CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

H Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Purmerend-Kom A7

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Hotel ontwikkeling Kom A7, procedure tot vaststelling bestemmingsplan31.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

21

Zienswijze 4 – Gemeente Wormerland Inhoud 1.

Hoogbouw De hoogbouw is de eerste stedelijke ontwikkeling aan de andere kant van de A7 en wordt beeldbepalend vanuit het open landschep van de Wijde Wormer en het Wormer- en Jisperveld. De hoogbouw is gezien de grote invloed op de kwetsbare omgeving niet op zijn plaats.

2.

De ontwikkeling heeft tot gevolg dat een groot deel van het Beusebos zal verdwijnen. Onze raad heeft eerder laten weten voor het behoud van het Beusebos te zijn. Refererend aan de aangenomen motie in de bijlage: Aangenomen motie fractie GL Beusebos moet blijven 20160216.

Gemeentelijk commentaar De inhoud van de ingediende zienswijze van de gemeente Wormerland is conform de vooroverlegreactie d.d. 23 maart 2021. De gemeente Wormerland heeft geen verdere inhoudelijke reactie gegeven naar aanleiding van de gemeentelijke reactie op deze vooroverlegreactie. De gemeentelijke reactie op de vooroverlegreactie van de gemeente Wormerland is opgenomen in bijlage 18, behorende bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Deze gemeentelijke reactie is hierbij iets aangevuld. Ad. 1 Hoogbouw Dit deel van de zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 3 van zienswijze 1, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Verder wijzen we er op dat in paragraaf 4.2.2 in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan het hoogbouwaccent uitgebreid wordt onderbouwd. Ad. 2 De raad van Wormerland reageerde met de genoemde motie in februari 2016 op de in de raad van Purmerend vastgestelde ontwikkelvisie op de kom A7. In deze ontwikkelvisie zou het gehele groengebied in de kom A7 verdwijnen. Conform het coalitieakkoord dat in 2018 is opgesteld, heeft de raad ( bij besluit van 18 april 2019) zich uitgesproken dat het gebied, met uitzondering van het deel dat uitgegeven wordt ten behoeve van een Van der Valk hotel, te willen ontwikkelen tot een natuur- recreatie- en wandelbos met een educatief karakter. Het overgrote deel van het gebied nl.

14,2 van de 17 hectare wordt niet bebouwd en zal ingericht en gebruikt gaan worden als een natuurrecreatie- en wandelbos. Hiermee stelt de gemeente Purmerend dat de ontwikkeling in de kom A7 aansluiting vindt bij de bedoeling van de motie van de gemeenteraad Wormerland en het bos grotendeels behouden blijft en gebruikt kan gaan worden voor natuur, wandelen en natuureducatie. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het plan.

22

Zienswijze 5 – Raadsfracties gemeente Wormerland Inhoud 1.

De Kom A7 is het enige grondgebied van Purmerend ten westen van de A7 en grenst aan het grondgebied van Wormerland. Zodoende heeft de geplande ontwikkeling van de Kom A7 meer impact op de leefomgeving van onze inwoners, dan op de inwoners van Purmerend. Wij betreuren het dat de raad van Purmerend de zienswijze van de Wormerlandse raad inzake het Beusebos al vanaf 2016 naast zich neerlegt.

2.

De ongerepte natuur in het Beusebos gelegen tussen de Rijksweg A7 en de kern Neck en de Wijdewormer zorgt voor de afvang van fijnstof en het terugbrengen van geluidsoverlast van de Rijksweg en levert zo een positieve bijdrage aan de leefomgeving van inwoners en werkenden in de omgeving van de Kom A7.

3.

In het Beusebos staan monumentale bomen en komen beschermde diersoorten voor. Ontwikkeling van het gebied betekent de vernietiging van deze habitat.

4.

De Kom A7 grenst direct aan het door de Provincie aangewezen Bijzonder Provinciaal Landschap en ligt nabij het Natura2000 gebied Wormer- en Jisperveld. Deze gebieden maken deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Het Beusebos maakt in de praktijk deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Ontwikkeling volgens de plannen betekent verstoring van deze gebieden.

5.

Op basis van de leegstand op bedrijventerreinen binnen de gemeente Purmerend is er geen economische noodzaak om het bosgebied in de Kom A7 volgens plan te ontwikkelen.

Gemeentelijk commentaar De zienswijze werd ingediend als zienswijze van de voltallige raad van Wormerland. Uit de zienswijze blijkt dat deze is ingediend namens verschillende raadsfracties waarbij het ons opvalt dat de zienswijze niet is ondertekend door burgemeester en griffier. Ad. 1 Zoals toegelicht bij zienswijze 4 van B&W Wormerland onderdeel 2 heeft de gemeente Purmerend haar plannen voor de kom A7 vanaf 2018 aangepast en wil zij nu meer dan 80% van het bos in de kom A7 behouden. Wat betreft de leefomgeving van de inwoners van Wormerland: Door het inrichten van het overgrote deel van de kom A7 als een natuurrecreatie- en wandelbos levert de gemeente Purmerend ook een bijdrage aan de leefomgeving met recreatiemogelijkheden dicht bij huis voor de inwoners van gemeente Wormerland. Ad. 2 Binnen het plan blijft een groot deel van het bos aanwezig en wordt ingericht als een natuur- recreatie- en wandelbos, waardoor er nog steeds afvang van fijnstof zal plaatsvinden. Op de locatie van het geplande hotel wordt ruim voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor fijnstof, de kern Neck en de woningen in de Wijdewormer liggen nog veel verder van de snelweg vandaan en daar zal dus geen probleem met fijnstof ontstaan door de komst van het hotel. Vanuit de Wet geluidhinder geldt voor de snelweg een wettelijke geluidzone van 400 meter.

Gezien de afschermende werking van het bos wat blijft, in combinatie met de afschermende werking die ook het hotel biedt, is een 23

akoestisch relevante verandering in de kern Neck en bij de woningen in de Wijdewormer uitgesloten. Ad. 3 Meer dan 80 % van het bos blijft in stand. Alleen op de locatie waar het hotel met parkeerplaats komt worden een aantal bomen gekapt. Zie verder het antwoord bij onderdeel 5 van zienswijze 2. Ad. 4 De kom A7 is geen onderdeel van de EHS (tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland NNN ) en heeft daardoor niet met de regelgeving voor NNN gebieden te maken. Ook heeft de kom A7 niet de status van Beschermd Provinciaal Landschap. Uit de in de periode 2016-2021 uitgevoerde ecologische onderzoeken blijkt niet dat nabijgelegen beschermde natuurgebieden verstoord worden door de komst van een hotel. De locatie van het hotel grenst ook niet direct aan een (NNN)natuurgebied, daar zit nog een weg, een bosperceel en een weiland tussen. Ad. 5 De leegstand op Purmerendse bedrijventerreinen is minimaal en komt niet hoger dan de frictieleegstand. Er is juist een groei van bedrijventerreinen nodig om aan de vraag naar bedrijfsruimte te kunnen voldoen. Het nieuwe bedrijventerrein Baanstee-Noord vult zich dan ook in een hoog tempo met bedrijven. De locatie Kom A7 leent zich veel beter voor toeristisch verblijf dan een bedrijventerrein. De verbinding met Amsterdam is goed, maar nog belangrijker, de afstand tot de binnenstad van Purmerend is kort en goed te voet en per fiets te overbruggen.

Een combinatie van dit hotel met de ontwikkeling van een natuur- recreatie- en wandelbos in de kom A7 zal zeker een heel andere beleving en uitstraling hebben dan een bedrijventerrein. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het plan.

24

Zienswijze 6 – Milieudefensie afdeling Purmerend Inhoud 1.

Er is onvoldoende aandacht voor het recreatieve en gezondheidsaspect van de huidige staat van het bos, met name de mycologische aspecten ontbreken. Het bos in zijn huidige staat is een welkom wandelgebied voor de bewoners van de Kop van West. Maar eigenlijk voor alle inwoners en vooral voor hondenbezitters, gezinnen met kinderen, schoolklassen, natuurliefhebbers, jongeren. Het is uniek doordat het een gebied is waar zich, in de loop der jaren, een zeldzame biotoop heeft ontwikkeld, mede door de omgevallen bomen, de zeldzame diersoorten, paddenstoelen etc. Een biotoop die alleen maar aan belangrijkheid heeft gewonnen door de afsluiting van de afgelopen jaren. Er heeft zich een bijzondere flora en fauna ontwikkeld die maar ten dele naar voren gebracht wordt in het ecologisch rapport (G&G rapport 2020). Behalve voor recreatie vinden we het Beusebos van groot belang voor de gezondheid van de inwoners van Purmerend. De schade aan de luchtwegen door het fijnstof en uitstoot van het verkeer m.n. op de A7, wordt verminderd door het behoud van het Beusebos. Uiteraard bespaart dit ook ziektekosten, ziekteverzuim, schoolverzuim van kinderen en uitval in werk en school. In uw stukken zien wij geen onderbouwing van het effect van het te kappen deel op de afvang van stikstof en fijnstof.

Kunt u kwantificeren welke effecten verwacht kunnen worden? Zoals bekend is een bos dat grotendeels onbeheerd kan groeien van groot belang voor de biodiversiteit. Dat wordt geheel tenietgedaan als een deel gekapt en bebouwd wordt en het overige deel omgetoverd wordt tot een soort park. Lees maar over het belang van oerbossen in het boek “Peter Wohllieben: Het verborgen leven van bomen”.

2.

Er is onvoldoende aandacht besteed aan de alternatieve locaties voor het hotel (ladder van duurzame ontwikkeling). In oktober 2020 is de nieuwe Provinciale Omgevingsverordening (POV) vastgesteld. Daarin werd vastgesteld dat het Beusebos (de kom A7) “landelijk gebied” is. Dat gegeven stelt extra eisen als we het hebben over de ladder van duurzame ontwikkeling. Waarom is er in het kader van de ladder van Duurzame ontwikkeling niet gezocht naar locaties elders in Purmerend? Milieudefensie vraagt de gemeente om alsnog serieus naar andere locaties te zoeken voor het hotel die minder schade doen aan het toch al weinige bos dat we hebben in Purmerend..

Gemeentelijk commentaar Ad. 1 Recreatieve en gezondheidsaspect De gemeente wil het overgrote deel van het bos behouden en inrichten als een natuur- recreatie en wandelbos. Daarbij is behoud van de natuurwaarden een belangrijke factor, maar ook de mogelijkheid voor inwoners van Purmerend en de regio om in het bos te kunnen wandelen. Het wilde karakter van het bos is het uitgangspunt, niet het aanharken en omvormen tot een park. Wel zijn er maatregelen nodig met betrekking tot omvallende bomen nabij paden om veilig in het bos te kunnen wandelen. Een geheel afgesloten bosgebied dat alleen toegankelijk is voor natuuronderzoekers is niet het streven van de gemeente. 25

Het ecologische rapport uit 2020 richt zich met name op de komst van een hotel en de invloed hiervan op wettelijk beschermde soorten. Zie voor een toelichting op het ecologisch onderzoek gedurende langere termijn en met een bredere insteek ook het antwoord bij onderdeel 5 van zienswijze 2 Het overige deel van uw zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 3 van zienswijze 2 en onderdeel 2 van zienswijze 5, kortheidshalve wordt verwezen naar de reacties daarop. Ad. 2 Alternatieve locaties voor het hotel Dit deel van de zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 5 van zienswijze 5, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het plan.

26

Zienswijze 7 – Namens 58 inwoners Wormerland en 3 inwoners Purmerend Inhoud 1.

Foutieve informatie over besluitvorming Er is op verschillende punten sprake van misleiding en verkeerde informatie door het college. In de raadsbrief van 30 april 2021 (Ref 1) doet wethouder Hegger het voorkomen dat “Uw raad heeft in 2019 besloten verder te willen gaan met de vestiging van een Van der Valk hotel in de kom A7 conform de met initiatiefnemer gesloten anterieure overeenkomst” Dat is onjuist. Slechts het college heeft dit besloten, niet de raad. Het volgende is wel besloten door de raad (Ref 2): 1. De kom A7, met uitzondering van de locatie van het hotel, in te richten als natuur-, recreatie- en wandelbos met een educatief karakter 2. Het college opdracht te geven de verschillende scenario's voor eigendom, aanleg en beheer van het toekomstige bos nader te onderzoeken en hiervoor een onderzoeksbudget van € 140.000, - beschikbaar te stellen, te dekken uit de grondopbrengst van het hotel. Hoewel de locatie van het hotel wordt genoemd is er geen besluit over genomen, zoals ook duidelijk wordt uit de commissievergadering (Ref 3). Terecht maakte D66 toen de opmerking dat er eigenlijk ook een scenario zonder hotel moest komen, omdat het besluit over het hotel pas komt als er een bestemmingsplan wordt ingediend. Dit onderzoek was bedoeld om een afgewogen beslissing te kunnen nemen over de toekomst van het Beusebos. Het onderzoek had moeten leiden tot (Zie Ref 2): 1.

Opties voor uitbreiding van het bos als compensatie voor het groen dat verdwijnt door de komst van een hotel 2. Verschillende scenario’s betreft eigendom en beheer van het bos 3. Voor- en nadelen van deze scenario’s en de financiële consequenties Helaas, de resultaten van dit onderzoek zijn nog niet openbaar gemaakt en in de raad besproken. Er is slechts een schetsontwerp gemaakt, iets wat niet in dit besluit is opgenomen, zonder uitwerking van de drie bovengenoemde punten. Deze schets is slechts gedeeld is met een internetpanel, ook weer zonder de drie bovengenoemde punten, waarbij de deelnemers ook nog werden beloond door een loterij waarin VVV bonnen zijn uitgedeeld. Waar zijn de scenario’s betreft eigendom en beheer, opties voor uitbreiding van groen ter compensatie van de te kappen bomen, en misschien wel het belangrijkst: de voor- en nadelen van de opties en de financiële consequenties? Dit onderzoek (als dat er al is geweest) moet eerst besproken moeten worden alvorens een weloverwogen beslissing over het Obp kan worden genomen. Het bestemmingsplan beslist namelijk over wel of geen hotel. Het college wil nu in dezelfde commissievergadering als waarin het bestemmingsplan voor het hotel wordt besproken dit sche(r)tsontwerp inbrengen. Op zijn minst hadden wij verwachten dat, naast het Obp, ook de 27

verschillende scenario’s m.b.t. eigendom, aanleg en beheer gepresenteerd zouden worden. Dat is niet gebeurd. En daarom is deze exercitie zinloos geworden. De belofte dat “over het onderzoek naar de mogelijkheden om een natuur-, recreatie- en wandelbos te ontwikkelen en beheren, met regelmaat wordt gecommuniceerd via verschillende platforms” is in het geheel niet waargemaakt. Het lijkt erop dat het college slechts een variant wil bespreken, zonder de andere varianten met hun voor- en nadelen te bespreken in de raad. 2.

Niet transparant werken Naast het niet communiceren over het onderzoek, kunnen we niet controleren welke afspraken er zijn gemaakt in de anterieure overeenkomst, omdat het College deze overeenkomst, ondanks verschillende WOB verzoeken, niet openbaar wil maken. Dat lijkt op misleiding, heeft de gemeente soms wat te verbergen? Zijn er soms in de anterieure overeenkomst financiële afspraken gemaakt, of afspraken over inrichting en beheer? Namen en bedragen kunnen onherkenbaar worden gemaakt, een praktijk die bekend is bij het college, gezien bijlage 19 bij het Obp, waarin diverse namen zijn zwartgelakt, zelfs als die tekst gewoon op internet beschikbaar ongecensureerd te vinden is. Uit het antwoord op schriftelijke vragen aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland door SP en PvdD (Ref 4, vraag 9): “Is er sprake van financiële of juridische consequenties voor u of de gemeente Purmerend als het betreffende hotel niet gebouwd kan worden? kan worden opgemaakt dat er wel degelijk iets aan de hand is: “Navraag bij de gemeente leert dat er financiële en juridische consequenties van enige omvang zijn voor de gemeente indien het hotel niet gebouwd kan worden.” Ook over de juridische consequenties van de halsstarrige houding van het college t.a.v. de provincie moeten wij gissen, omdat het college dat slechts in besloten kring met de raad wil delen.

Wij hopen dat de raad daarvan gebruik heeft gemaakt.

3.

Hotelonderzoek Een andere vorm van misleiding is het Concept rapport naar onderzoek van marktruimte. Dit onderzoek is door de Gemeente Purmerend uitgevoerd, in samenwerking met Leisure Advies. Dat klinkt heel indrukwekkend, maar Leisure Advies is een eenmansbedrijf van de heer Geer Schakel, weliswaar een deskundige op dit gebied, maar geen organisatie. Hij is geraadpleegd als adviseur, zoals in het colofon is te lezen. De begeleidingsgroep bestond uit beleidsmedewerkers van de gemeente Purmerend (Ref 5, p. 43). Op de inhoud van het rapport komen wij later terug.

4.

Het plan zelf Het huidige plan is NIET hetzelfde als het oorspronkelijke plan uit 2017, waar over is gestemd. De locatie (grondplan) is gewijzigd, en de hoogte van de toren is nu 69,15 m i.p.v. de oorspronkelijke 65 meter. Wij vragen ons af of dit juridisch 28

wel is toegestaan. Wat is er bijvoorbeeld vast gelegd in de anterieure overeenkomst? Zoals eerder gezegd, wij kunnen dit niet controleren. En wat gebeurt er als bij de mogelijke realisatie van het plan nieuwe wijzigingen naar voren komen. Worden die met hetzelfde gemak ingepast als dit gewijzigde plan voor een hotel? 5.

Contact met de provincie In de aanloop naar het Obp heeft het college altijd beweert dat er contact is geweest met de Provincie. Daarover zijn geen stukken bekend, ondanks vragen en aandringen van partijen in de raad. Slechts “ambtelijk overleg”, maar geen bewijs. Het eerste wezenlijke contact is na te lezen in de notulen van de 74ste vergadering van de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling, waarin duidelijk wordt aangegeven wat er van het college wordt verwacht (ref 6), en waar het college niet op heeft geacteerd.

6.

Onbehoorlijk bestuur Het college lapt alle adviezen en verzoeken aan zijn laars. Onder het mom van inspreekrecht mochten burgers hun zegje doen in de commissievergaderingen. Het bleef angstaanjagend stil in de raad. Geen enkele vraag aan de insprekers, sommigen toch niet de minste. Nee, bedankt voor jullie mooie woorden, en we gaan verder met de orde van de dag. Over minachting gesproken. Een verzoek van de voltallige raad van Wormerland wordt genegeerd. Met de suggestie Baanstede Noord als locatie te onderzoeken wordt niets gedaan (zie Ref 7). Het advies van de provinciale Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (zie Ref 6) wordt simpelweg genegeerd, beargumenteerd aan de hand van een juridisch steekspel met woorden over het begrip “bestaand bebouwd gebied”.

7.

Onderzoek naar alternatieve locaties In het coalitieakkoord (ref 8, p. 18) staat: “De gemeente treedt in overleg met de beoogde ondernemer om binnen een redelijke termijn een alternatieve locatie voor het hotel te vinden.” De praktijk: de gemeente schakelt een bureau in die een aantal locaties langs de A7 aanwijst. Een “alternatieve” locatie is het zuidelijk deel van het Beusebos (!). Andere locaties bleken al in gebruik (plaatwalserij, tennisvelden / sportaccommodatie, voetbalvelden). Deze locaties lijken voor de vorm te zijn meegenomen. De laatste locaties zijn bij de afritten van de A7 (zuiddijk), maar dat ligt in de gemeente Beemster. Vervolgens vraagt men wat de ondernemer er van vindt. Die wil maar op één plaats bouwen en zegt op alles nee. Van een serieus overleg lijkt geen sprake. Het is ons (en velen met ons) niet duidelijk waarom er niet is gekeken naar een plek aan de rand van Baanstede Noord. Een dergelijke plek is voor een hotel, dat zo graag toeristisch wil zijn, een veel betere optie. Dicht bij de bedrijvencentra (goed voor de business) en dichter bij toeristische/landelijke omgeving (Kwadijkerpolder, IJsselmeer, Edam, Volendam, Monnickendam, Hoorn). En voor congressen maakt het helemaal niet uit waar het hotel gevestigd is. Conclusie: Het “onderzoek naar alternatieve locaties” is voor de bühne gedaan en kan niet serieus genomen worden.

8.

Hotelmarktonderzoek (ref 5) In het laatste rapport, uit 2021, wordt als peiljaar 2019 genomen. Terecht, want daarna begon corona. Echter de bewering dat 2019 een piekjaar was wordt door het rapport zelf weerlegd. Op p.21, in tabel 6 is te zien dat de bezetting in werkelijkheid langzaam maar gestaag is gedaald van 386.000 verhuurde 29

kamers in 2017 naar 373.000 in 2019. Het aantal overnachtingen van 587.000 in 2017 naar 568.000 in 2019. De aanname van een jaarlijkse stijging van 1,7% in de behoudende versie lijkt dan ook misplaatst, om over de optimistische variant maar niet te spreken! Ook is te zien dat het aantal verhuurde kamers in 2020 was afgenomen tot 184.000, dat is 50,7% minder dan in 2019, en niet 30% zoals op p. 33, in tabel 13 en 14 wordt genoemd. Als je de groeipercentages die genoemd worden in tabel 13 en 14 toepast op het werkelijke aantal kamerverhuringen in 2020 (184.000) kom je in het optimistische scenario uit op ca. 306.000 kamerverhuringen in 2026 en dat is 82% van het peiljaar 2019, en niet 116,3%. Bovendien is het resultaat van de post-corona situatie volstrekt onduidelijk. Dat er herstel zal optreden zal niemand tegenspreken, maar in welk tempo is niet te zeggen. Corona heeft ook geleid tot een andere kijk op werken, beurzen en congressen. De toekomst hierover is niet te voorspellen. Zelfs als de cijfers nog een beetje opgekrikt worden kom je in het optimistische scenario uit op een niveau van 2019 in 2026. Het rapport geeft aan dat het economisch herstel op 1,5% blijft steken in 2021-2023, en gezien de figuur 11 op p.29 blijft daarmee de RevPar ook rond de 0 schommelen, niet een al te rooskleurig vooruitzicht.

Samenvattend: het rapport is eerder een reden om NIET het hotel te bouwen dan wel. Het rapport in zijn huidige vorm geeft al aan dat er geen ruimte is voor nieuwe hotelinitiatieven, en komt vervolgens met aanbevelingen waarom het plan toch doorgezet moet worden. Logisch, want het is mede geschreven door beleidsmedewerkers van de Gemeente Purmerend. Daarvoor worden allerlei “argumenten” aangevoerd die geen argumenten zijn en vergezocht (woningbouw, stationsgebied, H20 campus [doet zelf events etc.], Purmer Valley, Baanstee Noordoost, Beemster Experience [dagrecreatie]). Zo kunnen wij ook nog wel wat loze argumenten verzinnen. Dit zou ook niet in het rapport moeten staan, het rapport moet gaan over de toekomstige behoefte van vraag en aanbod, maar gaat vooral in op het door het college gewenste hotel. Tenslotte: er wordt uitgegaan van een “normatieve kamerbezetting” van 65%. In het rapport van 2017 was dit nog 63,5%. Het is dus nogal willekeurig. Het rapport geeft aan dat de feitelijke bezetting pre-corona 79% was, en de regionale kamerbezetting in 2017-2019 zo’n 73%. De marktruimte is berekend met een percentage van 65%, het maakt nogal een verschil of je met 65% rekent of 70% of zelf nog hoger. 65% betekent ook dat 1/3 van de kamers leeg staat gedurende het hele jaar! Uit economisch oogpunt lijkt ons dat geen goede zaak.

Conclusie: Het hotelonderzoek – marktverkenning geeft eerder aan dat er geen ruimte is voor het bouwen van een hotel dan wel. 9.

De hoogte van de toren Het hotel is inmiddels gegroeid van 65 in het eerste plan naar 69,15 meter in het huidige (zie tekening in bijlage 15 bij het Obp). En dat terwijl er in het huidige bestemmingsplan een maximale bouwhoogte is toegestaan van 6 meter. Het Obp voorziet in een maximale bouwhoogte van 69 meter (en niet 69,15!) en dat is een onacceptabele toename. 30

Deze enorme toren doet in grote mate afbreuk aan de waarden van het landschap (Laag Holland !). Tot in de verre omtrek zal de toren te zien zijn. Maar met name de directe omgeving (omwonenden) zal lijden onder een onacceptabel uitzicht. Dit zal leiden tot aanzienlijke planschade. Nergens in de stukken is een degelijke visualisatie te zien, hoe de toren de omgeving domineert. In het verleden is dit door een enthousiaste amateur wel gedaan (toen het ontwerp nog niet bekend was, zie bijlage B). Het gaat niet om de details, maar om het idee. Op dit moment werken we aan een actuele visualisatie, die eerdaags zal worden gepubliceerd op Facebook. Het effect dat deze toren kan hebben op het Werelderfgoed Beemster wordt terzijde geschoven. De gemeente Beemster stelt immers dat het geen invloed heeft. Maar de gemeente Beemster gaat daar niet over, dat is de UNESCO. De gemeente Beemster is eigenlijk geen partij in deze, want eind dit jaar bestaat die gemeente niet meer, dan is gemeente Beemster opgehouden te bestaan en gaat verder als gemeente Purmerend, en is o.i. bevooroordeeld. Conclusie: De hoogte van de toren is onacceptabel en levert een grote impact op de (leef)omgeving. Mocht de raad willen instemmen met het Obp, dan tekenen wij in ieder geval bezwaar aan tegen de Bouwregels zoals beschreven in Artikel 3.2.1 Hoofdgebouwen, sectie d, en daarmee ook tegen Artikel 5.2.

Overschrijding bouwgrenzen, lid a, waarin sprake is van een overschrijding van max, 2,5 m waardoor het gebouw nog hoger kan worden dan 69 meter. 10.

Portefeuillehoudersoverleg Het document stamt uit juni 2017. In vier jaar tijd kan er een hoop gebeuren, kijk maar naar de opvattingen van de gemeente Purmerend over het Beusebos. Het zou juist zijn om ook dit document van een update te voorzien, net zoals het hotelonderzoek. Conclusie: De regionale afstemming is niet meer representatief en moet opnieuw worden gedaan.

11.

Bezonningsstudie Dit onderdeel is gerelateerd aan de hoogte van de toren. De bijgevoegde bezonningsstudie is zeer summier en slaat met name de herfst en wintertijd over. Juist in die periode zullen de woningen aan de Neckerstraat, Hazepolder, Kop West en Weidevenne hinder ondervinden van de schaduwwerking bij laagstaande zon. Het zou voor de omwonenden netjes zijn geweest als deze studie ook de maanden november, december en januari mee zou hebben genomen. Nu wordt deze essentiële informatie achtergehouden. Conclusie: De bezonningsstudie is onvolledig en geeft geen goed beeld van de impact van de toren. Er moet een nieuwe volledige bezonningsstudie worden gedaan.

12.

Stikstofdepositie en capaciteitsberekening Voor een leek onbegrijpelijke literatuur, capaciteitsberekening (?) zonder enige uitlegt.

vooral

de

berekeningen,

Conclusie: Van transparantie is geen sprake waardoor geen goed inzicht is over de gevolgen. 13.

Flora- en faunaonderzoek en klimaatoverwegingen 31

Helaas zijn slechts twee beperkte onderzoeken bijgesloten. Met name de onderzoeken die genoemd worden uit 2016 en 2018 zouden het plaatje compleet hebben gemaakt. Nu is er slechts gekeken naar “beschermde diersoorten” (broedvogels, marterachtigen en vleermuizen). Voor een juist beeld van de natuurwaarden moet het hele plaatje worden meegenomen: alle soorten broedvogels, vissen, amfibieën, flora (beschermd en onbeschermd) en ringslangen. Ook was het beter geweest als het hele Beusebos was geïnventariseerd, en niet alleen het stuk voor het beoogde hotel, omdat een 69+ m hoog hotel ook invloed heeft op het zuidelijk deel, waar sinds jaar en dag een havik broedt. Maar ook dit beperkte onderzoek laat zien dat het Beusebos een vestigingsplaats is voor verschillende bedreigde dieren: buizerd met broedplek binnen de bouwkavel, ransuil (jachtgebied), boommarter, en drie vleermuissoorten (in totaal zijn bij andere onderzoeken vijf vleermuissoorten waargenomen). Al deze dieren, plus dieren die niet in dit onderzoek is meegenomen, vormen samen met de flora, een levend ecosysteem. De bouw van een hotel breekt dit ecosysteem af. De samenhang gaat verloren, en daarmee het natuurlijke uiterlijk van het bos. Beschermde diersoorten kunnen niet zomaar worden genegeerd (Wet Natuurbescherming). Laat dit stukje natuur alsjeblieft niet verloren gaan omwille van één op winst beluste ondernemer.

Daar komt nog bij dat in de laatste jaren de rechter uitspraken heeft gedaan die gerelateerd zijn aan het milieu en de verwoesting daarvan (Urgenda vs. De Staat der Nederlanden, Milieudefensie vs. Shell). Er zullen meer zaken volgen. Kortom, het is in deze tijd niet meer gepast zomaar bomen te kappen en natuur te vernietigen. Onze leefomgeving moet leefbaar blijven. Het bos zorgt voor verkoeling, afvang van CO2 en fijnstof, is een geluidsbuffer tussen de A7 en Neck, dat toch al onevenredig hard wordt getroffen door het geluidscherm dat tussen de A7 en Purmerend staat en dat al het verkeersgeluid richting Neck focust. Dat zal alleen maar verergeren als een deel van het bos vervangen wordt door steen met een 69+ m hoge toren. Conclusie: Laat het bos met rust. Wees zuinig op onze spaarzame natuur, en offer het niet op, puur vanwege financieel gewin. 14.

Lichtvervuiling Een hotel met parkeerplaats zorgt voor een permanente belichting ’s avonds. Niet goed voor de dieren, en zeker ook niet goed voor de mensen die er tegen aan moeten kijken (Neck, Hazepolder, Kop-West, Weidevenne). Nooit meer rust, de toren wordt een lichtend baken in de nacht. Dieren zullen het Beusebos gaan mijden, mensen zullen er slechter van slapen. Conclusie: Omwille van de dieren en omwonenden is het een slechte zaak als er een hotel met megatoren in het Beusebos komt.

15.

Parkeerplaats In de toelichting staat dat parkeerplek wordt gerealiseerd voor 360 auto’s, bovengronds (paragraaf 5.14.2). Dat neemt een onevenredig beslag op de ruimte. Als besloten wordt dat er een hotel mag komen moet goed gekeken worden of de parkeergelegenheid inpandig (mogelijk kelder) kan worden gerealiseerd. Het lijkt erop dat deze optie in het geheel niet is bekeken. Bijkomend probleem: er is geen overloop voor als de parkeerplekken vol zijn. In dat geval zal de omgeving worden belast met ongewenste parkerende auto’s. 32

Conclusie: Mocht het hotel er toch komen, dan moet serieus gekeken worden naar een andere parkeeroplossing. Mocht de raad het Obp willen instemmen met het Obp, dan maken wij bezwaar tegen Artikel 6.2 in zijn huidige vorm en eisen dat er wordt opgenomen dat parkeergelegenheid inpandig/ondergronds moet worden gerealiseerd. 16.

Verkeersoverlast Door het hotel zal de verkeersbelasting van de Laan de Continenten met ca. 20% toenemen. Nu al ontstaan er in de spits rijen voor de rotonde, en bij filevorming in de spits op de A7 ontstaat een verkeersopstopping op de Laan de Continenten door gebruik van sluiproutes (toegangswegen). Conclusie: Door het hotel zal de verkeersituatie alleen maar verslechteren, met alle gevolgen voor de omgeving.

17.

Ontbreken van Milieu Effect Rapportage (m.e.r.) Wij zijn het niet eens met de argumenten om een m.e.r. rapportage achterwege te laten. Het hotel heeft een enorm grote impact op de leefomgeving en het milieu. Conclusie: Alsnog een m.e.r. rapportage laten opstellen.

18.

Het begrip “bestaand bebouwd gebied” Het college beschouwt het Beusebos plotseling als “bestaand bebouwd gebied”, terwijl het in een eerdere publicatie (ref 9, p. 11) heeft beweerd dat “de gronden van Kom A7 aangemerkt als gesitueerd buiten Bestaand Bebouwd Gebied”. Een pagina verder (Ref 9 p. 12): “Ligging buiten bestaand stedelijk gebied (= Rijk) c.q. buiten Bestaand Bebouwd Gebied (= provincie) stelt hogere eisen aan de onderbouwing van de beoogde nieuwvestiging van stedelijke functies in Kom A7.” De provincie heeft het Beusebos bestempeld als behorend tot “landelijk gebied”. Op grond van een schimmig juridisch woordenspel is het college van mening 180 graden gedraaid, want dat komt hen wel goed uit. Daarbij worden een aantal zaken over het hoofd gezien. In paragraaf 4.2.2 (Stedenbouwkundige motivering) van de toelichting schrijft het college dat: “De Kom A7 is bovendien gelegen binnen de bebouwde kom, wat ook een kenmerk is van bestaand stedelijk gebied.” Uit bijgevoegde illustratie is te zien dat er twee soorten bebouwde kom zijn: voor de Wegenwet en voor de Wet Natuurbescherming. In de ene (Wegenwet) valt de kom A7 buiten de bebouwde kom, bij de ander binnen. Het is dus maar hoe je het bekijkt.

Bestaand stedelijk gebied (volgens Bro) = bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, 33

Bro, kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. (Zie Ref 10). De kom A7 kan door zijn specifieke ligging en de feitelijke situatie niet worden bestempeld bestaand bebouwd gebied. Het is geen “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing etc…”. De kom A7 is het enige stukje grondgebied van Purmerend ten westen van de A7, en volledig van Purmerend afgesloten door diezelfde A7. Het staat volledig los en heeft geen enkele binding met de stad Purmerend. Vraag een willekeurige voorbijganger (anders dan het college ) wat voor soort gebied het Beusebos is en het antwoord zal zijn: bos. Er is geen enkele bebouwing aanwezig. Conclusie: Het Beusebos is geen bestaand stedelijk gebied, maar landelijk gebied, zoals aangegeven door de provincie. 19.

Purmerend als toeristische trekpleister Hoezeer Purmerend ook zijn best doet, en hoe graag men ook wil, de realiteit is dat Purmerend niet de toeristische trekpleister is die men zo graag wil. Natuurlijk, het is een gezellig stadje om uit eten te gaan (Koemarkt), en ook wordt het centrum door Purmerenders graag bezocht om te winkelen, maar de toerist zal om te winkelen liever andere stadjes bezoeken. Purmerend mist helaas een echt mooie historische binnenstad, heeft welgeteld vermelding in de Michelingids, en geen in de Gault Millau en de Lekker, en komt in de groene Michelingids en de ANWB reisgids niet voor. Ook als uitvalsbasis is Purmerend minder geschikt, met alternatieven als Zaandam en Amsterdam zo dichtbij. Conclusie: Voor het toerisme is een dergelijk hotel volstrekt overbodig.

20.

Toegevoegde waarde lokale economie Het Van der Valk is een onderneming, en een onderneming draait niet op goede bedoelingen. Bovendien is het mogelijke hotel onderdeel van een keten, die vaak voordeel behalen door groot in te kopen. Dat blijkt ook uit de teksten als “zoveel mogelijk”, “mits aan de kwaliteitseisen wordt voldaan”. Conclusie: Aan beloftes en toezeggingen t.a.v. lokale bedrijven moet niet te veel waarde worden gehecht.

21.

Ladder voor duurzame verstedelijking Het college beweert de laddertoets succesvol te hebben doorlopen. Wij zijn van mening dat de behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling onvoldoende is aangetoond. Het college gebruikt het hotelonderzoek als argument, terwijl wij in punt 8 hebben aangetoond dat dit onderzoek juist het tegendeel bewijst. Bovendien vindt de beoogde ontwikkeling niet plaats in bestaand stedelijk gebied, zoals wij hebben beargumenteerd onder punt 18. Tenslotte is onvoldoende gezocht naar een locatie elders (zie punt 7). Conclusie: Hotel voldoet niet aan de laddertoets.

22.

Omgevingsanalyse In de toelichting staat dat de dichtstbijzijnde woningen zijn gelegen op een afstand van 500 meter. Een eenvoudige metng op Google Maps laat zien dat de dichtstbijzijnde woningen aan de Neckerstraat ligt op ca. 250 meter van het 34

hotel. Alle woningen aan het begin van de Neckerstraat (Wijdewormer) liggen binnen 350 meter van het hotel. Mont Saint Michel in de Kop West ligt binnen een straal van 450 meter. Ook de huizen aan de Rotterdamhaven, Oslohaven en Antwerpenhaven (Weidevenne) liggen binnen 500 meter. Dat zijn heel wat woningen die last hebben van een toren van 69+ meter (zie ook punt 23) Conclusie: Valse voorstelling van zaken. 23.

Planschade In de toelichting wordt over planschade in het geheel niet gesproken, terwijl die er wel degelijk zal zijn voor een flink aantal omwonenden, zie ook punten 11, 14 en 22. Het enige dat gemeld wordt is: “Met de initiatiefnemer is voor de ruimtelijke procedure een anterieure overeenkomst inclusief planschadeafwenteling gesloten.” Conclusie: Bij goedkeuring van het plan zal de gemeente overstelpt worden met claims van planschade.

24.

Infrastructuur/nutsvoorzieningen In de toelichting wordt niet gerept over de gevolgen van de aanleg van de infrastructuur (energievoorziening, aansluiting op het riool, internet en telefoonkabels). Aangezien het voorgenomen hotel in een onontgonnen gebied ligt zal dit moeten worden aangelegd. Dat zal ook een enorme impact hebben op de omgeving. Er zal meer gekapt moeten worden dan nu wordt aangegeven. Conclusie: De impact van de bouw van een hotel is veel groter dan voorgesteld.

Nog wat losse opmerkingen: • Een hotel in de kom A7 is geen visitekaartje voor Purmerend, slecht voor Van der Valk. • Een hotel is per definitie niet duurzaam maar milieu belastend. Het zorgt voor reisbewegingen (dus stikstof, CO2 fijnstof, geluid). Als het restaurant vegetarisch zou zijn is de vleesbelasting in ieder geval 0! De Breeam norm is bedoeld voor bouwen, niet voor exploitatie. Duurzame exploitatie gaat veel verder. • In tegensteling van wat beweerd wordt in de toelichting is het Van der Valk hotel Leeuwarden volgens Breeam NIET het meest duurzame hotel van Nederland (Ref 11) • De bewering dat 95% (!) van de vrijgekomen warmte behouden blijft moet met een grote korrel zout worden genomen. - Uit de internet enquête Klimaatbestendige stad 2020 (Ref 12) 70% van de Purmerenders maken zich zorgen over klimaatverandering - 90% van Purmerend vindt dat een groene omgeving bijdraagt aan een klimaatbestendige stad en dat het belangrijk is dat gemeente Purmerend investeert in het klimaatbestendiger maken van de stad - 89% van de Purmerenders vindt dat ‘een groene omgeving draagt bij aan een klimaatbestendige stad.’ - 88% van de Purmerenders vindt dat het belangrijk is dat de gemeente Purmerend investeert in het klimaatbestendig maken van de stad • Een hotel van dergelijke omvang met uitgebreide vergaderfaciliteiten is geen invulling van een recreatieve functie.

• Het is volstrekte waanzin solitaire bomen te behouden op de parkeerplaats, omdat ze uit hun structuur worden gerukt, en bij de eerste de beste storm zullen omvallen.

35

• • • •

•

Een bos is een subtiel samenspel van flora en fauna, zowel bovengronds als ondergronds. Daar moeten we zuinig op zijn Lees het Voedselbodemweb! (Zie Ref 13). Het aantal bewoners dat heeft geparticipeerd in de werkateliers was maar liefst, schrik niet: 7 (toelichting paragraaf 6.2.2) De opzet van de internetenquête belichtte alleen het schetsontwerp, dat er gelikt uitziet. Logisch dat dat aanspreekt. De zogenaamde “informatiebijeenkomst” van 26 mei 2021 bleek niet meer dan een korte vooraf opgenomen presentatie van welgeteld 18 minuten en 24 seconden, die al daags tevoren via internet te bekijken was. Kijkers konden alleen individueel vragen stellen en niet op elkaar reageren. Er zou een digitale informatiebijeenkomst zijn geweest op 20 november 2020 voor de direct omwonenden uit Purmerend en Neck. Daarvan was niet iedereen uit de Neckerstraat op de hoogte.

Gemeentelijk commentaar Ad. 1 Foutieve informatie over besluitvorming Er bestaat een relatie tussen het besluit al dan niet een hotel te vestigen in de kom A7 en de opties voor eigendom, beheer en onderhoud van het aan te leggen natuur- recreatie- en wandelbos. Een mogelijke optie is dat de ondernemer van het hotel het bos overneemt van de gemeente en voor eigen rekening de inrichting als natuur- recreatie- en wandelbos realiseert en vervolgens ook het onderhoud doet. (ook kunnen slechts bepaalde delen van de genoemde activiteiten bij de hotelondernemer belegd worden) Echter, als de raad het bestemmingsplan voor het hotel niet wil vaststellen dan vervalt deze optie. Bovendien zal er dan geen grondopbrengst zijn van het hotel en daarmee zal ook de dekking van de kosten voor aanleg en beheer van een openbaar toegankelijk wandelbos anders zijn. Daarom heeft het college ervoor gekozen om eerst het voorstel voor het bestemmingsplan en vervolgens het voorstel over de aanleg, het eigendom en het beheer van het natuur- recreatie- en wandelbos in dezelfde raadsvergadering te behandelen. Ad. 2 Niet transparant werken Uiteraard zijn er in de anterieure overeenkomst financiële afspraken gemaakt, het betreft hier immers een grondverkoop door de gemeente ten behoeve van een commerciële ontwikkeling.

Daarnaast wordt door de ondernemer zoals vereist in de landelijke regelgeving over bestemmingsplannen een bedrag aan plankosten betaald voor het door de gemeente voeren van de bestemmingsplanprocedure. Zie voor het proces van de geheimverklaring ook het antwoord bij onderdeel 9 van zienswijze 2. De anterieure overeenkomst heeft slechts betrekking op het perceel grond waarop het hotel moet komen. Over het omliggende gebied zijn in deze overeenkomst geen afspraken gemaakt omdat de gemeente op het moment van afsluiten in 2017 het voornemen had om de omliggende gronden te gaan ontwikkelen met andere marktpartijen conform de in 2016 in de raad vastgestelde ontwikkelvisie kom A7. Ad. 3 Hotelonderzoek Dit deel van de zienswijze komt qua inhoud deels overeen met onderdeel 1 van zienswijze 2, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. In het overige deel wat gesteld wordt kunnen wij ons niet vinden. Ad. 4 Het plan zelf In overleg met de initiatiefnemer van het hotel is het grondplan aangepast zodat een optimale combinatie gemaakt kan worden met het ontwerp voor het natuur36

wandel en recreatiebos en de natuurwaarden zo veel mogelijk ontzien worden. Als contractpartijen het eens zijn over deze wijziging ontstaat geen contractueel probleem. Zowel de aanpassing van het bestemmingsplan als de Wabovergunning voor het hotel zijn nog niet door de gemeente afgegeven, in deze fase van het proces zijn wijzigingen dus nog mogelijk. De ruimte voor wijzigingen wordt stap voor stap minder. Het bestemmingsplan stelt de functie en ook de maximale bouwhoogte vast. De daar op volgende Wabovergunning (= bouwvergunning) stelt het uitgewerkte bouwplan inclusief de technische details vast. Na iedere volgende stap in dit proces wordt de ruimte voor wijziging zonder opnieuw een procedure te doorlopen kleiner. Ad. 5 Contact met de provincie Over de afstemming met de provincie wordt kortheidshalve verwezen naar de reactie op zienswijze 1. Ad. 6 Onbehoorlijk bestuur Over de suggestie om Baanstee Noord als locatie te onderzoeken verwijzen wij naar onderdeel 2 van zienswijze 2 en onderdeel 5 van zienswijze 5. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar onderdeel 4 van zienswijze 2. Ad. 7 Onderzoek naar alternatieve locaties Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 1 van zienswijze 2 en onderdeel 5 van zienswijze 5, kortheidshalve wordt verwezen naar de reacties daarop. Ad.

8 Hotelmarktonderzoek (ref5) De term “piekjaar” wordt op diverse plekken gebruikt in het rapport, onder andere met betrekking tot Vakantieverhuur. In zijn algemeen wordt in de hotellerie teruggekeken op 2019 als een piekjaar. Landelijk en ook in NoordHolland was er daadwerkelijk een stijging van het aantal hotelovernachtingen t/m 2019. De indiener heeft echter gelijk dat deze term niet correct is als sec wordt gekeken naar de vraagontwikkeling in Zaanstreek-Waterland. Het aantal hotelovernachtingen is in die regio inderdaad licht gedaald in de periode 20172019. Deze daling is echter geen teken van verslechterende marktomstandigheden maar laat zich als volgt verklaren: • Ook het aanbod van kamers en bedden in Zaanstreek-Waterland daalde in diezelfde periode. De bezetting was in 2019 dan ook even hoog als in 2017. • De kamerbezetting lag voor corona rond de 80%. Dit is zeer hoog voor hotels en daardoor ontstaan er fricties. Er moet dan ook vaak “neen” worden verkocht (de hotelvraag is niet gelijkmatig over het jaar verdeeld), waardoor potentiële gasten de regio de rug toekeren en een verblijf in een andere regio boeken. “De aanname van een jaarlijkse stijging van 1,7% in de behoudende versie lijkt dan ook misplaatst, om over de optimistische variant maar niet te spreken!” Met bovenstaande zienswijze wordt waarschijnlijk gedoeld op tabel 11.

De berekende stijging is de resultante van een aantal ontwikkelingen in de genoemde deelmarkten. Hoewel de toekomst zich inderdaad lastig laat voorspellen, heeft de adviseur geprobeerd te onderbouwen waar deze groeicijfers vandaan komen. Deels zijn deze gebaseerd op verwachtingen van gerenommeerde instituten zoals het CPB. Verder in deze reactie komen we hierop terug. De genoemde percentages (50,7% en 30%) kloppen beiden. Voor ZaanstreekWaterland was de feitelijke bezetting inderdaad 50% lager in 2020. Op pagina 37

33 wordt dat percentage aangehaald in de linkerkolom, bij de toelichting van 2020. De 30% daling in 2020 in tabel 13/14 is een mix van de algemene economische ontwikkeling in 2020 (-/- 4%) en specifiek de toeristische ontwikkeling in dat jaar (-/- 50%). De groeicijfers zijn gerelateerd aan het peiljaar 2019 en niet aan het jaar 2020. Als 2020 het peiljaar was geweest, zouden er geheel andere (hogere) groeicijfers zijn gebruikt. Het is zeker lastig om de toekomst te voorspellen. Er is daarom aansluiting gezocht bij instituten die daarover hebben doorgedacht (CPB, NBTC, Colliers, Tourism Economics), mede op basis van ervaringen met eerdere crisissituaties. Ook in de eerdere situaties herstelde de economie (en de hotelmarkt) zich en presteerde een aantal jaren na een crisis op een hoger niveau dan voor die crises. Gezien voorgaande antwoorden delen wij de conclusie niet. Het rapport geeft een objectief beeld met een voorzichtig en een meer optimistisch scenario. De adviseur trekt genuanceerde conclusies over de groeimogelijkheden in Zaanstreek-Waterland. Het rapport is volledig onafhankelijk en objectief. Beleidsmedewerkers hebben input geleverd maar geen enkele invloed uitgeoefend op de uitkomsten. De door de indiener genoemde ontwikkelingen hebben daadwerkelijk gevolgen voor de hotelvraag.

Nieuwe bedrijfsterreinen trekken zakelijke hotelvraag aan; nieuwe attracties zorgen voor extra toerisme, niet alleen voor dagrecreatie. In een stad die zich ontwikkelt, ontstaat meer economisch en toeristisch verkeer, waardoor de hotelvraag kan groeien. Bovengenoemde “argumenten” hebben te maken met de toekomstige hotelvraag. De wens van het college (wat die ook moge zijn) heeft geen enkele rol hierbij gespeeld. In het rapport is nader geadviseerd dat het, bij de verdeling van de aangetoonde marktruimte, redelijk is om de plannen in Waterland een voorkeurspositie te geven boven de plannen in de Zaanstreek. Die laatste plannen zijn hoofdzakelijk georiënteerd op Amsterdam en voegen weinig toe aan de eigen regio. De regio Waterland kan daarentegen een hotelimpuls goed gebruiken. Figuur 14 illustreert dat duidelijk. Tenslotte: het klopt dat in 2017 63,5% normbezetting is gehanteerd. Het zijn geen willekeurige getallen. Het percentage in 2017 was gebaseerd op een langjarig gemiddelde t/m 2015. In het recente rapport is een langjarig gemiddelde t/m 2019 gebruikt, met een wat hogere uitkomst. Door van langjarige perioden uit te gaan worden pieken en dalen min of meer genivelleerd en ontstaat er een genormaliseerd beeld van de hotelbezetting. Het klopt dat de normbezetting veel effect heeft op de uitkomsten.

Als de adviseur bijvoorbeeld het cijfer uit 2017 had gebruikt, had dat geresulteerd in een grotere marktruimte. Het is volstrekt gebruikelijk om bij marktruimteonderzoeken uit te gaan van een normbezetting. Tabel 15 op pagina 36 en de tabel op pagina 33 in het rapport uit 2017 laten zien dat 65% geen rare of irreële hotelbezetting is. De bezetting van hotels en andere toeristische verblijfsaccommodaties is seizoensgevoelig. Een bezetting van 65% op jaarbasis is voor hotels heel normaal. Ad. 9 De hoogte van de toren Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 3 van zienswijze 1 en onderdeel 2 van zienswijze 2, kortheidshalve wordt verwezen naar de reacties daarop. 38

Ad. 10 Portefeuillehoudersoverleg Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 1 van zienswijze 1, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Ad. 11 Bezonningsstudie De opgestelde bezonningsstudie behorende bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan voldoet aan de vastgelegde tijdsperiodes volgens de TNO-normen. Toch hebben wij aanleiding gezien om de bezonningsstudie uit te breiden met de maanden november, december en januari om de gevolgen ook voor die periode voor de indieners van de zienswijze inzichtelijk te maken. Tijdens deze maanden staat de zon uiteraard lager en hebben andere objecten die dichter bij de woningen staan meer invloed op de woningen dan het hotel. De aanvullingen laten zien dat wordt voldaan aan de lichte norm van TNO, maar tevens ook aan de strenge TNO-norm. De aangevulde bezonningsstudie wordt als bijlage gevoegd bij de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan. Ad. 12 Stikstofdepositie en capaciteitsberekening Deze ruimtelijke ingreep resulteert in een tijdelijke toename van stikstofemissie, daarnaast zal in de gebruiksfase een toename van stikstofemissie plaatsvinden ten gevolge van de nieuwe verkeersgeneratie. Mogelijk kan deze stikstofemissie een meetbaar effect hebben op omliggende Natura 2000gebieden.

Om de hoeveelheid te bepalen is een berekening van de stikstofdepositie vereist middels de AERIUS Calculator versie 20 april 2021, een tool beschikbaar gesteld door het RIVM waarmee de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden kan worden berekend. Deze berekening is uitgevoerd voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. In het rapportje behorende bij de Aeriusberekening is aangegeven met welke uitgangspunten is gerekend. Deze uitgangspunten zijn in de Aeriuscalculator ingevoegd en daar komt een resultaat uit. Op basis van de uitgangspunten is voor de berekening uitgegaan van een worstcase scenario waarbij de voorgenomen ontwikkeling geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000- gebieden genereert als gevolg van de aanleg en/of het toekomstig gebruik. Er is voor de voorgenomen ontwikkeling m.b.t. stikstofdepositie derhalve geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel gebiedsbescherming benodigd. Met betrekking tot de capaciteitsberekening is in paragraaf 5.14.2 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan hier nader op ingegaan en onder voetnoot 6 is een uitleg gegeven wat deze gehanteerde methode inhoudt. Ad.

13 Flora- en faunaonderzoek en klimaatoverwegingen Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 5 van zienswijze 1, onderdeel 5 van zienswijze 2 en onderdeel 2 van zienswijze 5, kortheidshalve wordt verwezen naar de reacties daarop. Ad. 14 Lichtvervuiling Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 6 van zienswijze 2, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Ad. 15 Parkeerplaats Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 2 van zienswijze 2, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Ad. 16 Verkeersoverlast 39

In paragraaf 5.14.2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is al ingegaan op het aantal verkeersbewegingen en uit berekeningen blijkt dat de Laan der Continenten voldoende in staat is om de toevoeging aan verkeer te kunnen verwerken. Het voorliggende plan leidt daarmee niet tot capaciteitsproblemen voor het omliggende wegennet. In de nabije toekomst verdwijnen bij de aansluiting Purmerend Zuid de toe- en afritten van en naar Hoorn. Daarvoor in de plaats wordt een parallelweg aangelegd naar de aansluiting bij Purmerend Centrum. De parallelweg tussen de beide aansluitingen neemt grotendeels de functie van de A7 over waardoor de effecten op het onderliggend wegennet ook gering zijn. Door de wijziging van de verkeerstromen dienen de rotondes bij Purmerend Zuid wel vervangen te worden door verkeersregelinstallaties. Ad. 17 Ontbreken van Milieu Effect Rapportage (m.e.r.) In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan zijn alle relevante milieuaspecten uitvoerig onderbouwd. Na onderzoek en onderbouwing van de milieuaspecten is gebleken dat een m.e.r-procedure niet noodzakelijk wordt geacht. Indiener motiveert niet waarom de mer aanmeldnotitie en de conclusie onjuist zijn en waarom alsnog wel een mer zou moeten worden opgesteld. Ad.

18 Het begrip “bestaand bebouwd gebied” Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 2 van zienswijze 1, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Ad. 19 Purmerend als toeristische trekpleister Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 1 van zienswijze 3, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Ad. 20 Toegevoegde waarde lokale economie In paragraaf 2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is richting gegeven welke meerwaarde aan de lokale economie mogelijk is. Niet alles zal centraal worden ingekocht. Ad. 21 Ladder voor duurzame verstedelijking Deze zienswijze verwijst naar onderdelen 7, 8 en 18 van deze zienswijze. De reacties op deze onderdelen laten zien dat de laddertoets volledig en juist is doorlopen. Ad. 22 Omgevingsanalyse Deze zienswijze betreft paragraaf 4.1 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan waarin de huidige situatie wordt omschreven. De afstanden van de dichtstbijzijnde woningen tot het hotel zijn nagemeten. De indiener geeft correct aan dat er woningen binnen 500 m. afstand van het hotel zijn gelegen. Dit wordt aangepast in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan. De daadwerkelijke afstanden hebben geen gevolgen voor de onderzoeken en de conclusies. Ad.

23 Planschade De Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft een regeling voor de schade die ruimtelijke plannen en besluiten kunnen veroorzaken. De gemeente kan aan degene die schade lijdt een tegemoetkoming geven. Voorwaarde is dat de schade niet redelijkerwijs voor zijn rekening is en geen andere vergoeding mogelijk is (artikel 6.1 Wro). Indiener kan een verzoek om vergoeding van schade schriftelijk en binnen vijf jaar indienen bij de gemeente en het verzoek kan pas worden ingediend als het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk is. Hierdoor is eventuele planschade geen onderdeel van de ruimtelijke procedure, maar een gevolg ervan. 40

Ad. 24 Infrastructuur/nutsvoorzieningen Deze zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 7 van zienswijze 2, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om de toelichting op het bestemmingsplan te wijzigen en een bijlage behorende bij het bestemmingplan aan te vullen: - De bezonningsstudie is aangevuld en zal als bijlage worden toegevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan (ad. 11); - Paragraaf 4.1 in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan wordt aangepast met de juiste afstanden tussen het hotel en de dichtstbijzijnde woningen (ad. 22).

41

Zienswijze 8 Inhoud 1.

Werkgelegenheid Van der valk staat bekend als een slechte werkgever met veel seizoensarbeiders uit het buitenland. In 2017 zijn ze zelfs bestraft. Welk voordeel heeft het dan voor werkgelegenheid?

2.

Milieu Welke invloed heeft deze bouw op de natuur nu in het bos. In de toekomst in de regio en de luchtkwaliteit en in de verdere toekomst op de wereld en CO2 doelen?

3.

Aanzicht Welke veranderingen heeft hoogbouw op wereld erfgoed beemster. Het toerisme zal daar dan afnemen wellicht? Daarnaast, hoeveel meer toeristen komen naar purmerend en zit ik daar wel op te wachten? We kunnen ook prostituees en coffeeshops vestigingen in Purmerend. Dan komen er ook toeristen.

4.

En tot slot wil ik weten welke afspraken er gemaakt zijn en door wie. Hoeveel betaalt van der valk bijvoorbeeld voor het natuurgebied, hoe gaan ze bijdragen aan verduurzaming en hoe gaan ze alle co2 compenseren?

Gemeentelijk commentaar Ad. 1 Werkgelegenheid Voor dit deel van de zienswijze verwijzen we naar paragraaf 2.4 in de toelichting van het bestemmingsplan waarin is aangegeven dat de medewerkers zoveel mogelijk in de regio worden geworven met medewerking van UWV en de gemeente Purmerend. Het is wel zo dat dit deel van de zienswijze niet ruimtelijk relevant is. Ad. 2 Milieu Voor de vragen in dit onderdeel van de zienswijze wordt kortheidshalve verwezen naar de reacties op onderdeel 5 van zienswijze 1, onderdelen 1 en 2 en 3 van zienswijze 2, onderdeel 2 van zienswijze 5 en onderdeel 12 van zienswijze 7. Ad. 3 Aanzicht Voor de vragen in dit onderdeel van de zienswijze wordt kortheidshalve verwezen naar de reacties op onderdeel 3 van zienswijze 1 en onderdeel 1 van zienswijze 3. Ad. 4 Er is een overeenkomst gesloten tussen de gemeente en Van der Valk over de verkoop van grond voor de vestiging van een hotel. De inhoud van deze overeenkomst, en dus ook de verkoopprijs, is door de raad geheim verklaard, zie verder de reactie bij onderdeel 9 van zienswijze 2. Wat betreft het bijdragen van Van der Valk aan verduurzaming van het nieuwe hotel en co2 compensatie : zie de reactie bij onderdeel 3 van zienswijze 2. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het plan.

42

Zienswijze 9 – inwoner Purmerend Inhoud 1.

Nav de bewonersbrief, heeft indiener naar het schetsontwerp gekeken. Er wordt gezegd: De combinatie van het hotel met een groene, recreatieve omgeving biedt kansen om een bijzondere plek te creëren voor hotelbezoekers en inwoners van Purmerend en de regio. Ik ben van mening dat een groot hotel geen bijdrage heeft aan een bijzondere plek. Die bijzondere plek is er namelijk al, het Beusebos is een oud bos(je) waar nog een beetje natuur is. Laat het met rust. En als er dan toch een hotel moet komen zorg dan voor zo min mogelijk aantasting van de natuur, dus parkeer onder de grond, geen speelattributen etc.

Gemeentelijk commentaar Ad. 1 Deze zienswijze komt qua inhoud voor een deel overeen met onderdeel 2 van zienswijze 2 en met onderdeel 5 van zienswijze 2, kortheidshalve wordt verwezen naar de reacties daarop. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het plan.

43

Zienswijze 10 – inwoner Purmerend Inhoud In het plan voor de realisatie van een hotel in de kom A7 staat o.a. het volgende: Bestaande natuur behouden In het ontwerp wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande natuur in het bos. Het bestaande meertje wordt vergroot en er komt een vlonderpad dwars over het meer. In het water groeien riet, lisdodde, mattenbies en andere waterplanten. Er komen speelplekken en een bankje, en er is ruimte voor natuureducatie (bijvoorbeeld een insectenhotel). Er worden wandelpaden aangelegd in het bos, meer in het noorden dan in het zuiden.Het zuidelijke deel van het bos, het natte deel, blijft rustig. Dit vormt het leefgebied van de havik en de boommarter en dat blijft zo beschermd. Er komt alleen een pad rondom aan de buitenzijde van het bos. Het hotel komt in het midden, verscholen tussen de bomen met terras aan het meer. 1.

Er is in het plan geen sprake van het "behouden van de bestaande natuur". Een fors deel wordt bebouwd. Daar verdwijnt de natuur. En het resterende bos krijgt een recreatieve functie, waardoor de natuur in mijn beleving (ernstig) verstoord wordt. Nu is het een rustgebied voor vogels en amfibieën en heeft het bos een geluid dempende functie voor de omgeving.

2.

Opdoeken van een deel van het bos is volgens indiener ook niet nodig: het gaat hier blijkbaar om het verplaatsen van een hotel van Zuidoostbeemster naar de kom A7. Dan kan je toch het bestaande hotel vernieuwen als daar door de uitbater behoefte aan is.

3.

Als blijkt dat de plannen al zover gevorderd zijn dat afstel niet mogelijk is, zorg er dan voor dat het bos zo stil mogelijk blijft. Dus: • het aantal wandelpaden tot het absolute minimum beperken en zeker geen "vlonderpaden" door de meertjes en recreatieve voorzieningen. • het bosgedeelte aan de zuidkant ongerept laten (geen pad langs de rand en door het meertje). Dan blijft het echt rustig. • en ondergrondse parkeerplaatsen voor de bezoekers van het hotel (of onder het gebouw), zodat de bouwlocatie wordt geminimaliseerd.

4.

Tot slot: ten zuiden van het zuidelijke bosgedeelte ligt een groot stuk weiland met een verwaarloosde boerderij. Naar mijn mening een prima alternatieve locatie voor het hotel, als deze toch verplaatst moet worden.

Gemeentelijk commentaar Ad. 1 Dit deel van de zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 5 van zienswijze 1, met onderdelen 3 en 5 van zienswijze 2 en met onderdeel 2 van zienswijze 5, kortheidshalve wordt verwezen naar de reacties daarop. Ad. 2 De ondernemer wil een aanzienlijke uitbreiding van zowel het aantal hotelkamers als faciliteiten voor vergaderingen en congressen en dat is op de huidige locatie niet mogelijk. Het gewenste programma voor het nieuwe hotel is indertijd door de ondernemer besproken met gemeente Beemster maar zowel op de huidige locatie als elders binnen de Beemster bleek hiervoor geen geschikte locatie voorhanden. Ad. 3 Dit bestemmingsplan heeft geen betrekking op de inrichting van het bos. Uitgangspunt van het college bij het schetsontwerp voor het bos is ontwikkelen van het gebied tot een natuur- recreatie- en wandelbos met een educatief 44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10474626/1