CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

b.-concept-woonzorgvisie-purmerend-2025-2030

Commissie Maatschappelijk 4 december 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Concept Woon(zorg)visie 2025-2030 (inclusief uitvoeringsprogramma)19.308 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2.3 Doelen In 2040 beschikt Purmerend over voldoende geclusterde woonvormen, die het zelfstandig wonen voor ouderen en kwetsbare inwoners (langer) mogelijk maken. Naast geclusterde woonvormen in de sociale huur zetten we voor ouderen ook in op middel - en dure huur en koopwoningen, met comfort, veiligheid en mogelijkheden tot en nabijheid van voorzieningen. Bij toewijzing van woningen aan inwoners waarvan we inschatten dat zij over onvoldoende woonvaardigheden beschikken zetten we preventief en direct passende ondersteuning in om overlast en escalatie van problematiek te voorkomen.

33

Onze inwoners voelen zich betrokken bij het behoud van een leefbare buurt en worden in buurten waar dat minder vanzelfsprekend is, hierin ondersteund door lokale netwerken (waarin bijvoorbeeld het meldpunt advies en bijzondere zorg van de GGD). Hoewel het op buurtniveau kan verschillen, kan over het algemeen gezegd worden dat de cultuur in Purmerend er niet naar is om snel aan de bel te trekken. Deze cultuur maakt dat er een sterk en breed netwerk moet zijn om (oplopende) problemen vroegtijdig op te sporen. We maken hiervoor gebruik van professionals die actief zijn in de wijken en dorpen, waardoor zij makkelijk aanspreekbaar zijn voor inwoners. Zij ontvangen vroegtijdig signalen en stellen het informele systeem rondom een persoon in staat hun zor gen te uiten. Gezamenlijk met alle betrokken professionals wordt (lokaal) gestreefd naar verbetering van de werkwijze en samenwerking.

5.3 Ambities Dit toekomstbeeld vertalen we in de volgende ambities: •

•

Ambitie 3: We stimuleren zelfredzaamheid en waar nodig ondersteunen we onze inwoners op het gebied van welzijn en zorg zodat ze (langer) zelfstandig thuis kunnen wonen Ambitie 4: We bevorderen passend wonen voor de verschillende aandachtsgroepen, waarbij we extra aandacht hebben voor kwetsbare inwoners.

5.4 Wat is daarvoor nodig? We bouwen een fijnmazig netwerk van ondersteuning om (langer) zelfstandig wonen mogelijk te maken. 20. Zowel in de bestaande wijken als in de nieuwbouw onderzoeken we de mogelijkhe id om in samenwerking met andere partijen (tussen)vormen van wonen met zorg en zelfstandig wonen toe te voegen. 21. We investeren in een brede basis van welzijn (ontmoeting en laagdrempelige hulp) in alle wijken en dorpen en in het bijzonder in de buurt van clusteringen van inwoners die ondersteuning nodig hebben. Dit doen we vooral door wat er al is aan eigen initiatieven van buurtbewoners en de activiteiten van andere welz ijns- en zorgaanbieders te versterken (bijvoorbeeld door samen gebruik te maken van een ruimte). We maken locaties voor ontmoeting en laagdremplige hulp bekend, herkenbaar (door bijvoorbeeld naamgeving of uiterlijk) en aantrekkelijk (door bijvoorbeld in een winkelcentrum of sportaccomdatie gevestigd te zijn of de aanwezigheid van een voorziening zoals een geldautomaat of een buurtkoelkast of weggeefwinkel). Bij gezamenlijk gebruik van ruimten hebben we aandacht voor combinatie van gebruikers en goed beheer. 22. We stimuleren en faciliteren zorg- en welzijnaanbieders om steunpunten te creëren waarvanuit efficiënter zorg wordt geleverd aan bewoners met een indicatie en

34

welzijn voor kwetsbare bewoners zonder indicatie. Hierdoor pakken we niet alleen capaciteittekort in de zorg aan, maar bevorderen we ook de ketenaanpak (zorg- en hulpverleners werken goed samen rondom één inwoner) en maken we ondersteuning toegankelijk voor een groter aantal mensen. 23. We zoeken actief en creatief naar middelen om de nieuwe geclusterde woonvormen en het benodigde welzijnsnetwerk te kunnen realiseren en continueren. Dit doen we uiteraard door samenwerking met zorgaanbieders en corporaties (o.m. in het genoemde Platform) maar ook door subsidies (IZA, GALA en rijkssubsidies) te benutten en te zoeken naar structurele middelen om de continuïteit te waarborgen. 24. Specifiek voor de doelgroep ouderen werken we samen met woningcorporaties om nieuwe en bestaande wooncomplexen zo aan te passen zodat zij er langer zelfstandig kunnen wonen. Denk aan woningaanpassingen, maar ook aan ontmoetingsruimten en op sommige plekken een zorgsteunpunt voor het leveren van intensieve zorg. 25. Specifiek voor mensen met zorgwekkend gedrag zetten we preventief in op zorgvuldige woningtoewijzing. We maken werkafspraken met corporaties en zorgaanbieders over inzet begeleiding en/of een training in woonvaardigheden. Als er toch zorg of overlast bestaat wordt de Waakvlam ingezet of kan een andere woonplek voor de overlast gevende inwoner worden gezocht.

We blijven inzetten op voldoende en passende huisvesting voor inwoners met zorgwekkend gedrag. Zoals eerder beschreven zijn er inwoners die zorgwekkend gedrag vertonen. Dit kan zorg en overlast bij omwonenden veroorzaken. Het gaat hierbij onder andere om zorgmijders of om mensen die nog niet in beeld zijn bij hulpverlening. 26. We vergroten de bekendheid van het lokale meldpunt advies en bijzondere zorg, het aanbod van de Waakvlam en de wijkteams en het landelijke meldpunt zorgwekkend gedrag, met als doel inwoners die zorg of ondersteuning nodig hebben eerder te kunnen begeleiden naar de juiste zorg. 27. We werken samen met de woningcorporaties en wijkteams aan het tijdig signaleren van zorgwekkend gedrag en het inschakelen van de juiste hulp. 28. We realiseren een woon-zorgvoorziening voor mensen met zorgwekkend gedrag die tijdelijk niet in staat om zelfstandig te wonen. Zij ontvangen hier intensieve zorg en begeleiding en kunnen mogelijk op termijn zorgvuldig terug geleid worden naar zelfstandig wonen (met zorg of ondersteuning). 29. We realiseren (in en samen met de regio Zaanstreek Waterland) een voorziening voor mensen die het ook met intensieve begeleiding niet lukt om zelfstandig te wonen. Vaak gaat het hier om mensen waar ook verslavingsproblematiek een rol speelt en waarbij de zorg niet meer gericht is op herstel.

Voor hen is vooral een ru stige, veilige plek om te wonen van belang. Daarnaast onderzoeken we in de regio de behoefte

35

aan een woonvorm voor mensen met (latent) zorgwekkend gedrag die blijvend toezicht en structuur maar geen behandeling of zorg nodig hebben.

We blijven inzetten op voldoende en passende huisvesting voor urgenten en aandachtsgroepen. 30. Met de regiogemeenten maken we afspraken over een ‘fair share’, in het kader van het Rijksprogramma Huisvesting aandachtsgroepen en de aankomende nieuwe wetgeving worden de aandachtsgroepen gelijkermatiger verdeeld over regiogemeenten verdeeld. Een deel zal waarschijnlijk in wetgeving worden opgelegd en een ander deel is met elkaar nader overeen te komen door het maken van afspraken.

36

Aandachtsgroepen Hierna worden de verschillende aandachtsgroepen en hun woon - en eventuele ondersteuningsbehoefte en de opgaven die hieruit voortvloeien benoemd. Uitstromers uit een instelling of intramurale voorziening Dit betreft mensen die uitstromen uit intramurale voorzieningen of instelling: maatschappelijke opvang, beschermd wonen, jeugdzorg, ggz-domein, penitentiaire inrichting, tbs-instelling of overige klinische forensische zorg naar een zelfstandige woning. 31. We maken nieuwe afspraken met de woningcorporaties over het aantal woningen dat jaarlijks beschikbaar komt voor uitstroom uit instellingen. Uitgangspunt blijft dat we maximaal 33% van de vrijkomende sociale huurwoningen inzetten voor urgente doelgroepen (zie ook opgave 17). 32. We maken werkafspraken met corporaties over toewijzing van woningen (in welk complex of buurt). 33. We maken afspraken met corporaties en zorgaanbieders over de begeleiding die de zorgaanbieder biedt, het type contract (zoals het zogenaamde omklapcontract waarbij de woning eerst een periode op naam van de zorgaanbieder staat alvorens deze wordt “omgeklapt” naar een contact op naam van de bewoner) en het aanspreekpunt voor signalen van zorg.We hebben specifiek voor jongeren die uitstromen uit instellingen voor Jeugdzorg aandacht voor op hen toegesneden begeleiding.

Mensen met een sociale en/of medische urgentie Dit betreft mensen die om sociale en/of medische redenen dringend op zoek zijn naar een andere woning en daarom voorrang krijgen. 34. In de huisvestingsverordening leggen we afspraken vast over het verlenen van urgentie. Inwoners met een sociale en/of medische urgentie zijn daar onderdeel van. Hoewel bij deze mensen vaak sprake is van diverse problematiek (schulden, taalproblemen, gezondheidsproblemen, etc.) hebben zij meestal geen intensieve zorg of begeleiding bij woonvaardigheden nodig. Mantelzorgverleners- en ontvangers Mantelzorgers die intensief zorg verlenen hebben naast ondersteuning (die we bieden in de vorm van respijtzorg) soms ook behoefte aan wonen in de nabijheid van de persoon (personen) waarvoor zij zorgen. Hiervoor is een urgentiecategorie in de huisvestingsverordening opgenomen. 35. We onderzoeken daarom de mogelijkheden voor het toevoegen van woningtypen die mantelzorg vergemakkelijken: kang0eroe-, mantelzorg- stolp- of meergeneratiewoningen. Indien nodig dan kan de mantelzorger in aanmerking komen voor een urgentie.

37

Statushouders Statushouders zijn mensen die een verblijfsvergunning hebben en hun leven in Nederland gaan opbouwen. Veel statushouders hebben behoefte aan ondersteuning bij woonvaardigheden en deelnemen aan de samenleving. 36. We geven uitvoering aan de taakstelling en hebben hierin (anders dan veel andere gemeenten) geen grote achterstanden. Doordat bewoners door taal en culturele verschillen vaak minder sociale cohesie ervaren, zetten we in op een betere spreiding van statushouders over de verschillende wijken en dorpen. Door de huidige concentratie van sociale huurwoningen, blijft dit een uitdaging. We sturen voor de lange termijn daarom tevens op een betere spreiding van sociale huurwoningen over alle wijken en dorpen. Dak- en thuisloze mensen 37. We blijven inzetten op het voorkomen van dak- en thuisloosheid. We geven uitvoering aan het actieplan: Regiovisie Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang. In deze Regiovisie is onder andere de uitvoering BW/MO inclusief de in- en uitstroommogelijkheden opgenomen. Dit betekent ook dat we dat we kijken naar mogelijkheden voor uitbreiding van de nachtopvang en maatschappelijke opvang. 38. We zetten in op Housing First. In deze werkwijze komen mensen niet in de maatschappelijke opvang terecht maar komen ze direct in een zelfstandige woning. Deze werkwijze is bewezen effectiever in de hulp aan daklozen.

Hiervoor werken we samen met de zorgaanbieders en woningcorporaties. 39. De succesvolle samenwerking met de woningcorporaties om huisuitzettingen te voorkomen zetten we voort. Vroegsignalering van schulden (tijdig melden van schulden door bijvoorbeeld zorgverzekeraar of corporatie bij de gemeente zodat hulp kan worden ingezet en erger kan worden voorkomen) is hier een onderdeel van.

Studenten Studenten zijn een nieuwe aandachtsgroep, zeker ook voor onze gemeente. Onder MBO studenten in onze gemeente en Purmerenders die in Amsterdam aan HBO of universiteit studeren is er behoefte om in hun eigen stad op zichzelf te wonen. Studenten hebben behoefte aan compacte, betaalbare huisvesting met gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen. Studenten hebben in het algemeen geen specifieke zorgbehoefte, al blijkt in andere gemeenten met studentenhuisvesting wel dat zij relatief vaak een beroep doen op begeleiding vanuit de Wmo en ondersteuning vragen bij het doorstromen naar andere woonruimte. 40. We ontwikkelen een campus waar studentenhuisvesting kan worden gerealiseerd.

38

Woonwagenbewoners De woonwagencultuur is een vorm van immaterieel erfgoed die nauw verbonden is met de culturele identiteit van woonwagenbewoners in Nederland. De cultuur wordt sterk bepaald door de sociale cohesie, families wonen dichtbij elkaar in familieverband. Op dit moment stelt de gemeente nieuw woonwagen- en standplaatsenbeleid op. 41. We voegen extra standplaatsen toe en onderzoeken waar deze kunnen worden gerealiseerd. Ontheemden en asielzoekers Met ontheemden bedoelen we de mensen die voor de oorlog in de Oekraïne zijn gevlucht en hier op basis van hun visum mogen verblijven. Asielzoekers zijn afkomstig uit andere landen en kunnen om verschillende redenen naar Nederland zijn gekomen. Asielzoekers zijn in afwachting van een verblijfsvergunning. Deze mensen hebben een uiteenlopende zorg - of ondersteuningsbehoefte die wordt georganiseerd door gemeente of COA. 42. We maken regionale afspraken over spoed en geven daar uitvoering aan. Volgens de huidige afspraken draagt Purmerend zorg voor de opvang van de regionale opgave van ontheemden. Zaanstad zorgt voor de regionale opgave van asielzoekers en de overige gemeenten voor de opvang van alleenwonende minderjarige vreemdelingen (AMV-ers).

Arbeidsmigranten 43. We weten dat er arbeidsmigranten zijn die niet goed (te klein, te duur, slechte kwaliteit woning, te veel in een woning, etc.) gehuisvest zijn en waarbij overlast door de buurt wordt ervaren. Het is tot nu toe lastig gebleken om deze problemen aan te pakken. We gaan een bredere analyse uitvoeren naar zowel de omvang van de problematiek als naar een effectieve aanpak voor huisvesting.

39

Pijler 3

6. Leefbare wijken en dorpen, met een eigen karakter De wijken en dorpen van Purmerend hebben allemaal hun eigen karakter en bieden voor ieder wat wils. Dat willen we behouden. Onze inwoners vinden de gemeenschapszin belangrijk, maar ervaren ook dat de sociale cohesie onder druk staat. Waar mogelijk stimuleren we de gemeenschapszin. 6.1 Waar staan we nu? Onze 7 wijken en 4 dorpen en het bijbehorende buitengebied verschillen sterk van karakter. De stedenbouwkundige opzet is door de tijd bepaald. De wijken hebben een sterk zelfvoorzienend karakter met scholen, buurt- en sportverenigingen en eigen wijkwinkelcentra. De vier dorpen hebben hun eigen karakter met veel ruimte in een groene omgeving. Leefbaarheid is in Purmerend breder dan alleen het sociaal- maatschappelijke domein. Om een leefbare woonomgeving ook in de toekomst te garanderen, heeft de gemeente een visie 4 opgesteld over (toekomstige) ontwikkelingen die effect hebben op de woon- en leefomgeving. Hierbij horen zowel het steen: bebouwing, wegen, leidingen, als het groen: de natuur, bomen, planten, water.

6.1.1 Sociale cohesie De inwoners van Purmerend vinden de gemeenschapszin en de onderlinge sociale cohesie heel belangrijk. Inwoners maken de samenleving. Vanuit dat gevoel van verantwoordelijkheid, is in onze samenleving ook oog voor elkaar en bereidheid om iets voor elkaar te doen. Toch zien we ook dat de sociale cohesie onder druk staat en dat eenzaamheid onder de inwoners van Purmerend toeneemt. Inwoners van bijvoorbeeld delen van de wijken

4

Visie Leefbare Stad 2040

40

Wheermolen en Purmer-Noord hebben het gevoel dat de leefbaarheid in hun buurt onder druk staat. Ook wordt de sociale cohesie in deze delen van wijken laag beoordeeld door de inwoners 5. In de wijken Wheermolen en Overwhere komt eenzaamheid het meest voor. In deze wijken ervaart één op de vier volwassenen eenzaamheid 6. In deze wijken is een in verhouding groot aantal van de woningen een corporatiehuurwoning en wonen relatief veel kwetsbare huishoudens.

Mensen die moeite hebben om het hoofd boven water te houden hebben vaak minder energie om de buren te ontmoeten en helpen waar nodig. Hierdoor raakt de balans tussen “vragers” (mensen die hulp nodig hebben) en “dragers” (mensen die om zien naar de ander) uit balans. Dit heeft een ongunstig effect op de leefbaarheid in een buurt. Dit kan bovendien worden versterkt wanneer teveel woningen worden verkamerd, bouwkundig gesplitst of verhuurd voor vakanties. Een gevarieerde opbouw van wijken (met diverse woningen voor verschillende type huishoudens), waar dragende en vragende inwoners elkaar kennen en ondersteunen, draagt bij aan de sociale cohesie en de leefbaarheid. Dit vraagt om opgaven per wijk en/of buurt te bekijken, in samenhang met andere belangrijke ontwikkelingen.

5

Bron: Omnibus enquête 2022

6

Bron: Omnibus enquête 2022

41

6.2 Waar willen we naar toe? In 2040 wonen onze inwoners in diverse, groene, duurzame, klimaatadaptieve en leefbare wijken en dorpen, waar dragende en vragende inwoners elkaar kennen en ondersteunen. Ook in de nieuwbouw streven we naar een divers woningaanbod en woonmilieus met een gevarieerde bevolkingsopbouw. Ons betaalbaarheidsbeleid draagt daaraan bij . Bij woningbouwontwikkeling kijken we breed naar de buurt, zodat we iets toevoegen wat bijdraagt aan en passend is bij de buurt. Ander gebruik van de woningvoorraad staan we alleen toe wanneer dit de leefbaarheid in een buurt of wijk niet (verder) aantast.

6.2.1 Stimuleren van de gemeenschapszin We ondersteunen de gemeenschapszin onder inwoners van Purmerend. De woonomgeving is zo ingericht dat inwoners elkaar makkelijk tegenkomen en elkaar als vanzelfsprekend ontmoeten. Ons uitgangspunt is daarbij dat de woonomgeving zo min mogelijk barrières kent en mensen er gemakkelijk op uit kunnen. Er zijn veilige en aantrekkelijke wandel - en fietsroutes naar voorzieningen voor dagelijkse behoeften, activiteiten en zorg en een goede toegankelijkheid van gebouwen. Om meedoen te faciliteren, zetten we in op voldoende voorzieningen en ontmoetingsplaatsen op wijkniveau. Inwoners kunnen in de eigen wijk of dorp gebruik maken van een ontmoetingsruimte en van passende maatschappelijke voorzieningen. Het aanbod is laagdrempelig en toegankelijk en bereikbaar voor iedereen. Zo stimuleren we ontmoeting en gaan we eenzaamheid tegen. Bij nieuwbouw kiezen we voor bouwvormen en een inrichting van de omgeving die ondersteunend is aan het versterken van de gemeenschapszin. We stimuleren daarom collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO)- projecten en andere woningbouwprojecten waarbij verschillende type huishoudens samen wonen en leven.

6.2.2 Groen Een groene leefomgeving kan de gezondheidsschade verminderen van luchtverontreiniging, hitte en geluid. Mensen herstellen door groen. Omdat groen stress vermindert en het concentratievermogen verbetert en omdat groen in de omgeving beweging en sociale interactie kan stimuleren. Een groene woonomgeving nodigt de inwoners uit om te bewegen, tijd buiten door te brengen, elkaar te ontmoeten en volwaardig deel uit te maken van de lokale samenleving. Dit past bij onze ambitie om hechte sociale netwerken te faciliteren. Hierdoor is het makkelijker voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag hulp te zoeken in de nabije omgeving.

42

6.3 Ambities Dit toekomstbeeld vertalen we in de volgende ambities: • •

Ambitie 5: We versterken de gemeenschapszin en stimuleren ontmoeting. In de fysieke leefomgeving zetten we in op het ‘omkijken naar elkaar’. Ambitie 6: We zetten in op wijken en dorpen met een eigen karakter, waarbij iedere wijk en dorp divers, leefbaar en klimaatadaptief is.

6.4 Wat is daarvoor nodig? Een gevarieerde en gemengde woningvoorraad in onze wijken en dorpen en een omgeving die uitnodigt tot omkijken naar elkaar. 44. We zetten in op een uitnodigende groene woonomgeving die bijdraagt aan de sociale cohesie in een wijk en die onderlinge sociale relaties en steun versterkt. Bijvoorbeeld via ontmoetingsplekken, zoals bankjes, parken, speeltuinen en beweegpleinen. Denk ook aan een inrichting die zorgt voor een veilig gevoel, zoals voldoende verlichting en een schone omgeving. 45. We realiseren in elke wijk maatschappelijke ruimten die flexibel ingevuld worden. Hier bieden we voorzieningen en activiteiten aan die passend zijn bij de behoefte van de wijk. 46. Bij (her)ontwikkelingen kijken we per wijk en/of buurt, in samenhang met andere relevante ontwikkelingen en meewegende de gevolgen voor de leefbaarheid, wat nodig is. Waarbij we streven naar diversiteit van woningen en bewoners en een goed evenwicht van ‘vragers en dragers’. Eén van de instrumenten die we daarbij inzetten is de toewijzing van sociale huurwoningen op maat. Daarnaast is ook investering in 43

de sociale infra-structuur van buurten en wijken nodig; dus voldoende maatschappelijke voorzieningen en aandacht voor kansen om de sociaal economische positie (inkomen, daginvulling, gezondheid) van bewoners te verbeteren 47. We faciliteren toegankelijke, maatschappelijke ruimten voor zorg- en welzijnaanbieders (indien commerciële huren te hoog zijn). 48. We realiseren in elke wijk een laagdrempelige ontmoetingsmogelijkheid, zoals bankjes, speeltuin of een buurtpunt in bijvoorbeeld een winkelcentrum. 49. Bij groot onderhoud van de openbare ruimte en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen blijven we inzetten op veiligheid en toegankelijkheid.

In deze Woon(zorg)visie stellen we geen nieuw beleidskader op voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. De Woon(zorg)visie sluit aan bij de beleidskaders voor duurzaamheid en klimaatadaptatie.

44

7. Focus: clustering en afwegingskader opgaven Deze Woon(zorg)visie met 6 ambities en daaraan gekoppeld 49 opgaven is ambitieus. We beginnen natuurlijk niet vanaf nul. Sommige opgaven in de visie zijn nieuw maar andere zijn dat niet, daar geven we al uitvoering aan. De 49 opgaven samen geven een zo volledig mogelijk beeld van wat nodig is om de ambities uit deze visie te verwezenlijken. Deze visie begint met wat we zien in de gemeente op het vlak van wonen, zorg en welzijn. Vervolgens zijn we ingegaan op de uitdagingen die er zijn en wat we willen bereiken. De ambities geven daar richting aan. De opgaven geven een zo compleet mogelijk beeld van waar we de komende jaren aan werken om de ambities te verwezenlijken. In dit hoofdstuk brengen we focus aan door de opgaven te clusteren. We doen dat alleen voor de opgaven waar we nog geen uitvoering aan geven. De opgaven waar we al uitvoering aan geven zijn in een apart overzicht opgenomen (bijlage D). Enkele voorbeelden hiervan zijn: het realiseren van een woon-zorgvoorziening, uitvoering geven aan de taakstelling voor statushouders, het continueren van de starterslening, het uitvoeren van de Regiovisie Beschermd Wonen/Maatschappelijke opvang en het toevoegen van woonwagenstandplaatsen. Alle opgaven dragen bij aan het verwezenlijken van de ambities. De ene opgave doet dat wat meer en/of heeft een grotere impact dan de andere.

De complexiteit verschilt ook van opgave tot opgave. Op basis van de clustering van opgaven maken we vervolgens de mate waarin deze bijdrage aan de ambities inzichtelijk. Dat doen we via een afwegingskader. Dit helpt om niet alleen te focussen maar ook te prioriteren.

45

7.1 Clustering opgaven De meeste opgaven in de visie staan niet op zichzelf, maar in relatie tot elkaar en/of vullen elkaar aan. Op basis hiervan hebben we de opgaven geclusterd tot onderstaande 15 opgaven.

Nummers opgaven Woon(zorg)visie

Verkorte weergave van de geclusterde opgaven

4, 12, 24

1) We bouwen voor ouderen een divers en aantrekkelijk aanbod nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikte woonvormen in alle marktsegmenten over de gehele gemeente in zoveel mogelijk wijken en dorpen. Specifiek voor deze doelgroep werken we samen met corporaties en welzijnen zorgpartijen om nieuwe en bestaande woningen en wooncomplexen zo aan te passen zodat zij er langer zelfstandig kunnen wonen (woningaanpassingen, ontmoetingsruimten en op sommige plekken een zorgsteunpunt voor het leveren van intensieve zorg).

1, 8

2) Om de woningbouw te versnellen benoemen we focusgebieden waarop onze capaciteit is gericht. Gezamenlijk met onze partners komen we met oplossingen voor eventuele belemmeringen. We evalueren de bestaande Tijdelijke Woningen om te kunnen bepalen hoe we hier in de toekomst mee verder gaan. Bij grote gebiedsontwikkelingen (en indien wenselijk bij sanering van bedrijfsgebouwen onderzoeken we de mogelijkheid voor (beperkte) tijdelijke huisvesting voor mensen met een tijdelijke urgente woonvraag.

2, 3, 15

3) Om gemengde wijken te creëren, maken we binnen ons betaalbaarheidsbeleid - de 30-40-30 norm – meer maatwerk mogelijk. Met de toevoeging van 70% betaalbare woningen, leggen we de focus op het bouwen van veel betaalbare woningen voor met name jongeren (kleinere sociale huurwoningen) en gezinnen (eengezinswoningen in met name het middensegment). Daarnaast verbeteren we de ruimtelijke spreiding van sociale huurwoningen.

21, 22

4) Realiseren van een brede basis van welzijn (ontmoeten en laagdrempelige hulp) in alle wijken en dorpen. Stimuleren van steunpunten (in wijk, dorp of buurt) voor hulp aan kwetsbare bewoners.

45, 47

5) We realiseren in elke wijk maatschappelijke ruimten die flexibel ingevuld kunnen worden. We faciliteren toegankelijke maatschappelijke voorzieningen op het gebied van zorg- en welzijn aanbieders waarvoor commerciële huren te hoog zijn.

5, 20

6) Ontwikkelen van nieuwe woon-zorgvormen voor verschillende doelgroepen. Voor meer zorgbehoevenden doelgroepen (afgezien van ouderen), ligt de nadruk op kleinere sociale huurwoningen.

18, 19, 46

7) We experimenteren met het toepassen van maatwerk bij toewijzing van sociale huurwoningen. We vergroten de kansen voor inwoners en mensen met een essentieel beroep om in aanmerking te komen op een huur- of koopwoning. Bij (her)ontwikkelingen kijken we per wijk en/of buurt wat nodig is. Waarbij we streven naar diversiteit. We investeren in de sociale infrastructuur van buurten en wijken.

46

25, 26, 27

8) Specifiek voor mensen met zorgwekkend gedrag zetten we preventief in op het tijdig signaleren, het inschakelen van de juiste hulp en het zorgvuldig woningtoewijzing. We maken hierover werkafspraken met corporaties en zorgaanbieders. We vergroten ook de bekendheid van: Meldpunt, Waakvlam en Wijkteam om zorg en overlast tijdig te signaleren.

29

9) Realiseren van een woonvoorziening (type Domus, Skaeve Huse) om mensen met zorgwekkend gedrag voor wie terugkeer in de wijk niet mogelijk is een veilige plek te bieden. We onderzoeken daarnaast de behoeft aan gemeenschappelijke wonen met toezicht, (geen zorg) voor mensen die niet meer in staat zijn om zelfstandig te wonen.

44, 48

10) We zetten in op een uitnodigende groene woonomgeving die bijdraagt aan de sociale cohesie en ontmoetingsmogelijkheden.

6, 7, 35

11) We stimuleren actief samenwoonvormen waarin men naar elkaar omziet door te experimenteren met nieuwe woontypologieën. We realiseren in de komende vijf jaar minimaal 1 CPO-project en/of een wooncoöperatie. We zetten ook in op het vergemakkelijken van de realisatie van mantelzorgwoningen.

9, 10

12) We maken samen met de corporaties een plan om nieuwe betaalbare koopvarianten te realiseren en maken met hen afspraken over middenhuurwoningen.

11, 13, 14

13) We vergroten de kansen voor jongeren en alleenwonenden binnen de bestaande woningvoorraad. We onderzoeken ook in de bestaande voorraad oneigenlijk gebruik. En we inventariseren leegstaand vastgoed en onderzoeken de mogelijkheid om deze ruimte te transformeren naar woonruimte.

31, 32, 33, 38

14) We maken afspraken met de woningcorporaties (en zorgaanbieders) over: > het aantal woningen dat jaarlijks beschikbaar komt voor uitstroom uit instellingen, w.o. Housing First; > over toewijzing van woningen aan mensen die zorg/begeleiding ontvangen; > de begeleiding van mensen die uitstromen uit instellingen.

43

15) Inzetten op aanpak huisvestingsproblematiek van arbeidsmigranten.

7.2 Afwegingskader Het afwegingskader geeft inzicht in de mate waarin de 15 geclusterde opgaven bijdragen aan de 6 ambities: •

Ambitie 1: We blijven inzetten op voldoende beschikbare, kwalitatief goede, gevarieerde en duurzame woningen in gevarieerde woonmilieus voor onze (toekomstige) inwoners.

•

Ambitie 2: We stimuleren betaalbaar wonen voor onze inwoners door de norm 30-40-30 toe te passen.

•

Ambitie 3: We stimuleren zelfredzaamheid en waar nodig ondersteunen we onze inwoners op het gebied van welzijn en zorg zodat ze (langer) zelfstandig thuis kunnen wonen

47

• • •

Ambitie 4: We bevorderen passend wonen voor de verschillende aandachtsgroepen, waarbij we extra aandacht hebben voor kwetsbare inwoners. Ambitie 5: We versterken de gemeenschapszin en stimuleren ontmoeting. In de fysieke leefomgeving zetten we in op het ‘omkijken naar elkaar’. Ambitie 6: We zetten in op wijken en dorpen met een eigen karakter, waarbij iedere wijk en dorp divers, leefbaar en klimaatadaptief is.

Iedere (geclusterde) opgave draagt bij aan één of meerdere ambities. Daarmee is iedere opgave ook van belang. In het afwegingskader zijn plusjes (punten) toegekend aan de opgaven in relatie tot de 6 ambities. De geclusterde opgaven die daardoor de meeste punten heeft, staat boven aan. De opgaven met de minste punten staat onderaan. De uitkomst van onderstaande weging geeft daarmee de focus aan in deze Woon(zorg)visie en de prioritering van de opgaven. In bijlage E wordt de volledige weging weergegeven Samenvatting afwegingskader opgaven versus ambities 1) Bouwen aantrekkelijk aanbod woningen (doorstroming bevorderen) en woningaanpassing voor ouderen zodat zij langer zelfstandig kunnen wonen. 2) Versnellen woningbouw en evaluatie/ onderzoek mogelijkheden tijdelijke woningen. 3) Meer maatwerk binnen de 30-40-30 norm en focus op bouwen betaalbare woningen voor jongeren en gezinnen. 4) Brede basis welzijn (ontmoeten en laagdrempelige hulp) en het stimuleren van aanbieders om steunpunten te creëren. 5) Elke wijk (faciliteren) toegankelijke maatschappelijke ruimten die flexibel ingezet kunnen worden. 6) Voor zorgbehoevende doelgroepen ontwikkelen nieuwe woon-zorgvormen en onderzoek tussenvormen van zelfstandig wonen met zorg. 7) We experimenteren maatwerk toewijzing sociale huurwoningen.

8) Inzetten op hulp, tijdig signaleren en zorgvuldig woningtoewijzing van mensen met zorgwekkend gedrag. 9) Realiseren woonvoorziening voor mensen die niet naar wijk kunnen terugkeren (Skaeve Huse). 10) Inzetten op een uitnodigende groene woonomgeving met ontmoetingsmogelijkheden. 11) Stimuleren samenwoonvormen. 12) Plan nieuwe betaalbare koopvarianten en middenhuurwoningen te realiseren. 13) Bestaande woningvoorraad aanpassen waardoor de kansen worden vergroot voor jongeren en alleenwonenden. En onderzoek oneigenlijk gebruik bestaande woningvoorraad. 14) Afspraken maken over aantal beschikbare woningen voor uitstroom uit instellingen, w.o. Housing First. 15) Aanpak huisvestingsproblematiek arbeidsmigranten.

48

Totaal aantal

8 7 7 6 6 5 4 4 4 4 3 3 3 3 3

8. Slotwoord Deze Woon(zorg)visie is zeker niet het eindpunt. In tegendeel, deze visie is de start van wat we de komende jaren gaan doen. Samen met onze samenwerkingspartners pakken we door op wat we al doen en gaan we met nieuwe opgaven aan de slag. De 15 geclusterde opgaven uit het voorgaande hoofdstuk zijn uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma (bijlage F). Het uitvoeringsprogramma is actiegericht en ook de financiële en organisatorisch borging komen daarin aan de orde. De acties uit het uitvoeringsprogramma worden de komende 5 jaar gemonitord, zodat tijdig bijgestuurd kan worden. Bijvoorbeeld als resultaten uitblijven of niet voldoen aan de verwachtingen. Niet alleen bij het opstellen van de visie, maar zeker ook bij het tot uitvoering brengen van de visie, zetten we in op een goede samenwerking met en tussen inwoners, woningcorporaties, welzijns- en zorgprofessionals en andere samenwerkingspartners. De opgaven zijn divers en door de integrale aanpak ligt de verantwoordelijkheid zelden bij één organisatie. De visie is daarom ook een basis voor een verdere versterking van de bestaande samenwerking.

49

Begrippenlijst Aanplakken: het toevoegen van bebouwing aan de zijkant van een woning of wooncomplex. Beschermd wonen: een veilige woonomgeving met begeleiding. Deze voorziening is bedoeld voor mensen die door psychische of psychosociale problemen tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen. Betaalbaar wonen: als woonlasten in een goede verhouding staan tot het huishoudinkomen en de samenstelling van de huishouding. Bij de actualisatie van de Nota Kaders & Instumenten werken we dit verder uit. Collectieve particuliere initiatieven: een plan of idee voor een specifieke woonvorm van een groep inwoners. Eerstelijnszorg: zorg waar u zelf zonder verwijzing naartoe kunt gaan. Dit kan behandeling zijn door de huisarts, tandarts, fysiotherapeut, maatschappelijk werker of wijkverpleegkundige. GALA: staat voor Gezond en Actief Leven Akkoord. Gemeenten en GGD’en, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS werken samen aan een gezond en actief leven voor iedereen. In het GALA-akkoord staat hoe in 2040 een gezonde generatie opgroeit in een gezonde leefomgeving met een sterk sociaal netwerk. En welke stappen gezet worden om dat te bereiken. Geclusterde woonvorm: een nultredenwoning die onderdeel uitmaakt van een groep van minimaal 12 woningen en een ontmoetingsruimte. De woonvorm wordt voor minimaal 50% bewoond door mensen met een ondersteuningsbehoefte.

Gemeenschapszin: gevoel van verbondenheid met de medemensen of de gemeenschap waar men onderdeel van is. Hittestress: aandoening veroorzaakt door extreme hitte, die zich uit in lichamelijke klachten, waarbij mensen en dieren warmte niet kwijt kunnen. Huisvestingsverordening: de Huisvestingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening regels vast te leggen over het toewijzen van huurwoningen en over het bepalen van de urgentievolgorde voor woningzoekenden. Daarnaast kunnen wijzigingen in de woningvoorraad vergunningplichtig worden gesteld. Inbreidingslocaties: bouwlocaties binnen bestaand bebouwd gebied. Intramuraal: de zorg die cliënten ontvangen tijdens een onafgebroken verblijf in een instelling. Het gaat om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis, instelling voor gehandicapten of instelling voor cliënten met langdurige psychische problemen. IZA: staat voor Integraal Zorgakkoord: 'Samen werken aan gezonde zorg'. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar 50

te houden. Om dit te bereiken zijn afspraken gemaakt tussen het ministerie van VWS en een groot aantal partijen in de zorg. Ondertekenaars van het IZA zijn onder meer overkoepelende organisaties van ziekenhuizen, de geestelijke gezondheidszorg en de ouderenzorg. Klimaatadaptatie: Klimaatadaptatie is het aanpassen van onze samenleving en ruimtelijke omgeving aan veranderingen in het klimaat. Deze aanpassingen helpen de kwetsbaarheid hiervoor te verminderen en maken mogelijk te profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Leefbaarheid: leefbaarheid gaat over de aantrekkelijkheid van een gebied of gemeenschap om er te wonen, leven, sporten, elkaar te ontmoeten, te spelen, elkaar hulp te vragen en meer. Het gaat daarbij zowel om fysieke kenmerken van een omgeving als om sociaal maatschappelijke kenmerken. Maatschappelijke opvang: zorgt voor een tijdelijke verblijfplek als iemand geen huis heeft of dakloos dreigt te worden. Voorbeeld is de nachtopvang. Maatschappelijke voorzieningen: Maatschappelijke voorzieningen zijn vaak gebouwde voorzieningen zoals onderwijs, zorg, kunst en cultuur. Maar er zijn ook ongebouwde maatschappelijke voorzieningen zoals sportvelden, speelplekken en openbare ruimte die uitnodigt te bewegen, spelen en recreëren. MRA-woondeal: de woondeal zorgt voor een versterking van de samenwerking rond volkshuisvesting.

Zodat alle betrokken partijen – Rijk, provincie, gemeente, marktpartijen en corporaties – precies weten hoeveel, voor wie en waar er gebouwd kan worden. Nota Kaders en Instrumenten Woningbouwprogrammering: In de Nota Kaders en Instrumenten Woningbouwprogrammering van de gemeente Purmerend zijn de spelregels vastgelegd voor sociale huurwoningen en de Doelgroepenverordening 2020. Nultredenwoningen: reguliere woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. De woningen zijn te bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en de keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer is zonder trappen te bereiken (intern toegankelijk). Omgevingsvisie en omgevingsplan: in de omgevingsvisie zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes werkt zij uit in haar omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving. Opkoopbescherming: opkoopbescherming zorgt ervoor dat in gewilde gebieden huizen niet zomaar kunnen worden opgekocht voor de verhuur. Op die manier blijven meer koopwoningen beschikbaar voor mensen die er zelf in gaan wonen. Prestatieafspraken: vrijwillige, maar niet vrijblijvende overeenkomst tussen drie partijen: de huurdersorganisatie, gemeente en woningcorporatie. Samenwerkingspartners: alle professionele organisaties met wie de gemeente samenwerkt aan wonen en wonen en zorg.

Hieronder vallen onder andere de woningcorporaties, huurdersverenigingen, zorgorganisaties, welzijnsorganisaties, adviesraden, makelaars, projectontwikkelaars, belangenorganisaties, vrijwilligersorganisaties. 51

Sociale cohesie: de mate van samenhang en verbondenheid binnen een bepaalde groep mensen. Sociale wijkteams en hometeam: In het wijkteam zoeken we samen met inwoners naar antwoorden en oplossingen die passen bij hun persoonlijke situatie. Ook ideeën over de wijk kunt inwoners bespreken in het wijkteam. De sociale wijkteams worden gevormd door buurtbewoners en medewerkers van verschillende organisaties. In Purmerend zijn 4 sociale wijkteams actief. In Beemster is het Hometeam actief. Uitbreidingswijken: grootschallige bouwlocaties buiten bestaand stedelijk gebied voor een nieuwe woonwijk. Vroegsignalering: het zo vroeg mogelijk herkennen van problemen, zodat ingegrepen kan worden als het probleem nog in een vroeg stadium is. Bijvoorbeeld bij schuldenproblematiek. Welzijn: Welzijn staat voor zich goed voelen en voor welbevinden. Hoe meer welzijn, hoe minder zorg er nodig is. Daarom komt welzijn op de eerste plaats, vóór zorg. Welzijnszorg richt zich op zingeving, wonen, financiën, sociale relaties, lichamelijke gezondheid, psychische gezondheid en werk & activiteiten. Wmo: Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Officieel heet deze wet Wmo 2015.

Wlz: De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening. Zelfbewoningsplicht: De zelfbewoningsplicht is een regel die bepaalt dat de eigenaar van een woning verplicht is om zelf in die woning te wonen en deze niet te verhuren of te verkopen binnen een bepaalde periode. Het doel is om de beschikbaarheid van woningen voor eigen bewoning te bevorderen en speculatie tegen te gaan. Zorggeschikte woning: zelfstandige nultredenwoningen die onderdeel zijn van een geclusterde vorm waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners (dus niet verplicht). Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Zorgwekkend gedrag: dit begrip wordt gebruikt voor mensen met verward of onbegrepen gedrag waar de persoon zelf en/of als hinderlijk of zorgelijk ervaart. In relatie tot wonen denken we vooral aan: zorg en overlast door verwaarlozing, onvoldoende hygi ëne; beperkte woonvaardigheden. Zvw: Iedereen die in Nederland woont of werkt, heeft recht op zorg uit het basispakket. Dit is geregeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zorg kan bestaan uit een behandeling, een dienst of een product.

52

Bijlage A

Wettelijk kader Woon(zorg)visie Woonvisie onder de Woningwet In de huidige Woningwet is opgenomen dat gemeenten verplicht zijn om een visie te formuleren op het wonen voor de middellange termijn en daarbij keuzes te maken. De woonvisie heeft een geldigheidsduur van 5 jaar en vormt de basis voor het maken van prestatieafspraken met de corporaties.

Woonzorgvisie tot nu toe De woonzorgvisie was voorheen een document dat niet wettelijk was voorgeschreven. Gemeenten konden zelf bepalen met wie en hoe zij de woonzorgvisie opstelden, over welke groepen deze ging en welke inhoud deze had. In de programma’s ‘Een thuis voor iedereen ’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’, beide onderdeel van de Nationale Woon - en Bouwagenda, wordt aangestuurd op het realiseren van voldoende en geschikte huisvesting voor aandachtsgroepen en ouderen, met een arrangement van voorzieningen.

Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting De Wet versterking regie volkshuisvesting gaat naar verwachting in 2026 in. Het wetgevingstraject loopt nog. In dit Wetsvoorstel is opgenomen dat in de Omgevingswet een verplichting komt voor het Rijk, provincies en gemeenten om een volkshuisvestingsprogramma op te stellen. Wanneer de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting aannemen, wordt het maken van integrale woonzorgafspraken als onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma een verplichting voor iedere gemeente. Deze woon(zorg)visie gaat dan op in dit volkshuisvestelijk programma. Daarbij dienen in het volkshuisvestingsprogramma (regionale) beleidsvoornemens en afspraken over de invulling van de woonopgave van alle aandachtsgroepen en ouderen te worden opgenomen. Verder is in het voorstel opgenomen dat in de Huisvestingswet 2014 wordt geregeld dat de gemeenteraad voortaan verplicht is een huisvestingsverordening vast te stellen met daarin in ieder geval een urgentieregeling waarin verplichte urgentiecategorieën worden opgenomen. Gemeenten moeten afspraken maken in de woningmarktregio over de evenwichtige verdeling van de verplichte urgent woningzoekenden.

53

In het wetsvoorstel wordt ook de verbinding gemaakt tussen het voorgestelde volkshuisvestingsprogramma en het bestaande Wmo-beleidsplan uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het voorstel regelt dat gemeenten in het Wmo beleidsplan aandacht moeten besteden aan de zorg- en ondersteuningsbehoefte van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen aandachtsgroepen. Deze koppeling wordt gemaakt om een meer integrale aanpak op wonen en zorg te bewerkstelligen.

Omgevingswet en omgevingsvisie Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet in 2024 dienen alle gemeenten een Omgevingsvisie op te stellen. Ook Rijk en provincies stellen een omgevingsvisie op. Deze vormen het kader voor de lokale omgevingsvisie. De lokale omgevingsvisie, die wordt vastgesteld door de gemeenteraad, is vervolgens kaderstellend voor het volkshuisvestingsprogramma.

54

Bijlage B

Participatieproces Datum

Bijeenkomst

22 juni 2023

Twee bijeenkomsten met belanghebbenden: Woonkeuken I en II

1 februari 2024

Genodigd: Adviesraad Sociaal Domein | Algemeen Opvangcentrum Purmerend | Bouwinvest | BPD | Breidablick (Raphaelstichting) | Clup Welzijn | Evean | Heijmans | HSB | Huurdersvereniging De Vijfhoek | Intermaris | Interwhere | Huurdersvertegenwoordiging Rochdale Purmerend | Leviaan | Linden Groep | Odion | Pakhuis | Prinsenstichting |Rabobank Purmerend | Rochdale | Synchroon | Snippe Projecten | Sopar Makelaars | Stichting Wonen en Zorg Purmerend |Totaal toegankelijk Purmerend | Welzijn Wonen Plus | Wooncompagnie Woonzorg Nederland | Zorgcirkel | Zorgkantoor Zilverenkruis

18 september 2023 en 13 mei 2024

Raadsbijeenkomst Woon(zorg)visie

4 en 18 september 2023 JAP (Junior Analysts Purmerend) bijeenkomsten Woon(zorg)visie Doorlopend

Bewoners hebben meegedacht via het Burgerberaad, de Omnibus enquête en via een korte vragenlijst als reactie op de video wonen in Purmerend: https://www.youtube.com/watch?v=O-W6xkifxU4

55

Bijlage C

Aandachtsgroepen en urgenten Aandachtsgroepen

Verplichte urgenten wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting

Woonbehoefte van aandachtsgroepen en ouderen in volkshuisvestingsprogramma Mantelzorgverleners- en ontvangers

Voorrang op de woningmarkt

≠

Ernstig chronisch zieken en mantelzorgverleners/ontvangers.

(Dreigend) dakloze mensen, incl. uitstroom MO, bankslapers en mensen op niet-conventionele woonplekken.

≠

Dakloze personen: personen die uitstromen uit maatschappelijke opvang of een MO-indicatie hebben (maar de fase van opvang overslaan).

Uitstromers uit beschermd wonen

=

Uitstromers beschermd wonen

Uitstromers uit klinische geestelijke gezondheidszorg

=

Uitstromers uit klinische geestelijke gezondheidszorg

Uitstromers vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel

=

Uitstromers vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel

Uitstromers jeugdzorg, inclusief pleeggezinnen

≠

Uitstromers jeugdzorg

≠

Uitstromers (jeugd)detentie vanaf 3 maanden of langer en klinische forensische zorg

Uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg

56

Uitstappende sekswerkers die gebruik maken van een uitstapregeling

≠

Uitstappende sekswerkers die gebruik maken van een uitstapregeling DUUP

Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid.

Geen urgentie

Arbeidsmigranten

Geen urgentie

Studenten

Geen urgentie

Woonwagenbewoners

Geen urgentie

Ouderen

Geen urgentie

Statushouders

Wettelijke taakstelling

Lokale urgente groepen uit de huisvestingsverordening zijn: • •

•

Uitstromers uit een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten Woningzoekenden waarvan de voorziening in de behoefte aan woonruimte als gevolg van het verlenen of ontvangen van mantelzorg naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor aanvrager dringend noodzakelijk is. Uitstromers uit een instelling voor maatschappelijke opvang, een psychiatrische instelling of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling.

57

Bijlage D

Opgaven die we al doen 16. We continueren de starterslening. De starterslening is een belangrijk instrument voor de koopstarter die zo de financiële poolstok een stukje kan verlengen om (eerder) een zelfstandig leven op te bouwen. (Raadsbesluit 17-10-2023, registratienummer 1589306) 17. Om een goede balans tussen urgenten en andere woningzoekenden te houden, is ons uitgangspunt dat we maximaal 33% van de vrijkomende sociale huurwoningen inzetten voor urgente doelgroepen. We leggen de voorrangspositie vast in de huisvestingsverordening. De invulling van de 33% stemmen we af met corporaties en de regiogemeenten. Indien de opgave niet binnen de 33% gerealiseerd kan worden, gaan we met elkaar in gesprek. • 28. We realiseren een woon-zorgvoorziening voor mensen met zorgwekkend gedrag die tijdelijk niet in staat om zelfstandig te wonen. Zij ontvangen hier intensieve zorg en begeleiding en kunnen mogelijk op termijn zorgvuldig terug geleid worden naar zelfstandig wonen (met zorg of ondersteuning). 30. Met de regiogemeenten maken we afspraken over een ‘fair share’, in het kader van het Rijksprogramma Huisvesting aandachtsgroepen en de aankomende nieuwe wetgeving worden de aandachtsgroepen evenwichtiger over regiogemeenten verdeeld. Een deel zal waarschijnlijk in wetgeving worden opgelegd en een ander deel is met elkaar nader overeen te komen door het maken van afspraken. 34.

We leggen afspraken vast in de Huisvestingsverordening over het verlenen van urgentie. Het betreft hierbij inwoners met een sociale en/of medische urgentie. In samenhang met nieuwe wetgeving en/of nieuw beleid wordt de huisvestingsverordening (regelmatig) aangepast. 36. We geven uitvoering aan de taakstelling voor Statushouders. We hebben hierin (anders dan veel andere gemeenten) geen grote achterstanden. Doordat bewoners door taal en culturele verschillen vaak minder sociale cohesie ervaren, zetten we in op een betere spreiding van statushouders over de verschillende wijken en dorpen. 37. We blijven inzetten op het voorkomen van dak- en thuisloosheid. We geven uitvoering aan het actieplan: Regiovisie Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang 2022-2027. (Raadsbesluit 28-9-2023, registratienummer 1586950). In deze Regiovisie is onder andere de uitvoering BW/MO inclusief de in- en uitstroommogelijkheden opgenomen. Dit betekent ook dat we dat we kijken naar mogelijkheden voor uitbreiding van de nachtopvang en maatschappelijke opvang. 58

39. Samenwerking op Vroegsignalering van schulden voortzetten. De succesvolle samenwerking met de woningcorporaties om huisuitzettingen te voorkomen zetten we voort. Vroegsignalering van schulden (tijdig melden van schulden door bijvoorbeeld zorgverzekeraar of corporatie bij de gemeente zodat hulp kan worden ingezet en erger kan worden voorkomen) is hier een onderdeel van. 40. We ontwikkelen een campus waar studentenhuisvesting kan worden gerealiseerd. 41. We voegen extra woonwagenstandplaatsen toe en onderzoeken waar deze kunnen worden gerealiseerd. 42. Voortzetten van regionale afspraken over opvang van ontheemden. We geven uitvoering aan de regionale afspraken. Volgens de huidige afspraken draagt Purmerend zorg voor de opvang van de regionale opgave van ontheemden. Zaanstad zorgt voor de regionale opgave van asielzoekers en de overige gemeenten voor de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV-ers). 49. Bij groot onderhoud van de openbare ruimte en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen blijven we inzetten op veiligheid en toegankelijkheid. We zien toe op veilige en leefbare wijken en dorpen, waar onze inwoners prettig wonen.

59

Bijlage E

Afwegingskader Nummers Verkorte weergave van de opgaven samengevoegde opgaven Woon(zorg)visie Bijdrage: ++ belangrijke/ groot + gemiddeld +/- neutraal 4, 12, 24

1, 8

2, 3, 15

1) We bouwen voor ouderen een divers en aantrekkelijk aanbod nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikte woonvormen in alle marktsegmenten over de gehele gemeente in zoveel mogelijk wijken en dorpen. Specifiek voor deze doelgroep werken we samen met corporaties en welzijnen zorgpartijen om nieuwe en bestaande woningen en wooncomplexen zo aan te passen zodat zij er langer zelfstandig kunnen wonen (woningaanpassingen, ontmoetingsruimten en op sommige plekken een zorgsteunpunt voor het leveren van intensieve zorg). 2) Om de woningbouw te versnellen benoemen we focusgebieden waarop onze capaciteit is gericht. Gezamenlijk met onze partners komen we met oplossingen voor eventuele belemmeringen. We evalueren de bestaande Tijdelijke Woningen om te kunnen bepalen hoe we hier in de toekomst mee verder gaan. Bij grote gebiedsontwikkelingen (en indien wenselijk bij sanering van bedrijfsgebouwen onderzoeken we de mogelijkheid voor (beperkte) tijdelijke huisvesting voor mensen met een tijdelijke urgente woonvraag. 3) Om gemengde wijken te creëren, maken we binnen ons betaalbaarheidsbeleid - de 30-40-30

Afwegingskader opgaven - ambities Amb. 1 Amb. 2 Amb. 3 Amb. 4 Amb. 5

Amb. 6

Totaal aantal +

+

+

++

++

+

+

8

++

++

+/-

+

+/-

++

7

++

++

+/-

+/-

+

++

7

60

norm – meer maatwerk mogelijk. Met de toevoeging van 70% betaalbare woningen, leggen we de focus op het bouwen van veel betaalbare woningen voor met name jongeren (kleinere sociale huurwoningen) en gezinnen (eengezinswoningen in met name het middensegment). Daarnaast verbeteren we de ruimtelijke spreiding van sociale huurwoningen. 21, 22 4) Realiseren van een brede basis van welzijn (ontmoeten en laagdrempelige hulp) in alle wijken en dorpen. Stimuleren van steunpunten (in wijk, dorp of buurt) voor hulp aan kwetsbare bewoners. 45, 47 5) We realiseren in elke wijk maatschappelijke ruimten die flexibel ingevuld kunnen worden. We faciliteren toegankelijke maatschappelijke voorzieningen op het gebied van zorg- en welzijn aanbieders waarvoor commerciële huren te hoog zijn. 5, 20 6) Ontwikkelen van nieuwe woonzorgvormen voor verschillende doelgroepen. Voor meer zorgbehoevenden doelgroepen (afgezien van ouderen), ligt de nadruk op kleinere sociale huurwoningen. 18, 19, 46 7) We experimenteren met het toepassen van maatwerk bij toewijzing van sociale huurwoningen. We vergroten de kansen voor inwoners en mensen met een essentieel beroep om in aanmerking te komen op een huur- of koopwoning. Bij (her)ontwikkelingen kijken we per wijk en/of buurt wat nodig is. Waarbij we streven naar diversiteit. We investeren in de sociale infrastructuur van buurten en wijken.

25, 26, 27 8) Specifiek voor mensen met zorgwekkend gedrag zetten we preventief in op het tijdig signaleren, het inschakelen van de juiste hulp en het zorgvuldig woningtoewijzing. We maken hierover werkafspraken met corporaties en zorgaanbieders. We vergroten ook de bekendheid van: Meldpunt, Waakvlam en Wijkteam om zorg en overlast tijdig te signaleren. 29 9) Realiseren van een woonvoorziening, samen en in de regio

+/-

+/-

++

+

++

+

6

+/-

+/-

+

+

++

++

6

+/-

+

++

+

+

+/-

5

+/-

+

+/-

+/-

++

+

4

+/-

+/-

+

++

+/-

+

4

+/-

+/-

+/-

++

+/-

++

4

61

44, 48

6, 7, 35

9, 10

11, 13, 14

31, 32, 33, 38

43

ZaWa, om mensen met zorgwekkend gedrag voor wie terugkeer in de wijk niet mogelijk is een veilige plek te bieden. We onderzoeken daarnaast de behoeft aan gemeenschappelijke wonen met toezicht, (geen zorg) voor mensen die niet meer in staat zijn om zelfstandig te wonen. 10) We zetten in op een uitnodigende groene woonomgeving die bijdraagt aan de sociale cohesie en ontmoetingsmogelijkheden. 11) We stimuleren actief samenwoonvormen waarin men naar elkaar omziet door te experimenteren met nieuwe woontypologieën. We realiseren in de komende vijf jaar minimaal 1 CPO-project en/of een wooncoöperatie. We zetten ook in op het vergemakkelijken van de realisatie van mantelzorgwoningen. 12) We maken samen met de corporaties een plan om nieuwe betaalbare koopvarianten te realiseren en maken met hen afspraken over middenhuurwoningen. 13) We vergroten de kansen voor jongeren en alleenwonenden binnen de bestaande woningvoorraad. We onderzoeken ook in de bestaande voorraad oneigenlijk gebruik. En we inventariseren leegstaand vastgoed en onderzoeken de mogelijkheid om deze ruimte te transformeren naar woonruimte. 14) We maken afspraken met de woningcorporaties (en zorgaanbieders) over: > het aantal woningen dat jaarlijks beschikbaar komt voor uitstroom uit instellingen, w.o.

Housing First; > over toewijzing van woningen aan mensen die zorg/begeleiding ontvangen; > de begeleiding van mensen die uitstromen uit instellingen. 15) Inzetten op aanpak huisvestingsproblematiek van arbeidsmigranten.

+/-

+/-

+/-

+/-

++

++

4

+/-

+/-

+

+/-

++

+/-

3

+

++

+/-

+/-

+/-

+/-

3

+

+

+/-

+/-

+/-

+

3

+/-

+/-

+/-

++

+/-

+

3

+/-

+/-

+/-

++

+/-

+

3

62

Bijlage F

Uitvoeringsprogramma Dit uitvoeringsprogramma is een onderdeel van de nieuwe Woon(zorg)visie, waarin de koers is weergegeven die we de komende vijf jaar willen varen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. In de Woon(zorg)visie beschrijven we welke uitdagingen er zijn en hoe we hiermee aan de slag gaan als gemeente, samen met onze samenwerkingspartners. In de Woon(zorg)visie hebben we in 3 pijlers onze ambities beschreven en deze vertaald naar 49 specifieke opgaven. Vervolgens zijn deze opgaven weer geclusterd. In dit uitvoeringsprogramma sluiten we hierbij aan en hebben we de 15 geclusterde opgaven verder uitgewerkt in concrete acties. Een overzicht van deze acties is als bijlage opgenomen.

1. Aansluiting focus Woon(zorg)visie We sluiten ook aan bij de focus die is aangebracht door de weging van de 15 geclusterde opgaven ten opzichte van de 6 ambities. Op basis hiervan is een prioritering ontstaan die zich ook vertaalt naar een tijdpad voor de uitvoering voor de looptijd van de visie (2025 t/m 2029). Dit tijdpad is van belang omdat we niet alles tegelijkertijd kunnen doen. Alle opgaven zijn van belang; prioritering is mede gebaseerd op uitvoerbaarheid, dus wanneer is er ruimte, capaciteit om met een opgave aan de slag te gaan.

63

Prioritering en tijdpad

Totaal aantal punten

Geclusterde opgaven 1) Bouwen aantrekkelijk aanbod woningen (doorstroming bevorderen) en woningaanpassing voor ouderen zodat zij langer zelfstandig kunnen wonen. 2) Versnellen woningbouw en evaluatie/ onderzoek mogelijkheden tijdelijke woningen. 3) Meer maatwerk binnen de 30-40-30 norm en focus op bouwen betaalbare woningen voor jongeren en gezinnen. 4) Brede basis welzijn (ontmoeten en laagdrempelige hulp) en het stimuleren van aanbieders om steunpunten te creëren. 5) Elke wijk (faciliteren) toegankelijke maatschappelijke ruimten die flexibel ingezet kunnen worden. 6) Voor zorgbehoevende doelgroepen ontwikkelen nieuwe woonzorgvormen en onderzoek tussenvormen van zelfstandig wonen met zorg. 7) We experimenteren maatwerk toewijzing sociale huurwoningen. 8) Inzetten op hulp, tijdig signaleren en zorgvuldig woningtoewijzing van mensen met zorgwekkend gedrag. 9) Realiseren woonvoorziening voor mensen die niet naar wijk kunnen terugkeren (Skaeve Huse). 10) Inzetten op een uitnodigende groene woonomgeving met ontmoetingsmogelijkheden. 11) Stimuleren samenwoonvormen. 12) Plan nieuwe betaalbare koopvarianten en middenhuurwoningen te realiseren. 13) Bestaande woningvoorraad aanpassen waardoor de kansen worden vergroot voor jongeren en alleenwonenden. En onderzoek oneigenlijk gebruik bestaande woningvoorraad.

14) Afspraken maken over aantal beschikbare woningen voor uitstroom uit instellingen, w.o. Housing First. 15) Aanpak huisvestingsproblematiek arbeidsmigranten.

Uitvoering 2025 2026 2027 2028 2029

8

x

x

x

x

x

7

x

x

x

x

x

7

x

x

x

x

x

6

x

x

x

x

x

6

x

x

x

x

x

x

x

x

x

5 4 4

x

x

x

4

x

x

x

x

x

x

x

3

x

x

x

x

3

x

x x

x

4

x

3 3 3

x x

x x

x

2. Randvoorwaarden De randvoorwaarden, waaronder de financiële consequenties, werken we verder uit na de meningsvormende bespreking in de commissie.

64

Bijlage uitvoeringsprogramma Overzicht geclusterde opgaven en acties Nummers opgaven Woon(zorg)visie

Verkorte weergave van de geclusterde opgaven

Hoe gaan we dit doen? (Acties)

4, 12, 24

1) We bouwen voor ouderen een divers en aantrekkelijk aanbod nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikte woonvormen in alle marktsegmenten over de gehele gemeente in zoveel mogelijk wijken en dorpen. Specifiek voor deze doelgroep werken we samen met corporaties en welzijn- en zorgpartijen om nieuwe en bestaande woningen en wooncomplexen zo aan te passen zodat zij er langer zelfstandig kunnen wonen (woningaanpassingen, ontmoetingsruimten en op sommige plekken een zorgsteunpunt voor het leveren van intensieve zorg).

# Een platform met ouderen uit Purmerend oprichten waarin ouderen mee kunnen denken. Hiervoor ook een contactpersoon van de gemeente aanwijzen. # Aan ouderen ruimte geven aan initiatieven, die vallen binnen deze opgaven. # Ouderen opnemen in wijkprofielen (zie samengevoegde opgaven nr. 3). Matchmaking locaties en ouderen. # Bestaande en nieuwe wooncomplexen voor ouderen geschikt maken om langer zelfstandig te wonen. # Woningaanpassingen zoals: toegang tot complex, woning en balkon, laad- en losplek voor AOV (vervoer), buitenverlichting en de sociale veiligheid verbeteren.

1, 8

2) Om de woningbouw te versnellen benoemen we focusgebieden waarop onze capaciteit is gericht. Gezamenlijk met onze partners komen we met oplossingen voor eventuele belemmeringen. We evalueren de bestaande Tijdelijke Woningen om te kunnen bepalen hoe we hier in de toekomst mee verder gaan. Bij grote gebiedsontwikkelingen (en indien wenselijk bij sanering van bedrijfsgebouwen onderzoeken we de mogelijkheid voor (beperkte) tijdelijke huisvesting voor mensen met een tijdelijke urgente woonvraag.

# Focusgebieden benoemen. We sluiten aan bij de vanuit ontwikkeling benoemde focusgebieden en we maken gebruik van het kader Maatschappelijke voorzieningen en de hierbij behorende kansenkaarten. # Versterken publiek private samenwerking om de woningbouw te versnellen en in beeld brengen welke factoren een remmende werking hebben en daar samen met onze partners oplossingen voor bedenken. # Lobby via de MRA naar het Rijk: actiever inzetten op lobby's en subsidiemogelijkheden. # Een plan van aanpak opstellen waarin een inventarisatie is opgenomen van wat nodig is voor welke hoofddoelgroepen en/of welke doelgroepen eventueel gecombineerd kunnen worden.

65

2, 3, 15

3) Om gemengde wijken te creëren, maken we binnen ons betaalbaarheidsbeleid - de 30-40-30 norm – meer maatwerk mogelijk. Met de toevoeging van 70% betaalbare woningen, leggen we de focus op het bouwen van veel betaalbare woningen voor met name jongeren (kleinere sociale huurwoningen) en gezinnen (eengezinswoningen in met name het middensegment). Daarnaast verbeteren we de ruimtelijke spreiding van sociale huurwoningen.

# Wijkprofielen opstellen, in aanvulling op de wijkprofielen van kader Maatschappelijke voorzieningen, waarin is opgenomen of/waar en in welke mate kan worden afgeweken van 30/40/30 (het totaal moet wel uitkomen op 30/40/30). In gebieden waar meer sociale huur moet komen moet gebruik kunnen worden gemaakt van de compensatie in andere gebieden. # Bij de wijkprofielen aangeven welke ontwikkelingen zich goed lenen voor het toevoegen van woningen voor de genoemde doelgroepen. # Het opzetten van een monitoringssysteem op wijk- en gemeentelijkniveau voor de resultaten van de toepassing van de 30-40-30-norm, waarbij ook wordt opgenomen hoe er wordt gecompenseerd. # NKI aanpassen. Compensatie sociale en middenhuur is voorwaarde. Onderzoeken of financiële compensatie ook kan worden ingezet om maatschappelijke impact (naast woningen) in project/buurt te vergroten. Daarnaast opnemen dat er in de sociale huur, onder voorwaarden, ook kleiner gebouwd kan worden dan 40M2. # We herijken onze ambities wat betreft de aantallen in de woondeal en het Sociaal Woonakkoord en komen met onze samenwerkingspartners tot een gezamenlijke en gedragen nieuwe ambitie. # In een vroeg stadium sturend en proactief adviseren in woningbouwprojecten. # Met de corporaties maken we op locatieniveau grondprijsafspraken voor het middensegment.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14813010/1