b.-concept-woonzorgvisie-purmerend-2025-2030
Tekst van het document
Concept 12 november 2024
Inhoud Voorwoord
3
Het verhaal van Purmerend
4
1.
Inleiding
6
2.
De uitdagingen
9
3.
Waar staan we in 2040?
16
4.
Voldoende, passende en betaalbare woningen
19
5.
Zelfstandig wonen met ondersteuning indien nodig
29
6.
Leefbare wijken en dorpen, met een eigen karakter
40
7.
Focus: clustering en afwegingskader opgaven
45
8.
Slotwoord
49
Begrippenlijst
50
Wettelijk kader Woon(zorg)visie
53
Participatieproces
55
Aandachtsgroepen en urgenten
56
Opgaven die we al doen
58
Afwegingskader
60
Uitvoeringsprogramma
63
2
Voorwoord Iedereen heeft recht op een veilige plek om te wonen. Wonen is een elementaire behoefte, een basisvoorziening. Een duidelijke visie is nodig, door het woningtekort is die noodzaak er meer dan ooit. Want wie kent ze niet? De inwoners die zorg nodig hebben en dringend een goede woonplek zoeken, een stel dat na hun scheiding niet apart in een betaalbaar huis kan wonen, jongeren die dolgraag uit huis willen, maar geen woning kunnen krijgen, of ouderen die geen passende woning vinden. En wonen staat niet op zichzelf: we willen natuurlijk wonen in een prettige buurt, met goede voorzieningen dichtbij. Welzijn en zorg zijn nauw verbonden met wonen. Het is daarom logisch dat collega-wethouder Chris Boer en ik met elkaar staan voor deze Woon(zorg)visie. Om input op te halen voor deze visie hebben we veel inwoners en instanties gesproken. De gesprekken met inwoners, zorgpartijen, woningcorporaties en andere betrokken organisaties leverden waardevolle input op. Ook waren er goede sessies met de gemeenteraad, waarin we gezamenlijk tot inzichten en ideeën kwamen over wonen. Deze visie beschrijft wat nodig is voor een ruimer, gevarieerder en passend aanbod van woningen. En dit alles gecombineerd met zorg, met oog voor de leefbaarheid in de buurt en goede voorzieningen.
Daarom is deze visie ook in lijn met andere documenten die in ontwikkeling zijn, zoals de visie op het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP), het beleidskader dagelijkse voorzieningenstructuur Purmerend en het kader maatschappelijke voorzieningen Purmerend. Uiteraard is deze visie geen start van ons beleid, we pakken door op wat we al doen. Deze visie vormt wel de basis om de opgaven op te pakken. In het uitwerkingsprogramma staat hoe we deze opgaven gaan uitvoeren. Ik ben trots op deze visie. Het is een inzichtelijk document over de richting voor de komende jaren. De opgaven zijn divers en uitdagend en moeten integraal worden opgepakt. Samen met woningcorporaties, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en inwoners gaan we hiermee aan de slag. Ik heb er vertrouwen in dat we er met elkaar voor kunnen zorgen dat onze inwoners nog prettiger wonen en samenleven in onze wijken en dorpen.
Wethouder Wonen Natalie Saaf
3
Het verhaal van Purmerend Purmerend, waar inwoners het centrum niet voor niets liefkozend ‘het stadje’ noemen en trots zijn op hun gemeente, waarin stad en platteland samenkomen. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is de marktstad ontwikkeld tot een belangrijke stad, centraal gelegen in de regio Zaanstreek-Waterland. Het stadje is de huiskamer van de stad met de horeca op de bekende Koemarkt, het diverse winkelaanbod en theater De Purmaryn op loopafstand. Vanaf de jaren 60 is Purmerend explosief gegroeid met steeds nieuwe wijken: Overwhere en Wheermolen die in de jaren 60 en 70 zijn gebouwd, de Gors en de Purmer (Noord en Zuid) in de jaren 70 en 80. Rond 2000 werd Weidevenne gebouwd. Door de ontwikkeling in wijken die in de verschillende jaren gebouwd zijn heeft iedere wijk haar eigen unieke karakter. Het heeft ervoor gezorgd dat Purmerend is gegroeid van een kleine stad van 7.000 inwoners tot een complete stad van ruim 80.000 inwoners. Vooral Amsterdammers kwamen naar Purmerend, aangetrokken door het wonen in een groene omgeving, een huis met een tuin en de auto voor de deur. Je merkt het Amsterdamse karakter van Purmerend in de omgang, het accent en de liefde voor het jaarlijkse Jordaan festival. De “oud” Amsterdammers komen nog graag in Amsterdam, maar willen er niet meer wonen.
Men vindt de ligging van Purmerend fijn, dicht bij Amsterdam en in de mooie groene regio waar de zee en het IJsselmeer ook goed bereikbaar zijn.
Een nieuwe gemeente Door de fusie tussen Purmerend en Beemster per 1 januari 2022 is er een nieuwe gemeente Purmerend. De marktstad en de droogmakerij zijn hiermee gebundeld. We zijn trots op onze wijken en dorpen, het werelderfgoed. De Beemster met veehouderijen en agrariërs, de voedselkamer van onze regio. En de oorsprong van de Beemsterkazen die tot in alle uithoeken van de wereld gegeten worden. Purmerend bestaat nu uit 7 wijken en 4 dorpen. De stad ontwikkelt zich en inwoners voelen zich thuis in de wijk en buurt waar ze wonen. De wijken hebben een sterk zelfvoorzienend karakter met scholen, buurt- en sportverenigingen en eigen wijkwinkelcentra. De 4 dorpen hebben hun eigen kenmerken met veel ruimte in een groene omgeving. De uitgestrekte
4
landerijen met de bloeiende tulpenvelden in de lente bieden een mooi decor voor toeristen. De marktstad en de droogmakerij versterken elkaar in aantrekkingskracht.
Stedelijk wonen in een groene omgeving Purmerenders en Beemsterlingen zijn geworteld in de stad en dorpen en willen niet meer weg. Ze hebben kinderen en kleinkinderen gekregen, die ook graag in Purmerend willen blijven wonen. De komende jaren zijn veel extra woningen nodig, waarvan een groot deel binnen het verstedelijkt gebied. Bedrijven verplaatsen naar de buitenkant van de stad en grotere wooncomplexen staan als pijlers en blikvangers aan de rand van de stad. Ook in de dorpen Middenbeemster en Zuidoostbeemster wordt gebouwd. We ontwikkelen een uitbreiding van ons stadscentrum rondom het station in het Waterlandkwartier, De Koog en woningen en recreatie aan de Oostflank van de stad. Samen met ondernemers werken we aan een levendige en aantrekkelijke binnenstad die zijn historische kern heeft behouden. Wat uniek is als groeikern. De groei van onze gemeente betekent een toename van het aantal inwoners, intensiever gebruik van de openbare ruimte en meer maatschappelijke reuring. Daarbij is het een uitdaging om stedelijk wonen in een groene omgeving overeind te houden. In onze stad en dorpen maken we ruimte voor iedereen, letterlijk en figuurlijk. Oog houden voor ontwikkelingen op maatschappelijk gebied is daarbij noodzakelijk. Zo zorgen we ervoor dat onze inwoners fijn wonen, goed kunnen leven, werken en recreëren. Nu, en in de toekomst.
5
1. Inleiding Voor u ligt het concept van de Woon(zorg)visie 2025-2030 van de gemeente Purmerend. De Woon(zorg)visie geeft de koers weer die we de komende 5 jaar varen, met een doorkijk naar 2040. Met als doel dat onze inwoners (nog) prettiger wonen en samenleven in leefbare wijken en dorpen. Deze Woon(zorg)visie is zeker niet het eindpunt. In tegendeel, deze visie is de start van wat we de komende jaren gaan doen. Samen met onze samenwerkingspartners pakken we door op wat we al doen en gaan we nieuwe opgaven oppakken. De opgaven in deze Woon(zorg)visie zijn uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma (bijlage F).
Aan het eind van de Woon(zorg)visie vindt u een begrippenlijst. Alle in deze visie blauw gekleurde woorden en hun betekenis vindt u daarin terug.
1.1 Waarom een Woon(zorg)visie? Onze inwoners wonen prettig in Purmerend en ook onze jongeren willen graag in Purmerend blijven wonen. Van oudsher biedt Purmerend woningen met een betere prijs kwaliteitsverhouding dan in andere gebieden in de regio. Maar Purmerend staat ook voor grote uitdagingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Er is een tekort aan woningen. Jongeren zijn op zoek naar een betaalbare woning en wonen langer thuis bij hun ouders dan zij zouden willen. Gezinnen zoeken naar een ruimere gezinswoning met tuin, maar het vrijkomend aanbod is beperkt en zij zien de prijzen van woningen steeds verder stijgen. Het aandeel alleenwonende inwoners in Purmerend neemt toe, net zoals het aantal ouderen. Zij wonen langer zelfstandig. Een deel van hen is op zoek naar een andere woning: kleiner, maar niet te klein, zorggeschikt en betaalbaar. Ook dit aanbod is beperkt. Naast de moeilijk te realiseren woonwensen neemt het aantal mensen met een urgent huisvestingsprobleem en kwetsbare inwoners toe. Een groot deel van hen is op zoek naar een sociale huurwoning en passende ondersteuning en zorg. Sociale huurwoningen komen echter maar mondjesmaat vrij. De gemeente, woningcorporaties en zorgorganisaties hebben de grootste moeite met het vinden van voldoende geschikte woningen voor mensen die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang, statushouders en dak-
6
en thuislozen. Daarnaast zijn er ook veel inwoners (zonder urgentie) die al lange tijd wachten op een sociale huurwoning. Naast de uitdagingen op het gebied van wonen, zijn er uitdagingen op het gebied van welzijn en zorg. Ook door de toenemende vergrijzing neemt de vraag naar welzijn en zorg toe. Het is een uitdaging om de groeiende groep ouderen te faciliteren in hun (toekomstige) woon-, welzijn- en zorgbehoeften. Steeds vaker wordt zorg aan huis geleverd. Lang niet alle woningen in Purmerend zijn hiervoor geschikt en ook de woonomgeving vraagt om aandacht. De rol van welzijn in de wijken en dorpen moet de komende jaren groe ien om de toenemende zorgvraag op een verantwoorde wijze te beantwoorden. Het aantal inwoners wat eenzaamheid ervaart in Purmerend neemt toe en de behoefte aan verbinding en omkijken naar elkaar is groot. Al deze uitdagingen vragen om een gezamenlijke integrale aanpak. Voor het maken van plannen is het belangrijk een visie op de toekomst te hebben; hoe willen we dat wonen, welzijn en zorg in 2040 in Purmerend eruit ziet en georganiseerd is? In deze Woon(zorg)visie leest u hoe wij als gemeente, samen met onze samenwerkingspartners, in de komende jaren met deze uitdagingen aan de slag gaan. De visie bepaalt tot 2030 de koers van de gemeente daar waar wonen, welzijn en zorg elkaar raken. In 3 pijlers geven we onze ambities weer.
We maken heldere keuzes die nodig zijn om deze ambities waar te maken. Zo geven we richting aan de opgaven voor het wonen en de opgaven die liggen op het raakvlak van wonen, welzijn en zorg.
1.2 Karakter van de Woon(zorg)visie De Woon(zorg)visie staat niet op zichzelf. In Purmerend wordt doorlopend gewerkt aan het realiseren van woningen, het verbeteren van de woonkwaliteit en de leefbaarheid, en het toekomstbestendig houden van de zorg, voor alle inwoners. Waar relevant sluit de visie aan op de lopende programma’s en activiteiten op het gebied van wonen, welzijn en zorg. De Woon(zorg)visie gaat over alle inwoners van de gemeente Purmerend. Waar we het in deze visie over Purmerend hebben, hebben we het zowel over de wijken van Purmerend als de dorpen van de Beemster en het bijbehorende buitengebied. De Woon(zorg)visie biedt een doorkijk tot 2040 en geeft concrete maatregelen voor de komende 5 jaar. Deze Woon(zorg)visie is geldig tot 2030. In 2029 wordt de visie geëvalueerd en wordt een nieuwe visie opgesteld. De Woon(zorg)visie geeft de corporaties, zorg- en welzijnsprofessionals, maatschappelijke partners en inwoners een duidelijke beleidsrichting vanuit de gemeente. Daarnaast vormt de Woon(zorg)visie de basis voor afspraken in de regio en tussen de gemeente, woningcorporaties, huurdersorganisaties en zorginstellingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg.
7
1.3 We doen het niet alleen We stellen de Woon(zorg)visie op voor onze inwoners en we doen dat op de Purmerendse manier (zoals beschreven in het Maatschappelijk Beleidskader 2024). We hebben oog voor hoe onze wijken en dorpen en het bijbehorende buitengebied zich ontwikkelen en wat de inwoners belangrijk vinden. We stellen de behoefte van inwoners centraal. Dat doen we door dichtbij onze inwoners en samenwerkingspartners te staan en we zijn nieuwsgierig naar wat er speelt. De situatie buiten, in de wijken en de dorpen, is leidend en het verhaal en de situatie eromheen zijn daarbij belangrijk. We gaan uit van eigen verantwoordelijkheid van inwoners, maar ondersteunen ook wanneer het nodig is. Het ophalen van kennis en wensen bij inwoners, zorgprofessionals, woningcorporaties en (maatschappelijke) partners was dan ook een belangrijk onderdeel in het proces om tot de Woon(zorg)visie te komen. Gesprekken met verschillende betrokken partijen en inwoners gaven inzicht in de belangrijkste uitdagingen en opgaven voor Purmerend op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Een overzicht van mensen en partijen die we gesproken hebben vindt u in Bijlage B.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze Woon(zorg)visie krijgt u een overzicht van de belangrijkste uitdagingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg in Purmerend. In hoofdstuk drie leest u onze visie voor de toekomst. Om dit toekomstbeeld te bereiken ligt onze focus de komende 5 jaar op 3 pijlers: • • •
Pijler 1: Voldoende, passende en betaalbare woningen voor onze inwoners Pijler 2: Zelfstandig wonen met ondersteuning indien nodig Pijler 3: Leefbare wijken en dorpen, met een eigen karakter
In deze visie zijn deze 3 pijlers uitgewerkt in ambities en bijbehorende opgaven.
8
2. De uitdagingen De gemeente Purmerend is een aantrekkelijke plek om te wonen en onze inwoners, jong en oud, willen er ook graag blijven wonen. Het liefst op een plek en in een woning die passend is bij hun situatie. Om dat mogelijk te maken zien we voor Purmerend een aantal uitdagingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Deze Woon(zorg)visie geeft richting aan deze uitdagingen. 2.1 De woningmarkt staat onder druk Het opgelopen woningtekort is een landelijke trent. De toename van het aantal inwoners en de populariteit van Purmerend als woonplek, zorgen ervoor dat de druk op de woningmarkt sterk toeneemt.
Zowel de betaalbaarheid van het wonen als de beschikbaarheid van woningen lijdt hieronder. Voor verschillende groepen is het (zeer) lastig hun woonwens waar te maken in Purmerend. De tekorten zijn het grootst voor jongeren (waaronder studenten en starters), huishoudens die gebruiken maken van de sociale huur en huishoudens in die graag een gezin zouden starten met een middeninkomen.
9
Een ander gevolg van het tekort aan woningen is een veranderend gebruik van delen van de bestaande voorraad koopwoningen, zoals verkamering (het opdelen van een woning in meerder kamers om te verhuren) en bouwkundige splitsing (het opdelen van een woning in meerdere woningen). Ook zien we het gebruik van bestaande woningen voor vakantieverhuur, zoals Airbnb en Bed and Breakfasts stijgen. Niet alleen zijn er grote hoeveelheid tekorten aan woningen, ook is er een niet bij elkaar passend vraag en aanbod van kwaliteit. Vraag en aanbod sluiten niet altijd op elkaar aan en een deel van de inwoners van Purmerend zou graag door willen stromen naar een ander type woning. Ouderen en stellen waarvan de kinderen al uit huis zijn wonen vaak in een betaalbare, relatief grote eengezinswoning die op termijn lang niet altijd geschikt is om aan te passen aan mobiliteitsbeperkingen of aan het ontvangen van zorg. Een deel van de gezinnen daarentegen zou graag verhuizen naar een grotere woning.
2.2 Vergrijzing Het aantal ouderen in Purmerend groeit. Met name het aantal 75-plussers neemt toe. Waar nu één op de tien inwoners van Purmerend 75 jaar of ouder is, is in 2040 naar verwachting één op de zeven inwoners van Purmerend 75 jaar of ouder.
10
Juist onder deze “oudere ouderen” neemt de vraag naar zorg toe. Ouderen en kwetsbare mensen met een zorgvraag wonen zo lang mogelijk zelfstandig. Deze landelijke trend is enerzijds passend bij de beleidsontwikkeling van de afgelopen jaren. Anderzijds willen mensen zelf vaak ook zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Dit vraagt om voldoende zorggeschikte woningen, een toegankelijke woonomgeving en geschikte zorg en ondersteuning voor degenen die dit werkelijk nodig hebben. Op dit moment wonen lang niet alle ouderen in Purmerend in een zorggeschikte woning.
De complexiteit van met name de hulp- en zorgvraag van zelfstandig wonende inwoners en daarmee de complexiteit in de eerstelijnszorg (zoals huisarts, maatschappelijk werker of wijkverpleegkundige) is sterk toegenomen. Mensen met psychiatrische problematiek wonen vaker zelfstandig en jeugd met ontwikkelings- of psychische problemen wordt minder vaak specialistisch behandeld. Behandelingen die voorheen in ziekenhuizen of instellingen plaatsvonden, vinden vaker plaats in de eerstelijnszorg. Ook de krappe arbei dsmarkt doet de druk op de zorg verder toenemen.
11
2.3 Zorg, welzijn en preventie Meer aandacht voor welzijn en preventieve maatregelen verkleint de zorgbehoefte, inwoners blijven langer gezond en hebben minder zware zorg nodig. Hier ligt een belangrijke rol weggelegd voor onze sociale wijkteams en hometeam (benaming in de Beemster). Deze verschuiving van zorg naar welzijn en preventie zorgt niet alleen voor een gezonder en vitaler leven van onze inwoners, het is ook noodzakelijk omdat de toegankelijkheid en de kwaliteit van zorg steeds verder onder druk komen te staan. Hoewel het inzetten op welzijn en preventie er aan bijdraagt dat de zorgkosten lager uitvallen, betekent deze verschuiving voor de gemeente zelf met name een (grotere) investering in preventie en welzijn.
2.4 Mensen met een urgente woonvraag Een deel van de inwoners van Purmerend bevindt zich in een kwetsbare positie en/of heeft een urgente woonvraag. Deze inwoners zijn over het algemeen aangewezen op een sociale huurwoning. Denk bijvoorbeeld aan mensen met sociale- en medische problematiek, situaties met huiselijk geweld, statushouders en uitstromers uit instellingen. Zonder hulp, van bijvoorbeeld de gemeente en de woningcorporaties, komen deze mensen niet tot nauwelijks aan een woning. Vaak hebben zij, naast een woning, ook zorg en begeleidin g nodig. Het aantal personen met urgentie is de afgelopen jaren toegenomen in Purmerend. Deze toename zien we in alle urgentiecategorieën. Al deze urgente groepen en andere aandachtsgroepen, zoals studenten en dak- en thuisloze mensen, doen samen met andere woningzoekenden tegelijkertijd een beroep op het toch al schaarse aanbod van corporaties.
12
We vinden het belangrijk om mensen met een urgente woonvraag en andere aandachtsgroepen zo snel mogelijk aan een woning te helpen.Tegelijkertijd hebben we ook aandacht voor mensen zonder zorgvraag die een woning zoeken. We beseffen ons dat de wachttijd van woningzoekenden zonder urgentie verder oploopt en dat dit tot weerstand in de samenleving leidt. Zolang er een tekort aan sociale huurwoningen is, is het zoeken naar de juiste balans en een rechtvaardige verdeling. Voor een deel van de inwoners in een kwetsbare positie met een urgente woonvraag is een woonoplossing gevonden in de zogenaamde tijdelijke woningen die op een paar locaties in Purmerend staan. De gemeente treedt hierin zelf op als verhuurder. Doorstroming naar permanente woonruimte is niet eenvoudig.
2.5 Sociale cohesie en leefbaarheid Net als onze inwoners en onze samenwerkingspartners, hechten wij veel waarde aan gemeenschapszin. Een sterke sociale cohesie kan bijdragen aan het welbevinden en de gezondheid van inwoners en eenzaamheid tegen gaan. Maatschappelijke voorzieningen spelen hierbij ook een rol. Bijvoorbeeld dat mensen elkaar ontmoeten in een wijkcentrum voor een spelletje biljart. Uit de Omnibusenquête 2022 (dit betreft de voormalige gemeente Purmerend) blijkt dat ongeveer de helft van de inwoners zich (matig tot zeer ernstig) eenzaam voelt. Dit percentage is vergelijkbaar met het gemiddelde in Nederland. Bijna één op de tien inwoners van Purmerend voelt zich (zeer) ernstig eenzaam. Dit percentage ligt zowel hoog onder jongeren als ouderen.
In een aantal wijken in Purmerend zorgt een opéénstapeling van factoren ervoor dat de leefbaarheid onder druk staat. De inwoners ervaren een verminderde betrokkenheid van elkaar en van hun buurt. Deze wijken worden gekenmerkt door een éénzijdige woningvoorraad en een concentratie van sociale huurwoningen en kwetsbare bewoners. De draagkracht (balans tussen inwoners die hulp vragen en inwoners die hulp bieden) sta at hier onder druk. Dit vinden we onwenselijk. Maar we realiseren ons ook dat alleen het toevoegen van andere (duurdere) woningtypen in deze wijken niet de oplossing is. Dit moet samen gaan met investering in de sociale infrastructuur van de wijk (voldoende
13
maatschappelijke voorzieningen), ruimte voor ontmoeting en aandacht voor de sociaaleconomische situatie van inwoners. Daarnaast neemt in Purmerend het aantal inwoners toe met zorgwekkend gedrag dat leidt tot overlast in de buurt en onhygiënische of gevaarlijke (woon)situaties. Deze inwoners vinden lang niet altijd de weg naar de juiste zorg. Zelfstandig wonen zonder intensieve begeleiding is voor hen (waar mogelijk tijdelijk) niet haalbaar. Deze inwoners sneller in beeld krijgen, naar de juiste zorg begeleiden en een geschikte woon-zorgvoorziening voor hen vinden blijft een uitdaging die vanuit de gemeente hoge prioriteit heeft.
2.6 Groei van woningen en inwoners De komende jaren wordt veel gebouwd in de gemeente Purmerend. Niet alleen het aantal woningen, maar ook het aantal inwoners zal de komende jaren flink groeien. Zowel voor uitbreidingswijken als voor inbreidingslocaties is het de uitdaging om de nieuwbouw goed aan te laten sluiten bij de bestaande omgeving en de wensen van inwoners. Hoe kunnen de nieuwe wijken bijdragen aan een gezond, sociaal en prettig leven? En hoe behouden we de eigenheid en de gemeenschapszin in dorpen waar de instroom van nieuwe inwoners relatief groot is. Met de toename van het aantal inwoners groeit ook de behoefte aan (meer) diverse voorzieningen, zoals extra locaties voor basisonderwijs. We moeten nu al rekening houden met een groeiende behoefte aan dagelijkse voorzieningen. De aanwezigheid en beschikbaarheid van voldoende betaalbare vestigingslocaties voor huisartsen, fysiotherapeuten en andere zorg- en welzijnsvoorzieningen is daarbij een punt van aandacht.
14
2.7 Hittestress Nieuwe woningen zijn over het algemeen duurzamer dan oudere woningen. Aan de nieuwbouwwoningen die nu gebouwd worden, worden hoge eisen gesteld als het gaat om duurzaamheid. We volgen de eisen vanuit klimaatadaptatie waaraan nieuwbouw moet voldoen. De uitdaging ligt vooral bij de gevolgen en risico’s van hittestress voor de gezondheid van onze inwoners. Het huidige aanbod groen in Purmerend wordt zeer gewaardeerd. Wel komt de hoeveelheid groen steeds meer onder druk te staan. Met de woningbouwopgave en de verstedelijking in Purmerend is het behoud van voldoende groen in de wijken en dorpen een aandachtspunt. Hittestress, droogte en wateroverlast vragen om een klimaatadaptieve inrichting van de wijken. Oudere mensen zijn de grootste kwetsbare groep als het gaat om hittestress. Eenzame ouderen, die weinig contacten hebben met anderen, zijn extra kwetsbaar. Andere groepen die zonder maatregelen last kunnen krijgen van hitte zijn bijvoorbeeld (zeer) jonge kinderen en mensen met een chronische aandoening. Alleen klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte zijn niet voldoende. Ook andere maatregelen zijn van belang, denk hierbij aan het vergroenen van het eigen terrein, gevel of dak.
15
3. Waar staan we in 2040? In deze Woon(zorg)visie geven we aan hoe we met deze uitdagingen aan de slag willen gaan, te beginnen met een beschrijving van ons toekomstbeeld en hoe we dat willen bereiken. Samen met inwoners en samenwerkingspartners werken we toe naar het doel: prettig (samen) wonen in leefbare wijken en dorpen. In dit hoofdstuk beschrijven we het toekomstbeeld dat we daarbij voor ogen hebben. 3.1 Ons toekomstbeeld: waar staan we in 2040? Purmerend blijft haar naam als groeikern eer aan doen; in beweging en het aantal inwoners groeit. Wie in de gemeente Purmerend woont wil er niet meer weg. Dat komt doordat het in de wijken en dorpen prettig en leefbaar wonen is in passende en betaalbare woningen. Er zijn voldoende en voldoende verschillende woningen om ieders verhuisbehoefte – en wensen op redelijke termijn in Purmerend te kunnen vervullen. Nieuwbouw is flexibel in te richten op toekomstige behoeften van bewoners. We hebben oog voor de verschillen tussen de wijken en dorpen en houden van de combinatie van stedelijke drukte en landelijk groen. Onze wijken en dorpen zijn klimaatadaptief ingericht, kennen afwisseling in soorten woningen, waaronder geclusterde woonvormen, en zijn daardoor prettig leefbaar. We stimuleren en investeren in omkijken naar elkaar. De woonomgeving en de maatschappelijke voorzieningen zijn hier op ingericht.
Voor inwoners die ondersteuning nodig hebben, meer dan het sociale netwerk kan bieden, zijn er voldoende welzijns- en zorgvoorzieningen in de buurt.
3.2 3 Pijlers: wat willen we bereiken? Om dit toekomstbeeld te bereiken ligt onze focus de komende 5 jaar op 3 pijlers.
De 3 pijlers zijn gelijkwaardig en nauw verbonden met elkaar. De belangrijke kernwaarde ‘leefbaarheid’ en ‘omkijken naar elkaar’ zijn vervlochten in de eerste twee pijlers en lopen als een rode draad door naar de laatste dragende pijler.
16
Pijler 1: Voldoende, passende en betaalbare woningen voor onze inwoners Om tegemoet te komen aan de vraag van bewoners en woningzoekenden in Purmerend besteden we de komende jaren veel aandacht aan het bouwen van woningen, betaalbaar en passend. Onze woningvoorraad willen we zo goed mogelijk aan laten sluiten bij onze (toekomstige) inwoners, zodat inwoners passend wonen bij hun situatie. Waarbi j variatie een sleutelwoord vormt. Pijler 2: Zelfstandig wonen met ondersteuning indien nodig We bevorderen het zelfstandig wonen van onze inwoners. Voor wie dat nodig heeft is er passende ondersteuning en zorg. We stimuleren zelfredzaamheid omdat we verwachten dat het niet mogelijk zal zijn om tijdens de pieken van de vergrijzing alle ouderen van zorg te voorzien. Pijler 3: Leefbare wijken en dorpen, met een eigen karakter De wijken en dorpen van Purmerend hebben elk hun eigen karakter en bieden voor elk wat wils. Onze inwoners hechten veel waarde aan gemeenschapszin, maar ervaren ook dat de sociale cohesie onder druk staat. We stimuleren de eigen inzet van inwoners en waar mogelijk stimuleren we de gemeenschapszin.
17
3.3 Uitwerking in ambities opgaven In het volgende deel van deze visie werken we de 3 pijlers uit in ambities en de daarbij behorende opgaven. In totaal worden in deze Woon(zorg)visie 49 opgaven benoemd. Deze opgaven geven een zo compleet mogelijk beeld van waar we de komende jaren aan werken om de ambities waar te maken. In hoofdstuk 7 worden de 49 opgaven geclusterd tot 15 opgaven. Op basis van deze clustering en een afwegingskader brengen we focus aan en geven we prioriteit aan de opgaven. In het bij de visie behorende uitvoeringsprogramma (bijlage F) zijn de opgaven uitgewerkt in concrete acties.
Sommige opgaven realiseren we op korte termijn. Andere opgaven vragen om een langere adem. Bovendien vragen de opgaven soms om integrale en ruimtelijke afwegingen met maatschappelijke en/of commerciele voorzieningen en/of onderwijshuisvesting en keuzes, die een plek krijgen binnen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.
18
Pijler 1
4. Voldoende, passende en betaalbare woningen Om tegemoet te komen aan de vraag van bewoners en woningzoekenden in Purmerend besteden we de komende jaren veel aandacht aan het bouwen van woningen, betaalbaar en passend. Onze woningvoorraad willen we zo goed mogelijk aan laten sluiten bij onze (toekomstige) inwoners, zodat inwoners passend wonen bij hun situatie. Waarbij variatie een sleutelwoord vormt. 4.1 Waar staan we nu? Veel inwoners wonen naar tevredenheid in een voor hun situatie passende woning . Een prettige leefomgeving: wijk, buurt of dorp is daarbij ook van belang en van invloed op de tevredenheid en het woonplezier. Voor een deel van onze inwoners en toekomstige inwoners, is het echter heel moeilijk om een passende, betaalbare woning te vinden. Dit komt zowel door een groot kwantitatief tekort aan met name betaalbare woningen als door een kwalitatieve mismatch. Een deel van de inwoners die (lang) tevreden hebben gew oond in hun woning, is nu toe aan een volgende stap, waaronder ouderen en stellen waarvan de kinderen al uit huis zijn. Zij wonen vaak in een betaalbare, relatief grote eengezinswoning. Een deel van de ouderen is op zoek naar iets kleiners, liefst in de buurt waar men nu woont. Anderen zijn op zoek naar een woning die geschikt is om te wonen met mobiliteitsbeperkingen of voor het ontvangen van (zwaardere) zorg. Ook de woonwensen van ouderen zijn divers.
19
4.1.1 Woningtekort In Purmerend doen de grootste woningtekorten zich voor onder: •
Jongeren, studenten en starters: Door een tekort aan met name sociale huurwoningen in het goedkopere segment is het voor deze groepen erg lastig om een sociale huurwoning te vinden, passend bij hun inkomen en waar ze mogelijk huurtoeslag kunnen krijgen. Voor een deel van de jongeren betekent dit dat ze op zoek gaan naar een (on)zelfstandige woonruimte met vaak een relatief hoge huurprijs of (noodgedwongen) langer thuis blijven wonen bij hun ouders, bijvoorbeeld om te sparen voor een koopwoning. Belangrijke levenslessen in zelfstandigheid worden hierdoor uitgesteld en de spanning in het ouderlijk huis kan toenemen. We willen voorkomen dat jongeren de gemeente verlaten omdat zij geen woning kunnen vinden. Deze jongeren hebben hun wortels in de gemeente en dragen bij aan de vitaliteit van de gemeente.
•
Huishoudens die zijn aangewezen op de sociale huur, met of zonder urgentie: De vraag naar sociale huurwoningen is veel groter dan het aanbod, ongeacht kamertal, woningtype of huurprijsklasse. Purmerend kent 31% sociale huurwoningen die door de woningcorporaties worden verhuurd en 1% door particuliere verhuurders. Twee op de tien huishoudens (19%) in Purmerend hebben een laag inkomen onder de grens passend toewijzen 1 In totaal valt 42% van de huishoudens in Purmerend op basis van het inkomen in de doelgroep sociale huur. 2 Hoewel niet al deze huishoudens wonen of op zoek zijn naar een sociale huurwoning, doordat zij bijvoorbeeld wonen in een koopwoning, zijn de wachttijden voor een sociale huurwoning lang. Met name voor jongeren, (eenouder)gezinnen en aandachtsgroepen is dit een groot probleem.
•
Huishoudens in de gezinsvormende fase met een middeninkomen: Deze groep inwoners maakt geen aanspraak op een sociale huurwoning, de vrije huursector is beperkt in omvang en betaalbare koopwoningen zijn schaars. Wie een vrije sectorhuurwoning vindt, is een relatief groot deel van zijn inkomen kwijt aan woonlasten en wil daarom snel weer verhuizen. Veel huishoudens in de gezinsvormende fase met een middeninkomen zoeken een betaalbare eengezins koopwoning met tuin. Hoewel eengezinswoningen met tuin ruimschoot s aanwezig zijn in de woningvoorraad, komen ze maar mondjesmaat vrij. De huidige vraag naar deze woningen is vele malen groter dan het beschikbare aanbod. Deze situatie zal naar verwachting tot 2040 aanhouden. Pas in de periode daarna gaan in Purmerend substantiële aantallen eengezinshuizen vrijkomen door natuurlijk verloop. Daar
1
Bron: WiMRA 2023. Passend toewijzen houdt in dat de huur van woningen die door corporaties worden toegewezen moet passen bij het huishoudinkomen van de huurder. Dit geldt in 2023 voor eenpersoonshuishoudens met een inkomen onder €25.475 en voor meerpersoonshuishoudens onder €34.575. 2
Inkomensgrenzen doelgroep sociale huur: eenpersoonshuishouden tot €44.035, meerpersoonshuishouden tot €48.625.
20
hebben de woningzoekenden van nu niet zo veel aan. Daarnaast zijn deze woningen door de prijsstijgingen van de afgelopen jaren vaak niet meer betaalbaar voor mensen met een (laag) middeninkomen. De tekorten op de woningmarkt doen zich zowel in de koop- als huursector voor. Er is zowel een tekort aan eengezinswoningen als aan appartementen. In de koopsector is het tekort het grootst in het betaalbare segment, hoewel ook bij de duurdere koopwoningen het aanbod kleiner is dan de vraag. In de huursector is het tekort het grootst bij woningen met een sociale huurprijs. De vraag naar huurwoningen met een midden of een dure huur is eigenlijk kleiner dan het aanbod, maar door het grote tekort aan woningen worden deze woningen wel verhuurd.
4.1.2 Prijs-kwaliteitsverhouding en diversiteit Van oudsher biedt Purmerend woningen met een betere prijs-kwaliteitsverhouding dan andere steden in de omgeving. Als één van de eerste gemeenten voerden we betaalbaarheidsbeleid in, waarmee we bij nieuwbouw sturen op een verdeling van sociale huur en woningen in het middensegment. We zien ook dat dit wordt gerealiseerd, daar zijn we trots op. Echter, ook voor onze inwoners stijgen de woonlasten, onder andere door het woningtekort. Daarnaast is het vrijkomend aanbod aan betaalbare woningen beperkt. Inwoners die daar in het bijzonder last van hebben zijn jonge ren, alleenwonenden en gezinnen met een laag of middeninkomen. Bij onze oudere inwoners zien we een meer kwalitatieve woonvraag, die vaak lastig te realiseren is. Zij wonen vaak al jaren naar tevredenheid in hun woning, voelen zich thuis in hun eigen buurt en hebben daar een groot sociaal netwerk. Voor een deel van deze huishoudens is de woning eigenlijk niet meer passend bij hun situatie, de woning en/of de tuin wordt te groot of de woning is niet geschikt om te wonen met mobiliteitsbeperkingen
21
of om (zwaardere) zorg te ontvangen indien dat nodig is. Een deel van de ouderen ervaart het als een dilemma: bij een verhuiswens naar een passende woning, kan dat betekenen dat zij naar een woning moeten verhuizen in een andere wijk of buurt. Daar gaat niet altijd de voorkeur naar uit. Dat geldt ook voor een verhuizing naar een duurdere of een te kleine woning, met of zonder tuin. De woonwensen van ouderen zijn divers en vaak moeilijk te vervullen. Veel ouderen blijven dan ook zitten waar ze zitten. De diversiteit in de woonwensen zien we niet terug in onze woningvoorraad. De dorpen, maar ook de wijken Purmer-Zuid en Weidevenne hebben in verhouding weinig sociale huurwoningen. In andere wijken is juist sprake van veel sociale huurwoningen. Doordat deze woningen niet gelijk zijn verspreid over de gemeente, zijn niet alle wijken even toegankelijk voor mensen met een laag inkomen. Daarnaast zien we tevens in sommige buurten een concentratie van kwetsbare mensen.
4.2 Waar willen we naar toe? In 2040 willen we dat er voldoende, passende woningen zijn voor de inwoners van Purmerend en dat vrijwel alle huishoudens in Purmerend met een laag en/of een middeninkomen een betaalbare woning kunnen huren of kopen. Maar eerlijk is eerlijk… dat lukt op korte termijn zeker niet voor iedereen. Daarvoor is de druk op de woningmarkt te groot. Bovendien kent de nieuwbouw van betaalbare woningen momenteel vele uitdagingen zoals hoge bouwkosten, prijsstijgingen, tekort aan bouwpersoneel en een onzekere markt. We beseffen ons dat het snel bouwen van woningen moeilijk is. Maar we voelen de urgentie en bouwen flink door en waar mogelijk versnellen we het bouwen van woningen, om zo aan de eigen en regionale woningbehoefte te voldoen. Hierbij verliezen we de kwaliteit niet uit het oog. We blijven ons inzetten voor de realisatie van diverse woningtypen en woonmilieus. De aandacht ligt op het bouwen van betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen, maar met name voor hen die het grote woningtekort het sterkste voelen, zoals jongeren en (jonge) gezinnen.
4.2.1 Doorstroming en diverse woningvoorraad Daarnaast bouwen we voor de doorstroming, van met name ouderen. Doorstroming is geen doel op zich, maar is nodig om inwoners die toe zijn aan een volgende stap de kans te geven die stap te maken. Zowel door nieuwbouw, als door verhuizingen komen woningen beschikbaar. Zo krijgen jongeren een kans om zelfstandig te gaan wonen, gezinnen om te verhuizen naar een ruimere woning en ouderen om zorggeschikt te gaan wonen. Ieders woonwensen zijn uniek en zowel nieuwbouw als doorstroming maakt het mogelijk om deze woonwensen te vervullen. We streven naar een diverse woningvoorraad in type en prijs die tegemoet komt aan de diversiteit van onze bewoners. Naast reguliere woningen stimuleren we de realisatie van innovatieve woonvormen. Zoals wonen in groepsverband en/of kleinschalige collectieve particuliere initiatieven. Dergelijke woonvormen kunnen verschillende vormen hebben,
22
leveren een bijdrage aan de diversiteit en sluiten goed aan bij individuele woonwensen. Ook voegen we aantrekkelijke geclusterde woonvormen toe, die bijdragen aan het versterken van de gemeenschapszin en het omkijken naar elkaar stimuleren. Een voorbeeld hiervan is om stolpboerderijen of voormalige agrarische bedrijven om te bouwen naar woon(zorg)gemeenschappen waarbij mensen samen wonen en het erf delen. Dit is al toegepast bij de herontwikkeling van de monumentale stolpboerderij De Broedersbouw en erf in Zuidoostbeemster. Een diverse woningvoorraad op wijkniveau betekent ook een betere spreiding van sociale huurwoningen over de verschillende wijken en dorpen van de gemeenten. Daarom gaan we meer maatwerk toepassen in ons betaalbaarheidsbeleid (30% sociale huur, 40% middensegment huur of koop en 30% vrije keuze). Zodat het beleid beter aansluit bij wat de wijk of buurt nodig heeft. Ook in de bestaande voorraad streven we naar 30% sociale huurwoningen in elke wijk. We houden daarbij rekening met een goede balans tussen verschillende woningtype en prijssegmenten voor een brede groep inwoners en woningzoekenden.
Impressie gemaakt door LOLA Landscape Architects
4.2.2 Optimaal benutten beschikbare ruimte en eerlijke verdeling Er zijn ook ruimtelijke plannen die voor de versterking van de leefbaarheid urgent zijn, zoals de omgeving van de Overlanderstraat. Of een substantiële toevoeging zijn voor de kwantitatieve, maar vooral ook kwalitatieve woonvraag, zoals de Oostflank. De genoemde ontwikkellocaties hebben ieder een eigen karakter. Ze vullen elkaar aan en dragen samen bij aan complete gemeente met gevarieerde woonmilieus. We bouwen ook voor de regio, maar het belang van onze inwoners zetten we voorop. Mogelijkheden in de Huisvestingswet worden onderzocht om eigen inwoners die een huis 23
willen huren of kopen in Purmerend voorrang te geven op mensen van buiten de gemeente. Datzelfde geldt voor mensen met een essentieel beroep waar een tekort aan is of dreigt te ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan leerkrachten of mensen werkzaam in de zorg. Er is een groot tekort aan beschikbare sociale huurwoningen. Het is belangrijk dat vrijkomend aanbod eerlijk wordt verdeeld. We continueren daarom de regionale regels voor de verdeling van sociale huurwoningen van de woningcorporaties via de huisvestingsverordening. Daarbinnen sturen we op een goede balans tussen verschillende doelgroepen. Ook maken we afspraken over de balans tussen woningen die toegewezen worden aan huishoudens met urgentie en woningzoekenden zonder urgentie. De urgente doelgroepen worden daarbij evenredig over de gemeente en regiogemeenten verdeeld. Ook op een middeldure huurwoning, zowel van woningcorporaties als van andere eigenaarverhuurders, moeten inwoners vanwege de schaarste vaak lang wachten. We houden de mogelijkheid open om via de huisvestingsverordening regels te stellen aan de verdeling van middeldure huurwoningen. Uit de voorraad koopwoningen in Purmerend komen eveneens onvoldoende woningen vrij om in de vraag te voorzien. Voor alle woningtypen in alle prijsklassen geldt dat de vraag het aanbod overtreft. Het is daarom belangrijk de bestaande koopwoningvoorraad vold oende te beschermen.
Dit doen we door onze regelgeving ten aanzien van een vergunningplicht voor bouwkundige splitsing (woningvorming) en kamerverhuur (omzetting) voort te zetten. We nemen ons voor de vergunningplicht voor woningonttrekking uit te breiden naar de gehele woningvoorraad en gebruik te maken van de instrumenten die de Huisvestingswet biedt om vakantieverhuur van woningen te reguleren. Dit laatste is ook ingegeven vanuit een zorg voor de leefbaarheid in een buurt of wijk. Meer woningen betekent immers meer druk op de leefomgeving in de nabije omgeving van het complex. De vergunningplicht is een middel om dit te toetsen en maatwerk te kunnen leveren. Deze mogelijkheid uit de Huisvestingswet willen wij introduceren in onze regelgeving. Hoewel er redenen zijn om het gebruik van de woningvoorraad te reguleren, biedt het beter benutten van de bestaande woningvoorraad ook kansen om een bescheiden bijdragen te leveren aan het oplossen van het woningtekort. Hierbij denken wij aan het promoten van hospitaverhuur; jongeren en alleenstaanden die een kamer vinden bij een hospita. Met de woningcorporaties gaan we in gesprek over de mogelijkheid van friendscontracten, zodat enkele jongeren of alleenstaanden samen wellicht een corporatiewoning kunnen delen.
Via de Huisvestingsverordening stellen we overigens alleen de noodzakelijke regels om de leefbaarheid te borgen en de negatieve gevolgen van schaarste te ondervangen. Andere denkbare oplossingen zijn het toevoegen van een extra woonlaag met appartementen op een bestaand complex of de bouw van een mantelzorgwoning voor een zorgbehoevende ouder in de tuin van een kind. Ook voor deze mogelijkheden geldt dat we nadrukkelijk rekening houden met direct omwonenden en de leefbaarheid in de wijken en dorpen.
24
4.3 Ambities Dit toekomstbeeld vertalen we in de volgende ambities: •
•
Ambitie 1: We blijven inzetten op voldoende beschikbare, kwalitatief goede , gevarieerde en duurzame woningen in gevarieerde woonmilieus voor onze (toekomstige) inwoners. Ambitie 2: We stimuleren Betaalbaar wonen voor onze inwoners door de norm 3040-30 toe te passen.
4.4 Wat is daarvoor nodig? We bouwen een divers aanbod aan woningen 1. Om de woningbouw te versnellen wijzen we focusgebieden aan. Voor de duur van deze woon(zorg)visie richten we onze capaciteit vooral op de woningbouwprojecten in deze gebieden. We zoeken actief de samenwerking met woningcorporaties en ontwikkelaars op om deze woningbouwplannen voortvarend te realiseren. We komen gezamenlijk met oplossingen voor eventuele belemmeringen zoals ambities in beleid en uitvoering. Dit betekent niet dat we andere projecten en initiatieven niet doen of stop zetten, maar dat daar minder aandacht voor is waardoor het tempo mogelijk omlaag gaat. 2. Om gemengde wijken te creëren maken we binnen ons betaalbaarheidsbeleid - de 30-40-30 norm – meer maatwerk mogelijk. Deze norm en de mogelijkheden tot maatwerk wordt vastgesteld in de Nota Kaders & Instrumenten. Bij herontwikkeling in wijken met een hoog aandeel sociale huurwoningen betekent dat bijvoorbeeld dat we streven naar het terugbrengen van een aandeel sociale huur. Het ontstane verschil met de betaalbaarheidsnorm dient fysiek danwel financieel te worden gecompenseerd. In wijken met een relatief laag aandeel sociale huur sturen we, met behulp van een investering uit de voorziening Kostenverhaal Sociale Woningbouw, op het toevoegen van een hoger aandeel sociale huur.
De Nota Kaders en Instrumenten Woningbouwprogrammering wordt hierop aangepast. 3. Met de toevoeging van 70% betaalbare woningen leggen we de focus op het bouwen van veel betaalbare woningen voor diverse doelgroepen, maar bouwen in ieder geval voor hen die de grootste knelpunten ervaren, zoals jongeren, (jonge) gezinnen, ouderen en zorgbehoevenden. a. Voor jongeren ligt de nadruk op kleinere sociale huurwoningen in het goedkopere segment. Hiervoor zien wij kansen in diverse wijken maar in het bijzonder in het ontwikkelgebied de Koog. b. Voor (jonge) gezinnen bouwen we eengezinswoningen in met name het middensegment. Hiervoor zien wij kansen aan de randen van de gemeenten zoals in de ontwikkelgebieden Oostflank en Zuidoostbeemster.
25
4. Daarnaast bouwen we 3 voor ouderen een divers en aantrekkelijk aanbod nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikte woonvormen in alle marktsegmenten over de gehele gemeente in zoveel mogelijk wijken en dorpen. De woningen voor ouderen met een zorgvraag, worden binnen de wijken en dorpen zoveel mogelijk geclusterd. 5. Voor meer zorgbehoevende doelgroepen (afgezien van ouderen), ligt de nadruk op kleine sociale huurwoningen verspreid over de wijken en dorpen. 6. Om tegemoet te komen aan de diverse woonvragen en het bevorderen van gemeenschapszin, stimuleren we actief samenwoonvormen waarin men naar elkaar omziet. We dagen onszelf uit om te experimenteren met nieuwe woontypologie ën, zoals: hofjeswoningen, meergeneratiewoningen, kangoeroewoningen, woon(zorg)gemeenschappen in stolpboerderijen etc. 7. We realiseren in de komende 5 jaar minimaal één CPO-project (collectief particulier opdrachtgeverschap) en/of een wooncooperatie, met als doel de gemeenschapzin te versterken en eenzaamheid onder inwoners tegen te gaan. Het collectief kan zowel bestaan uit een leefgemeenschap van gelijkgestemden, zoals jongeren of ouderen. Of van verschillende typen huishoudens die met elkaar samen leven en elkaar ondersteunen als dat nodig is. Indien afwijking van het woonruimteverdeelsysteem hiervoor nodig is, doen we dat. 8.
We evalueren de bestaande Tijdelijke Woningen (de rol van de gemeente als verhuurder, het (sociaal) beheer, doorstroming, locaties om te kunnen bepalen hoe we hier in de toekomst mee verder gaan. Op locaties waar grote gebiedsontwikkelingen plaatsvinden en waar het wenselijk is dat bedrijfsgebouwen/kassen gesaneerd worden, onderzoeken we de mogelijkheid voor (beperkte) tijdelijke huisvesting voor mensen met een tijdelijke urgente woonvraag. Niet alleen als snelle oplossing voor een urgent huisvestingsprobleem, maar ook bij grote gebiedsontwikkelingen als een vorm van ‘placemaking’. 9. We maken samen met woningcorporaties een plan om nieuwe betaalbare koopvarianten te realiseren. Hierbij onderzoeken we, in relatie tot ons nieuwe grondbeleid en gronduitgifte beleid, of het inzetten van erfpacht een bijdrage kan leveren aan het betaalbaar houden van deze woningen. 10. We komen in samenspraak met de corporaties tot grondprijsbeleid, voor de gemeentelijke gronden, voor de realisatie van middenhuur woningen.
3
Hoewel de gemeente zelf geen woningen bouwt, heeft de gemeente wel een sturende en faciliterende rol bij het bouwen van woningen. Het daadwerkelijk bouwen wordt uitgevoerd door onze bouwende samenwerkingspartners.
26
We benutten de bestaande ruimte optimaal, rekening houdend met de leefbaarheid in de directe omgeving 11. We vergroten de kansen voor jongeren en alleenwonenden binnen de bestaande woningvoorraad. Hierbij kan gedacht worden aan woningdelen in sociale huurwoningen van woningcorporaties en/of hospitaverhuur. 12. We maken met woningcorporaties prestatieafspraken over het aanpassen van bestaande sociale huurwoningen voor ouderen. De aangepaste woningen zijn minimaal nultreden (intern en extern toegankelijk). Maar we kijken ook of geclusterde woonvormen kunnen worden gerealiseerd in de bestaande voorraad. 13. We onderzoeken in welke mate oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de bestaande woningvoorraad door bijvoorbeeld toeristische verhuur of onrechtmatige bewoning. Indien nodig passen we vervolgens ons beleid aan of stellen we nieuw beleid op. We handhaven ons beleid ten opzichte van verkamering (omzetting) en bouwkundige splitsing (woningvorming). Dat blijft onder voorwaarden mogelijk, maar alleen daar waar naar verwachting de gevolgen voor de leefbaarheid in de betreffende buurt nihil zijn. 14. We inventariseren leegstaand vastgoed en onderzoeken de mogelijkheid om deze ruimte te transformeren naar woonruimte.
We streven naar het betaalbaar houden van woningen 15. We verbeteren de ruimtelijke spreiding van de betaalbare woningvoorraad door te streven naar een sociale huurvoorraad van 30% per wijk. Met de woningcorporaties maken we hier afspraken over. In dit kader maken we ook afspraken over de mate waarin sociale huurwoningen kunnen worden verkocht of worden omgezet naar midden huur. 16. We continueren de starterslening.
We sturen op een goede balans tussen verschillende doelgroepen bij de verdeling van het woningaanbod 17. Om een goede balans tussen urgenten en andere woningzoekenden te houden, is ons uitgangspunt dat we maximaal 33% van de vrijkomende sociale huurwoningen inzetten voor urgente doelgroepen. We leggen de voorrangspositie vast in de huisvestingsverordening. De invulling van de 33% stemmen we af met corporaties en de regiogemeenten. 18. We gaan experimenteren met het toepassen van maatwerk bij toewijzing van sociale huurwoningen. In complexen en buurten waar de leefbaarheid onder druk staat, beperken we de instroom van kwetsbare huishoudens. In complexen en buurten waar we de gemeenschapszin willen versterken, zetten we in op toewijzen op basis van motivatie. Wel moeten er te alle tijde voldoende sociale huurwoningen beschikbaar blijven voor reguliere toewijzing. 27
19. Voor onze inwoners en voor mensen met een essentieel beroep waar een tekort aan is of dreigt te ontstaan, vergroten we de kansen om in aanmerking te komen voor een huur- of koopwoning. Dit doen we door bijvoorbeeld het invoeren van lokale voorrangsregelingen. Het invoeren van een zelfbewoningsplicht en opkoopbescherming vergroot de beschikbaarheid van woningen voor eigen bewoning en gaat speculatie tegen.
28
Pijler 2
5. Zelfstandig wonen met ondersteuning indien nodig We bevorderen het zelfstandig wonen van onze inwoners. Voor wie dat nodig heeft is er passende ondersteuning en zorg. We stimuleren zelfredzaamheid omdat we verwachten dat het niet mogelijk zal zijn om tijdens de pieken van de vergrijzing alle ouderen van zorg te voorzien. 5.1 Waar staan we nu? De meeste van onze inwoners wonen zelfstandig en willen dat zo lang mogelijk blijven doen, bij voorkeur in de eigen woning en in de wijk, de buurt of het dorp waar men nu al woont. Een deel van onze inwoners heeft daar, nu of in de toekomst, passende ondersteuning of zorg bij nodig. Om (langer) zelfstandig wonen mogelijk te maken zijn (meer) passende, toegankelijke en/ of zorggeschikte woningen nodig. Het gaat hierbij zowel om (een deel van de) ouderen als om inwoners met een zorg- of ondersteuningsbehoefte, zoals mensen met een (licht) verstandelijke beperking, met een psychiatrische aandoening , met een lichamelijke beperking of met andere ziekten en/of beperkingen.In Purmerend zijn er van oudsher 2 grote zorginstellingen voor mensen met een verstandelijke beperking. Purmerend is ook centrumgemeente voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Daarom is de groep inwoners met een verstandelijke beperking en/of psychiatrische problematiek in onze gemeente in verhouding groot.
5.1.1 Geclusterde woonvormen Kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte willen weliswaar (langer) zelfstandig wonen in de wijk, maar zijn wel aangewezen op zorg in de nabijheid. Hier ligt een belangrijke link met de maatschappelijke voorzieningen die aangeboden worden. Andere type woonvormen, zoals geclusterde woonvormen, kunnen een oplossing bieden. Het huidige aanbod aan geclusterde woonvormen in Purmerend is relatief eenzijdig en bestaat voornamelijk uit ‘seniorencomplexen’ die niet meer aan de huidige wensen van ouderen voldoen.
29
De behoefte aan geclusterde woonvormen komt steeds meer te liggen in kleinschalige woonconcepten voor verschillende typen inwoners, al dan niet met verschillende leeftijden en/of zorgbehoefte en inkomens, zoals hofjes of boerderijen die worden omgebouwd tot woningen. Deze woonconcepten dragen bij aan de gemeenschapszin en het omkijken naar elkaar. Ze voegen ook variatie toe aan de woningvoorraad, spelen goed in op de behoefte van ouderen om samen te wonen in een stedelijk of juist landelijk woonomgeving. Bovendien is geclusterd wonen noodzakelijk om de toenemende zorgvraag te kunnen blijven beantwoorden. Zorgpersoneel kan meer mensen helpen wanneer deze dichter bij elkaar wonen.
In Wheermolen, waar in verhouding veel ouderen zelfstandig wonen, ontwikkelen we het concept “Zorgzame Buurt”. Corporaties, zorgverleners, welzijnswerk en bewoners proberen samen de wijk zo ouderenvriendelijk mogelijk in te richten, met onder andere ontmoetingsmogelijkheden, hulp en zorg nabij en veilige looproutes en bankjes om even uit te rusten en een praatje te maken.
Binnen de gemeente wordt een visie op (de zorg) voor ouderen ontwikkeld. Het gaat hierbij om Wmo-maatwerkvoorzieningen, maar ook om de combinatie wonen en zorg, ontmoeting en activiteiten, zelfredzaamheid, preventie, mantelzorgondersteuning. De doelen in deze ouderenvisie passen binnen de kaders van deze Woon(zorg)visie en worden in onderlinge samenhang uitgevoerd. In de (Beemster) dorpen is van oudsher een cultuur van omkijken naar elkaar aanwezig. Al wordt dit wel beïnvloedt door de komst van veel nieuwe bewoners. Maatschappelijke voorzieningen zoals een winkel en huisarts zijn in de dorpen niet altijd dichtbij aanwezig. Dat kan met name voor ouderen het langer zelfstandig wonen lastiger maken . 5.1.2 Zorg aan huis en thuis blijven wonen Steeds meer zorgvragers (niet alleen ouderen maar ook mensen met een verstandelijke beperking of GGZ-problematiek) krijgen zorg aan huis. De vraag naar zorg aan huis zal in de nabije toekomst verder toenemen. Het gaat daarbij om uiteenlopende vormen van zorg; van lichtere zorg (huishoudelijke hulp, thuisbegeleiding vanuit de Wmo) tot zwaardere zorg (verpleegzorg vanuit de Wet langdurig zorg en Zorgverzekeringswet). De complexiteit van met name de hulp- en zorgvraag van zelfstandig wonende inwoners en daarmee de complexiteit in de eerstelijnszorg neemt dan ook toe.
Het thuis blijven wonen is tegenwoordig niet altijd een keuze van de bewoner, maar ook noodzaak. Dit heeft niet alleen grote gevolgen voor inwoners en hun mantelzorgers, maar ook voor de buurt en de hulp- en zorgverlening. We ondersteunen onze mantelzorgers onder meer door respijtzorg; zoals in het Buitenhuis in Wijdewormer. Voor ondersteuning van de buurt en het hulp- en zorgverleningsnetwerk zijn nu al bijvoorbeeld buurtopbouwwerkers, leefbaarheidsmedewerkers van de corporaties, wijkteams en de Waakvlam a ctief.
30
De Waakvlam is een medewerker van de gemeente die de verbindende schakel voor bewoners met psychische kwetsbaarheid is. Hij benadert bewoners die zorg mijden, is aanspreekpunt voor bewoners, zorg- en hulpverleners, corporaties en gemeentelijke collega’s in de wijk. Ook kan hij direct hulp inschakelen als dat nodig is. De Waakvlam is nu vooral actief in de wijken Wheermolen en Overwhere.
In Purmerend wonen ook mensen zelfstandig voor wie dat eigenlijk een te grote uitdaging is. Zij zijn de regie over hun leven kwijt en laten zorgwekkend gedrag zien. Daarbij kan bijvoorbeeld sprake zijn van sociaal isolement, vervuiling of verwaarlozing (vaak een combinatie). Deze inwoners zijn lang niet altijd in beeld bij de juiste zorgverleners, soms vermijden zij de zorg. In onze wijken en dorpen bezorgen zij omwonenden overlast en er kunnen onhygiënisch of onveilige (woon)situaties ontstaan. Voor deze inwoners is momenteel onvoldoende passende woonruimte voorhanden. Hierdoor veroorzaken zij vaak relatief veel overlast. Door hun gedrag (en beperkingen die hier aan ten grondslag liggen) is contact met buren -laat staan omkijken naar elkaar - vaak niet goed mogelijk. Huisartsen, wijkteams, waakvlam, wijkagent, wijkmanager proberen zoveel mogelijk passende hulp en zorg in te zetten. Al deze betrokkenen geven aan dat er een betere structuur moet komen om de ondersteuning van mensen met zorgwekkend gedrag én hun omgeving vorm te geven. We zijn al op weg om de opvang, huisvesting en begeleiding van mensen met complexe problematiek (waaronder GGZ-problematiek) zo goed mogelijk te laten verlopen.
Sinds enige tijd bestaat een overlegstructuur tussen gemeente en zorgaanbieders van maatschappelijke opvang en beschermd wonen waar alle aanmeldingen worden gecoördineerd en samengewerkt wordt bij complexe casuïstiek. Dit wordt de “Brede Toegang” genoemd. Deze manier van werken wordt verder ontwikkeld.
5.1.3 Urgente woonvraag Naast inwoners met een ondersteunings- en/of zorgvraag om zelfstandig te kunnen blijven wonen zijn er verschillende aandachtsgroepen (zie bijlage C) met een urgente woonvraag. Voor deze mensen is het vrijwel ondoenlijk om zonder urgentie of bemiddeling aan een passende woning te komen. De woningcorporaties spelen een essentiële rol in het huisvesten van deze aandachtsgroepen. De druk op de sociale huurwoningen neemt nog steeds toe. We zien dat het toenemende aandeel corporatiehuurwoningen dat wordt toegewezen aan aandachtsgroepen, in het bijzonder aan statushouders, tot weerstand onder inwoners en het verminderen van draagvlak bij huisvesting van specifieke doelgroepen in de samenleving leidt. Woningzoekenden die niet tot een aandachtsgroep behoren, voelen zich minder kansrijk op de woningmarkt. Ook vrezen bewoners overlast of vermindering van de sociale cohesie in hun buurt. Over geclusterd wonen, nieuwe woonvormen en de verschuiving van zorg naar welzijn praten corporaties, zorg- en welzijnsaanbieders en de gemeente met elkaar in het Platform wonen, zorg, welzijn Purmerend. We delen naast ontwikkelingen ook nieuwe ideeën en
31
initiatieven, zodat we deze kunnen verbeteren en af kunnen stemmen op de buurt. Dit platform wordt door de deelnemers als een waardevol instrument in de uitvoering van woonzorgvoorzieningen gezien.
5.2 Waar willen we naar toe? In 2040 is onze woningvoorraad gevarieerder, passend bij de woonvraag en grotendeels geschikt om ondersteuning of (mantel)zorg aan huis te ontvangen. Zelfstandig wonen is daarbij het uitgangspunt. Het streven is dat al onze inwoners, zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen, en indien nodig, terug kunnen vallen op goed georganiseerde ondersteuning en zorg. We voorzien dat het een grote uitdaging zal zijn om tijdens de pieken van de vergrijzing alle ouderen van zorg te voorzien. Daarom zetten we in op bewustwording en stimuleren inwoners om nu (al) na te denken over hoe later te wonen als men ouder wordt. Daarnaast stimuleren we zelfredzaamheid, bijvoorbeeld door preventie, gezonde leefstijlondersteuning, ontmoeting en activiteiten om fysiek en mentaal gezond te blijven.
5.2.1 Inrichting van de zorg De zorg is ingericht op mensen die zelfstandig wonen en daarbij de benodigde hulp en/of zorg aan huis krijgen. Een deel van de behoefte aan zorg wordt ingevuld door lokale, sociale netwerken. Mantelzorg, burencontact en informele ondersteuningsnetwerken maken zelfstandig wonen mogelijk, gaan vereenzaming tegen en maken dat de vraag naar professionele zorg minder groot is of wordt uitgesteld. We zetten blijvend in op goede ondersteuning van de mantelzorgers, hoewel naar verwachting wel steeds minder mantelzorgers beschikbaar zullen zijn. In Nederland blijken de meeste mantelzorgers tussen de 50 en 75 jaar oud en zijn ouderen die mantelzorg behoeven veelal 85 -plus.
32
Door in te zetten op geclusterde woonvormen, ondersteunen we de lokale, sociale netwerken. Omkijken naar elkaar valt niet te dwingen, maar we proberen dit wel te stimuleren en faciliteren. Dit kan bijvoorbeeld door nieuwbouw in hofjesvorm, de openbare ruimte zo in te richten dat men elkaar treft, meergeneratiewoningen of door in een complex een aantal woningen toe te wijzen aan mensen die gemotiveerd zijn hier energie in te steken. In nieuwbouw voor ouderen wordt de aanwezigheid van een ontmoetingsruimte de norm. Dat is voor corporaties kostbaar; zeker wanneer het een klein aantal woningen betreft en dit niet in de huur- en servicekosten van de bewoners kan worden verrekend. Toch vin den we het belangrijk voor de sociale cohesie en zelfredzaamheid van ouderen. Corporaties zullen samen met de gemeente moeten zoeken naar creatieve manieren om dit te realiseren als noodzakelijke investering in duurzaam zelfstandig wonen.
5.2.2 Innovatie Innovatie in de zorg is nodig voor een vergroting van de zorgcapaciteit en wordt het mogelijk om complexere zorg in de thuissituatie te leveren, bijvoorbeeld met de inzet van domotica (het automatiseren van processen en handelingen in huis) . Hiervoor zijn niet de gemeente maar zorgaanbieders, zorgkantoor (Wlz) en Zorgverzekering (zvW) aan zet. Voldoende zorggeschikte woningen maken dat mogelijk. We streven naar gemengde wijken waar bewoners die zorg nodig hebben geclusterd wonen. Dit betekent dat we inzetten op een wijk- en dorpsgericht zorgaanbod in iedere wijk, om de zorg te kunnen waarborgen. Dit zorgsteunpunt kan tevens een sate llietfunctie vervullen voor buurtbewoners met een intensieve zorgvraag. Een huisarts en apotheek is in alle wijken en dorpen aanwezig. Voor meer specialistische zorg is men aangewezen op één of enkele wijken. Naast de huisarts, tandarts, fysiotherapeut, maatschappelijk werker of wijkverpleegkundige, spelen ook de wijkteams een steeds belangrijkere rol. Zij bieden dichtbij, snel en op integrale wijze ondersteuning bij vragen van inwoners, organisaties en instellingen.