CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

H Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Purmerend-Kom A7

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Hotel ontwikkeling Kom A7, procedure tot vaststelling bestemmingsplan31.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van beantwoording inzake • de bestemmingsplanprocedure ten behoeve van het bestemmingsplan “Purmerend – Hotel Kom A7”; • het beeldkwaliteitsplan “Locatie Kom A7/Beusebos, Purmerend”; • het ontwerpbesluit tot vaststelling hogere waarden geluidhinder. ************************************************************************************************* Formele aspecten Deze locatie is de afgelopen decennia nooit ontwikkeld. Aanvankelijk was het doel om het hele gebied te (laten) ontwikkelen tot een bedrijven/recreatie terrein. Later is de gemeente gaan inzien wat de potentiële waarde is van de aanwezige groenstructuur. Gebouwde ontwikkeling van het gebied beperkt zich tot alleen de vestiging van een hotel, waarmee het mogelijk wordt het bestaande groen in te gaan richten als een natuur-, recreatie- en wandelbos met een educatief karakter. De gemeenteraad heeft in april 2019 besloten verder te willen gaan met de vestiging van een Van der Valk hotel in de Kom A7 conform de in 2017 met de initiatiefnemer gesloten anterieure overeenkomst. Sindsdien is gewerkt aan een goede uitwerking van het plan voor een hotel in de Kom A7, overigens in combinatie met een schetsontwerp voor het natuur-, recreatie- en wandelbos.

De planvorming heeft geleid tot het voorliggende (ontwerp)bestemmingplan “Purmerend – Hotel Kom A7” voor het vestigen van een hotel met vergaderzalen, horeca, leisure activiteiten en een bedrijfswoning. Het ontwerpbestemmingsplan ‘'Purmerend – Hotel Kom A7’ met bijbehorende stukken heeft met ingang van 14 mei 2021 tot en met 24 juni 2021 ter inzage gelegen. In verband met de landelijk geldende, beperkende maatregelen rondom het coronavirus was het niet mogelijk de (papieren) stukken te bekijken op het stadhuis van de gemeente Purmerend. In de publicatie is derhalve aangegeven dat de ontwerpstukken op verzoek konden worden toegestuurd. Daar is meerdere keren gebruik van gemaakt. Het ontwerp-bestemmingsplan is tevens digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening op www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast hebben gelijktijdig ter inzage gelegen:- het ontwerp-besluit tot vaststelling hogere waarden geluidhinder. Omdat onderzoek heeft aangetoond dat voor de bedrijfswoning de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden. Het college wil in dat verband – gebruikmakend van de bevoegdheid daartoe op grond van artikel 110a Wet geluidhinder – een hogere waarde geluidhinder vaststellen. - het ontwerp-Beeldkwaliteitsplan (hotel) Kom A7. Omdat sprake is van een nog niet eerder ontwikkeld gebied, is vaststelling van een welstandelijk toetsingskader aan de orde.

Dit betreft een aanvulling op de Nota Omgevingskwaliteit 2020. In dergelijke gevallen wordt, voorafgaande aan vaststelling in de raad, door het college altijd een inspraakmogelijkheid opengesteld. Gedurende de periode van ter inzage ligging is een ieder in de gelegenheid gesteld (schriftelijk of mondeling) zienswijzen e/o inspraakreacties omtrent de ontwerpbesluiten naar voren te brengen. Daarbij is in dit geval ook de mogelijkheid geboden te reageren via het speciaal daartoe – tijdelijk – aangemaakte reactieportaal / e-mail adres hotelkomA7@purmerend.nl. Van dit alles is melding gemaakt in een publicatie op 12 mei 2021 in de Staatscourant en in het Purmerends Nieuwsblad en de gemeentelijke website. Alsmede in de op 12 mei verspreide bewonersbrief. Hiermee is aan de wettelijke kennisgevings- en terinzageleggingsvereisten voldaan. 1

Een digitale informatiebijeenkomst over het plan voor het hotel en het bestemmingsplan is gehouden op woensdag 26 mei 2021. Deze bijeenkomst was voor een ieder vanuit huis te volgen door in te loggen via de computer, telefoon of tablet. Vooraf aan de bijeenkomst was een presentatie van de plannen te zien. Tijdens de bijeenkomst was er een mogelijkheid om via de chat vragen te stellen aan de ondernemer of de gemeente. Een chatverslag van de informatiebijeenkomst is te vinden via de link: https://www.purmerend.nl/chatverslag-informatiebijeenkomst-26-mei-over-de-kom-a7. Er zijn binnen de hiervoor genoemde termijn – overigens deels gelijkluidende – reacties (hierna allemaal aangeduid met de term: “zienswijzen”) ontvangen. De zienswijzen zijn binnen de daarvoor openstaande termijn ontvangen respectievelijk verzonden en zijn ontvankelijk. De persoonsgegevens zijn in bijlage A bij deze Nota opgenomen. Voor een opsomming van de ambtshalve op te nemen wijzigingen in het bestemmingsplan, besluit hogere waarden, beeldkwaliteitsplan wordt verwezen naar bijlage B bij deze Nota. Hierna zijn de ontvangen zienswijzen – omwille van de in dit traject gewenste volledigen zorgvuldigheid – in (bijna) volle omvang weergegeven.

2

Zienswijzen Zienswijze 1 – Provincie Noord-Holland Inhoud Strijd met artikel 6.3 (Nieuwe stedelijke ontwikkelingen) OV NH2020jo. artikel 2.15 (Overige stedelijke voorzieningen) OR NH2020 1.

Het plan is niet op de juiste manier regionaal afgestemd. Uit artikel 6.3 OV NH2020 in samenhang met artikel 2.1 5 van de OR NH2020 volgt dat de regionale afspraken als bedoeld in artikel 6.3 van de OV NH2O2O ten aanzien van overige nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals verblijfsrecreatie, kunnen worden beperkt tot werkafspraken over de wijze van afstemming bij dit soort voorzieningen. Die werkafspraken binnen de MRA zijn vastgelegd in het document 'MRA ontwikkelkader verblijfsaccommodaties'. Hierin staat vermeld dat er een ontwikkelkader moet zijn voor verblijfsaccommodaties met meer dan 50 slaapplaatsen die niet in het bestemmingsplan passen. Het ontwikkelkader kan gebruikt worden om te bepalen of een initiatief al dan niet waarde toevoegt aan de omgeving en de bestaande markt en zo aansluit bij de toeristische spreidingsdoelstellingen van de MRA. Daarnaast is het gebruikelijk om advies te vragen aan het MRA expertteam verblijfsaccommodaties. Dit is een hulpmiddel om afwegingen te maken in het kader van het ontwikkeltraject. Deze afspraken zijn ten behoeve van dit ontwerp-bestemmingsplan niet gevolgd. Er zijn twee momenten waarop afstemming dient plaats te vinden, namelijk bij een vooraanvraag en bij de daadwerkelijke aanvraag voor de omgevingsvergunning (of de wijziging van een bestemmingsplan).

Tijdens de vooraanvraag was de nieuwe werkwijze (regionale afstemming met ontwikkelkader & expertteam) nog niet van toepassing en was bestuurlijke afstemming binnen de regio voldoende. Maar ook in de fase bij het ontwerpbestemmingsplan zou regionaal afstemming plaats moeten vinden. In deze fase van het plan was de ‘nieuwe werkwijze’ wel van kracht en moet er een ontwikkelkader en een expertteam ingezet worden. Wij adviseren dit alsnog te doen.

Strijd met artikel 6.59 (Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied) OV NH2020 2.

Landelijk gebied In het plan wordt ten onrechte (bewust) voorbij gegaan aan het feit dat de planlocatie is gelegen in het werkingsgebied landelijk gebied van de OV NH2O2O. Daarmee wordt eveneens ten onrechte voorbij gegaan aan het feit dat het plan moet voldoen aan artikel 6.59 OV NH2020. De Leidraad landschap en cultuurhistorie is dan ook niet op juiste wijze toegepast. Niet is aangetoond dat aan de eisen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt voldaan. De planlocatie is gelegen in het werkingsgebied landelijk gebied van de OV NH2020. Dat wordt in de toelichting op het ontwerp-bestemmingsplan ook niet betwist. Wel wordt gesteld dat de aanwijzing als landelijk gebied niet in overeenstemming is met het begrip “bestaand stedelijk gebied” (hierna: BSG) als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder h, van het Besluit ruimtelijke ordening en deze aanwijzing daarom buiten beschouwing wordt gelaten. Wij volgen deze redenering niet.

3

De totstandkoming van het werkingsgebied landelijk gebied en de redenen daarvoor zijn, mede aan de hand van de zienswijze van de gemeente Purmerend, uitgebreid aan de orde gekomen in de Nota van beantwoording Omgevingsverordening NH2020. Met het werkingsgebied landelijk gebied geven wij duidelijkheid over waar onze, vanuit provinciaal belang gestelde, regels waaronder die voor verstedelijking, landschappelijke inpassing en zonne-energie van toepassing zijn. Het werkingsgebied gaat uit van onze afweging van de waarde van onderdelen voor het landelijk gebied en de impact van ontwikkelingen op het omringende landschap. Om die reden is de begrenzing een andere dan de invulling die op basis van jurisprudentie over BSG is ontstaan. Met andere woorden: het werkingsgebied landelijk gebied is niet de contramal van BSG. De gronden ten noorden en ten westen van de A7 vallen binnen het werkingsgebied landelijk gebied, omdat deze buiten de A7 en buiten de bebouwingsgrens van Purmerend zijn gelegen. Het betreft gedeeltelijk een open en groen, landelijk gebied dat historisch gezien onderdeel uitmaakt van Polder Purmerland. Op een ander gedeelte van de gronden bevindt zich het Beusebos. Vanwege de landschappelijke waarden merken wij ook dit bos aan als landelijk gebied.

Dat er in het gebied losse stedelijke functies zijn gelegen of mogelijk zijn, zoals dat op verschillende andere locaties binnen het werkingsgebied landelijk gebied ook het geval is, maakt dat niet anders. In de Nota van beantwoording Omgevingsverordening NH2O2O is uitdrukkelijk aangegeven dat het in de praktijk kan voorkomen dat een locatie of gebied onder de werkingssfeer van het provinciale landelijk gebied valt en volgens de definitiebepaling uit het Besluit ruimtelijke ordening en de daarbij behorende jurisprudentie ook als BSC wordt aangemerkt. Voor deze locaties gelden vanaf de inwerkingtreding van de OV 2020 andere regels dan voorheen. Wij vinden dat een aanvaardbare keuze, omdat het onderscheid tussen stedelijk en landelijk gebied ten aanzien van het provinciaal belang breder is dan alleen vanuit ladderoverwegingen. Van belang is tot slot dat de aanwijzing van deze locatie als landelijk gebied niet betekent dat hier een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals een hotel, per definitie niet is toegestaan. Als aannemelijk wordt gemaakt dat aan de ruimtelijke kwaliteitseisen (art. 6.59 OV NH2020) wordt voldaan, bestaat die mogelijkheid. Dat is in het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan echter niet gedaan. 3.

Ruimtelijke kwaliteit Er is onvoldoende rekening gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes van het ensemble Wormerland en Oostzaan en de toepasselijke provinciale structuren (artikel 6.59, lid 2, onder a). Daarnaast zijn de kansen en ontstaansgeschiedenis (en kernwaarden) onvoldoende betrokken bij het geheel (artikel 6.59, lid 2, onder b). Aan het einde van hoofdstuk 4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan wordt ingegaan op de ambities waarmee rekening gehouden moet worden bij nieuwe ontwikkelingen volgens de Leidraad landschap en cultuurhistorie. De ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: a. te laten bijdragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek b. bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid c. helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers 4

In de toelichting op het ontwerp-bestemmingsplan wordt op punt a de nadruk gelegd op het feit dat het veenweidelandschap op de plek van het bos verdwenen is en dat het hotel daar geen invloed op heeft. Volgens de ARO heeft het hotel echter juist een negatieve impact op de kwaliteit van het bos en de omgeving. Er wordt daarnaast niet ingegaan op de invloed op de Unesco werelderfgoederen Stelling van Amsterdam en de Beemster. De ARO heeft gevraagd om een advies te vragen bij RCE en via RCE bij UNESCO in Parijs. Dit is nog niet gedaan. Het verzoek is dit alsnog te doen. Als onderbouwing van punt b wordt de nadruk gelegd op het zichtbaar zijn van het open landschap vanaf de toren. Dit wordt gezien volgens de toelichting als een bijdrage aan de kwaliteit van het landschap. Die redenering volgen wij niet. De ontwikkeling heeft juist een negatieve impact op de beleving van het nabijgelegen open landschap/natura2000 gebied Wormer- en Jisperveld. Dit wordt benadrukt door de ARO. De ARO is van mening dat hoogbouw niet het middel is om Purmerend ruimtelijk te positioneren. Punt c gaat over ruimtelijke dragers. In de Leidraad gaat het daarbij over ruimtelijke lineaire elementen in het landschap. Dit kan eventueel worden opgeschaald naar de verstedelijkingsstructuur. De invulling van de visuele aanwezigheid van Purmerend met hoogbouw in deze structuur is niet gewenst. 4.

Unesco werelderfgoed Hoewel de planlocatie niet is gelegen in het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, moet vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening rekening worden gehouden met het feit dat de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt zijn gelegen in de nabijheid van een UNESCO werelderfgoed. Dat is in het ontwerp-bestemmingsplan onvoldoende gedaan. Vanwege de hoogte en daarmee de gevolgen van het plan op de nabijgelegen UNESCO werelderfgoederen heeft de ARO geadviseerd om een advies in te winnen bij de RCE en via RCE bij UNESCO in Parijs. Dat is nog niet gedaan.

5.

Soortenbescherming Wnb In het ontwerp-bestemmingsplan is te lezen dat er voor zowel het beschadigen/vernielen van een nest van de buizerd als het aantasten van essentieel leefgebied van de boommarter een ontheffing van de Wnb voor soorten wordt aangevraagd bij de omgevingsdienst NHN. Er leven echter mogelijk nog meer dieren in het Beusebos zoals ook in het ecologisch onderzoek uit 2020 te lezen is. Graag zouden wij zien dat hier nog verder onderzoek naar gedaan wordt zodat de natuurwaarden gewaarborgd worden. Hiervoor kan afstemming gezocht worden met de omgevingsdienst Noord-Holland Noord.

Gemeentelijk commentaar Ad. 1 Tijdens de overlegfase van het plan is door de gemeente Purmerend de regionale afstemming op uitgebreide wijze uitgevoerd. Er is op regionale schaal een hotelonderzoek uitgevoerd waarin tevens de marktruimte is bepaald. Uit het onderzoek bleek voldoende marktruimte voor het voorliggende initiatief. Deze uitkomst is ook regionaal bestuurlijk vastgesteld. Provincie Noord-Holland is van deze werkwijze en de uitkomsten tijdig op de hoogte gebracht. De 5

gemeente Purmerend heeft hiertoe na overleg van en advisering door de MRA op 18 mei 2018 een brief aan Gedeputeerde Staten gestuurd. Op deze brief heeft de provincie niet nader gereageerd. Later, tijdens de voorbereidingsfase van het ontwerpbestemmingsplan, heeft de gemeente Purmerend, naast regionale afstemming, een herijking laten uitvoeren van het eerdere hotelonderzoek. Uit dit onderzoek d.d. 30 maart 2021 (bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan) blijkt wederom marktruimte voor het voorliggende initiatief en voor een dergelijke groei van hotelkamers in de regio Waterland. Op basis van de onderzoeksgegevens is in april 2021 de “laddertoets” ingevuld en aan Provincie Noord-Holland aangeboden. In dit verband is door de verantwoordelijke binnen de MRA bevestigd dat, omdat Gemeente Purmerend al in een vroeger stadium regionaal heeft afgestemd, de gemeente het beste op deze voet het traject kan afronden, op basis van de ladder. Het advies van de provincie is derhalve niet (verder) aan de orde. Ad. 2 Landelijk gebied Ons bestuur volgt de redenering van GS niet. Volgens GS is het werkingsgebied landelijk gebied in de OV NH2020 niet de contramal van BSG. De OV NH2020 is op dit punt echter innerlijk tegenstrijdig. Enerzijds sluit de OV NH2020 in de tekst en toelichting aan bij (i) de definitie van bestaand stedelijk gebied in artikel 1.1.1, lid 1 onder h.

Bro en de jurisprudentie in dat kader; en (ii) een in de praktijk en onder de voorheem geldende Provinciale Ruimtelijke Verordening (“PRV”) gehanteerd onderscheid tussen bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied als twee tegenovergestelde begrippen; Anderzijds stellen de Nota van Beantwoording bij de OV NH2020 en GS in de zienswijze dat: (iii) het wenselijk is van de invulling van artikel 1.1.1., lid 1 onder h, Bro af te wijken; en (iv) de begrippen landelijk gebied en bestaand stedelijk gebied niet elkaars tegenovergestelde te laten zijn maar in sommige gevallen te laten overlappen. Voor de definitie van het begrip bestaand stedelijk gebied verwijst de OV NH2020 naar artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro, zodat voor de uitleg van dat begrip ook de daarover ontwikkelde jurisprudentie van toepassing is. De in de OV NH2020 gebruikte terminologie “landelijk gebied” en “(bestaand) stedelijk gebied” duidt er op dat twee tegenovergestelde en elkaar uitsluitende gebieden worden bedoeld. Dat is ook al jaren de praktijk in de planvorming en jurisprudentie onder het Bro en dat was ook het geval onder de voorheen geldende PRV, getuige de definitie van landelijk gebied in de PRV.

Uit de toelichting bij de OV NH2020 volgt niet dat is beoogd af te wijken van de systematiek onder de PRV en het in de praktijk gebruikelijke onderscheid bij toepassing van artikel 3.1.6 Bro tussen bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied. Integendeel, passages in de toelichting wijzer erop dat beoogd is, net als onder de PRV, bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied twee tegenovergestelden van elkaar te laten zijn: …van State geldt als vuistregel dat de omvang beperkt is tot 500 m2 bouwoppervlak. Het uitgangspunt is dat kleinschalige ontwikkelingen voor stedelijke functies niet mogelijk zijn binnen het werkingsgebied landelijk gebied. De gedachte hierachter

6

is dat voor deze ontwikkelingen een plek is te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Dit artikel bevat een uitzondering op dit uitgangspunt voor kleinschalige ontwikkelingen, niet zijnde…

en …Naast artikel 6.3 zijn ook andere artikelen van de omgevingsverordening van belang. De regionale afspraken moeten dus voldoen aan de vereisten van de Ladder, maar ook aan de andere artikelen van de omgevingsverordening. Als er geen binnenstedelijke mogelijkheden zijn in de markregio of het verzorgingsgebied dan kan buiten bestaand stedelijk gebied (BSG) naar een locatie worden gezocht. Echter, niet elke uitbreidingslocatie in het landelijk gebied is mogelijk door bijvoorbeeld de regels over beschermd landelijk gebied (afdeling 6.4)….

Voor zover bedoeld was in de OV NH2020 te breken met de eerder in de PRV en in de praktijk gebruikelijke systematiek, dan is vanuit een oogpunt van rechtszekerheid noodzakelijk om die bewuste breuk expliciet te benoemen en te motiveren in de tekst en toelichting van de OV NH2020, om vervolgens te voorzien in specifiek overgangsrecht voor de gebieden die onder de PRV niet maar onder de Omgevingsverordening NH2020 wel als landelijk gebied zijn aangewezen. Hoewel de regeling inzake de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) niet uitputtend is bedoeld en de OV NH2020 aanvullende regels kan stellen, mogen die aanvullende regels ingevolge artikel 118 Provinciewet niet in strijd zijn met de regeling in het Bro. Verwijzing in de OV NH2020 naar de definitie van BSG in artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro heeft tot gevolg dat ook de ter invulling van die definitie ontwikkelde jurisprudentie in acht moet worden genomen. Op basis van die definitie en jurisprudentie kwalificeert de planlocatie Kom A7 als BSG. Door dezelfde locatie vervolgen in de OV NH2020 als landelijk gebied aan te wijzen, hetgeen ingevolge de tekst en toelichting het tegenovergestelde is van BSG, is in strijd met de kwalificatie als BSG en in strijd met artikel 1.1.1 lid 1 onder h Bro. Om die reden laat ons bestuur de aanwijzing van de Kom A7 als landelijk gebied in de OV NH2020 buiten beschouwing. Ad.

3 Ruimtelijke kwaliteit Aansluitende op ad. 2 is het plan beoordeeld vanuit BSG en niet “landelijk gebied”. Dit doet er niet(s) aan af dat er sprake is van een afweging op “ruimtelijke kwaliteit”. Hier wordt, in de toelichting, geduid dat de kernwaarden van het veenweidelandschap niet worden aangetast, zoals beschreven in de leidraad landschap en Cultuurhistorie 2018 van de provincie. De bosschages van de kom A7 en de kwaliteit daarvan zijn in de leidraad niet gekwalificeerd als kenmerkend landschap, zodat beoordeling door de ARO niet stoelt op vastgesteld beleid. De ARO heeft pas in haar vergadering van 8 december 2020 de gemeente geadviseerd advies te vragen aan de RCE en UNESCO. Dit advies is niet opgevolgd omdat de UNESCO kernwaarden van de werelderfgoederen niet in het geding zijn en derhalve ook niet aangetast worden. De gemeente ziet geen aanleiding alsnog advies in te winnen. Punt b ziet op het bijdragen aan het versterken van [de beleving] van openheid. Vanuit het openbaar toegankelijk gedeelte boven in het hotel vindt beleving [vanaf een plek buiten het gebied] plaats vanaf grote hoogte, daardoor is het karakteristieke, open gebied als geheel op uniek wijze beleefbaar Op 19 november 2019 is het plan voor het hotel ambtelijk beoordeeld door de provincie. In haar verslag meldt de provincie dat het gaat om een plan binnen 7

Bestaand Stedelijk Gebied, derhalve buiten het mandaat van de provincie waardoor het plan niet aan de ARO wordt voorgelegd. Voorts wordt gemeld dat de provincie geen specifiek beleid ten aanzien van hoogbouw heeft. Het oordeel van de ARO stoelt niet op vigerend beleid. Of hoogbouw het juiste middel is of niet, is aan Purmerend. Hiertoe zijn diverse stedenbouwkundige studies door de gemeente gedaan en derhalve is in het vastgestelde beleid, de “Hoogbouwvisie Purmerend”, hoogbouw op deze locatie opgenomen. Punt c ziet op het helder positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. De toren markeert de westelijke “poot” van de ‘Poort van Purmerend’. Daarmee positioneert zij zich helder ten opzichte van de ruimtelijke dragers, oriëntatie binnen het kenmerkende gebied is duidelijk, waardoor het dragen van het karakteristieke gebied versterkt wordt. Ad. 4 Unesco werelderfgoed Vanuit goede ruimtelijke ordening stellen overheden beleid vast welke daarvoor zorg dragen. Op 19 november 2019 is het plan ambtelijk beoordeeld door de provincie. In haar verslag meldt de provincie dat het gaat om een plan binnen Bestaand Stedelijk Gebied, derhalve buiten het mandaat van de provincie. Voorts wordt gemeld dat de provincie geen specifiek beleid ten aanzien van hoogbouw heeft. De gemeente Purmerend heeft daarentegen wel beleid op dit vlak, waarin voorzien is in de wenselijkheid van hoogbouw.

Bij de tot standkoming van dit beleid heeft zij gekeken naar de impact op de werelderfgoed waarden en geconcludeerd dat die niet in het geding zijn. Ook het college van Beemster, waarbinnen de werelderfgoederen zich manifesteren, is deze mening toegedaan en heeft dat als siteholder van het werelderfgoed schriftelijk kenbaar gemaakt aan Purmerend. Ad. 5 Soortenbescherming Wnb Het ecologisch onderzoek uit 2020 is onderdeel van een reeks verschillende onderzoeken waarmee het gebied kom A7/Beusebos in de periode 2015-2021 intensief is gemonitord. Deze onderzoeken zijn uitvoerig, en door een deskundig bureau, uitgevoerd. Bij een ruimtelijke ontwikkeling mag een onderzoek hooguit 3 jaar oud zijn om een juridische status te houden. Het onderzoek van 2020 is dus voldoende om aan te tonen welke natuurwaarden in het Beusebos aanwezig zijn. De onderzoeken van 2016 en 2017 geven hierbij een goede bevestiging van het recente totaalbeeld van het bos. Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn hiermee voldoende en voldoende recente ecologische onderzoeken aanwezig en is geen verder onderzoek noodzakelijk. In januari 2021 is naar aanleiding van het ecologisch onderzoek uit 2020 een eerste verkennend overleg gevoerd over het bestemmingsplan voor het hotel en de daarvoor benodigde ontheffingen met de omgevingsdienst NoordHollandNoord.

Naar aanleiding hiervan is in 2021 een vervolgonderzoek naar de bezetting van het buizerdnest, hieruit blijkt dat het nest niet meer bezet is. Ook is een plan gemaakt met mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen voor de boommarter. Ook de andere in het gebied levende diersoorten worden in dit plan beoordeeld. De afstemming hierover met de omgevingsdienst Noord-Holland Noord is gaande. Er is in kaart gebracht wat nodig is om de ontheffing te kunnen aanvragen. Door de jarenlange onderzoeken bestaat er een goed beeld van de andere in het bos voorkomende dieren zoals vleermuizen, diverse vogels, vissen en amfibieën. De komst van het hotel leidt volgens de ecologische adviezen niet tot een zodanige aantasting van leefgebied voor deze soorten dat hiervoor een ontheffing van de Wet Natuurbescherming nodig is. Wel vallen deze dieren 8

onder de zorgplicht die een onderdeel van de Wet Natuurbescherming is en deze zorgplicht zal in het werk worden nageleefd. Wijzigingen De zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het plan. Wel zal een ambtshalve wijziging worden doorgevoerd in het bestemmingsplan. Paragraaf 5.13 “Natuurwaarden” in de toelichting wordt aangevuld met de mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen voor de boommarter. Het plan, waarin deze maatregelen zijn beschreven, wordt toegevoegd aan de bijlagen behorende bij de toelichting.

9

Zienswijze 2 – Stichting Vrienden van het Beusebos Inhoud 1.

De besluitvorming door de gemeenteraad, mede op basis van hotelruimte onderzoek van LA groep De LA rapporten uit 2017 en 2021 laten zien dat er totaal geen ruimte is voor uitbreiding in deze regio. In het laatste rapport is er zelfs sprake van negatieve ruimte! Maar om de opdrachtgever te behagen ziet men wel mogelijkheden en geeft men een lijst met zeer vreemde argumenten. Zaken die niets met de noodzaak tot realiseren van het hotel te maken hebben. Men? Uit onderzoek blijkt dat de LA “groep” bestaat uit 1 man, een eenmanszaak dus. Deze rapporten zijn niet serieus te nemen omdat er geleverd wordt naar wensen van de opdrachtgever. Kijk je breder, dan zie je dat er in de regio Metropool Amsterdam de laatste jaren veel is gebouwd; 14.000 kamers in Amsterdam, in de Haarlemmermeer 1300 kamers, 20 hotels in Zaanstad en Haarlem, er is overcapaciteit en dat wordt er niet beter op met de huidige corona-situatie. Willen we wel zoveel Van der Valk hotels? In Hoorn en Landsmeer zijn niet lang geleden immense hotels gebouwd, in Amsterdam waren ze al vertegenwoordigd en nu komt er nog een mega hotel bij de RAI. In het onderzoek wordt voorbijgegaan aan de aanbodontwikkeling van hotels in de rest van het MRA-gebied. Dat is een gemis omdat aan de vraagkant wel rekening wordt gehouden met de overloop uit met name Amsterdam.

Verder wordt geen rekening gehouden met de concurrentie van vakantieverhuur, ondanks het feit dat het merendeel van de totale vraag naar hotelkamers toeristisch is (Eindrapport p. 4). De laatste jaren worden steeds meer woningen verhuurd of verruild tijdens de vakantieperiode. Ook dit hotel moet voldoen aan de Laddertoets, met bovenstaande rapporten als leidraad gaat men die toets niet halen; niet alleen is er negatieve behoefte, er is ook geen noodzaak voor zo’n grootschalig hotel, hoogstens voor een klein stadshotel. En dat zit er al, bij de Beemsterbrug……Van der Valk. Samengevat, nut en noodzaak van de voorziene nieuwbouw is in de rapporten niet aangetoond.

2.

Impact van dit enorme gebouw voor de omgeving In ieder geval zal het een dominante plek innemen in het landschap. Waar je ook staat, zelfs op 10/15 km zal je het gebouw zien en dat is niet iets wat wij moeten willen. Nederland wordt in een zeer snel tempo met van alles volgebouwd en daar zullen we grenzen aan moeten stellen. De voorziene nieuwbouw ligt in het landelijk gebied en moet daarin worden ingepast overeenkomstig de provinciale Omgevingsverordening. Daarvoor is het Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het plan is met de provincie Noord-Holland besproken. De Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) heeft daarover een advies uitgebracht. De ARO concludeerde in het verslag van de vergadering: “… maar vindt de voorgestelde hoogbouw tot mogelijk 70 meter hoogte met het oog op het kwetsbare open landschap in de omgeving niet wenselijk. De nadruk ligt daarbij op het nabijgelegen werelderfgoed van de Beemster en de Stelling van Amsterdam, maar ook op de ruimtelijke belevingswaarde vanuit het N2000gebied Wormer-en Jisperveld. De ARO adviseert de gemeente in dat kader 10

nadrukkelijk om advies aan te vragen bij de RCE en via de RCE ook bij UNESCO in Parijs. De vraag is ook of hoogbouw het middel moet zijn om Purmerend ruimtelijk beter te positioneren en om de recreatieve poortfunctie te borgen.” Verder vindt de ARO “het programma van het hotel en het parkeren op maaiveld nog steeds te zwaar en te stedelijk in verhouding tot de recreatieve gebruiksfunctie en natuurwaarden van het Beusebos.” Naar aanleiding van het ARO-advies hebben Gedeputeerde Staten de gemeente Purmerend verzocht een alternatief plan te maken. Dat is niet gebeurd. Verder blijkt uit niets dat de gemeente de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en Unesco Parijs om advies heeft gevraagd. Het 70 meter hoge gebouw komt in dit ontwerp als een solitair baken te staan want er is geen verbinding met de rest van Purmerend. Dit is niet wenselijk vanwege het open karakter van het landschap, rekening houdend met de 2 Unesco sites, De Beemster en de Stelling van Amsterdam, op enkele honderden meters afstand. Tevens komt het te staan aan de rand van de natuurgebieden Wormer-en Jisperveld. Daarbij zou er ook nog een zeer groot parkeerterrein komen, dit alles vinden wij net als de commissie ARO te belastend voor het landschap en dus onwenselijk. Ondergronds wil de ondernemer niet en die blijkt alles te bepalen. Dit hotel is, als hij er zou komen, een bedrijf.

In Purmerend zijn er meerdere locaties waar bedrijven zijn geconcentreerd. Het ligt dus voor de hand om te kijken of vestiging op één van de velen industrieterreinen een optie is, en dan een lage versie als het zo nodig moet komen dus. Het bouwen van deze toren leidt tot grove omgevingsvervuiling en is een aantasting van ons recht op een open landschap. 3.

Duurzaamheid? Nederland heeft het klimaatakkoord van Parijs ondertekend en de Provincie heeft de opdracht nieuwe natuur te ontwikkelen (lees meer bossen bouwen). Urgenda, MOB en Milieudefensie hebben onlangs rechtszaken gewonnen tegen de staat en Shell ivm de klimaatproblematiek. Het klimaat wordt alsmaar warmer. Het valt niet uit leggen, zeker niet aan onze kinderen en kleinkinderen dat wij honderden bomen gaan kappen ten behoeve van een overbodig en megalomaan gebouw. We hebben deze bomen nodig in de strijd. De beschermde dieren hebben ze nodig. Stikstofdepositie zal plaatsvinden en hoe denkt men dat te compenseren?

4.

Onbehoorlijk bestuur Door het negeren van het advies van de ARO en de overgenomen adviezen van Gedeputeerde Staten aan de kant te zetten zou je ook kunnen concluderen dat het gemeentebestuur van onbehoorlijk bestuur beticht kan worden omdat zij willens en wetens de gemeente in een geschil met de Provincie gaan gooien met een voorspelbare afloop. Een claim van Van der Valk valt ook niet uit te sluiten. Bovendien is het vreemd dat meerdere wethouders, ook uit het verleden, de gemeenteraad niet correct hebben geïnformeerd. Steeds werd er gezegd dat er steun was in de Provincie terwijl die er niet was en ook nooit is gevraagd. De gemeente blijft het Beusebos als binnenstedelijk bestempelen, vreemd omdat Rijkswaterstaat de hand had in de ontwikkeling van dit gebied en het gebied meerdere malen als een buitengebied werd omschreven; 11

In 2016 in de Visie Ontwikkeling Kom A7 als “buiten Bestaand Bebouwd Gebied”, daarna in het Planschade document waarin wordt gesteld dat het plangebied een locatie is in het buitengebied ten Zuidwesten van Purmerend en onlangs nog door de Provincie als “landelijk gebied”. Is dit hopen tegen beter weten in? 5.

Aantasting van de natuurwaarden van het Beusebos Inmiddels is wel duidelijk dat deze zeer groot is; los van de 8000 bomen (500 monumentaal waarvan de meeste op de plek van de beoogde wolkenkrabber) is het leef- en broedgebied van een groot aantal beschermde dieren. O.a. de volgende: • Havik, Buizerd, Koekoek en Grauwe Vliegenvanger • Ransuil en Kerkuil • Bastaardkikker en Gewone Pad • Bittervoorn en Kleine Modderkruiper • Gewone Dwergvleermuis, Ruige Dwergvleermuis, Rosse Vleermuis, Baardvleermuis, Laatvlieger, Veld-,Dwerg-, en Bosmuis • En uiteraard de boommarter! (bron: Pius Floris rapport april 2017) Zij gaan bedreigd worden en een groot deel van hun leefomgeving gaat vernietigd worden. Dit kan en mag niet gebeuren! Om die reden zal er nooit een vergunning/ontheffing worden afgegeven in het kader van de Wet Natuurbescherming. De vraag is of het Beusebos een hoogwaardig leefgebied kan blijven voor dieren en planten indien daarvan minimaal 13,5 % wordt vernietigd door de uitvoering van het plan. Daarnaast wordt het bos toegankelijk gemaakt en gecultiveerd middels het aanleggen van voet- en fietspaden, vlonderpaden, speelvoorzieningen, rustpunten, educatievoorzieningen etc. De rust zal hoe dan ook worden verstoord. Voor de boommarter en andere dieren is waarschijnlijk geen ander leefgebied in de buurt dat zo hoogwaardig is.

Ook van belang is dat de omvang van het Beusebos slechts 17 hectare bedraagt. Het is in ieder geval wonderlijk dat de gemeente Purmerend een zelf gecreëerde monumentale bomenlijst heeft waarvan het nut door ons niet wordt begrepen. Het hebben van zo’n lijst doet suggereren dat men zich inzet voor het behoud van deze bomen. Niets is minder waar, het lijkt wel of die lijst leidend is om deze bomen te kappen. Kijk wat er gebeurt met de monumentale Platanen die moeten wijken voor de nieuwbouw tegenover het stadhuis. Kijk naar de Platanen die gekapt gaan worden voor de nieuw te bouwen garage onder het stadhuis. En zie dat de concentratie bomen in het Beusebos die moeten gaan wijken voor het hotel! En allemaal staan ze op die lijst. Vanwege de hoogwaardigheid en beperkte omvang van het leefgebied voor veel (beschermde) dieren en planten en het gebrek aan een vergelijkbaar leefgebied in de omgeving, vinden wij dat het Beusebos niet moet worden vernietigd, gecultiveerd dan wel verkleind ten behoeve van de voorziene nieuwbouw.

6.

De toename van lichtvervuiling Bij het ontstaan van de bouw zullen niet alleen de vleermuizen en andere dieren last hebben van de verlichting die van het gebouw zal komen, ook de mensen in de omgeving, bewoners van de Hazepolder, Kop West, Weidevenne, Zuidoostbeemster en Neck gaan veel last ervaren. 12

7.

Schade aan het bos door nutsvoorzieningen Realisatie van dit gebouw in een natuurgebied zal ook betekenen dat een groter deel dan alleen het bouwplan (overigens een gewijzigde vorm) van het bos beschadigd gaat worden. Te denken valt aan de aanvoer en afvoer van goederen en materiaal, het plaatsen van bouwketen en het aanbrengen van nutsvoorzieningen die er nu nog helemaal niet zijn. Elektriciteit- en datakabels, aan-en afvoer van water, riool, stadsverwarming, alles zal er naartoe worden gebracht en daar moet de hele boel voor worden opengegooid.

8.

De koppigheid geen advies in te winnen Al eerder hebben wij geconstateerd dat er geen steun is gevraagd bij de Provincie. De Provincie weet al jaren van de plannen doordat het in de media kwam en door contacten die onze Stichting heeft. De Provincie heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat als er geen concrete vraag of verzoek uit de gemeente komt er niet gereageerd wordt vanuit de Provincie. Het college verzuimt ook advies in te winnen bij Unesco en de Raad voor Cultureel Erfgoed. Men vindt het ook niet nodig een Milieu Effect Rapportage te laten doen, iets wat zij in een eerder rapport zichzelf hadden opgedragen wel te doen. De koppigheid eindigt tot hier omdat men de adviezen van de Provincie volledig negeert en dreigt dit project op ramkoers te gaan richting de rechter.

9.

Het ontbreken van transparantie De gemeente blijft onduidelijk over de eventuele financiële consequenties als dit project niet doorgaat. Zijn die er niet? Of zijn ze er wel en waarom mogen de burgers dat niet weten. De inhoud van de gesloten anterieure overeenkomst blijft geheim, een prachtig voorbeeld van hoe het in een democratie NIET moet werken.

Gemeentelijk commentaar Ad. 1 De besluitvorming door de gemeenteraad, mede op basis van hotelruimte onderzoek van LA groep Allereerst was LA Group ten tijde van het opstellen van het eerste rapport een bureau dat bestond uit meerdere eigenaren en medewerkers. Een gerenommeerd bureau in de toeristische en leisuresector. In 2020 is het bureau opgeheven na pensionering van één van de eigenaren en is één van de overige eigenaren doorgegaan met adviesprojecten. Dit is geen bureau dat het zich kan veroorloven het leveren naar de wensen van de opdrachtgever te prevaleren boven een betrouwbare inhoud. Beide rapporten laten zien dat er marktruimte is voor dit initiatief. Het laat de capaciteit in de regio Waterland in lichte mate groeien na een afname in de afgelopen jaren. In de MRA en in de regio Zaanstreek heeft een flinke groei plaatsgevonden van het aantal bedden en tevens een grote groei van het toerisme. Er is hier geen sprake van overcapaciteit, maar van het inhalen van een aanbodtekort. De kamerbezetting is nog altijd ver boven het Nederlands gemiddelde. In de regio Waterland heeft er juist een afname van accommodatieaanbod plaatsgevonden. De aanbodontwikkeling is in de regio Waterland ver achtergebleven bij die van de rest van het land. Het zorgt ervoor dat toerisme in de regio Waterland geen mogelijkheid heeft om te groeien.

Toerisme is nodig om het voorzieningenaanbod voor de inwoners op peil te houden. Purmerend heeft als grootste stad in de regio daarin een essentiële functie. Tenslotte wordt verhuur van woningen steeds meer aan banden gelegd. Dit aanbod zal naar verwachting minder van toepassing worden. 13

Ad.2

Impact van dit enorme gebouw voor de omgeving Dit deel van de zienswijze komt deels qua inhoud overeen met onderdeel 3 van zienswijze 1, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Het is inderdaad voor de intiatiefnemer belangrijk dat auto’s zichtbaar zijn waarbij (zichtbaar) geparkeerde auto’s een aantrekkende werking hebben. Dit zal bij een ondergrondse parkeergarage niet het geval zijn. Een ondergrondse parkeergarage zorgt wel voor een grotere bouwmassa met veel installaties die ook impact hebben op de duurzaamheid van het hotel. Uit oogpunt van goede omgevingskwaliteit is zowel door de afdeling stedenbouw, als ook door de welstandcommissie, gekeken naar een zorgvuldige en passende inpassing in het gebied. Naar het oordeel van bovengenoemden is het uiteindelijk ingediende voorstel met bovengronds parkeren passend binnen de gestelde kaders door de gemeente.

Ad.3

Duurzaamheid? Klimaatbeleid Ook de gemeente Purmerend werkt net als het Rijk en de Provincie binnen haar mogelijkheden aan het tegengaan van klimaatverandering en het opvangen van de gevolgen van de klimaatverandering die nu en in de nabije toekomst merkbaar zijn. Onder anderen daarom heeft de gemeente het plan om alle bomen in de kom A7 te kappen en het gehele gebied te vullen met nieuwbouw los gelaten. Wel is het zo dat Purmerend een stad is en blijft waarbinnen de behoefte bestaat aan het toevoegen van gebouwde voorzieningen, bedrijven en woningen. We doen dit door het bestaand stedelijk gebied te verdichten en hoger te bouwen (visie Purmerend 2040) en helpen op deze manier mee aan het open, groen en natuurlijk houden van het omliggende landelijk gebied. Het realiseren van bossen zien wij meer als een taak voor de provincie en het Rijk. Wel investeren we in kwalitatief aantrekkelijke groene openbare ruimten in de directe nabijheid van woongebieden, waarbij ook veel aandacht is voor ecologisch beheer. Dit verbetert het klimaat in de stad en maakt de behoefte om ver te reizen naar groene gebieden buiten de stad minder. Daarom wil de gemeente het overgrote deel van de kom A7 inrichten als een natuur-, recreatie- en wandelbos met een educatief karakter.

Compensatie stikstofdepositie Ten aanzien van stikstof verwijzen wij naar paragraaf 5.13.2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en de Aeriusberekening. Uit het rekenresultaat blijkt dat er van compensatieplicht geen sprake is.

Ad. 4 Onbehoorlijk bestuur Het feit dat een meningsverschil bestaat tussen de gemeente en de provincie over de status van de kom A7 als landelijk dan wel bestaand stedelijk gebied en over de vormgeving van een hotel in de kom A7 wil nog niet zeggen dat van één van beide zijden sprake is van onbehoorlijk bestuur. Provincie en gemeente zijn en blijven met elkaar in gesprek, en waar we niet tot elkaar komen zal de daarvoor geldende procedure tot een uitkomst leiden. Het planschadedocument waarvan in deze zienswijze sprake is behoort bij de geheim verklaarde anterieure overeenkomst tussen gemeente en Van der Valk. Het is opmerkelijk dat de indiener van deze zienswijze kennelijk beschikt over dit document, hoewel hij geen lid is of geweest is van de gemeenteraad. Ad. 5 Aantasting van de natuurwaarden van het Beusebos 14

Voor alle soorten waar een ontheffing voor nodig is zal een ontheffing voor worden aangevraagd. Het wel of niet verlenen van een ontheffing is aan de Provincie Noord-Holland. Niet alle door u genoemde soorten vallen onder de Wet Natuurbescherming, maar natuurlijk wel onder de zorgplicht. Door in een bepaalde periode wel of niet te werken kan schade aan b.v. nesten worden voorkomen. Daarbij is het niet nodig om voor alle soorten per definitie een ontheffing aan te vragen. Dit is afhankelijk van hoe het terrein door de soort gebruikt wordt en of bij vernietiging de soort in gevaar kan komen. Hiervoor is in 2020 een beoordeling gedaan door een erkend en deskundig ecologisch onderzoeksbureau. Dit bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de locatie waar het hotel moet komen. Voor het omliggende gebied is een schetsontwerp gemaakt om dit in te richten als een natuur-, recreatie en wandelgebied, passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Volgend op het bestemmingsplan voor het hotel zal aan de gemeenteraad een voorstel voorgelegd worden voor de verdere uitwerking en realisatie van dit plan. Daarbij zijn de natuurwaarden van het gebied een belangrijk uitgangspunt en in de verdere uitwerking wordt bekeken hoe we deze het beste kunnen bewaren en versterken. Ook op deze manier geeft gemeente Purmerend invulling aan haar zorgplicht conform de wet natuurbescherming.

De gemeente is het niet eens met de opvatting dat rustige activiteiten zoals wandelen en natuureducatie zullen leiden tot verdwijnen van alle natuurwaarden uit het bos. Tot 2018 was het noordoostelijke deel van het bos vrij toegankelijk en desondanks heeft de natuur zich hier kunnen ontwikkelen. Over het aantal en de kwaliteit van de aanwezige bomen in de gehele kom A7 is door de bomenspecialisten van Pius Floris in 2017 een rapportage gemaakt. Nu is voor dit bestemmingsplan in 2020 opnieuw door hen onderzoek gedaan naar de aanwezige bomen op de locatie waar het hotel met parkeerterrein moet komen en waar het voorliggende bestemmingsplan betrekking op heeft. Uit de rapportage blijkt dat veel van de aanwezige Essen aangetast zijn door essentaksterfte en een groot deel van deze bomen is omgevallen. Voor deze bomenziekte is nog geen remedie bekend. Bekeken is of er geschikte bomen aanwezig zijn die gespaard kunnen blijven en ingepast in het parkeerterrein. Slechts enkele bomen zijn van voldoende kwaliteit en hebben voldoende toekomstwaarde om hiervoor in aanmerking te komen. Deze bomen zullen blijven staan en het ontwerp van de inrit en de parkeerplaats zijn hierop aangepast. Voor de realisatie van het hotel en de parkeerplaats zullen 90 bomen gekapt moeten worden, waarvan een groot deel bestaat uit door essentaksterfte aangetaste Essenbomen.

Deze 90 bomen worden allen gecompenseerd binnen de kom A7 (zie toelichting bestemmingsplan). Dit biedt de kans om met de aanplant van nieuwe bomen te komen tot een soortenrijker en gevarieerder bos wat minder gevoelig is voor boomziekten zoals essentaksterfte en daarmee beter windbestendig is. De onderzoekers zetten vraagtekens bij de waardebepaling van de Essen en van andere in het gebied aanwezige snel groeiende boomsoorten in de monumentale bomenlijst van Purmerend. Deze bomen voldoen volgens hen niet aan de criteria voor monumentale bomen maar zijn desondanks wel op de lijst opgenomen. Een herziening van de monumentale bomenlijst op basis hiervan heeft nog niet plaatsgevonden. Ad. 6 De toename van lichtvervuiling 15

Verlichting en effect op vleermuizen en andere dieren De locatie van het hotel is in overleg tussen architect en ecoloog zodanig gekozen dat vleermuizen hun bestaande vliegroute kunnen behouden. De keuze voor een bescheiden en vleermuisvriendelijke buitenverlichting bij de toegangen van het hotel en op het parkeerterrein zal in nauw overleg met de ecoloog worden gemaakt en zal tevens dimbaar zijn zodat de verlichtingssterkte in de daluren verder zal afnemen. Door op deze manier slim te verlichten zal de overlast voor vleermuizen en andere dieren minimaal zijn en dit is ook vanuit het duurzaamheidsaspect zeer wenselijk en tegenwoordig zeer gebruikelijk. Verlichting effect voor mensen in de omgeving De parkeerplaats, de plint van het hotel (1e twee bouwlagen) en de onderste lagen met kamers zullen verscholen liggen in het groen aangezien de footprint van het hotel omzoomd wordt met (hoge) bomen. Bewoners vanuit Neck zullen om deze reden geen zicht hebben op dit deel van het hotel en dus ook geen lichthinder/vervuiling ondervinden. De hoge ligging van de A7 zorgt er, naast de omzoming met bomen, voor dat deze onderste lagen van het hotel tevens niet zichtbaar zijn vanuit de Hazepolder, Kop West, Weidevenne,en Zuidoostbeemster.

De hoger gelegen bouwlagen, die vanuit een gedeelte van de omliggende wijken zichtbaar zullen zijn bestaan hoofdzakelijk uit hotelkamers zonder buitenruimten waardoor er minimale buitenverlichting aan de gevel geplaatst zal worden. Het glas in de gevel van de hotelkamers en de bovenste bouwlagen heeft een donkere tint en zal (mede door de zonwerendheid) minimaal voor uitstraling naar buiten zorgen. Wel komt op de gevel aan de zijde van de snelweg A7 een lichtreclame nabij de bovenste bouwlaag. Deze zal voldoen aan de gemeentelijke vereisten voor een dergelijke reclame-uiting. Ten opzichte van de aanwezige snelwegverlichting zal deze reclame zeer beperkt licht toevoegen De afstand van het hotel naar de omliggende wijken is in vergelijking met de afstand van bestaande bouwmassa’s (bv. woongebouw Heel Europa) tot de bestaande woningen groot. Het is dan ook niet aannemelijk dat het hotel in relatie tot bestaande (hoog)bouw zal zorgen voor een toename van lichtvervuiling. Beoordeling verlichting Bij de boordeling van de aanvraag omgevingsvergunning die plaats vindt na het definitief worden van het bestemmingsplan zal de buitenverlichting en de invloed hiervan op mens en dier getoetst worden. Ad. 7 Schade aan het bos door nutsvoorzieningen Het hotel komt in een zone waar veel bomen dood zijn of in zeer slechte staat verkeren.

Het aan- en afvoeren van materialen, het plaatsen van bouwketen en het aanleggen van nutsvoorzieningen zijn werkzaamheden die via de Laan der Continenten plaats zullen vinden. Deze directe verbinding naar het hotel zorgt er voor dat er geen groter deel van het bos beschadigd zal worden. Na realisatie zal er, vanwege de aangegeven bomencompensatie, de nodige aanplanting plaatsvinden langs de Laan der Continenten en op het parkeerterrein. Dit zorgt voor een verbeterde (groene) verbinding tussen het Noordelijke en het Zuidelijke deel van het bos. Van extra beschadiging is dus juist geen sprake.

Ad. 8 De koppigheid geen advies in te winnen 16

Over de afstemming met de provincie, de RCE of UNESCO wordt kortheidshalve verwezen naar de reactie op zienswijze 1. In paragraaf 5.17.2 en 5.17.3 van de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat na onderzoek en onderbouwing van alle relevantie milieuaspecten is gebleken dat een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk wordt geacht. Ad. 9 Het ontbreken van transparantie De gemeenteraad heeft bij het afsluiten van de anterieure overeenkomst in 2017 besloten om deze geheim te verklaren. De opvolgende gemeenteraad heeft deze geheimhouding in de vergadering van maart 2020 naar aanleiding van een WOB verzoek nog eens bevestigd. Deze geheimverklaring is dus een democratisch genomen besluit waarbij de raadsleden als volksvertegenwoordiging zelf wel van de inhoud van de overeenkomst op de hoogte zijn. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het plan.

Zienswijze 3 – Stichting Behoud Waterland 17

Inhoud 1.

Voordelen Purmerend De vraag is of Purmerend baat heeft bij het Van der Valk complex in het Beusebos. Wij denken dat zowel de zakelijke gasten als de toeristen blijven hangen in en rond het hotel. Na een dag fietsen is het heerlijk om gebruik te maken van de leisure faciliteiten en de lounge. De gasten hebben genoeg aan een wandelingetje door het gecultiveerde recreatiebos en daarna vertrekken ze weer met hun auto. Het is niet aantrekkelijk de snelweg over te steken. De exploitatie van het hotel zal leiden tot een aantal extra banen, maar Purmerend als geheel zal er weinig aan hebben.

2.

Laddertoets De nieuwbouw moet voldoen aan de ‘Laddertoets’. Daarbij moet de vraag worden beantwoord of er behoefte is aan extra hotelkamers en of de nieuwbouw leidt tot leegstand. Voor de beantwoording daarvan moet zowel naar de kwantitatieve (cijfers) als naar de kwalitatieve behoefte worden gekeken. Met dat laatste wordt bedoeld de behoefte aan een specifiek karakter van een hotel, bijvoorbeeld een klein hotel dat in een stadje ligt of een zakelijk hotel langs een snelweg. Er zijn twee onderzoeksrapporten door de LAgroup opgesteld over de Marktruimte Zaanstreek- Waterland, namelijk het eindrapport van augustus 2017 (Eindrapport) en een update daarvan met een prognose van de hotelmarktruimte voor de periode 2021 t/m 2026 (Update). In de Update is de ‘pre-corona’ situatie in 2019 als startpunt genomen (p.11). In de Update wordt geconcludeerd dat met de voorziene nieuwbouw de marktruimte in de regio naar verwachting tijdelijk wordt overschreden (p. 9 en 40). In het corona-scenario is helemaal geen ruimte voor extra kamers (p. 39). Het hotelaanbod is eenzijdig. 70% van de kamers ligt in een ketenhotel (Eindrapport p. 3). Als er al behoefte is aan extra hotelkamers dan mogen er middelgrote hotels komen op toeristische aantrekkelijke plekken zoals in of tegen een historische kern of aan de kust van het Markermeer of een binnenmeer.

Dit project draagt daaraan niet bij (Eindrapport p. 29). Verder, de conferentie-, incentive en meeting markt, oftewel het congres- en vergadersegment, heeft geen bloeiende toekomst (Eindrapport p. 29). Conferentiehotels hebben het lastig door de opkomst van web conferencing en andere nieuwe technologieën. De noodzaak om elkaar live te ontmoeten neemt daardoor af, wat ook invloed heeft op het internationale zakenreisverkeer. De Update laat zien dat geen extra hotelkamers nodig zijn (p. 36 e.v). Er worden twijfelachtige argumenten gegeven waarom desondanks toch medewerking kan worden verleend aan het voorliggende plan. Ten eerste worden de lokale ontwikkelingen in Purmerend als argument genoemd, die zich nog moeten gaan voordoen en die mogelijk een ‘positieve impuls aan de hotelvraag’ kunnen geven (p.39). Andere argumenten die worden aangedragen zijn de mogelijke opening van de Beemster Experience, de mogelijke uitbreiding van BaansteeNoord en de mogelijke aanleg van een nieuw bedrijventerrein en de centrumontwikkeling van Purmerend. Verder wordt in de Update de achterblijvende hotelontwikkeling in de regio Waterland ten opzichte van Zaanstreek als argument gebruikt (p. 39). Dit argument is onjuist. In het onderzoek wordt Zaanstreek-Waterland als een regio gezien.

Dus als er extra hotelkamers komen bij Purmerend dan leidt dat automatisch tot een lagere bezetting of zelfs leegstand elders. 18

In het onderzoek wordt voorbijgegaan aan de aanbodontwikkeling van hotels in de rest van het MRAgebied. Dat is een gemis omdat aan de vraagkant wel rekening wordt gehouden met de overloop uit met name Amsterdam. Alleen al in Haarlem zijn er 13 nieuwe hotels gekomen sinds 2015. Verder wordt geen rekening gehouden met de concurrentie van vakantieverhuur, ondanks het feit dat het merendeel van de totale vraag naar hotelkamers toeristisch is (Eindrapport p. 4). De laatste jaren worden steeds meer woningen verhuurd of verruild tijdens de vakantieperiode. De SBW vindt dat het voorliggende plan onvoldoende regionaal is afgestemd. Het plan zou moeten aansluiten op de ambities ten aanzien van de ontwikkeling van verblijfsrecreatie in de regio en moeten waarborgen dat de nieuwe ontwikkeling daadwerkelijk regioversterkend is en blijft. Als er nu nog behoefte zou zijn aan extra kamers dan moeten er middelgrote hotels komen op toeristische aantrekkelijke plekken zoals hierboven is opgemerkt. Het voorliggende plan voorziet daar niet in. Samengevat, naar onze mening worden nut en noodzaak van de voorziene nieuwbouw is in de rapporten niet aangetoond. De SBW vreest dat de nieuwbouw leidt tot een lagere bedbezetting elders. 3.

Ruimtelijke kwaliteit De voorziene nieuwbouw ligt in het landelijk gebied en moet daarin worden ingepast overeenkomstig de provinciale Omgevingsverordening. Daarvoor is het Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het plan is met de provincie Noord-Holland besproken. De Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) heeft daarover een advies uitgebracht. De ARO concludeerde in het verslag van de vergadering: “… maar vindt de voorgestelde hoogbouw tot mogelijk 70 meter hoogte met het oog op het kwetsbare open landschap in de omgeving niet wenselijk. De nadruk ligt daarbij op het nabijgelegen werelderfgoed van de Beemster en de Stelling van Amsterdam, maar ook op de ruimtelijke belevingswaarde vanuit het N2000gebied Wormer-en Jisperveld. De ARO adviseert de gemeente in dat kader nadrukkelijk om advies aan te vragen bij de RCE en via de RCE ook bij UNESCO in Parijs. De vraag is ook of hoogbouw het middel moet zijn om Purmerend ruimtelijk beter te positioneren en om de recreatieve poortfunctie te borgen.” Verder vindt de ARO “het programma van het hotel en het parkeren op maaiveld nog steeds te zwaar en te stedelijk in verhouding tot de recreatieve gebruiksfunctie en natuurwaarden van het Beusebos.” Naar aanleiding van het ARO-advies hebben Gedeputeerde Staten de gemeente Purmerend verzocht een alternatief plan te maken. Dat is niet gebeurd.

Verder blijkt uit niets dat de gemeente de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en Unesco Parijs om advies heeft gevraagd. In de Toelichting wordt geconcludeerd dat de voorziene hoogbouw voldoet aan de ‘Hoogbouwvisie Purmerend’, dd 6 juli 2017. Het betreft een visie voor intensivering van de bestaande stad, dat deel uitmaakt van de “Agenda Purmerend 2040”. Daarin wordt vooral vanuit de grootstedelijke ambitie gedacht van Purmerend. Op p. 34 is de hoogbouwpotentie op stedelijk niveau bezien vanuit ruimtelijk oogpunt in combinatie met de woonbehoefte. Deze kaart laat zien dat er geen potentie is in de Kom A7 en ook niet in de omgeving daarvan. Op de visiekaart voorkeursgebieden hoogbouw op p. 36 is de Kom A7 als voorkeurslocatie aangegeven voor hoogbouw om de ‘hoofdstadsentree’ van Purmerend te markeren. Zoals gezegd wil het gemeentebestuur Purmerend als grote stad op de kaart zetten. 19

De SBW vindt dat in de Hoogbouwvisie Purmerend geen oog is voor de impact van de hoogbouw in de Kom A7 op het open veenweidelandschap en op de werelderfgoederen. Dit open veenweidelandschap is zo waardevol dat het door de provincie Noord-Holland onder het beschermingsregime Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is gebracht. De hotelvoorzieningen komen pal naast dit beschermde landschap te liggen. Alleen een sloot en de oude provinciale weg liggen tussen de locatie voor de hotelvoorzieningen en het BPL. De SBW begrijpt niet waarom een extra baken in het landelijk gebied nodig of wenselijk voor de identiteit van Purmerend. Een baken dat op grote afstand zichtbaar moet zijn naast de al aanwezige hoogbouw van het gebouw Heel Europa net aan de andere kant van de A7, dus aan de stadszijde. De A7 maakt geen deel uit van Purmerend. Het is een illusie deze snelweg te kunnen integreren. Dat is ook niet wenselijk. Wij begrijpen dan ook niet waarom de hoofdstadsentree in de Kom A7 moet komen, in een voor velen bijzonder bos. Naast het feit dat de SBW vindt dat een extra baken voor Purmerend in de Kom A7 onnodig is, vindt zij het plan te groot en in geen enkele verhouding staan tot de recreatieve functie en de natuurwaarden van het gebied. Zij verwijst hiervoor naar bovengenoemd advies van de ARO. 4.

Natuurwaarden Beusebos Het Beusebos is uitgegroeid tot volwaardig bos, waarin veel verschillende dieren en planten zich thuis voelen. Het is onder meer voor de beschermde boommarter een zeer hoogwaardig leefgebied vanwege de aanwezigheid van dood hout, veel bomen en holtes daarin. Deze heeft zich hier dan ook gehuisvest. Er is een kraamkolonie van de baardvleermuis. Ook de buizerd heeft zich in het Beusebos genesteld. En zo zijn er nog veel meer (beschermde) dieren en planten die leven in dit inmiddels unieke en voor hen hoogwaardige leefgebied. De vraag is of het Beusebos een hoogwaardig leefgebied kan blijven voor dieren en planten indien daarvan een substantieel deel wordt vernietigd en gecultiveerd door uitvoering van het voorziene plan. Voor de boommarter en andere dieren is waarschijnlijk geen ander leefgebied in de buurt dat zo hoogwaardig is. Ook van belang is dat de omvang van het Beusebos slechts 17 hectare bedraagt. Daarom vindt de SBW dat de noodzakelijke ontheffingen en/of vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming niet moeten worden verstrekt.

5.

Geluid Uit het akoestisch onderzoek voor Hotel Van der Valk Purmerend dd 15 december 2020 blijkt dat de geluidsbelasting van de gevels van de hotelkamers niet aan de normering van de Wet geluidhinder voldoet vanwege de A7. Er moet speciaal gevelmateriaal worden toegepast zodat zoveel mogelijk de binnenwaarde van 33dB wordt bereikt bij gesloten ramen en deuren (p. 15, 16). Daarnaast moeten de grenswaarden voor geluid worden verhoogd. Bronoplossingen zijn niet mogelijk tegen het geluid van de A7. Kortom, de geluidsnormen kunnen alleen worden gehaald als ramen en deuren dicht blijven van de hotelkamers. Alleen daarom al is de locatie ongeschikt voor dit project.

Gemeentelijk commentaar 20

Ad. 1 Voordelen Purmerend In de keuze van de locatie is rekening gehouden met een korte afstand tot de binnenstad van Purmerend. Gasten zullen niet alleen in het hotel verblijven om Amsterdam te bezoeken. De regio heeft veel te bieden zoals de Beemster, Volendam en de Zaanse schans welke allemaal zijn gelegen op (elektrische) fietsafstand van het hotel. Ook de binnenstad van Purmerend heeft een aantrekkelijk aanbod voor de toerist om bijvoorbeeld een dagje te shoppen of ’s avonds op de Koemarkt te eten en te drinken. De korte afstand tot de binnenstad is makkelijk af te leggen en dient ook toegankelijk te zijn. Ad. 2 Laddertoets Dit deel van de zienswijze komt qua inhoud overeen met het eerste onderdeel van zienswijze 2, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Zie verder ook de reactie op onderdeel 8 van zienswijze 7. Ad. 3 Ruimtelijke kwaliteit Dit deel van de zienswijze komt qua inhoud overeen met onderdeel 3 van zienswijze 1, kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie daarop. Ad. 4 Natuurwaarden Beusebos Dit deel van de zienswijze komt qua inhoud voor een deel overeen met onderdeel 5 van zienswijze 1 en onderdeel 5 van zienswijze 2, kortheidshalve wordt verwezen naar de reacties daarop. Ad. 5 Geluid Een hotel is geen geluidgevoelige bestemming in het kader van de Wet geluidhinder.

Een hotelfunctie wordt volgens de wet niet als een geluidgevoelig gebouw beschouwd. De geluidbelasting op de gevels is onderzocht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat de geluidbelasting niet voldoet aan de normen die voor woningen gelden. Ondanks het ontbreken van een wettelijk kader, is ervoor gekozen dusdanige gevelmaatregelen te nemen dat met gesloten ramen wordt voldaan aan de maximale binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012 die geldt voor woningen. Aangezien een hotelverblijf tijdelijk is, zal het openen van de ramen geen langdurig gezondheidseffect hebben. Bovendien heeft een ieder zelf de keuze de ramen te openen of sluiten. . Voor de bedrijfswoning is de Wet geluidhinder wel van toepassing. De hogere waarden geluidhinder worden uitsluitend verhoogd voor de bedrijfswoning. In de toelichting (paragraaf 5.6) van het bestemmingsplan zijn alle relevante geluidsaspecten uitvoerig onderbouwd. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10474626/1