E Jaarstukken VrZW 2021
Tekst van het document
Digitale ontwrichting en de oefening ISIDOOR VrZW heeft in juni deelgenomen aan de derde landelijke cyberoefening ISIDOOR. De oefening is gericht op het testen van structuur en processen uit het Nationaal Crisisplan Digitaal. In NW4 verband wordt invulling gegeven aan het advies van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) om 5 cyberscenario’s voor veiligheidsregio’s en de rol van de veiligheidsregio uit te werken. In 2021 heeft deze werkgroep een scenariokaart digitale ontwrichting uitgewerkt, een handelingsperspectief voor veiligheidsregio’s en een checklist voor cybercrisis. Bevolkingszorg Naast het ondersteunen van de gemeenten bij de bestrijding van de COVID-19crisis lagen de prioriteiten voor bevolkingszorg op: • Continuïteit In 2021 heeft bevolkingszorg te maken gehad met een aanzienlijk verloop binnen cruciale (piket)functies. Het is gelukt om door middel van actief werven binnen de gemeenten deze functies weer met geschikte en enthousiaste mensen in te vullen. Het werven, opleiden en trainen van nieuwe medewerkers heeft hiermee dit jaar relatief veel tijd gevraagd. • Vakbekwaamheid In 2021 moest een inhaalslag gerealiseerd worden op het gebied van trainen en oefenen.In het (M)OTO programma van het voorjaar is door Bevolkingszorg ingezet op het verdiepen van de kennis van slachtofferinformatiesystematiek (SIS).
Met het landelijk SIS bureau en het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC) zijn oefeningen georganiseerd voor de inzet van verwantencontact bij incidenten met veel slachtoffers.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
35
3.4.3 Wat heeft het gekost? Rampenbestrijding en Crisisbeheersing Slagvaardig organiseren Product rampenbestrijding en crisisbeheersing Lasten Baten Totaal saldo van baten en lasten
Begroting primair
Begroting na wijziging
Rekening 2021
Saldo
€
1.125 €
953 €
888 €
-65
€
- €
- €
-33 €
-33
€
1.125 €
953 €
855 €
-98
Toelichting op verschillen product 'Rampenbestrijding en Crisisbeheersing' Lasten
V/N
Salarislasten en inhuur derden
-15
V
Kosten door Covid (saldo neutraal)
36
N
Lagere kosten opleiden/oefenen, training en examens
-63
V
Lagere kosten overige
-23
V
Totaal lasten
-65
V
Baten
V/N
Hogere opbrengsten detachering
€
-33
V
Totaal baten
€
-33
V
Saldo
€
-98
V
Toelichting lasten
Salarislasten en inhuur derden De toelichting salariskosten en inhuur derden staat bij de algemene toelichting 1.3 Wat heeft het gekost. Kosten door Covid (saldo neutraal) In het kader van de COVID-19 crisis is er sprake van meerkosten wegens extra externe inhuur. Deze wordt op totaalniveau volledig worden gecompenseerd met 'minder uitgaven' waardoor per saldo sprake is van een budget neutraal karakter . Zie voor een nadere toelichting van deze (gesaldeerde) meerkosten, minderkosten en minder-opbrengsten paragraaf 1.2. Lagere kosten opleiden/oefenen, training en examens Diverse opleidingen, oefeningen, trainingen en bijbehorende examens zijn door de aanhoudende COVID-19 crisis en de aangescherpte maatregelen in de laatste maanden van dit jaar niet doorgegaan en leidt tot een incidenteel voordeel. Deze ‘minder uitgaven’ compenseren de meerkosten door Covid.
Toelichting baten
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
Hogere opbrengsten detachering De hogere opbrengst detachering wordt veroorzaakt doordat de gedeeltelijke detachering van een medewerker niet werd begroot.
36
4. Programma overhead Doel
De afdeling Bedrijfsvoering en het team Veiligheidsbeleid en Strategie staan voor een effectieve en efficiënte ondersteuning van Bestuur, managementteam en andere organisatiedelen bij de uitvoering van haar taken. Medewerkers met diverse specialismen leveren zo samen een belangrijke bijdrage aan de slagvaardige organisatie die VrZW wil zijn.
4.1 Wat wilden we bereiken? Prioriteiten in 2021
• • • •
Facilitair: o.a. overdragen verantwoordelijkheid dagelijks en correctief onderhoud van de gemeenten naar VrZW (normale huurdersrelatie). Bevorderen diversiteit personeelsbestand. ontwikkelen van en uitvoering geven aan een arbeidsmarktstrategie en arbeidsmarktcommunicatie. Informatievoorziening: kansen en bedreigingen. Cybercrime, informatieveiligheid (BIO normen), informatiegestuurd werken.
4.2 Wat hebben we gedaan? Voortgang
Financiën. VrZW heeft via een aanbestedingsprocedure voor de komende 4 jaren een nieuwe extern accountant gevonden, die inmiddels ook door het Algemeen Bestuur is benoemd. Facilitair Er is uitvoering gegeven aan het facilitair verbeterplan waardoor er slagvaardiger kan worden opgetreden bij facilitaire vragen/meldingen, Wat betreft het overdragen van de verantwoordelijkheid voor dagelijks en correctief onderhoud van de huisvesting hebben de 8 gemeenten en VrZW in 2021 een verdergaande verdeling uitgewerkt en is een nulmeting gedaan m.b.t. de staat van onderhoud van het huurdersdeel van de 23 panden. Begin 2022 wordt een voorstel gedaan voor de overdracht van bevoegdheden en budgetten van de gemeenten naar VrZW. Diversiteit Zie voor dit onderwerp de toelichting in hoofdstuk 1 Personeel Voor een sterkere arbeidsmarktstrategie heeft een extern bureau in december 2021 een eerste stap gezet in de ontwikkeling van een Employer Value Proposition (EVP). Hierin combineer je de interne identiteit, externe beloftes en de behoeften en wensen van de doelgroep. Dit levert VrZW input op voor haar arbeidsmarktcommunicatie. VrZW wil na COVID-19 het deels thuiswerken behouden voor functies waar dat
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
37
mogelijk is. In 2021 hebben wij de uitgangspunten en randvoorwaarden, om dit mogelijk te maken, vastgesteld. Een belangrijke randvoorwaarde is, naast nieuw meubilair dat flexibel werken mogelijk maakt, een modernere kantooromgeving die het ontmoeten en samen werken ondersteunt. In 2022 wordt een plan gemaakt hoe toe te werken naar een nieuw kantoorconcept. Informatievoorziening Mede als gevolg van enkele cyberaanvallen bij overheden is een door en voor de overheid vastgesteld verplicht normenkader voor informatiebeveiliging vastgesteld (BIO, Baseline Informatieveiligheid Overheden). Hier moet per 1-12023 aan zijn voldaan. In de eerste helft 2021 heeft VrZW een werkplan opgesteld om de eerste stappen te zetten. Dat wordt op dit moment uitgevoerd. In 2021 konden de kosten daarvan incidenteel worden opgevangen binnen de VrZW begroting op andere posten. Om goed zicht te krijgen op wat er nodig is aan middelen, heeft VrZW in juli opdracht gegeven voor een extern onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de huidige IV/ICT organisatie. Uitkomst daarvan wordt betrokken bij de verdere besluitvorming. Daarnaast zijn er eind 2021 stappen gezet om de continuïteit van de informatievoorziening beter te borgen door 24/7 monitoring/bewaking van de omgeving te beleggen bij een externe, daarin gespecialiseerde, partij.
Informatiegestuurd werken In overzichtelijke dashboards presenteren we specifieke informatie met betrekking tot onze activiteiten, voor sturing, verantwoording en evaluatie. Als voorbeeld zijn dit jaar, naast dashboards voor personele inzet, de volgende zaken ontwikkeld/verbeterd: sfeerbeeld Oud & Nieuw en een inzet/opkomstrapportage ten behoeve van het opstellen van een nieuw dekkingsplan. Communicatie Zowel voor de crisiscommunicatie als corporate communicatie zijn we gaan werken met een tool die een online omgevingsscan uitvoert, waardoor we beter kunnen inspelen op wat er in de samenleving speelt en daar onze communicatie op afstemmen. Ook hebben we onze nieuwe corporate bedrijfsfilm eind 2021 kunnen realiseren. De presentatie daarvan was als gevolg van COVID-19 een jaar vertraagd. De online lancering vindt begin 2022 plaats. Prestatieindicatoren KPI Ziekteverzuimpercentage
Norm < 5,1%
2021 3,20%
2020 2,52%
Ziekteverzuim-frequentie
< 0,73
0,58
0,53
Accountantsverklaring
Goedgekeurd
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
√
Toelichting Norm: lager dan landelijk gemiddelde gemeenten (2021: 5,4%) Aantal malen dat een medewerker per jaar ziek is. Norm: lager dan landelijk gemiddelde gemeenten in 2020 (0,73) Norm: goedkeurende verklaring 38
Toelichting
Er is in 2021 sprake geweest van een lichte stijging van het verzuimpercentage, veroorzaakt door de toename van het langdurig ziekteverzuim.
4.3 Wat heeft het gekost? Overhead Lasten Baten Totaal saldo van baten en lasten
Begroting Begroting na Rekening primair wijziging 2021 € 8.011 € 8.136 € 8.080 € € -368 € -618 € -659 € € 7.643 € 7.518 € 7.421 €
Saldo -56 -41 -97
Toelichting op verschillen product 'Bedrijfsvoering / Veiligheidsbeleid & Strategie' Lasten Salarislasten en inhuur derden Arbeidsmarktstrategie en -communicatie Opleidingen Overig Totaal lasten
33 -35 -47 -7 -56
V/N N V V V V
Baten Opbrengsten detachering Overig Totaal baten
-25 -16 -41
V/N V V V
Saldo
-97
V
Toelichting lasten
Salarislasten en inhuur derden
Voor een toelichting wordt verwezen naar de afwijking die in hoofdstuk 1.3 opgenomen is. Arbeidsmarktstrategie en -communicatie Door de pandemie is het opstellen van de arbeidsmarktstrategie en communicatie uitgesteld. Het budget, dat hiervoor beschikbaar was in 2021 is opgenomen in de bestemmingsreserve waartoe is besloten bij Burap II, zodat dit budget beschikbaar blijft voor 2022. Opleidingen Door de COVID-19 crisis zijn opleidingen, die niet online plaats konden vinden uitgesteld of geannuleerd.
Toelichting baten
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
Opbrengst detachering Voor een landelijk project heeft VrZW de projectleider geleverd en de detacheringsperiode loopt langer door dan waar in de begroting 2021 rekening mee is gehouden.
39
5. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Lasten Baten Totaal saldo van baten en lasten
Begroting Begroting na Rekening primair wijziging 2021 € -10 € -2 € -6 € € -29.823 € -29.799 € -29.806 € € -29.832 € -29.799 € -29.811 €
Toelichting op verschillen programma "Algemene dekkingsmiddelen" Lasten Overig Totaal lasten
Saldo -4 -8 -12
-4 -4
V/N V V
Baten Hogere uitkering BDUR Totaal baten
€ €
-8 -8
V/N V V
Saldo
€
-12
V
Toelichting lasten
N.V.T.
Toelichting baten
Hogere uitkering rijksbijdrage (BDUR) Door bijstelling van de indexatie is er eind december 2021 een hogere rijksbijdrage (BDUR) ontvangen.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
40
6. Mutaties reserves Mutatie reserves
Begroting primair
Toevoegingen reserves Onttrekkingen reserves Totaal saldo van baten en lasten
€ € €
Begroting na wijziging -
€ € €
Rekening 2021 - € 215 € -398 € -397 € -398 € -182 €
Saldo 215 1 216
Toelichting op verschillen "Mutatie reserves" Toevoegingen reserves Bestemmingsreserve projecten 2021
215
V/N N
Totaal
215
N
Onttrekkingen reserves Overig
1
V/N N
Totaal
1
N
Toelichting
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
Bestemmingsreserve projecten 2021 Door de COVID-19 crisis konden niet alle doelstellingen voor 2021 gerealiseerd worden. Het algemeen bestuur heeft bij de 2e bestuursrapportage besloten voor deze uitgestelde werkzaamheden een bestemmingsreserve Projecten 2021 te vormen. De storting in deze reserve bedraagt €215.000.
41
7. Heffing vennootschapsbelasting Toelichting
Op basis van de resultaten en aanvullende analyse heeft Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland over de belastingjaren tot en met 2019 geen aangifte Vennootschapsbelasting ingediend. Over deze jaren is hierdoor dus geen vennootschapsbelasting betaald. In samenwerking met een (externe) belastingadviseur is wel dossiervorming voor een (mogelijke) controle opgesteld Voor de jaren 2020 en 2021 is de verwachting dat ook geen aangifte Vennootschapsbelasting hoeft te worden gedaan. In deze jaarrekening is derhalve geen rekening gehouden met aanvullende lasten. In samenwerking met de belastingadviseur wordt ook voor deze jaren een fiscaal dossier opgesteld.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
42
8. Paragrafen 8.1 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Het Algemeen Bestuur van VrZW acht het wenselijk om risico’s die mogelijk van invloed zijn op de organisatie beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico’s is de organisatie in staat om op verantwoorde wijze beheersmaatregelen te nemen. Hierdoor staan de resterende risico’s van nu en die gerelateerd zijn aan toekomstige investeringen in verhouding tot de vermogenspositie van de organisatie. Ook vermelden wij belangrijke ontwikkelingen in de nabije toekomst die redelijkerwijs geen risico vormen, maar wel impact hebben op de organisatie. Het beleid van VrZW is vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW (vastgesteld op 18 december 2013). Hierin is opgenomen dat VrZW minimaal jaarlijks haar risico’s actualiseert. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie, Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend. Op 20 oktober 2017 heeft het Algemeen Bestuur besloten om voor het vaststellen van het weerstandsvermogen een waardering C (voldoende) toe te passen. Deze uitgangspunten worden ook voor de jaarrekening 2021 gehanteerd. Risicoprofiel Om de risico’s van VrZW te actualiseren is een risicoprofiel opgesteld.
Dit risicoprofiel is opgesteld in een bijeenkomst met het managementteam waarbij gebruik is gemaakt van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem; een systeem waarmee risico’s systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld). Het opstellen van een risicoprofiel in tijden van de COVID-19 pandemie is vanzelfsprekend een bijzonder lastige opgave. De risico’s met betrekking tot COVID-19 daar waar het direct gaat om de eigen bedrijfsvoering (continuïteit, vakbekwaamheid, huisvesting etc.) zijn beschreven in hoofdstuk 1. In bijeenkomsten met de organisatie en het management zijn de overige reguliere risico’s besproken en in december 2021 geactualiseerd. Zo zijn er risico’s vervallen omdat de juiste maatregelen zijn getroffen of zijn er nieuwe risico’s bijgekomen op basis van externe ontwikkelingen. Hierbij is uitgegaan van een reguliere bedrijfsvoering. Op basis van de geactualiseerde risico’s is met behulp van NARIS een top-10 vastgesteld zoals onderstaand opgenomen. Dit zijn de risico’s die gezamenlijk ca. 99% van de totale benodigde weerstandcapaciteit voor hun rekening nemen. Overige risico’s hebben een dermate kleine impact dat ze in deze paragraaf niet zijn opgenomen. Alle risico’s zijn opgenomen in het NARIS systeem zodat deze periodiek kunnen worden geactualiseerd op het risico zelf, de inschattingen en/of te nemen maatregelen.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
43
Risico Kosten van investeringen/inkoop blijken na aanbesteding hoger dan voorzien (ten opzichte van meerjaren investeringsbedragen)
Maatregelen Meerjarige investeringsramingen actualiseren obv prijsontwikkelingen
Kans 70%
Maximaal financieel gevolg € 250.000
Meer langdurige (grootschalige) inzet dan waarmee bij het opstellen van de begroting rekening is gehouden (inhoud, complexiteit, weersomstandigheden etc)
Actief - Tegen dit risico en de gevolgen daarvan zijn geen maatregelen te treffen door VrZW. Wanneer sprake is van een (stijgende) trend is het mogelijk de begroting hierop aan te passen. De begroting zodanig aanpassen dat hierdoor geen uitschieters naar boven ontstaan is niet wenselijk omdat dit een sterk kosten opdrijvend effect zou hebben voor de deelnemende gemeenten. Meer rekening houden met beschikbaarheid in opstellen dekkingsplan om acute problemen te voorkomen (inc. marge), Actief Verbeteren van de opbrengsten van werving van vrijwilligers, Actief Verbeteren beleving bij vrijwilligers op basis van uitkomsten belevingsonderzoeken, Actief Diversificatie vrijwilligers Actief - cyberverzekering 150k eigen risico, restbedrag betreft ongedekte vervolgschade, Actief - Back-up afspraken, bijvoorbeeld met andere regio's, Actief - Kritische systemen zijn minimaal dubbel uitgevoerd.
25%
€ 250.000
12%
25%
€ 250.000
12%
10%
€ 500.000
10%
Toekennen van schadevergoedingen als gevolg van inadequaat operationeel optreden
Actief - In informatiebeleidsplan aandacht besteden aan maatregelen voor optimaal benutten beschikbare informatie., Actief Op basis van regelmatige evaluatie indien nodig bijstellen van procedures, Actief Medewerkers toerusten met de juiste digitale hulpmiddelen.
5%
€ 1.000.000
10%
Onvoorziene claim beroepsziekten/arbeidson gevallen
Actief - Continue aandacht voor schoon en veilig werken, Actief - De beheersing van arbeidsgerelateerde risico's wordt op peil gehouden door regelmatige RI&E en indien noodzakelijk aanpassing van procedures/aanvullende investeringen,
5%
€ 1.000.000
10%
Onvoorziene acute uitgaven om paraatheid op peil te houden en (indirecte) gevolg voor de organisatie
Uitval kritische systemen (uitrukalarmering, mobiele systemen auto's, eigen administratiesystemen)
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
Invloed van risico 32 %
44
Actief - Voor financiële gevolgen van aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen is een verzekering afgesloten. Excedentrisico materieel
10%
€ 500.000
7%
Niet verzekerde financiële gevolgen van schades
10%
€ 250.000
5%
verkeerd advies richting gemeente (HH-VG) dat is overgenomen door de gemeente
Actief - Zorgvuldig proces doorlopen bij het opstellen van adviezen om tot een goed onderbouwd advies/handhavingsbesluit te komen.
5%
€ 100.000
1%
Boete als gevolg van niet naleven AVG
Actief - Verschillende typen maatregelen (technisch, organisatorisch, personeel) opnemen in informatiebeleidsplan en regelmatig toetsen op werking, Actief Continue aandacht voor bewustzijn bij medewerkers.
5%
€ 50.000
1%
Op basis van de vastgelegde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. De simulatie maakt 100.000 verschillende scenario’s op basis van de verschillende risico inschattingen. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
45
Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage Bedrag 75% € 352.021 80% € 400.074 90% € 569.791 95% € 774.474 In de grafiek en de tabel worden de simulatieresultaten weergegeven met verschillende zekerheidspercentages. In Nederland wordt geadviseerd om 90% van alle voorkomende scenario’s uit de simulatie te kunnen afdekken met financiële middelen (benodigde weerstandcapaciteit). Dat betekent dat de benodigde capaciteit ca. 570k bedraagt. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van VrZW bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken: Beschikbare weerstandscapaciteit per ultimo 2021 (bedragen x € 1.000) Onderdeel Startcapaciteit Toevoeging Onttrekking Algemene reserve Bestemmingsreserves* Totaal
691 € 691
€0
€0
Huidige capaciteit 691 € 691
* Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW tellen alleen de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in volgend figuur weergegeven.
Risico’s:
Weerstandscapaciteit:
Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product ↘ Weerstandsvermogen
Algemene reserve Bestemmingsreserves
↙
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. . Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit 2021 € 691.000 = € 570.000 = 1,21 Benodigde weerstandscapaciteit 2021 Jaarstukken 2021 Versie 2.0
46
Onderstaande normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze biedt een waardering van de berekende ratio. Tabel X: Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio > 2.0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Het Algemeen bestuur heeft op 20 oktober 2017 besloten dat een ratio van ‘voldoende’ kan worden aangehouden (categorie C) ter afdekking van bekende risico’s. Het berekende ratio valt precies in het midden van de bandbreedte van categorie C. Aanpassing van de beschikbare weerstandscapaciteit is daarmee niet nodig. Conclusies Ten opzichte van de vorige update van het risicoprofiel is de benodigde weerstandcapaciteit met 2% afgenomen. Ondanks dat de fluctuatie beperkt is zijn er wel degelijk veranderingen in het risico profiel te zien ten aanzien van de marktomstandigheden (stijgende prijzen), cybercriminaliteit en het vervallen van het risico van de werkgeversorganisatie omdat hierover inmiddels landelijk commitment is over de kosten. Belangrijk om te weten is dat het risicomanagement zoals dat hier financieel is weergegeven in 2021/2022 is uitgebreid met meer strategisch risicomanagement. Deze onderwerpen, zoals arbeidsmarktontwikkelingen, strategische positionering in- en verbinding met de maatschappij en de invoering WNRA, zijn opgenomen in de inleiding en beleidsteksten van de verschillende programma’s in deze begroting. Deze risico’s hebben een strategisch karakter en zijn daarmee niet direct financieel te vertalen naar een weerstandsvermogen.
De risicogevolgen hebben betrekking op de mate waarin de beleidsdoelen van de organisatie worden gerealiseerd of op aantasting van de reputatie en het imago van de VrZW. De aandacht gaat uit naar de juiste beheersing van deze strategische thema’s zodat deze op termijn niet leiden tot grote financiële onzekerheden. De dialoog over de strategische risico’s zal continu gevoerd en verbeterd worden. De weergaven daarvan is onder meer terug te vinden in de diverse planning & control documenten. Ontwikkelingen in de (nabije) toekomst Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)/Wet Gelijke Behandeling De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is voor de meeste overheden per 1 januari 2020 in werking getreden. De veiligheidsregio’s hebben uitstel van de invoering van de wet gekregen van de minister van Justitie en Veiligheid. Een speciaal aandachtspunt is de positie van de brandweervrijwilliger. Bij naleving van Europese regelgeving kan er een aanzienlijke kostenverhoging ontstaan. Op basis van de huidige inzichten vindt er bij alle Veiligheidsregio’s mogelijk een structurele kostenverhoging voor inschakeling van vrijwilligers plaats van 30 tot 50%. Aanvullend brengt invoering van de wet ook (eenmalige) aanloopkosten met zich mee.
Om te kunnen anticiperen op de invoering van de wet is bij de resultaatbestemming 2019 ingestemd met de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve, ter dekking van verwachte implementatiekosten en de eerste exploitatiekosten. Door de voortdurende onduidelijkheid zijn de mogelijk hogere
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
47
kosten voor de inschakeling van vrijwilligers nog niet in deze begroting opgenomen en is de hoogte van de bestemmingsreserve niet aangepast. In hoofdstuk 1.2 wordt nader op deze ontwikkeling ingegaan.
Kengetallen financiële positie De volgende kengetallen zijn van toepassing:
Ratio's
Ultimo 2018
Ultimo 2019
Ultimo 2020
Ultimo 2021
Netto Schuldquote
37,84%
38,43%
43,29%
47,02%
Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle leningen)
37,84%
38,43%
43,29%
47,02%
Solvabiliteitsratio
12,62%
11,89%
14,85%
10,91%
Structurele exploitatieruimte
3,09%
1,83%
3,92%
1,86%
Een definitie van bovenstaande kengetallen is opgenomen in bijlage 5. Duiding kengetallen: • Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 100% of lager gekwantificeerd als voldoende. • Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 30% tot 40% gekwantificeerd als voldoende. Bij VrZW is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: • een relatief laag eigen vermogen • een leningenportefeuille voor de financiering van grote investeringen en de brandweerpost Wormerveer. • Structurele exploitatieruimte: deze is gebaseerd op structurele baten en lasten. De opgenomen incidentele baten en lasten zijn beperkt, waardoor de ratio laag is.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
48
8.2 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen VrZW heeft geen voorziening gevormd voor het eventuele (achterstallige) onderhoud aan kapitaalgoederen om de volgende redenen: Gebouwen De 23 panden waarin onze Veiligheidsregio gehuisvest is, zijn in 2021 op één pand na in eigendom van de gemeenten. Voor het meerjarig groot onderhoud blijven de gemeenten zelf verantwoordelijk. Hiervoor zijn door VrZW geen voorzieningen gevormd. De werkwijze ten aanzien van huisvesting is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Voor het pand dat nog in eigendom van VrZW is, geldt dat de onderhoudskosten via een gesloten systeem verrekend worden met de gemeenten. Voertuigen en brandweerspecifiek materieel Gezien de hoge mate van aandacht voor de voertuigen en materieel omdat de brandweer en GHOR moeten voldoen aan de hoogste standaarden qua snelheid en kwaliteit van optreden, is het niet noodzakelijk om een voorziening voor onderhoud op te nemen. Genoemde hoge eisen zorgen ervoor dat het noodzakelijk onderhoud adequaat en tijdig plaatsvindt.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
49
8.3 Paragraaf Financiering Financiering VrZW heeft de investeringsuitgaven van 2021 voor een deel uit de lopende rekening kunnen financieren. Aanvullend heeft VrZW in 2021 een kortlopende geldlening (van € 2,5 miljoen) aangetrokken om tijdelijk het financieringstekort op te kunnen vangen. Ultimo 2020 kent VrZW de volgende langlopende geldleningen: Mutaties vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Rente-
Saldo
Vermeer-
Aflossing
Saldo
percentage
1-1-2021
deringen
2021
31-12-2021
-NWB 1-28428 (1-10-2014), looptijd 10 jaar
1,436%
€
3.600.000
€
900.000 €
2.700.000
- BNG 40.113444 (13-12-2019)
0,380%
€
4.914.593
€
342.442 €
4.572.151
-Gemeente Zaanstad (15-7-2014)
4,000%
€
2.323.526
€
54.785 €
2.268.741
€
10.838.119 €
- €
1.297.227 €
9.540.892
Totaal
Kasgeldlimiet VrZW heeft voor de financiering van het werkkapitaal een rekening-courantfaciliteit geopend bij de BNG. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt de wettelijke kasgeldlimiet voor 2020 van 8,2% van de totale begroting (Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden art 2, lid 1d). Dit komt neer op een bedrag van € 2.660.244 per 1 januari 2021. De gemiddelde netto-vlottende schuld van VrZW per kwartaaleinde heeft geen enkele maal boven de wettelijke limiet gestaan. Renterisiconorm De huidige activa heeft VrZW in 2014 gefinancierd met een tweetal langlopende leningen. Voor de financiering van de panden zijn in 2014 leningen afgesloten bij de gemeenten die voorheen eigenaar van de panden waren. De waarde van de leningen bij de gemeenten bedraagt € 2.268.741 per ultimo 2021. In het contract met de desbetreffende gemeente is vastgelegd dat de rente en aflossing gelijk is aan respectievelijk de rekenrente van VrZW en afschrijftermijn van de panden. Hierdoor zal er geen financieringsresultaat op de panden ontstaan. De renterisiconorm voor VrZW bedroeg voor 2021 € 6.488.400. In 2021 waren er geen leningen waarvan de rente kon worden herzien. Hiermee heeft VrZW voldaan aan de renterisiconorm. Schatkistbankieren VrZW heeft het gehele jaar voldaan aan de in de Wet schatkistbankieren opgenomen eisen. De volgende kwartaalgemiddelden zijn over 2021 van toepassing:
(bedragen x € 1.000) Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
Kwartaal 1 € € €
Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 244 € 225 € 225 € 227 250 € 250 € 1.000 € 1.000 6 € 25 € 775 € 773
50
Renteschema 2021 Het renteschema ziet er als volgt uit:
JR-2021
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
€ € €
159.593 -3.833 155.760
c.1 Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c.2 Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c.3 De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Subtotaal
€ €
-91.413 -91.413
€
64.347
€ € €
-
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente
€
64.347
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
€ €
69.891 -5.544 V
a. b.
Saldo door te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Subtotaal
e. f.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
51
8.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Een toelichting op de realisatie van het beleid ten aanzien van bedrijfsvoering is opgenomen onder het programma overhead. Huisvesting Voor de regionalisering van de brandweer waren alle panden die in gebruik waren bij de verschillende brandweerkorpsen en VrZW, in eigendom van- of gehuurd door de gemeenten. In het kader van de regionalisering zijn in 2013 afspraken gemaakt over de manier waarop met dit eigendom van het vastgoed omgegaan diende te worden. De besluiten ten aanzien van huisvesting zijn in 2016 geactualiseerd. Huisvesting eigendom Als hoofdlijn is er 13 september 2013 voor gekozen om de panden in eigendom/beheer van de gemeente te laten en deze op basis van een bruikleen overeenkomst om niet ter beschikking te stellen aan VrZW. Omdat VrZW ook voor de regionalisering huur betaalde voor het gebruik van gemeenschappelijke ruimten in het pand aan het Prins Bernardplein in Zaandam, is dit bij de regionalisering gecontinueerd. Vanwege de BTW herziening en de mogelijke negatieve financiële consequenties die dit zou kunnen hebben is op 5 juli 2013 besloten dat VrZW de panden die nog vielen onder de BTW herziening voor de duur van die termijn in eigendom zou kunnen nemen onder de voorwaarde dat de kosten daarvoor in een gesloten systeem met de desbetreffende gemeente 1 op 1 zouden worden afgerekend.
In deze lijn zijn de voorgaande jaren enkele panden weer in eigendom terug gegeven aan de betreffende gemeenten. Per 1-1-2020 heeft VrZW nog één pand in juridisch eigendom; het pand Industrieweg te Wromerveer (gem. Zaanstad). De eigendomslasten voor onderhoud die in 2021 voor dit pand door VrZW zijn betaald, zijn via een gesloten systeem met de gemeente Zaanstad verrekend. Huisvesting - gebruikslasten De gebruikerslasten van de panden (gas, water, licht, gemeentelijke belastingen en schoonmaak) zijn bij de regionalisering overgedragen aan VrZW en werden tot 2017 in een gesloten systeem afgerekend met de desbetreffende gemeente. Het bestuur heeft besloten de gebruikerslasten vanaf 2017 niet meer jaarlijks via een gesloten systeem te verrekenen maar VrZW daarvoor een vast budget te geven, waardoor zowel de voor- als nadelen voor rekening zijn van VrZW.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
52
8.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BVV, Besluit Begroting Verantwoording gemeenten). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen. Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen.
Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten of statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang. Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland kent de volgende verbonden partijen: Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) (Vestigingsplaats Arnhem) Het IFV is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het IFV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het IFV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. Aanleiding Na de grote brand in De Punt in 2008, waarbij drie brandweermensen om het leven kwamen, is landelijk een omvangrijk project gestart om te zorgen dat de brandweer meer van elkaar en van evaluaties leert en dat de kwaliteit van de opleidingen omhoog gaat. Dit Versterkingsplan Brandweeronderwijs brengt diverse initiatieven bij elkaar ter versterking van het brandweeronderwijs en zet sterk in op het verhogen van de kwaliteit.
De instelling van één opleidingsinstituut voor de brandweer met gedeconcentreerde vestigingen, om versnippering in het brandweeronderwijs tegen te gaan, is hierin één van de speerpunten. Ook wordt ingezet op innovatie van brandweeronderwijs, middels een vernieuwing van onderwijsmethoden en -middelen. Landelijk is opgeroepen tot een kwaliteits- en professionaliseringsslag. De regio’s Zaanstreek-Waterland, NoordHolland Noord en Kennemerland hebben deze handschoen opgepakt. Dit heeft geresulteerd in één gezamenlijke brandweerschool: de Brandweerschool Noord-Holland in de vorm van een coöperatie. Op 15 juli 2019 is de oprichtingsacte ondertekend en vanaf medio 2019 is de Brandweerschool operationeel.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
53
Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting. Instituut Fysieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het IFV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden en is als verminderde BDUR-bijdrage in de begroting opgenomen. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. De regio’s Zaanstreek-Waterland, Noord-Holland Noord en Kennemerland dragen financieel bij aan de exploitatie van de Brandweerschool. Daarnaast stellen deze regio’s materiaal, materieel en medewerkers beschikbaar voor het geven van brandweeropleidingen (door de Brandweerschool). Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Instituut Fysieke Veiligheid De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het IFV. De bestuursvoorzitter van VrZW is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het IFV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. De regio’s Zaanstreek-Waterland, Noord-Holland Noord en Kennemerland zijn allen lid van de coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. De coöperatie wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit evenveel natuurlijke personen als dat er leden zijn.
Tot bestuurders kunnen slechts worden benoemd personen die bij een lid de functie van directeur Veiligheidsregio of de functie van commandant brandweer vervullen, dan wel personen die een andere functie met een gelijkwaardig mandaat als deze functies vervullen. Het bestuur legt jaarlijks in de algemene ledenvergadering (ALV) verantwoording af over het gevoerde beleid en financiën. In de ALV wordt ieder lid vertegenwoordigd door een bestuurder (burgemeester) die door het algemeen bestuur van de betreffende regio is gekozen. Beleidsvoornemens Instituut Fysieke Veiligheid De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: • beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top • kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld • opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen • talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen • materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden • projectmanagement en (organisatie)advies Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a.
• het ten behoeve van de leden verzamelen, beheren, standaardiseren, verbeteren en ter beschikking stellen van landelijke les - en leerstof; • het vormgeven, organiseren en verzorgen van (geaccrediteerde)(brandweer)opleidingen en trainingen aan personeel van de leden; • het aanbieden en afnemen van (afsluitende) examen(s) voor deelnemende leden; • het delen en bundelen van kennis en het (doen) aanbieden van producten en diensten die door de leden kunnen worden afgenomen.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
54
Financiële gegevens Bij de oprichting van Brandweerschool Noord-Holland (juli 2019) is geen vermogen door de leden gestort. De exploitatie van Brandweerschool Noord-Holland is afhankelijk van de opleidingsbehoefte van de leden. Op basis van de opleidingsbehoefte wordt de bijdrage per lid vastgesteld. Medio 2021 is het tweede boekjaar van de Brandweerschool afgerond (juli 2020 tot juni 2021). De gemaakte exploitatiekosten in dit boekjaar zijn gelijk aan de ontvangen bijdrage van de leden. Het boekjaar is daardoor met een nihil resultaat afgesloten. De Brandweerschool beschikt niet over een eigen vermogenspositie en is daarmee volledig afhankelijk van de jaarlijkse bijdrage van de leden. Financieel overzicht verbonden partijen Deelneming
Nominaal bedrag
Cooperatieve € 0, zie Brandweerschool onder Noord-Holland u.a. financieel belang.
%
Bestuurlijk Belang
Publiekdoel
Wijziging in 2021
VrZW is lid van de
Het leveren
Geen
cooperatie en wordt van (brandweer)o in de algemene pleidingen en ledenvergadering trainingen aan vertegenwoordigd personeel van de leden. door een
Financieel belang
Bijdrage in de jaarlijkse exploitatiekosten, geen storting in werkkapitaal.
Balans met Balans met VrZW VrZW ultimo 2020 ultimo 2021 (x 1.000) (x 1.000) €0
€0
aangewezen Burgemeester vanuit het algemeen bestuur VrZW.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
55
B. Jaarrekening
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
56
1. Jaarrekening 2021 1.1 Overzicht van baten en lasten
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
57
1.2 Analyse afwijkingen in de rekening en beoordeling rechtmatigheid A: Programmarekening Programma (bedragen x € 1.000) Slagvaardig organiseren
Product
Lasten na wijziging
Geneeskundige hulpverlening
€
1.034 €
1.139 €
105
€
1.034 €
1.139 €
105
Werkelijke lasten Overschrijding
Toelichting Geneeskundige hulpverlening In het kader van de COVID-19 crisis is er sprake van meerkosten. Deze wordt op totaalniveau volledig gecompenseerd met 'minder uitgaven' waardoor per saldo sprake is van een budget neutraal karakter. Zie voor een nadere toelichting van deze (gesaldeerde) meerkosten, minderkosten en minderopbrengsten paragraaf 1.2. B: Investeringen Categorie MVA Bedragen x € 1.000 Werkplek automatisering Mobiele telefoons Gebouwen / installaties
Investering na wijziging 2021 € 75 € 40 € 413 € 528
Realisatie Totaal € 77 € 42 € 454 € 573
Overschrijding € € € €
-2 -2 -41 -45
Toelichting overschrijding € 2 € 2 € 41 € 45
Toelichting: Bij de investeringen zijn er op MVA niveau een drietal overschrijdingen van in totaal € 45.000. Deze overschrijdingen leiden tot licht hogere afschrijvings- en financieringslasten in de begroting 2022 en verder. Een nadere toelichting op de overschrijdingen op investeringsnummer wordt gegeven in paragraaf 1.5 (voortgangsoverzicht investeringen). Op basis van het controleprotocol 2021 (vastgesteld AB 8-10-21) zijn bovenstaande overschrijdingen aan te merken als ‘onrechtmatig’ in het jaar van ontstaan, maar tellen niet mee in het rechtmatigheidsoordeel. C: Niet uit de balans blijkende verplichtingen In het kader van Europese aanbestedingen is één contract inzake softwarelicenties meegenomen in de foutenevaluatie van de accountant voor de volledige contractwaarde. Dit is, zoals vereist vanuit de Kadernota Rechtmatigheid van de commissie BBV, opgenomen onder de " Niet uit de balans blijkende verplichtingen".
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
58
1.3. Overzicht incidentele baten en lasten Overzicht van incidentele baten en lasten (bedragen x €1.000)
Jaarrekening
INCIDENTELE LASTEN Programma Slagvaardig Organiseren Brandweerzorg Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden Aframen opleidingskosten Correctie Taakstelling
V/N
€ 256 -€ 151 € 74 € 180 -€ 87 -€ 105 € 25
N V N N V V N
-36
V
€ 40 -€ 30 € 182 -€ 235 € 120
N V N V N
Overheveling budget uit BR COVID-19 Lagere kosten opleiden en oefenen
-201 10 -63
V N V
Beheer gemeenschappelijke meldkamer Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden Frictiekosten leegstand Bijdrage VRK Overige
€ 77 € 65 -€ 39 -€ 39
N N V V
Aframing/bijstelling Poifach kosten brandweerschool Onderuitputting kapitaallasten Overheveling budget uit BR COVID-19
-€ 58 -€ 43 € 85 € 98
V V N N
Aframing budget facilitaire kosten Opleidingen Aframing budget warme RI&E Project Risicomanagement en Verzekeringen Arbeidsmarktstrategie en -communicatie
-€ 82 -€ 47 -€ 20 € 39 -€ 35
V V N N V
algemene dekkingsmiddelen Correctie Financiering en rente bepaling Totaal incidentele lasten
€8 -€ 12
N V
INCIDENTELE BATEN Programma Slagvaardig Organiseren Brandweerzorg Detachering pesoneel Verkoop voertuigen Uitkering schade
-€ 240 -€ 35 -€ 21
V V V
Rampen bestrijding en crisisbeheersing Detachering pesoneel
-€ 33
V
Beheer gemeenschappelijke meldkamer Detachering personeel
-€ 30
V
Overhead Detachering personeel Bijstelling PIOFACH BWS
-€ 111 -€ 83
V V
€ 17
N
-536 -€ 548
V V
Overheveling budget uit BR COVID-19 (oefenen en opleiden) Onderuitputting kapitaallasten Aframen Inhuur door uitstel projecten Q1-2022 Regionaal Dekkingsplan en Oefencentrum Bijramen kosten ICT Kazernes in gebruik Lagere schoonmaakkosten Geneeskundige hulpverlening Overheveling budget uit BR COVID-19 (oefenen en opleiden) Bijstelling GHOR incidenteel (BR COVID-19) Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden Aframen Budget (ivm ervaringscijfers) Extra inhuur door Covid Rampenbestrijding en crisisbeheersing Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden
Overhead Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden
algemene dekkingsmiddelen BDUR Totaal incidentele baten Totaal
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
€
59
1.4 Balans per 31 december 2021 Activa (bedragen x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa -Investeringen met een economisch nut Totaal vaste activa
31-12-2021
31-12-2020
€
17.548 € 17.548 €
17.817 17.817
€ € € € €
-127 813 309 995
€ € € € €
462 353 517 1.332
€ € €
- € 220 € 220 €
256 256
€
- €
-
€ €
361 € 361 €
340 340
Totaal vlottende activa
€
1.575 €
1.928
Totaal activa
€
19.123 €
19.744
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Rekening-courant met niet-financiële instellingen -Vorderingen op openbare lichamen -Overige vorderingen
Liquide middelen -Kassaldi -Banksaldi
Overlopende activa - de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
60
Passiva (bedragen x € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen -Algemene reserve -Bestemmingsreserves -Gerealiseerde resultaat
31-12-2021
€ € € €
31-12-2020
€ € € €
691 953 1.288 2.932
€ €
400 € 400 €
590 590
€ €
9.541 € 9.541 €
10.838 10.838
€
12.023 €
14.360
€ € €
2.500 € 2.050 € 4.550 €
2.500 1.099 3.599
Overlopende passiva -Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume -Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
€
2.146 €
1.712
€ €
405 € 2.551 €
74 1.786
Totaal vlottende passiva
€
7.101 €
5.385
Totaal passiva
€
19.123 €
19.744
Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Totaal vaste passiva
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Kasgeld lening van openbare lichamen -Overige schulden
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
691 771 620 2.082
61
1.5 Toelichtingen 1.5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling boekjaar is gelijk aan kalenderjaar Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden, met uitzondering van arbeidskostengerelateerde verplichtingen en verplichtingen uit (groot) onderhoud. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.
schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen en verplichtingen voor (groot) onderhoud van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. BALANS Vaste activa Materiële vaste activa Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijving. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Investeringen met economisch nut. Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op desbetreffende investeringen in mindering gebracht. Op de vaste materiële activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven. De afschrijvingsmethode en -termijnen zijn vastgelegd in de Financiële verordening Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2019, die op 30 november 2018 is vastgesteld.
Separaat werd in de vergadering van 6 december 2019 een afwijkende afschrijvingstermijn van 17 jaren voor grote voertuigen vastgesteld, en in de vergadering van 2 juli 2021 een afwijkende afschrijvingstermijn van 12 jaren voor grote bestelwagens. In bijlage 2 zijn de geldende afschrijvingstermijnen opgenomen. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
62
Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt, wanneer van toepassing, een voorzieningen in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen verkrijgingsprijs opgenomen. Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat volgend uit de Staat van baten en lasten. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorziene verlies. De voorziening wordt gevormd conform de eisen van artikel 44 lid 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 1.5.2 Toelichting op de Staat van Baten en Lasten Voor een toelichting op de afwijkingen tussen de ‘begroting na wijzigingen’ en de ‘rekening’ wordt verwezen naar de financiële toelichtingen zoals opgenomen in de programmaverantwoording (zie onderdeel ‘Wat heeft het gekost’). Deze analyse maakt daarmee onderdeel uit van de jaarrekening.
1.5.3 Toelichting op de balans per 31 december 2021 ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Omschrijving Boekwaarde per Boekwaarde (bedragen x € 1.000) 31-12-2021 per 31-12-2020 Investeringen met een economisch nut € 17.548 € 17.817 Totaal € 17.548 € 17.817 De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Omschrijving Boekwaarde per Boekwaarde (bedragen x € 1.000) 31-12-2021 per 31-12-2020 Gronden en terreinen € 784 € 784 Bedrijfsgebouwen € 2.136 € 1.918 vervoermiddelen € 9.190 € 9.445 Machines, apparaten en installaties € 4.485 € 4.524 Overige materiële vaste activa € 953 € 1.146 Totaal € 17.548 € 17.817
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
63
Het hierna opgenomen overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met een economisch nut weer: Omschrijving Bedragen x € 1000 Aanschafwaarde 31/12/2020 Nog te activeren activa Cumulatieve afschrijving 31/12/2020 Boekwaarde 31/12/2020 Gecorrigeerde Aanschafwaarde 31/12/2020 Nog te activeren activa Gecorrigeerde cumulative afschrijving 31/12/2020 Gecorrigeerde Boekwaarde 31/12/2020 Mutaties 2021: Investeringen Desinvesteringen Bijdragen derden Hercategorisering Afschrijvingen correctie desinvestering afschrijving Afwaarderingen Aanschafwaarde 31/12/2021 Cumulatieve afschrijving 31/12/2021 Boekwaarde 31/12/2021
Gronden en BedrijfsMachines, terreinen gebouwen apparaten en installaties € 784 € 2.638 € 8.474 € - € 112 € 35 € - € -833 € -3.985 € 784 € 1.918 € 4.524 €
Vervoermiddelen
Overige
€ € € €
17.570 -8.126 9.445
€ € € €
3.730 8 -2.592 1.146
€ € € €
33.196 156 -15.535 17.817
€ € € €
17.179 -7.735 9.445
€ € € €
3.174 8 -2.035 1.146
€ € € €
31.574 156 -13.913 17.817
116 € -1.018 € € € -309 € 1.018 € €
2.335 -1.576 -2.598 1.571 -
2.280 € -1.326 € 953 €
32.489 -14.940 17.548
€ €
784 € € - € 784 €
€ €
-
€ €
289 € - €
1.055 € -345 €
875 € -214 €
€
-
€ €
-71 € - €
-1.094 € 345 €
-1.124 € 208 €
€
-
€ € €
784 € - € 784 €
2.733 € -597 € 2.136 €
8.852 € -4.366 € 4.485 €
17.840 € -8.651 € 9.190 €
2.332 112 -526 1.918
€ € € €
8.106 35 -3.617 4.524
Totaal
In 2021 is er een correctie geweest op de desinvesteringen van 2018 tot en met 2020. Deze waren afgeboekt tegen boekwaarde in plaats van de aanschafwaarde. Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Totaal
Boekwaarde per Voorziening 31-12-2021 oninbaarheid € 813 €
-127
€ €
309 995 €
Balanswaarde per Balanswaarde per 31-12-2021 31-12-2020 € 813 € 353 € € € - €
-127 309 995
€ € € €
462 517 1.332
Het is beleid om vorderingen ouder dan 90 dagen te voorzien voor zover de invorderingsprocedure daar aanleiding toegeeft. Eind 2021 was geen aanleiding om een voorziening debiteuren op te nemen. In onderstaande tabel is het verloop met betrekking tot het schatkistbankieren opgenomen: (bedragen x € 1.000) Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Kwartaal 1 € € €
Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 244 € 225 € 225 € 227 250 € 250 € 1.000 € 1.000 6 € 25 € 775 € 773
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Kassaldi Banksaldi Totaal
31-12-2021 € € €
- € 220 € 220 €
31-12-2020 256 256
Liquide middelen staan ter vrije beschikking Jaarstukken 2021 Versie 2.0
64
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Omschrijving (bedragen x € 1.000) De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinancieringen op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
31-12-2021
31-12-2020
€
- €
-
€ €
361 € 361 €
340 340
PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Van het eigen vermogen kan het volgende overzicht worden gegeven: Omschrijving Bedragen x €1.000 Algemene reserve
Saldo Bestemming Toevoeging Ontrekking Saldo 31-12-2020 resultaat 2020 2021 2021 31-12-2021 € 691 € 691 € 691 € - € - € - € 691
Bestemmingsreserve meldkamer* Bestemmingsreserve WNRA Bestemmingsreserve Covid-19 Bestemmingsreserve projecten 2021 Subtotaal bestemmingsreserves
€ € €
220 400 € 333
€
953 €
Resultaat 2020 Gerealiseerde resultaat Subtotaal resultaat Totaal eigen vermogen
€
1.288 €
€ €
1.288 € 2.932 €
Weerstandsvermogen * Type B2 telt niet mee voor het weerstandsvermogen.
€
691
€
€ - €
€ 215 215 €
64 € € 333 € € 397 €
-1.288 € € -1.288 € -1.288 €
- € 620 620 € 835 €
- € € - € 397 €
0 620 620 2.082
€
691
-
156 400 215 771
Er vindt in 2021 geen mutatie op de Algemene reserve plaats. De paragraaf Weerstandvermogen (8.1) geeft aan dat het geldende niveau voldoende is voor de afdekking van opgenomen risico’s. De bestemmingsreserve Meldkamer kent in 2021 een beginstand van €220K. In 2021 is de laatste huurtermijn als zijnde frictiekosten afgerekend waardoor een deel (€64K) onttrokken is. Het restant van €156K heeft betrekking op de onzekerheid over de deelname van de KMAR aan de gezamenlijke meldkamer en de realisatie van één werkgever(schap) voor de meldkamer Noord-Holland. Om te kunnen anticiperen op de invoering van de WNRA en toepassing van de Wet Gelijke Behandeling is bij de resultaatbestemming 2019 ingestemd met de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve WNRA, ter dekking van verwachte implementatiekosten en de eerste exploitatiekosten. De invoering van de WNRA is inmiddels landelijk gekoppeld aan de discussie over de positie van vrijwilligers waardoor er nog steeds onduidelijkheid is over tijdstip en gevolgen van implementeren. Daarom is de hoogte van de bestemmingsreserve niet aangepast. De bestemmingsreserve COVID-19 die in 2020 is gevormd, valt in 2021 in z’n geheel vrij. Als gevolg van het voortduren van de COVID-19 crisis in 2021 werden diverse beleidsdoelstellingen en noodzakelijke activiteiten opnieuw vertraagd.
Om in 2022 hierop een inhaalslag te maken, stemde het Algemeen Bestuur bij de behandeling van de 2e bestuursrapportage 2021 in met het vormen van een zogeheten bestemmingsreserve projecten 2021 waardoor het budget van een deel van de uitgestelde activiteiten in 2022 besteed kan worden.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
65
Weerstandsvermogen Conform de nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing VrZW tellen naast de algemene reserve de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit. Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2021 wordt in de hierna opgenomen overzicht weergegeven: Omschrijving (bedragen x €1.000) Voor verplichtingen, verliezen en risico's (BBV at 44.1a en 1b) Voorziening wachtgeldverplichtingen Voorziening belasting-claim Totaal voorzieningen
Boekwaarde 31-12-2020 € € €
Toevoeging
90 € 500 590 €
Ontrekking
2 € 2 €
53 € € 53 €
Vrijval
Boekwaarde 31-12-2021
- € 139 € 139 €
39 361 400
In de kolom “Vrijval” zijn de bedragen opgenomen welke ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. De voorziening wachtgeldverplichtingen is voldoende op niveau om de ingeschatte wachtgeldverplichtingen na 31-12-2021 op te kunnen vangen. Deze voorziening is in voorgaande jaren gevormd in verband met verwachte aanspraken die oud-medewerkers doen op een uitkering uit de werkeloosheidswet (WW). VrZW is hiervoor eigen risicodrager. De voorziening belastingclaim GHOR-taken is tot en met 2019 gevormd voor het risico van een naheffing van de BTW over de afgelopen vijf jaar. Jaarlijks valt het deel dat buiten de herzieningsperiode (5 jaren) valt vrij ten gunste van de exploitatie.Uiterlijk in 2024 vindt de laatste vrijval plaats en komt de voorziening vanaf dan te vervallen. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar, is als volgt: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Onderhandse lening - binnenlandse banken en overige financiële instellingen - openbare lichamen Totaal
Boekwaarde Boekwaarde per 31-12-2021 per 31-12-2020 € €
7.272.151 € 2.268.740 € 9.540.891
8.514.593 2.323.526 10.838.119
In het hierna opgenomen overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden met een rentetypische looptijd langer dan één jaar over het jaar 2021:
(bedragen x € 1.000) Onderhandse leningen Totaal
Saldo Vermeer31-12-2020 deringen € 10.838.119 € € 10.838.119 €
Aflossing Saldo 2021 31-12-2021 - € 1.297.227 € 9.540.891 - € 1.297.227 € 9.540.891
De totale rentelast voor het jaar 2021 met betrekking tot de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar bedraagt € 160.000. De verwachte aflossingen voor 2022 van bovenstaande leningen bedragen in totaal € 1.299.000.
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
66
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Omschrijving boekwaarde boekwaarde (bedragen x € 1.000) 31-12-2021 31-12-2020 Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar € 4.550 € 3.599 Overlopende passiva € 2.551 € 1.786 Totaal € 7.101 € 5.385
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen netto-vlottende schulden kunnen als volgt worden gespecificeerd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Kasgeldlening van openbare lichamen Crediteuren Totaal
boekwaarde boekwaarde 31-12-2021 31-12-2020 € 2.500 € 2.500 € 2.050 € 1.099 € 4.550 € 3.599
Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: boekwaarde 31-12-2021 Omschrijving Nog te betalen bedragen Voorschotten van overheidslichamen voor specifieke doelen € Af te dragen BTW € 91 Loonbelasting en premies sociale verzekering € 1.127 Pensioenpremie € 241 Overige schulden € 687 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen € 2.146 Overige vooruit ontvangen baten die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
Jaarstukken 2021 Versie 2.0
€ €
boekwaarde 31-12-2020 € € € € €
83 1.111 224 294
€
1.712
405 € 2.551 €
74 1.786
67
1.5.4 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Artikel 53 BBV schrijft voor dat in de toelichting op de balans de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de gemeenschappelijke regeling voor toekomstige jaren is verbonden worden vermeld. Dit kan gaan om langlopende huur- of leasecontracten, subsidieverplichtingen, wachtgeldregelingen, etc. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de meerjarige verplichtingen per categorie die VrZW is aangegaan met een contractwaarde van meer dan € 200.000. Categorie kosten
Exploitatie of investering (E/I)
Totaalbedrag (bedrag x €1.000)