D 1 Bestemmingsplan Gedempte Where 1, toelichting en regels
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN GEDEMPTE WHERE 1
Gedempte Where 1 Bestemmingsplan
bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro Status: vast te stellen, 10 februari 2021 Gemeente Purmerend Ruimtelijk Domein, Team Ontwikkeling ID-code: NL.IMRO.0439.BPGedempteWhere1-va01 Procedure: Terinzagelegging ontwerp: 9 november t/m 21 december 2020 Vaststelling door raad:
2
Gedempte Where 1
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk1
7 Inleiding
9
1.1
Aanleiding en achtergrond
9
1.2
Ligging plangebied
9
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
12
1.4
Juridische procedures
13
1.5
Leeswijzer
14
Hoofdstuk2
Projectbeschrijving en omgevingsanalyse
15
2.1
Huidige situatie en omgeving
15
2.2
Nieuwe situatie en projectkenmerken
17
Hoofdstuk3
Beleidskader
23
3.1
Rijksbeleid
23
3.2
Provinciaal beleid
26
3.3
Regionaal beleid
28
3.4
Gemeentelijk beleid
29
3.5
Conclusie
35
Hoofdstuk4
Omgevingsaspecten en randvoorwaarden
37
4.1
Verkeer en parkeren
37
4.2
Geluid
42
4.3
Luchtkwaliteit
49
4.4
Bodemkwaliteit
51
4.5
Water
53
4.6
Natuurwaarden
60
4.7
Externe veiligheid
66
4.8
Archeologie
67
4.9
Cultuurhistorische waarden
70
4.10
Milieuzonering
70
4.11
Horeca
72
4.12
Bezonning / Schaduwhinder
72
4.13
Wind
73
4.14
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
74
Hoofdstuk5 5.1
Juridische planbeschrijving
Planvorm
77 77
Gedempte Where 1
3
5.2
Bestemmingsregeling
Hoofdstuk6
77
Uitvoerbaarheid
81
6.1
Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid
81
6.2
Economische uitvoerbaarheid
81
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
82
Regels
85
Hoofdstuk1
Inleidende regels
87
Artikel 1
Begrippen
87
Artikel 2
Wijze van meten
92
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
93
Artikel 3
Groen
93
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
94
Artikel 5
Wonen
95
Artikel 6
Waarde - Archeologie
96
Artikel 7
Waterstaat - Waterkering
98
Hoofdstuk3
Algemene regels
99
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
99
Artikel 9
Algemene bouwregels
100
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
101
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
102
Hoofdstuk4
Overgangs- en slotregels
103
Artikel 12
Overgangsrecht
103
Artikel 13
Slotregel
104
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten
Bijlage 2
Woningbehoefte-onderzoek/LadderToets PostNL Purmerend_200518
Bijlage 3
Horecabehoefte-onderzoek PostNL-locatie Purmerend_200619
Bijlage 4
Verkeersonderzoek PostNL-locatie Purmerend_200529
Bijlage 5
Parkeeronderzoek PostNL-locatie Purmerend_200529
Bijlage 6
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai PostNL Purmerend_200528
Bijlage 7
Akoestischonderzoek stemgeluid terras PostNL Purmerend_200611
Bijlage 8
Bodemonderzoek Gedempte Where 1 Purmerend_200407
Bijlage 9
Quickscan flora en fauna PostNL-locatie Purmerend_200529
4
Gedempte Where 1
Bijlage 10
Vleermuisonderzoek PostNL-locatie Purmerend_200825
Bijlage 11
Bomeneffectanalyse/BEA Gedempte Where 1 Purmerend_200611
Bijlage 12
Onderzoek stikstofdepositieproject PostNL Purmerend_210114
Bijlage 13
Onderzoek stikstofdepositiegebruiksfase PostNL-locatie Purmerend_200619
Bijlage 14
Archeologisch onderzoek Gedempte Where 1 Purmerend_200626
Bijlage 15
Bezonningsstudie PostNL Purmerend_200527
Bijlage 16
Windhinderonderzoek PostNL Purmerend_200422
Bijlage 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling project PostNL Purmerend_201026
Bijlage 18
Verslag digitale bijeenkomst 2 juni 2020 project PostNL Purmerend
Bijlage 19
Overzicht vragen & antwoorden bijeenkomst 2 juni 2020 project PostNL
Bijlage 20
Parkeeronderzoek binnenstad Purmerend, najaar 2018
Bijlage 21
Parkeeranalyse binnenstad Purmerend_181214
Bijlage 22
Nota van zienswijzen
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Staat van Horeca-activiteiten
Bijlage 2
Archeologische waardenkaart binnenstad Purmerend
Gedempte Where 1
5
6
Gedempte Where 1
Toelichting
Gedempte Where 1
7
8
Gedempte Where 1
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en achtergrond
Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de herontwikkeling of transformatie van de 'PostNL-locatie' in het centrumgebied van Purmerend. Op de PostNL-locatie staat een voormalig postkantoor, dat al enige jaren leegstaat. Omdat er sprake is van een ongebruikte locatie, en een verouderd gebouw, is er de wens om de locatie te transformeren. In verband met de gewenste transformatie is het project 'PostNL' ontwikkeld. Het project is toegespitst op de vormgeving van de planlocatie. Het PostNL-project omvat een appartementengebouw, met een binnentuin op een 2-laags parkeergarage, met een aaneengesloten bebouwing met 6 tot 8 bouwlagen, en met 158 tot maximaal 161 woningen en mogelijk een horecafunctie (afhankelijk van het aantal woningen). Het project wordt nader omschreven in hoofdstuk 2. Het woningbouwproject PostNL past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Binnenstad 2010". In paragraaf 1.3 wordt hier nader op ingegaan. Het onderhavige bestemmingsplan geeft een planologisch kader - bouw- en gebruiksregels - waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
Het onderhavige plangebied ligt aan de noordoostelijke rand van binnenstad van Purmerend, maar nog wel in de binnenstad. Het plangebied bevindt zich langs de watergang De Where, en binnen de 'watersingel' om de binnenstad. Het plangebied ligt aan de wegen Gedempte Where en Hoornselaan. Het onderhavige plangebied PostNL bevindt zich op de locatie Gedempte Where 1. Parallel aan de weg Gedempte Where ligt de weg/straat Achterdijk, nabij en zuidelijk tegenover het plangebied. De ligging van het plangebied in Purmerend is weergegeven op afbeelding 1.2A. Het plangebied PostNL-locatie is weergegeven op afbeeldingen 1.2B en 1.2C.
Gedempte Where 1
9
Afbeelding 1.2A: Ligging plangebied in Purmerend
10
Gedempte Where 1
Afbeelding 1.2B: Ligging plangebied in directe omgeving
Gedempte Where 1
11
Afbeelding 1.2C: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige bestemmingsplan "Gedempte Where 1", het bestemmingsplan "Binnenstad 2010", dat is vastgesteld op 7 juli 2011 en ter plaatse van het onderhavige plangebied onherroepelijk in werking is getreden. Het vigerende bestemmingsplan "Binnenstad 2010" kent ter plaatse van het onderhavige plangebied de bestemmingen 'Dienstverlening' en 'Verkeer' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' en 'Waterstaat - Waterkering'.
12
Gedempte Where 1
De bestemming Dienstverlening van het vigerende bestemmingsplan geeft ter plaatse van het onderhavige plangebied de volgende gebruiks- en bouwmogelijkheden: dienstverlening in de vorm van postale voorzieningen, met een maximaal bebouwingspercentage gelijk aan het bestaande gebouw en een maximale bouwhoogte en gevelbreedte gelijk aan die van het bestaande gebouw. Vanzelfsprekend past het PostNL-project met woningen en nieuwe bebouwing niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan "Binnenstad 2010". Ter plaatse van het plangebied geldt tevens het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeernormen Purmerend 2018". Het PostNL-project gaat uit van een lagere parkeernorm dan opgenomen in het vigerende paraplubestemmingsplan parkeernormen. Omdat het onderhavige bestemmingsplan "Gedempte Where 1" een eigen (maatwerk)parkeerregeling kent, is het "Parapluplan Parkeernormen Purmerend 2018" na inwerkingtreding van het onderhavige bestemmingsplan niet meer van toepassing op het onderhavige plangbied. Het PostNL-project, een woningbouwproject, past niet binnen de kaders van de vigerende bestemmingsplannen.
1.4
Juridische procedures
1.4.1 Bestemmingsplan Vanwege het feit dat het realiseren van woningen en een horecavoorziening niet past binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit betreft het onderhavige bestemmingsplan "Gedempte Where 1". De bestemmingsplanprocedure ziet er als volgt uit. De start van de bestemmingsplanprocedure, op basis van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), betreft de bekendmaking/vooraankondiging van de voorbereiding van het bestemmingsplan, namelijk met een publicatie/kennisgeving in een lokale krant en op de gemeentelijke website. De binnengekomen reacties in het kader van het vooroverleg met relevante overlegpartners worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Vervolgens wordt op basis van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) de procedure voortgezet. De kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan wordt gedaan in een lokale krant, in de Staatscourant en op de gemeentelijke website. Het ontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd en binnen deze termijn kan een ieder zienswijzen bij de gemeente(raad) indienen. De ingediende zienswijzen worden - indien mogelijk - verwerkt in het (vast te stellen) bestemmingsplan.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 9 november t/m 21 december 2020 ter inzage gelegen, met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen gaven geen aanleiding om het plan te wijzigen. (Zie paragraaf 6.3.4). Na de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad ligt het vastgestelde bestemmingsplan zes weken ter inzage, en kunnen diegenen die een zienswijze hebben ingediend en belanghebbende zijn, en ook belanghebbenden die aan kunnen tonen dat zij redelijkerwijs niet in staat zijn geweest hun zienswijze naar voren te brengen, een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State indienen. Tevens kan een verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingediend. 1.4.2 Gemeentelijke coördinatieregeling De gemeenteraad van Purmerend heeft besloten om in de gemeente de gemeentelijke coördinatieregeling volgens paragraaf 3.6.1 (artikel 3.30) van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) toe te passen. De initiatiefnemer van het project heeft de gemeente verzocht om de coördinatieregeling toe te passen bij het onderhavige project.
Gedempte Where 1
13
De onderhavige bestemmingsplanprocedure zal worden gecoördineerd met: het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (voor het appartementengebouw), en het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg, en het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen, in één besluit/omgevingsvergunning, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); het besluit tot het vaststellen van hogere (grens)waarden op grond van de Wet geluidhinder (Wgh). Het gebruikmaken van de coördinatieregeling heeft voordelen voor de te volgen planologische procedure voor het appartementengebouw op de PostNL-locatie. De voordelen zijn in het kort dat de benodigde besluiten voor het project tegelijk als ontwerp-besluit ter inzage worden gelegd en er maar één beroepsgang mogelijk is, namelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 1.4.3 Crisis- en herstelwet Het plan voor de woningen in het plangebied PostNL valt onder de werking van de Crisis- en herstelwet (Chw) omdat het plan/project voldoet aan de criteria van artikel 3.1 (herstructurering van woon- en werkgebieden) van Bijlage I van de Crisis- en herstelwet (Chw). Bijlage I Chw bevat categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Crisis en herstelwet (Chw).
In artikel 3.1 "gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang" worden de volgende projecten genoemd: "3.1: ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of [...], ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden". In het onderhavige geval wordt met een bestemmingsplan de bouw van meer dan 11 woningen planologisch mogelijk gemaakt. Vanwege deze reden valt het onderhavige plan onder de Crisis- en herstelwet (Chw). Het voornaamste voordeel hiervan is dat een eventuele beroepsprocedure korter duurt; de behandeling van een beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State duurt maximaal een half jaar in plaats van de normale termijn van een jaar. 1.4.4 Hogere (grens)waardenprocedure op grond van de Wet geluidhinder Indien bij een project of plan met geluidsgevoelige functies sprake is van een geluidsbelasting op de gevel boven de initiële toegestane geluidsbelasting of de voorkeursgrenswaarde, dan zijn (indien mogelijk) hogere (grens)waarden benodigd. Deze hogere (grens)waarden ten aanzien van de toegestane geluidsbelasting zijn ontheffingen die op grond van de Wet geluidhinder kunnen worden verleend door het bevoegd gezag, in dit geval door de burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend.
Zie voor meer informatie paragraaf 4.2 van deze Toelichting op het bestemmingsplan. De hogere (grens)waarde procedure is geregeld in hoofdstuk VIIIa 'Hogere waarde en onderzoeksbepalingen' van de Wet geluidhinder. De hogere (grens)waarden zijn nodig ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan. Op grond van artikel 110c van de Wet geluidhinder is bij een bestemmingsplan de zienswijzenprocedure (afdeling 3.4. van de Awb) van toepassing. Daarmee kan de hogere (grens)waarde procedure worden gekoppeld aan de bestemmingsplanprocedure, waardoor het hogere (grens)waarden besluit en het besluit vaststelling bestemmingsplan tegelijk ter inzage worden gelegd, allebei eerst als ontwerpbesluit ten behoeve van de mogelijkheid tot zienswijzen en vervolgens als besluit in het kader van beroep.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project en de omgeving. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten en randvoorwaarden behandeld. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en de inspraak en het overleg.
14
Gedempte Where 1
Hoofdstuk 2
2.1
Projectbeschrijving en omgevingsanalyse
Huidige situatie en omgeving
Het plangebied ligt in de binnenstad van Purmerend en wordt begrensd door infrastructuur. De weg Gedempte Where, de weg Hoornselaan en de watergang De Where liggen langs/aan het onderhavige plangebied PostNL. Via de Gedempte Where en vervolgens de N235 is het plangebied direct verbonden met de snelweg A7, die hemelsbreed op 1 kilometer ten westen van het plangebied ligt. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit het (kantoor)gebouw van de voormalige PostNL. Het gebouw staat al enkele jaren leeg, is sterk verouderd en is niet passend in de binnenstad (ook qua architectuur). Het voormalige postkantoor kent een klein eigen afgesloten parkeerterrein dan wel distributieterrein, direct aan de oostzijde van het gebouw. Daarnaast bevindt zich in het zuidoostelijke deel van het plangebied een tweeledig openbaar parkeerterrein met in totaal 29 parkeerplaatsen. Er is hier sprake van betaald parkeren. De straatdelen bij de parkeerplaatsen zijn via een inritconstructie aangesloten op de Gedempte Where. In het plangebied bevindt zich het pad Molenschans, dat langs het water ligt. Dit pad bevindt zich in een groenstrook, waar het groen met bomen aan weerszijden van het pad aanwezig is. Deze strook is enigszins een donkere plek. Het plangebied bevindt zich aan de watergang De Where, en binnen de 'watersingel' om de binnenstad.
De Where ligt ten noorden van het plangebied en de Gedempte Where ten zuiden van het plangebied. Het water De Where komt in westelijke richting uit op het Noordhollandsch Kanaal en komt in oostelijke richting uit op de Purmerringvaart. Daarmee vormt De Where een belangrijke waterverbinding voor de pleziervaart. Langs het plangebied kunnen boten niet aanmeren, maar aan de overzijde van het water wel. Aan de westhoek van het plangebied ligt het kruispunt van de wegen Hoornselaan en Gedempte Where. Dit kruispunt is met verkeerslichten geregeld. De Gedempte Where is de belangrijkste verkeersader (aan de noordzijde) van de binnenstad. Deze weg gaat, bij het verlaten van de binnenstad, in oostelijke richting over in de Purmersteenweg en verder richting belangrijke ontsluitingswegen in Purmerend. De Gedempte Where gaat in westelijke richting, bij de noordhoek van de binnenstad, over in de N235. De Hoornselaan ligt westelijk langs het plangebied en gaat via een beweegbare brug over het water van De Where. De brug ligt direct ten noorden van het plangebied. Direct ten westen van, en langs, het plangebied ligt een fietspad parallel aan de Hoornselaan. Het fietspad, aan weerszijden van de weg, leidt naar en uit de binnenstad. Aan de zuidrand van het plangebied is sprake van verharding met daarin een rij bomen.
Ten westen en zuiden van het plangebied ligt het winkel- en horecagebied van de binnenstad. Ten zuiden van, en tegenover het plangebied ligt de weg/straat Achterdijk waaraan zich diverse functies en bebouwing bevinden. De Achterdijk ligt parallel aan de weg Gedempte Where en nabij het plangebied. Ten oosten van het plangebied, aan de overkant van het water, bevindt zich het 'Wagenweg-gebied' met grote detailhandelsvestigingen en parkeerterreinen, en langs het water enkele appartementengebouwen. In dit gebied zijn herontwikkelingen met woningbouw beoogd. Langs het plangebied bevindt zich een variatie aan bebouwing(stijlen), maar wel allemaal aaneengesloten bebouwing. Er is in directe omgeving van het plangebied niet zozeer sprake van zeer historische bebouwing. Aan de Hoornselaan staat semi-moderne bebouwing met appartementen in 4 tot 5 bouwlagen. Aan de Gedempte Where (of de Achterdijk) staat, nabij het plangebied, bebouwing met een mix aan bouwstijlen, bouwjaren en functies, met tussen enkele historische panden ook vernieuwde panden met een modernere of semi-historische uitstraling. De gebouwen kennen 2 tot 5 bouwlagen, en vaak met woningen op de bovenste bouwlagen.
Gedempte Where 1
15
Afbeelding 2.1A: Luchtfoto huidige situatie PostNL-locatie
Afbeelding 2.1B: Huidige bebouwing PostNL, gezien vanaf kruispunt Hoornselaan - Gedempte Where
Het plangebied kent een oppervlakte van circa 5.500 m2. Hiervan is circa 1.052 m2 groen dan wel onverhard oppervlak. Het bestaande groen en onverhard oppervlak is weergegeven op afbeelding 2.1C.
16
Gedempte Where 1
Afbeelding 2.1C: Huidig groen en onverhard oppervlak PostNL-locatie, binnen plangebied
Huidige bestemmingen in het plangebied De volgende bestemmingen zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan "Binnenstad 2010" ter plaatse van het onderhavige plangebied: 'Dienstverlening'. 'Verkeer'. dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'.
2.2
Nieuwe situatie en projectkenmerken
Vanwege het leegstaande pand, de huidige/voorgaande bestemming en het grotendeels niet in gebruik zijn van de locatie, is voor het onderhavige plangebied het PostNL-project ontwikkeld. Het project PostNL is ontwikkeld ten behoeve van transformatie, en zorgt voor een nagenoeg geheel nieuwe situatie in het plangebied. Op de PostNL-locatie zal in de nieuwe situatie een appartementengebouw met 6 tot 8 bouwlagen komen te staan. Het plan betreft een herontwikkeling en voorziet in 158 tot maximaal 161 woningen en maximaal 150 m2 bvo horeca. Er zijn twee varianten voor de invulling van het nieuwe gebouw: 158 appartementen en 150 m2 bvo horeca, of 161 appartementen en geen horeca. Om de realisatie van het (woningbouw)project PostNL planologisch mogelijk te maken is het onderhavige bestemmingsplan opgesteld. De nieuwbouw is toegespitst op de vormgeving van de planlocatie en op de (locatie)kenmerken van de omgeving. Het PostNL-project omvat een appartementengebouw met een binnentuin op een 2-laagse parkeergarage, met een aaneengesloten bebouwing. De parkeergarage ligt centraal in het gebouw en kent circa 66 parkeerplaatsen voor de autobezittende respectievelijk autodelende bewoners. De woningen bevinden zich op alle lagen en aan alle gevels/zijden van het gebouw.
Gedempte Where 1
17
Het PostNL-project en plangebied is gelegen in de binnenstad van Purmerend, aan de rand van het centrum. Gezien deze locatie is een ontwikkeling van een appartementengebouw voor de hand liggend. De centrumlocatie biedt de mogelijkheid voor hoogwaardige woningbouw. De planlocatie is tevens geschikt voor kleinschalige horeca. Het appartementengebouw van het PostNL-project kent geen 'standaard-architectuur' en kent een semi-historisch karakter. De architectuur van het projectgebouw kent een grote mate van variatie, en is passend voor de binnenstad. Het appartementengebouw zal 6 tot 8 bouwlagen kennen, behoudens de binnenplaats. Aan de noordoostzijde is sprake van 8 bouwlagen. Langs de Hoornselaan is sprake van 7 bouwlagen. Langs de Gedempte Where is sprake van 6 respectievelijk 7 bouwlagen. Bij/onder de binnenplaats ligt een 2-laagse parkeergarage. De maximale bouwhoogte van het appartementengebouw is 30 meter; dit betreft twee van de nokken aan de zijde van het water. De bouwhoogte ligt over het algemeen aanzienlijk lager. Langs de Gedempte Where en Hoornselaan is de onderhavige nieuwbouw respectievelijk maximaal 25 en 27 meter hoog. De daken van de nieuwbouw zijn voorzien van kappen, zoals ook de omliggende bebouwing langs de Gedempte Where en Hoornselaan veelal kappen kent.
In verband met de vereiste zonnepanelen zijn delen van daken, richting de binnenplaats, voorzien van platte daken, die hoger liggen dan de onderste goothoogte van de kap. Het nieuwe appartementengebouw is hoger dan de oude bebouwing in de binnenstad, maar is bijvoorbeeld lager dan de geprojecteerde nieuwbouw aan de Wagenweg/Prinsenhof en de geprojecteerde nieuwbouw aan de Purmersteenweg aan het einde van de Gedempte Where (De Looiers), beiden langs het water van De Where. De nieuwbouw van het PostNL-project vormt daarmee een overgang tussen de lagere bebouwing in de binnenstad en de nieuwe hogere bebouwing langs/nabij de binnenstad. Het appartementengebouw is vanwege de kaparchitectuur passend bij de binnenstad. De onderhavige planlocatie leent zich goed voor een (kleinschalige) horecafunctie, ook door de ligging langs het water. Daarom is aan de oostzijde een horecafunctie gesitueerd in het plan en voorgestane appartementengebouw. Het betreft lichte horeca, zoals een restaurant, met een oppervlakte van maximaal 150 m2 bvo. De bebouwingsoppervlakte van de nieuwbouw van circa 3.177 m2 (exclusief balkons en dergelijke), in combinatie met de 6 tot 8 bouwlagen, geeft een maximaal woningaantal van 161 woningen. De 161 appartementen variëren in woninggrootte, en zijn in grote mate bedoeld voor starters en kleinere huishoudens.
De woningbouw voorziet in een gevarieerd aanbod in de vrije sector. De woningen beschikken over een (grotendeels) gemeenschappelijke binnenplaats. Het bestaande openbaar gebied in het onderhavige plangebied komt voor een deel weer terug, in een nieuwe vorm of met een nieuwe inrichting. De openbare ruimte aan de westzijde blijft in feite onveranderd. Aan de noordoostzijde van het plangebied wordt een nieuw pad en een nieuwe groenstrook gerealiseerd, langs het water. Het nieuwe bredere 'Molenschans' pad doet dienst als toegang van de woningen en behoudt deels dezelfde functie als voorheen. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt de openbare ruimte iets kleiner en opnieuw ingericht. Binnen het plangebied zal geen sprake meer zijn van een parkeerterrein en openbare parkeerplaatsen. Het bezoekersparkeren van de woningen zal elders in de binnenstad plaats kunnen vinden. Het uitgangspunt voor het parkeren in en bij het onderhavige plan, is de autoluwe binnenstad en het gereguleerd parkeren in de omgeving van het plan(gebied). De parkeergarage van circa 66 parkeerplaatsen voor bewonersparkeren is daar tevens op gebaseerd. Het parkeren gerelateerd aan de nieuwe functies van het plangebied is toegelicht in Paragraaf 4.1 van de Toelichting van dit bestemmingsplan.
18
Gedempte Where 1
Afbeelding 2.2A: Nieuwe situatie PostNL-locatie, situatietekening, bovenaanzicht PostNL-project
Gedempte Where 1
19
Afbeelding 2.2B: Begane grond laag, met parkeergarage (laag 1 van 2)
Afbeelding 2.2C: 3D-impressie appartementengebouw project PostNL
20
Gedempte Where 1
Functies en verbeelding bestemmingsplan De voorgaande planbeschrijvingen hebben inzicht gegeven in de nieuwe beoogde functies in het plangebied PostNL-locatie (Gedempte Where 1). Deze functies zijn vertaald in de bestemmingen van het onderhavige bestemmingsplan. De volgende bestemmingen zijn opgenomen in dit bestemmingsplan: 'Wonen': ten behoeve van de woningen en bijbehorende functies in het appartementengebouw, in het nieuwe woongebied, met ter plaatse van de functieaanduiding horeca een kleinschalige horecafunctie en ter plaatse van de functieaanduiding parkeergarage een 2-laagse bovengrondse parkeergarage. 'Verkeer - Verblijfsgebied': ten behoeve van de, naast het appartementengebouw gelegen, verkeersen verblijfsfunctie, en ter plaatse van de functieaanduiding terras, naast de horeca, een terras. 'Groen': ten behoeve van het nieuwe groen aan de noordoostzijde van het plangebied, langs het water en nabij het appartementengebouw. dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering': bestaande bestemming, ten behoeve van de waterkering(functie) aan de (noord)oostzijde van het plangebied. dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie': bestaande bestemming, conform de systematiek van bescherming van archeologische waarden in de binnenstad, liggende buiten het bouwvlak. De verbeelding, met de bestemmingen, is weergegeven op afbeelding 2.2D.
(Verbeelding is de wettelijke term voor de plankaart). Voor de juridische beschrijving van de genoemde bestemmingen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 'Juridische planbeschrijving' van de toelichting van dit bestemmingsplan.
Gedempte Where 1
21
Afbeelding 2.2D: Verbeelding onderhavig bestemmingsplan Gedempte Where 1
22
Gedempte Where 1
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 StructuurvisieInfrastructuuren Ruimte Het rijk heeft het beleid inzake de ruimtelijke inrichting en het mobiliteitsbeleid van Nederland tot 2040 vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze visie is vastgesteld op 13 maart 2012. De regering maakt ruimte voor groei en beweging en kiest ervoor de invulling van het ruimtelijk beleid voor een belangrijk deel over te laten aan provincies en gemeenten. Daardoor kan het Rijk zich richten op het behartigen van belangen die van nationale en internationale betekenis zijn. De minister vermindert stevig het aantal procedures en brengt eenheid in het stelsel van regels voor infrastructuur, water, wonen, milieu, natuur en monumenten. De ruimtelijke ordening wordt zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat gebracht (burgers en bedrijven) en er wordt meer overgelaten aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…'). Dit betekent minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving. Daarbij verwacht het Rijk dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. De gemeente is de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving.
In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028) en verbindt hier dertien nationale belangen aan. De drie hoofddoelstellingen van het Rijk zijn: 1. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Ladder voor duurzame verstedelijking Een ruimtelijk plan dient te worden beoordeeld aan de hand van de "Ladder voor duurzame verstedelijking". Behoeftegericht programmeren en het realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, om te anticiperen op stagnatie, en om krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken, is de hiervoor genoemde "Ladder voor duurzame verstedelijking" opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Deze ladder is een procesvereiste. Dit houdt in dat bij ruimtelijke besluiten moet worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. Zie voor de "Ladder voor duurzame verstedelijking" verder paragraaf 3.1.3 van deze Toelichting van het bestemmingsplan, waarin tevens het onderhavige plan aan de "Ladder voor duurzame verstedelijking" wordt getoetst.
Gedempte Where 1
23
Onderhavig plan in relatie tot de SVIR Voor wat betreft nationale belangen ligt de nadruk op het verbeteren van milieukwaliteit en bereikbaarheid om zo de drie hoofddoelstellingen te dienen. De nationale belangen verzetten zich niet tegen de voorziene woningbouw en kleinschalige horeca. De onderhavige transformatie sluit aan het op beleid. Bovendien wordt de woningbehoefte in de regio Noordwest-Nederland, waar Purmerend in valt, en specifiek in en rond Amsterdam in de SVIR benadrukt. Het ontwikkelen van extra woonruimte in Purmerend past dan ook goed in het beleid zoals uiteengezet in de SVIR. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in de SVIR. Uit paragraaf 3.1.3 blijkt dat het plan ook voldoet aan de "Ladder voor duurzame verstedelijking". 3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor Purmerend hebben deze regels geen gevolgen.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De "Ladder voor duurzame verstedelijking" heeft als doel een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in artikel 3.1.6, lid 2. De onderbouwing van de behoefte aan woningen en andere functies wordt gedaan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de ladder worden een aantal aspecten beschouwd, zoals de behoefte aan functies, zowel kwantitatief als kwalitatief, en de locatie van de voorgestane functies. Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening, met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling.
24
Gedempte Where 1
Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Woningbouw De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben de gemeenten op verzoek van de provincie actieprogramma's wonen opgesteld voor de zes regio's binnen de provincie. De gemeente Purmerend is opgenomen in het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP) van de Stadsregio Amsterdam. Purmerend maakt daarbinnen deel uit van de marktregio Zaanstreek-Waterland. De voorziene woningen passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het RAP voor deze regio aantoont. Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het woonmilieu en de typen woningen bedoeld. In het RAP wordt beschreven dat er binnen de gehele Stadsregio bovenop de al bestaande harde plancapaciteit voor woningen nog behoefte is aan plancapaciteit in alle prijssegmenten binnen de koop- en huursector. Er is behoefte aan elk type woning en woonmilieu. Een van de speerpunten van het RAP is bovendien om nieuwe plekken voor woningbouw voornamelijk te realiseren in binnenstedelijk gebied.
Ook passen de voorziene woningen in de Woonvisie en de Structuurvisie van de gemeente Purmerend. Gemeentelijk beleid in relatie tot de Ladder voor duurzame verstedelijking In de Woonvisie wordt benadrukt dat onder andere de vraag van kleine huishoudens in de toekomst zal toenemen en dat met de nieuwbouw van meer appartementen beoogd wordt te voorzien in de diversiteit van de vraag naar woningen. De Structuurvisie van Purmerend vermeldt dat de binnenstedelijke woonfunctie momenteel beperkt is en er ruimte is voor meer woningen in de binnenstad om de levendigheid na winkelsluitingstijden te bevorderen. Het realiseren van woonruimte in de binnenstad van Purmerend, geschikt voor kleinere huishoudens zoals voorzien met dit bestemmingsplan, past dan ook in voornoemd beleid. Meer woningen in de binnenstad bevordert de veiligheid en levendigheid van de binnenstad, wat bijdraagt aan de stedelijke kwaliteit van het centrum. Ongeacht of het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP) aangeeft dat er een grote woningbehoefte is, dient de woningbehoefte nader te worden beschouwd. Bij de laddertoets is het van belang dat gebruik wordt gemaakt van actuele woningbehoeftecijfers (prognoses en plancapaciteiten).
Daarom is ten behoeve van het onderhavige bestemmingsplan, dat de realisatie van 158 tot maximaal 161 woningen mogelijk maakt, een onderzoek verricht naar de (resterende) woningbehoefte, op basis van de laatste prognoses. Het woningbehoefte-onderzoek is verricht door het bureau RIGO. In de Toelichting van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van informatie uit het rapport "Gedempte Where 1 te Purmerend - Toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking" (d.d. 8 mei 2020) van RIGO, dat is bijgevoegd als bijlage 2. De resultaten en conclusies van dit onderzoek voor het onderhavige plan worden hierna beschreven. Conclusie kwantitatieve toets (woningen) Voor zowel de gemeente Purmerend als de regio Zaanstreek-Waterland (en de grotere regio inclusief Zaanstad en Amsterdam) geldt dat de woningvoorraad verder zal moeten groeien om aan de verwachte lokale en regionale vraag te voldoen. Er zijn uiteraard al harde plannen voor woningbouw in de regio vastgesteld. De uitbreidingsbehoefte is groter dan het aantal woningen binnen de huidige harde plannen. Dit geldt voor zowel de gemeente Purmerend zelf als de regio. Hiermee kan worden geconcludeerd dat, de bouw van maximaal 161 woningen op de locatie Gedempte Where 1 te Purmerend een nieuwe stedelijke ontwikkeling is die met betrekking tot aantallen woningen voorziet in een 'actuele behoefte' zoals bedoeld in Bro artikel 3.1.6 lid 2.a.
Conclusie kwalitatieve toets (woningen) De indicatieve berekening aangaande de kwalitatieve behoefte en verwacht aanbod laat zien dat het aandeel appartementen binnen de reeds geplande harde plannen naar verwachting hoger ligt dan het aandeel appartementen binnen de behoefte. In absolute zin zijn er echter nog onvoldoende
Gedempte Where 1
25
appartementen aanwezig binnen de harde plannen om in de geraamde uitbreidingsbehoefte te voorzien. Dit geldt vooral voor Purmerend zelf maar ook voor de grotere regio inclusief Zaanstad en Amsterdam. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan ook in kwalitatieve zin (woningtype appartementen) aansluit op de actuele en regionale woningbehoefte, en hiermee voorziet in een 'actuele behoefte' zoals bedoeld in Bro artikel 3.1.6 lid 2.a. Horeca De te realiseren horecafunctie heeft weliswaar een bvo van maximaal 150 m2, maar betreft, in samenhang met de woningbouw, wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet tevens in nieuw ruimtebeslag. Ten behoeve van het onderhavige bestemmingsplan, dat de realisatie van 150 m2 bvo horeca mogelijk maakt, is een horecabehoefte-onderzoek verricht. Dit onderzoek kan worden beschouwd als de laddertoets voor de nieuwe horeca. Het horecabehoefte-onderzoek is verricht door het bureau Strabo. In de Toelichting van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van informatie uit het rapport "Behoefteonderzoek horecavestiging PostNL locatie te Purmerend" (juni 2020) van Strabo, dat is bijgevoegd als bijlage 3. De resultaten en conclusies van dit onderzoek voor het onderhavige plan worden hierna beschreven.
Uitkomsten horecabehoefte-onderzoek Op basis van diverse gegevens, een benchmark en kentallen is vastgesteld dat het anno 2020 in Purmerend beschikbare horeca-aanbod minder groot is dan dat op basis van het gemiddelde in naar inwonertal vergelijkbare gemeenten verwacht zou worden. Daarbij wordt opgemerkt dat enkele andere met Purmerend vergelijkbare (groei)gemeenten een vergelijkbaar laag aanbod per hoofd kennen. Afgaande op de te verwachten toename van het inwonertal valt er in de komende jaren alleen al op die groei een toenemende behoefte aan horeca te verwachten. De raming van de toekomstige vraag en marktruimte voor nieuw horeca-aanbod in Purmerend resulteert per 2025 in een uitbreidingsmogelijkheid van minimaal ongeveer 520 m2 vvo (wat overeenkomt met ongeveer 4 nieuwe horecazaken) tot maximaal ongeveer 2.910 m2 vvo (ongeveer 23 nieuwe horecabedrijven). Voor de voorgenomen vestiging van een horecabedrijf van maximaal 150 m2 bvo op de PostNL-locatie is op basis van de gegevens en de verrichte analyse, ruim voldoende draagvlak. Gegeven de gelijktijdige ontwikkeling van een groot aantal woningen in het PostNL-project zelf en andere nabijgelegen woningbouwprojecten, is er ter plekke ook voldoende behoefte en marktvraag te verwachten voor de horecavestiging van maximaal 150 m2 bvo in het overhavige plan.
Conclusie laddertoets (horeca) De indicatieve berekening aangaande de vraag naar horeca laat zien dat er behoefte is aan horeca in Purmerend die ruimschoots de 150 m2 bvo horeca van het onderhavige plan overstijgt. Daarnaast wordt er op korte termijn geen of beperkt aanvullend horeca-aanbod in Purmerend mogelijk gemaakt. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan aansluit op een actuele en regionale/lokale horecabehoefte, en hiermee voorziet in een 'actuele behoefte' zoals bedoeld in Bro artikel 3.1.6 lid 2.a.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 OmgevingsvisieNH2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven.
26
Gedempte Where 1
De Omgevingsvisie bevat het provinciale beleid op het gebied van wonen en werken. De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Het onderhavige plan dat voorziet in woningbouw, liggend in bestaand stedelijk gebied, is in lijn met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening / OmgevingsverordeningNH2020 Op 20 december 2016 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. De PRV is een aantal keren gewijzigd en opnieuw vastgesteld. De laatste geconsolideerde PRV is op 17 september 2019 in werking getreden. Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld door Provinciale Staten. De Omgevingsverordening NH2020 is op 17 november 2020 in werking getreden. Omdat het ontwerpbestemmingsplan nog voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening ter inzage is gelegd, gelden voor dit plan de regels uit de PRV. Het bestemmingsplan is overigens ook niet in strijd met de regels van de Omgevingsverordening NH2020.
In de PRV worden regels gegeven omtrent de inhoud van bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. In de verordening worden algemene regels gegeven voor de Provinciale Planologische Commissie, de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling, bedrijventerreinen en detailhandel, de mogelijkheden voor woningbouw in het landelijk gebied, de vereiste ruimtelijke kwaliteit verbonden met stedelijke en niet-stedelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied, de Groene en Blauwe Ruimte, energie en landbouw. Het plangebied valt binnen het bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder h van het Besluit ruimtelijke ordening. De provinciale verordening geeft aan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd dienen te worden. De onderhavige ontwikkeling is daarmee in lijn met de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Voor het onderhavige plan legt de PRV, gezien het type project ofwel de functies en de locatie, geen beperkingen op. 3.2.3 Provinciale Woonvisie 2010-2020 Het provinciale beleid inzake woningbouw is vastgelegd in de Provinciale Woonvisie 2010-2020. Deze woonvisie sluit aan op de structuurvisie en schetst de kaders voor regionaal woonbeleid.
Vooral het kwalitatieve aspect van wonen komt in deze visie aan de orde. De speerpunten van dit beleid zijn: 1. Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning. 2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. 3. Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Het onderhavige plan betreft de realisatie van 158 tot maximaal 161 woningen, waarbij koop en huur mogelijk is. Dit sluit goed aan bij het speerpunt om te komen tot een goede afstemming tussen vraag en aanbod. Ook kwalitatief is er behoefte aan het type woningen. Het gaat om appartementen geschikt voor een brede doelgroep.
Gedempte Where 1
27
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woon-werkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. Onderhavige ontwikkeling past goed in het beleid zoals weergegeven in de Regiovisie. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid. 3.3.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 33 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De MRA behoort tot de Europese top vijf van economisch sterke regio's.
De rode draad van de samenwerking is het behouden en versterken van die internationale concurrentiepositie. De door de partners geformuleerde hoofdopgaven zijn (thematisch) neergelegd in de 'Gebiedsagenda 2013' en richten zich m.n. op het optimaliseren van het fysieke vestigingsklimaat (economie), het tijdig voorzien in kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in 2040 (verstedelijking) en het op orde brengen en houden van een goed functionerend mobiliteitsnetwerk (bereikbaarheid). De agenda levert een 'voorraadkamer' op voor de besluitvorming over programma's en projecten in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT). De agenda richt zich voornamelijk op het verbeteren van de infrastructuur en het milieu. De agenda bevestigt bovendien dat er binnen de regio Waterland, waar Purmerend onder valt, een aanzienlijk aantal nieuwe woningen dient te worden gerealiseerd. De te realiseren 158 tot maximaal 161 woningen passen dan ook goed in het beleid van de MRA. De MRA heeft een eigen langeretermijnvisie in de vorm van het Ontwikkelingsbeeld 2040 uit 2007. De MRA wil een internationaal concurrerende regio zijn met compacte steden in een voor recreanten aantrekkelijk landschap en met een infrastructureel netwerk dat de kernen met elkaar, het landschap en de rest van de wereld verbindt.
De regio zet in op woningbouw, de creatieve industrie, de maakindustrie en de circulaire economie, wil een omslag naar duurzame energiebronnen en koestert grote bedrijven als het Havenbedrijf Amsterdam. In 2014 verscheen een overzicht van accentverschuivingen ten opzichte van dit Ontwikkelingsbeeld: Doorbouwen op het fundament. Op basis van nieuwe trends en inzichten focust de MRA o.a. op meer stedelijke verdichting, intensivering van de transformatieopgave, beter benutten van OV-knooppunten en – naast bescherming – een betere benutting van het landschap. Om dit te bereiken is voor de korte termijn een Ruimtelijk-economische Actie-Agenda 2016-2020 opgesteld, met een doorkijk naar de komende tien jaar. Woonagenda Zaanstreek-Waterland 2017-2020 De MRA bestaat uit zeven zogenaamde deelregio's, waaronder Zaanstreek-Waterland, waar Purmerend deel van uitmaakt. Zaanstreek-Waterland heeft een eigen Woonagenda: Samen optrekken (2017). De focus ligt op de jaren 2017-2020, met een doorkijk naar 2025 en 2035. Hierin kiezen de gemeenten een gezamenlijke koers die recht doet aan lokale omstandigheden, gebaseerd is op inzicht in de (toekomstige) woningmarkt in Zaanstreek-Waterland en die rekening houdt met en een eigen inkleuring geeft aan de samenwerkingsafspraken met de andere deelregio's in de MRA.
Zaanstreek-Waterland wil haar eigen identiteit kracht bijzetten door de reeds grote diversiteit aan woonmilieu's nog verder te versterken. Ze wil zowel de eigen als de regionale woningvraag bedienen en streeft naar een verder gedifferentieerde en toekomstbestendige woningvoorraad voor alle doelgroepen. Doelen zijn: het
28
Gedempte Where 1
opvoeren van de woningproductie, waarbij de focus ligt op toevoeging van die kwaliteiten aan woonmilieu's, woningtypen en prijsklassen die benodigd zijn en bijdragen aan de gewenste variatie, het behoud van de betaalbare (sociale huur)voorraad, een betere verdeling van en doorstroming binnen die voorraad en verduurzaming van de gehele bestaande voorraad, zowel op het gebied van energie als levensloopbestendigheid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 StructuurvisiePurmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs.
Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen.
In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop. Het project PostNL past binnen de ambities van de structuurvisie, omdat door het project de kwaliteit van het wonen in de stad verbetert. Het onderhavige plan draagt bij aan een meer complete stad door de toevoeging van een nieuwe vorm van woningbouw, en van woningen op zich, in de binnenstad en het creëren van een nieuwe kwaliteit van wonen. De binnenstedelijke woonfunctie is momenteel beperkt en er is ruimte voor meer woningen in de binnenstad om de levendigheid na winkelsluitingstijden te bevorderen. Het realiseren van woonruimte in de binnenstad van Purmerend, geschikt voor kleinere huishoudens, zoals voorzien met dit plan, zorgt voor meer variatie in het woningaanbod. Meer woningen in de binnenstad bevordert de veiligheid en levendigheid van de binnenstad, wat bijdraagt aan de stedelijke kwaliteit van het centrum. Daarnaast komt het project de kwaliteit van de openbare ruimte ten goede.
Gedempte Where 1
29
Geconcludeerd wordt dat dit plan aansluit op de doelen van de structuurvisie.
3.4.2 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagendavoor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (de ruimtelijke omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040)' is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen. Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen.
De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Onderhavig plan voorziet in het ontwikkelen van woongelegenheid in bestaand stedelijk gebied. Gezien de woningbehoefte van circa 10.000 woningen in Purmerend, als onderdeel van de woningbouwtaakstelling van de Metropoolregio Amsterdam, is er behoefte aan de 158 tot maximaal 161 woningen die in het plangebied worden gerealiseerd. Door de toename van het aantal woningen/bewoners is er ook nadere behoefte aan voorzieningen waaronder de horeca in dit plan. Tevens sluit het onderhavige plan aan op het uitgangspunt van een compacte woonstad.
Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de ruimtelijke omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040.
3.4.3
Wonen
3.4.3.1 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen. Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieu's en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 158 tot maximaal 161 woningen. De ontwikkeling voegt aansprekende en diverse woningen toe aan de huidige woningvoorraad. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling in dit beleid. 3.4.3.2 Woonprogramma uit Structuurvisie 2005-2020 De speerpunten van het Woonprogramma uit de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 zijn:
30
Gedempte Where 1
1. meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen; 2. inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; 3. nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen De onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan het eerste speerpunt. 3.4.3.3 30-30-40-regel In het coalitieprogramma 2018-2022 ('Samen werken aan de stad') heeft het college het voornemen uitgesproken om een norm te hanteren in woningbouwcategorieën, namelijk de zogenaamde 30-30-40-regel. Van te bouwen woningen in Purmerend geldt de volgende verdeling: minimaal 30% sociale huur, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop) en 40% vrije keuze. Deze regel wordt in principe toegepast bij de wat grotere woningbouwprojecten. De 30-30-40 regel is uitgewerkt in de Nota Kaders en Instrumenten Woningbouwprogrammering - Spelregels 30-30-40 (2019). Bij het onderhavige plan op de PostNL-locatie is in samenhang met twee andere projecten invulling gegeven aan de 30-30-40 regel. De Noord Hollandse Projectontwikkeling Maatschappij 2 B.V.
realiseert in Purmerend op drie locaties woningen nabij de binnenstad, namelijk de PostNL-locatie, en Veld I en J van Kop West. 3.4.3.4 Doelgroepenverordening gemeente Purmerend 2020 Op 29 oktober 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend de "Doelgroepenverordening gemeente Purmerend 2020" vastgesteld". Met deze verordening kan door de gemeente gestuurd worden op te realiseren woningbouwcategorieën in nieuwbouw (in bestemmingsplannen). De gemeente Purmerend heeft de ambitie om tot 2040 ongeveer 10.000 woningen aan de bestaande woningvoorraad toe te voegen. Om de diversiteit en doorstroom te bevorderen geldt voor de nieuwbouw als uitgangspunt dat tenminste 30% van die woningen beschikbaar komt voor sociale huur en 30% voor middeldure huur- en/of betaalbare koopwoningen. Deze ambitie is vastgelegd in de Nota Kaders en instrumenten woningbouwprogrammering - Spelregels 30-30-40 (2019). Deze nota vormt daarmee het uitgangspunt voor de doelgroepenverordening. De Wet ruimtelijke ordening biedt een gemeente de mogelijkheid om in een bestemmingsplan te eisen dat een bepaald percentage van daarin genoemde categorieën woningen wordt gerealiseerd bij nieuwbouwplannen. De categorieën van woningen waarvoor dit in een bestemmingsplan kan worden geregeld zijn: sociale huurwoningen; middeldure huurwoningen; sociale koopwoningen; particulier opdrachtgeverschap.