CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C nota-GKP-actualisatie-2022

Gemeenteraad 15 september 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Addendum Structuurvisie Purmerend 2005-2020, doorrekening gebiedsoverstijgende kosten 202221.128 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de mobiliteit en het groen in Purmerend (Mobiliteit & Groen) en het mobiliteitsysteem in het Centrumgebied/Waterlandkwartier (Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied/Waterlandkwartier). De nieuwbouwlocaties hebben in deze gedachte voordeel van de bestedingen (profijt), die nodig zijn om de nieuwbouw mogelijk te maken (toerekenbaarheid), en de kosten worden over alle profiterende exploitatiegebieden verdeeld op basis van evenredigheid (proportionaliteit). Daarnaast wordt voor het tekort in de herstructureringslocatie Wheermolen-Oost en voor de bijdrage aan Sociale Woningbouw ook nog ingezet op de eerste mogelijkheid: de betalende exploitatiegebieden, bestaande vooral uit nieuwwoningbouw, hebben niet alleen profijt van het saneren van deze wijk respectievelijk het bouwen van sociale huurwoningen (er wordt hiermee een evenwichtigere bevolkingssamenstelling bereikt). Ze hebben ook een functionele samenhang met de herstructurering van deze wijk en de bouw van sociale huurwoningen elders. Profiterende vrijemarkt nieuwbouwwoningen dragen namelijk hiermee bij aan het tekort van nieuwe sociale huurwoningen. Hiermee voldoet Purmerend aan alle randvoorwaarden Met de beleidsonderbouwing vooraf en de verantwoording achteraf (1 t/m 5, vastgelegd in deze nota GKP en de Structuurvisie) wordt niet alleen baatafroming voorkomen en een juridische dekking geboden.

Ook wordt hiermee gewaarborgd dat het geld niet besteed wordt 24

Zie paragraaf 3.2 Nota van Toelichting van deze voorhandversie. 21

aan onderhoud- en exploitatiekosten. En tenslotte wordt hiermee een duidelijk wegingskader gecreëerd waarbinnen concrete initiatieven worden beoordeeld binnen het gemeentelijke onderzoek naar de ruimtelijke inpasbaarheid, waarmee voldaan wordt aan de eis van een zorgvuldige belangenafweging en dat de gemeente geen misbruik maakt van haar bevoegdheden.

22

4. Financieel systeem nota GKP 4.1 Inleiding Omdat de bedragen die van de grondexploitanten (op eigen grond of die van de gemeente) worden ontvangen bestemd zijn voor de bestedingen als bedoeld in bijlage 1, zijn deze middelen niet vrij aanwendbaar. Middelen van derden met een bestedingsverplichting worden in een voorziening verantwoord. De bijdragen worden als een bate verantwoord in de staat van lasten en baten (de begroting) en tegelijkertijd gestort in de betreffende voorziening. Voor een adequaat onderscheid zijn er in het verleden drie voorzieningen ingesteld: - de voorziening ‘Kostenverhaal Mobiliteit & Groen’. - de voorziening ‘Kostenverhaal Sociale Woningbouw’. - de voorziening ‘Kostenverhaal Parkeervoorzieningen Centrumgebied’ wordt hernoemd tot ‘Kostenverhaal Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied’. - Er komt een nieuwe voorziening bij zodra hiervoor middelen worden ontvangen: ‘Kostenverhaal Mobiliteitsoplossingen Waterlandkwartier’. In de begroting zijn de gevolgen van de nota GKP derhalve budgettair neutraal. Zodra de raad besluit tot het aangaan van investeringen (infrastructuur uit de lijst mobiliteit & groen of mobiliteitsoplossingen in het Centrumgebied en Waterlandkwartier of compenserende sociale woningbouw) kunnen de middelen uit de voorzieningen door het college worden aangewend.

De aanwending gaat dan niet meer via de begroting en behoeft dan geen raadsbesluit. Wel is het college daarbij gebonden aan bestedingen die in de begroting gedekt zijn en vastliggen in de nota GKP (bijlage 1). 4.2 Omvang stortingen en mogelijkheid kortingen Mobiliteit & Groen De omvang van de stortingen t.b.v. Mobiliteit & Groen is gemaximaliseerd tot € 72 miljoen. Dit is afgerond 28% van de totale investeringsvoornemens van € 260 miljoen. Deze € 72 miljoen is de maximale totale bijdrage als alle voorziene exploitatiegebieden inderdaad worden ontwikkeld, en als geen kortingen worden toegepast vanwege ‘macroaftopping’, vanwege sloop/hergebruik en vanwege de bouw van extra sociale huurwoningen van corporaties dan het nu verplicht minimaal percentage (30%). Middels ‘macroaftopping’ kan de gemeente de hoogte van de bijdrage verlagen wanneer de economische uitvoerbaarheid van het bouwplan onder druk komt te staan. De gebiedsoverstijgende kosten zullen dan wel elders in de begroting gedekt moeten worden. De gemeente zal deze mogelijkheid van macroaftopping daarom zeer spaarzaam inzetten en alleen voor plannen met voldoende maatschappelijke relevantie. Middels een korting voor sloop/hergebruik verlaagt de gemeente de bijdrage wanneer sprake is van hergebruik van bestaand vastgoed en/of sloop en nieuwbouw.

Het idee hierachter is dat alleen de toevoeging aan de bestaande stad een toegenomen druk betekent op gebiedsoverstijgende infrastructuur. Deze korting vanwege hergebruik en/of sloop komt vaak voor in Purmerend omdat een belangrijk deel van de verwachte bouwplannen zich in de bestaande stad zullen bevinden. Sociale huurwoningen van corporaties zijn vrijgesteld van bijdrage aan Mobiliteit & Groen. 4.3 Omvang stortingen Sociale Woningbouw en Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied/Waterlandkwartier De toekomstige uitgaven vanuit de voorzieningen Kostenverhaal Sociale Woningbouw en Kostenverhaal Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied/Waterlandkwartier zijn niet bij voorbaat

23

in te schatten. Deze uitgaven zijn namelijk afhankelijk van de mate waarin exploitatiegebieden het verplicht percentage sociale huur en de verplichte parkeerplaatsen zelf realiseren, of anders compenseren. Per ontbrekende sociale huur eenheid draagt de grondexploitant € 45.770 aan de gemeente, en per ontbrekende parkeerplaats in het Centrumgebied/Waterlandkwartier is dat € 17.199. De eerdergenoemde kortingen (macroaftopping en sloop/hergebruik) zijn hier trouwens niet van toepassing. Deze bedragen zullen door de gemeente geïnvesteerd worden om in gemeentelijke exploitatiegebieden extra compensatie sociale huur eenheden respectievelijk om in of rondom het Centrumgebied compenserende mobiliteitsoplossingen te realiseren ten behoeve van het Centrumgebied (nu parkeergarage Stadshuis, in de toekomst wellicht andere mobiliteitsoplossingen). Voor wat betreft dit parkeergarage Stadshuis zullen de kosten ook deels via de voorziening Mobiliteit & Groen worden verhaald: namelijk dat deel van het tekort van dit parkeergarage dat naar verwachting niet zal worden verhaald op de plannen in het Centrumgebied middels de bijdrage van € 17.199 per ontbrekende parkeerplaats.

De stortingen in compenserende parkeervoorzieningen gedaan door grondexploitanten in het Waterlandkwartier zullen door de gemeente geïnvesteerd worden om ten behoeve van het Waterlandkwartier passende mobiliteitsoplossingen te realiseren die nodig zijn voor de nieuwbouwplannen in dit gebied. Op dit moment is dit de parkeergarage Stadshuis. Deze bijdrage zal in een later stadium worden overgenomen in het Aanvullingsbesluit Waterlandkwartier, wanneer uit de planvorming in dit gebied concretere mobiliteitsoplossingen, specifiek voor de nieuwbouw in dit gebied, worden uitgewerkt. 4.4 Aanwijzingen bestedingen uit de voorzieningen Kostenverhaal Mobiliteit & Groen, Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied/Waterlandkwartier en Sociale Woningbouw De stortingen in de voorzieningen Nota GKP worden geoormerkt voor de realisering van de in bijlage 1 opgesomde bestedingen in mobiliteit, groen, mobiliteitsoplossingen in het Centrumgebied/Waterlandkwartier en sociale huur. Voorwaarde voor de aanwending door het college is dat de raad het budget of krediet beschikbaar heeft gesteld en er voldoende middelen zijn vergaard in deze voorzieningen. De bestedingen in sociale huurwoningen staan vast omdat de gemeente de kosten reeds heeft opgenomen in de begroting en/of omdat de gemeente hierover reeds bindende afspraken heeft gemaakt met externe partijen (bijvoorbeeld met woningcorporaties).

De gemeente zal de bestedingen realiseren ongeacht de stand van zaken van de stortingen van particuliere grondexploitanten. Hier zal de gemeente, als het ware, de bestedingen voorschieten. Hetzelfde geldt voor de investeringen in het parkeergarage naast het Stadhuis en voor enkele investeringen in M&G. Een deel van de uitgaven in M&G zijn echter afhankelijk van het verkrijgen van de noodzakelijke financiële dekking. Daarom zullen deze uitgaven alleen worden gedaan wanneer grondexploitanten voldoende middelen hebben gestort en/of wanneer bijdragen worden gedaan vanuit de gemeentelijke begroting of alternatieve bronnen (bijvoorbeeld subsidies). Er valt ook niet uit te sluiten dat een aantal bestedingen uiteindelijk uit- of afgesteld zal worden. Deze eventueel niet gerealiseerde kosten worden trouwens niet doorberekend aan nieuwbouw omdat onderhavige nota GKP alleen dat percentage van de kosten doorberekent die met zekerheid zal worden gemaakt. 4.5 Periodieke herziening en afrekening Als hier aanleiding voor is zullen de gebiedsoverstijgende bestedingen periodiek worden geactualiseerd. Hetzelfde geldt voor het aantal en omvang van de verwachte exploitatiegebieden, en voor de op grondexploitanten te verhalen kosten.

De nota GKP is dus een dynamisch instrument die naar behoefte geactualiseerd zal worden op basis van veranderingen in de verwachte gebiedsoverstijgende bestedingen en exploitatiegebieden. Op

24

basis hiervan zal ook de bijdrage van grondexploitanten worden geactualiseerd. Onderhavige versie betreft de tweede actualisering van de versie die in september 2019 in werking trad. Hiermee wordt gewaarborgd dat de op elk moment verwachte kosten billijk en proportioneel worden toebedeeld aan alle op dat moment verwachte exploitatiegebieden.

25

BIJLAGE 1: Gebiedsoverstijgende bestedingen in Purmerend Purmerend rekent door aan grondexploitanten kosten van bestedingen in de verbetering van mobiliteit en groen (zie tabel a), in mobiliteitsoplossingen in het Centrumgebied/Waterlandkwartier (zie tabel b) en in sociale woningbouw (zie tabel c). A. Gebiedsoverstijgende bestedingen in mobiliteit en groen (M&G) De gemeente heeft het voornemen om naar verwachting ca € 260 miljoen te investeren om de mobiliteit en het groen in Purmerend te verbeteren. Van deze € 260 miljoen gaat de gemeente ca € 72 miljoen (28%) in rekening brengen op de nieuwbouwplannen, zowel op particuliere als gemeentelijke grond. Voor een toelichting over hoe deze kosten doorberekend worden aan de nieuwbouwplannen, zie bijlagen 3 t/m 5. Alle bijdragen van nieuwbouwplannen zullen worden gestort in de voorziening Kostenverhaal Mobiliteit & Groen en, zodra de bestedingen worden gepleegd, zullen de gestorte middelen voor dat doel worden aangewend. Tabel a. Gebiedsoverstijgende bestedingen in mobiliteit & groen.

Uitvoerbaarheid (onderbouwing 3), locatie en kenschetsing bestedingen (1a), functionele samenhang (4)

Kosten voor gemeente (onderbouwing 1b) en wie betaalt (2a)

Gedekt, 90% zeker Parkeergarage Stadhuis Purmerend (voorzieningen) In de Visie op Mobiliteit 2018 wordt een aantal maatregelen voorgenomen om het parkeeraanbod beter te laten aansluiten bij de toekomstige parkeerbehoefte. Een van deze maatregelen is het realiseren van parkeergarages op diverse mogelijke locaties om daarmee de parkeerbehoefte in het Centrumgebied op te vangen (Mobiliteitsvisie: p. 12, 22, 32, 37). Op 27 februari 2020 heeft de raad besloten tot het bouwen van een parkeergarage voor het stadshuis. Deze garage is belangrijk voor de nodige opvang van parkeerbehoefte in het Centrumgebied. Omdat het ook een positieve uitwerking heeft op de binnenstad en het cluster Consumenten & beleven wordt hiermee tevens de ruimtelijke structuur en de regionale functie van Purmerend versterkt. Een deel van het tekort zal worden gedekt uit bijdragen van ontwikkelaars in het Centrumgebied (incl Waterlandlaan) die zelf onvoldoende parkeerplaatsen realiseren ‘in situ’ (GKP/mobiliteitsoplossingen). Het resterend deel van dit tekort wordt opgenomen in de bestedingen mobiliteit en groen en aldus doorberekend aan de hele stad (GKP/M&G).

Totale kosten gem €2,9 mio (hier zijn €2.336.000 die uit het kostenverhaal reeds zijn gedekt in mindering gebracht). Plannen in Centrumgebied (incl Waterlandlaan) die onvoldoende parkeerplaatsen realiseren dragen € 1.290.000 bij via GKP/mobiliteitsoplossingen en de rest (€1.329.000) wordt voor 90% aangeslagen op de hele stad via GKP/M&G. Hieruit wordt 30% (€437.000) aangeslagen op de nieuwbouw, en 70% (€892.000) op de bestaande stad en dus de gemeente.

Gemeentebrede fietsmaatregelen I: Verbetering fietsnetwerk I (voorzieningen) Verbetering van het fietsnetwerk in de volgende trajecten: Purmersteenweg-Waterlandlaan, Julianastraat-Herengracht, Van IJsendijkstraat (Hoornselaan-Den Uyllaan), Plantsoengracht, fietsstraat Vrouwenzandstraat, fietsoversteek Van Osweg, Prof. Oudlaan Karekietpark, Purmerenderweg-Grotenhuysweg, Herinrichting Meteorenweg, fietsoversteek Overlanderstraat-Grotenhuysweg, H. Dunantstraat-H. Schaftstraat, kruispunten Wagenweg-Koomanweg-Hoornselaan. Fietsbrug Sluisbrug (voorzieningen) Herinrichting Sluisbrug om meer ruimte te creëren voor de fiets.

Verbetering fietsnetwerk I Totale kosten voor gemeente €1.148.000. Daarvan wordt 90% aangeslagen op hele stad (€1.033.000), 30% op nieuwbouw (€310.000) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€723.000).

Deze investeringen zijn bedoeld om het hoofdfietsnetwerk op te waarderen door ontbrekende schakels aan te leggen waarmee alle wijken goed verbonden worden met het centrum en de daarin zich bevindende OV knooppunten en voorzieningen. Hiermee worden de doelen uit o.a. de

Fietsbrug Sluisbrug Totale kosten voor gemeente €650.000. Daarvan wordt 90% aangeslagen op hele stad (€585.000), 30% op nieuwbouw (€175.000) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€409.000).

26

mobiliteitsvisie en het verkeersplan 2040 nagestreefd om in Purmerend meer mensen op de fiets en uit de auto te krijgen (Beleidsplan Fiets 20102015; Visie op Mobiliteitsvisie blz 33, 37; Verkeersplan Purmerend 2040 blz 17 H6 H7; Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, 19, H3 en H4; Masterplan Waterlandkwartier H4, H5; Kansenkaart 2040; Verstedelijkingsconcept 2050 MRA blz 7, 10, 38, 39, 84, 117). Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5 10; Visie Leefbare Stad 2040 blz 12; Economische visie 2040 blz 22-25). Deze investering zal worden doorberekend aan de hele stad. Dynamisch parkeerverwijssysteem (voorzieningen) Installatie dynamisch parkeerverwijssysteem bij ingangen historische binnenstad. In het kader van de Retailagenda en de Visie op Mobiliteit 2018 zijn gesprekken gevoerd met binnenstadondernemers van Purmerend. In deze gesprekken hebben de ondernemers hun zorgen kenbaar gemaakt over het parkeeraanbod in de binnenstad van Purmerend mede ook door de nieuwbouw (Brantjesoever, Schapenmarkt, Zijp, etc.). Om de beschikbare parkeercapaciteit beter te benutten, is de wens voor een dynamisch parkeerverwijssysteem geuit.

Met een dergelijk systeem worden bij de ingangen van de binnenstad dynamische verwijsborden geplaatst die aangeven waar en hoeveel beschikbare parkeerplaatsen er zijn. In de Visie op Mobiliteit (blz. 12, 32) is deze maatregel opgenomen. Hier sluit de Visie op Mobiliteit aan op eerder in de Structuurvisie uit 2006 uitgesproken beleidsdoel omdat hiermee de binnenstad en het cluster Consumenten & beleven versterkt worden (Structuurvisie: zie bijvoorbeeld p. 41, 65, 67, 70-71). Deze investering zal worden doorberekend aan de hele stad.

Totale kosten voor gemeente €177.000. Daarvan wordt 90% aangeslagen op hele stad (€159.000), 30% op nieuwbouw (€48.000) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€112.000).

Herstructurering Wheermolen-Oost (voorzieningen en bijdrage r.o.) Herstructurering van deze wijk met netto toevoeging van 632 woningen, waarvan 75% betaalbaar. Wheermolen-Oost is eind jaren 60 gebouwd als een van de eerste grote uitbreidingen van Purmerend. De bebouwing kenmerkt zich door woningen van een matige kwaliteit en bestaat voor ca. 60% uit sociale huurwoningen. De flats zijn sterk verouderd, de openbare ruimte en de riolering zijn toe aan vernieuwing, het wijkwinkelcentrum kent leegstand en er wonen relatief veel eenoudergezinnen met beduidend lager inkomen dan gemiddeld in Purmerend. In aansluiting op eerdere voornemens om (onderdelen van) deze wijk te saneren (Structuurvisie Purmerend 2005-2020/strategische plankaart uit 2013 en ambitiekaart 2040) heeft de gemeente in september 2020 een ontwikkelvisie en grondexploitatie vastgesteld ten einde deze wijk te revitaliseren (Ontwikkelvisie Wheermolen Oost). Daarnaast wordt nog hiermee een belangrijke bijdrage geleverd aan de regionale verstedelijkingsopgave (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7 H5; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Masterplan Waterlandkwartier; Verstedelijkingsstrategie MRA) binnen te bestaande stad, zonder daarbij nieuwe uitbreidingslocaties te moeten aanleggen (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5).

De gemeente draagt, samen met corporatie Intermaris, het financieel tekort van deze herstructurering, dat in grote mate bestaat uit de kosten van de herinrichting van de openbare infrastructuur. Deze investering zal worden doorberekend aan de hele stad.

Totale kosten voor gemeente €3.475.000. Daarvan wordt 90% aangeslagen op hele stad (€3.127.000), 30% op nieuwbouw (€938.000) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€2.189.000).

Parkenplan (voorzieningen) Herinrichting Kooimanpark, Leeghwaterpark, Park De Noord, Park De Dwarsgouw, Park De Driegang, Park De Uitvlugt, Het Gorsebos en Groengebied Purmerland. Purmerend is in ontwikkeling. De komende jaren zal er flink bijgebouwd worden. Dit heeft gevolgen voor het groen in de stad. In de komende jaren neemt Purmerend zich aan om het beeldkwaliteitsniveau en de leefbaarheid van het groen in de stad te verhogen (Coalitieakkoord, Groenplan Purmerend 2019-2022). Het doel is de klimaatbestendigheid van de bebouwde kom te vergroten en de sociale cohesie en recreatie te bevorderen (Duurzaamheidsagenda 2019-2023, blz 20; Groenkoers- oktober 2014, blz 17, Structuurvisie Purmerend 2005-2020, blz 36). De Visie Leefbare Stad 2040 moet groen en steen in balans brengen. Het Uitvoeringsplan klimaatadaptatie Zaanstreek-Waterland en Purmerend 2021-2024 en het Parkenplan Purmerend 2021-2040 vloeien uit deze visie voort en hebben als doel de stad en het groen daarin klimaatbestendig en waterrobuust in te richten en ze tevens aan te laten sluiten op de behoefte van bewoners. Een belangrijke stap in alle genoemde ambities is dus het ontwikkelen en aanpassen van de huidige parken.

Totale kosten voor gemeente €17.941.000 (bijdrage 60.000 voor Kooimanpark uit kostenverhaal is reeds in mindering gebracht). Daarvan wordt 90% aangeslagen op vier ontwikkelgebieden (50%, €6.457.000) en de hele stad (15% op nieuwbouw, €2.907.000, en 35% op de bestaande stad en dus de gemeente, €6.783.000). In totaal wordt dus € 9.364.000 doorberekend aan nieuwbouw. Het aandeel van de vier ontwikkelgebieden (€6.457.000) wordt als volgt verdeeld: Wagenweggebied (€811.000,

27

De gemeente gaat voor ieder park de inrichting aanpassen aan de behoefte van (nieuwe) bewoners en de uitdagingen die een veranderd klimaat met zich meebrengt. Met als doel om een functionele, prettige openbare ruimte te creëren die aanzet tot bewegen en ontmoeten en die inspeelt op de toekomst. Klimaatadaptatie speelt hierbij een belangrijke rol. Parken die dienen als een klimaat buffer in tijden van hitte, droogte of langdurige neerslag. Het gaat om de volgende parken: Park De Noord, Park De Dwarsgouw, Park De Uitvlugt, Kooimanpark, Leeghwaterpark, Park De Driegang, Het Gorsebos en Groengebied Purmerland. Naast een functie voor de hele stad, hebben sommige parken een directe relatie met enkele ontwikkelgebieden. Daarom worden de kosten deels over de hele stad, en deels over specifieke gebieden verdeeld (Wagenweggebied, Waterlandkwartier, De Koog en Oostflank). In december 2021 heeft de gemeente in een Business Case Parkenplan Purmerend 2021-2040 deze plannen financieel uitgewerkt.

50% Kooimanpark), Waterlandkwartier (€708.000, 13,2% Leeghwaterpark), De Koog (€2.720.000, 50% parken De Noord en De Dwarsgouw), en Oostflank (€2.219.000, 36,8% Leeghwaterpark en 50% park De Uitvlucht).

Bestuurlijke dekking of in ambtelijke voorbereiding, 60% zeker Multimodaal-knooppunt Waterlandlaan (voorzieningen) Deze investering bestaat uit: (1) de aanleg van een nieuw station variant verlenging perrons richting Waterlandlaan, en (2) de aanleg van een busstation. Deze investeringen zijn gericht om een multimodaal knooppunt te realiseren, waar trein, bus, auto en fiets samenkomen. Hiermee wordt de OV-bereikbaarheid van het Centrumgebied (met name nieuwbouwlocatie Waterlandkwartier) vanuit de rest van Purmerend en de regio verbeterd (Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, H3 en H4; Mobiliteitsvisie blz 33-35 37; Masterplan Waterlandkwartier H4 H5; Kansenkaart 2040, Verstedelijkingsconcept 2050 MRA blz 7, 10, 38, 39, 84, 117). Dit is van belang niet alleen voor het Waterlandkwartier, maar ook voor geheel Purmerend omdat hiermee: •Een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de regionale verstedelijkingsopgave (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5; Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, H3 en H4; Masterplan Waterlandkwartier H2 en H3; Verstedelijkingsconcept 2050 MRA blz 7, 10, 38, 39, 84, 117) binnen te bestaande stad, zonder daarbij nieuwe uitbreidingslocaties te moeten aanleggen (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5); •Het fiets- en o.v.-gebruik wordt gestimuleerd tegenover het autogebruik, waarmee de doelen uit o.a.

leefbare stad, mobiltieitsvisie en klimaatvisie worden nagestreefd (Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, 19, H3 en H4; Masterplan Waterlandkwartier H4 en H5 blz 76-77; Mobiliteitsvisie blz 33, 37; Verkeersplan Purmerend2040 H6 H7; Leefbare Stad 2040 blz 12); •De Purmerendse identiteit en imago wordt versterkt, en het vestigingsklimaat voor IT-tech en zorg sector opgewaardeerd (Economische visie 2040 blz 22-25; Masterplan Waterlandkwartier H3; Verstedelijkingsconcept 2050 MRA blz 82); •De recreatieve-toeristische functies worden versterkt door hier een trekpleister en transferpunt te creëren (Economische visie 2040 blz 22-25; Masterplan Waterlandkwartier H3); Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5 10; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan, Masterplan Waterlandkwartier; Economische visie 2040 blz 22-25). Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad en aan ontwikkelgebied Waterlandkwartier.

Totale kosten voor gemeente €35 mio. Daarvan wordt 60% (€21 mio) aangeslagen op nieuwbouw in ontwikkelgebied Waterlandkwartier (50%, €10,5 mio) en de hele stad (15% op nieuwbouw, €3.150.000, en 35% op de bestaande stad en dus de gemeente, €7.350.000).

Herinrichting Waterlandlaan (voorzieningen) Herinrichting van de rijweg van de Waterlandlaan t.b.v. de herstructurering van dit gebied. Hiermee wordt de transformatie van het Waterlandkwartier tot een gemengde woon-werk, stedelijke locatie mogelijk gemaakt. Maar het dient ook geheel Purmerend (met name de nieuwbouw daarin) omdat hiermee: •De bereikbaarheid in dit gebied wordt gewaarborgd (omdat het de snelheid voor auto's op de Waterlandlaan terugbrengt en de bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers vergroot);

Totale kosten voor gemeente €3.925.000. Daarvan wordt 60% (€2.355.000) aangeslagen op ontwikkelgebied Waterlandkwartier (50%, €1.177.000) en de hele stad (15% op nieuwbouw, €353.000, en 35% op de bestaande stad en dus de gemeente, €824.000).

28

•Een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de regionale verstedelijkingsopgave (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5; Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, H3 en H4; Masterplan Waterlandkwartier H2 en H3; Verstedelijkingsconcept 2050 MRA blz 7, 10, 38, 39, 84, 117) binnen te bestaande stad, zonder daarbij nieuwe uitbreidingslocaties te moeten aanleggen (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5); •De Purmerendse identiteit en imago wordt versterkt, en het vestigingsklimaat voor IT-tech en zorg sector opgewaardeerd (Economische visie 2040 blz 22-25; Masterplan Waterlandkwartier H3; Verstedelijkingsconcept 2050 MRA blz 82); Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5 10; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan, Masterplan Waterlandkwartier; Economische visie 2040 blz 22-25). Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad en aan ontwikkelgebied Waterlandkwartier. Keerspoor in verband met frequentie verhoging spoorverkeer (voorzieningen) Aanleg van een keerspoor ten noorden van Purmerend. Deze investering is gericht op de verhoging van de frequentie van de sprintertrein in station Purmerend.

Hiermee wordt de OV-bereikbaarheid van het Centrumgebied (met name ontwikkelgebied Waterlandkwartier), en van Purmerend vanuit de MRA en rest van Nederland sterk verbeterd (Ontwikkelagenda Hoornse Lijn, Gebiedsplan Sleutelgebied; Gebiedsplan Purmerend blz 14,18,26,29). Dit is van belang niet alleen voor het Waterlandkwartier, maar ook voor geheel Purmerend (vooral de nieuwbouw daarin) omdat hiermee: •Het fiets- en o.v.-gebruik wordt gestimuleerd tegenover het autogebruik, waarmee de doelen uit o.a. leefbare stad, mobiltieitsvisie en klimaatvisie worden nagestreefd (Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, 19, H3 en H4; Masterplan Waterlandkwartier H4 en H5 blz 76-77; Mobiliteitsvisie blz 33, 37; Verkeersplan Purmerend2040 H6 H7; Visie Leefbare Stad 2040 blz 12); •De Purmerendse identiteit en imago wordt versterkt, en het vestigingsklimaat voor IT-tech en zorg sector wordt opgewaardeerd (Economische visie 2040 blz 22-25; Masterplan Waterlandkwartier H3; Verstedelijkingsconcept MRA blz 82). Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad en aan ontwikkelgebied Waterlandkwartier.

Totale kosten voor gemeente €10 mio. Daarvan wordt 60% (€6 mio) aangeslagen op ontwikkelgebied Waterlandkwartier (50% van deze 60%, €3 mio) en de hele stad (15% op nieuwbouw, €900.000, en 35% op de bestaande stad en dus de gemeente, €2.100.000).

Noord-zuid route (hele route en tunnel Overwhere, voorzieningen) Deze investering bestaat (1) uit een reeks ingrepen in kruispunten en de wegen in de Jaagweg, Azielaan, Laan der Continenten, Gorslaan, Churchillaan, Den Uyllaan, S. Allendelaan en de Verzetslaan; en (2) uit de aanleg van een tunnel onder het spoor thv de Churchillaan, bedoeld om de doorstroming voor de auto en bus te garanderen langs de noord-zuid route. Het Verkeersplan Purmerend 2040 stelt dat vanwege de woningbouwambities er doorstromingsproblemen ontstaan op de ontsluitingswegen. Onder een hoog woningbouwscenario ontstaan verschillende knelpunten in de binnenstad en de rest van de stad (Verkeersplan Purmerend 2040: zie bijvoorbeeld blz'en 39 – 42). De knelpunten in de binnenstad zijn op te lossen door een autoluw maatregelenpakket samen te stellen (zie elders). Daarnaast zijn er de knelpunten in de rest van de stad. Deze treffen we aan op de twee alternatieve routes naar de A7 via Weidevenne (Jaagweg, Aziëlaan en Laan der Continenten) én richting de N244 (Gorslaan, Churchilllaan, Den Uyllaan, S. Allendelaan). Om de alternatieve routes meer capaciteit te geven moeten kruispunten aangepast worden. Als laatste zijn er in het Verkeersplan Purmerend 2040 ook toekomstige knelpunten op de Verzetslaan geanalyseerd. Hier moeten enkele kruispunten ook aangepast worden om te kunnen voldoen aan de woningbouwambitie.

Hiermee wordt dus de toegenomen verkeersdruk opgevangen die ontstaat vanwege de nieuwbouwplannen (MIRT studie A7; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan, Mobiliteitsvisie, Verkeersplan 2040, Gebiedsplan Sleutelgebied, Kansenkaart 2040, ontwikkelplan Wheermolen Oost). Dit is eveneens relevant omdat hiermee: •Een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de regionale verstedelijkingsopgave (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7 H5; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Masterplan Waterlandkwartier; Verstedelijkingsstrategie MRA) binnen te bestaande stad, zonder daarbij nieuwe uitbreidingslocaties te moeten aanleggen (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5);

Totale kosten voor gemeente €55.240.000. Daarvan wordt 60% (€33.144.000) aangeslagen op zowel 5 ontwikkelgebieden (50%, €16.572.000), als op de rest van de stad (15% op nieuwbouw, €4.972.000, 35% voor de bestaande stad en dus de gemeente, €11.600.000). Het aandeel van de 5 ontwikkelgebieden (€16.572.000) wordt toebedeeld proportioneel aan hun bouwprogramma: Wagenweggebied 3,2% (€1.054.000), Waterlandkwartier 8,4% (€2.777.000), De Koog 10,1% (€3.355.000), Oostflank 23,4% (€7.761.000) en Zuidoostbeemster 4,9% (€1.625.000).

29

•Het fiets- en o.v.-gebruik wordt gestimuleerd tegenover het autogebruik, waarmee de doelen uit o.a. leefbare stad, mobiltieitsvisie en klimaatvisie worden nagestreefd (Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Masterplan Waterlandkwartier; Mobiliteitsvisie blz 33, 37; Verkeersplan Purmerend2040 blz 17 H6 H7; Visie Leefbare Stad 2040 blz 12); Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5 10; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan, Masterplan Waterlandkwartier). Deze investeringen zijn dus vooral nodig vanwege de nieuwbouwplannen, maar de bestaande stad profiteert ook van. Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad en aan alle vijf ontwikkelgebieden: Wagenweggebied, Waterlandkwartier, De Koog, Oostflank en Zuidoostbeemster. Herinrichting Purmerenderweg en Zuiderweg ZOB (voorzieningen) Hiermee worden de Purmerenderweg en de Zuiderweg in ZOB tot een 30 km-zone veranderd waarbij de veiligheid van fietsers en voetgangers uitgangspunt is en het bus en zwaar (landbouw) verkeer ook door kan (Dorpsontwikkelingsvisie Zuidoostbeemster, onderdeel 6, bouwsteen 22). Dit is noodzakelijk vanwege de extra verkeersdruk die door de nieuwbouw in ZOB wordt veroorzaakt.

Maar het is ook van belang voor de rest van Purmerend omdat hiermee het fiets- en o.v.-gebruik wordt gestimuleerd tegenover het autogebruik, waarmee de doelen uit o.a. leefbare stad, mobiltieitsvisie en klimaatvisie worden nagestreefd (Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, 19, H3 en H4; Masterplan Waterlandkwartier H4 en H5 blz 76-77; Mobiliteitsvisie blz 33, 37; Verkeersplan Purmerend2040 H6 H7; Leefbare Stad 2040 blz 12). Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5 10). Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad en aan ontwikkelgebied Zuidoostbeemster.

Totale kosten voor gemeente €5.658.000. Daarvan wordt 60% (€3.395.000) aangeslagen op zowel ontwikkelgebied ZOB (50%, €1.697.000), als op de rest van de stad (15% op nieuwbouw, €509.000, 35% voor de bestaande stad en dus de gemeente, €1.188.000).

Gemeentebrede fietsmaatregelen II: Fietsinfrastructuur wijken naar Stationsgebied versterken (voorzieningen) Deze investering bestaat uit de aanleg van nieuwe fietspaden en ontbrekende schakels in het fietsnetwerk en verbetering van bestaande fietspaden. Het gaat daarbij om de verbinding tussen het centrum en alle wijken. Verbetering fietsnetwerk II (voorzieningen) Verbetering van het fietsnetwerk in de volgende trajecten: Purmersteenweg-Waterlandlaan, Julianastraat-Herengracht, Van IJsendijkstraat (Hoornselaan-Den Uyllaan), Plantsoengracht, fietsstraat Vrouwenzandstraat, fietsoversteek Van Osweg, Prof. Oudlaan Karekietpark, Purmerenderweg-Grotenhuysweg, Herinrichting Meteorenweg, fietsoversteek Overlanderstraat-Grotenhuysweg, H. Dunantstraat-H. Schaftstraat, kruispunten Wagenweg-Koomanweg-Hoornselaan.

Fietsinfra wijken naar Stationsgebied Totale kosten voor gemeente €8.600.000. Daarvan wordt 60% aangeslagen op hele stad (€5.160.000), 30% op nieuwbouw (€1.548.000) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€3.612.000).

Voor de functionele samenhang zie boven bij ‘Gemeentebrede fietsmaatregelen I’. Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad.

Verbetering fietsnetwerk II Totale kosten voor gemeente €2.796.000. Daarvan wordt 60% aangeslagen op hele stad (€1.678.000), 30% op nieuwbouw (€503.000) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€1.174.000).

Intelligente Verkeersregelingsinstallaties (voorzieningen) Installatie nieuwe soft- en hardware in de verkeersregelinstallaties (VRI) over de hele stad. In de Visie op Mobiliteit 2018 is het optimaliseren van de verkeersregelinstallaties (VRI) als maatregel opgenomen (zie pag. 26, 32 en 37). Betere afstelling van de 30 verkeersregelinstallaties in Purmerend heeft positieve gevolgen voor de doorstroming in de hele stad. Met dit doel wordt soft- en hardware aangeschaft om de VRI’s te laten communiceren met de weggebruiker. De data van weggebruikers worden dan gebruik om de verkeersregelinstallatie optimaler te regelen. Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad.

Totale kosten voor gemeente €900.000. Daarvan wordt 60% aangeslagen op hele stad (€540.000), 30% op nieuwbouw (€162.000) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€378.000).

Fietstunnel Wheermolen-De Koog (voorzieningen) Aanleg fietstunnel onder spoor tussen park De Dwarsgouw en De Koog. Deze voorziening is bedoeld om het hoofdfietsnetwerk op te waarderen door dit schakel te verbeteren. Hiermee worden de doelen uit o.a. de Mobiliteitsvisie en het Verkeersplan 2040 nagestreefd om in Purmerend meer mensen op de fiets en uit de auto te krijgen (Fietsbeleidsplan; Mobiliteitsvisie blz 33, 37; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Masterplan

Totale kosten voor gemeente €3.723.000. Daarvan wordt 60% (€2.234.000) aangeslagen op zowel ontwikkelgebied De Koog (50%, €1.117.000), als op de

30

Waterlandkwartier). Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5 10; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan, Masterplan Waterlandkwartier; Economische visie 2040 blz 22-25). Met deze investering wordt dus de hele stad bediend, maar ook concreet de nieuwbouwplannen in De Koog en Wheermolen Oost, die direct ervan profiteren (Ontwikkelvisie Wheermolen Oost, 2020, blz 35, 39). Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad en aan ontwikkelgebied De Koog.

rest van de stad (15% op nieuwbouw, €335.000, 35% voor de bestaande stad en dus de gemeente, €782.000).

OV-knooppunt N244 (Nieuwe Station Overwhere bij N244, voorzieningen) Deze investering bestaat uit: (1) de aanleg van een nieuw station bij N244, (2) de aanleg daar van een bushaltering, (3) van een P+R terrein en van (4) een fietsenstalling. Deze investeringen zijn bedoeld om een multimodaal en regionaal OV-knooppunt te realiseren, waar trein, bus, auto en fiets samenkomen (Gebiedsplan Purmerend blz 13,18, 25, 29). Hiermee wordt de OV-bereikbaarheid van geheel Purmerend verbeterd (Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Mobiliteitsvisie; Masterplan Waterlandkwartier; Kansenkaart 2040; Verstedelijkingsstrategie MRA). Dit is van belang voor geheel Purmerend (in het bijzonder de nieuwbouw) en de directe regio als Edam-Volendam omdat hiermee: •Een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de regionale verstedelijkingsopgave (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Masterplan Waterlandkwartier; Verstedelijkingsstrategie MRA) binnen te bestaande stad, zonder daarbij nieuwe uitbreidingslocaties te moeten aanleggen (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5); •Het fiets- en o.v.-gebruik wordt gestimuleerd tegenover het autogebruik, waarmee de doelen uit o.a.

leefbare stad, mobiltieitsvisie en klimaatvisie worden nagestreefd (Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan, Masterplan Waterlandkwartier, Mobiliteitsvisie, Verkeersplan 2040, Visie Leefbare Stad 2040 blz 12); •De Purmerendse identiteit en imago wordt versterkt, en het vestigingsklimaat voor IT-tech en zorg sector op te waarderen (Economische visie 2040 blz 22-25; Masterplan Waterlandkwartier); •Een versterking van de recreatieve-toeristische functies door hier een regionaal transferpunt te creëren (Economische visie 2040 blz 22-25); Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5 10; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Masterplan Waterlandkwartier) en het aantrekken van bezoekers voor stad en de regio (Beemster, Edam-Volendam). Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad.

Totale kosten voor gemeente €40 miljoen. Daarvan wordt 60% aangeslagen op hele stad (€24 miljoen), 30% op nieuwbouw (€7,2 miljoen) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€16,8 miljoen).

Fiets- en voetgangersoversteek tussen Wagenweggebied en rest Centrum (brug Hoornsebrug, voorzieningen) Deze investering bestaat uit het realiseren van een langzaam verkeersbrug over de Where (Hoornsebrug). Hiermee wordt het langzaam verkeer uit het Wagenweggebied en de rest van de stad op een veilige manier aangesloten op de binnenstad en het Waterlandkwartier (Gebiedsplan Sleutelgebied. Masterplan Waterlandkwartier). Dit betreft de drukste fietsroute in Purmerend. Deze voorziening is bedoeld dus om het hoofdfietsnetwerk op te waarderen door dot schakel te verbeteren. Ook is deze investering bedoeld om de verkeersveiligheid te verhogen (Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerbeleids-plan d.d. 24 november 2015, p. 19, p. 58; Visie op Mobiliteit 2018, p.10). Hiermee worden de doelen uit o.a. de Mobiliteitsvisie en het Verkeersplan 2040 nagestreefd om in Purmerend meer mensen op de fiets en uit de auto te krijgen (Fietsbeleidsplan; Mobiliteitsvisie blz 33, 37; Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Masterplan Waterlandkwartier). Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Mobiliteitsvisie blz 10; Masterplan Waterlandkwartier; Kansenkaart 2040; Verstedelijkingsstrategie MRA).

Hier sluiten genoemde beleidsnotities aan op eerder in de Structuurvisie uit 2006 uitgesproken beleidsdoel omdat hiermee de binnenstad en het cluster Consumenten & beleven versterkt worden (Structuurvisie: zie bijvoorbeeld p. 41, 65, 67, 70-71). Met deze investering wordt dus de hele stad bediend, maar ook concreet de nieuwbouwplannen in het Wagenweggebied. Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad en aan ontwikkelgebied Wagenweggebied.

Totale kosten voor gemeente €1,6 miljoen. Daarvan wordt 60% (€960.000) aangeslagen op zowel ontwikkelgebied Wagenweggebied (50%, €480.000), als op de rest van de stad (15% op nieuwbouw, €144.000, 35% voor de bestaande stad en dus de gemeente, €336.000).

31

HOV-verbinding Amsterdam-Purmerend (voorzieningen) Deze investering bestaat uit het aanleggen van een HOV-verbinding vanaf Amsterdam richting Purmerend naar OV knooppunt Waterlandlaan, met een mogelijke verlenging naar Station Overwhere en verder (Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, H3 en H4; Gebiedsplan; Ontwikkelagenda Hoornse Lijn; Masterplan Waterlandkwartier H4 H5). Hiermee wordt de OV-bereikbaarheid van Purmerend verbeterd (Gebiedsplan, Ontwikkelagenda Hoornse Lijn; Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, H3 en H4; Masterplan Waterlandkwartier H4 H5). Dit is van belang voor geheel Purmerend, maar met name alle nieuwbouwplannen omdat hiermee: •Een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de regionale verstedelijkingsopgave (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5; Visie Stationsgebied en Waterlandlaan blz 18, H3 en H4; Masterplan Waterlandkwartier H2 en H3; Verstedelijkingsstrategie MRA) binnen te bestaande stad, zonder daarbij nieuwe uitbreidingslocaties te moeten aanleggen (Ruimte voor Purmerend Startnotitie 2040 H4, blz 7, H5); •Het fiets- en o.v.-gebruik wordt gestimuleerd tegenover het autogebruik, waarmee de doelen uit o.a.

leefbare stad, mobiltieitsvisie en klimaatvisie worden nagestreefd (Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan; Masterplan Waterlandkwartier; Mobiliteitsvisie blz 33, 37; Verkeersplan Purmerend 2040 H6 H7; Visie Leefbare Stad 2040 blz 12); •De Purmerendse identiteit en imago wordt versterkt, en het vestigingsklimaat voor IT-tech en zorg sector opgewaardeerd (Economische visie 2040 blz 22-25; Masterplan Waterlandkwartier); •De recreatieve-toeristische functies worden versterkt door hier een trekpleister en transferpunt te creëren (Economische visie 2040 blz 22-25). Deze doelen hebben als ultieme doel een toekomstbestendige, vitale en aantrekkelijke stad te creëren voor wonen, werken en recreëren (Startdocument Purmerend 2040, Gebiedsvisie Stationsgebied en Waterlandlaan, Masterplan Waterlandkwartier). Deze investering wordt doorberekend aan de hele stad.

Totale kosten voor gemeente €66 miljoen. Daarvan wordt 60% aangeslagen op hele stad (€39,6 miljoen), 30% op nieuwbouw (€11.880.000) en 70% op bestaande stad en dus de gemeente (€27.720.000).

32

33

B. Gebiedsoverstijgende bestedingen in mobiliteitsoplossingen Centrumgebied en Waterlandkwartier De gemeente bouwt een parkeergarage bij het Stadhuis om de toename aan parkeerbehoefte in het Centrumgebied op te vangen. Dit heeft de raad op 27 februari 2020 besloten. Een deel van het tekort die de gemeente moet dragen wordt verhaald op alle nieuwbouwplannen in de stad (zie boven in lijst bestedingen in mobiliteit en groen). De rest van het tekort wordt verhaald op bouwplannen in het Centrumgebied die zelf onvoldoende parkeerplaatsen realiseren. Dit laatste deel van het tekort wordt toegerekend naar rato van het aantal parkeerplaatsen dat bouwplannen in het Centrumgebied moeten realiseren volgens de vigerende nota Parkeernormen (geactualiseerd laatst in december 2021) maar niet op eigen terrein kunnen realiseren. Het is aan de geldende nota Parkeernormen en de interpretatie ervan door het college om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen een bouwplan moet realiseren, en of als alternatief de ontbrekende parkeerplaatsen kunnen worden gecompenseerd door een bijdrage te betalen. Alle bijdragen worden gestort in de voorziening Kostenverhaal Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied en aangewend voor de parkeergarage Stadshuis of voor andere nog nader te definiëren mobiliteitsoplossing in het Centrumgebied. Binnen het Centrumgebied valt ook het Waterlandkwartier.

De bijdragen vanuit plannen in dit ontwikkelgebied worden apart gestort in de voorziening Kostenverhaal Mobiliteitsoplossingen Waterlandkwartier. Deze middelen kunnen eventueel ook worden aangewend voor mobiliteitsoplossingen buiten het Waterlandkwartier die een oplossing zijn voor de mobiliteitsbehoeftes binnen dit gebied. Bijvoorbeeld de parkeergarage Stadhuis biedt een oplossing voor de parkeerbehoefte van veel plannen binnen het Waterlandkwartier. De bedoeling is wel dat in de komende tijd het Waterlandkwartier een specifieke mobiliteitsoplossing gaat uitwerken. Als het zo ver is, zal de voorziening Kostenverhaal Mobiliteitsoplossingen Waterlandkwartier worden overgenomen in het Aanvullingsbesluit voor dit gebied en aangewend voor de specifieke mobiliteitsoplossing aldaar.

34

Tabel b. Gebiedsoverstijgende bestedingen in mobiliteitsoplossingen in Centrumgebied en Waterlandkwartier.

Uitvoerbaarheid (onderbouwing 3), locatie en kenschetsing bestedingen (1a) functionele samenhang (4)

Kosten voor gemeente (onderbouwing 1b) en wie betaalt (2a)

Gedekt, 90% zeker Parkeergarage Stadhuis Purmerend (voorzieningen) In de Visie op Mobiliteit 2018 wordt een aantal maatregelen voorgenomen om het parkeeraanbod beter te laten aansluiten bij de toekomstige parkeerbehoefte. Een van deze maatregelen is het realiseren van parkeergarages op diverse mogelijke locaties om daarmee de parkeerbehoefte in het Centrumgebied op te vangen (Mobiliteitsvisie: p. 12, 22, 32, 37). Op 27 februari 2020 heeft de raad besloten tot het bouwen van een parkeergarage voor het stadshuis. Deze garage is belangrijk voor de nodige opvang van parkeerbehoefte in het Centrumgebied. Omdat het ook een positieve uitwerking heeft op de binnenstad en het cluster Consumenten & beleven wordt hiermee tevens de ruimtelijke structuur en de regionale functie van Purmerend versterkt. Een deel van het tekort zal worden gedekt uit bijdragen van ontwikkelaars in het Centrumgebied (incl Waterlandlaan) die zelf onvoldoende parkeerplaatsen realiseren ‘in situ’ (GKP/mobiliteitsoplossingen). Het resterend deel van dit tekort wordt opgenomen in de bestedingen mobiliteit en groen en aldus verhaald op de hele stad (GKP/M&G).

Totale kosten gem €2,9 mio (hier zijn €2.336.000 die uit het kostenverhaal zijn gedektreeds in mindering gebracht). De realisatie van een parkeergarage op deze locatie brengt een tekort van € 17.199 per parkeerplaats met zich mee (opbrengsten uit exploitatie -/- kosten aanleg, Businesscase bij raadsbesluit d.d. 27 februari 2020 plus aanvullend krediet Kadernota 2022 plus wijziging parkeerplaatsen van 320 naar 305). Dit bedrag wordt op grondexploitaties in het Centrumgebied (incl Waterlandlaan) verhaald. Plannen die onvoldoende parkeerplaatsen realiseren betalen € 17.199 per parkeerplaats. De verwachting is dat hiermee €1.290.000 verhaald zullen worden op bouwplannen in het Centrumgebied (incl Waterlandlaan).

35

C. Gebiedsoverstijgende bestedingen in sociale woningbouw (SW) Voor grondexploitanten die, op basis van door de gemeente uitgewerkte regels (op dit moment Nota kaders en instrumenten woningbouw programmering uit 2019), zelf niet voldoen aan het vereiste percentage aantal sociale huurwoningen is als alternatief, onder omstandigheden, een storting bespreekbaar in de voorziening Kostenverhaal Sociale Woningbouw. De gemeente gebruikt de gestorte middelen om elders, in een van in tabel c opgesomde locaties, boven het verplicht percentage, ter compensatie aanvullende sociale huurwoningen te realiseren. Er is zekerheid dat de gemeente de ontvangen bijdragen besteedt aan de ontwikkeling van sociale huurwoningen. Namelijk, er is al zekerheid over de uitvoering in deze locaties van circa 300 eenheden sociale huur boven het verplicht 30%. Deze zekerheid vloeit voort uit het feit dat ze soms al in uitvoering zijn, soms er al gecontracteerd is met de uitvoerende partij (corporaties) en/of omdat er vastgestelde gemeentelijke grondexploitaties zijn waarin dit aandeel sociale huur vastgelegd is. Tabel c. Gebiedsoverstijgende bestedingen in Sociale Woningbouw in Purmerend.

Uitvoerbaarheid (onderbouwing 3), locatie en kenschetsing bestedingen (1a), functionele samenhang (4), wie betaalt (2a) Verbetering woonbetaalbaarheid (bovenplanse kosten/bijdrage r.o.) De gemeente heeft met woningcorporaties Intermaris, Wooncompagnie, Rochdale en Woonzorg Nederland in het Sociaal Woonakkoord Purmerend 2030 afgesproken om krachten te bundelen ten einde op middellane termijn samen te werken aan voldoende beschikbare en betaalbare woningen. In het Sociaal Woonakkoord Purmerend 2030 (vastgesteld op 10 september 2021) zijn afspraken gemaakt voor de bouw in de periode tot 2030 van minimaal 3.600 nieuwe sociale huurwoningen en 1.200 middeldure woningen. Aandeel gemeente. Om dit doel te bereiken zet de gemeente een aantal eigen grondposities in voor de bouw van extra eenheden sociale huur: Weidevenne Lamellen Australielaan, Wheermolen West Middengebied, Graeffweg, Drontermeer, Van Balenstraat en Aletta Jacobslaan. Op deze locaties zijn of worden ongeveer 300 eenheden boven het verplicht 30% gerealiseerd. Dit zijn locaties waarover de uitvoering zeker is, omdat ze reeds uitgevoerd zijn, of blijkend uit contractering met de uitvoerende partij (corporaties) en/of de aanwezigheid van een vastgestelde gemeentelijke grondexploitatie. De gemeente werkt samen verder aan plannen om meer dan 30 % sociale huurwoningen te realiseren in een reeks andere locaties.

Aandeel particuliere grondexploitanten. Ook zullen grondexploitanten op zowel grond van de gemeente als van derden zich moeten committeren aan het doel om de woonbetaalbaarheid in Purmerend te verbeteren. Met dit doel is uitgesproken dat van alle nieuwe woningen, ook die op particuliere grond, minimaal 30% sociale huur moet zijn (van het totaal aantal eenheden). De raad heeft deze regel uitgewerkt in de nota Kaders en instrumenten woningbouw programmering uit 2019. Nieuwbouwplannen dienen daarom, op basis van deze nota (of de opvolgers daarvan), dit aandeel te realiseren op eigen grond. Wanneer dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld in kleinere bouwplannen ligt sociale huur minder voor de hand) dan is als alternatief, onder omstandigheden, een storting bespreekbaar t.b.v. de voorziening Kostenverhaal Sociale Woningbouw. Daarmee kan de gemeente in een van bovengenoemde locaties het tekort compenseren. In bovengenoemde gemeentelijke locaties, de extra eenheden ten opzichte van het verplicht 30% vormen dan de compensatie voor de door nieuwbouwplannen niet te realiseren verplicht percentage op eigen terrein. De in de gemeentelijke locaties te realiseren extra eenheden sociale huur zijn aldus de tekort locaties die een bijdrage ontvangen van de overschotlocaties, namelijk de nieuwbouwplannen die een overschot hebben dankzij het niet of minder hoeven realiseren van sociale huur.

Kosten voor gemeente (onderbouwing 1b) Het realiseren van een compenserende sociale huurwoning kost de gemeente € 45.770. Dit is het gemiddeld verschil tussen de grondprijzen voor vrije markt en sociale woningbouw in de locatie Kop West, de meest recent in ontwikkeling gebrachte gemeentelijke locatie. In andere locaties zal het gaan om gemiddeld een vergelijkbaar verschil. Dit bedrag staat gelijk aan de extra financiële inspanning die de gemeente pleegt om een extra sociale huurwoning te realiseren.

36

BIJLAGE 2: De te ontwikkelen exploitatiegebieden In deze bijlage wordt het totale nieuwbouwprogramma in beeld gebracht dat naar de huidige inzichten potentieel gerealiseerd kan worden tot 2040. Dit bouwprogramma moet een bijdrage leveren aan de kosten van de gebiedsoverstijgende bestedingen in Mobiliteit & Groen. Dit bouwprogramma is gebaseerd op een overzicht van alle mogelijke potentiële ontwikkelingen welke plaats kunnen vinden op grond van zowel de gemeente als particulieren, beleggers, bedrijven, projectontwikkelaars, woningcorporaties en andere stichtingen. Uitgesloten van dit overzicht worden die te ontwikkelen locaties die als doel hebben uitsluitend openbare en maatschappelijk faciliteiten te realiseren zonder winstoogmerk. Ook worden die plannen uitgesloten waarmee reeds gecontracteerd is (anterieure overeenkomst gesloten), die waar de gemeente de grond reeds heeft uitgegeven, die waar een gemeentelijke grondexploitatie reeds is vastgesteld en plannen die in Middenbeemster liggen. In onderstaande tabel staat het totaal geschatte programma per uitgiftecategorie. Ten behoeve van de berekening van de bijdrage t.b.v. Mobiliteit & Groen wordt het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte (bvo) mede uitgedrukt in gewogen eenheden (zie bijlage 3 voor verdere uitleg over toedelingsmethode).

37

Tabel d. Geschat bouwprogramma (nog niet gecontracteerd/nog niet uitgegeven gemeentelijke grond/nog niet vastgestelde gemeentelijke grondexploitaties) in de potentieel te ontwikkelen bouwlocaties met winstoogmerk, per uitgiftecategorie. Uitgiftecategorie Woningen commercieel (wegingsfactor 1,9) Woningen gesubsidieerd (wegingsfactor 0) Kantoren (wegingsfactor 0,8)

Bedrijfsruimte (wegingsfactor 1,2) Commerciële publieke functies (wegingsfactor 2,6) Openbare maatschappelijke niet commerciele infra Gebouwde parkeerruimte (wegingsfactor 0) Totaal m2 bvo (gewogen eenheden, % t.o.v. totaal)

Hele gemeente (excl Middenbeemster) 599.253 m2 bvo (1.138.580 gewogen eenheden)

Wagenweggebied (Plateel) 36.400 m2 bvo (69.160 gewogen eenheden)

Waterlandkwartier

De Koog

Oostflank

Zuidoostbeemster

97.474 m2 bvo (185.201 gewogen eenheden)

133.000 m2 bvo (252.700 gewogen eenheden)

307.673 m2 bvo (584.579 gewogen eenheden)

61.607 m2 bvo (117.053 gewogen eenheden)

256.823 m2 bvo (0 gewogen eenheden)

15.600 m2 bvo (0 gewogen eenheden)

32.491 m2 bvo (0 gewogen eenheden)

57.000 m2 bvo (0 gewogen eenheden)

131.860 m2 bvo (0 gewogen eenheden)

26.403 m2 bvo (0 gewogen eenheden)

81.531 m2 bvo (125.014 gewogen eenheden)

937.606 m2 bvo (1.263.594 gewogen eenheden, 100%)

6.650 m2 bvo (10.197 gewogen eenheden)

58.650 m2 bvo (79.357 gewogen eenheden, 6,36%)

23.500 m2 bvo (18.800 gewogen eenheden)

2.000 m2 bvo (5.200 gewogen eenheden)

2.050 m2 bvo (5.330 gewogen eenheden)

80.138 m2 bvo (0 gewogen eenheden)

5.000 m2 bvo (0 gewogen eenheden)

235.603 m2 bvo (209.201 gewogen eenheden, 16,76%)

190.000 m2 bvo (252.700 gewogen eenheden, 20,24%)

439.533 m2 bvo (584.579 gewogen eenheden, 46,83%)

95.060 m2 bvo (122.383 gewogen eenheden, 9,8%)

38

BIJLAGE 3: Toedeling en omslagmethode (uitgangspunten) A. Mobiliteit & Groen Van de totale investeringsvoornemens (€ 260 miljoen) rekent de gemeente alleen € 72 miljoen (28%) door aan nieuwbouwplannen, op zowel gemeentelijke als private grond. De bijdrage per nieuwbouwplan wordt berekend op basis van de volgende principes: Onzekere investeringen worden niet doorberekend: Een deel van de investeringen is nog onzeker: in bijlage 1, tabel a wordt aangegeven wat de mate van zekerheid is, en daar wordt het percentage van de investeringen aangegeven dat doorberekend wordt: 1. Gedekt: de besteding is reeds gemaakt of reeds opgenomen in de gemeentelijke begroting, of nog niet specifiek maar de financiën zijn al wel beschikbaar in een algemene post in de begroting (bijvoorbeeld een stelpost nieuw beleid of kapitaallasten) of in een bestemmingsreserve. Het uitgangspunt hierbij is dat 90 procent van deze bestedingen daadwerkelijk zijn of zullen worden gemaakt, en dus dat 90 procent van de kosten doorberekend wordt. 2.

Bestuurlijke dekking of in ambtelijke voorbereiding: de besteding is nog niet opgenomen in de gemeentelijke begroting, maar de wenselijkheid ervan is wel door het gemeentelijke bestuur vastgesteld, of nog niet maar de besteding bevindt zich wel in de ambtelijke voorbereiding en de verwachting is dat ze in de komende periode aan het bestuur ter besluitvorming wordt voorgelegd. De kans dat ze in de komende periode worden opgenomen in de gemeentelijke begroting is groot. Het uitgangspunt hier is dat 60 procent van deze bestedingen daadwerkelijk zal worden gerealiseerd, en dus dat 60 procent van de kosten doorberekend wordt. Op basis hiervan wordt van die € 260 miljoen alleen € 164 miljoen doorberekend aan zowel nieuwbouw als de bestaande stad. Op deze wijze wordt geborgd dat alleen bestedingen doorberekend worden die uiteindelijk gerealiseerd worden, en wordt uitgesloten dat gestorte middelen voor andere doelen besteed worden dan waarvoor zij gevraagd zijn. Bestaande stad betaalt ook mee, bijzonder gebate ontwikkelgebieden betalen meer Deze nota GKP maakt een onderscheid tussen twee soorten gebiedsoverstijgende investeringen: - 100% gemeentebrede investeringen, die nodig zijn voor de hele stad, deels om bestande tekorten op te vangen maar nodig vooral vanwege de nieuwbouwplannen. Ze zijn echter minder te koppelen aan concrete ontwikkelgebieden.

Ze worden daarom aangeslagen op de hele stad, dus zowel de nieuwbouw als de bestaande stad. Omdat elke investering anders gerelateerd is aan de bestaande stad (zie bijlage 1, tabel a voor een uitleg per investering) wordt ervan uit gegaan dat 70% voor rekening is van de bestaande stad, en 30% voor de nieuwbouw. Aangezien er praktisch gezien geen vehikels zijn om de bestaande stad feitelijk te laten betalen voor deze investeringen, neemt de gemeente dit aandeel (70%) voor haar rekening. - Deels gemeentebrede, deels gebiedsgebonden investeringen: ze zijn vooral nodig vanwege specifieke ontwikkelgebieden, maar ze zijn niet helemaal ‘gebiedseigen’ omdat ze ook, deels, de rest van de stad dienen (ze zijn dus ook gemeentebreed). Ze worden 50% op de specifieke ontwikkelgebieden, en 50% op de hele stad aangeslagen. - 50% gemeentebreed: het aandeel voor de hele stad wordt voor 30% (15% van het totaal) aangeslagen op de nieuwbouw in de hele stad, en 70% (35% van het totaal) op de bestaande stad. Aangezien er praktisch gezien geen vehikels zijn om de bestaande stad feitelijk te laten betalen voor deze investeringen, neemt de gemeente dit aandeel (70%, 35% van het totaal) voor haar rekening. 39

-

50% gebiedseigen: het aandeel voor specifieke profiterende ontwikkelgebieden wordt verdeeld proportioneel aan het nieuwbouwprogramma van elk gebied. Hier wordt dubbele belasting voorkomen: ontwikkelgebieden die bijvoorbeeld voor investering A worden aangeslagen omdat ze daar direct van profiteren, betalen niet mee aan het aandeel van deze investering A (gemeentebreed deel) dat wordt doorberekend aan de hele stad. Oftewel: deze specifieke ontwikkelgebieden betalen alleen aan de eerste 50%, en niet aan de 50% dat wordt doorberekend aan de hele stad. Het aandeel gemeentebreed dat correspondeert aan deze specifieke ontwikkelgebieden wordt niet doorberekend aan de rest nieuwbouw maar neemt de gemeente voor haar rekening. Hierdoor neemt de gemeente nog € 6,5 miljoen voor haar rekening.

Op basis hiervan wordt van die € 260 miljoen alleen € 72 miljoen doorberekend aan de nieuwbouw, en de rest is voor rekening van de bestaande stad en dus de gemeente. De bijdrage verschilt per te realiseren uitgiftecategorie (bestemming) Elke bestemming kent een ander opbrengstpotentieel, en dit leidt tot verschillen in de grondwaarde. Op basis hiervan is een gewichtsfactor per uitgiftecategorie bepaald: • Woningbouw commercieel: 1,9. • Huurwoningen gesubsidieerd: 0 (vrijgesteld). Het gaat om huurwoningen in eigendom van en geëxploiteerd door een toegelaten instelling met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de 40

• • •

•

• •

instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor vijf en twintig (25) jaar na ingebruikname is verzekerd; Openbare en maatschappelijke niet commerciële infrastructuur: 0 (vrijgesteld). Het gaat om zowel nutsvoorzieningen als onderwijs, gezondheid, welzijn, sport en andere maatschappelijk relevante, niet commerciële infrastructuur. Kantoren: 0,8. Bedrijfsruimte, en tevens commerciële publieke functies zonder directe toegang tot publiekstromen: 1,2. Met ‘commerciële publieke functies zonder directe toegang tot publiekstromen’ wordt bedoeld detailhandel, dienstverlening, horeca, cultuur, sport en ontspanning, agrarische functies, recreatie en maatschappelijke functies met commercieel karakter welke gelokaliseerd zijn in afgelegen gebieden waar geen sprake is van doorgaand, lopend publiek, en waar sprake is van toegangsbelemmeringen zoals meer dan een toegangsdeur e.d. Commerciële publieke functies met directe toegang tot publiekstromen: 2,6. Het gaat hier om detailhandel, dienstverlening, horeca, cultuur, sport en ontspanning, recreatie en maatschappelijke functies met commercieel karakter, welke direct toegang hebben tot publiekstromen (ze zijn gelokaliseerd in centrale gebieden waar sprake is van doorgaand, lopend publiek en waar geen toegangsbelemmeringen zijn zoals meer dan een toegangs- of veiligheidsdeur e.d.).

Deze bevinden zich doorgaans op straatniveau, maar kunnen ook aan de orde zijn in overdekte winkelcentra en andersoortige overdekte publieke ruimtes, zowel op de begane grond als op hogere verdiepingen, zolang er sprake is van een directe aansluiting op de publiekstromen (geen belemmeringen zoals meer dan een toegangsdeur e.d.). Ander ondersteunende bouwruimte: bergingen, verkeersruimte en andere ruimte die gebouwd wordt ten behoeve van een van bovengenoemde uitgiftecategorieën krijgt dezelfde gewichtsfactor als diezelfde uitgiftecategorie waar het toebehoort. Gebouwde parkeerruimte: 0 (vrijgesteld).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743551/1