F-voorlopige-jaarstukken-2022
Tekst van het document
Eind 2022 is er vanuit de vakraad Bedrijfsvoering een landelijk projectteam ingericht dat aan de slag gaat met de aandachtspunten.
Communicatie Vanaf juli 2022 hebben we na elke vergadering van het Algemeen Bestuur een communicatiebericht verzorgd onder de naam ‘Bestuursmededeling’. Deze is op internet (vrzw.nl) terug te vinden en actief verspreid onder onze partners, medewerkers en lokale media.
Duurzaamheid In 2022 is het programma Duurzaamheid volop van start gegaan. Ons hoofdkantoor is onder andere aangesloten op het warmtenet waardoor die locatie voor het grootste deel ‘gasloos’ is geworden en met de gemeente Zaanstad zijn concrete afspraken gemaakt over verduurzaming van enkele panden. Door leveringsproblemen en beperkte capaciteit vindt de uitvoering daarvan later plaats. Intern is invulling gegeven aan duurzamer mobiliteitsbeleid, circulariteit, verlaging energiegebruik en bewustwording onder collega’s. Zo zijn bijvoorbeeld elektrische voertuigen en extra laad palen besteld. VrZW neemt bij al haar aanbestedingen duurzaamheid mee in het programma van eisen, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is. Zo komen we stap voor stap tot bijvoorbeeld een duurzaam wagenpark, verduurzamen we ons energieverbruik en de facilitaire en ICT-voor zieningen, zoals printers.
VrZW heeft in 2022 een grote stap vooruit gezet om de website zo toegankelijk en gebruiksvriendelijk mogelijk te maken voor mensen met een beperking. Hiervoor volgen we landelijk vastgestelde toegankelijkheids eisen. Om te zorgen voor een juist beeld in de media hebben we in 2022 volop ingezet op social media door kanalen dagelijks te volgen en daarop met grote regelmaat berichten te plaatsen. Het aantal volgers op social media is fors gegroeid. Daarnaast is met enige regelmaat de lokale pers actief benaderd over diverse onderwerpen.
Prestatie-indicatoren KPI
Norm
2022
2021
Toelichting
Ziekteverzuimpercentage
< 5,8%
4,65%
3,64%
Norm: lager dan landelijk gemiddelde gemeenten (2021: 5,8%)*
0,59
Aantal malen dat een medewerker per jaar ziek is. Norm: hoger dan landelijk gemiddelde gemeenten in 2021 (0,70)*
√
Norm: goedkeurende verklaring
Ziekteverzuimfrequentie
< 0,70
Accountantsverklaring
Goedgekeurd
0,83
Toelichting Er is in 2022 sprake geweest van een stijging van het verzuimpercentage, veroorzaakt door de toename van het langdurig ziekteverzuim. De redenen hiervoor zijn divers (COVID-19 gerelateerd, psychisch, ongeneeslijk ziek etc).
38
Er is geen patroon en adequate begeleiding is georganiseerd. De stijging van de frequentie heeft te maken met de stijging in het totaal aantal kortdurende ziek meldingen – COVID-19 en griep zijn hier oorzaken van. *Cijfer over 2022 is nog niet gepubliceerd en zal later aangeleverd worden
4.1.3 Wat heeft het gekost?
Organisatie (Overhead) (bedragen x € 1.000 )
Begroting primair
Begroting na wijziging
Rekening 2022
Saldo
Lasten
€7.820
€8.505
€8.521
€16
Baten
€-518
€-651
€-688
€-37
Totaal saldo baten en lasten
€7.302
€7.854
€7.832
€-21
Toelichting op verschillen product ‘Organiatie (Overhead)’ Lasten
Voor/nadelig
Salarislasten en inhuur derden
€-61
V
Kosten ICT (hard-/software en telefonie)
€50
N
Doorgezette uitkeringen verzekeringen personeel
€46
N
Facilitaire kosten
€-14
V
Overig
€-5
V
Totaal lasten
€16
N
Baten
39
Voor/nadelig
Ontvangen uitkeringen Verzekeringen personeel
€-40
V
Overig
€3
N
Totaal baten
€-37
V
Saldo
€-21
V
Toelichting lasten Salarislasten en inhuur derden Voor een toelichting wordt verwezen naar de afwijking die in hoofdstuk 1.2 opgenomen is. Kosten ICT (hard-/software en telefonie) Afgelopen jaar zijn er diverse ICT middelen beschikbaar gesteld om thuiswerken goed te kunnen faciliteren. Deze kosten waren niet begroot. Ook zijn er meer kosten a.g.v. aanschaf/uitbreiding van ICT licenties. Doorgezette uitkeringen verzekeringen personeel Bij een ongeval tijdens een inzet/oefening betaalt VrZW een vergoeding vanwege gederfde inkomsten in de herstelperiode. Vanwege het onvoorspelbare verloop van deze post, wordt dit vooraf niet begroot. Tegenover de aanvullende kosten staat ook een ontvangen uitkering van de verzekeringsmaatschappij (zie onder toelichting baten). Door verschil in declaratieperioden lopen vergoeding en ontvangen uitkering niet altijd gelijk op.
40
Facilitaire kosten Door tekort aan materialen en lange levertijden zijn enkele werkzaamheden aan de afzuiginstallatie uit gesteld naar 2023. Financieel leidt dit tot een voordeel (in 2022).
Toelichting baten Ontvangen uitkeringen verzekeringen personeel Zie onder ‘toelichting lasten’
5. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000 )
Begroting primair
Begroting na wijziging
Rekening 2022
Saldo
Lasten
€1
€10
€-2
€-12
Baten
€-30.496
€-30.645
€-30.645
€0
Totaal saldo baten en lasten
€-30.495
€-30.634
€-30.646
€-12
Toelichting op verschillen thema ‘Algemene dekkingsmiddelen’ Lasten
Voor/nadelig
Lagere lasten rente
€-12
V
Totaal lasten
€-12
V
Baten
Voor/nadelig
V
41
Totaal baten
€-
V
Saldo
€-12
V
Toelichting lasten
Toelichting baten
Lager lasten rente In het voorjaar van 2022 is een nieuwe langlopende geldlening aangetrokken om verwachte investeringen te kunnen financieren. Het daadwerkelijke rentepercentage van deze lening ligt enkele procentpunten lager dan ingeschat in de laatste bestuursrapportage.
Niet van toepassing
6. Mutaties reserves Mutaties reserves (bedragen x € 1.000 )
Begroting primair
Begroting na wijziging
Rekening 2022
Saldo
Toevoegingen reserves
€-
€-
€-
€-
Onttrekkingen reserves
€-
€-300
€-300
€-
Totaal saldo baten en lasten
€-
€-300
€-300
€-
Toelichting Door de gevolgen van de coronapandemie zijn een aantal belangrijke doelstellingen uit 2021 doorgeschoven naar 2022 te weten het opstellen van een nieuw Dekkingsplan, het aanpassen van het oefencentrum, het opstellen van een arbeidsmarktstrategie en –
42
communicatie en enkele extern georganiseerde oefeningen. Bij de resultaatbestemming 2021 is hiervoor een bestemmingsreserve van € 300.000 gecreerd. In 2022 zijn de kosten voor de realisatie van deze doelstellingen ten laste van deze bestemmingsreserve gebracht.
7. Heffing vennootschapsbelasting Toelichting Op basis van de resultaten en aanvullende analyse heeft Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland over de belastingjaren tot en met 2020 geen aangifte Vennootschapsbelasting ingediend. Over deze jaren is hierdoor dus geen vennootschapsbelasting betaald. In samenwerking met een (externe) belastingadviseur is wel dossiervorming voor een (mogelijke) controle opgesteld
43
Voor de jaren 2021 en 2022 is de verwachting dat ook geen aangifte Vennootschapsbelasting hoeft te worden gedaan. In deze jaarrekening is derhalve geen rekening gehouden met aanvullende lasten. In samenwerking met de belastingadviseur wordt ook voor deze jaren een fiscaal dossier opgesteld.
8. Paragrafen 8.1 Paragraaf Weerstands vermogen en Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Het Algemeen Bestuur van VrZW acht het wenselijk om risico’s die mogelijk van invloed zijn op de organisatie beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico’s is de organisatie in staat om op verantwoorde wijze beheersmaatregelen te nemen. Hierdoor staan de resterende risico’s van nu en die gerelateerd zijn aan toekomstige investeringen in verhouding tot de ver mogenspositie van de organisatie. Ook vermelden wij belangrijke ontwikkelingen in de nabije toekomst die redelijkerwijs geen risico vormen, maar wel impact hebben op de organisatie. Het beleid van VrZW is vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW (vastgesteld op 18 december 2013). Hierin is opgenomen dat VrZW minimaal jaarlijks haar risico’s actualiseert. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om voor het vaststellen van het weerstandsvermogen een waardering C (voldoende) toe te passen (AB 20 oktober 2017).
44
Risicoprofiel Om de risico’s van VrZW te actualiseren is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is opgesteld in een bijeenkomst met het managementteam waarbij gebruik is gemaakt van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem; een systeem waarmee risico’s systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld). In bijeenkomsten met de organisatie en het management zijn de overige reguliere risico’s besproken en in januari 2023 geactualiseerd. Zo zijn er risico’s vervallen omdat de juiste maatregelen zijn getroffen of zijn er nieuwe risico’s bijgekomen op basis van externe ontwikkelingen. Hierbij is uitgegaan van een reguliere bedrijfsvoering. Vervolgens heeft een validatieslag plaatsgevonden om de uitkomsten van de nieuwe analyse te toetsen aan de norm en te bepalen of VrZW voldoende weerstandsvermogen heeft Op basis van de geactualiseerde risico’s is met behulp van NARIS een top-10 vastgesteld zoals onderstaand opgenomen. Dit zijn de risico’s die gezamenlijk ca. 99% van de totale benodigde weerstandcapaciteit voor hun rekening nemen. Overige risico’s hebben een dermate kleine impact dat ze in deze paragraaf niet zijn opgenomen. Alle risico’s zijn opgenomen in het NARIS systeem zodat deze periodiek kunnen worden ge actualiseerd op het risico zelf, de inschattingen en/of te nemen maatregelen.
45
Risico
Maatregelen
Kans
Maximaal financieel gevolg
Invloed van risico
Toegekende indexatie van bijdrage gemeente is on voldoende om hogere kosten (dan voorzien) in begroting en meerjarige investerings raming op te vangen (huidige hoge inflatiecijfers).
Begroting en investeringsramingen periodiek actualiseren obv daadwerkelijke loon-/ en prijsontwikkelingen. Deze ontwikkelingen verwerken in de bijdrage gemeenten.
25%
€500.000
20,31%
Onvoldoende personele capaciteit voor de opvang van huidige en toekomstige crisistypen (overvraging).
Meer rekening houden met beschikbaarheid in opstellen dekkingsplan om acute problemen te voorkomen (incl. marge). Verbeteren van de opbrengsten van werving van vrijwilligers. Verbeteren beleving bij vrijwilligers op basis van uitkomsten belevingsonderzoeken. Diversificatie vrijwilligers. Voldoende aantrekkelijk blijven als werkgever (modern werkgeverschap). Prioritering taken.
25%
€500.000
20,13%
Kosten van investeringen/ inkoop blijken na aan besteding hoger dan voorzien (ten opzichte van meerjareninvesteringsbedragen).
Aanpassen investeringsramingen.
50%
€250.000
20,05%
Onvoorziene acute uitgaven om paraatheid op peil te houden (door uitval van materieel als gevolg van schade en/of leverings problemen in de aanvoerketen van materieel) en (indirecte) gevolgen voor de organisatie.
Meer rekening houden met beschikbaarheid materieel in opstellen dekkingsplan om acute problemen te voorkomen.
25%
€250.000
9,89%
Onvoorziene uitgaven door uitval kritische systemen (uitrukalarmering, mobiele systemen auto's, eigen administratiesystemen).
Cyberverzekering, 24 uur monitoring en incidentresponse van ICT omgeving. Software wordt ‘up-todate’ gehouden. Bewustwording van cyberveiligheid van de organisatie door o.a. bijeenkomsten, nep phishing-mails en informatie. Regelmatige controle pentesten, Back-up afspraken (bijvoorbeeld met andere regio’s), dubbel uit voeren van kritische systemen.
10%
€500.000
7,96%
Risico
Maatregelen
Kans
Maximaal financieel gevolg
Invloed van risico
Onvoorziene claim beroepsziekten/arbeidsongevallen.
Continue aandacht voor schoon en veilig werken. De beheersing van arbeid gerelateerde risico's wordt op peil gehouden door regelmatige RI&E en indien noodzakelijk aanpassing van procedures/aanvullende investeringen. Voor financiële gevolgen van aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen is een verzekering afgesloten.
5%
€1.000.000
7,87%
Meer langdurige (grootschalige) inzet dan waarmee bij het opstellen van de begroting rekening is gehouden (inhoud, complexiteit, weersomstandigheden etc).
Tegen dit risico en de gevolgen daarvan zijn geen maatregelen te treffen door VrZW. Wanneer sprake is vaan een (stijgende) trend is het mogelijk de begroting hierop aan te passen. De begroting zodanig aanpassen dat hierdoor geen uitschieters naar boven ontstaan is niet wenselijk omdat dit een sterk kosten opdrijvend effect zou hebben voor de deelnemers in de GR.
15%
€250.000
6,12%
Toekennen van schadevergoedingen als gevolg van inadequaat operationeel optreden.
In informatiebeleidsplan aandacht besteden aan maatregelen voor optimaal benutten beschikbare informatie. Op basis van regelmatige evaluatie indien nodig bijstellen van procedures, Medewerkers toerusten met de juiste digitale hulpmiddelen.
3%
€1.000.000
3,09%
Niet verzekerde financiële gevolgen van schades.
n.v.t.
5%
€250.000
2,00%
Excedentrisico materieel.
n.v.t.
5%
€250.000
1,64%
Op basis van de vastgelegde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. De
46
simulatie maakt 100.000 verschillende scenario’s op basis van de verschillende risico inschattingen. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.
Kans (perce
12 9 6 3
Resultaat
NARIS®
80%
90%
95%
€ 486
€ 643
€ 801
Kans (percentage)
15
2.237
Bedrag (x 1.000)
70% 25% 50%
€ 2.534
€ 2.376
€ 2.061
€ 1.904
€ 1.746
€ 1.588
€ 1.431
€ 1.273
€ 1.116
€ 958
€ 801
€ 643
€ 486
€ 328
€ 171
€ 13
0
Kansverdeling
99%
12 9 6 3
Resultaat
In de grafiek en de tabel worden de simulatieresultaten weergegeven met verschillende zekerheidspercen tages. In Nederland wordt geadviseerd om 90% van alle voorkomende scenario’s uit de simulatie te
Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages
75%
€461.924
80%
€516.350
90%
€687.092
95%
€855.384
2.237
€ 2.534
€ 2.376
€ 2.061
€ 1.904
€ 1.746
€ 1.588
€ 1.431
€ 1.273
€ 1.116
€ 958
€ 328
€ 171
€ 13
0
Bedrag (x 1.000)
kunnen afdekken met financiële middelen (benodigde weerstandcapaciteit). Dat betekent dat de benodigde capaciteit ca. € 687.000 bedraagt.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van VrZW bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken:
Beschikbare weerstandscapaciteit per ultimo 2022 Onderdeel
Startcapaciteit
Algemene reserve
€691.000
€691.000
Bestemmingsreserves*
€0
€0
Totaal
€
691.000-
Toevoeging
€0
Onttrekking
€0
Huidige capaciteit
€
691.000
* Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW tellen alleen de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit.
47
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste
Risico’s: Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product
weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstands capaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in volgend figuur weergegeven.
Weerstandscapaciteit: Algemene reserve Bestemmingsreserves
Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen
48
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 691.000
€ 687.000
=
1,00
Onderstaande normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in
samenwerking met de Universiteit Twente. Deze biedt een waardering van de berekende ratio.
Waardering van de berekende ratio
A
> 2.0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Het Algemeen Bestuur heeft op 20 oktober 2017 besloten dat een ratio van ‘voldoende’ kan worden aangehouden (categorie C) ter afdekking van bekende risico’s. Het berekende ratio valt (nog net) in de bandbreedte van categorie C. Aanpassing van de beschik bare weerstandscapaciteit is daarmee vooralsnog niet nodig. Conclusies Ten aanzien van vorig jaar is het risico profiel op een aantal onderdelen toegenomen, met als grootse stijger het risico op onvoldoende indexatie van de gemeentelijke bijdragen ten opzichte van de hoger dan voorziene kosten. Daarnaast is een aantal risico’s omlaag gegaan
49
omdat hierop betere beheersing heeft plaatsgevonden. Het resultaat is dat we ten opzichte van vorig jaar in negatieve zin dichter bij de vastgestelde zekerheidsgrenzen van het weerstandvermogen zijn gekomen. Met een ratio van 1,0 voldoen we hiermee nog wel aan de afspraken, maar gezien de externe ontwikkelingen moeten we voorsorteren op mogelijke scenario’s waarop VrZW onder de grenzen zakt. Dat betekent dat er enerzijds nog meer actie nodig is op het beheersen van top risico’s en anderzijds nagedacht moet worden over de bereidheid om scherper aan de wind te varen of mogelijkheden om het weerstandsvermogen te vergroten.
Kengetallen financiële positie De volgende kengetallen zijn van toepassing (uitgedrukt in percentages): Duiding kengetallen: • Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 100% of lager gekwantificeerd als voldoende. • Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 30% tot 40% gekwantificeerd als voldoende.
Bij VrZW is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: • een relatief laag eigen vermogen • een leningenportefeuille voor de financiering van grote investeringen en de brandweerpost Wormerveer. • Structurele exploitatieruimte: deze is gebaseerd op structurele baten en lasten. De opgenomen incidentele baten en lasten zijn beperkt, waardoor de ratio laag is.
Ratio’s
Ultimo 2019 %
Ultimo 2020 %
Ultimo 2021 %
Ultimo 2022 %
Netto schuldquote
38,43
43,29
47,02
35,60
Netto schuldquote
38,43
43,29
47,02
35,60
Solvabiliteitsratio
11,89
14,85
10,91
6,29
Structurele exploitatieruimte
1,83
3,92
1,86
0,05
Een definitie van bovenstaande kengetallen is opgenomen in bijlage 5.
8.2 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen VrZW heeft geen voorziening gevormd voor het even tuele (achterstallige) onderhoud aan kapitaalgoederen om de volgende redenen: Gebouwen De 23 panden waarin onze Veiligheidsregio gehuisvest is, zijn in 2022 op één pand na in eigendom van de gemeenten. Voor het meerjarig groot onderhoud blijven de gemeenten zelf verantwoordelijk. Hiervoor zijn door VrZW geen voorzieningen gevormd. De werkwijze ten aanzien van huisvesting is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Voor het pand dat nog in eigendom van VrZW is, geldt dat de onderhoudskosten via een ge sloten systeem verrekend worden met de gemeenten. Voertuigen en brandweerspecifiek materieel Gezien de hoge mate van aandacht voor de voertuigen en materieel omdat de brandweer en GHOR moeten voldoen aan de hoogste standaarden qua snelheid en
50
kwaliteit van optreden, is het niet noodzakelijk om een voorziening voor onderhoud op te nemen. Genoemde hoge eisen zorgen (cyclisch groot) ervoor dat het noodzakelijk onderhoud adequaat en tijdig plaatsvindt.
8.3
Paragraaf Financiering
Financiering VrZW heeft de investeringsuitgaven van 2022 voor een deel uit de lopende rekening-courant kunnen financieren. In oktober 2022 is een langlopende geldlening van € 4 miljoen met een looptijd van 15 jaar aangetrokken met verschillende storttingsmomenten (2022 en 2023). Als gevolg van de opdracht vanuit het Rijk om locaties voor opvang van asielzoekers te organiseren heeft VrZW € 6 miljoen moeten voorfinancieren. Aanvullend heeft VrZW hiervoor een kortlopende (kas)geldlening (€ 6 miljoen) aangetrokken om tijdelijk het financierings tekort op te kunnen vangen. Ultimo 2022 kent VrZW de volgende langlopende geldleningen:
Mutaties vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Rente Percentage
Saldo 31-12-2021
NWB 1-28428 (1-10-2014), looptijd 10 jaar
1,436
€2.700.000
BNG 40.113444 (13-12-2019), looptijd 15 jaar
0,380
€4.572.151
BNG 40.115797 (3-10-2022)
2,810
Gemeente Zaanstad (15-7-2014)
4,000
Totaal
Vermeer deringen
€-
Aflosing 2022
Saldo 31-12-2022
€900.000
€1.800.000
€343.745
€4.228.406
€2.000.000 €2.268.741 € 9.540.892
Kasgeldlimiet VrZW heeft voor de financiering van het werkkapitaal een rekening-courantfaciliteit geopend bij de BNG. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt de wettelijke kasgeldlimiet voor 2022 van 8,2% van de totale begroting (Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden art 2, lid 1d). Dit komt neer op een bedrag van € 2.664.262 per 1 januari 2022. De gemiddelde netto-vlottende schuld van VrZW per kwartaaleinde heeft in 2022 geen enkele maal boven de wettelijke limiet gestaan. Renterisiconorm De huidige activa heeft VrZW in 2014 gefinancierd met een tweetal langlopende leningen. Voor de financiering van de panden zijn in 2014 leningen afgesloten bij de gemeenten die voorheen eigenaar van de panden waren. De waarde van de leningen bij de gemeenten bedraagt € 2.213.956 per ultimo 2022. In het contract
€2.000.000
€2.000.000 €54.785
€2.213.956
€1.298.530
€10.242.362
met de desbetreffende gemeente is vastgelegd dat de rente en aflossing gelijk is aan respectievelijk de rekenrente van VrZW en afschrijftermijn van de panden. Hierdoor zal er geen financieringsresultaat op de panden ontstaan. De renterisiconorm voor VrZW bedroeg voor 2022 € 6.498.200. In 2022 waren er geen leningen waarvan de rente kon worden herzien. Hiermee heeft VrZW voldaan aan de renterisiconorm. Schatkistbankieren VrZW heeft het gehele jaar voldaan aan de in de Wet schatkistbankieren opgenomen eisen. De volgende kwartaalgemiddelden zijn over 2022 van toepassing:
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen
€246
€253
€252
€222
Drempelbedrag
€1.000
€1.000
€1.000
€1.000
Ruimte onder drempelbedrag
€754
€747
€748
€778
Overschrijding van het drempelbedrag
51
Renteschema 2022 Het renteschema ziet er als volgt uit: JR-2022 a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
€157.033
b.
De externe rentebaten
€-6.847
Saldo rentelasten en rentebaten
€150.186
c.1
Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
c.2
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
c.3
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
€-89.398
Subtotaal
€-89.398
Saldo door te rekenen externe rente
€60.788
d.1
Rente over eigen vermogen
-
d.2
Rente over 'voorzieningen
-
Subtotaal
-
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente
€60.788
e.
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)
€62.984
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€-2.196
8.4
Paragraaf Bedrijfsvoering
Een toelichting op de realisatie van het beleid ten aanzien van bedrijfsvoering is opgenomen onder het programma overhead. Huisvesting Voor de regionalisering van de brandweer waren alle panden die in gebruik waren bij de verschillende brandweerkorpsen en VrZW, in eigendom van- of gehuurd door de gemeenten. In het kader van de regionalisering zijn in 2013 afspraken gemaakt over de manier waarop met dit eigendom van het vastgoed omgegaan diende te worden. De besluiten ten aanzien van huisvesting zijn in 2016 geactualiseerd.
52
V
Huisvesting eigendom Als hoofdlijn is er 13 september 2013 voor gekozen om de panden in eigendom/beheer van de gemeente te laten en deze op basis van een bruikleen overeenkomst om niet ter beschikking te stellen aan VrZW. Omdat VrZW ook voor de regionalisering huur betaalde voor het gebruik van gemeenschappelijke ruimten in het pand aan het Prins Bernardplein in Zaandam, is dit bij de regionalisering gecontinueerd. Vanwege de BTW herziening en de mogelijke negatieve financiële consequenties die dit zou kunnen hebben is op 5 juli 2013 besloten dat VrZW de panden die nog vielen onder de BTW herziening voor de duur van die termijn in eigendom zou kunnen nemen onder de
voorwaarde dat de kosten daarvoor in een gesloten systeem met de desbetreffende gemeente 1 op 1 zouden worden afgerekend. In deze lijn zijn de voorgaande jaren enkele panden weer in eigendom terug gegeven aan de betreffende gemeenten. Per 1-1-2022 heeft VrZW, naast het oefenobject ‘De Kubus’ in Purmerend, nog één pand in juridisch eigendom; het pand Industrieweg te Wormerveer (gem. Zaanstad). De eigendomslasten voor onderhoud die in 2022 voor dit pand door VrZW zijn betaald, zijn via een gesloten systeem met de gemeente Zaanstad verrekend. Huisvesting - gebruikslasten De gebruikerslasten van de panden (gas, water, licht, gemeentelijke belastingen en schoonmaak) zijn bij de regionalisering overgedragen aan VrZW en werden tot 2017 in een gesloten systeem afgerekend met de desbetreffende gemeente. Het bestuur heeft besloten de gebruikerslasten vanaf 2017 niet meer jaarlijks via een gesloten systeem te verrekenen maar VrZW daarvoor een vast budget te geven, waardoor zowel de voor- als nadelen voor rekening zijn van VrZW. BTW-positie Sinds de regionalisering kan de BTW die VrZW betaalt niet meer worden doorgeschoven naar de deelnemende gemeenten. VrZW zelf heeft recht op een (zeer) beperkte aftrek van de BTW vanuit haar ondernemersactiviteiten. Voor het overige hanteert VrZW de kostprijs inclusief BTW.
8.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiek rechtelijke organisatie waarin Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland een bestuurlijk én een finan cieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BVV, Besluit Begroting Verantwoording gemeenten). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie.
53
In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen. Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verant woordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeen komsten of statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.
Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland kent de volgende verbonden partijen: Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV, vestigingsplaats Arnhem) Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is oorspronkelijk ingesteld onder de naam Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in artikel 66 van de Wet veiligheidsregio’s. De wettelijke naam van NIPV blijft IFV, totdat de wijziging van de Wet veiligheidsregio’s is gerealiseerd en de naam Nederlands Instituut Publieke Veiligheid hierin is opgenomen. De nieuwe naam Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en wordt vanaf 2022 gebruikt in alle uitingen Het NIPV is het publiek kennisinstituut dat veiligheids regio’s, Rijksoverheid en crisispartners onderling verbindt en versterkt met onderzoek, onderwijs, ondersteuning en informatie. Het NIPV fungeert daarbij als een ‘centre of expertise’ als het gaat om hoogwaardige kennis van crisisbeheersing en brandweerzorg. Zo draagt NIPV bij aan een veiliger en veerkrachtiger Nederland.
Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. (vestigingsplaats Zaandam) De cooperatie Brandweerschool Noord-Holland is het gezamelijke opleidingsinstituut van de veiligheidsregio’s Zaanstreek-Waterland, Noord-Holland Noord en Kennemerland. Met de instelling van één opleidings instituut (met gedeconcentreerde vestigingen) wordt ingezet op kwaliteitsverbetering van het brandweeronderwijs en het tegengaan van versnippering. Ook wordt ingezet op innovatie middels een vernieuwing van onderwijsmethoden en -middelen. Op 15 juli 2019 is de oprichtingsacte ondertekend en vanaf medio 2019 is de Brandweerschool operationeel. Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting. Nederland Instituut Publieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het NIPV. De collectieve taken worden deels gefinancierd via de BDUR-uitkering. Voor het overige deel van deze taken en individuele dienstverlening wordt een bijdrage aan de regio’s gevraagd. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. De regio’s Zaanstreek-Waterland, Noord-Holland Noord en Kennemerland dragen financieel bij aan de exploitatie van de Brandweerschool. De exploitatie van Brandweerschool Noord-Holland is afhankelijk van de opleidingsbehoefte van de leden. Op basis van de opleidingsbehoefte wordt de bijdrage per lid vastgesteld.
Daarnaast stellen deze regio’s materiaal, materieel en medewerkers beschikbaar voor het geven van brandweeropleidingen (door de Brandweerschool). De Brandweerschool beschikt niet over een eigen vermogenspositie en is daarmee volledig afhankelijk van de jaarlijkse bijdrage van de leden. Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is een zelfstandig bestuursorgaan buiten de kaderwet ZBO. Het bestuur wordt gevormd door de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s. De bestuursvoorzitter van VrZW is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een
54
dagelijks bestuur. De voorzitter van het IFV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. De coöperatie wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit evenveel natuurlijke personen als dat er leden zijn. Daarnaast kent de cooperatie een algemene ledenvergadering waarin het verantwoording aflegd over het gevoerde beleid en financiën. In de ALV wordt ieder lid vertegenwoordigd door een bestuurder (burgemeester) die door het algemeen bestuur van de betreffende regio is gekozen. Beleidsvoornemens Nederlands Instituut Publieke Veiligheid NIPV verricht op grond van art 68 Wet Veiligheidsregio’s (Wvr) taken op het gebied van de brandweerzorg en crisisbeheersing. Het betreft hier o.a. onderzoek, het verzorgen van opleidingen, trainingen en het beheer van materieel. Deze activiteiten worden gefinancierd uit rijksmiddelen. Op grond van art 69 kunnen veiligheidsregio’s werkzaamheden laten uitvoeren door NIPV. Dit betreft collectieve en bovenregionale werkzaamheden zoals een landelijke voorziening voor crisisbeheersing, een ICT-omgeving voor veiligheidsregio’s.
Daarnaast zorgt NIPV voor de ambtelijke ondersteuning van het Veiligheidsberaad n de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio, het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg e.d. Tot slot is er sprake van individuele dienstverlening op grond van art 69 zoals het brandweeruniform. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. • het ten behoeve van de leden verzamelen, beheren, standaardiseren, verbeteren • en ter beschikking stellen van landelijke les - en leerstof; • het vormgeven, organiseren en verzorgen van (geaccrediteerde)(brandweer)opleidingen en trainingen aan personeel van de leden; • het aanbieden en afnemen van (afsluitende) examen(s) voor deelnemende leden; • het delen en bundelen van kennis en het (doen) aanbieden van producten en diensten die door de leden kunnen worden afgenomen.
Financiële gegevens Bij de oprichting van Brandweerschool Noord-Holland (juli 2019) is geen vermogen door de leden gestort. De exploitatie van Brandweerschool Noord-Holland is af hankelijk van de opleidingsbehoefte van de leden. Op basis van de opleidingsbehoefte wordt jaarlijks de bijdrage per lid vastgesteld.
Medio 2022 is het tweede boekjaar van de Brandweerschool afgerond (juli 2021 tot juni 2022). De gemaakte exploitatiekosten in dit boekjaar zijn gelijk aan de ont vangen bijdrage van de leden. Het boekjaar is daardoor met een nihil resultaat afgesloten.
Financieel overzicht verbonden partijen - (bedragen x € 1.000)
Deelneming
55
Nominaal bedrag
%
Bestuurlijk belang
Publiekdoel
Wijziging in 2022
Financieel belang
Balans met VrZW ultimo 2021
Balans met VrZW ultimo 2022
Coopera tieve Brandweerschool NoordHolland u.a.
€ 0, zie onder financieel belang.
33
VrZW is lid van de cooperatie en wordt in de algemene leden vergadering vertegen woordigd door een aangewezen Burgemeester vanuit het algemeen bestuur VrZW.
Het leveren van (brandweer) opleidingen en trainingen aan personeel van de leden.
Geen
Bijdrage in de jaarlijkse exploitatiekosten, geen storting in werkkapitaal.
€0 €0
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV).
€ 0, zie onder financieel belang.
nvt
VrZW participeert conform art. 67 lid 1a Wvr in het bestuur van het NIPV. De voorzitter van het algemeen bestuur vertegenwoordigd VrZW in het algemeen bestuur NIPV.
Het NIPV verricht op grond van art 68 War taken op het gebied brandweerzorg, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening van de Veiligheidsregio’s.
Geen
Bijdrage in de jaarlijkse exploitatiekosten, geen storting in werk kapitaal.
€0
€0
B. Jaarrekening
56
1. Jaarrekening 2022 1.1
Overzicht van baten en lasten
Programma (bedragen x € 1.000)
Begroting Primair
Begroting na wijziging
Rekening 2022
Crisisbeheersing Geneeskundige hulpverlening Brandweerzorg
€-
€-3.614
€-8.109
€-4.495
€-158
€-163
€-156
€7
€-317
€-429
€-521
€-92
Vakbekwaamheid
€-325
€-325
€-279
€46
Kazernes Beheer gemeenschappelijke meldkamer Risicobeheersing Organisatie (Overhead) Algemene dekkingsmiddelen Vennootschaps belasting Onvoorzien
€-1.073
€-1.196
€-1.137
€59
€-546
€-546
€-596
€-49
€-
€-3
€-18
€-16
€-518
€-651
€-688
€-37
€-30.496
€-30.645
€-30.645
€0
€-
€-
€-
€-
€-
€-
€-
€
€-33.434
€-37.571
€-42.148
Crisisbeheersing
€1.532
€5.074
€9.478
€4.403
Geneeskundige hulpverlening
€1.337
€1.158
€1.111
€-48
Brandweerzorg
€14.511
€14.494
€14.971
€477
Vakbekwaamheid
€3.344
€3.488
€3.421
€-66
Kazernes
€1.265
€1.369
€1.186
€-183
Beheer gemeenschappelijke meldkamer
€1.111
€1.124
€1.110
€-14
Risicobeheersing
€2.358
€2.491
€2.631
€141
€7.820
€8.505
€8.521
€16
€1
€10
€-2
€-12
-
-
-
-
-
-
-
-
Total lasten
€33.279
€37.712
€42.427
Saldo van baten en lasten
€-155
€141
€278
€137
Thema
N/V
Saldo
N/V
Baten Crisisbeheersing
Brandweerzorg
Organisatie (Overhead) Algemene dekkingsmiddelen Heffing Vennootschapsbelasting Bedrag onvoorzien Totaal baten
V
-
€-4.577
V
Lasten Crisisbeheersing
Brandweerzorg
Algemene dekkings middelen Heffing Vennootschapsbelasting
Organisatie (Overhead) Algemene dekkingsmiddelen Vennootschaps belasting
Bedrag onvoorzien
Onvoorzien
Organisatie (Overhead)
€4.714
Toevoeging reserves
Mutaties reserves
-
-
-
-
Onttrekkingen reserves
Mutaties reserves
-
€-300
€-300
-
€-155
€-159
€-22
Resultaat
57
N
V
€137
N
N
1.2 Analyse afwijkingen in het overzicht van baten en lasten en beoordeling begrotingsrechtmatigheid Op de volgende programma's en thema's is er sprake van een begrotingsoverschrijding op de lasten in 2022: A: Overzicht van baten en lasten Programma (bedragen x € 1.000 )
Thema
Lasten na wijziging
Werkelijke lasten
Overschrijding
Crisisbeheersing
Crisisbeheersing
€5.074
€9.477
€4.403
Brandweerzorg
Brandweerzorg
€14.494
€14.971
€477
Brandweerzorg
Risicobeheersing
€2.490
€2.631
€141
€22.058
€27.079
€5.021
Totaal
Toelichting analyse (rechtmatigheid) begrotingsoverschrijdingen op de lasten Programma Crisisbeheersing Thema Crisisbeheersing De meerkosten door de crisisnoodopvang asielzoekers worden volledig gecompenseerd door de rijksbijdrage via het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Hierdoor is per saldo sprake van een budgetneutraal karakter in 2022. Eind 2022 zijn alle kosten gedeclareerd bij het rijk via de kostendeclaratie die is ingediend bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Hier is derhalve sprake van een “begrotingsoverschrijding die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde baten”, waardoor deze begrotingsoverschrijding niet mee telt voor het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid 2022. Programma Brandweerzorg Thema Brandweerzorg 1. Extra afschrijving voertuigen Een tweetal tankautospuiten die tegen hun afschrijvingstermijn aan zaten bleken na defect te kostbaar om nog te repareren. Daarnaast wordt in het nieuwe dekkingsplan niet meer met de SIE2 gewerkt. De pilot hiervoor is afgerond. De voertuigen zijn buiten dienst gesteld. Alle genoemde voertuigen worden versneld afgeschreven. Totaal bedrag van deze extra afschrijving in 2022 is € 140.000. Bij brandweerzorg zijn ook extra baten zoals ontvangst declaratie hoogwaterinzet uit 2021, opbrensten verkopen voertuigen waardoor deze meerkosten gedeeltelijk gecompenseerd worden.
Deze begrotingsoverschrijding vloeit voort uit de toepassing
58
van de voorgeschreven verslaggevingsvoorschriften (het BBV) en past binnen het bestaande beleidskader van het algemeen bestuur, namelijk de financiele verordening waarin de specifieke regels omtrent de waardering en (extra) afschrijving van de materiele vaste activa en dergelijke zijn vastgelegd. Eveneeens was deze kostenoverschrijding pas in het najaar van 2022 bekend, waardoor geen voorstel tot begrotingsaanpassing meer kon worden ingediend bij het algemeen bestuur. op grond hiervan telt deze begrotingsoverschrijding niet mee voor het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid 2022. 2. Hogere kosten verbouwing, brandstof en onderhoud voertuigen Zoals in de media nadrukkelijk werd besproken, is er zowel nationaal als internationaal sprake van een ongekende inflatie. In de begroting 2022 was hiervoor vanzelfsprekend geen compensatie voor opgenomen. De gestegen prijzen hebben we binnen de exploitatie van 2022 op kunnen vangen. Voor brandweerzorg betreft het circa € 200.000 aan extra uitgaven (brandstof, onderhoud voertuigen en extra kosten voor het afronden van de verbouwing werkplaatsen). Voor een deel worden deze meerkosten gecompenseerd met “minder uitgaven” op gas en energie door een gunstig afgesloten contract.
(Deze worden verantwoord bij programma brandweerzorg met thema kazernes.) Deze begrotingsoverschrijding vloeit voort uit activiteiten die passen binnen het bestaande beleid van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland en hiervoor kon niet tijdig een voorstel tot begrotingsaanpassing meer worden ingediend bij het algemeen bestuur. Op grond
hiervan telt deze begrtoingsoverschrijding niet mee voor het oordeel van de accountant over de recht matigheid 2022. Programma Brandweerzorg Thema Risicobeheersing De overschrijding binnen risicobeheersing wordt ver-
oorzaakt door de salarislasten en inhuur derden. Deze overschrijding wordt op totaalniveau binnen de salaris begroting gecompenseerd met een onderschrijding waardoor per saldo sprake is van een budget neutraal karakter. Op grond hiervan telt deze begrotings overschrijding niet mee voor het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid 2022.
B: Investeringen Categorie MVA (bedragen x € 1.000 )
Autoladder (redvoertuig)
Investering na wijziging 2022
Realisatie totaal
Overschrijding
Toelichting Overschrijding
€900
€907
€-7
€7
€900
€907
€-7
€7
Toelichting: Bij de investeringen is er op MVA niveau een overschrijding van in totaal ruim € 7.000. Deze overschrijding leidt tot licht hogere afschrijvings- en financieringslasten in de begroting 2023 en verder. Een nadere toelichting op de overschrijdingen op investeringsnummer is opgenomen in onderdeel C.1. (voortgangsoverzicht investeringen). Op basis van de kadernota rechtmatigheid van de
59
commissie BBV en het controleprotocol VrZW 2022 (vastgesteld door AB op 7 okotber 2022) zijn bovenstaande overschrijdingen aan te merken als ‘onrechtmatig’ in het jaar van ontstaan, maar tellen niet mee in het rrechtmatigheidsoordeel 2022. De kapitaalslasten worden pas toegerekend in 2023 (T+1) en zouden dus pas in 2023 mogelijk onrechtmatig worden.
1.3
Overzicht incidentele baten en lasten
Overzicht van incidentele baten en lasten (bedragen x €1.000)
Jaarrekening
Voor/nadelig
INCIDENTELE LASTEN Crisisbeheersing Crisisbeheersing Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden
€
-92
V
Opvang vluchtelingen Oekraine
€
1.788
N
Opvang vluchtelingen CNO
€
6.316
N
Bijstelling GHOR
€
-155
V
Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden
€
-28
V
Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden
€
44
N
Kapitaallasten
€
-151
V
Extra afschrijving ivm bereiken technische levensduur 5-tal voertuigen
€140
N
Aframen opleidingsbudget
€-60
V
Bijramen kosten verbouwing, brandstof en onderhoud door hoge inflate
€200
N
Boete Zaagincident
€36
N
Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden
€-31
V
Lagere bijdrage Brandweerschool
€-52
V
Bijstelling gebouwen onderhoud
€104
N
Lagere kosten energie en gas
€-98
V
€37
N
Implementatie zaaksysteem omgevingswet
€80
N
Implementatie evenementenkalander RCB
€17
N
Salariskosten en inhuur derden
€104
N
€198
N
Geneeskundige hulpverlening
Brandweerzorg Brandweerzorg
Vakbekwaamheid
Brandweerkazernes
Beheer gemeenschappelijke meldkamer Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden Risicobeheersing
Organisatie (overhead) Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden
60
Overzicht van incidentele baten en lasten (bedragen x €1.000)
Jaarrekening
Voor/nadelig
Bijramen ICT budget
€158
N
Uitwerking duurzaamheidsplan
€40
N
€8.595
N
Opvang vluchtelingen Oekraine
€-1.788
V
Opvang vluchtelingen CNO
€-6.316
V
Detachering pesoneel
€
-82
V
Verkoop voertuigen
€
-32
V
Ontvangst declaratie kosten hoogwater 2021
€
-60
V
€
-104
V
€
-114
V
BDUR
€-106
V
Totaal incidentele baten
€
-8.602
V
Totaal
€
-7
V
Algemene dekkingsmiddelen Totaal incidentele lasten INCIDENTELE BATEN Crisisbeheersing Crisisbeheersing
Brandweerzorg Brandweerzorg
Brandweerkazernes Bijstelling gebouwen onderhoud Organisatie (overhead) Detachering personeel Algemene dekkingsmiddelen
61
1.4
Balans per 31 december 2022
Activa (bedragen x € 1.000)
31-12-2022
31-12-2021
- Investeringen met een economisch nut
€17.086
€17.548
Totaal vaste activa
€17.086
€17.548
- Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
€4.904
€-127
- Rekening-courant met niet-financiële instellingen
€-
€-
- Vorderingen op openbare lichamen
€754
€813
- Overige vorderingen
€500
€309
€6.158
€995
- Kassaldi
€-
€-
- Banksaldi
€240
€220
€240
€220
€-
€-
€437
€361
€437
€361
Totaal vlottende activa
€6.835
€1.575
Totaal activa
€
€
Vaste activa Materiële vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Liquide middelen
Overlopende activa - de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot- bedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
62
23.921
19.123
Passiva (bedragen x € 1.000)
31-12-2022
31-12-2021
- Algemene reserve
€691
€691
- Bestemmingsreserves
€1.091
€771
- Gerealiseerde resultaat
€22
€620
€1.804
€2.082
€284
€400
€284
€400
€10.242
€9.541
€10.242
€9.541
€12.330
€12.023
- Kasgeld lening van openbare lichamen
€6.000
€2.500
- Overige schulden
€3.182
€2.050
€9.182
€4.550
€2.366
€2.146
€43
€405
€2.409
€2.551
€
€
Vaste passiva Eigen vermogen
Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende passiva
63
23.921
19.123
1.5
Toelichtingen
1.5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland.
64
Vergelijking met voorgaande jaren De grondslagen voor waardering van activa, passiva en van de resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Er hebben geen stelsel- en/of schattingswijzigingen plaatsgevonden. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn
gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden, met uitzondering van jaarlijke terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume en verplichtingen uit (groot) onderhoud. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen en verplichtingen voor (groot) onderhoud van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.
Balans Vaste activa Materiële vaste activa Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijving. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De afschrijvingen worden jaarlijkse berekend volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland start met afschrijven op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereed komt dan wel verworven wordt. De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland hanteert een activeringsgrens/drempel van €10.000,-. Investeringen onder dit bedrag worden niet geactiveerd op de balans, maar komen ineens ten laste van de exploitatie van het betreffende boekjaar. Investeringen met economisch nut. Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen
65
van derden worden op desbetreffende investeringen in mindering gebracht. Op de vaste materiële activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven. De afschrijvingsmethode en -termijnen zijn vastgelegd in de Financiële verordening Veiligheidsregio ZaanstreekWaterland 2019, die op 30 november 2018 is vast gesteld. Separaat werd in de vergadering van 6 december 2019 een afwijkende afschrijvingstermijn van 17 jaren voor grote voertuigen vastgesteld, en in de vergadering van 2 juli 2021 een afwijkende afschrijvings termijn van 12 jaren voor grote bestelwagens. In bijlage 2 zijn de geldende afschrijvingstermijnen opgenomen. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt, wanneer van toepassing, een voorzieningen in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste passiva Eigen vermogen De post eigen vermogen wordt onderscheiden in: 1) Reserves, gespecificeerd naar: - algemene reserve; - bestemmingsreserve; 2) Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een
bepaalde bestemming (beklemming) heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het de algemene reserve genoemd. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorziene verlies. De voorziening wordt gevormd conform de eisen van artikel 44 lid 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
1.5.2 Toelichting op het overzicht van Baten en Lasten Voor een toelichting op de afwijkingen tussen de ‘begroting na wijzigingen’ en de ‘jaarstukken’ wordt verwezen naar de financiële toelichtingen zoals op genomen in de programmaverantwoording (zie onderdeel ‘Wat heeft het gekost’). Deze analyse maakt daarmee onderdeel uit van de jaarrekening.
1.5.3 Toelichting op de balans per 31 december 2022 Activa Vaste activa Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld:
66
Het hierna opgenomen overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met een economisch nut weer:
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2021
Investeringen met een economisch nut
€17.086
€17.548
Totaal
€17.086
€17.548
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2021
Gronden en terreinen
€784
€784
Bedrijfsgebouwen
€2.192
€2.136
Vervoermiddelen
€9.605
€9.190
Machines, apparaten en installaties
€3.830
€4.485
Overige materiële vaste activa
€675
€953
Totaal
€17.086
€17.548
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Gronden en terreinen
Bedrijfs gebouwen
Machines, apparaten en installaties
Vervoer middelen
Overige
Totaal
Aanschafwaarde 31/12/2021
€784
€2.733
€8.133
€17.835
€2.904
€32.389
Nog te activeren activa
€-
€-
€94
€6
€
-
€100
Cumulatieve afschrijving 31/12/2021
€-
€-597
€-3.742
€-8.651
€
-1.951
€-14.940
Boekwaarde 31/12/2021
€784
€2.136
€4.485
€
9.190
€
953
€17.548
Investeringen
€
-
€153
€501
€1.725
€
-
€2.379
Desinvesteringen
€
-
€
€-679
€-22
€
-51
€-752
Mutaties 2022: -
Bijdragen derden
€
-
Hercategorisering
€
-
Afschrijvingen
€
-
Correctie desinvestering afschrijving
€-97
€-1.155
€-1.301
€-279
€-2.833
€
€
€13
€51
€743
-
679
Afwaarderingen
€-
Aanschafwaarde 31/12/2022
€784
€2.886
€8.049
€19.544
€2.853
€34.116
Cumulatieve afschrijving 31/12/2022
€-
€-694
€-4.218
€
-9.939
€
-2.179
€-17.030
Boekwaarde 31/12/2022
€
2.192
€
€
9.605
€
675
784
€
€
3.831
17.086
De desinvestering op machines, apparaten en installaties betreft voornamelijk het buitengebruik stellen van
ict apparatuur. Deze zijn volledig afgeschreven.
Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar
De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Balanswaarde per 31-12-2022
Voorziening oninbaarheid
Balanswaarde per 31-12-2022
Balanswaarde per 31-12-2021
Vorderingen op openbare lichamen
€754
€754
€813
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar
€4.904
€4.904
€-127
€-
€-
€500
€309
€6.158
€995
Rekening-courant verhoudingen met nietfinanciële instellingen
67
€
-
Overige vorderingen
€500
Totaal
€6.158
€-
Het is beleid om vorderingen ouder dan 90 dagen te voorzien voor zover de invorderingsprocedure daar aanleiding toegeeft. Eind 2022 was geen aanleiding om een voorziening debiteuren op te nemen.
In onderstaande tabel is het verloop met betrekking tot het schatkistbankieren opgenomen:
(bedragen x € 1.000)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen
€246
€253
€252
€222
Drempelbedrag
€1.000
€1.000
€1.000
€1.000
Ruimte onder drempelbedrag
€754
€747
€748
€778
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2021
Overschrijding van het drempelbedrag
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Liquide middelen staan ter vrije beschikking van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2021
Kassaldi
-
-
Banksaldi
€240
€220
Totaal
€240
€220
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Omschrijving (bedragen x € 1.000)
68
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinancieringen op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
€
-
€-
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
€437
€361
Totaal
€437
€361
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Van het eigen vermogen kan het volgende overzicht worden gegeven:
Programma (bedragen x € 1.000 )
Saldo 31-12-2021
Algemene reserve
€691 €691
Bestemming resultaat 2021
Toevoeging 2022
Ontrekking 2022
Saldo 31-12-2022
€691 €
-
€-
€-
€691
€-
€156
Bestemmingsreserve meldkamer*
€156
Bestemmingsreserve WNRA
€400
€-
Bestemmingsreserve Huisvesting als gevolg van Hybride werken
€
-
€535
€-
€535
Bestemmingsreserve projecten 2021
€215
€85
€300
€-
Subtotaal bestemmingsreserves
€771
€620
€
-
€300
€1.091
Resultaat 2021
€620
€-620
€
-
€
€-0
€
22 22
Gerealiseerde resultaat
€400
Subtotaal resultaat
€620
€-620
€
Totaal eigen vermogen
€2.082
€
€22
Weerstandsvermogen
€691
-
-
€22 €
-
€22
€300
€1.805 €
691
* Type B2 telt niet mee voor het weerstandsvermogen.
Er vindt in 2022 geen mutatie op de Algemene reserve plaats. De paragraaf Weerstandvermogen (8.1) geeft aan dat het geldende niveau voldoende is voor de afdekking van opgenomen risico’s.
69
De bestemmingsreserve Meldkamer kent in 2022 een beginstand van € 156.000. In 2022 heeft er geen mutatie plaats gevonden. Het restant van € 156.000 heeft betrekking op de onzekerheid over de deel name van de KMAR aan de gezamenlijke meldkamer
en de realisatie van één werkgever(schap) voor de meldkamer Noord-Holland.
implementeren. Daarom is de hoogte van de bestemmingsreserve niet aangepast.
Bestemmingsreserve projecten 2021: Door de gevolgen van de coronapandemie zijn een aantal belangrijke doelstellingen uit 2021 doorgeschoven naar 2022 te weten het opstellen van een nieuw Dekkingsplan, het aanpassen van het oefencentrum, het opstellen van een arbeidsmarktstrategie en – communicatie en enkele extern georganiseerde oefeningen. Bij de resultaatbestemming 2021 is hiervoor een bestemmings reserve van € 300.000 gecreëerd. In 2022 zijn de kosten voor de realisatie van deze doelstellingen ten laste van deze bestemmingsreserve gebracht.
Van het overgebleven resultaat 2021 is een bestemmingsreserve ter hoogte van € 534.635 gevormd voor aanpassing van het kantoor als gevolg van hybride werken. Een toelichting staat bij 4.1.2 Programma organisatie / thema Bedrijfsvoering wat hebben we gedaan onder ‘Samen Werken’. Er zijn in 2022 geen uitgaven gedaan t.l.v. deze bestemmingsreserve. Dat is conform de afspraak met het bestuur om daarvoor eerst een bestedingsvoorstel aan te leveren. Dat voorstel zal binnenkort worden voorgelegd.
Om te kunnen anticiperen op de invoering van de WNRA en toepassing van de Wet Gelijke Behandeling is bij de resultaatbestemming 2019 ingestemd met de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve WNRA, ter dekking van verwachte implementatiekosten en de eerste exploitatiekosten. De invoering van de WNRA is inmiddels landelijk gekoppeld aan de discussie over de positie van vrijwilligers waardoor er nog steeds onduidelijkheid is over tijdstip en gevolgen van
Weerstandsvermogen Conform de nota Weerstandsvermogen en Risico beheersing VrZW tellen naast de algemene reserve de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit.
Omschrijving (bedragen x € 1.000 )
Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2022 wordt in de hierna opgenomen overzicht weergegeven:
Saldo 31-12-2021
Toevoeging
Onttrekking
Vrijval
Saldo 31-12-2022
€39
€-
€29
€3
€7
Voor verplichtingen, verliezen en risico's (BBV at 44.1a en 1b) Voorziening wachtgeld verplichtingen Voorziening verlofsparen
€59
Voorziening belasting-claim
€361
Totaal voorzieningen
€400
€59
In de kolom “Vrijval” zijn de bedragen opgenomen welke ten gunste van het overzicht van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voor zieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht.
70
€59
€29
€143
€218
€146
€284
De voorziening wachtgeldverplichtingen is voldoende op niveau om de ingeschatte wachtgeld-verplichtingen na 31-12-2022 op te kunnen vangen. Deze voorziening is in voorgaande jaren gevormd in verband met verwachte aanspraken die oud-medewerkers doen op een uitkering uit de werkeloosheidswet (WW). VrZW is hiervoor eigen risicodrager.
De voorziening belastingclaim GHOR-taken is tot en met 2019 gevormd voor het risico van een naheffing van de BTW over de afgelopen vijf jaar. Jaarlijks valt het deel dat buiten de herzieningsperiode (5 jaren) valt vrij ten gunste van de exploitatie.Uiterlijk in 2024 vindt de laatste vrijval plaats en komt de voorziening vanaf dan te vervallen.
saldo dat in de tijd, naar verwachting, niet van gelijke omvang zal zijn wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof. In de opbouwjaren zal naar verwachting vooral sprake zijn van toevoegingen en groei van de omvang van het spaarsaldo. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar, is als volgt:
Voor het spaarverlof zoals dit vanaf 2022 van toepassing is, moet voor de verplichting een voorziening worden opgenomen omdat hier sprake is van een spaar-
Omschrijving (bedragen x € 1.000 )
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2021
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen
€8.028
€7.272
- openbare lichamen
€2.214
€2.269
Totaal
€10.242
€9.541
Onderhandse lening
In het hierna opgenomen overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan één jaar over het jaar 2022:
Saldo 31-12-2021
Vermeerderingen
Aflossing 2022
Saldo 31-12-2022
Onderhandse leningen
€9.541
€2.000
€1.299
€10.242
Totaal voorzieningen
€
€
€
€
(bedragen x € 1.000 )
9.541
De totale rentelast voor het jaar 2022 met betrekking tot de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar bedraagt € 157.000. De verwachte aflossingen voor 2023 van bovenstaande leningen bedragen in totaal € 1.462.000.
71
2.000
1.299
10.242
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:
Omschrijving (bedragen x € 1.000 )
Boekwaarde 31-12-2022
Boekwaarde 31-12-2021
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
€9.182
€4.550