CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

D ontwerpbegroting-2023-2026-vervoerregio-amsterdam

Gemeenteraad 15 september 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Begroting 2023 en Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2023-2031 Vervoerregio Amsterdam21.247 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

ONDERZOEK, STUDIE EN SAMENWERKING (OSS) Wat willen we bereiken in 2023? Voor de uitvoering van onze wettelijke taken, de uitwerking van onze strategische opgaven en het behalen van onze ambities heeft de Vervoerregio (beslis)informatie nodig. Hiertoe verzamelen en ontsluiten we gegevens, ontwikkelen en beheren we instrumenten en voeren we (monitorings)onderzoeken en (evaluatie)studies uit. Dit doen we in bepaalde gevallen zelfstandig maar in de meeste gevallen samen met onze partners in de regio of daarbuiten. De Vervoerregio treedt daarbij op als regisseur, financier, belangenbehartiger en/of facilitator. Wat gaan we daarvoor doen? Om te beginnen nemen we actief deel aan doorlopende samenwerkingen en lidmaatschappen op het gebied van onderzoek, data (verzameling & ontsluiting), kennis en instrumenten. Voorbeelden zijn het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV), het Samenwerkingsverband DOVA (Decentrale OV Autoriteiten) (DOVA), het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) en het regionale verkeersmodel voor de Metropoolregio Amsterdam (VENOM). Daarnaast trekken we of werken we samen in (gebiedsgerichte) programma’s zoals Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, het platform Verkeer & Meer, de MRA Ontwikkelagenda Spoor (MRA = Metropoolregio Amsterdam) en het MRA platform Smart-Mobility.

Ook laten we onderzoek doen ten behoeve van ons beleid en inzet rondom nieuwe(re) thema’s zoals slimme, duurzame en inclusieve mobiliteit. Dit doen we bijvoorbeeld naar aanleiding van een motie van de regioraad, een verzoek van een bestuurder, een toezegging van een portefeuillehouder of op eigen initiatief. Voor het opstellen van Mobiliteitsplannen werkt de Vervoerregio samen met gemeenten aan slimme bereikbaarheidsoplossingen in gebieden waar de komende jaren grote ruimtelijke opgaven spelen, zoals met de bouw van woningen of stedelijke transformatie. Tot slot monitoren we de voortgang van onze strategische opgaven en evalueren we de voortgang en effecten van onze projecten. Waar mogelijk maken we voor onze onderzoeken en studies gebruik van ons regionale reizigerspanel.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 19 van 50

Wat mag dat kosten? Tabel 9 Onderzoek, studie en samenwerking (OSS) | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

MRA verkeersmodel VENOM MRA Samen bouwen aan bereikbaarheid MRA Smart Mobility MRA Spoordossier OSS overige projecten

371

525

Gewijzigde begroting 2022 na 1e Bestuursrap p 536

1.061 791 184 4.921

1.550 740 250 5.934

1.550 900 250 5.997

Totaal lasten

7.327

8.999

9.233

230

300

333

160 63 234 33

772 452 144 45

1.005 494 200 -

1.005 654 200 41

160 41

1.005 460 200 -

1.005 460 200 -

1.005 460 200 -

1.005 460 200 -

1.005 460 -

Totaal baten

1.642

1.999

2.233

234

2.110

2.110

1.872

1.884

1.465

Saldo Onderzoek, Studie en Samenwerking

-5.685

-7.000

-7.000

-

-7.000

-7.000

-7.000

-7.000

-7.000

Onderzoek, Studie en Samenwerking

MRA verkeersmodel VENOM MRA Samen bouwen aan bereikbaarheid MRA Smart Mobility MRA Spoordossier OSS overige projecten

Jaarrekening 2021

Primitieve begroting 2022

Wijziging begroting 2022

Ontwerpbegroting 2023

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

11

592

592

473

479

-

1.550 780 250 5.938

1.550 780 250 5.938

1.550 780 250 5.819

1.550 780 250 5.825

1.550 780 6.135

9.110

9.110

8.872

8.884

8.465

445

445

207

219

-

Begroting 2026

Toelichting op tabel Op basis van de realisatie 2020, 2021 en de eindejaarsprognose 2022, verwachten we voor 2023 ongeveer € 7 miljoen uit te geven aan OSS-projecten. Ook voor de jaren 2024 tot en met 2026 kunnen we voor OSS uitgaan van ongeveer € 7 miljoen per jaar.

APPARAATSKOSTEN De apparaatskosten betreffen de directe salarislasten van de vaste formatie met betrekking tot het primaire proces en de inhuur ter ondersteuning van de vaste formatie. De overhead functies (secundair proces) zijn hierin niet opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar de het hoofdstuk programma overhead. Wat mag dat kosten? Tabel 10 Apparaatskosten | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Apparaatskosten

Jaarrekening 2021

Primitieve begroting 2022

Gewijzigde begroting 2022 na 1e Bestuursrap p 8.408 8.745

Wijziging begroting 2022

Ontwerpbegroting 2023

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

337

8.745

8.745

8.745

8.745

8.745

Directe Personeelslasten Inhuur op activiteiten Verkeer & Vervoer

7.667 1.103

2.570

2.122

-448

1.628

1.628

1.628

2.178

2.178

Totaal lasten

10.978

10.867

-111

10.373

10.373

10.373

10.923

10.923

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal baten

8.770 22 22

-

-

-

-

-

-

-

-

Saldo Apparaatskosten

-8.748

-10.978

-10.867

111

-10.373

-10.373

-10.373

-10.923

-10.923

Bijdragen derden BDU Absoluut

Toelichting op de tabel

Vanuit het budget BORI/MVP is bij de begroting 2022 een bedrag van € 2 miljoen overgeheveld naar apparaatskosten en overhead om de gewijzigde governance vanaf 2022 te implementeren. Dit verliep budgetair neutraal aangezien dit bedrag uit het subprogramma Beheer & Onderhoud Railinfra werd gehaald. Op deze wijze is de presentatie conform BVV. Er is dus, ten aanzien van de jaarrekening 2021, geen stijging van de apparaatskosten, anders dan indexatie. Ten aanzien van de vastgestelde begroting 2022 werd in de 1e bestuursrapportage 2022 al een indexatie CAO toegepast van 4%). Structureel betekent dit € 0,4 miljoen extra per jaar.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 20 van 50

PROGRAMMA OVERHEAD De komende jaren zal in het teken staan van borging van de acties die zijn voortgekomen uit de organisatiewijziging die formeel van start is gegaan op 9 mei 2022. De formatie blijft in evenwicht in relatie tot de huidige omvang. Wel zullen we blijvend aandacht houden voor de verhouding tussen inhuur en vast. Op het gebied van ICT hebben we in 2021-2022 veel geïnvesteerd. Hierdoor hebben we in periode van 2023-2026 een overzichtelijk ICT-landschap en zijn we klaar voor de nieuwe manier van (hybride) werken. Uiteraard zullen we een aantrekkelijke werkgever blijven voor onze huidige maar ook onze toekomstige medewerkers. Dit is een belangrijk gegeven gezien de huidige, werknemersgerichte arbeidsmarkt. Wat mag dat kosten? Tabel 11 Overhead | Baten & Lasten (bedragen in x € 1.000)

Overhead

Jaarrekening 2021

Primitieve begroting 2022

Gewijzigde begroting 2022 na 1e Bestuursrap p

Wijziging begroting 2022

Ontwerpbegroting 2023

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Materiële kosten: Bestuur & Ondersteuning Communicatie Bedrijfsvoering Financiën Personele kosten: Directe personeelslasten Inhuur op ondersteunende activiteiten

98 97 2.858 211 5.094 2.051

157 290 2.921 196

157 290 3.167 196

247 -

157 185 3.221 196

157 185 3.221 196

157 185 3.221 196

157 185 3.221 196

157 185 3.176 196

5.434 1.703

5.652 1.772

218 69

5.652 1.772

5.652 1.772

5.652 1.772

5.652 1.772

5.652 1.772

11.137

Totaal lasten

10.409

10.700

11.234

534

11.182

11.182

11.182

11.182

Baten overhead

183

140

140

-

140

140

140

140

140

Totaal baten

183

140

140

-

140

140

140

140

140

-10.226

-10.560

-11.094

-11.042

-11.042

-11.042

-11.042

-10.997

Saldo Overhead

-534

Toelichting op de tabel

Door krapte op de arbeidsmarkt en de daarbij horende opgave om geschikt personeel te vinden zijn we genoodzaakt sterker in te zetten op werving & selectie; ten aanzien van de meerjarenreeks bedrijfsvoering uit de vorige begroting is hiervoor een extra structureel budget opgenomen van dertigduizend euro Bij de directe personele lasten werd ten aanzien van de jaarreeks 2023, zoals opgenomen in de vastgestelde begroting 2022, de CAO-indexatie toegepast waardoor een additioneel bedrag van € 0,3 miljoen wordt toegevoegd

PROGRAMMA ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN De algemene structurele inkomsten ontvangt de Vervoerregio via het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (I&W). Dit in overeenstemming met de uitvoeringsregeling BDU Verkeer & Vervoer. Additionele bijdragen niet gelinkt aan de BDU worden niet binnen de algemene dekkingsmiddelen opgenomen, maar rechtstreeks in het programma Verkeer & Vervoer. Het totaal van baten en lasten wordt verrekend met het saldo BDU. De rentebaten betreffen de baten ten aanzien van al eerder, of nog te verstrekken bussenleningen en de marktconformiteitsopslag op de garantstelling op de leningen van de strategische activa. Zie ook de paragraaf financiering voor een verdere toelichting.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 21 van 50

Tabel 12 Algemene dekkingsmiddelen (bedragen in x € 1.000)

Algemene dekkingsmiddelen

Lasten voorgaande jaren Rentelasten

Totaal lasten

Jaarrekening 2021

Primitieve begroting 2022

Gewijzigde begroting 2022 na 1e Bestuursrap p 566 566

-49 0

Wijziging begroting 2022

-

-

Ontwerpbegroting 2023

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

522

522

458

404

349

-49

566

566

522

522

458

404

349

BDU jaarbijdrage BDU saldo voorgaande jaren Rentebaten Overige baten voorgaande jaren

425.600 -27.164 2.397 1

426.749 69.820 2.036 -

435.347 116.264 2.036 -

8.597 46.444 -

435.714 -36.860 1.992 -

435.714 -36.860 1.992 -

435.714 -47.739 1.928 -

435.714 -68.019 1.874 -

435.714 -48.389 1.819 -

Totaal baten

400.835

498.605

553.647

55.041

400.846

400.846

389.903

369.569

389.144

Saldo Algemene dekkingsmiddelen

400.884

498.039

553.081

55.041

400.324

400.324

389.445

369.165

388.795

Toelichting bij tabel 12: De BDU is in omvang een in de basis gelijkblijvend jaarlijks bedrag. De indexatie wordt jaarlijks in juni van het lopende begrotingsjaar toegekend. Voor de ontwerpbegroting 2022 is er rekening gehouden met een indexatie van 2% op de BDU-inkomsten. Deze indexatie is ook toegepast op de uitgaven van de Vervoerregio. De rentelasten betreffen de rentelasten die betrekking hebben op aan te trekken leningen t.a.v. de te verstrekken bussenlening. Hierover wordt meer duiding gegeven in de financieringsparagraaf.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 22 van 50

PARAGRAFEN Met de paragrafen geeft de Vervoerregio een doorsnee-inzicht op enkele thema’s die in de begroting staan. Het gaat om thema’s die vanuit de wetgever zijn voorgeschreven via het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het aantal relevante thema’s voor de Vervoerregio is beperkt tot de paragraaf Financiering, de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, de paragraaf Bedrijfsvoering en de paragraaf Verbonden partijen. De paragrafen Lokale heffingen is niet van toepassing, omdat de Vervoerregio geen belastingen oplegt en geen gemeentelijke bijdragen ontvangt. De paragraaf Grondbeleid is niet aan de orde, omdat de Vervoerregio geen gronden exploiteert.

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen van de Vervoerregio is het vermogen om niet-structurele risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken door de organisatie in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen (a) de weerstandscapaciteit, dat zijn de middelen en mogelijkheden waarover de Vervoerregio beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, en (b) de risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. (a) Doorgaans is de weerstandscapaciteit onderdeel van het eigen vermogen. Maar de Vervoerregio heeft geen eigen vermogen. De weerstandscapaciteit van de Vervoerregio bestaat uit het nog niet beklemde of ingezette deel van het saldo BDU, oftewel de vrije ruimte in de BDU. Eind 2026 is het saldo BDU begroot op € 272 miljoen. (b) Voor de omvang van de risico’s is een financiële inschatting gemaakt op basis van de risicoanalyse met de belangrijkste risico’s. Het risico is de financiële impact van het risico op de organisatie maal de geschatte kans dat het risico zich voordoet. De risico-inschatting komt uit op een bedrag van € 66 miljoen. De Vervoerregio heeft de risico’s financieel gekwantificeerd. De periode betreft de begrotingsperiode 2023-2026.

De analyse is opgesteld door de risico’s in financiële risico-categorieën in te delen. Vervolgens is de impact (effect) in euro’s bepaald op het categorie-gemiddelde of, in de hoogste categorie, de ondergrens. Het financiële risico wordt bepaald door impact maal kans. De som van de financiële risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt geschat op €66 miljoen, waarbij het grootste risico, ongeveer de helft van de totale omvang, wordt bepaald door de gevolgen van de COVID19-pandemie, gevolgd door het risico van bezuinigingen op de BDU. De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit. Algemeen geaccepteerde signaalwaarden voor de weerstandsratio zijn: <80% is onvoldoende, tussen 80% en 100% is matig, tussen 100% en 140% is voldoende, boven 140% is ruim voldoende. De geprognotiseerde weerstandsvermogen – ratio voor de begroting 2023 2026 is als volgt: Tabel 13 Weerstandsvermogen ratio 2023 (bedragen in x €1.000) Bedragen in miljoen euro

2023

Beschikbare weerstandscapaciteit (spaarsaldo BDU)

70.000

Benodigde weerstandscapaciteit

66.000

Weerstandsvermogen ratio

110% (voldoende)

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 23 van 50

Risicobeheersing Risicobeheersing (of risicomanagement) kan worden gedefinieerd als een proces van gestructureerde analyse van de risico’s die op een organisatie af komen. Daarbij hoort een continue aanpassing van doelen, risico’s en beheersmaatregelen: plan – do – check – act. Risicobeheersing is een continu proces; alleen al, omdat wijzigende wetgeving, bedrijfsdoelstellingen en het treffen van maatregelen in veranderende omstandigheden dit van ons eist. De Vervoerregio maakt verbeterslagen in risicomanagement als instrument in relatie tot interne beheersing. Op tactisch en operationeel niveau worden, als onderdeel van het zogenaamde Three Lines model, risico’s onderkend en beheersmaatregelen getroffen. Deze worden periodiek getoetst, maar er is nog geen (zichtbare) link met de visie en missie van onze organisatie. Het Three Lines model is de benaming voor checks en balances van de eerste lijn (meestal het primaire proces), de tweede lijn (de financial-, business- en projectcontrollers) en de derde lijn (concerncontroller). Op strategisch niveau vindt periodiek een risico-inventarisatie plaats, waarvan het resultaat in deze paragraaf is weergegeven. Belangrijkste risico’s De belangrijkste onderkende risico’s zijn gegroepeerd rond de volgende thema’s: 1. 2. 3. 4.

Gevolgen van de coronapandemie OV-Governance Grote opgaven Organisatie

De tien qua effect of financiële impact belangrijkste risico’s zijn in de volgende tabel beknopt samengevat. Later in de tekst zijn de risico’s nader toegelicht. De risico-inschatting wordt als volgt geschat:  = hoog risico of groot effect;  = gemiddeld tot laag risico of effect. Tabel 14 Top 10 Risico's begroting 2023

Oorzaak

Risico

Effect

Als gevolg van …

… is het mogelijk dat …

… waardoor …

Het huidige budget onvoldoende is om het huidige OV-aanbod te kunnen bekostigen

De vervoerder met een financieel probleem wordt geconfronteerd

Coronapandemie 1. De effecten van de coronapandemie op het reizigersgedrag

OV-Governance 2. Onervarenheid van de Vervoerregio met risicodragend opdrachtgeverschap 3. Onvoldoende inzicht in de effecten van S&C op beheer, onderhoud en exploitatie na overdracht 4. Gebrek aan inzicht in de staat van kunstwerken of geen afspraken met Amsterdam

Sturing van de opdrachtnemer onvoldoende scherp is en escalaties blijven uit Er knelpunten optreden in exploitatie, beheer en onderhoud De Vervoerregio grote reserveringen moet doen in de beschikbare jaarreservering

Maatregelen

Meer financiële risico’s met mogelijk negatieve impact op exploitatie

De omloopsnelheid van de dienstregeling daalt;  tekorten op beheer en onderhoud Ambities niet waargemaakt kunnen  worden met impact op areaalbeschikbaarheid

Het afschalen van het vervoersaanbod, bezuinigingen op sociale veiligheid, inzetten van vrije ruimte, temporiseren van projecten, tariefverhogingen

Sterk opdrachtgevend team bouwen; externe  coaching; frequente voortgangsrapportages Extra materieel inzetten; frequentie aanpassen;  kostenbesparingen Nulmeting met Amsterdam en GVB;  overleg met Rijk; actief zoeken naar andere financieringsbronnen

Grote opgaven

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 24 van 50

5.

6.

7.

Oorzaak

Risico

Effect

Als gevolg van …

… is het mogelijk dat …

… waardoor …

Geen besluitvorming over het vullen van het financieel tekort Zuidasdok Gebrek aan interesse in mobiliteit bij woningbouw (bouwopgave staat centraal) Gebrek aan tijdige opschaling laadcapaciteit (netwerkcongestie)

Het project Zuidasdok, spil in onze ambities, stagneert

Allerlei projecten in de knel komen

Organisatie 8. Duurzaamheidsambitie is complex, het DB heeft te weinig handvatten en inzicht om te sturen 9. De combinatie van schaarste aan personeel, mogelijk onvoldoende imago en het functiehuis 10. Externe bedreigingen voor de ICT-infrastructuur zoals aanvallen of hacks

Er worden keuzes gemaakt die contrair zijn aan de belangen van verkeer en vervoer De uitrol van elektrische bussen vertraagd, terwijl de aanschaf van conventionele bussen lastiger wordt Samenwerking met de ketenpartners voor de duurzaamheidsdoelstell ingen stokt Er zijn onvoldoende gekwalificeerde medewerkers voor sleutelposities De continuïteit van de geautomatiseerde systemen stagneert

Duurdere opgaven op gebied van mobiliteit waar we niet op toegerust zijn Te weinig materieel gaat en kosten van de exploitatie (dienstregeling)

We halen onze duurzaamheidsambitie niet

Inhuurkosten stijgen, risico's in projecten en  contracten nemen toe

De ICT niet meer benaderbaar is en de dienstverlening stagneert

Maatregelen

Inzet om tot afspraak te komen; partijen in beweging krijgen Aan boord zijn en blijven bij de discussie over de woningbouwopgave Samen optrekken met de gemeente Amsterdam om voldoende laadcapaciteit te regelen

Monitor op agenda DT en DB; prestatieladder 5  voor duurzame bedrijfsvoering faciliteren Strategisch personeelsbeleid  implementeren, medewerkers inhuren ICT-ondersteuning door professionele externe  leverancier; informatie – beveiliging op orde

Financiële impact Om de financiële impact van de risico’s in te schatten is de volgende werkwijze gevolgd. Er is een analyse gemaakt waarin de financiële omvang van de risico’s in risico-categorieën zijn ingedeeld. Vervolgens is de impact (effect) in euro’s bepaald op het categorie-gemiddelde of, in de hoogste categorie, de ondergrens. De risico-inschatting wordt als volgt geschat:  Hoog risico (kans is 75%);  gemiddeld tot laag risico (kans is 25%). Impact maal kans geeft dan het financiële risico aan. De som van de financiële risico’s rekening houdend met een incidenteel of structureel effect, telt op tot gemiddeld € 66 miljoen per jaar. Zodoende is de benodigde weerstandscapaciteit vastgesteld op € 66 miljoen per jaar. Een uitgebreide toelichting op de risico’s is te vinden in bijlage 6

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 25 van 50

Kengetallen Tabel 15 Kengetallen Jaarrekening 2021

Gewijzigde begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Netto schuldquote

13,0%

12,5%

15,4%

14,4%

13,5%

11,2%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen

0,0%

0,0%

-0,1%

-0,1%

-0,1%

-0,1%

Solvabiliteitsratio

0,1%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Structurele exploitatieruimte

4,3%

-11,8%

17,5%

18,1%

18,2%

17,0%

De netto schuldquote geeft inzicht in de omvang van de schuldenlast ten opzichte van de totale begroting. Het is een indicatie van de mate waarin rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de netto schuldquote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Door dit onderscheid is het aandeel zichtbaar van verstrekte leningen in de exploitatie. In bovenstaande cijfers komt daarom de hoogte van de uitstaande bussenleningen in dit percentage tot uitdrukking. De solvabiliteitsratio geeft het eigen vermogen in een percentage weer ten opzichte van het totale vermogen. Het geeft aan in hoeverre de Vervoerregio in staat is aan haar financiële verplichtingen op lange termijn te voldoen. De Vervoerregio wordt vooral bekostigd vanuit de subsidie BDU en deze stelt dat ontvangen gelden alleen aan de toegekende taken mogen worden uitgegeven. Daarom heeft de Vervoerregio in het verleden besloten geen eigen vermogen vanuit de behaalde resultaten op te bouwen. De teller van deze ratio is dus (nagenoeg) nul, terwijl de noemer relatief hoog is door de vooruit ontvangen gelden. Dit is dan ook de verklaring voor de zeer lage solvabiliteitsratio van de Vervoerregio. De ratio structurele exploitatieruimte geeft aan in welke mate de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten.

Hierdoor kan de Vervoerregio laten zien in welke mate zij in staat is om de eigen lasten te dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (de baten zijn hoger dan de lasten, het verschil kan worden toegevoegd aan de reserves).

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 26 van 50

PARAGRAAF FINANCIERING In de paragraaf Financiering is opgenomen hoe de Vervoerregio haar activiteiten financiert en wat daarvan de gevolgen zijn. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente eventueel aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Financieringsbehoefte en financiële instrumenten Inkomsten en Solvabiliteit De Vervoerregio ontvangt middelen van het Rijk, met de Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer (BDU) als belangrijkste inkomstenbron. Wij keren deze middelen uit aan openbaarvervoerbedrijven en aan wegbeheerders die infrastructuur aanleggen, beheren en onderhouden. In 2023 ontvangt de Vervoerregio ruim € 435 miljoen en zal dat bedrag vooralsnog niet geheel uitgeven. Dat beeld wijzigt in 2024 weinig. Vanaf 2024 groeit de beschikbare liquiditeit op basis van de huidige begrote geldstromen, niet alleen door terugbetalingen op de uitstaande bussenleningen maar ook door het aflopen van grote eigen projecten (Amsteltram). De wet BDU biedt de mogelijkheid de jaarlijks niet bestede middelen te sparen voor toekomstige uitgaven. Op basis van de huidige begroting zal het saldo van de ‘nog niet uitgegeven BDU’ naar verwachting eind 2023 € 70 miljoen bedragen en eind 2024 € 155 miljoen, hoewel dit niet noodzakelijkerwijs impliceert dat er voldoende liquiditeiten zijn (zie o.a.

liquiditeitsprognose hierna). De solvabiliteit geeft de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen weer. Aangezien de Vervoerregio geen eigen vermogen kent en het saldo nog niet uitgegeven BDU formeel als vreemd vermogen wordt beschouwd, is de solvabiliteit laag. Uitgangspunten Treasuryfunctie en beleid Het doel van het treasurybeleid is het beheersen, sturen, verantwoorden en toezichthouden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido) en de daarbij horende ministeriële regelingen. Schatkistbankieren De (tijdelijk) overtollige middelen zijn in overeenstemming met de Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden ondergebracht bij het Rijk. Recent is in het ‘Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen’ (BOFv) kenbaar gemaakt dat het drempelbedrag dat is vastgelegd in artikel 7 lid 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zal worden aangepast op de volgende punten:  Verhoging van de ondergrens van € 250.000 naar € 1 miljoen euro;  Verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m € 500 miljoen euro van 0,75% naar 2% Verstrekte Bussenleningen De Vervoerregio kent sinds april 2015 de Verordening op de subsidieverstrekking voor bussenlening.

De subsidie wordt verstrekt ten behoeve van de financiering van het verwerven van bussen of de herfinanciering van al verworven bussen waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit wordt verricht. De bussenlening draagt bij aan het verduurzamen van het OV en biedt de mogelijkheid voor een gemakkelijke overdracht van de voertuigen naar een andere vervoerder, bij afloop van de concessie. De bussenleningen worden afgelost vanuit de jaarlijkse verleningsbeschikkingen voor de concessies, waardoor de Vervoerregio beperkt risico loopt. Tijdens de concessies worden de restbedragen volledig afgelost. De laatste tranches worden verrekend met de laatste termijnen van de bevoorschotting van de exploitatie. Voor de concessies Zaanstreek en Waterland zal dat bij het ingaan van de nieuwe concessie Zaanstreek-Waterland het geval zijn. De Vervoerregio biedt de mogelijkheid aan de nieuwe vervoerder om voor aanschaf van Zero Emissie-bussen een lening bij of een garantie van de Vervoerregio af te sluiten.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 27 van 50

Het totaal aan verstrekte bussenlening bedraagt per 1 januari 2023 € 101 miljoen. Hierin zijn eventueel nog te verstrekken leningen in 2022 welke ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet bekend waren niet opgenomen. Financieringswijze strategische activa GVB In 2019 besloot de regioraad dat de Vervoerregio garant staat voor de GVB-leningen voor investeringen in de Activa, voor de volgende maximale bedragen: 1.

Externe financiering door GVB Activa BV, voor een bedrag van maximaal € 725 miljoen waarvan € 150 miljoen langlopende vastrentende lening, € 350 miljoen rekening-courant faciliteit (RCF) en € 225 miljoen in optie (‘accordion’);

2.

Zogenaamde ‘forward starting’ leningen vanaf 2025 (te converteren vanuit de rekening-courant faciliteit die onder 1 is genoemd) voor een bedrag van € 142 miljoen (investering 15G-trams en M7-metro’s) en € 56 miljoen (investering Zero Emissie-bussen EB1 en EB2);

Op het aan te schaffen materieel wordt een pandrecht gevestigd. De Vervoerregio subsidieert aan GVB Exploitatie BV de kapitaallasten (afschrijvings- en rentekosten) van de voertuigen, waarmee GVB in staat wordt gesteld om aan de aflossing- en renteverplichtingen ten aanzien van de financiële instellingen te kunnen voldoen. Daarbij staat de Vervoerregio garant voor de termijnbetalingen, maar niet voor de hoofdsom van de lening (met andere woorden: de hele lening is niet in één keer opvorderbaar als de vervoerder niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen). Door de garantstelling is de rente die de banken in rekening brengen lager. Overzicht verstrekte leningen en garanties In onderstaande tabellen zijn achtereenvolgens de uitstaande bedragen op de verstrekte bussenleningen, de verstrekte garanties op leningen bij OV-bedrijven en de te verwachten nog te verstrekken leningen of garanties. Tabel 16 Verstrekte bussenleningen (bedragen in x € 1.000) Verstrekte bussenleningen Lening u/g 4 jaar (EBS) Lening u/g 15 jaar (Connexxion) Lening u/g 4 jaar (EBS-ze) Totaal leningen

2021

2022

2023

2024

2025

2026

0 76.545 4.971

0 70.229 4.369

0 63.913 0

0 57.597 0

0 51.281 0

0 44.964 0

81.516

74.598

63.913

57.597

51.281

44.964

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 28 van 50

Tabel 17 Verstrekte garanties (bedragen in x € 1.000) Specificatie Garantstellingen Activa

x 1000

Nummer

1

2 3a 3b 4

Organisatie

Soort

GVB Activa BV

Revolving credit facility

GVB Activa BV GVB Activa BV GVB Activa BV GVB Activa BV

Revolving credit facility - optie Vaste faciliteit A Vaste faciliteit B Vaste lening

Einddatum 2024 met mogelijkheid tot verlenging 2024 met mogelijkheid tot verlenging 2.054 2.036 2.050

2022 (maximaal)

2023 (maximaal)

2024 (maximaal)

350.000

350.000

152.000

152.000

152.000

225.000

225.000

225.000 142.000 56.000 130.000

225.000 142.000 56.000 125.000

705.000

700.000

145.000

140.000

225.000 142.000 56.000 135.000

720.000

715.000

710.000

2025 (maximaal)

2026 (maximaal)

Tabel 18 Nog te verstrekken garanties (bedragen in x € 1.000) Nog te verstrekken bussenleningen dan wel garantstellingen

2022

Concessie ZaWa

Totaal leningen

0

2023

2024

2025

2026

0

0

183.000

183.000

183.000

0

0

183.000

183.000

183.000

Liquiditeitsprognose De Vervoerregio hanteert voor het presenteren van financiële cijfers het stelsel van baten en lasten. Daarnaast biedt de Vervoerregio subsidies aan in de vorm van bussenleningen. Deze elementen maken dat de exploitatieresultaten niet per se gelijklopen met de kasstromen (liquiditeiten). Op basis van de huidige prognose zal de liquiditeitspositie van de Vervoerregio eind 2022 en eerste helft van 2023 negatief zijn om tegen het eind van het jaar te stijgen naar een positief saldo van ongeveer € 12 miljoen eind 2023. De ervaring leert dat de budgetten niet altijd geheel worden besteed en doorschuiven naar het volgende jaar. Of in de loop van 2022 en/of 2023 tijdelijk kortlopend aanvullend krediet noodzakelijk is, of dat er andere maatregelen vereist zijn om de liquiditeit positief te houden wordt in de loop van 2022 pas inzichtelijk. Essentieel is daarom de liquiditeitsontwikkeling scherp te blijven monitoren om zo nodig tijdig maatregelen te kunnen treffen. Daartoe wordt bij elke P&C rapportage aan de regioraad ingegaan op de liquiditeitsontwikkeling en wordt intern periodiek op de ontwikkeling gerapporteerd. Deze prognose maakt wel dat een mogelijke uitbreiding van bussenleningen niet meer uit de eigen liquiditeit kunnen worden gefinancierd, zoals tot op heden het geval. Hiervoor zal een externe lening moeten worden aangetrokken.

Besluitvorming hierover zal separaat aan de regioraad worden voorgelegd. In onderstaande tabel en bijbehorende grafieken is de liquiditeitsontwikkeling met verloop door de jaren heen inzichtelijk gemaakt. Naast de hierboven vermelde ontwikkelingen in 2022 en 2023 neemt op wat langere termijn de liquiditeit volgens de huidige prognoses weer gestaag toe, met name als gevolg van de beschikbaar komende BDU-middelen die momenteel nog niet zijn ingezet.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 29 van 50

Tabel 19 Liquiditeitsprognose (bedragen in x € 1.000) Liquiditeitsprognose

Jaarrekening 2021

Gewijzigde begroting 2022 na 1e Bestuursrapportage 2022

Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026

Bedragen x € 1.000 Beginstand Kasstroom uit financieringsactiviteiten Overige inkomsten Overige uitgaven Af te sluiten leningen Eindstand

161.247

161.247 6.796 474.365 -671.694 -29.286

-29.286 10.807 475.089 -416.871 39.739

Grafiek 1 Liquiditeitsontwikkeling 2022-2026

Liquiditeitsontwikkeling Begroting 2022-2026 (bedragen in € 1.000) 800.000 600.000 400.000 200.000 -200.000

2021

2022

Liquiditeit

2023

2024

Inkomsten

2025 Uitgaven

2026

39.739 6.316 446.923 -399.342 93.637

93.637 6.316 445.105 -379.297 165.761

165.761 6.316 445.438 -395.463 222.052

Ter illustratie: De geprognotiseerde cash-out in 2022 bedraagt +/- € 670 miljoen daar waar de exploitatie uitgaven slechts +/- 600 miljoen bedragen. Door het hanteren van het baten & lasten-stelsel worden de baten & lasten verantwoord in het jaar waarop zij betrekking hebben. In het verleden werden enkele lasten reeds genomen (bv. bijdrage Ring Oost-Lijn t.w.v. € 27 miljoen), maar ontbreekt nog formele afhandeling (door ontbreken van documentatie) om over te gaan tot betaling aan de subsidieontvanger. Ook op het einde jaar worden vaak al, door het formeel afronden van de subsidiebeschikking, lasten genomen maar vindt de betaling pas plaats in het (begin van) het volgende jaar.

Kasgeldlimiet en Renterisiconorm Decentrale overheden kunnen niet zomaar leningen afsluiten. Om te voorkomen dat fluctuaties in rentepercentages een te grote invloed hebben op de rentelasten, bestaan twee wettelijke beperkingen, vastgelegd in de Wet Fido. Dit zijn de kasgeldlimiet (van toepassing op korte leningen met een rentetypische looptijd van maximaal een jaar) en de renterisiconorm (lange leningen). Beide beperkingen hebben tot doel de leningportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen dus een grens aan de structuur van de leningen, niet aan de hoogte. De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Het percentage kasgeldlimiet geeft de ruimte voor korte financiering aan bij aanvang van het begrotingsjaar en is in de ‘Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden’ (UFDO) voor Gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 8,2% van het begrotingstotaal (zijnde het totaal aan lasten in de begroting). Uitgaande van een begrotingstotaal van gemiddeld ruim € 411,2 miljoen per jaar bedraagt de kasgeldlimiet voor de Vervoerregio voor de jaren 2023 en verder ongeveer € 33,7 miljoen.

De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van een jaar of langer te beperken. Dit komt erop neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal, waarbij het renterisico wordt berekend door de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld (art. 3 UFDO). In diezelfde UFDO is de renterisiconorm voor Gemeenschappelijke regelingen bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Samengevat: Tot op heden heeft de Vervoerregio (nog) geen externe financiering aangetrokken. Mochten er specifieke leningen worden aangetrokken bijvoorbeeld om bussenleningen te verstrekken (zie hiervoor), dan is het uitgangspunt dat deze leningen in dezelfde ordegrootte, maar met een risico-opslag, worden doorgezet naar de aanvrager, dan wel dat een garantie wordt verstrekt op leningen die vervoerders aangaan. Deze methodiek zorgt er dan voor dat de karakteristieken van de aangetrokken en de BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 30 van 50

verstrekte lening (v.w.b. looptijd, leningsvorm) gelijk blijven en er voor de Vervoerregio geen renterisico aanwezig is. Als er leningen aangegaan moeten worden, wordt dit aan de regioraad voor besluitvorming voorgelegd. Renteresultaat (Rentelasten en Rentebaten) In de begroting 2023 is rekening gehouden met een rentelast van € 0,6 miljoen die samenhangt met mogelijke benodigde externe financiering en rentebaten van € 2 miljoen zijnde rentebaten van verstrekte bussenleningen en de zogeheten marktconformiteitsopslag die in rekening wordt gebracht aan GVB Exploitatie BV als vergoeding voor de garantstelling door de Vervoerregio met betrekking tot de aflossingsbetalingen van GVB Activa BV aan haar externe financiers. Rentevisie Omdat er nu geen sprake is van aangetrokken rentedragende financiering heeft de Vervoerregio geen specifieke rentevisie ten aanzien van door haar verschuldigde of door haar verstrekte gelden. Voor zover nodig baseert de Vervoerregio haar visie op de rentevisies van DNB en BNG. Toerekening rentelasten aan Eigen Vermogen en taakvelden De Vervoerregio rekent geen rente toe aan bestemmingsreserves/eigen vermogen of taakvelden.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 31 van 50

PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Organisatieopbouw en kosten van personele inzet Het organogram (bijlage 1) toont de wijze waarop de Vervoerregio is georganiseerd. De Vervoerregio wil een wendbare organisatie zijn. Daarom werd in mei 2022 een nieuwe organisatiestructuur ingevoerd waardoor de besturing op een aantal plekken versimpeld is. Ook stimuleren wij het ‘opgavegericht’ werken dwars door de organisatie heen. Dit heeft geresulteerd in een compacter management en een op sommige plekken andere indeling: meer naar taakgebieden. Dit resulteert tot heden niet in een versobering van onze formatie. De opgave voor de Vervoerregio blijft groot en het werk is niet verminderd. Het gewenste resultaat van de nieuwe structuur is de wendbaarheid, efficiëntie en resultaatgerichtheid te vergroten. Tabel 20 Ontwikkeling formatie

2021 Formatie

131 fte

2022 150 fte

2023 150 fte

2024

2025

2026

150 fte

150 fte

150 fte

Toelichting op tabel 16 Er wordt voor de begroting 2023 rekening gehouden met een gelijkblijvende formatie. De Vervoerregio brengt momenteel via het traject Strategische Personeelsplanning in kaart wat de formatiebehoefte echt is. Daar waar er wijzigingen nodig zijn ten aanzien van het aantal FTE of de omzetting van inhuur naar vaste formatie wordt een voorstel ingediend bij de Regioraad. Alleen na een akkoord van de Regioraad zal het effect hiervan doorgevoerd worden in een begroting.

Tabel 21 Formatie - en inhuurbudgetten

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

7,6 mln

8,4 mln

8,4 mln

8,4 mln

8,4 mln

8,4 mln

5,5 mln

5,4 mln

5,4 mln

5,4 mln

5,4 mln

5,4 mln

13,1 mln

13,8 mln

13,8 mln

13,8 mln

13,8 mln

13,8 mln

1,8 mln

2,6 mln

2,1 mln

2,1 mln

2,1 mln

2,1 mln

2,0 mln

1,7 mln

1,7 mln

1,7 mln

1,7 mln

1,7 mln

Inhuurbudget

3,8 mln

4,3 mln

3,8 mln

3,8 mln

3,8 mln

3,8 mln

Totaal kosten personele inzet

16,9 mln

18,1 mln

17,6 mln

17,6 mln

17,6 mln

17,6 mln

Formatiebudget – m.b.t. apparaatskosten verkeer en vervoer (zie tabel 10) Formatiebudget – m.b.t. overhead (zie tabel 11) Formatiebudget – totaal Inhuurbudget – m.b.t. apparaatskosten verkeer en vervoer (zie tabel 10) Inhuurbudget – m.b.t. overhead (zie tabel 11)

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 32 van 50

Toelichting op tabel 21 Binnen de begrotingspost Bedrijfsvoering is voor de verhuizing naar de nieuwe locatie al een structurele begrotingsuitbreiding ad € 400k doorgevoerd. Gelet op diverse onzekerheden bij de invulling van alle facilitaire functies is nu nog niet met zekerheid te stellen dat deze uitbreiding toereikend is. Vanwege de gestaag toenemende personele omvang, en ook voor de komende jaren verwachte krapte op de arbeidsmarkt, wordt voor de begrotingspost Personeel en organisatie een structurele uitbreiding aangevraagd van €75k. Het formatiebudget wordt op basis van volle FTE’s en werkgeverslasten begroot. Wat willen we op het gebied van Bedrijfsvoering bereiken en wat gaan we daarvoor in 2023 doen? In 2023 staat de communicatie in het teken van het verder vergroten van de zichtbaarheid van de Vervoerregio en het positioneren van ons nieuwe bestuur. We gebruiken hiervoor een nieuwe methode: Communiceren met focus. We bouwen dit concept verder uit en zorgen voor een gerichtere communicatieaanpak. Als aanvoerder van de mobiliteitsopgave heeft de Vervoerregio een belangrijke positie in de regio. Ook op landelijk niveau willen wij ons steviger positioneren, onze kennis en standpunten breder uitdragen en nog effectiever samenwerken.

We zetten de ontwikkeling door naar een gekende vervoersautoriteit, zichtbaar in beeld bij bestuurlijk en politiek Nederland en onze stakeholders. We gebruiken daarbij het nieuwe beleidskader en de implementatie van het bestuursakkoord als leidraad. In 2023 wordt het, in 2022 opgestelde, bestuursakkoord omgezet tot concrete acties. Tijdens een retraite in de zomerperiode 2022 wordt met het bestuur gekeken hoe het gaat met het bestuursakkoord en of nog ergens bijgestuurd moet worden. Verder wordt ingezet op het verbeteren van het contact met de Regioraad. De bestuursadviseurs onderhouden het contact met de raadsleden. Op die manier hebben de raadsleden een vast aanspreekpunt voor vragen en opmerkingen en kunnen de bestuurders goed voorbereid de raad te woord staan. De raadsvergaderingen worden daarmee nog meer de plek om goed en inhoudelijk met elkaar het gesprek te voeren. De afgelopen twee jaar heeft de Vervoerregio geïnvesteerd in het verbeteren van de politiekbestuurlijke sensitiviteit van de organisatie. Inmiddels hebben bijna alle collega’s de geboden trainingen gevolgd. In 2023 blijven deze trainingen bestaan om ook nieuwe collega’s hierin te begeleiden. Op die manier kunnen we bestuurders en raadsleden op een goede manier adviseren.

Voor de vervoerregio-gemeenten organiseren wij de regionale samenwerking voor onze wettelijke taken (onder meer via de Werkgroep en het Portefeuillehoudersoverleg Verkeer en Vervoer, het Dagelijks Bestuur en de Regioraad) en behartigen we – samen met de deelregio’s - de belangen van de gemeenten in de regionale samenwerking op MRA-schaal en in de contacten met het Rijk. Zo laten we zien dat de Vervoerregio de aanvoerder is van de regionale samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam. Public Affairs gaat verder professionaliseren in 2023. Dat betekent dat wij de successen van 2022 gaan doortrekken naar 2023. Zo willen wij wederom een beeldbepalende evenementen organiseren voorafgaand aan MIRT debatten en bovendien willen wij wederom een Toekomst van het ov-evenement organiseren samen met OV-Magazine. We bepalen onze prioriteiten afhankelijk van de in 2022 gemaakte Rijk-regio afspraken voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), de spoordossiers en de voortgang van eerder gemaakte MIRT-afspraken. Bepalend hierbij is de voortgang van de mobiliteitstransitie in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) vanuit het Multimodaal Toekomstbeeld van het Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, het Bestuursakkoord 2022-2026 en het Beleidskader 2.0 van de Vervoerregio.

Als onderdelen daarvan achterblijven of niet lekker lopen dan zetten wij die extra in de schijnwerpers. Ook kijken we goed wat elders in Nederland op gebied van mobiliteit plaatsvindt en als wij onze partners daar een steun in de rug kunnen geven, zodat wij dichter bij onze eigen mobiliteitsdoelstellingen komen, dan zetten wij ons daarvoor in. Met de nieuwe provinciale bestuurders bundelen wij als vanouds onze krachten in de MRA, zodat wij met één mond richting het Rijk praten. Ook voor 2023 is de hoogste prioriteit het borgen van ons financiële continuïteit via o.a. de Brede Doeluitkering. Het merendeel van onze activiteiten is gericht op het maximaliseren van investeringen in onze regio.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 33 van 50

Rechtmatigheid Gemeenten en ook de Vervoerregio moeten per verslagjaar 2022 zelf in de jaarrekening verantwoording afleggen over de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. De Vervoerregio heeft zich hierop voorbereid en vanaf 2019 systematisch stappen gezet in de verbetering van de interne beheersing. Op basis hiervan heeft het dagelijks bestuur reeds bij de jaarrekening 2021 een rechtmatigheidsverklaring kunnen afgeven. De Vervoerregio voert zowel een preventieve als een representatieve beoordeling uit op de financiële rechtmatigheid van verschillende processen. Preventief is de interne beheersing van verschillende processen gemeten aan de hand van normenkaders en vastgelegd in het management control systeem van de organisatie. De repressieve beoordeling vindt plaats via de verbijzonderde interne controle (VIC). Op basis van de evaluatie van de preventieve beoordeling op de opzet en het bestaan van de beheersmaatregelen worden verbetermaatregelen voor de administratieve organisatie geprioriteerd. Aangevuld met de toets op de werking van de interne beheersing via de de VIC leveren deze activiteiten waardevolle aanbevelingen om de processen en de interne beheersing naar een hoger niveau te brengen.

PARAGRAAF VERBONDEN PARTIJEN De Vervoerregio is een samenwerking van 15 gemeenten volgens de Wet Gemeenschappelijke Regeling. Formeel heeft de Vervoerregio tijdens het vaststellen van deze begroting geen verbonden partijen. Als de regioraad akkoord gaat met de verwerving van een prioriteitsaandeel in GVB Holding N.V., zal deze als verbonden partij worden aangemerkt. Voor een verbonden partij is vereist dat er sprake is van zowel bestuurlijke zeggenschap als een financieel belang in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie. Naast deze mogelijke toekomstige verbonden partij neemt de Vervoerregio deel aan diverse samenwerkingsverbanden op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Zo participeert de Vervoerregio in het regionale samenwerkingsverband van de MRA. Voor een groter geografisch gebied dan de vervoerregio vindt daar afstemming plaats op het gebied van mobiliteit en de inbreng richting het Rijk via het Programma Sbab en het Bestuurlijk Overleg MIRT. Vanuit haar rol en verantwoording op het gebied van OV wordt regelmatig opgetrokken met andere decentrale ov-autoriteiten in het Samenwerkingsverband DOVA en het Nationaal OV Beraad. Intensievere samenwerking is er met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).

In de toelichting bij het subprogramma OSS worden de landelijke en regionale samenwerkingsverbanden genoemd waar de Vervoerregio personele inzet voor levert en zowel inhoudelijk als financieel aan bijdraagt. GVB Holding N.V. De Vervoerregio is samen met de gemeente Amsterdam eigenaar van GVB Holding. De Vervoerregio heeft één prioriteitsaandeel en de Gemeente Amsterdam bezit de overige 20.000 aandelen in GVB Holding N.V. Wijze van belang: de Vervoerregio bezit een prioriteitsaandeel, hetgeen betekent dat bepaalde besluiten, overwegend betrekking hebbende op de dochters GVB infra B.V. en GVB Exploitatie B.V., alleen in unanimiteit met de gemeente Amsterdam genomen kunnen worden. Openbaar belang: het prioriteitsaandeel verschaft de Vervoerregio de mogelijkheid tot het inbesteden van de concessie Amsterdam en tot het voeren van een betere Governance op aanschaf, beheer en onderhoud van strategische activa en railinfrastructuur. Grootte van het belang: -

per 31/12/2021: 1 aandeel ad nominaal € 1.000 (aanschafdatum 23 december 2021)

Tabel 22 Grootte belang verbonden partijen

Deelneming

Vestigingsplaats

Aandeel

Subprogramma

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

Eigen vermogen 31/12/2021

Vreemd vermogen 31/12/2021

Netto winst 2021

pagina 34 van 50

GVB Holding NV

Amsterdam

0,005%

Concessies en BORI/MVP

99.335

417.465

5.206

Het financieel risico voor de Vervoerregio met betrekking tot deze deelneming is beperkt tot de nominale waarde van het prioriteitsaandeel. De Vervoerregio heeft met het prioriteitsaandeel geen economisch belang in GVB Holding N.V. Tijdens de aandeelhoudersvergaderingen in 2023 zal de directie van GVB Holding NV aan de Vervoerregio om goedkeuring/besluitvorming op bepaalde (strategische) besluiten vragen. Daar waar het GVB Infra BV en GVB exploitatie BV betreft, vereisen de statuten dat Amsterdam en Vervoerregio in unanimiteit tot besluitvorming komen. Deze systematiek is op basis van de regels inzake inbesteden noodzakelijk om te kunnen blijven spreken van een situatie dat de Vervoerregio toezicht houdt op deze vennootschappen als ware het haar eigen dienst.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 35 van 50

BEGROTING IN CIJFERS OVERZICHT BATEN EN LASTEN 2023-2025 Tabel 23 Overzicht baten & lasten (bedragen in x € 1.000) (Sub-)Programma

Jaarrekening 2021

Gewijzigde begroting 2022 (na 1e Bestuursrapporta ge 2022)

Ontwerpbegroting 2023

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

-49

566

522

522

458

404

349

10.409

11.184

11.132

11.132

11.132

11.182

11.137

124.648

179.510

105.648

105.648

102.216

112.432

112.381

500

1.000

1.000

1.000

1.500

20.000

LASTEN Algemende dekkingsmiddelen Overhead Verkeer & Vervoer: Investeringsagenda Mobiliteit (1) Bijdrage aanleg verlenging Noord/Zuidlijn en sluiten metroring (2) Amsteltram

32.553

50.050

35.717

35.717

24.006

0

0

Concessies (3)

298.870

129.748

94.063

94.063

86.281

83.715

75.284

Beheer & Onderhoud Rail Infrastructuur (4) Acitva GVB (5)

126.204

160.052

116.699

116.699

115.982

115.382

115.382

18.537

47.407

26.897

26.897

37.869

33.402

43.078

Onderzoek, Studie en Samenwerking

7.327

9.233

9.110

9.110

8.872

8.884

8.465

Apparaatskosten

8.770

10.867

10.373

10.373

10.373

10.923

10.923

Totaal Verkeer & Vervoer

616.909

587.367

399.506

399.506

386.599

366.238

385.513

TOTAAL LASTEN 5)

627.269

599.117

411.161

411.161

398.189

377.824

396.999

BDU jaarbijdrage

425.600

435.347

435.714

435.714

435.714

435.714

435.714

BDU saldo voorgaande jaren

-27.164

116.237

-36.929

-36.929

-47.808

-68.088

-48.439

2.397

2.036

1.992

1.992

1.928

1.874

1.819

1

0

0

0

0

0

0

400.835

553.619

400.777

400.777

389.834

369.500

389.094

183

140

140

140

140

140

140

BATEN Algemene dekkingsmiddelen:

Rentebaten Overige baten Totaal Algemene dekkingsmiddelen

Overhead Verkeer & Vervoer: Investeringsagenda Mobiliteit

5.184

7.690

0

0

0

0

0

Amsteltram

1.868

28.670

1.615

1.615

0

0

0

Concessies

216.658

6.143

6.318

6.318

6.143

6.100

6.100

BORI/MVP

0

0

0

0

0

0

0

Acitva GVB

-61

400

200

200

200

200

200

1.642

2.233

2.110

2.110

1.872

1.884

1.465

22

0

0

0

0

0

0

Totaal Verkeer & Vervoer

225.314

45.136

10.243

10.243

8.215

8.184

7.765

TOTAAL BATEN 5)

626.331

598.895

411.161

411.161

398.189

377.824

396.999

-938

-222

0

0

0

0

0

Onderzoek, Studie en Samenwerking Apparaatskosten

RESULTAAT VOOR BESTEMMING

MUTATIES RESERVES Toevoeging aan reserves

0

0

0

0

0

0

0

Onttrekking van reserves

938

222

0

0

0

0

0

TOTAAL MUTATIES RESERVES

938

222

0

0

0

0

0

0

-0

0

0

0

0

0

RESULTAAT

Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar de toelichting van de desbetreffende subprogramma’s.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 36 van 50

OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Het overzicht incidentele baten en lasten laat zien of er een structureel evenwicht is. Wanneer structurele lasten gedekt worden door structurele baten is er sprake van een structureel evenwicht. Inzicht of begrotingsramingen een structureel of incidenteel karakter hebben is hierbij van groot belang. Op basis van de BBV-nota incidentele baten en lasten, is duidelijk dat de BDU-ontvangsten van structurele aard zijn. De aard van de werkzaamheden van de Vervoerregio zijn structureel, dus de lastenbudgetten zijn structureel. Daarom tellen naast de budgetten voor Concessies, BORI/MVP, Activa GVB en de apparaats- en overheadkosten ook de projectbudgetten van de Investeringsagenda Mobiliteit en Onderzoek, Studie en Samenwerking mee als structureel, ook al zijn de onderliggende projecten veelal incidenteel van aard. Wanneer een bepaald project additionele bijdragen (van derden of vanuit de BDU) ontvangt, dan wordt zowel deze bijdragen als de ermee gefinancierde kosten als incidenteel beschouwd. Vanaf 2021 zijn enkele uitkeringen uit de absolute BDU in de begroting opgenomen. Met deze uitgangspunten worden de bijbehorende projectbijdragen en de eigen projecten onder het subprogramma Amsteltram als incidenteel aangemerkt. De eigen projecten eindigen namelijk na enkele jaren, waarmee ook nog geen invulling aan daardoor vrijvallend budget is gegeven.

Het herstelbudget concessies werd bij de 1e begrotingswijziging van de begroting 2021 toegevoegd aan het programma verkeer & vervoer. Dit budget is sindsdien opgehoogd met de niet-bestede bonusgelden en wordt ingezet voor incidentele lasten, zoals bv. bijdrage aan EMV-betalen in de concessie Waterland. Het karakter van dit budget is incidenteel. Tabel 24 Incidentele baten & lasten (bedragen in x € 1.000)

Incidentele baten en lasten

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Amsteltram

28.670

1.615

0

0

0

Absolute BDU en SPUK

7.731

175

862

862

862

BATEN

Beschikbaarheidsvergoeding OV* Totaal incidentele baten LASTEN Amsteltram Doortrekken Noord/Zuidlijn en sluiten metroring

0

0

0

0

0

36.401

1.790

862

862

862

50.050

35.717

24.006

0

0

500

1.000

1.000

1.500

20.000

0

0

0

0

Herstelbudget concessies

23.858

Investeringsagenda mobiliteit (voor zover uit absolute BDU of SPUK gefinancierd)

7.731

Beschikbaarheidsvergoeding OV* Totaal incidentele lasten

0

0

0

0

0

82.140

36.717

25.006

1.500

20.000

SALDO INCIDENTEEL

45.739

34.926

24.144

638

19.138

*) BVOV loopt door t/m 12-2022, echter nog niet opgenomen in begroting 2022 Daarmee is het structureel begrotingssaldo als volgt te bepalen: Tabel 25 Structureel begrotingssaldo 2022-2026 (bedragen in x € 1.000)

Structureel begrotingssaldo Saldo baten en lasten voor verrekening met BDU-saldo Toevoegingen en onttrekkingen aan reserevs

Begrotingssaldo na bestemming

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

Structureel begrotingssaldo

2022

2023

2024

2025

2026

-116.237

36.929

47.808

68.088

48.439

-222

0

0

0

0

-116.458

36.929

47.808

68.088

48.439

45.739

34.926

24.144

638

19.138

-70.720

71.855

71.952

68.726

67.577

Het structureel saldo 2022 is negatief, mede als gevolg van niet bestede begrotingsposten uit 2021 naar 2022, die in 2022 worden gedekt uit het opgebouwde saldo BDU voorgaande jaren.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 37 van 50

ONTWIKKELING BDU-SALDO 2023-2026 EN MEERJARENPERSPECTIEF 2023-2033 Tabel 26 Ontwikkeling saldo BDU (bedragen in x € 1.000)

Ontwikkeling Saldo BDU

Sta nd s a l do BDU ul ti mo jaa r (Ontwerpbegroti ng 2023) Sta nd s a l do BDU ul ti mo jaa r (Begroti ng 20232026) Aanpas s i ng concess i ekos ten i ndi en concess i e Amsterda m i n 2022 op ni vea u 2021 bli jft en vana f 2023 weer groei t Benodi gd weersta nds vermogen Geoormerkte BDU Niet-Geoormerkte BDU

Jaarrekening 2020

Jaarrekening 2021

Gewijzigde begroting 2022 (na 1e resp. 2e Bestuursrapportage 2022)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

179.246

187.142

70.906

107.834

155.642

223.730

272.169

179.246

187.142

70.906

107.834

155.642

223.730

272.169

10.434

20.868

31.302

41.735

66.000

66.000

66.000

66.000

66.000

0 4.906

0 31.401

0 68.775

0 126.428

0 164.433

69.079 110.167

57.881 129.261

Toelichting op de tabel: De niet-geoormerkte BDU loopt op richting 2026. Dit kan geïnterpreteerd worden als vrij besteedbare ruimte, maar mede door het lange doorloopproces van projecten betekent dit ook dat projecten die nu geïdentificeerd worden, pas over enkele jaren, hun weg vinden naar de programmering in de begroting, en dus geoormerkt worden. Hier wordt in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (UPM) ook duiding aan gegeven.

Meerjarenperspectief 2023-2033 In bijlagen 3 en 4 is het meerjarenperspectief opgenomen bij deze begroting. Deze doorkijk heeft betrekking op begrotingsjaar 2023, meerjarenraming 2024-2026 en de budgettaire effecten voor de jaren 2027 tot en met 2033 op basis van de huidige inzichten en ontwikkelingen. Deze doorkijk is op prijspeil 2021 gebaseerd en wordt jaarlijks geactualiseerd.

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 38 van 50

OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Tabel 27 Overzicht baten en lasten per taakveld (bedragen in x € 1.000) Jaarrekening

Baten en lasten per taakveld (in € X 1000)

Begroting (na 1e Bestuursrapportage) 2022

2021

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

Lasten per taakveld 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer

Totaal lasten Baten per taakveld

0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer

Totaal baten Resultaatbestemming

120 10.212 0 169.624 447.314 627.269

182 10.952 566 243.971 343.446 599.117

182 10.900 522 155.633 243.923 411.161

182 10.900 458 140.252 247.259 399.051

182 10.950 404 126.974 240.176 378.686

182 10.905 349 144.729 241.696 397.861

-76 -6.670 -2.397 -116.438 -500.749 -626.331

168 10.232 2.036 263.420 323.039 598.895

177 10.726 1.992 154.866 243.400 411.161

177 10.748 1.928 138.363 247.834 399.051

177 10.782 1.874 125.281 240.572 378.686

177 10.764 1.819 142.467 242.633 397.861

-938 -938

-222 -222

0 0

0 0

0 0

0 0

0

0

0

0

0

0

0.10 Mutaties reserves

Totaal Resultaatbestemming Resultaat na Resultaatbestemming

UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Geprognosticeerde balans Vanuit de BBV is ingezet op meer inzicht op de financiële positie. Om die reden wordt in de begroting een geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren opgenomen. Tabel 28 Geprognotiseerde balans 2023-2026 (bedragen in €) Activa

A1 Vaste activa A1311 Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekking aan deelnemingen A1331a Financiële vaste activa: Leningen aan openbare lichamen (art. 1a Wet Fido) A1331b Financiële vaste activa: Overige langlopende leningen Totaal Vaste activa A2 Vlottende activa A221 Uitzettingen: Vorderingen op openbare lichamen A223a Uitzettingen: Rekening courant verhouding met het Rijk A223b Uitzettingen: Rekening courant verhoudingen overige niet-financiële instellingen A224 Uitzettingen: Overige vorderingen A225c Uitzettingen: Overige uitzettingen met een looptijd < 1 jaar A23 Liquide middelen (kas- en banksaldi) A29c Overlopende activa: Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid A29d Overlopende activa: Overige overlopende activa Totaal Vlottende activa Totaal Activa

Balans 31-12-2021

1.000 81.515.106

Prognose saldo eind 2022

Prognose saldo Prognose saldo eind Prognose saldo eind Prognose saldo eind eind 2023 2024 2025 2026

1.000 74.719.497

1.000 63.912.749

1.000 57.596.664

1.000 51.280.579

1.000 44.964.494

1.519

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

81.517.625

74.721.997

63.915.249

57.599.164

51.283.079

44.966.994

10.313.629 160.847.404 0 0 0 399.652 504.087 79.770.471 251.835.242 333.352.867

3.000.000 -29.285.711 0 0 0 0 27.504.087 11.966.308 13.184.683 87.906.680

3.000.000 39.738.984 0 0 0 400.000 504.087 12.820.946 56.464.016 120.379.265

3.000.000 93.636.398 0 0 0 400.000

3.000.000 165.761.385 0 0 0 400.000

3.000.000 222.051.917

12.398.680 109.435.078 167.034.242

13.204.997 182.366.383 233.649.462

13.204.997 238.656.915 283.623.909

Passiva

Balans 31-12-2021

P1 Vaste passiva P112 Eigen vermogen: Bestemmingsreserves P114 Eigen vermogen: Saldo van rekening Totaal Vaste passiva

221.863 0 221.863

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

26.543.544 194.461.825 2.088.826 110.036.810 333.131.004 333.352.867

8.975.509 70.905.737 769.417 7.256.017 87.906.680 87.906.680

5.282.416 107.834.470 759.167 6.103.212 119.979.265 119.979.265

5.110.775 155.642.295 759.167 5.122.005 166.634.242 166.634.242

5.621.591 223.729.870 739.333 3.158.667 233.249.462 233.249.462

5.619.041 272.168.784 740.333 4.695.750 283.223.909 283.223.909

P2 Vlottende passiva P213 Vlottende schuld: Overige vlottende schulden P29b Overlopende passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van het Rijk P29c Overlopende passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheid P29d Overlopende passiva: Overige overlopende passiva Totaal Vlottende passiva Totaal Passiva

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

Prognose saldo eind 2022

400.000

Prognose saldo Prognose saldo eind Prognose saldo eind Prognose saldo eind eind 2023 2024 2025 2026

pagina 39 van 50

Reserves 2023-2026 In 2021 heeft de raad besloten de bestemmingsreserve vervanging ICT op te heffen. De bestaande bestemmingsreserve boetegelden zal volledig in 2022 worden benut. De raad heeft besloten deze reserve te bestemmen voor het inzetten van de OV-coach in de periode 2020-2021 (€ 1 miljoen) en het compenseren van de saldoreizigers op lijn 55 (€ 0,4 miljoen). Het huidige restant in 2022 (€ 222) betreft alleen nog dekking voor de OV-Coach. In de 1e bestuursrapportage 2022 wordt de regioraad gevraagd deze aan de begroting 2022 toe te voegen. Tabel 29 Ontwikkeling reserves (bedragen in €)

Stand bestemmingsreserves eind begrotingsjaar

Jaarrekening Jaarrekening 2020 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Bestemmingsreserve vervanging ICT Bestemmingsreserve boetegelden

32.573 1.127.221

221.863

-

-

-

-

-

Totaal bestemmingsreserves

1.159.794

221.863

-

-

-

-

-

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 40 van 50

BIJLAGEN

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 41 van 50

BIJLAGE 1: ORGANOGRAM

BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026

pagina 42 van 50

BIJLAGE 2: INDICATOREN Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) zijn gemeenten gehouden in de programma’s in de begroting (artikel 8 BBV) en in de programmaverantwoording in het jaarverslag (artikel 25 BBV) de beoogde en gerealiseerde maatschappelijke effecten van de verschillende programma’s toe te lichten aan de hand van zogenaamde beleidsindicatoren. Deze zijn ook van toepassing op de Vervoerregio via de Wet gemeenschappelijke Regeling (Wgr). Voor de Vervoerregio betekent dit, na het vervallen van de indicatoren voor het taakveld Verkeer & Vervoer, dat alleen de indicatoren die betrekking hebben op het taakveld Bestuur en Ondersteuning opgenomen worden. Tabel 30 Indicatoren

Gegeven

Bron

Begroting 2022

Begroting 2023

Formatie

Eigen gegevens

150 fte

150 fte

Bezetting

Eigen gegevens

nnb

Nnb

Inwoners1

CBS

1.589.918

1.589.918

Apparaatskosten2

Begroting

€ 18.101.000

€ 17.607.000

Totale loonsom

Begroting

€ 13.842.000

€ 14.257.000

Totale Overhead

Begroting

€ 11.043.750

€ 10.992.250

Totale inhuur

Begroting

€ 3.844.000

€ 3.350.000

Totale Lasten

Begroting

€ 542.231.161

€ 389.262.943

Indicator

Meting

2022

2023

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

0,094

0,094

Externe Inhuur

Kosten als % van totale apparaatskosten

21 %

Overhead

% van de totale lasten

2%

21% 3%

1 Informatie inwonersaantallen in 2021 uit CBS statistieken. In het totaal aantal inwoners zijn ook de inwonersaantallen van de gemeente

Haarlemmerliede/Spaarnwoude (toegevoegd bij gemeente Haarlemmermeer) reeds opgenomen. Vanaf 2022 is Weesp onderdeel van de Vervoerregio, met een inwonertal van 20.445, wat de stijging ten opzichte van 2021 vrijwel geheel verklaart.

2 Onder Apparaatslasten wordt, conform de bepaling in het BBV verstaan: de som van de personele en de materiele (inhuur) apparaatslasten van

de programma’s Verkeer & Vervoer en Overhead.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743159/1