20230512 IP Windpark Horst en Telgt TOE RGL concept OW v0.2
Tekst van het document
HEADELEMENT (concept)
21
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt 2.3.4
Omgevingsverordening
In de Omgevingsverordening provincie Gelderland staan regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland.20 In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen over de inhoud van ruimtelijke plannen van gemeenten en waterschappen op het gebied van milieu, water en ruimtelijke ordening. De verordening geeft ook regels voor de plaatsing van nieuwe windturbines. Zo zijn er gebieden uitgesloten van de realisatie van windenergie. Het plangebied valt niet in een uitsluitingsgebied voor windenergie. Op 15 december 2021 is het actualisatieplan 8 Omgevingsverordening vastgesteld. Ruimtelijk ontwerp De verordening schrijft in artikel 2.62 voor dat in een bestemmingsplan de oprichting van een of meer windturbines mogelijk wordt gemaakt voor zover het bestemmingsplan is voorzien van een ruimtelijk ontwerp. 1. In het ruimtelijk ontwerp wordt aandacht besteed aan de relatie tussen windturbine of windturbines en: a. De ruimtelijke kenmerken van het landschap; b. De maat, schaal en inrichting in het landschap; c. De visuele interferentie met een nabij gelegen windturbine of windturbines; d. De cultuurhistorische achtergrond van het landschap; e. De beleving van het windpark in het landschap. 2. Het ruimtelijk ontwerp wordt als toelichting in het bestemmingsplan opgenomen.
Ter toelichting geeft de omgevingsverordening het volgende aan: "Visualisaties van de windparken in samenhang met elkaar kunnen bijvoorbeeld aantonen dat er geen sprake is van visuele interferentie. In het ruimtelijk ontwerp wordt aandacht besteed aan de wijze waarop een turbine reageert of turbines reageren op de schaal, maat en richting van het landschap. Wanneer één of meerdere windturbines worden opgericht in nabijheid van een bestaande windturbine, gaan de turbines visueel interfereren. Bij grote windturbines kan de interferentie op een grote afstand optreden. Bij méér dan één windturbine zijn keuzes in onderlinge afstand, patronen en richting van turbines bepalend voor de mate waarin ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt. Beplanting kan ook bijdragen aan de versterking van de landschapsstructuur. De effecten van de ingreep worden vanuit het standpunt van een beschouwer bekeken. Een beschouwer kan zijn: iemand die er in de buurt woont of een automobilist of fietser op een weg in het gebied. En vooral hoe het aanzicht verandert als de beschouwer beweegt in het landschap, in het zicht van de windturbines of het windturbinepark. Verder kan ook het toeristisch en recreatief gebruik van het landschap een rol spelen." In dit inpassingsplan wordt aandacht besteed aan bovengenoemde onderwerpen. Verbodsgebied windenergie Voor het projectgebied gold een 'Verbodsgebied Windenergie'.
In 'Actualisatieplan 7' van de Omgevingsverordening (31 maart 2021) is deze begrenzing komen te vervallen, omdat het gebied niet langer als provinciaal beschermd weidevogelgebied is aangewezen. Dit is te zien in Figuur 2.@. Weidevogelgebieden werden in de voorgaande versies van de Omgevingsverordening beschermd via het algemene regime van de Groene Ontwikkelingszone. In de Groene ontwikkelingszone ligt de nadruk op het versterken dan wel het ontwikkelen van natuurwaarden door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toe te laten. In ganzenrustgebieden en weidevogelgebieden ligt de nadruk echter niet op versterking en ontwikkeling, maar op (natuur)behoud. Daarom werd besloten deze gebieden uit de Groene ontwikkelingszone te halen en een eigen beschermingsregime te geven. Figuur 2.@ Uitsnede "Actualisatieplan 7 Omgevingsverordening" (aangevuld met groene gestippelde contour van projectgebied, bewerking Pondera) [bron: provincie Gelderland]
22
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Stiltegebieden Over stiltegebieden is in de provinciale verordening opgenomen dat het verboden is in het stiltegebied een toestel te gebruiken waardoor het ervaren van het natuurlijke geluid kan worden verstoord. In de ruimte omgeving met een straal van 10 kilometer van het voornemen liggen geen stiltegebieden. Een effect op de waarde van deze gebieden is op voorhand uitgesloten en derhalve in dit inpassingsplan niet nader onderzocht. 2.3.5
Handelingsperspectief wespendief (nog niet vastgesteld)
Bij de ontwikkeling van windparken rond de Veluwe speelt de bescherming van de wespendief (Figuur 2.@) een belangrijke rol. De wespendief is een roofvogel uit de familie van de havikachtigen. De Wespendief is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. Figuur 2.@ De wespendief [bron: Wikipedia]
HEADELEMENT (concept)
23
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Het aantal wespendieven op de Veluwe is gering en er is een kans dat een wespendief overlijdt als gevolg van aanvaring met (de wieken van) een windturbine die zich in het leefgebied van deze roofvogel bevindt. In het kader van de RES is bepaald dat hierover bovenregionale afstemming plaatsvindt. In 2021 is afgesproken dat de provincie Gelderland de regie op zich neemt om te komen tot een handelingsperspectief voor windenergie in de zone van 1 tot 8 kilometer rondom de Veluwe (leefgebied wespendief)). Met het handelingsperspectief wil de provincie zowel het plaatsen van windturbines in de zone van 1 tot 8 kilometer rondom de Veluwe mogelijk maken en tegelijkertijd de instandhoudingsdoelen voor de wespendief én het herstel van de Veluwe tot een gezond natuurgebied respecteren. De provincie is dus voornemens om deze doelen bij elkaar brengen. Hierbij wordt gedacht aan het volgende scenario: Het beperkt toestaan windturbines in de zone van 1 tot 8 kilometer rond de Veluwe en het opleggen van een stilstandsvoorzieningen voor bestaande én nieuwe windparken. In het Natura 2000-gebied en in de zone tot 1 kilometer rondom de Veluwe worden geen windturbines toestaan. Dit scenario heeft gevolgen voor de bestaande of vergunde windparken in de 1 tot 8 kilometerzone en ook voor de vier windparken die al in voorbereiding zijn en mogelijk gebouwd kunnen worden.
Windpark Horst en Telgt is zo'n windpark in voorbereiding. Het scenario moet nu verder worden uitgewerkt. In het najaar/eind 2022 is de besluitvorming over het uitgewerkte scenario. De windparken en de RES-regio's blijven we bij dit proces betrekken.
2.4
Regionaal beleid
RES Noord-Veluwe Om de landelijke en lokale doelstellingen rondom energieneutraliteit te bereiken, werken 30 energieregio's aan een Regionale Energiestrategie (RES). Ermelo en Putten doen dit samen in de regio Noord-Veluwe. De Noord-Veluwse gemeenteraden, Provinciale Staten en het waterschap Vallei en Veluwe hebben de Regionale Energiestrategie (RES) vastgesteld en op 9 juli aangeboden bij het Nationaal Programma RES.21 In de RES 1.0 beschrijft de regio Noord-Veluwe welke bijdrage zij levert aan het behalen van de klimaatdoelstellingen op het gebied van elektriciteit en de gebouwde omgeving, het zogenaamde regionale bod. De RES 1.0 richt zich voor de realisatie van het bod op twee hoofdthema's: elektriciteit en warmte. De regio Noord-Veluwe wil in 2030 ongeveer 0,53 TWh duurzame elektriciteit opwekken. Het regionale bod bestaat uit twee onderdelen: een deel dat bestaat uit projecten die al gerealiseerd zijn, of die een vergunning hebben en een SDE- beschikking hebben;
24
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt het ambitiedeel dat bestaat uit mogelijkheden voor projecten, die voor 2030 gerealiseerd kunnen worden. Het ambitiedeel telt samen met het gerealiseerde deel op tot 0,53 TWh en bestaat uit zoekgebieden voor windenergie en bouwstenen voor zonne-energie. Op basis van de uitgangspunten, milieuaspecten, waarden, resultaten van ruimtelijke onderzoeken en een omvattend proces, zijn zoekgebieden aangewezen. Een zoekgebied is een gebied waar de regio mogelijkheden ziet voor de realisatie van projecten voor wind- en/of zonne-energie. Of en waar projecten precies worden gerealiseerd, staat nog niet vast.
De regio richt zich voor windenergie op de volgende drie gebieden: Knooppunt Hattemerbroek, bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk en Nuldernauwkust in Ermelo en Putten. In Figuur 2.@ zijn deze gebieden weergegeven. In de RES1.0 wordt over het zoekgebied 'Nuldernauwkust' het volgende gezegd: "Binnen dit zoekgebied is het mogelijk om een (eventueel dubbele) lijnopstelling van windturbines te realiseren. De bundeling van windmolens aan de bovenregionale infrastructuur wordt gesteund vanuit de stakeholders, en is ook een denklijn die we terugzien in meerdere andere RES-regio's in Gelderland. De schaal van de windturbines en de lijnopstelling langs de weg gaan relatief goed samen met het dynamische snelweglandschap. Een opstelling met zeven turbines van ca. 5.6 MW lijkt mogelijk met de technische ruimte die er is." Figuur 2.@ Zoekgebieden in de RES 1.0 (blauw omcirkeld Nuldernauwkust) [bron: RES 1.0 NoordVeluwe]
Gemeente Ermelo en Putten in samenhang met de RES Eén van de zoekgebieden voor windenergie ligt deels in het grondgebied van Ermelo: de Nuldernauwkust tussen Putten en Ermelo (zie blauwe contour in Figuur 2.@). Dit zoekgebied geeft de mogelijkheid voor een (deels dubbele) lijnopstelling van windmolens parallel aan de A28 aan de landzijde. Realisatie van projecten in zoekgebieden of bouwstenen lijkt mogelijk volgens de vastgestelde RES Regio Noord-Veluwe, maar vraagt nog uitwerking en nader onderzoek. De regio wil samen met stakeholders verder onderzoeken of, en hoe, ontwikkeling van duurzame opwek in deze gebieden mogelijk is. De gemeenteraad van Ermelo heeft de RES 1.0 op 7 juli 2021 vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Putten deed dit op 8 juli 2021. Op 9 juli 2021 is de RES 1.0 namens de Noord-Veluwse gemeenteraden, Provinciale Staten en het waterschap aangeboden bij het Nationaal Programma RES. In het ambitiedeel van het regionale bod zijn zoekgebieden voor windenergie aangewezen.
HEADELEMENT (concept)
25
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Verder wordt vanuit de RES 1.0 gewerkt naar een actueel afwegingskader voor grootschalige energie opwek. Vervolgens worden daar initiatieven voor het opwekken van energie aan getoetst. Zodra het kader klaar is wordt het toegevoegd aan het omgevingsplan en in de omgevingsvisie van de gemeente Ermelo. Het afwegingskader grootschalige energie is tot heden nog niet opgesteld. Het nieuwe kader zal beleidsmatig geen invloed hebben op het windpark. Voor het windpark wordt gekeken naar bestaande beleidsnotities. Het afwegingskader grootschalige energie wordt niet eerder verwacht dan eind 2023. De gemeente Putten beschikt inmiddels wel over een lokaal afwegingskader. De uitgangspunten daarvan zijn vertaald in het gezamenlijke participatieplan voor windpark Horst en Telgt. Bovenregionaal afwegingskader 'Wind op en rondom Veluwe' PM <beschikbaar?>
2.5
Gemeentelijk beleid
2.5.1
Gemeente Ermelo
Buurtplan Horst en Telgt Het Buurtplan (als structuurvisie vastgesteld op 21 april 2016) is gezamenlijke visie van zowel de buurtvereniging als de gemeente op de thema's wonen, verkeer, functieverandering bedrijven, (sociaal-) maatschappelijke voorzieningen, landschap, zorg, toerisme en recreatie. Ermelo presenteert zich als een op duurzaamheid gerichte gemeente. Een speerpunt is om meer planologische ruimte te bieden aan initiatieven die substantieel bijdragen aan duurzaamheid. In het buurtplan wordt het opwekken van energie (zon, wind, bio-energie) als een kans gezien. Er worden geen locaties of voorwaarden genoemd. Hybride-akkoord Gemeente Ermelo 2022-2026 De coalitiepartijen van de gemeente Ermelo hebben in mei het coalitieakkoord 2022 tot 2026 gepresenteerd. Het raadswerkprogramma, met daarin de aanpak en aanvullingen op de opdracht aan B&W in het akkoord, wordt nog door de gemeenteraad vastgesteld. In het coalitieakkoord staat in ieder geval het volgende ten aanzien van duurzaamheid: Het coalitieakkoord draagt de titel: zorgzaam, spaarzaam en duurzaam. Deze drie woorden beschrijven onze speerpunten, namelijk: 1. zorgzaam staat voor de inrichting van onze samenleving en in deze periode geven wij bijzonder aandacht aan eenzaamheidsbestrijding, scholen en wonen; 2. spaarzaam staat voor goed financieel beleid wat neerkomt op niet meer uitgeven dan beschikbaar is; 3.
duurzaam staat voor een integrale visie op een duurzame samenleving. Duurzaam bouwen, duurzame scholen en een duurzaam Ecopark en duurzame keuzes. De overige duurzaamheidsambities worden verder vormgegeven in het raadswerkprogramma. Omgevingsvisie Ermelo Op 26 januari 2022 is de Omgevingsvisie Ermelo vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een strategisch document en schetst de toekomstige ontwikkelingsrichting van de gehele leefomgeving van de gemeente op hoofdlijnen. De ambitie van Ermelo is om in 2030 energieneutraal te zijn, en om klimaatneutraal te zijn in 2035. In de Omgevingsvisie zijn de RESzoekgebieden opgenomen. Windpark Horst en Telgt ligt in dit zoekgebied. De gemeente Ermelo heeft ervoor gekozen (paragraaf 5.5 van de Omgevingsvisie) om voor de Omgevingsvisie geen plan-m.e.r. procedure te doorlopen. De motivatie daarvoor is dat de Omgevingsvisie grotendeels is gebaseerd op bestaand beleid. Wanneer de inhoud van een concreet initiatief erom vraagt, zal de plan-m.e.r.-procedure gekoppeld worden aan de planvorming voor het concrete initiatief. Dat betekent dat in de m.e.r. voor het initiatief alle aspecten van het initiatief in de onderbouwing meegenomen zullen worden, ook de locatiekeuze. In het MER voor Horst en Telgt (Bijlage 1) is de locatiekeuze opgenomen in paragraaf 3.2 (zie ook paragraaf 4.@).
In de Omgevingsvisie Ermelo is het bestaande beleid opgenomen. De structuurvisie Ermelo, buurtplan Horst en Telgt en de bestaande bestemmingsplannen als uitgangspunt voor de Omgevingsvisie gebruikt. Belangrijke bestemmingsplannen zijn: bestemmingsplan Strand Horst;
26
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt bestemmingsplan Buitengebied Midden West (agrarisch gebied met landschappelijke waarden en aanlegplicht) Belangrijke beleidsstukken die onderdeel van de omgevingsvisie Ermelo zijn: Ontwikkelingsperspectief Horst en Telgt: Het Ontwikkelingsperspectief is een verdieping en een doorwerking van de structuurvisie Buurtplan Horst en Telgt. Het vormt een ruimtelijk toetsingskader dat bestaat uit de landschappelijke dragers, de identiteit, de ruimtelijke kwaliteit, de beeldkwaliteit en de landschapswaarden. Hieraan wordt een specifiek initiatief of ontwikkeling beoordeeld en getoetst. Dit beleid richt zich op de lokale initiatieven. Dit zijn relatief kleinschalige projecten; nieuwbouw, vervanging of functieverandering van één of enkele woningen/bedrijven in de bestaande linten en buurtschappen binnen het afwegingsgebied van het ontwikkelingsperspectief. Structuurvisie Functieverandering Herijking 2021: Dit beleid voorziet in mogelijkheden om de agrarische activiteiten te veranderen naar nietagrarisch werken, nevenactiviteiten of functieverandering naar wonen, zowel binnen de bestaande bebouwing als via vervangende nieuwbouw. LOP - Landschapsontwikkelingsplan Ermelo en Putten: Landschapsbeleid in het plangebied bestaande uit het buitengebied van de gemeenten Ermelo en Putten, de kleine kernen en de randen van de kernen Ermelo en Putten.
Vitale vakantieparken: Visie om meer structuur en minder vervlechting van de functies op het gebied van wonen, werken en recreëren te bewerkstelligen Groen- en natuur inclusief bouwen: Bij realisatie van bouwwerken is er een verplichting om groen -en natuur inclusieve maatregelen te nemen op basis van een ecologisch advies. Groenvisie Ermelo. De groenvisie geeft een actueel kader om het aanwezige groen te waarderen en richting te geven aan het realiseren van nieuw groen.
De voor het windpark relevante beleidsdocumenten en ontwikkelingen zijn in het MER betrokken. Besluit over principeverzoek Windpark Horst en Telgt Op 13 april 2021 heeft de gemeente Ermelo een positief besluit genomen ten aanzien van de medewerking aan het principeverzoek voor WP Horst en Telgt. De gemeente Ermelo heeft de initiatiefnemer gevraagd om haar plannen verder uit te werken. Beleidskader grootschalige energieopwekking Ermelo De gemeente Ermelo verzoekt de initiatiefnemers om bij de uitwerking van het plan in te gaan op de specifieke uitgangspunten uit het beleidskader grootschalige energieopwekking Ermelo.<dit beleidskader ontbreekt in MER. beschikbaar?> Wespendief In haar besluit geeft de gemeente aan dat het bovenregionaal afwegingskader nog in ontwikkeling is. Een belangrijk aspect hierbij is de aanwezigheid van de wespendief. Het is nog niet duidelijk wat dit betekent voor de mogelijkheden van windenergie in de omgeving van de gemeenten Ermelo en Putten. Vanwege de verbondenheid van projecten (cumulatieve effecten door externe werking Natura 2000) in de invloedssfeer (1-8 kilometer) van de Veluwe binnen meerdere RES-regio's wordt de provincie Gelderland betrokken bij de bovenregionale afweging en besluitvorming over de wespendief. Beleidskader grootschalige energieopwekking Ermelo PM <ontbreekt in MER. Beschikbaar?> 2.5.2
Gemeente Putten
Structuurvisie Putten 2030
HEADELEMENT (concept)
27
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Op 04 februari 2021 is de Structuurvisie Putten 203022 vastgesteld. Deze visie zet op hoofdlijnen de koers voor de toekomst uit. De gemeente Putten heeft de ambitie om energieneutraal te worden. Om deze ambitie te realiseren zal worden ingezet op een combinatie van maatregelen op het terrein van energieopwekking, energiebesparing en gedrag. De provincie Gelderland zoekt samen met Gelderse regio's en gemeenten naar extra locaties waar mogelijkheden zijn voor windmolens. De voorkeur gaat uit naar locaties die lokaal draagvlak hebben en ook haalbaar zijn. Gezien de visuele effecten op het landschap bij deze vorm van energiewinning, staat de gemeente Putten terughoudend tegenover het plaatsen van (solitaire) windturbines. De gemeente Putten is daarnaast geen voorstander van duurzaamheidsprojecten in het open landschap. De gemeente staat verder terughoudend tegenover het plaatsen van (solitaire) windturbines vanwege het visuele effect. Op 18 juni 2020 is het beleidskader Grootschalige Energieopwekking Putten vastgesteld. 23 Dit beleidskader beschrijft de uitgangspunten waaraan initiatieven of projecten voor grootschalige energieprojecten in Putten moeten voldoen.
Naast aandacht voor algemene uitgangspunten is er ook aandacht voor maatschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten: maatschappelijke uitgangspunten zijn: draagvlak en communicatie, lokaal eigenaarschap en lokale werkgelegenheid. ruimtelijke uitgangspunten zijn: geen gebieden uitsluiten, multifunctionaliteit, landschappelijke waarden en tijdelijke bestemming. De maximale termijn voor duurzame energieprojecten wordt gesteld op 25 jaar. Besluit over principeverzoek Windpark Horst en Telgt Op 3 mei 2021 heeft de gemeente Putten een positief besluit genomen ten aanzien van de medewerking aan het principeverzoek voor Windpark Horst en Telgt. De gemeente Putten heeft de initiatiefnemer gevraagd om haar plannen verder uit te werken. Specifieke uitgangspunten uit gemeentelijke beleidskaders grootschalige energieopwekking De gemeente Putten verzoekt de initiatiefnemer om bij de uitwerking van het plan in te gaan op de specifieke uitgangspunten uit het beleidskaders grootschalige energieopwekking Putten. Wespendief In haar besluit geeft de gemeente aan dat het bovenregionaal afwegingskader 'Wind op en rondom Veluwe' nog in ontwikkeling is. Zie hiervoor paragraaf 2.5.1 onder 'Besluit over principeverzoek windpark Horst en Telgt'. <NB bovenregionaal afwegingskader ontbreekt nog in MER. Beschikbaar?>
2.6
Conclusie
Het ontwikkelen van een windpark in het plangebied past binnen de bestaande beleidskaders: het windpark draagt bij aan het behalen van de nationale doelstelling van de Klimaatwet; het windpark draagt bij aan het behalen van de RES-doelstelling van 0,53 TWh windenergie in 2030; de locatie Horst en Telgt staat in de Windvisie Gelderland als kansrijke locatie voor extra ontwikkeling na 2020; de provincie Gelderland heeft een eerdere verbodsbepaling, voor windenergie in het plangebied vanwege het verdwijnen van de status van het gebied als weidevogelgebied,opgeheven; de locatie Horst en Telgt (Nuldernauwkust) is de RES1.0 Noord-Veluwe als zoekgebied voor windenergie aangewezen. Deze RES 1.0 is door zowel de gemeente Ermelo als Putten vastgesteld; het plangebied staat in de Omgevingsvisie van Ermelo opgenomen als zoekgebied voor windenergie.
28
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Hoofdstuk 3 3.1
Huidige situatie
Ruimtelijke structuur
Het plangebied maakt onderdeel uit van het zogeheten Zuiderzeekustlandschap. Enkele delen (nabij Palmbosch aan de Zeeweg en bij Groot Dasselaar) behoren tot het Kampenlandschap. Beide landschapstypen zijn beschreven in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP). 24 Het plangebied ligt aan de oostkant van de A28. Deze snelweg vormt de scheidslijn tussen groene, vrij dichtbeplante recreatiegebieden aan het Nuldernauw aan de westzijde en het open agrarische gebied aan de oostzijde. Het plangebied ligt in dit open agrarische gebied, dat vooral als grasland en maïsakker in gebruik is. Het is vrij vlak en laag en loopt van west naar oost iets op, van circa 0,5 meter boven NAP pal naast de snelweg, tot circa 2,5 meter boven NAP ter hoogte van de Riebroekersteeg. Het gebied wordt gekenmerkt door een oost-west lopende slagenverkaveling, min of meer haaks op de Riebroekersteeg - Riebroekerweg, waar vanuit het gebied is ontgonnen. Aan deze noord-zuid lopende route liggen enkele boerenerven, erfbeplantingen en bosjes. Deze ontginningslijn en de strook van aaneengeschakelde recreatiegebieden langs de A28 begrenzen het plangebied aan respectievelijk de oost- en de westzijde. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de afslag Harderwijk-Zuid en de erven en beplantingen aan de Buitenbrinkweg, aan de zuidkant wordt het begrensd door een cluster van erven bij landgoed Groot Dasselaar.
Deze beide clusters vormen als het ware twee uitstulpingen van het Kampenlandschap ten oosten van het plangebied. Dat geldt ook voor het cluster van erven bij de kruising van de Zeeweg en de Riebroekersteeg (Palmbosch en omgeving) dat als het ware in het plangebied 'prikt'. Verder vormt het plangebied min of meer één langgerekte open ruimte, nagenoeg vrij van bebouwing en opgaande beplantingen. Binnen het plangebied zijn geen (gemarkeerde) recreatieve wandel- of fietsroutes aanwezig, die liggen wel ten oosten van het plangebied in het Kampen- en Oude broekontginningenlandschap aldaar. Ten westen van de A28 verbindt de Strandboulevard de verschillende recreatiegebieden aan het Nuldernauw met elkaar. De beken die vanaf het Veluwe-massief langs en door het plangebied richting het Nuldernauw lopen, zijn opgenomen in het recht toe recht aan slagenpatroon van de verkaveling.
3.2
Functionele structuur
Agrarisch gebied Het plangebied bestaat vooral uit gronden met een agrarische functie. Het gaat om een combinatie van akkerbouw, glastuinbouw en veehouderijen. Wonen Op ongeveer 1 kilometer ten oosten van het plangebied liggen de kernen Horst en Telgt. Deze (kleine) kernen maken deel uit van de gemeente Ermelo. De kernen hebben vooral een agrarisch karakter. De kern Ermelo ligt eveneens ten oosten van het plangebied op een afstand van circa 2,5 kilometer. Ten noorden van het plangebied op een kortste afstand van ruim 2 kilometer ligt de kern Harderwijk met de woonwijk Drielanden. Ten noordwesten van het plangebied aan de overzijde van de het Nilderdauw ligt de rand van de kern Zeewolde op een afstand van circa 1,5 kilometer. Er zijn daarnaast diverse verspreid liggende woningen in de omgeving van het plangebied. Dit zijn vooral bedrijfswoningen bij agrarische bedrijven, met name aan de Zeeweg en de Riebroekseweg. De dichtst bij de windturbines gelegen woningen zijn Palmbosweg 4 (niet gerealiseerd maar als zodanig bestemd) en 8 op circa 300 meter ten westen van het windpark en Zeeweg 162 en 164 een Riebroekersteeg 31 op circa 400 meter in het noorden van het plangebied. De woningen aan de Riebroekseweg zijn gelegen op een afstand vanaf 400 meter ten oosten van de windturbines. Recreatie Aan de westzijde van het plangebied ligt het Nuldernauw, één van de Veluwerandmeren.
Op circa 500 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt Strand Nulde. Het strand heeft een sterk recreatief karakter en ligt tussen het Nuldernauw en de A28. Er zijn verschillende zandstranden, ligweiden en voorzieningen waaronder horecapunten en parkeren. Daarnaast biedt Strand Nulde een jachthaven, hotel en camping.
HEADELEMENT (concept)
29
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Op circa 300 meter ten westen van het plangebied ligt Strand Horst. Ook dit strand heeft een sterk recreatief karakter en ligt tussen het Nuldernauw en de A28 in. Er zijn verschillende zandstranden, ligweiden en voorzieningen waaronder horecapunten en parkeren. Strand Horst is ook een surf- en kitelocatie. Daarnaast biedt Strand Horst recreatieve activiteiten zoals paintball en pitch&put en een jachthaven. Ten noorden en noordoosten van het plangebied zijn enkele campings en/of vakantieparken gelegen, zo ook ten zuiden van Zeewolde aan de overzijde van het Nulderdauw. PM <Paramotors> Bedrijvigheid In de omgeving van het plangebied is diverse vooral kleinschalige bedrijvigheid gevestigd in het buitengebied zoals verschillende typen dienstverlening, maar ook een tankstation direct te noorden van het plangebied. Er zijn geen grotere bedrijventerreinen in de omgeving van het plangebied gevestigd. Bestaande windturbines en zonneparken Aan de overzijde van het Veluwerandmeer, in de provincie Flevoland ten westen van het plangebied, zijn een groot aantal bestaande windturbines aanwezig (zie figuur 3.@). Zowel ten zuidwesten (Nijkerkerweg) als ten noordwesten (Zeewolderdijk) zijn op een afstand van circa vijf kilometer vanaf het plangebied windturbines in exploitatie. De windturbines aan de Nijkerkerweg en hebben een tiphoogte van 150 meter.
De windturbines aan de Zeewolderdijk zijn kleiner en hebben een tiphoogte van 81 meter. Op dit moment worden de windparken in de gemeente Zeewolde 'opgeschaald'. In dat kader worden een groot deel van de (oude) bestaande turbines vervangen door een kleiner aantal nieuw te bouwen grotere windturbines met tiphoogtes van rond de 220 meter. PM <stand van zaken opschaling windparken Zeewolde. Afbeelding aan te passen?> Figuur 3.@ Bestaande windturbines en zonnepark in de omgeving van het windpark Horst en Telgt
In het Gelderse deel van de omgeving van het plangebied zijn, op een enkele kleine windturbines (tiphoogte < 50 meter) na, nog geen windturbines gebouwd. Zonnepark Schaapsdijk
30
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Ten noordoosten van het plangebied is het zonnepark Schaapsdijk sinds 2021 operationeel. Het zonnepark heeft een totale oppervlakte van circa 7,5 hectare, waarvan 3,75 hectare in gebruik is door geplaatste zonnepanelen. Het resterende oppervlak biedt ruimte voor natuur en extra beplanting. Natuur Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de 'Veluwerandmeren', gelegen op circa 200 meter ten westen van het plangebied. Op grotere afstand (respectievelijk 3 en 3,7 kilometer), bevinden zich de Natura 2000-gebieden 'Veluwe' en 'Arkemheen'. Overige Natura 2000-gebieden bevinden zich op een afstand van meer dan 10 kilometer van het plangebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de provincie Gelderland Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd (zie Figuur 3.@). Het dichtstbijzijnde perceel van het GNN-netwerk is gelegen op een afstand van 200 meter ten oosten van het plangebied. Een aanzienlijk deel van het plangebied bevindt zich in de Groene Ontwikkelingszone (GO) van de provincie Gelderland (gebieden die nog niet als natuur zijn ingericht in de voormalige Ecologische Hoofdstructuur/NNN) (zie Figuur 3.@). Zoals ook besproken in paragraaf 2.3.4 valt het gebied buiten provinciaal aangewezen gebieden zoals weidevogelgebied.
Daarnaast zijn er nog enkele natuur(ontwikkel)gebieden die vanuit de gemeente Ermelo van belang zijn: het Groene Kruispunt (zie paragraaf 2.5.1); Landgoed de Dasselaar. In dit gebied is een overeenkomst met Natuurmonumenten gesloten vanwege een herplantplicht; de natuur bij Camping De Horsterhoeve, vanwege onder andere de aanwezigheid van de das. Figuur 3.@ Ligging natuurgebieden
Infrastructuur en water Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de rijksweg A28 tussen Zwolle en Amersfoort. Het plangebied wordt niet doorkruist door rijks- of provinciale wegen, ondergrondse buisleidingen of hoogspanningsinfrastructuur. Er lopen wel diverse lokale wegen door en langs het plangebied. Ook lopen er door het plangebied wat (kleine) watergangen. Ten westen van het plangebied en de A28 is het Nulderdauw gelegen, dit water heeft vooral een recreatieve functie (onderdeel recreatieve Randmerenroute) en geen functie voor scheepvaart.
HEADELEMENT (concept)
31
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn plannen en projecten waarover reeds concrete besluitvorming heeft plaatsgevonden of wordt verwacht voorafgaand aan besluitvorming over het windpark. Hotel en evenementenhal Aan de westzijde van het plangebied ligt Strand Horst. Dit is een uitgestrekt gebied met verschillende faciliteiten. Op een gedeelte van het gebied rust de bestemming 'Cultuur en ontspanning'. Binnen deze bestemming zijn twee bouwvlakken bestemd voor een hotel/leisure en voor een evenementenhal. Deze bouwmogelijkheden zijn nog niet benut maar er zijn wel plannen voor. De toekomstige evenementenhal mag maximaal 6.000 m2 bedragen. De eigenaar/initiatiefnemer van Strand Horst heeft het voornemen om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan <uit MER. Waar staat dit in BP? Ik lees dat een hotel van 150 kamers rechtstreeks is toegestaan> om een een hotel te realiseren van maximaal 60 kamers. <check: klopt dit? In MER staat 60 meter> Het Groene Kruispunt Het Groene Kruispunt is een gezamenlijk natuurontwikkelingsproject in de provincies Gelderland, Flevoland en Overijssel uit het Integrale Inrichtingsplan Veluwerandmeren (IIVR 2001). Dat Inrichtingsplan is ontwikkeld door de gemeenten en provincies die grenzen aan de Veluwerandmeren, in combinatie met verschillende ministeries en waterschappen.
Overheden beogen met het inrichtingsplan een goede balans tussen natuur, recreatie en andere functies. Het Groene Kruispunt is gelegen tussen de rijksweg A28 en het Veluwerandmeer. Aan de noord- en zuidzijde wordt het gebied begrensd door Strand Horst en Strand Nulde. Het Groene Kruispunt wordt een rietmoeras dat overgaat in loofbos en grasland. Het creëert een leefgebied voor diverse diersoorten. In het water komen onderwaterbossen waar vissen kunnen schuilen. Het Groene Kruispunt is een actualisering van een natuurversterkingsopgave uit het IIVR 2001 en draagt ook bij aan de natuurdoelen uit het Natura 2000 beheerplan Veluwerandmeren en de Kaderrichtlijn Water. Het Flevolandse deel van het Groene Kruispunt Nuldernauw is gerealiseerd. Het Gelderse deel (op grondgebied van de gemeenten Ermelo en Putten) moet nog worden uitgevoerd. Het Gelderse deel wordt volgens planning in het najaar van 2022 gerealiseerd. <stand van zaken?> Figuur 3.@ geeft het schetsontwerp van het Groene Kruispunt in Gelderland weer. Figuur 3.@ Schetsontwerp Groene Kruispunt [bron: Bureau Waardenburg in opdracht van Gastvrije Randmeren]
32
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Overige ontwikkelingen Overige ontwikkelingen zijn niet autonoom zijn en besluitvorming erover laat wat langer op zich wachten, maar de ontwikkelingen worden mogelijk wel beïnvloed worden door Windpark Horst en Telgt, of andersom. Bedrijventerrein Ecopark De gemeente Ermelo overweegt om in het noordelijk deel van het plangebied van het windpark het bedrijventerrein Ecopark te ontwikkelen (zie figuur 3.@). Hierover heeft echter nog geen formele besluitvorming plaatsgevonden. Op termijn zal hier echter wel mogelijk bedrijvigheid gerealiseerd worden uit agrarische sector (glastuinbouw, gewasbescherming), bouwsector of logistieke sector. De meest noordelijke windturbine is gepland op gronden waar het bedrijventerrein wordt beoogd. Woningbouw Buitenbrinkweg 81 te Ermelo De gemeente Ermelo onderzoekt in afstemming met de eigenaar van het agrarisch bedrijf, gevestigd aan de Buitenbrinkweg 81 (zie figuur 3.@), de mogelijkheden voor het de bouw van vier woningen. Het is de intentie om de ruimte die is ontstaan door het slopen van een aantal bedrijfsgebouwen te benutten voor de bouw van de woningen. In dit MER worden voor deze locatie toetspunten voor geluid en slagschaduw worden opgenomen zodat duidelijk is welke effecten het windpark op deze mogelijke ontwikkeling heeft. Woningbouw Horsterhoeve Er is een schetsplan ingediend om op de locatie van Camping Horsterhoeve 267 woningen te
HEADELEMENT (concept)
33
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt realiseren (zie figuur 3.@). De eigenaar van het recreatieterrein heeft aangegeven met de camping te willen stoppen, wat een kans voor grootschalige woningbouw biedt. Er is circa 11 hectare aan terrein beschikbaar. De herontwikkeling is een kans om samenhang met de omliggende bebouwing te creëren, omdat er door het beoogde plan aansluiting ontstaat met woonkern Drielanden (Harderwijk). In Figuur 3.@ is het gebied voor de beoogde ontwikkleing weergegeven. Figuur 3.@ Ligging overige ontwikkelingen
34
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Hoofdstuk 4 4.1
Projectbeschrijving
Totstandkoming van het plan
Locatiebeoordeling en -keuze Windpark Horst en Telgt De keuze voor de locatie Horst en Telgt (het gebied 'Nuldernauwkust' in de RES) is ingegeven door het ruimtelijk beleid voor windenergie, de provinciale taakstelling voor windenergie, de RES NoordVeluwe en de relatie van de initiatiefnemers met het gebied. Hoofdstuk 3 van het MER (Bijlage 1) gaat nader in op de locatie voor windpark Horst en Telgt (Nulderdauwkust) en alternatieve locaties voor Windpark Horst en Telgt in de provincie Gelderland en de RES-regio Noord-Veluwe en beoordeeld deze. Uit de beoordeling blijkt dat de locatie Nuldernauwkust een geschikte locatie is voor de realisatie van een windpark in de RES-regio Noord-Veluwe. Het gebied heeft, samen met gebied Lorentz-Oost, de grootste potentie voor de opwek van duurzame energie van alle locaties en scoort daarmee op energieopbrengst zeer positief (++). Er staat een gemiddelde hoeveelheid woningen in het effectgebied, wat leidt tot een licht negatieve score voor het aspect leefomgeving. Qua ecologie hebben alle zoekgebieden een negatieve score (-), vanwege de nabijheid van verschillende Natura 2000-gebieden en weidevogelgebieden. Ecologie is daarmee geen onderscheidende factor in de locatiebeoordeling.
Voor wat betreft landschap is Nuldernauwkust het enige gebied waarbij op bestaande infrastructuur kan worden aangesloten (A28) én het enige gebied dat niet is aangeduid als waardevol open gebied en/of nationaal landschap en scoort daardoor neutraal (score 0). De locatie Nuldernauwkust wordt in de verschillende beleidsstukken aangewezen als een geschikte locatie voor de plaatsing van windturbines, zowel op regionaal/bovenlokaal niveau als op lokaal niveau. De locatie werd al benoemd al;s geschikte locatie voro windenergie in de provinciale Windvisie uit 2014 en het bijbehorende planMER. De locatie is ook in de RES 1.0 aangewezen als zoekgebied voor windenergie. Het plangebied is dus geschikt als locatie voor windenenergie past binnen het beleid van de provincie. De locatiekeuze voor windpark Horst en Telgt is hiermee voldoende onderbouwd. Voorkeursalternatief windpark op basis van milieueffectrapport (MER) In het MER voor windpark Horst en Telgt (zie Bijlage 1) zijn twee hoofdalternatieven voor de inrichting van windpark Horst en Telgt onderzocht met een aantal optimalisatievarianten. PM <korte uitleg MERtraject> Het voorkeursalternatief voor het Windpark Horst en Telgt bestaat uit 5 windturbines en 2 windturbines onder voorwaarden (zie Figuur 4.@).
De twee oostelijke windturbines zijn alleen toegestaan als er mogelijkheden zijn op basis van het toekomstige beleid over de wespendief óf als er juridisch mogelijkheden zijn om de 2 posities nu alvast onder voorwaarden te vergunnen en pas later te bouwen (bijvoorbeeld als camera-detectie) mogelijk is. Figuur 4.@ Voorkeursalternatief Windpark Horst en Telgt
HEADELEMENT (concept)
35
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
4.2
Beschrijving van het plan
De windturbines Het project bestaat uit de realisatie en exploitatie van zeven windturbines met bijbehorende voorzieningen. Het te plaatsen turbinetype is nog niet gekozen, ook de exacte afmetingen zijn nog niet bekend. Wel wordt gekozen voor realisatie van zeven gelijke windturbines (zie ook kader 4.@) met een rotordiameter van minimaal @@ meter en maximaal 170 meter en een ashoogte van minimaal @@ meter en maximaal @@ meter. De maximale tiphoogte wordt vastgelegd op 250 meter. De uiteindelijke afmetingen van de windturbine zijn afhankelijk van de ashoogte en rotordiameter van het uiteindelijk te kiezen type windturbine. Het vermogen van de windturbines komt tussen @@ en 7 MW per windturbine te liggen. Figuur 4.@ is ter illustratie van de maximale afmetingen. Figuur 4.@ Illustratie windturbine afmetingen en begrippen PM Kraanopstelplaats en ontsluiting Het plan omvat naast de te plaatsen windturbines ook de bij de windturbines behorende voorzieningen zoals kraanopstelplaatsen voor bouw en onderhoud. De kraan wordt gebruikt tijdens de bouw, maar moet ook voor onderhoud aan de windturbines tijdens de exploitatiefase bij de windturbine kunnen komen.
De locatie van de windturbines dient voldoende bereikbaar te zijn voor de bouw en voor onderhoud en daarmee dient ook de aanvoerroute van materialen voldoende breed te zijn (doorgaans circa 4-5 meter, uitgezonderd bochten en kruisingen met andere wegen). De exacte positionering en technische uitwerking (waaronder minimale draagkracht) van kraanopstelplaatsen wordt in een later stadium bepaald tijdens de detailengineering. De kraanopstelplaats wordt bij de mast onder de overdraai geplaatst en zodanig gepositioneerd dat deze het beste is in te passen in de omgeving. De kraanopstelplaatsen worden via een ontsluitingsweg aangesloten op de openbare weg. Er wordt circa @@ meter aan aparte (permanente) ontsluitingsweg aangelegd, voor het overige wordt voor ontsluiting gebruik gemaakt van de opstelplaatsen en openbare wegen. De verhardingen voor de windturbines (ontsluiting en opstelplaats) worden bij voorkeur en zo mogelijk semi-verhard uitgevoerd.
36
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt Aansluiting elektriciteitsnetwerk De windturbines worden met een ondergrondse kabel onderling verbonden en verbonden met het aansluitpunt op het elektriciteitsnetwerk, op het transformatorstation Harderwijk. De exacte ligging van de kabels en aansluiting op het openbaar net dient nog bepaald te worden. Met het kabeltracé wordt waar mogelijk de openbare weg gevolgd. De aanleg van parkbekabeling en aansluitpunten heeft echter geen relevante ruimtelijke impact (vanwege het gegeven dat het geen hoogspanning betreft, en dus geen beschermende zone hoeft te worden opgenomen) waardoor de aanleg van kabels en leidingen verder niet specifiek in dit inpassingsplan hoeft te worden opgenomen. In de turbines worden faciliteiten geplaatst voor de eerste transformatie (naar 10/33 kV). Er worden maximaal twee inkoopstations gerealiseerd voor de windturbines. Deze inkoopstations worden gerealiseerd onder de overdraai van de windturbines. Een inkoopstation is een soort van transformatorhuisje dat is bedoeld voor het onderbrengen van schakel- en meetapparatuur om de windturbines te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet. De exacte locatie, omvang en verdere invulling wordt in een nadere uitwerking gekozen in overleg met de netbeheerder.
Een inkoopstation krijgt een oppervlakte van maximaal circa @@ m2 en wordt maximaal @@ meter hoog, en is daarmee niet vergunningsvrij op basis van artikel 2, lid 18 sub a van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Verhardingen Per windturbine wordt rekening gehouden met het grondgebruik van een cirkel met een diameter van maximaal @@ meter voor de windturbine inclusief fundering (oppervlakte circa @@ m2). Daarnaast wordt rekening gehouden met een permanente kraanopstelplaats van circa @@ bij @@ meter (circa @@ m2 per windturbine) voor de bouw van en het onderhoud aan de windturbine. Het uiteindelijke exacte oppervlak is afhankelijk van het windturbinetype dat wordt gekozen. Rekening wordt gehouden met een totaal (permanent) grondgebruik van afgerond maximaal circa @@ m2 voor het windpark (inclusief twee inkoopstation van @@ m2 en ontsluitingswegen en overige verhardingen van in totaal circa @@ m2). Tijdelijke voorzieningen, zoals een grotere opstelplaats, opslagruimte bij de opstelplaats, grotere boogstralen en bouwwegen, hoeven niet meegenomen te worden in de ruimtelijke procedure. De verhardingen worden grotendeels onder de overdraai van de windturbine gerealiseerd, op een klein gedeelte van de ontsluiting tussen opstelplaats en openbare weg na.
Obstakelverlichting Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) of hoger dan 100 meter (tiphoogte) binnen een afstand van 120 meter van een (water)weg geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting (2016)25 voorzien dient te worden van obstakelverlichting (zie ook Kader 4.1). Dit geldt dus ook voor windpark Horst en Telgt. Voor de windturbine(s) wordt voor de aanvang van de bouw een verlichtingsvoorstel uitgewerkt gericht op (voor zo ver ook noodzakelijk) het zo veel mogelijk beperken van hinder, overeenkomstig het Informatieblad. Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark ter instemming te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). De initiatiefnemers zijn voornemens tot het toepassen van een transponderidentificatie gestuurde luchtvaartverlichting, vanaf het moment dat toepassing in Nederland is toegestaan. In de planregels is voor de volledigheid hierover een regel opgenomen. Kader 4.1 Toepassing obstakel- of markeringsverlichting
HEADELEMENT (concept)
37
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
4.3
Ruimtelijk ontwerp
4.3.1
Toetsing effecten op het landschap
Landschap heeft betrekking op de onderlinge samenhang tussen de elementen in een bepaald gebied en op de samenhang tussen een gebied en het gebruik daarvan. Landschap bestaat bij de gratie van waarneming en beleving door mensen én bij de gratie van verandering in de tijd. Landschap is geen statisch begrip. De bij deze beschouwing voor landschap gehanteerde methodiek stelt de waarnemer centraal. Vanwege hun aard en omvang zullen windturbines hoe dan ook invloed hebben op het landschap. In deze paragraaf worden de effecten van het windpark op het landschap in beeld gebracht en wordt beschouwd of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op grond van de Omgevingsverordening Gelderland (artikel 2.62) dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat de oprichting van een windturbine of windturbinepark mogelijk maakt aandacht te besteden aan: de ruimtelijke kenmerken van het landschap; maat, schaal en inrichting in het landschap; visuele interferentie met nabij gelegen windturbines; cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap; de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap. In de oorspronkelijke versie van de Omgevingsverordening (2014) was in de toelichting een nadere tabel opgenomen ter toelichting op de criteria.
Voor de criteria geldt dat het geen harde toetsingseisen betreffen, maar elementen die gemotiveerd moeten worden als onderdeel van het ruimtelijk ontwerp. Tabel 4.1 Aandachtspunten in het ruimtelijk ontwerp en toelichting daarop uit de Omgevingsverordening
38
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
De toelichting op artikel 2.62 van de Omgevingsverordening (geconsolideerde versie december 2022) geeft het volgende aan: "Visualisaties van de windparken in samenhang met elkaar kunnen bijvoorbeeld aantonen dat er geen sprake is van visuele interferentie. In het ruimtelijk ontwerp wordt aandacht besteed aan de wijze waarop een turbine reageert of turbines reageren op de schaal, maat en richting van het landschap. Wanneer één of meerdere windturbines worden opgericht in nabijheid van een bestaande windturbine, gaan de turbines visueel interfereren. Bij grote windturbines kan de interferentie op een grote afstand optreden. Bij méér dan één windturbine zijn keuzes in onderlinge afstand, patronen en richting van turbines bepalend voor de mate waarin ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt. Beplanting kan ook bijdragen aan de versterking van de landschapsstructuur. De effecten van de ingreep worden vanuit het standpunt van een beschouwer bekeken. Een beschouwer kan zijn: iemand die er in de buurt woont of een automobilist of fietser op een weg in het gebied. En vooral hoe het aanzicht verandert als de beschouwer beweegt in het landschap, in het zicht van de windturbines of het windturbinepark. Verder kan ook het toeristisch en recreatief gebruik van het landschap een rol spelen." Er is gebruik gemaakt van drie verschillende schaalniveaus voor de landschappelijke beoordeling.
Onderstaande schaalniveaus zijn mede gebaseerd op de werking van het menselijk oog en op de afstand waarop men nog in staat is landschappelijke elementen te herkennen en te onderscheiden van hun omgeving: het plangebied en zijn ruimere omgeving (> 5 tot circa 2,0 kilometer afstand tot het plangebied); het plangebied en zijn directe omgeving (circa 2,0 tot 0,0 kilometer afstand tot het plangebied); het plangebied zelf (binnen het plangebied). Om de onderbouwing van het ruimtelijk ontwerp te ondersteunen zijn een aantal visualisaties van het windpark gemaakt. De locaties van waaruit deze visualisaties zijn gemaakt zijn opgenomen in Figuur 4.@. Bij de effectbeoordeling is een groter aantal standpunten gebruikt dan hierboven is weergegeven. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van bronnen zoals StreetView, PDOK en Topotijdreis, inventarisatiefoto's uit het gebied en van een 3D-model (Windplanner), waarbinnen tal van standpunten ingenomen kunnen worden. Figuur 4.@ Overzichtskaart standpunten fotovisualisaties [bron: Google Maps]
HEADELEMENT (concept)
39
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
In het MER zijn iets andere criteria voor de effectbeoordeling van het aspect gehanteerd, mede op advies van de Commissie voor de m.e.r. Deze criteria zijn ondergebracht bij de aandachtspunten voor het ruimtelijk ontwerp uit de Omgevingsverordening volgens onderstaande tabel. Beoordelingscri Toelichting beoordelingscriteria MER -teria MER
Ondergebracht bij aandachtspunt Omgevingsverordening
Aansluiting op Naarmate een windturbineopstelling waarneembaar beter landschappelijke aansluit bij de bestaande landschappelijke structuur wordt structuur dit positiever beoordeeld dan wanneer een opstelling daar minder goed bij aansluit. Deze structuur wordt beschreven in de referentiesituatie en bestaat onder meer uit een beschrijving van de (ruimte-)maat, schaal en inrichting, voorkomende verkavelingsrichtingen, begrenzingen van ruimten en de in en om het gebied voorkomende infrastructurele lijnen.
ruimtelijke kenmerken van het landschap maat, schaal en inrichting van het landschap
Herkenbaarheid Is een opstelling herkenbaar als zelfstandige én van de opstelling samenhangende opstelling, dan is de beoordeling neutraal tot positief. Naarmate een opstelling minder als zelfstandige, samenhangende opstelling herkenbaar is, is de beoordeling negatiever.
beleving van de windturbines in het landschap
Interferentie
Interferentie met andere windturbineopstellingen of hoge landschapselementen betreft het 'lijken over te lopen' van de opstelling in die andere opstellingen of elementen.
visuele interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen
Invloed op de openheid
Het criterium (invloed op de) openheid heeft betrekking op beleving van de de 'vulling' van het beeld dat de waarnemer heeft. De regel windturbines in het wordt hierbij aangehouden dat naarmate een opstelling het landschap beeld minder vult en daarmee de openheid of weidsheid minder aantast, deze opstelling positiever wordt gewaardeerd dan een opstelling die het beeld meer vult. Vooral het aantal turbines is hierbij van belang.
Zichtbaarheid (en Het criterium zichtbaarheid heeft betrekking op de mate
40
beleving van de
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt verlichting)
4.3.2
waarin een opstelling van windturbines voor een windturbines in het willekeurige waarnemer zichtbaar is. Hier wordt de landschap volgende regel gehanteerd: hoe meer waarnemers de opstelling daadwerkelijk zien, hoe negatiever de beoordeling is. Dit effect kan zeer verschillend zijn op verschillende schaalniveaus. Voor de zichtbaarheid bij nacht, geldt dat windturbines met een tiphoogte hoger dan 150 meter en windturbines gelegen nabij primaire (water)wegen, luchthavens en laagvliegroutes voorzien dienen te worden van obstakelverlichting. Afhankelijk van de situatie en de toe te passen turbinetypes dient deze overdag, dan wel 's avonds en 's nachts gevoerd te worden.
Ruimtelijke kenmerken van het landschap
Het windpark valt op het hoogste schaalniveau als het ware samen met de langgerekte open ruimte die het plangebied kenmerkt. Het windpark accentueert die langgerektheid en is gekoppeld aan de belangrijkste belevingsas door het plangebied, de A28. Op het hoogste schaalniveau, dat wil zeggen op enige afstand van het plangebied, is deze samenhang vrij duidelijk waarneembaar vanaf de A28 zelf. Vanaf andere standpunten haaks op de snelweg is deze samenhang niet waarneembaar, maar wordt hij hooguit vermoed (zie Figuur 4.@). Figuur 4.@ Vanaf de A28 kijkend naar het noorden (boven, standpunt 1) en vanaf de rand van Ermelo kijkend naar het westen (onder, standpunt 5). Beide standpunten liggen op circa 2 kilometer van het plangebied [bron: Windplanner]
Op het middelste schaalniveau wordt de samenhang van het windpark met de open ruimte en de A28 duidelijker waarneembaar. Niet alleen vanaf de A28 maar ook vanuit andere punten, omdat daarvandaan ook de A28 zelf vaker te zien is op dit schaalniveau. Zie ter illustratie Figuur 4.@. Figuur 4.@ Vanaf de A28 kijkend naar het zuiden, circa 1 kilometer van het plangebied (standpunt 3) [bron: WIndplanner] HEADELEMENT (concept)
41
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Het windpark heeft op het laagste schaalniveau nauwelijks tot geen aansluiting op kleinere landschapsstructuren in het gebied, zoals de verkavelingsstructuren. Maar op het laagste schaalniveau wordt de samenhang van de opstellingen met de A28 opnieuw duidelijker waarneembaar. Dat geldt met name voor de westelijke turbines, maar iets minder voor de meest noordelijke en zuidelijke turbine, omdat die waarneembaar verder van de A28 staan dan de overige turbines in de westelijke lijn. De twee oostelijke turbines lijken zich nauwelijks iets van de aanwezige landschappelijke structuren aan te trekken en staan er enigszins verloren bij (zie Figuur 4.@). Figuur 4.@ Twee visualisaties van binnen het plangebied ter illustratie, vanaf de A28 kijkend naar het zuiden (standpunt 2, boven) en vanaf de Riebroekersteeg kijkend naar het zuidoosten (onder) [bron: Windplanner]
42
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
4.3.3
Maat, schaal en inrichting van het landschap
Op het hoogste schaalniveau, dus op grote afstand van het beoogde windpark, is de invloed van het initiatief op de openheid nog relatief gering op een lager schaalniveau wordt dat groter. Op het laagste schaalniveau neemt de invloed van het initiatief op de openheid opnieuw toe (zie figuur 4.@: hiervoor). 4.3.4
Visuele interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen
Met betrekking tot interferentie is de afstand van het windpark tot andere hoge elementen op alle schaalniveaus te groot om te leiden tot interferentie. In de ruime omgeving van het plangebied staan alleen enkele kleine turbines (bij boerderijen) van circa 15 meter hoogte. Ook de afstand tot de hoogspanningslijn Harderwijk - Ede is te groot om tot interferentie te leiden. De dichtstbijzijnde moderne windturbines staan in Zuidelijk Flevoland, op meer dan 6 kilometer afstand. 4.3.5
Cultuurhistorische achtergrond van het landschap
Het plangebied maakt onderdeel uit van het zogeheten Zuiderzeekustlandschap. Enkele delen (nabij Palmbosch aan de Zeeweg en bij Groot Dasselaar) behoren tot het Kampenlandschap. Verder vormt het plangebied min of meer één langgerekte open ruimte, nagenoeg vrij van bebouwing en opgaande beplantingen. Het plangebied ligt aan de oostkant van de A28. Deze snelweg vormt de scheidslijn tussen groene, vrij dichtbeplante recreatiegebieden aan het Nuldernauw aan de westzijde en het open agrarische gebied aan de oostzijde. De beken die vanaf het Veluwe-massief langs en door het plangebied richting het Nuldernauw lopen, zijn opgenomen in het recht toe recht aan slagenpatroon van de verkaveling. Figuur 4.@ Overzichtskaartje structuur plangebied en omgeving en standpunt Figiir 4.@ in rood [bron: topotijdreis.nl]
HEADELEMENT (concept)
43
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Figuur 4.@ Enkele bomenrij in het verder lege slagenlandschap ten westen van de Riebroeksteeg, in de verte de A28 [bron: OVSL]
4.3.6
De beleving van de windturbines in het landschap
De beleving van het windpark wordt vooral bepaald door de mate waarop het windpark zichtbaar en herkenbaar is door de waarnemer. Ondanks dat op het hoogste schaalniveau (een deel van) de opstelling schuil gaat achter andere landschapselementen, laten visualisaties dat vanuit tal van standpunten in de (ruimere) omgeving het windpark zichtbaar zal zijn. Vanaf grote open plekken in beboste omgevingen zoals de Ermelose Heide, is de zichtbaarheid sterk afhankelijk van het standpunt. Vanaf de wegen door dergelijke gebieden is het windpark vrijwel niet zichtbaar (zie onderstaande illustratie), maar op sommige plekken kan dat toch het geval zijn. Figuur 4.@ Zicht vanaf de N302 (op de Ermelose Heide) naar het oosten, circa 8 klometer van het plangebied (standpunt 6)
44
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Figuur 4.@ Kijkend vanaf de Ermelose Heide zelf naar het oosten, op circa 8 kilometer van het plangebied (3D-modellen) [bron: Windplanner]
Met name vanaf de A28 neemt de zichtbaarheid van het windpark toe op het middelhoge schaalniveau. Dit komt vooral doordat het landschap zich direct rond het plangebied als het ware opent en het windpark veel minder schuil gaat achter andere landschapselementen. Dit geldt ook voor de nachtsituatie. Doordat de afstand van de waarnemer tot het windpark op het laagste schaalniveau kleiner wordt, worden de verschillen in onderlinge afstand minder duidelijk waarneembaar. Voor de waarnemer is het namelijk minder goed in te schatten of ogenschijnlijke verschillen in onderlinge afstand ook echt verschillen in onderlinge afstand zijn. Er vindt op dit schaalniveau een zekere perspectivische vertekening plaats. De turbines horen wel duidelijker bij elkaar dan op het middelste schaalniveau. Weer neemt vanaf de A28, maar ook vanaf wegen door het plangebied heen, de zichtbaarheid van het initiatief op het laagste schaalniveau toe. Dit komt door de relatief grote openheid van het plangebied zelf en het beperkte aantal landschapselementen waarachter de opstellingen op dit schaalniveau schuil kunnen gaan. PM <5+2>
HEADELEMENT (concept)
45
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt 4.3.7
Conclusie ruimtelijk ontwerp
Een inschatting maken van het totale landschappelijke effect van het initiatief is geen kwestie van het optellen en aftrekken van plussen en minnen. Over het geheel genomen mag worden geconcludeerd dat het ruimtelijk ontwerp van het windpark van invloed is op (de beleving van) het landschap, vanwege de impact door het windpark op de visuele rust en zichtbaarheid. De effecten zijn (tot op zekere hoogte) inherent aan de ontwikkeling van windenergie in het plangebied. PM <5+2> Er is sprake van een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp.
46
HEADELEMENT (concept)
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt
Hoofdstuk 5
Toetsing aan omgevingsaspecten
5.1
Uitgangspunten
5.1.1
Algemene uitgangspunten voor toetsing omgevingsaspecten
Voorbeeldwindturbine Voor het bepalen van milieueffecten is gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaats vindt. Voor alle omgevingsaspecten worden berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst-case windturbine, dus de maximale milieueffecten. Voor het aspect geluid wordt een akoestisch realistische worst-case windturbine binnen de bandbreedte van het inpassingsplan gehanteerd, wat betekent dat deze qua bronvermogen aan de bovenkant zit (luid) van de turbineklasse voor windpark Horst en Telgt. Voor geluid is het maximale bronvermogen van de windturbine in combinatie met de maximale ashoogte bepalend. Voor de overige omgevingsaspecten geldt dat een windturbine met maximale afmetingen de worst-case situatie is, de onderzoeksconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de voorbeeldwindturbine, ongeacht hun afmetingen. Als voorbeeldturbine is in de onderzoeken uitgegaan van een windturbine met een rotordiameter van maximaal 170 meter en een tiphoogte van maximaal 250 meter (en dus een ashoogte van 165 meter), dus een windturbine met de maximale afmetingen voor rotordiameter en tiphoogte in dit inpassingsplan.
Molenaarswoning en woningen van derden Molenaarswoningen (ook wel 'woning behorende tot de sfeer van de inrichting' genoemd) zijn woningen waarbij er sprake is van een relatie tussen de eigenaar/bewoner en (de exploitant van) het windpark. Woningen van derden zijn woningen die geen relatie hebben met het windpark. Voor een molenaarswoning hoeft niet aan dezelfde norm voor geluid en slagschaduw als voor woningen van derden te worden voldaan. Vanwege de betrokkenheid van de molenaarswoning (en zijn bewoner) bij het windpark is een hogere norm dan voor woningen op derden aanvaardbaar, waarmee wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn geen molenaarswoningen aanwezig bij Windpark Horst en Telgt, alleen maar woningen van derden. 5.1.2
Algemeen kader voor lokale milieunormen
In dit inpassingsplan zijn planregels toegevoegd met eigen milieunormen voor de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid naar aanleiding van de tussenuitspraak inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. Deze paragraaf voorziet samen met bijlage @@ de uitleg en motivering van deze lokale en projectspecifieke milieunormen. Door de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ('Afdeling') inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding moeten de bepalingen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer (de 'windturbinebepalingen') buiten toepassing worden gelaten bij de beoordeling van de milieuaspecten van nog niet vergunde windparken. Derhalve heeft het bevoegd gezag besloten om voor het windpark irst en Telgt eigen normen te stellen ter vervanging van de windturbinebepalingen. In Bijlage @@ is de motivering van de in de planregels van dit inpassingsplan gestelde milieunormen opgenomen zoals die door Gedeputeerde Staten aan dit inpassingsplan zijn verbonden. In deze paragraaf wordt een samenvatting van de motivering gegeven. In paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4 wordt voor windpark Horst en Telgt in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan de gestelde normen getoetst. (Tussen)uitspraak Raad van State Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding