CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C nota-GKP-actualisatie-2022

Gemeenteraad 15 september 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Addendum Structuurvisie Purmerend 2005-2020, doorrekening gebiedsoverstijgende kosten 202221.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Intensief ruimtegebruik leidt tot een hogere bijdrage De bijdrage wordt ook bepaald aan de hand van het aantal te realiseren vierkante meters bruto vloeroppervlakte (b.v.o.). Naar mate een bouwplan een hogere dichtheid realiseert zal de bijdrage aldus hoger zijn. Korting vanwege sloop/hergebruik Op de resulterende bijdrage geeft de gemeente een korting wanneer sprake is van hergebruik van bestaand vastgoed en/of sloop en nieuwbouw. Dit komt vaak voor in Purmerend omdat vele verwachte bouwplannen zich in de bestaande stad zullen bevinden. Korting vanwege macroaftopping Op de resulterende bijdrage kan de gemeente een op-maat korting geven via macro-aftopping: hierdoor kan de gemeente de hoogte van de bijdrage verlagen wanneer de economische uitvoerbaarheid van het bouwplan onder druk komt te staan en het maatschappelijk belang van het bouwplan hoog wordt geschat. Het is geen automatisme dat de gemeente deze korting toepast. Bij een korting vanwege macroaftopping zal de bijdrage M&G dan wel elders in de begroting gedekt moeten worden. De gemeente zal de mogelijkheid van macroaftopping daarom zeer spaarzaam inzetten. Samenvatting Al met al draagt de gemeente het overgrote deel van de kosten. Van de in totaal € 260 miljoen aan voorgenomen bestedingen in gebiedsoverstijgende infrastructuur in mobiliteit en groen, neemt de gemeente € 187 miljoen (72%) voor haar rekening.

Grondexploitanten op 41

zowel grond van de gemeente als van derden zullen worden gevraagd om de resterende € 72 miljoen (28% van de totale bestedingsvoornemens) bij te dragen. En als de gemeente een korting geeft (sloop/hergebruik of macroaftopping), dan neemt de gemeente ook nog deze korting voor haar rekening. Ook als er uiteindelijk meer dan 30% sociale huurwoningen van corporaties worden gebouwd, neemt de gemeente deze korting voor haar rekening. BTW niet verschuldigd Voor de aanleg van gebiedsoverstijgende infrastructuur in het openbaar gebied, die (1) bij de gemeente in eigendom zijn/blijven/komen, (2) waarvoor de gemeente een factuur ontvangt met btw en (3) waarvan de gemeente de feitelijke gebruiker is van de dienst of de levering waarover btw in rekening is gebracht, kan de gemeente in het algemeen de btw compenseren. Dit betekent dat de gemeente deze btw feitelijk niet als kostenpost (administratief) hoeft te dragen en in beginsel geen btw hoeft door te rekenen als deze vergoeding aan nieuwbouwplannen in rekening wordt gebracht. De gemeente handelt in dit kader niet als btw-ondernemer, maar als overheid en verhaalt kosten bij derden. Daarom blijft heffing van btw met de bijdrage GKP achterwege. B.

Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied (incl Waterlandkwartier) Wanneer nieuwbouwplannen in het Centrumgebied, op basis van het geldend parkeerbeleid (op dit moment de in 2021 geactualiseerde nota Parkeernormen), onvoldoende parkeerplaatsen realiseren en de gemeente instemt met het compenseren elders van deze verkeersplaatsen, dan vraagt de gemeente deze nieuwbouwplannen een bijdrage van € 17.199 per ontbrekende parkeerplaats. BTW is eveneens niet verschuldigd.

C. Sociale Woningbouw Wanneer grondexploitanten, op basis van de Nota kaders en instrumenten woningbouw programmering uit 2019 (of de opvolgers daarvan), onvoldoende sociale huureenheden realiseren, en de gemeente instemt met het compenseren elders van deze eenheden, dan vraagt de gemeente deze grondexploitanten een bijdrage van € 45.770 per ontbrekende eenheid. BTW is eveneens niet verschuldigd. 42

D. Inwerkingtreding nota Nadat voorliggende actualisatie van de nota GKP van kracht wordt, zijn de nieuwe tarieven meteen van kracht. Met een uitzondering: wanneer in een geldige intentieovereenkomst (IO) oudere tarieven zijn afgesproken, geldt een maximale overgangsperiode van een jaar: nl. vanaf inwerkingtreding van voorliggende actualisatie mogen die oude tarieven uiterlijk een jaar worden gehanteerd (op voorwaarde nogmaals dat in de IO oudere tarieven zijn afgesproken). Als binnen een jaar na inwerkingtreding van voorliggende actualisatie, de oude tarieven nog niet zijn afgesproken in een getekende anterieure overeenkomst, dan treden de nieuwe tarieven in werking. De gemeente gaat in IO’en ook geen langere termijnen afspreken. Ook zijn bouwplannen vrijgesteld die plaatsvinden op grond die door de gemeente is uitgegeven voor de inwerkingtreding van voorliggende actualisatie van de nota GKP. Of op grond die zich bevindt binnen gemeentelijke grondexploitaties die zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding van voorliggende actualisatie.

43

BIJLAGE 4: Toedeling en omslagmethode (de tarieven) Uit vorige uitgangspunten vloeien per ontwikkelgebied verschillende bedragen voort die doorberekend worden aan nieuwbouwplannen: - 100% gemeentebreed: gemeentebrede investeringen die niet gekoppeld zijn aan concrete ontwikkelgebieden. 30% van deze investeringen worden verdeeld tussen alle gewogen eenheden in de stad. - 50% gemeentebreed: gemeentebrede investeringen die ook gebiedseigen zijn: 30% van deze 50% (dus 15% van het totaal) wordt verdeeld tussen alle gewogen eenheden in de stad. Om dubbele belasting te voorkomen worden die ontwikkelgebieden die al meebetalen aan het aandeel gebiedsgebonden, vrijgesteld van het aandeel gemeentebreed. Dus bijvoorbeeld omdat Wagenweggebied al €480.000 bijdraagt aan de fiets- en voetgangersoversteek tussen Wagenweggebied en rest Centrum (50% van het zekere aandeel -60%- van de totale kosten voor gemeente, €1,6 miljoen), dan betaalt Wagenweggebied niet meer aan het aandeel gemeentebreed (de andere 50%). Kortom, ontwikkelgebieden worden vrijgesteld van het gemeentebrede 50% wanneer ze al bijdragen aan het gebiedsgebonden 50%. Het hiermee vrijgestelde aandeel (€ 6,5 miljoen) wordt niet doorberekend aan de rest nieuwbouw maar neemt de gemeente voor haar rekening. - 50% gebiedsgebonden: aandeel gebiedsgebonden investeringen die ook gemeentebreed zijn.

Ze worden verdeeld tussen alle gewogen eenheden van de ontwikkelgebieden die direct van profiteren. Wat resulteert is: - Een tarief gemeentebreed voor nieuwbouwplannen buiten ontwikkelgebieden Wagenweggebied, Waterlandlaan, De Koog, Oostflank en Zuidoostbeemster. - Een ander (lager) tarief gemeentebreed voor elk ontwikkelgebied. - Een ander tarief gebiedsgebonden voor elk ontwikkelgebied. - Per saldo betalen ontwikkelgebieden een hoger tarief dan de (schaarse) nieuwbouwplannen daarbuiten. Gewogen eenheden

Hele stad Wagenweggebied Waterlandkwartier De Koog Oostflank ZOB

1.263.594 79.357 209.201 252.700 584.579 122.383

Gemeentebrede investeringen

Deels gebiedsgebonde n investeringen

€36.472.005 €31.113.231 €26.291.529 €30.349.386 €30.622.234 €30.991.173

n.v.t. €2.344.122 €18.162.602 €7.191.674 €9.980.619 €3.322.228

Tarief gemeentebreed (per g.e.)

Tarief deels gebiedsgebonden (per g.e.)

Tarief totaal (per gewogen eenheid)

€28,86 €24,62 €20,81 €24,02 €24,23 €24,53

n.v.t. €29,54 €86,82 €28,46 €17,07 €27,15

€28,86 €54,16 €107,63 €52,48 €41,31 €51,67

44

De definitieve tarieven per ontwikkelgebied per uitgiftecategorie zijn: Wonen commercieel

Hele stad Wagenweggebied Waterlandkwartier De Koog Oostflank ZOB

€54,84 €102,91 €204,49 €99,71 €78,48 €98,18

Wonen gesubsidieerd

vrijgesteld

Op/maats niet commercieel

vrijgesteld

Kantoren

Bedrijfsruimte e.a.

Commercieel publieke func

Ondersteunende bouwruimte

€23,09 €43,33 €86,10 €41,98 €33,05 €41,34

€34,64 €64,99 €129,15 €62,97 €49,57 €62,01

€75,05 €140,82 €279,83 €136,44 €107,40 €134,35

Gelijk aan uitgiftecategorie waar het toebehoort

Gebouwde parkeer

vrijgesteld

45

BIJLAGE 5: Toedeling en omslagmethode (stapsgewijze berekening bijdrage per nieuwbouwplan) De bijdrage wordt berekend de volgende stappen volgend: 1. Is er sprake van een ‘planologische maatregel’? In de eerste plaats moet nagegaan worden of het door de aanvrager gewenste initiatief moet worden ingepast middels een ‘planologische maatregel’. Onder de Wro (art. 6.12, lid 2) is er sprake van ‘planologische maatregel’ (op gemeentelijk niveau) wanneer initiatieven middels een of meerdere van de volgende procedures ingepast worden: a. nieuw bestemmingsplan u.h.v. art. 3.1, lid 1 Wro; b. wijzigingsplan u.h.v. art. 3.6, lid 1, onder a Wro. c. buitenplanse afwijkingen u.h.v. artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2 Wabo (‘kruimelgeval’); d. buitenplanse afwijkingen u.h.v. …., onder 3 Wabo (‘A3’); Onder de Omgevingswet wordt het bestemmingsplan vervangen door het omgevingsplan, verdwijnt het wijzigingsplan, en de huidige buitenplanse afwijkmogelijkheden zullen overgaan in een enige buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Wat dan blijft is dus een nieuw omgevingsplan en de BOPA’s over, die beide ‘planologische maatregelen’ zijn. Als er geen sprake is van planologische maatregel, dan is de bijdrage Mobiliteit & Groen niet van toepassing. Als er geen sprake is van planologische maatregel, maar wel van een binnenplanse afwijking (u.h.v.

artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1 Wabo), dan zijn de bijdragen voor parkeervoorzieningen en sociale woningbouw wel van toepassing, mits uit de nota Parkeernormen uit 2021 (of zijn opvolger) respectievelijk de Nota kaders en instrumenten woningbouw programmering uit 2019 (of zijn opvolger) blijkt dat de aanvraag onvoldoende parkeerplaatsen respectievelijk sociale huurwoningen in situ realiseert. Is er wel sprake van planologische maatregel, dan dient nagegaan te worden of er tevens sprake is van een bouwplan. 2. Is er sprake van een ‘bouwplan’? Onder de Wro: In de tweede plaats dient nagegaan te worden of het door een aanvrager gewenst initiatief ook als bouwplan volgens het besluit ruimtelijke ordening (Bro) kan worden gedefinieerd.

Volgens artikel 6.2.1 Bro is er sprake van een bouwplan wanneer sprake is van: a) De bouw van een of meer woningen; b) De bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c) De uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d) De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e) De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f) De bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte.

46

Onder de Ow worden ‘bouwplannen’ anders genoemd: ‘activiteiten’. In artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit (Ob) wordt de definitie gegeven van ‘activiteiten’: a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien gebouwen met een woonfunctie betreft; of f. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. Deze lijst wordt aangevuld in art.

8.20 Ob met andere activiteiten waarmee ook een financiële bijdrage overeengekomen kan worden: • de bouw van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor: o land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt; o opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager; o infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatieinfrastructuur; o handelsreclame; of o recreatie; en • andere activiteiten, voor zover het gaat om het gebruik van: o een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto-vloeroppervlakte van de nieuw toegelaten functie ten minste 1.500 m2 bedraagt; o gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m2 bedraagt, of o een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning. Als er geen sprake is van bouwplan of activiteit, dan is de bijdrage Mobiliteit & Groen niet van toepassing. Ook zijn dan de bijdragen voor parkeervoorzieningen en sociale woningbouw niet van toepassing. Als er zowel sprake is van ‘planologische maatregel’, alsook van bouwplan of activiteit, dan zijn alle bijdragen van de nota GKP van toepassing. Als er wel sprake is van bouwplan of activiteit, maar niet van ‘planologische maatregel’ (dus er is sprake van binnenplanse afwijking u.h.v.

artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1 Wabo), dan zijn alleen de bijdragen parkeervoorzieningen en sociale woningbouw van toepassing. Er worden dan de volgende stappen genomen. 3. Is er sprake van vrijstelling vanwege gesubsidieerde (sociale) huurwoningen, openbare en maatschappelijke niet commerciële infrastructuur of gebouwde parkeerruimte? 47

Wanneer sprake is van gesubsidieerde huurwoningbouw, openbare en maatschappelijke niet commerciële infrastructuur of gebouwde parkeerruimte (zie bijlage 3 voor de definitie), dan wordt de bijdrage t.b.v. Mobiliteit & Groen vrijgesteld die hoort bij deze ruimte (overige programmaonderdelen worden echter niet vrijgesteld). Deze vrijstelling is reeds verwerkt in een gewichtsfactor nul. De bijdragen parkeervoorzieningen en sociale woningbouw worden echter niet vrijgesteld, indien van toepassing. 4. Hoe wordt de bijdrage t.b.v. Mobiliteit & Groen berekend? Wanneer uit eerdere stappen blijkt dat de nota GKP van toepassing is (stappen 1 en 2), dan komt het bouwprogramma dat geen gesubsidieerde huurwoningbouw, openbare en maatschappelijke niet commerciële infrastructuur of gebouwde parkeerruimte betreft (stap 3) in aanmerking voor een bijdrage. De bijdrage is proportioneel aan het aantal gewogen eenheden van het bouwplan. Er wordt hier de berekeningssystematiek van artikel 6.18 Wro gehanteerd (zie voorbeelden in Bijlage 6): a. Allereerst wordt gekeken hoeveel m² bvo per uitgiftecategorie wenst de initiatiefnemer te bouwen; b. Het aantal m² bvo wordt vermenigvuldigd met de voor de desbetreffende uitgiftecategorie vastgestelde gewichtsfactor (zie Bijlage 3), wat resulteert in een aantal gewogen eenheden; c.

De bijdrage die aan de initiatiefnemer dient te worden gevraagd is gelijk aan het tarief voor het gebied waarbinnen de initiatiefnemer wenst te bouwen (zie bijlage 4, hieronder nogmaals in tabel opgenomen) vermenigvuldigd met het overeenkomstig lid b berekend aantal. Hele stad Stap a Stap b Stap c/de tarieven per gew eenheid Stap c

Wagenweggebied

Waterlandkwartier

De Koog

Oostflank

Zuidoostbeemster

m2 bvo wonen commercieel (g.f. 1,9) + m2 bvo kantoor (0,8) + m2 bvo bedrijf (1,2) + m2 bvo commerciele publieke functies (2,6) Stap a x (desbetreffende gewichtsfactor) €28,86 €54,16 €107,63 €52,48 €41,31 €51,67 Stap b x Stap c/tarieven

5. Korting bijdrage Mobiliteit & Groen vanwege sloop of hergebruik Wanneer sprake is van sloop en/of hergebruik van bestaand vastgoed, vraagt de gemeente een lagere bijdrage Mobiliteit & Groen vanuit de gedachte dat de nieuwe functies niet per se een vernieuwde druk uitoefenen op het verkeers- en groennetwerk. Nieuwe functies vervangen namelijk bestaande functies die reeds gebruik maakten van het verkeersnetwerk en het groen in de stad. Om de korting te berekenen wordt de volgende systematiek toegepast: eerst wordt de bijdrage berekend welke verschuldigd is voor het nieuwe bouwprogramma, zonder korting, om vervolgens hier in mindering te brengen de bijdrage die het huidige bouwprogramma (het huidige gebouw die gesloopt of hergebruikt wordt) hypothetisch had moeten betalen toen het gerealiseerd werd. Hier wordt uitgegaan van de werkelijke functies in de bestaande bebouwing (waar het bestaande gebouw werkelijk voor wordt gebruikt), en niet van de ruimte die het huidige bestemmingsplan mogelijk biedt voor alternatieve functies, wijzigingsmogelijkheden of uitwerkingsmogelijkheden. Enige uitzondering zijn de binnenplanse afwijkingen (artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1 Wabo): binnenplanse afwijkingen worden wel opgeteld bij het huidige bouwprogramma dat een korting krijgt. Er wordt verder uitgegaan van het tarief welke vastgelegd is in bijlage 4 en stap 4.

Bij een negatief resultaat (de korting is groter dan de bijdrage) is de bijdrage 0, er ontstaat 48

namelijk geen betalingsverplichting vanuit de gemeente. Ook wordt een eventueel negatief resultaat niet verrekend met de bijdrage aan Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied/Waterlandkwartier of Sociale Woningbouw. Bijvoorbeeld van een bouwplan buiten ontwikkelgebieden: een bestaand pand (1.000 m² bruto vloeroppervlakte) wordt gebruikt als kantoorruimte (gewichtsfactor 0,8), en wordt nu gesloopt om plaats te maken voor een nieuw woongebouw (2.500 m² bvo) waarin commerciële woningen (gewichtsfactor 1,9) zullen worden gerealiseerd. Dit pand bevindt zich buiten ontwikkelgebieden (rest stad). De bijdrage van het nieuwe gebouw, zonder korting, is dan 2.500 x 1,9 x € 28,86 = € 137.103. De bijdrage die het bestaande kantoorpand in theorie had moeten betalen toen het gerealiseerd werd (de korting) is dan 1.000 x 0,8 x € 28,86 = € 23.091. De definitieve bijdrage is dus € 137.103 - € 23.091 = € 114.012. Voor bijdragen t.b.v. Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied/Waterlandkwartier en Sociale Woningbouw geldt deze korting sloop/hergebruik niet. 6. Korting bijdrage Mobiliteit & Groen vanwege ‘macroaftopping’ Om te voorkomen dat de gemeente een zodanig hoge bijdrage vraagt t.b.v. Mobiliteit & Groen dat het plan hiermee financieel onhaalbaar wordt, kan de gemeente de voor het publiekrechtelijke spoor geldende principe van macro-aftopping toepassen.

Dit houdt in dat wanneer de gemeente het bouwplan zodanig in het algemeen belang acht, de initiatiefnemer gevraagd kan worden financieel openheid van zaken te geven zodat de gemeente kan nagaan wat het feitelijk opbrengstpotentieel is van het door de initiatiefnemer gewenst bouwplan. Hierbij is de gemeente niet gehouden aan de in de Grondexploitatiewet en straks in de Omgevingswet voor de opstelling van het Exploitatieplan (straks onder de Omgevingswet ‘Kostenverhaalregels’) voorgeschreven uitgangspunten m.b.t. bijvoorbeeld de inbrengwaarde van grond. De gemeente kan dan beslissen dat de definitieve bijdrage niet hoger wordt dan het verschil tussen de kosten en de opbrengsten van het bouwplan. Hiermee kan de gemeente voorkomen dat het plan financieel onhaalbaar wordt gemaakt. Voor bijdragen t.b.v. Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied/Waterlandkwartier en Sociale Woningbouw geldt deze mogelijkheid van korting niet. 7. Hoe wordt de bijdrage t.b.v. mobiliteitsoplossingen in het Centrumgebied/Waterlandkwartier berekend? Wanneer exploitatiegebieden in het Centrumgebied op basis van de nota Parkeernormen 2021 (of de opvolgers) en de interpretatie ervan door het college onvoldoende parkeerplaatsen realiseren dan is een extra bijdrage aan de voorziening Kostenverhaal Mobiliteitsoplossingen Centrumgebied/Waterlandkwartier bespreekbaar van € 17.199 per ontbrekende parkeerplaats.

Ontbrekende parkeerplaatsen worden ook in fracties berekend. Hierover is geen BTW verschuldigd. 8. Hoe wordt de bijdrage t.b.v. Sociale Woningbouw berekend? Wanneer nieuwbouwplannen (op basis van de Nota kaders en instrumenten woningbouw programmering uit 2019 of zijn opvolger) onvoldoende eenheden sociale huur realiseren, dan is er een bijdrage bespreekbaar aan de voorziening Kostenverhaal Sociale Woningbouw van € 45.770 per ontbrekende eenheid. Ontbrekende eenheden worden ook in fracties berekend. Dus bijvoorbeeld wanneer op basis van de regels een bouwplan van 5 woningen 30% sociale huur 49

zou moeten realiseren, dan heeft dit bouwplan 1,5 ontbrekende eenheden sociale huur. Voor een bouwplan van 11 woningen is dat 3,3, voor een bouwplan van 21 woningen 6,3, etc. Of voor een bouwplan een verplicht percentage sociale huurwoningen geldt wordt niet in deze nota GKP voorgeschreven, maar in de Nota kaders en instrumenten woningbouw programmering uit 2019 of zijn opvolger. Hierover is geen BTW verschuldigd. 9. Anterieure overeenkomst Als onderdeel van het onderzoek naar de economische en ruimtelijke inpasbaarheid van het bouwplan wordt met de initiatiefnemer gesproken over hoe de bijdrage, samen met andere kosten van de grondexploitatie, verzekerd kunnen worden in een anterieure overeenkomst.

50

BIJLAGE 6: Voorbeelden berekening bijdrage Hieronder volgen enkele illustratieve voorbeelden van hoe de bijdragen van grondexploitanten worden berekend. Voorbeeldberekening A: bouwplan 30 vrije markt woningen en 1.000 m2 bvo kantoor i.p.v. bestaand kantoorgebouw in het Centrumgebied Initiatiefnemer A wenst 3.000 m² bvo woningen vrije markt (30 eenheden) en 1.000 m² bvo kantoorruimte te realiseren op zijn grond. Hij is voornemens om een bestaand kantoorpand van 1.000 m² bvo te slopen, en daar in de plaats het nieuwe programma te realiseren. De gewichtsfactor voor commerciële woningbouw is 1,9 en voor kantoor 0,8. Dit resulteert in totaal in 6.500 gewogen eenheden: (3.000 x 1,9 = 5.700) + (1.000 x 0,8 = 800) = 6.500. Omdat 1.000 m² bvo bestaande kantoorruimte wordt gesloopt, dan wordt dit onderdeel als korting in mindering gebracht. Het uiteindelijke aantal gewogen eenheden die bijdraagt is dan 5.700: 6.500 - (1.000 x 0,8) = 5.700. • Zijn initiatief moet worden ingepast middels een ‘planologische maatregel’, en het betreft tevens een ‘bouwplan’.

• Zijn grond is gelegen binnen ontwikkelgebied De Koog; • Initiatiefnemer realiseert 9 parkeerplaatsen bezoekersparkeren minder dan op basis van de Nota Parkeernormen nodig is, en de gemeente en de initiatiefnemer spreken af dat de gemeente deze parkeerplaatsen in parkeergarage Stadhuis compenseert; • Initiatiefnemer is niet bereid of in staat om aan het verplicht percentage sociale huur (op basis van geldende regels: 30% van 30 eenheden = 9 eenheden) zelf te realiseren, en de gemeente en initiatiefnemer stemmen af dat de gemeente deze sociale huureenheden elders compenseert; • Initiatiefnemer A zal worden gevraagd een bijdrage te storten voor: o Kostenverhaal Mobiliteit & Groen: 6.500 gewogen eenheden x € 28,86 = € 187.614 – € 23.091 (korting vanwege sloop/hergebruik) = € 164.523,-, geen BTW verschuldigd. o Kostenverhaal Mobiliteitsoplossing Centrumgebied: 9 ontbrekende parkeerplaatsen x € 17.199 = € 154.791,-, geen BTW verschuldigd. o Kostenverhaal Sociale Woningbouw: 9 ontbrekende eenheden sociale huur x € 45.770 = € 411.930,-, geen BTW verschuldigd. Initiatiefnemer A zal dus gevraagd worden een totale kostenverhaalbijdrage te storten van € 731.244,-. De bijdrage aan M&G (€ 164.523 kan worden verlaagd of zelfs geheel vrijgesteld als zijn bouwplan anders aantoonbaar economisch onhaalbaar wordt gemaakt, en de gemeente dit plan voldoende in het algemeen belang acht.

De bijdragen voor parkeervoorziening centrumgebied (€ 154.791) en sociale woningbouw (€411.930) worden hoe dan ook niet vrijgesteld. Als het bouwplan dit niet kan dragen is er eigenlijk sprake van een financieel onhaalbaar plan die alleen ruimtelijk inpasbaar is als de gemeente bereid is om de gevraagde ruimtelijke kwaliteit (programma, parkeerruimte) te verlagen en/of te subsidiëren (zelf op eigen rekening compensatie sociale huurwoningen en parkeerplaatsen elders realiseren).

51

Voorbeeldberekening B: bouwplan 30 vrije markt woningen en 5 sociale huurwoningen i.p.v. bestaand bedrijfsgebouw in ontwikkelgebied De Koog Initiatiefnemer B wenst 3.000 m² bvo woningen vrije markt (30 eenheden) en 500 m² bvo sociale huurwoningen (5 eenheden) te realiseren op zijn grond, dat is 5,5 eenheden minder dan zou moeten op basis van het verplicht percentage (op basis van de Nota kaders en instrumenten woningbouw programmering 2019: 30% van 35 = 10,5 eenheden). Hij heeft een overeenkomst met een corporatie die deze 5 eenheden afneemt en exploiteert. B is voornemens om een bestaand bedrijfspand van 1.000 m² bvo te slopen, en daar in de plaats het nieuwe programma te realiseren. De gewichtsfactor voor commerciële woningbouw is 1,9 en voor sociale huur 0. Dit resulteert in totaal in 5.700 gewogen eenheden: (3.000 x 1,9 = 5.700) + (500 x 0 = 0) = 5.700. Omdat 1.000 m² bvo bestaande bedrijfsruimte wordt gesloopt, dan wordt dit onderdeel als korting in mindering gebracht. Het uiteindelijke aantal gewogen eenheden die bijdraagt is dan: 5.700 (1.000 x 1,2) = 4.500. • B’s initiatief moet worden ingepast middels een ‘planologische maatregel’, en het betreft tevens een ‘bouwplan’. • B’s grond is gelegen binnen ontwikkelgebied De Koog.

• B realiseert 5,5 sociale huurwoningen minder dan op basis van de Nota kaders en instrumenten woningbouw programmering; • B zal worden gevraagd een bijdrage te storten van: o Kostenverhaal Mobiliteit & Groen: 5.700 gewogen eenheden x € 52,48 = € 299.123 - € 62.973 (korting vanwege addendum) = € 236.149,-, geen BTW verschuldigd. o Kostenverhaal Sociale Woningbouw: 5,5 ontbrekende eenheden sociale huur x € 45.770 = € 251.735,-, geen BTW verschuldigd. B zal dus gevraagd worden een totale bijdrage te storten van € 487.884. De bijdrage aan M&G (€ 236.149) kan worden verlaagd of zelfs geheel vrijgesteld als zijn bouwplan anders aantoonbaar economisch onhaalbaar wordt gemaakt en de gemeente het van voldoende algemeen belang acht. De bijdrage voor sociale woningbouw (€ 251.735) wordt hoe dan ook niet vrijgesteld, om dezelfde redenen als met voorbeeldberekening A: als het bouwplan dit niet kan dragen is er eigenlijk sprake van een financieel onhaalbaar plan die alleen ruimtelijk inpasbaar is als de gemeente bereid is om de gevraagde ruimtelijke kwaliteit (programma) te verlagen en/of te subsidiëren (zelf op eigen rekening compensatie sociale huurwoningen realiseren).

Voorbeeldberekening bouwplan 4 vrije markt woningen i.p.v. bestaande agrarische stal in ontwikkelgebied Oostflank Initiatiefnemer C wenst 400 m² bvo woningen vrije markt (4 eenheden) te realiseren op zijn grond. Op basis van geldende regels (Nota kaders en instrumenten woningbouw programmering 2019) blijkt dat dit 1,2 eenheden minder is dan zou moeten. C is voornemens om een bestaande agrarische stal van 1.000 m² bvo te slopen, en daar in de plaats het nieuwe programma te realiseren. De gewichtsfactor voor commerciële woningbouw is 1,9. Dit resulteert in totaal in 760 gewogen eenheden: 400 x 1,9 = 760. Omdat 1.000 m² bvo bestaande stal wordt gesloopt, dan wordt dit onderdeel als korting in mindering gebracht. Het uiteindelijke aantal gewogen eenheden die bijdraagt is dan: 760 - (1.000 x 1,2) = -440 (negatief). • C’s initiatief moet worden ingepast middels een ‘planologische maatregel’, en het betreft tevens een ‘bouwplan’. • C zal worden gevraagd een bijdrage te storten van: o Kostenverhaal Mobiliteit & Groen: 0 gewogen eenheden x € 41,31 = € 0,o Kostenverhaal Sociale Woningbouw: 1,2 ontbrekende eenheden sociale huur x € 45.770 = € 54.924,-, geen BTW verschuldigd. C zal dus gevraagd worden een totale bijdrage te storten van € 54.924,-.

Deze bijdrage wordt hoe dan ook niet vrijgesteld, ook als het bouwplan hiermee financieel onhaalbaar wordt gemaakt, om dezelfde redenen als met voorbeeldberekeningen A en B: als het bouwplan dit niet kan dragen is er eigenlijk sprake van een financieel onhaalbaar plan die alleen ruimtelijk inpasbaar is als de gemeente bereid is om de gevraagde ruimtelijke kwaliteit (programma) te verlagen en/of te subsidiëren (zelf op eigen rekening compensatie sociale huurwoningen elders realiseren). 52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743551/1