CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

k-bestemmingsplan-koggenland-luitje-broekemastraat-2024-toelichting-OUD

Gemeenteraad 24 oktober 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Koggenland-Luitje-Broekemastraat24.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Afbeelding: uitsnede groenkaart met de als frame- en franjegebieden aangewezen gebieden in de omgeving van het plangebied Onderhavig bestemmingsplan biedt de kaders voor bouw van maximaal 53 sociale en 11 middeldure huurappartementen aan weerszijden van park De Driegang. Dit park, onderdeel van de hoofdgroenstructuur, volgt de lijnvoering van de historische watergang die dienstbaar was aan de droogmaling van De Purmer. Aan het westeinde mondt het groen uit in een verbreding van de ruimte en van de waterpartij. De woongebouwen komen in een ruime en groene setting te staan die veel omgevingskwaliteit biedt. Het park kent het vormgevingshandschrift van de jaren tachtig en zal met zorg in stand worden gehouden wat met name tot uiting komt in het behoud van de water en bomenstructuur. De nieuwbouw markeert het punt waar het park De Driegang overgaat in de ruimte langs de Purmerringvaart. Zoals veel belangrijke assen in de Purmer wordt deze ruimte met een stedenbouwkundig ensemble afgesloten (zie ook Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving). Het plan is niet in strijd met de Groenkoers. 30

3.4.7 Visie Leefbare Stad 2040 Gemeente Purmerend heeft tot 2040 een bouwopgave van 10.000 woningen. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte wordt groter. Bovengronds doordat meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Ondergronds omdat er uitbreiding van kabels, leidingen, riolering en stadsverwarming nodig is. Het groen in de stad staat onder druk. Daarnaast treedt er klimaatverandering op. De kans op wateroverlast, hittestress en droogte in de stad wordt groter. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen. Op 26 maart 2020 is de Visie Leefbare Stad 2040 (Steen en groen in balans voor een leefbaar en aantrekkelijk Purmerend) door de raad vastgesteld. In deze visie worden de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad. Het is een overkoepelend plan dat een stip op de horizon richting 2040 weer geeft, kansen benoemt en vier uitwerkingen kent: 1. 2. 3. 4.

Bomenplan Klimaatadaptatieplan Parkenplan Natuurinclusief bouwen

Met de vaststelling van de visie zal in vervolg bij elke ontwikkeling in de stad onderbouwd moeten worden wat er is gedaan op het gebied van goede bomen, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. Ten behoeve van de nieuwbouw bij de locaties Koggenland en Luitje Broekemastraat is een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De conclusies en te ondernemen actie naar aanleiding van deze BEA zijn opgenomen in paragraaf 3.4.8. Daarnaast committeert de gemeente Purmerend zich aan de Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA (zie bijlage 14 Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland). Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt gekeken hoe zoveel mogelijk natuurinclusief gebouwd kan worden. Het onderhavige bestemmingsplan vormt hierbij geen belemmering. 3.4.8 Bomenkaart Purmerend en Beemster Sinds 12 juli 2022 vervangt de Bomenkaart Beemster en Purmerend de Bomenlijst Purmerend waarop de te beschermen bomen van de stad staan. In verband met de fusie van de twee gemeenten was het gewenst om een nieuwe geharmoniseerde bomenkaart op te stellen. Daarvoor zijn de aanwijscriteria geharmoniseerd en verbeterpunten uit de praktijkervaring doorgevoerd. Zo is onder meer de ecologische waarde van bomen toegevoegd (https://purmerend.nl/afval-groen-en-dieren/groen/bomenkaart-purmerend-en-beemster).

Op deze kaart staan alle waardevolle bomen van de stad met unieke kenmerken die in principe behoudenswaardig zijn. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Deze bomen mogen alleen in uitzonderlijke gevallen en onder voorwaarden gekapt worden. Bomen die niet op de bomenkaart staan, kunnen zonder vergunning gekapt worden. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - met betrekking tot die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd. Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is. De uitkomsten van die BEA dienen te worden verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan en indien noodzakelijk ook in de regels van het bestemmingsplan (voorwaardelijke verplichting). Voor zowel de Luitje Broekemastraat als het Koggenland is in de beginfase van de ontwikkeling een

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

BEA opgesteld door Smit Groenadvies (d.d. 6 maart 2020, zie bijlage 1) om inzicht te verkrijgen in de huidige toestand van de bomen en om de effecten van verschillende ontwerpvarianten op de waardevolle bomen in kaart te brengen. Deze BEA bevat geen advies over afstand van het gebouw tot de kronen van de bomen, omdat in de oorspronkelijke ontwerpen de gebouwen op veilige afstand van de bomen geprojecteerd waren. Het advies richt zich met name op de afstand van inrichting werkzaamheden tot het wortelsysteem van bomen. Naar aanleiding van waarnemingen van de bomenbeheerder in het veld over scheefstaande bomen nabij de projectlocatie en aangepaste ontwerpvarianten is door Groenadvies Amsterdam bv een aanvullende BEA uitgevoerd (projectnummer P23362 d.d. 16 november 2023, zie bijlage 2). De opgestelde BEA's geven inzicht in de huidige toestand van de bomen inclusief de opbouw van het wortelsysteem, de huidige groeiplaats en het toekomstperspectief van de bomen. Daarnaast is gekeken naar het effect van de ontwikkeling en de bouwwerkzaamheden ten opzichte van de huidige toekomstverwachting van de bomen. De BEA beoordeelt of de aanwezige bomen duurzaam te handhaven zijn. Daaropvolgend zijn aanbevelingen gedaan voor een minimale afstand van bouwwerkzaamheden tot de bomen om eventueel schade te voorkomen en wortelverlies te minimaliseren tot een acceptabel percentage.

Ook zijn er verdere aanbevelingen gedaan voor de werkmethode rondom de bomen tijdens de uitvoering. Voor de ontwikkeling aan het Koggenland zullen vier bomen gekapt worden (zie rode kruizen in onderstaande afbeelding), waarvan drie een beschermde status hebben. Het zijn drie iepen en één lijsterbes. De kap is noodzakelijk om een toegankelijk terrein voor auto's en de aanleg van voldoende parkeerplaatsen voor het toekomstige woongebouw mogelijk te maken. Ter compensatie van de drie kapvergunningplichtige bomen worden drie iepen teruggeplant. Twee daarvan in het verlengde van de rij bomen langs het fietspad en één tussen de huidige iepen in het plantvak (NW-ZO richting). Na de werkzaamheden zullen er ook minimaal twee kleinere bomen in de zuidoosthoek van het gebouw buiten het plangebied geplant worden. Deze bomen volgen de oorspronkelijke symmetrische inrichting van de terreinen aan weerzijden van het park De Driegang waar nu wat bosschages zijn gesitueerd.

Afbeelding: de met rode kruis aangegeven te kappen bomen op de locatie Koggenland (NB: het kruis buiten het plangebied betreft geen beschermde boom en zal nog uit de afbeelding verwijderd worden) Voor de ontwikkeling aan de Luitje Broekemastraat wordt een kapvergunning aangevraagd voor een boom ter plaatse van de beoogde inrit naar het parkeerterrein (zie onderstaande afbeelding). Deze boom heeft een beschermde status. Het gaat om een iep. Ter compensatie wordt een iep 32

geplant in het verlengde van de aanwezige bomenrij tussen het water en de rijweg (langs de Luitje Broekemastraat). Daarnaast zullen ten behoeve van de toegankelijkheid van het terrein voor bouwverkeer drie bomen gekapt worden. Het gaat om een iep en twee lijsterbessen. Deze bomen hebben eveneens een beschermde status. Na de bouwwerkzaamheden zal de oorspronkelijke bomenstructuur hersteld worden door het planten van drie nieuwe bomen op deze plekken. Daarmee wordt de huidige bomenstructuur behouden.

Afbeelding: de met rode kruizen aangegeven te kappen bomen met beschermde status op de locatie Luitje Broekemstraat 3.4.9 Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2024-2028 De gemeente Purmerend staat voor een veilige, gezonde en duurzame omgeving waar mensen kunnen werken, wonen en recreëren en heeft als missie om samen met en voor inwoners en organisaties te bouwen aan een duurzame en leefbare samenleving. Per 1 januari 2022 zijn de gemeenten Beemster en Purmerend gefuseerd tot de gemeente Purmerend. Sinds de samenvoeging met Beemster is het totaal inwoneraantal ongeveer 94.000. Meer inwoners geven automatisch meer druk op de leefomgeving. Verder is te verwachten dat het aantal vervoersbewegingen zal toenemen en zal invulling gegeven moeten worden aan maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, verduurzaming en klimaatbestendigheid. Daarnaast wordt het omgevingsrecht vernieuwd (via de Omgevingswet), wordt vergaand gedigitaliseerd en wordt het bouwtoezicht gedeeltelijk geprivatiseerd. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop vergunningen worden verleend en de manier waarop het toezicht en de handhaving wordt uitgevoerd. De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2024-2028 is op 27 februari 2024 met terugwerkende kracht per 1 januari 2024 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.

Deze beleidsnota beschrijft de wijze waarop de gemeente vergunningen verleent, toezicht houdt en handhaaft op het gebied van het omgevingsrecht, Algemene plaatselijke verordening en bijzondere wetten. Hierbij is rekening gehouden met de uitkomsten van de beleidsevaluatie die is uitgevoerd. Daarnaast is de nota aangepast op belangrijke ontwikkelingen, namelijk de Omgevingswet en het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen. Er is eerst een omgevingsanalyse uitgevoerd. Het gaat om een omschrijving van de gemeente en voor welke uitdagingen die staat staat. Vervolgens wordt de missie en visie op het gebied van uitvoering en handhaving weergegeven. Hierna worden de problemen die zich in de fysieke leefomgeving kunnen voordoen, nader geduid via een analyse. Aangezien de beschikbare

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

capaciteit schaars is, moet worden geprioriteerd. De problemen en risico’s zijn hoog, middel en laag geprioriteerd. Op basis van de omgevings- en probleemanalyse zijn doelen gesteld voor de periode tot en met 2028. De doelstellingen geven aan wat wat de gemeente wil bereiken. Per doel is aangegeven wat er concreet voor wordt gedaan en wat het gewenste resultaat moet zijn. Er zijn doelen gesteld over het implementeren van nieuwe wetgeving (Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen), de uitvoeringsorganisatie, meldingen handhaving en er zijn operationele doelen gesteld. In het jaarlijks op te stellen programma uitvoering en handhaving wordt concreet aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd die bijdragen aan het bereiken van de doelen en prioriteiten van de beleidsnota. Deze activiteiten worden gedurende het jaar gemonitord. Jaarlijks wordt over de uitvoering van het programma gerapporteerd, vindt de verantwoording plaats in hoeverre de activiteiten hebben bijgedragen aan het realiseren van de doelen en vindt de evaluatie van de beleidsnota plaats. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wordt de nota aangepast. In de beleidsnota worden de te hanteren strategieën beschreven. Het gaat om de vergunningenstrategie en de strategieën om de naleving van de regels te bevorderen.

Tenslotte wordt ingegaan op de uitvoeringsorganisatie en alle zaken die hiermee te maken hebben. 3.4.10 Nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties. Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen). Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn.

Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het verzekeren van de kosten via een anterieure overeenkomst. In hoofdstuk 6 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn. 3.4.11 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voor de bouw van 53 sociale huurappartementen aan het Koggenland en 11 middeldure huur of koopappartementen aan de Luitje Broekemastraat, die door dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is in overeenstemming met de beleidskaders van rijk, provincie, regio en de gemeente Purmerend.

34

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsanalyse

Huidige situatie

Het plangebied maakt onderdeel uit van de wijk De Purmer-Zuid. Deze wijk heeft een waterrijk karakter. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de oorspronkelijke poldertochten en -sloten die opgenomen zijn in het stedenbouwkundig plan voor de wijk. In Purmer-Zuid is in noord-zuidrichting een singel aangelegd. Daarnaast zijn er twee belangrijke singels die in oost-westrichting lopen. Deze singels lopen in het verlengde van de tochten van de polder. De singels in Purmer-Zuid hebben veel meer een openbaar karakter dan in het noordelijk deel van De Purmer en zijn daardoor meer bepalend voor het beeld van de wijk. Centraal in Purmer-Zuid, op de kruising van twee singels, bevindt zich het Park De Driegang. Daarnaast zijn er hier verspreid over de verschillende woonbuurten groene pleintjes aangelegd. In Purmer-Zuid zijn de singels, het park en de groene pleintjes bepalend voor het groene karakter van de wijk en van belang voor de woonkwaliteit van de wijk. In Purmer-Zuid zijn er aan de noord-zuidlopende singel meerdere oriëntatiepunten gekoppeld. Deze singel vormt een belangrijke zichtas door de wijk. Centraal in de wijk bevindt zich het winkelcentrum Meerland aan het Van Burgplein. Bij dit winkelcentrum is een woontoren gerealiseerd die net in de zichtas ligt.

Op de kruisingen van de noord-zuidsingel met de oost-westsingels en aan de beide uiteinden van de noord-zuidsingel zijn vijvers aangelegd, waardoor hier extra grote openbare ruimtes zijn ontstaan. Deze ruimtes worden benadrukt doordat hier gestapelde bebouwing is gerealiseerd. De gestapelde bebouwing aan de beide uiteinden van de singel vormt tevens een duidelijke beëindiging van deze singel. De genoemde hoogteaccenten zijn van belang voor de herkenbaarheid van de wijk en de oriëntatie binnen de wijk. De locatie Koggenland betreft een voormalige schoollocatie. De locatie heeft een oppervlak van ongeveer 6.500 m2, waarvan ongeveer 65% bebouwing en verharding.

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

Afbeelding: bovenaanzicht ontwikkelingslocatie Koggenland (bron: google maps) Het voormalige schoolgebouw op Koggenland 90 had een oppervlakte van zo'n 700 m2 en is tot 1 oktober 2022 gebruikt als tijdelijke woonruimte. Het noodgebouw was circa 3 meter hoog (1 bouwlaag) en afgedekt met een plat dak. Het noodgebouw is inmiddels gesloopt.

Afbeelding: vooraanzicht Koggenland 90 (bron: google maps) Het gebouw op nummer 92 bestaat ook uit 1 bouwlaag (ca. 3 meter) met een plat dak en heeft een oppervlak van ongeveer 170 m2. Het wordt gebruikt door de groendienst van de gemeente Purmerend voor dagelijks onderhoud. Het gebouw wordt geheel omringd door beplanting.

36

Afbeelding: Koggenland 92 (bron: google maps) Aan de noordkant van de bestaande bebouwing ligt een parkeerterrein met in totaal 72 parkeerplaatsen, waarvan 3 bestemd voor mindervaliden. Het terrein wordt ontsloten via een inrit op de straat Koggenland, aan de noordoostzijde van de ontwikkelingslocatie. Deze inrit kruist het fietspad Purmer Zuidlaantje, welke uitkomt ten zuiden van de bebouwing gelegen Driegangpark. Direct grenzend aan het plangebied, aan Koggenland 88, bevindt zicht sporthal De Vaart. Deze sporthal grenst aan het plangebied aan de noordzijde van het parkeerterrein. De sporthal heeft een afmeting van 44 x 26 x 7 meter en biedt mogelijkheden voor badminton, basketbal, zaalvoetbal, handbal, korfbal en volleybal.

Afbeelding: sporthal De Vaart, Koggenland 88 (bron: google earth) Aan de noordwestkant van de ontwikkelingslocatie bevindt zich een bomenrij met daarachter de Purmerringvaart.

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

Afbeelding: aanzicht Purmerringvaart met daarachter de bomenrij gezien vanaf de overzijde van de vaart (bron: google maps) De dichtstbijzijnde woning is de dijkwoning op de kop van het park aan de Purmerringvaart (Purmerdijk 1A), op een afstand van ten minste 45 meter. De woonbebouwing aan Koggenland 133 t/m 155, aan de oostzijde van de ontwikkelingslocatie, ligt op een afstand van ten minste 65 meter. Het gaat hier om rijwoningen met op de hoek een kleinschalig appartementencomplex van 9 meter hoog met plat dak. De rijwoningen bestaan uit 2 bouwlagen met kap en hebben een maximum goothoogte van 6 meter.

Afbeelding: woonbebouwing Koggenland 151 t/m 155 (bron: google earth) Aan de overzijde van het fietspad (Purmer Zuidlaantje) aan de zuidoostkant van het plangebied is een squash- en fitnessaccommodatie gevestigd. De sportvoorziening heeft een omvang van 38

ongeveer 1.700 m2.

Afbeelding: Squash en fitness Purmerend, Koggenland 94 (bron: google maps) Tenslotte grenst de locatie aan de zuidzijde aan park De Driegang. Door dit park loopt een historische watergang die dienstbaar was aan de droogmaling van De Purmer. Aan de westkant mondt het groen uit in een verbreding van de ruimte en van de waterpartij.

Afbeelding: bovenaanzicht park De Driegang (bron: google earth) Aan de zuidwestkant van park De Driegang ligt de ontwikkelingslocatie Luitje Broekemastraat. De

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

locatie is momenteel niet bebouwd, de noodbebouwing is inmiddels gesloopt. Het gebouw had een oppervlakte van circa 175 m2 en is 3 meter hoog (1 bouwlaag). De ontwikkelingslocatie wordt aan de noordwest-, zuid- en zuidoostzijde omgeven door een bomenrij. Het onbebouwde deel bestaat uit grasland. Vanaf de locatie is vrij zicht op het aangrenzende park aan de noordoostkant. De omliggende woningen ten zuiden en ten zuidoosten bestaan uit rijtjeswoningen met een maximum goothoogte van 6 en een maximum bouwhoogte van 10 meter hoog (2 bouwlagen met kap).

Afbeelding: aanzicht Luitje Broekemastraat 84 t/m 98 (bron: google earth) De dichtstbijzijnde woning is Luitje Broekemastraat 98. De zijgevel van deze woning ligt op een afstand van ongeveer 15 meter van de te ontwikkelen locatie. De locatie wordt voor het gemotoriseerd verkeer ontsloten vanuit de Luitje Broekemastraat en van daaruit de Clara Visserstraat.

4.2

Nieuwe situatie

Vanwege de ligging binnen De Purmer Zuid is het plangebied geschikt voor een nieuwe invulling met wonen. Voor de recreatieve behoeften van de nieuwe bewoners ligt een volwaardig park om de hoek (Park De Driegang) en het open landschap op korte wandel- of fietsafstand. Verder is het plangebied gelegen in een relatief groene buurt met ruime en groene straatprofielen. Tegelijkertijd ligt het plangebied op korte afstand (ongeveer 350 meter loopafstand) van voorzieningen (wijkcentrum Meerland) en OV-halten. De combinatie van de ruime opzet van de buurt, de nabijheid van voorzieningen en OV-halten en de beschikbaarheid van een onbenutte ruimte maakt dit plangebied een geschikte locatie voor het toevoegen van woningen. Onderhavig bestemmingsplan biedt de kaders voor de herontwikkeling van de locaties Koggenland 90-92 en Luitje Broekemastraat 35. De voormalige bestaande schoolgebouwen zijn inmiddels gesloopt. Op het Koggenland komt een zeslaags, U-vorming rechthoekig appartementencomplex met 53 sociale huurwoningen en een maatschappelijk programma van 150 m2 bvo. Aan de Luitje Broekemastraat een drielaags, rechthoekig appartementencomplex met 11 middeldure 40

huurwoningen. Gelet op de positionering en omvang van de nieuwbouw heeft het plan op voorhand beperkt ruimtelijke effecten op de bestaande woonbebouwing in de omgeving. De nieuwbouw op het Koggeland bevindt zich op ruime afstand van de bestaande woonbebouwing en tuinen. De bouwhoogte van 20 meter heeft daardoor naar verwachting geen relevante effecten op het uitzicht, privacy en/of lichtinval. Voor de Luitje Broekemastraat geldt dat de afstand tussen bestaande bebouwing weliswaar kleiner is, maar dat nog steeds sprake is van een acceptabele afstand. Omdat de bouwhoogte aansluit op de bebouwing in de omgeving, zijn er geen relevante effecten te verwachten op het gebied van uitzicht, privacy en/of lichtinval. Dat wordt hierna per locatie toegelicht voor de bestaande bebouwing rondom de nieuwbouw. Koggenland: Er grenzen geen woningen direct aan de ontwikkelingslocatie. De dichtsbijzijnde woning ligt op een afstand van ten minste 41 meter van de nieuwbouw op de kop van De Driegang aan de Purmerdijk 1A. Vanaf de locatie is alleen schuin zicht op de nieuwbouw en er zijn geen nadelige gevolgen door schaduwwerking. De woningen aan de oostkant liggen op een afstand van ten minste 65 meter. Het gaat om Koggenland 133 t/m 155. Er is vanuit deze woningen geen sprake van direct zicht op de locatie, alleen schuin zicht.

De nieuwbouw heeft vanwege de positie en onderlinge afstand geen relevante gevolgen op privacy, uitzicht of lichtinval van de bestaande woningen. De nieuwbouw ligt ten zuidwesten van de bestaande woonbebouwing, waardoor nauwelijks sprake zal zijn van schaduwwerking. Zie voor bezonning paragraaf 5.2. De nieuwbouw mag maximaal 20 meter hoog worden en zal daarmee zichtbaar zijn vanaf de overzijde van de Purmerringvaart vanuit de woningen Brunelhof 1 t/m 11 en Kraailookstraat 2 t/m 14. De afstand tot de achterzijde van de woningen is ongeveer 100 meter. Tussen de woningen en de ontwikkelingslocatie liggen de achtertuinen, een watergang onder aan de waterkering, een waterkering en de Purmerringvaart. De afstand is dusdanig dat van serieuze beperking van het uitzicht of privacy geen sprake zal zijn. De toevoeging van in totaal 53 nieuwe appartementen en een maatschappelijke voorziening van 150 m2 bvo zal leiden tot extra verkeer en parkeren maar deze effecten zijn vanwege de aard en omvang van het programma beperkt. Het plangebied wordt ontsloten vanuit de Koggenland. Deze weg kan de extra verkeersbewegingen goed opvangen. Binnen dit deel van het plangebied zullen verder voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de nieuwbouw en de aangrenzende sporthal (zie paragraaf 5.13).

Luitje Broekemastraat Zowel aan de noord- en westkant van de ontwikkelingslocatie zijn geen woningen aanwezig die overlast zouden kunnen ondervinden door de nieuwbouw. Aan de noordwestkant, aan Purmerdijk 1A ligt een dijkwoning op een afstand van ongeveer 41 meter van de nieuwbouw. Vanaf deze locatie is alleen schuin zicht op de nieuwbouw. De nieuwbouw heeft geen gevolgen voor de bezonning van deze locatie. De nieuwbouw komt op een afstand van ruim 15 meter tot aan de zijgevel van de woning Luitje Broekemastraat 98, aan de zuidkant van de ontwikkelingslocatie. In de zijgevel zitten in de eerste 2 bouwlagen geen ramen, alleen op de zolderverdieping. Vanaf de begane grond en de eerste verdieping is er geen direct zicht op de nieuwbouw. Voor de woningen aan de Luitje Broekemastraat 100 t/m 118 geldt dat er geen sprake is van direct zicht. Vanuit deze woningen is alleen schuin zicht op de herontwikkeling. De woningen aan de Luitje Broekemastraat 120 t/m 130 aan de oostkant van de nieuwbouw liggen op de afstand van ten minste 65 meter. Tussen de nieuwbouw bevindt zich een parkeerhofje met bosschages, alsmede de rijweg van de Luitje Broekemastraat. Deze

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

woningen hebben een woonkamer aan de straatzijde en rechtsreeks zicht op de ontwikkelingslocatie. Er is vanwege de onderlinge afstand en het gebruik van de tussengelegen openbare ruimte geen sprake van relevante inkijk of vermindering van uitzicht en privacy. De nieuwbouw is grotendeels gesitueerd ten noorden van de bestaande bebouwing, waardoor er geen sprake zal zijn van relevante schaduwwerking bij de omliggende woningen. Zie voor bezonning ook paragraaf 5.2. De toevoeging van in totaal 11 nieuwe appartementen zal leiden tot extra verkeer en parkeren maar deze effecten zijn vanwege de aard en omvang van het programma beperkt. Het plangebied wordt ontsloten vanuit de Luitje Broekemastraat en van daaruit de ClaraVisserstraat. Deze wegen kunnen de extra verkeersbewegingen goed opvangen. Binnen dit deel van het plangebied zullen verder voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de nieuwbouw (zie paragraaf 5.13).

42

Hoofdstuk 5 5.1

Randvoorwaarden / omgevingsaspecten

Archeologie

5.1.1 Beleidskader In de Erfgoedwet, vastgesteld op 1 juli 2016, zijn de regels voor de archeologische monumentenzorg opgenomen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen door een gecertificeerd bureau archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Purmerend heeft in 2009 een eigen archeologisch beleid opgesteld. In 2017 is dit beleid opgegaan in het Erfgoedbeleid Purmerend 2017. Hierbij hoort een archeologische verwachtingskaart. Dit is een voorspellingskaart waarop verwachtingen met betrekking tot de situering van (nog) onbekende archeologische vindplaatsen zijn vertaald in termen van vlakken en zones. Op de kaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting. De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het opstellen van een beleidsadvieskaart, die vervolgens kan worden gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg.

Voor gemeenten kunnen de door deskundigen opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten als leidraad worden gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het ruimtelijke plan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden. 5.1.2 Analyse Een deel van de ontwikkelingslocatie Koggenland heeft met het oog op te verwachten archeologische waarden in het bestemmingsplan Purmer 2016 de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2'. In dit gebied ligt een molengang, die in gebruik was tussen 1622 en het begin van de 20e eeuw. Archeologisch onderzoek moet gedaan worden bij bodemingrepen dieper dan 50 cm en een oppervlak van meer dan 100 m2. In januari 2020 heeft Hollandia Archeologen daarom een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor Koggenland 90 om inzicht te krijgen in te verwachten archeologische waarden ter plaatse van de ontwikkeling (Bijlage 3 Archeologisch bureauonderzoek). Hiervoor zijn de relevante historische, archeologische en bodemkundige gegevens van het gebied in kaart gebracht. Er is een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.

Het onderzoeksgebied ligt wel naast de molengang, maar het onderzoeksgebied ligt een stuk hoger, dus eventuele vondsten met betrekking tot de bovenmolen zullen waarschijnlijk niet bij het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen. De bovenmolen lag op een soort eilandje in de molengang, waar water doorheen kon stromen. Eventuele vondsten zijn waarschijnlijk eerder direct rondom de bovenmolen of in het omliggende water terecht gekomen. Op de kwelderafzettingen zijn in theorie archeologische resten te verwachten uit het late neolithicum, maar door verspoelingen, het water uit de binnenzee die veenlagen wegsloeg, de ontginningen en recenter menselijk handelen is de kans groot dat deze kwelderafzettingen verstoord of verdwenen zijn. Resten uit de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen worden niet verwacht in het onderzoeksgebied en de omgeving, omdat het gebied van de huidige Purmer niet geschikt was voor bewoning. Aanvullend archeologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Als er toch archeologische resten worden aangetroffen tijdens de bouw van de nieuwe woningen, dan geldt altijd de

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Purmerend. De Luitje Broekemastraat 35 valt volgens de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart in een zone waar sprake is van een lage archeologische verwachtingswaarde. Onderzoek is voor deze locatie daarom niet nodig.

Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart (bron: datalab Purmerend) 5.1.3 Conclusie In het onderhavige bestemmingsplan spelen archeologische waarden niet. Volledigheidshalve is de archeologische dubbelbestemming uit het geldende bestemmingsplan overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

5.2

Bezonning

Koggenland 90-92 De dijkwoning aan de Purmerdijk 1A ligt op ongeveer 41 meter ten zuidwesten van de nieuwbouw, waardoor van schaduwwerking geen sprake zal zijn. De woningen aan het Koggenland 133 t/m 155 ten noordoosten van de nieuwbouw zijn gelegen op een afstand van ongeveer 65 meter of meer. Gelet op de positie van de nieuwbouw ten opzichte van de bestaande woningen en de onderlinge afstand zijn er geen relevante schaduweffecten te verwachten bij de bestaande woningen. Dit blijkt ook uit een bezonningsstudie die zekerheidshalve is uitgevoerd (zie bijlage 4). Alleen aan het begin van de avond in het voor- en najaar is er bij enkele bestaande woningen aan het Koggenland sprake van enige schaduw op de voorgevel. Deze beperkte afname aan bezonning is ruimtelijk aanvaardbaar. Luitje Broekemastraat 35 De dijkwoning aan de Purmerdijk 1A ligt op ongeveer 41 meter ten noordwesten van de nieuwbouw. De overige bestaande woningen in de omgeving bevinden zich aan de zuid- en zuidoostkant van het nieuwe gebouw, op een afstand van circa 32 en 65 meter. Gelet op de positie van de nieuwbouw ten opzichte van de bestaande woningen en de onderlinge afstanden zijn er geen relevante schaduweffecten te verwachten bij de bestaande woningen. Dit blijkt ook uit een bezonningsstudie die zekerheidshalve is uitgevoerd (zie bijlage 5). Bezonning vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

44

5.3

Bodemkwaliteit

5.3.1 Beleidskader Op 7 mei 2020 is het nieuwe bodembeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Deze stukken, bestaande uit de “Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend en “Nota bodembeheer Purmerend”, bevatten de regels om grondverzet binnen Purmerend plaats te laten vinden zonder dat daar extra bodemonderzoek noodzakelijk is. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op bodemonderzoek, en daarin zijn ook de PFAS- en PFOA-gerelateerde stoffen meegenomen. Daarbij heeft de gemeenteraad ook de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Beemster geaccepteerd als erkend bewijsmateriaal van de bodemkwaliteit. Hierdoor is voor veel locaties uitwisseling van grond tussen Purmerend en Beemster mogelijk zonder extra bodemonderzoek. Het bodembeleid is voornamelijk generiek (wat schoon is, moet schoon blijven). Voor de rijkswegen, spoorbanen en grond in eigendom van het Hoogheemraadschap zijn uitzonderingen daarop gemaakt en is het beleid specifiek (meer grondverzet mogelijk). In Beemster is het beleid voor alle locaties specifiek. Wat betreft de concrete ontwikkelingen dient in geval van functiewijziging onderzoek te worden verricht naar de bodemkwaliteit. 5.3.2 Analyse Door Landview Bodemonderzoek is een verkennend bodem- en asbest onderzoek uitgevoerd (kenmerk 2020309, 5 maart 2020, Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek).

Uit het onderzoek blijkt dat in de bovengrond en ondergrond lichte verontreinigingen zijn geconstateerd. Verder is het gehalte aan PFAS licht verhoogd. De gemeten waarden zijn echter dusdanig laag, dat op basis van de beleidsregel van de provincie Noord-Holland de locatie als niet verontreinigd wordt beschouwd. De grond op de locatie Koggenland valt in de klasse "wonen/industrie", op de Luitje Broekemastraat 35 is sprake van klasse "landbouw/natuur". In het grondwater is een lichte verhoging van molybeen aangetroffen. Dit kan mogelijk worden verklaard door de aanwezigheid van zwevende fijne stofdeeltjes in het grondwater, zonder dat daadwerkelijk sprake is van verontreiniging. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik als wonen. Op de locatie is geen asbest aangetroffen. 5.3.3 Conclusie De bodemkwaliteit is van dien aard dat deze de realisering van het onderhavige bestemmingsplan niet in de weg staat.

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

5.4

Cultuurhistorische waarden

5.4.1 Beleidskader In de toelichting van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hiertoe is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij dit voorschrift in artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a is opgenomen. De in de grond aanwezige waarden komen in paragraaf 5.1 (Archeologie) aan bod, de overige cultuurhistorische aspecen worden in deze paragraaf besproken. Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 vastgesteld. Dit beleid richt zich op het behoud van het Purmerendse erfgoed. Het spreekt de visie uit dat het erfgoed belangrijk is voor de stad. De gemeente heeft vier ambities met betrekking tot het erfgoed: 1. de karakteristieke historische waarden van Purmerend blijven zo veel mogelijk behouden. Dit wil niet zeggen dat erfgoed onaantastbaar is, ontwikkelingen aan en rond cultuurhistorische waarden blijven mogelijk, mits dit gebeurt met respect voor het 'verhaal' van het object; 2. de historische waarden van onze stad worden versterkt door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed te leggen.

Dit geldt vooral voor locaties in de binnenstad en op bijzondere historische locaties. 3. de kennis over het erfgoed wordt toegankelijker; 4. de gemeente werkt samen met de Purmerendse burgers en ondernemers aan de ambities met betrekking tot het erfgoed. Bij dit beleid is een Cultuurhistorische Waardenkaart opgesteld, waar al het erfgoed van Purmerend op is afgebeeld. 5.4.2 Analyse De Cultuurhistorische Waardenkaart toont dat de locaties gelegen zijn aan weerszijde van een historische waterloop. Deze waterloop ligt niet binnen de plangrenzen van dit bestemmingsplan en zal geen nadelige gevolgen ondervinden van de nieuwbouw. Dat geldt ook voor de ten westen gelegen historische waterloop van de Purmerringvaart.

46

Op beide locaties zelf zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Het plangebied maakt ook geen onderdeel uit van een beschermd stadsgezicht of ander cultuurhistorisch waardevol gebied. 5.4.3 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op cultuurhistorische waarden in of in de nabijheid van het plangebied.

5.5

Duurzaamheid

Voor de ontwikkeling van dit plan wordt rekening gehouden met duurzaam bouwen. Er kunnen tal van duurzame maatregelen worden getroffen. Hieronder valt bijvoorbeeld het gebruik van stadsverwarming als een duurzame energievoorziening waardoor gasloos gebouwd kan worden. Daarnaast kunnen de woningen voorzien worden van een sedumdak, dat bijdraagt aan de waterretentie en hittestress in de wijk tegengaat. De gehele inrichting moet klimaatbestendig zijn (zo min mogelijk verharding, gevel- en dakbegroeiing, waterretentie, etc.). Het plan zal dan ook volgens het laatste bouwbesluit en de dan geldende BENG norm worden uitgevoerd. In artikel 10.3 van de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor klimaatadaptief bouwen. Daarmee is geborgd dat er voldoende rekening wordt gehouden met klimaatadaptief bouwen.

5.6

Externe veiligheid

5.6.1 Beleidskader In het kader van ruimtelijke procedures conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient het aspect externe veiligheid in acht te worden genomen. Het gaat hierbij om risico's ten aanzien van het vervoer, de opslag en het bewerken van gevaarlijke stoffen. De risico's met betrekking tot gevaarlijke stoffen worden geduid in het zogenaamde Plaatsgebonden risico (PR) en het Groepsrisico (GR). Het groepsrisico dient in veelal de meeste ruimtelijke procedures verantwoord te worden. De verantwoording is erop gericht om een weloverwogen besluit te nemen over het van het groepsrisico. Het uiteindelijke besluit is aan het bevoegd bezag. 5.6.2 Analyse In het kader van externe veiligheid is de Signaleringskaart EV geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er in of in de nabijheid van plangebied geen risicovolle inrichtingen liggen. Het project zelf maakt ook geen risicovolle inrichting mogelijk. Ook ligt het plangebied niet in een contour van een transportroute gevaarlijke stoffen of buisleiding. Zie voor planologisch relevante leidingen ook paragraaf 5.12.

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

Afbeelding: uitsnede nl.ev-signaleringskaart.nl ter hoogte van plangebied (rode stip) 5.6.3 Conclusie De wetgeving omtrent externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het onderhavige bestemmingsplan.

5.7

Geluid

5.7.1

Wegverkeerslawaai

5.7.1.1 Beleidskader Artikelen 76 en 74 van de Wet geluidhinder (hierna Wgh) schrijven voor dat in ruimtelijke plannen, die betrekking hebben op gronden die langs een verkeersweg gelegen zijn, onderzocht dient te worden of op de gevel van gebouwen de maximale toegestane geluidsbelasting niet wordt overschreden. Langs alle wegen bevinden zich, als gevolg van de Wgh, geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. De zonebreedte is afhankelijk van een binnen of buitenstedelijke ligging en de hoeveelheid rijstroken van de weg en wordt gemeten uit de rand van de weg. Een naast die rijstrook liggend fietspad ligt dus ook in die zone. Ook een vluchtstrook, niet zijde een rijstrook ligt in de zone. De ruimte boven en onder de weg behoort ook tot de zone. Voor wegen die zijn ondergebracht in een 30 km/h-gebied geldt geen wettelijke geluidszone en is akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai in nieuwe situaties op grond van de Wgh niet verplicht. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening echter aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau.

Indien dit niet aannemelijk is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidsbelasting op de gevels noodzakelijk, mogelijk en doelmatig zijn. Bij gebrek aan wettelijke normen kunnen 48

uitsluitend de eerder vermelde voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde uit de Wgh als referentiekader worden gehanteerd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De voorkeursgrenswaarde mag in principe niet worden overschreden. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat deze voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, is onderzoek naar maatregelen gericht op het verminderen van de geluidsbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten noodzakelijk. Onderscheid wordt gemaakt in maatregelen aan de kant van de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt), maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidsschermen), maatregelen aan de kant van de geluidsontvanger (bijvoorbeeld geluidsdove gevels) of het vergroten van de afstand tussen de geluidsbron en de ontvanger. Zijn maatregelen onvoldoende doeltreffend, dan wel ontmoeten deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek tot vaststelling van (een) hogere waarde(n) worden ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend.

Deze hogere grenswaarde mag, afhankelijk van de situatie, een bepaalde waarde niet te boven gaan (uiterste grenswaarde). De uiterste grenswaarde voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen in binnenstedelijk gebied bedraagt 63 dB. Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een snelheid lager dan 70 km/h geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/h of meer geldt een aftrek van 2 dB. Op alle in akoestische onderzoeken worden genoemde geluidsbelastingen is deze aftrek toegepast, tenzij anders vermeld 5.7.1.2 Analyse Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van 64 nieuwe woningen/appartementen mogelijk. Deze nieuwe woningen liggen binnen de zone van de Koggenland. Onderzocht is of er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden, vervolgens of hogere grenswaarden krachtens de Wet geluidhinder kunnen worden aangevraagd en waar zo nodig maatregelen moeten worden toegepast. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Buro Ontwerp en Omgeving, datum 29 maart 2024 (zie bijlage 7). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens gekeken naar geluidsbelasting afkomstig van de Clara Visserstraat, een 30 km/uur straat.

Hiervoor is geen onderzoek verplicht op basis van de Wet geluidhinder. De hoogste geluidsbelastingen van de ontwikkelingslocaties Luitje Broekemastraat en Koggenland afkomstig van de wegen Koggenland en Clara Visserstraat staan in de onderstaande tabel:

Geluidsbelasting van de ontwikkelingslocaties Koggenland en Luitje Broekemastraat (bron: Akoestisch onderzoek) Luitje Broekemastraat

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Koggenland en de Clara Visserstraat bedraagt 26 respectievelijk 29 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Koggenland De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Koggenland en de Clara Visserstraat bedraagt 37 respectievelijk 29 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. 5.7.1.3 Conclusie Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de nieuwe woningen op de ontwikkelingslocaties. De wetgeving inzake wegverkeerslawaai levert geen belemmering op voor dit bestemmingsplan. 5.7.2

Spoorweglawaai

5.7.2.1 Beleidskader Indien nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone van een spoorweg mogelijk worden gemaakt, moet onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting vanwege deze spoorweg. De zone is afgebeeld op de geluidkaart, te vinden op www.geluidregisterspoor.nl. Grondslag hiervoor is artikel 4.3 Besluit geluidhinder (Bgh). Binnen deze zone gelden voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden voor spoorweglawaai (art. 4.9 t/m 4.12 Bgh). Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarden is vaststelling van een hogere waarde mogelijk, mits de maximale grenswaarde daarbij niet wordt overschreden (art. 4.10 t/m 4.12 Bgh). Hogere grenswaarden worden alleen verleend als maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. 5.7.2.2 Analyse Het plangebied bevindt zich niet binnen de geluidszone van een spoorweg. 5.7.2.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige bestemmingsplan geen onderzoek gedaan te worden naar de invloed van spoorweglawaai.

5.7.3 Industrielawaai De Wet geluidhinder bepaalt dat indien bij de vaststelling van een bestemmingsplan aan gronden een zodanige bestemming wordt gegeven dat daardoor een industrieterrein ontstaat, daarbij tevens een rond het betrokken terrein gelegen zone wordt vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. 5.7.3.1 Analyse Het plangebied bevindt zich niet in de geluidszone van een industrieterrein. 5.7.3.2 Conclusie Er hoeft voor dit bestemmingsplan geen onderzoek gedaan te worden naar de invloed van industrielawaai.

50

5.8

Geur

5.8.1 Beleidskader In de Duurzaamheidsagenda van de gemeente Purmerend wordt geen toetsingskader op basis van geurpercentielen gepresenteerd. Als toetsingskader voor het onderwerp geur wordt het geurbeleid van Provincie Noord-Holland gehanteerd. In het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 van provincie Noord-Holland staat het geurbeleid voor 2015–2018. Het uitgangspunt is de nationale doelstelling van maximaal 12% geurgehinderden en geen ernstige geurhinder. 5.8.2 Analyse Gezien de aard van het project waarvoor het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld, speelt geur hier geen rol. 5.8.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige bestemmingsplan geen onderzoek gedaan te worden naar mogelijke geurhinder.

5.9

Luchtkwaliteit

5.9.1 Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een uit een oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Op 15 november 2007 is wet- en regelgeving in werking getreden die tezamen bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit'. Dit is echter geen formele benaming. Op basis van deze wetgeving kunnen ruimtelijk-economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden, of; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft, of; het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De kern van titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) bestaat uit luchtkwaliteitseisen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. Een overzicht van deze luchtkwaliteitseisen is te vinden in het Compendium voor de Leefomgeving. Verder bevat titel 5.2 van de Wm basisverplichtingen op grond van Europese richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. Titel 5.2 van de Wm regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het uitgangspunt is dat de grenswaarden voor luchtkwaliteit worden gehaald. In artikel 5.16 lid 1 van de Wm staat opgesomd wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is. Dan moet aannemelijk worden gemaakt, dat het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit een project draagt slechts 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in, of past binnen, het NSL of een regionaal programma van maatregelen. Voor ruimtelijke projecten geldt uiteraard ook het principe van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast kan de amvb Gevoelige bestemmingen relevant zijn.

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

Met het Besluit gevoelige bestemmingen van 1 december 2008, gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer, wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen'- zoals een school of een verzorgingstehuis- in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek noodzakelijk is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in de onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. Dit wordt bereikt door op een dergelijke plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. 5.9.2 Analyse Het project waarvoor het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld draagt niet bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Er worden in totaal 64 woningen en 150 m² wijkcentrum gebouwd op de ontwikkelingslocaties Koggenland en Luitje Broekemastraat.

Dit leidt tot een extra verkeersgeneratie van maximaal 322 voertuigbewegingen (CROW, publicatie 381, zie ook paragraaf 5.13) Uit toepassing van de NIBM-tool blijkt dat dit als 'niet in betekenende mate' (NIBM) is aan te merken.

Afbeelding: NIBM-tool Naast bovenstaande beoordeling is ook gekeken of in de huidige situatie de luchtkwaliteit voldoende is. Hiertoe is de NSL-monitoringskaart geraadpleegd.

52

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

Afbeelding: uitsneden NSL-monitoringstool Uit deze kaart blijkt dat de concentraties stikstofdioxide, fijnstof en zeer fijnstof in 2020 in Purmerend niet hoger zijn dan 35 microgram per m3 . Voor fijnstof (PM2.5 concentratie) zijn de waarden niet hoger dan 20 microgram per m3 . Hiermee bevinden de concentraties stikstofdioxide en fijnstof zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m3 . Deze grenswaarde beoogt vooral bescherming te bieden tegen de langetermijneffecten van fijnstof. 5.9.3 Conclusie De ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan de kaders biedt draagt niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en daarmee wordt voldaan aan de van toepassing zijnde regelgeving. Ook is in het plangebied de luchtkwaliteit voldoende en levert dat ook geen belemmering op voor de voorgestane ontwikkeling. Er hoeft voor het onderhavige bestemmingsplan geen onderzoek gedaan te worden naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit.

5.10 Milieuzonering 5.10.1 Beleidskader Milieuzonering legt een relatie tussen de milieuaspecten van een bedrijf - geluid, geur, gevaar en stof - en de omgeving. Daarnaast is de mate waarin een bedrijfstype personen- of goederenverkeer genereert mede bepalend voor de mate van hinder, en dus voor de mogelijkheid tot vestiging of uitbreiding. Bij milieuzonering staan vier vragen centraal: 1. Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en nieuwe woningen? 54

2. Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en bestaande woningen? 3. Welke afstand is aanvaardbaar tussen bestaande bedrijven en nieuwe woningen? 4. Mag een concreet bedrijf zich op een bepaalde locatie vestigen? Voor het opstellen van een milieuzonering hanteert de gemeente Purmerend de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. Met behulp van richtafstanden wordt bepaald welke afstand aanvaardbaar is. 5.10.2 Analyse Het onderhavige bestemmingsplan bevat geen bedrijven waar een milieuzonering op van toepassing is. Ook in de nabijheid va het plangebied bevinden zich geen bedrijven waar een milieuzonering op van toepassing is. Het wijkcentrum dat op de locatie Koggenland mogelijk wordt gemaakt is een functie die zich goed verhoudt tot woningen. 5.10.3 Conclusie In het onderhavige bestemmingsplan speelt milieuzonering geen rol.

5.11 Natuurwaarden 5.11.1 Beleidskader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. De Wet Natuurbescherming wijkt in een aantal opzichten af van de Flora- en faunawet; de strekking is echter hetzelfde. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). Net als in de Flora en faunawet is de Wet Natuurbescherming een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben.

De soortbeschermingsbepalingen uit de Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in de Wet Natuurbescherming geïmplementeerd: soorten en vegetatietypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, worden beschermd onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Ongeveer 200 soorten verliezen hun bescherming in vergelijking met de eerder vigerende Flora-en faunawet, voornamelijk soorten vaatplanten (muurplanten, orchideeën) en (zee)vissen. De bij de Flora en faunawet gehanteerde gedragscodes blijven bestaan, zij het dat de lijsten met beschermde soorten wijzigen en aangepast moeten worden. Voor soortbescherming in relatie tot ruimtelijke ingrepen is een aantal artikelen in de nieuwe Wet Natuurbescherming van belang: Zorgbeginsel artikel 1.10 en 1.11: net als bij artikel 2 Ffwet is de intrinsieke waarde van soorten vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime, een zorgplicht. Dit zorgbeginsel is vergelijkbaar met de zorgplicht in de Ffwet. Actieve soortbescherming, artikel 1.12: provincies moeten verplicht beleid opstellen voor de bescherming van soorten, specifiek in hun eigen provincie. Dit beleid is nog in ontwikkeling en de inhoud is nog niet bekend. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden:

Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)

1. Soorten van Vogelrichtlijn: Bescherming van alle in het wild levende volgens in de EU, beschreven in artikel 3.1-3.4 van de Wet Natuurbescherming. Dit beleid verandert deels t.o.v. de Ffwet. Hieronder valt ook het begrip "opzettelijk" is bij doden, vangen en verstoring van nesten etc. opgenomen. Hieronder valt ook het begrip voorwaardelijk opzet". De grote verandering is dat verstoring onder de nieuwe wet is toegestaan, mits de staat van instandhouding van de soort maar niet in het geding komt. Degene die de verstoring begaat, moet dan aantonen dat er geen verstoring van wezenlijke invloed is. Verstoren van broedende vogels (op nest) en eieren blijft verboden. De provincie kan hiervoor vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen. 2. Soorten van Habitatrichtlijn: Bescherming van dier- en plantensoorten in artikel 3.5-3.9: A. die strikt beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage IV, Verdrag van Bern, bijlage I en II, Verdrag van Bonn bijlage I. In het geval van ontheffing of vrijstelling moet aan drie voorwaarden voldaan worden: dat er geen andere bevredigde oplossing bestaat, de handeling noodzakelijk is (diverse redenen mogelijk, waaronder die van groot openbaar belang met redenen van sociale en economische aard) en tot slot alleen wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort in haar natuurlijke verspreidingsgebied.

B. die streng beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage V, Verdrag van Bern bijlage III, Verdrag van Bonn bijlage II. Hiervoor moeten maatregelen worden getroffen indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is. In geval van ontheffing of vrijstelling moet alleen voldaan worden aan de eis dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Hiervoor zijn maatregelen verplicht. Ook hier is het opzetvereiste van toepassing, maar in tegenstelling tot vogels is er geen uitzondering dat 'verstoring toegestaan is zolang het niet van wezenlijke invloed is'. Via een AMvB kunnen nadere regels gesteld worden. De provincie kan vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen, met in achtneming van de belangen. 3 Andere soorten: Dit zijn de in de bijlage van artikel 3.10 van Wet Natuurbescherming genoemde soorten. In deze bijlage staan zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Onderdeel A bevat de fauna en onderdeel B de flora. Deze lijst is een nationale toevoeging en betreft soorten die in principe een landelijke achteruitgang kennen. In praktijk is deze bescherming lichter en verwacht wordt dat ontheffingen vrij gemakkelijk verkregen kunnen worden, aangezien er niet de zwaardere belangen gelden voor de soorten van de Europese richtlijnen.

Ruimtelijke ontwikkeling is een geldig belang voor een ontheffing (artikel 3.10.2 onderdeel a). Opzettelijk verstoren in algemene zin, wordt voor deze groep niet genoemd als verbod. De provincies kunnen voor deze lijst vrijstellingsbesluiten maken. Op dit moment staan ook zeer algemene soorten op deze lijst; mogelijk zal er een vrijstellingsbesluit of AMvB opgesteld worden hoe hier mee om te gaan. De provincie Noord-Holland heeft nog geen lijst met vrijstellingsbesluiten gemaakt. Natuurnetwerk Nederland De Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Noord-Holland bepaalt dat een bestemmingsplan voor een gebied dat is aangeduid als natuurnetwerk Nederland, strekt tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden. In Purmerend zijn alleen enkele delen van het Purmerbos en een stuk agrarische grond tegen Ilpendam aan, als deel van het NNN aangemerkt. Ook ligt er langs de ringvaart van de Wijde Wormer, waar Weidevenne aan grenst, een dergelijk gebied. Het onderhavige project tast deze waarden niet aan. 5.11.2 Analyse 56

Soorten Door Regelink Ecologie & Landschap is gebiedsbreed onderzoek uitgevoerd naar beschermde flora en fauna in de gemeente Purmerend. Bij dit onderzoek zijn in en nabij het plangebied beschermde functies en beschermd leefgebied voor vleermuizen en vogels aangetroffen. De resultaten van het onderzoek, de effecten van de ingreep en de eventueel benodigde handelingen die moeten worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te verzachten zijn beschreven in het rapport (zie bijlage 8): Ten aanzien van de waargenomen soorten geldt het volgende: Vleermuizen: Langs het groen en boven het water van park De Driegang, tussen de beide plandelen, foerageren gewone dwergvleermuizen. Daarmee zijn het park De Driegang en de bomen langs de deelgebieden die aan het park grenzen aangewezen als onderdeel van essentieel foerageergebied van deze soort. Het doorgaande water in het park is aangewezen als essentiële vliegroute van gewone dwergvleermuis en de Purmerringvaart ten westen van het plangebied maakt deel uit van het essentieel foerageergebied van meervleermuis en watervleermuis. De Pumerrringvaart vormt ook een essentiële vliegroute voor gewone dwergvleermuis, watervleermuis en meervleermuis. De kleine watergang tussen deelgebied Koggenland en de dijk van de Purmerringvaart vormt een essentiële vliegroute van gewone dwergvleermuis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14526939/2