CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B Bestemmingsplan Purmerend-Hotel Kom A7

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Hotel ontwikkeling Kom A7, procedure tot vaststelling bestemmingsplan29.318 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Zonder verdere actie gaat deze opgave grote consequenties hebben voor de leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid in de stad. Het verkeersplan, dat in maart 2019 door de raad is vastgesteld, bevat een pakket aan maatregelen om de parkeerdruk in de binnenstad te reguleren en de doorstroming te reguleren. De voorgestelde parkeermaatregelen zijn geclusterd rond drie pijlers: optimaliseren van het gebruik van het bestaande parkeeraanbod (realisatie van een parkeerverwijssysteem, ruimere openingstijden parkeergarage Claxonate, vergroten bekendheid avondopenstelling Eggertgarage (Q-park) en vergunninghoudersparkeerplaatsen omzetten naar betaalde parkeerplaatsen); compenseren van het parkeertekort dat ontstaat door woningbouw (haalbaarheidsonderzoek parkeergarage Schapenmarkt en/of omgeving stadhuis); beïnvloeden van het parkeergedrag (aantrekkelijker maken van alternatieve vervoerswijzen zoals

Purmerend - Hotel Kom A7

29

fiets en het openbaar vervoer, beïnvloeden van het parkeertarief en het tarief voor de parkeervergunningen, uitbreiden nulvergunningenregeling en uitbreiden parkeerregulering). Om de binnenstad autoluw te maken en het doorgaand verkeer te ontmoedigen de route door de binnenstad te nemen, zijn er globaal vier knoppen waaraan gedraaid kan worden. Zo kunnen maatregelen getroffen worden die betrekking hebben op de: snelheid; instelling verkeerslichten; op- en afritten van de A7; verkeerscirculatie. Bovenstaand pakket is met behulp van een verkeersmodel doorgerekend. Daaruit blijkt dat het beoogde effect - een autoluwe binnenstad - alleen haalbaar is bij een combinatie van de vier maatregelen. De locatie Kom A7 is niet gelegen in de binnenstad en ook niet aan een van de routes vanaf de A7 naar de binnenstad. Het verkeersplan staat uitvoering van het project niet in de weg. 3.4.10 Nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties. Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen). Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. In hoofdstuk 6 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn.

3.4.11 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling om een hotel met vergaderzalen en horeca te realiseren ligt in lijn met het Rijks- provinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid.

30

Purmerend - Hotel Kom A7

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsanalyse

Huidige situatie

De locatie is gelegen in de Kom A7. Het plangebied wordt in de huidige situatie met gebruikt om te wandelen. Het gebied wordt volledig omsloten door wegen. Ten noorden van het plangebied zijn een tenniscentrum, dance centrum en een bouwmarkt gesitueerd. De dichtstbijzijnde woningen zijn gelegen op een afstand van circa 500 meter.

Figuur 11. Huidige situatie

4.2

Nieuwe situatie

4.2.1 Algemene voorgeschiedenis In de structuurvisie Purmerend die in 2006 is vastgesteld werd de hele kom A7 aangemerkt als te ontwikkelen gebied. Dit gebied is een zichtlocatie vanaf de snelweg A7 en ligt dicht bij de binnenstad van Purmerend. Voor de invulling van de kom A7 werd gedacht aan commerciële voorzieningen met een regionale of bovenregionale functie. Uiteindelijk is op basis van onderzoek naar de marktpotenties gekozen voor een ontwikkeling van de kom A7 met functies op gebied van vrijetijdsbesteding, evenementen, toerisme en recreatie. Daarbij werd gedacht aan een hotel in combinatie met faciliteiten voor congressen, evenementen en leisure. Aantrekken van nieuwe werkgelegenheid en versterken van de binnenstad waren hierbij belangrijke aandachtspunten. Dit is door de raad in de visie ontwikkeling kom A7 “Poort van Purmerend” in 2016 vastgesteld als uitgangspunt. Het is de intentie om het gehele gebied kom A7 te ontwikkelen voor dit doel. In 2017 meldde zich de eerste kandidaat met een voorstel voor een recreatieve functie in de kom A7. Dit was de ondernemer van het van der Valk hotel in Zuidoostbeemster. Hij wilde dat hotel uitbreiden met circa 100 kamers wat niet mogelijk was op de bestaande locatie en ook niet op een andere locatie in de Beemster en dicht bij de snelweg A7.

Door de gemeente Purmerend is vervolgens onderzocht of vestiging en de kom A7 mogelijk zou zijn. Dit resulteerde in een nota van uitgangspunten waaruit bleek dat de bouw van een hotel met circa 145 hotelkamers in de kom A7 mogelijk is. Vervolgens is begin

Purmerend - Hotel Kom A7

31

2018 een anterieure overeenkomst gesloten tussen van der Valk en de gemeente over de aankoop van een perceel van 2,3 ha. grond voor de vestiging van het hotel. Vooraf aan de besluitvorming over de gronduitgifte voor het hotel in de kom A7 is overleg gevoerd binnen de MRA om dit hotelplan af te stemmen met de andere hotelontwikkelingen in de metropoolregio Amsterdam. De basis hiervoor werd gevormd door een marktonderzoek van Lagroupe. Dit resulteerde in een afspraak tussen de noordelijke gemeenten van de MRA over de vestiging van drie nieuwe hotels in dit gebied waaronder het hotel in de kom A7. Ook met de provincie is destijds ambtelijk afgestemd over de vestiging van het hotel in de kom A7. Ook zijn GS middels een brief geïnformeerd over de afstemming binnen de MRA met betrekking tot de vestiging van dit hotel. Nadat alle afspraken over een nieuw van der Valk hotel in de kom A7 begin 2018 vastgelegd waren in een overeenkomst is de vestiging van dit hotel en de verdere ontwikkeling van de kom A7 een belangrijk overlegpunt geworden bij de gemeenteraadsverkiezingen. Bij de vorming van het nieuwe college na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 is in de zomer van 2018 in het coalitieakkoord hierover het volgende afgesproken: Het Beusebos / de kom A7 wordt een natuur-, recreatie- en wandelbos met een educatief karakter.

De gemeente treedt in overleg met de beoogde ondernemer om binnen een redelijke termijn een alternatieve locatie voor het hotel te vinden. Als het niet lukt om een alternatieve locatie te vinden, wordt het een vrij besluit van de raad. In opdracht van de gemeente heeft adviseur Decisio onderzocht of gelijkwaardige alternatieve locaties voor dit hotel gevonden kunnen worden. De conclusie was dat dit niet het geval is. Er is geen alternatieve locatie die voldoet aan de eisen van Van der Valk. Deze eisen zijn voor de ondernemer voorwaardelijk om deze grote investering te willen doen. Bovendien zijn de gemeente en Van der Valk met het ondertekenen van de anterieure overeenkomst wederzijdse verplichtingen aangegaan zodat instemming van de ondernemer voor een eventuele alternatieve locatie een voorwaarde is. Op 18 april 2019 heeft de gemeenteraad besloten om verder te gaan met het Van der Valk hotel op de afgesproken locatie in de kom A7 (zie ook paragraaf 2.2). En om verder geen nieuwbouw meer te ontwikkelen in de kom A7 maar in plaats daarvan het bestaande groen te gaan inrichten als een natuurrecreatie- en wandelbos met een educatief karakter. Tevens heeft de raad een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld om een schetsontwerp voor het bos te maken en te onderzoeken hoe toekomstige aanleg en beheer het beste geregeld kunnen worden.

4.2.2 Stedenbouwkundige motivering De locatie Kom A7 kwalificeert als bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 1.1.1, lid 1 onder h, van het Besluit ruimtelijke ordening. De aanwijzing van de Kom A7 als landelijk gebied in de Omgevingsverordening is hiermee in strijd en bovendien is de Omgevingsverordening op dit punt tegenstrijdig. Dit bestemminsplan gaat daarom uit van de juridische kwalificatie van de Kom A7 als bestaand stedelijk gebied en laat de Omgevingsverordening op dit punt buiten toepassing. Dit wordt als volgt toegelicht. Uit de wetsgeschiedenis bij artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro volgt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Daarbij moet niet alleen naar de bestaande bebouwing maar ook naar het verleden worden gekeken1. Uit de jurisprudentie van de ABRvS ter invulling van artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro volgt bovendien dat voor de kwalificatie als bestaand stedelijk gebied de definitie van artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro en invulling daarvan naar omstandigheden van het geval leidend zijn. De definitie in artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro – en de invulling die daaraan in de jurisprudentie verder is gegeven – prevaleert dus boven de aanwijzing van de Kom A7 als landelijk gebied in de Omgevingsverordening.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van bestaand stedelijk gebied dient volgens de ABRvS te

32

Purmerend - Hotel Kom A7

worden beoordeeld of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied al een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied volgens het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Daarbij is niet relevant of de bebouwing waarin het voorgaande plan voorzag tijdens de vaststelling van het nieuwe plan al was gerealiseerd2. Op grond van het thans vigerende bestemmingsplan West 1990 rust een recreatieve bestemming op de locatie Kom A7. Binnen die bestemming is bebouwing in de vorm van clubgebouwen toegestaan. Eerder oordeelde de ABRvS in een uitspraak van 25 april 20183 dat in het geval van een recreatieve bestemming die stacaravans en recreatiewoningen toeliet, sprake was van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van dienstverlening. Op grond van deze uitspraak is het gemeentebestuur van Purmerend van mening dat ook het bestemmingsplan West 1990 ter plaatse van de Kom A7 een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van dienstverlening toelaat, nu daar clubgebouwen zijn toegestaan en bijvoorbeeld een sportcomplex ter plaatse kan worden ontwikkeld.

Daar komt bij (i) dat de ligging van de Kom A7 aansluit bij de bebouwing van de stad Purmerend en daarvan slechts gescheiden wordt door de A7, die op zichzelf kwalificeert als bij bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende infrastructuur; en (ii) ook de Structuurvisie Purmerend 2005 – 2020 de Kom A7 als een te ontwikkelen stedelijk gebied bestempelt. De Kom A7 is bovendien gelegen binnen de bebouwde kom, wat ook een kenmerk is van bestaand stedelijk gebied. Uit de wetsgeschiedenis bij artikel 3.1.6 Bro volgt dat de begrenzing van de bebouwde kom niet bepalend is voor de bepaling van de begrenzing van bestaand stedelijk gebied, in die zin dat bestaand stedelijk gebied niet per se ophoudt bij de grens van de bebouwde kom4. Daarbij wordt tegelijkertijd aan een uitspraak van de ABRvS gerefereerd waaruit volgt dat de begrenzing van de bebouwde kom een aanwijzing is dat sprake is van bestaand stedelijk gebied5. De Kom A7 ligt ingevolge de door de GS vastgestelde begrenzing van de bebouwde kom, binnen de bebouwde kom als bedoeld in de Wet natuurbescherming:

Figuur 12 Bebouwde kommen binnen de Prov incie Noord-Holland

Voorgaande leidt tot de conclusie dat de Kom A7 kwalificeert als bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro. De aanwijzing als landelijk gebied in de Omgevingsverordening is daarmee niet in overeenstemming en bovendien innerlijk tegenstrijdig. Enerzijds sluit de Omgevingsverordening namelijk wat betreft tekst en toelichting aan bij: (i)

de definitie van bestaand stedelijk gebied in artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro en de jurisprudentie

Purmerend - Hotel Kom A7

33

(ii)

in dat kader; en een in de praktijk en onder de PRV gehanteerd onderscheid tussen bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied;

Anderzijds stelt de Provincie in de Nota van Beantwoording in reactie op de zienswijze van de gemeente Purmerend dat: (i) (ii)

het wenselijk is van de invulling van artikel 1.1.1., lid 1 onder h, Bro af te wijken; en de begrippen landelijk gebied en bestaand stedelijk gebied niet elkaars tegenovergestelde zijn maar in sommige gevallen overlappen.

Als de aanwijzing wordt getoetst aan de uitgangspunten die in de toelichting bij de Omgevingsverordening NH2020 (en ook in de Nota van Beantwoording) zijn genoemd, volgt daaruit echter dat de Kom A7 niet kwalificeert als landelijk gebied: a. Kleine kernen (< dan 500 inwoners) en stedelijke voorzieningen niet direct grenzend aan stedelijk gebied en niet ten dienste staand van dit stedelijk gebied; de Kom A7 is geen kleine kern. Het betreft een stedelijk voorziening die juist wel direct grenst aan stedelijk gebied. b. Bedrijventerreinen solitair in het landelijk gebied, behoudens dusdanige omvang en ruimtelijke uitstraling dat deze geen integraal onderdeel meer vormen van het landelijk gebied. Minimumomvang van 8 ha; de Kom A7 is geen bedrijventerrein. c. Lintbebouwing langs wegen en ruim opgezette villawijken aan de rand van een kern, veelal onlosmakelijk verbonden met het landschap; de Kom A7 is geen lintbebouwing of ruime villawijk als hier bedoeld. d. Sommige stedelijke voorzieningen die grenzen aan stedelijk weefsel, in geval de gronden waarop deze voorzieningen aanwezig zijn als bepalend provinciaal landschap ("BPL") zijn aangeduid. de Kom A7 is niet aangewezen als BPL. De in de Omgevingsverordening gekozen systematiek is derhalve in strijd met de invulling van artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro.

Bovendien is het vanuit een oogpunt van rechtszekerheid noodzakelijk om een bewuste breuk met de eerder in de PRV en in de praktijk gebruikelijke systematiek nadrukkelijk te benoemen en te motiveren in de Omgevingsverordening, om vervolgens te voorzien in specifiek overgangsrecht voor de gebieden die onder de PRV niet maar onder de Omgevingsverordening wel als landelijk gebied zijn aangewezen. Daarvan is echter geen sprake. Voor dit bestemmingsplan laat de gemeenteraad dus de aanwijzing van de Kom A7 als landelijke gebied in de Omgevingsverordening, buiten toepassing. Hierna wordt toegelicht waarom de voorziene ontwikkeling van het hotel in overeenstemming is met de uitgangspunten die gelden voor bestaand stedelijk gebied. In de visie op de kom A7 “Poort van Purmerend” uit 2016 zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten voor de ontwikkeling in de kom A7 als volgt vastgelegd: Hoogbouwaccent vereist Ontwikkeling van de zichtlocatie kom A7 geeft een mogelijkheid om zichtbaarheid en herkenbaarheid van Purmerend te vergroten. Op dit moment zorgt de verhoogde ligging van de A7 met een geluidscherm dat het Purmerend van nu, slecht zichtbaar is. De positie in het stedelijk weefsel leent zich bij uitstek voor een hoogbouwaccent van ten minste 50

34

Purmerend - Hotel Kom A7

meter. Op die manier is het gebied van veraf zichtbaar en levert het als oriëntatiepunt, tezamen met de reeds aanwezige accenten, een bijdrage zowel vanuit het landelijk gebied als op stedelijk niveau aan de leesbaarheid en identiteit van Purmerend en de positionering in het landschap. Hoogbouw in de kom A7 en de stad vormen samen de poort van Purmerend.

Figuur 13. Artist impression uit v isie op de kom A7 “Poort v an Purmerend”

Openbare voorzieningen Het gemeentebestuur streeft integrale ontwikkeling van kom A7 na door voornoemde functies in te bedden binnen de context van het knooppunt van de stedelijke en landelijke omgeving. Ontwikkeling van kom A7 met benutting van alle kansen die deze locatie biedt, is van invloed op ter plaatse aanwezige groenvoorziening c.q. begroeiing. Bij de uiteindelijke ruimtelijke invulling van de locatie wordt rekening gehouden met implementatie van daarbij passende groenvoorzieningen. Eventueel rooien is niet eerder aan de orde, dan het moment van bouwrijp maken ten behoeve van een binnen deze visie passend initiatief. Op bijgaande verbeelding zijn de benodigde openbare voorzieningen weergegeven, zoals wegen binnen plangebied, nieuwe ontsluitingen voor auto langs Laan der Continenten, nieuwe ontsluitingen voor fiets langs Oude Provinciale weg, hoofd groenstructuur langs provinciale weg en rijksweg A7.

Purmerend - Hotel Kom A7

35

Figuur 14. Benodigde openbare v oorzieningen

Inmiddels zijn deze stedenbouwkundige uitgangspunten als volgt verder uitgewerkt: Het hotel ligt op een prominente zichtlocatie aan de A7 en is voor veel mensen een eerste kennismaking met Purmerend. De verhoogde ligging van de A7 met een geluidscherm zorgt er echter voor dat Purmerend niet goed zichtbaar is en dat de interactie tussen de Kom A7 en de rest van Purmerend beperkt is. Het gebied ligt nu ietwat verscholen. De ligging aan de entree van de stad, langs een belangrijke verkeersroute en als schakel tussen landschap en stad biedt kansen het gebied beter zichtbaar te maken en de relatie met Purmerend en het buitengebied te verbeteren. Daarom is voor het hotel gekozen voor een hoog en slank gebouw. Door de hoogte van het gebouw (69 meter) zal het samen met de hoogbouw van gebouw Heel Europa (ruim 60 meter hoogte) in Kop West als een baken de entree van de stad vanaf de A7 markeren. Deze beide gebouwen zullen vanaf grote afstand te zien zijn en een prominente plek op de horizon van Purmerend innemen. Hoogbouw brengt op deze wijze de Kom A7 en de stad dichter bij elkaar. Ook laat hoogbouw meer ruimte over voor onder meer groen. Hiermee conformeert het plan aan de Hoogbouwvisie waarin de locatie staat aangemerkt als een voorkeurslocatie voor hoogbouw als markering van de entree en het landschap, de poort van Purmerend.

Doordat de A7 met een lichte bocht om het hotel heen draait, zal deze toren vanaf meerdere zijden te zien zijn. Het hotel zal hiermee de rand van de stad markeren en evengoed een interessante relatie met de Beemster zoeken. De openbaar toegankelijke ruimte op de 16e verdieping van het hotel biedt een

36

Purmerend - Hotel Kom A7

unieke mogelijkheid om de structuur van wegen en waterlopen van de Beemster, bepalend voor de wereld erfgoed status van deze polder, goed te kunnen zien. De hotelondernemer wil iedereen de mogelijkheid bieden om deze ruimte te bezoeken zonder verplichting van consumptie of betalen van toegang. Het voornemen is om in de ruimte informatie te geven over het omliggende landschap en over de werelderfgoederen Beemster en Stelling van Amsterdam. De hoge toren van het hotel in de kom A7 zal vanuit de omgeving op geruime afstand zichtbaar zijn, onder andere vanuit de polder Beemster en vanuit het gebied dat onderdeel is van de Stelling van Amsterdam, met name dat deel van de Stelling dat gelegen is binnen de Beemster. Daarom is nagegaan of deze zichtbaarheid van betekenis is voor de werelderfgoed status van de Beemster en de Stelling van Amsterdam. Zowel voor polder de Beemster als voor de Stelling van Amsterdam zijn beschermde karakteristieken beschreven en vastgesteld. Deze gelden alleen binnen de polder Beemster en binnen het gebied van de Stelling, en hebben geen betrekking op wijzigingen in hetgeen zichtbaar is van ontwikkelingen die in omliggende gebieden zoals de stad Purmerend plaats vinden. Daarmee heeft de komst van een hotel met een hoge toren geen invloed op de beschermde kernwaarden van de beide werelderfgoederen.

Hoewel het hotel niet gelegen is in het werelderfgoed Beemster, levert zij een bijdrage aan het herkenbaar en bekend maken van het werelderfgoed. Het hotel zal tevens gaan dienen als uitvalsbasis voor bezoekers van het werelderfgoed en ook op die wijze een bijdrage leveren aan de bezoekbaarheid van de Beemster. Tevens zijn de werelderfgoederen vanuit het hotel goed waarneembaar en ervaarbaar vanaf het openbaar toegankelijk uitkijkpunt boven in het hotel. Ook vanuit het aangrenzende landelijke gebied van Wormerland zal het hotel zichtbaar zijn. Om de invloed hiervan te beoordelen is gebruik gemaakt van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie die de Provincie in 2018 heeft vastgesteld. De ambitie van de Provincie is om ruimtelijke ontwikkelingen: a. Te laten bijdragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek b. Bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid c. Helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers Ten opzichte van A kan gesteld worden dat het veenweidelandschap in de kom A7 al veertig jaar grotendeels verdwenen is, maar daarbuiten zeker herkenbaar en zichtbaar blijft. Voor wat betreft punt B geldt dat het hotel gebouwd wordt op een locatie die zelf geen open karakter meer heeft.

De hoge toren van het hotel met een openbaar toegankelijke ruimte boven in de toren biedt de mogelijkheid van beleving van het omringende open gebied. Voor wat betreft punt C zien we de positionering van de toren van het hotel in combinatie met de hoogbouw in Purmerend aan de oostkant van de A7 als een markering van de poort van Purmerend waar het open landschap ophoudt en de stad begint. De functionele relatie tussen de snelweg A7, Kom A7/Beusebos en de stad Purmerend zal voornamelijk gelegd worden door van het bosgebied in de Kom A7 een kwalitatief natuur- recreatie en wandelbos te maken waarvan het noordelijke deel dat aansluit bij het hotel goed toegankelijk is voor wandelaars. Het hotel als zichtpunt kan daarbij erg helpen, zal de toegankelijkheid van het gebied verbeteren en brengt horecagelegenheden mee waardoor het bos extra geactiveerd wordt. Het zuidelijke deel van het bos zal juist een rustig karakter behouden met veel aandacht voor de daar aanwezige natuurwaarden en met alleen een wandelpad langs de buitenranden. Hiermee ontstaat een gebied met een recreatieve functie voor de inwoners van Purmerend zowel als voor de hotelgasten.

Aansluitend bij de aanpassingen aan de structuur van op en afritten van de A7 kunnen in de komende jaren de routes voor fietsers en wandelaars onder de snelweg door mogelijk verbeterd worden waarmee de verbinding tussen de stad en de kom A7 verder versterkt kan worden. Als gevolg van het anders denken over het gebied kom A7, niet geheel ontwikkelen maar slechts een deel bebouwen en de ontstane natuurwaarde omarmen en uitbouwen, is deze ontwikkeling tevens van belang voor de verdere ontwikkeling van Purmerend. Het feit dat de stad de komende jaren fors zal groeien, maakt het noodzakelijk ook voldoende voorzieningen voor recreatie en verblijf te creëren. De ontwikkeling van de kom A7 draagt daar in belangrijke mate aan bij. Het bospark biedt ruimte aan zowel

Purmerend - Hotel Kom A7

37

de wijk Weidevenne en Kop West, als ook aan het centrum van Purmerend. De ontwikkeling van het hotel is daarbij de belangrijke drager van deze ontwikkeling.

38

Purmerend - Hotel Kom A7

Hoofdstuk 5 5.1

Randvoorwaarden / omgevingsaspecten

Archeologie

5.1.1 Beleidskader In de Erfgoedwet, vastgesteld op 1 juli 2016, zijn de regels voor de archeologische monumentenzorg opgenomen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen door een gecertificeerd bureau archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Purmerend heeft in 2009 een eigen archeologisch beleid opgesteld. In 2017 is dit beleid opgegaan in het Erfgoedbeleid Purmerend 2017. Hierbij hoort een archeologische verwachtingskaart. Dit is een voorspellingskaart waarop verwachtingen met betrekking tot de situering van (nog) onbekende archeologische vindplaatsen zijn vertaald in termen van vlakken en zones. Op de kaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting. De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het opstellen van een beleidsadvieskaart, die vervolgens kan worden gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg.

Voor gemeenten kunnen de door deskundigen opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten als leidraad worden gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het ruimtelijke plan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden. Ter plaatse van een lage archeologische verwachtingswaarde is er geen noodzaak om een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden. Ter plaatse van een hoge en middelhoge verwachtingswaarde dient bij grondwerkzaamheden eerst een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerd bureau. 5.1.2

Analyse

Uit de archeologische verwachtings- en beleidsanalysekaart blijkt dat het plangebied valt in een zone met een lage archeologische verwachtingswaarde.

Purmerend - Hotel Kom A7

39

Figuur 15. Uitsnede archeologische v erwachtings- en beleidsanaly sekaart

5.1.3

Conclusie

In het onderhavige bestemmingsplan spelen archeologische waarden niet.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1 Beleidskader Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat in de toelichting van een plantype onder meer moet worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. Een onderzoek naar de bodemgesteldheid maakt hiervan deel uit. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. In de bestaande stad is dit niet in alle gevallen mogelijk in verband met de aanwezigheid van eventuele historische verontreinigingen. Teneinde maatschappelijke en/of ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren als gevolg van de aanwezigheid van bodemverontreiniging, is het mogelijk om onder voorwaarden bestemmingen op een verontreinigde bodem te realiseren. Op 7 mei 2020 is het bodembeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Deze stukken, bestaande uit de “Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend en “Nota bodembeheer Purmerend”, bevatten de regels om grondverzet binnen Purmerend plaats te laten vinden zonder dat daar extra bodemonderzoek noodzakelijk is. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op bodemonderzoek, en daarin zijn ook de PFAS- en PFOA-gerelateerde stoffen meegenomen. Daarbij heeft de gemeenteraad ook de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Beemster geaccepteerd als erkend bewijsmateriaal van de bodemkwaliteit. Hierdoor is voor veel locaties uitwisseling van grond tussen Purmerend en Beemster mogelijk zonder extra bodemonderzoek.

Het bodembeleid is voornamelijk generiek (wat schoon is, moet schoon blijven). Voor de rijkswegen, spoorbanen en grond in eigendom van het Hoogheemraadschap zijn uitzonderingen daarop gemaakt en is het beleid specifiek (meer grondverzet mogelijk). In Beemster is het beleid voor alle locaties specifiek. Wat betreft de concrete ontwikkelingen dient in geval van functiewijziging onderzoek te worden verricht naar de bodemkwaliteit.

40

Purmerend - Hotel Kom A7

5.2.2 Analyse Door Grondslag is een verkennend bodemondrzoek uitgevoerd (Bijlage 7). Uit het bodemonderzoek blijkt dat in een mengmonster van de ondergrond een lichte verhoging aan minerale olie is aangetoond, en in een ander mengmonster van de ondergrond een lichte verhoging aan nikkel. Voor de verhoging aan minerale olie wordt een natuurlijke herkomst verwacht (veen). Verder zijn er in de mengmonsters, dus ook van de bovengrond, geen verhogingen aangetoond. In het grondwater zijn lichte verhogingen gemeten aan zware metalen en een sterke verhoging aan nikkel. Op basis van de historische informatie is hier geen verklaring voor. Een tweetal peilbuizen is opnieuw bemonsterd en afzonderlijk geanalyseerd op nikkel. Bij deze analyse kwam de sterke verontreiniging aan nikkel niet meer naar boven. 5.2.3 Conclusie De bodemkwaliteit is van dien aard dat deze de realisering van het onderhavige bestemmingsplan niet in de weg staat.

5.3

Cultuurhistorische waarden

5.3.1 Beleidskader In de toelichting van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hiertoe is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij dit voorschrift in artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a is opgenomen. De in de grond aanwezige waarden komen in paragraaf 5.1 (Archeologie) aan bod, de overige cultuurhistorische aspecten worden in deze paragraaf besproken. Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 vastgesteld. Dit beleid richt zich op het behoud van het Purmerendse erfgoed. Het spreekt de visie uit dat het erfgoed belangrijk is voor de stad. De gemeente heeft vier ambities met betrekking tot het erfgoed: 1. de karakteristieke historische waarden van Purmerend blijven zo veel mogelijk behouden. Dit wil niet zeggen dat erfgoed onaantastbaar is, ontwikkelingen aan en rond cultuurhistorische waarden blijven mogelijk, mits dit gebeurt met respect voor het 'verhaal' van het object; 2. de historische waarden van onze stad worden versterkt door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed te leggen.

Dit geldt vooral voor locaties in de binnenstad en op bijzondere historische locaties. 3. de kennis over het erfgoed wordt toegankelijker; 4. de gemeente werkt samen met de Purmerendse burgers en ondernemers aan de ambities met betrekking tot het erfgoed. Bij dit beleid is een Cultuurhistorische Waardenkaart opgesteld, waar al het erfgoed van Purmerend op is afgebeeld. 5.3.2 Analyse De Cultuurhistorische Waardenkaart toont dat op en in de nabijheid van dit perceel geen sprake is van actuele cultuurhistorische waarden. 5.3.3 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de in / rond het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden.

Purmerend - Hotel Kom A7

41

5.4

Dienstenrichtlijn

Uit de in 2006 vastgestelde Dienstenrichtlijn vloeit voort dat als in bestemmingplannen beperkingen worden opgenomen aan de uitoefening van diensten, deze goed gemotiveerd moeten worden. Beperkingen zijn slechts mogelijk als voldaan wordt aan (artikel 9 en 16 Dienstenrichtlijn): het verbod op discriminatie de voorwaarde van noodzakelijkheid de voorwaarde van evenredigheid Detailhandel wordt ook als een dienst gezien. Dit bestemmingsplan staat diensten toe in de zin van een hotel met vergaderzalen, horeca en leisure mogelijk. Omdat in het bestemmingsplan geen vestigingsbeperkingen zijn opgenomen is er geen strijdigheid met de Dienstenrichtlijn.

5.5

Externe veiligheid

5.5.1 Beleidskader In het kader van ruimtelijke procedures conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient het aspect externe veiligheid in acht te worden genomen. Het gaat hierbij om risico's ten aanzien van het vervoer, de opslag en het bewerken van gevaarlijke stoffen. De risico's met betrekking tot gevaarlijke stoffen worden geduid in het zogenaamde Plaatsgebonden risico (PR) en het Groepsrisico (GR). Het groepsrisico dient in veelal de meeste ruimtelijke procedures verantwoord te worden. De verantwoording is erop gericht om een weloverwogen besluit te nemen over het van het groepsrisico. Het uiteindelijke besluit is aan het bevoegd bezag. Risicocommunicatie met inwoners Doordat de gemeente 'dichterbij' inwoners staat dan de Veiligheidsregio, communiceert de gemeente Purmerend ook over risico's en gevaren in de (directe) woon- en leefomgeving: op de gemeentesite wordt verwezen naar de websites www.risicokaart.nl en https://www.veiligheidsregiozaanstreekwaterland.nl/wat-te-doen-bij.html.

Hier kunnen inwoners informatie vinden over gevaarlijke stoffen en inrichtingen, en wat men kan doen ingeval van een calamiteit; regelmatig wordt er een bericht gepost over veiligheid/risico's op de socialmedia-kanalen (Facebook/Twitter), met een verwijzing naar de twee bovengenoemde sites; ook wordt aandacht besteed aan het onderwerp in Purmerend Totaal, met een verwijzing naar de twee bovengenoemde sites. Zo werken de gemeente en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland samen aan risicocommunicatie en weten inwoners sneller wat zij kunnen doen om zichzelf in veiligheid te brengen in geval van een ramp of crisis. 5.5.2 Analyse Voor de inventarisatie van de aanwezige risicobronnen met de daarbij behorende veiligheidszones is de risicokaart geraadpleegd (zie figuur 15). In de omgeving bevinden zich een aantal risicobronnen: de A7 waarover gevaarlijke stoffen zoals LPG en benzine worden vervoerd; tankstation Shell aan de Laan der Continenten; 2 buisleidingen voor transport van aardgas onder hoge druk. Daarnaast maakt het project zelf geen risicovolle inrichting mogelijk. Gezien de afstand tot de risicobronnen kan het plangebied alleen worden blootgesteld aan de effecten van mogelijke ongevalscenario’s op de A7, inclusief de af- en oprit Purmerend-Zuid.

42

Purmerend - Hotel Kom A7

Op grotere afstand van de projectlocatie (aan de overzijde van de A7) is een gasleiding en een tankstation met LPG gesitueerd. Deze risicobronnen liggen op een dusdanige afstand dat deze niet van invloed zijn op het plangebied. De gasleiding van de Gasunie is gelegen op een afstand van ongeveer 400 meter tot de beoogde locatie. Na raadpleging van de Risicokaart blijkt dat het gaat om een buisleiding met een uitwendige diameter van 324 mm en een werkdruk van 4000 kpa. De 1% letaliteitsgrens ligt op 140 meter afstand van de buisleiding. Dit betekent dat een verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde is. In het kader van het vooroverleg heeft de Gasunie het planvoornemen beoordeeld. Op grond van de toetsing aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) komt de Gasunie tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitsgrens van de dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Tot slot loopt er een gasleiding van Liander parallel aan de Laan der Continenten. Deze leiding komt niet voor op de risicokaart en hoeft in het kader van externe veiligheid niet nader beschouwd te worden. Deze gasleiding is wel van belang voor de ontsluiting van het plangebied op de Laan der Continenten.

Over de wijze waarop de ontsluiting van het terrein moet plaatsvinden wordt contact opgenomen met Liander als leidingbeheerder met het oog op de veilige ligging van deze leiding.

Figuur 16. Situatie hotel en risicobronnen

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg

Purmerend - Hotel Kom A7

43

Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd. Toetsingskader bij beoordeling van risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen bij ruimtelijke ordeningsbesluiten, is het basisnet. Voor het wettelijk vastleggen van de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (hierna: Bevt). Verder is de Regeling basisnet (hierna: Rbn) opgesteld. In de Rbn staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling. Door de veiligheidsregio Zaanstreek - Waterland is in de overlegreactie ingegaan op de potentiële ongevalsscenario’s en de effecten en gevolgen daarvan op het hotel (zie Bijlage 18 en Bijlage 19) . In het advies is tevens ingegaan op artikel 7 van het Bevt. In het genoemde artikel staat dat in een toelichting moet worden ingegaan op de bestrijdbaarheid van en zelfredzaamheid bij een ramp als het plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een transportroute. Dit is het geval voor het toekomstige hotel. Het advies verschaft inzicht in het gevaar van de risicobronnen die effect hebben op het plangebied en beschrijft de mogelijke gevolgen. Ook de mogelijkheden om het gevaar en de potentiële gevolgen te beperken worden benoemd.

Daarnaast adviseren wij over basisbrandweerzorg. Het gaat om de volgende ongevalscenario’s: LPG- koude BLEVE (hittestraling, drukgolf en scherfwerking). Een LPG-tankwagen raakt betrokken bij een botsing waardoor de tank open scheurt. LPG komt vrij en ontsteekt direct waarbij een vuurbal en een drukgolf ontstaan (koude BLEVE). Op een ongunstige ongevalslocatie op de afrit ligt het plangebied in het effectgebied (2e ring). Het wordt kortstondig blootgesteld aan een warmtestraling van 30 tot 120 kW/m2 waardoor 35% van de personen in de buitenlucht en 2% van de personen binnen kunnen komen te overlijden. Bij een ongunstige locatie op de A7 ligt het plangebied in de 3e ring, met een warmtestraling tussen de 10 en 30 kW/m2. De gevolgen zijn dat 28% van de mensen lichtgewond raakt, binnen zijn mensen afdoende beschermd. Toxische stoffen – giftige wolk. Door een ongeval op de weg breekt bij een tankauto gevuld met een toxische stof (bijvoorbeeld ammoniak) de aansluiting van de afsluiter af. Er ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt. De vrijgekomen stof verdampt en er ontstaat een giftige wolk die zich met de wind mee verspreidt. Het effectgebied van het ongevalscenario LPG- koude BLEVE is onderstaand weergegeven.

44

Purmerend - Hotel Kom A7

Figuur 17. Ef f ectgebied v an het ongev alscenario LPG- koude BLEVE

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezige personen in het effectgebied in staat zijn om zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Dit speelt met name een rol als het handelingsperspectief vluchten is. Een koude BLEVE ontstaat direct en er is dus geen tijd om te handelen. Personeel en bezoekers kunnen gewond raken of komen te overlijden als zij tijdens het ongeval buiten zijn; binnen zijn zij afdoende beschermd. Bij een giftige wolk is het handelingsperspectief binnen blijven/schuilen, ramen en deuren sluiten en eventuele mechanisch ventilatie uitschakelen het beste handelingsperspectief. Risicocommunicatie bevordert de zelfredzaamheid. Hierdoor weet het hotelpersoneel wat de externe ongevalscenario’s zijn en wat het handelingsperspectief is om zichzelf en de gasten/bezoekers in veiligheid te brengen.

Purmerend - Hotel Kom A7

45

Tevens is het raadzaam dat het hotel in zijn ontruimingsplan dan wel in een apart calamiteiten/zelfredzaamheidsplan vastlegt welke externe calamiteiten mogelijk zijn en wat de te nemen acties zijn. Het is raadzaam dat er intern gevlucht kan worden naar het noordwestelijke deel van het gebouw. En dat daar voldoende buitendeuren zijn voor geval het personeel en de bezoekers uit het pand moeten vluchten. Bestrijdbaarheid en hulpverlening De hulpverlening kan een ongeval met gevaarlijke stoffen niet voorkomen. De gezamenlijke hulpdiensten richten zich voornamelijk op het redden en verlenen eerste hulp aan slachtoffers, veiligstellen van het gevarengebied, het bestrijden van branden/incidenten en, indien nodig, het waarschuwen van de aanwezige personen in het effectgebied. Voor de bestrijding van incidenten op de A7 (inclusief af- en oprit) is op dit moment nog geen primaire bluswatervoorziening aanwezig. Bij bestrijding van een ongeval met gevaarlijke stoffen op die weg moet de brandweer gebruik maken van open water. Dit vergt een langere inzettijd. Basisbrandweerzorg Voor de basisbrandweerzorg wordt uitgegaan van de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019. Ook voor de interne brandveiligheid ontbreekt nabij het hotel een primaire bluswatervoorziening (brandkranen). Dit aspect zal bij de omgevingsvergunning voor het hotel verder worden uitgewerkt.

Bereikbaarheid Het is belangrijk dat de plangebieden via minimaal twee toegangswegen te bereiken voor de brandweer. Voor de opkomsttijd van een hotel geldt een tijdnorm van 8 minuten (Besluit veiligheidsregio’s). Deze norm wordt in principe gehaald. Verder is bij de bereikbaarheid de weguitvoering (breedte, bochten, asbelasting en eventueel doorgangshoogte) van belang. In dit stadium kunnen deze aspecten nog niet worden getoetst. Bij de verdere detailuitwerking van de plannen zal dit moeten worden meegenomen om de bereikbaarheid van hulpdiensten te borgen in de inrichting van de openbare ruimte. Advies De veiligheidsregio adviseert de gemeente Purmerend om bij de besluitvorming over het ontwerpbestemmingsplan artikel 7 van Bevt te betrekken en de volgende aspecten mee te wegen: 1. de gevaren en gevolgen van een mogelijk ongeval met gevaarlijke stoffen; 2. het handelingsperspectief dat de aanwezige personen hebben om zichzelf en anderen in veiligheid te brengen door te schuilen in het gebouw, dan wel (intern) te vluchten; 3. de hulpdiensten kunnen een ongeval niet voorkomen en richten zich op het helpen van slachtoffers en het veiligstellen van het gebied; 4. het ontbreken van een adequate bluswatervoorziening. En om maatregelen in de volgende denkrichtingen te overwegen: a. het gebouw te voorzien van een centraal afschakelbare ventilatie; b.

zorgdragen voor interne vluchtwegen naar het noordwestelijk deel van het gebouw. En dat daar voldoende buitendeuren zijn voor geval het personeel en de bezoekers uit het pand moeten vluchten; c. gerichte risicocommunicatie aan de hotelleiding over externe calamiteiten en bijbehorende handelingsperspectieven. Tevens is het raadzaam dat het hotel in zijn ontruimingsplan dan wel in een apart calamiteiten-/zelfredzaamheidsplan vastlegt welke externe calamiteiten mogelijk zijn en wat de te nemen acties zijn; d. zorgdragen voor een adequate bluswatervoorziening en een goede bereikbaarheid in het plangebied. Door de initiatiefnemer is aangegeven dat voldaan kan worden aan de adviezen van de veiligheidsregio. De voorgestelde maatregelen kunnen niet worden geborgd in het kader van deze procedure voor het bestemmingsplan maar de adviezen en denkrichtingen worden nader uitgewerkt in het kader van de

46

Purmerend - Hotel Kom A7

omgevingsvergunning. De aanvraag omgevingsvergunning wordt ook ter beoordeling voorgelegd aan de veiligheidsregio. Op die manier kan de veiligheidsregio nagaan of initiatiefnemer heeft voldaan aan de gestelde adviezen. Groepsrisico (GR) Ten oosten van de ontwikkelingslocatie loopt de A7. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. In artikel 8 van het Bevt staat dat wanneer een bestemmingsplan binnen een afstand van 200 meter van een transportroute is gelegen, het groepsrisico dient te worden verantwoord. De 200 meterzone van deze weg is gedeeltelijk gelegen over het plangebied. De berekening van het groepsrisico wordt uitgevoerd en de uitkomsten worden te zijner tijd vermeld in de het bestemmingsplan. Plaatsgebonden Risico (PR) De A7 maakt onderdeel uit van het basisnet. In het Bevt is vastgelegd dat voor het PR een Basisnetafstand geldt. Deze is opgenomen in de bijlagen van de Rbn. Voor de A7 is de basisnetafstand in bijlage 1 van de Rbn vastgelegd op 0 meter. Langs deze route gelden daarom geen beperkingen. Geconcludeerd kan worden dat het PR geen knelpunten vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Plasbrandaandachtsgebied (PAG-zone) De A7 heeft ter plaatse van de ontwikkellocatie een PAG-zone waarmee rekening moet worden gehouden waarbij geldt dat het desbetreffende wegvak/baanvak moet worden vermeerderd met een zone van 30 meter aan weerszijden van het wegvak/baanvak als plasbrandaandachtsgebied. Aangezien, in casu, de ontwikkeling op circa 200 meter is gelegen, is deze weg niet relevant voor het planvoornemen. 5.5.3 Conclusie De wetgeving omtrent externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het onderhavige bestemmingsplan.

5.6

Geluid

5.6.1

Wegverkeerslawaai

5.6.1.1 Beleidskader Artikelen 76 en 74 van de Wet geluidhinder (hierna Wgh) schrijven voor dat in ruimtelijke plannen, die betrekking hebben op gronden die langs een verkeersweg gelegen zijn, onderzocht dient te worden of op de gevel van gebouwen de maximale toegestane geluidsbelasting niet wordt overschreden. Langs alle wegen bevinden zich, als gevolg van de Wgh, geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. De zonebreedte is afhankelijk van een binnen of buitenstedelijke ligging en de hoeveelheid rijstroken van de weg en wordt gemeten uit de rand van de weg. Een naast die rijstrook liggend fietspad ligt dus ook in die zone. Ook een vluchtstrook, niet zijde een rijstrook ligt in de zone. De ruimte boven en onder de weg behoort ook tot de zone. In het geval het project binnen een geluidzone van een weg is gelegen: Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De voorkeursgrenswaarde mag in principe niet worden overschreden.

Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat deze voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, is onderzoek naar maatregelen gericht op het verminderen van de geluidsbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten noodzakelijk. Onderscheid wordt gemaakt in maatregelen aan de kant van de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt), maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidsschermen), maatregelen aan de kant van de geluidsontvanger (bijvoorbeeld geluidsdove gevels) of het vergroten van de afstand tussen de

Purmerend - Hotel Kom A7

47

geluidsbron en de ontvanger. Zijn maatregelen onvoldoende doeltreffend, dan wel ontmoeten deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek tot vaststelling van (een) hogere waarde(n) worden ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend. Deze hogere grenswaarde mag, afhankelijk van de situatie, een bepaalde waarde niet te boven gaan (uiterste grenswaarde). De uiterste grenswaarde voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen in binnenstedelijk gebied bedraagt 63 dB. Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een snelheid lager dan 70 km/h geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/h of meer geldt een aftrek van 2 dB. Op alle in akoestische onderzoeken worden genoemde geluidsbelastingen is deze aftrek toegepast, tenzij anders vermeld. 5.6.1.2 Analyse Aangezien door middel van het bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt, is een akoestisch onderzoek strikt genomen niet noodzakelijk.

Toch moet op grond van de Wet ruimtelijke ordening worden vastgesteld of er sprake is van 'een goede ruimtelijke ordening'. In dat kader is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is als Bijlage 8 bij de toelichting gevoegd. Het nieuw te realiseren hotel bevindt zich binnen de geluidzones van de A7 en de Laan der Continenten. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting op de gevels van het hotel en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van het hotel valt buiten het kader van dit onderzoek. Bedrijfswoning Uit het onderzoek blijkt dat de woning niet voldoet aan de eisen wat betreft het wegverkeerslawaai die de Wet geluidhinder stelt aan geluidsgevoelige bebouwing. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB bedraagt op een gevel 12 dB vanwege de A7. Dit is meer dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Deze gevel zal daarom uitgevoerd worden als dove gevel. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB bedraagt op een gevel 4 dB vanwege de Laan der Continenten. Dit is niet meer dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. De gemeente Purmerend gaat over tot het verlenen van hogere grenswaarden voor wegverkeerslawaai wat betreft de Laan der Continenten.

Gemotiveerd is waarom maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied niet mogelijk zijn. Daarbij is getoetst aan de landelijke wetgeving. Mogelijk zijn voor het verlenen van een hogere waarde wel aanvullende geluidswerende maatregelen aan de betreffende gevels van de geluidsgevoelige bebouwing nodig, teneinde te voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB. Dit onderzoek dient bij de indiening van het bouwplan mede aangeleverd te worden. Hotel Hoewel een hotel niet als een geluidsgevoelig gebouw wordt beschouwd, vindt de opdrachtgever het belangrijk inzicht te verkrijgen in de geluidsbelasting op de gevels van het te realiseren hotel. Daarom is aandacht geschonken aan de geluidsbelasting van de gevels van de hotelkamers. Deze zijn getoetst aan de normering van de Wet geluidhinder. Uit het onderzoek blijkt dat deze normen overschreden

48

Purmerend - Hotel Kom A7

worden. Omdat maatregelen aan de weg of tussen de weg en het hotel niet mogelijk zijn, zullen daarom in het hotel zodanige gevelmaterialen worden toegepast dat zo veel mogelijk de binnenwaarde van 33 dB bij gesloten deuren en ramen wordt bereikt. 5.6.1.3 Conclusie Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat niet voldaan kan worden aan de grenswaarden maar dat met het treffen van een hogere waarde en technisch, met te treffen maatregelen, op te lossen zijn zodat er sprake is van een goed verblijfsklimaat. Het aspect geluidhinder staat uitvoering van het plan niet in de weg.

5.7

Geur

5.7.1 Beleidskader In de Duurzaamheidsagenda van de gemeente Purmerend wordt geen toetsingskader op basis van geurpercentielen gepresenteerd. Als toetsingskader voor het onderwerp geur wordt het geurbeleid van Provincie Noord-Holland gehanteerd. In de 'Beleidsregel beoordeling geurhinder inrichtingen provincie Noord-Holland' staat het geurbeleid. Het uitgangspunt is de nationale doelstelling van maximaal 12% geurgehinderden en geen ernstige geurhinder. 5.7.2 Analyse Gezien de aard van het project waarvoor het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld, speelt geur hier geen rol. 5.7.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige bestemmingsplan geen onderzoek gedaan te worden naar mogelijke geurhinder.

5.8

Hoogbouw-effectrapportage

5.8.1 Beleidskader Op 28 september 2017 heeft de gemeenteraad van Purmerend de 'Hoogbouwvisie Purmerend' vastgesteld. In het kader van de 'Agenda Purmerend 2040' zal de focus de komende jaren vooral liggen op intensiveren in de bestaande stad. Ook het Rijk en de Provincie hebben in hun beleid aangegeven dat de noodzaak voor intensiveren in de stad urgent is. Eén van de middelen om te intensiveren in de stad is hoogbouw. Het doel van de hoogbouwvisie is het leveren van toetsingskaders voor hoogbouwinitiatieven op het schaalniveau van de stad en de plek. Bij het schaalniveau van de stad gaat het daarbij vooral om waar en hoe hoogbouw een bijdrage kan leveren aan de morfologie en ontwikkeling van Purmerend. Op het schaalniveau van de plek gaat het om inpassing van het gebouw in de omgeving. Hier spelen aspecten als bezonning en wind een rol, maar ook hoe hoogbouw kan bijdragen aan meer en beter gebruik van de publieke ruimte. De visie biedt een kader voor bewoners, beslissers, ontwikkelaars en de gemeente en geeft duidelijkheid over de keuzes die mogelijk zijn. Met deze visie kunnen de verschillende initiatieven binnen een afgewogen kader worden getoetst en wordt invulling gegeven aan de verschillende ambities en doelstellingen die de stad heeft gesteld voor de toekomst.

In de hoogbouwvisie zijn gebieden aangewezen waar door middel van hoogbouw van meer dan 25 meter een grote bijdrage kan worden geleverd aan de stedelijke woonbehoefte en de leefbaarheid en vitaliteit van Purmerend. Eén van deze gebieden is de stedelijke rug van Purmerend dat het oostelijk deel van Purmerend en het Purmerbos verbindt met het centrum. Hoogbouw kan zich concentreren langs deze stedelijke rug (o.a. Purmersteenweg, Waterlandlaan, IJsselmeerlaan). Belangrijke knooppunten langs

Purmerend - Hotel Kom A7

49

entrees aan deze as kunnen worden gemarkeerd met hogere accenten. Om hoogbouwinitiatieven te beoordelen zijn vuistregels opgesteld. Van de initiatiefnemer van hoogbouw wordt verwacht dat de vuistregels worden meegenomen en afgewogen in een door de initiatiefnemer op te stellen hoogbouweffectrapportage. Deze is verplicht bij een hoogte van meer dan 25 meter (8 lagen). De hoogbouweffectrapportage helpt al in een vroeg stadium bij de beslissing of een hoogbouwinitiatief op die plek, met die hoogte en in die vorm wel of niet wenselijk is. Onderhavig plangebied is gelegen nabij de A7, welke onderdeel is van de in de hoogbouwvisie genoemde 'entrees van de stad rug'. Binnen het plan is hoogbouw beoogd bij de op- en afrit 4 Purmerend - Zuid. Deze locatie betreft één van de knooppunten waar de hoogbouwvisie op doelt. 5.8.2 Analyse Uit de analyse in de hoogbouwvisie komt een aantal gebieden naar voren die met hoogbouw van meer dan 25 meter een brug kunnen slaan tussen de plek en de structuur van de stad. Hiermee kan een grote bijdrage worden geleverd aan de gewilde stedelijke woonbehoefte en de leefbaarheid en vitaliteit van Purmerend. Een van deze gebieden is hoogbouw als markering entrees van de stad. De hoofdentrees van de stad worden herkenbaar gemaakt door hoogteaccenten waarmee Purmerend zich presenteert naar de buitenwereld (o.a. t.h.v. de A7).

In paragraaf 4.2.2 is gemotiveerd waarom het hoogbouwinitiatief gewenst en passend is op deze locatie. 5.8.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen de kaders van de 'Hoogbouwvisie Purmerend'.

5.9

Bezonningsstudie

5.9.1 Beleidskader Voor de nieuwe bebouwingssituatie op de projectlocatie is een bezonningsstudie uitgevoerd (ook wel schaduwstudie genoemd). Deze studie is opgenomen in Bijlage 9. In de bezonningsstudie is inzichtelijk gemaakt in hoeverre in de toekomstige situatie sprake zal zijn van schaduwwerking op naburige percelen Bij de bezonningsstudie is een voorstelling gemaakt van de schaduwwerking in diverse jaargetijden en op verschillende tijdstippen. Wat betreft schaduwwerking van bouwplannen gelden verder geen wettelijke regels waar aan getoetst kan en moet worden. Gemeenten zijn dus vrij om hier hun eigen eisen aan te stellen. Wel bestaan er twee normen van TNO* voor de bezonning in woonkamers waaraan het bouwplan is getoetst. In de bezonningsstudie zijn deze normen nader uitgewerkt. *Zonnev eldt, L. , Groot, de, E.H. (2005), Rapport: Daglicht en bezonning in de woonomgev ing, TNO Delf t, p.3.

Daarnaast is getoetst aan de 'Hoogbouwvisie Purmerend'. In de 'Hoogbouwvisie Purmerend' staat opgenomen: de 'lichte' norm gaat uit van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam van de woonkamer. Uitgaande van deze norm is het op basis van de hoogbouwvisie Purmerend acceptabel dat een bestaande woning t.o.v. de uitgangssituatie per dag 3 uur (in de periode 1 april tot 1 september) bezonning op de gevel inlevert door de komst van hoogbouw.'

50

Purmerend - Hotel Kom A7

5.9.2 Analyse De bezonningsduur en de invloed van de nieuwbouw op omliggende bestaande bebouwing is afhankelijk van het moment van het jaar. De nieuwbouw heeft, door middel van schaduwval, invloed op het omliggende gebied. Voor het gebied is een bezonningsstudie opgesteld om te toetsen of het gebied voldoet aan de grenswaarde van 2 zonuren zoals gesteld in de lichte TNO-norm. Er is hierbij uitgegaan naar het aantal zonuren voor de omliggende woningen (niet voor omliggende bedrijven, sportverenigingen of iets dergelijks). Het aantal zonuren bedraagt hier naar aanleiding van het nieuw te bouwen hotel een hoger aantal zonuren namelijk minimaal 7 zonuren van de geanalyseerde 8 uur. Hiermee voldoet het ruimschoots aan de lichte TNO-norm maar tevens ook aan de strenge TNO-norm van 3 zonuren tussen 21 januari en 22 november. Lichte en strenge TNO-norm Er wordt voldaan aan de lichte maar ook aan de strenge 'TNO-norm'. Op 19 februari is er op basis van de geanalyseerde uren 1 uur sprake van schaduw (17.00 uur) veroorzaakt door de nieuwbouw; Op 21 juni is er op basis van de geanalyseerde uren geen sprake van schaduw (na 17.00 uur) veroorzaakt door de nieuwbouw; Op 21 oktober is er op basis van de geanalyseerde uren 1 uur sprake van schaduw (09.00 uur) veroorzaakt door de nieuwbouw.

Norm 'Hoogbouwvisie Purmerend' Uit de zonnestudie blijkt dat in februari en oktober 1 uur schaduw gevormd wordt op woningen door het hotel. Dit voldoet aan de aanvullende eis van de gemeente. In Bijlage 9 is een tabel met een globale weergave van de bezonningssituatie zoals op de bijbehorende afbeeldingen is te zien. Wanneer een gedeelte van het gebied waar zich woningen bevinden geen zon meer binnenkrijgt wordt het gehele deelgebied als zijnde in de schaduw liggend gemarkeerd (licht grijs). De ligging in de zon is in het overzicht oranje gemarkeerd weergegeven. 5.9.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de schaduweffecten op de omgeving zeer gering zijn. Enkele woningen kunnen lichte schaduweffecten ondervinden. Er is geen sprake van een onaanvaardbare verslechtering van de situatie.

5.10

Horeca

5.10.1 Beleidskader Ook bij horeca wordt ernaar gestreefd de milieubelasting voor de omliggende woningen zoveel mogelijk te beperken. Dit gebeurt door eisen te stellen aan de toelaatbaarheid van deze activiteiten. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Staat van Horeca-activiteiten (Bijlage 16): aanwezige horecagelegenheden worden volgens deze staat ingeschaald. In de Staat van Horeca-activiteiten wordt middels verschillende categorieën aangegeven of de milieubelasting van een horecagelegenheid toelaatbaar kan worden geacht. De zwaarste categorie (3) zijn de horecabedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts moeten zijn geopend en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen (verkeersaantrekkende werking, daarmee gepaard gaande hinder op straat en parkeeroverlast), zoals dancings, discotheken en partycentra. Deze bedrijven zijn alleen toelaatbaar in specifiek voor dergelijke horecabedrijven aangewezen gebieden.

Purmerend - Hotel Kom A7

51

5.10.2 Analyse Het plan voorziet in horeca in categorie 1 'lichte horeca' waarbij de bar ondergeschikt is aan de hotelfunctie en ten dienste staat voor de hotelgasten. In de paragrafen 5.12 en 5.14 wordt ingegaan op de aspecten geluid en parkeren ten aanzien van de activiteiten die worden toegestaan. Hieruit blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de (directe) omgeving van het plangebied. 5.10.3 Conclusie Binnen het bestemmingsplan wordt horeca categorie 1 mogelijk gemaakt. Uit de onderzoeken ten aanzien van geluid en parkeren blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de (directe) omgeving van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10474620/1