16.1 Bestuurlijk memorandum Advies besluitvorming windinitiatieven
Tekst van het document
27
doorlopen wordt 10. Ook is het lastig om aan de voorwaarde te voldoen die Prowind stelt om alle stakeholders meer inkomsten te kunnen laten genereren. Tot slot een kanttekening vanuit RWE t.a.v. deze variant. RWE geeft aan dat wiekoverslag optreedt voor de meest noordelijke turbine van Prowind over grond dat onder contract ligt bij RWE. Dat betekent volgens RWE dat er toestemming verleend moet worden voor deze wiekoverslag door de grondeigenaar die een contract heeft bij RWE om de meest noordelijke turbine mogelijk te maken. Dit vergt nader onderzoek, dat plaats moet vinden in het planologische traject, want wiekoverslag is afhankelijk van type windturbine en exacte locatie van de turbine. Prowind is op de hoogte van de benodigde wiekoverslag en voorziet geen risico om deze wiekoverslag mogelijk te maken. Aanbevolen wordt om wiekoverslag civielrechtelijk tussen partijen te regelen.
4.3
Samenvatting afwegingen
Onderstaand worden de voornaamste afwegingen voor variant 1 (keuze voor het initiatief van Prowind, buurtvereniging Horst en Telgt en Veluwe Energie en PutterZon) samengevat.
Voor Ruimtelijk relevante punten -
-
met het groter aantal mogelijke turbines in het initiatief van Prowind (7 in totaal) kan de gemeente Ermelo (en in beperktere mate de gemeente Putten) een groter deel van haar energieopgave realiseren, wat de mogelijkheid biedt om andere gebieden te vrijwaren voor windturbines. Het gebied komt uit de concept-RES ook als één van de weinige geschikte gebieden voor grootschalige windenergie naar voren, hetgeen maakt dat het nog belangrijker wordt om het gebied zo optimaal mogelijk te benutten voor de opwek van windenergie in de regio, omdat andere locaties in mindere mate of niet geschikt zijn. het huidige initiatief van Prowind levert de grootste energieopbrengst op. De indicatieve bruto jaarlijkse opbrengst van windpark Horst en Telgt (Prowind) bedraagt 115.000175.000 MWh, tegenover een indicatieve opbrengst van 51.000-80.000 MWh van het huidige initiatief van RWE.
Overige punten met betrekking tot financiën, participatie en samenwerking Participatie •
samenwerking met 20 grondeigenaren, omwonenden en energiecoöperaties Veluwe Energie en PutterZon
•
er heeft communicatie plaatsgevonden met en er is draagvlak bij (een substantieel deel van de) belanghebbenden in het gebied
Omdat met 3 extra grondeigenaren (en eventueel ook RWE) meer partijen een vergoeding willen ontvangen en er niet meer turbines geplaatst kunnen worden of meer elektriciteit kan worden opgewekt, worden de opbrengsten voor de stakeholders minder. Anders gezegd: de taart wordt niet groter en moet met meer partijen gedeeld worden.
10
28
Doorlooptijd •
verst gevorderd in de voorbereiding m.b.t. participatie en lokaal eigendom
•
er gaat geen tijd verloren om tot samenwerkingsafspraken te komen en er is geen risico dat partijen niet tot samenwerkingsafspraken komen a.g.v. het wantrouwen vanuit Prowind, buurtverenging, Veluwe Energie en PutterZon jegens RWE
Tegen Ruimtelijk relevante punten •
er is naar verwachting een hogere geluidbelasting op woningen dan bij het initiatief van RWE, omdat turbines dichterbij woonbebouwing in de omgeving van met name de Riebroekseweg zijn voorzien. Mochten de twee voor geluid kritische turbines (de twee oostelijk gelegen) niet worden gerealiseerd, dan blijft er echter nog steeds een initiatief over waarbij er een turbine meer gerealiseerd kan worden dan bij RWE het geval is (vijf om drie à vier);
•
landschappelijk gezien is een enkele lijn te prefereren boven een dubbele lijn, maar vanwege de dubbele lijn (in feite twee extra turbines) is de noodzaak er niet of minder om ook andere gebieden te voorzien van windturbines, hetgeen ook landschappelijke impact heeft.
•
er is naar verwachting – zij het zeer beperkt, maximaal één tot enkele procenten meer elektriciteit op te wekken door turbines efficiënter te positioneren met gebruikmaking van de gronden die onder contract staan van RWE;
Overige punten met betrekking tot financiën, participatie en samenwerking •
4.4
RWE en een drietal grondeigenaren in het gebied onder contract van RWE profiteren in de huidige opzet niet mee in tegenstelling tot hun collega-grondeigenaren in het gebied onder contract van Prowind.
Reflectie o.b.v. criteria beleidskader grootschalige energie
Onderstaande thema’s komen voort uit de beleidskaders van beide gemeenten. Per thema worden beide initiatieven geduid. Wanneer een thema voor de vergelijking van beide initiatieven niet relevant is wordt dit kort onderbouwd. In de kop bij elk thema wordt verwezen naar de nummering conform de kadernotitie die in bijlage 3 is opgenomen.
Algemene uitgangspunten • Vigerend beleid (uitgangspunt 1 kadernotitie) De ingediende initiatieven zijn in dit advies getoetst aan het vigerende beleid en aan de criteria conform het Handboek Risicozonering Windturbines.
29
• Geen uitsluiting en geen taakstelling (uitgangspunt 2 kadernotitie) Hoewel beide initiatieven enkel uitgaan van de realisatie van windenergie d.m.v. windturbines, bestaat de mogelijkheid om dit in de toekomst uit te breiden met zonne-energie. Met het oog op de aan te leggen (kostbare) energie-infrastructuur kan zonne-energie een aantrekkelijke en waardevolle toevoeging zijn. Het feit dat de zon veelal energie levert wanneer het niet waait en andersom zorgt voor een meer uitgebalanceerde en hogere energieopbrengst en een betere benutting van de infrastructuur. Dit leidt echter niet tot een onderscheid in de initiatieven zoals deze nu zijn opgesteld en worden beoordeeld. Wat betreft een taakstelling per energiebron, zoals aantal ha zon of aantal windturbines, is geen sprake. Ook dit leidt niet tot een onderscheid tussen beide initiatieven. • Realisatietermijn (uitgangspunt 3 kadernotitie) Prowind is verder met haar initiatief dan RWE. Dit betekent dat de realisatietermijn van Prowind naar verwachting korter is. Het beleidskader geeft aan uit dat projecten met een realisatietermijn <5 jaar de voorkeur krijgen boven projecten met een realisatietermijn >5 jaar. Indien het initiatief van Prowind groen licht krijgt, dan is een realisatietermijn van circa 3 à 4 jaar realistisch (start planologische procedure tot onherroepelijke omgevingsvergunning).
Bij optie 2, waarin een samenwerking dient te worden geregeld, zal er naar verwachting wat tijd over heen gaan om tot afspraken te komen. Het is lastig om dit te kwantificeren, maar wanneer de wensen van partijen uiteenlopen is het niet de verwachting dat dit een kwestie is van weken, maar zal dit eerder een kwestie zijn van maanden of zelfs een langere periode.
Maatschappelijke uitgangspunten • Maatschappelijk draagvlak en communicatie (uitgangspunt 4 en 5 kadernotitie) Zie hiervoor ook het punt Lokaal eigenaarschap. In de presentaties tijdens de bijeenkomst in de raadzaal van de gemeente Putten heeft Prowind laten zien uitgebreid aandacht te hebben besteed aan de communicatie met omwonenden via persoonlijke gesprekken, gezamenlijke bijeenkomsten en informatieavonden. Ook heeft Prowind overeenkomsten met twintig grondeigenaren. RWE heeft dit niet op eenzelfde wijze kunnen aantonen. Deze partij heeft overeenkomsten met drie grondeigenaren. Wel heeft RWE aangegeven een brede samenwerking te willen aangaan en met de omwonenden van het project in gesprek te willen gaan. Lokaal eigenaarschap in het project (participatie) (uitgangspunt 6, 7, 8 en 10 kadernotitie) Dit onderdeel is in het plan van Prowind volledig uitgewerkt en doorgenomen met alle betrokken grondeigenaren. Het voldoet aan de eisen die beide gemeenten aan participatie stellen, in lijn •
met het Klimaatakkoord. In het geval van Prowind is bekend dat dit via de instelling van een gebiedsfonds zal plaatsvinden. RWE heeft hierover nog geen uitgewerkt plan. Gezien het feit dat Prowind meer turbines plaatst en dus meer inkomen genereert, kan worden geconcludeerd dat de maatschappelijke impact in potentie groter is dan die bij RWE als het gaat om revenuen. RWE heeft aanvankelijk een voorstel aan de buurtvereniging gedaan dat terzijde is geschoven. Dit was in de periode voor de participatie-eisen vanuit het Klimaatakkoord en vanuit de gemeentelijke beleidskaders. Het onderdeel participatie conform de huidige inzichten is nog niet uitgewerkt. RWE geeft aan te willen voldoen aan de criteria van beide gemeenten.
30
In het verleden zijn drie grondeigenaren een verbintenis aangegaan met RWE. Het afgelopen jaar zijn, vooral door de inzet van de buurtvereniging, 20 grondeigenaren een verbintenis aangegaan met Prowind. De verhouding tussen beide groepen grondeigenaren is door de gang van zaken en met wederzijdse verwijten verslechterd. In een optimale situatie zouden alle betrokken grondeigenaren participeren in een lokaal windenergieproject. Wanneer wordt gekozen om medewerking te verlenen aan het initiatief van Prowind, dan is het advies om voor het verbeteren van het onderlinge vertrouwen tussen grondeigenaren te verkennen of de grondeigenaren die een contract met RWE hebben gesloten onderdeel kunnen worden van het initiatief van Prowind. Daarvoor is dan wel nodig dat de drie grondeigenaren onder contract van RWE de vrijheid krijgen om zich aan te sluiten bij het initiatief van Prowind en dat Prowind en de buurtvereniging de ruimte bieden om hen op te nemen in hun initiatief. Momenteel hebben Prowind, buurtvereniging en RWE aangegeven géén voorstander te zijn van het voorgaande. Een dergelijke samenwerking komt dan ook niet vanzelf tot stand. Economische impact / Effect op lokale werkgelegenheid van het project (uitgangspunt 9 en 10 kadernotitie) Kwalitatief: welke onderdelen van het werk ten gunste komen van lokale ondernemers is niet in beeld gebracht.
Wel is het lokale netwerk van Prowind steviger dan dat van RWE. Kwantitatief: hoe meer turbines, hoe meer werkgelegenheid. In dat opzicht biedt Prowind in theorie meer werkgelegenheid dan RWE. •
Ruimtelijke uitgangspunten • Aansluiting op infrastructuur (uitgangspunt 11 kadernotitie) Beide initiatieven zijn gelegen langs de A28 en sluiten derhalve aan op infrastructuur. Wel is de mate van aansluiting verschillend tussen een enkele lijn (RWE) of een dubbele lijn (Prowind). Zie verder hierna bij ‘landschappelijke waarden’. • Multifunctionaliteit (uitgangspunt 12 kadernotitie) Niet relevant voor deze vergelijking. Hierin onderscheiden beide initiatieven zich niet. De mogelijke combinatie met zonnepanelen wordt in beide initiatieven niet uitvoerig genoemd. Wel wordt de mogelijkheid voor zonne-energie bij het initiatief van RWE open gehouden. • Landschappelijke waarden (uitgangspunt 13 kadernotitie) De landschappelijke impact moet worden beoordeeld door de medewerker(s) ruimtelijke ordening van bevoegd gezag. Op voorhand is aan te geven dat lijnopstellingen van windturbines vanuit landschappelijk oogpunt de voorkeur krijgen boven een opstelling met bijvoorbeeld een tweede lijn. Een dubbele rij heeft naar verwachting een groter nadelig effect op de beeldkwaliteit van het landschap. Landschappelijke kwaliteit is hier dus strijdig met het maximeren van de te realiseren energieopwekking door het plaatsen van een tweede rij. Dit laatste is het geval bij het plan van Prowind. RWE gaat uit van een lijnopstelling.
Daarnaast kan gesteld worden dat door realisatie van een groter aantal turbines in het initiatief van Prowind andere locaties in de gemeenten gevrijwaard kunnen blijven van windturbines (concentratiegedachte), hetgeen ook een landschappelijk effect heeft. • Tijdelijk bestemmen (uitgangspunt 14 kadernotitie) Niet relevant voor deze vergelijking.
31
• Meerdere initiatiefnemers (uitgangspunt 15 kadernotitie) De gemeente Ermelo geeft aan dat zij graag een samenwerking ziet ontstaan wanneer meerdere initiatiefnemers zich binnen eenzelfde gebied bevinden. Dit advies heeft de mogelijkheden en de meerwaarde daartoe onderzocht en komt tot de conclusie dat een samenwerking in dit geval niet tot de meest optimale oplossing leidt.
Verdere uitwerking • Bijdrage aan energiedoelstelling (uitgangspunt 16 kadernotitie) De bijdrage aan de energiedoelstelling is in het geval van Prowind (indicatieve bruto jaaropbrengst 115.000-175.000 MWh) groter dan die van RWE (indicatief 51.000-80.000 MWh). Kijkend naar de ruimtelijke inpassing en het benutten van de maximale mogelijkheden van het studiegebied voor windenergie is de conclusie dat RWE hier met de huidige drie grondposities beperkter invulling aan kan geven dan Prowind. RWE heeft de wens en de ambitie om het aantal contracten en grondposities uit te breiden, maar de praktijk laat zien dat alle of vrijwel alle grondposities in het gebied toebehoren aan de grondeigenaren die samenwerken met Prowind. Zie de kaarten in hoofdstuk 4, waar op kaart 4.1 de grondposities onder contract van Prowind zijn weergegeven en op kaart 4.2 de grondposities onder contract van RWE. Prowind heeft de potentie voor windenergie op het Ermelose grondgebied maximaal ingevuld met zes locaties voor windturbines. RWE heeft een grondpositie net over de grens in de gemeente Putten die de bouw van een zevende windturbine mogelijk maakt. Inmiddels heeft Prowind aangrenzend echter eveneens een grondpositie verworven, wat betekent dat Prowind haar initiatief van zes turbines heeft uitgebreid tot zeven turbines zonder daarbij gronden van RWE nodig te hebben.
Hiertoe heeft Prowind een nieuw principeverzoek ingediend, waarin deze extra turbinelocatie is opgenomen. Ook wanneer niet gekozen wordt voor een tweede rij (de oostelijke turbines) van het initiatief van Prowind bestaat het initiatief van Prowind uit tenminste een turbine meer dan RWE kan bieden, namelijk vijf om drie à vier.
32
5.
Vervolgproces
Dit hoofdstuk gaat in op de verdere uitwerking van de plannen in een gebiedsproject. Dit proces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: 1. Reactie op de ingediende principeverzoeken; 2. Uitwerking van het windplan; 3. Start planologische procedure en vergunningen, inclusief eventueel m.e.r. 4. Start bouw en exploitatie. Deze stappen worden één voor één hierna toegelicht.
5.1
Reactie op de ingediende principeverzoeken
Er zijn in totaal vijf principeverzoeken ingediend: •
Er is voor het initiatief van Prowind in samenwerking met de buurtverenging Horst en Telgt en Veluwe Energie (en inmiddels ook PutterZon) een verzoek ingediend voor 7 turbines op gemeentegrond van de gemeenten Ermelo en Putten (op 28 juli 2020). Dit is een actualisatie van het eerder ingediende verzoek van d.d. 23 januari 2020, dat nog uitging van 6 turbines op uitsluitend gronden gelegen binnen de gemeente Ermelo;
•
RWE heeft op 10 oktober 2019 een principeverzoek ingediend voor drie à vier windturbines in de gemeente Ermelo en Putten;
•
Voordijksewind heeft op 30 juli 2019 een principeverzoek ingediend voor 4 windturbines in de gemeente Putten. Voor een herzien plan voor het windpark, Windpark Putten genaamd, is op 21 september 2020 een nieuw principeverzoek ingediend.
Er zal vanuit de gemeente Putten en Ermelo een brief gestuurd moeten worden als inhoudelijke reactie op de ingestuurde principeverzoeken. In het vorige hoofdstuk is het inhoudelijke advies opgenomen: medewerking verlenen aan het principeverzoek van Prowind, buurtvereniging en Veluwe Energie (en inmiddels ook PutterZon) en het principeverzoek van RWE onderbouwd afwijzen. Het principeverzoek van Windpark Putten inclusief de uitgevoerde haalbaarheidsanalyse, moet ambtelijk beoordeeld worden. Met name omdat twee van de drie turbines zijn gepland buiten het studiegebied, moet het principeverzoek worden getoetst aan onder andere natuurbeleid, landschapsbeleid en ruimtelijk ordeningsbeleid. Uit de haalbaarheidsanalyse volgt dat er vanuit milieutechnisch oogpunt beperkt ruimte is voor windturbines in het gebied en het vanuit dat oogpunt logisch is om meer naar het zuiden te kijken. Wel resteert er nog een kanttekening dat de noordelijkste turbine op relatief korte afstand van bebouwing staat. Daarbij is het van belang om duidelijk te maken wie als bevoegd gezag optreedt voor het vervolgproces. Bij windparken met een omvang van meer dan 5 MW aan vermogen, hetgeen het geval is bij elk van de recente initiatieven, is de provincie Gelderland bevoegd gezag. Zij zal,
33
wanneer zij het eens is met de gemaakte keuzes, op verzoek haar bevoegdheid overdragen aan beide gemeenten. Voor initiatieven die gemeentegrensoverschrijdend zijn, is die gemeente bevoegd waar in hoofdzaak het windpark is gelegen doorgaans de coördinerende partij. Dit is dus de gemeente Ermelo als het gaat om het initiatief van Prowind. Beide gemeenten zullen echter aan de provincie Gelderland moeten vragen om de bevoegdheid van de provincie over te nemen, aangezien elk verantwoordelijk is voor haar eigen grondgebied. De provincie zal eventueel aan deze overdracht van bevoegdheid voorwaarden stellen, zoals het inzetten van een coördinatieregeling zodat procedures gecoördineerd kunnen worden uitgevoerd. Uiteraard staat de bevoegdheid los van wensen over afstemming, waarbij het is aan te bevelen om zowel tussen gemeenten Ermelo en Putten alsmede met de provincie afstemming te zoeken.
5.2
Uitwerking van het windplan
Nadat er medewerking is verleend aan het principeverzoek, zal het plan voor het windpark uitgewerkt gaan worden. Denk daarbij aan het verder concretiseren van participatie in een communicatie- en participatieplan. Vanuit de gemeenten is het aan te bevelen om initiatiefnemer te vragen om een uitgewerkt plan, waarin de initiatiefnemer wordt gevraagd om in te gaan op de specifieke uitganspunten uit het Beleidskader grootschalige energieopwekking Ermelo en Putten, samengevat in de kadernotitie die als bijlage bij dit advies is gevoegd. Het genoemde communicatie- en participatieplan is daar onderdeel van. Dit verzoek aan initiatiefnemer kan prima opgenomen worden in de reactie op het principeverzoek (zie stap hiervoor). Het is aan te bevelen om initiatiefnemer tevens te vragen om eventuele showstoppers van het project met enige urgentie nader te onderzoeken. Dat zijn die aspecten die in potentie kunnen leiden tot het niet kunnen doorgaan van het windpark. Zie voor de technisch-inhoudelijke aspecten die aandacht vragen de haalbaarheidsanalyses die zijn uitgevoerd in de bijlagen. Een voorbeeld is het effect op defensieradar. Deze fase is niet los te zien van de volgende fase, waarin de formele procedures gaan starten om het windpark planologisch mogelijk te maken en de benodigde vergunningen te regelen.
Zo is het ook goed voorstelbaar dat de uitwerking van het windpark en bijbehorend onderzoek juist een plaats krijgt in de volgende fase. Het is in deze fase zeer aan te bevelen om een intensieve samenwerking aan te gaan tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag. Vanuit het bevoegd gezag zal in elk geval het volgende geregeld moeten worden in deze fase: •
•
Voldoende capaciteit (in uren en expertise) voor de ambtelijke organisatie om: o het proces te ondersteunen zodat het windpark zodanig wordt ontwikkeld om tegemoet te komen aan de gemeentelijke kaders, zoals bijvoorbeeld een goede afstemming met de omgeving; o het windplan te kunnen toetsen in het kader van de planologische procedure; o het windplan te kunnen toetsen in het kader van de omgevingsvergunning;
Afspraken over de ontwikkeling van het windpark vastleggen met initiatiefnemer in een anterieure overeenkomst. Dit is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de
34
ontwikkelende partij zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten van bijvoorbeeld het opstellen van het bestemmingsplan. •
Voorkeur om samen met de initiatiefnemer te komen tot een planning (afhankelijk van diverse nog te maken keuzes) en inzicht in de te doorlopen procedures. Denk hierbij aan het al dan niet coördineren van besluiten middels een coördinatiebesluit, doorlopen van een (vrijwillige) m.e.r.-procedure, het opstellen van een bestemmingsplan of afwijken van het bestemmingsplan middels omgevingsvergunning en ontheffing (en/of vergunning) in het kader van de Wet natuurbescherming (provincie bevoegd gezag).
5.3
Start planologische procedure en vergunningen, inclusief eventueel m.e.r.
Om het windpark mogelijk te maken zal een planologische procedure doorlopen moeten worden en zullen vergunningen verleend moeten worden. Hiervoor is hierover al e.e.a. genoemd, maar de belangrijkste zijn: •
Het aanpassen van het bestemmingsplan (of afwijken van het bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning);
•
Omgevingsvergunning;
•
Ontheffing (en/of vergunning) Wet natuurbescherming;
•
Watervergunning.
Er moet eventueel een m.e.r.-procedure worden doorlopen voor het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning, afhankelijk van uitkomst van de m.e.r.-beoordeling en het te doorlopen proces (aanpassing bestemmingsplan of afwijken van het bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning).
5.4
Start bouw en exploitatie
Nadat het windpark planologisch is mogelijk gemaakt en de benodigde vergunningen zijn verleend, kan gestart worden met de bouw en vervolgens de exploitatie van het windpark. Einde hoofdtekst.
BIJLAGEN 1 2 3 4 5
Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windpark Putten (Prowind) Kadetnotitie: samenvatting beleidskader grootschalige energieopwekking gemeente Ermelo en Putten Weergave gespreksronden 1 en 2 noordelijk deel studiegebied Weergave gespreksronden 1 en 2 zuidelijk deel studiegebied
35
36
719228 10 februari 2021
BIJLAGE 1: RUIMTELIJKTECHNISCHE HAALBAARHEIDSANALYSE WINDENERGIE STUDIEGEBIED A28 PUTTEN ERMELO Gemeenten Ermelo en Putten Definitief
Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550 AN Hengelo Telefoon (074) 248 99 40
Documenttitel
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo
Soort document
Definitief
Datum
10 februari 2021
Projectnummer
719228
Opdrachtgever
Gemeenten Ermelo en Putten
Auteurs
Sergej van de Bilt en Jorick Amsman, Pondera Consult Eric Veltink, projectmanager windenergie RES Noord Veluwe
Vrijgave
Sergej van de Bilt, Pondera Consult
Pondera Consult
1
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding
3
1.1
Aanleiding en doel
3
1.2
Studiegebied
3
1.3
Leeswijzer
3
2
Uitgangspunten
5
2.1
Inleiding
5
2.2
Noordelijk studiegebied
5
2.3
Zuidelijk studiegebied
6
2.4
GO en GNN
7
2.5
Overige aspecten
7
3
Haalbaarheidskaarten
9
3.1
Inleiding
9
3.2
Haalbaarheidskaart noordelijk studiegebied
9
3.3
Haalbaarheidskaart gehele studiegebied met ‘grote’ turbines
12
3.4
Haalbaarheidskaart zuidelijk studiegebied
14
3.5
Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone en Natura 2000
16
3.6
Luchtvaart
18
3.7
Archeologie
19
3.8
Straalpaden
22
4
Conclusie
25
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
2
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
3
1
INLEIDING
1.1 Aanleiding en doel Er zijn meerdere principeverzoeken voor windturbines binnengekomen bij de gemeenten Ermelo en Putten. Voorliggende ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse is opgesteld om deze principeverzoeken te kunnen beoordelen op ruimtelijk-technische haalbaarheid. Ook dient deze analyse om optimalisatiemogelijkheden in ruimtelijke zin te kunnen verkennen in het studiegebied (zie hierna) voor windturbines langs de A28. Het is daarbij goed om te weten dat deze analyse niet compleet is en er aspecten zijn die nadere studie vergen, voordat windenergie mogelijk kan worden gemaakt in het gebied. Een belangrijk aspect is de defensieradarverstoring: elk initiatief zal getoetst dienen te worden op radarverstoring. Een ander belangrijk aspect is het effect op ecologie en landschap. Er zal van elk initiatief in beeld gebracht dienen te worden in hoeverre effecten op ecologie en landschap zijn te verwachten. Daarbij is het goed om te benadrukken dat de turbineposities uit de principeverzoeken nog niet definitief in detail bepaald zijn.
1.2 Studiegebied Op kaart 1.3 is het studiegebied weergegeven. Het studiegebied is het gebied dat is onderzocht op (on)mogelijkheden voor windturbines. Het studiegebied is aan de westelijke kant begrensd door de snelweg A28. Aan de noordelijke zijde is besloten de grens te trekken op een redelijke afstand van de initiatieven van RWE en Prowind en de buurtvereniging Horst en Telgt. Voor de oostelijke grens zijn een aantal gemeentelijke wegen genomen, hierbij is gelet of het studiegebied overeenkomt met de huidige functie. De zuidelijke grens is gehanteerd aan gemeentelijke wegen en het initiatief van Voordijksewind. De initiatieven zijn tevens op kaart 1.3 gepresenteerd.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt kort ingegaan op de uitgangspunten voor de haalbaarheidsanalyse. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens door middel van een aantal kaarten de mogelijkheden voor windenergie weer. Hoofdstuk 4 sluit deze analyse af met een weergave van de conclusies.
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
4
Kaart 1.3: studiegebied + de drie initiatieven voor windenergie
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
5
2
UITGANGSPUNTEN
2.1 Inleiding De twee initiatieven in het noordelijk deel van het studiegebied gaan uit van relatief grote turbines. Het initiatief in het zuidelijk deel van het studiegebied (Voordijksewind) gaat uit van ‘kleinere’ turbines. Omdat de afmetingen van de turbines in grote mate bepalen welke mogelijkheden er in het studiegebied zijn voor windturbines, is onderscheid gemaakt in een analyse voor het noordelijk en zuidelijk deel van het studiegebied. Dit onderscheid wordt dan ook in paragraaf 2.2 en 2.3 aangehouden. Daarnaast zijn er aspecten die de haalbaarheid van windturbines bepalen die minder afhankelijk zijn van de afmetingen van windturbines. In paragraaf 2.4 gaat het dan over het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO). Paragraaf 2.5 gaat over de overig beschouwde aspecten als luchtvaart, straalpaden en archeologie.
2.2 Noordelijk studiegebied Initiatiefnemers Prowind en RWE gaan in hun principeverzoeken uit van relatief ‘grote’ turbines in het noordelijk deel van het studiegebied. Om de haalbaarheid van deze ‘grote’ turbines in beeld te brengen, zijn afstanden tot geluidgevoelige objecten (met name woningen) en infrastructuur aangehouden. Deze afstanden zijn opgenomen in tabel 1. Als uitgangspunt is hierbij een turbine gehanteerd met een ashoogte van 120 meter en een rotordiameter van 160 meter (en daarmee een tiphoogte van 200 meter). Deze afmetingen bepalen namelijk de afstanden in tabel 1. Deze afmetingen komen overeen met een variant uit het initiatief van RWE. Ook grotere turbines worden als optie genoemd in het principeverzoek van RWE en ook in het meest recente principeverzoek van Prowind zijn de turbines groter (tot 250 meter tiphoogte). Ook slagschaduw is een factor van belang. In de praktijk kan echter vrijwel altijd aan de normen voor slagschaduw worden voldaan met behulp van een stilstandvoorziening op de windturbine. De afstand die aangehouden dient te worden voor geluid zorgt er tevens voor dat de meeste slagschaduw wordt voorkomen. Slagschaduw wordt derhalve verder niet in deze analyse meegenomen. Andere dan genoemde afmetingen zijn in de praktijk ook mogelijk, maar dan kunnen aan te houden afstanden tot bijvoorbeeld infrastructuur wel wijzigen.
Met andere afmetingen komen de haalbaarheidskaarten er dan ook wat anders uit te zien. De verwachting is dat de gehanteerde afmetingen van de turbines het benodigde inzicht biedt. Tabel 1. Infrastructuur-objecten en bijbehorende effectafstanden bij 120m ashoogte en 160m rotordiameter (o.a. conform Handboek Risicozonering Windturbines) Object
Toetsafstand (m)
Toelichting
Gevoelig (o.a. woningen)
400
Vuistregel m.b.t. geluid voor deze turbinegrootte. Is indicatief, geen harde grens. Op basis van geluidberekeningen is exact te bepalen welke afstand is benodigd.
Kwetsbaar (o.a. scholen)
80
PR=10-5. Vuistregel: halve rotordiameter cf Handboek Risicozonering Windturbines
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
6
Object
Toetsafstand (m)
Toelichting
Beperkt kwetsbaar (o.a. individuele woningen)
200
Ashoogte + halve rotordiameter OF werpafstand bij nominaal toerental cf Handboek Risicozonering Windturbines
Buisleidingen
200
Ashoogte + halve rotordiameter OF werpafstand bij nominaal toerental cf Handboek Risicozonering Windturbines
Snelwegen
100(80+20)
Halve rotordiameter (vanaf rand van de weg) cf Handboek Risicozonering Windturbines en 20 m vanwege mogelijke wegverbreding/rijksgrond naast weg
Spoorwegen
nvt
Halve rotordiameter + 7,85m cf Handboek Risicozonering Windturbines
Hoogspanning
nvt
Ashoogte + halve rotordiameter cf Handboek Risicozonering Windturbines
2.3 Zuidelijk studiegebied Voor het zuidelijke studiegebied zijn toetsafstanden genomen die worden toegelicht in tabel 2. Deze verschillen van de tabel hiervoor, omdat het initiatief van Voordijksewind in dit deel van het studiegebied uitgaat van relatief kleine turbines. Deze initiatiefnemer wil gebruik maken van kleine turbines. Wij hebben hiervoor een ashoogte van 69 meter en een rotordiameter van 61 meter gehanteerd, conform het principeverzoek van Voordijksewind. Andere afmetingen leiden ook hier tot andere uitkomsten uiteraard. In tabel 2 hieronder worden de toetsafstanden verder toegelicht: Tabel 2. Infrastructuur-objecten en bijbehorende effectafstanden bij 69m ashoogte en 61m rotordiameter (conform Handboek Risicozonering Windturbines) Object
Toetsafstand (m)
Toelichting
Gevoelig (o.a. woning)
230
Expert judgement m.b.t. geluid voor deze turbinegrootte. Is indicatief, geen harde grens. Op basis van geluidberekeningen is exact te bepalen welke afstand is benodigd.
Kwetsbaar (o.a. scholen)
100
Ashoogte + halve rotordiameter OF werpafstand bij nominaal toerental cf Handboek Risicozonering Windturbines
Beperkt kwetsbaar (o.a. individuele woningen)
31
PR=10-5. Vuistregel: halve rotordiameter cf Handboek Risicozonering Windturbines
Buisleidingen
100
Halve rotordiameter (vanaf rand van de weg) cf Handboek Risicozonering Windturbines
Snelwegen
51(31+20)
Halve rotordiameter (vanaf rand van de weg) cf Handboek Risicozonering Windturbines en 20 m vanwege mogelijke wegverbreding/rijksgrond naast weg
Spoorwegen
nvt
Halve rotordiameter + 7,85m cf Handboek Risicozonering Windturbines
Hoogspanning
nvt
Ashoogte + halve rotordiameter cf Handboek Risicozonering Windturbines
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
7
2.4 GO en GNN In en nabij het studiegebied liggen gebieden die vanuit provinciaal natuurbeleid relevant zijn. De provincie Gelderland heeft haar natuurbeleid uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het Gelders Natuurnetwerk is per deelgebied gedefinieerd in kernkwaliteiten. Daarnaast is binnen de provincie sprake van de Groene Ontwikkelingszone (GO) die uit alle gebieden binnen de voormalige Gelderse Ecologische hoofdstructuur (EHS) bestaat die niet als natuur zijn bestemd. In het GNN zijn geen windturbines mogelijk, tenzij: ο
er geen reële alternatieven aanwezig zijn;
ο
sprake is van redenen van groot openbaar belang;
ο
de negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt;
ο
en de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd.
In gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied; evenals in de GNN geldt ook hier het 'nee, tenzij'principe. Natura 2000-gebieden liggen in GNN en daarvoor gelden dus dezelfde provinciale regels.
2.5 Overige aspecten 2.5.1 Luchtvaart Vanuit luchtvaart kunnen hoogtebeperkingen gelden voor windturbines. Deze eventuele beperkingen zijn opgevraagd bij IL&T en LVNL, om te bezien of deze consequenties hebben op de plaatsing van windturbines in het studiegebied.
2.5.2 Archeologie Voor het aspect archeologie is de indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) en de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geraadpleegd. Ze geven aan welke gebieden een hoge, middelhoge, lage of zeer lage trefkans op archeologisch waardevolle 1 resten in de bodem hebben en waar zich archeologische monumenten (terreinen) bevinden. Terreinen die aangeduid zijn als archeologische monument kennen geen instandhoudingsplicht, maar wel regels voor een wijziging of aanpassing. Zo is er voor het verstoren van een archeologisch rijksmonument (ook onder water) altijd een monumentenvergunning nodig. Bijvoorbeeld wanneer er bouwplannen zijn of plannen om het monument opnieuw in te richten.
Archeologische waardevolle resten zijn overblijfselen (in het landschap) van menselijke activiteiten uit het verleden.
1
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
8
2.5.3 Straalpaden Een straalpad is een draadloze verbinding tussen twee plaatsen, waartussen transport van spraak-, data-, radio- en tv-signalen plaatsvindt. De twee connectiepunten van een dergelijke verbinding moeten ‘in zicht’ van elkaar staan. Dat betekent dat het pad vrij moet zijn van fysieke obstakels. De aanwezigheid van windturbines kan de signaaloverdracht van straalpaden verstoren of verzwakken. Er is sprake van een effect op straalpaden indien de mast van een windturbine in een straalpad wordt geplaatst, of wanneer er wiekoverdraai met het straalpad plaatsvindt. In het laatste geval is er alleen sprake van een mogelijk effect als de hoogte van het straalpad zich tussen de tiphoogte en tiplaagte van de windturbine bevindt.
2.5.4 Defensie In een straal van 75 km vanaf een radarpost heeft een bouwwerk van een bepaalde hoogte een verklaring van geen bezwaar van het Ministerie van Defensie nodig. Vanwege de hoogte van de turbines én vanwege de ligging van het studiegebied binnen 75 kilometer van radarposten van Defensie is dus een verklaring van Defensie nodig. Op basis van een verstoringsberekening zal door TNO inzichtelijk gemaakt moeten worden in hoeverre de dekkingsgraad van de radarpost wordt beïnvloed. De vereiste dekkingsgraad is minimaal 90%. Indien de dekkingsgraad boven de 90% ligt, zal Defensie de verklaring van geen bezwaar in principe afgeven.
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
9
3
HAALBAARHEIDSKAARTEN
3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de aspecten uit het voorgaande hoofdstuk op kaart gepresenteerd. Zo wordt duidelijk waar mogelijkheden voor windenergie in het gebied zijn en of er ruimtelijke optimalisatiemogelijkheden bestaan. In paragraaf 3.2 wordt voor het noordelijk deel van het studiegebied de mogelijkheden weergegeven, uitgaande van relatief grote turbines overeenkomstig de initiatieven van RWE en Prowind, rekening houdend met de belangrijkste belemmeringen vanuit windenergie. Paragraaf 3.3 geeft de mogelijkheden weer voor het gehele studiegebied, uitgaande van relatief grote turbines. Paragraaf 3.4 geeft de mogelijkheden in het zuidelijk deel van het studiegebied weer, uitgaande van relatief kleine turbines overeenkomstig het initiatief van Voordijksewind. Paragraaf 3.5 tot en met 3.8 gaan over die aspecten die eerder nog niet expliciet op kaart zijn weergegeven, maar die wel als aandachtspunt voor het vervolg bekeken moeten worden. Het gaat dan concreet over ecologie (3.5), luchtvaart (3.6), archeologie (3.7) en straalpaden (3.8).
3.2 Haalbaarheidskaart noordelijk studiegebied Op de volgende kaart is weergegeven in blauw waar mogelijkheden bestaan voor relatief grote windturbines. Hierbij is rekening gehouden met een afstand tot geluidgevoelige objecten (met name woningen) en afstand tot infrastructuur (A28, buisleiding). Te zien is dat de turbines van Prowind gepland zijn in het blauwe gebied dat kansrijk is voor relatief grote windturbines, zij het soms op de grens. Dat betekent dat enkele geluidgevoelige objecten op 400 meter van de geplande turbines zijn gelegen. Uit nader akoestisch onderzoek zal moeten blijken of deze afstand afdoende is en of er geluidmitigerende maatregelen nodig zijn aan de turbine om te voldoen aan de geluidnormen die gelden voor windturbines. Omdat RWE alleen een lijn van mogelijke posities van windturbines heeft gepresenteerd, kan niet op turbinepositieniveau beoordeeld worden of voldaan kan worden. Wel ligt de lijn in het blauwe gebied, dat kansrijk is voor relatief grote turbines, met uitzondering van een gedeelte van de lijn in het noorden.
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
10
Kaart 3.2a Haalbaarheidskaart noordelijk studiegebied met relatief grote turbines (200 meter tiphoogte)
Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheden als één of enkele woningen als molenaarswoning in het gebied bij een windpark kan worden aangemerkt. Belangrijk hierbij is te vermelden dat het hier slechts om het identificeren van kansen voor windenergie gaat en bereidwilligheid van
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
11
de betreffende woningeigenaren noodzakelijk is. Op kaart 3.2b hebben we de mogelijkheden gegeven indien woning D (zie kaart 3.2b) als molenaarswoning fungeert en deze woning niet meer als geluidgevoelig behoeft te worden aangemerkt (veiligheidshalve is een contour van 200 meter om woning D aangehouden). Er zou dan één turbine extra geplaatst kunnen worden ten zuidwesten van woning D. De mogelijkheden aan de oostzijde van woning D zijn beperkter, door de aanwezigheid van de buisleiding aldaar en de woningen ten oosten. Opgemerkt dient te worden dat het aanwijzen van molenaarswoning aan regels is gebonden en dat er recent jurisprudentie is over de strikte voorwaarden om woningen als molenaarswoning van een windpark te kunnen aanwijzen 2.
Zie voor meer informatie bijvoorbeeld https://ponderaconsult.com/molenaarswoningen-bij-windparkenoplossing-of-probleem/
2
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
12
Kaart 3.2b: Haalbaarheidskaart noordelijk studiegebied met relatief grote turbines (200 meter tiphoogte) met gebruik making van een molenaarswoning (woning D)
3.3 Haalbaarheidskaart gehele studiegebied met ‘grote’ turbines Ook voor het hele studiegebied zijn mogelijkheden weergegeven van relatief grote turbines.
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
13
Kaart 3.3 Haalbaarheidskaart gehele studiegebied met relatief grote turbines (200 meter tiphoogte)
Te zien is dat er in het zuidelijk deel nauwelijks ruimte is voor relatief grote turbines, omdat er meer woningen zijn gelegen in het gebied.
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
14
3.4 Haalbaarheidskaart zuidelijk studiegebied Het initiatief van Voordijksewind gaat uit van turbines tot 100 meter tiphoogte. Zoals in hoofdstuk 2 ook is aangegeven betekent dat er kleinere afstanden aangehouden kunnen worden tot geluidgevoelige objecten en infrastructuur, ten opzichte van de relatief grote turbines in het noordelijk deel van het studiegebied. De gekozen turbinelocaties van het initiatief van Voordijksewind blijken niet allemaal binnen geschikt/vrij gebied te liggen. Door de turbines iets te verschuiven zouden zij op een geschikte locatie moeten kunnen komen (zie kaart 3.4).
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
15
Kaart 3.4 Haalbaarheidskaart zuidelijk studiegebied met relatief kleine turbines (100 meter tiphoogte).
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
16
3.5 Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone en Natura 2000 Op de volgende kaart zijn de begrenzingen van het GNN, GO en Natura 2000 weergegeven. De meeste turbines zullen zijn gelegen in gebied dat momenteel nog de status van GO heeft. Het is niet bekend of deze status er in de toekomst op blijft liggen, omdat het een weidevogelgebied is dat in de praktijk nauwelijks wordt gebruikt voor weidevogels. Verder liggen er nog een paar percelen in het studiegebied die onderdeel zijn van GNN. Aan de westzijde, zuidwestzijde en oostzijde zijn Natura 2000 gebieden gelegen. De ligging van al deze gebieden noodzaakt tot een ecologische effectstudie indien er windturbines in het studiegebied worden gerealiseerd. Denk daarbij met name aan effecten op vogels 3 en vleermuizen, maar ook het effect van stikstofdepositie. Naast gebiedsbescherming bestaat er ook soortenbescherming. Onderzocht zal moeten worden wat het effect is op soorten. Indien nodig zal een ontheffing aangevraagd moeten worden.
In opdracht van de vier Veluwse RES-regio’s en de provincie Gelderland is een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor windenergie op en rondom de Veluwe (Altenburg&Wymenga en SOVON, Windenergie op en rondom de Veluwe, Effecten op Wespendief en andere soorten, rapport 20-140, 2020). Aanleiding voor het onderzoek zijn de conclusies uit de eerdere onderzoeken rond de A28 en de A50/IJsselvallei, waarbij naar voren kwam dat de Wespendief (roofvogel, zomergast) van grote invloed kan zijn op de mogelijkheden voor de ontwikkeling van windenergie in dit gebied. Uitkomst van het onderzoek is dat er – afhankelijk van de afstand tot de Veluwe en het treffen van mitigerende maatregelen zoals stikstand in augustus – tussen 4 en 22 turbines mogelijk zijn in de zone 1-8 kilometer rondom de Veluwe. Dit aantal is minder dan er momenteel aan plannen voor windturbines zijn. Wat dit betekent voor de mogelijkheden in Ermelo en Putten is momenteel nog ongewis.
3
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
17
Kaart 3.5 Ecologische gebieden
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
18
3.6 Luchtvaart Het zuidelijke deel van het studiegebied overlapt met het toetsingsvlak voor de VDF zone Nijkerk (zie de volgende figuur). Het betreft alle turbines van het initiatief van Voordijksewind en de 7e turbine van het initiatief van Prowind en mogelijk de meest zuidelijke in het initiatief van RWE. Een VDF is een CNS-systeem om de richting te bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd door de luchtverkeersleider. Windturbines die binnen dit vlak vallen moeten voorgelegd worden aan de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). Het is aan te bevelen om de concrete plannen in het studiegebied zo spoedig mogelijk te toetsen. Het toetsingsvlak voor luchthaven Lelystad ligt net buiten het studiegebied en heeft dus geen invloed op de mogelijkheden voor plaatsing van windturbines in het studiegebied.
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
19
Kaart 3.6 Luchtvaart
3.7 Archeologie De volgende figuur geeft weer wat de trefkans is voor het vinden van archeologische resten in het gebied. Hoe donkerder de kleur rood des te groter is de kans op een archeologische vondst. De gele kleur staat voor een lage kans op een archeologische vondst. Zoals te zien is in de
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
20
figuur kent het grootste deel van het studiegebied een middelhoge kans op een archeologische vondst. In het meest noordelijke deel, het meest zuidelijke deel en een gebied ter hoogte van de gemeentegrens is de archeologische verwachtingswaarde hoog. In de gebieden met verhoogde vindkans is archeologisch bureau- en mogelijk veldonderzoek nodig voorafgaand aan de realisatie van windturbines. De figuur geeft ook de locaties weer waar archeologische monumenten gevonden kunnen worden. Deze komen niet voor in het studiegebied. Bovenstaande betekent niet dat de plaatsingsmogelijkheden van windturbines in het studiegebied worden beperkt, maar wel dat er bureau- en vervolgens mogelijk ook veldonderzoek is benodigd.
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
21
Figuur 3.7: Archeologische waarden, trefkans archeologische resten (geel: lage verwachtingswaarde, rood / oranje hogere verwachtingswaarde, blauw: archeologisch monument)
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
22
3.8 Straalpaden Via Agentschap Telecom is een overzicht ontvangen van de zendmasten en straalpaden die momenteel in de omgeving zijn vergund. In de volgende figuur zijn de aanwezige zendmasten en straalpaden weergegeven in of rondom het studiegebied. Zoals te zien is lopen er vier straalpaden door het studiegebied. Indien plannen voor windturbines op een locatie nader uitgewerkt worden, dient uitgezocht te worden of er daadwerkelijk verstoring van het signaal optreedt. Hierbij dient tevens onderzocht te worden of het betreffende straalpad planologisch beschermd is. Met name turbine 7 van het initiatief van Prowind en mogelijk ook de meest zuidelijke turbine van RWE ligt in de buurt van een bestaand straalpad. Overigens blijkt uit ervaring bij eerdere windenergieprojecten dat er mogelijkheden zijn om eventuele verstoring van straalverbindingen door windturbines te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door kleine verschuivingen in de positionering van windturbines of door toevoeging van extra apparatuur ten behoeve van de versterking of verplaatsing van straalpaden. Dit aspect wordt daarom als aandachtspunt meegenomen in deze analyse.
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
23
Figuur 3.8: Straalpaden
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
24
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
25
4
CONCLUSIE Uit deze haalbaarheidsanalyse is een aantal conclusies te trekken. De belangrijkste: •
De turbines van de principeverzoeken van RWE en Prowind, uitgaande van relatief grote turbines, zijn gepland in het studiegebied dat ook in deze haalbaarheidsanalyse aangeduid kan worden als kansrijk.
•
Vijf turbines van het initiatief ‘Windpark Horst en Telgt’ van Prowind zijn gelegen op circa 400 meter van gevoelige bestemmingen (woningen), waaronder een deel van de woningen aan de Riebroekseweg. Het is mogelijk dat geluid beperkende maatregelen aan deze turbines nodig zijn om aan de geluidnormering te kunnen voldoen. Dit geldt tevens voor de noordelijke turbine op de lijn van RWE. Daar is de beschikbare ruimte voor windturbines dusdanig beperkt dat een afstand van meer dan 400 meter tot de meest nabij gelegen bebouwing niet mogelijk is.
•
De turbines van het principeverzoek van Voordijksewind, uitgaande van relatief kleine turbines, zijn deels gepland in het studiegebied dat niet of minder kansrijk is voor windturbines. Dat komt met name doordat de afstand tussen turbines en woningen kritisch is (met name geluid zal naar verachting een issue zijn).
•
Een mogelijk extra turbine kan gerealiseerd worden in het noordelijk deel van het studiegebied, maar dan is een molenaarswoning nodig. Los van de juridische houdbaarheid ervan, zal de woningeigenaar moeten meewerken. Verder is nog beperkt optimalisatie te bereiken door verschuiving van windturbines bij het initiatief van Voordijksewind, om te kunnen voldoen aan de geluidnormen. In het noordelijk deel van het studiegebied zijn de mogelijkheden reeds goed benut, maar kan er in de uitwerking van de plannen behoefte zijn om turbines nog (licht) te schuiven van positie.
Er zal bij de nadere uitwerking van de plannen aandacht dienen te zijn voor in elk geval: •
Geluid: vijf turbines van het initiatief ‘Windpark Horst en Telgt’ van Prowind zijn gelegen op circa 400 meter van geluidgevoelige bestemmingen (woningen), waaronder een deel van de woningen aan de Riebroekseweg. Uit berekeningen moet blijken of en zo ja welke geluid beperkende maatregelen aan deze turbines nodig zijn om aan de geluidnormering te kunnen voldoen. Dit geldt tevens voor de noordelijke turbine op de lijn van RWE. Ook geldt dit voor de noordelijkste windturbine in Windpark Putten, die op relatief korte afstand van woningen is gelegen;
•
Ecologie: een groot deel van het noordelijk studiegebied en ook een deel van het zuidelijk studiegebied is onderdeel van de Groene ontwikkelingszone. Tevens zijn er enkele percelen in het midden van het zoekgebied onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en liggen er aan de westzijde, zuidwestzijde en oostzijde Natura 2000 gebieden. De effecten op deze gebieden zal in kaart gebracht dienen te worden 4;
In opdracht van de vier Veluwse RES-regio’s en de provincie Gelderland is een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor windenergie op en rondom de Veluwe (Altenburg&Wymenga en SOVON, Windenergie op en rondom de Veluwe, Effecten op Wespendief en andere soorten, rapport 20-140, 2020). Aanleiding voor het onderzoek zijn de conclusies uit de eerdere onderzoeken rond de A28 en de A50/IJsselvallei, waarbij naar voren kwam dat de Wespendief (roofvogel, zomergast) van grote invloed kan zijn op de mogelijkheden voor de ontwikkeling van windenergie in dit gebied. Uitkomst van het onderzoek is dat er – afhankelijk van de afstand tot de Veluwe en het treffen van mitigerende maatregelen zoals stikstand in augustus – tussen 4 en 22 turbines mogelijk zijn in de zone 1-8 kilometer rondom de Veluwe. Dit aantal is minder dan er momenteel aan plannen voor windturbines zijn. Wat dit betekent voor de mogelijkheden in Ermelo en Putten is momenteel nog ongewis.
4
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
26
•
Luchtvaart: het zuidelijke deel van het studiegebied overlapt met het toetsingsvlak voor de VDF zone Nijkerk. Windturbines die binnen dit vlak vallen moeten voorgelegd worden aan de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (IL en T). Het is aan te bevelen om de concrete plannen in het studiegebied zo spoedig mogelijk te toetsen. Het gaat dan om turbine 7 van het initiatief van Prowind, mogelijk ook de meest zuidelijke turbine van het initiatief van RWE en om (alle) turbines van het initiatief van Windpark Putten 5;
•
Afstand tot A28: Het is aan te bevelen om in de nadere uitwerking van de plannen aandacht te besteden aan de exact aan te houden afstand in overleg met de wegbeheerder Rijkswaterstaat, omdat eventuele uitbreiding van de snelweg direct invloed kan hebben op de locatie van de windturbines. Op voorhand vormt deze afstand tot de snelweg geen probleem, want er is reeds rekening mee gehouden en afhankelijk van de wegverbredingsplannen van Rijkswaterstaat zal verschuiving van turbines slechts over hooguit enkele meters al een oplossing kunnen zijn;
•
Archeologie: het grootste deel van het studiegebied kent een middelhoge kans op een archeologische vondst. In het meest noordelijke deel, het meest zuidelijke deel en een gebied ter hoogte van de gemeentegrens is de archeologische verwachtingswaarde hoog. In de gebieden met verhoogde vindkans is archeologisch bureau- en mogelijk veldonderzoek nodig voorafgaand aan de realisatie van windturbines. Ook ligt één terrein van hoge (bekende) archeologische waarde tussen de windturbines van Windpark Putten. Dit terrein overlapt niet met een van de windturbineposities. Wel vormt dit terrein een aandachtspunt indien er grondwerkzaamheden plaats dienen te vinden ten behoeve van de windturbines, zoals voor wegen of kabels;
•
Externe veiligheid: voor wat betreft Windpark Putten is het relevant om een minimale afstand van ashoogte + halve rotordiameter tot het tankstation langs de A28 aan te houden. Die afstand wordt in het principeverzoek gehaald. Wel zal het resterende risico voor het tankstation in het vervolg nader bepaald moeten worden, waarbij dit op voorhand als een erg klein resterend risico wordt geschat;
•
Straalpaden: er liggen vier straalpaden 6 in het studiegebied. Turbine 7 van het initiatief van Prowind en mogelijk ook de meest zuidelijke turbine van RWE ligt dichtbij een straalpad. Wanneer plannen voor windturbines op een locatie nader uitgewerkt worden, moet uitgezocht worden of er daadwerkelijk verstoring van het signaal optreedt. Hierbij moet eveneens onderzocht worden of het betreffende straalpad planologisch beschermd is;
•
Defensieradar: in een straal van 75 km vanaf een radarpost heeft een bouwwerk van een bepaalde hoogte een verklaring van geen bezwaar van het Ministerie van Defensie nodig. Vanwege de hoogte van de turbines én vanwege de ligging van het studiegebied binnen 75 kilometer van radarposten van Defensie is dus een verklaring van Defensie nodig. Op basis van een verstoringsberekening zal door TNO inzichtelijk gemaakt moeten worden in hoeverre de dekkingsgraad van de radarpost wordt beïnvloed. De vereiste dekkingsgraad is minimaal 90%. Indien de dekkingsgraad boven de 90% ligt, zal Defensie de verklaring van geen bezwaar in principe afgeven;
De windturbines van Windpark Putten zijn reeds ter toetsing aan de correcte werking van de VDF Nijkerk voorgelegd aan LVNL. Uit de toetsing blijkt dat het windpark geen negatieve invloed zal hebben op de correcte werking. Voor de zevende turbine van het initiatief van Prowind is dat niet bekend. 6 http://www.spawnp.nl/ruimte/omgevingsaspecten/straalpaden-radarzones/ 5
719228 | Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
27
•
Landschap: windturbines zijn vanaf grote afstand zichtbaar. Daarom moet in de uitwerking van de plannen ingegaan worden op het effect op landschap. De kadernotitie geeft een voorwaarde mee: “een initiatiefnemer moet bij de aanvraag een voorstel (landschapsplan) laten uitwerken door een erkende landschapsarchitect. Hierin moet een goede ruimtelijke inpassing worden geborgd. De aanwezige ruimtelijke en/of landschappelijke waarden mogen niet verslechteren, c.q. moeten elders in het gebied voldoende gecompenseerd worden;
•
Recreatie en toerisme: omdat de omgeving ook wordt gebruikt voor recreatie en toerisme, is het aan te bevelen aandacht te schenken aan eventuele effecten van een windpark.
Om tot realisatie van een windpark over te kunnen gaan, moet voorafgaand een planologisch traject worden doorlopen. Dit traject verloopt via een nieuw bestemmingsplan of via een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. Naast voorgaande moet ook worden voldaan aan het Activiteitenbesluit milieubeheer 7. Om dit aan te tonen is nader onderzoek nodig, zoals onderzoek naar geluid en slagschaduw van de windturbines op de definitieve locaties. Verder is de Wet natuurbescherming van kracht. Dit betekent dat mogelijke effecten op soorten en gebieden in kaart moeten worden gebracht. Op voorhand is onderzoek naar het effect op vogels (zoals de wespendief) en vleermuizen nodig en zal berekend moeten worden wat het effect is van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase van de windturbines. De keuze voor zowel het type turbines als de exacte locaties moet echter nog plaats vinden. Daarom is deze haalbaarheidsanalyse uitgegaan van vuistregels die bij benadering de haalbaarheid van de initiatieven inzichtelijk maken in technisch-ruimtelijke zin.
7
https://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2020-07-01
Bijlage 1: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo | 719228 10 februari 2021 | Definitief
719228 10 februari 2021
BIJLAGE 2: RUIMTELIJKTECHNISCHE HAALBAARHEIDSANALYSE WINDPARK PUTTEN Gemeenten Ermelo en Putten Definitief
Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550 AN Hengelo Telefoon (074) 248 99 40
Documenttitel Soort document
BIJLAGE 2: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windpark Putten Definitief
Datum
10 februari 2021
Projectnummer
719228
Opdrachtgever
Gemeenten Ermelo en Putten
Auteurs
Sergej van de Bilt en Jorick Amsman, Pondera Consult Eric Veltink, projectmanager windenergie RES Noord Veluwe
Vrijgave
Sergej van de Bilt, Pondera Consult
Pondera Consult
1
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding
3
1.1
Aanleiding en doel
3
1.2
Studiegebied
3
1.3
Leeswijzer
3
2
Uitgangspunten
5
2.1
Inleiding
5
2.2
Concrete uitgangspunten
5
2.3
GO en GNN
6
2.4
Overige aspecten
7
3
Haalbaarheidskaarten
9
3.1
Inleiding
9
3.2
Haalbaarheidskaart omgeving Windpark Putten
9
3.3
Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone en Natura 2000
12
3.4
Luchtvaart
14
3.5
Archeologie
16
3.6
Straalpaden
18
4
Conclusie
21
BIJLAGE 2: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windpark Putten | 719228 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
2
719228 | BIJLAGE 2: Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windpark Putten 10 februari 2021 | Definitief
Pondera Consult
3
1
INLEIDING
1.1 Aanleiding en doel Er zijn in totaal vijf principeverzoeken voor windturbines binnengekomen bij de gemeenten Ermelo en Putten Het gaat om: •
Er is voor het initiatief van Prowind in samenwerking met de buurtverenging Horst en Telgt en Veluwe Energie een verzoek ingediend voor 7 turbines op gemeentegrond van de gemeenten Ermelo en Putten (op 28 juli 2020). Dit is een actualisatie van het eerder ingediende verzoek van d.d. 23 januari 2020, dat nog uitging van 6 turbines op uitsluitend gronden gelegen binnen de gemeente Ermelo);
•
RWE heeft op 10 oktober 2019 een principeverzoek ingediend voor drie à vier windturbines in de gemeente Ermelo en Putten;
•
Voordijksewind heeft op 30 juli 2019 een principeverzoek ingediend voor 4 windturbines in de gemeente Putten. Voor een herzien plan voor het windpark, Windpark Putten genaamd, is op 21 september 2020 een nieuw principeverzoek ingediend.
Deze initiatieven zijn eerder getoetst op ruimtelijk-technische haalbaarheid 1, met uitzondering van het meest recente plan voor Windpark Putten. Voorliggende ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse is opgesteld om dit nieuwe principeverzoek te kunnen beoordelen op ruimtelijk-technische haalbaarheid. Daarbij is deze analyse te zien als uitbreiding van de eerder uitgevoerde analyse.
1.2 Studiegebied Op kaart 1.3 is het oorspronkelijke studiegebied weergegeven. Het studiegebied is het gebied dat is onderzocht op (on)mogelijkheden voor windturbines. De eerder onderzochte initiatieven zijn allen gelegen in dit studiegebied. Windpark Putten is echter deels buiten het studiegebied gelegen. Om de haalbaarheid van Windpark Putten te beoordelen, is ook het gebied waarin dit windpark zich bevindt in deze haalbaarheidsanalyse meegenomen.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt kort wordt ingegaan op de uitgangspunten voor de haalbaarheidsanalyse. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens door middel van een aantal kaarten de mogelijkheden voor windenergie weer. Hoofdstuk 4 sluit deze analyse af met een weergave van de conclusies.
Pondera Consult, Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo, 10 februari 2021