C Begroting 2023
Tekst van het document
Voor de doelgroep verminderd zelfredzamen in zorginstellingen vindt uitrol plaats van het projectplan ‘De Zorg Brandveilig’ en wordt de methode Geen Nood Bij Brand (GNBB) gebruikt. Met deze methode worden zowel de zorginstelling alsmede hun cliënten betrokken bij de brandveiligheid van het bouwwerk. Dit draagt bij aan de eigen verantwoordelijkheid van instellingen en bewoners voor hun brandveiligheid. We houden een zestal ontruimingsoefeningen in zorginstellingen. Brandrisicoprofiel Brandveiligheid is meer dan opkomsttijden van de brandweer. Om een goede balans te krijgen in de benadering van brandveiligheid kijkt VrZW, naast de opkomsttijd, naar het brandrisico van een bouwwerk. In die gebieden waar de opkomsttijd niet kan worden gehaald wordt de bewustwording van de inwoners over hun brandveiligheid vergroot. Deze maatregelen zijn opgenomen in het beheersmaatregelenplan. In 2023 gaan we verder met de woonfuncties waar 65-plussers wonen.
Begroting 2023 Versie 2.0
23
Veiligheid nieuwe energiebronnen Het in kaart brengen van de risico’s van de energietransitie op de fysieke leefomgeving en daarmee op de de fysieke veiligheid van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden is een veelomvattend proces. Verschillende onderwerpen zijn daarom landelijk verdeeld over de districten; clusters van veiligheidsregio’s. In NW4 verband heeft een projectgroep in 2020 het veilig gebruik van transport en opslag van waterstof als onderwerp geadopteerd. Op dit vlak vinden veel ontwikkelingen plaats die door VrZW worden gemonitord en vertaald naar maatregelen. VrZW sluit aan bij initiatieven in de regio en/of daarbuiten waar deskundigheid op het gebied van fysieke veiligheid noodzakelijk is. Dit is maatwerk. Om dit te realiseren zijn we actief in verbinding met de gemeenten, omgevingsdiensten, het hoogheemraadschap en andere partijen binnen dit werkveld. Daarnaast leveren we een bijdrage aan het opstellen van randvoorwaarden. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan het meelezen bij nieuw op te stellen handreikingen van het IFV of adviseren van het bevoegd gezag op bijvoorbeeld de Provinciale Omgevingsverordening. In 2023 brengt VrZW het ambitieniveau voor dit werkveld in kaart en wordt bekeken of de geleverde inspanningen toereikend zijn.
Advisering Omgevingswet, toezicht en zelftoezicht VrZW adviseert en houdt toezicht in diverse regiogemeenten op het onderdeel brandveiligheid van de Omgevingswet. Op verzoek van de gemeenten kunnen ook themagerichte activiteiten worden uitgevoerd. De afspraken hierover worden vastgelegd in de uitvoeringsprogramma’s Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving van die gemeenten. In 2023 zet VrZW meer in op risicogericht toezicht. In overleg met gemeenten wordt bepaald wat risicovolle panden zijn. Minder risicovolle panden worden minder vaak bezocht. Dit wordt jaarlijks geëvalueerd in overleg met de betreffende gemeenten 3.2.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 6: Risicobeheersing Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Baten €
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Salarissen en inhuur
€
2.220
€
2.220
€
2.220
€
2.220
Kapitaallasten
€
4
€
4
€
4
€
4
Overige kosten
€
257 €
257 €
257
Opbrengsten
Lasten
SALDO
257 €
€
2.481
€
2.481
€
2.481
€
2.481
€
2.481
€
2.481
€
2.481
€
2.481
Toelichting
De kosten van risicobeheersing betreffen met name de salariskosten van medewerkers. De overige kosten bestaan met name uit kosten voor voorlichting en bijdragen aan enkele bovenregionale samenwerkingsverbanden (omgevingsvergunningen).
Begroting 2023 Versie 2.0
24
3.3 Thema Vakbekwaamheid 3.3.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader
“De doorontwikkeling van de lerende organisatie staat centraal. Dit doen we onder meer door evaluaties van incidenten en oefeningen verder te professionaliseren. Door te leren van fouten én best practices en zo operationele prestaties te verbeteren. Er is daarbij nadrukkelijk aandacht voor de verdere ontwikkeling van het vakmanschap. Immers de individuele gedrevenheid, betrokkenheid en kennis vormen samen de kracht van VrZW en bepalen de operationele inzetbaarheid”.
3.3.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2023
Dynamisch vakbekwaamheidsprogramma We bevinden ons in een dynamische omgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de dreiging van terrorisme, de coronapandemie en nieuwe inzichten zoals de basisprincipes brandbestrijding en risicogericht oefenen. Dit vraagt om een flexibele en slagvaardige vakbekwaamheidsorganisatie en ruimte voor specifieke trainingsmogelijkheden. Doorontwikkeling en uitbreiding oefencentrum Prins Bernhardplein Vakbekwaamheid richt zich op het vakbekwaam worden en blijven van brandweermedewerkers en sleutelfunctionarissen in de crisisbeheersing en rampenbestrijding. Dit is inclusief de medewerkers die zorg dragen voor uitvoering van de gemeentelijke rampenbestrijdingsprocessen. Alle betrokkenen dienen te zijn toegerust op hun ‘warme’ functie en moeten in staat worden gesteld om te leren van opgedane ervaringen. Het doorontwikkelen en uitbreiden van het oefencentrum heeft als doel het centrum toekomstbestendig te maken en goed te laten aansluiten bij de landelijke ontwikkeling omtrent toekomstige les- en leerstof. Belangrijke onderdelen hiervan zijn virtual en augmented reality. Hiermee wordt een schijnbare werkelijkheid gecreëerd via een rijsimulator, computer en/of bril. De gebruiker krijgt hierdoor een ervaring die een werkelijke situatie benadert. Blended learning VrZW gaat zich meer richten op nieuwe innovatieve manieren van opleiden en trainen.
Dit gaan we doen door het toepassen van blended learning (combinatie van leervormen). Om tijd- en plaatsonafhankelijk te leren worden de (digitale) mogelijkheden uitgebreid. Deelnemers aan vakbekwaamheidsactiviteiten hebben een groeiende behoefte aan keuzemogelijkheden om op verschillende manieren en tijdstippen deel te kunnen nemen. Niet alleen vanwege persoonlijke leerstijlen, maar ook rekening houdend met agendadruk en structureler thuiswerken. Ontwikkelen operationele leiding De operationele leiding wordt getraind volgens de nieuwste inzichten op het gebied van situationeel leidinggeven. Een groot deel van deze trainingen bestaat uit het experimenteren met verschillende vormen van commandovoering en human factors. Het systeem van situationele
25
commandovoering is zo opgezet dat de cognitieve belasting voor een leidinggevende behapbaar is.
3.3.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 7: Vakbekwaamheid Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
€
-332 €
-332 €
-332 €
-332
€
-332 €
-332 €
-332 €
-332
Salarissen en inhuur
€
1.633
€
1.633
€
1.633
€
1.633
Kapitaallasten
€
16
€
16
€
16
€
16
Overige kosten
€
1.708
€
1.708
€
1.708
€
1.708
€
3.357
€
3.357
€
3.357
€
3.357
€
3.025
€
3.025
€
3.025
€
3.025
Baten Opbrengsten
Lasten
SALDO
Toelichting
De opbrengsten van ‘Vakbekwaamheid’ ontstaan met name door verhuur van het oefengebouw aan externe partijen en Brandweerschool Noord-Holland. VrZW verricht de exploitatie van dit oefencentrum in opdracht van gemeente Zaanstad (eigenaar gebouw). Na afloop wordt een eventueel overschot of tekort verrekend met Zaanstad. De kosten bestaan (naast salarislasten) met name uit kosten voor opleiden/ oefenen van manschappen en een bijdrage aan de Brandweerschool NoordHolland. (is bovenregionaal samenwerkingsverband op het gebied van vakbekwaamheid, zie ook de paragraaf ‘verbonden partijen’).
Begroting 2023 Versie 2.0
26
3.4 Thema Gemeenschappelijke meldkamer 3.4.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader
‘’De Meldkamer Noord-Holland staat aan het begin van de veiligheidsketen en draagt eraan bij burgers in nood sneller en efficiënter te helpen en de ambulancezorg, brandweer, marechaussee en politie beter te faciliteren bij hulpverlening en bij bestrijding van crises en rampen.
3.4.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2023
Meldkamer Brandweer Noord-Holland De meldkamer Brandweer Noord-Holland focust zich doorlopend op het verder ontwikkelen van de harmonisering van werkprocessen, informatieveiligheid, vakbekwaamheid van centralisten, evalueren en leren van incidenten en het werken aan innovatie om toekomstbestendig te zijn. In overleg met de drie veiligheidsregio’s zijn diverse ontwikkelingstrajecten gestart die het werkproces versterken en verbeteren. De eerste prestatieafspraken voor 2022 tussen VrZW en de meldkamer Brandweer zijn gemaakt en worden in besluitvorming gebracht. Het personeelstraject om toe te bewegen naar één werkgever loopt en zal naar verwachting in 2022 concreet worden. Uitwerkingen van beide trajecten zullen ook in 2023 doorlopen. Vooralsnog wordt in 2022 duidelijkheid verwacht over de aansluiting van de Koninklijke Marachaussee (KMar) bij de meldkamer Noord Holland. Dit zal naar verwachting ook voor het begrotingsjaar 2023 de nodige implementatie vragen. Er zijn enige zorgen over de digitale technieken in relatie tot het Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) netwerk en de continuïteit en betrouwbaarheid van de systemen. Dit is ook landelijk een onderkend knelpunt. Een verbeterplan is in uitvoering genomen.
De verwachting is dat verdere optimalisering ook in 2023 nodig is om de vereiste systeemstabiliteit, betrouwbaarheid en gewenste innovatieve ontwikkelingen, op basis van nader te benoemen prestatie-indicatoren, te verwezenlijken. Een andere (landelijke) ontwikkeling is die van informatiegestuurd en datagedreven werken. Het ontwikkelen van een Veiligheid Informatie Centrum (VIC) binnen het domein van de meldkamer, in nauwe samenwerking met de aangesloten regio’s en hun ICT afdelingen, is hierin een ontwikkeling die in gang is gezet.
Begroting 2023 Versie 2.0
27
3.4.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 8: Gemeenschappelijke meldkamer Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
€
-563 €
-563 €
-563 €
-563
€
-563 €
-563 €
-563 €
-563
Salarissen en inhuur
€
528 €
528 €
528 €
528
Kapitaallasten
€
-
Overige kosten
€
574 €
Baten Opbrengsten
Lasten
€ SALDO
Toelichting
Begroting 2023 Versie 2.0
€
1.102
€ €
540 €
-
€
574 € 1.102
€
540 €
€
-
574 €
574
€
1.102
540 €
540
1.102
De kosten van centralisten en calamiteitencoordinatoren (die in dienst zijn van VrZW) worden periodiek verrekend met de gemeenschappelijke meldkamer. Dit leidt tot de opgenomen opbrengsten in bovenstaande tabel. Aanvullend verrekent de meldkamer periodiek de gemeenschappelijke kosten over de deelnemende partijen (onderdeel van ‘overige kosten’).
28
3.5 Thema Kazernes 3.5.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader
VrZW zal de panden die in gebruik zijn van de gemeenten gebruiken zoals van een goed huurder verwacht mag worden.
3.5.2 Wat gaan we doen? Prioriteit in 2023
Panden in eigendom Als hoofdlijn is er 13 september 2013 voor gekozen om de panden in eigendom/beheer van de gemeente te laten en deze op basis van een bruikleen overeenkomst om niet ter beschikking te stellen aan VrZW. Omdat VrZW ook voor de regionalisering huur betaalde voor het gebruik van gemeenschappelijke ruimten in het pand aan het Prins Bernardplein in Zaandam, is dit bij de regionalisering gecontinueerd. Vanwege de BTW herziening en de mogelijke negatieve financiële consequenties die dit zou kunnen hebben is op 5 juli 2013 besloten dat VrZW de panden die nog vielen onder de BTW herziening voor de duur van die termijn in eigendom zou kunnen nemen onder de voorwaarde dat de kosten daarvoor in een gesloten systeem met de desbetreffende gemeente 1 op 1 zouden worden afgerekend. In 2023 is er alleen nog sprake van het eigendom van de brandweerpost in Wormerveer. Drie andere panden zijn reeds aan de gemeenten teruggeleverd i.v.m. het aflopen van de BTW herzieningstermijn. Huisvesting - gebruikslasten De gebruikerslasten van de panden (gas, water, licht, gemeentelijke belastingen en schoonmaak) zijn bij de regionalisering overgedragen aan VrZW waarbij zowel de voor- als nadelen voor rekening zijn van VrZW. Huisvesting – onderhoud via facilitair concept.
In 2019 is in samenwerking met de 8 gemeenten gestart om middels een ‘nieuw facilitair concept’ meer bevoegdheden voor dagelijks en correctief onderhoud bij VrZW te leggen. Deze werkwijze is begin 2021 geevalueerd. Bij die evaluatie is als uitgangspunt geformuleerd dat onderzocht wordt om deze werkwijze verder uit te breiden zodat een reguliere verhouding zal ontstaan als tussen verhuurder (gemeenten) en huurder (VrZW). In 2022 zal bij een positieve uitkomst van deze werkwijze een voorstel worden gedaan over een definitieve overheveling van bevoegdheden en budgetten welke werkwijze dan vanaf 2023 geimplementeerd zal worden. Aangezien besluitvorming nog plaats dient te vinden houdt deze begroting nog geen rekening met eventuele overgehevelde budgetten.
Begroting 2023 Versie 2.0
29
3.5.3 Wat gaat het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 9: Brandweerkazernes Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Baten Opbrengsten
€
-1.257
€
-1.258
€
-1.257
€
-1.255
€
-1.257
€
-1.258
€
-1.257
€
-1.255
€
-
€
-
Lasten Salarissen en inhuur
€
-
Kapitaallasten
€
204 €
Overige kosten
€
1.246
€
1.246
€
€
1.450
€
1.452
€
SALDO
Toelichting
Begroting 2023 Versie 2.0
€
193 €
206 €
194 €
€
-
205 €
204
1.246
€
1.246
1.451
€
1.450
194 €
195
Aan de lastenkant zijn de kosten voor gebruik van de panden opgenomen. Bij de opbrengsten zijn de is de bijdrage van de aangesloten gemeenten ten behoeve van het onderhoud en gebruik van de panden zichtbaar.
30
4. Programma Organisatie (Overhead) 4.1. Thema Bedrijfsvoering 4.1.1. Wat willen we bereiken? Beleidskader
‘’Gerichte sturing en aandacht voor bedrijfsvoering die toekomstbestendig is, maakt het voor de organisatie mogelijk om in te kunnen spelen op ontwikkelingen, mee te kunnen bewegen met de omgeving en haar taken optimaal te kunnen blijven uitvoeren’’.
4.1.2. Wat gaan we doen? Enkele beleidsthema’s, die onderdeel van het programma Organisatie zijn, worden als hoofdthema in hoofdstuk 1 al toegelicht. Het gaat daarbij om de onderwerpen samen werken bij VrZW (hybride werken) en informatievoorziening: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. Organisatie en ontwikkeling: diversiteit en veilige werkomgeving We vinden het belangrijk dat medewerkers ook in de toekomst goed blijven aansluiten op onze doelstellingen en in verbinding staan met onze omgeving. Een divers samengesteld personeelsbestand draagt hieraan bij. In voorgaande jaren is aan diversiteit/inclusiviteit nadrukkelijk aandacht besteed. Dit programma vraagt om een langjarige inspanning, daarom zet VrZW ook in 2023 nadrukkelijk in op het werven van vrouwen, jongeren en mensen met een migratieachtergrond. Wij vinden het belangrijk dat iedereen zich thuis voelt in onze organisatie en kan werken in een sociaal veilige omgeving. We stimuleren daarom de dialoog in de organisatie over hoe we respectvol met elkaar omgaan en zetten dit thema regelmatig op de agenda. Documentaire informatievoorziening en digitalisering van documentenstromen We streven naar een duurzame informatievoorziening waarin het papierverbruik verder wordt teruggedrongen.
Uitgangspunt is dat digitale informatie in de organisatie digitaal blijft, eenmalig wordt opgeslagen en voor meervoudig gebruik beschikbaar is. Daarmee creëren we een betere informatieuitwisseling waardoor we nog efficiënter gaan werken. Op het gebied van de digitalisering van documentstromen moeten we de komende beleidsperiode een inhaalslag gaan maken. Het invoeren van het digitaal ondertekenen en de verdere ontwikkeling van zaakgericht werken zijn daar enkele voorbeelden van. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van weten regelgeving, zoals de Omgevingswet, WOO, maar ook de Hotspot COVID-19 zorgen voor veel werk op het gebied van de documentaire informatievoorziening. Daarnaast heeft een recente inspectie van onze archivering uitgewezen dat er nog verbeteringen moeten worden doorgevoerd om te voldoen aan de Archiefwet. Er is één fte beschikbaar voor documentaire informatievoorziening. Om te voldoen aan wettelijke bepalingen, die gelden voor onze informatievoorziening en de ontwikkelingen die we op ons af zien komen, heeft de archiefinspectie aangegeven dat dit veel te kwetsbaar is gezien de omvang en bestaande taken van de documentaire informatievoorziening. Het rapport van de inspecteur daarover wordt binnenkort verwacht. Uitbreiding van ca. 1 fte wordt daardoor voor de toekomst voorzien.
Voorstellen daarvoor zullen worden gedaan op basis van het – nog te ontvangen – definitieve inspectierapport en vervolgens bestuurlijk worden voorgelegd. Continu leren en verbeteren in 2023 Vanaf 2022 voeren we niet alleen grotere projecten en programma’s uit volgens de methode planmatig werken maar realiseren we ook veranderingen op team- of afdelingsniveau planmatig.
Begroting 2023 Versie 2.0
31
We zetten in 2023 actief in op het doorontwikkelen van eigenaarschap en leiderschap en leggen verantwoordelijkheden lager in de organisatie. Daarmee pakken we door op de ontwikkeling van een traditioneel hiërarchische organisatie naar een flexibele, wendbare organisatie. We zijn in 2023 actief in afdelings- en organisatie-overstijgende verbeterinitiatieven en we evalueren die vanuit een open leerhouding. Landelijk project verzekeringen In oktober 2021 gaf het Veiligheidsberaad groen licht voor de volgende fase van de realisatie van een landelijk bureau Verzekeringen. Zaken als verzekerbaarheid, uniforme risicodekking, collectieve aanbestedingen en eigen (gezamenlijk) -risicodragerschap worden in dit landelijk bureau uitgewerkt en ondergebracht. In eerste instantie gaat het met name om de aanspraken bij ongevallen. Als de verdere voorbereidingen in 2022 succesvol worden afgerond, zal het landelijk bureau in 2023 operationeel zijn met als financieel uitgangspunt kostenneutraliteit voor alle regio’s tezamen. Overdragen facilitair beheer dagelijks onderhoud Kazernes Om het administratieve proces te vereenvoudigen heeft het Algemeen Bestuur op 6 april 2018 besloten VrZW op de panden de rol en verantwoordelijkheid van een ‘’huurder” te geven.
De panden blijven in eigendom van de gemeenten, maar een belangrijk deel van het dagelijks en correctief onderhoud gaat uitgevoerd worden onder regie van VrZW. Mogelijk worden er vanaf 2023 ook budgetten voor deze onderhoudstaken vanuit de gemeenten aan VrZW overgedragen maar bij indiening van de begroting was hierover nog geen duidelijkheid. Ontwikkeling omgeving pand Prins Bernhardplein Rondom het Prins Bernhardplein vinden de komende jaren diverse ruimtelijke ontwikkelingen plaats, waarbij VrZW goed is betrokken. In nauw overleg met de gemeente Zaanstad wordt geborgd dat onze dienstverlening zo min mogelijk hinder ondervindt, zowel tijdens als na de bouw. Deze verandering biedt ook kansen. Zo gaat de uitstraling van de directe omgeving van onze hoofdvestiging er flink op vooruit. 4.1.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 9: Organisatie (overhead) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
€
-652 €
-652 €
-652 €
-652
€
-652 €
-652 €
-652 €
-652
Salarissen en inhuur
€
4.994
€
4.994
Kapitaallasten
€
Overige kosten
€
3.035
€
3.012
€
€
8.736
€
8.696
€
8.084
€
8.043
Baten Opbrengsten
Lasten
SALDO
Toelichting
Begroting 2023 Versie 2.0
€
708 €
4.994
€
690 €
4.994
646 €
818
3.012
€
3.012
€
8.651
€
8.823
€
7.999
€
8.171
De kosten programma Organisatie (overhead) bestaan met name uit personeelslasten en materiele kosten. Een deel van deze lasten wordt doorbelast (opbrengsten) naar overige programma’s en Brandweerschool Noord-Holland. VrZW ondersteunt Brandweerschool Noord-Holland op het gebied van bedrijfsvoeringstaken.
32
5. Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000
Tabel 10: Overzicht algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Baten BDUR
€
-3.908
€
-3.908
€
-3.908
€
-3.908
Bijdragen gemeenten
€
-27.639
€
-27.639
€
-27.639
€
-27.639
€
-31.547
€
-31.547
€
-31.547
€
-31.547
€
-
€
-
Lasten
Toelichting
Salarissen en inhuur
€
-
Kapitaallasten
€
-223 €
Overige kosten
€
-
Rentelasten
€
201 €
Renteresultaat
€
-22
€
-7
€
SALDO
€
-31.570
€
-31.554
€
-211 €
€
-
€
-
-206 €
-202
€
-
212 €
217
6
€
15
-31.542
€
-31.532
€
-
204 €
Onder de algemene dekkingsmiddelen zijn onder de baten de rijksbijdrage (BDUR, Brede Doel Uitkering Rampen) en de gemeentelijke bijdrage opgenomen. Bij de lasten zijn de rentelasten op geldleningen opgenomen en de doorbelasting van deze rentelasten naar de programma’s (onder kapitaallasten). Doordat met een vaste omslagrente wordt doorbelast, is een (beperkt) renteresultaat zichtbaar. Een nadere toelichting van dit resultaat is opgenomen in de paragraaf Financiering.|
6. Specificatie gemeentelijke bijdragen Tabel 11: Gemeentelijke bijdrage 2023 Gemeente
Toelichting
Begroting 2023 Versie 2.0
Begroting
Index. 2023
Bijdrage
Ontwikk.
2022
1,60%
2023
2023
Bijdrage incl. 2023
Edam-Volendam
€
2.652.530 €
42.440 €
2.694.970
€
53.756 €
2.748.726
Landsmeer
€
804.717 €
12.875 €
817.592
€
16.308 €
833.901
Oostzaan
€
701.470 €
11.224 €
712.694
€
14.216 €
726.909
Purmerend
€
7.172.154 €
114.754 €
7.286.908
€
145.350 €
7.432.259
Waterland
€
1.535.036 €
24.561 €
1.559.597
€
31.109 €
1.590.706
Wormerland
€
1.352.836 €
21.645 €
1.374.481
€
27.416 €
1.401.898
Zaanstad
€
12.452.921 €
199.247 €
12.652.168
€
252.370 €
12.904.538
Totaal
€
26.671.664 €
426.747 €
27.098.411
€
540.526 €
27.638.936
De toegepaste indexatie is gebaseerd op de uitgangspunten van de kaderbrief 2023. In de kolom ‘ontwikkelingen 2023’ is het financieel effect van beleidsmatige en organisatorische ontwikkelingen opgenomen. Voor een verdere toelichting wordt hier verwezen naar paragraaf 1.4, onderdeel ‘Ontwikkelingen genoemd in kaderbrief 2023’.
33
Tabel 12: bijdrage gebouwen-gebruikers 2023 Gemeente
Vaste bijdrage
Indexering
gebouwen
2023
Overhevelen Vaste bijdrage
gebruikers 2022
Toelichting
1,60%
investering
gebouwen
kantoor-
gebruikers
meubilair
2023
Edam-Volendam
€
46.176 €
739
€
Landsmeer
€
5.578 €
89
€
5.667
Oostzaan
€
10.778 €
172
€
10.950
Purmerend
€
102.554 €
1.641
€
104.195
Waterland
€
36.799 €
589
€
37.388
Wormerland
€
33.846 €
542
€
34.388
Zaanstad
€
534.703 €
8.555 €
65.000 €
608.258
Totaal
€
770.434 €
12.327 €
65.000 €
847.761
46.915
Vanaf 2017 ontvangt VrZW een taakstellend budget dat jaarlijks wordt verhoogd op basis van het gewogen prijsindex voor de gemeentelijke bijdrage. In 2021 is in overleg tussen de gemeente Zaanstad en VrZW besloten om de noodzakelijke investering in kantoormeubilair naar VrZW over te hevelen. De daarmee samenhangende kosten voor afschrijving en rente zijn vanaf 2023 in de bijdrage van gemeente Zaanstad opgenomen.
Tabel 13: Recapitulatiestaat Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
saldo
saldo
saldo
saldo
Crisisbeheersing Geneeskundigehulpverlening(GHOR) Risicobeheersing Brandweerzorg algemeen Gemeenschappelijke meldkamer Vakbekwaamheid Brandweerkazernes Organisatie(Overhead) Algemene dekkingsmiddelen
€
1.426 €
1.426 €
1.426 €
1.426
€
1.022 €
1.094 €
1.167 €
1.167
€
2.481 €
2.481 €
2.481 €
2.481
€
14.799 €
14.565 €
14.562 €
14.460
€
540 €
540 €
540 €
540
€
3.025 €
3.025 €
3.025 €
3.025
€
193 €
194 €
194 €
195
€
8.084 €
8.043 €
7.999 €
8.171
€
-31.570 €
-31.554 €
-31.542 €
-31.532
Subtotaal
€
- €
-187 €
-148 €
-69
Toevoeging reserve
€
- €
- €
- €
-
Onttrekking reserve
€
- €
- €
- €
-
Totaal
€
- €
-187 €
-148 €
-69
7. Heffing Vennootschapsbelasting (VpB) Toelichting
Begroting 2023 Versie 2.0
Op basis van de huidige inzichten en ervaring uit eerdere jaren, is de verwachting dat VrZW over de geplande activiteiten geen vennootschapsbelasting hoeft af te dragen.
34
8 Mutaties reserves en voorzieningen Bedragen x € 1.000 Saldo Saldo 31-12-2025 31-12-2026 691 691 691 691
Tabel 14: Overzicht reserves Omschrijving Algemene reserve Algemene reserve
CAT
Bestemmingsreserves* Bestemmingsreserve meldkamer Bestemmingsreserve WNRA Bestemmingsreserve projecten 2021 Subtotaal bestemmingsreserves Totaal eigen vermogen
Saldo Toevoeging Onttrekking 31-12-2021 2022 2022 691 0 0 691 0 0
B2 B2 B2
156 400 215 771
0 0 0
156 0 215 371
1.462
0
371
Saldo 31-12-2022 691 691
Saldo 31-12-2023 691 691
Saldo 31-12-2024 691 691
0 400 0 400
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
1.091
691
691
691
691
691
691
691
691
Weerstandsvermogen 691 691 * Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersting VrZW tellen alleen de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit
Toelichting
Bestemmingsreserve meldkamer In 2018 is de bestemmingsreserve meldkamer ingesteld ter dekking van frictiekosten die bij het ontmatelen van de locale meldkamers ontstaan. In 2021 is een deel van de frictiekosten afgerekend (€64K) en voor de resterende verwachte frictiekosten blijft een bedrag van €156K staan. Deze kosten hebben betrekking op de onzekerheid over de deelname van de KMAR aan de gezamenlijke meldkamer en de realisatie van één werkgever(schap) meldkamer Noord-Holland. Naar verwachting wordtl het restantbedrag uit de reserve in 2022 ingezet. Bestemmingsreserve WNRA In 2018 is een bestemmingsreserve WNRA ingesteld. Hierin is voorgesorteerd op de implementatiekosten van de wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren en de eerste financiële gevolgen ervan. Zie hiervoor ook de toelichting in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Na besluitvorming hierover medio 2022 zal een onttrekking van deze bestemmingsreserve naar verwachting niet eerder dan in 2023 plaats vinden. Bestemmingsreserve projecten 2021 Als gevolg van de COVID-19 crisis werden diverse beleidsdoelstellingen en noodzakelijke activiteiten vertraagd.
Om in 2022 hierop een inhaalslag te maken, stemde het Algemeen Bestuur bij de behandeling van de 2e bestuursrapportage 2021 in met het vormen van een zogeheten bestemmingsreserve ‘projecten 2021’ waardoor het budget van een deel van de uitgestelde activiteiten in 2022 besteed kan worden. Naar verwachting zal de reserve niet meer op de eindbalans 2022 staan.
Bedragen x € 1.000
Tabel 15: Overzicht voorzieningen Saldo 31-12-2021
Dotatie 2022
Aanwending 2022
Voorziening wachtgeldverplichtingen Voorziening BTW claim GHOR
39 361
0 0
39 0
0 142
0 219
0 74
0 0
0 0
0 0
Totaal voorzieningen
400
0
39
142
219
74
0
0
0
Omschrijving
Begroting 2023 Versie 2.0
Vrijval 2022
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2023
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Saldo 31-12-2026
35
Toelichting
Voorziening wachtgeldverplichting Deze voorziening is in voorgaande jaren gevormd in verband met verwachte aanspraken die oud-medewerkers doen op een uitkering uit de werkeloosheidswet (WW). VrZW is hiervoor eigen risicodrager. De geplande aanwending in 2022 is ter dekking van deze kosten. Voorziening BTW claim GHOR De voorziening belastingclaim GHOR-taken is tot en met 2019 gevormd vanwege het risico op naheffing van de BTW over de afgelopen vijf jaar. Jaarlijks valt het deel dat buiten de herzieningsperiode (5 jaren) valt vrij ten gunste van de exploitatie.Uiterlijk in 2024 vindt de laatste vrijval plaats en komt de voorziening vanaf dan te vervallen.
9. Meerjarenraming 2023-2026 Bedragen x € 1.000
Tabel 16: Overzicht geraamde baten en lasten per programma/taakveld Programma
Taakveld
2022
2023
2024
2025
2026
Baten Crisisbeheersing Brandweerzorg
Crisisbeheersing
€
- €
-
Geneeskundige hulpverlening
€
-158
€
-159
€
-88
€
-14
€
-14
Brandweerzorg
€
-317
€
-455
€
-455
€
-455
€
-455
Risicobeheersing
€
Gemeenschappelijke meldkamer
€
- €
- € -546
€ €
Vakbekwaamheid
€
-325
Brandweerkazernes
€
-1.073 € -518
Organisatie (Overhead)
Organisatie (Overhead)
€
Alg. dekkingsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen
€ -30.496
Bedrag onvoorzien
Onvoorzien
€
- € -563
€
-332
€
-1.257 € -652
€ -31.547
- €
€ -33.434
Totaal baten
€
- €
€
- € -563
€
-332
€
-1.258 € -652
€ -31.547
- €
€ -34.965
- €
€
-
-563
€
-563
-332
€
-332
-1.257 €
-1.255
€
-652
-652
€ -31.547
- €
€ -34.894
- €
€ -31.547
- €
€ -34.820
-
€ -34.818
Lasten Crisisbeheersing
€
1.532 €
1.426 €
1.426 €
1.426 €
1.426
Geneeskundige hulpverlening
€
1.337 €
1.182 €
1.182 €
1.182 €
1.182
Brandweerzorg
€ 14.511
Risicobeheersing
€
2.358 €
2.481 €
2.481 €
2.481 €
2.481
Gemeenschappelijke meldkamer
€
1.111 €
1.102 €
1.102 €
1.102 €
1.102
Vakbekwaamheid
€
3.344 €
3.357 €
3.357 €
3.357 €
3.357
Brandweerkazernes
€
1.265 €
1.450 €
1.452 €
1.451 €
1.450
Organisatie (Overhead)
Organisatie (Overhead)
€
7.820 €
8.736 €
8.696 €
8.651 €
8.823
Alg. dekkingsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen
€
1
€
15
Bedrag onvoorzien
Onvoorzien
€
- €
- €
-
Crisisbeheersing Brandweerzorg
€
-22
€ 15.020
€
- €
-7
€ 15.017
€
- €
6
€ 14.914
€ 33.279
€ 34.965
€ 34.708
€ 34.672
€ 34.749
Saldo van baten en lasten
€
€
€
€
€
-69
Toevoegingen reserves
€
- €
- €
- €
- €
-
Onttrekkingen reserves
€
- €
- €
- €
- €
-
Resultaat
€
€
-69
Totaal lasten
Begroting 2023 Versie 2.0
€ 15.254
-155
-155
€
0
0
€
-187
-187
€
-148
-148
36
10. Overzicht incidentele baten en lasten Tabel 17: Overzicht Incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
BATEN Programma's: Crisisbeheersing - Crisisbeheersing
€
- €
- €
- €
-
- Geneeskundige hulpverlening
€
- €
- €
- €
-
-vrijval voorziening BTW-claim GHOR
€
€
-74 €
- €
-
-145
Brandweerzorg - Brandweerzorg
€
- €
- €
- €
-
- Risicobeheersing
€
- €
- €
- €
-
- Gemeenschappelijke meldkamer
€
- €
- €
- €
-
- Vakbekwaamheid
€
- €
- €
- €
-
- Brandweerkazernes
€
- €
- €
- €
-
- Organisatie (Overhead)
€
- €
- €
- €
-
- Algemene dekkingsmiddelen
€
- €
- €
- €
-
Totaal incidentele baten
€
€
-74 €
- €
-
Organisatie (Overhead)
-145
LASTEN Programma's: Crisisbeheersing - Crisisbeheersing
€
- €
- €
- €
-
- Geneeskundige hulpverlening
€
- €
- €
- €
-
- Brandweerzorg
€
- €
- €
- €
-
- Risicobeheersing
€
- €
- €
- €
-
- Gemeenschappelijke meldkamer
€
- €
- €
- €
-
- Vakbekwaamheid
€
- €
- €
- €
-
- Brandweerkazernes
€
- €
- €
- €
-
- Organisatie (Overhead)
€
- €
- €
- €
-
- Algemene dekkingsmiddelen
€
- €
- €
- €
-
Totaal Incidentele lasten
€
- €
- €
- €
-
Saldo baten minus lasten
€
€
-74 €
- €
-
Brandweerzorg
Organisatie (Overhead)
Begroting 2023 Versie 2.0
-145
37
11. Geprognosticeerde balans 2022-2026 Tabel 18: Geprognosticeerde balans
Bedragen x € 1.000 2025 2026
2022
2023
2024
18.694 18.694
18.583 18.583
19.115 19.115
19.717 19.717
20.326 20.326
0 0 600 300 900
0 0 600 300 900
0 0 600 300 900
0 0 600 300 900
0 0 600 300 900
0 250 250
0 250 250
0 250 250
0 250 250
0 250 250
361 361
361 361
361 361
361 361
361 361
Totaal vlottende activa
1.511
1.511
1.511
1.511
1.511
Totaal activa
20.205
20.093
20.626
21.227
21.836
Activa Vaste activa Materiële vaste activa -Investeringen met economisch nut Totaal vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Rekening-courantverhouding met het Rijk -Rekening-courant met niet-financiële instellingen -Vorderingen op openbare lichamen -Overige vorderingen
Liquide middelen -Kassaldi -Banksaldi
Overlopende activa - de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
In de jaarkolommen is telkens de (verwachte) stand aan het einde van het betreffende boekjaar opgenomen (ultimo-standen).
Begroting 2023 Versie 2.0
38
Bedragen x € 1.000 2025 2026
2022
2023
2024
691 400 0 1.091
691 0 0 691
691 0 0 691
691 0 0 691
691 0 0 691
219 0 0 219
74 0 0 74
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
15.796 0 15.796
16.228 0 16.228
16.836 0 16.836
17.436 0 17.436
18.046 0 18.046
17.105
16.993
17.526
18.127
18.736
0 0 1.100 1.100
0 0 1.100 1.100
0 0 1.100 1.100
0 0 1.100 1.100
0 0 1.100 1.100
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
0 2.000
0 2.000
0 2.000
0 2.000
0 2.000
Totaal vlottende passiva
3.100
3.100
3.100
3.100
3.100
Totaal passiva
20.205
20.093
20.626
21.227
21.836
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen -Algemene reserve -Bestemmingsreserves -Restultaat vorig boekjaar
Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Egalisatievoorzieningen - Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen - Waarborgsommen
Totaal vaste passiva
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Kasgeldleningen -Banksaldi -Overige schulden
Overlopende passiva -Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen -De van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten in volgende begrotingsjaren -Overige vooruit ontvangen baten die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
Begroting 2023 Versie 2.0
39
12. EMU Saldo Tabel 19: EMU saldo
Bedragen x € 1.000
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
155 €
143 €
307 €
268 €
189
Exploitatie vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
€
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
€ 2.774 € 3.074 € 3.061 € 3.017 € 3.090
Bruto dotaties aan de post voorziening ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie
€
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
€ 3.920 € 2.963 € 3.594 € 3.619 € 3.699
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
€
- €
- €
- €
- €
-
Desinvesteringen in (Im)materiele vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiele vaste actieva (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
€
- €
- €
- €
- €
-
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met deren die niet op de exploitatie staan)
€
- €
- €
- €
- €
-
Baten Bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
€
- €
- €
- €
- €
-
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
€
- €
- €
- €
- €
-
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fonden en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
€
- €
- €
- €
- €
-
-142
€
-145
€
-74 €
-
€
-
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)
nee
nee
nee
nee
nee
Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
€
- €
- €
- €
- €
-
Berekend EMU- saldo
€ -1.132 €
109 €
-300 €
-333 €
-420
Note: Onder ‘investeringen’ zijn ook investeringen die zijn doorgeschoven uit eerdere jaren opgenomen.
Begroting 2023 Versie 2.0
40
Paragrafen Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Het Algemeen Bestuur van VrZW acht het wenselijk om risico’s die mogelijk van invloed zijn op de organisatie beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico’s is de organisatie in staat om op verantwoorde wijze beheersmaatregelen te nemen. Hierdoor staan de resterende risico’s van nu en die gerelateerd zijn aan toekomstige investeringen in verhouding tot de vermogenspositie van de organisatie. Ook vermelden wij belangrijke ontwikkelingen in de nabije toekomst die redelijkerwijs geen risico vormen, maar wel impact hebben op de organisatie. Het beleid van VrZW is vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW (vastgesteld op 18 december 2013). Hierin is opgenomen dat VrZW minimaal jaarlijks haar risico’s actualiseert. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie, Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend. Op 20 oktober 2017 heeft het Algemeen Bestuur besloten om voor het vaststellen van het weerstandsvermogen een waardering C (voldoende) toe te passen. Dit uitgangspunt worden tot op heden gehanteerd. Risicoprofiel Om de risico’s van VrZW te actualiseren is een risicoprofiel opgesteld.
Dit risicoprofiel is opgesteld in een bijeenkomst met het managementteam waarbij gebruik is gemaakt van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem; een systeem waarmee risico’s systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld). Het opstellen van een risicoprofiel in tijden van de COVID-19 pandemie is vanzelfsprekend een bijzonder lastige opgave. Bij het opstellen van de begroting voor 2023 zijn we ervan uitgegaan dat de COVID-19 pandemie beheerst is en niet meer tot maatschappelijke ontwrichting leidt. In bijeenkomsten met de organisatie en het management zijn de overige reguliere risico’s besproken en in december 2021 geactualiseerd. Zo zijn er risico’s vervallen omdat de juiste maatregelen zijn getroffen of zijn er nieuwe risico’s bijgekomen op basis van externe ontwikkelingen. Hierbij is uitgegaan van een reguliere bedrijfsvoering. Op basis van de geactualiseerde risico’s is met behulp van NARIS een top-10 vastgesteld zoals onderstaand opgenomen. Dit zijn de risico’s die gezamenlijk ca. 99% van de totale benodigde weerstandcapaciteit voor hun rekening nemen. Overige risico’s hebben een dermate kleine impact dat ze in deze paragraaf niet zijn opgenomen. Alle risico’s zijn opgenomen in het NARIS systeem zodat deze periodiek kunnen worden geactualiseerd op het risico zelf, de inschattingen en/of te nemen maatregelen.
Risico Kosten van investeringen/inkoop blijken na aanbesteding hoger dan voorzien (ten opzichte van meerjaren investeringsbedragen)
Begroting 2023 Versie 2.0
Maatregelen Meerjarige investeringsramingen actualiseren obv prijsontwikkelingen
Kans 70%
Maximaal financieel gevolg € 250.000
Invloed van risico 32 %
41
Actief - Tegen dit risico en de gevolgen daarvan zijn geen maatregelen te treffen door VrZW. Wanneer sprake is van een (stijgende) trend is het mogelijk de begroting hierop aan te passen. De begroting zodanig aanpassen dat hierdoor geen uitschieters naar boven ontstaan is niet wenselijk omdat dit een sterk kosten opdrijvend effect zou hebben voor de deelnemende gemeenten. Meer rekening houden met beschikbaarheid in opstellen dekkingsplan om acute problemen te voorkomen (inc. marge), Actief Verbeteren van de opbrengsten van werving van vrijwilligers, Actief Verbeteren beleving bij vrijwilligers op basis van uitkomsten belevingsonderzoeken, Actief Diversificatie vrijwilligers Actief - cyberverzekering 150k eigen risico, restbedrag betreft ongedekte vervolgschade, Actief - Back-up afspraken, bijvoorbeeld met andere regio's, Actief - Kritische systemen zijn minimaal dubbel uitgevoerd.
25%
€ 250.000
12%
25%
€ 250.000
12%
10%
€ 500.000
10%
Toekennen van schadevergoedingen als gevolg van inadequaat operationeel optreden
Actief - In informatiebeleidsplan aandacht besteden aan maatregelen voor optimaal benutten beschikbare informatie., Actief Op basis van regelmatige evaluatie indien nodig bijstellen van procedures, Actief Medewerkers toerusten met de juiste digitale hulpmiddelen.
5%
€ 1.000.000
10%
Onvoorziene claim beroepsziekten/arbeidson gevallen
Actief - Continue aandacht voor schoon en veilig werken, Actief - De beheersing van arbeidsgerelateerde risico's wordt op peil gehouden door regelmatige RI&E en indien noodzakelijk aanpassing van procedures/aanvullende investeringen, Actief - Voor financiële gevolgen van aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen is een verzekering afgesloten.
5%
€ 1.000.000
10%
Excedentrisico materieel
10%
€ 500.000
7%
Niet verzekerde financiële gevolgen van schades
10%
€ 250.000
5%
Meer langdurige (grootschalige) inzet dan waarmee bij het opstellen van de begroting rekening is gehouden (inhoud, complexiteit, weersomstandigheden etc)
Onvoorziene acute uitgaven om paraatheid op peil te houden en (indirecte) gevolg voor de organisatie
Uitval kritische systemen (uitrukalarmering, mobiele systemen auto's, eigen administratiesystemen)
Begroting 2023 Versie 2.0
42
verkeerd advies richting gemeente (HH-VG) dat is overgenomen door de gemeente
Actief - Zorgvuldig proces doorlopen bij het opstellen van adviezen om tot een goed onderbouwd advies/handhavingsbesluit te komen.
5%
€ 100.000
1%
Boete als gevolg van niet naleven AVG
Actief - Verschillende typen maatregelen (technisch, organisatorisch, personeel) opnemen in informatiebeleidsplan en regelmatig toetsen op werking, Actief Continue aandacht voor bewustzijn bij medewerkers.
5%
€ 50.000
1%
Op basis van de vastgelegde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. De simulatie maakt 100.000 verschillende scenario’s op basis van de verschillende risico inschattingen. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.
Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage Bedrag 75% € 352.021 80% € 400.074 90% € 569.791 95% € 774.474 In de grafiek en de tabel worden de simulatieresultaten weergegeven met verschillende zekerheidspercentages. In Nederland wordt geadviseerd om 90% van alle voorkomende scenario’s uit de simulatie te kunnen afdekken met financiële middelen (benodigde weerstandcapaciteit). Dat betekent dat de benodigde capaciteit ca. 570k bedraagt. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van VrZW bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken: Begroting 2023 Versie 2.0
43
Beschikbare weerstandscapaciteit per ultimo 2021 (bedragen x € 1.000) Onderdeel Startcapaciteit Toevoeging Onttrekking Algemene reserve Bestemmingsreserves* Totaal
691 € 691
€0
€0
Huidige capaciteit 691 0 € 691
* Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW tellen alleen de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in volgend figuur weergegeven. Risico’s:
Weerstandscapaciteit:
Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product
Algemene reserve Bestemmingsreserves
↘ Weerstandsvermogen
↙
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandscapaciteit € 691.000 Ratio weerstandsvermogen = = = 1,20 Benodigde € 570.000 weerstandscapaciteit Onderstaande normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze biedt een waardering van de berekende ratio. Tabel X: Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio > 2.0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Het Algemeen bestuur heeft op 20 oktober 2017 besloten dat een ratio van ‘voldoende’ kan worden aangehouden (categorie C) ter afdekking van bekende risico’s. Het berekende ratio valt precies in het Begroting 2023 Versie 2.0
44
midden van de bandbreedte van categorie C. Aanpassing van de beschikbare weerstandscapaciteit is daarmee niet nodig. Conclusies Ten opzichte van de vorige update van het risicoprofiel is de benodigde weerstandcapaciteit met 2% afgenomen. Ondanks dat de fluctuatie beperkt is zijn er wel degelijk veranderingen in het risico profiel te zien ten aanzien van de marktomstandigheden (stijgende prijzen), cybercriminaliteit en het vervallen van het risico van de werkgeversorganisatie omdat hierover inmiddels landelijk commitment is over de kosten. Belangrijk om te weten is dat het risicomanagement zoals dat hier financieel is weergegeven in 2021/2022 is uitgebreid met meer strategisch risicomanagement. Deze onderwerpen, zoals arbeidsmarktontwikkelingen, strategische positionering in- en verbinding met de maatschappij en de invoering WNRA, zijn opgenomen in de inleiding en beleidsteksten van de verschillende programma’s in deze begroting. Deze risico’s hebben een strategisch karakter en zijn daarmee niet direct financieel te vertalen naar een weerstandsvermogen. De risicogevolgen hebben betrekking op de mate waarin de beleidsdoelen van de organisatie worden gerealiseerd of op aantasting van de reputatie en het imago van de VrZW. De aandacht gaat uit naar de juiste beheersing van deze strategische thema’s zodat deze op termijn niet leiden tot grote financiële onzekerheden.
De dialoog over de strategische risico’s zal continu gevoerd en verbeterd worden. De weergaven daarvan is onder meer terug te vinden in de diverse planning & control documenten. Ontwikkelingen zonder financiële doorvertaling Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)/Wet Gelijke Behandeling De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is voor de meeste overheden per 1 januari 2020 in werking getreden. De veiligheidsregio’s hebben uitstel van de invoering van de wet gekregen van de minister van Justitie en Veiligheid. Een speciaal aandachtspunt is de positie van de brandweervrijwilliger. Bij naleving van Europese regelgeving kan er een aanzienlijke kostenverhoging ontstaan. Op basis van de huidige inzichten vindt er bij alle Veiligheidsregio’s mogelijk een structurele kostenverhoging voor inschakeling van vrijwilligers plaats van 30 tot 50%. Aanvullend brengt invoering van de wet ook (eenmalige) aanloopkosten met zich mee. Om te kunnen anticiperen op de invoering van de wet is bij de resultaatbestemming 2019 ingestemd met de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve, ter dekking van verwachte implementatiekosten en de eerste exploitatiekosten. Door de voortdurende onduidelijkheid zijn de mogelijk hogere kosten voor de inschakeling van vrijwilligers nog niet in deze begroting opgenomen en is de hoogte van de bestemmingsreserve niet aangepast.
In hoofdstuk 1.2 wordt nader op deze ontwikkeling ingegaan. Fiscale aandachtspunten bij samenwerkingsverbanden De Veiligheidsregio’s werken steeds intensiever samen, zeker als het gaat om de bovenregionale samenwerking in Noord-Holland. Voorbeelden hiervan zijn de vorming van de gemeenschappelijke meldkamer in Haarlem en de Brandweerschool Noord-Holland. De wijze van BTW-verrekening bij onderlinge dienstverlening en doorbelasting van kosten is complex. Om die reden zijn bij dergelijke samenwerkingsverbanden fiscale experts ingehuurd om te voldoen aan de regelgeving. Echter spreekt de belastingdienst zich bijna nooit uit over de gekozen oplossingen.
Begroting 2023 Versie 2.0
45
Kengetallen financiële positie De volgende kengetallen zijn van toepassing: Tabel 20: Kengetallen Ratio's
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Netto Schuldquote
45,3%
52,0%
50,8%
52,7%
54,5%
56,3%
Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen)
45,3%
52,0%
50,8%
52,7%
54,5%
56,3%
Solvabiliteitsratio
10,9%
5,4%
3,4%
3,3%
3,3%
3,2%
Structurele exploitatieruimte
1,4%
-0,1%
0,0%
0,7%
0,8%
0,6%
Duiding kengetallen: • Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 100% of lager gekwantificeerd als voldoende. • Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 30% tot 40% gekwantificeerd als voldoende. Bij VrZW is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: • een relatief laag eigen vermogen • een leningenportefeuille voor de financiering van grote investeringen en de brandweerpost Wormerveer. • Structurele exploitatieruimte: deze is gebaseerd op structurele baten en lasten. De jaarlijkse bijdrage van de aangesloten gemeenten (is structurele baten) is afgestemd op de verwachte structurele lasten van VrZW. Dit leidt tot een lage ratio.
Begroting 2023 Versie 2.0
46
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn goederen welke een meerjarig nut hebben ten behoeve van de reguliere taakuitoefening. Aanschaf van kapitaalgoederen (zowel initieel als voor vervanging) vindt vanuit het meerjarige investeringsprogramma plaats. Het gaat daarbij veelal om zaken die na de eerste aanschaf regelmatig onderhoud vergen. Binnen de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland zijn de belangrijkste kapitaalgoederen de verschillende brandweervoertuigen, de persoonlijke uitrusting van het brandweerpersoneel en de ict-omgeving. VrZW heeft geen voorziening gevormd voor het eventuele (achterstallige) onderhoud aan kapitaalgoederen om de volgende redenen: Gebouwen De 23 panden waarin onze Veiligheidsregio gehuisvest is, zijn op één pand na in eigendom van de gemeenten. Voor het meerjarig groot onderhoud blijven de gemeenten zelf verantwoordelijk. Hiervoor worden door VrZW geen voorzieningen gevormd. De werkwijze ten aanzien van huisvesting is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Voor het pand dat nog in eigendom van VrZW is, geldt dat de onderhoudskosten via een gesloten systeem verrekend worden met de betreffende gemeente.
Voertuigen en brandweerspecifiek materieel Gezien de hoge mate van aandacht voor de voertuigen en materieel omdat de brandweer en GHOR moeten voldoen aan de hoogste standaarden qua paraatheid en snelheid van optreden, is het niet noodzakelijk om een voorziening voor onderhoud op te nemen. Genoemde hoge eisen zorgen ervoor dat het noodzakelijk onderhoud adequaat en tijdig plaatsvindt. De voertuigen worden jaarlijks gekeurd en conform planning onderhouden. Wanneer gebreken tussentijds worden geconstateerd, vindt direct onderhoud plaats. Vervanging van de voertuigen is opgenomen in het meerjareninvesteringsplan. Het onderhoud is opgenomen in de exploitatiebegroting. Beschermende kleding wordt direct na een incident geïnspecteerd. Bij schade vindt reparatie of vervanging plaats. Voor incidentele vervanging en onderhoud is budget beschikbaar in de exploitatiebegroting. Grootschalige vervanging wordt in het meerjareninvesteringsplan opgenomen.
Begroting 2023 Versie 2.0
47
Paragraaf Financiering Algemene Ontwikkelingen (verwachtingen BNG Bank)1 De internationale conjunctuur wordt bij het opstellen van deze begroting nog altijd gedomineerd door de ontwikkeling van de COVID-19 pandemie. Echter zijn er signalen dat de pandemie ‘uitdooft’ en de samenleving weer terug naar normaal gaat. De economie zou daardoor in het voorjaar kunnen herstellen. De problemen in verband met de aanvoer van intermediaire producten en grondstoffen zullen voorlopig nog aanhouden en in de loop van het jaar gaan afnemen. De politieke spanningen rond Oekraine houden de gasmarkt in de greep. Hierdoor wordt niet voorzien dat de inflatie snel zal gaan afnemen. De groei van de Nederlandse economie loopt naar verwachting terug van 4,6 procent in 2021 naar 2,7 procent in 2022. De inflatie komt in 2022 naar verwachting uit op ca. 3,8 procent, 1,0 procentpunt hoger dan in het afgelopen jaar. Rentevisie BNG Bank2 Het monetaire beleid wordt internationaal geleidelijk minder ruim. De ECB blijft een wat ruimer monetair beleid voeren dan de Fed. De centrale bank zal ook na de beëindiging van het pandemic emergency purchase programme (PEPP) effecten blijven opkopen en de rente in 2022 nog niet gaan verhogen. We verwachten dat de lange rentetarieven geleidelijk wat oplopen.
Financieringsbehoefte Rekening houdende met de investeringsbehoefte uit het meerjareninvesteringsplan (zie bijlage 1), de boekwaarde van bestaande activa en de beschikbare financieringsmiddelen (opgenomen geldleningen en reserves) is er in 2023 sprake van een financieringsbehoefte van circa € 2,5 miljoen. In 2022 is een (aanvullende) financiering van ca. € 6,0 miljoen vereist. Om te voorzien in deze financieringsboefte is in de begroting en meerjarenraming uitgegaan van het aantrekken van enkele langlopende geldleningen. Ondanks de geleidelijke afbouw van het monetair beleid, is de verwachting dat VrZW deze leningen nog tegen een (relatief) laag rentepercentage kan aantrekken. Met de rentelasten van deze toekomstige geldleningen is in de begroting en bij de berekening van de omslagrente rekening gehouden. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de VrZW met kort geld (geldleningen met een looptijd van één jaar of minder) mag financieren. Dit is vooral bedoeld om een eventuele tijdelijke behoefte aan geldmiddelen op te vangen, omdat dat lasten en baten zich niet gelijktijdig voordoen. De wettelijke kasgeldlimiet bedraagt 8,2% en wordt berekend over de totale begrote lasten. Per 1 januari 2022 bedraagt de kasgeldlimiet ca. € 2,86 miljoen.
Omdat de gemeentelijke bijdragen voor 50% aan het begin van het jaar worden ontvangen en de overige 50% op de helft van het jaar en de BDUR bijdrage per kwartaal vooruit, is de verwachting dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer te beperken. Dit komt erop neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor VrZW is dit 20% van het begrotingstotaal, oftewel € 6,9 miljoen. Dit betekent dat het totaal van de aflossingen en renteherziening van geldleningen niet boven dit bedrag mogen uitkomen.
1 2
Bron BNG Bank, economische beeld 1 februari 2022 Idem
Begroting 2023 Versie 2.0
48
De aflossingen op de huidige leningen bedragen in 2023 totaal circa € 1,3 miljoen. Er zijn geen leningen waarvan de rente in 2023 kan worden herzien. Daarmee voldoet VrZW aan de renterisiconorm en heeft VrZW voldoende ruimte om nieuwe langlopende leningen af te sluiten voor investeringen. Omslagrente Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor lagere overheden is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. Doelstelling is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door alle overheidsinstellingen. Daar waar voorheen een rekenrente op de investeringen gehanteerd werd van 4%, is het nu niet (meer) toegestaan meer toe te rekenen dan de verwachte werkelijke rentelasten. De omslagrente wordt berekend door de aan taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Onderstaand renteschema geeft inzicht in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. In het schema zijn de werkelijke rentelasten verdeeld over rentelasten i.v.m. projectfinanciering (4%) en de taakvelden (0,75%).
De rente op projectfinanciering houdt verband met de overname van kazernes (2014) en de daarvoor verstrekte geldleningen. Het gehanteerde rentepercentage is gelijk aan dat van de achterliggende geldleningen. Tabel 21: Renteschema begroting 2023
a1. De externe rentelasten b.
De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
c.1 Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c.2 Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c.3 De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Subtotaal
€
201.152 n.v.t. -91.808
n.v.t. -91.808
€
109.344
€ € €
-
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente
€
109.344
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)
€
131.599
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€
-22.255
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Subtotaal
f.
201.152
€
Saldo door te rekenen externe rente
e.
€
Begroting 2023 Versie 2.0
49
Paragraaf bedrijfsvoering Voor een toelichting wordt verwezen naar de hoofdstukken 3.5 en 4.
Begroting 2023 Versie 2.0
50
Paragraaf Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen. Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen.
Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten of statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang. Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland kent de volgende verbonden partijen: Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), vanaf 2022 Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is ingesteld onder de naam Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in artikel 66 van de Wet veiligheidsregio’s. De wettelijke naam van NIPV blijft IFV, totdat de wijziging van de Wet veiligheidsregio’s is gerealiseerd en de naam Nederlands Instituut Publieke Veiligheid hierin is opgenomen. De nieuwe naam Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en wordt vanaf 2022 gebruikt in alle uitingen Het NIPV is het publiek kennisinstituut dat veiligheidsregio's, Rijksoverheid en crisispartners onderling verbindt en versterkt met onderzoek, onderwijs, ondersteuning en informatie.
Het NIPV fungeert daarbij als een ‘centre of expertise’ als het gaat om hoogwaardige kennis van crisisbeheersing en brandweerzorg. Zo draagt NIPV bij aan een veiliger en veerkrachtiger Nederland. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. De cooperatie Brandweerschool Noord-Holland is het gezamelijke opleidingsinstituut van de veiligheidsregio’s Zaanstreek-Waterland, Noord-Holland Noord en Kennemerland. Met de instelling van één opleidingsinstituut (met gedeconcentreerde vestigingen) wordt ingezet op kwaliteitsverbetering van het brandweeronderwijs en het tegengaan van versnippering. Ook wordt ingezet op innovatie middels een vernieuwing van onderwijsmethoden en -middelen. Op 15 juli 2019 is de oprichtingsacte ondertekend en vanaf medio 2019 is de Brandweerschool operationeel.
Begroting 2023 Versie 2.0
51
Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting. Instituut Fysieke Veiligheid / Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het NIPV. De collectieve taken worden deels gefinancierd via de BDUR-uitkering. Voor het overige deel van deze taken en individuele dienstverlening wordt een bijdrage aan de regio’s gevraagd. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. De regio’s Zaanstreek-Waterland, Noord-Holland Noord en Kennemerland dragen financieel bij aan de exploitatie van de Brandweerschool. De exploitatie van Brandweerschool Noord-Holland is afhankelijk van de opleidingsbehoefte van de leden. Op basis van de opleidingsbehoefte wordt de bijdrage per lid vastgesteld. Daarnaast stellen deze regio’s materiaal, materieel en medewerkers beschikbaar voor het geven van brandweeropleidingen (door de Brandweerschool). De Brandweerschool beschikt niet over een eigen vermogenspositie en is daarmee volledig afhankelijk van de jaarlijkse bijdrage van de leden. Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Instituut Fysieke Veiligheid / Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is een zelfstandig bestuursorgaan buiten de kaderwet ZBO. Het bestuur wordt gevormd door de voorzitters van de 25 veiligheidsregio's. De bestuursvoorzitter van VrZW is lid van het algemeen bestuur.
Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de cooperatie een algemene ledenvergadering. In de ALV wordt ieder lid vertegenwoordigd door een bestuurder (burgemeester) die door het algemeen bestuur van de betreffende regio is gekozen.
Beleidsvoornemens Instituut Fysieke Veiligheid / Nederlands Instituut Publieke Veiligheid NIPV verricht op grond van art 68 Wet Veiligheidsregio’s (Wvr) taken op het gebied van de brandweerzorg en crisisbeheersing. Het betreft hier o.a. onderzoek, het verzorgen van opleidingen, trainingen en het beheer van materieel. Deze activiteiten worden gefinancierd uit rijksmiddelen. Op grond van art 69 kunnen veiligheidsregio’s werkzaamheden laten uitvoeren door NIPV. Dit betreft collectieve en bovenregionale werkzaamheden zoals een landelijke voorziening voor crisisbeheersing, een ICT-omgeving voor veiligheidsregio’s. Daarnaast zorgt NIPV voor de ambtelijke ondersteuning van het Veiligheidsberaad n de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio, het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg e.d. Tot slot is er sprake van individuele dienstverlening op grond van art 69 zoals het brandweeruniform. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a.