CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

20230512 IP Windpark Horst en Telgt TOE RGL concept OW v0.2

Commissie Ruimte 31 augustus 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Consulterende notitie - Concept provinciaal inpassingsplan windpark Horst en Telgt35.611 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

HEADELEMENT (concept)

47

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling een tussenuitspraak gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding over - onder meer en - samengevat de vraag of voor het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn26 in navolging op het Vlaamse Nevele-arrest.27 De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling van de windturbinebepalingen moet worden gemaakt. Die beoordeling zal door het Rijk worden opgesteld. Tot die beoordeling is gemaakt mogen de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan (in deze inpassingplan) en/of de vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. De Afdeling geeft in haar uitspraak echter ook aan dat het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan ten behoeve van het vaststellen van een plan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling.

Daarvoor geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Die motivering wordt voor dit inpassingsplan gegeven. Inmiddels is op 12 april 2023 de einduitspraak over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.28 De Afdeling heeft geconstateert dat voor windpark Delfzijl Zuid Utbreiding sprake is van voldoende gemotiveerde onderbouwing van de eigen (lokale) milieunormen voor het windpark. Kader voor het bepalen van een ruimtelijk aanvaardbaar beschermingsniveau In zijn algemeenheid hebben de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid voor windturbines uit het Activiteitenbesluit en -regeling een belangrijke overeenkomst met elkaar en met die van andere (hinder)bronnen en inrichtingen. Het accepteren van enige mate van hinder of risico is inherent aan het feit dat Nederland een druk bevolkt en dicht bebouwd land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt. Uitsluiten van hinder of risico behoort niet tot de mogelijkheden, omdat daarmee geen ontwikkelingen meer kunnen plaats vinden. Deze benadering heet het ALARAbeginsel (zie ook Kader 5.@) en geldt voor veel maatschappelijke activiteiten, zoals weg- en railverkeer, luchtvaart, industrie, sport- en recreatieterreinen, maar ook windturbines.

Kader 5.@: Bescherming tegen hinder versus ruimtelijke ontwikkelingen: ALARA

Aanpak tot de normstelling voor de windturbines Normen worden dus over het algemeen vastgesteld op basis van de aanvaardbaarheid van enige mate van hinder of risico voor omgeving ten opzichte van het algemene maatschappelijk belang - in deze bij het realiseren van windturbines - om duurzame energie op te wekken en daarmee de landelijke, provinciale en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen en klimaatdoelstellingen te behalen. Daarmee is sprake van een belangenafweging tussen het individueel belang van een omwonende, op het gebied van leefbaarheid, veiligheid en gezondheid, versus het algemeen maatschappelijk belang van de energietransitie naar hernieuwbare energie en verbetering van het klimaat. De afweging tussen (individuele) hinder voor de omgeving enerzijds en het (algemeen) belang van duurzame elektriciteitsopwekking anderzijds vindt dus ook plaats bij beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de mate van geluidhinder, slagschaduwhinder en externe veiligheidsrisico's van windturbines. Voor het windpark is onderzoek uitgevoerd ter onderbouwing van de eigen normen ter vervanging van de windturbinebepalingen.

Voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering is in de onderzoeken:  inzichtelijk gemaakt welke effecten verwacht kunnen worden bij de realisatie van de windturbines;  aangegeven aan de hand van welke criteria en (reken)methodieken deze effecten inzichtelijk kunnen worden gemaakt en beoordeeld;  inzichtelijk gemaakt hoe deze effecten zich lokaal manifesteren in het beoogde project, en:

48

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt of de normstelling, rekening houdend met alle relevante aspecten en belangen, voldoende bescherming biedt om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen;  welke gevolgen de normstelling heeft voor het initiatief. In deze onderzoeken is gebruik gemaakt van de actuele stand van wetenschappelijk kennis op verschillende milieuthema's. 

In deze plantoelichting wordt, op basis van de onderzoeken, een ruimtelijk aanvaardbare normstelling opgenomen voorzien van 'actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering' en vertaald in de planregels. De achterliggende motivering van de normstelling wordt in paragraaf 5.1.3 weergegeven, waarna in de nadere toelichting op deze normstelling in de paragrafen 5.2 tot en met 5.4 wordt gegeven. 5.1.3

Motivering van de normstelling voor windpark Horst en Telgt

In deze paragraaf is beknopt de achterliggende motivering van de normstelling weergegeven op basis van Bijlage @. In de paragrafen daarna wordt het onderzoekweergegeven. De gekozen normen zijn ook juridisch geborgd in de planregels. Lokale norm voor geluid PM <motivering in notitie BvR gaat uit van 47. waar komt motivatie 45 dB vandaan? Alleen Lden of ook Lnight?> Lokale norm voor slagschaduw Door de grote hinderlijkheid van binnenshuis optredende slagschaduw is het beperken van de slagschaduwduur voor de provincie van groot belang. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten objecten op basis van de tijd dat er mensen verblijven, en dus de kans dat er hinder optreedt:  slagschaduwgevoelige objecten: gebouwen die bedoeld zijn voor permanent verblijf van personen (zoals woningen en zorginstellingen). Op basis van de gebiedsanalyse enerzijds en het inzicht in het effect van verschillende normen anderzijds stelt de provincie zich op het standpunt dat een slagschaduwnorm van 6 uur per slagschaduwgevoelig object per jaar een juiste balans kent tussen de beperking van hinder enerzijds en het belang van de energietransitie anderzijds.  deels-slagschaduwgevoelige objecten: gebouwen waar gedurende langere tijd personen aanwezig kunnen zijn, maar niet permanent verblijven (zoals scholen, kantoren en recreatiegebouwen).

Voor de omgeving van windpark Horst en Telgt geldt dat de deelsslagschaduwgevoelige objecten allen campings zijn, op 1 (bestemd, maar nog niet gebouwd) hotel na. Deze objecten en terreinen zijn niet jaarrond bewoond, en de verblijfstijd van gasten is doorgaans kort (dagen tot misschien enkele weken in zomer). Het MER maakt de slagschaduweffecten op deze objecten inzichtelijk (Tabel 5). Hieruit blijkt dat de hoeveelheid slagschaduw gering is, zeker wanneer ook de periode waarbinnen de slagschaduw jaarlijkse kan optreden in ogenschouw wordt genomen. PM Lokale norm voor externe veiligheid PM Overige windturbinebepalingen De windturbinebepalingen kennen naast normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid ook nog een aantal (technische) bepalingen om hinder te beperken en veiligheid te borgen. Dit betreffen de volgende regels ten aanzien van het in gebruik nemen en hebben van windturbines:  ter voorkoming van lichtschittering;  ten aanzien van algemene veiligheid en controle;  verplichte NEN-certificering van de windturbines. Lichtschittering Gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde oppervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer.

Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet-reflecterende materialen. Voor

HEADELEMENT (concept)

49

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NEN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Algemene veiligheid en controle Bij een geconstateerd of vermoed gebrek dient een windturbine buiten bedrijf te worden gesteld, daarmee wordt voorkomen dat het gebrek een gevaarlijke situatie voor de omgeving oplevert. Met het opleggen van een verplichting op dit punt worden alle mogelijke effecten voorkomen. NEN-certificering van de windturbines Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen, er is verder dus geen inhoudelijke afweging van een normering aan de orde. Daarom zijn deze bepalingen ook verder niet afgewogen maar wel opgenomen als planregels in dit inpassingsplan. Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen, dit is middels de planregels geborgd.

5.2

Geluid

5.2.1

Toetsingskader

In deze paragraaf worden de uitgangspunten voor onderzoek, waaronder de gekozen normstelling voor geluid nader toegelicht. Wat is geluid van windturbines? Windturbines produceren geluid als de rotoren draaien. Dit geluid is voornamelijk aerodynamisch geluid afkomstig van de bladen die door de wind 'zoeven'. Windturbines produceren daarnaast ook mechanisch geluid, dit is afkomstig uit het overbrengen van de energie vanuit de wieken naar de generator en uit de generator zelf. Het mechanische geluid is meestal vele malen lager dan het aerodynamische geluid. Net als voor andere geluidbronnen waaronder wegverkeers-, industrie-, railverkeer- en luchtvaartgeluid is het wenselijk om normen vast te leggen voor de hoeveelheid geluid die mag optreden op de omgeving teneinde de hinder hiervan te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Om te komen tot een normstelling speelt het daadwerkelijk optredende geluidniveau, de betreffende omgeving en de hinderlijkheid van het specifieke geluid een rol. Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg: het Activiteitenbesluit milieubeheer)29 als kader voor de toetsing van geluid van windturbines mag voorlopig bij de beslissing over de goede ruimtelijke ordening niet meer gebruikt worden (zie paragraaf 5.1.2).

Achtergrond Europese systematiek geluiddosismaat L den en Lnight en toepassing dosismaat voor geluidnorm windturbines Volgens richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement dient omgevingslawaai in alle lidstaten op dezelfde wijze behandeld te worden. De geluidbelasting dient daarbij in decibel (dB) L den of dB Lnight te worden uitgedrukt. Lden is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidsbelasting tijdens de dag-, de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 en +10 dB omdat in deze periode geluid als hinderlijker wordt ervaren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. De nachtelijke geluidbelasting wordt uitgedrukt in Lnight. Voor het bepalen van de hinder wordt gebruik gemaakt van Lden. Lnight wordt gebruikt om effecten die kunnen leiden tot slaapverstoring te bepalen.

50

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) is de Lden-normering een passende maat om blijvende toe te passen. Toepassing geven aan een andere geluidsdosismaat dan de Lden is overwogen. Een andere dosismaat levert geen hoger beschermingsniveau op en is ook anderszins niet evident beter ter bescherming van de omgeving tegen windturbinegeluid. De geluidsnorm voor windturbines van een jaargemiddelde in Lden is een theoretisch getal dat door zogenaamde straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Het geluid dat een windturbine in de avond en nacht maakt, telt in de berekeningen zwaarder mee. Bij het geluid in de avond wordt 5 decibel opgeteld en bij het geluid in de nacht zelfs 10 decibel. Daarnaast is een windturbine continu in bedrijf. Daar waar het wellicht in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een kortstondige hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk door de aard van een windturbine (de hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van het bronvermogen van de windturbine en heeft tevens een rechtstreeks verband heeft met de jaargemiddelde optredende windsnelheid) niet gebeuren.

Daardoor is het maximale geluid dat in praktijk op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan de Lden norm. Lokale geluidnorm Voor onderhavig plan wordt getoetst aan de volgende lokale normen voor geluid (zie paragraaf 5.1.3 en 5.1.2) van alle zeven de windturbines gezamenlijk:  een jaargemiddelde geluidnorm van 45 dB Lden <Lnight ???> ter plaatse van geluidgevoelige objecten. De normstelling voor geluid is juridisch-planologisch verankerd in de planregels. Cumulatie met alle geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines.30 In het geval van dit project zijn dat industriegeluid, wegverkeersgeluid, spoorwegverkeersgeluid en scheepvaartgeluid. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter de cumulatie van geluid met andere bronnen wel te worden afgewogen. Een gevestigde en door de Afdeling geaccepteerd methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema', deze wordt hiervoor dan ook toegepast.

Laagfrequent geluid Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op laagfrequent geluid (geluid met trillingen in een lage frequentie). Het meest voorkomende ‘gewone’ geluid zit tussen de 125 en 8.000 Hertz. Hoe meer trillingen per seconde, hoe hoger de frequentie en hoe hoger de toon. Bij minder dan 100 trillingen per seconde (100 Hz) hebben we het over laagfrequent geluid. Geluid onder de 20 Hz is niet hoorbaar, alleen voelbaar. Beneden de 20 Hz wordt gesproken van infrasoon geluid. 5.2.2

Onderzoek

Ten behoeve van de windturbines is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie Bijlage 3). Ter bepaling van de akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek uitgegaan van een windturbine met een gemiddelde geluidemissie binnen zijn klasse, de Nordex N163/6.X STE windturbine met een rotordiameter van 163 meter op 165 meter ashoogte. De Nordex windturbine is derhalve een realistische worst-case turbine, wat betekent dat deze qua bronvermogen (geluidproductie) aan de bovenkant zit van de turbineklasse voor windpark Horst en Telgt (dus een lawaaiige windturbine).<deze zin klopt nu niet. Geen worst-case weergave. Wordt er nog een luidere doorgerekend of wordt op vorohand al gekozen voor een gemiddelde windturbine (realistische?))> In de akoestische berekeningen zijn 15 referentietoetspunten gedefinieerd ter plaats van maatgevende woningen in het gebied rondom de locatie van Windpark Horst en Telgt. Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus Lden en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van:  het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;  het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;  het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.

HEADELEMENT (concept)

51

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt

Tabel 5.@ geeft de geluidbelasting Lden en Lnight weer van windpark Horst en Telgt, zowel ongemitigeerd als gemitigeerd naar Lden 45 dB. In Figuur 5.@ is de gemitigeerde contour Lden 45 dB opgenomen. Tabel 5.@ Geluidbelasting (ongemitigeerd en gemitigeerd naar 45 dB Lden) van windpark Horst en Telgt in dB(A)

Het windpark Horst en Telgt geeft een extra geluidbelasting in het gebied. Zonder mitigerende maatregelen voor windpark Horst en Telgt wordt de geluidsnorm Lden 45 dB op twaalf toetspunten (woningen) overschreden. Door middel van het treffen van geluidvoorzieningen bij de windturbine (aanpassen bedrijfsinstellingen windturbines, zodat de windturbine onder omstandigheden minder dan wel niet draait om de geluidsproductie te verminderen) kan voldaan worden aan de geluidsnormen. Een dergelijke voorziening leidt tot een productieverlies van circa 15,9%. Ook het kiezen van een stillere windturbine kan gezien worden als mitigerende maatregel, waarbij deze stillere windturbine met minder of wellicht geen geluidvoorzieningen kan draaien. Het plan is daarmee wel uitvoerbaar. De lokale normstelling voor dit project is opgenomen in de planregels van dit inpassingsplan waardoor het treffen van voornoemde voorzieningen ook afdoende geborgd is. Aanvullend is in het inpassingsplan ook een Reken- en Handhavingsmethodiek opgenomen om zo de handhaafbaarheid van de lokale normstelling te borgen. Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht.

Met de cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende mate van hinderlijkheid van de diverse geluidbronnen:  Windturbine L*WT = 1,65 * LWT - 20,05 dB  Wegverkeer L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL  Railverkeer L*RL = 0,95 * LRL - 1,40 dB  Industrie L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 dB  Scheepvaart L*SL = 0,975 * LSL - 0,7 dB

52

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industriegeluid waarvoor de etmaalwaarde geldt. In het plangebied is er sprake van cumulatie met wegverkeersgeluid (VL) en windturbinegeluid (WT). <bestaande windturbines ver genoeg weg? alleen toekomstig WT geluid?> Een gangbare en (door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) geaccepteerde methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema'. In deze methode wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving bepaald voor en na toevoeging van een nieuwe geluidbron. Hiermee kunnen de gevolgen voor de leefomgeving objectief worden beoordeeld. (zie ook Tabel 5.@ en 5.@). De cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen is (realistisch) berekend op de referentietoetspunten, waarbij voor windpark Horst en Telgt in Tabel 5.@ zowel de ongemitigeerde als gemitigeerde waarde naar Lden 45 dB in beeld is gebracht. Tabel 5.@ Berekende geluidbelasting (in dB) van alle geluidbronnen (vóór toepassing rekenregels voor cumulatieve geluidbelasting en windpark Horst en Telgt ongemitigeerd en gemitigeerd)

Tabel 5.@ Waardering kwaliteit akoestische omgeving volgens Methode Miedema

In de bestaande situatie, zonder windpark Horst en Telgt, wordt de akoestische omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten volledig bepaald door het wegverkeersgeluid (zie 3e kolom Tabel 5.@), al dan niet rekening houdend met de mate van hinderlijkheid. De bestaande akoestische HEADELEMENT (concept)

53

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt kwaliteit van de omgeving (Lcum referentiesituatie (ref.)) varieert van goed (=<50 dB Lden) tot tamelijk slecht (=<65 dB Lden). In de toekomstige situatie met het windpark zowel zonder als met mitigatie wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten nog steeds bepaald door het wegverkeersgeluid en deels ook nog steeds door windturbinegeluid. De toekomstige akoestische kwaliteit van de omgeving varieert ongemitigeerd van redelijk (=< 55 dB Lden) tot tamelijk slecht (=< 65 dB Lden) en gemitigeerd naar Lden 45 dB nog steeds van goed (=<50 dB Lden) tot tamelijk slecht (=<65 dB Lden) . Er vindt bij woningen een cumulatieve verslechtering op de schaal van Miedema plaats op 10 van de 15 gehanteerde toetspunten. Bij negen woningen één stap op de schaal van Miedema (van goed naar redelijk en van redelijk naar matig). Er vind bij één woninge een verslechtering plaats van twee stappen op de schaal van Miedema (van goed naar matig). Voor de overige vijf toetspunten bij woningen blijft de akoestische kwaliteit gelijk (twee toetspunten goed, twee toetspunten redelijk en één toetspunt tamelijk slecht). De cumulatieve verslechtering is deels inherent aan het realiseren van een windpark in een agrarisch gebied.

De cumulatieve verslechtering is niet heel groot doordat de geluidbelasting in de huidige situatie wordt bepaald door de A28 en dat blijft ook zo. Het geluid van windturbines wordt wel extra streng meegerekend in de cumulatieve geluidbelasting vanwege de extra hinderlijkheid 's nachts. Daar waar cumulatief in de bestaande situatie een relatief goede situatie is neemt de geluidbelasting cumulatief slechts gedeeltelijk toe en er ontstaat geen (tamelijk) slechte akoestische situatie. Daar waar in de huidige situatie een slechtere (maximaal tamlijk slecht) akoestische situatie bestaat, treedt geen extra verslechtering op. Een cumulatieve geluidbelasting voor woningen van derden van maximaal 65 dB (tamelijk slecht) wordt in zijn algemeenheid bij de ontwikkeling van windparken acceptabel geacht 31, zeker omdat er op de woningen ook nog aan de lokale norm Lden 45 dB voldaan dient te worden. Bij een cumulatieve geluidbelasting van maximaal 65 dB (akoestische kwaliteit tamelijk slecht volgens Miedema) is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Gezien het belang van het realiseren van het windpark als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling en de samenhang met de beleidsmatige keuze om het plangebied aan te wijzen als zoekgebied voor windenergie, wordt de toekomstige cumulatieve akoestische situatie bij woningen acceptabel geacht. Wanneer met de definitieve windturbinekeuze gekozen wordt voor realisatie van een 'stillere' windturbine neemt ook de cumulatieve geluidbelasting af. Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht (2013)32. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelaties reeds biedt.

De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL (2013)33. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Tenslotte is door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (2014)34. Op grond van de brief van de staatssecretaris en het rapport van het RIVM kan gesteld worden dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid, waaronder laagfrequent geluid, en gezondheid35. Tweeëndertig (peer reviewed36) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn daarbij onderzocht in de literatuurstudie. Deze literatuurstudie bevestigt nogmaals dat een

54

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden heeft. Dit onderzoek heeft in oktober 2020 een update gekregen37 met een literatuuronderzoek waarbij onderzoeken tussen 2017 en medio 2020 op een rij zijn gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Uit de update literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt dan de hinder die optreedt van 'gewoon' geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder.38 Kortom: het aandeel laagfrequent geluid is niet onevenredig groot bij windturbines (in tegenstelling tot bijvoorbeeld compressoren of transformatoren), het aandeel laagfrequent geluid is niet significant toegenomen met het formaat van de windturbine en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat specifiek laagfrequent en infrageluid een effect op de volksgezondheid veroorzaken of tot additionele hinder leiden ten opzichte van dat wat reeds wordt beoordeeld.

Het specifiek toevoegen van een norm voor laagfrequent van windturbines leidt daarmee niet tot een betere beoordeling van de optredende effecten van geluid. Het hanteren van de dosismaat Lden en eventueel bijbehorende Lnight voor windturbinegeluid biedt derhalve voldoende bescherming tegen laagfrequent geluid. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat windinitiatieven zich basis van bovenstaande studies niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder door laagfrequent geluid (zie o.a. ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228 (Windpark Wieringermeer), 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden Oostermoer), 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark De Rietvelden) en recentelijk 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2226 (Windplan Groen) en ECLI:NL:RVS:2023:1433 (Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding). Het is dan ook niet nodig verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor het windpark Horst en Telgt. Met naleving van de geluidsnormering is er ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake van een aanvaardbare situatie. 5.2.3

Conclusie

Een lokale norm voor windturbinegeluid van Lden 45 dB op gevoelige objecten voor windpark Horst en Telgt is aanvaardbaar. De norm is ruimtelijk aanvaardbaar op basis van een afweging tussen de te verwachten hinder en het belang van opwekking duurzame elektriciteit met windturbines. De norm is opgenomen in de planregels. Aan de ruimtelijke aanvaardbare norm voor windturbinegeluid kan worden voldaan. De geluidhinder, waaronder laagfrequent geluid, is aanvaardbaar. Cumulatief met andere geluidbronnen vindt er bij woningen veen cumulatieve verslechtering op de schaal van Miedema plaats op 10 van de 15 gehanteerde toetspunten, 9 met één stap op de schaal van Miedema en bij 1 woning 2 stappen op de schaal van Miedema. Voor de overige 5 toetspunten bij woningen blijft de akoestische kwaliteit gelijk. Geconstateerd kan worden dat de cumulatieve verandering van de geluidbelasting beperkt is. Dit wordt mede aanvaardbaar geacht gezien het belang van het realiseren van het windpark als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

HEADELEMENT (concept)

55

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt

5.3

Slagschaduw

5.3.1

Toetsingskader

De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren. De mate van hinder wordt bepaald door de duur van de slagschaduw. Flikkering bij windturbines is gerelateerd aan de draaisnelheid van de windturbinebladen. Slagschaduw met flikkerfrequenties vanaf 2,5 Hz wordt als extra hinderlijk ervaren en kan schadelijk zijn (dit komt bij gangbare turbines echter vrijwel nooit voor). De frequenties van de lichtflikkeringen van de voorbeeldwindturbines voor het windpark liggen, gezien hun afmetingen, tussen de 0,24 en 0,95 Hz en worden daarmee niet als extra hinderlijk ervaren en zijn niet schadelijk. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn bepalende aspecten voor de duur van de periode waarin slagschaduw optreedt (slagschaduwduur). In de planregels is een norm voor de toetsing van slagschaduw opgenomen specifiek voor windpark Horst en Telgt. Lokale norm voor slagschaduw Voor onderhavig plan wordt voor slagschaduw getoetst aan de volgende normen voor slagschaduw op basis van paragraaf 5.1.3 en 5.1.2.

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering zijn de windturbines van windpark Horst en Telgt voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt:  ter plaatse van slagschaduwgevoelige objecten (gebouwen die bedoeld zijn voor permanent verblijf van personen (zoals woningen en zorginstellingen)), mag windpark Horst en Telgt maximaal 6 uur slagschaduw per jaar toevoegen.  ter plaatse van deels slagschaduwgevoelige objecten (gebouwen waar gedurende langere tijd personen aanwezig kunnen zijn, maar niet permanent verblijven (zoals scholen, kantoren en recreatiegebouwen)) is geen extra bescherming noodzakelijk. Aanvullend geldt daarbij:  voor zover er tussen de windturbine en de woningen er nog sprake is van een minimale afdekking van 20% van de zon door het rotorblad (gebied waarbinnen er nog sprake kan zijn van hinderlijke slagschaduw). De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het object.  voor zover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen ramen bevinden. De normstelling voor slagschaduw is juridisch-planologisch verankerd in de planregels.

56

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt 5.3.2

Onderzoek

Ten behoeve van de windturbines is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de slagschaduwnorm in de planregels van dit inpassingsplan en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie Bijlage 3). Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten (worst-case) is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van turbines met een maximale tiphoogte van 250 meter en een maximale rotordiameter van 170 meter (en daarmee een ashoogte van 165 meter). Voor de slagschaduwberekeningen zijn enkel deze geometrische eigenschappen van belang. Bij de beoordeling van slagschaduw is daarnaast geen rekening gehouden met obstakels in de omgeving die zich kunnen bevinden tussen de windturbines en de toetsobjecten. Op afstanden waar groter dan waar er nog sprake is van een minimale afdekking van 20% van de zon door het rotorblad wordt de slagschaduw niet meer als hinderlijk beoordeeld en daardoor ook niet berekend (in deze maximaal 2.050 meter voor een worst case voorbeeldwindturbine met maximale afmetingen).Bij de bepaling van de schaduwduren is geen rekening gehouden met eventuele beplanting, gebouwen en kunstwerken in de omgeving die het zicht kunnen belemmeren. Binnen een afstand van circa 469 meter van de windturbine kan de zon volledig bedekt worden door een rotorblad . De rotor moet dan haaks staan op de richting van de zon.

De schaduw is dan maximaal en wordt als meer hinderlijk ervaren. Op grotere afstanden is de schaduw nooit volledig. De resultaten van de berekeningen op basis van de voorbeeldwindturbine zijn weergegeven in Tabel 5.@. Hierin is de verwachte hinderduur per jaar gegeven op maatgevende voor slagschaduwgevoelige objecten, in deze allen woningen. Voor overige voor slagschaduw gevoelige objecten die niet in onderstaande tabellen staan is de duur van slagschaduw vrijwel gelijk of lager dan de resultaten gegeven in de tabel op representatieve toetspunten. In het kader van onderhavig plan kan volstaan worden met mitigerende maatregelen om te voldoen aan de slagschaduwnorm. Tabel 5.@ Verwachte slagschaduw zonder mitigatie door windpark Horst en Telgt

Bij alle representatieve toetspunten (woningen) treedt jaarlijks meer 6 uur slagschaduwhinder op. Normoverschrijding van de lokale norm is daar mogelijk. Eventuele overschrijding van de norm wordt weggenomen door een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de norm van maximaal 6 uur slagschaduw uit de planregels. De benodigde mitigatie om te voldoen aan de norm (maximaal circa @% bij een norm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar) zorgt voor een beperkt opbrengstverlies en de uitvoerbaarheid van dit plan is daarmee dus niet in het geding.

HEADELEMENT (concept)

57

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt In Figuur 5.@ is met isolijnen aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur (ongemitigeerd) 0 tot en met 30 uur bedraagt. Overschrijding van de norm voor de jaarlijkse hinderduur kan globaal optreden bij de woningen binnen de blauwe 6-uurscontour. Bij gevoelige objecten buiten de 6-uurscontour wordt met zekerheid aan de norm voor de maximale hinderduur voldaan. Figuur 5.@ Slagschaduwcontouren verschillende hinderduren windpark Horst en Telgt

Slagschaduw op ander objecten dan gevoelige objecten De slagschaduweffecten op andere objecten zijn eveneens inzichtelijk gemaakt (zie Bijlage 3 en Tabel 5.@). In deze zijn dat enkele campings en een gepland hotel. De te verwachten slagschaduw is op een maatgevend toetspunt berekend. Dit betekent dat er één toetspunt op elke camping of recreatieterrein is beschouwd met afmetingen zoals die voor woningen zijn gehanteerd. Voor andere plekken op de campings kunnen de exacte tijdstippen en periodes in het jaar (beperkt) anders uitvallen, maar zal er altijd minder verwachte slagschaduw zijn dan op de plek waar het toetspunt is gesitueerd. Daarnaast is ter plaatse van het perceel waar mogelijk een hotel wordt gerealiseerd op twee plaatsen een toetspunt geplaatst om inzicht te verschaffen in de verwachte hoeveelheid slagschaduw bij het hotel. Er is een toetspunt op het perceel gepositioneerd waar de verwachte jaarlijkse hoeveelheid het hoogst is en waar de verwachte jaarlijkse hoeveelheid het laagst is. De rekenresultaten van de beschouwde campings en hotel zijn weergegeven in Tabel 5.@.

58

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Figuur 5.@ Slagschaduw ter plaatse van campings en hotel

De hoeveelheid slagschaduw op overige objecten is gering, zeker wanneer ook de periode waarbinnen de slagschaduw jaarlijks kan optreden in ogenschouw wordt genomen. <check tabel: inof excl. mitigatie> De meeste slagschaduw bij campings treedt op buiten het campingseizoen. Voor het geplande hotel geldt dat slagschaduw juist midden op de dag (ook grotendeels buiten hoogseizoen) kan optreden wanneer gasten over het algemeen net in het hotel zijn maar op pad. Er is derhalve ook geen aanleiding voor het vastellen van een aparte norm. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.3.3

Conclusie

Een norm voor slagschaduw van maximaal 6 uur per jaar op gevoelige objecten is op basis van een afweging tussen de te verwachten hinder en het belang van opwekking duurzame elektriciteit met windturbines ruimtelijk aanvaardbaar en is opgenomen in de planregels.Er is geen aanleiding een aparte norm voor overige deels-gevoelige objecten vast te stellen. Er is ook sprake van een aanvaardbare slagschaduwduur bij deze objecten. Aan de ruimtelijke aanvaardbare norm voor slagschaduwduur op voor slagschaduw gevoelige objecten kan het plan, met het (zo nodig) toepassen van een stilstandvoorziening voldoen. Het windpark is ruimtelijk inpasbaar en haalbaar. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

HEADELEMENT (concept)

59

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt

5.4

Veiligheid

5.4.1

Toetsingskader

Voor de ruimtelijke inpassing van windturbines speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van windpark Horst en Telgt op de veiligheidssituatie van de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. Deze toetsingscriteria hebben zowel betrekking op externe veiligheid als op leveringszekerheid ten aanzien van elektriciteitskabels- en (buis)leidingen. Het Activiteitenbesluit en -regeling is gedeeltelijk het kader voor de (externe) veiligheid van windturbines en mag voorlopig niet worden gebruikt op basis van de uitspraken windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (zie ook paragraaf 5.1.2. In het Activiteitenbesluit milieubeheer was onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn. Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving. Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine zo nodig automatisch stilgezet worden. Daarnaast bestaat ook nog de interne veiligheid van windturbines.

De interne veiligheid van windturbines is geregeld via de certificering van het ontwerp en de productie van windturbines. In Nederland mogen alleen windturbines worden geplaatst die gecertificeerd zijn volgens de veiligheidsnormen ten behoeve van het voorkomen van risico's voor de omgeving. De voorgenoemde voorwaarden zijn als planregels opgenomen in dit bestemmingsplan. Lokale normstelling plaatsgebonden risicocontour 10-5 en 10-6 Voor onderhavig plan wordt voor externe veiligheid voor wat betreft het plaatsgebonden risico getoetst aan de lokale normstelling van een plaatsgebonden risicocontour van 10 -5 per jaar voor beperkt kwetsbare objecten en 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten (zie ook paragraaf 5.1.2). Omdat in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportleidingen (Bevt) een aanvaardbare kans op overlijden is omschreven die niet afhankelijk is van het type inrichting wordt het niet nodig geacht voor windturbines afwijkende normen voor te schrijven. Met betrekking tot veiligheidsafstanden wordt in grote lijnen aangesloten op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)39 en daarmee dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10-6-contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-5-contour. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico.

Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Een PR-norm van 10-5 betekent een maximale kans van maximaal 1 op 100.000, PR 10-6 een kans van 1 op 1.000.000. Met een kans van 1 de 100.000 jaar bij continue jaarlang onbeschermd verblijf op de PR10-5 contour bij beperkt kwetsbare objecten en 1 op de miljoen bij continue jaarlang onbeschermd verblijf op de PR10-6 contour bij kwetsbare objecten is daarmee sprake van een risico dat aanmerkelijk lager ligt dan andere algemeen aanvaarde (maatschappelijke) risico's en gelijk is aan andere risicobronnen van externe veiligheid. Een norm voor externe veiligheid van windturbines van PR10-5 voor beperkt kwetsbare objecten en PR10-6 voor kwetsbare objecten is daarmee ruimtelijk aanvaardbaar als toetsingskader voor de plaatsgebonden risicocontouren. De afstanden die bij deze normen worden gehanteerd, worden hierna geduid. Voor de bepaling van deze contouren wordt verwezen naar De 'Handreiking Risicozonering Windturbines' (v1.1, 20 mei 202040) en 'Handleiding Risicoberekeningen Windturbines' (versie oktober 2019) (hierna: Handboek risicozonering), als vervanger van het 'Handboek Risicozonering Windturbines' (2014) (hierna afgekort als: HRW).

Overige toetsingskaders Ook wordt voor de bepaling van de effecten op infrastructuren en objecten aansluiting gezocht bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)41. Daarnaast hebben beheerders van infrastructurele werken randvoorwaarden voor situaties van uitval van belangrijke infrastructurele werken zoals grote gasleidingen en elektriciteitsvoorzieningen. Om hier rekening mee te houden is gekeken naar de invloed van plaatsing van windturbines op de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van de nabije infrastructurele werken. In tabel 5.7 staat het beoordelingskader voor veiligheid samengevat. 60

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Tabel 5.7 Beoordelingskader veiligheid

5.4.2

Onderzoek

Voor het plan is een risicoanalyse uitgevoerd (zie Bijlage 4). Het Handboek risicozonering adviseert een identificatieafstand waarbinnen het veiligheidsrisico voor objecten en infrastructuren onderzocht dient te worden. Deze afstand is gebaseerd op de maximale generieke werpafstand die plaatsvindt als windturbines tweemaal het nominale toerental draaien (ook wel 'overtoeren'). Objecten buiten deze afstand ondervinden geen risico en worden verder buiten beschouwing gelaten. De identificatieafstand van het windpark is 471 meter (zie Figuur 5.@ en figuur 5.@). Verdere bij het windpark behorende effectafstanden zijn:  maximale tiphoogte (generieke afstand PR10-06 HRW): 250 meter;  halve rotordiameter (generieke afstand PR10-05 HRW): 85 meter. In onderstaande figuur worden de afstanden weergegeven. Figuur 5.@ Verdere relevante afstanden externe veiligheid voor het plan (noordelijk deel)

HEADELEMENT (concept)

61

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt

Figuur 5.@ Verdere relevante afstanden externe veiligheid voor het plan (zuidelijk deel)

Er worden binnen de identificatieafstand van het windpark de volgende objecen geïdentificeerd (zie ook figuur 5.@ en figuur 5.@):  een industriefunctie;  de rijksweg A28;  een risicovole instalatie.

62

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Bebouwing Er liggen geen kwetsbare objecten binnen de PR10-05 contouren van de windturbines, er is er wel één pand met industriefunctie (beperkt kwetsbaar object) binnen de PR10-06 contour van windturbine 1 te vinden. Dit beperkt kwetsbare object is gelegen buiten de toetsafstand van een halve rotordiameter/generieke PR10-06 contour van 85 meter en is dus toegestaan. Wegen De A28 doorkruist de PR10-05 contouren (oftewel ½ keer de rotordiameter) van de windturbines niet en voldoet daarmee aan de eis van Rijkswaterstaat (RWS), die stelt dat de afstand tussen de windturbine en de verharding van de weg tenminste 1/2e rotordiameter moet bedragen. De tiphoogteafstand is gelijk aan de generieke PR10-06 contour en wordt doorkruist door de A28. Omdat de afstand tot de Rijksweg groter is dan de minimale afstand die Rijkswaterstaat voorschrijft is het echter niet strikt noodzakelijk om een studie uit te voeren naar het individueel passanten risico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR). Om toch de effecten inzichtelijk te maken wordt de methodiek van Rijkswaterstaat gehanteerd voor de beoordeling. Voor de berekening van het IPR en MR zijn de formules uit het HRW42 gebruikt De trefkans voor een passerend onbeschermd persoon bedraagt maximaal 8,8 x 10-14 per passage bij de maatgevende windturbine.

Dit leidt tot een IPR van 4,4 x 10-11 voor de maatgevende windturbine. Cumulatief gezien voor alle zeven windturbines bedraagt dit een totaal IPR voor de gehele snelweg A28 van 1,5 x 10-10 per jaar. Dit is ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat van een maximaal IPR van 1 x 10-06 per jaar. Het Maatschappelijk Risico (MR) is cumulatief bepaald op 1,0x 10-05 per jaar. Ook dit is ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat van maximaal MR van 2 x 10-03. De jaarlijkse verkeersintensiteit op de Rijksweg zou moeten toenemen van tot 4,3 miljard voertuigen voordat het MR overschreden zou worden. Hiervan kan geen sprake zijn. De trefkans voor een enkel passerend voertuig (i.p.v. een onbeschermd persoon) bedraagt maximaal 1,5 x 10-11 per passage en 5,2 x 10-11 voor passage van het gehele tracé. Voor lokale wegen zijn geen specifieke beleidsregels of eisen van toepassing. Indien de normen voor rijkswegen worden toegepast op de lokale wegen dan wordt aan deze normen voldaan door een beperktere hoeveelheid passanten. Een berekening heeft geen toegevoegde waarde. <transport gevaarlijke stoffen?> Risicovolle installatie Er ligt een propaantank binnen de identificatieafstand van de windturbines (zie figuur 5.@) en heeft een bepaalde trefkans van windturbine 1. Deze trefkans is berekend op basis van een worst-case windturbine voor bladworp (Nordec N149/4.X).

De propaantank ondervindt enkel effect van het faalscenario bladworp bij overtoeren en heeft daarmee een trefkans van 7,38 10 -08. Bij een vergelijking met het eigen intrinsieke risico van de propaantank van PR10-06 zal dit leiden tot een maximale trefkanstoevoeging van 0,74%. Dit is minder dan de geaccepteerde 10% risicotoevoeging en wordt derhalve als verwaarloosbaar geacht. Kwalitatieve analyse ijsworpscenario Op 1 tot 2 dagen per jaar kunnen de weeromstandigheden in Nederland zodanig zijn dat er sprake is van significante ijs aangroei aan de windturbinebladen. Bij het loskomen van deze ijsblokken kunnen gevaarlijke situaties ontstaan voor onbeschermde personen of door schrikreacties tijdens transport. Moderne windturbines zijn veelal voorzien van systemen die kunnen detecteren of er sprake is van aangroeiend ijs en/of weersomstandigheden waarbij ijsaangroei kan worden verwacht. Bij het merendeel van de aanwezige windturbines in Nederland hoeven geen specifieke maatregelen te worden genomen om ijsaangroei te voorkomen of het vallen van ijs te voorkomen doordat de meeste windturbines worden geplaatst in open agrarische gebieden waar weinig aanwezigheid van personen wordt verwacht. Indien ijsworp toch dient te voorkomen dient de windturbine te worden stilgezet indien significante ijsaangroei aanwezig is.

Het voorkomen van gevaarlijke situaties en het verplicht moeten stilzetten van windturbines dient zo nodig te worden geregeld in de gebruiksregels van het inpassingsplan. Om te analyseren of de omgeving gevoelig kan zijn voor ijsworp of ijsval is gekeken naar de directe omgeving van de windturbines tot aan een afstand gelijk aan de tiphoogte voor de beoordeling van ijsworp (maximale werpafstand bij draaien windturbine) en waarbij ijsval relevant is binnen een afstand van een halve rotordiameter plus circa 11 meter (de zone waar ijsval kan plaatsvinden tijdens

HEADELEMENT (concept)

63

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt het stilstaan van een windturbine). De omgeving van de windturbines is niet gevoelig voor ijsval of ijsworp. Er is geen sprake van openbaar gebied. De gronden nabij de windturbines zijn agrarisch. Gezien de aard van het gebied wordt er geen aanwezigheid van grote hoeveelheden personen in de buitenlucht verwacht. Binnen de zone waar ijsval kan plaatsvinden tijdens het stilstaan van een windturbine (circa halve rotordiameter + 11 meter) zijn geen kwetsbare personen te verwachten en vinden geen kwetsbare activiteiten plaats. Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden genomen om de risico's als gevolg van ijsval te minimaliseren in de omgeving van de windturbines. Er is dus ook geen noodzaak tot het opnemen van een juridisch-planologische regeling in dit inpassingsplan. <check> 5.4.3

Conclusie

Een normstelling van een plaatsgebonden risicocontour van 10-05 per jaar voor beperkt kwetsbare objecten en 10-06 per jaar voor kwetsbare objecten turbines is ruimtelijk aanvaardbaar. Met een kans van 1 de 100.000 jaar bij continue jaarlang onbeschermd verblijf op de PR10-05 contour bij beperkt kwetsbare objecten en 1 op de miljoen bij continue jaarlang onbeschermd verblijf op de PR10 -06 contour bij kwetsbare objecten is daarmee sprake van een risico dat aanmerkelijk lager ligt dan andere algemeen aanvaarde (maatschappelijke) risico's dat bovendien gelijk is aan andere risicobronnen. De veiligheidsrisico's zijn onderzocht. Omdat er geen (geprojecteerde) beperkt kwetsbare respectievelijk kwetsbare objecten aanwezig zijn binnen de PR10 -05 en PR10-06 contour zijn er vanuit externe veiligheid geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het windpark. De PR10 -05 en PR1006 zijn ook vastgelegd op de verbeelding en met een passende regeling opgenomen in de planregels. De trefkansen voor voertuigen en gevaarlijke transporten zijn verwaarloosbaar klein. De trefkans van de risicovolle installatie is aanvaardbaar. Er is voor het aspect externe veiligheid sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.5

Gezondheid

5.5.1

Toetsingskader

Er bestaat een relatie tussen milieu en gezondheid. Ook andere factoren dan milieufactoren zijn van invloed op de gezondheid van mensen, denk aan roken, beweging en het binnenklimaat van woningen. Uit ervaring bij projecten voor windenergie blijkt dat er bij omwonenden zorgen kunnen bestaan over de mogelijke gevolgen van windenergie op de kwaliteit van de leefomgeving. In deze paragraaf wordt daarom het onderwerp windenergie in relatie tot gezondheid nader belicht. Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met gezondheidsproblemen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake is van gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder zou kunnen leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk). Het aspect gezondheid maakt impliciet deel uit van eerdere paragrafen in dit hoofdstuk, aangezien de normen die zijn opgesteld voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid het doel hebben mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van die normen speelden gezondheidsaspecten een rol. Voor het aspect gezondheid op zich bestaat er geen wettelijk toetsingskader.

64

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt 5.5.2

Onderzoek

In paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4 is al ingegaan op (hinder)aspecten die mede van belang kunnen zijn voor het effect op de gezondheid en bijbehorende wettelijke normen. Dit betreft de aspecten geluid, slagschaduw en veiligheid. In paragraaf 5.2 wordt ook al specifiek in gegaan op laagfrequent geluid, wat regelmatig wordt aangehaald als gezondheids- en hinder aspect in relatie tot windturbines. Voor deze aspecten is aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening met de voor het windpark gekozen normering. Wetenschappelijke studies Er zijn talrijke studies naar gezondheidseffecten43van windturbines uitgevoerd. Juist omdat het om gezondheid gaat, wordt alleen gebruik gemaakt van die studies waaraan in belangrijke mate door onafhankelijke medici of gezondheidsinstituten is meegewerkt. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de belangrijkste studies. Daarnaast worden er frequent aangehaalde berichtgevingen in de maatschappelijke discussie rond windturbines en gezondheid geëvalueerd, te weten een onderzoek van N. Pierpont, van M. Alves-Pereira, een artikel van S. van Manen. Deze worden kort besproken in een kader.

WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region De World Health Organization (WHO) heeft richtlijnen voor milieugeluid ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, waaronder windturbinegeluid.44 De WHO geeft in het rapport een voorwaardelijk advies om de blootstelling van geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden.45 Dit voorwaardelijke advies volgt uit de constatering dat er op basis van vier studies wordt gesteld dat 10 procent van de populatie sterk gehinderd is door blootstelling aan een geluidniveau van 45 dB Lden. Omdat het beschikbare bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en hinder en gezondheid volgens de WHO van lage kwaliteit is, wordt het advies voor een normstelling van 45 dB Lden door de WHO als conditioneel beschouwd. Verder komt uit het rapport van de WHO naar voren dat er geen statistisch significante relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. De WHO vat het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en gezondheid als volgt samen: "as the foregoing overview has shown, very little evidence is available about the adverse health effects of continuous exposure to wind turbine noise." (p.

84).Tot slot geeft het rapport aan dat contextuele factoren (zoals de opvatting ten opzichte van windturbines, direct zicht, economisch profijt) een belangrijke rol spelen in de effecten en de ervaring van windturbinegeluid. Het RIVM heeft aangegeven de richtlijnen te bestuderen. Onderzoek RIVM & GGD 201346, 201847 en 202048 Het informatieblad GGD is in 2013 opgesteld door het RIVM. De GGD49 heeft behoefte aan concrete, objectieve en evenwichtige informatie om er hun advies op te baseren. Het informatieblad dient als ondersteuning bij het beantwoorden van gezondheidsvragen van omwonenden van (geplande) windturbines. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid en gezondheid. 32 (peer reviewed 50) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn onderzocht in de literatuurstudie. In 2020 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM een update van het 2017 onderzoek gepubliceerd. Alle literatuurstudies concluderen dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Wel kunnen er indirecte effecten optreden. Mensen die in de nabijheid bij windturbines wonen, kunnen hinder door geluid ondervinden. Slagschaduw, zichtbaarheid en knipperende lichten kunnen bijdragen aan de mate van hinder die wordt ondervonden.

Het geluidniveau van windturbines is minder hoog dan van andere bronnen (verkeer en dergelijke), maar het karakter zorgt ervoor dat het windturbinegeluid bij lagere niveaus als hinderlijk wordt ervaren. Hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen. Weinig data is beschikbaar om de invloed van windturbines op slaapoverlast te kunnen evalueren. In de onderzoeken is gevonden dat slaapoverlast en andere gezondheidseffecten van omwonenden van windparken gerelateerd kunnen zijn aan hinder, in plaats van directe blootstelling.

HEADELEMENT (concept)

65

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Eveneens kunnen economische aspecten van invloed zijn op het ervaren van hinder van windturbines. In een Zweeds onderzoek51 is geconcludeerd dat mensen met een economisch belang bij windturbines geen hinder ondervonden van het windturbinegeluid, ondanks dat zij hetzelfde geluidniveau ondervinden als andere respondenten en dezelfde termen gebruikten om het geluid te karakteriseren. Tevens kunnen persoonlijke omstandigheden zoals gevoeligheid, privacy zaken en het planningsproces van het windpark van invloed zijn op de ervaren hinderen. Het informatieblad van 2013 adviseert om omwonenden zoveel mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van windenergie en waar mogelijk in de exploitatiefase, bijvoorbeeld in de vorm van (financiële) participatie. Hierdoor kan hinder mogelijk worden verminderd. A nationwide cohort study, Denmark (2018)52 Tussen 1982 en 2013 zijn alle Deense huishoudens die worden blootgesteld aan windturbinegeluid geïdentificeerd. Deze huishoudens zijn onderzocht op het gebruik van antihypertensiva en ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Structurele gebruikers van antihypertensiva binnen deze populatie zijn geïdentificeerd. Antihypertensiva is een soort medicijn dat wordt gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk.

In deze studie is er geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en het gebruik van antihypertensiva. Verder zijn alle geboren baby's van moeders in deze populatie geïdentificeerd. In deze studie is geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en ongunstige zwangerschap uitkomsten. Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel, Massachusetts (2012) Om meer overzicht te creëren in de wetenschappelijke literatuur over de gezondheidseffecten door windturbines, heeft een panel van zeven onafhankelijke deskundigen een studie van wetenschappelijke literatuur ondernomen om de zorgen en onzekerheden over gezondheidseffecten van windturbines te duiden. Het panel gebruikte onder andere peer reviewed literatuur van vier studies om de gedocumenteerde of potentiële gezondheidseffecten en -risico's van windturbines te identificeren. Uit dit onderzoek komt naar voren dat een deel van de omwonenden het geluid door windturbines als hinderlijk ervaart. Ook het veranderde uitzicht en het waarnemen van de beweging van de rotorbladen wordt als hinderlijke factor benoemd. Onderzoek laat ook zien dat mensen die de windturbines vanuit hun woning kunnen zien, bij vergelijkbare geluidniveaus, eerder hinder rapporteren dan mensen die geen windturbines vanuit huis zien.

Wanneer omwonenden economisch voordeel hebben van een windturbine rapporteren ze vrijwel geen hinder. De mate van ervaren hinder is een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van windturbine(s) vanuit de woning en of er sprake is van economisch gewin. Wanneer iemand hinder ondervindt, dan betekent dit nog niet dat er een effect is op de gezondheid van die persoon. In de studie worden de volgende conclusies ten aanzien van gezondheidseffecten getrokken:  Er is onvoldoende bewijs dat windturbinegeluid directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaakt (dat wil zeggen, onafhankelijk van een effect op hinder of slaap);  Of ergernis over windturbines leidt tot slaapproblemen of stress is niet voldoende gekwantificeerd. Er is wel bewijs dat verstoring van de slaap een negatief effect kan hebben op stemming, cognitief functioneren en het algeheel gevoel van gezondheid en welzijn. Dit is niet gebaseerd op bewijs dat zich op windturbines richt;  Er is geen bewijs voor gezondheidseffecten door blootstelling aan windturbines dat gekarakteriseerd kan worden als het 'windturbinesyndroom' (dit wordt verder uitgelegd in Kader 5.2). Kader 5.2 Onderzoek N. Pierpont53

66

HEADELEMENT (concept)

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt

Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects, Health Canada (2016) Uit de studie van Health Canada, de federale gezondheidsinstantie van Canada, blijkt dat geluid van windturbines geen directe negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen meetbare effecten op (chronische) ziekten, stress en slaap, zo luidt de conclusie. Vanaf 2012 zijn 1.238 volwassenen, woonachtig op verschillende woonafstanden van windturbines gevolgd. Voor het onderzoek zijn deze mensen meerdere keren lichamelijk onderzocht op bloeddruk, hartritme, slaap en stresshormonen. Ook moesten zij enquêtes invullen bestaande uit vragen over sociaal-demografische situaties, geluid en hinder, gezondheidseffecten, levensstijl en bestaande chronische ziektes. Tevens is tijdens het onderzoek 4.000 uur aan windturbinegeluid opgenomen om te kijken of er bij een hoger geluidniveau ook meer klachten zijn. Er zijn geen directe verbanden gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en klachten als migraine, diabetes, hoge bloeddruk en slapeloosheid. "While some people reported some of the health conditions above, their existence was not found to change in relation to exposure to wind turbine noise," aldus Health Canada. Wel ervaren omwonenden meer hinder van de luchtvaartlichten op de gondels en slagschaduw wanneer het geluidniveau hoger is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12978771/1