B-voorjaarsnota-2024
Tekst van het document
Voor de nieuwbouw is ook tijdelijke huisvesting nodig. Ook die wordt geraamd.
23
• De Waterlandschool wordt naar verwachting vernieuwbouw. Het krediet onderwijs wordt aangepast aan de laatste leerlingenprognoses (255). De kredieten kinderopvang worden geraamd op 22% van de onderwijsinvestering (ervaringsgetal). Het bestaande krediet kan worden verlaagd met € 292.251. Montessorischool Purmerend In het IHP is voor de Montessorischool een uitbreiding geraamd. Duidelijk is geworden dat dit niet mogelijk is op de kavel en onverstandig gelet op de leeftijd van het gebouw. Om die reden wordt voor de Montessorischool sloop/nieuwbouw voorgesteld. De voorbereiding moet nog starten zodat precieze uitwerking nog niet duidelijk is. Meegenomen is de afboeking van de beperkte restant boekwaarde. Er wordt geraamd op de leerlingenprognose van 280 leerlingen. En er komt kinderopvang. De benodigde bijraming is € 3.554.556. Voor de nieuwbouw is ook tijdelijke huisvesting nodig. Ook die wordt geraamd. Tijdelijke sporthal de Koog In het raadsbesluit (1592629) over de tijdelijke sporthal De Koog is besloten om het krediet van de 2 gymzalen PSG af te ramen en die voor de tijdelijke sporthal de Koog op te ramen. Per saldo is de aframing € 1.456.050. Voor de tijdelijke sporthal is een netto krediet van € 1.900.000 aangevraagd. In de bijgevoegde begrotingswijziging is deze geraamd op € 2.299.000 (bruto) met een rijksbijdrage voor de BTW.
Integraal Kind Centrum (IKC) Middenbeemster In de berekening van het krediet IKC Middenbeemster zijn de indexaties niet helemaal juist verwerkt. Daarom is een kleine correctie nodig van in totaliteit € 51.720. Grondkosten en BTW De Klimop, 2e school Zuidoostbeemster en sporthal Karekietpark De kredieten voor grondkosten van De Klimop, 2e school Zuidoostbeemster en sporthal Karekietpark worden met 7,6% verhoogd vanwege de nieuwe grondprijzenbrief. Het krediet voor het IKC Middenbeemster in De Keyser wordt geactualiseerd voor BTW. Dit betekent een bijraming van € 424.538. Het gevraagde extra krediet van € 5.338.109 is als volgt gespecificeerd: Krediet bedrag
Omschrijving krediet (bedragen x € 1.000)
Jaar van investering
OBS De Delta inclusief kinderopvang
3.256
2024 tm 2027
Waterlandschool inclusief kinderopvang
- 292
2027
Montessorischool Purmerend inclusief kinderopvang
3.555
2024 tm 2027
Tijdelijke sporthal de Koog
- 1.456
2024 en 2025
Integraal Kind Centrum (IKC) Middenbeemster
52
2026
Grondprijzen: De Klimop, 2e school Zuidoostbeemster, sporthal Karekietpark, BTW: IKC Middenbeemster
425
2024
Totaal
5.338
24
2. Uitbreiding sporthal Karekietpark (krediet € 908.000) Op dit moment wordt gewerkt aan de voorbereiding van de 1e fase van de gebiedsontwikkeling in het Karekietpark. De 1e fase bestaat uit nieuwbouw van de Klim-op en de sporthal. Voor de sporthal is gekozen voor een XL variant. Daarvoor is krediet beschikbaar gesteld. Deze variant is nader uitgewerkt in een ruimte- en massastudie. Op basis van deze studie is een nieuwe bouwkostencalculatie gedaan. Er is een bijraming van € 908.000 nodig. 3. Nieuwbouw werf/Milieustraat (krediet € 7.530.000) In september 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met het schetsontwerp van de basisvariant voor de nieuwe gemeentewerf en milieustraat op Baanstee Noord en hiervoor een investeringskrediet van€ 18.890.000 beschikbaar gesteld. In de corona jaren heeft het vervolg vertraging opgelopen. Inmiddels is een voorlopig ontwerp met een concrete raming gereed. Op dit voorlopig ontwerp is -ondanks doorgevoerde bezuinigingen- een tekort zichtbaar ten opzichte van het beschikbare krediet.
De oorzaken hiervan zijn: • Stijging bouwkosten: € 4,0 miljoen • Hogere aansluitkosten en onvoorzien: € 0,7 miljoen • Vervanging meubilair en extra inrichting: € 1,5 miljoen • Ophoging basisprijs per m2: € 1,3 miljoen (basis m2 prijs schetsontwerp te laag) Om het voorlopig ontwerp uit te werken in een definitief ontwerp (DO) is vaststelling van een nieuw financieel kader nodig. In de DO fase wordt ook de business case uit 2020 geactualiseerd. Dan wordt ook duidelijk welk deel gedekt wordt uit de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. 4. Fietsnetwerk 2025 (krediet € 500.000) De gemeenteraad heeft in 2015 een budget van € 1 miljoen vrijgegeven om het fietsnetwerk in de gemeente Purmerend te verbeteren. Primair is dit budget beschikbaar gesteld om fietspaden die voorzien zijn van tegelverharding om te zetten naar geasfalteerde fietspaden. Een belangrijke reden hiervoor is om het comfort en veiligheid van de fietser te verbeteren. Hiermee stimuleren we het fietsgebruik als alternatief voor de auto. In 2014 is een overzicht opgesteld van 38 fietspaden die we om willen zetten van tegelverharding naar asfaltverharding. Het beschikbaar gestelde budget was ontoereikend om alle projecten te realiseren. Tot en met 2022 hebben we de projecten opgepakt die de hoogste prioriteit hadden voor de fietsers in combinatie met meekoppelkansen vanuit beheer en onderhoudsprojecten.
De projecten zijn aangevuld met financiering door de Vervoerregio Amsterdam Vanuit de overgebleven projecten is een aantal opgenomen in reeds overkoepelende ontwikkel en/of beheerprojecten. De overgebleven solitaire projecten bestaan uit 9 fietspaden waarvan de totale realisatiekosten circa € 1.760.00 bedragen. Deze projecten zijn verdeeld over een realisatietermijn van 4 jaar tussen 2024 en 2028. Onder deze 9 projecten vallen onder andere de fietspaden langs de Churchillaan, Koogsingel en de Linneauslaan. Voor de exacte volgorde van realisatie vindt nog afstemming plaats m.b.t. de beheersopgave en omliggende projecten. Voor de eerste fase wordt een krediet van € 500.000 gevraagd, bestaande uit € 100.000 voorbereidingskosten in 2024 en 400.000 realisatiekosten in 2025. Gerekend wordt met een bijdrage Vervoerregio Amsterdam van € 100.000. Afhankelijk van de snelheid van realisatie zal de komende 3-4 jaren nog Fietsnetwerk aanvragen aan de raad worden voorgelegd via de Investeringsagenda. 25
5. Doorfietsroutes Purmerend-Zaanstad-Hoorn (krediet € 900.000) In het kader van de Bestuurlijke Overeenkomst MIRT-Verkenning Corridor Amsterdam-Hoorn van 20 november 2019 zijn maatregelen opgenomen ter verbetering van het fietsnetwerk ten behoeve van het woon werk verkeer. Daarin zijn 2 maatregelen opgenomen die voor Purmerend van toepassing zijn: • Verbeteren van de fietsroute tussen Purmerend en Hoorn tot op het niveau van regionale fietsroute; • Verbeteren van de fietsroute tussen Purmerend en Zaanstad tot op het niveau van een metropolitane (snel)fietsroute. Op dit moment wordt de studie naar deze doorfietsroutes in opdracht van de Vervoerregio Amsterdam uitgevoerd. Deze is over een paar maanden gereed. Dit levert (VO) ontwerptekeningen met kostenramingen op. Na besluitvorming moeten de komende jaren (delen van de) doorfietroutes worden uitgevoerd. Purmerend heeft zich in 2019 gecommitteerd tot een bijdrage van € 650.000. De dekking hiertoe was opgenomen in de grondexploitatie Kop West. Omdat de grondexploitatie in 2024 wordt afgesloten, is het bedrag in de grondexploitatie vervallen en is het voorstel de bijdrage op te nemen in de Investeringsagenda. De afspraak uit 2019 is dat de bijdrage wordt gecorrigeerd met de Grond-, weg- en waterbouw index (GWW-index). Om die reden wordt een krediet van € 900.000 gevraagd. 6.
Grondkosten Mobiliteitshub Beatrixplein (krediet € 1.905.000) U heeft in de Voorjaarsnota 2023 het krediet voor de mobiliteitshub Beatrixplein vastgesteld. In de vorig jaar vastgestelde grondexploitatie Waterlandkwartier is de levering van de grond voor de mobiliteitshub als opbrengst opgenomen. U wordt gevraagd ook een krediet voor de grondkosten van de mobiliteitshub beschikbaar te stellen. De kosten van de mobiliteitshub worden deels bekostigd uit de Rijkssubsidie en deels uit de parkeergelden (reserve parkeren). 7. Transformatie Purmersteenweg naar Stadsboulevard (krediet € 4.107.000) In december 2023 heeft het ministerie Infrastructuur en Waterstaat de gemeente een specifieke uitkering verstrekt ter grootte van € 15,0 miljoen exclusief BTW in het kader van de regeling Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur. Het geld komt uit de reservering van € 7,5 miljard in het regeerakkoord en moet ervoor zorgen dat infrastructurele maatregelen bijdragen aan de versnelling van de woningbouw. Voor Purmerend is de uitkering toegekend voor: a) de aanpassing van 4 kruispunten t.b.v. doorstroming van HOV (R-net), b) de realisatie van de mobiliteitshub Beatrixplein en c) de herinrichting van de hoofdroute in het Centrumgebied (van de Waterlandlaan tot en met de Gedempte Where). De uitkering betreft een cofinanciering van 65%.
De overige 35% is voor rekening van de gemeente Vorig jaar is voor de maatregelen a en b krediet vastgesteld in de investeringsagenda 2024. Thans wordt de raad gevraagd ook het krediet voor het eerste deel van c) te voteren om de voorbereidingen te kunnen starten. De planstudie voor de herinrichting van de hoofdroute is inmiddels uitgezet. De verwachting is dat de werkzaamheden van de 1e fase (Purmersteenweg) in 2027 zijn afgerond zodat de kapitaallasten vanaf 2028 in de begroting komen.
26
8. Herontwikkeling Kalversteeg 1 (krediet € 5.200.000) Eind vorig jaar hebben wij u geïnformeerd over initiatief van het Horizon college en twee investeerders voor het voormalig ABN AMRO-pand Kalversteeg 1. Gezamenlijk willen zij een plek realiseren, waar leerlingen vanuit het ROC straks werkervaring op kunnen doen. Dat willen zij doen door op de verdiepingen een hotel te vestigen en in de plint een combinatie van bijvoorbeeld horeca, fietsverhuur en een andere activiteiten met de focus op gebruik door en voor jongeren. Het college is van mening dat hiermee een passende invulling is gevonden die aansluit bij het programma Binnenstad. Om dit te kunnen realiseren is op basis van de nu beschikbare eerste raming een krediet nodig van € 5.200.000 voor het gemeentelijk deel. Hoewel de definitieve verdeling van de verbouwingskosten alsmede de verbouwingsplannen en businesscase nog niet definitief zijn, wordt uw raad toch gevraagd het krediet beschikbaar te stellen. Dit om in aanmerking te komen (borging cofinanciering) voor een subsidie Impuls aanpak winkelgebieden voor een deel van deze investering. Op het moment dat de verbouwingsplannen en businesscase gereed zijn en een huurovereenkomst gesloten kan worden gesloten, komt het college bij u terug. 9.
Beschikbaar in jaarschijf De kapitaallasten van de gevraagde kredieten worden voor de jaren 2026 en verder gedekt uit de stelpost investeringsagenda. Voor de jaarschijf 2025 was hier geen ruimte meer voor en komt de dekking uit de begrotingsruimte.
H. Dekkingsplan H.
Dekkingsplan (bedragen x € 1.000)
Programma
1
Onderuitputting kapitaallasten (investeringen/capaciteit)
Diverse programma's
-
400
400
275
275
S
2
Verminderen externe inhuur
Diverse programma's
-
300
300
300
300
S
3
Winst De Beemster Compagnie
Overzicht alg. dekkingsmiddelen
1.020
1.020
1.020
1.020
-
I
4
Inzet buffer algemene uitkering gevormd programmabegroting 2024
Reservemutaties
-
-
9.000
-
-
I
5
Inzet algemene reserve 2026
Reservemutaties
-
-
3.000
-
-
I
6
Inzet algemene reserve onderhoud en huur diverse panden ruimte gebrek de Koog
Reservemutaties
170
132
134
136
-
I
7
Inzet algemene reserve nieuwe deklaag voormalige stortplaats Trimpad (storm Poly)
Reservemutaties
500
-
-
-
-
I
1.690
1.852
13.854
1.731
575
Totaal dekkingsplan
2024
2025
2026
2027
2028
1. Onderuitputting kapitaallasten (investeringen/capaciteit) In de praktijk blijkt dat een deel van de investeringen in de begroting niet tot besteding komt in het jaar waarin de uitgaven begroot zijn. Dit wordt onderuitputting genoemd. In Purmerend zien we de laatste jaren dat de ambities qua planning niet worden gerealiseerd onder andere doordat er sprake is van capaciteitsgebrek of ruimtelijke procedures. Op basis hiervan hebben we een inschatting gemaakt welke kredieten en kapitaallasten kunnen worden doorgeschoven. De stelpost voor vertraagde investeringen wordt nu opgehoogd: € 0,4 miljoen voor de jaren 2025 en 2026 en bijna € 0,3 miljoen voor de jaren 2027 en 2028. Hierbij is rekening gehouden met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 30 jaar en een onderuitputting van € 12 miljoen.
27
I/S
2. Verminderen externe inhuur Het percentage van personeel dat extern wordt ingehuurd, neemt toe. Externe ingehuurd personeel is duurder dan vast personeel, bovendien wordt er door externe inhuur geen eigen ervaring en kennis binnen de organisatie opgebouwd. Door het verminderen van externe inhuur wordt een structureel voordeel van € 0,3 miljoen verwacht. De verwachting is dat een taakstelling op externe inhuur naast een besparing een efficiëntie verbetering van de ambtelijk organisatie zal opleveren. 3. Winst de Beemster Compagnie De Beemster Compagnie is een V.O.F. waarbij zowel de gemeente als BPD Ontwikkeling 50% eigenaar is. Ook winsten en verliezen worden in deze verdeling genomen. De gemeente mag deze winsten pas nemen als er in de vennotenvergadering besloten is tot uitkering. Deze winstuitkering is de komende jaren aan de orde. De grondexploitatie Nieuwe Tuinderij Oost wordt afgesloten en ook De Keyser is bezig met de laatste deelgebieden. De opgenomen raming is op basis van de inschatting van het eindresultaat van de grondexploitaties van de Beemster Compagnie, zoals opgenomen in de toelichting van de jaarrekening 2023. 4/5. Inzet bufferbudget ravijnjaar 2026/algemene reserve In de meicirculaire 2023 is vanuit de incidentele middelen een reservering gemaakt van € 9 miljoen met het oog op het tekort van 2026 dat het Rijk ongedekt heeft gelaten.
Hiervoor is in de Programmabegroting 2024 voor 2024 € 2 miljoen, 2025 € 4 miljoen en in 2026 € 3 miljoen gereserveerd en incidenteel toegevoegd aan de algemene reserve. Voorgesteld wordt om het tekort in 2026 te dekken door de inzet van dit bufferbudget van € 9 miljoen met aanvullend incidenteel € 3 miljoen uit de algemene reserve. Hiermee komt het begrotingssaldo in 2026 uit op een plus van € 43.000, zodat een jaar tijd wordt gekocht voor de toekomstscenario's. De onderdelen 6 en 7 zijn al toegelicht in de autonome ontwikkelingen (onderdeel D, regel 10 en 12).
28
3 Slot De opgaven van gemeenten zijn fors en de tekorten die vanaf 2027 in het vooruitzicht liggen betekenen, ook voor de gemeente Purmerend, een merkbare en voelbare bezuiniging. Met alle opgaven die er zijn en de toenemende rol van de gemeente gaan we er daarom vanuit dat er alsnog compensatie komt vanuit het Rijk. Met de informatie van nu verwachten we de begroting in november sluitend te krijgen, mits er afdoende loon- en prijscompensatie in de meicirculaire komt. Ook daarvoor kijken we nadrukkelijk naar het Rijk. We blijven onze ambities uitvoeren en hopen dat de keuzes die, bij uitblijvende compensatie nodig zijn, daarmee niet nodig zijn. We zijn echter voorbereid voor de situatie dat de rijksinkomsten minder worden. Bij deze Voorjaarsnota heeft het college ernaar gestreefd nog zo veel mogelijk naar de kansen voor onze gemeente, en kansrijke maatregelen voor onze inwoners te kijken. Dat is waar wij als college voor staan. We zien uit naar het gesprek met de raad in juni over de Voorjaarsnota, de voorgestelde keuzes en de toekomstscenario’s.
29
Bijlage I Toekomstscenario's Bij de begrotingsbehandeling van vorig jaar heeft de raad gevraagd om toekomstscenario’s op te stellen die perspectief bieden op een sluitende begroting wanneer het Rijk de financiering van de gemeenten ongewijzigd laat. Het college is sinds de vorige begrotingsbehandeling bezig geweest met deze voorbereidingen. Er is breed geïnventariseerd binnen de organisatie welke mogelijke ruimte er is binnen de begroting en welke knoppen er zijn om aan te draaien. Het college benadrukt daarbij dat het gaat om voorbereidingen voor het geval dat de financiering van gemeenten ongewijzigd blijft. Zolang er onduidelijkheid blijft vanuit het Rijk, is een besluit over welke maatregelen bij deze Voorjaarsnota en mogelijk ook bij de begrotingsbehandeling in november, nog niet aan de orde. Dat is conform het begrotingsadvies van de VNG om ombuigingen voor te bereiden, maar deze nog niet door te voeren. Wij kunnen ons vinden in het advies van de VNG en daarmee komt uw verzoek om scenario’s op het juiste moment. De daadwerkelijke uitkomsten van de onderhandelingen met het Rijk zijn in grote mate afhankelijk van de kabinetsvorming en de uitkomsten van de lopende onderhandelingen. Gedurende die tijd verwachten wij geen duidelijkheid vanuit het Rijk. Het college ziet de gepresenteerde mogelijkheden daarmee als voorbereidingen op de mogelijke uitkomsten vanuit Den Haag.
Deze voorbereidingen geven zicht op welke knoppen er zijn om aan te draaien en welke maatregelen in beeld komen als de huidige ingeslagen koers door het Rijk ongewijzigd blijft. Dit onderdeel van de Voorjaarsnota bestaat uit 4 delen. Eerst staan we stil bij de mogelijke scenario’s van extra compensatie vanuit het Rijk1. Die compensatie en de uiteindelijke hoogte daarvan bepalen in grote mate of de hier gepresenteerde mogelijkheden om de begroting sluitend te maken al dan niet moeten worden doorgevoerd. Daarna staan we op hoofdlijnen stil bij de knoppen die er zijn om aan te draaien. De geïnventariseerde maatregelen zijn onder te verdelen in een aantal bouwstenen, zowel aan de inkomsten- als de uitgavenkant van de begroting. Daarin zitten keuzes die onderdeel zijn van het gesprek over welke scenario’s we gezamenlijk als bestuur voor de gemeente Purmerend zien. Daar zijn scenario’s in te herkennen. Dat is het derde onderdeel. Ten slotte staan we stil bij het vervolg en hoe het college het gesprek over de toekomstscenario’s voor zich ziet. 1
In de Miljoenennota 2024 is per 2027 een overstap voorzien naar een nieuwe methode voor de jaarlijkse indexering van de algemene uitkering in het gemeentefonds. De ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) is dan maatgevend in plaats van de trap-op-trap-af-systematiek. Het prijsdeel bruto binnenlands product is op basis van het geraamde prijspeil bbp van het lopende jaar, zoals geraamd met het CEP (Centraal Economisch Plan) in het voorjaar. Het prijsaccres moet prijsstijgingen van de inkoop opvangen en het deel van het stijgen van de lonen voor koopkrachtbehoud (onder andere door inflatie). Het volumedeel bruto binnenlands product is op basis van het historisch gemiddelde van de gerealiseerde volumegroei bbp in de afgelopen 8 jaar (t-9 t/m t-2). Het is het indexpercentage van MEV (Macro Economische Verkenning) van het CPB (Centraal Planbureau). Het reëel accres, dat is gebaseerd op de volumegroei bbp, kan benut worden voor het opvangen van stijgende kosten door volumegroei, zoals door een stijgend inwonertal, en voor het opvangen van de reële stijging van de lonen. Hoewel de nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten door vergrijzing en infrastructuur (uitbreiding, vernieuwing, renovatie, onderhoud en beheer) op te vangen.
Vanwege deze bedenkingen van de VNG en het IPO loopt er een discussie met de fondsbeheerders.
30
Compensatiemogelijkheden Rijk vanaf 2026
2025
2026
2027
2028
Scen. 1 Compensatie opschalingskorting
-
3.000
3.000
3.000
Scen. 2 Compensatie accres, bbp-systematiek
-
10.500
12.200
14.800
Scen. 3 Compensatie accres, bbp-systematiek en opschalingskorting
-
13.500
15.200
17.800
In het eerste scenario wordt de opschalingskorting bevroren met een direct positief effect op de begroting van € 3 miljoen structureel. Dat betekent ook dat van de gepresenteerde toekomstscenario’s er voor eenzelfde bedrag minder aan keuzes nodig is. Ondanks dat er signalen zijn vanuit Den Haag dat het demissionaire kabinet mogelijk voor het bevriezen van de opschalingskorting kiest, gaan wij daar -vanwege de onzekerheid ten tijde van deze Voorjaarsnotanog niet van uit. Wat deze scenario’s aan compensatie nog meer laten zien is, dat indien het Rijk niet had gesleuteld aan de manier waarop gemeenten financiering ontvangen, de begroting ook zonder toekomstscenario’s sluitend zou zijn. Precies door deze keuze ontstaat het begrotingstekort vanaf 2026 en verder. Bij een onaangepaste systematiek – scenario 3 – is het niet nodig om vanaf 2026 en verder maatregelen te nemen. Maatregelen die we, net als andere gemeenten, niet willen nemen omdat het mogelijk zichtbare en merkbare gevolgen heeft voor de lokale lasten, het voorzieningenniveau en de dienstverlening. Dat terwijl de gemeentelijke opgaven al divers en groot zijn. We doen daarom nogmaals een oproep aan het Rijk om snel meer duidelijkheid te verschaffen en terug te keren naar de gebruikelijke manier van financiering. In deze scenario’s is geen rekening gehouden met een nog verslechterend perspectief.
Ook dat is nog een mogelijke uitkomst van de onderhandeling met het Rijk. De gemeentelijke opgave om tot een sluitende begroting te komen wordt dan groter. Te weinig bijdrage van het Rijk op belangrijke opgaven Overigens komt dit aanvullende tekort bovenop de al beperkte financiering vanuit het Rijk op enkele opgaven. Vaak gaat het om taken die door het Rijk zijn overgedragen maar waarvan het financieringsvraagstuk steeds vaker inzet is van strijd tussen gemeenten en het Rijk. Een van deze opgaven is de jeugdzorg, waar we al jaren structureel zien dat de bijdrage die het Rijk verstrekt onvoldoende is voor de totale kosten. Dat geldt voor Purmerend niet anders dan voor andere gemeenten. In 2019 was het verschil tussen de Rijksbijdrage en de daadwerkelijke kosten circa € 2,8 miljoen. Dat tekort loopt de komende jaren verder op door een afnemende Rijksbijdrage totdat er in 2026 een verschil is van € 13 miljoen aan kosten die ten laste komen van de gemeentelijke begroting. Toekomstscenario’s Bij de toekomstscenario’s gaat het in feite om het ontwikkelen van een gezamenlijk perspectief op de beïnvloedbare ruimte in de begroting. Aan welke knoppen kunnen en willen wij als gemeente draaien om ons huishoudboekje in balans te houden? Daar is geen limitatieve lijst voor, noch is er een gemakkelijke oplossing.
We hebben daarom de begroting goed tegen het licht gehouden en zien daarmee verschillende mogelijkheden om de inkomsten te verhogen, danwel de kosten te verlagen. In alle gevallen hebben de gevolgen gelijk effect op de inwoners van de gemeente. Soms in hogere lasten, soms in een (ernstige) beperking van het voorzieningenaanbod. 31
Aan de inkomstenkant is er ruimte te creëren in de begroting door het verhogen van de OZB en het meer kostendekkend maken van de leges. Aan de uitgavenkant gaat het om hoe ver we als gemeente gaan in het uitvoeren van een taak, of deze wettelijk is of we die taak uitvoeren omdat we hem belangrijk vinden. We hebben het dan onder andere over het niveau van maatschappelijke voorzieningen of het onderhoud in de leefomgeving. In onderstaande tabel geven we het overzicht van de geïnventariseerde opties. Totaal gaat het in de jaren 2027 en 2028 om een bedrag van circa € 12 tot € 13,7 miljoen.Daarmee komt een sluitende begroting voor deze jaren in het zicht. Als het Rijk de komende tijd niet over de brug komt met extra compensatie, maakt onderstaande tabel zichtbaar waar de pijn zit en welke opties we hebben als gemeente om het tekort vanaf 2027 om te buigen. Niets is daarin zonder gevolgen en juist in een groeiende gemeente en met de ingeslagen koers zullen deze maatregelen voelbaar zijn in de gemeente. Indien het Rijk niet afwijkt van de huidige plannen heeft het mogelijk gevolgen voor de lastendruk van inwoners, maar ook voor het niveau van maatschappelijke voorzieningen en de kwaliteit van de openbare ruimte in de gemeente. Het zal ook niet zonder gevolgen blijven voor maatschappelijke organisaties, verbonden partijen of gemeenschappelijke regelingen.
En vanzelfsprekend heeft het ook gevolgen voor de capaciteit in de organisatie en het niveau van de interne dienstverlening. 2026
2027
2028
A. Bouwsteen Inkomsten Verhogen OZB (jaarlijks 3%)
636
1.299
1.994
Leges overall meer kostendekkend maken
175
175
175
Afschrijvingstermijnen aanpassen wegen en bestrating
100
100
100
Slopen en afstoten verkoop diverse panden vastgoed
-
162
162
Hogere doorbelasting aan markten & kermis elektra
-
130
130
Hogere doorbelasting straatreiniging aan afval
-
500
500
911
2.366
3.061
Kunst en Cultuur
145
291
582
Sport en Recreatie
284
605
1.210
Onderwijs
20
75
75
1.275
2.300
2.300
Werk en inkomen
140
200
200
Budget subsidiepartners welzijn
-500
-500
-500
Cameratoezicht Handhaving & Toezicht
-
35
35
Aanpassing dienstrooster (van 3 naar 2 groepen)
-
407
407
1.364
3.413
4.309
Taakstellingen gemeenschappelijke regelingen
-
700
700
Afschalen regionale samenwerking (0,5 fte)
-
35
35
Minder participeren met bewoners B&O
-
100
100
Subtotaal B. Bouwsteen Samenleving
WMO (maatwerkvz/WMO nieuw/Volksgzh/Voorliggende voorz)
Subtotaal C. Bouwsteen Dienstverlening
32
2026
2027
2028
Reiniging: grafiity en hondenbeleid
-
200
200
Verminderen externe inhuur
-
150
300
Versoberen arbeidsvoorwaarden
150
200
250
Versoberen interne dienstverlening
50
50
50
Omgevingsteam / Toezicht en Handhaving
-
198
202
200
1.633
1.837
Vermindering toestellen op speelplaatsten
-
100
100
Vervallen plan uitbreiding Leeghwaterpark (exploitatiekosten)
-
274
274
Beheer niveau onderhoud verlagen van B naar C-niveau: groen & spelen. Beheer & onderhoud
-
1.100
1.100
Versoberen uitvoering laatste 4 parken parkenplan
-
400
400
Temporiseren Bomenplan en Omvormingen heestervakken
-
880
880
2.754
2.754
Subtotaal D. Bouwsteen bestaande gemeente
Subtotaal E. Bouwsteen nieuwe gemeente Afschaffen duurzaamheidsweek
-
30
30
Inzet reserve duurzaamheid
-
1.500
1.500
Afschalen gebiedsontwikkeling
-
250
250
Subtotaal
-
Totaal aan toekomstscenario's
2.475
1.780 11.946
1.780 13.741
Ruimte voor keuzes Bovenstaande maatregelen geven een beeld van de reële mogelijkheden en opties die er zijn om het begrotingstekort om te buigen. Daarin zitten keuzes, die vragen om richting over hoe we de ontwikkeling van onze gemeente voor ons zien in het licht van minder financiering vanuit het Rijk. Aan de inkomstenkant gaat dat met name over de hoeveelheid verhoging van de OZB. Extra inkomsten betekent dat er minder maatregelen uit bovenstaande tabel nodig zijn en dat er zo minder bezuinigingen hoeven plaats te vinden vanaf 2027. Aan de uitgavenkant gaat het om het voorzieningenniveau. We herkennen daarin ‘bouwstenen’ waarmee accenten kunnen worden gelegd: op de samenleving, de dienstverlening (o.a. in de leefomgeving), de bestaande en de toekomstige gemeente. Bouwsteen 1: Inkomsten verhogen Nu een deel van de inkomsten vanuit het Rijk zijn weggevallen, heeft het college verkend welke mogelijkheden er zijn voor meer inkomsten. Naast de OZB, de precario en de toeristenbelasting zijn er geen aanvullende (wettelijke) opties om de lokale inkomsten te verhogen. De meeste ruimte zit daarmee in het verhogen van de OZB. Een stijging van het tarief van 3% levert extra begrotingsruimte op van € 636.000. In vergelijking met omliggende gemeenten (onderstaande tabel) zijn de woonlasten en de OZB in Purmerend nog altijd relatief laag.
Wel dient hierbij te worden opgemerkt dat het gaat om een momentopname en dat we verwachten dat meer gemeenten kijken naar een verhoging van de OZB voor extra inkomsten. 33
Woonlasten*
OZB
afvalstoffenheffing
rioolheffing
Purmerend
954
364
375
215
Edam-Volendam
918
329
397
192
Waterland
867
368
311
188
Zaanstad
1010
346
348
316
Wormerland
1088
450
363
276
Landsmeer
1437
666
512
260
Oostzaan
1400
646
407
348
*uitgangspunt 3-persoonshuishouden Een verhoging van de OZB betekent minder bezuinigingen vanaf 2027. Het biedt zo ruimte om de zaken te blijven doen die we belangrijk vinden en waarmee we het voorzieningenniveau van de gemeente in stand houden. Voorzieningen die voor iedere Purmerender toegankelijk zijn en nodig zijn in een groeiende stad. Wel betekent het meer lastendruk via de lokale heffingen. Het college vindt het van belang dat de mate waarin de OZB wordt verhoogd proportioneel blijft. Het college heeft daarom in de toekomstscenario’s een jaarlijkse stijging van 3% opgenomen, waarmee in 2028 circa € 2 miljoen aan extra ruimte blijft bestaan. Deze verhoging komt bovenop de reguliere jaarlijkse indexatie van het tarief. Deze en de overige extra inkomsten zijn opgenomen onder bouwsteen inkomsten. Bouwsteen
2026
2027
2028
1: Inkomsten
911
2.366
3.061
2: Samenleving
1.364
3.413
4.309
3. Dienstverlening
200
1.633
1.837
4. Bestaande gemeente
-
2.754
2.754
5. Toekomstige gemeente
-
1.780
1.780
2.475
11.946
13.741
Totaal
Keuzes in de uitgaven Naast de extra ruimte die mogelijk komt vanuit het Rijkm en die we zelf creëren met de bouwsteen inkomsten, staan er keuzes in de uitgaven. Daarin zitten de merkbare maatregelen die iets betekenen in de samenleving, de leefomgeving en de dienstverlening. Totaal gaat het om circa € 9,6 (2027) en € 10,6 miljoen (2028) aan maatregelen die zijn verkend. Het college ziet in deze maatregelen bouwstenen waarmee accenten kunnen worden gelegd in de ombuigingen mochten deze daadwerkelijk nodig zijn. De bouwstenen zijn in bovenstaande tabel (bedragen x € 1.000) weergegeven en leggen het accent op de samenleving, de dienstverlening, de bestaande of de toekomstige gemeente. Bouwsteen 2: Samenleving Alle ontwikkelingen in de samenleving hebben effect op de inspanning die we als gemeente leveren. 34
Omgekeerd hebben onze inspanningen en uitgaven effect op de inwoners van Purmerend en hoe zij wonen, leven en werken. De uitkomsten daarvan zijn soms direct te zien of te voelen, maar sommige effecten merken we pas op de (middel)lange termijn. Dat maakt de ombuigingen binnen de maatschappelijke uitgaven lastig. Maar, een opgave als deze kan ook een aanjager zijn van maatschappelijke veranderingen. Het biedt de mogelijkheid om anders te kijken naar onze maatschappelijke inzet en de rol van de samenleving hierin. We kijken daarom in deze bouwsteen naar de breedte van het maatschappelijke veld via de beleidsvelden uit de begroting. Bouwsteen 3: Dienstverlening In deze bouwsteen ligt het aandachtsgebied op de gemeenschappelijke regelingen, de organisatie en de dienstverlening in de leefomgeving. Voor gemeenschappelijke regelingen volgen we de ‘trap op, trap af’ systematiek waarbij zij meegroeien en meekrimpen met de gemeente. We verwachten dat ook andere gemeenten naar deze systematiek kijken. Indien de ombuigingen nodig zijn dan geldt dat ook voor de ambtelijke organisatie, waar opties om de interne dienstverlening en arbeidsvoorwaarden te versoberen. Daarin zitten ook kansen als het verminderen van de externe inhuur door middel van een taakstelling.
Voor de dienstverlening in de leefomgeving is het mogelijk om af te schalen op participatie bij vervangingsprojecten, graffiti-verwijdering en de regionale samenwerking. Bouwsteen 4: Bestaande gemeente We hebben een dubbele opgave in onze omgeving – zowel in de bestaande als de toekomstige gemeente. In de bouwsteen van de bestaande gemeente zitten onder andere het uitvoeringsniveau van het bomenplan, het versoberen van de kwaliteit van de openbare ruimte en het versoberen van de laatste 4 parken van het parkenplan. Deze maatregelen zijn niet zonder gevolgen en zijn merkbaar in het leefklimaat. Die zijn misschien niet altijd direct zichtbaar, maar kunnen ook een negatieve invloed hebben op de leefbaarheid in de buurten en wijken. De afgelopen jaren hebben we gezien hoe belangrijk continuïteit van budgetten is voor een succesvol beheer van de openbare ruimte, en wat de opgave is indien een inhaalslag moet worden gemaakt. Bouwsteen 5: Toekomstige gemeente In deze bouwsteen ligt het accent op de toekomstige gemeente. Het gaat in deze bouwsteen met name om het gebruiken van de reserve duurzaamheid vanaf 2027 en 2028. Dat is een mogelijkheid die direct raakt aan het werken aan een toekomstbestendige en leefbare gemeente en doet daarmee pijn. Tegelijkertijd is deze met alle andere opties ook in beeld en even onwenselijk.
Andere maatregelen die in deze bouwsteen zitten is het afschalen van de capaciteit voor gebiedsontwikkelingen met ongeveer 3 fte. Wat voor gevolgen dat heeft voor de bestaande gebiedsontwikkelingen werken we verder uit richting de begroting. Welke keuzes maken we richting de toekomst? De onduidelijkheid vanuit het Rijk maakt dat het nog hoogst onzeker is hoeveel van deze maatregelen nodig zijn vanaf 2027. Het is daarmee te vroeg voor een besluit over welke keuzes we daarin maken als gemeente. Wel geeft het een eerste beeld van de mogelijkheden die er zijn om het tekort om te buigen en de begroting sluitend te maken. Het college ziet in de bouwstenen mogelijkheden om te ‘schuiven’. Daar zitten keuzes in wat voor gemeente we willen zijn in de toekomst en welke accenten we daarin leggen. Zo kan er worden gekozen voor het verhogen van de inkomsten om minder te hoeven bezuinigen. Of kan er gekozen worden om de lasten niet te 35
verhogen en juist de uitgaven te verminderen. Het college presenteert drie scenario’s bij wijze van voorbeeld. Deze zijn weergegeven in onderstaande figuren en zijn bedoeld om aan te geven hoe er kan worden ‘geschoven’ in de gepresenteerde bouwstenen.
We doen een beroep op de kracht in de samenleving. We hebben het vaak gezegd, maar nu stoppen we met ‘geen kind valt buiten de boot’. We stimuleren dat gezinnen en hun omgeving zich zelf verantwoordelijk voelen voor elkaar en minder beroep hoeven doen op de overheid voor hulp. Dat zal niet zonder slag of stoot gaan, maar het is een koers die we hebben ingezet. Uiteraard helpen we degenen die het echt niet meer kunnen, maar er is een bovengrens die in de gemeente tot uitdrukking komt. De lasten worden niet veel hoger en we beperken de verhoging van de OZB. We voeren de wettelijke taken uit maar gaan niet veel verder dan dat. Dit scenario toont hoe het niet verhogen van de inkomsten betekent dat er een relatief groter deel van de voorbereide maatregelen doorgevoerd moeten worden om de begroting sluitend te krijgen.
36
Meer inkomsten betekent minder bezuinigingen in de overige ‘bouwstenen’. In dit scenario kiezen we ervoor het zwaartepunt te leggen op meer inkomsten. Dat doen we omdat we van mening zijn dat er weinig ruimte is om af te schalen of het voorzieningenniveau te laten dalen, gelet op de hoeveelheid opgaven die we voor ons zien. We vinden het belangrijk dat de kwaliteit van voorzieningen en in de buitenruimte behouden blijft. In dit scenario is er daarom, naast de maatregelen die kunnen worden genomen zonder spijt, geen ruimte voor grote bezuinigingen op de andere bouwstenen. Dat bekostigen we door de OZB relatief veel te verhogen.
37
In dit scenario zetten we in op het zorgen voor de samenleving en ligt het zwaartepunt op de maatschappelijke beleidsvelden – waaronder wonen, kunst & cultuur, zorg en jeugdzorg. We schuwen niet om de OZB te verhogen en ontzien vooral de maatschappelijke voorzieningen en beleidsvelden – en blijven investeren waar we dat kunnen doen. We geven relatief veel geld uit aan jeugdzorg. Ook de publieksdienstverlening blijft op het huidige peil en we bezuinigen iets minder op onderhoud om ook zo goed mogelijk de meldingen van bewoners over de openbare ruimte goed op te kunnen pakken. Dat heeft onder andere ook gevolgen voor de ambtelijke capaciteit. Met dit scenario proberen we ook te tonen dat indien de inkomsten iets worden verhoogd, er keuzeruimte ontstaat waar de focus wordt gelegd op de andere bouwstenen. Het is ook mogelijk om een ander aandachtsgebied te kiezen, bijvoorbeeld de dienstverlening of de toekomstige gemeente. Vervolg richting de begroting Het advies van de VNG is om ombuigingen voor te bereiden maar deze nog niet door te voeren. Daarvoor zijn er nog te veel financiële ontwikkelingen, en is het nodig om de consequenties van de verschillende keuzes of zoekrichtingen verder uit te werken. Het is nog geenszins een zekerheid dat de maatregelen die hier zijn opgenomen ook daadwerkelijk worden doorgevoerd.
De bovenstaande scenario’s zijn voor nu een eerste handvat dat bedoeld is om perspectief te geven over de toekomst van onze gemeente en te voorzien om daarover het onderlinge gesprek te voeren. Wel laat het zien dat het merkbare en voelbare gevolgen zal hebben in onze gemeente. Het is nodig om daarin accenten te leggen en te zoeken waarvoor we als gemeente blijven staan en welke keuzes daarbij horen. Deze voorjaarsnota is het startschot van dat gesprek. Vanzelfsprekend houden wij u de komende periode op de hoogte van de ontwikkelingen vanuit het Rijk. Zodra er meer bekend is over de meicirculaire informeren we u over de gevolgen voor de begroting en de toekomstscenario’s. Na het 38
zomerreces organiseren we met u een aantal werkbijeenkomsten waarin we de toekomstscenario’s en de onderliggende maatregelen verder met elkaar bespreken. Totdat de gewenste duidelijkheid er is vanuit het Rijk is een besluit over precies die scenario’s nog niet aan de orde.
39
Bijlage II Risico's en onzekerheden In de Jaarstukken 2023 treft u -in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing- een integrale risicoparagraaf aan. De solvabiliteit blijft met name door voorschotten van Rijk op specifieke uitkeringen op niveau ten opzichte van vorig jaar. Het perspectief is dat deze door benutting van de voorschotten en door grote investeringen de komende jaren gaat dalen. De Voorjaarsnota is opgesteld in een roerige tijd met veel risico’s en onzekerheden. Op de belangrijkste zaken gaan we onderstaand puntsgewijs in. • De voorgenomen korting van het Gemeentefonds vanaf 2026 hangt de gemeenten nog steeds boven het hoofd. De besprekingen voor een nieuwe regering zijn nog niet zodanig gevorderd dat hier al een andere inzichten over zijn. • Vanaf 2026 heeft het Rijk de gebruikelijke wijze van groei en krimp van het gemeentefonds (trapop, trap-af) uitgezet. In de meicirculaire 2023 is aangekondigd dat vanaf 2027 het gemeentefonds weer kan groeien (of krimpen) op basis van het BBP (Bruto Binnenlands Product). De reden die het Rijk voor de nieuwe systematiek aangeeft, is dat ze duidelijker meerjarig willen ramen met minder onvoorspelbare fluctuaties. Dit heeft echter ook gevolgen voor de financiële positie van gemeenten.
Doordat de vraag naar zorg en daarmee de kosten van de zorg sneller stijgen dan het BBP, neemt de omvang van de uitkering van het gemeentefonds niet even snel toe als de gemeentelijke kosten. Dat zet de begroting daarmee onder druk. Het Rijk heeft voor 2026 wel een incidentele bijdrage aan het gemeentefonds toegekend, maar daar geen groei aan toegerekend. Het Rijk slaat dus een jaar over in de systematiek wat een langjarig effect heeft. Dit effect is nu al te zien. • De jeugdzorg kosten zijn tot op heden niet beheersbaar gebleken en laten een veel hoger groeipercentage zien dan de rest van de begroting. Het gevolg is dat de begroting inmiddels negatiever is dan de korting die het Rijk vanaf 2026 wil doorvoeren op de algemene uitkering. • Het risico bestaat dat door de dubbele vergrijzing (steeds meer mensen worden oud en oude mensen worden steeds ouder) de groep ouderen in omvang toeneemt. De vraag naar maatschappelijke ondersteuning , wat een beroep legt op mantelzorgers, vrijwilligers en de gemeente. Wat de effecten daarvan zijn, ook in relatie tot ontwikkelingen op het gebied van de eigen bijdrage, zijn nog niet in inzichtelijk. • De ruimte in de stelpost loon-prijsontwikkeling (LPO) is op. In de meicirculaire moeten er dan ook middelen bijkomen om komende prijsstijgingen in salarissen, investeringen, gemeenschappelijke regelingen en subsidiepartners op te vangen.
De meicirculaire kan hier naar verwachting voor een deel in voorzien, maar of alle prijsverhogingen van dekking kunnen worden voorzien is hoogst onzeker. • We zien we dat de rente op de kapitaalmarkt iets stijgt, waardoor het aantrekken van kapitaal duurder wordt. Veel zal afhangen van de verdere ontwikkeling van de inflatie. Als de Europese Centrale Bank (ECB) op enig moment concludeert dat verdere renteverhogingen nodig zijn om de inflatie af te remmen, kan dit naar de toekomst voor extra financiële opgaven leiden. • De gemeente staat in de woningbouwontwikkeling voor uitdagende vraagstukken. Met name de binnenstedelijke ontwikkelingen zoals Wheermolen Oost en het Waterlandkwartier zijn kostbaar. 40
We verwachten een vergelijkbaar beeld voor gebiedsontwikkeling De Koog. Tegelijkertijd hebben we op korte termijn minder middelen beschikbaar, omdat er minder gronden worden uitgegeven op de Baanstee Noord door de stroomproblematiek. • We zien uitdagingen op de arbeidsmarkt, waardoor onze organisatie zo nu en dan kwetsbaar is. Zeker op schaarse specialismen die cruciaal zijn voor de ontwikkelingen. Het zijn functies die in Nederland heel moeilijk te vervullen zijn, zelfs op de inhuurmarkt. Naast de risico’s zijn er ook kansen. In de afgelopen periode zijn er op veel dossiers subsidies binnengehaald. We blijven actief en alert op subsidiemogelijkheden. Met de Investeringsagenda hebben we een instrument en middelen om ook de vaak benodigde cofinanciering richting de partners aan te tonen. Ook zijn we succesvol in kostenverhaal waardoor ontwikkelaars meebetalen aan nieuwe voorzieningen, die nodig zijn voor de groei van de gemeente, zoals de nieuwe parkeergarage, aanpassingen op het van mobiliteit en de versterking van de parken.
41
Bijlage III Kaders en uitgangspunten Algemene kaders en uitgangspunten • De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de cao. De nieuwe cao loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. De gemiddelde stijging van de loonsom komt uit op 5,08 % voor 2024. Het werkgeversdeel van de pensioenpremie is per 1 januari 2024 verlaagd met 0,63%. De uitwerking van de cao inclusief de pensioenpremies valt hoger uit dan was begroot voor 2024. In de loonkostenbegroting 2024 was rekening gehouden met een stijging van 3% voor cao en werkgeverspremies. Het tekort in de begroting komt uit op 1,45%. Het financiële effect van de ophoging is meegenomen in deze Voorjaarsnota. Voor de begroting wordt voor de jaren na 2024 vooralsnog een indexatie aangehouden van 3% per jaar voor loonsverhogingen en (pensioen-)premies. • De personeelsformatie is gebaseerd op de situatie per 1 april 2024, inclusief besluitvorming Voorjaarsnota 2024. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 10. • De domeinen geven per team aan hoe de personeelskosten moeten worden verdeeld over de programma's en beleidsvelden (procentuele verdeling), tenzij er sprake is van tijdschrijven. Een belangrijk onderscheid hierbij is de verdeling tussen overhead- en lijnfuncties. De overheadkosten worden uitgedrukt in een percentage van de loonsom van de lijnafdelingen.
Dit percentage wordt gehanteerd bij de toerekening van overheadkosten aan investeringen, grondexploitaties en projecten (anterieure overeenkomsten) en kostendekkende lokale heffingen. Aan producten waar de buitendienst voornamelijk aan werkt (riool, afval) is de overheadopslag 51%. Voor de overige leges is de overheadopslag 62%. Dit percentage wordt herijkt bij de begroting 2025 (volgens de methode van de programmabegroting 2024). • Voor de subsidies houden we rekening met een jaarlijkse indexatieverhoging van 2,5%. Voor 2024 vindt er aanvulling plaats van 1,24% op de subsidieruimte van 2,50%. Indien instellingen zelf een hogere cao-ontwikkeling hebben, volgt er geen aanvullende compensatie. De jaarlijkse indexatieverhoging wordt toegepast bij de verleningsbeschikking voor de subsidie. • De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan de gemeente worden geleverd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. In afwijking van de CBS-indexering gaan we uit van een jaarlijkse groei van 1,50%. Hiermee onderstrepen we de blijvende inzet om goedkoper en met een hogere kwaliteit in te kopen. In de budgetten is de groei niet functioneel verwerkt. In het geval van excessieve stijgingen kan met onderbouwing aanspraak worden gemaakt op de collectieve stelpost.
In deze Voorjaarsnota is ruim aanspraak gemaakt op deze collectieve stelpost voor de huidige stijgingen van de kosten. Bij de uitwerking van de begroting 2025 wordt een herberekening gemaakt om de collectieve stelpost weer aan te vullen om de prijs- en loonstijgingen voor de komende jaren mee te dekken. • Voor de leges, afvalstoffen- en rioolheffing geldt het criterium van 100% kostendekkendheid. Dit betekent enerzijds dat er niet meer mag worden geheven dan de begrote kosten die 42
gedekt worden met de heffing, en anderzijds dat kostenstijgingen, bijvoorbeeld als gevolg van cao-ontwikkelingen, in deze tarieven worden doorberekend. De hoogte van deze tarieven zijn onder meer afhankelijk van de tijdsbesteding en de kosten van overhead. De opbrengsten worden gebruikt om de kwaliteit van de activiteit te waarborgen en om personeels-, huisvestingsen materiaalkosten te dekken. Van een aantal tarieven wordt het maximaal te heffen bedrag vastgesteld door de Rijksoverheid, zoals de tarieven voor reisdocumenten, het rijbewijs en de tarieven voor aktes uit de registers van de burgerlijke stand. • De OZB, RZB en de overige heffingen (precario-, toeristen-, honden-, en parkeerbelasting en marktgelden) stijgen jaarlijks nominaal met de consumentenprijsindex (CPI) zoals gepubliceerd door het CBS in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting. Voor 2024 bedraagt de indexering 3,2% (CPI januari 2024). In de meerjarenraming gaan we voor de jaren na 2025 uit van 1,50%. Dit passen we bij de volgende Voorjaarsnota aan op basis van de CPI van januari 2025. Door areaaluitbreiding (verbouw woningen en niet-woningen) verhogen wij jaarlijks de opbrengst OZB. Bij een algehele waardedaling c.q. waardestijging van de onroerende zaken verhogen dan wel verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren.
• Als gevolg van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt is het renteomslagpercentage van 1,25% in de Voorjaarsnota aangehouden. Dit percentage gebruiken we ook als uitgangspunt voor de berekening van de lasten van (toekomstige) investeringen. Voor de doorberekening van rente aan Bouwgronden in Exploitatie (BIE's) is de toegestane toe te rekenen rente gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Vanaf 2025 wordt de doorberekening van rente aan Bouwgronden in Exploitatie (BIE's) gebaseerd op de renteomslag. Conform de notitie rente hoeven er geen afzonderlijke rentepercentages gebruikt te worden voor de grondexploitaties. De renteomslag wordt voor de begroting 2025-2028 herberekend conform de bepalingen, zoals opgenomen in de financiële verordening en de notitie rente van de commissie BBV. De verwachting is dat dit percentage stijgt. • De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we een afschrijvingstermijn conform de financiële verordening. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen beneden € 50.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto's die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
• Voor verbonden partijen gaan we uit van dezelfde financiële uitgangspunten als voor de eigen begroting. De budgetten worden dus ook geïndexeerd. Het betreft de Veiligheidsregio, de Metropoolregio Amsterdam, de GGD, Werkom, Omgevingsdienst IJmond, het Waterlands Archief en het recreatieschap Twiske-Waterland. De meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen hebben we verwerkt zoals aangegeven in de zienswijze die door de raad is vastgesteld. Mogelijke financiële effecten uit de zienswijze(n) worden verwerkt via de begrotingsruimte. • Voor de post onvoorzien ramen wij conform de bestendige gedragslijn een jaarlijks bedrag van € 50.000. Dit budget wordt alleen gebruikt om onvoorziene, onuitstelbare en onontkoombare uitgaven op te vangen. Als wij hier een beroep op moeten doen, dan informeren wij de raad hierover bij de Voor- en Najaarsnota en/of het jaarverslag.
43
Samenvatting uitgangspunten 2025-2028 Loonontwikkeling 2024 Loonontwikkeling 2025-2028 Prijs-/inflatieontwikkeling Prijsindexatie jeugd/Wmo 2024 Prijsindexatie jeugd/Wmo 2025-2028 Omslagrente 2024 Omslagrente en rente voor grondexploitaties 2025-2028 Subsidies gesubsidieerde instellingen 2024 Subsidies gesubsidieerde instellingen 2025-2028 Leges, afvalstoffen- en rioolheffing (100% kostendekkend) Gemeentelijke belastingen en overige heffingen 2025 (CBS-CPI januari 2024) Gemeentelijke belastingen en overige heffingen 2026-2028
44
5,17% 3,00% 1,50% 6,49% 4,00% 1,25% n.t.b. 3,74% 2,50% n.t.b. 3,20% 1,50%
Bijlage IV Budgetneutraal In deze bijlage worden de budgetneutrale mutaties verwerkt en toegelicht per programma. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Krediet
2024
2025
2026
2027
2028
I/S
Formatieuitbreiding i.v.m. reisdocumentenpiek
-11
-22
-23
-24
-24
I
Dekking reisdocumentenpiek vanuit leges burgerzaken
11
22
23
24
24
I
-
-162
-161
-159
-157
S
-
162
161
159
157
S
-140
-50
-57
-43
-43
S
-
-
-79
-78
-77
S
-
-
79
78
77
S
Actualisering parkeerexploitatie (via reserve parkeren)
132
135
139
139
139
S
Formatieuitbreiding parkeerregisseur (via reserve parkeren)
-49
-101
-104
-107
-111
S
-
-59
-59
-58
-58
S
Dekking kapitaallasten kredieten uit rioolheffing
-
59
59
58
58
S
Verschuiven budget onderzoek Flora en Fauna naar 2025 en opnemen 2028 (via reserve gronden)
-
-380
380
-
-380
I
Programma 1 Publieksdiensten
Programma 2 Samenleving Aanvullend krediet verbouwing P3 tot integraal muziekcentrum (raadsbesluit 15903710)
2.250
Dekking exploiatiebudget kunst en cultuur Programma 3 Wonen Actualisering exploitatie tijdelijke woningen (via reserve woonvisie) Programma 4 Milieu Vervanging toegangssystemen ondergrondse afvalcontainers
372
Dekking toegangssystemen uit afvalstoffenheffing Programma 5 Bereikbaarheid
Programma 6 Openbare ruimte Actualisatie kredieten riolering (GRP 2018-2023)
1.708
Formatieuitbreiding werf en groen en groenbeheer (tractiemiddelen) (via reserve IOR)
180
-74
-177
-181
-184
-188
S
Fietspad Middenweg/Rijperweg
500
-
-31
-31
-31
-32
S
-
31
31
31
32
S
Uitvoering omgevingsplan (via reserve omgevingsplan)
-200
-200
-200
-200
-200
I
Rijksbijdragen invoering omgevingswet (2024 en 2025, via reserve omgevingsplan)
305
349
-
-
-
I
Formatieuitbreiding met adviseur omgevingswet
-
-132
-136
-140
-144
S
Dekking formatieuitbreiding uit leges Omgevingswet
-
132
136
140
144
S
Dekking fietspaden uit bijdrage bovenwijkse infra De Beemster Compagnie Programma 7 Ruimtelijke ordening
45
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Krediet
2024
2025
2026
2027
2028
I/S
Formatieuitbreiding diverse ruimtelijke projecten, gebiedsontwikkeling en onderhoudsniveau
-143
-371
-383
-394
-405
S
Dekking formatieuitbreiding door tijdschrijven op investeringskredieten en projecten
143
371
383
394
405
S
Formatieuitbreiding vastgoed
-362
-373
-384
-395
-406
S
Dekking formatieuitbreiding vastgoed door verlaging storting voorziening onderhoud
362
373
384
395
406
S
Formatieuitbreiding verzuimcoördinator
-30
-62
-64
-66
-68
S
Dekking uit stelpost frictiekosten
30
62
64
66
68
S
Reserve omgevingplan (toevoeging en onttrekking)
-105
-149
200
200
200
I
Reserve woonvisie (onttrekking)
140
50
57
43
43
I
Reserve parkeren (toevoeging)
-83
-34
-35
-32
-28
I
Overzicht Overhead
Resultaatbestemming
Programma 1 Publieksdiensten Reisdocumentenpiek (formatie 0,3 fte) In 2014 is de ‘reisdocumentendip’ begonnen. Vanaf dat moment werden de documenten voor personen vanaf 18 jaar geldig voor een periode van 10 jaar, in plaats van 5 jaar. Per 2024 is de dip voorbij en de prognoses laten een groei zien van het aantal aan te vragen documenten. Deze groei is een combinatie van factoren, waaronder het einde van de dip, de groei van het aantal inwoners en de ontwikkeling in leeftijd. De toename in aantallen betekent een groei in het werk, daarmee is meer bezetting nodig. Deze formatie uitbreiding (0,3 fte) kan worden gedekt uit de hogere leges opbrengsten van de reisdocumenten in de jaren 2024 tot en met 2028.
Programma 2 Samenleving Verbouwing P3 (krediet € 2.250.000) In 2022 is besloten om het ontwerp en de verbouwing aan te gaan van het pand. Sindsdien is er in gezamenlijkheid met de culturele gebruikers van het pand een nieuw ontwerp gemaakt voor de verbouwing waarin ook onderhoud en een duurzaam gebruik van het pand is meegenomen. Dit ontwerp is de afgelopen maanden door externe adviseurs getoetst op bouwkundige haalbaarheid, akoestiek, installaties en brandveiligheid. Op basis van het ontwerp is vervolgens een kostenraming gemaakt. Hieruit blijkt dat de totale verbouwkosten inmiddels aanzienlijk hoger zijn. Dit komt door bouwkostenstijgingen, kosten die noodzakelijk zijn voor de aanpassing van het binnenklimaat en de integratie van gepland meerjaren onderhoud in de verbouwing. De raad heeft reeds besloten om een aanvullend investeringskrediet van € 2.225.000 beschikbaar te stellen om het integrale muziekcentrum te realiseren conform voorliggend definitief ontwerp. De kapitaallasten kunnen gedekt worden binnen de bestaande budgetten.
46
Programma 3 Wonen Actualisering exploitatie tijdelijke woningen De business case tijdelijke woningen is aangepast aan de resultaten van de jaarrekening. Dit leidt tot een nadeel op jaarbasis. Dit nadeel wordt verrekend met de reserve Woonvisie.
Programma 4 Milieu Vervanging toegangssystemen ondergrondse afvalcontainers (krediet € 372.000) De huidige in gebruik zijnde toegangssystemen van de ondergrondse restafvalcontainers werken op 2G dataoverdracht. Dit 2G dataoverdrachtssysteem wordt eind 2025 niet langer ondersteund door de providers. Om in 2026 nog werkende toegangssystemen te hebben is een upgrade van de systemen naar 5G noodzakelijk. Er zijn op dit moment 304 toegangssystemen in gebruik en de kosten voor vervanging/upgrade bedragen € 995 per systeem. Dekking voor de vervanging/upgrade komt uit de afvalstoffenheffing.
Programma 5 Bereikbaarheid Actualisering parkeerexploitatie en uitbreiding capaciteit betaald parkeren (formatie 1 fte) De parkeerexploitatie is aangepast aan de resultaten van de jaarrekening. Dit leidt tot een voordeel op jaarbasis. Dit voordeel wordt verrekend met de reserve parkeren. Daarnaast zien we als gevolg van de groei van de stad een veelheid aan parkeervraagstukken. Voorbeelden van grote dossiers zijn het recent in gebruik nemen van de parkeergarage Stadhuisplein, de voorbereiding van de mobiliteitshub Beatrixplein, de voorgenomen ontwikkeling van de Schapenmarkt en het uitbreiden van het betaald parkeren in de gebieden Waterlandkwartier en de Bloemenbuurt. Dit legt een groter beslag op de beschikbare capaciteit. In de huidige begroting is 1 parkeerregisseur doorgerekend aan de parkeerexploitatie. Om ook invulling te geven aan onder andere nieuwe parkeerproducten en het up-to-date houden van de parkeerregelgeving, is uitbreiding van de formatie nodig (1 fte). De kosten van deze formatie-uitbreiding worden gedekt binnen de reserve parkeren.
Programma 6 Beheer openbare ruimte Actualisatie kredieten riolering (GRP 2028-2023) De afgelopen tijd zijn stevige prijsverhogingen en oplopende levertijden opgetreden bij de rioolwerken. Om de kredieten op niveau te brengen wordt voor de volgende onderdelen aanvullend krediet gevraagd (afschrijvingstermijn 45 jaar):
47
Omschrijving krediet (bedragen x € 1.000)
Bedrag
Jaar van investering
Westerhem, koppelingen
70
2024
Hugo de Grootstraat, indexering
30
2024
G. Hoogstratenlaan, indexering
78
2024
Woonboten Oostdijk, aanleg voorbereiding
50
2024
Wouter Sluislaan, scopewijziging
407
2024
Overwhere Noord, aanleg voorbereiding
250
2024
Hazenpolder, nader onderzocht geen noodzaak
-200
2024
Wheermolen Oost, indexatie
142
2024
Overwhere Zuid, indexatie
381
2024
Van IJsendijkstraat, indexatie
50
2024
Gemalen, scopewijziging
450
2024
Totaal krediet
1.708
De dekking van de kapitaallasten komt uit de rioolheffing. Verschuiven budgetonderzoek Flora en Fauna naar 2025 Om aan wet- en regelgeving te kunnen voldoen op het gebied van flora en fauna doet de gemeente elke 3 jaar een gemeentebreed ecologisch onderzoek. De resultaten hiervan dienen als onderbouwing voor elk bouwplan in de gemeente. Deze methode is vele malen efficiënter en goedkoper dan bij elk bouwplan een onderzoek uitvoeren. De kosten voor dit onderzoek dienen elke 3 jaar in de begroting te worden opgenomen, waarbij de kosten worden gedekt uit de reserve gronden. Het voorstel is het budget van 2026 een jaar naar voren te schuiven (2025) en voor 2028 voor dit onderzoek budget op te nemen. Formatie-uitbreiding werf en groen en exploitatie- en kredietbudget tractie (formatie 2 fte, krediet € 180.000) Er is behoefte om materialen grootschaliger over te slaan en op te slaan om deze her te gebruiken. Om te zorgen voor een opgeruimde en overzichtelijke werf/locatie, een sluitende voorraad (ontvangst en uitgifte) voor de materialen in de openbare ruimte, dus bestratingsmateriaal en straatmeubilair, periodieke tellingen (4-ogen principe) zijn wij op zoek naar een werfbeheerder (1 fte). Bij de huidige samenstelling van de bomenploeg is er een formatietekort om 2 volwaardige ploegen te vormen. Hierdoor halen wij niet het meeste rendement uit de ploeg.
Om dit mogelijk te maken is formatieuitbreiding (1 fte) nodig waardoor we ook minder gaan uitbesteden. Daarnaast zien we bij groenbeheer een uitbreiding in het areaal (o.a. de Keyser, de Nieuwe Tuinderij) waardoor er een tekort aan tractiemiddelen ontstaat. We vragen het huidige wagenpark uit te breiden met 2 Fiat Ducato's en een bladmulcher. In totaliteit gaat het om een investering van € 180.000. Dit leidt tot extra kapitaallasten van € 25.000 (vanaf 2025). De dekking voor hiervoor genoemde kosten komt uit de reserve IBOR.
48
Fietspad Middenweg/Rijperweg (krediet € 500.000) In de Najaarsnota 2023 is een bedrag van € 1,73 miljoen toegevoegd aan de reserve IOR vanwege een ontvangen bijdrage voor bovenwijkse kosten voor onder andere wegen en openbare ruimte van De Beemster Compagnie. Dit is de bijdrage voor De Keyser deelplan 1 tot en met 9 exclusief deelplan 6B (wordt later gefactureerd). In deze Voorjaarsnota worden kredieten gevraagd om de kapitaallasten van deze eerste investeringen ten laste van deze middelen te brengen: 1. Fietspad Middenweg Zuidzijde (ten westen van De Keyser; € 170.000): verhogen bestaand krediet om aanleg van een fietspad van beton mogelijk te maken als oplossing voor het structurele probleem van boomwortelopdruk. 2. Rijbaan Middenweg Zuidzijde (€ 80.000): opknappen rijbaan en verhogen verkeersveiligheid door het plateau van kleur aan te passen. 3. Rijbaan Rijperweg Oostzijde (ten noorden van De Keyser; € 250.000); opknappen van de rijbaan omdat deze door de werkzaamheden van De Keyser schade heeft opgelopen.
Programma 7 Ruimtelijke ordening Uitvoering omgevingsplan Het omgevingsplan vervangt vanaf 2024 het geldende bestemmingsplan en de beheersverordening uit de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van de implementatie van de Omgevingswet werken we aan de transitie richting het definitieve omgevingsplan. We hebben daarvoor minimaal tot en met 2031 de tijd. We zijn van plan om jaarlijks 2 wijzigingen op te pakken om bestaande bestemmingsplannen om te zetten naar het omgevingsplan. De omgevingsplanwijzigingen worden per gebiedstype opgestart. Voor het omgevingsplan wordt Purmerend onderverdeeld in de gebiedstypes woongebied, centrum, buitengebied en bedrijventerreinen. Daarnaast zijn omgevingsplanwijzigingen nodig voor grote gebiedsontwikkelingen zoals De Koog en Oostflank. Als laatste wijziging worden de gemeentelijke verordeningen met regels over de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan opgenomen. Met deze planning zijn we in 2028 klaar met de opbouw van het omgevingsplan. Om tot een definitief omgevingsplan te komen is in totaal een budget van € 1.000.000 nodig voor externe advies- en onderzoekskosten ten behoeve van de planwijzigingen. De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet.
In 2023 is er een bedrag van € 445.746 beschikbaar gesteld in de decembercirculaire 2023 voor de invoeringskosten van Omgevingswet. Met deze uitkering kan de gemeente Purmerend in de transitie zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld is, en voldoet aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Daarnaast staat er nog een bedrag gereserveerd bij het Rijk als aanvullende post van in totaal ruim € 151 miljoen voor de jaren 2024 en 2025. Het aandeel voor Purmerend is hierin € 654.254. Voor het niet bestede bedrag in 2023 wordt in de jaarrekening 2023 voorgesteld om bij resultaatbestemming het bedrag van € 345.746 te storten in de nieuw in te stellen reserve omgevingsplan. In deze Voorjaarsnota worden de verwachte implementatiebedragen van € 654.254 eveneens geraamd ten gunste van de reserve omgevingsplan. Het saldo van deze reserve bedraagt dan € 1.000.000, die de komende 5 jaar wordt ingezet voor bestedingen aan de wijzigingen van het omgevingsplan (onttrekking jaarlijks € 200.000). De verwachting is dat deze reserve eind 2028 nihil is en kan worden opgeheven.