k-bestemmingsplan-koggenland-luitje-broekemastraat-2024-toelichting-OUD
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024 Vastgesteld
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
8
2.1 Koggenland 90-92 2.2 Luitje Broekemastraat 35 2.3 Wijzigingen gedurende het ontwerpproces
9 11 12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4
Omgevingsanalyse
4.1 Huidige situatie 4.2 Nieuwe situatie
Hoofdstuk 5
Randvoorwaarden / omgevingsaspecten
Uitvoerbaarheid
6.1 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 7.1 Planvorm
15 18 21 25
35 35 40
5.1 Archeologie 5.2 Bezonning 5.3 Bodemkwaliteit 5.4 Cultuurhistorische waarden 5.5 Duurzaamheid 5.6 Externe veiligheid 5.7 Geluid 5.8 Geur 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieuzonering 5.11 Natuurwaarden 5.12 Planologisch relevante leidingen 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Water 5.15 Milieu-effectrapportage
Hoofdstuk 6
15
Juridische planbeschrijving
43 43 44 45 46 47 47 48 51 51 54 55 60 60 64 69
71 71 71 71
74 74
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
7.2 Bestemmingsregeling
74
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op herontwikkeling van de locaties Koggenland 90-92 en Luitje Broekemastraat 35 te Purmerend. Het betreft hier twee vlakbij elkaar gelegen voormalige schoollocaties, waarvan de (nood)bebouwing al enige tijd niet meer in gebruik is als schoolbebouwing. De voormalige noodgebouwen op Koggenland 90 is tot 1 oktober 2022 gebruikt als tijdelijke woonruimte. Dit gebruik is inmiddels beëindigd. Het voormalige schoolgebouw op Koggenland 92 is in gebruik bij de groendienst van de gemeente Purmerend voor dagelijks onderhoud. De voormalige noodlokalen aan de Luitje Broekemastraat 35 zijn tijdelijk gebruikt door de stichting Clup, een organisatie voor welzijnswerk en maatschappelijke dienstverlening. De bebouwing op deze locatie werd bewoond door 2 mensen. De noodbebouwing aan zowel het Koggenland als aan de Luitje Broekemastraat is inmiddels gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw van in totaal 64 woningen en een ruimte voor maatschappelijke voorzieningen. De gewenste nieuwbouw past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Purmer 2016". In 2021 heeft de gemeenteraad besloten om planvorming voor de locatie verder uit te werken en een bestemmingsplanprocedure voor te bereiden. In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan.
Het onderhavige bestemmingsplan biedt een planologisch kader met bouw- en gebruiksregels, waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
Het bestemmingsplangebied bestaat uit 2 deelgebieden: 1. Koggenland 90-92 2. Luitje Broekemastraat 35. Het plangebied ligt in de wijk Purmer Zuid, langs de Purmerringvaart en aan weerszijden van een uitloper van wijkpark De Driegang naar de Purmerringvaart. De twee deelgebieden zijn zelf van elkaar gescheiden door de uitloper van wijkpark De Driegang.
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
Ligging en situering plangebied.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Op het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan het bestemmingsplan "De Purmer 2016", vastgesteld op 23 augustus 2017.
Uitsnede verbeelding ter hoogte van het plangebied (www.ruimtelijkeplannen.nl) 6
Ter plaatse gelden de enkelbestemmingen 'Groen', 'Maatschappelijk' en 'Verkeer -2' en de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterkering' en 'Waarde - Archeologie - 2'. Het voormalig schoolgebouw Koggenland 92 heeft de bestemming 'Maatschappelijk'. Deze gronden zijn aangewezen voor maatschappelijke voorzieningen en bij deze bestemming behorende voorzieningen. De gronden met een functie voor verblijf en verplaatsing hebben de bestemming 'Verkeer - 2'. Alle overige gronden hebben een groenbestemming, ook de nog aanwezige noodlokalen Koggenland 90 en Luitje Broekemastraat 35. Behalve groen zijn binnen deze bestemmingen ook water met bijbehorende oeverstroken, bruggen en brugaanlandingen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden en wegen, openbare toiletvoorzieningen toegestaan. Ter bescherming van de waterkering is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Bouwen in deze zone is alleen toegestaan als de bouwregels uit het bestemmingsplan in acht worden genomen, het belang van de waterkering hierdoor niet onevenredig wordt geschaad en er vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de water(kering)beheerder. Voor behoud en bescherming van archeologische waarden overeenkomstig de Archeologische Monumenten Kaart geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Hier mogen alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een maximum hoogte van 3 meter.
Afwijken is mogelijk als door middel van archeologisch onderzoek wordt aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig kunnen of worden geschaad.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. Hoofdstuk 4 bevat een omgevingsanalyse waarin wordt nagegaan welke functies en bouwwerken zich voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan in het plangebied bevinden en in hoeverre het nieuwe project hierin past. In hoofdstuk 5 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat over de uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
De gemeente heeft het plan om de locaties Koggenland 90-92 en Luitje Broekemastraat 35 te herontwikkelen. De bestaande (nood)bebouwing is gesloopt ten behoeve van nieuwbouw. Eén van de randvoorwaarden om tot herontwikkeling te komen is dat de beide ontwerpen van de nieuwbouw familie van elkaar moeten worden (raadsbesluit van 12 januari 2021). Dit kan worden bereikt door bijvoorbeeld de plint, de eerste paar verdiepingen, van beide gebouwen gelijk te maken in uiterlijk, waardoor een architectonische verwantschap ontstaat. De reden om de bebouwing familie van elkaar te laten worden is dat de twee te ontwikkelen locaties aan weerszijden van de uitlopen van het park De Driegang liggen. Dit park volgt de lijnvoering van de historische watergang die dienstbaar was aan de droogmaling van De Purmer. Aan het westeinde mondt het groen uit in een verbreding van de ruimte en van de waterpartij. De nieuwe gebouwen komen in een ruime en groene setting te staan die veel omgevingskwaliteit biedt. Het park kent het vormgevingshandschrift van de jaren tachtig en zal met zorg in stand worden gehouden, wat met name tot uiting komt in het behoud van de water- en bomenstructuur. De nieuwbouw zal het punt gaan markeren waar het park De Driegang overgaat in de ruimte langs de Purmerringvaart. Zoals veel belangrijke assen in de Purmer wordt deze ruimte met een stedenbouwkundig ensemble afgesloten.
Afbeelding: Park De Driegang met aan weerszijde (geel) de ontwikkellocaties (bron: google Earth) Uitgangspunten voor de nieuwbouw zijn: het koesteren van de landschapsstructuur een front aan park en water ogen/levendigheid op maaiveld een landschappelijk ingericht parkeerveld een herkenbare entree, niet achteraf 8
aantrekkelijke toegangen tot het park
Afbeelding: Uitgangspunten planvorming (bron: kavelpaspoort)
2.1
Koggenland 90-92
Op de locatie Koggenland 90-92 wordt een U-vorming, rechthoekig bouwblok met 53 appartementen gebouwd en een ruimte van circa 150 m2 ten behoeve van maatschappelijke functies. Bij de woningen gaat het uitsluitend om sociale huurwoningen, met een oppervlak van 40 - 65 m2 per woning. Dit heeft geleid tot navolgend schetsontwerp.
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
Afbeelding: schetsontwerp Koggenland De nieuwbouw wordt zeslaags en zal daarmee een hogere hoogte krijgen dan de bebouwing in de omgeving. Op die manier markeert het gebouw de hoek van het park De Driegang met de Purmerringvaart. Het plangebied wordt voor het gemotoriseerd verkeer ontsloten vanuit de straat Koggenland. Tussen het nieuwe woongebouw en de ten noorden gelegen sporthal De Vaart wordt het bestaande parkeerterrein uitgebreid om in de parkeerbehoefte van zowel sporthal De Vaart als de nieuwe woningen en maatschappelijke functies te voorzien.
10
Afbeelding: Ontsluiting vanaf Koggenland De gehele inrichting moet klimaatbestendig zijn. In het klimaatadaptatieplan van Purmerend staat dat met maatwerk de klimaatknelpunten wordt aangepakt. Hittestress, wateroverlast (plasvorming), ecologie en overstromingskans zijn thema’s waar mee gewerkt moet worden. Gedacht kan worden aan waterbergende parkeerplaatsen met drainage overstort, gevel- en dak begroeiing, waterretentie, natuurinclusief bouwen en het beperken van verharding.
2.2
Luitje Broekemastraat 35
Op de locatie Luitje Broekemastraat 35 wordt een rechthoekig bouwblok gebouwd met 11 middeldure huurwoningen met een oppervlak van ieder minimaal 65 m2. Dit heeft geleid tot navolgend schetsontwerp.
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
Afbeelding: schetsontwerp Luitje Broekemastraat De nieuwbouw wordt drielaags en sluit met de bouwhoogte aan op de bestaande bebouwing in de directe omgeving. De ontwikkellocatie wordt voor het gemotoriseerd verkeer ontsloten vanuit de Luitje Broekemastraat en van daaruit de Clara Visserstraat. De padenstructuur van het bestaande landschapsontwerp in het park blijft gehandhaafd. Net als bij het Koggenland moet de gehele inrichting klimaatbestendig zijn. In het klimaatadaptatieplan van Purmerend staat dat met maatwerk de klimaatknelpunten aanpakken. Hittestress, wateroverlast (plasvorming), ecologie en overstromingskans zijn thema’s waar mee gewerkt moet worden. Gedacht kan worden aan waterbergende parkeerplaatsen met drainage overstort, gevel- en dak begroeiing, waterretentie, natuurinclusief bouwen en het beperken van verharding.
2.3
Wijzigingen gedurende het ontwerpproces
Gedurende het ontwerpproces van de nieuwbouw zijn aanpassingen gedaan aan de gebouwen om aan alle gestelde eisen te kunnen voldoen. Zowel stedenbouwkundig als bouwtechnisch (modulaire bouw) zijn in verschillende fases in het ontwikkelproces uitgangspunten en randvoorwaarden geformuleerd. Ook is rekening gehouden met de randvoorwaarden van de ontwikkelende partij om huurappartementen in het middensegment te kunnen realiseren. Stedenbouwkundig is de verwantschap tussen de twee gebouwen gelegen aan twee zijden van de loper van Park de Driegang meegegeven. Tegelijk is er gekeken naar de eisen die worden gesteld aan de inrichting van de openbare ruimte om te voldoen aan de parkeernorm, bestaande natuur, bomen met beschermde status, klimaatbestendige inrichting, groenbeheer (met name bomenbeheer) en algemeen beheer (toegankelijkheid voor de ophaaldienst). 12
In een eerdere fase zijn ook de omwonenden betrokken geweest in schetssessies. Dat heeft mede geleid tot het raadsbesluit in 2019 om op de locatie Luitje Broekemastraat het voorgestelde bouwvlak minimaal te halveren en zo (ruimte voor) het goed gebruikte speelveld en de bomenrij te behouden. In een later stadium is het gebouwontwerp aangepast omdat de ontwikkelende partij (woningcorporatie Rochdale), na geruime tijd aan ontwerpstudies te hebben gewerkt, tot de conclusie kwam dat de beschikbare ruimte (voetafdruk x aantal toegestane bouwlagen) nauwelijks tot een haalbaar plan kon leiden. Het kleine aantal toegestane woningen ligt namelijk in een verhouding tot de noodzakelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een lift. Het ontwerp zat op de grens van wat verantwoord is voor een ontwikkelingsinvestering. De toren-ontsluiting aan het Koggenland is omwille van de haalbaarheid daarom omgevormd tot een galerij-ontsluiting, waardoor het gebouw langer, maar ook smaller is geworden. Daarmee wordt ook de stedenbouwkundige verwantschap tussen de te realiseren gebouwen aan het Koggenland en de Luitje Broekemastraat tot uitdrukking gebracht. Het langwerpige gebouw aan het Koggenland wordt aan de centrale waterpartij beantwoord door het langwerpige gebouw aan de Luitje Broekemastraat. De symmetrie die het hele park de Driegang bepaalt, wordt op deze manier versterkt.
Voor het ontwerpproces is gebruik gemaakt van twee Bomen Effect Analyses (BEA). De eerste BEA (opgesteld in 2020) behelst geen advies over afstand van het gebouw tot de kronen van de bomen, omdat in de oorspronkelijke ontwerpen de gebouwen op veilige afstand van de bomen geprojecteerd waren. Het advies van de eerste BEA richt zich met name op de afstand van inrichting werkzaamheden tot het wortelsysteem van bomen. De tweede BEA is gemaakt om de nieuwe gebouwvorm en het effect daarvan op de bomen te toetsen en te beschouwen. Uit de tweede BEA is de groeiwijze van de kroonvorm en de scheve groei van de kroon onder de aandacht gekomen. In de eerste BEA stond geen beschrijving van de groeiwijze. Gezien het ontwerpproces, waarin gewerkt wordt van grof naar fijn, is deze informatie pas later in het ontwerp verwerkt. De voorgestelde verschuiving van de gebouwen in oostelijke richting (drie meter bij het Koggenland en vier meter bij de Luitje Broekemastraat) komt in de eerste instantie de gezondheid van de bomenrij, de huidige natuur en de biodiversiteit ten goede. Zo maakt de bomenrij onderdeel uit van de vliegroute van verschillende soorten vleermuizen en wordt door de bomenkroon langs de dijk de hoeveelheid licht vanuit de Purmer Zuid richting de ringvaart - waar de meervleermuis boven het water foerageert - beperkt. Daarnaast heeft het behoud van de bomenrij ook een
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
meerwaarde voor de bestaande en toekomstige gebruikers van de openbare ruimte rond de twee gebouwen en in het tegengaan van hittestress ten behoeve van de langzame verkeersroutes en de nieuwe gebouwen... Door de verschuiving van het gebouw aan de Luitje Broekemastraat wordt het smalle gedeelte van het speelveld ten oosten van het gebouw iets kleiner. Het bredere gedeelte van het speelveld (met daarop het informele trapveldje) blijft echter even groot, doordat alleen het gebouw is verschoven en de situering van het parkeerterrein ongewijzigd is gebleven.
14
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI wil het Rijk een langetermijnvisie geven op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het betreft hier een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving, groot en veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk. De aanpak van de NOVI gaat uit van de nationale belangen die in de leefomgeving aan de orde zijn, inclusief de opgaven die daaruit zijn afgeleid. Waar op deze opgaven een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is, geeft de NOVI richting. Op andere onderwerpen wordt naar sectoraal beleid verwezen. De NOVI is continu aanpasbaar. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze prioriteiten worden beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: I. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; II. Duurzaam economisch groeipotentieel; III. Sterke en gezonde steden en regio's; IV. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Omdat het ontwerpbestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage heeft gelegen, is nog het 'oude' recht van toepassing. Dat betekent dat de ruimtelijke belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Door de woningbouwontwikkeling die in voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt worden geen nationale belangen geraakt. Er is geen strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd.
Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor het onderhavige plangebied hebben deze regels geen gevolgen.
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
3.1.3 Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2020 Het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee, dat natter, droger en heter is. De resultaten daarvan zijn wateroverlast, hittestress en druk op watervoorraden door droogte. Dit vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en intensiveren is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Daarin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de nadelige effecten van klimaatverandering tegen willen gaan. De kern is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en klimaatrobuust is ingericht. Op nationaal niveau zijn stresstesten per gemeente uitgevoerd om de knelpunten van bestaande infrastructuur in kaart te brengen. In een drieledig nationaal programma worden deze kwetsbaarheden in beeld gebracht, afgewogen en geprioriteerd, om vervolgens tot concrete maatregelen te worden omgezet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal vooraf moeten worden gekeken of deze klimaatadaptief zijn en hoe de inrichting dusdanig robuust kan worden aangepast. Zie verder paragraaf 5.5 Duurzaamheid.
3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is.
Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval dat in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het 16
niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben zij de Woonagenda Noord-Holland 2020-2025 opgesteld (zie paragraaf 3.2.3). Op basis daarvan hebben acht gemeenten, waaronder Purmerend, besloten een woonakkoord te maken. Dit woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). Purmerend heeft tot van 2020-2050 een woningbouwopgave van ruim 10.000 woningen. 41% hiervan bestaat uit appartementen.
De 53 sociale en 11 middeldure huurwoningen die zijn voorzien aan het Koggenland respectievelijk de Luitje Broekemastraat passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het Woonakkoord aantoont. Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het woonmilieu en de typen woningen bedoeld. Eén van de opgaven in het Woonakkoord is om zoveel mogelijk binnenstedelijk te bouwen. De
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
locatie is gelegen binnen stedelijk gebied. Ook is opgenomen dat toegelaten instellingen (woningcorporaties) in Purmerend sociale huurwoningen moeten toevoegen om aan de vraag naar dit woningtype te kunnen voldoen. De voorziene woningen passen in de Woonagenda en de Structuurvisie van de gemeente Purmerend. De nieuwbouw wordt ontsloten vanuit respectievelijk de straat Koggenland en de Luitje Broekemastraat en van daaruit de Clara Visserstraat. De beide locaties zijn daarmee goed ontsloten. De laddertoets is hiermee succesvol doorlopen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat het provinciale beleid op het gebied van wonen en werken. De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De Omgevingsvisie NH2050 heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. Het is een provinciale visie die zelfbindend is voor de provincie . Desondanks volgt uit de omgevingsvisie dat woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden wordt gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. De beide locaties bevinden zich op de plek waar het park De Driegang overgaat in de ruimte langs de Purmerringvaart en zijn beide onderdeel van het binnenstedelijk gebied.
De ontwikkeling van de beide locaties levert een bijdrage aan zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbehoefte en draagt bij aan uitbreiding/herstel van de woningvoorraad. Het project ziet toe op verdichting in binnenstedelijk gebied en versterkt zo de bestaande stedelijke structuur. De beschikbare binnenstedelijke ruimte wordt zo optimaal mogelijk benut en het landschap blijft gespaard. De omliggende cultuurhistorische en ecologische waarden blijven behouden. Het project past daarmee binnen de hoofddoelstellingen in het provinciale beleid. De onderhavige ontwikkeling, liggend in bestaand stedelijk gebied, is in lijn met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 is de provinciale Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze is op 17 november 2020 in werking getreden en nadien enkele malen gewijzigd. De verordening zet in op het mogelijk maken van ontwikkelingen zoals woningbouw en de energietransitie en op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland, met een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De verordening bevat instructieregels voor gemeenten die beperkingen stellen aan wat in ruimtelijke plannen kan worden opgenomen.
Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De woningbouw die in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, is opgenomen in de monitor plancapaciteit, waarin de provincie Noord-Holland en de Metropoolregio Amsterdam gezamenlijk 18
de woningbouwcapaciteit monitoren. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de binnen de regio gemaakte afspraken. De Omgevingsverordening levert geen beperkingen op voor dit bestemmingsplan. 3.2.3 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De Provincie Noord Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Daarom is op 31 maart 2020 de woonagenda 2020-2025 vastgesteld. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland tot 2025 en volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Speerpunten zijn: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Hierbij worden een aantal richtinggevende principes gehanteerd. 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig.
De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied.
In de woonakkoorden worden afspraken gemaakt om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de bouw van 53 sociale huurwoningen en 11 middeldure huurwoningen. Hiermee wordt voorzien in een behoefte (zie ook paragraaf 3.1.4). Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Woonagenda.
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
3.2.4 Monitor woningbouw 2021 Uit de 'Monitor woningbouw 2021', gedateerd op 18 oktober 2021, blijkt dat er in 2020 in Noord-Holland 10.600 nieuwbouwwoningen zijn gebouwd. Dat is 3.200 nieuwbouwwoningen minder dan in 2019. De daling in de totale nieuwbouwcijfers wordt met name veroorzaakt door een afname van de woningproductie in de gemeente Amsterdam. Door een nieuw registratiesysteem zijn niet alle nieuwbouwwoningen meegenomen in de cijfers van 2020. Voor het vierde jaar op rij is de nieuwbouwproductie gelijk dan wel groter dan de huishoudensgroei. Als gevolg van de coronacrisis is de bevolkingsgroei in 2020 gedaald. Deze lagere bevolkingsgroei vertaalt zich in een lagere huishoudenstoename. Doordat het aantal gebouwde woningen groter was dan de huishoudensgroei is het woningtekort gedaald. Begin 2021 was het woningtekort 4,8% ten opzichte van 5,9% in 2020. Om het tekort terug te brengen tot acceptabele proporties - het Rijk streeft naar een tekort van maximaal 2% - is het wel belangrijk door te blijven bouwen en de productie te verhogen en de druk op de woningmarkt terug te dringen. Ook valt te verwachten dat nu de coronacrisis voorbij is, de bevolkingsgroei weer aantrekt. In alle regio's is op papier voldoende capaciteit aanwezig voor de woningbehoefte tot 2030.
Ook wanneer het inlopen van het woningtekort wordt opgeteld bij de (indicatieve groei van de) woningbehoefte is dit het geval. De totale plancapaciteit in 2021 is toegenomen ten opzichte van 2020. De totale netto plancapaciteit bedraagt 437.300 woningen. Dat zijn 10.700 woningen meer dan in 2020. Deze toename zit zowel in de harde plannen als (grotendeels) in de zachte plannen. Zorgen voor (ruim) voldoende harde plancapaciteit is een randvoorwaarde om op korte termijn van plan tot voldoende productie te komen en te kunnen voldoen aan de woningbouwopgaven. Harde plancapaciteit omvat woningbouwplannen die zijn vastgesteld in een bestemmingsplan en waar bouwen planologisch gezien mogelijk is. In vergelijking met vorig jaar is de harde capaciteit in Noord-Holland met 6.200 woningen toegenomen. In het Woonakkoord Zaanstreek-Waterland (zie ook paragraaf 3.3.4) staan de volgende afspraken: De gemeenten in Zaanstreek-Waterland spraken in de woonagenda 2017 de ambitie uit om tot 2035, 1.500 woningen per jaar te bouwen. Vanwege de sterke druk op de regionale woningmarkt wordt de verstedelijkingsdiscussie gevoerd. In dit kader zal ook de regionale bouwambitie worden herijkt. De regio streeft ernaar om zoveel mogelijk zachte plancapaciteit naar harde plancapaciteit om te zetten.
Het richtgetal voor de middellange termijn (10 jaar) is 70% harde plancapaciteit en 30% zachte plancapaciteit om, in lijn met de provinciale woonagenda, planologische ruimte voor adaptief programmeren te behouden. - Er is voldoende harde plancapaciteit voor de opgave tot 2025 (125% t.o.v. woningbehoefte tot 2025). - De regiogemeenten streven voor de periode tot 2025 naar een absolute toename van de sociale huurvoorraad.
20
Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van 53 sociale huurwoningen en 11 middeldure huurwoningen. Hiermee wordt zachte plancapaciteit omgezet in harde plancapaciteit. Daarnaast past de woningbouwontwikkeling bij het streven naar een toename van de sociale huurvoorraad.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woon-werkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. Onderhavige ontwikkeling sluit aan op de doelstellingen, zoals weergegeven in de Regiovisie. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid. 3.3.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 32 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een (inter-)nationaal gewilde plek om te wonen en werken.
Het is het gebied dat rondom Amsterdam ligt en waarin ieder deelgebied met eigen grote kernen een deel van de aantrekkelijkheid van de MRA vormt met een mix van eigen landschap, woonmilieus en vormen van werkgelegenheid. Tot 2040 komen er in de Metropoolregio Amsterdam 240.000 woningen bij. Een groot deel daarvan is al de komende tien jaar nodig en wordt ingepast tussen bestaande bebouwing in de (middel)grote steden van de MRA, zoals Haarlem, Purmerend en Lelystad. Het verdichten van deze plekken, brengt ook opgaven op het gebied van bereikbaarheid met zich mee. Met Bereikbare Steden wordt per gebied een aanpak op maat uitgewerkt, waarin wonen, werken, openbare ruimte en bereikbaarheid samenkomen. De uitvoeringsagenda van Samen Bouwen aan Bereikbaarheid richt zich met de programmalijn Stedelijke Bereikbaarheid op het vergroten van de bereikbaarheid binnen de stedelijke gebieden in de MRA. Purmerend is hier onderdeel van. Om het mobiliteitssysteem optimaal te (blijven) benutten, bekijkt het programma Samen Bouwen
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
aan Bereikbaarheid per gebied welke manier van vervoer de voorkeur heeft, oftewel de voorkeursmodaliteit. In het kort: In en om de stad wordt met name gekozen voor lopen, fietsen en (hoogwaardig) openbaar vervoer. Nationaal en internationaal wordt meer en meer op (hoogwaardig) openbaar vervoer ingezet. Autogebruik wordt afhankelijk van de herkomst of bestemming. Het is de voorkeursmodaliteit in landelijk gebied en wordt zo veel mogelijk opgevangen langs de randen van de stad, onder andere met goede P+R-voorzieningen. Hetzelfde geldt voor logistieke stromen, die meer gebundeld worden in logistieke hubs langs de snelwegen. Het is nodig om vloeiende overstappen te faciliteren tussen de verschillende vervoerswijzen, zoals trein, bus en fiets Binnen de MRA is Purmerend een geliefde stad om in te wonen en te werken en de vraag naar nieuwe woningen en werklocaties is groot. De dagelijkse pendel is vooral gericht op Amsterdam en de Metropoolregio Amsterdam en is een belangrijk ontwikkelpunt in de polycentrische ontwikkeling van de regio. Deze combinatie vraagt om een specifieke benadering van de verdichtings- en verbindingsopgave. Daarom is Purmerend één van de MRA Sleutelgebieden. In de Sleutelgebieden worden grote regionale opgaven opgelost, namelijk de woningbouwopgave, het efficiënt gebruiken van de ruimte en het tot stand brengen van de metropolitane verbinding.
Dit betekent verdichten in de binnenstedelijke kernen, dichtbij knooppunten, voorzieningen en bedrijvigheid. De binnenstedelijke ontwikkellocaties, waarvan Koggenland 90-92 en Luitje Broekemastraat 35 deel uitmaken, sluiten hierbij aan en passen binnen de ontwikkelrichting van de MRA. 3.3.3 Gebiedsplan Purmerend Purmerend is een groeiende stad in een prachtige landelijke omgeving. Per 1 januari 2022 zijn de gemeenten Beemster en Purmerend gefuseerd en gaan zij gezamenlijk richting de 100.000, zowel qua inwoners als vierkante meters. Ook is de nieuwe gemeente onderdeel van het werelderfgoed. Zowel de droogmakerij de Beemster als de Stelling van Amsterdam maken onderdeel uit van het gebied.
22
Afbeelding: Schematische weergave ontwikkeling sleutelgebied Purmerend Met financiering vanuit Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) wordt geïnvesteerd in de bereikbaarheid van Purmerend. Dat betekent een beperking in de groei van het aantal auto’s en het verbeteren van de luchtkwaliteit in de MRA. Door te investeren in de infrastructuur kunnen wij verder verdichten en daardoor een grotere bijdrage maken aan de oplossing van het lokale én regionale woningtekort. De samenwerking onder de vlag van (SBaB) maakt het voor Purmerend mogelijk om drie drukkende structuuropgaven voor de regio op te lossen: 1. De (binnen)stedelijke mobiliteit als geheel wordt getransformeerd zodat de wegen in het Sleutelgebied niet dichtslibben met autoverkeer wat ten koste gaat van de doorstroming en de leef- en luchtkwaliteit; 2. De optimalisatie en robuustheid van het regionale mobiliteitssysteem wordt significant verbeterd; 3. Het wegennet (binnenstedelijk en regionaal) wordt ontlast en het OV wordt efficiënter waarbij het beter benutten van de bestaande infrastructuur vooropgesteld wordt. Er wordt met het Sleutelgebied een regionaal knooppunt gecreëerd in de directe nabijheid van een woon-werkgebied waar leefbaarheid, innovatie, klimaatadaptatie en sociale inclusiviteit centraal staan: 8.400 extra woningen; 3.500 extra arbeidsplaatsen; OV-knooppunten i.c.m.
duurzame mobiliteit; Een breed onderwijsaanbod; Meer stedelijke en regionale voorzieningen; Groei en ontwikkeling van de regionale zorginstellingen; Hoogwaardig groen en klimaatadaptieve openbare ruimte; Versterken sport, recreatie en cultureel aanbod; Een veilige en aantrekkelijke leefomgeving
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
In het Gebiedsplan Purmerend is ook ingegaan op verdwenen molens. Het is onmiskenbaar dat de molens in Purmerend een historische waarde hebben gehad en dat de plekken waar voorheen de molens gestaan hebben historisch waardevol zijn. In het park de Driegang hebben in het verleden twee molens gestaan: aan de kant van de Clara Visserstraat en aan de kant van de Purmerringdijk.
De beoogde nieuwbouw die met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, verandert niets aan deze locaties en de historische waarde ervan, aangezien de beide plandelen geen betrekking hebben op de locaties van de verdwenen molens. In het gebiedsplan Purmerend wordt voortgeborduurd op de aanwijzing door de MRA als sleutelgebied. Dit betekent verdichten in de binnenstedelijke kernen, dichtbij knooppunten, voorzieningen en bedrijvigheid. De binnenstedelijke ontwikkellocaties, waaronder Koggenland en Luitje Broekemastraat sluiten hierbij aan. De 64 appartementen leveren een bijdrage aan de woningbehoefte, waarbij appartementen worden beschouwd als woningen die deel uitmaken van een groot gebouw. Dit bestemmingsplan past binnen het gedachtengoed van het gebiedsplan Purmerend. 3.3.4 Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland en provincie Noord-Holland 2021-2025 In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen. Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten hier samen met de provincie invulling aan te geven aan de hand van vier thema's: 1.
Nieuwbouw / woningbouwprogrammering a. werken aan de eigen én regionale woningbehoefte b. zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen, met ruimte voor uitzonderingen c. zoveel mogelijk bouwen in de nabijheid van OV-knooppunten en stadsharten d. versnellen van de woningbouwproductie 24
e. werken aan stedelijke vernieuwing en leefbaarheid 2. Betaalbare voorraad a. werken aan de gewenste ontwikkeling van de sociale woningvoorraad b. werken aan regionale woonruimteverdeling 3. Wonen en zorg a. werken aan de huisvesting van senioren b. werken aan de huisvesting van bijzondere doelgroepen 4. Duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen. a. werken aan klimaatneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en natuur- en landschapsvriendelijke nieuwbouw b. werken aan de opwekking van duurzame energie in de regio c. werken aan de verduurzaming van bestaande woningvoorraad d. werken aan een gezonde leefomgeving In het Woonakkoord wordt rekening gehouden met bestaande kaders en afspraken, die soms op een ander c.q. hoger schaalniveau zijn vastgesteld, zoals in de Metropoolregio Amsterdam, waar Zaanstreek-Waterland onderdeel vanuit maakt. Uit het Woonakkoord blijkt dat er binnen de regio vraag is naar voldoende betaalbare en duurzame woningen. Het project draagt met de bouw van in totaal 64 nieuwe woningen hieraan bij. Zie ook paragraaf 3.2.4 Monitor woningbouw 2021
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Purmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs.
Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen. In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop. Door de uitvoering van dit plan draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit van het wonen in de stad. Geconcludeerd wordt dat dit plan aansluit op de doelen van de structuurvisie. 3.4.2 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen.
Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen. De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken.
Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Onderhavig plan voorziet in het ontwikkelen van woongelegenheid in bestaand stedelijk gebied. Gezien de enorme woningbehoefte in Purmerend is er behoefte aan de 64 woningen die in het plangebied worden gerealiseerd. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040'. 3.4.3
Wonen
3.4.3.1 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de 26
ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen. Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieu's en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. De voorgenomen ontwikkeling betreft de herontwikkeling van twee voormalig schoollocaties ten behoeve van in totaal 53 sociale huurappartementen en 11 middeldure appartementen. Er wordt een bijdrage geleverd aan het vergroten van de sociale en middeldure voorraad en is daarmee in overeenstemming met het beleid. 3.4.3.2 Woonprogramma uit Structuurvisie 2005-2020 De speerpunten van het Woonprogramma uit de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 zijn: 1. meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen; 2. inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; 3. nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen In Zaanstreek-Waterland als geheel neemt de woningbehoefte volgens de prognose van de provincie Noord-Holland in de periode 2015-2025 toe met 12.760 woningen (6.900 tot 2020 en 5.860 tot 2025).
In de tien jaar daarna gaat het om nog 8.600 woningen. Dat is in totaal bijna 20.000 woningen tot 2035. Het woonprogramma uit de structuurvisie 2005-2020 ziet toe op differentiatie van woonmilieus door de hele stad en daartoe behoort ook sociale woningbouw en middeldure huur. Per ontwikkellocatie is gekeken naar wat passend is en voor de Luitje Broekemastraat zijn dat 11 middeldure huurwoningen en voor Koggenland 53 sociale huurwoningen. Het betreft hier een kleinschalige ontwikkeling, passend bij de omgeving. De onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan het eerste speerpunt door het toevoegen van 53 sociale huur en 11 middeldure huur of koopappartementen. 3.4.3.3 Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40 Op basis van deze beleidsnota moet voor nieuwe woningbouwinitiatieven in beginsel de zogenaamde 30-30-40 regel worden gehanteerd. Dit houdt in dat voor nieuwbouwprojecten vanaf vier woningen minimaal 30% sociale huur moet zijn, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop). De resterende 40% is vrije sector. Gelet op de grote woningbouwopgave streeft de gemeente op de verschillende binnenstedelijke ontwikkellocaties naar een zo groot mogelijke hoeveelheid woningen, zonder dat dat onevenredig ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. In de hele randstad is een groot tekort aan woningen.
Het aantal jaar dat een woningzoekende moet wachten op een woning is veel te hoog. De aandacht hiervoor blijft nodig. De basis is het bouwen van woningen die passen bij de behoefte van de gemeente. Er wordt extra ingezet op het middensegment, omdat dat volledig klem zit. Voor de grotere nieuwbouwprojecten als de oostflank, Zuidoostbeemster II en het Waterlandkwartier geldt: 30% sociale woningbouw, 40% middeldure huur en koop en 30% vrije keuze. Voor andere woningbouwontwikkelingen wordt gestreefd naar dit percentage van 30-40-30. Gelet op de enorme woningbehoefte, streeft de gemeente op de verschillende binnenstedelijke ontwikkellocaties, waar het Koggenland en Luitje Broekemastraat onderdeel van zijn, naar een zo groot mogelijke hoeveelheid woningen. Daarbij is zorgvuldig gekeken naar wat op de betreffende locatie passend is. Passend in ruimtelijke zin ('wat past er?') maar ook passend in maatschappelijke zin ('wat past hier in deze buurt rekening houdend met de verschillende belangen die spelen?'). Daarnaast is gekeken naar optimalisatie van het programma, waarbij de inzet is geweest op een zo groot mogelijk aantal sociale huurwoningen. Voor Koggenland wordt ingezet op 53 sociale huurappartementen, voor de Luitje Broekemastraat is gekozen voor 11 middeldure huur of koopwoningen. Conform de doelgroepenverordening zijn in het bestemmingsplan regels
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
opgenomen om het sociale en middensegment te borgen. De ontwikkeling van het Koggenland en de Luitje Broekemastraat staat niet op zichzelf. De locaties maken deel uit van zeven Binnenwijkse ontwikkellocaties. Op alle binnenstedelijke ontwikkellocaties worden in totaal 190 woningen gerealiseerd (waarvan 145 in het sociale, 38 in het middeldure en 7 in het vrije woonsegment) en ca. 1.500 m² b.v.o. aan maatschappelijke voorzieningen. De verhouding sociaal/middelduur/vrij is ongeveer 76 - 20 - 4 procent. Deze verhouding wijkt af van de Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering. De raad heeft op 26 september 2019 besloten om juist op de eigen locaties, waar financieel mogelijk, het maximale aan sociale huur te realiseren. Deze doelstelling past bij het streven naar het vergroten van de sociale huurvoorraad, zoals opgenomen in het Woonakkoord (paragraaf 3.3.4). De doelstelling mag niet ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Per locatie is gekeken naar wat passend is bij de omgeving. Dat kan op de ene locatie 100% sociale huur zijn, terwijl op de andere locatie 100% vrije sector beter aansluit. Voor het Koggenland is gekozen voor sociale huurwoningen, omdat er meer ruimte is en het terrein slechts in beperkte mate grenst aan bestaande woningen.
De Luitje Broekemastraat wordt meer geschikt geacht voor middeldure huur en koop, omdat de locatie kleiner is en veel dichter op bestaande woningen ligt. Het middeldure segment sluit aan op de categorie woningen in de buurt. 3.4.3.4 Huisvestingsverordening Op 23 januari 2019 is een gewijzigde huisvestingsverordening in werking getreden, waarmee het splitsen van al bestaande woningen wordt gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Aanvragen voor woningsplitsing worden getoetst op een minimale oppervlakte van de nieuwe woningen van 40 m2 en het aspect leefbaarheid. Ook kamergewijze verhuur wordt met deze gewijzigde huisvestingsverordening gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Dergelijke aanvragen worden eveneens getoetst op het aspect leefbaarheid. 3.4.4 Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023. De volgende thema's staan centraal: 1. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving: uitvoering Proeftuin Aardgasvrij. uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend. transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen. verduurzaming van de bestaande woningvoorraad ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen. 2.
Duurzame bedrijven: verminderen CO2-uitstoot bedrijven; bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; gebruik van duurzame grondstoffen. versterking circulariteit van grondstoffen. 3. Duurzame mobiliteit: streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; 28
uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente. toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; vermindering CO2-uitstoot voertuigen. 4. Duurzame energie: aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie. 5. Duurzame stad en regio: regionale Energiestrategie waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. benutting van subsidie-mogelijkheden. 6. Duurzame gemeente: streven naar 75% van het afval gescheiden ophalen; klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten; klimaatadaptief bouwen; duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket. verduurzamen gemeentelijk vastgoed; stimulering verduurzaming Schoolgebouwen. stimuleren Duurzame vaarrecreatie. In paragraaf 5.5 Duurzaamheid wordt nader ingegaan op het thema duurzaamheid. 3.4.5 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend het Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat.
Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken. In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het klimaatadaptatieplan gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI voor 2050. De ambitie is om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente te zijn. In regionaal verband zijn leidende principes geformuleerd en doorvertaald naar vier uitgangspunten voor een klimaatadaptieve gemeente, zoals meer groen en meer ruimte voor water in de stad, klimaatadaptief maatwerk en gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente kiest bijvoorbeeld voor meer bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang, het hanteren van het MRA basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw (aanvulling bouwbesluit, bijlage I) en het stimuleren van vergroening onder particulieren. Aan het lokale plan is een uitvoeringsagenda met maatregelen, projecten en onderzoeken verbonden (zie ook https://www.metropoolregioamsterdam.nl/programma/klimaatadaptatie/ ). De gemeente Purmerend committeert zich aan de Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland. Klimaatadaptatie dient in elk project meegenomen te worden.
Hierbij worden de MRA basisveiligheidsniveaus klimaatbestendige nieuwbouw gehanteerd (zie bijlage 13 Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0). De basisveiligheidsniveaus zijn onderverdeeld in vijf thema's: wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen en natuurinclusief bouwen. De uitgangspunten en de daarbij behorende basisveiligheidsniveaus beschrijven waar nieuwbouw minimaal aan moet voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en de leefbaarheid te vergroten. Op welke manier dit gebeurt is afhankelijk van gebouwdichtheid, de grond en de ontwerpruimte. In artikel 10.3 van de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor klimaatadaptief
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
bouwen. Daarmee is geborgd dat er voldoende rekening wordt gehouden met klimaatadaptief bouwen. Het bestemmingsplan vormt geen belemmering voor het klimaatadaptatieplan. 3.4.6 Groenkoers De nota Groenkoers, op 28 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld, geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte. Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. De groenkaart, welke als onderlegger van de Groenkoers geldt, laat zien wat frame- en wat franjegebieden zijn. Frame staat voor de groene hoofdstructuur en franje voor het binnenstedelijk groen. Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding zijn de te bebouwen deel van plangebied noch als frame (lichtgroen), noch als franje (donkergroen) aangewezen.