B Bestemmingsplan Purmerend-Hotel Kom A7
Tekst van het document
5.11
Luchtkwaliteit
5.11.1 Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Op 15 november 2007 is weten regelgeving in werking getreden die tezamen bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit'. Dit is echter geen formele benaming. Op basis van deze wetgeving kunnen ruimtelijk-economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden, of; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft, of; het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De kern van titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) bestaat uit luchtkwaliteitseisen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. Een overzicht van deze luchtkwaliteitseisen is te vinden in het Compendium voor de Leefomgeving. Verder bevat titel 5.2 van de Wm basisverplichtingen op grond van Europese richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. Titel 5.2 van de Wm regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren.
Het uitgangspunt is dat de grenswaarden voor luchtkwaliteit worden gehaald. In artikel 5.16 lid 1 van de Wm staat opgesomd wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is. Dan moet aannemelijk worden gemaakt, dat het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit een project draagt slechts 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in, of past binnen, het NSL of een regionaal programma van maatregelen. Voor ruimtelijke projecten geldt uiteraard ook het principe van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast kan het Besluit gevoelige bestemmingen relevant zijn. Met het Besluit gevoelige bestemmingen van 1 december 2008, gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer, wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen'- zoals een school of een verzorgingstehuis- in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken.
Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek noodzakelijk is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in de onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. Dit wordt bereikt
52
Purmerend - Hotel Kom A7
door op een dergelijke plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. 5.11.2 Analyse Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die leiden tot minder dan 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10). De voorgaande vrijstellingsregeling is van toepassing op dit planvoornemen voor het realiseren van een hotel met vergaderzalen en horeca. Voor dit planvoornemen moet rekening gehouden worden met een toename van 1710 ritten per etmaal (zie hiervoor paragraaf 5.14). Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil de nibm-tool ontwikkeld.
Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald.
Figuur 18. Berekening nibm-tool
Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) niet overschrijdt. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege de toename van het verkeer is niet noodzakelijk. Het project waarvoor het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld draagt niet bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. 5.11.3 Conclusie Omdat het hotel verkeer genereert, is een berekening gemaakt van het gevolg op de luchtkwaliteit. Uit deze berekening blijkt dat het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Er hoeft voor het onderhavige bestemmingsplan geen nader onderzoek gedaan te worden naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit.
Purmerend - Hotel Kom A7
53
5.12
Milieuzonering
5.12.1 Beleidskader Milieuzonering legt een relatie tussen de milieuaspecten van een bedrijf - geluid, geur, gevaar en stof en de omgeving. Daarnaast is de mate waarin een bedrijfstype personen- of goederenverkeer genereert mede bepalend voor de mate van hinder, en dus voor de mogelijkheid tot vestiging of uitbreiding. Bij milieuzonering staan vier vragen centraal: 1. Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en nieuwe woningen? 2. Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en bestaande woningen? 3. Welke afstand is aanvaardbaar tussen bestaande bedrijven en nieuwe woningen? 4. Mag een concreet bedrijf zich op een bepaalde locatie vestigen? Voor het opstellen van een milieuzonering hanteert de gemeente Purmerend de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. Met behulp van richtafstanden wordt bepaald welke afstand aanvaardbaar is. Om de toelaatbaarheid van de bedrijfsactiviteiten in dit bestemmingsplan vast te leggen is gebruikgemaakt van een milieuzonering. Een milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) waar nodig ruimtelijk voldoende worden gescheiden. De gehanteerde milieuzonering is gekoppeld aan een Staat van Bedrijfsactiviteiten.
Een Staat van Bedrijfsactiviteiten is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Deze Staat is overgenomen uit de eerdergenoemde VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. 5.12.2 Analyse Uitwaartse werking Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' moet een grootste afstand van 10 meter voor hotels, congrescentra en restaurants worden gehanteerd. De dichtstbijzijnde woningen zijn op een minimale afstand van 250 meter gesitueerd. Inwaartse werking Ook functies uit de omgeving kunnen invloed hebben op de nieuwe ontwikkeling in het plangebied. Een hotel is geen geluidsgevoelig object. Aangezien door middel van het bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt, is nader onderzoek strikt genomen niet noodzakelijk. Toch moet op grond van de Wet ruimtelijke ordening worden vastgesteld of er sprake is van 'een goede ruimtelijke ordening'. In dat kader is gekeken naar (bedrijfs)activiteiten in de omgeving die van invloed kunnen zijn op deze ontwikkeling. In de directe omgeving zijn tennisbanen gelegen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' moet een grootste afstand van 50 meter worden aangehouden voor een tennisbaan.
De bedrijfsgebouwen voor het restaurant en de vergaderzalen zijn op een minimale afstand van 75 meter gesitueerd. De hotelkamers op meer dan 100 meter. Gelet op de grote afstand tussen het voorliggende plan en de tennisbanen zal er dus geen hinder aan de orde zijn. 5.12.3 Conclusie Gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde gevoelige functies, vormt de activiteit geen knelpunt. Ook andersom vormen de omliggende functies geen knelpunt voor het realiseren van een hotel. Er bestaan wat betreft bedrijven- en milieuzonering geen belemmeringen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
54
Purmerend - Hotel Kom A7
5.13
Natuurwaarden
5.13.1 Beleidskader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. De Wet Natuurbescherming wijkt in een aantal opzichten af van de Flora- en faunawet; de strekking is echter hetzelfde. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). Net als in de Flora en faunawet is de Wet Natuurbescherming een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben.
De soortbeschermingsbepalingen uit de Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in de Wet Natuurbescherming geïmplementeerd: soorten en vegetatietypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, worden beschermd onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Ongeveer 200 soorten verliezen hun bescherming in vergelijking met de eerder vigerende Flora-en faunawet, voornamelijk soorten vaatplanten (muurplanten, orchideeën) en (zee)vissen. De bij de Flora en faunawet gehanteerde gedragscodes blijven bestaan, zij het dat de lijsten met beschermde soorten wijzigen en aangepast moeten worden. Voor soortbescherming in relatie tot ruimtelijke ingrepen is een aantal artikelen in de nieuwe Wet Natuurbescherming van belang: Zorgbeginsel artikel 1.10 en 1.11: net als bij artikel 2 Ffwet is de intrinsieke waarde van soorten vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime, een zorgplicht. Dit zorgbeginsel is vergelijkbaar met de zorgplicht in de Ffwet. Actieve soortbescherming, artikel 1.12: provincies moeten verplicht beleid opstellen voor de bescherming van soorten, specifiek in hun eigen provincie. Dit beleid is nog in ontwikkeling en de inhoud is nog niet bekend. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1.
Soorten van Vogelrichtlijn: Bescherming van alle in het wild levende volgens in de EU, beschreven in artikel 3.1-3.4 van de Wet Natuurbescherming. Dit beleid verandert deels t.o.v. de Ffwet. Hieronder valt ook het begrip "opzettelijk" is bij doden, vangen en verstoring van nesten etc. opgenomen. Hieronder valt ook het begrip voorwaardelijk opzet". De grote verandering is dat verstoring onder de nieuwe wet is toegestaan, mits de staat van instandhouding van de soort maar niet in het geding komt. Degene die de verstoring begaat, moet dan aantonen dat er geen verstoring van wezenlijke invloed is. Verstoren van broedende vogels (op nest) en eieren blijft verboden. De provincie kan hiervoor vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen. 2. Soorten van Habitatrichtlijn: Bescherming van dier- en plantensoorten in artikel 3.5-3.9: A. die strikt beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage IV, Verdrag van Bern, bijlage I en II, Verdrag van Bonn bijlage I. In het geval van ontheffing of vrijstelling moet aan drie voorwaarden voldaan worden: dat er geen andere bevredigde oplossing bestaat, de handeling noodzakelijk is (diverse redenen mogelijk, waaronder die van groot openbaar belang met redenen van sociale en economische aard) en tot slot alleen wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort in haar natuurlijke verspreidingsgebied.
Purmerend - Hotel Kom A7
55
B. die streng beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage V, Verdrag van Bern bijlage III, Verdrag van Bonn bijlage II. Hiervoor moeten maatregelen worden getroffen indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is. In geval van ontheffing of vrijstelling moet alleen voldaan worden aan de eis dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Hiervoor zijn maatregelen verplicht. Ook hier is het opzetvereiste van toepassing, maar in tegenstelling tot vogels is er geen uitzondering dat 'verstoring toegestaan is zolang het niet van wezenlijke invloed is'. Via een AMvB kunnen nadere regels gesteld worden. De provincie kan vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen, met in achtneming van de belangen. 3. Andere soorten: Dit zijn de in de bijlage van artikel 3.10 van Wet Natuurbescherming genoemde soorten. In deze bijlage staan zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Onderdeel A bevat de fauna en onderdeel B de flora. Deze lijst is een nationale toevoeging en betreft soorten die in principe een landelijke achteruitgang kennen. In praktijk is deze bescherming lichter en verwacht wordt dat ontheffingen vrij gemakkelijk verkregen kunnen worden, aangezien er niet de zwaardere belangen gelden voor de soorten van de Europese richtlijnen.
Ruimtelijke ontwikkeling is een geldig belang voor een ontheffing (artikel 3.10.2 onderdeel a). Opzettelijk verstoren in algemene zin, wordt voor deze groep niet genoemd als verbod. De provincies kunnen voor deze lijst vrijstellingsbesluiten maken. Op dit moment staan ook zeer algemene soorten op deze lijst; mogelijk zal er een vrijstellingsbesluit of AMvB opgesteld worden hoe hier mee om te gaan. De provincie Noord-Holland heeft nog geen lijst met vrijstellingsbesluiten gemaakt. Natuurnetwerk Nederland De Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Noord-Holland bepaalt dat een bestemmingsplan voor een gebied dat is aangeduid als natuurnetwerk Nederland, strekt tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden. In Purmerend zijn alleen enkele delen van het Purmerbos en een stuk agrarische grond tegen Ilpendam aan, als deel van het NNN aangemerkt. Ook ligt er langs de ringvaart van de Wijde Wormer, waar Weidevenne aan grenst, een dergelijk gebied. Het onderhavige project tast deze waarden niet aan. 5.13.2 Onderzoek en analyse In de jaren 2015-2019 heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes & Groot verschillende inventarisaties uitgevoerd in het plangebied (zie BEER & GROOT, 2015, BEER ET AL., 2016, BEER ET AL., 2017, BEER ET AL., 2018).
De onderzoeken uit 2015 en 2016 vonden destijds plaats in het kader van de Flora en faunawet. Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht (WNB). Gezien de veranderde wetgeving, de voorziene ontwikkelingen en het monitoren van eerder vastgestelde zwaar beschermde natuurwaarden is geadviseerd in 2017 vervolgonderzoek te doen naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde broedvogels, kleine marterachtigen, Boommarter en vleermuizen (BEER, 2016). Uit de resultaten van het onderzoek uit 2017 voor het gebied ten noodoosten van de Laan der Continenten (Bijlage 10). is gebleken dat broedvogels en vleermuizen aanwezig zijn. Voor de aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor deze broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van maart tot en met juli; Het noordoostelijke deel van Kom A7 wordt gebruikt door een aantal soorten foeragerende vleermuizen.
Vooral de (half) open delen en de bosranden zijn geschikt, zoals de terreindelen noordelijk langs de bosrand en het open terrein rond het aanwezige geïsoleerde plasje; De randen van het deelgebied, met name de noordrand, worden gebruikt door vleermuizen als vliegroute; Er is in de noordrand van de bosschages een in vlucht baltsende Ruige dwergvleermuis vastgesteld waarvan wordt aangenomen dat deze ergens in het bos een baltsverblijf heeft in een boom. Van de baltsende Gewone dwergvleermuizen (alle in vlucht) wordt aangenomen dat deze verblijven in bebouwing elders in nabijgelegen delen van Purmerend.
56
Purmerend - Hotel Kom A7
Om de ontwikkeling te volgen van de populaties van eerder aangetroffen (beschermde) natuurwaarden zoals die van diverse vleermuissoorten, vogels met jaarrond beschermde nesten en diverse marterachtigen, werd in 2020 opnieuw onderzoek verricht in het gebied (Bijlage 11). In tegenstelling tot eerdere jaren is in 2020 het onderzoek specifiek gericht op het te ontwikkelen noordoostelijke deel van Kom A7 met binnen dat plangebied een focus op het terreindeel waar mogelijk een hotelontwikkeling mogelijk wordt gemaakt (de kern van het plangebied) naast de Laan der Continenten. Uit dit onderzoek blijken de volgende conclusies en aanbevelingen. De gevonden beschermde waarden in 2020 staan vermeld in figuur 17.
Figuur 19. Aangetrof f en beschermde en bedreigde soorten in Kom A7 in 2020.
WNB = Wet Natuurbescherming, (HRL = Habitatrichtlijn, NL = nationaal beschermde soorten, VRL = Vogelrichtlijn, JBS = v ogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, RL = Rode lijst, met v ermelding v an categorie (KW = kwetbaar).
In het onderzoeksgebied zijn beschermde soorten, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen vastgesteld. In het plangebied is een broedende Buizerd aanwezig, de nestplaats van deze soort is jaarrond beschermd. Het terrein wordt tevens gebruikt als onderdeel van het leefgebied van jaarrond beschermde Ransuil en Havik. Voor het verstoren of beschadigen/vernielen van het nest van de Buizerd is een ontheffing Wnb noodzakelijk. Er dient een plan van aanpak (activiteitenplan) gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. Dit plan dient te worden ingediend in het kader van een ontheffingsaanvraag bij de Omgevingsdienst Noord Holland Noord die deze aanvraag beoordeeld namens de Provincie Noord-Holland. Kom A7 wordt gebruikt door een aantal soorten foeragerende vleermuizen. Vooral de (half) open delen en de bosranden zijn geschikt, zoals de terreindelen noordelijk langs de bosrand en het open terrein rond het aanwezige geïsoleerde plasje.
Purmerend - Hotel Kom A7
57
Het terrein in het noorden is onderdeel van het leefgebied van de Boommarter. De soort is hier (nog steeds) verblijvend aanwezig en het aantal waarnemingen neemt toe. Het te ontwikkelen gedeelte van het bosgebied wordt gezien als essentieel leefgebied. Verstoren en beschadigen/vernielen ervan kan alleen met een ontheffing Wnb. Voor het verstoren of beschadigen/vernielen van het leefgebied van Boommarter dient een plan van aanpak (activiteitenplan) gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. Dit plan dient te worden ingediend in het kader van een ontheffingsaanvraag bij de Omgevingsdienst Noord Holland Noord die deze aanvraag beoordeeld namens de Provincie Noord-Holland. De aanvraag kan gecombineerd worden met die voor de Buizerd. De randen van het gebied, met name de noordrand en de Oude Provincialeweg, worden gebruikt door vleermuizen als vliegroute. Er is aan de noordrand van het bos een baltsverblijf van Ruige dwergvleermuis vastgesteld in een boom. Van de baltsende Gewone dwergvleermuizen (in vlucht) wordt aangenomen dat deze verblijven in bebouwing elders in nabijgelegen delen van Purmerend.
Stand van zaken Voor zowel het beschadigen/vernielen van een nest van buizerd als het aantasten van essentieel leefgebied van boommarter wordt een ontheffing van de Wnb voor soorten Noord-Holland aangevraagd bij de provincie. Onderdeel van de ontheffingsaanvraag is het maken van een activiteitenplan waarin de te nemen mitigerende maatregelen voor buizerd en de compensatie van het leefgebied van boommarter in beschreven worden. Van te voren zal contact worden gezocht met de provincie om beide zaken in een vooroverleg te bespreken. Externe effecten op beschermd natuurgebied Het plangebied ligt niet binnen of sluit niet aan op wettelijk of beleidsmatig beschermd natuurgebied. De Wet natuurbescherming eist dat ook externe effecten op de strengst beschermde nauurgebied (de Natura 2000-gebieden) worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder dat voor verzuring en vermesting als gevolg van een overmatige stikstofbelasting gevoelig is. Op 23 november 2020 is een berekening van de stikstofdepositie voor onderhavig project uitgevoerd (Bijlage 12) om na te gaan of er spraks is van een verzurend of vermestend effect als gevolg van het project.
De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf-bestand waaruit blijkt dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn die worden belast met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er is dan ook geen sprake van een stikstofdepositie die leidt tot een negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wet natuurbescherming is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. 5.13.3 Conclusie Het aspect gebiedsbescherming leidt niet tot een beperking van de uitvoerbaarheid van het plan. Voor het aspect soortenbescherming is dat nog niet helemaal duidelijk. De voorbereiding van de ontheffingsaanvraag moet hierin de noodzakelijke duidelijkheid brengen.
5.14
Verkeer en parkeren
5.14.1 Beleidskader Voor de berekening van de verkeersgeneratie is waar mogelijk gebruik gemaakt CROW publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren – Van parkeercijfers naar parkeernormen, december 2018. Voor de berekening van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de nota parkeernormen gemeente Purmerend 2016. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte van een bouwplan moet aangegeven worden wat voor een gemeente (zeer sterk, sterk, matig, weinig, niet stedelijk) het betreft en in welk gebied (centrum, schil centrum, rest bebouwde kom, buitengebied) het bouwplan gerealiseerd wordt. De gemeente Purmerend is een 'sterk stedelijke' gemeente en het plangebied is gelegen in 'rest bebouwde kom'.
58
Purmerend - Hotel Kom A7
5.14.2 Analyse Verkeersaantrekkende werking gemotoriseerd verkeer Ten behoeve van de verkeersgeneratie zijn onderstaande invoergegevens gebruikt. In het model is het verkeer van en naar de locatie opgenomen. De berekening van het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie is met behulp van CROW publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren – Van parkeercijfers naar parkeernormen, december 2018 opgenomen. Waar er geen gegevens uit de CROW publicatie beschikbaar waren is een schatting gemaakt, gebaseerd op een vergelijkbaar plan voor een hotel met bijbehorende functies. Het CROW geeft geen kengetallen verkeersgeneratie voor de functie restaurant/ontbijtzaal, vergaderzalen en bar. Voor deze functies kunnen globale kencijfers verkeersgeneratie gegeven worden.
Figuur 20. Tabel v erkeersgeneratie
Bij deze figuur wordt het volgende opgemerkt. Als uitgangpunt is aangehouden dat 50% van de functies vergaderzalen, restaurant en leisure door niet-hotelgasten wordt gebruikt. Wat betreft de hotelkamers en de leisure zijn de maximale kencijfers van de verkeersgeneratie aangehouden. Van vergaderzalen en een restaurant zijn geen kencijfers wat betreft de verkeersgeneratie beschikbaar. Daarom is gebruik gemaakt van de maximale parkeerkencijfers van deze functies. Wat betreft de vergaderzalen is een parkeerkencijfer van 10 parkeerplaatsen per 100m2 bvo aangehouden. Uitgaande van een turn-over van de parkeerplaatsen van 2 worden 10 x 2 x 2 = 40 ritten per 100 m2 bvo aangehouden. Wat betreft het restaurant is een parkeerkencijfer van 14 parkeerplaatsen per 100m2 bvo aangehouden. Uitgaande van een turn-over van de parkeerplaatsen van 2,5 worden 14 x 2,5 x 2 = 70 ritten per 100 m2 bvo aangehouden. De bar wordt gezien als onderdeel van het restaurant, hotel en vergaderzalen. Uit figuur 20 blijkt dat de ontwikkeling een verkeersgeneratie van 1710 ritten/etmaal genereert. Met behulp van de methode Harders6 zijn de wachttijden op de aansluiting berekend. Als uitgangspunten zijn de volgende gehanteerd. Een verkeersintensiteit van 10.000 mvt/etmaal (11.000 personenautoeenheden) op de Laan der Continenten.
Een verkeersintensiteit van 1.710 mvt/etmaal (1.710 personenautoeenheden) op de in-/uitrit van het hotel. Een spits van 10% van de etmaal intensiteit (wat betreft het hotel kan dit als een worst-case worden beschouwd). Uit de berekening op basis van deze uitgangspunten is berekend dat de Laan der Continenten voldoende in staat is om de toevoeging aan verkeer te kunnen verwerken. Het voorliggende plan leidt daarmee niet tot capaciteitsproblemen voor het omliggende wegennet (Bijlage 13). Parkeren
Purmerend - Hotel Kom A7
59
Op basis van de parkeernormen en de uitgangspunten is de maximale parkeerbehoefte berekend. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Voor de berekening van de parkeerbehoefte is de nota parkeernormen gemeente Purmerend 2016 gehanteerd; Op grond van het inwoneraantal wordt Purmerend door het CBS als 'sterk stedelijk' aangemerkt en is de locatie gelegen in 'rest bebouwde kom'; De parkeereisen zijn per functie, en daarmee worstcase, naar boven afgerond; De primaire functie van het complex is een hotel met bijbehorende functies. De bijbehorende functies worden deels gebruikt door hotelgasten en deels door passanten/daggasten. Gelet hierop is als uitgangspunt gehanteerd dat het hotel 100% bezet is; De leisure functies zwembad en fitness met een oppervlakte van 500 m² zijn alleen toegankelijk voor hotelgasten en daarom niet afzonderlijk berekend (hotel is al met 100% bezetting gerekend); De overige leisureactiviteiten met een maximale oppervlakte van 1.000 m² wordt voor 50% gebruikt door gasten die ook in het hotel slapen. De overige 50% is daggast/passant. Om dubbeltelling te voorkomen wordt de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte voor de leisure alleen met de daggasten berekend (hotel is al met 100% bezetting gerekend); Vergaderfaciliteiten worden voor 50% gebruikt door gasten die ook in het hotel slapen. De overige 50% is daggast.
Om dubbeltelling te voorkomen wordt de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte voor de vergaderzalen alleen met de daggasten berekend (hotel is al met 100% bezetting gerekend). Voorbeeld: De vergaderfaciliteiten worden voor 50% gebruikt door mensen die ook overnachten, dan rekenen we voor de parkeerbehoefte dus met 50% van het m² aan vergaderruimte. Horecafaciliteiten en de bar worden door 50% gebruikt door gasten die ook in het hotel slapen. De overige 50% is daggast. Om dubbeltelling te voorkomen wordt de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte voor de horecafaciliteiten en de bar alleen met de daggasten berekend (hotel is al met 100% bezetting gerekend); Bij het hotel worden 360 parkeerplaatsen gerealiseerd. In onderstaande tabel zijn de parkeernormen per functie opgenomen
Figuur 21. Tabel parkeernormen
Om de parkeerbehoefte inzichtelijk te maken is aan de hand van de door de gemeenteraad vastgestelde 'Nota Parkeernormen 2016' een parkeerbalans opgesteld die als Bijlage 14 bij de toelichting is opgenomen. De maximale bruto parkeerbehoefte in de nieuwe situatie bedraagt 404 parkeerplaatsen. Het is uiteraard niet zo dat de maximale parkeerbehoefte voor elk van de bestemmingen op ieder tijdstip geldt. Een parkeerbalans geeft een vrij nauwkeurige inschatting van het gebruik van de parkeerplaatsen. De parkeerbalans is een rekenmodel, waarin rekening wordt gehouden met: de in het betreffende gebied aanwezige parkeerplaatsen; de in het betreffende gebied aanwezige functies; het aanwezigheidspercentage per functie op verschillende tijdstippen. Aan de hand van de parkeerbehoefte en de aanwezigheidpercentages is de netto parkeerbehoefte van het project voor de verschillende periodes berekend. Uit de parkeerbalans blijkt dat de netto parkeerbehoefte maximaal 332 parkeerplaatsen bedraagt. Van der Valk realiseert 360 parkeerplaatsen en daarmee kunnen alle benodigde parkeerplaatsen op basis van de parkeerbalans op eigen terrein gerealiseerd worden. Langzaam verkeer
60
Purmerend - Hotel Kom A7
De locatie is in de huidige situatie niet direct te bereiken voor langzaam verkeer. Er is een fietspad aanwezig langs de Oude Provinciale weg die ten noordwesten van de locatie is gelegen. Een oversteek naar de projectlocatie is mogelijk vanaf dit fietspad. Deze oversteek bevindt zich op een 80 km/uur weg. Hier zal een veilige constructie moeten worden aangelegd op een veilige afstand van de bocht waarbij de fietser in twee fasen kan oversteken. Openbaar vervoer Aan de noordzijde van het plangebied is een bushalte (Purmerend - Graanmalderij) gelegen. Vanaf deze bushalte is er geen directe verbinding met de projectlocatie. De projectlocatie is op een afstand van circa 450 meter gelegen vanaf de bushalte. Via het fietspad of via een nieuw aan te leggen pad door het Beusebos kan de projectlocatie worden bereikt. 5.14.3 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling van het project niet in de weg.
5.15
Water
5.15.1 Beleidskader Nota Waterbeleid 21e eeuw Op basis van beleid dat voortkomt uit de nota 'Waterbeleid 21e eeuw' is een watertoetsproces ingesteld bij de ruimtelijke planvorming. Het watertoetsproces heeft tot doel om elkaar vroegtijdig te informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van het belang van water en dit in ruimtelijke plannen gestalte te geven. Een watertoetsproces leidt onder andere tot een waterparagraaf in het plan. De diepgang van de watertoets en de inhoud van de waterparagraaf kan verschillen naar de aard van de planvorming. De watertoets moet er voor gaan zorgen dat er bij de inrichting van ons land bewust rekening wordt gehouden met water. De waterbeheerder en initiatiefnemer nemen daarvoor samen de waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar en evenwichtig mee bij alle ruimtelijke plannen of ingrepen. Naast de in de toelichting genoemde Watertoets is er in de Nota 'Waterbeleid 21e eeuw' (Commissie Tielrooij, 2000) het principe van 'Vasthouden - Bergen - Afvoeren' als ordeningsprincipes geïntroduceerd. Dit is bedoeld om het watersysteem op een duurzame en robuuste manier in te richten, teneinde de burgers een prettige en veilige leefomgeving te bieden. Nationale Waterplan 2016-2021 In het Nationale Waterplan staan vijf ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven.
Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Het kabinet kiest voor een grotere inzet op verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder wil het kabinet dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht, dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. Tot slot wil het kabinet dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Water en ruimtelijke ordening zijn dus steeds meer met elkaar verweven. In het verleden werd water vooral geplooid naar de wensen van inrichters en gebruikers. Steeds vaker verschijnt waterproblematiek in de actualiteit. De hoogwatersituaties van de afgelopen jaren, maar ook verdrogingsverschijnselen, hebben aangetoond dat water een belangrijk aspect is bij ruimtelijke ordening. Daarom moet men water beter inbedden in ruimtelijke plannen. Ook vraagt klimaatverandering om ruimtelijke aanpassingen.
Denk hierbij aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevige regenbuien en perioden van droogte. Het wateraspect moet men zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke planvorming.
Purmerend - Hotel Kom A7
61
In structuurvisies en bestemmingsplannen staat de wettelijke verplichting om de gevolgen voor water af te wegen via de watertoets. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten planners rekening houden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Het proces van de watertoets voorziet erin dat rekening wordt gehouden met de eisen zoals die vanuit het waterbeheer worden gesteld. Dit is niet alleen van belang voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het is ook belangrijk om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problemen met water ontstaan nadat men heeft gebouwd. Tenslotte moet men in de waterparagraaf van zowel structuurvisies, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen verantwoorden hoe het plan rekening houdt met: waterkwantiteit, waterkwaliteit, oppervlaktewater, grondwater, afvalwater en de landschappelijke aspecten van water. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.
Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. 5.15.2 Analyse In het kader van dit bestemmingsplan is overleg gepleegd met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hierna wordt dit nader toegelicht. Watertoets Op 22 juni 2020 is de (digitale) watertoets doorlopen. Als input van de watertoets is aangegeven dat er door het planvoornemen 22.375 m2 aan verharding wordt toegevoegd en dat er 5.507 m2 aan nieuw oppervlakte water wordt gerealiseerd. De toetsresultaten van de watertoets en de uitgangspunten zijn als Bijlage 15 bij deze toelichting opgenomen.
Uit de resultaten van de watertoets blijkt dat bepaalde aspecten van het plan een dusdanige invloed hebben op de belangen van het HHNK, dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat HHNK in overleg wil hoe in het plan rekening kan worden gehouden met de waterhuishoudkundige belangen. Ten aanzien van de compensatie-eis moet worden gecompenseerd conform de eis van het HHNK. Uit de inputgegevens blijkt dat meer dan 2.000 m2 grond wordt bebouwd. Een dusdanige toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het hemelwater stroomt versneld af en komt direct tot afvoer. Compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie is noodzakelijk om deze negatieve effecten op te heffen. Bij een verhardingstoename van meer dan 2000 m2 berekent het hoogheemraadschap aan de hand van diverse plangebiedkenmerken een specifiek compensatiepercentage. Waterkwaliteit en riolering Binnen het plan is er geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat het HHNK voor de nieuwe ontwikkeling adviseert om een gescheiden stelsel aan te leggen. Het HHNK
62
Purmerend - Hotel Kom A7
adviseert om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. In de huidige situatie is in het plangebied geen riool aanwezig. Bij de realisatie van het hotel zal het afvalwater aangesloten worden op de gemeentelijke riolering. Ter voorkoming van het onnodig belasten van de rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt hemelwater zoveel als mogelijk geloosd op het oppervlaktewater. Bij de nadere uitwerking wordt de riolering, de dimensionering (o.a. hoogteligging) en de plek waar de hemelwateruitlaten op het open water uitkomen verder op tekening gedimensioneerd en gedetailleerd. Definitief aanvullend advies 9 september 2020 Op 22 juni is de digitale watertoets doorlopen (kenmerk HHNK PRS nummer 3744). Uit deze digitale watertoets is naar voren gekomen dat er als gevolg van dit planvoornemen waterbelangen worden geraakt en dat de normale procedure van toepassing is. Op 13 juli 2020 is per e-mail een verzoek om aanvulling ontvangen. Op 6 augustus 2020 is gereageerd en is aanvullende informatie in de vorm van een bijlage met de oppervlakken aan verharding en nieuw te graven water en een profieltekening toegestuurd. Het aanvullend advies en de beantwoording van de vragen is opgenomen in Bijlage 15 bij deze toelichting. Op 9 september 2020 is aanvullend telefonisch overleg geweest met de architect.
Het plan is nader toegelicht en er zijn nadere stukken toegestuurd in de vorm van een overzichtstekening met de positionering van het hotel, de parkeerplaatsen en de waterpartijen. Uit de aanvullende informatie wordt duidelijk dat het gaat om een verhardingtoename van 16.622 m2. Omdat de ondergrond zich onvoldoende leent voor infiltratie en omdat de drooglegging gering is, wordt in open water gecompenseerd. De paden door het park en de vlonders worden niet toegerekend aan de verhardingtoename. De ontwikkeling is gelegen in peilgebied 5841-03 met een vast peil van NAP – 1,87 m. Het hotel wordt 30 cm boven maaiveld (NAP -0,7 m) gepositioneerd. Geen eis, maar een advies is om met het oog op de klimaatontwikkelingen goed te kijken naar de kwetsbaarheden van de inrichting van het terrein en voor de eventuele voorzieningen. Is bijvoorbeeld instroming van water mogelijk bij calamiteiten bijv. 20 cm water op het maaiveld en hoe zit het bijv. met de elektriciteit van laadpalen, etc. bij wateroverlast en bij droogte (en als gevolg van bodemdaling). Op basis van de gebiedsfactoren (o.a. drooglegging, maximaal toelaatbare peilstijging T=25 en T=100 en de grondsoort klei) is hier een compensatiepercentage ten opzichte van de verhardingtoename van 10% nodig. Er wordt 5.507 m2 nieuw oppervlaktewater gerealiseerd.
Bij een verhardingtoename van 16.622 m2 en een compensatiepercentage van 10% zou er 1.662 m2 gecompenseerd moeten worden. Het beoogde oppervlak nieuw water is meer dan voldoende om aan de compensatie-eis te kunnen voldoen. Een aanvullende eis is dat de gemeente als grondeigenaar schriftelijk moet aangeven dat de compensatie grotendeels op hun grondgebied zal plaatsvinden en dat dit akkoord is. De gemeente Purmerend is bereid watercompensatie, in de vorm van vergroten van het in het gebied aanwezige meertje, toe te staan op haar terrein. De gemeente heeft een schetsontwerp laten maken voor het ontwikkelen van het bosgebied rondom het toekomstige hotel tot een natuur-, recreatie- en wandelbos met een educatief karakter. In dit ontwerp is het vergroten van het aanwezige meertje opgenomen en is gezocht naar een optimale aansluiting tussen bos en hotel. De gemeente heeft het voornemen om dit ontwerp te gaan realiseren als de bestemmingsplanwijziging en de vergunningverlening voor het hotel met positief resultaat zijn afgerond. Voor het natuur- recreatie- en wandelbos inclusief het vergrote meer wordt een plan voor beheer en onderhoud uitgewerkt en vervolgens uitgevoerd. Daarin zal de gemeente het op diepte houden en het overige onderhoud van het vergrote meer opnemen. Daarnaast wordt er in het aanvullend wateradvies uitgebreid ingegaan op de aan te vragen
Purmerend - Hotel Kom A7
63
watervergunning en de daarbij behorende vereisten. Voor de aanvraag van de watervergunning zal nog nadere duiding van de dimensionering op een kaart inzichtelijk moeten worden gemaakt, inclusief de duiding van het oppervlak, de maatvoering (meters en vierkante meters) en lengteprofiel en dwarsprofielen op schaal met de duiding (in meters) van de waterbreedte op minimaal de smalste delen en op de breedste delen. De taluds dienen minimaal 1:1,5 of flauwer te zijn en deugdelijk te zijn ingericht en afgewerkt. Voorwaarde die verder aan het compensatiewater wordt gesteld, is dat dit water in een open verbinding moet zijn met de watergangen van het watersysteem van de polder. Wanneer dit niet haalbaar is, is daar minimaal een duiker met een inwendige diameter van 500mm nodig. Bij duikers langer dan 15 meter, is voor iedere 15 meter een inspectieput nodig om de bereikbaarheid voor het onderhoud te borgen. Voor kruising van het water bij de nieuwe toegangsweg en ten behoeve van de kruising van het nieuwe fietspad zijn vanuit de waterhuishouding bekeken minimaal duikers met een inwendige diameter van minimaal 600 mm nodig. Het compensatiewater wordt juridisch verankert middels de Watervergunning en na realisatie en goedkeuring wordt het overgenomen in de Legger van het hoogheemraadschap.
Het nieuwe water zal in de Legger een secundaire leggerstatus krijgen, wat betekend dat er meerdere belanghebbenden zijn (Gemeente Purmerend en Van der Valk). De overmaat aan open water van 5.507 – 1.662 = 3.845 m2 kan op verzoek van de gemeente worden opgenomen in de gemeentelijke waterbank en bij initiatieven met compensatieverplichting binnen dit zelfde peilgebied dan deze overmaat worden ingezet. Dit zal ook expliciet worden vast gelegd in de watervergunning. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de realisatie en de instandhouding (onderhoud!) van het nieuwe water. Hiervoor adviseert het Hoogheemraadschap om vooraf duidelijk af te wegen of er varend onderhoud of rijdend onderhoud (vanaf de oever) wordt uitgevoerd. Wanneer er gekozen voor rijdend onderhouden, dan dient de bereikbaarheid van de oever voor onderhoudsmaterieel te worden geborgd en is er rond het nieuwe water een onderhoudsstrook nodig zonder opstallen en opgaande beplanting. Wanneer ervoor wordt gekozen om het onderhoud varend te (laten) uitvoeren, dan is het van belang dat het nieuwe water voldoende diepte heeft (minimaal 1 meter diep) en dat er wordt voorzien in een te water laat plaats voor de maaiboot en een parkeerplaats voor de trailer/ oplegger. Dit wil het Hoogheemraadschap ook terug zien op de tekeningen die bij de aanvraag van de watervergunning horen.
De werkzaamheden zullen gedeeltelijk binnen de zonering van 5 meter van het bestaande watersysteem werkzaamheden worden uitgevoerd. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden, de precieze ruimtelijke impact op het bestaande watersysteem en het ruimte die dit in beslag zal nemen, kan het Hoogheemraadschap adviseren. Het afvalwater afkomstig van deze ontwikkeling wordt afgevoerd naar de gemeentelijke riolering. Het hemelwater van de nieuwe verharding zal worden afgekoppeld naar het oppervlaktewater. Tevens wordt geadviseerd om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitlogende materialen te voorkomen. De oppervlakken die gevoelig zijn voor vervuiling (bijvoorbeeld van voertuigen) en waar (potentieel) vervuilende activiteiten wordt geadviseerd om via een randvoorziening met voorzuiveringsfunctie, zoals een olieafscheider en een zandvang, te lozen naar het open water. Op basis van de beschikbaar gestelde informatie en met de hierboven opgenomen voorwaarden, kan het Hoogheemraadschap instemmen met het voorgenomen plan. De initiatiefnemer zal met inachtneming van deze gegevens de benodigde watervergunning tijdig aanvragen.
5.15.3 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
64
Purmerend - Hotel Kom A7
5.16
Bomenlijst
De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Voordat een houtopstand die onder de Wnb valt, geveld kan worden, moet een kapmelding worden gedaan bij de provincie Noord-Holland. Volgens de provinciale kaart van de bebouwde kommen in Noord-Holland valt het bos binnen de bebouwde kom Wnb. Dat betekent dat de gemeente zelf het bevoegd gezag is voor de kap van de bomen. Hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb geldt hier dan ook niet. Een kapmelding is niet nodig en er geldt vanuit de Wnb geen herplantplicht. Op grond van artikel 74, lid 2 onder c, van de Algemene Plaatselijke Verordening Purmerend in samenhang gelezen met de Structuurvisie 2005-2020, is geen omgevingsvergunning vereist voor de kap van de bomen op de locatie Kom A7. De gemeente Purmerend heeft een bomenlijst. Op deze lijst staan de waardevolle bomen van de stad. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - m.b.t. die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd.
Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is. Door Pius Floris BEA is een BEA uitgevoerd. Uit de door Pius Floris BEA uitgevoerde BEA (Bijlage 5) blijken de volgende conclusies en adviezen. Bij de conclusies en adviezen is aangegeven hoe hiermee wordt omgegaan in het plan. Conclusies: Opvallend is de conditieachteruitgang door essentassterfte. Mogelijk dat daardoor een secundaire aantasting in het wortelgestel zich goed heeft kunnen ontwikkelen. Daarnaast kunnen de bodemeigenschappen en het grondwater (vernatting/verdroging) een significante rol spelen in de standvastheid van de bomen. Wanneer eenmaal een gat in het kronendak is ontstaan, heeft de wind meer vat op de resterende bomen. Deze bomen, die zijn opgegroeid in de beschutting van nevenstaande bomen, ervaren meer windbelasting en kunnen mede hierdoor vatbaar worden voor windworp. Dit is in feite een natuurlijk proces. Echter niet wenselijk wanneer het gebied wordt opengesteld voor ontwikkeling en publiek.
Conclusie puntsgewijs: Verwijder alle opgenomen essen binnen dit project(gebied); Verwijder alle opgenomen bomen binnen de bouwcontouren; Pas het ontwerp aan ten gunste van: 1. de 4 wilgen op het 'eiland'; 2. boomnummer 837 (toekomstige oprit); 3. boomnummer 411 en 820 (toekomstige parkeerplaats). Behoud de sloot aan de zuidwestzijde van het projectgebied. Het ontwerp van het eiland met de vier wilgen is nog een schetsontwerp. In de uitwerking naar definitief ontwerp worden de adviezen om het behoud van de grote wilgen hier te waarborgen verwerkt. De bomen met nummers 837, 411 en 820 worden behouden, het ontwerp van parkeerplaats en oprit wordt hieraan aangepast. De sloot aan de zuidwestzijde van het projectgebied blijft bestaan, er zijn geen plannen om hier iets aan te wijzigen. Zie verder bij de reacties op de adviezen hieronder.
Purmerend - Hotel Kom A7
65
Adviezen: De adviezen zijn onderstaand puntgewijs weergegeven met daaronder per advies de wijze hoe met het advies wordt omgegaan: Laat een flora en fauna onderzoek uitvoeren naar de ecologische gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden (zie fotomateriaal bijlagen); Vanaf 2016 zijn jaarlijks flora- en fauna onderzoeken gedaan in de gehele kom A7. De laatste rapportage dateert van december 2020 en is als Bijlage 11 toegevoegd bij het bestemmingsplan. Ga met de gemeente in overleg omtrent de aanwijscriteria voor snelgroeiende boomsoorten en wat bedoeld wordt met stamomvang en stamdoorsnede; De gemeente staat open voor dit overleg. Echter, voor de bestemmingsplanprocdure van het hotel hanteert de gemeente de vastgestelde bomenlijst met de kwalificaties die de bomen in de kom A7 daarin gekregen hebben. Maak een plan waarin compenserende maatregelen staan genoteerd en vraag vervolgens een kapvergunning aan; Als compenserende maatregelen wordt voorgesteld om: 1. Op de parkeerplaats bij het hotel een aantal van 32 nieuwe bomen aan te planten waarmee deze op termijn het karakter krijgt van parkeren in het bos. Daarbij wordt een gevarieerd sortiment toegepast met bomen van verschillende grootte en vorm, en aansluitend bij de bodemgesteldheid en hoogteligging van dit terrein.
In het parkeerterrein worden hiervoor voldoende grote plantvakken uitgespaard waarin goede groeiplaatsen voor de bomen gemaakt worden. Er moeten circa 60 bomen gekapt worden om de parkeerplaats te kunnen realiseren en hiervan worden er dus 32 herplant op het nieuwe parkeerterrein. 2. Het ontwerp van de inrit en de parkeerplaats is zo aangepast dat de gezonde bomen met een goede toekomstverwachting, nl de bomen met nummers 837, 411 en 820 behouden kunnen blijven. 3. In het te behouden bos rond de parkeerplaats van het hotel worden circa 28 nieuwe bomen toegevoegd. Samen met de bomen in het nieuwe parkeerterrein worden daarmee alle voor het parkeerterrein te kappen bomen vervangen door nieuwe bomen. Dit betekent niet het onmiddellijk kappen van dode en zieke bomen die aanwezig zijn in het bos rond de parkeerplaats, dit gebeurt alleen in onveilige situaties. Ook de omgewaaide bomen blijven waar mogelijk liggen in verband met de ecologische waarde hiervan. We streven hier naar een geleidelijk en natuurlijk proces van afsterven van oude bomen en opgroeien van nieuwe bomen. 4. Aan weerszijden van de Laan der Continenten wordt, conform het schetsontwerp van Vista landschapsarchitecten nieuw bos aangeplant. Daarmee worden de beide delen van het bos met elkaar verbonden over de weg heen. Het gaat om een oppervlak van 6.370 m2 waarin circa 75 nieuwe bomen aangeplant worden.
Hiermee worden de circa 30 te kappen bomen binnen de bouwcontouren van het hotel (5.880 m2) gecompenseerd. 5. De afrit van de A7 vanaf de noordzijde wordt over enkele jaren opgeheven door Rijkswaterstaat. In overleg met Rijkswaterstaat en de natuurfederatie Noord-Holland kan onderzocht worden of hier, in het kader van het inpassingsplan, mogelijkheden zijn voor uitbreiding va het bos. Aangezien hierover nu nog geen zekerheid bestaat is deze mogelijke uitbreiding van het bos niet meegenomen als compensatie voor de te kappen bomen. Op onderstaand figuur zijn de compenserende maatregelen weergegeven. Deze afbeelding is ook als Bijlage 6 bij de toelichting gevoegd.
66
Purmerend - Hotel Kom A7
Figuur 22. Bomencompensatie
Verwijder alleen de kronen van de te vellen bomen om ecologisch waardevol staand dood hout te creëren; Dit advies wordt opgevolgd voor de bomen buiten de bouwcontouren en buiten het parkeerterrein. De essen waarvan aangeraden wordt om ze allemaal te vellen staan deels in het bos rondom het parkeerterrein wat behouden blijft. Waar voldoende ruimte is om bomen te laten omvallen worden de essen niet verwijderd. Een omgevallen dode boom levert immers een nog grotere ecologische meerwaarde op. Alleen daar waar een omvallende boom te gevaarlijk is zullen de kronen van de dode bomen verwijderd worden om het gevaar van omwaaien daarmee te voorkomen. Voer beheersmaatregelen uit van de resterende bomen (NTO, snoeien etc.); Dit zal uitgevoerd worden bij de bomen in het bos rond het toekomstige parkeerterrein en bij de bomen die gehandhaafd blijven op het parkeerterrein. Voor het bosgebied buiten de kavel van het hotel maakt de gemeente een beheerplan waarin maatregelen opgenomen worden voor beheer en transformatie naar een duurzaam en toekomstbestendig bos. Selecteer voor aanvang van de werkzaamheden duurzame bomen (stamdiameter >15 cm op 1,3 m+mv) van een goede kwaliteit in de onderlaag die de gaten van de te vellen en omgevallen bomen kunnen opvullen (let op, veel essen en iepen); 1.
Voer voor deze bomen tevens een boomveiligheidscontrole uit en voer, waar van toepassing, beheersmaatregelen uit (begeleidings- veiligheids en onderhoudssnoei, NTO etc.). Dit zal uitgevoerd worden bij de bomen in het bos rond de toekomstige parkeerplaats. Aangezien we dit bos duurzaam willen behouden zullen naar onze inschatting ook duurzame toekomstbestendige bomen toegevoegd moeten worden. Behouden van jonge essen en iepen uit de ondergroeiing is niet wenselijk en het aantal toekomstbestendige jonge bomen is naar verwachting te beperkt om op langere termijn een voldoende windbestendig bos te krijgen. Voor het bosgebied buiten de kavel van het hotel maakt de
Purmerend - Hotel Kom A7
67
gemeente een beheerplan waarin maatregelen opgenomen worden voor beheer en transformatie naar een duurzaam en toekomstbestendig bos. Voer een landkundige inmeting uit voor de te behouden bomen; Dit advies wordt opgevolgd, de ingemeten bomen worden opgenomen op de kaart van de gemeente. Plant nieuwe bomen aan in een duurzame groeiplaats, rondom de bouwcontouren, zodat er een kwalitatief betere groenstructuur wordt gerealiseerd. Hierbij rekening houden met de huidige bodemeigenschappen, maaiveldhoogte en (nieuw) grondwaterstand; In opdracht van de ondernemer zal een groenplan voor het terrein behorend bij het hotel opgesteld en uitgevoerd worden waarbij de aanplant van nieuwe bomen een belangrijk onderdeel is. Dit plan wordt aan de gemeente voorgelegd ter goedkeuring. Voor het bosgebied buiten de kavel van het hotel maakt de gemeente een beheerplan waarin maatregelen opgenomen worden voor beheer en transformatie naar een duurzaam en toekomstbestendig bos. Ook daarbij zal het toevoegen van nieuwe bomen een belangrijk onderdeel zijn. Voor beide gebieden zal de hoge grondwaterstand een belangrijk aandachtspunt vormen waar goed rekening mee gehouden moet worden om tot een toekomstbestendig bos te komen. Houd bij de aanleg van wandelpaden door het bosgebied rekening met de oppervlakkige beworteling.
Hierbij mag geen wortelschade ontstaan; Het gaat straks om een wandelbos met voornamelijk smalle onverharde wandelpaden. In de natte delen komen vlonderpaden. Voor deze beide typen wandelpaden verwacht de gemeente dat deze prima te realiseren zijn zonder schade aan de boomwortels. Er komt een hoofdpad vanaf de toegang bij de Oude Provincialeweg/Neckerstraat via het meer richting het hotel wat wel wat breder wordt en wellicht een vorm van half verharding krijgt. Hierbij is het idee om op de locaties langs dit pad waar de bomen te slecht en daarmee gevaarlijk worden enkele bomen te kappen en zo kleine open plekken te creëren met ruimte voor een bankje, natuureducatie en natuurlijk spelen. Wanneer het bosgebied wordt opengesteld voor publiek is het aan te bevelen vooraf een integrale boomveiligheidscontrole uit te voeren. Dit advies zal te zijner tijd door de gemeente uitgevoerd worden mede als basis voor de uitwerking van het schetsontwerp en het maken van een beheerplan voor het natuur- recreatie- en wandelbos.
5.17
Milieu-effectrapportage
5.17.1 Beleidskader Voor bepaalde grootschalige ontwikkelingen op het gebied van woningen, bedrijvigheid en infrastructuur dient op grond van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 een milieu-effectrapportage (mer) opgesteld te worden. Hierin moet worden aangegeven wat de gevolgen zijn van de ontwikkelingen voor het milieu. In het Besluit mer is aangegeven in welke gevallen er onderzoek gedaan moet worden. Afhankelijk van de grootte van het project zijn er twee mogelijkheden: 1. bij een project dat voorkomt in onderdeel C van de bijlage van het Besluit mer en boven de daar genoemde drempelwaarden uitkomt, geldt een directe mer-plicht. In dat geval dient een mer opgesteld te worden. Dit geldt ook voor een project dat onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel C blijft, maar boven de drempelwaarden die in onderdeel D gegeven worden ligt en waarvoor een (kaderstellend) bestemmingsplan opgesteld wordt. 2. indien er geen directe mer-plicht geldt, kan er wel een vormvrije mer-beoordelingsplicht gelden. Dit geldt voor projecten die in onderdeel D genoemd worden en niet boven onder de drempelwaarde uitkomen. Hierbij moet worden onderzocht of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen.
68
Purmerend - Hotel Kom A7
Er gelden geen vormvereisten, maar wel inhoudelijke vereisten: de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn moeten in acht worden genomen. Als de uitkomst is dat het uitgesloten is dat er belangrijke gevolgen voor het milieu zijn, dan dit moet in de toelichting van het bestemmingsplan worden gemotiveerd. Zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet uitgesloten, dan geldt een mer -plicht. Van een directe mer-plicht zal in Purmerend vrijwel nooit sprake zijn. Van een mer -beoordelingsplicht kan sprake zijn bij een stedelijk ontwikkelingsproject, oftewel de bouw van woningen, kantoorgebouwen of andere stedelijke voorzieningen. Hier moet worden beoordeeld of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Hoe verder het project van de drempelwaarde af ligt, hoe kleiner de nadelen voor het milieu zullen zijn. 5.17.2 Analyse De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit mer en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat. Het is wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit mer. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar het valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden.
D.11.2
Activiteiten Gevallen De aanleg, wijziging In gevallen waarin de activiteit betrekking of uitbreiding van een heeft op: stedelijk 1: een oppervlakte van 100 hectare of meer, ontwikkelingsproject, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of met inbegrip van de meer woningen omvat, of bouw van 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 winkelcentra of m2 of meer. parkeerterreinen.
Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening --> het bestemmingsplan
Figuur 23. Onderdeel D (categorie D.11.2) v an bijlage II v an het Besluit mer
Dit betekent dat het verplicht is een vormvrije mer-beoordelingsplicht uit te voeren. De inhoudelijke vereisten voor deze beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn mer. Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van het potentiële effect. De initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie opgesteld (Bijlage 17) waarin deze aspecten aan de orde komen. Uit de opgestelde aanmeldnotie kan worden opgemaakt dat het gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee het plan kan worden ingepast en gerealiseerd kan worden, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich mee zal brengen voor het milieu. Omdat er geen sprake is van relevante effecten, zijn er geen redenen gezien die het doorlopen van een m.e.r.-procedure zinvol maken. Een m.e.r.- procedure wordt niet noodzakelijk geacht. 5.17.3 Conclusie Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is de impact van het plan op het milieu gering te noemen. Het is dus niet noodzakelijk om een mer op te starten. Het college heeft hierop besloten dat geen mer opgesteld hoeft te worden.