CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

16.1 Bestuurlijk memorandum Advies besluitvorming windinitiatieven

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - raadsinformatiebrieven23.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestuurlijk memorandum: Advies besluitvorming windinitiatieven Ermelo-Putten. Datum: 10 februari 2021 Opstellers: Procesregisseur:

Eric Veltink, projectmanager windenergie RES Noord Veluwe

Expert windenergie:

Sergej van de Bilt, senior projectleider / partner Pondera Consult

Ambtelijke begeleiding: Namens gemeente Ermelo: Namens gemeente Putten:

Bas de Jong Han Schreuder

Aan: Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Ermelo en Putten

Inhoud 1

2

INLEIDING....................................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding .................................................................................................................................. 3

1.2

Korte historie van de drie principeverzoeken ............................................................................. 3

1.3

Doelstelling ................................................................................................................................ 6

1.4

Leeswijzer.................................................................................................................................. 6

HAALBAARHEIDSANALYSE .......................................................................................................... 7 2.1

Inhoud van de analyse .............................................................................................................. 7

2.2

Mogelijkheden in kaart ............................................................................................................... 8

2.3

Vervolgonderzoek.................................................................................................................... 12

3.

ONDERZOEK WINDINITIATIEVEN EN ONTWIKKELAARS................................................... 15 3.1

Bevindingen noordelijk deel studiegebied ............................................................................... 15

3.2

Bevindingen zuidelijk deel studiegebied .................................................................................. 20

4.

CONCLUSIES EN ADVIES VOOR VERVOLG ....................................................................... 23 4.1

Varianten en advies ................................................................................................................. 23

4.2

Afwegingen drie varianten noordelijke deel studiegebied ........................................................ 24

4.3

Samenvatting afwegingen ....................................................................................................... 28

4.4

Reflectie o.b.v. criteria beleidskader grootschalige energie ..................................................... 29

5.

Vervolgproces.......................................................................................................................... 33 5.1

Reactie op de ingediende principeverzoeken .......................................................................... 33

5.2

Uitwerking van het windplan .................................................................................................... 34

5.3

Start planologische procedure en vergunningen, inclusief eventueel m.e.r. ............................ 35

5.4

Start bouw en exploitatie ......................................................................................................... 35

BIJLAGEN 1 2 3

Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windpark Putten (Prowind) Kadernotitie: samenvatting beleidskader grootschalige energieopwekking gemeente

4 5

Ermelo en Putten Weergave gespreksronden 1 en 2 noordelijk deel studiegebied Weergave gespreksronden 1 en 2 zuidelijk deel studiegebied

2

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De gemeenten Ermelo en Putten hebben in 2019 en 2020 drie principeverzoeken voor de ontwikkeling van een windpark ontvangen. Het betreffen twee initiatieven die vrijwel geheel in de gemeente Ermelo liggen en een derde initiatief in de gemeente Putten. De initiatieven dragen in potentie voor een belangrijk deel bij aan de doelstelling van beide gemeenten op het vlak van grootschalige duurzame energie en de reductie van CO2. De initiatieven kunnen al dan niet in combinatie ontwikkeld worden. De gemeenten Ermelo en Putten hebben aangegeven behoefte te hebben aan ondersteuning op inhoud en proces bij het zoeken naar mogelijkheden voor een optimale invulling van het studiegebied voor de realisatie van windenergie langs de A28 (zie kaart 1.1). Daarnaast is het belangrijk dat er een goede verdeling komt van lusten en lasten onder omwonenden in het gebied en inwoners van beide gemeenten. Zij moeten nauw betrokken worden bij het planproces. Hiertoe zijn een procesregisseur en een expert windenergie aangesteld. De eerste vertegenwoordigt beide gemeenten en is verantwoordelijk voor het proces en de communicatie met ambtenaren, bestuurders, ontwikkelaars en de andere betrokken partijen. De tweede is primair verantwoordelijk voor de inhoud en de technische kennis op het gebied van windenergie. In de praktijk trekken beiden gezamenlijk op.

1.2

Korte historie van de drie principeverzoeken

De ingediende initiatieven zijn onderverdeeld naar het noordelijke en het zuidelijke deel van het studiegebied (kaart 1.1). In het middengedeelte tussen noord en zuid bestaan geen mogelijkheden voor de ontwikkeling van windenergie (zie hoofdstuk 2 voor meer details). In het noordelijke deel, het gebied rond Horst en Telgt, vinden we de initiatieven van RWE en van Prowind i.s.m. de buurtvereniging Horst en Telgt, energiecoöperatie Veluwe Energie én inmiddels ook PutterZon 1. Dit gebied is voornamelijk gelegen in de gemeente Ermelo. Windpark Putten is een kleinschaliger

In dit advies wordt veelal gesproken over het initiatief van Prowind, waarmee gedoeld wordt op het initiatief van deze vier partijen gezamenlijk.

1

3

windplan in het zuidelijke deel van het studiegebied. Dit is gelegen in de zuidwestelijke punt van de gemeente Putten.

Initiatieven noordelijk deel studiegebied: RWE (voorheen Innogy Windpower Netherlands, voorheen Essent) Ingediend d.d. 10 oktober 2019. RWE beoogt een windpark in de vorm van een lijnopstelling van drie tot vier windturbines parallel aan A28 en Randmeer ter hoogte van Horst en Telgt. Het zal bestaan uit moderne windturbines met een ashoogte tussen de 140 en 180 meter en een rotordiameter tussen de 130 en 160 meter. De tiphoogte zal tussen de 210 en 250 meter uitkomen. Het exacte type turbine en de afmetingen worden pas later gekozen. De jaarlijkse bruto productie wordt ingeschat op 51.000 – 80.000 MWh. Prowind i.s.m. buurtverenging Horst en Telgt en energiecoöperaties Veluwe Energie en PutterZon Ingediend d.d. 24 januari 2020, indiening geactualiseerde versie d.d. 28 juli 2020. Prowind heeft een plan ingediend voor de realisatie van een windpark van zeven 2 turbines met een verwachte bruto jaarlijkse elektriciteitsproductie van 115.000 – 175.000 MWh. Dit park is gesitueerd in dezelfde zone parallel aan de A28 en het Randmeer. De turbines hebben een vermogen tussen 4,5 en 6,5 MW, met een ashoogte van circa 165 meter en een rotordiameter van circa 170 meter. De tiphoogte bedraagt circa 250 meter. Het exacte type turbine en de afmetingen worden pas later gekozen.

Beide initiatieven in het noordelijke deelgebied gaan uit van vergelijkbare typen windturbines, het verschil in energieopbrengst zit in het aantal turbines. RWE gaat uit van 3-4 turbines waar Prowind 7 turbines in het plan heeft opgenomen.

Initiatief zuidelijk deel studiegebied: Windpark Putten, Prowind i.s.m. dhr. G. van Winkoop Ingediend d.d. 30 juli 2019, indiening geactualiseerde conceptversie d.d. 9 september 2020. Vooruitlopend op het aangekondigde verbod op de nertsenhouderij in 2024 3 heeft de heer van Winkoop het plan ‘Voordijksewind’ ingediend dat bestaat uit een combinatie van zonne-energie, windenergie en een koelvrieshuis. Het aanvankelijke plan voorzag in de realisatie van vier windturbines aan de oostzijde van de A28 ter hoogte van de Arlersteeg/Hoorndam. Conform dit aanvankelijke principeverzoek hebben de turbines een ashoogte van 69 meter, een rotordiameter van 61 meter en een tiphoogte van 100 meter. Turbines van deze afmetingen hebben naar verwachting een vermogen van circa 1 MW. Inmiddels is een aangepast plan ingediend i.s.m. Prowind. Dit nieuwe plan, genaamd Windpark Putten, bestaat uit drie turbines net ten zuiden van de A28 in het uiterste (zuid)westelijke deel van de gemeente Putten. Dit plan voorziet in drie windturbines met een verwachte bruto jaarlijkse energieproductie van 54.000 MWh. De turbines hebben een vermogen van 4,5-6,5 Het oorspronkelijke plan van 24-1-2020 ging uit van 6 turbines. Inmiddels is dit plan uitgebreid met een zevende turbine in de gemeente Putten conform het verzoek d.d. 28-7-2020. 3 Dit is inmiddels vervroegd naar 8-1-2021 vanwege de coronacrisis. 2

4

MW, met een ashoogte van circa 165 meter en een rotordiameter van circa 170 meter. De tiphoogte bedraagt circa 250 meter. Het exacte type turbine en de afmetingen worden pas later gekozen. Kaart 1.1: studiegebied voor windenergie en de locaties van de initiatieven

5

1.3

Doelstelling

Het beoogde resultaat is dat de procesregisseur en windexpert met alle relevante stakeholders komen tot een windplan voor het gebied langs de A28 ter hoogte van Horst en Nulde. Conform de opdracht van beide gemeenten duidt dit windplan de mogelijkheden voor samenwerking en optimalisatie van de verschillende initiatieven en geeft het een helder voorstel voor het vervolgtraject. Naast optimalisatie en samenwerking is met name gekeken naar de ruimtelijk relevante aspecten van de verschillende windinitiatieven. De volgende tussenresultaten worden gevraagd (zoals geformuleerd in de Bestuursmemo gebiedsaanpak windenergie zone Horst-Nulde, d.d. 12 februari 2020):

Tussenresultaten 1.

Kader stellende notitie op basis van beschikbare afwegingskaders;

2.

Advies vormgeving gebiedsproces en intentieovereenkomst, in afstemming met parallel lopende processen zoals de RES Noord-Veluwe en lokale planvorming; Intentieovereenkomst met de initiatiefnemers in het gebied ofwel een afwijkende variant 4; Voorstel voor vervolg gebiedsproces en bestuurlijke besluitvorming.

3. 4.

De kader stellende notitie is in bijlage 3 opgenomen. De punten 2, 3 en 4 worden in dit advies behandeld.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt in het volgende hoofdstuk de haalbaarheidsanalyse van het studiegebied. Doel is om de (on)mogelijkheden voor windenergie in beeld te brengen en te bezien waar optimalisatie mogelijk is in ruimtelijk-technisch perspectief. Hoofdstuk 3 schetst de bevindingen van de gesprekken die zijn gevoerd met de initiatiefnemers. Deze gesprekken waren verkenningen tot optimalisatie van en samenwerking tussen de drie initiatieven. Hoofdstuk 4 geeft een conclusie en tot slot volgt in hoofdstuk 5 een voorstel voor het vervolgtraject, de processtappen en de punten ter besluitvorming. De hoofdtekst van dit advies gaat kernachtig in op deze verschillende onderdelen. Hierbij wordt naar de bijlagen verwezen voor een uitgebreidere toelichting en achtergrond.

Onderdeel 3 van de tussenresultaten heeft niet geleid tot een overeenkomst tussen verschillende initiatiefnemers. Na het voeren van de gesprekken en het onderzoeken van de mogelijkheden tot optimalisatie en samenwerking is het eindadvies om met een enkele partij (Prowind) het traject te vervolgen.

4

6

2

HAALBAARHEIDSANALYSE

2.1

Inhoud van de analyse

Pondera heeft de mogelijkheden van windenergie in het studiegebied met twee ruimtelijktechnische analyses 5 in beeld gebracht. Deze analyses (bijlagen 1 en 2) bevatten een aantal kaarten die de (on)mogelijkheden van de plaatsing van windturbines in het studiegebied weergeven. Bijlage 1 betreft de analyse van het gebied waar de initiatieven van RWE en Prowind zijn gelegen, namelijk in het noordelijk deel van het studiegebied, en van Voordijksewind in het zuidelijk deel van het studiegebied. Bijlage 2 betreft de analyse van het initiatief van Windpark Putten (opvolger van Voordijksewind). De analyses hebben tot doel om de voorgenomen windinitiatieven te beoordelen op ruimtelijk-technische aspecten en tevens om optimalisatiemogelijkheden in ruimtelijk-technisch perspectief te verkennen. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste bevindingen weergegeven. Daarbij is het goed om te benadrukken dat de turbineposities in het geval van Prowind nog niet definitief in detail bepaald zijn. De turbines van RWE zijn vooralsnog indicatief bepaald aan de hand van een lijn langs de A28 (zie kaart 2.1); de turbines zijn op deze lijn beoogd maar de exacte locaties staan nog niet vast.

Harde criteria Initiatiefnemers Prowind en RWE gaan in hun principeverzoeken uit van relatief ‘grote’ turbines in het noordelijk deel van het studiegebied. Om de haalbaarheid van deze turbines in beeld te brengen, zijn afstanden tot geluidgevoelige objecten (met name woningen) en infrastructuur aangehouden. Als uitgangspunt is hierbij een turbine gehanteerd met een ashoogte van 120 meter en een rotordiameter van 160 meter (en daarmee een tiphoogte van 200 meter). Deze afmetingen bepalen namelijk voor een deel de aan te houden afstanden. Deze afmetingen komen overeen met een variant uit het initiatief van RWE. Ook grotere turbines worden als optie genoemd in het principeverzoek van RWE en ook in het meest recente principeverzoek van Prowind zijn de turbines groter (tot 250 meter tiphoogte). Daar waar relevant is het verschil tussen de afmetingen van 200 en 250 meter benoemd in de analyses (zoals bij de aan te houden afstand tot infrastructuur). Uiteraard zal in een eventueel vervolg van de projectuitwerking meer in detail bekeken moeten worden of windturbines met andere afmetingen en op eventueel gewijzigde locaties kunnen voldoen aan de aan te houden afstanden en wettelijke normen.

De verwachting is dat de in de analyses gehanteerde afmetingen van de turbines het benodigde inzicht biedt voor de (on)mogelijkheden van de plaatsing van windturbines in deze fase van de planontwikkeling. Het vernieuwde principeverzoek voor Windpark Putten in het zuidelijke deel van het studiegebied gaat uit van turbines met een tiphoogte van indicatief 200-250 meter. Dit is ruwweg het dubbele van de tiphoogte die aanvankelijk werd opgenomen in de voorloper van dit plan, het principeverzoek Voordijksewind. Het plan is opgesteld door de betrokken lokale ondernemer i.s.m. Prowind. 5 Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse windenergie studiegebied A28 Putten Ermelo, Pondera Consult, 3 november 2020 en Ruimtelijk-technische haalbaarheidsanalyse Windpark Putten, Pondera Consult, 29 oktober 2020

7

In de analyse is gekeken naar de optimale mogelijkheden voor de plaatsing van windturbines aan de hand van een set harde technische criteria. Belangrijke criteria zijn geluid en slagschaduw. Deze onderdelen moeten specifiek voor het te plaatsen turbinetype berekend worden. In deze fase kan het vertaald worden door een vuistregel te hanteren van een afstandseis tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en windturbines. Andere eisen die gesteld worden houden verband met de minimale afstanden tot andere gebouwen en (energie)infrastructuur. Op basis van de Windvisie van de provincie Gelderland is daarnaast gekeken naar de mogelijke beperkingen van andere functies en bestemmingen, zoals Natura2000, GNN en Groene Ontwikkelingszone. De haalbaarheidsanalyses in de bijlagen geven specifiek aan waar de gehanteerde afstanden op zijn gebaseerd.

2.2

Mogelijkheden in kaart

Kaart 2.1 geeft het noordelijke deel van het studiegebied weer, inclusief de belemmeringen voor de plaatsing van windturbines. Te zien is dat de turbines van het initiatief van Prowind met optimale benutting van de ruimte zijn geplaatst. De turbines zijn alle zeven gepland buiten de contouren van gevoelige objecten als woningen aan de oostzijde (de oranje contouren) en op afstand van de A28 aan de westzijde. Met optimaal wordt gedoeld op het aantal turbines in de beschikbare ruimte. Een windpark met meer windturbines van dezelfde omvang is in dit gebied niet kansrijk. Naast de turbines die zijn voorzien langs de A28 is in het initiatief van Prowind een tweede rij turbines verder oostelijk voorzien, iets verder verwijderd van de A28. Ook het initiatief van RWE lijkt te passen binnen de mogelijkheden voor windenergie in het gebied. Dit is te zien doordat de gele lijn op kaart 2.1 (zoekzone windturbines) vrijwel uitsluitend is gelegen in gebied dat vrij is van voor windenergie belemmerende contouren. RWE gaat in haar plan echter uit van één lijn van windturbines langs de A28. Bij beide initiatieven is dus rekening gehouden met de aanwezige belemmeringen zoals infrastructuur en woningen.

Uit deze ruimtelijk-technische analyse blijkt dat het initiatief van RWE niet samen kan worden ontwikkeld met het initiatief van Prowind: de geplande turbines van Prowind staan in de westelijke lijn zodanig gepositioneerd dat daar geen turbines van RWE tussengeplaatst kunnen worden. Andersom geldt hetzelfde: er kunnen door Prowind geen extra turbines geplaatst worden in de lijn van RWE. Dat heeft te maken met de minimaal te hanteren afstand tussen turbines, zodat turbines niet teveel wind van elkaar wegvangen en windturbines veilig kunnen opereren. Deze onderlinge afstand bedraagt bij dit formaat turbines doorgaans minimaal 3x de rotordiameter (zo’n 500-550 meter). De initiatieven van Prowind en RWE conflicteren in ruimtelijk opzicht met elkaar en laten onderling geen enkele ruimte voor extra windturbines als het gaat om de westelijk geprojecteerde windturbines langs de A28.

8

Kaart 2.1 Locaties van de beide initiatieven en mogelijkheden voor plaatsing van turbines in het noordelijk deel van het studiegebied

9

Voor Windpark Putten, de vervanger van het aanvankelijke plan Voordijksewind, is een principeverzoek ingediend op 21 september 2020. Dit plan gaat uit van de plaatsing van drie in plaats van vier windturbines met een tiphoogte tussen 200 en 250 meter in plaats van turbines met een tiphoogte van 100 meter uit het plan Voordijksewind. Als gevolg van de aanwezige bebouwing in het gebied waar de vier turbines van Voordijksewind aanvankelijk werden gepland, zijn de drie turbines in het plan Windpark Putten zuidelijker gelokaliseerd. De twee zuidelijke windturbines van het Windpark Putten vallen daarmee buiten het studiegebied. Voor deze twee zuidelijke turbines is op basis van een eerste beoordeling voldoende ruimte om het gekozen formaat windturbines te plaatsen. Op relatief korte afstand van de noordelijke turbine van Windpark Putten ligt een woning. Dit is een aandachtspunt.

10

Kaart 2.2 Mogelijkheden voor plaatsing van turbines in het zuidelijk deel van het studiegebied, uitgaande van 200m tiphoogte

11

2.3

Vervolgonderzoek

De uitgevoerde analyses geven een beeld van de (on)mogelijkheden voor windenergie in het studiegebied. De volgende conclusies zijn te trekken:

Noordelijk deel studiegebied •

De turbines conform de principeverzoeken van zowel RWE als Prowind kunnen op basis van de uitgevoerde haalbaarheidsanalyse aangeduid worden als kansrijk.

•

Vijf turbines van het initiatief ‘Windpark Horst en Telgt’ van Prowind zijn gelegen op circa 400 meter van gevoelige bestemmingen (woningen), waaronder een deel van de woningen aan de Riebroekseweg. Het is mogelijk dat geluid beperkende maatregelen aan deze turbines nodig zijn om aan de geluidnormering te kunnen voldoen. Dit geldt tevens voor de noordelijke turbine op de lijn van RWE. Daar is de beschikbare ruimte voor windturbines dusdanig beperkt dat een afstand van meer dan 400 meter tot de meest nabij gelegen bebouwing niet mogelijk is;

•

Voor de optie om in het noordelijke deel van het plangebied een extra (achtste) turbine te realiseren is de aanwijzing van een molenaarswoning nodig. Los van de juridische houdbaarheid ervan, zal de woningeigenaar daaraan moeten meewerken. Zowel RWE als Prowind geven aan deze optie om daar een turbine te plaatsen niet te overwegen vanwege de juridische houdbaarheid daarvan.

Zuidelijk deel studiegebied •

De vier relatief kleine turbines van het principeverzoek van het door Windpark Putten vervangen plan Voordijksewind zijn deels gepland op relatief korte afstand van woningen. Daardoor is op voorhand niet met zekerheid te bepalen of de turbines aan de geldende geluidnormen kunnen voldoen (zie bijlage 1 voor meer informatie);

•

Het principeverzoek voor Windpark Putten bestaat uit de realisatie van drie windturbines. Beide zuidelijke windturbines vallen buiten het studiegebied dat in het kader van deze opdracht begrensd is. Het is aan de gemeente Putten hoe hiermee met het oog op o.a. gemeentelijk landschaps- en ruimtelijke ordeningsbeleid om te gaan. Vanuit de technische en veiligheidscriteria lijken deze twee turbines inpasbaar te zijn. De derde, meest noordelijk gelegen turbine kent beperkingen als het gaat om de benodigde minimale afstand tot woningen. Met 370 meter is de afstand tot de dichtstbijzijnde woning krap. In de haalbaarheidsanalyse (bijlage 2) wordt hier nader op ingegaan, waarbij ook de mogelijkheid voor het aanwijzen van een molenaarswoning wordt geduid.

Algemeen Bij de nadere uitwerking van de plannen moet aandacht worden besteed aan: •

Geluid: vijf turbines van het initiatief ‘Windpark Horst en Telgt’ van Prowind zijn gelegen op circa 400 meter van geluidgevoelige bestemmingen (woningen),

12

waaronder een deel van de woningen aan de Riebroekseweg. Uit berekeningen moet blijken of en zo ja welke geluid beperkende maatregelen aan deze turbines nodig zijn om aan de geluidnormering te kunnen voldoen. Dit geldt tevens voor de noordelijke turbine op de lijn van RWE. Ook geldt dit voor de twee noordelijkste windturbines in Windpark Putten, die op relatief korte afstand van woningen is gelegen; •

Ecologie: een groot deel van het noordelijk studiegebied en ook een deel van het zuidelijk studiegebied is onderdeel van de Groene ontwikkelingszone. Tevens zijn er enkele percelen in het midden van het zoekgebied onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en liggen er aan de westzijde, zuidwestzijde en oostzijde Natura 2000 gebieden. De effecten op deze gebieden zal in kaart gebracht dienen te worden 6;

•

Luchtvaart: het zuidelijke deel van het studiegebied overlapt met het toetsingsvlak voor de VDF zone Nijkerk. Windturbines die binnen dit vlak vallen moeten voorgelegd worden aan de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (IL en T). Het is aan te bevelen om de concrete plannen in het studiegebied zo spoedig mogelijk te toetsen. Het gaat dan om turbine 7 van het initiatief van Prowind, mogelijk ook de meest zuidelijke turbine van het initiatief van RWE en om (alle) turbines van het initiatief van Windpark Putten 7;

•

Afstand tot A28: Het is aan te bevelen om in de nadere uitwerking van de plannen aandacht te besteden aan de exact aan te houden afstand in overleg met de wegbeheerder Rijkswaterstaat, omdat eventuele uitbreiding van de snelweg direct invloed kan hebben op de locatie van de windturbines. Op voorhand vormt deze afstand tot de snelweg geen probleem, want er is reeds rekening mee gehouden en afhankelijk van de wegverbredingsplannen van Rijkswaterstaat zal verschuiving van turbines slechts over hooguit enkele meters al een oplossing kunnen zijn;

•

Archeologie: het grootste deel van het studiegebied kent een middelhoge kans op een archeologische vondst. In het meest noordelijke deel, het meest zuidelijke deel en een gebied ter hoogte van de gemeentegrens is de archeologische verwachtingswaarde hoog. In de gebieden met verhoogde vindkans is archeologisch bureau- en mogelijk veldonderzoek nodig voorafgaand aan de realisatie van windturbines. Ook ligt één terrein van hoge (bekende) archeologische waarde tussen de windturbines van Windpark Putten. Dit terrein overlapt niet met een van de windturbineposities. Wel vormt dit terrein een aandachtspunt indien er grondwerkzaamheden plaats dienen te vinden ten behoeve van de windturbines, zoals voor wegen of kabels;

•

Externe veiligheid: voor wat betreft Windpark Putten is het relevant om een minimale afstand van ashoogte + halve rotordiameter tot het tankstation langs de A28 aan te houden. Die afstand wordt in het principeverzoek gehaald. Wel zal het resterende

In opdracht van de vier Veluwse RES-regio’s en de provincie Gelderland is een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor windenergie op en rondom de Veluwe (Altenburg&Wymenga en SOVON, Windenergie op en rondom de Veluwe, Effecten op Wespendief en andere soorten, rapport 20-140, 2020). Aanleiding voor het onderzoek zijn de conclusies uit de eerdere onderzoeken rond de A28 en de A50/IJsselvallei, waarbij naar voren kwam dat de Wespendief (roofvogel, zomergast) van grote invloed kan zijn op de mogelijkheden voor de ontwikkeling van windenergie in dit gebied. Uitkomst van het onderzoek is dat er – afhankelijk van de afstand tot de Veluwe en het treffen van mitigerende maatregelen zoals stikstand in augustus – tussen 4 en 22 turbines mogelijk zijn in de zone 1-8 kilometer rondom de Veluwe. Dit aantal is minder dan er momenteel aan plannen voor windturbines zijn. Wat dit betekent voor de mogelijkheden in Ermelo en Putten is momenteel nog ongewis. 7 De windturbines van Windpark Putten zijn reeds ter toetsing aan de correcte werking van de VDF Nijkerk voorgelegd aan LVNL. Uit de toetsing blijkt dat het windpark geen negatieve invloed zal hebben op de correcte werking. Voor de zevende turbine van het initiatief van Prowind is dat niet bekend. 6

13

risico voor het tankstation in het vervolg nader bepaald moeten worden, waarbij dit op voorhand als een erg klein resterend risico wordt geschat; •

Straalpaden: er liggen vier straalpaden 8 in het studiegebied. Turbine 7 van het initiatief van Prowind en mogelijk ook de meest zuidelijke turbine van RWE ligt dichtbij een straalpad. Wanneer plannen voor windturbines op een locatie nader uitgewerkt worden, moet uitgezocht worden of er daadwerkelijk verstoring van het signaal optreedt. Hierbij moet eveneens onderzocht worden of het betreffende straalpad planologisch beschermd is;

•

Defensieradar: in een straal van 75 km vanaf een radarpost heeft een bouwwerk van een bepaalde hoogte een verklaring van geen bezwaar van het Ministerie van Defensie nodig. Vanwege de hoogte van de turbines én vanwege de ligging van het studiegebied binnen 75 kilometer van radarposten van Defensie is dus een verklaring van Defensie nodig. Op basis van een verstoringsberekening zal door TNO inzichtelijk gemaakt moeten worden in hoeverre de dekkingsgraad van de radarpost wordt beïnvloed. De vereiste dekkingsgraad is minimaal 90%. Indien de dekkingsgraad boven de 90% ligt, zal Defensie de verklaring van geen bezwaar in principe afgeven;

•

Landschap: windturbines zijn vanaf grote afstand zichtbaar. Daarom moet in de uitwerking van de plannen ingegaan worden op het effect op landschap. De kadernotitie geeft een voorwaarde mee: “een initiatiefnemer moet bij de aanvraag een voorstel (landschapsplan) laten uitwerken door een erkende landschapsarchitect. Hierin moet een goede ruimtelijke inpassing worden geborgd. De aanwezige ruimtelijke en/of landschappelijke waarden mogen niet verslechteren, c.q. moeten elders in het gebied voldoende gecompenseerd worden;

•

Recreatie en toerisme: omdat de omgeving ook wordt gebruikt voor recreatie en toerisme, is het aan te bevelen aandacht te schenken aan eventuele effecten van een windpark.

Om tot realisatie van een windpark over te kunnen gaan, moet voorafgaand een planologisch traject worden doorlopen. Dit traject verloopt via een nieuw bestemmingsplan of via een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 van dit advies gaat nader in op de benodigde vervolgstappen om het initiatief/de initiatieven verder te brengen. Naast voorgaande moet ook worden voldaan aan het Activiteitenbesluit milieubeheer 9. Om dit aan te tonen is nader onderzoek nodig, zoals onderzoek naar geluid en slagschaduw van de windturbines op de definitieve locaties. Verder is de Wet natuurbescherming van kracht. Dit betekent dat mogelijke effecten op soorten en gebieden in kaart moeten worden gebracht. Op voorhand is onderzoek naar het effect op vogels (zoals de wespendief) en vleermuizen nodig en zal berekend moeten worden wat het effect is van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase van de windturbines. De keuze voor zowel het type turbines als de exacte locaties moet echter nog plaats vinden. Daarom is deze haalbaarheidsanalyse uitgegaan van vuistregels die bij benadering de haalbaarheid van de initiatieven inzichtelijk maken in technisch-ruimtelijke zin.

8 9

http://www.spawnp.nl/ruimte/omgevingsaspecten/straalpaden-radarzones/ https://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2020-07-01

14

3.

ONDERZOEK WINDINITIATIEVEN EN ONTWIKKELAARS

Na de analyse van het studiegebied en de ingediende principeverzoeken zijn gesprekken gevoerd met de initiatiefnemers van de drie plannen (RWE, Prowind i.s.m. de buurtvereniging en Veluwe Energie (PutterZon was er toen nog niet bij betrokken) en initiatiefnemers van Voordijksewind). De gesprekken hadden enerzijds tot doel om de ontwikkelaars te leren kennen en hun plannen en belangen goed te doorgronden. Anderzijds wilden we met de gesprekken duidelijk aangeven welk proces, met als doel optimalisatie en samenwerking, de gemeenten Ermelo en Putten willen doorlopen om concreet verder te komen met de realisatie van windenergie in het studiegebied. De uitwerking van de gesprekken is opgenomen in bijlagen 4 voor het noordelijk deel van het studiegebied en in bijlage 5 voor het zuidelijke deel. In deze hoofdtekst zijn de bevindingen en conclusies na het voeren van de reeks gesprekken weergegeven. Als eerste komen de gesprekken aan bod die gevoerd zijn in het noordelijk deel van het studiegebied (zie ook kaart 2.1). Dit deel van het studiegebied ligt voornamelijk in de gemeente Ermelo. Vanwege corona was het niet mogelijk om de initiatiefnemers bij de start van de opdracht real life en in een persoonlijke setting te ontmoeten. We hebben ervoor gekozen om toch van start te gaan met het proces, wat betekende dat de gesprekken vrijwel allemaal online hebben plaatsgevonden.

Na twee online sessies per initiatief heeft er nog een fysieke ontmoeting met beide initiatiefnemers in het noordelijke deel van het studiegebied plaatsgevonden in de raadszaal van de gemeente Putten. Naar aanleiding van dit overleg zijn tot slot bezoeken gebracht aan beide initiatiefnemers om de contracten met de grondeigenaren in te zien.

3.1

Bevindingen noordelijk deel studiegebied

Processchets 28 april 2020 28 april 2020

eerste gesprek RWE eerste gesprek Prowind en buurtvereniging Horst en Telgt

11 mei 2020 13 mei 2020

tweede gesprek RWE tweede gesprek Prowind en buurtvereniging Horst en Telgt

Aanwezig bij deze gesprekken met RWE waren projectontwikkelaars Anne Struijs en Antoine Stultjens. De gesprekken met Prowind en de buurtvereniging Horst en Telgt zijn gevoerd met Jörn Maathuis (directeur Prowind BV), Frederique Wiertsema (locatieontwikkelaar wind- en zonne-energie Prowind BV), Henk Jan Staal (grondeigenaar, buurtvereniging Horst en Telgt) en

15

Marco van Donkersgoed (grondeigenaar, buurtvereniging Horst en Telgt). In het tweede gesprek met Prowind en de buurtverenging kwamen daar namens Veluwe Energie bij Jan van der Vliet (voorzitter) en Ton Hardeman (penningmeester). Alle gesprekken zijn onafhankelijk van elkaar gevoerd, zonder uitwisseling van de inhoud ervan. 25 juni 2020

fysiek overleg met partijen van beide initiatieven in de raadszaal in Putten. Hierbij waren aanwezig namens RWE Mirjam Davidson (communicatieadviseur), Anne Struijs en Antoine Stultjens. Namens het initiatief van Prowind i.s.m. buurtvereniging Horst en Telgt en Veluwe Energie waren aanwezig Jörn Maathuis, Frederique Wiertsema en Henk Jan Staal. Vanwege de RIVM-richtljjnen rond het coronavirus is besloten om maximaal drie personen per initiatief uit te nodigen.

Eerste gesprekken: kennismaking en context De eerste gesprekken zijn gericht op de onderlinge kennismaking. Hierbij wordt de achtergrond van de opdracht van procesregisseur en windexpert toegelicht en geven de initiatiefnemers de geschiedenis en ruimere context van hun project weer. De initiatiefnemers hebben aangegeven waardering te hebben voor de coördinerende rol die beide gemeenten met de inzet van procesregisseur en windexpert op zich hebben genomen. RWE RWE kijkt terug op de start van het initiatief in 2014, de drie aangegane grondovereenkomsten (zie kaart 3.1) en de terughoudendheid bij het gros van de andere grondeigenaren. RWE concludeert dat hun eerste bod, waarbij één windturbine van een toekomstig windpark als participatieturbine zou gelden, eraan heeft bijgedragen dat de animo klein was. Hoewel het een openingsbod betrof was het beeld bij de buurtvereniging dat er meer in zat dan een enkele participatieturbine. Pas later vernam RWE dat de buurtvereniging in zee is gegaan met Prowind. RWE geeft aan dat zij de invulling van participatie nog niet hebben geconcretiseerd en dat zij openstaat voor tal van opties. Hierover is contact gezocht met energiecoöperatie Veluwe Energie, een partij die inmiddels is verbonden aan het initiatief van Prowind.

Als het gaat om optimalisatie noemt RWE in eerste instantie een voordelige inkoopstrategie, de jarenlange ervaring van het bedrijf en de betrouwbaarheid als gebiedspartij als mogelijke meerwaarde (zie ook bijlage 4). Prowind Tijdens het eerste gesprek met Prowind en de buurtvereniging geeft de laatste aan dat met Prowind een partner is gevonden waar het gebied ook in financiële zin veel uithaalt. Dit geldt ook voor grondeigenaren op wiens grond geen turbine zou worden geplaatst. Prowind heeft veel belanghebbenden in de omgeving gesproken en heeft tijdens een gezamenlijk overleg met 19 (inmiddels 20) van hen een grondovereenkomst gesloten waarmee het initiatief mogelijk wordt (zie kaart 3.2). Prowind heeft het plan beperkt tot Ermeloos grondgebied en heeft nog niet grote aandacht besteed aan de optie om een aanvullende turbine op Puttens grondgebied te plaatsen. Als het gaat om optimalisatie wordt de mogelijkheid voor een turbine in Putten naar voren gebracht. Deze mogelijkheid bleek uit de haalbaarheidsanalyse (zie voorgaande hoofdstuk).

16

Kaart 3.1 Grondposities RWE

Kaart 3.2. Grondposities Prowind

17

Het tweede gesprek: verdieping en doorkijk naar samenwerking en optimalisatie Bij het tweede gesprek is nader ingegaan op de inhoud van het betreffende initiatief en is vooral aandacht besteed aan de mogelijkheid om tot samenwerking en optimalisatie van beide initiatieven te komen. RWE Evenals Prowind zegt ook RWE toe een kaart met daarop de grondposities in het gebied te zullen delen (zie kaarten 3.1 en 3.2 waarop respectievelijk de gronden onder contract van RWE en Prowind zijn weergegeven). Tijdens het gesprek wordt de oostelijke rij windturbines van Prowind benoemd. RWE geeft aan dat zij van deze mogelijkheid hebben afgezien met het oog op (de aantasting van) het landschap en de nabijere ligging van bebouwing. Kijkend naar de mogelijkheden om in Putten niet één maar twee turbines te realiseren is de conclusie van RWE negatief. Een extra positie vraagt met het oog op nabij gelegen woningen om de aanwijzing van een molenaarswoning, wat gezien recente jurisprudentie een juridisch risico vormt. RWE geeft aan bij de ontwikkeling van een windpark de assets in eigen beheer te willen hebben en over de eigen stroomopbrengst te willen gaan. Op de opties voor samenwerking en optimalisatie gaat RWE in dit gesprek nog weinig in. Wel noemt RWE een samenwerkingsmogelijkheid waarbij RWE het Puttense deel van het zoekgebied voor haar rekening neemt en Prowind het Ermelose deel.

RWE wordt opgeroepen zelf met voorstellen tot optimalisatie te komen. Naast de al genoemde opties hiertoe zijn geen aanvullende voorstellen naar voren gebracht. Prowind Op verzoek van Veluwe Energie wordt de samenhang van de twee noordelijke initiatieven met het initiatief in Putten geduid; er zijn drie principeverzoeken ingediend, welke alle drie vallen in het begrensde studiegebied. Het is verstandig om deze initiatieven in onderlinge samenhang te onderzoeken en mogelijke verbanden en mogelijkheden voor samenwerking in beeld te brengen. Als het gaat om de samenwerking met Prowind geeft Veluwe Energie aan dat de samenwerking met RWE niet van de grond kwam a.g.v. de beperkte mate van participatie. Prowind krijgt veel vertrouwen in de streek, waardoor ook Veluwe Energie zich aan dit initiatief heeft gecommitteerd. Om de precieze positie van Veluwe Energie t.a.v. de mogelijkheid tot samenwerking met zowel Prowind als RWE scherper te krijgen is Veluwe Energie hier nader op bevraagd. Uit dit gesprek kwam naar voren dat Veluwe Energie de samenwerking met Prowind en de buurtvereniging omarmt en samenwerking met RWE als een gepasseerd en niet tot de mogelijkheden behorend station beschouwd. Prowind heeft de mogelijkheden van aanvullende turbines onderzocht. Een optie in het noorden van het gebied bleek niet mogelijk en de aanwijzing van molenaarswoningen wordt niet haalbaar geacht.

Kort na dit overleg heeft Prowind een extra grondpositie verworven in Putten, waarmee een extra turbine mogelijk wordt. Wat betreft de dubbele rij turbines binnen het initiatief geeft Prowind aan dat hierover positieve gesprekken zijn gevoerd met alle bewoners die relatief dicht bij de oostelijke rij turbines wonen. Door deze tweede lijn profiteren meer mensen mee van het plan en is er meer draagvlak ontstaan bij omwonenden van het studiegebied en met name bewoners in de directe nabijheid van deze tweede lijn. Als het gaat om de mogelijkheden tot samenwerking en optimalisatie met RWE wordt afwijzend gereageerd. Zowel op het vlak van vertrouwen en draagvlak en efficiency als planning en doorlooptijd zien partijen geen meerwaarde maar eerder een afbreukrisico. Wat betreft de energieopbrengst wordt eveneens geen meerwaarde voorzien. 18

Gezamenlijk overleg raadszaal Putten Tijdens het ‘real life’ gesprek in de raadszaal in Putten kregen beide initiatiefnemers de gelegenheid om hun initiatief aan elkaar te presenteren. Hierbij konden wederzijds vragen worden gesteld en was er ruimte om direct te regeren op elkaars plannen, argumenten en de (on)mogelijkheden om tot samenwerking en optimalisatie te komen. Inhoudelijk zijn hierbij met name de punten voorbijgekomen die hiervoor zijn weergegeven en is duidelijker geworden waar door partijen verschillend over wordt gedacht. De kernconclusies na de drie gespreksronden zijn: -

Er bestaat een duidelijk verschil van inzicht tussen de initiatiefnemers over de huidige situatie waarbij er sprake is van twee initiatieven die in ruimtelijk opzicht met elkaar conflicteren, zich in verschillende fasen bevinden en een andere omvang kennen. RWE beschouwt zich buitenspel gezet door het initiatief van Prowind, maar ziet mogelijkheden tot samenwerking en optimalisatie. Prowind i.s.m. de buurtvereniging, Veluwe Energie en PutterZon geven aan waarom zij deze mogelijkheden tot samenwerking en optimalisatie niet reëel acht. Er is dus geen gedeeld beeld over de mogelijkheden van een toekomstige samenwerking.

Visie RWE: RWE wil graag samenwerking verder verkennen en noemt daarbij: 

 

optimalisatiemogelijkheden in Ermelo door gebruik te kunnen maken van hun grondposities. Hierdoor is er een hoger rendement voor een aantal turbines te behalen, omdat ze wat verder uit elkaar kunnen staan en er daardoor minder windverlies optreedt; de mogelijkheid van een zevende turbine op Puttens grondgebied; door een samenwerking zijn alle agrariërs/grondeigenaren in het gebied betrokken, zowel die van RWE als die van Prowind.

Visie Prowind:   

Prowind en de buurtvereniging zien weinig tot geen voordelen in een samenwerking; Zij zien er zelfs een bedreiging in voor het plan, de relaties en het vertrouwen dat is opgebouwd; De voordelen van het betrekken van de gronden van RWE qua rendement en winstgevendheid zijn volgens Prowind minimaal en wegen niet op tegen de nadelen; Daarnaast zou een geforceerde samenwerking nadelige gevolgen hebben voor planning en doorlooptijd.

19

REFLECTIE De eerste twee argumenten voor samenwerking die RWE als voordeel tot optimalisatie noemt, moeten worden weerlegd: de verhoging van het rendement door toevoeging van de gronden van RWE door het verlagen van de windafvang is beperkt en wordt ingeschat op hooguit enkele procenten. De zevende turbine in Putten is geen exclusieve positie van RWE, ook Prowind heeft hier een grondpositie bemachtigd. Dit is informatie die RWE ten tijde van het overleg nog niet tot haar beschikking had. Het derde punt is een zeer valide argument: betrokkenheid en participatie van alle grondeigenaren in het gebied heeft wat betreft procesregisseur en windexpert de voorkeur. Niet zozeer vanwege een hogere elektriciteitsopbrengst, maar vanwege het streven om alle grondeigenaren in het gebied in het initiatief te willen betrekken. Daarvoor is dan wel nodig dat RWE met de drie grondeigenaren kan participeren in het initiatief van Prowind of dat de drie grondeigenaren onder contract van RWE de vrijheid krijgen om zich aan te sluiten bij het initiatief van Prowind. Prowind en de buurtvereniging moeten in dat geval de ruimte bieden om hen op te nemen binnen de bestaande afspraken. Er zijn dan meer gronden beschikbaar waar een turbine op geplaatst kan worden.

Echter betekent dit niet dat er meer windturbines geplaatst kunnen worden dan in het initiatief van Prowind, aangezien op basis van de ruimtelijktechnische analyse gesteld kan worden dat met het initiatief van Prowind het gebied al maximaal wordt benut voor windturbines en extra turbines ervoor zorgen dat de onderlinge tussenafstanden te krap worden.. Bij een positief besluit op het principeverzoek van RWE geldt dit ook andersom: de grondeigenaren onder contract van Prowind dienen dan de vrijheid te krijgen om zich aan te sluiten bij het initiatief van RWE en dat RWE de ruimte biedt om hen op te nemen binnen de bestaande afspraken. Momenteel hebben Prowind en de buurtvereniging aangegeven géén voorstander te zijn om de grondeigenaren van het initiatief van RWE op te nemen in hun plan. Consequentie is dan dat niet alle grondeigenaren in het gebied kunnen meedoen in het windplan. RWE heeft aangegeven het betrekken van alle grondeigenaren te willen verkennen.

De kernconclusies van de drie gespreksronden zijn hier weergegeven, de gespreksverslagen zijn opgenomen in bijlage 4. De vervolgstappen in het proces worden vastgesteld nadat bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden op basis van de conclusies en aanbevelingen van onderhavig onderzoek en advies. Hoofdstuk 5 gaat hier in verder detail op in.

20

3.2

Bevindingen zuidelijk deel studiegebied

Processchets 29 april 2020 13 mei 2020 Per begin juni 2020

eerste gesprek: Gerard van Winkoop tweede gesprek: Gerard van Winkoop en Joop Bettink (adviseur) vervolg met nieuwe partner Prowind

Bijlage 5 bevat de weergave van de gesprekken die zijn gevoerd met initiatiefnemer Van Winkoop en zijn adviseur Bettink. De gesprekken zijn voornamelijk gegaan over de haalbaarheid van het plan Voordijksewind, waarbij er onvoldoende zekerheid gegeven kon worden over de milieutechnische haalbaarheid (vanwege de kleine afstanden tussen turbines en woningen), de financiële haalbaarheid (vanwege de geringe hoogte van de turbines) en hoe (financiële) participatie wordt vormgegeven. Kort na het tweede gesprek is afscheid genomen van de adviseur en van het aanvankelijke initiatief Voordijksewind. Hiervoor in de plaats is Van Winkoop een samenwerking aangegaan met Prowind. Deze samenwerking heeft geleid tot een nieuw plan onder de naam Windpark Putten. Dit plan ligt zuidelijker dan het aanvankelijke plan Voordijksewind en bestaat niet uit vier maar uit drie windturbines. De omvang van de turbines is het nieuwe plan aanmerkelijk groter (tiphoogte ca. 250 meter) dan de turbines binnen Voordijksewind (tiphoogte ca. 100 meter). Een direct verband en een directe samenwerking of optimalisatie i.r.t. het noordelijke deel van het studiegebied wordt op dit moment niet vastgesteld. Wel is het advies om bij de ontwikkeling van beide deelgebieden rekening te houden met het type en formaat windturbines dat wordt gerealiseerd.

Sturing op uniformiteit draagt bij aan een goede inpassing in het landschap. Het principeverzoek voor dit nieuwe plan is in september ingediend. In bijlage 2 is de haalbaarheidsanalyse van Windpark Putten opgenomen. Aangezien het aanvankelijke initiatief is ingetrokken en heeft plaatsgemaakt voor een nieuw plan, wordt dit spoor vanaf hier door de gemeente Putten opgepakt i.o.m. procesregisseur en windexpert.

21

22

4.

CONCLUSIES EN ADVIES VOOR VERVOLG

In het kader van dit advies is het zoekgebied onderverdeeld in een noordelijk deel (waarin de initiatieven van Prowind en RWE zijn gelegen) en een zuidelijk deel (waarin het initiatief van Voordijksewind is gelegen). De reden voor het maken van deze onderverdeling is de onderlinge afstand van 2,3 kilometer tussen beide initiatieven. Daarnaast ontbreekt in het tussengelegen gebied de ruimte om windinitiatieven te ontwikkelen.

4.1

Varianten en advies

Noordelijk deel (initiatieven Prowind en RWE) De procesregisseur en windexpert zien hier drie mogelijke uitkomsten: 1. Gemeenten geven groen licht voor de ontwikkeling van het initiatief van Prowind, buurtvereniging, Veluwe Energie en PutterZon en verlenen geen medewerking aan het initiatief van RWE; 2. Gemeenten verzoeken RWE én Prowind, buurtvereniging, Veluwe Energie en PutterZon tot samenwerking te komen; 3. Gemeenten geven groen licht voor de ontwikkeling van het initiatief van RWE en verlenen géén of gedeeltelijk (voor de twee oostelijk gelegen windturbines van het initiatief van Prowind) medewerking aan het initiatief van Prowind, buurtvereniging, Veluwe Energie en PutterZon. In dit advies wordt de voorkeur uitgesproken voor optie 1. Dit is de keuze voor het initiatief van Prowind i.s.m. de buurtverenging Horst en Telgt en energiecoöperaties Veluwe Energie en PutterZon. De afwegingen en nadere nuanceringen hiervoor worden in paragraaf 4.2 weergegeven. Daarna volgt een korte reflectie op deze voorkeur op basis van de criteria die worden genoemd in de beleidskaders grootschalige energie van beide gemeenten.

Zuidelijk deel studiegebied (Prowind, Windpark Putten) Het oorspronkelijke plan van Voordijksewind is na de tweede gespreksronde ingetrokken. Omdat het benodigde inzicht in financiële en milieutechnische haalbaarheid en inzicht in (financiële) participatie uitbleef, is initiatiefnemer voorgesteld om contact te zoeken met een andere professionele windontwikkelaar die kan helpen bij het verkrijgen van dat inzicht. Als opties zijn RWE en Prowind genoemd, omdat zij al actief zijn in het gebied. Zij kunnen beoordelen of het huidige plan levensvatbaar is en of aanpassingen nodig zijn. Hierop heeft initiatiefnemer Van Winkoop de samenwerking gezocht met Prowind. In september heeft Prowind een nieuw principeverzoek ingediend onder de naam Windpark Putten. Dit principeverzoek is inmiddels beoordeeld, de bijbehorende haalbaarheidsanalyse is

23

ondergebracht in bijlage 2. Deze analyse geeft onder meer weer dat de meest noordelijke van de drie beoogde turbines wat betreft geluidhinder problematisch lijkt. Beide zuidelijke turbines vallen buiten het begrensde studiegebied. In dit hoofdstuk wordt niet nader ingegaan op dit principeverzoek. Binnen de gemeente Putten wordt de haalbaarheidsanalyse beoordeeld en worden vervolgstappen bepaald. Hoofdstuk 5 gaat hier kort op in.

4.2

Afwegingen drie varianten noordelijke deel studiegebied

De onderbouwing van de keuze voor optie 1 ten faveure van de opties 2 en 3 bestaat uit meerdere elementen. Hierbij moet gezegd worden dat de ruimtelijk relevante punten de meest relevante criteria moeten zijn in de keuze van beide gemeenten. Dit komt omdat bij planologisch medewerking van een bestuursorgaan – onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) - het uitgangspunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’ leidend is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een bestuursorgaan alle ruimtelijk relevante belangen afwegen. Andere belangen, die niet of minder ruimtelijk relevant zijn, maar genoemd zijn in de beleidskaders grootschalige energie van beide gemeenten, zijn opgenomen omdat deze voor beide gemeenten zeer relevant zijn.

Afwegingen optie 1: Windpark Horst en Telgt De eerste optie gaat uit van de ontwikkeling van Windpark Horst en Telgt zoals Prowind dat voorspiegelt in het geactualiseerde principeverzoek gedateerd 23 juli 2020. Prowind werkt hierin samen met partners buurtvereniging Horst en Telgt en energiecoöperaties Veluwe Energie en PutterZon. Het plan gaat uit van de realisatie van zeven groot formaat windturbines, waarvan zes in de gemeente Ermelo en één in de gemeente Putten. Ruimtelijk relevante punten -

-

-

met het groter aantal mogelijke turbines in het initiatief van Prowind (7 in totaal) kan de gemeente Ermelo (en in beperktere mate de gemeente Putten) een groter deel van haar energieopgave realiseren, wat de mogelijkheid biedt om andere gebieden te vrijwaren voor windturbines. Het gebied komt uit het concept bod van de RES Noord-Veluwe als één van de weinige geschikte gebieden voor grootschalige windenergie naar voren. Dit maakt dat het nog belangrijker wordt om het projectgebied zo optimaal mogelijk te benutten voor de opwekking van windenergie in de regio; andere locaties zijn namelijk in mindere mate of niet geschikt voor de realisatie van windenergie. het huidige initiatief van Prowind levert de grootste energieopbrengst op. De indicatieve bruto jaarlijkse opbrengst van windpark Horst en Telgt (Prowind) bedraagt 115.000175.000 MWh, tegenover een indicatieve opbrengst van 51.000-80.000 MWh van het huidige initiatief van RWE. Dit is een direct gevolg van het verschil in aantal turbines tussen beide initiatieven. het initiatief van Prowind, buurtvereniging Horst en Telgt, Veluwe Energie en PutterZon gaat naast vijf westelijke turbines uit van de plaatsing van twee turbines aan de oostzijde van het gebied, de zogenaamde tweede rij. Dit leidt tot een hogere geluidbelasting op een 24

deel van de woningen in dit deel van het studiegebied ten opzichte van het initiatief van RWE, waarin geen tweede rij windturbines wordt voorzien. Hoewel kritisch, lijkt deze belasting binnen de wettelijke normen te kunnen passen, eventueel met mitigerende maatregelen. Het initiatief van RWE leidt tot een lagere geluidbelasting op dit deel van de woningen in het gebied, omdat het initiatief van RWE hier geen turbines voorziet. Tegenover de hogere geluidbelasting in het initiatief van Prowind staat dat met deze meer oostelijk gelegen twee windturbines meer energie wordt opgewekt. Deze energie hoeft elders niet meer te worden opgewekt. De twee turbines zijn juist onderdeel van het initiatief van Prowind omdat omwonenden van deze turbines financieel wilden meeprofiteren. Daarbij heeft Prowind over de hogere geluidbelasting positieve gesprekken gevoerd met betrokkenen. Bij de formele beoordeling wordt de geluidbelasting in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer berekend op basis van het definitieve plan. Hierbij bestaat de kans dat beide oostelijk gelegen windturbines van Prowind vanwege een te hoge geluidbelasting niet gerealiseerd kunnen worden. Ook in dat (hypothetische) geval wordt binnen dit plan meer elektriciteit opgewekt a.g.v. het aantal overgebleven turbines van Prowind (vijf) tegenover RWE (drie á vier).

Overige punten met betrekking tot financiën, participatie en samenwerking -

-

-

-

dit initiatief bestaat uit een sterk samenwerkingsverband, naast Prowind bestaand uit de buurtvereniging Horst en Telgt, energiecoöperatie Veluwe Energie en inmiddels ook energiecoöperatie PutterZon; er zijn aan het plan van Prowind via een grondovereenkomst 20 grondeigenaren verbonden, tegenover drie grondeigenaren en -contracten bij het plan van RWE. Kanttekening is dat de drie grondeigenaren die een contact hebben gesloten met RWE binnen deze variant vooralsnog geen deel uitmaken van deze samenwerking. de verbondenheid met de ruimere omgeving, deels tot uitdrukking komend in de gevoerde gesprekken en bijeenkomsten in de afgelopen periode, is in het geval van Prowind zeer intensief. Bij RWE is hiervan in beperkte(r) mate sprake; het onderdeel (financiële) participatie is in het plan van Prowind inzichtelijk en concreet uitgewerkt en voldoet aan de uitgangspunten van beide gemeenten. RWE heeft de invulling van participatie nog niet definitief uitgewerkt, hier spelen nog uiteenlopende opties om dit vorm te geven Daarbij komt dat ten tijde van de eerste gesprekken met RWE en procesregisseur en windexpert de energiecoöperaties Veluwe Energie en PutterZon nog niet betrokken waren bij een windinitiatief. Prowind heeft deze coöperaties inmiddels bij hun initiatief betrokken. RWE had eveneens de optie om deze partijen te betrekken maar heeft hierop geen resultaat geboekt.

Afwegingen optie 2: Samenwerking RWE en Prowind Ruimtelijk relevante punten Samenwerking tussen RWE en Prowind is geen voorwaarde om het gebied zo optimaal mogelijk te benutten voor windenergie. Dit is ruimtelijk relevant omdat een optimale invulling in dit gebied de mogelijkheid biedt om andere gebieden te vrijwaren van windturbines. Het initiatief van Prowind benut de beschikbare ruimte volledig en laat geen ruimte om extra windturbines te

25

plaatsten. Wanneer ook gebruik kan worden gemaakt van gronden die onder contract liggen bij RWE kan eventueel wel een iets voordeliger onderlinge afstand tussen turbines aangehouden worden, hetgeen mogelijk tot een beperkte winst (van hooguit één tot enkele procenten op basis van expert judgement) van de elektriciteitsopbrengst leidt. Overige punten met betrekking tot financiën, participatie en samenwerking RWE geeft aan mogelijkheden tot optimalisatie te zien en open te staan voor samenwerking. Optimalisatie ziet zij deels in de mogelijkheid voor een 7e turbine in aanvulling op het initiatief van Prowind. Echter, Prowind heeft inmiddels een grondpositie in Putten verworven, waardoor het initiatief van Prowind ook zonder de grondpositie van RWE uit zeven windturbines bestaat. De aanvankelijke meerwaarde van RWE op dit punt is hiermee ingehaald en vervallen. RWE benoemt daarnaast de mogelijkheid om de turbines meer elektriciteit te kunnen laten opwekken als gebruik wordt gemaakt van gronden die bij hen onder contract liggen, door een betere onderlinge positionering van de turbines. Zoals hiervoor gesteld, kan op basis van expert judgement hooguit één tot enkele procenten meer elektriciteit opgewekt worden. Hiermee kan het verdienmodel dus iets vergroot worden. Echter, er zal dan ook met meer partijen gedeeld moeten worden.

Met andere woorden: de totale taart kan worden vergroot, maar het is maar de vraag of iedereen dan ook een groter stuk van die taart krijgt. Naar verwachting is het antwoord daarop negatief, zodat er geen financiële drive is bij het initiatief van Prowind, buurtvereniging en Veluwe Energie/PutterZon om te gaan samenwerken met RWE. Ook stelt RWE dat door samenwerking alle grondeigenaren een plek krijgen in het eindplan, inclusief de drie grondeigenaren waarmee RWE een contract heeft. Dit ziet RWE als een eerlijke situatie die mogelijk leid tot een gezamenlijk windpark zonder winnaars en verliezers. Dit onderdeel van de redenatie van RWE (voorkeur geen winnaars en verliezers) wordt onderschreven. Verder benoemt RWE dat door haar decennialange ervaring en netwerk voordelen zijn te behalen voor het project door een slimme inkoopstrategie. Prowind geeft aan dat zij deze zienswijze niet deelt. Prowind stelt voorwaarden aan samenwerking: “samenwerking moet het proces versnellen, het moet voor alle stakeholders meer inkomsten opleveren en het moet meer duurzame energie opleveren”. Kanttekening hierbij is dat het bevoegd gezag voorwaarden kan stellen en niet de initiatiefnemer(s). Prowind geeft aan niet te zien hoe aan deze voorwaarden voldaan kan worden. Zij staan negatief tegenover het idee van een ‘opgelegde’ samenwerking.

Ingaand op de geschetste voorwaarden is Prowind van mening dat een ‘opgelegde’ samenwerking het proces niet zal versnellen, maar eerder zal vertragen. De omvang van de vertraging kan vooraf moeilijk worden ingeschat. Hoewel er ook goede voorbeelden van samenwerking zijn, is de inschatting dat het ingaan van een complex samenwerkingstraject waaraan de grootste speler en haar partners met grote tegenzin zouden deelnemen, tot vertraging leidt. Een voordeel kan echter zijn dat bezwaren vanuit de andere partij voorkomen kunnen worden. Verder zal een samenwerking niet leiden tot meer inkomsten voor alle stakeholders. Ook zal het niet tot nauwelijks leiden tot een grotere energieopbrengst. Pondera heeft bepaald dat samenwerking en daarmee de inbreng van extra gronden tot een energiewinst leidt van hooguit één tot enkele procenten. Daarnaast heeft Prowind aangegeven dat de zorgvuldig opgebouwde relatie met buurtvereniging, energiecoöperaties, grondeigenaren en omwonenden onder druk komt te

26

staan wanneer een samenwerking met RWE wordt aangegaan. Een intensief traject om tot een (afgedwongen) samenwerking te komen wordt daarom door hen als onwenselijk beschouwd. RWE is van mening dat een traject naar samenwerking efficiënt en zonder veel tijdverlies kan worden doorlopen. Zoals eerder gesteld is de verwachting van de procesregisseur en windexpert dat een traject naar samenwerking niet snel kan worden doorlopen, omdat de partijen allerminst op één lijn zitten momenteel. De praktijk leert echter ook dat er vergelijkbare samenwerkingstrajecten succesvol zijn doorlopen, maar dat kost hoe dan ook tijd en is geen garantie voor succes. De procesregisseur en windexpert concluderen dat de voordelen van een samenwerking zich beperken tot een gering hogere elektriciteitsopbrengst door inbreng van gronden die onder contract liggen van RWE. Belangrijk pluspunt hiervan is dat iedere grondeigenaar in het gebied binnen dit scenario deel uitmaakt van het initiatief. Daartegenover staat dat de revenuen voor de meeste deelnemers niet toe- maar waarschijnlijk afnemen; er zal met meer belanghebbenden gedeeld moeten worden. Ook bestaat het risico dat het opgebouwde draagvlak voor het initiatief van Prowind onder druk komt te staan a.g.v. een te verwachten langere doorlooptijd en de verwachte vermindering van revenuen.

De niet optimale relatie tot de grondeigenaren van RWE speelt hierin een rol. Met het oog op de sociale cohesie en omgang in het gebied voor de langere termijn is het advies om alle grondeigenaren in het studiegebied, dus ook de drie grondeigenaren die nu bij RWE onder contract staan, deel te laten uitmaken van een toekomstig energieproject.

Afwegingen optie 3: Windpark A28 Horst-Nulde Ruimtelijk relevante punten -

-

Windpark A28 Horst-Nulde, het initiatief van RWE, levert aanmerkelijk minder elektriciteit op dan het initiatief van Prowind (zie ook afweging 1). De reden hiervan is dat Prowind over meer gronden kan beschikken dan RWE. RWE is hiertoe beperkt tot de bouw van drie tot maximaal vier turbines, waar Prowind de mogelijkheden van het gebied ten volste kan benutten met de bouw van zeven turbines. Daarmee wordt het gebied beter benut voor windenergie, hetgeen ruimtelijk relevant is omdat een optimale invulling in dit gebied de mogelijkheid biedt om andere gebieden te vrijwaren voor windturbines. Met slechts één rij windturbines langs de A28 is het op voorhand aannemelijk dat het initiatief van RWE landschappelijk gezien beter scoort dan een dubbele rij zoals in het initiatief van Prowind. Uiteraard geldt hierbij dat er minder elektriciteit duurzaam wordt opgewekt en dat dit dus elders opgewekt dient te worden. Dit kan weer tot gevolg hebben dat – gelet op de duurzaamheidsamibities – elders landschap wordt aangetast.

Overige punten met betrekking tot financiën, participatie en samenwerking Het initiatief van RWE is minder ver gevorderd dan het initiatief van Prowind als het gaat om lokale participatie door mede-eigendom, invloed en betrokkenheid van de omgeving. Om tot samenwerking te komen, zullen contractafspraken aangepast moeten worden. Dit zal hoe dan ook tijd kosten. Zeker wanneer partijen niet op één lijn zitten en er geen gedeelde wil is om tot samenwerking te komen ligt het niet voor de hand aan te nemen dat een dergelijk proces snel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10016694/1