D 1 Bestemmingsplan Gedempte Where 1, toelichting en regels
Tekst van het document
Het betreft daarmee woningen voor specifiek benoemde doelgroepen. De juridische basis voor het doorvoeren van gemeentelijk woonbeleid voor deze doelgroepen moet zijn vastgelegd in een zogeheten doelgroepenverordening. Een doelgroepenverordening heeft alleen betrekking op nieuwbouw. De Doelgroepenverordening gemeente Purmerend 2020 vormt de basis voor het doelgroepenbeleid van de gemeente Purmerend. In het onderhavige plan worden van de maximaal 161 woningen minimaal 28 middeldure huurwoningen en/of betaalbare koopwoningen (< € 250.000,- prijspeil 1 juli 2019) gerealiseerd. In de regels van het bestemmingsplan kunnen naast percentages sociale huur- en koopwoningen, ook percentages voor middenhuur worden opgenomen. Om te borgen, dat de middeldure huurwoningen worden gerealiseerd en in stand gehouden overeenkomstig de Doelgroepenverordening, is een specifieke gebruiksregel opgenomen in de planregels, inhoudende dat:
Gedempte Where 1
31
"Indien gekozen wordt voor het realiseren van middeldure huurwoningen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder j van het Besluit ruimtelijke ordening, deze woningen dan dienen te worden gerealiseerd als middeldure huurwoning conform het thans geldende beleid van de "Doelgroepenverordening gemeente Purmerend 2020", met dien verstande dat elke middeldure huurwoning gedurende ten minste 10 jaar vanaf het eerste moment van ingebruikname als middeldure woning moet worden gebruikt". Bij het onderhavige plan op de PostNL-locatie met de invulling met 28 middeldure huurwoningen of betaalbare koopwoningen in dit bestemmingsplan, is in samenhang met twee andere projecten invulling gegeven aan de 30-30-40 regel. 3.4.3.5 Huisvestingsverordening Op 23 januari 2019 is een gewijzigde huisvestingsverordening in werking getreden, waarmee het splitsen van al bestaande woningen wordt gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Aanvragen voor woningsplitsing worden getoetst op een minimale oppervlakte van de nieuwe woningen van 40 m2 en het aspect leefbaarheid. Ook kamergewijze verhuur wordt met deze gewijzigde huisvestingsverordening gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Dergelijke aanvragen worden eveneens getoetst op het aspect leefbaarheid.
3.4.4 Duurzaamheidsagenda2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023. De volgende thema's staan centraal: 1.
Duurzaamheid in de gebouwde omgeving: uitvoering Proeftuin Aardgasvrij; uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend; transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen; verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen.
2.
Duurzame bedrijven: verminderen CO2-uitstoot bedrijven; bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; gebruik van duurzame grondstoffen; versterking circulariteit van grondstoffen.
3.
Duurzame mobiliteit: streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente; toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; vermindering CO2-uitstoot voertuigen.
4.
Duurzame energie: aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie.
5.
Duurzame stad en regio: de Regionale Energiestrategie, waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast; benutting van subsidie-mogelijkheden.
6.
Duurzame gemeente: streven naar 75% van het afval gescheiden ophalen; klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten;
32
Gedempte Where 1
klimaatadaptief bouwen; duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket. verduurzamen gemeentelijk vastgoed; stimulering verduurzaming Schoolgebouwen; stimuleren Duurzame vaarrecreatie. Het onderhavige (bouw)plan voor het appartementengebouw project PostNL zal worden aangesloten op de stadsverwarming. Daarmee, en gezien de wet- en regelgeving, zal het onderhavige gebouw gasloos zijn. Op het gebouw worden zonnepanelen aangebracht. Het gebouw zal tevens voldoen aan het geldende Bouwbesluit, waarmee het gebouw een sterk duurzaamheidsgehalte kent. Het plan sluit aan op het uitgangspunt van de autoluwe binnenstad. Daarmee wordt de uitstoot door voertuigen beperkt. Ter plaatse van het gebouw zal sprake zijn van gescheiden afvalinzameling. 3.4.5 Groenkoers De nota Groenkoers, op 28 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld, geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte.
Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. De bestaande groenstrook in het plangebied, langs het water, wordt vervangen. Deze groenstrook, met er doorheen het pad Molenschans, is een gesloten plek, en vraagt om een meer toegankelijk karakter. Het project PostNL voorziet in een nieuwe openbare ruimte ter plaatse van de strook met nieuwe groenelementen, welke de beleving van het groen ten goede komt. 3.4.6 Bomenlijst Purmerend heeft een bomenlijst (https://www.purmerend.nl/kaarten/bomenlijst/). Op deze kaart staan de waardevolle bomen van de stad. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod oftewel met een omgevingsvergunning voor het kappen. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - met betrekking tot die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd. De BEA wordt uitgevoerd in het kader van de nadere regels die het college op grond van de Algemene Plaatse Verordening (APV) kan stellen met betrekking tot kap, gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor het kappen.
Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. De uitkomsten van die BEA dienen te worden verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan. In het kader van het project PostNL is een Bomen Effect Analyse (BEA) verricht. De BEA voor de PostNL-locatie komt aan bod in paragraaf 4.6. Met de voorgestelde oplossingen in de BEA vormt het aspect bomen geen belemmering voor het onderhavige plan. De BEA is bij dit bestemmingsplan gevoegd als bijlage 11. 3.4.7 Visie Leefbare Stad 2040 De gemeente Purmerend heeft tot 2040 een bouwopgave van 10.000 woningen. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte wordt groter. Bovengronds, doordat meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Ondergronds, omdat er uitbreiding van kabels, leidingen, riolering en stadsverwarming nodig is. Het groen in de stad staat onder druk. Daarnaast treedt er klimaatverandering op. De kans op wateroverlast, hittestress en droogte in de stad wordt groter. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen.
Gedempte Where 1
33
Op 26 maart 2020 is de Visie Leefbare Stad 2040 (Steen en groen in balans voor een leefbaar en aantrekkelijk Purmerend) door de raad vastgesteld. In deze visie worden de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad. Het is een overkoepelend plan dat een stip op de horizon richting 2040 weer geeft, dat kansen benoemd en dat vier uitwerkingen kent: 1. Bomenplan (is gereed); 2. Klimaatadaptatieplan (wordt in 2020 opgesteld); 3. Parkenplan (wordt begin 2021 afgerond); 4. een uitwerking voor Natuurinclusief bouwen (wordt begin 2021 afgerond). Met de vaststelling van de visie zal in vervolg bij elke ontwikkeling in de stad onderbouwd moeten worden wat er is gedaan op het gebied van goede bomen, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. Bij het project PostNL worden er meer bomen teruggeplant/aangeplant dan dat er bomen worden weggehaald. Het weghalen van de bestaande bomen zorgt er voor dat de bomen in mindere staat worden vervangen door goede bomen. In het plangebied wordt langs het water De Where een nieuwe groenstrook aangelegd met daarin nieuwe bomen. In de binnentuin van het appartementengebouw project PostNL wordt nieuw groen gerealiseerd. Langs de Hoornselaan wordt nieuw groen gerealiseerd.
Ten aanzien van klimaatadaptie zorgt het te realiseren groen voor een reductie van hittestress, en wordt de regenwaterafvoer geoptimaliseerd voor de onderhavige locatie/situatie. Het realiseren van een gescheiden waterafvoer-/rioolstelsel wordt tevens in het kader van klimaatadaptie uitgewerkt. Tevens wordt als klimaatadaptieve maatregel 'Tegel eruit, groen erin', zijnde minder verharding, toegepast. Ten aanzien van natuurinclusief bouwen worden er in de gevels van de nieuwbouw project PostNL diverse kasten opgenomen welke huisvesting van lokale reeds aanwezig zijnde vogelsoorten bevordert. 3.4.8 Verkeersplan Purmerend 2040 Purmerend heeft een grote woningbouwopgave en moet 10.000 woningen bouwen tot 2040. De extra woningen leiden uiteraard tot meer verkeer. Zonder verdere actie gaat de woningbouwopgave grote consequenties hebben voor de leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid in de stad. Het verkeersplan, dat in maart 2019 door de raad is vastgesteld, bevat een pakket aan maatregelen om de parkeerdruk in de binnenstad te reguleren en de doorstroming te reguleren.
De voorgestelde parkeermaatregelen zijn geclusterd rond drie pijlers: optimaliseren van het gebruik van het bestaande parkeeraanbod (realisatie van een parkeerverwijssysteem, ruimere openingstijden parkeergarage Claxonate, vergroten bekendheid avondopenstelling Eggertgarage (Q-park) en vergunninghoudersparkeerplaatsen omzetten naar betaalde parkeerplaatsen); compenseren van het parkeertekort dat ontstaat door woningbouw (haalbaarheidsonderzoek parkeergarage Schapenmarkt en/of omgeving stadhuis); beïnvloeden van het parkeergedrag (aantrekkelijker maken van alternatieve vervoerswijzen zoals fiets en het openbaar vervoer, beïnvloeden van het parkeertarief en het tarief voor de parkeervergunningen, uitbreiden nul-vergunningenregeling en uitbreiden parkeerregulering). Inzet is om de verschillende parkeermaatregelen in de loop van 2019 met een doorloop in het eerste kwartaal van 2020 uit te voeren. Om de binnenstad autoluw te maken en het doorgaand verkeer te ontmoedigen de route door de binnenstad te nemen, zijn er globaal vier knoppen waar aan gedraaid kan worden. Zo kunnen maatregelen getroffen worden die betrekking hebben op de: snelheid; instelling verkeerslichten; op- en afritten van de A7; verkeerscirculatie. Bovenstaand pakket is met behulp van een verkeersmodel doorgerekend.
Daaruit blijkt dat het beoogde effect - een autoluwe binnenstad - alleen haalbaar is bij een combinatie van de vier maatregelen.
34
Gedempte Where 1
Parkeerregulering draagt ook bij aan het autoluw maken van de binnenstad. Het onderhavige plan sluit aan op het uitgangspunt van een autoluwe binnenstad. 3.4.9 Visie op mobiliteit Purmerend 2040 Purmerend heeft met de visie 2040 gekozen voor intensivering van bestaand stedelijk gebied. Dat is een keuze voor verstedelijking en dat levert meer mogelijkheden op voor openbaar vervoer en gedeeld vervoer. Het betekent ook meer inwoners in en rond het centrum, vaak Purmerenders die doorstromen op de woningmarkt. Voor hen en voor de bezoekers aan de binnenstad is een leefbare stad waar het gezond leven en recreëren is van groot belang. In de 'Visie op mobiliteit' wordt richting gegeven aan de verbinding tussen de binnenstad en de randen van de stad en het ommeland. Het onderhavige plan sluit aan op de Visie op mobiliteit. De haalbaarheid van elektrische deelauto's wordt nog onderzocht. 3.4.10 Nota gebiedsoverstijgendekosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor dergelijke bouwplannen geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld.
Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties. Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen). Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het verzekeren van de kosten via een anterieure overeenkomst. In hoofdstuk 6 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn.
3.5
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling om 158 tot maximaal 161 woningen, betreffende appartementen, en daarbij kleinschalige horeca, op de onderhavige planlocatie te realiseren, ligt in lijn met het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid.
Gedempte Where 1
35
36
Gedempte Where 1
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten en randvoorwaarden
Verkeer en parkeren
4.1.1 Beleidskader Verkeersaantrekkende werking Voor de berekening van de toekomstige verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de verkeersgeneratiecijfers/-kengetallen van het CROW (zie ook CROW-publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”). Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van een bouwplan moet rekening worden gehouden met 1) wat voor een gemeente (zeer sterk, sterk, matig, weinig, niet stedelijk) het betreft en 2) in welk gebied (centrum, schil centrum, rest bebouwde kom, buitengebied) het bouwplan gerealiseerd wordt. De gemeente Purmerend is een 'sterk stedelijke' gemeente en het onderhavige plangebied is gelegen in het centrum. Parkeren Het onderhavige bestemmingsplan overschrijft de regels van de Nota Parkeernormen 2016 die zijn verbonden aan het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeernormen Purmerend 2018". Voor de onderhavige planlocatie gelden specifieke parkeerregels op basis van het gemeentelijke mobiliteitsbeleid. Er is met het onderhavige plan sprake van een nieuwe parkeerbeleidsregel, gebaseerd op het door de gemeenteraad vastgestelde mobiteitsbeleid. De Nota Parkeernormen is vooral bedoeld voor bestaande gebieden. Voor nieuwe ontwikkelingen zijn veelal concrete parkeernormen in het bestemmingsplan zelf noodzakelijk (maatwerk). In dat laatste geval is de Nota parkeernormen niet van toepassing (zie stap 1 van de nota).
Deze nota hoeft daarom ook niet nader te worden toegelicht in de onderhavige Toelichting van het bestemmingsplan. De parkeerbehoefte van het onderhavige plan is gebaseerd op het gemeentelijke beleid dat zich richt op een autoluwe binnenstad en parkeerregulering.
4.1.2
Analyse
4.1.2.1 Algemeen en Uitgangspunten Voor de herontwikkeling van de PostNL-locatie (Gedempte Where 1 Purmerend), en het onderhavige project appartementengebouw PostNL, is een verkeersonderzoek en een parkeeronderzoek verricht, door het bureau Goudappel Coffeng. Het verkeersonderzoek geeft inzicht in de maximale verkeersgeneratie/-intensiteiten vanwege het project PostNL en onderhavige plan, en in de verkeersafwikkeling met betrekking tot de parkeergarage van het appartementengebouw. Het parkeeronderzoek geeft inzicht in de parkeerbehoefte in relatie tot de PostNL-locatie en het parkeer- en mobliteitsbeleid van de gemeente Purmerend. In de Toelichting van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van informatie uit het rapport "Verkeersonderzoek PostNL-Locatie" (d.d. 29 mei 2020) en de notitie "Parkeeronderzoek [PostNL-locatie] Purmerend" (d.d. 29 mei 2020) van Goudappel Coffeng. Deze onderzoeken zijn bijgevoegd als bijlagen 4 en 5. Uitgangspunten De ontwikkeling PostNL-locatie omvat 158 appartementen en 150 m2 bvo horeca/restaurant. In de parkeergarage van het appartementengebouw worden circa 66 parkeerplaatsen voor auto’s gerealiseerd, die toebehoren aan de bewoners van de appartementen. Voor de verkeerskundige uitgangspunten op het onderliggend wegennet geldt het basisverkeersmodel Purmerend 2030 dat uitgaat van de Mobiliteitsvisie Purmerend.
De gemeenteraad van Purmerend heeft in het voorjaar van 2018 de Visie op Mobiliteit (Purmerend 2040) vastgesteld. Deze visie gaat uit van een meer autoluwe binnenstad. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in en om de binnenstad. Door slimmer om te gaan
Gedempte Where 1
37
met mobiliteit, bijvoorbeeld door toepassing van deelauto’s, in te zetten op fiets en openbaar vervoer en/of uit te gaan van een nul-vergunningenregeling, kan het autobezit en -gebruik worden beperkt. Hierdoor is minder ruimte nodig voor rijdende en stilstaande auto’s en kan met meer ruimtelijke kwaliteiten en een hogere dichtheid worden gebouwd en kan worden gezorgd voor een acceptabele verkeersafwikkeling. De PostNL-locatie is een locatie die zich goed leent voor de beoogde mobiliteitsaanpak. ‘Als het hier niet kan, dan lukt het nergens’. De locatie grenst aan de voetgangerszone en ligt in de rand van de Purmerendse binnenstad, op loopafstand van alle voorzieningen zoals winkels en horeca. Voor de deur van de planlocatie ligt een bushalte met frequente rechtstreekse verbindingen naar Amsterdam en Edam. Het NS-station van Purmerend is op loopafstand van de planlocatie gelegen. Het onderhavige plan(gebied) is gelegen in een gereguleerd parkeergebied, waardoor de parkeervraag niet op de omgeving kan worden afgewikkeld.
4.1.2.2 Verkeer Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is bepaald op basis van het aantal parkeerplaatsen voor bewoners in de parkeergarage. Voor de berekening van de verkeersgeneratie, is het CROW verkeersgeneratiekencijfer gehanteerd (CROW-publicatie 381). Het parkeerkencijfer dat aansluit bij het aantal parkeerplaatsen in de parkeergarage, heeft een bijpassend verkeersgeneratiekencijfer. In het verkeersgeneratiekencijfer is tevens rekening gehouden met ritten van bezoekers. Ondanks dat bezoekers niet parkeren in de parkeergarage op de PostNL-locatie, worden deze ritten wel gemaakt. Servicelogistiek, vuilnis ophaal en pakketbezorging vallen hier ook onder. Voor de 5 deelauto’s wordt zekerheidshalve uitgegaan van een dubbel aantal ritten. De aldus berekende verkeersgeneratie bedraagt 527 ritten per werkdagetmaal respectievelijk circa 480 ritten per weekdagetmaal. Ten aanzien van luchtkwaliteit en stikstof(depositie) wordt gerekend met het weekdagetmaal cijfer, en dit is zekerheidshalve verhoogd naar 500. Voor de berekeningen en analyse is ervan uitgegaan dat twee-derde (de bewoners) zich direct bij de parkeergarage begeeft en de rest (bezoekers) zich over de omgeving verspreidt. Verkeersafwikkeling (parkeergarage) Voor de aantakking van de parkeergarage op het wegennet van Purmerend is uitgegaan van: De intensiteiten op het omliggende wegennet.
De prognose voor de verkeersproductie voor zover die gebruik maakt van de parkeergarage. De locatie en vormgeving van de in- en uitgang van de parkeergarage aan de zuidzijde van het appartementengebouw, aan/langs de Gedempte Where, zoals weergegeven op afbeeldingen 2.2A en 2.2B. Voor de aantakking van de parkeergarage gelden de volgende randvoorwaarden: Autobestuurders moeten veilig kunnen afslaan naar de parkeergarage zonder de verkeersafwikkeling op de doorgaande weg ernstig te hinderen. Autobestuurders moeten veilig van de parkeergarage de openbare weg op kunnen rijden zonder de verkeersafwikkeling op de doorgaande weg ernstig te hinderen. Autobestuurders moeten zich veilig kunnen opstellen voor het in- en uitrijden van de parkeergarage. Afslaan naar de parkeergarage De in- en uitrit van de parkeergarage bevindt zich ter hoogte van de bushalte op de Gedempte Where/Achterdijk net voor het begin van de opstelvakken van het kruispunt met de Hoornselaan. Daarmee bevindt de in- en uitrit zich in het invloedsgebied van het kruispunt. Voor een veilige en soepele verkeersafwikkeling op het kruispunt is het wenselijk de afstroom van het kruispunt niet te blokkeren.
38
Gedempte Where 1
Uiteindelijk is het de ambitie van de gemeente Purmerend om de binnenstad en ook deze route meer verkeersluw in te richten. Bij de intensiteiten zoals die nu in het basisverkeersmodel 2030 zijn opgenomen, blijft zeker op de Gedempte Where en het kruispunt met de Hoornselaan voldoende verkeersafwikkeling nog van belang en zullen vooralsnog verkeerslichten nodig zijn om dit te realiseren. Hiermee is in deze analyse rekening gehouden. Om de afstroom vanaf het verkeerslicht te garanderen, kan een linksafbeweging alleen plaatsvinden als er opstelruimte beschikbaar is voor tenminste een auto. Concreet betekent dit dat er drie mogelijkheden zijn: Niet linksafslaan vanuit het westen naar de parkeergarage. Realiseren van een opstelmogelijkheid in de middenberm. Linksafslaan vanaf de rijbaan na verdere verlaging van de intensiteiten in de toekomst. De rechtsafbeweging naar de parkeergarage is bij de geprognosticeerde verkeersintensiteiten eenvoudig mogelijk zonder aanvullende voorzieningen. Een dergelijke manoeuvre kan ook veilig op een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom worden uitgevoerd. Voor de realisatie van het gebouw wordt ervan uitgegaan dat er nu geen linksafbeweging plaatsvindt en dat deze bij een toekomstige herinrichting zou kunnen worden toegevoegd. Oprijden vanuit de parkeergarage De weg oprijden vanuit de parkeergarage kan in ieder geval rechtsaf.
De te kruisen verkeersstroom is relatief beperkt en de manoeuvre is niet complex. Er zijn daarvoor geen aanvullende voorzieningen nodig. Linksafslaan vanuit de parkeergarage is bij de geprognosticeerde verkeersintensiteiten mogelijk maar op drukke momenten kunnen lange wachttijden ontstaan en er is sprake van een complexe manoeuvre. Uit oogpunt van verkeersveiligheid is sterk aan te bevelen alleen rechtsafslaan toe te staan. Voor de realisatie van het gebouw wordt ervan uitgegaan dat er nu geen linksafbeweging plaatsvindt en dat deze bij een toekomstige herinrichting zou kunnen worden toegevoegd. Opstellen Zolang er tussen de rijbaan en de toegangsdeur van de garage minimaal 6 meter ruimte is, is aanvullende opstelruimte (uitvoegstrook o.i.d.) niet nodig. Omdat er geen ruimte is voor auto’s om tegelijkertijd in- en uit te rijden, moet wel rekening worden gehouden dat voertuigen elkaar buiten kunnen passeren. In het ontwerp en plan is dat mogelijk gemaakt. Voorkomen ongewenste verkeersbewegingen In het ontwerp van de in- en uitgang van de parkeergarage zijn de aansluitingen op de hoofdrijbaan onder een hoek ingetekend. Dit betekent dat de gewenste rechtsafbewegingen worden ondersteund. Het toevoegen van een fysieke barrière om linksafslaan onmogelijk te maken, wordt hier niet wenselijk geacht. De barrière levert meer gevaar op dan een incidentele auto die illegaal linksafslaat.
Conclusie ontsluiting Op de beoogde locatie van de in- en uitgang van de parkeergarage kan veilig worden opgesteld om inen uit te rijden. De ontsluiting op de rijbaan kan veilig op basis van rechtsaf-in en rechtsaf-uit. Bij een toekomstige herinrichting van de rijbaan op basis van lagere verkeersintensiteiten (autoluw) kan de mogelijkheid om linksaf in- en uit te rijden wellicht nog worden toegevoegd. Effect op de verkeersafwikkeling Het kruispunt van de Gedempte Where en de Hoornselaan is in de bestaande situatie en in het basisverkeersmodel 2030 een drukbelast kruispunt met verkeerslichten. Op basis van de geprognosticeerde verkeersintensiteiten kan het verkeersaanbod met de bestaande verkeersregeling nog worden verwerkt. De invloed van het verkeersaanbod met betrekking tot de PostNL-locatie is met in totaal circa 500 mvt/etmaal (zeer) beperkt: De verkeersintensiteit is al onderdeel van de geprognosticeerde totalen en maakt daar een bescheiden deel van uit (circa 4%).
Gedempte Where 1
39
Met betrekking tot de intensiteiten van de parkeergarage komen bezoekers überhaupt niet bij de garage omdat bezoekers op een andere plek in de binnenstad parkeren. Gezien de insteek om rechtsaf-in en rechtsaf-uit te rijden, komt het aanrijdende verkeer vanuit het oosten en dus zeker niet altijd langs dit kruispunt. Tijdens de maatgevende avondspits (inrijden) is er dus nauwelijks effect. Op de alternatieve routes naar de PostNL-locatie voor omrijdende bewoners of bezoekers - concreet de route langs de zuidzijde van het centrum en via de Waterlandlaan uit het oosten - is het in het basismodel 2030 rustiger dan in de bestaande situatie, en kan het verkeersaanbod dus zondermeer worden afgewikkeld.
4.1.2.3 Parkeren Met het onderhavige plan en project worden circa 66 parkeerplaatsen (waarvan 5 tot 10 voor deelauto's) in de parkeergarage van het appartementengebouw PostNL gerealiseerd. Deze parkeerplekken behoren toe aan de bewoners van de appartementen. Voor de parkeersituatie met betrekking tot het onderhavige plan zijn de volgende uitgangspunten van toepassing. Parkeren nul-vergunningengebied Gezien het gemeentelijke parkeer- en mobiliteitsbeleid, kan deze ontwikkeling gebruik maken van een nul-vergunningenregeling. Bij het onderhavige plan en het project PostNL is een beperkt aantal parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar, die bij de woningen kunnen worden meeverhuurd of -verkocht. Met de nul-vergunningenregeling kunnen eigenaren van woningen géén aanspraak maken op parkeervergunningen voor straatparkeren. Deze optie sluit goed aan bij het gewenste mobiliteitsbeleid. Een select aantal bewoners kan kiezen of ze tegen betaling een parkeerplaats willen gebruiken, of kiezen voor een woning zonder parkeerplaats; een eventuele extra vraag naar parkeren wordt niet op de omgeving afgewenteld. Het is aan de ontwikkelaar te beoordelen of de woningen op deze manier, nu en in de toekomst verhuur- en verkoopbaar zullen zijn en blijven.
Daarbij wordt opgemerkt dat het gemiddelde autobezit van een groot deel van de beoogde doelgroepen laag is, zoals inzichtelijk gemaakt in de bijlage van het parkeeronderzoek van Goudappel Coffeng. Bezoekersparkeren Bezoekers van de bewoners kunnen gebruik maken van de betaalde publieke parkeerplaatsen in de omgeving. Het maatgevende moment van bezoekersparkeren is op zaterdagmiddag (blijkt uit het parkeeronderzoek van Dufec, van november 2018, zie bijlage 20). Op zaterdagmiddag is de druk op parkeerplaatsen in de openbare ruimte het grootst. Op de zaterdagmiddag zijn met betrekking tot het project PostNL in totaal 38 parkeerplaatsen nodig om het bezoekersparkeren op te vangen. (158 woningen x 0,3 parkeerplaatsen x 60% aanwezigheid en 150 m2 bvo restaurant x 9 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo x 70% aanwezigheid). Bezoekers van de PostNL-locatie hebben geen parkeerplaatsen op de PostNL-locatie en zullen een autoparkeerplaats moeten zoeken op een van de betaalde parkeerplaatsen in de omgeving van het plangebied. Gevolgen voor het parkeren in de binnenstad Bij een nul-vergunningenregeling in een gereguleerde omgeving en een situatie waarbij een aantal woningen beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein, is er geen parkeervraag van de bewoners van de woningen in de omgeving te verwachten.
Drie onderdelen van het onderhavige plan(gebied) en het project PostNL hebben wel invloed op de omgeving: 1. het bestaande parkeeraanbod op het terrein van de PostNL-locatie (29 parkeerplaatsen); 2. anders dan in eerdere plannen is er geen openbaar parkeeraanbod op of onder het terrein van de PostNL-locatie voorzien;
40
Gedempte Where 1
3. bezoekersparkeren leidt tot een parkeervraag van 38 (betaalde) parkeerplaatsen in de omgeving. Voor deze drie onderdelen geldt dat ze al waren voorzien in 'Parkeeranalyse binnenstad Purmerend' (zie bijlage 21), die als basis is gebruikt voor het parkeer- en mobiliteitsbeleid van de binnenstad. In de parkeerbalans voor de binnenstad van Purmerend (Parkeeranalyse binnenstad Purmerend, update parkeeronderzoek najaar 2018) is een analyse gemaakt van vraag en aanbod van parkeerplaatsen. In deze analyse is rekening gehouden met de op dat moment bekende ruimtelijke ontwikkelingen, inclusief de sloop van parkeergarage 't Lammetje op de Schapenmarkt. In de analyse is er rekening mee gehouden dat het bezoekersparkeren met betrekking tot de PostNL-locatie in de openbare ruimte plaatsvindt. Aangezien op dat moment nog geen concreet programma voor de PostNL-locatie bekend was, is nog geen parkeervraag voor deze planlocatie opgenomen. In totaal volgt uit de parkeerbalans een extra parkeeropgave (te realiseren plekken) van circa 200 parkeerplaatsen voor het op dat moment bekende programma plus ruimte voor de nieuwe ontwikkelingen.
Met het besluit om bij het Stadhuis een parkeergarage met meer dan 300 parkeerplaatsen te realiseren, is er ruimschoots voldaan om de parkeervraag van toekomstige ontwikkelingen op te vangen, waaronder het bezoekersparkeren (en eventueel enkele werknemers) van de PostNL-locatie. De parkeerbalans najaar 2018 is de meest recente versie van de parkeerbalans voor de binnenstad. Vooruitlopend op de geplande bouw van een parkeergarage bij het Stadhuis - waarvan de ruimtelijke procedure nog loopt - is inmiddels ook een aantal andere vervangende terreinen gerealiseerd. Zo is een parkeerterrein aan de Stationsweg gerealiseerd, is het parkeerterrein van de Deen aan de Wagenweg 24 uur per dag geopend, en zijn bij de Wagenweg twee tijdelijke parkeerterreinen gerealiseerd. Ook op korte loopafstand van de PostNL-locatie (<100 meter) zijn verschillende openbare parkeerplaatsen beschikbaar, die uiteraard ook door bezoekers van andere functies worden gebruikt. Conclusie Op basis van het parkeeronderzoek en de verkenning naar de mogelijkheden van het verlagen van de parkeernorm (zie bijlage notitie parkeeronderzoek) kunnen de volgende conclusies getrokken worden. De onderhavige planlocatie, de PostNL-locatie, biedt door de ligging en het aanbod van alternatieve vervoerwijzen volop potentie om te voldoen met een lagere parkeernorm.
Binnen het gemeentelijk beleid biedt de nul-vergunningenregeling mogelijkheden voor het afwijken van de norm. Bezoekers zijn aangewezen op parkeerplaatsen in de omgeving. Op het maatgevende moment, de zaterdagmiddag, is de parkeervraag van bezoekers 38 parkeerplaatsen. Met de gevolgen van de ontwikkeling van de PostNL-locatie, inclusief parkeren van bezoekers in de omgeving, is in de parkeerbalans in de binnenstad al rekening gehouden. Daarbij zit ook het verdwijnen van de bestaande 29 parkeerplaatsen in het plangebied. Het aanbieden van deelauto’s en fietsparkeervoorzieningen is wenselijk om te komen tot een compleet aanbod van vervoermogelijkheden. Bij deelauto’s geldt dat een lage drempel, parkeerregulering in de omgeving in combinatie met een nul-vergunningenregeling en opname van de deelauto’s in servicekosten bepalend zijn voor de impact op het gebruik.
4.1.3 Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect parkeren, en de specifieke parkeersituatie- en oplossing bij de PostNL-locatie en het appartementengebouw, blijkt uit analyse dat het geen belemmering geeft voor het onderhavige plan.
Gedempte Where 1
41
4.2
Geluid
4.2.1 Algemeen Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste geluidsbronnen die in het kader van de ruimtelijke ordening van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven. De mate van acceptatie en hinder is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidsbelaste object, en hiervoor kent de wetgeving 'geluidsgevoelige bestemmingen' zoals wonen, zorg en onderwijs. Het te ontwikkelen appartementengebouw van het PostNL-project bevindt zich binnen de geluidszones van de wegen Gedempte Where en Hoornselaan. De te realiseren maximaal 161 woningen in het appartementengebouw zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. Een onderzoek op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is noodzakelijk. Ten behoeve van het project voor het appartementengebouw is akoestisch onderzoek verricht door het bureau LBP|SIGHT. In de Toelichting van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van informatie uit het rapport "PostNL locatie Gedempte Where 1 in Purmerend Akoestisch onderzoek wegverkeer" (d.d. 28 mei 2020) van LBP|SIGHT, dat is bijgevoegd als bijlage 6. Met het akoestisch onderzoek wordt onder meer inzicht gegeven in het aantal woningen met geluidsbelasting(en) boven de voorkeursgrenswaarden en de benodigde hogere waarden, met betrekking tot wegverkeer.
Bij het verlenen van een hogere waarde moet de gemeente een afweging maken met betrekking tot de maatregelen en de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting vanwege verkeer. Het PostNL-project kent tevens een horecabedrijf. In het kader van het terras van de voorgestane horeca is akoestisch onderzoek verricht door het bureau LBP|SIGHT, naar het stemgeluid komend van het terras. In de Toelichting van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van informatie uit de notitie "PostNL locatie Gedempte Where 1 Purmerend - Stemgeluid terras" (d.d. 11 juni 2020) van LBP|SIGHT, dat is bijgevoegd als bijlage 7. Met het akoestisch onderzoek wordt inzicht gegeven in de mogelijke geluidsbelasting vanwege stemgeluid op het terras dat is opgenomen in het onderhavige plan.
4.2.2 Wet- en regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) bevat het wettelijk kader voor de toegestane geluidsbelasting van een weg, spoorweg en industrieterrein bij geluidsgevoelige bestemmingen. Voor geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, die liggen binnen de geluidszone van een geluidsbron dient de geluidsbelasting vanwege de bron te worden onderzocht en beoordeeld. In zijn algemeenheid stellen de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder eisen aan de maximaal toegestane geluidsbelasting als de geluidsgevoelige bestemming in de geluidszone van de bron is geprojecteerd. Daarnaast bevat de wet- en regelgeving een bandbreedte waartussen hogere waarden nodig zijn. De bandbreedte wordt (ten aanzien van te realiseren nieuwe woningen) begrensd door de onderstaande waarden, in tabel 4.2. Tabel 4.2
Grenswaarden geluidsbelasting op de gevel van woningen VoorkeursMaximale grens-/ grenswaarde ontheffingswaarde Wegverkeer, binnenstedelijk 48 dB 63 dB Wegverkeer, buitenstedelijk 48 dB 53 dB Spoorwegverkeer 55 dB 68 dB Industrieterrein 50 dB(A) 55 dB(A)
Een waarde boven de voorkeursgrenswaarde is onder voorwaarden aanvaardbaar. Een hogere geluidsbelasting op de gevel dan de maximale ontheffingswaarde is slechts mogelijk als deze gevel 'doof' wordt uitgevoerd of deze gevel wordt afgeschermd van het geluid van de bron (middels een vliesgevel). Indien de geluidsbelasting op de gevel hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en lager dan de maximale ontheffingswaarde, dan kan ontheffing (een hogere waarde) worden aangevraagd. De hogere waarden (kunnen) worden verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente.
42
Gedempte Where 1
Geluidsbelasting activiteiten Voor andere geluidsbronnen bevat het Activiteitenbesluit milieubeheer het wettelijk kader voor de toegestane geluidsbelasting bij geluidsgevoelige bestemmingen. Bij de beoordeling van activiteiten in het kader van de goede ruimtelijk ordening worden tevens de geluidsnormen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' meegenomen.
4.2.3
Wegverkeerslawaai
4.2.3.1 Beleidskader Artikelen 76 en 74 van de Wet geluidhinder (hierna Wgh) schrijven voor dat in ruimtelijke plannen, die betrekking hebben op gronden die langs een verkeersweg gelegen zijn, onderzocht dient te worden of op de gevel van gebouwen met geluidsgevoelige functies de maximale toegestane geluidsbelasting niet wordt overschreden. Langs alle wegen bevinden zich, als gevolg van de Wgh, geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/u-gebieden. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. De zonebreedte is afhankelijk van een binnen- of buitenstedelijke ligging en de hoeveelheid rijstroken van de weg en wordt gemeten uit de rand van de weg. In geval sprake is van een 30 km/u-gebied binnen of nabij het plangebied: Voor wegen die zijn ondergebracht in een 30 km/u-gebied geldt geen wettelijke geluidszone en is akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai in nieuwe situaties op grond van de Wgh niet verplicht. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening echter aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau. Indien dit niet aannemelijk is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidsbelasting op de gevels noodzakelijk, mogelijk en doelmatig zijn.
Bij gebrek aan wettelijke normen kunnen uitsluitend de eerder vermelde voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde uit de Wgh als referentiekader worden gehanteerd. In het geval het project binnen een geluidzone van een weg is gelegen: Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De voorkeursgrenswaarde mag in principe niet worden overschreden. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat deze voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, is onderzoek naar maatregelen gericht op het verminderen van de geluidsbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten noodzakelijk. Onderscheid wordt gemaakt in maatregelen aan de kant van de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt), maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidsschermen), maatregelen aan de kant van de geluidsontvanger (bijvoorbeeld geluidsdove gevels) of het vergroten van de afstand tussen de geluidsbron en de ontvanger. Zijn maatregelen onvoldoende doeltreffend, dan wel ontmoeten deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek tot vaststelling van (een) hogere waarde(n) worden ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend.
Deze hogere grenswaarde mag, afhankelijk van de situatie, een bepaalde waarde niet te boven gaan (uiterste grenswaarde). De uiterste grenswaarde voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen in binnenstedelijk gebied bedraagt 63 dB. Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB.
Gedempte Where 1
43
4.2.3.2 Analyse / Resultaten akoestisch onderzoek Het onderhavige plan ligt in de geluidszones van de wegen Hoornselaan, Gedempte Where, Achterdijk, Weerwal, Wagenweg en N235. Het verrichte akoestisch onderzoek (zie bijlage 6) heeft betrekking op de geluidsbelasting op de gevels vanwege alle akoestisch relevante (gezoneerde) geluidsbronnen. Het doel van het akoestisch onderzoek is om te bepalen hoe het nieuw te realiseren appartementengebouw, met maximaal 161 woningen, met inachtneming van de Wet geluidhinder gerealiseerd kan worden. Omdat de nieuwe appartementen gelegen zijn binnen de geluidzones van de voorgenoemde wegen, moet de geluidsbelasting vanwege deze wegen bepaald worden. Van de Achterdijk en Weerwal zijn geen verkeersgegevens beschikbaar. Beide wegen zijn éénrichtingswegen met een maximale snelheid van 50 km/u. Echter, de wegen zijn ingericht als 30 km/u-wegen en liggen parallel aan de Gedempte Where. Mensen die gebruik willen maken van gemengde functies zoals de winkels die aan de Weerwal en Achterdijk liggen, kunnen langs deze genoemde wegen beperkt parkeren. Ook zijn er een aantal woningen aan deze wegen gelegen waardoor ook bewoners gebruik van deze wegen maken. De verwachting is dat het aantal motorvoertuigen per etmaal dusdanig laag is, dat er ruim voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB per weg.
Dit omdat de Weerwal en de Achterdijk éénrichtingswegen zijn, de wegen ingericht zijn als een 30 km/u-weg en de wegen niet ingericht zijn als doorgaande weg. De voor de geluidsbelastingen op de onderhavige woningen relevante wegen, zijn de Hoornselaan, Gedempte Where, Wagenweg en N235. Voor deze relevante wegen is de geluidsbelasting berekend. Geluidsbelastingen Wagenweg Uit de geluidsberekeningen blijkt dat vanwege het wegverkeer op de Wagenweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden ter plaatse van het appartementengebouw PostNL. De hoogst berekende geluidsbelasting vanwege de Wagenweg is 44 dB na aftrek van 5 dB. Vanuit de Wet geluidhinder zijn er vanwege deze weg geen belemmeringen voor de nieuwbouw. N235 Uit de geluidsberekeningen blijkt dat vanwege het wegverkeer op de N235 de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden ter plaatse van het appartementengebouw PostNL. De hoogst berekende geluidsbelasting vanwege de N235 is 33 dB na aftrek van 5 dB. Vanuit de Wet geluidhinder zijn er vanwege deze weg geen belemmeringen voor de nieuwbouw. Hoornselaan Uit de geluidsberekeningen blijkt dat vanwege het wegverkeer op de Hoornselaan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden ter plaatse van het appartementengebouw PostNL.
De hoogst berekende geluidsbelasting vanwege de Hoornselaan is 62 dB na aftrek van 5 dB op de noordwestgevel van het appartementengebouw. De voorkeursgrenswaarde wordt met maximaal 14 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Gedempte Where Uit de geluidsberekeningen blijkt dat vanwege het wegverkeer op de Gedempte Where de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden ter plaatse van het appartementengebouw PostNL. De hoogst berekende geluidsbelasting vanwege de Gedempte Where is 63 dB na aftrek van 5 dB op de zuidwestgevel van het appartementengebouw. De voorkeursgrenswaarde wordt met maximaal 15 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden.
44
Gedempte Where 1
Cumulatieve geluidsbelasting De gezamenlijke geluidsbelasting vanwege alle omliggende wegen zonder aftrek volgens artikel 110g Wgh is tevens berekend. De hoogste cumulatieve geluidsbelasting is 69 dB op de zuidwestgevel van het appartementengebouw. Ook de noordwestgevel wordt hoog geluidsbelast tot ten hoogste 67 dB. Dit betekent dat de minimale geluidwering van de gevel ten hoogste (69-33=) 36 dB moet zijn om te voldoen aan de eisen ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van de gevel die staan beschreven in het Bouwbesluit. Maatregelen Het akoestisch onderzoek heeft uitgewezen dat ten gevolge van het wegverkeer de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Voor de nieuwe woningen moet daarom een hogere (grens)waarde worden aangevraagd. In dat kader dienen maatregelen te worden overwogen. Een maatregel is (in het kader van de Wgh) doeltreffend als de geluidsbelasting met die maatregel wordt teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde (zijnde 48 dB voor een weg). Er is momenteel geen gemeentelijk geluidsbeleid dan wel ontheffingsbeleid. Geluidbeperkende maatregelen kunnen getroffen worden om de geluidsbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB per weg.
Mogelijke bron- en afschermende maatregelen zijn onder andere: Geluidreducerend wegdek Het aanbrengen van bijvoorbeeld dunne deklagen A of B geeft bij een snelheid van 50 km/u voor lichte voertuigen een reductie van de geluidsbelasting van 3 à 4 dB. Voor zware voertuigen is de geluidreductie 1 à 2 dB. Deze afname is onvoldoende om voor een groot deel van de bebouwing de geluidsbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Er zijn dan extra maatregelen nodig. Geluidscherm Voor een voldoende geluidafschermende werking moeten geluidschermen een hoogte hebben die een relatie heeft met de hoogte van de achterliggende bebouwing. Om in de onderhavige situatie de hogere bouwlagen te beschermen zou een scherm met een hoogte van meer dan 4 meter langs de Hoornselaan en de Gedempte Where geplaatst moeten worden. Een dergelijk hoog scherm vormt in de onderhavige situatie een stedenbouwkundig en architectonisch ongewenste barrière. Ook kunnen zich verkeersgevaarlijke situaties voordoen nabij de kruisingen (belemmering zicht). Bovendien is het realiseren van een gesloten geluidscherm praktisch onmogelijk vanwege de in- en uitritten. Verlagen maximale snelheid De wegen Hoornselaan en Gedempte Where betreffen doorgaande ontsluitingswegen waar een goede doorstroming van het verkeer gewenst is.
Om deze wegen volledig in te richten als een 30 km/u-zone, moeten snelheidsbeperkende voorzieningen gerealiseerd worden die de doorstroming van het verkeer juist zouden belemmeren. Het verlagen van de intensiteit is niet mogelijk vanwege praktische bezwaren. Conclusie geluidbeperkende (externe) maatregelen Bij het onderhavige plan en het project PostNL zijn geluidbeperkende maatregelen bron- en afschermende geen optie. De maatregelen zijn niet doeltreffend genoeg en kennen technische, financiële en stedenbouwkundige bezwaren. De gemeente Purmerend kan in dit geval een hogere waarde voor de geluidsbelasting vaststellen. Geluidwering gevels Ten aanzien van de (aanvraag) omgevingsvergunning bouwen wordt de geluidwering van de gevels van de woningen afgestemd op de gecumuleerde geluidsbelasting vanwege alle (wegverkeer) geluidsbronnen. Op deze manier worden de bewoners optimaal beschermd tegen de geluidsbelasting in de omgeving en wordt een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. De minimale geluidwering van de gevel zal dusdanig zijn dat de geluidsbelasting in de woning (in geluidsgevoelige ruimtes) ten hoogste 33 dB zal bedragen.
Gedempte Where 1
45
Er zal worden voldaan aan de eisen ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van de gevel die staan beschreven in het Bouwbesluit. Hogere (grens)waarden De voorgenoemde maatregelen zijn onvoldoende doeltreffend en zullen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten. Bij de gemeente Purmerend moeten zogenoemde 'hogere waarden' voor de geluidsbelastingen op een gevel aangevraagd worden tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde van 63 dB per weg. Voor de aanvraag van hogere waarden geldt de geluidsbelasting per weg na toepassing van de aftrek volgens artikel 110g Wgh. In het onderhavige geval betreft de aftrek 5 dB. Vanwege de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Gedempte Where worden er hogere waarden aangevraagd tot en met 63 dB. Vanwege de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Hoornselaan worden er hogere waarden aangevraagd tot en met 62 dB.
4.2.3.3 Conclusie De geluidsbelastingen vanwege de Gedempte Where en Hoornselaan, op de gevels van de woningen van het appartementengebouw PostNL, vormen geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Er zal, met de toepassing van voldoende geluidwering van de gevel, sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen.
4.2.4
Geluid vanwege horeca/terras(Activiteitenbesluitmilieubeheer)
4.2.4.1 Beleidskader Het Activiteitenbesluit milieubeheer geeft algemene milieuregels voor bedrijven en activiteiten. Voor (veel) activiteiten (van bedrijven) moet worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de grenswaarden voor geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit betreft grenswaarden voor de geluidsbelastingen op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen (woningen) en voor de geluidsbelastingen in geluidsgevoelige ruimtes. Of er kan worden voldaan aan grenswaarden (bij uitvoering van het plan) is zowel van belang voor de vraag of het project uitvoerbaar is als voor de vraag of een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd ofwel er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van de vraag of een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd kan echter niet worden volstaan met uitsluitend een toets aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, omdat het Activiteitenbesluit niet voor alle (geluidsbronnen bij) activiteiten een toetsing/beoordeling voorschrijft. Ook het geluid waarop die grenswaarden geen betrekking hebben, zijn van belang bij de vraag of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarbij wordt de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' meestal als beoordelingskader gehanteerd, waarbij een koppeling is gelegd met het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Er kan (naast verkeer) sprake zijn van specifiek geluid geproduceerd door bepaalde activiteiten (van bedrijven/inrichtingen). De grenswaarden voor de geluidsbelasting vanwege die activiteiten staan in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in etmaalperiodes en type geluidsbelasting. Ten aanzien van de grenswaarden voor die geluidsbelastingen (waaronder piekgeluid) is geen sprake van hogere waarden c.q. ontheffingen zoals in de Wet geluidhinder. De grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening toegepast bij de realisatie van nieuwe woningen of bij de realisatie van nieuwe horeca met terras. De geluidsbelasting vanwege bedrijfsactiviteiten wordt gereguleerd met het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn grenswaarden voor geluidsbelastingen opgenomen voor inrichtingen type A en type B. Bedrijven dienen zich te houden aan de regels opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer, voor zover de bedrijven vallen onder de werking van het Activiteitenbesluit ofwel een inrichting zijn in de zin van de Wet milieubeheer.
46
Gedempte Where 1
De grenswaarden voor langtijdgemiddelde geluidsbelastingen op woningen betreffen 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. De grenswaarden voor maximale geluidsbelastingen (piekgeluiden) op woningen betreffen 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. De grenswaarden voor langtijdgemiddelde geluidsbelastingen in geluidsgevoelige ruimten van woningen betreffen 35, 30 en 25 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. De grenswaarden voor maximale geluidsbelastingen (piekgeluiden) in geluidsgevoelige ruimten van woningen betreffen 55, 50 en 45 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Deze grenswaarden staan in (de tabel behorende bij) artikel 2.17, eerste lid onder a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voldoen aan deze waarden leidt tot een aanvaardbaar akoestisch klimaat zonder dat de bedrijfsactiviteiten worden belemmerd.
4.2.4.2 Analyse / Resultaten akoestisch onderzoek Het onderhavige plan, dat de realisatie van kleinschalig horeca met terras mogelijk maakt, ligt in de omgeving van woningen die geluidhinder vanwege het stemgeluid op het terras zouden kunnen ondervinden. Het verrichte akoestisch onderzoek (zie bijlage 7) heeft betrekking op de geluidsbelasting op de gevels van de bestaande en nieuwe woningen, vanwege het terras als geluidsbron. Het doel van het akoestisch onderzoek is om te bepalen of het beoogde terras op de PostNL-locatie, met inachtneming van de goede ruimtelijke ordening en het Activiteitenbesluit milieubeheer, gerealiseerd kan worden. Geluidsbelastingen en bevindingen Bestaandewoningen Bij de bestaande woningen wordt voldaan aan de richtwaarde (voor de goede ruimtelijke ordening) van 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld (bestaande uit 50 dB(A) dagperiode en 45 dB(A) avondperiode). De berekende geluidsbelasting vanwege het terras van 45 dB(A) in de avondperiode, staat gelijk aan een etmaalwaarde van 50 dB(A). De maximale geluidniveaus vanwege het terras bedragen ten hoogste 53 dB(A) bij bestaande woningen. Dit voldoet aan de richtwaarden. Voor de bestaande woonomgeving is het terras, beoordeeld overeenkomstig de VNG-richtlijn, planologisch inpasbaar.
De richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde (betreffende 50 dB(A) dagperiode en 45 dB(A) avondperiode) voor het gemengd gebied kan worden nagekomen. Voor de maximale geluidniveaus kunnen de richtwaarden (betreffende 70 dB(A) dagperiode en 65 dB(A) avondperiode) eveneens worden nagekomen. Vanwege het wegverkeer is de geluidsbelasting Lden bij de maatgevende woningen aan de Achterdijk 66 dB (avondperiode 61 dB) en bij het appartementencomplex aan de Prinsenhof 61 dB (avondperiode 56 dB). De geluidniveaus vanwege het terras (minimaal 10 dB lager) geven (ook in de huidige situatie) geen verhoging van het heersende geluidniveau ter plekke van de bestaande woningen. Het woon- en leefklimaat zal door het terras niet verslechteren. Nieuwe woningen PostNL-project Bij de nieuwe appartementen, direct gelegen boven het terras, zijn langtijdgemiddelde geluidniveaus berekend van 58 tot 60 dB(A) in de dagperiode, en 57 tot 59 dB(A) voor de avondperiode. Deze geluidsbelastingen vanwege het terras voldoen niet aan de richtwaarden voor de dag- en avondperiode. De berekende maximale geluidniveaus vanwege het terras bedragen ten hoogste 70 dB(A) bij de nieuwe woningen, voor zowel de dag- als de avondperiode. De VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' voorziet niet in richtlijnen voor een situatie met nieuwe woningen én nieuwe bedrijfsactiviteiten.
Beide ontwikkelingen (woningen en terras) zullen echter wel naast elkaar bestaan, en zijn gebaat bij een goede ruimtelijke inpassing.
Gedempte Where 1
47
Vanwege het wegverkeer is de gecumuleerde geluidsbelasting Lden bij de maatgevende appartementen (1e woonlaag) direct aan de Gedempte Where 65 dB (avondperiode 60 dB). Het langtijdgemiddeld geluidniveau vanwege het onderliggende terras is in de avondperiode 59 dB(A). Bij de gevel van de appartementen (1e woonlaag) aan de nieuwe Molenschans is de geluidsbelasting 58 dB (avondperiode 53 dB). Het langtijdgemiddeld geluidniveau vanwege het onderliggende terras is daar in de avondperiode 57 dB(A), relevant hoger (4 dB(A)) dan het wegverkeersgeluid. De geluidsbelastingen vanwege wegverkeerslawaai volgen uit het akoestisch onderzoek wegverkeer (zie bijlage 6). Uit dit onderzoek blijkt dat, nu geen doelmatige bron- en overdrachtsmaatregelen te treffen zijn, voor de betreffende appartementen (ook boven het terras) in het kader van de Wet geluidhinder hogere waarden vastgesteld dienen te worden. Daaraan verbonden is een verbeterde gevelgeluidwering die het wettelijke binnengeluidniveau van 33 dB moet waarborgen, ter bescherming van een goed woonen leefklimaat voor de toekomstige bewoners. De aanvullende geluidwering wordt daarbij bepaald op basis van de gecumuleerde geluidsbelasting vanwege wegverkeer in de nabijheid van het plangebied.
Door bij de gevelgeluidwering rekening te houden met de cumulatie van geluid van het wegverkeer en van het terras, zal de gevelgeluidwering en het binnenniveau in de appartementen zorgdragen voor een gelet op het plan - acceptabel woon- en leefklimaat voor de bewoners. Hierbij is tevens geen belemmering voor het terras aan de orde, voor zover aan de grenswaarden voor het geluidniveau binnen de woningen blijft worden voldaan. Maatregelen nieuwe woningen Om voor de bewoners van de nieuwe appartementen boven het terras een goed woon- en leefklimaat te waarborgen is, in aanvulling op de reeds extra benodigde gevelgeluidwering vanwege het wegverkeerslawaai, te voorzien in een akoestisch beter glaspakket. Een aanvaardbaar binnengeluidniveau (van 33 dB wegverkeer dan wel 35 dB(A) terrasgeluid) wordt daarbij gewaarborgd. De extra gevelgeluidwering is reeds voor veel appartementen nodig, omdat geen doelmatige bron- en overdrachtsmaatregelen te treffen zijn met betrekking tot het wegverkeerslawaai. Gebruiksregels terras in onderhavig plan Het akoestisch onderzoek heeft inzichtelijk gemaakt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om het goede woon- en leefklimaat bij en in de woningen te borgen, is het wel van belang dat er gebruiksregels voor het terras in dit bestemmingsplan worden opgenomen.
De richtwaarden ten aanzien van de goede ruimtelijke ordening zijn gebaseerd op de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarom zijn in onderhavige plan voor het gebruik van het terras, in relatie tot het stemgeluid vanwege het terras, specifieke gebruiksregels opgenomen, die zijn gerelateerd aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hiermee is de goede ruimtelijke ordening geborgd, omdat er moet worden voldaan aan die grenswaarden. De grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor de geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen in het plangebied, omdat het wegverkeer een hogere geluidsbelasting geeft dan het terras.
4.2.4.3 Conclusie De geluidsbelastingen vanwege het terras, op de bestaande woningen en op de nieuwe woningen van het appartementengebouw PostNL, vormen geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. De geluidsbelastingen op bestaande woningen, en op de meeste nieuwe woningen, voldoen aan de richtwaarden. In de nieuwe woningen zal, met de toepassing van voldoende geluidwering van de gevel, worden voldaan aan het voorgeschreven binnengeluidniveau, en zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij is in het onderhavige plan de goede ruimtelijke ordening geborgd, doordat ten aanzien van het stemgeluid vanwege het terras, moet worden voldaan aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer middels specifieke gebruiksregels terras.
48
Gedempte Where 1
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1 Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit een oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Op 15 november 2007 is wet- en regelgeving in werking getreden die tezamen bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' (geen formele benaming), waarbij de grondslag is opgenomen in titel 5.2 van de Wet milieubeheer. De kern van titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) bestaat uit luchtkwaliteitseisen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. Verder bevat titel 5.2 van de Wm basisverplichtingen op grond van Europese richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. Titel 5.2 van de Wm regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het uitgangspunt is dat de grenswaarden voor luchtkwaliteit worden gehaald. In artikel 5.16 lid 1 van de Wm staat opgesomd wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is.
Dan moet aannemelijk worden gemaakt, dat het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit een project draagt slechts 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in, of past binnen, het NSL of een regionaal programma van maatregelen. Voor ruimtelijke projecten geldt uiteraard ook het principe van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast kan het Besluit gevoelige bestemmingen relevant zijn. Met de Wet luchtkwaliteit is gestreefd naar meer flexibiliteit als het gaat om de koppeling van luchtkwaliteitseisen en ruimtelijke ontwikkelingen. Deze flexibiliteit is met name terug te vinden in een verdeling in projecten die in betekende mate (IBM) of niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. NIBM-projecten hoeven niet langer getoetst te worden aan de grenswaarden. Besluit niet in betekenende mate [NIBM] bijdragen, en Regeling NIBM bijdragen In het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" en de daarop gebaseerde "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" is geregeld welke projecten niet meer getoetst hoeven te worden.