaciteit: de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit is lastig, omdat de OZB niet gemaximeerd is. Een redelijke benadering is om de Puttense belastingdruk te vergelijken met de gemiddelde belastingdruk van alle Gelderse gemeenten. In de provincie Gelderland is de gemiddelde belastingdruk voor de OZB per inwoner over 2021 € 270,-. Voor Putten is de belastingdruk berekend op € 173,- per inwoner, € 97,- lager. Met 24.365 inwoners bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 2,4 miljoen.
48 van 91
2.
Stelpost onvoorziene uitgaven: voor onvoorziene uitgaven is een structurele stelpost opgenomen van € 67.000.
3.
Saldo begroting: in de begroting houden we rekening met een positief saldo (inclusief nieuw beleid) van € 1.209.000.
4.
Algemene reserve: de gemeente Putten heeft een vrij aanwendbare algemene reserve. Het begrote saldo van de algemene reserve bedraagt per 1 januari 2022 ± € 2.244.000 met als uitgangspunt de bekende situatie per medio augustus 2021. In hoofdstuk 2 Financiële hoofdlijnen is de ontwikkeling van de algemene reserve voor de komende jaren nader uitgewerkt.
5.
Vrij deel bestemmingsreserves: bestemmingsreserves zijn gevormd voor een bepaald doel. De raad heeft de bevoegdheid de bestemming te wijzigen en deze bijvoorbeeld in te zetten voor het opvangen van optredende risico’s. In de nota Reserves en voorzieningen 2019 is bepaald welke bestemmingsreserves meetellen in de weerstandscapaciteit (beschikbare buffer) en welke bestemmingsreserves geblokkeerd zijn. Bij bepaling van de weerstandscapaciteit tellen de volgende reserves mee: -
Reserve algemene buffer;
-
Reserve weerstandscapaciteit;
-
Reserve grondexploitatie;
Volgens de prognose per medio augustus 2021 bedraagt het totaal van bovengenoemde vrije bestemmingsreserves per 1 januari 2022 circa € 30,8 miljoen (inclusief reserve grondexploitatie). De geblokkeerde reserves tellen niet mee, omdat deze reserves niet structureel ingezet kunnen worden als dekkingsmiddel voor de begroting. 6.
Stille reserves aandelenbezit: de gemeente Putten heeft aandelen van Vitens, BNG en Alliander. Het verschil tussen de boekwaarde en de verkoopwaarde van deze aandelen vormt een stille reserve. De verkoopwaarde is lastig te bepalen, omdat voor deze aandelen geen actieve markt bestaat (niet vrij verhandelbaar). De waarde is benaderd op basis van historische overnamekoersen en de omvang van het eigen vermogen. Verder moet bedacht worden dat bij verkoop van aandelen de dividendopbrengsten vervallen.
7.
Stille reserves op gebouwen en voorzieningen: de gemeente Putten is eigenaar van diverse gebouwen en voorzieningen die veelal verhuurd zijn of in gebruik zijn gegeven. Deze gebouwen en voorzieningen zijn voor (bijna) nihil op de balans gewaardeerd, maar vertegenwoordigen in het economische verkeer wel een waarde. Deze economische waarde is echter moeilijk in te schatten, omdat niet alle gebouwen en voorzieningen een courante locatie en/of bestemming hebben. Zodoende zijn deze stille reserves op p.m. gesteld.
Benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, hebben we een inschatting gemaakt van de financiële risico´s die de gemeente loopt. Vanuit de belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn deze risico’s organisatie breed concreet gemaakt. Dit leidt tot subrisico’s. Per subrisico is geschat hoe groot de kans is dat het zich voordoet (waarschijnlijkheid) en welke financiële impact dit dan zou kunnen hebben. Daarbij zijn de criteria gehanteerd zoals uitgewerkt in de nota Reserves en voorzieningen 2019. De spreiding van de risico’s is zichtbaar in de hierna volgende risicomatrix. Hoe hoger de waarschijnlijkheid dat risico’s zich voordoen en hoe groter
49 van 91
de impact hiervan is, hoe meer aandacht de risico’s verdienen. Ook is bepaald welke maatregelen zijn genomen om de risico’s te beheersen.
De uitkomst van de risico-inventarisatie is in onderstaande tabel samengevat. Totaaloverzicht risico's
Maximaal financieel gevolg
Financieel gevolg na weging
Risico's categorie 'rood'
8.750
3.025
Risico's categorie 'oranje'
8.715
3.371
Risico's categorie 'groen'
650
185
Totaal bedrag risico's
18.115
6.581 Bedragen * € 1.000
Voor de volledige uitwerking van de individuele risico’s per categorie verwijzen we naar bijlage H Uitkomsten risico-inventarisatie. Op basis van deze risicosimulatie bedraagt de totale blootstelling aan financiële risico´s € 18,1 miljoen. Rekening houdend met de waarschijnlijkheid waarmee deze risico’s zich ook daadwerkelijk voordoen, resteert een bedrag van € 6,6 miljoen. Omdat sprake is van inschattingen, werken we met bandbreedtes. Met een zekerheidspercentage van 90% bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 5,9 miljoen. Dit betekent dat € 5,9 miljoen nodig is om de geïdentificeerde risico's financieel af te dekken. Dit bedrag is beschikbaar binnen de beschikbare weerstandscapaciteit.
50 van 91
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt beslag op een aanzienlijk deel van de financiële middelen van de gemeente Putten. Kapitaalgoederen zijn (ten minste) verdeeld naar de categorieën wegen, riolering, water, groen en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beleids- en beheerplannen legt de raad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Integraal Beheer Openbare Ruimte en beheerplannen In 2015 is het beleidsplan IBOR vastgesteld. In dit plan zijn de doelstellingen en ambities weergegeven voor het integrale beheer van de openbare ruimte. Tevens zijn de kwaliteitsniveaus benoemd en vastgesteld. In het beleidsplan is ook een stappenplan opgenomen voor de komende jaren om de vastgestelde ambities voor de kwaliteit van de openbare ruimte te kunnen realiseren. In het beleidsplan IBOR is de volgende ambitie opgenomen inzake de kwaliteitsniveaus van de openbare ruimte.
Bij het opstellen van het IBOR is ook een berekening gemaakt van de benodigde middelen om dit kwaliteitsniveau te realiseren. Deze berekening is gemaakt op basis van normcijfers van CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur). Wij geven hieronder een nadere toelichting op de diverse componenten. Wegen Beheerplan Wegen Beleid Onze wegen, fietspaden, voetpaden en overige verhardingen worden onderhouden op basis van de in het beleidsplan IBOR vastgelegde beeldkwaliteitsniveaus. Voor een duurzaam beheer van de wegen is het essentieel dat groot en vervangingsonderhoud tijdig wordt uitgevoerd. 51 van 91
Daarnaast is het belangrijk, ook voor de verkeersveiligheid, dat de weginrichting- en constructie worden afgestemd op de wegfunctie en het -gebruik, of omgekeerd. Bij groot of vervangingsonderhoud worden eventuele verkeersmaatregelen en/of andere gewenste aanpassingen waar mogelijk meegenomen. Beheer Jaarlijks wordt op basis van technische inspecties en in overleg met interne en externe betrokkenen een overzicht gemaakt van de voor dat jaar noodzakelijke onderhoudsprojecten en werkzaamheden. In 2022 voeren we groot onderhoud uit aan de rijbaan van de Van Geenstraat. Dit doen we in combinatie met reconstructie van het wegvak Halvinkhuizerweg-Roosendaalseweg. De geluid reducerende deklaag van de Van Geenstraat is aan vervanging toe, evenals de in de rijbaan gelegen putranden. Verder staat in 2022 groot onderhoud aan het asfalt van de Hessenweg en Wildforsterweg op de planning. In combinatie met het asfaltonderhoud voorzien we de wegkanten van bermverharding. Budgetten De jaarlijkse budgetten voor wegen zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten wegen Groot onderhoud wegen Kapitaallasten wegen Interne kosten (uren) Totale kosten wegenbeheer
2022
2023 738 451 1.181 780 3.150
2024 746 443 1.235 780 3.204
2025 718 718 443 443 1.318 1.371 780 780 3.259 3.312 Bedragen * € 1.000
Omdat de daadwerkelijke kosten voor groot onderhoud jaarlijks sterk wisselen, is voor de egalisatie van uitgaven voor het groot onderhoud de bestemmingsreserve IBOR ingesteld. Het niet bestede deel wordt gestort in de bestemmingsreserve IBOR. Beheerplan Verlichting Beleid De gemeente Putten brengt openbare verlichting aan in de openbare ruimte met als doel een aantrekkelijke en een sociaal- en verkeersveilige omgeving te creëren voor zijn inwoners en bezoekers aan de gemeente. Binnen de openbare ruimte zijn er verschillende ambitieniveaus in de onderhoudskwaliteit, welke kan verschillen binnen en buiten de bebouwde kom van de gemeente. Beheer Het beheerplan verlichting maakt onderdeel uit van het IBOR. Op basis van de economische levensduur van 20 jaar voor armaturen en de technische levensduur van 50 jaar voor lichtmasten moeten jaarlijks ongeveer 200 armaturen (5% van totale areaal) en ongeveer 90 lichtmasten worden vervangen (2% van totale areaal).
52 van 91
In 2022 zullen de onder andere de volgende vervangingsplannen worden uitgevoerd: -
Vervangingsplan Noord-West Putten (200 armaturen). Daarnaast zijn er in dit gebied nog circa 80 LED armaturen met groene verlichting die we gaan hergebruiken in de wijk Krachtighuizen. Ook dit buitengebied gaan we dan verder voorzien van duurzame LED armaturen.
-
Vervangingsplan voor de binnenwerken van de armaturen aan de Harderwijkerstraat, Voorthuizerstraat en een deel van Geenstraat.
-
Vervangingsplan Sprielderweg – Calcariaweg .
-
Vervangingsplan voor de wijken aan de westkant van de Harderwijkerstraat Voorthuizerstraat tot aan de Bosrand – Calcariaweg – Sprielderweg.
Ook komen er nog diverse reconstructies aan waar de verlichting gelijktijdig met het civiele werk vervangen gaat worden zoals o.a. Voorthuizerstraat – van Geenstraat – Engweg. Budgetten De jaarlijkse budgetten voor verlichting zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten verlichting Onderhoudskosten verlichting Kapitaallasten verlichting Interne kosten (uren) Totale kosten verlichting
2022
2023 164 59 65 61 349
2024 164 59 89 61 373
2025 164 164 59 59 89 89 61 61 373 373 Bedragen * € 1.000
Het totaal van de kosten wegenbeheer en de kosten verlichting sluit aan bij het totaal van het product IBOR wegen, straten en pleinen. Riolering Beleid In het najaar van 2015 is het Zuiveringskringafvalwaterketenplan (hierna ZAP) 2015-2020 vastgesteld. Dit beleidsplan is in regionaal verband (zuiveringskring Waterschap, Harderwijk, Ermelo, Putten) opgesteld. Om het plan actueel te houden is eind 2020 de Verlengingsnotitie ZAP 2021-2023 vastgesteld. Over drie jaar hopen we het ZAP op te kunnen laten gaan in de nieuwe structuur van de Omgevingswet. Door het uitstel van de invoering van de Omgevingswet kunnen we dat nu nog niet doen. We vinden het belangrijk om water, riolering en klimaatadaptatie een goede plek te geven in de Omgevingswet-structuur, daarom gebruiken we de komende jaren om ons voor te bereiden op de nieuwe planstructuur. Beheer In 2022 wordt het afkoppelen van de openbare ruimte wordt voortgezet. Hierbij worden combinaties gemaakt met reconstructies zoals het centrumplan en groot onderhoud van wegen zoals de Bosrand, Kerkstraat, Halvinkhuizerweg. Ook worden er riool-technische onderdelen vervangen zoals kolken, putafdekkingen en huisaansluit-leidingen bij de renovatieprojecten Centrumplan, Bosrand, Kerkstraat, Halvinkhuizerweg. Daarnaast vindt er een grootschalige renovatie van de drukrioleringsunits plaats.
53 van 91
Budgetten De begrote lasten voor het product riolering zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten riolering Interne kosten (uren) Kapitaallasten Totale kosten riolering
2022
2023 1.091 294 463 1.848
2024 1.069 294 525 1.888
2025 1.016 909 294 294 591 632 1.901 1.835 Bedragen * € 1.000
Groen Openbaar Groen Beleid In 2014 is het meest recente bomenbeleid vastgesteld. In 2018 had deze een tussentijdse herziening moeten krijgen. Er is vanaf 2018 gewerkt aan een herzien bomenbeleid. De teksten liggen klaar echter is recent ingestemd met de wijziging het document op te delen in een visie, beleid en beheerplan voor deze kunnen worden aangeleverd. Het gemoderniseerde bomenbeleid, opgedeeld in visie, beleid en beheerplan zal dienen als overgang en inventarisatie voor de omgevingswet. Beheer In 2022 worden renovaties van de wijken Buiten-Eng en Husselerveld afgerond. Daarnaast is het plan de eerste fase van de renovatie Klaarwaterbos in gang te zetten. Momenteel wordt hier het vooronderzoek voor verricht. Deze renovatie zal veel voet in de aarde hebben gezien de grote waarde en omvang van de bomen. Communicatie en een goede afweging zullen van groot belang zijn. Budgetten De jaarlijkse budgetten voor groenonderhoud zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten groen Kapitaallasten groen Interne kosten (uren) Kosten product IBOR Groen
2022
2023 607 199 383 1.189
2024 607 217 383 1.207
2025 607 607 225 243 383 383 1.215 1.233 Bedragen * € 1.000
Speelvoorzieningen Beleid Het belangrijkste uitgangspunt voor speelruimte in Putten is dat de kwaliteit van zowel de formele als de informele speelruimte dusdanig hoog is dat deze uitnodigt tot spel en ontmoeting van de Puttenaren. In het Speelruimteplan zijn een vijftal uitgangspunten opgesteld waaraan de speelruimte zou moeten voldoen. Het is de bedoeling dat we in 2022 vooruitlopend op afloopdatum van het huidige speelruimteplan 2014 – 2024 het nieuwe speelruimteplan introduceren. In het nieuwe speelruimteplan wordt meer aandacht gegeven aan het inclusief spelen en jongeren. Ook wordt er opnieuw gekeken naar de demografie van de wijken om te kunnen kiezen voor een juiste inrichting per speelplek.
54 van 91
Beheer In 2021 worden de laatste speelplekken gerenoveerd. Budgetten van 2022 laten geen renovaties meer toe. We zullen in 2022 focussen op het verbeteren van bestaande speelplekken. Tot slot zullen er nieuwe budgetramingen gemaakt moeten worden op basis van het nieuwe speelruimteplan 2022. Begraafplaatsen Beleid In 2021 is de uitbreiding van de begraafplaats (fase 3) afgerond. Gezien er geen beheerplan is voor de begraafplaats zal deze in 2022 moeten worden opgesteld. Beheer Er zijn geen renovaties gepland op de begraafplaats in 2022. Het beheer zal gericht zijn op het behouden van de A kwaliteitsnorm op de begraafplaats en de nazorg van het nieuw aangelegde stuk begraafplaats aan de Schootmanshof. Gebouwen Beleid Ons beleid is erop gericht om de gemeentelijke gebouwen in stand te houden zodat deze geschikt zijn voor een doelmatig gebruik van de gehuisveste diensten. Beheer Naast het klein onderhoud (dagelijks – en contractonderhoud) zijn voor een aantal gebouwen kleine posten opgenomen voor de uitvoering van planmatig onderhoud. Het totaalbedrag voor dit planmatig onderhoud wordt voor 2022 geraamd op € 5.000. Dit is exclusief het gebouw aan de Brinkstraat 69. Budgetten Het jaarlijkse budget voor het dagelijks onderhoud van de gebouwen bedraagt € 222.000. De daadwerkelijke kosten voor groot onderhoud schommelen jaarlijks.
Deze schommeling wordt opgevangen via de egalisatievoorziening groot onderhoud gebouwen. Overzicht beheerplannen en planperiodes Categorie
Beheerplan
Wegen
Wegen Civiele kunstwerken Openbare Verlichting Verleningsnotitie ZAP Openbaar Groen Speelruimteplan Begraafplaatsen Gebouwen
Riolering Groen
Gebouwen
Planperiode (huidig) 2018-2022 2014-2023 2020-2024 2021-2023 2018-2022 2015-2024 2020-2033
55 van 91
Jaar herziening 2022/2023 2022/2023 2024 2023 2022/2023 2022 2024
Stand reserves en voorzieningen In onderstaande tabel staan de reserve en voorzieningen die een één op één relatie hebben met het (groot) onderhoud van de kapitaalgoederen. Reserve / voorziening Reserve IBOR Egalisatievoorziening riolering Voorziening bomenfonds Egalisatievoorziening afkoopsom grafonderhoud Egalisatievoorziening begraafplaatsen Egalisatievoorziening groot onderhoud gebouwen
2022 514 6.657 0 3.255 363 428
56 van 91
Stand per 1 januari 2023 2024 2025 514 514 514 6.750 6.789 6.770 0 0 0 3.124 2.992 2.861 352 337 316 506 585 663 Bedragen * € 1.000
Paragraaf Financiering Inleiding Onze financieringsopvattingen zijn volgens de vernieuwde wetgeving Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) weergegeven. Rentevisie Onderdeel van de rentevisie is het vaststellen van de vaste rekenrente in de begroting. Voor 2022 gelden de volgende uitgangspunten: -
Er wordt geen bespaarde rente toegerekend aan de reserves.
-
De omslagrente/vaste rekenrente is volgens onderstaand overzicht bepaald op 0%.